www.resantiquae.nl


Basiscursus Latijn

Hogeschool Rotterdam

CLUSTER SOCIAAL & EXACT

AFDELING GESCHIEDENIS

INHOUD

 

cursus                                      

p. 4-96

bijlage I :werkvertalingen     

p. 97-104

bijlage II : Carmina Burana, hymnen, tekst van de mis en het requiem         

p. 105-125

bijlage III : alfabetische lijst van extra uitdrukkingen voor zelfstudie 

p. 126-135

bijlage IV : teksten op openbare gebouwen

p. 136-221

bijlage V : emblemata van Alciatus

p. 221-292

bijlage VI L emblemata-motto’s

p. 292-329

bijlage VII : chronogrammen door de eeuwen heen

p. 329-340

bijlage VIII : grafschriften uit de Oudheid

p. 341-351

bijlage IX : opschriften in Pompeii

p. 351-363

bijlage X : een oud kerstlied

p. 363-364


TER   INLEIDING

Geervliet, Januari 2001 

Beste Studenten,

Als aanvulling op de beknopte reader hebben jullie hier een diskette in handen waarmee verder studeren mogelijk is.

Allereerst kun je oefenen met het programma Start Latijn.

Verder vind je een bestand waarin 200 internet-adressen zijn vermeld die info geven over de klassieke oudheid.

Tenslotte  vind je in de uitgebreidere versie van de reader allerlei aanvullend materiaal waaronder tekstjes uit de klassieke oudheid, neo-latijnse teksten uit kerken en overheidsgebouwen,  emblemata [teksten die in combinatie met een afbeelding een diepzinnige boodschap bevatten], chronogrammen [teksten waarin bepaalde letters ook als cijfers kunnen worden gelezen en gecombineerd een jaartal opleveren] en inscripties, met name uit Pompeii.

Met “zoeken”  kun je gemakkelijk woorden en grammaticale begrippen vinden. Soms verdient het de voorkeur een gedeelte van deze reader gewoon even uit te printen.

Mocht je na de basiscursus je vaardigheden verder willen ontwikkelen, bel [0181-661388] of e-mail [jpa-baan@planet.nl]  mij  dan.

Veel leerplezier!

J.P. Baan

Doel van de cursus

            de student maakt kennis met de eigenaardigheden van de morfologie - de vormleer - en de syntaxis - de zinsleer - van de Latijnse taal en zal zich aan de hand van korte niet-authentieke tekstjes enige vertaalvaardigheid eigen maken. Daarnaast zullen enige relevante capita selecta worden behandeld uit de Latijnse literatuurgeschiedenis. Tenslotte  gaan we met elkaar na welke rol het Latijn  in West-Europa heeft gespeeld, met name op het kleinschalige vlak van teksten op openbare gebouwen, schilderijen en grafstenen.

      Tevens zullen in deze cursus de uitgangspunten van de Basisvorming expliciet aan de orde komen : gezien de bescheiden opzet van deze cursus

zullen we veel moeten afleiden uit onze voorkennis; we zullen in een zeer vroeg stadium onze kennis moeten gaan toepassen om enige vaardigheid te ontwikkelen in het  vertalen van eenvoudige teksten en bovendien zullen we met elkaar moeten nagaan in welke samenhang het Latijn is gebruikt.  Speciale aandacht zal dan ook worden gegeven aan het ontwikkelen van diverse leesstrategieën.

Studiebelasting : 

            Het totale aantal studiebelastingsuren bedraagt 80, te splitsen in 16 begeleide uren (werkcollege) en 64 niet-begeleide uren.

Studiepunten : 

         Het aantal te behalen studiepunten bedraagt : 2.

Toets :

            De cursus zal worden afgesloten met een schriftelijke toets over tijdens de colleges behandelde Latijnse  teksten.

Lesmateriaal :

     - Harm Pinkster, Caroline Kroon : Latijn, een eerste kennismaking,

                        ISBN 90 6283 706 9,Coutinho, Muiderberg, 1989.

     - grote ringband

     - geperforeerde werkbladen (tijdens de les uit te reiken)


Literatuurtentamen Keuzevak Latijn en receptie ['verwerkingsgeschiedenis'] van de Antieke Cultuur

       Het is mogelijk na het afsluitende tentamen van de cursus Latijn een literatuurtentamen te doen waarin titels ter sprake worden gebracht die direct of indirect met de Latijnse taal- en letterkunde van de Oudheid en daarna te maken hebben. Ook titels met betrekking tot de talige en niet-talige receptiegeschiedenis van de Oudheid mogen worden gekozen. In het kader van  receptiegeschiedenis  gaat men na op welke manieren en vanuit welke motieven men in later tijd de talen en culturen van de Oudheid heeft hergebruikt. 

Leerinhoud : het literatuurtentamen bestaat uit 600 pagina's literatuur naar keuze; suggesties zijn te vinden op onderstaande  lijst

Studiebelasting : de voorbereiding vereist 80 uren waarvan 4 begeleid en 76 onbegeleid; het tentamen telt voor 2 studiepunten.

Toetsing :  het tentamen zal mondeling worden afgenomen; de duur is een half uur.

Suggesties voor de boekenlijst :

- L. R. Palmer : The Latin Language, Faber & Faber Limited, London, 1968

- A.K. Bowman : Life and Letters on the Roman Frontier : Vindolanda and its people, British Museum Press, 1994

- Susini, G. : The Roman stonecutter, Blackwell, Oxford,  1973

- A.E. Gordon : Illustrated Introduction to Latin Epigraphy, University of California Press, 1989

- A.N. Zadoks-  Josephus Jitta : Muntwijzer voor de Romeinse tijd, Bussum , 1974

- P.H. Schrijvers : De mens als toeschouwer, essays over Romeinse literatuur en Westeuropese tradities, Ambo, Baarn -Polak & Van Gennep, Amsterdam, 1986

- M. Schipper (red.) : Onsterfelijke roem, het epos in verschillende culturen, Ambo, Baarn, 1989.

- Bzzletin 144 : Latijnse Dichters, BZZTôh, Den Haag, maart 1987

- G. Williams : Tradition and Originality in Roman Poetry, Oxford 1968

- G. Williams : The Nature of Roman Poetry, Oxford University Press, London, New York 1970

- G. Luck : The Latin Love Elegy, Methuen, London 1969

- W. Beare : The Roman Stage, Methuen, London, 1964

- G.E. Duckworth : The Nature of Roman Comedy, a Study in Popular Entertainment, Princeton University Press, Princeton, New Jersey 1971

- G. Cerri : History and biography in ancient thought, London 1987

- P. Cox, Biography in late Antiquity, a quest for the Holy Man, Berkeley/Los Angeles/London  1983

- C.W. Fornara : The nature of history in ancient Greece and Rome, University of California Press, 1988

- A. Momigliano : The Classical Foundation of modern History, University of California Press, Berkeley, 1990

- A.J. Woodman : Rhetoric in classical History, Routledge, London 1989

- P. Plass : Wit and the Writing of History, the Rhetoric of historiography in imperial Rome, Madison, Wisconsin, 1989

- B. Walker : The Annales of Tacitus, a study in the writing of history, Arno Press, New York 1981

- R. French, F. Greenaway : Science in the early Roman Empire; Pliny the Elder, his sources and his influence. Routledge, London, 1986.

- H.F. Jolowicz : Historical Introduction to the study of Roman Law, Cambridge, 1961

- G.J.M. Bartelink : De Geboorte van Europa, van laat-romeins imperium naar vroege middeleeuwen, Coutinho, Muiderberg,  1989

- G.J.M. Bartelink : Het vroege Christendom en de antieke cultuur, Coutinho, Muiderberg, 1986

- L.D. Reynolds, N.G. Wilson : Scribes and Scholars, a Guide to the Transmission of Greek and Latin Literature, Oxford University Press, Oxford, 1974 of latere druk

- P. Maas, Textual Criticism, Oxford 1958

- H. van Dijk, E.R. Smits (red.) : Dwergen op de schouders van reuzen. Studies over de receptie van de oudheid in de Middeleeuwen, Forsten, Groningen, 1990

- E.R. Curtius : Europäische Literatur und lateinisches Mittelalter, Bern 1948 (ook in Engelse vertaling beschikbaar)

- E. Auerbach : Mimesis, the Representation of Reality in Western Literature, Princeton University Press, Princeton, New Jersey, 1971 of latere druk

- C.H. Haskins : The Renaisssance of the twelfth Century, Harvard University Press, Cambridge, 1971 (5)

- G. Highet, The Classical Tradition, Oxford University Press, New York, London 1949 of latere druk

- D. Comparetti : Virgil in the Middle Ages, Sonnenschein/Mc Millan, 1908 (vele malen herdrukt)

- P. Brown, The World of late Antiquity, from Marcus Aurelius to Muhammed, London, 1976 (2)

- Th. Haarhof : Schools of Gaul, a study of pagan and Christian Education in the last century of the Western Empire, Oxford 1920

- E.K. Rand : Founders of the Middle Ages, Cambridge (Mass.) 1928

- G.A. Kennedy : Classical Rhetoric and its Christian and secular Tradition from ancient to modern times, London 1980

- J.J. Murphy : Rhetoric in the Middle Ages; a history of rhetorical theory from Saint Augustine to the Renaissance, Berkeley, 1974.

- J. Huizinga : Problemen der Renaissance, tien studiën, 1926

- E. Wind : Pagan Mysteries in the Renaissance, Penguin Books/ Faber & Faber, Harmondsworth, 1967

- J. Seznec : The Survival of the Pagan Gods, Princeton, 1972

- W.A.P. Smit : Kalliope : het renaissancistische-klassicistische epos 1550-1850, Van Gorcum, Assen, 1975


College-overzicht

College I :

            De opzet van het handboek van Pinkster/Kroon (voortaan afgekort als PK) : na een gedeelte  beschrijving, waarin de onderdelen morfologie (vormleer) (hoofdstuk  4) en syntaxis (zinsleer) (hoofdstuk 5) de meeste aandacht zullen vergen, volgt een onderdeel analyse met praktijkoefeningen (hoofdstuk 7) . De hoofdstukken 1, 2, 3 en 8 zijn van secundair belang. Heel nuttig zijn de appendices I t/m VI achterin het boek.

            Vandaag zijn uit PK aan de orde de hoofdstukken 1, 2 en 3. Deze behandelen de ontwikkeling van het Latijn, de beschikbare bronnen en de uitspraak.

            In 1.1. komt het werk Ab Urbe Condita van Livius ter sprake; omdat Livius abusievelijk niet in het overzicht achterin is opgenomen over hem kort het volgende :

            Titus Livius (59 v.C. - 17 n.C.), geboren in Padua,  wijdde zich na zijn studie filosofie en retorica aan het schrijven van de geschiedenis van het Romeinse volk in 142 boekrollen onder de titel  Ab Urbe Condita, letterlijk : vanaf de gestichte stad, dwz. vanaf de stichting van de Stad (Rome).  Het werk begint met Aeneas' aankomst in Italië en gaat tot de dood van Drusus in 9 v.C. Van het totaal zijn 35 boekrollen bewaard gebleven, o.a. die over de tweede Punische (Carthaagse) oorlog. Een belangrijk thema in het werk is  pietas : vaderlandsliefde, burgerzin en trouw. Het verleden houdt hij zijn tijdgenoten als een spiegel voor. Quintilianus karakteriseert Livius' stijl met de woorden  lactea ubertas : een rijkdom die aan volle melk doet denken.

           

            We lezen gezamenlijk de beroemde Claudia-inscriptie  uit 135 v.C. op PK p. 22 en 23. De opmerkingen iii a en b op PK p. 24  hebben al betrekking op de uitspraak, het onderwerp van hoofdstuk 3. Voordat we dit hoofdstuk systematisch behandelen, oefenen we de uitspraak aan de hand van de teksten op PK p. 34 en 35. We sluiten af met een authentieke tekst, een gedichtje van Catullus op PK p. 117.


College II :

             1.uitspraakoefening : de Petronius-tekst op PK  p. 121.

             2. kennismaking met de volgende termen :

           

             PK 4.1. :  verbuigbaar, niet-verbuigbaar, lexeem, enkelvoud (singularis) en meervoud (pluralis), subject (onderwerp) en object (lijdend voorwerp), nominativus (1e naamval), accusativus (4e naamval), predicatum (predikaat), congruentie, synthetische (flecterende)  en analytische talen, Indo-Europese talen.

           

            PK 4.2.1. :  nominale en verbale lexemen, nomen (naamwoord), verbum (werkwoord), getal (numerus singularis en pluralis), geslacht (genus masculinum, femininum, neutrum), naamval (casus : nominativus (1e nv), genitivus (2e), dativus (3e), accusativus (4e), ablativus (5e), vocativus (6e)), paradigma (rijtje), nomen substantivum( zelfstandig naamwoord), nomen adiectivum (bijvoeglijk naamwoord), declinaties (verbuigingen), stam, pronomen personale (persoonlijk voornaamwoord), pronomen reflexivum (wederkerend voornaamwoord), pronomen demonstrativum (aanwijzend voornaamwoord), pronomen determinativum (bepalend voornaamwoord), pronomen interrogativum (vragend voornaamwoord), pronomen relativum (betrekkelijk voornaamwoord), pronomen indefinitum (onbepaald voornaamwoord), pronomen possessivum (bezittelijk voornaamwoord).

            PK 4.2.2. :  conjugaties (vervoegingen), stam, stamtijden, infectumstam (onvoltooid) en perfectumstam (voltooid), finiete en niet-finiete vormen, participium (deelwoord), tempus praesens (o.t.t.), modus indicativus en coniunctivus (aantonende en aanvoegende wijs), actief en passief (bedrijvend en lijdend) genus, tempus en aspect, tempus praesens, praeteritum en futurum, gerundivum, gerundium, verba deponentia.

            PK 4.3.  :   adverbium (bijwoord), prepositie (voorzetsel), coniunctie (voegwoord), interiectie (tussenwerpsel), vraagpartikel (vraagwoord), negatiepartikel (ontkenning).

            PK 4.4.1. :  prefixen en suffixen (voorvoegsels en achtervoegsels), gradus comparionis (trappen van vergelijking) : positivus, comparativus, superlativus (stellende, vergrotende en overtreffende trap)

.

            3. analyse van de voorbeeldzinnen op PK  p. 34 en 35 en bespreking van het schema onderaan PK p. 35

          4. substantiva en adiectiva van de 1e en 2e declinatie, PK  p. 167.


  

College III : 

            1. uitspraakoefening : Livius-tekst op PK p. 122

            2. kennismaking met de volgende termen :

            PK 5. :  syntaxis (zinsleer), predikaat (gezegde), argument (noodzakelijke constituent), satelliet (niet-noodzakelijke constituent).

            PK 5.1. : predikaatsnomen (naamwoordelijk deel van het gezegde), appositie (bijstelling), agens (de handelende persoon), de patiens (de lijdende persoon).

            PK 5.2. :  tempus imperfectum (o.v.t.), tempus perfectum (v.t.t.), modus indicativus (de aantonende wijs), modus coniunctivus ( de aanvoegende wijs), modus imperativus (de gebiedende wijs).

           

            3. substantiva en adiectiva van de 3e declinatie, PK p. 168.

           

College IV :

            1. uitspraakoefening : een stukje neo-latijn op PK p. 123

            2. substantiva van de 4e en 5e declinatie, p. PK 168-9.

            3. verba in het tempus praesens (o.t.t.), p. PK 172 vv.

College V :

            1. uitspraakoefening

            2. samenvatting substantiva en adiectiva van de 1e t/m 5e  declinatie aan de hand van praktijkoefeningen.

            3. verba in het tempus imperfectum (o.v.t.), PK p. 172 vv.

College VI :

            1. uitspraakoefening

            2. de gradus comparationis, de trappen van vergelijking,  PK p. 52

            3. verba in het tempus futurum (o.t.t.t.), PK  p. 172 vv.

College VII:

         1. uitspraakoefening

            2. het adverbium (bijwoord), PK  p. 51, 52 en 53.

            3. verba in het tempus perfectum en plusquamperfectum (v.t.t. en v.v.t.), PK p. 174-175.

College VIII :

            1. uitspraakoefening

            2. de preposities (voorzetsels), PK  p. 51

            3. de verba deponentia, PK  p. 50.

            4. de participia, gerundium en gerundivum, PK p. 45,56,65; 49,50.

College IX :

            1. uitspraakoefening

            2. de pronomina demonstrativa, personalia, reflexiva en possessiva, PK p. 40-41; 169-170.

            3. de modus coniunctivus in hoofdzinnen, PK p. 62,  110-111.

College X :

            1.  uitspraakoefening

            2. de pronomina  relativa, definita en indefinita, PK p. 40-41; 169-170.

            3. de modus coniunctivus in bijzinnen, PK p. 62, 110-111.

College XI :

            1. uitspraakoefening

            2. het gebruik van het woordenboek, PK hoofdstuk 7.1.

            3. de a.c.i. - constructie, PK p. 66.

College XII :

            1. uitspraakoefening

            2. grammaticale hulpmiddelen

            3. de ablativus absolutus, PK p. 65.

College XIII  :

             1. uitspraakoefening

            2. het gebruik van vertalingen, de Loeb-editie.

            3. het verleden binnen de Latijnse letterkunde, de genres van epos en historiografie, receptie  PK p. 131 vv.

College XIV :

            1. uitspraakoefening

            2. het neo-latijn

            3. de problematiek van de betrekkelijke bijzin

College XV :

            1. uitspraakoefening

            2. latijnse teksten in de St. Laurenskerk te Rotterdam

            3. de problematiek van de periode-zin

College XVI :

            1. uitspraakoefening

            2. responsiecollege

Afsluitende Toets


TER INLEIDING

            Tijdens de oudheid, de middeleeuwen en de Renaissance heeft het Latijn een belangrijke rol gespeeld in West-Europa. In de Oudheid was het de levende taal waar je in het gehele Imperium Romanum mee uit de voeten kon. Tijdens de Middeleeuwen is het de taal geworden van de geleerde clerus, de geestelijkheid. In de Renaissance streefden de humanisten ernaar niet alleen het gedachtengoed van de Oudheid  na te volgen en uit te bouwen, maar ook het - met name Ciceroniaans - Latijn  te hanteren als door alle geleerden begrepen communicatiemiddel.

            Deze cursus heeft slechts de pretentie een inleiding te bieden in de eigenaardigheden van de Latijnse taal. We zullen de belangrijkste grammaticale verschijnselen behandelen aan de hand van spreekwoorden, grafschriften, gevelsteenteksten, fragmenten uit emblemata-boeken, teksten op schilderijen en gravures en enkele authentieke teksten uit de Oudheid.

            De geboden voorbeelden worden veelal niet door een contekst verduidelijkt. Op basis van onze kennis van vorm- en zinsleer moeten we proberen de uitdrukking vanuit zichzelf te verklaren. Dat kost tijd en energie; vandaar het motto bij deze lessen :   tempore   et   industria.

            Aan het eind van elk college neem ik een samenhangende Latijnse tekst op die ik - met enige, in enkele gevallen aanzienlijke,  aanpassingen - ontleen aan het oefenboek van de methode FABVLAE van G.L. Muskens en J. Ysebaert, uitgeverij J. Schenk, Maastricht, 12e druk. Telkens volgt op de Latijnse tekst een zo letterlijk mogelijke werkvertaling. Door het vergelijken van tekst en vertaling komen we de eigenaardigheden van de Latijnse zinsbouw op het spoor.  

COLLEGE I  

          Deze les staat in het teken van het gesproken Latijn ; we gaan oefenen in de uitspraak van Latijnse woorden en zinnen. We beginnen met twee inscripties. De eerste is lange tijd voor de oudste authentieke Latijnse tekst gehouden, totdat een scherpzinnige mevrouw de speld waarop hij was gekrast eens wat nader bestudeerde; het bleek een vervalsing te zijn waarmee de filoloog  Helbig in de tweede helft van de 19de eeuw zijn collega's voor de gek wilde houden.......

            Manios med fhefaked Numasioi

In "normaal'  Latijn zou dit geweest zijn :

            Manius me fecit Numerio

            Manius heeft me gemaakt voor Numerius (me : de speld zelf)


            De beroemde Claudia-inscriptie is wel echt; hij staat op PK p. 22 en 23; let op een merkwaardig dooreenlopen van traditie en moderniteit.

            Op PK p. 34 en 35 staan losse zinnen en uitdrukkingen aan de hand waarvan we de uitspraak inoefenen. Tenslotte lezen we een gedicht van Catullus, die leefde van 85 tot 55 v.C.

COLLEGE II 

Oefenstof 1e en 2e declinatie, cf. PK  p. 167 en het overzichtje op PK p. 35

                       

De declinatie van de zelfstandige  naamwoorden; de eerste en de tweede declinatie

1.1.1. De theorie

1.1.1.1. De naamvallen

         Het Latijn kent vijf naamvallen :

1. de nominativus met de functies onderwerp, naamwoordelijk deel van het gezegde en aanspreekvorm

2. de genitivus met de functie van bijvoeglijke bepaling : vertaling  : van, jegens

3. de dativus met de functie van meewerkend voorwerp : vertaling : aan, voor

4. de accusativus met (o.a. ) de functie van het lijdend voorwerp

5. de ablativus met de functie van bijwoordelijke bepaling : vertaling : met, door

(woorden op -us van de 2e declinatie hebben een aparte aanspreekvorm : amicus heeft  amice)

1.1.1.2. De zelfstandige naamwoorden van de eerste en tweede declinatie :

vrouwelijk :                    mannelijk :                     onzijdig :

mensa                  mensae      hortus         horti            bellum                 bella

mensae      mensarum  horti            hortorum     belli            bellorum

mensae      mensis                  horto           hortis           bello           bellis

mensam     mensas       hortum        hortos          bellum                 bella

mensa                  mensis                  horto           hortis           bello           bellis

1.1.2. De praktijk

n.b. bij veel spreuken kan als gezegde 'est' [is] of 'sunt' [zijn] worden aangevuld

alea iacta est alea : dobbelsteen  iacere : werpen    iactus : geworpen   est : is

amicus certus in re incerta amicus : vriend  certus : zeker  res : zaak, situatie

amicus usque ad aras  usque ad : tot aan    ara : altaar [hier gebruikt voor : godsdienstige overtuiging]

Amicus Plato sed magis amica veritas    magis : meer    veritas, -atis : waarheid

anxia divitiarum cura [est]  anxius : angstig  divitiae : rijkdom  cura : zorg

arcana imperii  arcanum : geheim   imperium : rijk, macht

CaroLVs DIVVs 666   divus : goddelijk   cf. Openbaring 13 : 18 [over herkomst en aard van het chronogram zie bijlage 4]

CLaVDIVs ferVs 666  ferus : woest

aVreLIanVs DaCVs 666  Dacus : Daciër, uit de provincie Dacië

heroDes LVCIfVgVs 666  lucifugus : voor het licht op de vlucht

Davus sum, non Oedipus  Davus : naam van een slaaf    sum : ik ben

circulus vitiosus    circulus : cirkel   vitiosus : slecht

Deus ex machina   deus : god   ex : uit   machina : hijstoestel

fervet olla, vivit amicitia  fervere : koken  olla : pot   vivere : leven   amicitia : vriendschap

fortuna vitrea est  fortuna : het lot  vitreus : van glas

habent sua fata libelli (Terentianus Maurus, de litteris 1286)  habere : hebben  suus : hun eigen  fatum : lot   libellus : boekje

imperium Manlianum   imperium : bevel    Manlianus : van Titus Manlius Torquatus, consul in 340 v.C.

liberum arbitrium   liber : vrij   arbitrium : oordeel, wil

Magna Charta   magnus : groot  Charta : wet   In deze tekst (Runnymede, 1215) van Jan zonder Land werden de burgerlijke vrijheden vastgelegd

magnificat anima mea Dominum  magnificare : groot maken   anima : ziel    meus : mijn   Dominus : Heer   cf. Lucas 1 : 46 vv.

