NICOLAI MEDTNER : ALGEMENE REGELS VOOR EEN MOOI PIANOSPEL

  • Houding aan de piano : Je lichaam is het zwaartepunt waaromheen alle andere bewegingen zich moeten afspelen. Voor inwendige ontspanning zijn zowel fysieke als mentale inspanningen nodig.
  • Denk aan de Kunst. Maak je niet druk om kracht en snelheid alleen, maar juist wel om sierlijkheid en uitdrukking die zonder extra inspanning gerealiseerd worden. Zo zul je een artistieke vrijheid van gevoel bereiken.
  • Streef naar welluidendheid en flexibiliteit, gedurende het gehele stuk maar ook voor gedeelten daarvan.
  • Als je aan het spelen bent, luister dan met je ogen dicht. Je vingers gehoorzamen je dan beter.
  • Grip op het te spelen materiaal krijg je door grip te hebben op jezelf.
  • Leer heel zorgvuldig te luisteren wanneer je speelt.
  • Denk aan datgene wat de echte inhoud van het stuk uitmaakt, focus op zowel de verticale harmonie als de horizontale melodie.
  • Hoe moeilijker de passage is, des te meer ontspannen moet de fysieke conditie van de pianist zijn. Laat nooit emotie of spanning van invloed zijn op de muziek.
  • Sla de oogleden neer en laat je schouders zakken alsof je op het punt staat in slaap te vallen.
  • Studeer de moeilijkste en meest complexe passages afzonderlijk met de linkerhand en met de rechterhand in.
  • Wanneer je luistert, luister dan vooral naar de klankkleuren en beoordeel of die precies de verlangde zijn.
  • Speel dagelijks een paar stukken door, als ging het om een uitvoering. Maar houd je in en vermijd transpiratie!
  • Grijp de akkoorden en de gespreide liggingen met flexibele, soepele handen.
  • Beschouw rusten als momenten van stilte. Breng je oren tot rust door je aanslag, sonoriteit en tempo te veranderen.
  • Wanneer je oefent, concentreer je dan op wat je aan het doen bent en hoe je dat voor elkaar wilt krijgen. Werk nooit mechanisch. Anderzijds, wanneer je op het podium bent, houd dan op met denken en luister zodat je vertolking spontaan zal zijn.
  • Wees altijd gespitst op een mooie klank. Alles moet altijd mooi klinken.
  • Studeer van tijd tot tijd zonder van het pedaal gebruik te maken.
  • Train je zelf bij het studeren om een volmaakt evenwichtige klank tot stand te brengen, zonder ook maar de minste uitschieter. Denk daarbij ook aan het soepel bewegen van de handen.
  • Concentreer je vóór je gaat studeren op wat het resultaat moet zijn en bedenk vooraf hoe je dat resultaat wilt bereiken. Speel nooit op de automatische piloot, ook niet wanneer je etudes oefent.

                                                                ***

  •                   VOOR DE PROFESSIONELE PIANIST


1. Voor een kunstzinnig verantwoorde vertolking moet je je vooral concentreren op de thema’s, de melodieën, de harmonieën, de ritmes en tempi.

2. Oefen elke passage in met contrasterende tempi en soorten van aanslag : staccato, legato, forte, piano, snel, langzaam, uitbundig en ingetogen etc.

3. Schenk geen aandacht aan kleine fouten en laat je er ook niet door van de wijs brengen. Lach erom en speel met veel plezier en smaak!

4.Wanneer je speelt, moeten je armen comfortabel en ontspannen zijn. Je oren moeten daarin bewust meevoelen.

5. Speel nooit zonder plezier. Wanneer je vervuld bent van gevoelens van boosheid of haat, speel dan helemaal niet of probeer zonder enige emotie te spelen, rustig en gelijkmatig.

                                                     ***

                              LUISTER, LUISTER, LUISTER

Wanneer je nauwkeurig blijft luisteren om de intensiteit van elke toon te controleren, zullen je vingers je leren gehoorzamen. Wees je altijd bewust van de rusten en adempauzes, zelfs de kleinste. Wanneer je die negeert kan de muziek één brok chaos worden.

Vermijd extreme tempi en uiterlijk vertoon. Laat je door de piano leiden en forceer de klank nooit. Het contact moet neerkomen op een streling. Houd je verre van onbeheerste bewegingen, klanken en uitbarstingen. Studeer met soepele handen.