mea maxima culpa   meus : mijn    maximus : zeer groot  culpa : schuld

periculum in mora   periculum : gevaar     mora : uitstel

poeta laureatus   poeta : dichter   laureatus : van lauwerkrans voorzien

pudica laboriosa religiosa univira unicuba   pudicus : kuis   laboriosus : vlijtig   religiosus :  vroom   univira : met één man gehuwd   unicuba : bij één man gelegen

tabula rasa   tabula : wastafeltje    radere : gladmaken

quinta essentia   quintus : vijfde    essentia : wezen

sera parsimonia in fundo (Rotterdam, Stadhuis, ter hoogte van monument voor Van Oldenbarnevelt)  serus : laat   parsimonia : spaarzaamheid   fundus : bodem

advocatus diaboli   diabolus : duivel (le diable)

anno domini    annus : jaar   dominus : heer

anxia divitiarum cura   anxius : angstig    divitiae, -arum : rijkdom   cura : zorg

arcana imperii    arcanum : geheim    imperium : macht

beatae memoriae    beatus : gelukzalig

gloriosae memoriae   gloriosus : roemrijk

calculus Minervae    calculus : stemsteentje

(Orestes was uiteindelijk door het stemsteentje van Minerva = Athena vrijgesproken van schuld; hij had Clytaemnestra en Aegisthus om het leven gebracht om zijn vader Agamemnon te wreken)

taedium vitae   taedium : walging   vita : leven

Musis sacrum    musa : Muze    sacer : gewijd aan

cedant arma togae     cedere : wijken  cedant : laten zij wijken   arma : wapens  

concedat laurea linguae   concedere : wijken   laurea : de lauwerkrans (van de overwinnaar)   lingua : de tong (van de orator)

Deo gratias     deus : god  gratia : dank

VIr phoebo et MVsIs gratVs VonDeLIVs 1679

(grafschrift van Jan Six voor het graf van  Vondel in de Nieuwe Kerk te Amsterdam)  vir : man   Phoebus (Apollo) : de Stralende   gratus : dierbaar

amicus usque ad aras  amicus : vriend   usque ad : tot aan   ara : altaar  [hier voor : godsdienstige overtuiging]

ante Christum natum    ante : voor   natus : geboren

aquila non captat muscas   aquila : adelaar    captare : vangen   musca : vlieg

arma virumque cano  vir, viri : man   canere : bezingen

(Vergilius, Aeneis 1,1)

balnea vina Venus  corrumpunt corpora nostra  balneum : bad  vinum : wijn     corrumpere : bederven    corpus, -oris : lichaam   noster : ons

sed vitam faciunt balnea vinum Venus. sed : maar   facere : maken

[graf van Claudius Secundus, gestorven op 52-jarige leeftijd, Palazzo Cafarelli, Rome    CIL 6, 15258 / B 1499]

Deo gratias   deus : god   gratia : dank

discite iustitiam   discere : leren   iustitia : rechtvaardigheid

habent sua fata libelli    habere : hebben    suus : hun eigen  fatum : lot     libellus : boekje

o fortunatam natam me consule Romam   fortunatus : gelukzalig   natus : geboren   me consule : tijdens mijn consulaat  [bij 'o' + uitroep volgt vaak een accusativus]

(Cicero, de consulatu suo)

paratae lacrimae insidias, non fletum indicant   paratus : klaar, gereed  lacrima : traan    insidiae : hinderlaag   fletus : gehuil, verdriet   indicare : aanwijzen, een teken  zijn van

(Publilius Syrus)

vivos voco, mortuos plango  vivus : levend   vocare : roepen  mortuus : dood  plango : beklaag

(opschrift op klok)

aequo animo   aequus : gelijkmatig, evenwichtig, gelijk    animus : geest

ex aequo [bij sport : gelijkstand] 

anno domini   annus : jaar    dominus : heer

auspicio tuo  auspicium : bekijken van vogeltekens, verantwoordelijkheid  tuus : van jou

ave, Maria, gratia plena, Dominus tecum   ave : gegroet    gratia : genade   plenus [+ ablat] vol van    tecum : met jou

epIphanIa DoMInI CaeLo eXaLtata    epiphania : verschijning   caelum : hemel     exaltare : tevoorschijn komen uit

(tekst uit 1714, Platielstraat 10, Maastricht)

erit sepulchro domini gloria   erit : futurum van est  sepulchrum : graf   gloria : roem

(tekst uit 1709 boven ingang Bonnefantenklooster Maastricht)

ex voto    ex [+ abl.]: overeenkomstig, op grond van   votum : gelofte

imperium in imperio    imperium : macht

folio recto, verso  folium : blad

loco citato, loco laudato  locus : plaats   citare/laudare : aanhalen, citeren

sine ira et studio   sine (+abl.) : zonder   ira : woede   studio : partijdigheid

sapientia vince, rex, noli vincere ferro     sapientia : wijsheid     vincere : overwinnen     noli : wil niet [wordt gebruikt om een verbod aan te geven]    ferrum : ijzer, zwaard

Tenslotte een Fabula waarin de substantiva van de eerste en tweede declinatie in ruime mate aan bod komen :

IVPPITER SVMMVS DEVS ROMANORVM

Saturnus deus et Rhea dea caelum et terram regunt. In caelo et in Olympo habitant. Olympus mons summus Graeciae est. Rhea  Saturno tres filios et tres filias parit. Ceres, Vesta , Iuno filiae sunt, Neptunus, Pluto, Iuppiter filii Saturni et Rheae sunt. Saturnus filios et filias timet; ideo eos devorare  cupit; sed Iuppiter Saturnum Olympo 5   pellit et in Latium fugat. In Latio Saturnus latet apud Latinos. Nunc Iuppiter regnat. Summus deus Romanorum fit. Fulmen (bliksem) telum est, aquila (adelaar)  nuntius, tonitrus (donder) vox dei est. Iuppiter caelum et terram regit. Neptuno dicit : :"Neptune, tibi mare do". Neptunus mare regit. Plutoni dicit : "Pluto, tibi Tartarum do".  Pluto Tartarum accipit. Ceres frumentum curat, Vesta domos protegit, Iuno uxor 10  summi dei et regina deorum fit. Iuno dea duos filios parit : Vulcanus et Mars filii deae sunt. Iuppiter et Iuno saepe litigant. Non semper dei Romanorum bonum exemplum Romanis dant. Tamen Romani eos hostiis et votis colunt.

            Werkvertaling :

Jupiter, de belangrijkste god van de Romeinen.

De god Saturnus en de godin Rhea besturen hemel en aarde. Ze wonen in de hemel en op de Olympus. De Olympus is de hoogste berg van Griekenland. Rhea schenkt Saturnus drie zonen en drie dochters. Ceres, Vesta en Juno zijn de dochters, Neptunus, Pluto en Jupiter de zonen van Saturnus en Rhea. Saturnus is bang voor zijn zonen en dochters; daarom verlangt hij hen te verslinden; maar Jupiter verdrijft Saturnus van de Olympus en verjaagt hem naar Latium. In Latium houdt Saturnus zich schuil bij de Latijnen. Nu is Jupiter koning. Hij wordt de belangrijkste god van de Romeinen. De bliksem is zijn wapen, de adelaar zijn boodschapper en de donder is de stem van de god. Jupiter heerst over hemel en aarde. Hij zegt tegen Pluto :"Pluto, ik geef de Tartarus (de onderwereld) aan jou". Pluto aanvaardt de Tartarus. Ceres zorgt voor het graan, Vesta beschermt de huizen en Juno wordt echtgenote van de belangrijkste god en koningin van de goden. De godin Juno brengt twee zonen ter wereld : Vulcanus en Mars zijn de zonen van de godin. Jupiter en Juno maken vaak ruzie. Niet altijd geven de goden van de Romeinen het goede voorbeeld. Toch vereren de Romeinen hen met offers en geloften.

           


- het werkwoord (verbum) staat meestal achteraan in de zin.

- let op de naamvalsuitgangen :  r.1   Saturnus........   r. 2 Saturno, r. 7 Neptuno......r.8 Neptunus

COLLEGE III 

Oefenstof 3e declinatie, cf. PK p. 168

De declinatie van de zelfstandige naamwoorden : de derde declinatie 

 De theorie

mannelijk-vrouwelijk                        onzijdig:

rex              reges                             nomen                 nomina

regis           regum                                     nominis       nominum

regi             regibus                          nomini                  nominibus

regem                  reges                             nomen                 nomina

rege            regibus                          nomine       nominibus

n.b. 1. de stam van dit type woorden vinden we door van de genitivusvorm enkelvoud de letters -is weg te schrappen. De stam van rex is dus reg- .

n.b. 2. mannelijk zijn de woorden die in de nominativus eindigen op :

-os, -or en -er

           vrouwelijk zijn de woorden die in de nominativus eindigen op :

-as, -aus, -o, -es, -is, medeklinker + s en -x

           onzijdig zijn de woorden die in de nominativus eindigen op :

-l, -e, -c, -n, -a, -t, -ar, -ur, -us

n.b. 3 Woorden die in de nominativus eindigen op -us kunnen zowel tot de tweede declinatie behoren [bv. hortus, horti] als tot de derde [bv. corpus, corporis, lichaam].

nb 4. Een woordenboek geeft duidelijk aan tot welke declinatie een woord behoort door na de nominativusvorm ook weer te geven hoe de genitivus eruit ziet, bv.  equus, - i , paard [dus van de tweede declinatie] en obses, -idis, gijzelaar [dus van de derde]

De praktijk :

alius est amor, alius est cupido   alius : anders (s)      amor, amoris  : liefde   Cupido, Cupidinis : begeerte, sex

(Lucius Afranius)

amantium  irae amoris integratio est  amans, -ntis : minnaar   amor, -oris : liefde  integratio, - nis : herstel, vervulling

(Terentius, Andria, 555)

[de volgende uitdrukking komt op hetzelfde neer :  Discordia fit carior concordia ['Door tweedracht wordt eendracht dierbaarder']]

anguis in herba   anguis, -is : slang   herba : gras

annus mirabilis    mirabilis : wonderlijk

ars celandi artem   ars, artis : kunst   celare : verbergen  [celandi : van het verbergen]

artes liberales   liberalis : een vrij man waardig

Berolinum : lumen orbi  [anagram!]  lumen, luminis : licht  orbis, -is : wereld

captatio benevolentiae  captatio, -nis : streven naar  benevolentia : welwillendheid

[aan het begin van een toespraak wijst de spreker op zijn eigen zgn. gebrekkige kwaliteiten, de moeilijkheid van het onderwerp etc. om zeker te zijn van de solidariteit van de tooehoorders; hij doet dus een beroep op hun welwillendheid]

caveant consules    cavere : op zijn hoede zijn [caveant : zij moeten op hun hoede zijn]

caveat emptor   emptor, emptoris : koper

coelibes coelites [sunt]   coelebs, -ibis : ongehuwd  coeles, -itis : hemeling

corpus delicti   corpus, -oris : lichaam    delictum : misdrijf

dulce et decorum est pro patria mori  dulcis : zoet [onzijdig : dulce]  decorus : mooi    patria : vaderland   mori : sterven

(Horatius, carmen 3,2,13)

dulce est desipere in loco    dulcis : aangenaam   desipere : gek doen    locus : plaats, gelegenheid

dura lex sed lex  durus : hard   lex, legis : wet

expertus dico : nemo est in amore fidelis   expertus : ervaren   dicere : zeggen  

nemo : niemand    fidelis : trouw

(Propertius 2,34, 3)

frater : fere alter    frater : broer   fere : bijna   alter : een ander

generatio aequivoca   generatio, -onis : voortplanting   aequivocus : spontaan

ecce homo   ecce : zie

homo bulla   bulla : zeepbel

homo homini lupus [Plautus, Asinaria 495]  homo, hominis : mens   lupus : wolf

homo homini deus si suum officium sciat   si : indien  suus : zijn  officium : plicht   scire : kennen, weten

(Caecilius Statius)

homo unius libri    unus, unius : één   liber, libri : boek

cave hominem unius libri, Augustinus, Thomas van Aquino   cavere : oppassen voor [iemand die maar één boek heeft gelezen, heeft er vaak ook het meeste nut uit gehaald]

honos alit artes   honos = honor, honoris : eer   alere : voeden

humiles laborant ubi potentes dissident  humilis : laag   laborare : het moeilijk hebben  ubi : waar   potens, potentis : machtig   dissidere : het met elkaar oneens zijn

Iesus Hominum Salvator; Iesus Hortator Sanctorum  salvator : heiland  hortator : aanspoorder    sanctus : heilig

in legibus libertas (Rotterdam, Stadhuis, ter hoogte van het monument voor Hugo de Groot)  lex, legis : wet  libertas, -atis : vrijheid

Iunoni meae (Leiden, Rijksmuseum van Oudheden, op ring gevonden in de sarcofaag van Simpelveld) Iuno, Iunonis : Juno   meus : mijn

ius civile, gentium, privatum/publicum, ius talionis  ius, iuris : recht  civilis : burgerlijk [onzijdig : civile]    gens, gentis : volk   privatus : privé    publicus : algemeen     talio, talionis : vergelding

summum ius, summa iniuria    summus : hoogste  ius, iuris : recht    iniuria : onrecht

Iesus Nazarenus Rex  Iudaeorum   rex :koning

mens sana in corpore sano   mens : geest   corpus, corporis : lichaam  sanus : gezond  

militat omnis amans   militare : soldaat zijn   omnis : elk, ieder  amans, amantis : minnaar

Mors CVnCtos InVaDet   mors, mortis  : dood    cuncti : allen   invadere : bedreigen

(verdwenen inscriptie uit 1711, Capucijnenstraat, Maastricht)

non omnia possumus omnes    posse : kunnen

(Vergilius, Ecloga VIII, 63)

omne vivum ex ovo   vivus : levend   ovum : ei

ab ovo usque ad mala  ovum : ei     malum : appel

(Horatius, satiren I, 3, 6)   :'van begin tot eind [van de maaltijd]' of 'vanaf het ei [van Leda] tot en met de appels [van de Hesperiden]'

omnia vincit amor   vincere : overwinnen

(Vergilius, Ecloga X, 69)

omnis homo = fac totum   fac : doe !

oratio harmoniae domina  oratio, -nis : taal   harmonia : samenklank   domina : meesteres

(Claudio Monteverdi)

parens patriae   parens, parentis : vader   patria : vaderland

patres conscripti  pater, patris : vader conscriptus : erbij geschreven

poena comes sceleris   poena : straf   comes, comitis : begeleider   scelus, sceleris : misdaad

pontifex maximus   pontifex, -icis : priester

rara avis   rarus : zeldzaam   avis, avis : vogel

quid leges sine moribus et fides sine operibus? (Rotterdam, stadhuis)

lex, legis : wet  mos, moris : zede   fides, fidei : geloof  opus, operis : werk

sacrosancta potestas  sacrosanctus : onschendbaar   potestas, -atis : macht

sal Atticum  sal, salis : zout   Atticus : Attisch, uit Attica

sancta simplicitas  simplicitas, -atis : eenvoud

si nummi, immunis [palindroom]   si : als, indien nummus, munt   immunis : vrijgesproken

silent leges inter arma    silere : zwijgen   inter : tussen

societas leonina   societas, -atis : verdrag   leoninus : leeuwen-

sortes Vergilianae   sors, sortis : orakel  Vergilianus : van Vergilius

sunt aliquid manes, letum non omnia finit 

sunt : zij zijn   aliquid : iets  manes, manium : de schimmen   letum : dood   finire : beëindigen

(Propertius, 4,7,1)

una salus victis : nullam sperare salutem   salus, salutis : redding  victus : overwonnen   nullus : geen   sperare : hopen op, verwachten

(Vergilius, Aeneis 2, 354)

ut pictura poesis   ut zoals   pictura : schilderij   poesis : taal

vanitas vanitatum   vaitas :  ijdelheid

varia lectio   varius : afwisselend   lectio, -onis : lezing (in handschrift)

varium et mutabile semper femina   mutabilis : grillig   semper : altijd   femina : vrouw

(Vergilius, Aeneis, 4, 569)

vicit vim virtus  (in wapen van Haarlem) vincere : overwinnen   vis : geweld  virtus, virtutis : deugd

vox clamantis in deserto   vox, vocis : stem   clamans, clamantis : roepend  desertum : woestijn

ab anno incarnationis   ab : vanaf   incarnatio, -onis : vleeswording (van Christus)

aetatis suae anno   aetas, aetatis : leven

amantium irae amoris integratio est  amans, -ntis : minnaar   ira : woede    amor, amoris : liefde   integratio, -onis : herstel

amoris vulnus idem sanat qui facit  vulnus, vulneris : wond  idem : dezelfde  sanare : genezen  qui : hij, die   facere : veroorzaken

(Publilius Syrus)

anni currentis  currere : lopen

anno domini salvatoris nostri  salvator, -ris : heiland, redder   noster : van ons

bellum omnium in omnes  bellum : oorlog   omnis : alle

CLeMentIs ChrIstI sVbsIDIo  clemens : lankmoedig   subsidium :hulp

(tekst uit 1760 op pand Achter het Vleeshuis 21, Maastricht)

hominis est errare  homo, hominis : mens  errare : zich vergissen

DeLphensIVM CVrIa reparata  Delphensis : inwoner van Delft  curia : stadhuis

(tekst uit 1662  op de gevel van het stadhuis te Delft)

Iesus Hominum Salvator   homo, hominis : mens   salvator, -oris : heiland

ius gentium   ius, iuris : recht   gens, gentis : volk

laudator temporis acti  laudator : prijzer  tempus, temporis : tijd  actus : verleden

(Horatius, Ars Poetica 173)

magister artium liberalium  magister : meester   ars, artis : kunst, wetenschap   liberalis : een vrij man waardig

more maiorum  mos, moris : zede, wijze   maiores : voorouders

natura artis magistra  [est]  natura : natuur    ars, artis : kunst    magistra : leermeesteres  [hieraan heeft de Amsterdamse dierentuin zijn naam ontleend]

poena comes sceleris [est]   poena : straf [spreek uit : poina]    comes, comitis : metgezel   scelus, sceleris : misdaad

super flumina Babylonis  flumen, fluminis : rivier   super: boven, aan    flumen, fluminis : rivier, stroom   Babylon, Babylonis : Babylon [zo begint psalm  137 in de Latijnse versie]

tertium comparationis   tertium : derde punt   comparatio, -onis : vergelijking

vanitas vanitatum   vanitas, -atis : ijdelheid

arti et amicitiae  amicitia : vriendschap

dis manibus sacrum  deus : god [dis = deis!]   manis : goed   sacer : gewijd

lectori salutem   lector, -oris : lezer  salus, salutis : heil, welzijn

mors infanti felix, iuveni acerba, nimis sera est seni.  infans, infantis : kind  felix, felicis : gelukkig       iuvenis, -is : jongeman          acerbus : bitter       nimis :  al te       serus : laat   senex, senis (!) : oude man

(Publilius Syrus)

multa petentibus desunt multa    multus : veel     petere : vragen    petens, petentis : vragend    de-esse : ontbreken   desunt : zij ontbreken

nec pluribus impar   nec = non    plures : meer    impar, imparis : niet opgewassen tegen

(devies van Lodewijk XIV)

nil mortalibus ardui est    nil = nihil    mortalis, -is : sterfelijk   arduus : zwaar, moeilijk

  

nil sine magna vita labore dedit mortalibus   magnus : groot   labor, laboris : inspanning  dedit : heeft gegeven

(Horatius, Satiren, 9,59)

sIC aVDaCI fortVna MinIstrat    sic : zo    audax, audacis : stoutmoedig     ministrare : dienstbaar zijn, ter wille zijn

(tekst uit 1714, Markt 15, Maastricht)

urbi et orbi   urbs, urbis : stad   orbis, orbis : wereld

ad hominem  ad : tot, gericht op   homo, hominis : man, mens [een argumentum ad hominem is direct op de persoon gericht, niet op de zaak]

ad patres  pater , patris : vader, voorvaderen [gezegd van iemand die overleden is]

ars celandi artem   celare : verbergen  [celandi : van het verbergen]

audentes fortuna iuvat    audens, audentis : durvend, degene die durft    iuvare : helpen

caput Nili quaerere   caput, capitis : hoofd, bron   Nilus : Nijl    quaerere : zoeken

cave canem   cavere : oppassen voor     canis canis : hond

canis a non canendo  a = ab    canere : zingen

firmissima est inter pares amicitia    firmissimus : zeer sterk   inter : tussen, onder par, paris : gelijk   amicitia : vriendschap

gutta cavat lapidem non vi sed saepe cadendo   gutta : druppel    cavare : uithollen     lapis, lapidis : steen   vis : geweld saepe : vaak    cadere : vallen   

mendacem memorem esse oportet    mendax, mendacis : leugenachtig   memor, memoris : denkend aan, geheugenvast    oportet : het behoort ['dat een leugenaar....']

o tempora, o mores !    tempus, temporis : tijd    mos, moris : zede

panem et circenses    panis, panis : brood    ludi circenses : spelen in het Circus of het Amphitheater

occasio facit furem   occasio, occasionis : gelegenheid    facere : maken  fur, furis : dief

si vis pacem, para bellum    vis : jij wilt    pax, pacis : vrede   parare : voorbereiden

una salus victis [est] :  nullam sperare salutem   unus : een   salus, salutis : redding   victus : overwonnen    nullus : geen    sperare : hopen, verwachten

adhuc sub iudice lis est   adhuc : nog altijd    sub (+ abl.) onder   iudex, iudicis : rechter   lis, litis : geschil

arte non vi  ars, artis : kunst   vis : geweld

CLeMentIa DeI atqVe operIbVs strVCta     clementia : lankmoedigheid   deus : god   opus, operis : werk   structus : opgebouwd   [gezegd van het gebouwde  domus,  huis (vrouwelijk!)]

(tekst uit 1768, Rechtestraat 92, Maastricht)

est brevitate opus    opus est (+ abl.) : er is nodig   brevitas, brevitatis : kortheid

fontis nimpha sacri : somnum ne rumpe, quiesco (Tekst bij Cranach, Nymf, Leipzig 1518)   fons, fontis :bron, fontein    nimpha : nimf, natuurgodin    sacer, sacri : heilig    somnus : slaap   ne : niet   rumpere : verstoren, verbreken   quiescere : rusten

iure divino; iure humano   ius, iuris : recht   divinus : goddelijk    humanus : menselijk  [ius divinum : het recht dat vanwege de Dei Gratia, de Genade Gods,  aan de koning was toegekend]

in dulci iubilo    dulcis, dulcis : zoet   iubilum : gejuich

[begin van een oud kerstlied dat uit Latijnse en Duitse elementen is opgebouwd :

In dulci iubilo

nun singet und seit froh

unsers Herzens Wonne

leit in presepio [in de kribbe]

und leuchtet als die Sonne

matris in gremio [op de schoot van zijn moeder]

Alpha es et O [Gij [Christus], zijt de alfa en de omega, de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet : begin en einde]

labore et coeli favore   labor, laboris : inspanning coelum : hemel   favor, favoris : gunst, steun

(Titelpagina Hortus Botanicus, Leiden, Pieter van der Aa 1705)

mens sana in corpore sano   mens, mentis : geest    sanus : gezond  corpus, corporis : lichaam

otium cum dignitate   otium : vrije tijd    dignitas, dignitatis : waardigheid

qualitate qua     qualitas, qualitatis : hoedanigheid    qua : waarin

rus in urbe    rus, ruris : platteland    urbs, urbis : stad

sine Cerere et Baccho (Libero) friget Venus    Ceres, Cereris : Ceres, godin van het graan    Bacchus = Dionysus = Liber, god van de wijn    frigere : het koud hebben

(Terentius, Eunuchus, 732)

sub voce   vox, vocis : stem, woord

Aethiopem dealbare   Aethiops, Aethiopis : Ethiopiër      dealbare : witwassen

[vergeefse moeite doen]

Tenslotte weer een Fabula waarin naast substantiva van de eerste en tweede declinatie ook die van de derde voorkomen :

IVPPITER TERRAM MAGNAM MERGIT

            Gigantes, Terrae filii, Iovi invident et regnum Iovi eripere cupiunt. Ideo coniurationem Gigantes faciunt. Pelium montem tollunt et in Ossa monte ponunt. Sic Olympum oppugnant. Iuppiter fulmina capit et fulmine Pelion montem de Ossa monte deicit. Fulminibus Gigantes ferit, vulnerat, necat. Sanguis hostium per terram

5   fluit. Terra mater filiorum mortem plorat et deos punire cupit. Ex sanguine filiorum homines facit. Homines deos non amant; deorum leges non colunt. Ideo dei genus hominum delere cupiunt.

            Iuppiter iratus hominibus est. Deos in concilium vocat et dicit : "Iratus generi hominum sum, nam non viri, non mulieres deos colunt. Audite, dei!  In Arcadia 

10  Lycaon, rex impius et improbus, habitat. Me non deum putat et me temptare cupit. Hominem probum necat, carnem parat, mihi proponit : "Ede carnem bonam, amice!". Ego autem impium regis dolum perspicio; domum Lycaonis incendo et Lycaonem ipsum in lupum muto. Multi homines Lycaonis impietatem aequant. Ergo genus hominum delere cupio. Terram sub aquam mergite,dei!"

15       Dei Iovi parent. Aquam in terram fundunt. Homines, bestias, agros, domos, arbores, montes sub aquam mergunt. Hominum genus perit, sed unus vir et una mulier supersunt : Deucalion et Pyrrha enim innocentes sunt.

Werkvertaling :

Jupiter dompelt de grote aarde onder.

            De Giganten, de zonen van Aarde, zijn jaloers op Jupiter en begeren het koningschap aan Jupiter te ontnemen. Daarom maken de Giganten een samenzwering. Ze tillen de berg Pelion op en zetten hem op de berg Ossa. Zo bestormen ze de Olympus. Jupiter neemt zijn bliksems en met een bliksem stoot hij de berg Pelion van de berg Ossa af. Met zijn bliksems treft, verwondt en doodt hij de Giganten. Het bloed van de vijanden stroomt over de aarde. Moeder Aarde weent om de dood van haar zonen en wil de goden straffen. Uit het bloed van haar zonen maakt ze mensen. De mensen houden niet van de goden; ze respecteren de wetten van de goden niet. Daarom begeren de goden het geslacht van de mensen te verdelgen.

Jupier is boos op de mensen. Hij roept de goden ter vergadering bijeen en zegt :" Boos ben ik op het geslacht van de mensen want noch mannen noch vrouwen vereren de goden. Luistert, goden! In Arcadia woont Lycaon, een goddeloos en verdorven koning. Hij houdt mij niet voor een god en begeert mij op de proef te stellen. Hij doodt een goed mens, bereidt diens vlees en zet het aan mij voor (met de woorden) :"Eet het goede vlees, vriend!". Ik echter doorzie de goddeloze list van de koning. Ik steek het huis van Lycaon in brand en verander Lycaon zelf in een wolf. Vele mensen evenaren de goddeloosheid van Lycaon. Daarom begeer ik het geslacht van de mensen te vernietigen. Dompelt de aarde onder water, goden!".

            De goden gehoorzamen Jupiter. Ze gieten water over de aarde. Mensen, dieren, landerijen, huizen, bomen en bergen dompelen ze onder water. Het geslacht van de mensen gaat te gronde, maar één man en één vrouw blijven in leven : Deucalion en Pyrrha zijn immers onschuldig.


COLLEGE IV

Oefenstof 4e en 5e declinatie, cf. PK p. 168-9.

mannelijk:                                        onzijdig:

fructus                  fructus                  cornu          cornua

fructus                  fructuum              cornus                  cornuum

fructui                            fructibus               cornui                   cornibus

fructum                fructus                  cornu          cornua

fructu                   fructibus               cornu          cornibus

n.b. domus (huis) en manus (hand) zijn vrouwelijk.

n.b. woorden op -us in de nominativus enkelvoud kunnen dus tot de tweede [hortus, horti], derde [corpus, corporis] of vierde declinatie [portus, portus, haven] behoren.

2.1.1.2. De vijfde declinatie

vrouwelijk :

res              res

rei               rerum

rei               rebus

rem             res

re                rebus

De praktijk :

at tuba terribili sonitu taratantara dixit    at : maar    tuba : trompet   terribilis : vreselijk    sonitus, -us : geluid   dixit : heeft gezegd

(Ennius, Annales, II)

aut insanit homo aut versus facit    aut.......aut : of........of  insanire : dwaas zijn       versus, -us : vers

bellum : a re minus bella    res, rei : zaak   minus : minder   bellus : mooi, aangenaam, charmant

carpe diem     carpere : plukken    dies, diei : dag

ChrIsto aVspICe DoMVs reCens eXstrVItVr      auspex : toeziend    domus, domus : huis      recens : nieuw      exstruere : opbouwen

(1833, Jodenstraat, Maastricht)

corruptissima re publica plurimae leges    corruptus : bedorven    res publica : gemenebest, republiek, staat     plurimus : zeer veel   lex, legis : wet

(Tacitus, annales [jaarboeken] 3, 27)

dies ater     dies, diei : dag  ater : zwart (denk aan het atrium  in het Romeinse huis, het voorvertrek-met-open-dak waarvan de wanden zwartgeblakerd waren door de rook van de haard)

dies irae     ira : woede [voor de tekst van dit beroemde vers zie elders in deze reader]

dum licet, in rebus iucundis vive beatus    dum : terwijl, zolang als    licet : het is geoorloofd    iucundus : aangenaam, prettig    vivere : leven

(Horatius, Satiren, 2,6,96)

est modus in rebus, sunt certi denique fines     modus : maat    certus : zeker      denique : tenslotte     finis, finis: grens

(Horatius, Satiren, 1, 106)

facies Hippocratica     facies, faciei : gelaat      Hippocraticus : van Hippocrates

fides carbonaria    fides, fidei : vertrouwen, trouw, geloof    carbonarius : van een kolenbrander

fides Punica   Punicus : Punisch, Carthaags

habitus non facit monachum    habitus, -us : kleding, habijt    monachus : monnik

haec domus odit amat punit conservat honorat

nequitiem pacem crimina iura probos (Delft, tekst boven ingang stadhuis) 

domus, domus (fem.)  : huis  odit : haat  punire : straffen  conservare : behouden  honorare : eren  nequities, nequitiei : slechtheid  pax, pacis : vrede  crimen, criminis : misdaad  ius, iuris : recht  probus : braaf, goed

heredis fletus sub persona risus est     heres, heredis : erfgenaam   fletus, -us : geween    persona : masker     risus, -us : gelach

(Publilius Syrus)

sacrificium intellectus   sacrificium : offer, opoffering    intellectus, -us : intellect, begrip [met dit offer moeten kerkelijke dogma's aanvaard worden conform Paulus' tweede brief aan de Korintiërs 10, 4/5]

in medias res    medius : middel, middelst

in situ    situs, -us : ligging, locatie

in/ad usum Delphini    usus, -us : gebruik   Delphinus : de Dauphin

            Franse kroonprinsen werden tussen 1349 en 1830 bij hun geboorte automatisch titularis van het voormalige graafschap ' le Dauphiné'  tussen Rhone en Alpen, dat een dolfijn in zijn wapenschild droeg. Lodewijk XIV gaf aan o.a. Bossuet de taak zijn troonopvolger alleen gekuiste edities van de klassieken in handen te geven.

manu propria    manus, manus : hand   proprius : eigen

militiae species amor est    militia : krijgsdienst    species, speciei : schijn, gedaante

(Ovidius, Ars Amatoria 2,233)

moribus antiquis res stat Romana virisque    antiquus : oud    stare : staan    vir : man

(Ennius, uit een onbekend werk)

mors ultima linea rerum est   ultimus : uiterst   linea : lijn

(Horatius, Carmina 3,16,79; op grafsteen in de Nieuwe Kerk te Delft)

motu proprio   motus, -us : beweging   proprius : eigen

omnium consensu   consensus, -us : instemming

pecunia regimen est rerum omnium    regimen : bestuur

(Publilius Syrus)

quadrupedante putrem sonitu quatit ungula campum    quadrupedans : "viervoetend" , galopperend    puter, putris : stoffig    sonitus, -us : geluid   quatere ; schokken, doen dreunen    ungula : hoef     campus : vlakte

(Vergilius)

requiem aeternam dona eis    requies, requiei : rust    aeternus : eeuwig

donare : geven    eis : aan hen

res rustica sic est : si unam rem sero feceris, omnia opera sero facies   rusticus : van het platteland    sero : te laat    feceris : je zult hebben gedaan       facies : je zult doen

(Cato, De Agricultura 5,7)

senatus populusque Romanus    senatus, -us : senaat    -que : en

Oefenstof tempus praesens [=onvoltooid tegenwoordige tijd]

ago quod ago     agere : doen     quod : wat

(devies van Johan de Witt)

horas non numero nisi serenas    hora : uur    numerare ; tellen      nisi : behalve       serenus : helder

(Tekst op zonnewijzer Hortus Botanicus, Leiden)

aquila non captat muscas

audentes fortuna iuvat

aut amat aut odit mulier; nihil est tertium   amare : beminnen    odisse : haten      mulier, mulieris : vrouw       tertius : derde

(Publilius Syrus)

beneficium accipere est libertatem vendere    beneficium : weldaad   accipere : aanvaarden     libertas, libertatis : vrijheid    vendere : verkopen

(Publilius Syrus)

dum vivimus, vivamus     (Brielle, Voorstraat)

dum : zolang als      vivimus :  indicativus     vivamus :  coniunctivus ['laten we (echt) leven']

carpitque et carpitur una   carpere : plukken     una : tegelijkertijd

(Ovidius, Metamorphoseis, 2, 781)

cave canem  cavere : oppasen voor   canis, canis : hond

caveat emptor    caveat :  coniunctivus : 'laat hij oppassen'    

cedant arma togae concedat laurea linguae    cedere : wijken voor  arma, armorum : wapens   toga : toga [van de redenaar]   laurea : lauwertak [van de overwinnende veldheer]   lingua : de taal   cedant :  coniunctivus : laten zij wijken    

Cito enim arescit lacrima praesertim in alienis malis   

cito : snel    enim : immers    arescere :   droog worden   lacrima : traan      praesertim : vooral    alienus : andermans     malum : kwaad

(Cicero, de partitione oratoria, 57)

CLareat oCtobrIs LVX oCtaVa alCMarIanIs  clarere : helder stralen    lux, lucis : licht     octavus : achtst    alcmarianus : van Alkmaar

(Alkmaar, St. Laurenskerk, ter gelegenheid van het opbreken van het beleg rond Alkmaar op 8 oktober 1573)

dat, dicat, dedicat   dare : geven    dicare : wijden    dedicare : opdragen

dum femina plorat decipere laborat    plorare : huilen    decipere : bedriegen     laborare : zijn best doen

epistola non erubescit    epistola : brief      erubescere : beginnen te blozen, rood worden

(Cicero, Ad Familiares, 5, 12, 1)

ereCtaM DeVs ConserVet     erectus : opgericht, gebouwd (aanvullen met  domum)    conservare : behouden    conservet :  coniunctivus

( tekst uit 1710, Rechtestraat 31, Maastricht)

favete linguis     favere : begunstigen    lingua : tong

festina lente cauta fac omnia mente, cf. Suetonius, Divus Augustus 25,4   festinare : zich haasten   lente : langzaam    cautus : behoedzaam      fac :  imperativus

-  hiermee is te vergelijken :

sat scito si sat bene   Hieronymus, brief 66,9   sat : voldoende   scito : snel   si : indien   bene : goed

fiat   fieri : gebeuren,  gedaan worden   fiat :  coniunctivus ['laat het maar gebeuren']

finito libro reddatur gloria Christo   finire : beëindigen      finitus : beëindigd      liber : boek    reddere : geven    reddatur :  coniunctivus

(Vulgaatincunabel Altdorf, het oudst bekende chronogram  1210)

frustra legit qui non intellegit     frustra : tevergeefs    legere : lezen    qui : wie, hij die     intellegere : begrijpen

fuge magna     fugere : vluchten voor       fuge :  imperativus   magnus : groot

gaudeamus igitur iuvenes dum sumus    gaudere : zich verheugen      gaudeamus :  coniunctivus    igitur : dus      iuvenis, iuvenis : jongeman   sumus : wij zijn

Graeca sunt : non leguntur    Graecus : Grieks   Graeca : Griekse zaken, letters   legere : lezen

habeas corpus    habere : hebben   habeas :  coniunctivus

haeC CoLonIensIs bVrsa Dat honoreM VrbI     haec : deze    Coloniensis : van Keulen     bursa : beurs     dare : geven

(tekst uit 1763, Smedenstraat 15, Maastricht)

hic iacet      hic : hier   iacere : liggen

hoc est    hoc : dit

homo totiens moritur quotiens amittit suos     totiens....quotiens : zovaak.... als     moritur : sterft     amittere : verliezen      suus : zijn eigen

(Publilius Syrus)

amare humanum est    amare : beminnen    humanus : menselijk

imprimatur     imprimere : drukken    imprimatur :  coniunctivus ['laat (dit boek) maar gedrukt worden']

io vivat     io : hoera   vivere : leven   vivat coniunctivus  ['moge hij leven']    

IsthIC gLorIose IaCet MarIa brabantIna    ist(h)ic : hier    gloriose : roemrijk (bijwoord)   iacere : liggen

(Donauwörth, graf van Maria van Beieren 1256)

ite, missa est    ire : gaan    ite :  imperativus     mittere : wegzenden    missus : weggezonden    (aangevuld moet worden   ecclesia  of   contio)

magna dei curant, parva neglegunt    curare : zorgen voor    parvus : klein     neglegere : verwaarlozen

(Cicero, de natura deorum 2, 167)

magnificat anima mea dominum      magnificare : verheerlijken   anima : ziel

MartInI pVra LIberaLItate ConDitVr     purus : zuiver, louter     liberalitas, liberalitatis : vrijgevigheid      condere : stichten

( 1715, St. Maartenshofje, Grote Looierstraat 57, Maastricht)

militat omnis amans    militare : in dienst zijn   omnis : alle, ieder    amans : minnaar

(Ovidius, Amores 1,9,1 )

moribus antiquis res stat Romana virisque

(Ennius, ex incertis libris, dwz. uit onbekende bron)

mos, moris : zede    antiquus : oud    res Romana : de Romeinse samenleving   stare : staan, gebaseerd zijn op    vir, viri : man

natura nihil facit frustra  natura : natuur    nihil : niets   facere : maken, doen   frustra : tevergeefs

nec fugit nec metuit      metuere : vrezen

           

nescit habere modum    vul aan :  Amor    nescire ; niet weten, niet kunnen   modus : maat   habere : houden

nimia liberalitas fit servitus    nimius : al te groot           fit : wordt      servitus, -us : slavernij

nomen nescio/ notetur nomen    nomen, nominis : naam    nescire : niet weten     notare : optekenen  [veelal afgekort tot : N.N.]

non bene olet qui semper bene olet     bene : goed     olere : ruiken   semper : altijd

(Martialis, 2, 12, 4)

non liquet     liquere : helder, duidelijk zijn

non ut edam vivo, sed ut vivam edo    ut : opdat      edere : eten    edam :  coniunctivus     

(Quintilianus, Institutio Oratoria 9,3,85)

nunc scio quid sit amor     nunc : nu   scire : weten    quid : wat

Nox et Amor Vinumque nihil moderabile suadent;

illa (nl. Nox) pudore vacat, Liber (=Bacchus) Amorque metu.

nox, noctis : nacht     vinum : wijn      moderabilis : beheersbaar    suadere : aanraden      illa : zij       pudor, pudoris : schroom      vacare : missen, vrij zijn van (+ abl.)      metus, us : vrees

(Ovidius, Amores 1, 6, 59-60 )

olet lucernam     lucerna : (olie-)lamp


omnia formonsis cupio donare puellis

sed mihi de populo nulla puella placet

formonsus : mooi    cupere : begeren, verlangen     donare : geven     puella : meisje      mihi : aan mij       de : van     placere : behagen

(Inscriptie, verzameling Buecheler 940)

omnia vincit amor; et nos cedamus amori     omnia : alle dingen    vincere : overwinnen    amor : liefde et : ook   nos : wij [met nadruk, vandaar een apart persoonlijk voornaamwoord]  cedere : wijken voor, cedamus  coniunctivus ['laten we wijken']  

(Vergilius, Ecloga X, 69)

ParCarVm aVxILIo reX franCIVs eCCe resVrgIt

Parcae : de Parcen, de schikgodinnen die het lot van de mens bepalen    auxilium : hulp     rex, regis : koning      ecce : kijk      resurgere : oprijzen

(Chronogram van Dominicus Baudius [1561-1631] op de geboorte van Frans I van Frankrijk)

patria est ubicumque est bene    ubicumque : waar ook maar

pecunia non olet  pecunia : geld   olere : stinken

pudor doceri non potest, nasci potest     doceri : onderwezen worden   potest : kan     nasci : geboren worden

(Publilius Syrus)

puto deus fio    putare : menen    fieri : worden

(laatste woorden van Vespasianus)

quamvis sint sub aqua sub aqua maledicere temptant    quamvis : hoewel       sub : onder    aqua : water     maledicere : schelden       temptare : proberen   [door Ovidius gezegd van in kikkers veranderde boeren; let op het 'kwa, kwa' -effect!]

recipe      recipere : nemen     recipe :  imperativus

ridentem dicere verum     ridens : lachend     dicere : zeggen     verum : de waarheid

requiescit in pace     requiescere : rusten    pax, pacis : vrede

requiescat in pace   de  coniunctivus  requiescat geeft aan : moge hij rusten

sapere aude     sapere : wijs zijn     aude : durf

sapimus animo; fruimur anima      fruimur : wij genieten  animus : geest anima : ziel

sine animo anima est debilis          debilis : zwak

(Lucius Atticus, Epigoni)

satis est superare inimicum; nimium est perdere   satis : voldoende   superare : overwinnen      inimicus : vijand     nimium : te veel      perdere : te gronde richten

(Publilius Syrus)

rotas opera tenet arepo sator   (aangetroffen in Pompeii)  rota : kring       opus, operis : werk   tenere : vasthouden      sator, satoris : zaaier

Bij deze spreuk kan men alle vijf uit vijf letters bestaande woorden niet alleen lezen van voren naar achteren of andersom, maar ook van boven naar beneden en van beneden naar boven, zonder dat de betekenis verandert

ROTAS

OPERA

TENET

AREPO

SATOR

Sator : zaaier, schepper, God   opera : de verrichtingen van de mensen   rotas : de bewegingen van zon, maan en sterren   Arepo : vermoedelijk een eigennaam

De centrale N kan staan voor  Nike, de overwinning. De T  aan de uiteinden van het kruis met de N als centrum, is ook weer een kruissymbool. De tekst kan op de volgende wijze ge-anagrammeerd worden :

                                    

A

P

A

T

E

R

APATERNOSTERO

O

S

T

E

R

O

Ook kunnen de letters worden gelezen als :

Oro te Pater, oro te Pater, sanas   orare : bidden    sanare : genezen

tempus fugit  tempus , temporis : tijd   fugere : vluchten

te deum laudamus     te : jou, U   laudare : prijzen, loven [ de tekst van dit beroemde gedicht staat elders in deze reader; tip : beluister het stuk eens in de toonzetting van M.A. Charpentier die begint met de 'Eurovisiemars']

sic itur ad astra    itur : men gaat       astrum : ster

signa te signa, temere me tangis et angis  (spreuk in het kader van een exorcisme )     signare : tekenen    temere : vergeefs       me : mij       tangere : aanraken      angere : bang maken

silent leges inter arma      silere : zwijgen     lex, legis : wet   inter : tussen   arma : wapens   

vademecum     vadere : gaan      mecum : met mij mee

verba volant scripta manent     verbum : woord     volare : vliegen     scriptus : geschreven      manere : blijven

vivat crescat floreat    crescere : groeien     florere : bloeien  [let op de coniunctivi!]

vulnus alo      vulnus, vulneris : wond     alere : voeden

In de volgende tekst komen substantiva van alle vijf declinaties aan de orde.

DE MARTE, VVLCANO, MINERVA

            Iuno, Iovis uxor, duos filios parit : Martem et Vulcanum. Mars bellum amat, timore homines vexat, milites exercere cupit. Immani crudelitate et ira urbes et domos vexat. Atroci manu gladium et hastam torquet. Romani Martem colunt, nam Mars pater Romuli, conditoris Romae, est. Mensem primum anni Romani Martium vocant, 5   nam annus Romanus mense Martio incipit.

            Vulcanus deus turpis est : manus dei firmae et magnae, pedes parvi et infirmi sunt. Manibus firmis opera pulchra deis facit : domum auream, currus, sellas aeneas. Iovi fulmina dat ; fulminibus Iuppiter tonitrum facit. In antro Aetnae montis Vulcanus cum Cyclopibus ferrum parare solet. Aestu ignis mons saepe ardet. Strepitu armorum 10  acri caelum omne strepit. Quondam Iuppiter et Iuno litigant. Vulcanus matrem iuvat et patrem iratum facit. Ideo Iuppiter Vulcanum Olympo deicit. Vulcanus in terram cadit, casu apud homines bonos, incolas Lemni insulae. In Olympo dei et deae de Vulcano rident, nam casu pedes claudi sunt.

Quondam Iuppiter capite dolet. Vulcanus acie securis frontem Iovis aperit. Ex 15  fronte Iovis galea, facies, puella venit : Minerva, filia Iovis! Minerva crescit et dea pugnae fit, nam cum armis nata est et speciem militis habet. In multis Minervae simulacris arma deae videtis. Sed Minerva et artium dea est. Mulieres texere, viros orationes dicere, aedificare et pingere docet.  Rem publicam Atheniensium Minerva fide firma curat, perniciem urbe arcet, fines defendit. Minerva fructus olivae Atheniensibus dat. In arce Athenarum pulchra Minervae aedis est.

            Werkvertaling :

         Over Mars, Vulcanus en Minerva

            Juno, de echtgenote van Jupiter, brengt twee zonen ter wereld:

Mars en Vulcanus. Mars houdt van de oorlog, kwelt de mensen met vrees en begeert soldaten te oefenen. Met geweldige wreedheid en toorn teistert hij steden en huizen. Met gruwelijke hand slingert hij zijn zwaard en lans. De Romeinen vereren Mars, want Mars is de vader van Romulus, de stichter van Rome. De Romeinen noemen de eerste maand van het jaar  "van Mars", want het Romeinse jaar begint met de maand Martius (maart).

            Vulcanus is een lelijke god : de handen van de god zijn stevig en groot, zijn voeten klein en zwak. Met zijn sterke handen maakt  hij voor de goden  fraaie werkstukken: een gouden huis, wagens en koperen zetels. Hij geeft Jupiter bliksems; met die bliksems veroorzaakt Jupiter gedonder. In een grot van het Aetna-gebergte pleegt Vulcanus samen met de Cyclopen ijzer klaar te maken. De berg brandt vaak door de gloed van vuur. De gehele hemel dreunt vaak van het scherpe geluid van werktuigen. Op een keer hebben Jupiter en Juno ruzie. Vulcanus helpt zijn  moeder en maakt zijn vader boos. Daarom gooit Jupiter Vulcanus van de Olympus. Vulcanus valt op de aarde neer, toevallig bij goede mensen, de bewoners van het eiland Lemnus. Op de Olympus lachen de goden en godinnen om Vulcanus want door de val zijn zijn voeten mank.

            Op een keer heeft Jupiter pijn aan zijn hoofd. Vulcanus opent met de scherpte van zijn bijl het voorhoofd van Jupiter. Uit het voorhoofd van Jupiter komt een helm, een gelaat, een meisje tevoorschijn. Minerva groeit en wordt godin van de strijd, want ze is met wapens geboren en heeft het uiterlijk van een soldaat. Op veel standbeelden van de godin zien jullie de wapens van de godin. Maar Minerva is ook de godin van de vaardigheden. Ze leert vrouwen weven, mannen redevoeringen houden, bouwen en schilderen. Met vaste trouw zorgt Minerva voor de staat van de Atheners, ze weert onheil van de stad af en verdedigt het gebied. Minerva geeft de Atheners de vruchten van de olijf. Op de burcht van Athene is een mooie tempel van Minerva.

COLLEGE V

samenvatting substantiva en adiectiva [=zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden] van de 1e t/m 5e declinatie  en van het werkwoord [verbum] de o.t.t. [tempus praesens] en o.v.t. [tempus imperfectum]

5..1. De zelfstandige naamwoorden van de vijf declinaties

1. a-stammen : mensa, mensae [vrouwelijk, behalve woorden als poeta, dichter en nauta, schipper]

2. o-stammen : hortus, horti; bellum, belli [mannelijk]

Waarom eigenlijk o-stammen? Omdat in het oudste ons bekende Latijn deze klinker bij dit type woorden domineerde. De verbuiging ging toen als

hortos, hortoi, horto, hortom, horto etc.

3. medeklinkerstammen : rex, regis; nomen, nominis; conditio, conditionis; corpus, corporis; libertas, libertatis; navis, navis; urbs, urbis.

We vinden de stam van deze woorden door 'is' van de genitivus enkelvoud af te halen.

De woorden op [in de nominativus enkelvoud]  -er, -or en -os zijn meestal mannelijk. De woorden op -as, -aus, -o, -es, -is, - medeklinker +s en -x zijn meestal vrouwelijk. De woorden op -l, -e, -c, -n, -a, -t, -ar, -ur en -us zijn meestal onzijdig.