Studeer moeilijke passages van tijd tot tijd met hoger tempo in dan je ze op het podium gaat uitvoeren. Houd bij het studeren je aandacht gericht op expressie en let op belangrijke nuances. Speel stukken die je al kent op verschillende manieren, eerst langzaam en gelijkmatig in tempo, dan forte met volledige controle over elke toon. Speel uiteindelijk in een gelijkmatig, soepel tempo, met pedaal en laat de belangrijkste passages naar voren komen zonder details te overdrijven. Let altijd op soepele armen. Schud je tempi en fortissimi als het ware uit je mouwen!

Neem wel de tijd om de meest subtiele nuances zoals pianissimo en dolcissimo, apart in te studeren. Werk aan een soepele ritmiek. Ga niet aanscherpen wat al scherp klinkt. Houd de muziek in perspectief met brede golfbewegingen en penseelstreken. Wees je altijd bewust van je houding aan de piano en het ontspannen van je lichaam. Gecontroleerde rust is van groot belang. Om die te bereiken moet je je concentreren op de muzikale uitdrukking , niet op de latere vertolking op het podium. Luister naar de belangrijkste ideeën en speel die met brede penseelvegen.

***



DEEL II




Tempo en ritme : werk aan de afzonderlijke onderdelen van een vertolking.

  • Gooi je metronoom, je muzikale ‘thermometer’, maar meteen weg!
  • Mechanische instrumenten zijn niet geschikt om artistieke bewegingen in goede banen te leiden. Voordat je een stuk gaat instuderen moet je eerst bepalen wat de componist voor bedoelingen had qua exact tempo en daarbij letten op het karakter van de beweging. De aanduidingen allegro of andante geven slechts een indruk van de beweging aan. Het karakter van een muziekstuk kan rigoureus of soepel zijn, complex of eenvoudig. Een exacte indicatie is het niet. Om een voorbeeld te geven : een allegro tarantella met als kleinste notenwaarde de achtste, klinkt sneller dan een allegro rondo met zestienden of tweeëndertigsten.
  • Het tempo is ook mede afhankelijk van de diversiteit in aanslag, de klankrijkdom van de piano, het gebruik van pedaal en de akoestische omstandigheden in de zaal.
  • Het rubato bestaat uit een geleidelijk accelerando of ritardando in nauwelijks waarneembare proporties, zonder samenhang te verbreken met de lengte van de naburige noten. Bij een dergelijk rubato blijft de algemene puls van het tempo intact.
  • Begin je dagelijkse studie met stukken die je in het correcte tempo kunt spelen. Oefen ook in het juiste tempo, zodat je vanzelf merkt welke problemen je de baas moet worden.
  • Je moet in staat zijn de artistieke en technische benaderingen van elk stuk te combineren, omdat deze aspecten elkaar versterken. Denk eraan dat het pianissimo spelen van een stuk dat je al kent, de vingers niet zwakker maakt maar ze de noodzakelijke rust geeft. Het maakt ze sterk maar niet stijf. Vergeet niet dat iemand het best luistert met de ogen gesloten. Luister! Luister! Luister!
  •                                                     ***
  • VERSCHILLENDE SOORTEN VAN AANSLAG EN SOUPLESSE


Houd bij je oefeningen een gelijkmatig, gemiddeld tempo aan. Concentreer je daarbij op een absolute rust, houd je ogen gesloten , speel in het vereiste tempo, zoals je tijdens een concert zou doen. Let op een soepele beweging en een mooie klank. Wees zuinig met pedaal! Werk liever aan de grote lijnen dan aan afzonderlijke noten of fragmenten.

                                                                 ***

                                 HOE EEN PIANIST MOET LUISTEREN


Wanneer oren vermoeid raken, beginnen ze controle te verliezen. Wanneer ze overprikkeld raken wordt de hele vertolking overprikkeld, ongelijkmatig en onnauwkeurig. Wanneer je moe wordt, neem dan wat langzame, zangerige, lichte stukken waar je anders niet de tijd voor hebt. Een geslaagde vertolking hangt sterk samen met een gevoel van plezier. Om dat gevoel vast te houden moet je je oren soms rust gunnen door van klankkleur te veranderen. Ook je armen moet je laten rusten door andere bewegingen toe te passen en technische problemen op een verschillende manier te benaderen. Voorkom stagnatie! Wanneer je ondanks verschillende benaderingen toe te passen zoals oefenen zonder pedaal of in verschillende tempi, moe blijft, stop dan. Dwing je jezelf nooit om door te blijven werken wanneer je vermoeid bent, omdat spanning een gewoonte kan worden.