4. u-stammen : portus, portus, cornu, cornus

5. e-stammen : res, rei

5.2. De bijvoeglijke naamwoorden van de 1e, 2e en 3e declinatie.

Veel adiectiva gaan volgens het type altus, hoog. Bijvoeglijke naamwoorden richten zich in getal, geslacht en naamval naar de zelfstandige naamwoorden waarop ze betrekking hebben. De Romeinen kunnen de vormen van altus [als hortus] gebruiken wanneer dit woord slaat op een mannelijk zelfstandig naamwoord. Wanneer dat zelfstandig naamwoord daarentegen vrouwelijk is, dan moeten ze de vorm alta [als mensa] gebruiken. Wanneer tenslotte het bijbehorende zelfstandige naamwoord onzijdig is, dan moet altum [als bellum] worden gebruikt. Het woord altus, alta, altum is dus van de eerste en tweede declinatie.

De overige bijvoeglijke naamwoorden zijn van de derde declinatie :

mannelijk :                     vrouwelijk :                    onzijdig:

acer            acres          acris           acres          acre           acria

acris           acrium        acris           acrium        acris           acrium

acri             acribus       acri             acribus       acri             acribus

acrem                  acres          acrem                  acres          acre           acria

acri             acribus       acri             acribus       acri             acribus

n.b. Bij sommige bijvoeglijke naamwoorden zijn de rijtjes voor mannelijk en vrouwelijk identiek, bv. fortis; felix, -icis

n.b. Bijvoeglijke naamwoorden stemmen met de bijbehorende zelfstandige naamwoorden overeen in geslacht, getal [enkel/meervoud] en naamval. Dat overeenstemmen wordt congruentie genoemd.

         Vaak stemmen zelfstandig en bijvoeglijk naamwoord qua declinatie niet met elkaar overeen!!!!

bellum terribile : een verschrikkelijke oorlog : bellum is van de tweede, terribile van de derde declinatie. De verbuiging van deze woordcombinatie is : bellum terribile, belli terribilis, bello terribili etc.

Vegetius Renatus, een militair expert uit de late oudheid, heeft in zijn  Epitome rei militaris 3,14 [korte beschrijving van het krijgsbedrijf] de volgende spreuk opgenomen :

dulce bellum inexpertis [est]  dulcis, -is : zoet   inexpertus : onervaren

dulce  richt zich naar  bellum.

o nomen dulce libertatis,  Cicero, rede tegen Verres 2,5,63,163

nomen, nominis : naam   libertas, -atis : vrijheid

De onzijdige vorm op -e is gemakkelijk te onthouden aan de uitdrukking : perpetuum mobile

Een voorbeeld van congruentie staat in  het volgende citaat uit Vergilius [Aeneis 10, 467]

         Stat sua cuique dies, breve et irreparabile tempus omnibus est vitae

stare : vaststaan   suus : zijn eigen     cuique : voor iedereen    dies, diei : dag   brevis, -is : kort  irreparabilis, -is : onherroepelijk   tempus, temporis [onzijdig] : tijd   omnis : alle    vita : leven.

            De werkvertaling luidt :"Voor iedereen staat zijn eigen dag vast, kort en onherroepelijk is voor allen de tijd van leven".

            Wat zien we ?  sua  richt zich naar het woord dies in geslacht [vrouwelijk], getal [enkelvoud] en naamval [nominativus], maar natuurlijk niet in declinatie : sua is van de eerste en dies van de vijfde. Breve  en  irreparabile  richten zich naar tempus qua geslacht [onzijdig], getal [enkelvoud] en naamval [nominativus vanwege de functie naamwoordelijk deel van het gezegde]. Dat zowel tempus als breve en irreparabile tot de derde declinatie behoren is alleen maar toeval.

5.3. bedrijvende en lijdende vormen van o.t.t. en o.v.t.

laudare : prijzen ; laudari : geprezen te worden (1e conjugatie : a-stammen)

lauda, laudate : prijs!

laudo          laudor                  laudabam            laudabar

laudas                  laudaris      laudabas             laudabaris

laudat                  laudatur     laudabat              laudabatur

laudamus   laudamur    laudabamus                  laudabamur

laudatis      laudamini   laudabatis           laudabamini

laudant      laudantur    laudabant           laudabantur

n.b. 1. Er zijn nog vier andere conjugaties :

2. e-stammen : deleo : ik vernietig etc.

3. medeklinkerstammen : vinco : ik overwin etc.

4. i-stammen : audio : ik hoor etc.

5. gemengde groep : iacio : ik werp etc.

2.3.1.a.

o.t.t. en o.v.t. van de 2e, 3e, 4e en 5e coniugatie, die resp. de e-, medeklinker-, i-stammen en de werkwoorden van de gemengde groep betreffen

2e coniugatie : e -stammen : delere, deleri; dele, delete!

deleo          delebam              deleor                  delebar

deles          delebas                deleris                  delebaris

delet           delebat                deletur        delebatur

delemus     delebamus           delemur      delebamur

deletis                  delebatis              delemini     delebamini

delent                  delebant              delentur      delebantur

3e coniugatie : medeklinker (consonant-)stammen : vincere, vinci; vince, vincite!

vinco          vincebam            vincor                   vincebar

vincis          vincebas              vinceris       vincebaris

vincit          vincebat              vincitur       vincebatur

vincimus     vincebamus                  vincimur      vincebamur

vincitis        vincebatis            vincimini     vincebamini

vincunt       vincebant            vincuntur    vincebantur

4e coniugatie : i-stammen : audire, audiri; audi, audite!

audio          audiebam            audior                  audiebar

audis          audiebas             audiris                  audiebaris

audit           audiebat              auditur        audiebatur

audimus     audiebamus                  audimur      audiebamur

auditis                  audiebatis           audimini     audiebamini

audiunt       audiebant            audiuntur    audiebantur

5e coniugatie : gemengde groep [mix van 3 en 4!] : iacere, werpen

iacere, iaci; iace, iacite!

iacio           iaciebam             iacior          iaciebar     

iacis            iaciebas               iaceris                  iaciebaris

iacit            iaciebat               iacitur                   iaciebatur

iacimus       iaciebamus          iacimur       iaciebamur

iacitis          iaciebatis             iacimini      iaciebamini

iaciunt                  iaciebant             iaciuntur     iaciebantur

n.b. 2. de werkwoorden  esse (zijn)  en velle (willen) zijn  onregelmatig :

sum            eram           volo            volebam

es               eras            vis               volebas

est              erat             vult             volebat

sumus                   eramus       volumus      volebamus

estis            eratis           vultis           volebatis

sunt            erant           volunt         volebant

Ave Maria-anagrammen en chronogrammen van pater Agnensis

            In  1663 verscheen te Leuven de  Militia Immaculatae Conceptionis Virginis Mariae contra Malitiam originalis infectionis peccati (De strijd van de Onbevlekte Ontvangenis van de Maagd Maria tegen de boosaardige besmetting van de erfzonde). Dit boek bevat een volledige verzameling Marialogie tot aan de 17e eeuw, bijeengebracht door Pedro de Alva y Astorga, een Spaanse Franciscaan - uiteindelijk werd hij generaal-procureur van de Franciscanen te Rome - , die met zijn boek de beweringen van tegenstanders van de Onbevlekte Ontvangenis trachtte te weerleggen. Meer dan 6000 verklaringen, getuigenissen en verhalen - deels opgedoken in kloosterbibliotheken van West-Europa - zijn in dit werk opgenomen. Zijn kritiek op de tegenstanders van het dogma was zo heftig dat hij verscheidene malen in moeilijkheden geraakte met het gevolg dat men zijn  Militia  niet wilde uitgeven. De Alva moest hiervoor uitwijken naar Leuven.

            Dankzij dit werk zijn de anagrammen en chronogrammen van pater Agnensis bewaard gebleven. In kolom 1392 staat dat Sebastianus Fievet, een andere pater minderbroeder het schrijfwerk verrichtte voor zijn medebroeder Johannes Baptista Agnensis, die - volledig blind - over een fantastisch geheugen beschikte. Pedro de Alva vermeldt nog dat Agnensis verbonden was geweest aan het hof van kardinaal Julius Rospigliosi . Uit het  Ave Maria, het bekende gebed ter ere van de Maagd Maria, waarvan de woorden zijn ontleend aan de begroeting van de aartsengel Gebriël, maakte Agnensis 150 perfecte anagrammen met een even groot aantal chronogrammen die het jaartal 1662 aangeven, het jaar waarin de bul van Alexander VII over de Onbevlekte Ontvangenis te Brussel werd bekend gemaakt.

            Het Ave Maria  heeft de volgende tekst :

         AVE MARIA GRATIA PLENA DOMINUS TECUM BENEDICTA TU IN MULIERIBUS ET BENEDICTUS FRUCTUS VENTRIS TUI JESUS SANCTA MARIA MATER DEI ORA PRO NOBIS PECCATORIBUS NUNC ET IN HORA MORTIS NOSTRAE AMEN   ave : gegroet   gratia : genade   plenus (met ablativus) : vol van    benedictus : gezegend   mulier, mulieris : vrouw   fructus, fructus : vrucht   venter, ventris : buik, schoot   orare : bidden   peccator, peccatoris : zondaar    hora : uur   mors, mortis : dood

         Op de eerste zin heeft Agnensis zijn anagrammen gemaakt waarvan de eerste acht hier volgen. Ze vormen samen weer een acrostichon:

A  Adam et Evam in macula pure ignorasti  macula : bezoedeling   pure : volkomen  ignorare (perf. ignoravi, tweede persoon ignoravisti, samengetrokken tot ignorasti) : niet weten van, onbekend zijn met

V  Virgo plane munda ac mater Jesu amati  virgo, virginis : maagd   plane : volkomen    mundus : rein   amare : beminnen

E  En tu immaculata es nam virgo Deipara   en : voorwaar   immaculatus : onbevlekt    Deipara : moeder Gods

M  Mature nego in Deipara justa maculam   mature : van den beginne af aan   negare : ontkennen   justus : rechtvaardig   macula : vlek

A  Alma Dei Virgo ante casum praemunita  alma : voedende moeder   casus, casus : zondeval   praemunitus : gevrijwaard

R  Regina mire tuta a lapsu communi Adae   mire : op wonderbaarlijke wijze   tutus a : veilig voor, gevrijwaard van   lapsus, lapsus : zondeval     communis : gemeenschappelijk

I  Ignorat Eva secunda malum primae? Ita.  secundus : tweede   malum : het kwaad  ita : ja, inderdaad

A  Age munda i pura tota mire sine macula   age : komaan   i : gebiedende wijs van ire, gaan   sine : zonder

            Hier volgen de chronogrammen (jaartal 1662) die eveneens een acrostichon vormen :

A  aDae aC eVae LapsUM IgnorastI  ac : en   lapsus, lapsus : zondeval

V  Virgo pLane pVra aC Mater DeI   plane : volkomen   purus : rein

E  en tV CLara es, naM VIrgo DeIpara   en : voorwaar   clarus : roemrijk   deipara  : moeder van God

M  MatrI DeI nULLa LUes   nullus : geen   lues, luis : smet

A  a CasU aDaMI tU LIbera  casus, casus : zondeval   liber a : vrij van

R  regIna Casta a LapsU aDae MIre tUta   castus : kuis    mire : op wonderbaarlijke wijze   tutus  a  : vrij van

I  In eVa seCVnDa non est Labes prIMae   labes : smet

A age I pUra a sorDe et sIne MaCULa   purus a : vrij van   sordes, sordis : vuil, onreinheid

DE APOLLINE, FILIO IOVIS ET LATONAE

            Iuppiter etiam alias uxores praeter Iunonem habet. Latona pulchra alia Iovis uxor est. Ideo Iuno saeva Latonae dulci invidet et eam terra fugat. Neptunus Latonam miseram in insulam Delum recipit. Latona sub arboribus quiescit et duos liberos parit : Apollinem et Dianam. Sed saevae Iunonis invidia manet. Latonam matrem cum

5  parvis liberis etiam insula pellit. Latona misera fugit et in Lyciam venit. Sitis crudelis eam vexat. Sicca est lingua, siccum est os. Sitiunt etiam infantes miseri. Lacum parvum invenit et bona spe ad aquam vadit. Acri cupidine bibere et aquam liberis dare cupit. Adsunt agricolae duo. Eos Latona rogat :"Date mihi et parvulis meis aquam, nam sitis acris vexat nos." Aspera voce agricolae respondent : "Abi! Te non 10  iuvamus." Latona supplicat : "Aquam date, amici. Haustus parvus aquae nectar oribus siccis est". Sed agricolae feroces in lacum saliunt et aquam turbant. Aquam foedam dei non bibunt.  Tum Latona ad Iovem clamat : "Vindica me, Iuppiter!" et ad agricolas crudeles : "Semper in lacu vivite!".  Iuppiter Latonam exaudit : agricolae duo parvi et virides fiunt; ora lata fiunt, voces raucae. In foeda lacus aqua natant : viri 15  crudeles ranae turpes fiunt. Sed etiam nunc turpes linguas exercent et quamquam sunt sub aqua, sub aqua maledicere temptant.

            Apollo crescit et deus pulcher fit. Arcu et sagittis homines necat, alios remediis sanat. Cithara ludit, Musas docet, artes protegit, futurum praedicit.

Werkvertaling :

         Over Apollo, de zoon van Jupiter en Latona.

            Behalve Juno heeft Jupiter ook nog andere echtgenotes. De mooie Latona is een andere echtgenote van Jupiter. Daarom is de geduchte Juno jaloers op de lieve Latona en verjaagt zij haar van het land. Neptunus neemt de ongelukkige Latona op het eiland Delus op. Latona rust uit onder de bomen en brengt twee kinderen ter wereld : Apollo en Diana. Maar de afgunst van de geduchte Juno blijft. Zij verjaagt  moeder Latona met haar kleine kinderen zelfs van het eiland. De ongelukkige Latona vlucht en komt naar Lycië. Een wrede dorst kwelt haar. Droog is haar tong, droog is haar mond.  Ook de ongelukkige kinderen hebben dorst. Zij vindt een klein meer en met goede moed stapt ze op het water af. Met hevige begeerte verlangt ze te drinken en water aan haar kinderen te geven. Daar verschijnen twee boeren. Latona vraagt hen : "Geeft mij en mijn kleine kinderen water, want een hevige dorst kwelt ons". Met rauwe stem antwoorden de boeren :"Ga weg! We helpen je niet!". Latona smeekt : "Geeft water, vrienden. Een kleine slok water is nectar voor droge monden". Maar de boeren springen woest in het meer en brengen het water in beroering. Goden drinken geen smerig water. Dan roept Latona tot Jupiter : "Wreek mij, Jupiter!", en tot de wrede boeren : "Leeft voor altijd in het meer". Jupiter verhoort Latona : de twee boeren worden klein en groen, hun monden worden breed, hun stemmen hees. Ze zwemmen in het smerige water van het meer : de wrede mannen worden smerige kikkers. Maar zelfs nu nog oefenen ze hun tongen en hoewel ze onder water zijn, proberen ze onder water te schelden.

            Apollo groeit en wordt een mooie god. Met boog en pijlen doodt hij mensen, anderen geneest hij met geneesmiddelen. Hij speelt op zijn cither, onderwijst de Muzen, beschermt de kunsten en voorspelt de toekomst.


COLLEGE VI

de gradus comparationis, de trappen van vergelijking, cf. PK p. 52

voorbeeld : altus, altior [onzijdig altius], altissimus; fortis, fortior, fortissimus

a fortiori   fortis : sterk

a posteriori    posterior : later

a priori    prior : eerder

a potiori  potior : verkieslijker

ad maiorem Dei gloriam     ad : tot   maior, -oris :groter  gloria : eer

Aetna gravior    Aetna : Etna    gravis : zwaar

n.b. bij een vergrotende trap kan een ablativus staan die kan worden weergegeven met 'dan...'.   Zo betekent deze uitdrukking : 'zwaarder dan de Etna'.

aliena capella gerit distentius uber  alienus : andermans  capella : geitje  distentus : gespannen  [distentius is de vergrotende trap onzijdig enkelvoud]  uber, uberis : uier

altissima peto   altus : hoog   petere : streven naar

amor Atlante maior    Atlas, Atlantis : Atlas-gebergte  [ook hier kan de ablativus weer worden weergegeven met 'dan']

amor durissima suffert   durus : hard   sufferre : verdragen

amor et melle et felle fecundissimus (Plautus, Cistellaria 69)  mel : honing  fel : gal

fecundus : vruchtbaar

cede maiori   cedere : wijken voor    maior : groter

cibus cibo melior (op lezenaar in kloosterrefter)  cibus : spijze

corruptio optimi pessima est   corruptio, -onis : bederf   optimum : het beste   pessimus : zeer slecht

corruptissima re publica plurimae leges [sunt]  (Tacitus, Annales 3,27)  plurimi : zeer veel   corruptus : bedorven   res publica : staat  lex, legis : wet

di meliora (dent)  di = dei  melior : beter   dare : geven   de  coniunctivus  'dent' kan worden weergegeven met : 'mogen zij geven'

eloquentia fortitudine praestantior  eloquentia : welsprekendheid  fortitudo, fortitudinis : kracht, geweld  praestans : voortreffelijk

flamma fumo proxima  fumus : rook   proximus : zeer dichtbij

fortior est agitatus amor  fortis : sterk  agitare : opjagen

heu Fortuna, quis est crudelior in nos te deus? (Horatius, satirae, 2,8,61)  heu : o    fortuna : lot, fortuin   quis : welke? [te nemen bij 'deus']  crudelis : wreed  in nos : jegens ons    te = quam te ['dan jij']

humaniora    humanus : menselijk

ignotum per ignotius   ignotus : onbekend       per : door

ius summum saepe summa est malitia     summus : hoogste    saepe : vaak      malitia : slechtheid

(Terentius, Heautontimorumenus 796)

mea maxima culpa     meus : mijn   maximus : zeer groot    culpa : schuld

monumentum aere perennius    aes, aeris : brons    perennis : eeuwigdurend

industria nihil potentius   potens : krachtig

ire ad plures  plus : meer   plures : de meerderheid

iudex ineptus peste peior pessima   ineptus : ongeschikt   peior : slechter

luce clarius    lux, lucis : licht   clarus : helder   [houd even in de gaten dat clarius een onzijdige vorm van de vergrotende trap is]

matre pulchra filia pulchrior  mater, matris : moeder  [de ablativus  matre  kan weer met 'dan' worden weergegeven]     pulcher, pulchri : mooi  filia : dochter  

mea maxima culpa   meus : mijn   maximus : zeer groot    culpa : schuld

meliora probo, deteriora sequor   probare : goedkeuren  bonus/melior/optimus : goed/beter/best   deterior : slechter   sequor : ik volg

monumentum aere perennius (Horatius, Oden 3,30,1)   aes : brons   perennis : eeuwig

more maiorum    mos : wijze   maiores ; voorouders

Nestore maior   Nestor : de oudste in het Griekse legerkamp bij Troje   maior : ouder

nihil est incertius vulgo (Cicero, Pro Murena, 36)   incertus (comparativus : incertior) : onzeker    vulgus : volk

nive candidior    nix, nivis : sneeuw   candidus : stralend wit

phoenice rarior   phoenix, -icis ; de feniks-vogel    rarus : zelden

proximus est sibi quisque   proximus : meest nabij   sibi : voor zichzelf   quisque : ieder    

nec pluribus impar     nec : niet plures : meer     impar : niet opgewassen tegen  ['niet niet opgewassen' komt op hetzelfde neer als 'heel goed opgewassen']

(motto van Lodewijk XIV)

non plus ultra     plus : meer    ultra : verder

Pictor Hubertus ab Eyck, maior quo nemo repertus incepit; pondus que Iohannes arte secundus frater perfecit laetus, Iudoci Vyd prece fretus

VersV seXta MaI Vos CoLLoCat aCta tVerI (1432)

(tekst op de lijst van Aanbidding van het Lam Gods in de St. Bavo-kathedraal te Gent)

pictor, pictoris : schilder    maior : groter    quo : dan wie     repertus : gevonden     incipere : beginnen    pondus, ponderis : gewicht, werk van gewicht    arte secundus : tweede in de kunst   perficere : voltooien    laetus : opgewekt, tot zijn vreugde   prex, precis : verzoek    fretus : vertrouwend  op  collocare : bijeenroepen    acta : het voltooide werkstuk   tueri : bezichtigen

summum ius summa iniuria     summus : grootst   ius, iuris : recht   iniuria : onrecht

tacita est melior mulier semper quam loquens   tacitus : zwijgend     melior : beter     mulier : vrouw     semper : altijd      quam : dan   loquens : sprekend

(Plautus, Rudens 1114)

video meliora proboque deteriora sequor    videre : zien     probare : goedkeuren     deterior : slechter     sequor : ik volg

(Ovidius, Metemorphoseis VII, 19)

virtus liberalior     liberalis : gul, vrijgevig

ultima Thule    ultimus : uiterst  Thule : eiland in het uiterste Noorden van Europa

acerrima proximorum odia ( Tacitus, Historiae 4,70)  acer : fel   proximi : naasten

odium : haat

ad maiorem dei gloriam (Gregorius Magnus, dialogen; motto van de orde der Jezuieten)

Aevo rarissima nostro simplicitas   aevum : tijd    rarus : zeldzaam   simplicitas, -atis : eenvoud  (Ovidius, Ars amatoria I, 241)

amor durissima suffert   durus : hard   sufferre : verdragen

amor et melle et felle fecundissimus (Plautus, Cistellaria 69)  mel : honing  fel : gal

fecundus : vruchtbaar

industria nihil potentius [est]   industria : ijver  potens : krachtig

ire ad plures  ire : gaan  plus : meer   plures : de meerderheid [een andere term voor 'sterven']

iudex ineptus peste peior pessima   iudex, iudicis : rechter   ineptus : ongeschikt   peior : slechter   pestis, -is : plaag, pest  ['peste pessima' kan worden weergegeven met 'dan....']

meliora probo, deteriora sequor   melior : beter   probare : goedkeuren  deterior : slechter   sequor : ik volg

monumentum aere perennius (Horatius, Oden 3,30,1)   aes : brons   perennis : eeuwig

VVLTVS  FIGVRA  AFFECTIONES PECTORIS  SECRETIORES INDICAT

vultus : gelaat   affectio, affectionis : aandoening, gevoel   pectus, pectoris : hart   secretus : verborgen, afgezonderd (tekst bij portret van Marnix van Sint-Aldegonde)


DE  RAPTV   PROSERPINAE

            Aestate quondam Proserpina, filia Cereris, per Siculam insulam ambulat et ad lacum altissimum venit. In terra humiliore flores pulcherrimi florent.  Pluto, deus Tartari, Proserpinam videt, dum puella prope lacum flores legit. Videt, amat, rapit. Omni vi raptorem puella arcere temptat, sed viribus maioribus dei fortissimi vincitur. 5  Virginem tristissimam deus in curru ponit et terram hasta aperit. Fuga celerrima nigerrimi equi currum cum deo durissimo deaque dulcissima in Tartarum trahunt.

            Ceres mater filiam desiderat. Per terram, per mare Proserpinam quaerit. Dum quaerit, humus frumentum non iam dat. Tandem Arethusa, nympha fontis, Cereri de raptu Proserpinae narrat : "In Tartaro filia tua uxor  Plutonis regis habitat."   Ceres   10  Iovis auxilium implorat. Iuppiter respondet : "Gaude, soror, quod maximus deus gener tuus est. Non fratre maior sum, non frater me minor est. Tamen fratrem Proserpinam reddere iubeo".

            Iuppiter annum dividit : per sex menses Proserpina in caelo cum carissima matre habitat, per sex menses cum marito nigerrimo in obscuro Tartaro.

Werkvertaling :  Over de roof van Proserpina

            Op een keer in de zomer wandelt Proserpina, de dochter van Ceres, over het eiland Sicilië en komt bij een zeer diep meer. Op de lager gelegen grond bloeien de mooiste bloemen. Pluto, de god van de onderwereld, ziet Proserpina, terwijl het meisje bij het meer bloemen plukt. Hij ziet haar, bemint en schaakt haar. Met alle macht probeert het meisje de schaker af te weren, maar ze wordt door de grotere krachten van de god overwonnen. De god plaatst het diepbedroefde meije op zijn wagen en opent de aarde met zijn lans. In een pijlsnelle vlucht trekken pikzwarte paarden de wagen met de zeer hardvochtige god en de allerliefste godin naar de Tartarus.

            Moeder Ceres mist haar dochter. Over land en over zee zoekt ze naar Proserpina. Terwijl ze zoekt geeft de aarde geen koren meer. Tenslotte vertelt Arethusa, een bronnimf, Ceres over de schaking van Proserpina. "Jouw dochter woont in de Tartarus als echtgenote van koning Pluto". Ceres roept de hulp van Jupiter in. Jupiter antwoordt :"Wees blij, zuster, dat een zeer belangrijke god jouw schoonzoon is. Ik ben niet groter dan mijn broer en mijn broer is niet kleiner dan ik. Toch beveel ik mijn broer Proserpina terug te geven".

            Jupiter verdeelt het jaar : gedurende zes maanden woont Proserpina in de hemel bij haar zeer dierbare moeder, gedurende zes maanden bij haar pikzwarte echtgenoot in de duistere Tartarus.


het tempus futurum (o.t.t.t.), cf. PK p. 172, 173, 176-182.

Het kenmerk van de o.t.t.t. is de -b- tussen stam en uitgang voor de eerste en tweede coniugatie : laudabo, laudabus, laudabit; delebo, delebis, delebit, en de -e- [eerste persoon enkelvoud -a-]tussen stam en uitgang voor de overige coniugaties : vincam, vinces, vincet; audiam, audies, audiet, faciam, facies, faciet.

Het futurum van esse is : ero, eris, erit, erimus, eritis, erunt.

semper pauper eris si pauper es     pauper : arm    eris : je zult zijn      es : je bent

(Martialis, 5,81)

si quis forte meam cupiet violare puellam     quis : iemand     violare : schenden, aanranden      puella : meisje   

illum in desertis montibus uret amor     illum : hem     desertus : verlaten, afgelegen      mons, montis : berg     urere : verbranden

(Buecheler, 953)

abundabit iniquitas, refrigescet charitas  abundare : de overhand krijgen  refrigescere : verkillen, verkommeren

amabit sapiens, cupient ceteri  (Lucius Afrianius)

ama et amaberis    amare : beminnen ['amaberis '  : toekomende tijd, passief]

deus providebit ( Maximiliaan II, gest. 1576)   providere : voorzien, voorzieningen treffen

in hoc signo vinces    hoc : dit   signum : teken    vincere : overwinnen

male parta male dilabuntur   male : op slechte wijze   parere : verwerven  partus : verworven   dilabi : uiteenvallen

Mors CVnCtos InVaDet (verdwenen inscriptie Capucijnenstraat, Maastricht)

cuncti : allen 

mutabunt fata non permanent (Dordrecht, Grote Kerk)    mutare : veranderen   fatum : lot   permanere : blijven

perseveranti dabitur  perseverare : volharden   dare : geven

Vita hominis vigilia : memorare novissima et in aeternum non peccabis (Dordrecht, Grote Kerk, houten kapelhek noordzijde)   vigilia : wake   memorari : gedenken  novissima : de laatste dingen  in aeternum : tot in eeuwigheid  peccare : zondigen


COLLEGE VII 

het adverbium (bijwoord), cf. PK p. 52-3

Van altus : alte, altius, altissime; van fortis : fortiter, fortius, fortissime

adhuc caelum volvitur (Erasmus)   adhuc ; nog steeds    caelum : hemel   volvere : ronddraaien

adhuc sub iudice lis est (Horatius Ars Poetica 78)   adhuc : nog steeds, tot nu toe   sub : onder   iudex, iudicis : rechter   lis : geschil

aliena nobis, nostra plus aliis placent (Publilius Syrus)   alienus : andermans nobis : aan ons   nostra : onze zaken   plus : meer   alius : ander   placere : bevallen

aliquando et insanire iucundum est (Seneca, de tranquillitate animi 17,10)  aliquando : soms   insanire : buiten zinnen zijn   iucundus : prettig

amare et sapere vix deo conceditur (Publilius Syrus)   vix : ternauwernood   concedere : toestaan, gunnen

anima ibi animat ubi amat   anima : ziel    animare : inspireren  ibi...ubi : daar...waar

arcus si numquam cessis tendere, mollis erit (Ovidius, Heroides 4,91)  arcus : boog   numquam : nooit   cessere : stoppen    mollis : slap   erit : futurum [toekomende tijd]  van : est

bellum : a re minus bella   bellus : mooi, aardig, charmant [een woord uit de Latijnse omgangstaal]

bis pueri senes   bis : tweemaal   puer : jongen   senex, senis : oude man

citius altius fortius  (Devies van de Olympische Spelen)   cito : snel  alte : hoog  fortiter : sterk

dediscit animus sero quod didicit diu (Seneca, Troades 642)   dediscere : afleren   sero : laat   discere (voltooide tijd : didici : ik heb geleerd) : leren   diu : lange tijd

facile princeps  princeps : de eerste, de voortreffelijkste

fortunam citius reperias quam retineas   reperire : aantreffen   retinere : vasthouden

hodie mihi, cras tibi   hodie : vandaag   cras : morgen

homo totiens moritur quotiens amittit suos   totiens...quotiens : zovaak...als  amittere : kwijtraken  sui : de zijnen

idem semper ubique   ubique : overal

lente sed attente   lentus : langzaam    attentus : oplettend 

male parta male dilabuntur  parere : verwerven    dilabi : uiteenvallen

plenus venter non studet libenter   plenus : vol   venter : buik

praevisa minus nocent   praevisus : voorzien  praevisa : 'dingen die voorzien zijn'   minus  : minder   nocere : schaden

quo vadis?   quo : waarheen?  vadere : gaan

quod cito fit cito perit    quod : wat   fit : het ontstaat  cito : snel   perire : vergaan

semper idem   semper : altijd   idem : hetzelfde [motto van de Beerenburgfirma Sonnenberg]

semper viretum    viretum : groen  (de altijdgroene hulst zou Simpelveld  zijn naam hebben gegeven)

sensim amor sensus occupat  sensim : geleidelijk    sensus, -us : zin,zintuig

seria serio    serius : ernstig   serio : op ernstige manier

fortiter in re, suaviter in modo (Bismarck)    fortiter : krachtig   res : zaak    suaviter : mild, zacht   modus : manier 

gradatim    geleidelijk aan

TANTALVS   PVNITVR

         In Lydia, parte Asiae felicissima, Tantalus, filius Iovis, superbe regnat. Quam dives Tantalus est! Saepe dei domum Tantali pulcherrimam visunt, optimos cibos edunt et vinum dulcissimum bibunt. Quondam Tantalus, qui saepe hospes deorum ad Olympum montem venit, ibi clam partem nectaris rapit. Cum in terram redit, impie et insolenter vinum divinum etiam servis dat. Cum dei irati iterum regem in terra visunt, Tantalus eos turpiter temptare audet : Pelopem filium crudeliter necat et filii carnem deis in mensa ponit! Ceres sola partem carnis sumit, nam vehementer de raptu filiae dolet. Ceteri dei mensa surgunt : "Hospes impie, te severissime puniemus!".

            Cito dei Tantalum sub Tartarum mittunt ,  in lacu stare cogunt, manus pedesque vinciunt : sitis ingens eum vexat. Cum autem avare aquam haurire cupit, iterum iterumque aqua recedit. Supra caput peccatoris fructus maturi pendent, sed Tantalus eos capere non potest et in aeternum fame vexatur. Etiam Tantali genus a deis devovetur : paene omnes posteri regis superbissimi miserrime vita decedent.


Werkvertaling :

Tantalus wordt gestraft

In Lydia, een zeer welvarend gedeelte van (Klein)Azië, regeert Tantalus, de zoon van Jupiter, op trotse wijze. Wat is Tantalus rijk!  Vaak bezoeken de goden het schitterende paleis van Tantalus, eten ze de heerlijkste gerechten en drinken ze de zoetste wijn. Op een keer steelt Tantalus, die vaak als gast van de goden naar de berg de  Olympus komt, daar heimelijk een deel van de nectar. Wanneer hij op aarde terugkeert geeft hij goddeloos en brutaal de goddelijke drank zelfs aan zijn slaven. Wanneer de woedende goden opnieuw de koning op aarde bezoeken,  durft Tantalus hen op schandelijke wijze te bedriegen. Wreed doodt hij zijn zoon Pelops en zet de goden het vlees van zijn zoon op tafel voor. Alleen Ceres neemt een gedeelte van het vlees want ze is vreselijk bedroefd over de schaking van haar dochter. De overige goden staan op van tafel :" Goddeloze gastheer, wij zullen jou zeer streng straffen!".

            Snel laten de goden Tantalus diep in de Tartarus (onderwereld) brengen, dwingen hem in een poel te gaan staan en maken zijn handen en voeten vast. Een geweldige dorst kwelt hem. Wanneer hij echter  gretig begeert  water op te slurpen, wijkt het water keer op keer terug. Boven het hoofd van de zondaar hangen rijpe vruchten, maar Tantalus kan ze niet pakken en wordt tot in eeuwigheid door honger gekweld. Ook het nageslacht van Tantalus wordt door de goden vervloekt : bijna alle nakomelingen van de zeer trotse koning zullen op zeer tragische wijze uit het leven weggaan.


COLLEGE VII

perfectum en plusquamperfectum (v.t.t.  en v.v.t.)  cf. PK  p. 46, 47, 60, 61, 174, 175, 183.

laudavi                laudatus sum                 laudaveram                  laudatus eram

laudavisti             laudatus es          laudaveras           laudatus eras

laudavit               laudatus est         laudaverat           laudatus erat

laudavimus          laudati sumus                laudaveramus      laudati eramus

laudavistis            laudati estis          laudaveratis                  laudati eratis

laudaverunt          laudati sunt          laudaverant         laudati erant

laudavisse : geprezen te hebben; laudatus esse : geprezen te zijn

n.b. De bedrijvende vormen van de voltooide tijden worden gemaakt met een aparte stam. Bij het werkwoord laudare is die stam laudav-. De stam kan er ook heel anders uitzien ; enkele voorbeelden :

van facere           fec-                      feci

van currere           cucurr-                 cucurri

van vincere          vic-                      vici

van esse               fu-                        fui

van vivere            vix-                      vixi   etc.

abiit non obiit   abire (perf. abii) : weggaan   obire (perf. obii) : ten onder gaan

acta deos numquam mortalia fallunt (Ovidius, Tristia 1,2,27)   actum : daad    mortalis : sterfelijk   numquam : nooit   fallere : ontgaan

acta est fabula   actus : afgelopen   fabula : toneelstuk

bene qui latuit bene vixit (Ovidius, Tristia 3,4,25)    bene : goed    qui : hij die  latere (perf. latui) : verborgen zijn   vivere ( perf. vixi)) : leven

hic sudavit sed non frustra (tekst in het zweetkamertje in het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Leiden) :  hic : hier  sudare (perf. sudavi) : zweten   sed : maar   frustra : tevergeefs

pinxit    pingere (perf. pinxi)  : schilderen

invenit   invenire (perf. inveni) : uitvinden

delineavit   delineare (perf. delineavi) : tekenen


excudit   excudere (perf. excudi) : uitsnijden

sculpsit  sculpere (perf. sculpsi) : beeldhouwen

fecit   facere (perf. feci) : maken, vervaardigen

floruit  florere  (perf. florui) : bloeien

divina natura dedit agros, ars humana aedificavit urbes (Varro, de re rustica III,1)   divinus : goddelijk  dare (perf. dedi) : geven   ager : landgoed  ars, artis : kunst, wetenschap  humanus : menselijk  aedificare (perf. aedificavi) : bouwen    urbs, urbis : stad

domi mansit, lanam fecit  (Standaardformule op grafstenen van Romeinse matronae)  domi : thuis  manere (perf. mansi) : blijven   lana : wol     

dum vixi libenter bibi; bibite vos qui vivitis

(CIL [CORPVS  INSCRIPTIONVM  LATINARVM] 3, 293)   dum : zolang als   vivere (perf. vixi) : leven    libenter : graag  bibere (perf. bibi) : drinken   vos : jullie   qui : die

et voluisse sat est   velle (perf. volui) : willen   sat : voldoende

evasi , effugi, Spes et Fortuna, valete (CIL VI, 11743)   evadere (perf. evasi) : ontsnappen   effugere (perf. effugi) : ontkomen

inveni portum, Spes et Fortuna, valete   invenire : vinden   portus, -us : haven   spes : hoop   valete : vaarwel   

Iacobus Stevvart obiit : ibo sicut beatus viator  [anagram!]   ibo : futurum van  ire  sicut : zoals   beatus : gelukzalig    viator : reiziger

labor omnia vicit (Vergilius Georgica 1,145, motto van Oklahoma)   vincere (perf. vici) : overwinnen

nimium vidisse nocet    nimium : al te veel   videre (perf. vidi) : zien   nocere : schaden

odi profanum vulgus  (Horatius,Oden 3,1,1)   odisse (dit werkwoord heeft alleen perfectumvormen en praesensbetekenis) : haten    vulgus : volk, een onzijdig substantivum, vandaar profanum

quod edi bibi mecum habeo, quod reliqui perdidi (CIL 6,18131)  edere (perf. edi) : eten    relinquere (perf. reliqui) : achterlaten   perdere (perf. perdidi) : verliezen

Quod non fecerunt barbari, fecerunt Barbarini (Pasquino, het "sprekende beeld", over Paus Urbanus VIII uit het huis Barbarini, die het brons van de porticus van het Pantheon sloopte)

quod : wat    facere [perf. feci] doen, maken   barbarus : barbaar

scelus est odisse parentem   scelus, sceleris : misdaad   odisse : haten   parens, parentis : vader

tacuisse numquam penituit  tacere (perf. tacui) : zwijgen    numquam : nooit  penitet (perf. penituit) : het spijt me

uxorem duxi, libertatem perdidi (Terentius, Adelphoe, 876)   ducere (perf. duxi) : (ten huwelijk) leiden

veni, vidi , vici

         DE  CERTAMINE  OENOMAI  ET  PELOPIS

            Postquam dei Tantalum crudeliter punierunt, Pelopis corpus reficere et novam vitam puero dare cupiebant. Omnes partes leguntur, sed una abest : humero puer caret. Ideo cito eburneus humerus Pelopi datur. Crescebat novus puer, sed rex non fit. Patria pellitur et Elidem, in partem Graeciae, fugit, ubi Oenomaus regnabat. Oraculum regi praedixit : "A genero necaberis!".  Itaque rex filiam, Hippodameam, in matrimonium dare timebat. Sed quod filia nubere desiderabat, rex dolum adhibuit In certamine  equis celerrimis omnes filiae procos praeterit et hasta miserrime interfecit. Etiam Pelops puellam vehementer in matrimonium ducere cupiebat. "Si me cursu superabis, eam tibi dabo; aliter necaberis", rex breviter dixit.

Myrtilus, amicus Oenomai, currum regis fideliter curare solebat. Pelops clam Myrtilo dicit: " Si regem auxilio tuo vincam, dimidium regni tibi dabo". Itaque Myrtilus clavos ferreos ex axe currus regis  trahit et pro ferreis clavis clavos cereos ponit. Postero die cum in fine stadii rex equos currumque vertit, rotae curru dissiliunt. Oenomaus miserrime per pulverem trahitur et improbissimo scelere Pelopis superatur.

Postquam rex  digne sepultus est, Hippodamea Pelopi victori in matrimonium datur. Et Myrtilus? Pelopem verba crudelia dicere audit : "Pro beneficio maximo tibi maximas gratias reddam. Mari et terrae impero. Tibi dimidium regni dabo : mare cape!". Simul Myrtilum Pelops in undas deicit.......

Werkvertaling :

Over de wedstrijd van Oenomaus en Pelops

Nadat de goden Tantalus wreed gestraft hadden, verlangden ze het lichaam van Pelops te herstellen en de jongen een nieuw leven te geven. Alle lichaamsdelen werden bijeengebracht, maar één gedeelte ontbrak : de jongen miste zijn schouder. Daarom werd snel een ivoren schouder aan Pelops gegeven. De nieuwe jongen groeide, maar werd geen koning. Hij werd uit zijn vaderland verdreven en vluchtte naar Elis, een gedeelte van Griekenland, waar Oenomaus koning was. Een orakel had de koning voorspeld :"Je zult door je schoonzoon worden gedood!".  Daarom vreesde de koning zijn dochter Hippodamea ten huwelijk te geven. Maar omdat zijn dochter wenste te trouwen wendde de koning een list aan. In een wedstrijd passeerde hij met zijn pijlsnelle paarden alle vrijers van zijn dochter en doodde ze op zeer smartelijke wijze met zijn lans. Ook Pelops verlangde vurig het meisje te huwen . "Als je me in een wedstrijd zult overwinnen, zal ik haar aan je geven, anders zul je worden gedood", sprak de koning kort.

            Myrtilus, de vriend van Oenomaus, was gewoon op trouwe wijze de wagen van de koning te verzorgen. Heimelijk zei Pelops tot Myrtilus :"Als ik met jouw hulp de koning zal overwinnen, zal ik je de helft van mijn rijk geven".  Daarom trok Myrtilus de ijzeren pinnen uit de as van de wagen van de koning en in plaats van de ijzeren pinnen plaatste hij pinnen van was. Toen de koning de volgende dag aan het einde van de renbaan zijn paarden en wagen wendde, sprongen de wielen van de wagen af. Op zeer jammerlijke wijze werd Oenomaus door het stof gesleurd en door de uiterst gemene  misdaad van Pelops overwonnen. Nadat de koning op waardige wijze was begraven, werd Hippodamea aan de overwinnaar Pelops ten huwelijk gegeven. En Myrtilus? Hij hoorde Pelops de wrede woorden zeggen :" Voor de zeer grote weldaad zal ik je een zeer groot blijk van dank geven. Ik heers over zee en aarde. Ik zal je de helft van mijn rijk geven : neem de zee maar!". Tegelijkertijd gooide Pelops Myrtilus in de golven..............


COLLEGE VIII  

verba deponentia (werkwoorden met alleen maar passieve vormen en actieve betekenissen) cf. PK p. 50

hortari, aansporen : hortor, hortaris, hortabar, hortabaris etc. ik spoor aan, jij spoort aan; ik spoorde aan,  jij spoorde aan

abundantia sequitur pacem    abundantia : overvloed   sequi (sequor) : volgen   pax, pacis : vrede 

Agnus Dei.....miserere nobis  agnus : lam   misereri : medelijden hebben [miserere  is dus een gebiedende wijs]

amans iratus multa mentitur sibi (Publilius Syrus)  amans : minnaar   iratus : woedend   multa : vele dingen  mentiri (mentior) : liegen, voorspiegelen   sibi : voor zichzelf 

amore more ore re nascuntur amicitiae  mos, moris : zede, gewoonte    os,oris : mond   nasci (nascor) : geboren worden, ontstaan    amicitia : vriendschap

apud novercam queri   apud : bij  noverca : stiefmoeder    queri (queror) : klagen (verg. kwerulant)

grammatica loquitur   loqui (loquor) : spreken

audax omnia perpeti  (Horatius, Oden 1,3,25)   audax, audacis : stoutmoedig  perpeti (perpetior) : helemaal doorstaan

aut agere aut mori   aut....aut : of....of    agere : handelen   mori (morior) : sterven

cogitationis poenam nemo patitur    cogitatio, -onis  : nadenken, beraad  poena : straf  nemo : niemand   pati (patior) : lijden

confiteor   confiteri (confiteor) : bekennen, belijden

crescentem sequitur cura pecuniam   crescens : groeiend   sequi : volgen   cura : zorg   pecunia : geld   

(Horatius, Oden 3,16,17)

cuncta complecti velle stultum (est)    cuncta : alles  complecti (complector) : omarmen, bevatten  velle : willen  stultus : dom

daemonis insidias fidei vi vince nefandas vis vitae aeternae felicitate frui

(Delft, Nieuwe Kerk, grafsteen Th. Verburg, zuiderzijbeuk, ter hoogte van mausoleum van Willem van Oranje)   daemon, daemonis : duivel  insidiae,-arum : hinderlaag   fides, fidei : geloof   vis : kracht   vincere : overwinnen   velle (tweede persoon enkelvoud : vis) willen   felicitas, -atis : gelukzaligheid   frui (met ablativus) : genieten van

doctos doctis obloqui nefas  est   doctus : geleerd   obloqui (obloquor) : tegenspreken   nefas : ongeoorloofd

dulce et decorum est  pro patria mori (Horatius, Oden 3,2,13)    dulcis : zoet   decorus : eervol   patria : vaderland   mori : sterven

potius mori quam fidem fallere (devies van het Londense bankiershuis Drummond's)   potius : liever   fides : trouw, vertrouwen    fallere : beschamen

esse quam videri (motto van North Carolina)   quam : [liever] dan videri (videor) : schijnen

facta fugis, facienda petis (Ovidius, Heroides 7,13)   facta : daden   fugere : vluchten voor  facienda : dingen die nog gedaan moeten worden, taken  petere : opzoeken

 

gaudendum (est) cum gaudentibus   gaudendum est : 'men moet zich verheugen'  gaudere : blij zijn, zich verheugen; gaudentes : 'degenen die zich verheugen'   cum : met  

haec mandata sequor (Delft, Nieuwe Kerk, Vader Willemraam : Mozes ontvangt de tafelen)   hic : deze  mandatum : opdracht

hic mortui loquuntur (spreuk in een bibliotheek)   hic : hier   mortuus : gestorvene  loqui : spreken

imitantur hamos dona  imitari (imitor) : nabootsen, nadoen  hamus : vishaakje  donum : cadeau

luctor et emergo   luctari (luctor) : worstelen   emergere : ontkomen

memento mori   memento : gedenk

mors et fugacem persequitur  persequi (persequor) : achtervolgen  et : ook  fugax : schuw

nascentes morimur  finisque ab origine pendet,  Manilius, Astronomica 4,16   nasci : geboren worden   mori : sterven   finis ,-is : einde   origo, originis : oorsprong   pendere ab : afhangen van

nescit labi virtus    nescire : niet weten, niet kunnen  labi (labor) : wankelen  virtus,

-utis : deugd

nil admirari possit beatum facere   admirari (admiror) : zich verbazen over   possit : zou iunnen ['nil admirari' is onderwerp bij 'possit']   beatus : gelukzalig

nitimur in vetitum semper cupimusque negata (Ovidius, Amores 3,4,17)   niti (nitor) : streven   vetare : verbieden   semper : altijd    cupere : begeren   negare : weigeren  

nocet esse locutum   nocet : het is schadelijk, het schaadt   loqui (perf. locutus sum : ik heb gesproken)

patior potior    pati : dulden  potiri (potior): zich meester maken van, veroveren

quem di diligunt adulescens moritur (Plautus, Bacchides 816)  quem : degene die  di = dei   diligere : beminnen   adulescens : jongeman 

qui tacet consentire videtur (Paus Bonifatius VIII)   qui : hij die  tacere : zwijgen  consentire : ermee instemmen   videri (videor) : schijnen

Quid Romae faciam? mentiri nescio (Iuvenalis 3,41)   quid : wat?   Romae : te Rome   faciam : 'moet ik doen?'   mentiri (mentior) : liegen   nescire : niet weten, niet kunnen

rem tene, verba sequentur   res : onderwerp  tenere : vasthouden   verbum woord   sequi : volgen

res ipsa loquitur   res : zaak   ipsa : zelf

rex non moritur   rex, regis : koning

Roma locuta  (est) , causa finita (est)  (Augustinus, sermones 131,10)   Roma : Rome, het kerkelijk gezag van Rome   loqui [perf. locutus sum] : spreken   causa : zaak   finitus : afgedaan

saepe loqui nocuit, numquam nocuit tacuisse   nocere (perf. nocui) : schaden

n.b. in spreuken en algemene zegswijzen gebruiken de Romeinen het perfectum, waar wij liever een o.t.t. gebruiken; nocuit kan worden vertaald alsof er stond : nocet

saxa loquuntur   saxum : steen

stultus stulte loquitur   stultus : dom

DE  PARIDIS  IVDICIO

         In Thessalia Peleus rex officiis permultis fideliter fungitur. Ideo regem dei diligere orsi sunt : Peleum deam Thetidem in matrimonium ducere assentiuntur. Peleus omnes deos deasque ad nuptias magnificas invitavit; Eridem autem longe nuptiis arcebat, quod deos hominesque discordes facere solet. Dea irata queritur ": Cur ego non invitata sum? Ob iniuriam magnam ulciscar! Ceteros hospites nuptias celebrare non patiar!".