Pas legato toe! Moderne pianisten vergeten dat vaak en toch is het de basis van een mooie klank. Deze klank kan bereikt worden door geduldig oefenen. Stukken met een energieke aanslag, met accenten, staccato etc. kunnen met name de vingertoppen belasten. Daarom moeten dergelijke passages legato worden ingeoefend, met een bewust gelijkmatige en subtiele aanslag. Daardoor komen vingers en armen tot rust. Deze benadering kan gaandeweg meer afgewisseld worden door licht en piano te spelen in het voorgeschreven tempo, of soms ook sneller om een grotere snelheid te bereiken. Het spel moet overigens wel exact blijven.

Focus op de beweging enerzijds en het resultaat anderzijds. Bij beweging moeten we denken aan het bewegen van de armen, de aanslag van elke vinger en de houding van het lichaam. Bij elk aspect moet men zich comfortabel blijven voelen. Wanneer het om het resultaat gaat, streef dan naar de mooiste klankkleur. Toetsen worden graag gestreeld. Dan reageren ze met een mooie toon.

Begin je studie energiek, maar ga zuinig met je energie om! Maak een keuze uit een grote verscheidenheid aan stukken en passages uit grotere werken. Hoe groter de verscheidenheid en geïnvesteerde energie, des te beter het uiteindelijke resultaat.

Elk stuk en elk fragment heeft zijn eigen klankkleurenspectrum. Daar kun je achter komen door van een gematigd tempo over te gaan naar een snel tempo. Pas je klankkleur daarbij aan. Oefen nooit lang achtereen met eenzelfde aanslag of in een zelfde tempo.

Hoewel de meeste moderne piano’s meer kracht in de rechterhand vereisen, moeten we niet vergeten dat de bas de melodie ondersteunt. Door nu eens te focussen op de linker- en dan weer op de rechterhand, verkrijgen we een betere controle.

Techniek vereist kracht, maar wanneer we overdrijven komt de techniek zwaar en lelijk over. Probeer met expressie te blijven spelen en houd het precieze tempo aan zonder bruuske uitschieters. Houd je energie onder controle door wat gas terug te nemen en accenten te matigen. Vermijd vooral ook ongecontroleerde bewegingen.

Probeer om niet ongeduldig te worden : molto tranquillo. Oefen moeilijke passages rustig in. Vergeten stukken moeten piano, dolce worden ingeoefend, zonder pedaal. Houd eraan vast dat oefenen zonder pedaal altijd nuttig is. Geef je vingers de gelegenheid om bijzondere vormen van expressie , beweging en houding te ontdekken en gun daarbij je oren wat rust. Wanneer je het pedaal gebruikt, doe dat dan gedoseerd : speel met een vierde, een achtste of een half pedaal.

Let er bij het voorbereiden van een concert goed op dat je je handen niet afbeult met moeilijke gymnastische oefeningen of te veel kracht gebruikt. Dat vermoeit armen en oren alleen maar. Houd bij het studeren je armen licht en sopel. Let vooral op een mooie klankkleur. Houd je vingers zo dicht mogelijk bij de toetsen, laat je schouders zakken en let op een ontspannen ademhaling. Forceer niets en geef alleen maar wat je gemakkelijk kunt geven.

                                                                 ***

                                               DEEL III : OEFENINGEN


l. Houding aan de piano : Schenk aan dacht aan de manier waarop je zo comfortabel mogelijk zit. Het lichaam moet het zwaartepunt vormen en niet door spanning uit balans raken. Het moet de beweging van de arm volgen, naar links en naar rechts, maar moet afgezien daarvan   zo min mogelijk bewegingen maken. Je moet je hoofd stil houden en ja allen maar concentreren op denken en luisteren.

2. Houding van de armen : de meest gewone houding van de armen is die met de ellenbogen vrij loshangend van het lichaam. De ellenbogen hangen samen met de bredere bewegingen, de polsen met de kleinere. Daarbij moeten de vingers eerder op groepen van noten worden afgestemd dan op de noten afzonderlijk. Omdat de vingers de kleinste onderdelen zijn van het gehele mechanisme dat bij het spelen betrokken is, moeten hun bewegingen ook miniem zijn. Het is belangrijk de spiercoördinatie van de gehele arm te ontwikkelen en niet die van de vingers alleen. Beschouw je vingers meer als geleiders van elektriciteit dan als generatoren. Hoe uiteenlopender de problemen zijn waaraan je je handen moet aanpassen, des te sneller krijgen ze de vaardigheid om van houding te veranderen en soepeler te worden.