            Dum in regia Pelei nuptiae magnifice celebrantur, Eris clam ad portam graditur, ianuam paulum aperit et malum aureum medios inter hospites iacit. Cupidae deae in malo legunt : "PVLCHERRIMA  ME  FRVETUR". Statim Iuno, Minerva, Venus inter se litigare orsae sunt. Iuppiter, omnipotens rex hominum et deorum, magna voce exclamat : "Tacete, deae avarissimae! Ego litem vestram componere non valeo. Proficiscimini et ad Paridem, pastorem Troianum, ite. Facile Paris pulcherrimam deliget".

            Deae  prope Troiam Paridem adulescentem inveniunt dum oves pascitur. Pastorem mirantem amplectuntur : "Malum aureum pulcherrimae da!". Diu Paris cunctabatur et loqui non poterat, sed deae iudicem corrumpere temptabant. Iuno pastori regnum omnis terrae, Minerva maximam belli gloriam, Venus pulcherrimam mulierem Graeciae promittit. Paris mulierem pulchram donum perbonum esse retur.

Itaque Veneri pulchritudinis praemium tribuitur. Quis mulier pulcherrima Graeciae erat? Helena, uxor Menelai, regis Spartae.........

Werkvertaling:

Over het oordeel van Paris

            In Thessalië vervulde koning Peleus zeer vele taken op trouwe wijze. Daarom begonnen de goden Peleus te waarderen. Ze stemden erin toe dat Peleus de godin Thetis ten huwelijk zou nemen. Peleus nodigde alle goden en godinnen op de schitterende bruiloft uit. Eris echter weerde hij ver van de bruiloft af, omdat ze gewoon was goden en mensen onenig te maken. Woedend klaagde de godin : "Waarom  ben ik niet uitgenodigd? Wegens het grote onrecht zal ik wraak nemen! Ik zal niet dulden dat de overige goden de bruiloft vieren!".

Terwijl in het paleis van Peleus de bruiloft op prachtige wijze werd gevierd, ging Eris heimelijk op de deur af, opende de deur een weinig en wierp een gouden appel midden tussen de gasten. Begerig lazen de godinnen: " De mooiste zal van mij genieten". Terstond begonnen Juno, Minerva en Venus met elkaar ruzie te maken. Jupiter, de almachtige koning van mensen en goden, riep met luide stem uit :

" Zwijgt, zeer begerige godinnen. Ik ben niet in staat jullie twist bij te leggen. Vertrekt en gaat naar Paris, een Trojaanse herder. Gemakkelijk zal Paris de mooiste uitkiezen".

            De godinnen vonden dichtbij Troje de jonge Paris terwijl hij zijn schapen aan het hoeden was. Ze omarmden de verbaasde herder :

" Geef de gouden appel aan de mooiste!". Lang aarzelde Paris en kon hij niet spreken, maar de godinnen probeerden de rechter om te kopen. Juno beloofde de herder de heerschappij over de gehele aarde, Minerva zeer grote roem in de oorlog en Venus de mooiste vrouw van Griekenland. Paris meende dat een mooie vrouw een zeer goed geschenk was. Daarom werd de schoonheidsprijs aan Venus toegekend. Wie was de mooiste vrouw van Griekenland? Helena, de vrouw van Menelaus, koning van Sparta......

COLLEGE VIII  

participia (deelwoorden) cf. PK p. 45, 56, 65

laudans, laudantis : prijzend

laudatus, laudati [vrouwelijk laudata, onzijdig laudatum]: geprezen [zijnde]

laudaturus [vrouwelijk laudatura, onzijdig laudaturum]  : zullende prijzen

laudatus esse : geprezen te zijn

laudaturus esse: te zullen prijzen

ab urbe condita  (titel van het geschiedwerk van T. Livius)   condere (conditus) : stichten

amantes amentes   amens : waanzinnig [titel van een blijspel in laatrenaissancelatijn gecombineerd met dialogen in het Duits, in 1609 gepubliceerd door Gabriel Rollenhagen uit Maagdenburg. Deze liet zich waarschijnlijk inspireren door  amens amansque  in Plautus' stuk Mercator [vers 82]. Ook de Romeinse comediedichter Terentius maakt in zijn Andria [vers 218] van beide woorden gebruik : inceptio est amentium, haud amantium ['het is een plan van dwazen, niet van minnaars']

audentes fortuna iuvat   audere : durven   audens : degene die durft   iuvare : helpen

ave Caesar, morituri te salutant (Suetonius, Claudius 21)   mori (part. fut. moriturus, "zullende sterven") : sterven   te : u   salutare : groeten

beati possidentes [sunt]   (Horatius Oden 4,9,45)   beatus : gelukzalig  possidere : bezitten

cede repugnanti   cedere : wijken voor  repugnare : zich verzetten   repugnans : iemand die zich verzet

dantem data munera ditant   dare : geven munus, muneris : geschenk   ditare : verrijken

DeLphensIVM CUrIa reparata 1662 (Delft, gevelopschrift stadhuis)    Delphensis, -is : Delftenaar   curia : senaatsgebouw, stadhuis

dulcia mixta malis   miscere (mixtus) : mengen     malus : slecht

eunt anni more fluentis aquae   ire (eo, is, it, imus, itis, eunt) : gaan   mos, moris : wijze   fluere : stromen  aqua : water

fit spolians spolium    spoliare : buit maken   spolium : buit

laudator temporis acti   laudator : ophemelaar   agere (actus) : afhandelen

multa petentibus multa desunt   petere : vragen, nastreven   deesse : ontbreken

mutatis mutandis   mutare : veranderen  (mutatus is een part. van het perf. pass; mutandus is een gerundivum, zie college VIII; de betekenis van dir gerundivum is : 'wat veranderd moet worden')

naturae se superantis opera (op graf van Hugo de Groot in Delft)  se : zichzelf superare : overwinnen, overtreffen

nolens volens  nolle (nolo, non vis, non vult, nolumus, non vultis, nolunt) : niet willen  velle (volo, vis, vult, volumus, vultis, volunt) : willen

pax intrantibus salus transeuntibus  intrare : binnengaan   intrans : 'degene die binnengaat'  salus, -utis : heil   transire (transeo) : voorbijgaan

sero venientibus ossa [restant]     sero : te laat   veniens : 'degene die komt'     os, ossis : bot  restare : over zijn

vigilate deo confidentes  (op de renaissancegevel van het stadhuis in Den Haag)

vigilare : waken   condidere : vertrouwen op [met dativus]

vox clamantis in deserto   vox, vocis : stem   clamare : roepen   desertum : woestijn

Cave hominem ferum ferrum ferentem     cavere + acc. : oppassen voor   ferus : woest     ferrum : ijzer, zwaard     ferre : dragen [deelwoord : ferens, ferentis]

HELENAE RAPTVS  BELLI  CAVSA  EST

            Valde gaudens Venus curavit,  Paris tuto Spartam adveniret. Apud regiam Menelai Helenam pulcherrimam flores legentem videt eamque statim amat. Paucos post dies Helena eum rogantem audivit : "Mecum Spartam relinquere et Troiam petere vis?". Hospes mulieri facile persuadet ut fidem viri violet. Itaque Paris Helenam et divitias raptas cito abduxit.

            Cum Menelaus domum redit, regiam relictam reperit. Uxor abducta, divitiae abreptae sunt. Servi crudeliter a Menelao interrogati Paridem sceleris accusant. Menelaus Troiam, urbem Paridis, diripere cupit. Etiam Agamemnon frater, omnium Graecorum princeps regum,  ira feroci affectus est : "Fratrem vindicabo, urbem tam perfidi hospitis delebo. Convenite, Graeciae omnes reges! Troiam evertemus, omnes Troianos occidemus, Paridem puniemus!".

Werkvertaling :

De schaking van Helena is de oorzaak van  oorlog

            Dolblij zorgde Venus ervoor, dat Paris veilig Sparta zou bereiken. Bij het paleis van Menelaus zag hij de beeldschone Helena bloemen plukken en werd hij terstond verliefd op haar. Na enkele dagen hoorde Helena hem vragen : "Wil je met mij Sparta verlaten en naar Troje gaan?".  De gast overreedde de vrouw gemakkelijk om de trouw aan haar man te schenden. Derhalve voerde Paris snel Helena en de geroofde schatten weg.

            Toen Menelaus thuis terugkwam, trof hij zijn paleis verlaten aan. Zijn vrouw was geschaakt, zijn schatten weggevoerd. Slaven, op wrede wijze door Menelaus ondervraagd, beschuldigden Paris van de misdaad. Menelaus verlangde Troje, de stad van Paris, te plunderen. Ook zijn broer Agamemnon, de belangrijkste  van alle Griekse koningen, werd door een hevige woede getroffen :"Ik zal mijn broer wreken; ik zal de stad van de zo doortrapte gast verwoesten. Komt bijeen, alle koningen van Griekenland! We zullen Troje met de grond gelijk maken, we zullen alle Trojanen doden en Paris straffen!".


COLLEGE VIII :

gerundivum, cf. PK p. 49.

agenda : de dingen die gedaan moeten worden

vir laudandus est : de man moet geprezen worden, hij is een prijzenswaardig man

a republica exterminandum esse ambitum   ambitus : kuiperij   exterminare : verbannen

n.b. deze zin hangt af van een aan te vullen hoofdwerkwoord, bv. dico, ik zeg

admirandum non imitandum   admirari (admiror) : bewonderen

aude audenda   audere : durven

audienda plurima, tacenda omnia [sunt]    plurima : zeer vele dingen  audere : horen   tacere : verzwijgen

bibamus, moriendum est    bibamus : laten we drinken,  moriendum est : 'men moet sterven', 'we moeten sterven'

ceterum censeo Carthaginem esse delendam (Cato Maior)   ceterum : overigens   censere : van mening zijn   delere : verwoesten

coercenda et exstirpanda impietas  (est)    coercere : beteugelen   exstirpare : uitroeien   impietas, -atis : goddeloosheid

concordia in matrimonio colenda (est)   concordia : eendracht  matrimonium : huwelijk   colere : betrachten

cum diis non contendendum est   diis = deis  contendere : wedijveren   

cunctandum sapienti (est)   cunctari (cunctor) : aarzelen    sapiens, sapientis : wijze

de duobus malis minus est semper eligendum (Thomas a Kempis, Imitatio Christi 3,12,2)   de : uit  duo : twee   malum : ramp   minus : minder groot   eligere : uitkiezen

de gustibus non est disputandum (est)   de : over  gustus, gustus : smaak

de mulieribus neque bene neque male loquendum (est)  de : over   mulier, mulieris : vrouw

divina humanis non temere miscenda (sunt)   divinus : goddelijk   humanus : menselijk   temere : zo maar, in den blinde   miscere : mengen

ferendum et sperandum (est)   ferre : verdragen   sperare : hopen

faciendum curavit    curare : zorgen voor; met gerundivum : laten  

gymnasium publicum iuventuti  pietate linguis et artibus imbuendae dicatum

(Delft, boven Greine Stoffe-hal)    publicus : openbaar   iuventus, -utis : jeugd  pietas, -atis : vroomheid  lingua : taal   ars, artis : vak, kunst  imbuere: vervullen van, doordringen met   dicare : wijden

index librorum expurgandorum   index : aanwijzer, lijst  expurgare : zuiveren

interdum requiescendum (est)   interdum : soms  requiescere : uitrusten

iusta a deo roganda (sunt)   iustus : goed, juist, rechtvaardig  rogare : vragen

liberi in iuventute flectendi (sunt)   liberi : kinderen   iuventus, -utis : jeugd  flectere : ombuigen, beïnvloeden

linquenda tellus et domus et placens uxor (est) (Horatius, Oden 2,14,21)  linquere : achterlaten   tellus, telluris : aarde    placens : liefhebbend   uxor, uxoris : echtgenote  

nb. "Linquenda"  is vaak als opschrift te vinden op huizen in de provincie

morte magis metuenda senectus (est)   mors, mortis : de dood [de ablativus is weer te geven met 'dan...'.        magis : meer  metuere : vrezen   senectus, senectutis : ouderdom

nihil desperandum (est) deo duce   desperare : wanhopen  deo duce : wanneer God ons leidt

nunc est bibendum   nunc : nu  bibendum est : 'er moet gedronken worden, ' we moeten drinken'

quod erat demonstrandum   quod : wat   demonstrare : bewijzen   erat : verleden tijd van est

sobrie vivendum et non temere credendum (est)   sobrie : sober : zuinig   temere : zo maar   credere : geloven

deliberandum est quicquid statuendum est semel  deliberare : overwegen  quicquid : al wat   statuere : besluiten    semel : eenmaal

Vivamus, mea Lesbia, atque amemus

(............................................................)

soles occidere et redire possunt :

nobis cum semel occidit brevis lux,

nox est perpetua una dormienda

(Catullus, carmen 5)

sol, solis : zon   occidere : ondergaan   redire : terugkeren   posse : kunnen   semel : eenmaal   nobis : voor ons   brevis : kort   lux, lucis : licht   nox, noctis : nacht  perpetuus : voortdurend   dormire : slapen 

Non omnis error stultitia nominandus est     error- erroris : fout, misstap   stultitia : domheid   nominare : noemen

Nunc est agendum, non dicendum   agere : handelen, doen

Ut desint vires, tamen est laudanda voluntas       ut : ook al    deesse : ontbreken   vires, virium : krachten     voluntas, -atis : goede wil

  

gerundium, cf. PK p. 50

ad vivendum velut ad natandum is melior (est) qui onere liberior (est) (Apuleius, De Magia, 21)   velut : evenals   natare : zwemmen   onus, oneris : last

ars celandi artem   celare : verbergen

aegrescit medendo  aegrescere : ziek worden   mederi (medeor) : genezen

amor sceleratus habendi (Ovidius, Metamorfosen 1,131)   sceleratus : misdadig  habere : hebben, bezitten

augendo omnis modus abest   augere : uitbreiden, vergroten   modus : maat    abesse : ontbreken

bonum magis carendo quam fruendo cernitur   carere : missen    frui (fruor) : genieten   cernere : ontwaren, ontdekken

canis a non canendo   canis : hond   canere : zingen

cedendo victor abibis  cedere : wijken, zich terugtrekken   abire : weggaan  victor : 'als overwinnaar'

cito scribendo non fit ut bene scribatur; bene scribendo fit ut cito (Quintilianus, Inst. Or. 10,3,10)  cito : snel   fit ut : het gebeurt dat.....cito : snel

consilium abeundi   consilium : advies    abire : vertrekken

crescit eundo (motto van New Mexico)    crescere : groeien   ire : gaan

cunctando proficit   cunctari (cunctor) : aarzelen   proficere : vorderingen maken

cupido dominandi cunctis affectibus flagrantior est (Tacitus, Annales, 15,53)   dominari (dominor) : de baas zijn, overheersen   affectus, affectus : aandoening, gevoelen    flagrans : fel

docendo discimus    discere : leren

ferendo vincam    ferre : verdragen

gutta cavat lapidem non vi sed saepe cadendo (Ovidius, Ars Amatoria 1,475)   gutta : druppel    cavare : uithollen   lapis, lapidis : steen   vis : geweld   cadere : vallen

deliberando saepe perit occasio deliberare : overleg plegen   saepe : vaak   perire : verloren gaan   occasio, -onis : gelegenheid

lucus a non lucendo   lucus : (heilig) woud ( eigenlijk een open(gehakte) plek in het woud, vgl. plaatsnamen als Heiloo  en Waterloo )    lucere : licht geven

ludus a non ludendo   ludus : school   ludere : spelen

modus vivendi    modus: manier

faciendi plures libros nullus est finis   facere : maken, schrijven   plures : meer   liber, boek   nullus : geen   finis : einde  ['er is geen einde van het meer boeken maken', dwz. 'er komt geen einde aan het schrijven van meer boeken']  faciendi  moet dus bij  finis  worden genomen! Plures libros  is dan weer een lijdend voorwerp bij  faciendi.

nulla aetas ad discendum sera (est)  aetas : leeftijd    serus : [te] laat

Fer fortiter!  Facilem facis fortunam ferendo     ferre : verdragen    fortiter : op dappere wijze      facilis, -is : gemakkelijk

Nihil agendo homines male agere discunt    agere : doen   male : op slechte wijze   discere : leren

Quid est enim libertas? Potestas vivendi ut velis (paradoxa Stoicorum 34)    potestas, -atis : mogelijkheid   ut : zoals

COLLEGE VIII  

preposities (voorzetsels), cf. PK p. 51.

 Met de genitivus :

causa/gratia : wegens, terwille van, om

[honoris causa : om de eer

exempli gratia : bij wijze van voorbeeld]

 Met de accusativus :

ad : naar, bij, tot

adversus : tegen

apud : bij

ante : voor

post : achter, na

per : door, gedurende

contra : tegen, tegenover

cis : aan deze zijde van

ultra : aan gene zijde van

trans : aan gene zijde van

supra : boven

infra : onder, beneden

intra : binnen

extra : buiten

ob : wegens

propter : wegens, dichtbij

prope : dichtbij

inter : tussen, onder

praeter : behalve, voorbij

super : boven, verder dan

secundum : langs

circum : rondom

iuxta : naast

in : in, op, naar (bij beweging)

sub : onder (bij beweging)

 Met de ablativus :

cum : met

sine: zonder

a(b) : vanaf, door, sedert

e(x) : uit

de : vanaf, over, aangaande

pro : voor

prae : voor, wegens

in : in, op (bij rust)

sub : onder (bij rust)

adversus stimulum calces iactare (Terentius Phormio 77)   stimulus : prikkel  calx : hiel

a cruce salus   crux, crucis : kruis   salus, salutis : heil

a cruce victoria   victoria : overwinning

a verbis ad verbera   verbum : woord     verber, verberis : slag

ab incunabulis   incunabula : windsels van de zuigeling

ab Iove principium (Vergilius, Bucolica 3, 60)  Iuppiter, Iovis    proncipium : begin

ab uno vitaque morsque   ...que....que : èn....èn

ab urbe condita   urbs, urbis : stad    condere : stichten

accipe in bonam partem    accipere : opvatten   pars, partis : deel, aspect

ad astra per ardua   astra ; de sterren  arduus : moeizaam

ad kalendas Graecas  [Suetonius, Augustus 87,1]

ad : tot aan  kalendae : de eerste dag van iedere maand   Graecus : Grieks

            De kalendae gold als een vervaldag waarop al wie iets [af] te betalen had, verwacht werd bij zijn schuldeisers. Het is een van de zeer weinige woorden die de Romeinen met een Griekse k  schreven. De naam wordt wel in verband gebracht met de term  calendus [oproepbaar]. Op de eerste dag van de maand was elke burger namelijk oproepbaar; hij kreeg dan te horen welke dagen volgens de voortekenen gunstig [fastus]  of gevaarlijk [nefastus] waren. In Griekenland bestonden geen kalendae in de Romeinse betekenis van het woord. Daarom betekent de uitdrukking zoveel als : 'nooit'.  Suetonius vertelt dat keizer Augustus deze term vaak gebruikte wanneer hij het over zijn debiteurs had.

            Als fanatiek bestrijder van het protestantisme was Filips II voortdurend in conflict met koningin Elizabeth I van Engeland. Hij stuurde haar herhaaldelijke ultimatums die zij dan beantwoordde met :  

                   Ad Graecas, bone rex, fient mandata Kalendas ['Goede koning , uw bevelen zullen worden uitgevoerd op de Griekse kalenden']

ad libitum : 'naar believen'

ad rem

ante meridiem   meridies : middag

apud leves gravitas vitium est    levis , -is : licht   gravitas, -atis : zwaarte, gewicht  vitium : fout, gebrek

contradictio in terminis

conditio sine qua non    conditio, -onis : voorwaarde    sine : zonder   qua : welke

contra vim mortis non est medicamen in hortis   contra : tegen   vis : geweld  medicamen, medicaminis : geneesmiddel   hortus : tuin

contra vim non valet ius   valere : van invloed zijn, effect hebben   ius, iuris : recht

cum grano salis   granum : korrel   sal, salis : zout

cum suis    suus, sua, suum : zijn eigen

cum libello in angello   libellus : boekje  angellus : hoekje

de facto : 'feitelijk'

de iure : 'wat regelgeving betreft'

de mortuis nil nisi bene   de : over   mortuus : gestorvene  ni[hi]l : niets   nisi : tenzij

de profundis   profundus : diep

deus ex machina    machina : hijstoestel, gebruikt  voor bijzondere effecten in het theater

dominus vobiscum [sit]    vobiscum : met u  sit : zij

e pluribus unum   e[x] : uit   plures : meer

et in Arcadia ego  (sum)   et : ook   ego, nl. de dood

ex bello pax

ex oriente lux   oriens, orientis : de opgaande zon, het oosten

ex voto 'conform de gelofte'

extra ecclesiam nulla salus  (est)   ecclesia : kerk  salus, salutis  : heil

in aeternum  in : tot in   aeternum : eeuwigheid

in domino quies  (est)  quies, quietis : rust

in dubiis pro reo    dubius : twijfelachtig   reus : beklaagde

in medias res   medius : middelst ['het midden van']

in medio virtus   (est)   virtus, -utis : deugd

in morte vita  (est)

in mundo nihil mundum  (est)   mundus : wereld, rein

in saecula saeculorum   saeculum : eeuw

latent sub melle venena  latere : verborgen zijn   mel, mellis : honing  venenum : vergif

magnae res sine magnis periculis non fiunt  sine : zonder  periculum : gevaar   fieri (fio) : plaatsvinden

nihil sub sole novum [est]

otium cum dignitate   otium : rust   dignitas, -atis : waardigheid

per angusta ad augusta    angustus : nauw   augustus : verheven

per crucem ad lucem

post bellum auxilium

post hoc ergo propter hoc   propter : wegens   hoc : dit   ergo : dus

post tenebras lux   tenebrae, tenebrarum : duisternis

quae supra nos nihil ad nos  (pertinent)   quae : de dingen die   supra : boven  pertinere ad : betrekking hebben op

si cum jesuitis (estis) non cum Jesu itis  si : indien   cum : met   estis : jullie zijn   ire : gaan

-de Jezuieten reageerden met :

si cum Dominicanis, non cum Domino canis   Dominus : de Heer    canere : zingen

si deus pro nobis, quid contra nos? (Romeinen 8,31)

sine ira et studio   ira : antipatie   studium : vooringenomenheid

sine numine frustra   numen, numinis: goddelijke macht, god   frustra : tevergeefs

sub divo   divum : de vrije lucht, de blote hemel

sub rosa   rosa : roos

sub specie aeternitatis   species, iei : aspect   aeternitas, -atis : eeuwigheid

sub voce   vox, vocis : woord

COLLEGE IX

coniunctivus in de hoofdzin, cf. PK  p. 61, 62, 110, 111.

Het vormkenmerk voor de coniunctivus van de o.t.t. is bij de a-stammen een -e- tussen stam en uitgang : laudem, laudes, laudet etc. en bij de overige werkwoorden een -a- tussen stam en uitgang : deleam, deleas, deleat, vincam, vincas, vincat, audiam, audias, audiat; faciam, facias, faciat.

Het vorm kenmerk van de coniunctivus van de o.v.t. is het hele werkwoord + uitgang : vocarem, vocares etc.

In hoofdzinnen kan een coniunctivus wijzen op een beleefd verzoek, een wens of een aansporing.  [Ook in bijzinnen , met name afhankelijke vragen, komt de coniunctivus veel voor, veelal zonder consequenties voor de vertaling.]

ab alio expectes alteri quod feceris (Publilius Syrus)    expectare : verwachten   alter : een ander 

absit omen   abesse : ontbreken, verre zijn   omen : voorteken

aliena ne cures : propria cures   alienus : andermans   proprius : eigen   curare ; zich zorgen maken om

altera pars audiatur    pars, partis : partij, kant

aut natet aut pereat    natare : zwemmen   perire ; te gronde gaan

bellum gerant alii, tu, felix Austria, nube, nam quae Mars aliis dat tibi regna Venus (Matthias Corvinus)   bellum gerere : oorlog voeren    nubere : trouwen

bibamus, moriendum est

caveant consules   cavere : op zijn  hoede zijn

caveat emptor   emptor : koper

cedant arma togae, concedat laurea laudi   cedere : plaats maken voor

cedat corporeae carnis malesuada voluptas soliusque animae sit tibi cura tuae

(Delft, Nieuwe Kerk, grafsteen Th. Verburg in de zuiderzijbeuk ter hoogte van het mausoleum van Willem van Oranje)   cedere : wijken   corporeus : lichamelijk  caro, carnis : vlees  malesuadus : het slechte aanradend   voluptas, -atis : genot  solus ( genitivus : solius!)   anima : ziel   cura : zorg

cras amet qui numquam amavit   cras : morgen   qui : hij die   numquam : nooit numquam : nooit

fiat

fiat lux

fortunam citius reperias quam retineas   reperire : vinden  retinere : behouden

gaudeamus igitur  gaudere : zich verheugen   igitur : dus

imprimatur

io vivat

ne nimis alta petas   nimis : al te   altus : hooh   petere : najagen

ne spem deponas   deponere : opgeven

notetur nomen

omnia vincit amor et nos cedamus amori (Vergilius, Eclogae 10, 69)

oremus   orare : bidden

partem audias prius aliam, deinde iudica   pars, partis : partij     prius : eerst   deinde : vervolgens, daarna

audite et alteram partem (stadhuis te Gouda, onder het baldakijn)  audire : horen

et : ook  alter : ander  pars. partis : partij

age quod agis (stadhuis te Gouda)  agere : doen  quod : wat

paX ChrIstI sIt In haC DoMo (voormalige inscriptie uit 1714 op het huis "In de oude Waegh", St. Pieterstraat 18, Maastricht)

qui habet aures audiendi audiat (Mattheus 11,15)  qui : hij die   auris, -is : oor   audiendi :  gerundium :'van het horen', 'om te horen'

reges philosophentur aut philosophi imperent   philosophari (philosophor) : filosoferen   imperare : macht uitoefenen

si quis forte meam cupiet violare puellam, illum in desertis montibus urat amor (Buecheler 953)   quis = aliquis : iemand   violare : onteren   desertus : afgelegen, verlaten   urere : verbranden

sint sine dente sales  (op portret van....................geschilderd door Pieter Pourbus, Museum Boymans- van Beuningen, Rotterdam)   dens, dentis : tand  sal, salis: zout, humor

sit tibi terra levis (vaak op grafstenen ingekort tot STTL)   terra : aarde   levis : licht

sit venia verbo   venia : vergiffenis   verbum :woord

vivat crescat floreat

lateat dum pateat (motto bij het gedicht Maeghde-Wapen in Houwelyck van J. Cats, 1625; de  tulp, omgeven door een zwerm bijen, staat voor de maagd die wordt belaagd door vrijers)   latere : verborgen zijn   patere : open gaan

mundus vult decipi, ergo decipiatur (S. Franck, Paradoxa 236)    velle : willen   vult : hij wil   decipere : bedriegen

COLLEGE IX  

pronomina (voornaamwoorden ) I, cf. PK p. 169,170,171.

 

9.1. De theorie

9.1.1. Persoonlijke voornaamwoorden :

ego                      nos             tu                vos

-                           nostrum      -                 vestrum

mihi                      nobis          tibi              vobis

me                       nos             te                vos

me                       nobis          te                vobis

is       ea     id                ei                eae             ea

eius   eius   eius             eorum                  earum                  eorum

ei       ei       ei                eis               eis               eis

eum  eam  id                eos             eas             ea

eo     ea     eo               eis               eis               eis

sibi : voor zich; se : zich.

9.1.2. Bezittelijke voornaamwoorden :

meus, mea, meum : mijn

tuus, tua, tuum : jouw

suus, sua, suum : zijn [eigen]

noster, nostra, nostrum : ons

vester, vestra, vestrum : jullie

suus, sua, suum : hun [eigen]

n.b. deze woorden gaan als altus, alta, altum

9.1.3. Aanwijzende voornaamwoorden :

9.1.3.1. deze, dit

hic              haec           hoc             hi                hae             haec

huius           huius           huius           horum                  harum         horum

huic            huic            huic            his               his               his

hunc           hanc           hoc             hos              has             haec

hoc             hac             hoc             his               his               his

9.1.3.2. die, dat :

ille              illa              illud            illi                illae            illa

illius            illius            illius            illorum         illarum        illorum

illi                illi                illi                illis              illis              illis

illum           illam           illud            illos             illas             illa

illo              illa              illo              illis              illis              illis

iste              ista              istud           isti               istae           ista

etc              etc              etc              etc              etc              etc

9.1.4. Bepalende voornaamwoorden

9.1.4.1. zelf

ipse            ipsa            ipsum         ipsi              ipsae          ipsa

ipsius          ipsius          ipsius          ipsorum       ipsarum      ipsorum

ipsi              ipsi              ipsi              ipsis            ipsis            ipsis

ipsum         ipsam         ipsum         ipsos           ipsas           ipsa

ipso            ipsa            ipso            ipsis            ipsis            ipsis

9.1.4.2. dezelfde

idem           eadem                 idem           eidem                  eaedem     eadem

eiusdem     eiusdem      eiusdem     eorundem   earundem  eorundem

eidem                  eidem                  eidem                  eisdem                 eisdem                 eisdem

eundem      eandem      idem           eosdem      easdem      eadem

eodem                 eadem                 eodem                 eisdem                 eisdem                 eisdem

9.1.5. Vragende voornaamwoorden

9.1.5.1. welke?

qui              quae           quod          qui              quae          quae

cuius           cuius           cuius           quorum       quarum      quorum

cui              cui              cui              quibus                  quibus                  quibus

quem          quam          quod          quos           quas           quae

quo             qua             quo             quibus                  quibus                  quibus

9.1.5.2. Wie/ Wat?

quis : wie ? gaat als qui

quid : wat? gaat als quod

9.1.6. Betrekkelijk voornaamwoord :

- is in vorm gelijk aan het vragend voornaamwoord

9.1.7. Onbepaalde voornaamwoorden :

aliquis : iemand, aliquid : iets

quisquam : iemand, quicquam : iets

quisque : ieder     quidque : alles

9.2. de praktijk

suum cuique    quisque : ieder

bellum est sua vitia nosse   bellus : mooi   suus : zijn eigen   vitium : fout   nosse = novisse : kennen

cave quid dicis , quando et cui   cavere : oppassen   quid : wat   quando : wanneer    cui : aan wie

cui bono (est)?  bono : ten goede

et parvis sua vis  (est)   et : ook    parvus : klein   vis : kracht, vermogen

fide sed cui vide   fidere : vertrouwen    videre : oppassen

hoc anno

hoc loco

modicus cibi medicus sibi    modicus : matig   cibus : voedsel, spijs

nunc scio quid sit amor   scire : weten   quid : wat   sit : is

omnia mea mecum porto    mecum : met mij  portare : dragen

quid est veritas?   veritas : waarheid [Dit woord van Pilatus voor Christus kan met de anagram-methode worden omgezet in :  vir qui adest : ' de man die voor u staat']

quid fuerim, quique sim, vide

quid non cogit amor?     cogere : dwingen

quid superest?  

In de volgende tekst, een fragment van carmen 8 van Catullus, probeert de dichter zijn liefde voor een meisje op te geven :

Vale, puella. Iam Catullus obdurat            

nec te requiret nec rogabit invitam.

At tu dolebis, cum rogaberis nulla :

scelesta, vae te! Quae tibi manet vita?

Quis nunc te adibit? Cui videberis bella?

Quem nunc amabis? Cuius esse diceris?

Quem basiabis? Cui labella mordebis?

At tu, Catulle, destinatus obdura.

obdurare : flink zijn   requirere : weer opzoeken   invitus : tegen de zin

dolere : verdriet hebben   nulla = non   scelestus : rampzalig   vae : wee

manere : te wachten staan   adire : benaderen    videri : schijnen

basiare : kussen     labellum : lipje    mordere : bijten  destinatus : vastbesloten


quis quid ubi quibus auxiliis cur quomodo quando?   wie, wat, waar, waarmee, waarom, hoe, wanneer?

quot capita tot sensus   quot...tot  : zoveel................zoveel...............caput, capitis : hoofd   sensus, -us : zin

Quot homines tot sententiae    sententia : opvatting

qualis rex talis grex  qualis : zodanig als   talis : zodanig    grex, gregis : kudde

Qualis avis talis cantus   avis, avis : vogel   cantus, cantus : gezang

Quanto altius ascendit homo, tanto altius cadit    quanto : hoe   tanto : des te    altus : hoog, diep     ascendere : opstijgen   cadere : vallen

se ipsum vincere maxima victoria (est)    se ipsum : zichzelf   vincere : overwinnen

COLLEGE X  

 pronomina II

aliquis in omnibus, nullus in singulis   aliquis : iemand     nullus : niemand   singula : de details, de onderdelen afzonderlijk

amoris vulnus idem sanat qui facit (Publilius Syrus)   vulnus, vulneris : wond   idem : dezelfde persoon    sanare : genezen   qui : die   facere : veroorzaken

est quaedam flere voluptas (Ovidius Tristia 4,3,37)  quidam : een zeker   flere : wenen   voluptas, -atis : genot

fere libenter homines id quod volunt credunt (Caesar, de bello Gallico 3,18)  fere : meestal   libenter : graag   id quod : dat wat   credere : geloven

pereant qui ante nos nostra dixerunt   perire : te gronde gaan   qui : zij die    nostra : het onze   dicere (perf. dixi) : zeggen

quid est enim fides nisi credere quod non vides? (Augustinus, in Ioh. Ev. 40,8)   fides : geloof

quisque suae fortunae faber   quisque : iedereen    faber : timmerman, veroorzaker

quisquis habet nummos secura navigat aura    nummi : geld   securus : veilig, onbezorgd   aura : wind   navigare : varen

quod licet Iovi, non licet bovi     licet : het staat vrij, het is geoorloofd   Iuppiter, Iovis   bos, bovis : rund

sum quod eris   quod : dat wat


COLLEGE X  

coniunctivus in bijzinnen, cf. PK p. 62, 111, 116

alteri vivas oportet si  vis tibi vivere (Seneca, epistula 48,2)  oportet : het behoort   vis : jij wilt

caveant consules   ne quid respublica detrimenti capiat   cavere : op zijn hoede zijn   quid : iets   detrimentum : schade   capere : oplopen

do ut des   dare : geven   ut : opdat

dummodo prosim   dummodo : mits maar    prodesse (prosum) : van voordeel zijn

non ut edam vivo, sed ut vivam edo (Quintilianus, Inst. Or. 9,3,85)   ut  opdat

tene me ne fugiam   ne : opdat niet

ama ut ameris : ut [+ coniunct.] : opdat


COLLEGE XI   

de a.c.i.-constructie, cf. PK p. 66

antiquom poetam audivi scripsisse in tragoedia mulieres duas peiores esse quam unam (Plautus, Curculio 591)   antiquom = antiquum    audire (perf. audivi) : horen

scribere (perf. scripsi) : schrijven    mulier, -eris : vrouw  peior : slechter

ceterum censeo Carthaginem esse delendam

hominem te esse cogita  werd door een slaaf tot de triumfator gezegd tijdens zijn triomftocht   cogitare : bedenken, zich realiseren

mendacem memorem esse oportet (Quintilianus 4,2,91)    mendax : leugenachtig

memor : gedachtig, voorzien van een goed geheugen    oportet : het behoort

mulieris famam non formam vulgatam esse oportet    fama ; reputatie   forma : schoonheid    vulgare : algemeen bekend maken

pati necesse est multa mortales mala (Gnaeus Naevius)   pati (patior) : dulden, verdragen    malum : ramp

si vis me flere, dolendum est primum ipsi tibi (Horatius, Ars Poetica 102)  vis : jij wilt   dolere : verdriet hebben

sperne te sperni (Philippus Neri)   spernere : verachten

Laetus sum laudari me a viro laudato   laetus : blij

                        THETIS  LVGET

            Ante bellum Troianum Thetis, mater Achillis, valde tristis erat. Secum dicebat se, cum omnes Graecorum reges ad bellum cogerentur,  filium suum a bello retinere studuisse, cum puero mors praematura immineret. Deos enim dixisse  : 'Brevis quidem, sed clarissima filii tui vita erit'. Se ideo Achillem ad Lycomedem, insulae Scyri regem,  misisse. Ibi filium inter filias regis quasi puellam mansurum esse. Graecos autem locum repperisse et statim cum Ulixo callido Scyrum insulam petiisse, ut Achillem ad bellum adducerent. Eos neque in regia neque per insulam Achillem invenire potuisse et Ulixem dolum finxisse, vestem mutavisse et sub specie mercatoris in regiam rediisse.  Achillem e merce non anulum aureum, non vestem pulchram sed gladium magnum cepisse et ita naturam veram ostendisse. Ulixem iratum eum monuisse ut gloriam belli pareret. Itaque filium Ulixi paruisse et cum allis regibus Troiam petivisse. Se eum servare non potuisse...............


Werkvertaling:

                                      Thetis rouwt

         Vóór de Trojaanse oorlog was Thetis, de moeder van Achilles, diepbedroefd. Ze zei telkens bij zichzelf dat zij, toen alle koningen van de Grieken bijeengebracht werden voor de oorlog, geprobeerd  had haar eigen zoon van de oorlog af te houden, omdat de jongen een voortijdige dood te wachten stond. (ze zei) Dat de goden immers gezegd hadden :" Het leven van jouw zoon zal weliswaar kort, maar bijzonder roemrijk zijn". Dat ze daarom Achilles naar Lycomedes, koning van het eiland Scyrus, had gezonden. Dat haar zoon daar als een meisje te midden van de dochters van de koning zou vertoeven. Dat de Grieken echter de plaats hadden ontdekt en onmiddellijk met de slimme Ulixes (Odysseus) naar het eiland Scyrus waren gegaan om Achilles mee te nemen voor de oorlog. Dat zij Achilles noch in het paleis, noch op het eiland hadden kunnen vinden en dat Ulixes een list had verzonnen, andere kleding had aangedaan en in de gedaante van een koopman  naar het paleis was gegaan. Dat Achilles uit de koopwaar geen gouden ring, geen mooi gewaad, maar een groot zwaard had genomen en zo zijn ware aard had getoond. Dat Ulixes hem woedend had aangespoord zich  oorlogsroem te verwerven. Dat haar zoon derhalve Ulixes had gehoorzaamd en met de andere koningen op weg gegaan was naar Troje. Dat zij hem niet had kunnen redden.......

COLLEGE XII  

de ablativus absolutus, cf. PK p. 65

amato quaeramus seria ludo (Horatius, satiren 1,1,27)   ludo amato : 'het spel bemind zijnde ", 'nadat we eerst van het spel hebben gehouden'    quaerere : opzoeken   serius : ernstig

ceteris paribus  'terwijl de rest gelijkblijft' 

corruptissima re publica plurimae leges (sunt) (Tacitus Annales 3,27)

deficiente pecunia   deficere :ontbreken  pecunia : geld  

deo volente (Jacobus 4,15)   velle : willen

favente deo   favere : begunstigen

fInIto LIbro reDDatVr gLorIa ChrIsto (vulgaatincunabel, Altdorf 1210)   finire : afmaken   reddere : geven, bewijzen

fortuna duce

mutatis mutandis

nil desperandum deo duce (devies van het studentencorps van de V.U., te Amsterdam)   desperare : wanhopen   deo duce : wanneer God maar onze gids is'

stante pede : 'op staande voet'

sublato amore omnia ruunt  tollere, deelwoord perfectum  sublatus : opheffen, beëindigen ['wanneer de liefde is opgegeven' ]   ruere : te gronde gaan, instorten

venire depugnato  proelio  venire [te hulp] komen   depugnare : strijden proelium : strijd

            DE  AVLIDE

            Iussis Agamemnonis omnium urbium regibus nuntiatis mille naves Graecae in litus Euripi sinus appelluntur. Adversis autem ventis duces exercitum in Asiam traicere non possunt. Novem avibus  in summa arbore a serpente rubro devoratis Calchas augur exclamavit : " Novem aves annos novem significant. Novem post annos Troiam capiemus!". Omine ita  a Calchante explicato milites  rogabant : "Sed cur ventis adversos habemus?". "Cerva ab Agamemnone necata Diana, dea ferarum, iratissima est. Filia peccatoris a patre necata ira Dianae placata erit." Calchas repondit. Infelix Agamamnon non facile persuadetur, sed longam post moram viros mittit, ut Iphigeniam filiam Mycenis adducant. Matrimonio Achillis promisso Iphigenia laeta Aulidem petit.

            Ibi Graeci virginem infelicem in aram Dianae traxerunt, ut eam sacrificarent. Patre iam gladium capiente dea miserrimam puellam videt et misericordia vincitur. Ara nube tecta Iphigeniam clam eripuit et cervam in loco puellae posuit. Nube surgente viri Iphigeniam videre iam non poterant, sed cervam tantum in ara reppererunt. Iphigenia a dea in terram Tauricam abrepta statim venti mutantur. Mare Graeci traiciunt ut Troiam petant.

Over Aulis

            Toen de bevelen van Agamemnon aan de koningen van alle steden  waren bericht landden duizend Griekse schepen op de kust van de Euripus-baai. Door de tegenwinden konden de aanvoerders echter het leger niet laten oversteken naar Azië. Toen negen vogels in het topje van een boom door een rode slang waren verzwolgen riep de ziener Calchas uit :" De negen vogels betekenen negen jaren. Na negen jaren zullen wij Troje innemen! Nadat het voorteken zo door Calchas was uitgelegd, vroegen de soldaten :" Maar waarom hebben we tegenwind?". Calchas antwoordde :"Omdat een hinde door Agamemnon is gedood is Diana, de godin van de wilkde dieren, razend. Wanneer de dochter van de zondaar door haar vader is gedood zal de woede van Diana gestild zijn". De ongelukkige Agamemnon werd niet gemakkelijk overreed, maar na een lange tijd zond hij mannen om zijn dochter Iphigenia uit Mycene te gaan halen. Omdat haar een huwelijk met Achilles was beloofd ging Iphinenia blij op weg naar Aulis.

            Daar sleurden de Grieken het ongelukkige meisje naar het altaar van Diana om haar te offeren. Toen haar vader reeds het zwaard opnam, zag de godin het diepongelukkige meisje en werd door medelijden overmand. Na het altaar met een wolk te hebben bedekt nam ze heimelijk Iphigenia  weg en plaatste een hinde in de plaats van het meisje. Toen de wolk opsteeg konden de mannen Iphigenia niet meer zien, maar ze vonden slechts een hinde op het altaar. Nadat Iphigenia door de godin naar het Taurische land was weggevoerd draaiden de winden onmiddellijk. De Grieken staken de zee over om naar Troje te gaan.


COLLEGE XIII  

        

XIII,1  Het gebruik van vertalingen.

         Bronnen uit de oudheid zijn gemakkelijk toegankelijk. Van vrijwel alle overgeleverde teksten bestaan betrouwbare uitgaven, vele met een  kritisch apparaat, waarbij onder aan de pagina tekstvarianten die zich in de diverse handschriften bevinden, staan vermeld. De lezer kan dan interactief de tekst op een alternatieve manier lezen en interpreteren.

            Zeer vele teksten zijn eveneens in vertaling bereikbaar. Een bekende reeks is die van de  Penguin Classics  waarin zowel Griekse als Latijnse auteurs zeer ruim zijn vertegenwoordigd. De inleidende teksten zijn zeer instructief. Het vrijwel enige nadeel is, dat het om een pocket-reeks gaat.

            Niet goedkoop, maar wel mooi en sterk is The loeb Classical Library, founded by James Loeb waarvan de oorsprong tot in het eind van de vorige eeuw teruggaat. In de groene (Grieks) en rode (Latijn) deeltjes zijn teksten telkens voorzien van een vrij letterlijke vertaling. Bovendien zijn er goede inleidingen en in vele gevallen ook een bekopt kritisch apparaat. Boekhandel Donner heeft vele delen in voorraad (te vinden op de afdeling Filosofie).


XIII,2   Het verleden in de Klassieke letterkunde

         In dit college zal aandacht worden besteed aan de volgende genres :

           

1. Het Epos

2. De Historiografie

1. Het Epos.

1.1. Het Griekse epos : Homerus, Hesiodus en Apollonius Rhodius.

         Een epos is een lang gedicht waarin verhalen verteld worden uit een legendarisch verleden. Goden en helden voeren oorlog en verrichten grootse daden. De goden bemoeien zich op allerlei manieren met het leven van de mensen. De verhalen worden verteld in een verheven stijl. Ze zijn niet in één bepaalde periode ontstaan. Beelden, taal en gebruiken uit verschillende tijden en gebieden komen in de taal van het epos samen. De taal van het epos is een kunsttaal die nooit ergens in deze vorm spreektaal is geweest. Het Griekse epos  is gedicht in een speciale versmaat, de dactylische hexameter, dwz. zesmaal lang-kort-kort.

            Tussen 1400 en 800 v.C. heersten in het Griekse gebied vorsten die hun inspanningen buiten de deur afwisselden met feesten en vrolijke bijeenkomsten aan het hof. Rondtrekkende voordrachtskunstenaars (aoidoi, zangers)  droegen bij die gelegenheden liederen voor, waarbij ze zich begeleidden op een lier of soortgelijk instrument. Ook in de stad traden ze op, op de markt, bij grote feesten en bij religieuze plechtigheden. Als spreekbuizen van het verleden waren ze  de instantie die men voor advies benaderde. Geen van de door de zangers vertelde verhalen lag woord voor woord vast. In de orale traditie werden ze eeuw na eeuw doorverteld en onthouden. Door het vaste metrische schema, de bekende verhaallijn, het gebruik van formules  en het memoriseren  van fragmenten was voordracht uit het hoofd zonder meer mogelijk. Uiteindelijk ontstonden verhalencycli rond helden als bv. Achilles, steden als bv. Thebe en met name rond de Trojaanse oorlog en de terugkeer van de Griekse aanvoerders na afloop daarvan.

            In de 8e eeuw v.C. namen de Grieken het alfabet over van de Phoeniciërs. In diezelfde eeuw mondde de lange orale epische traditie uit in het schriftelijk vastleggen van twee omvangrijke epen, de Ilias  over de wrok van Achilles en de Odyssee over de terugkeer van Odysseus na de val van Troje. Het is niet zeker welke persoon of groep van personen met behulp van bestaande verhalen en verhaalfragmenten de Ilias en Odyssee hebben gecomponeerd. Evenmin is bekend of ze van dezelfde hand zijn. Traditioneel wordt in dit verband de naam van de blinde zanger Homerus  genoemd die afkomstig zou zijn van het eiland Chios.

            Zangers als Homerus stelden zich volledig in dienst van de verhalen zie zij voordroegen : ze zijn de anonieme verslaggevers van de gebeurtenissen. Ca. 700 laat Hesiodus  van Ascra in Boeotië iets van zichzelf horen in een didactisch  epos. In Werken en Dagen  geeft hij wijze lessen over de arbeid in het algemeen en de landbouw in het bijzonder.

            Na Homerus hielden beroepszangers (rapsoden) voordrachten uit het overgeleverde werk dat ze tevens bestudeerden en aanvulden met eigen fragmenten. In de 6e eeuw liet de tiran Peisistratos  uit de verschillende versies een standaardtekst samenstellen In diezelfde tijd oefenden filosofen als Herakleitos  kritiek uit op het werk van Homerus.

            Tijdens het hellenisme werd in de door Ptolemaeus gestichte bibliotheek te  Alexandrië het  traditionele epische materiaal aan een zorgvuldige bestudering onderworpen. Daarnaast werden nieuwe verhalen gecomponeerd  met een voorkeur voor nieuwe inhouden (lokale legenden) en voor persoonlijke gevoelens (veel liefdesgeschiedenissen). Naast het didactische epos zien we het  historische epos (bv. over Alexander de Grote), het regionaal-historische epos, handelend over de oorsprong van steden en het mythologische epos. Geleerdheid en subtiliteit speelden bij het hellenistische epos een belangrijke rol. Sommigen zetten zich tegen het voorbeeld van Homerus af in een streven naar oververfijnde kleinschaligheid. Zo si voor Kallimachos  een groot boek een groot kwaad. De tweede bibliothecaris van de bibliotheek in Alexandrië was de geleerde Apollonios van Rhodos. In zijn  - grootschalige -  Argonautica beschrijft hij de Tocht van de Argonauten, met Jason en al die andere helden die een avontuurlijke tocht ondernamen op zoek naar het Gulden Vlies in Colchis. Centraal in het werk staat de liefde van Jason en de koningsdochter Medea - het thema van de vreemdeling verliefd op de verre prinses.