Elke misslag of andere vergissing is meestal het resultaat van nervositeit of een andere psychische reden. Ook kan het gaan om een gebrek aan kennis van de technische problemen van bepaalde passages of door gebrek aan concentratie op de kern ervan. Wanneer een passage voldoende is ingeoefend heeft het geen zin te blijven stilstaan bij kleine details. Speel op een artistiek verantwoorde manier.

                                                                 ***

Om moeilijke passage transparant te maken

  • moet je bij legatissimo de vingers nog iets platter tegen de toetsen houden.
  • Moet je onbeheerste bewegingen vermijden.
  • Moet je gedurende een langere tijdsperiode (pp – p – f – ff) streven naar dezelfde gelijkmatige klankkleur om je vingers te leren een geleidelijk crescendo of diminuendo over een langere periode te bewerkstelligen.
  • Vermijd scherpe accenten bij langere lijnen van crescendo en decrescendo, omdat anders het bedoelde effect verloren gaat.
  • Houd je vingers altijd zo dicht mogelijk bij de toetsen.

Let erop dat elke aanslag van de vinger intens moet zijn, maar zonder extra inspanning. Flexibiliteit van beweging ligt ergens tussen de extremen van overdreven stijfheid en losheid. Wanneer je zoekt naar een goede basis voor je pianotechniek probeer dan het zwaartepunt te ontdekken waarom heen je andere bewegingen cirkelen. Combineer meerdere noten binnen één beweging met dezelfde positie. Oefen van tijd tot tijd door zowel in snelle als langzame tempi de vingers niet op te tillen. Vermijd het in het algemeen de vingers te overbelasten. Wanneer moeheid toeslaat , geef ze dan wat rust zonder aandacht te besteden aan het daardoor ongelijkmatige klankbeeld. Wanneer ze zich zullen hebben hersteld, zullen ze exacter dan ooit spelen.

Moeilijke passages kunnen pas in het openbaar worden gespeeld wanneer ze trefzeker en zonder enige spanning kunnen worden gespeeld, in alle rust en met de nodige soepelheid.


Oefen de snelheid van aanslag totdat er geen verbeteringen meer plaats vinden. Wanneer je je voorstelt dat je vingers ogen hebben, dan moeten ze naar de toetsen kijken. Je energie moet door de toetsen worden geabsorbeerd en er niet vanaf ketsen.

Verschillende houdingen van de armen leiden tot verschillende soorten van klankkleur. Kijk voordat je gaat studeren welke speciale problemen je wilt oplossen. Wanneer je begint met studeren train jezelf er dan in de stukken licht en in tempo te spelen. Voel je bij het spelen comfortabel en richt je op een mooie klank, ook bij etudes.

“Strijk” je eigen problemen door voldoende tijd te geven aan klankkleur , beweging en souplesse van armen en vingers, en tempo. Laat jezelf niet door een afzonderlijk probleem ontmoedigen.

Let er op dat je je bewegingen een “oliebeurt” geeft, vooral bij sprongen en moeilijke houdingen als een springend legato. Houd deze metafoor in je achterhoofd bij langzame, melodieuze stukken, maar ook bij snelle en opzienbarende. Oefen zo nu en dan door in een dubbel zo snel tempo te spelen. Herhaal het stuk in een gemiddeld tempo, tranquillo, gelijkmatig, legato, met de vingers zo dicht mogelijk bij de toetsen. Vermijd overdrijving!

Veel passages worden gecontroleerd door de pols, niet door de vingers. Denk aan een emanatie vanuit de pols eerder dan uit de vingers. De pols heeft een functie als geleider van de bewegingen van de hand. Bij akkoorden brengt de pols het gewicht van de arm met een benedenwaartse beweging naar de toetsen.

                                               ***

                                                     OCTAVEN                                            

Leg bij het spelen van octaven het belangrijkste gewicht op de duim. Het lichaam moet in balans zijn en als springplank voor de octaven dienen. Let erop dat je je schouders van binnenuit ontspant, waardoor je armen los komen. Het gevoel moet er dan een zijn van een beheerste rust, niet van een gespannen stijfheid.

***

                                                EEN SOEPELE HAND

Na het uitvoeren van een passage, aparte noten, akkoorden of octaven, met name na gespreide akkoorden , moet de hand naar zijn normale positie terugkeren. Dit is het leidende principe van de soepele hand.

                                                                 ***

                                                            TRILLERS

Ongelijkmatige trillers worden meestal veroorzaakt door te veel spanning. Ontspan je vingers door uiteenlopende bewegingen te oefenen.

Vertaling : Jan Pieter Baan   Spijkenisse, zondag 29 maart 2020