1.2. Het Romeinse epos.

            Wanneer in 272 Tarente door de Romeinen wordt veroverd, wordt daarmee het zuiden van Italië (Magna Graecia) Romeins gebied.  De Romeinen steken veel op van de Grieken die ze aan hun gezag onderwerpen. Griekse scheepsbouwers leren hun aan de hand van een gestrand Carthaags schip hoe oorlogsschepen te maken. Griekse ingenieurs verbeteren de Romeinse landbouwmachines. Griekse artsen worden concurrenten van de Romeinse "kruidendokters". Op het  gehele religieuze, culturele, artistieke en wetenschappelijke leven van Rome drukken de Grieken verder hun stempel. Horatius dicht in de eerste eeuw v.C. :  "Het ingenomen Griekenland kreeg een onontwikkelde overwinnaar en het bracht zijn beschaving over op het boerse Latium".

            Bij de inname van Tarente werd ene Andronicus gevangen genomen. Als slaaf gaf hij lessen in het huis van zijn meester Livius wiens naam hij na zijn vrijlating overnam. Livius Andronicus vertaalde met het oog op zijn onderwijspraktijk de Odyssee in het latijn : de  Odusia, gedicht in de versus Saturnius. Enkele fragmenten zijn over waaronder vers 1 :

        

         Virum mihi, Camena, insece versutum (Noem mij, Muze Camena, de slimme man). Dit is een letterlijke weergave van Homerus'  versregel  Andra moi ennepe, Mousa, polutropon......


            Het werk van Livius Andronicus bleef belangrijke leerstof in het Romeinse onderwijs. Tot in de 1e eeuw v.C. moesten de Romeinse leerlingen op school de Latijnse versie van de Odyssee van buiten leren, samen met de Wetten van de Twaalf Tafelen en de Annales van de dichter Ennius. Pas aan het eind van de 1e eeuw kwam de Aeneis van Vergilius hiervoor in de plaats.

            Gnaeus Naevius, die als soldaat betrokken was geweest bij de eerste Punische Oorlog, schreef een historisch epos, het Bellum Punicum.  Om de voorgeschiedenis van de oorlog uit te leggen begon hij met de verwoesting van Troje, de zwerftochten van Aeneas, de stichting van Lavinium in Latium en de stichting van Rome.

            Quintus Ennius schrijft van 200 tot 169 aan zijn  Annales, waarin hij net als Naevius de geschiedenis van Rome laat beginnen in het brandende Troje. Ennius ziet zichzelf als een tweede Homerus. In het begin van zijn epos vertelt hij hoe Homerus hem verschijnt in een droom en hem vanaf de Parnassos meedeelt dat zijn ziel in die van Ennius is overgegaan. Ennius neemt Homerus' hexameter over.

            De Aeneis van Vergilius (70-19 v.C.) is waarschijnlijk in opdracht van Octavianus geschreven. De hoofdpersoon is Aeneas die model staat voor de jonge keizer Augustus. Als mythologisch epos vertelt de Aeneis het verhaal van de ondergang van Troje en de pogingen van de Trojanen een nieuwe stad te stichten. Als historisch epos behandelt het de Romeinse geschiedenis : in de onderwereld voorspelt vader Anchises aan Aeneas de toekomstige grootheid van Rome en somt hij de gebeurtenissen op die de Romeinen te wachten staan. De Romeinse lezer/toehoorder kreeg zijn verleden als toekomst gepresenteerd. Als regionaal-historisch epos behandelt de Aeneis de geschiedenis van de stad Rome. Bovendien is de Aeneis een  ideologisch  epos : in elke regel klinkt de Pax Augusta door die Vergilius terugprojecteert naar de tijd van goden en helden. De persoon van Augustus werd rechtstreeks verbonden met Aeneas en Venus.

            Tijdens een sessie voor de keizerlijke familie in 23 las Vergilius het zesde boek voor. Bij de regels over de jong gestorven Marcellus viel Augustus' zuster Octavia flauw van emotie. Uniek is het vierde boek dat eigenlijk een tragedie-binen-het-epos is. In dat boek komen de ontmoeting van Aeneas en Dido, koningin van Carthago, hun beginnende liefde, het vertrek van Aeneas (die als  pius Aeneas  niet anders kan doen dan de bevelen van de goden respecteren) en de zelfmoord van Dido aan de orde. Vergilius zou bij testament bepaald hebben dat zijn - onvoltooide - werk zou moeten worden vernietigd. Desondanks gaf Augustus de dichter L. Varius Rufus opdracht het werk te publiceren.

            De Metamorfosen  van P. Ovidius Naso (43 v.C.- 18 n.C.) geven blijk van sympathie voor de Alexandrijnse traditie, waarin men zich - tegen Homerus en Apollonius in - uitsprak voor kleinschalige projecten.  Ovidius maakte een compositie waarin vele mini-eposjes die alle uitlopen op een gedaanteverwisseling, een schat aan geografische en mythologische details (ook weer typisch Alexandrijns) bevatten. De reeks van deze verhalen vormt uiteindelijk één lang  carmen perpetuum over de gehele wereldgeschiedenis.Eerbied voor de goddelijke wetten, besef van het menselijk tekort en de religieuze huiver zijn typisch-Romeinse aspecten van de god-mensrelatie.


            In de Fasti - genoemd naar de Romeinse kalender waarop de dies fasti en nefasti stonden vermeld, resp. de dagen die religieus vrij en bezet waren - behandelt Ovidius maand voor maand de achtergronden van de religieuze en nationaal-historische feesten. Ovidius kwam niet verder dan de eerste zes maanden. Daarna zou hij verbannen zijn als die verbanning tenminste niet - zoals tegenwoordig wel wordt geopperd - literaire fictie is.

            M. Annaeus Lucanus (39-65 n.C.) schreef onder het bewind van Nero zijn Bellum Civile, waarin de burgeroorlog tussen Pompeius en Caesar wordt verteld. Tien van de bedoelde twaalf boeken zijn over, vol nostalgie naar de vrijheid van de oude Romeinse Republiek.

2. De Historiografie

         In de Grieks-Romeinse geschiedschrijving golden de volgende centrale vragen :

            1. Wat is het doel van geschiedschrijving?

                       

                        Is dat doel  retrospectief  gericht op het in herinnering houden van belangrijke gebeurtenissen en roemrijke daden, of prospectief gericht op de toekomst? Is historiografie bedoeld als  literatuur , het vertellen van verhalen,  of als  wetenschap, de analyse van gebeurtenissen?

            2.  Hoe staat de geschiedschrijver tegenover waarheid/objectiviteit?

                        Geeft hij van de gebeurtenissen een versie, de versies of dé versie?

Presenteert hij de gebeurtenissen vanuit een (expliciet geformuleerde) visie of streeft hij naar een objectieve weergave? Gebruikt hij de geschiedschrijving als politiek middel, bv. in dienst van een particuliere bedoeling of een algemene doelstelling van de staat?

2.1. De Griekse historiografie

         De bewoners van de havensteden in het Klein-Azië van de 6e en 5e eeuw leefden op het snijpunt van de Griekse cultuur en de cultuur van het Nabije Oosten, waar de Babyloniërs een hoge graad van ontwikkeling hadden bereikt, met name op het terrein van wiskunde en astronomie. De Ionische Kleinaziaten waren   nieuwsgierig en gingen op zoek naar een rationele verklaring voor de veelsoortige verschijnselen waarmee ze werden geconfronteerd. Ze rekenden af met traditionele religieuze en mythologische verklaringen. Enkele voorbeelden van wetenschappelijke resultaten zijn de wereldkaarten van Anaximander van Milete en Hecataeus van Milete, de oerstoftheses van Thales van Milete en Herakleitos van Ephese en de medische observaties van Hippocrates van Kos.

           


            Ook Herodotus van Halicarnassos (480-420 v.C)  staat een rationele benadering van zijn onderwerp voor : het Oost-Westconflict, culminerend in de Grieks-Perzische oorlogen. Tijdens reizen door het gehele Middellandse Zeegebied verzamelde hij - voor een gedeelte mondeling aan hem verteld - bronnenmateriaal voor zijn  Historiën,  zijn Onderzoekingen. Hij geeft herhaaldelijk blijk van een kritische instelling ten aanzien van (verschillende versies van) de overlevering. Grote delen van zijn werk ademen een epische sfeer. De invloed van Homerus is evident.

            Thucydides van Athene slaagde er  in 424 als  strateeg tijdens de Peloponnesische Oorlog tussen Sparta en Athene niet in om Amphipolis uit Spartaanse handen te redden. Daarom werd hij verbannen en keerde pas in 404 in Athene terug. Vanuit zijn eigen ervaringen schreef hij de  Geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog. Volgens Thucydides leert de geschiedenis oorzaken en gevolgen te onderkennen. Voor hem is de waarheidsgetrouwe  weergave van de feiten essentieel. Recente geschiedenis leent zich beter voor analyse dan lang vervlogen gebeurtenissen.. Hoofdpersonen in zijn werk zijn de mensen die de historische beslissingen moeten nemen. Talrijke ingelaste redevoeringen tekenen de sprekers en accentueren de factoren die bij de beslissingen een rol hebben gespeeld : "Wat naar mijn mening ieder in de gegeven omstandigheden moest zeggen, dat is door mij weergegeven, terwijl ik me zo dicht mogelijk hield aan de algemene strekking van het werkelijk gesprokene".

            In de Hellenistische periode waren er pure vertellers die hun verhalen bijna-epische trekken meegaven; encyclopedische verzamelaars van feiten schreven boeken vol grote en kleine gegevens. Wetenschappelijke historici - veelal actieve politici - zetten de lijn van Thucydides voort door een nauwgezet en goed gedocumenteerd verslag te doen van hun ervaringen. Al deze schrijvers beoefenden allerlei onderdelen van het genre : algemene geschiedschrijving over langere perioden van de geschiedenis, monografieën over een gebeurtenis, een stad of een streek, biografieën over belangrijke personen als bv. Alexander de Grote en memoires, als ze zelf in het centrum van de gebeurtenissen hadden gestaan.

            Na de slag bij Pydna (168) die het einde betekende van de macht van Macedonië, werd de griekse politicus Polybius met duizend andere Grieken naar Rome gevoerd. Daar kwam hij in contact met de leden van de vooraanstaande Grieks-georiënteerde  familie der  Scipionen. Polybius droeg veel bij tot de Hellenisering van de Romeinse elite. Vanuit een brede politieke en militaire ervaring en vanuit de Griekse historische traditie van Thucydides bekeek hij de Romeinse geschiedenis. Hij was gefascineerd door de snelle ontwikkeling van het Romeinse imperium en wilde een verklaring geven voor de successen van de Romeinen. Polybius schreef zijn  Historiën  in het Grieks, veertig boeken (boekrollen), van het begin van de Tweede Punische Oorlog (220) tot de verwoesting van Carthago en Corinthe (146).


2.2. De Romeinse historiografie

2.2.1. Kenmerken

         Romeinse historici waren voor het merendeel afkomstig uit de kringen van de senatoren. In de meeste gevallen waren ze politiek actief. Die achtergrond is terug te vinden in de volgende  kenmerken  van de Romeinse historiografie :

            - politieke opvattingen zijn met name in de keuze van de stof en de behandeling daarvan aanwijsbaar.

            - in de geschiedschrijving staat Rome centraal; ontwikkelingen elders komen aan de orde voor zover ze betrekking hebben op de politiek in Rome.

            - de roem die men verwerft door zich politiek of militair in te zetten voor de staat, krijgt grote nadruk.

            - een geschiedschrijver wil  docere  en  delectare (lering en vermaak bieden). Hij wil laten zien hoe het geweest is en hoe het verder moet ; de geschiedenis is een  exemplum , een voorbeeld,   waaruit ieder individueel zijn les kan trekken. Het verleden of een specifieke periode daaruit wordt geïdealiseerd. Ten aanzien van de eigen tijd geldt veelal een cultuurpessimisme. De historicus wil het publiek narratief, dramatiserend en stilistisch boeien. Geschiedenis is een verhaal met personen, verwikkelingen en dramatische ontknopingen. Het is een schouwtoneel waarop de gebeurtenissen zich afspelen als een scène op het toneel. In dialogen en monologen kunnen de verhaalfiguren uit de geschiedenis het dilemma onder woorden brengen en hun beslissingen toelichten. Elke historicus heeft een eigen stijl : sober en compact of juist vloeiend en breedvoerig.

2.2.2. Historiografie tijdens de Republiek

            Tijdens de Romeinse Republiek werden officiële besluiten van senaat en volksvergadering na publicatie via inscripties opgeslagen in het staatsarchief. Elk jaar stelde de Pontifex Maximus de  fasti, de kalender voor het volgende jaar op. In zijn ambtswoning, de Regia, hing de Pontifex elk jaar withouten borden op waarop de namen van de jaarlijks wisselende consuls en andere magistraten stonden vermeld. Tijdens het jaar schreef de Pontifex er de belangrijkste gebeurtenissen bij, met name zaken met religieuze achtergrond. Deze jaarlijsten, de zgn. Annales, vormden het startpunt van de Romeinse historiografie.

            De eerste historici , de annalisten, ordenden hun werk naar het principe van de jaarboeken. Ze waren als actief politicus direct betrokken geweest bij de belangrijkste gebeurtenis in die tijd, de Tweede Punische (Carthaagse) Oorlog die ze in hun werk aan het slot van een lange voorgeschiedenis plaatsten. Ze schreven in het Grieks, de internationale voertaal, voor een lezerspubliek van ontwikkelde Grieken die in hun werk de rechtvaardiging moesten lezen van de wetten waaraan de senaat van Rome de wereld der Grieken had onderworpen.

            Na de eerste annalistische periode ontstonden er twee tradities : Naast de annalistische geschiedschrijving die chronologisch en opsommend te werk ging, ontwikkelde zich de Hellenistische stroming.

            Marcus Porcius Cato (234-149) verzette zich uit alle macht tegen een verdere vergrieksing van de Romeinse samenleving. Hij werd de absolute tegenpool van de pro-Griekse kring der Scipionen. Door zijn toedoen werden in 155 drie Griekse filosofen die uit Athene naar Rome waren gezonden, Rome uit gestuurd. In een tekst gericht aan zijn zoon Marcus lezen we het volgende :

            Dicam de istis Graecis suo loco, Marce fili, quid Athenis exquisitum habeam, et quod bonum sit illorum litteras inspicere, non perdiscere. Vincam nequissimum et indocile esse genus illorum. Et hoc puta vatem dixisse : quandoque ista gens suas litteras dabit, omnia conrumpet, tum etiam magis, si medicos suos huc mittet. Iurarunt inter se barbaros necare omnis medicina.

         Marcus, mijn zoon, te zijner tijd zal ik je over die Grieken vertellen wat ik in Athene te weten ben gekomen, en dat het best wel goed is hun literatuur zo eens in te zien, maar zeker niet uit het hoofd te leren. Ik zal je ervan overtuigen, dat zulk soort mensen nergens voor wil deugen en bovendien hardleers is. Ga er maar van uit dat hier een profeet aan het woord is : wanneer dat volk ons zijn letterkunde zal aanreiken, zal het alles bederven, en zeker als het zijn artsen hierheen zal sturen. Ze hebben onderling gezworen alle barbaren met hun medicijnkunst te doden.

            Tegen het eind van zijn leven schreef Cato in het Latijn een geschiedwerk, de origines in de annalistische traditie maar met grote nadruk op de glorieuze momenten en de roemrijke voorbeelden uit het verleden van Rome. Hij behandelde de voorgeschiedenis van Rome en van andere Italische steden die een rol hadden gespoeeld in de ontwikkeling van het Romeinse rijk. Hij mat zijn eigen aandeel aan de contemporaine geschiedenis breed uit door het inlassen van redevoeringen die hij zelf had uitgesproken.

            Het werk van L. Coelius Antipater (werkzaam na 121) handelde over de Tweede Punische oorlog met Publius Cornelius Scipio in een hoofdrol. Met Antipater begint het genre van de historische monografie in Rome.

            Gaius Iulius Caesar (100-44) schreef gedetailleerde verslagen over de acties die hij van 58 tot 50 in Gallié leidde, de Commentarii de Bello Gallico.  Titel en opzet verwijzen naar de annalistische traditie. Commentarii waren nuchtere en feitelijke verslagen onder enige stilistische verfraaiing, een materiaalverzameling voor latere historici. Met dit boek en zijn  Commentarii de Bello Civili (over de periode 49-48) wilde Caesar de senaat overtuigen van het belang van zijn acties en tegelijkertijd de positie van met name Pompeius aantasten. Zijn verslagen vormen een poging tot politieke rechtvaardiging voor zijn doen en laten en zijn daarmee een voorbeeld van de (meestal zeer gekleurde) politieke memoires die belangrijke Romeinen in de eeuw van de burgeroorlogen publiceerden.


                        "Echte geschiedschrijving ontbreekt aan onze literatuur", zei Cicero (106-43) en daarmee bedoelde hij dat er geen geschiedschrijvers waren geweest die de geschiedenis beschreven op een manier die Cicero graag zag. Hij vond de bestaande historiografie maar dor en saai. De historici tot dan toe waren volgens hem alleen maar  narratores rerum,  vertellers van feitjes. Hij geeft de voorkeur aan  exornatores rerum,  vertellers die in meeslepende stijl en met een sierlijke omhaal van woorden de beelden van toen opriepen. Historiografie is volgens Cicero een  opus oratorium. Voorbeelden voor hem waren Herodotus en de retorisch-geschoolde Hellenistische geschiedschrijvers. Vrienden verwachtten van Cicero dat hij zelf de geschiedschijving ter hand zou nemen. Cicero wilde wel, maar vond dat hij eerst vrij moest zijn van politieke verplichtingen. Toen het zover was, koos Cicero voor de filosofie.

            Na een weinig succesvolle politieke en militaire carrière wijdde Gaius Sallustius Crispus (86-35) zich aan geschiedschrijving om een gevoel van frustratie van zich af te schrijven :  Het is loffelijk verdienstelijk te handelen jegens de staat, maar verdienstelijk schrijven is ook niet misplaatst; men kan zich in tijden van vrede evengoed  als door oorlog roem verwerven. Zowel zij die daden  hebben gesteld als zij die de daden van anderen hebben beschreven, oogsten veelvuldig roem.

            Sallustius' grote voorbeeld werd Thucydides, naar zijn bedoelingen met geschiedschrijving ('een les voor altijd'), naar de keuze van zijn onderwerpen, de militair-politieke geschiedenis van zijn eigen tijd, en naar de stijl, gekenmerkt door brevitas, beknoptheid, en  variatio,  afwisseling.

            In 43 publiceerde Sallustius De Catilinae Coniuratione (Over de Samenzwering van Catilina). Tijdens het consulaat van Cicero (63) werd een politieke actiegroep ontmanteld die onder leiding stond van Catilina, en harde actievoerder die het niet kon verkroppen driemaal afgewezen te zijn voor het consulaat. Sallustius kon putten uit eigen documentatie, redevoeringen van Cicero en uit publicaties over het consulaat van Cicero. In een uitvoerige inleiding toont Sallustius aan hoe de politieke moraal van de Romeinse adel tot verval is gekomen door corruptie en het streven naar macht en rijkdom. Dit is volgens hem het antwoord opde vraag hoe een individu als Catilina zoveel aanhang kon krijgen dat hij staatsgevaarlijk werd.

           

            In 45 kiest Sallustius in De Bello Iugurthino  opnieuw voor een episode uit de Romeinse geschiedenis waarvan hij de implicaties persoonlijk in Numidië heeft kunnen constateren. Het koninkrijk Numidia was in 118 verdeeld onder drie personen. Eén van hen, Iugurtha, doodde zijn concurrenten, waarna de Romeinse senaat om hulp werd gevraagd. De legeraanvoerders die gestuurd werden, bleken niet opgewassen tegen hun taak en zeker niet bestand tegen de omkooppraktijken van Iugurtha. In 107 werd Marius tot consul gekozen om orde op zaken te stellen.

           

            Na deze twee monografieën schreef Sallustius nog een 'traditioneel' geschiedwerk met de titel Historiae. In vijf boeken beschrijft hij de recente geschiedenis van Rome die voor hem begint bij de dood van Sulla in 78. Sallustius was gevorderd tot het jaar 67 (met onder meer een behandeling van de slavenoorlog onder Spartacus), toen hij in 35 stierf. De vijf boeken Historiae zijn grotendeels verloren gegaan.

2.2.3. Historiografie tijdens de keizertijd

            Anders dan Sallustius hield T. Livius  van Patavium (59-17 n.C.) zich niet actief met politiek bezig.  Hij raakte bevriend met Augustus en begon aan een geschiedwerk in 142 boeken dat de geschiedenis van de stad vanaf de stichting (Ab Urbe Condita) tot zijn eigen tijd zou behandelen. Zijn motivatie is de volgende : Dit is vooral zo nuttig en heilzaam in de bestudering van de geschiedenis dat je lering uit allerlei voorbeelden, als geboekstaafd op een illuster monument, voor je ziet. Daaruit kun je kiezen wat je terwille van jezelf en van je land wilt navolgen en wat je uit de weg wilt gaan, omdat het in opzet of resultaat verwerpelijk is.. De grote voorbeelden waren te vinden in de  mores maiorum,  de zeden van de voorouders. Mede door het werk van Livius zouden oude waarden in ere worden hersteld. Livius werd de  rerum Romanarum exornator  bij uitstek, schrijvend in een vloeiende stijl, levendig vertellend, dramatiserend en vol overtuigingskracht. Het werk is chronologisch geordend. Overgeleverd zijn de boeken 1 - 10 over de koningstijd en de vroege republiek, 21-30 over de Tweede Punische Oorlog en 31-45  over de oorlogen tegen Macedonië en in Syrië. Van alle boeken is een korte inhoudsopgave bekend.

            Publius Cornelius Tacitus uit Zuid-Frankrijk (55-120) was tot 100 als quaestor, aediel, praetor, bestuurder van Gallia Belgica en consul actief. Hij profileerde zich vooral als redenaar. Na 100 legde hij zich primair toe op geschiedschrijving, die hij pas na de terreur van Domitianus kon publiceren. In 98 verscheen de Agricola, waarin Tacitus de activiteiten van zijn schoonvader Agricola in Brittannia en de voorgeschiedenis van dat land beschrijft. Voor zijn Romeinse lezers werpt Tacitus een geheel nieuw licht op wat hun Imperium is en wat hun mores eigenlijk betekenen. Ook in 98 verschijn de  Germania in drie delen, over het land en zijn inwoners, de zeden en de gebruiken van de Germanen. In de "natuurlijke levenswijze' van de Germanen krijgen de Romeinen een spiegel voorgehouden waarnaar ze de standaard van hun eigen mores kunnen afmeten. Als historicus verklaart Tacitus in de Dialogus de oratoribus (105) de  veranderde positie van de welsprekendheid als gevolg van de politieke veranderingen die in de keizertijd hebben plaatsgevonden.

            Ca 104 begint hij zijn Historiae  over de periode van Galba (69) tot Domitianus.  Met de keuze van deze titel neemt Tacitus zijn plaats in de historiografische traditie in. Hij zet de lijn van de Griekse historiografie voort die in Rome in de persoon van Sallustius een eerste hoogtepunt kende. Na het voltooien van de Historiae plaatst Tacitus zich met zijn  Annales  in de annalistische traditie. De titel suggereert een min of meer neutrale opsomming van feiten. Tacitus zegt  sine ira et studio (zonder wrok en partijdigheid) te schrijven over de diverse keizers. Hij wil de waarheid geen geweld aandoen door gegevens uit de overlevering te verzwijgen ook al lijken ze nog zo onwaarschijnlijk, of door versies van voorgangers kritiekloos te volgen. Hij interpreteert en nuanceert zijn bronnen met veel aandacht voor de motieven die mensen tot hun handelingen hebben gebracht. Hij vindt dat het hebben van macht leidt tot machtsmisbruik; dat zit nu eenmaal in het karakter van de mens.

            Veel informatie over de keizers vinden we in De Vita Caesarum (Over het leven van de keizers) van Gaius Suetonius Tranquillus, gepubliceerd  tussen 119 en 121. Als secretaris van Hadrianus had Suetonius toegang tot de hofarchieven waaruit hij bij het schrijven van zijn biografieën van de keizers van de eerste eeuw veel anekdoten kon putten. Ook sterk anekdotisch is de Historia Augusta uit de 4e eeuw waarin door zes auteurs de keizers uit de periode van 117 tot 284  worden behandeld.

            Het sluitstuk van de Romeinse geschiedschrijving wordt gevormd door Ammianus Marcellinus uit Syrië (330-400) die in zijn Res gestae  het werk van Tacitus voortzet van 96 tot 378. Hij combineerde daarin de annalistische methode met de stijl van de keizerbiografieën.

2.2.4.  P.C. Hooft en Tacitus, een voorbeeld van receptie van de Romeinse geschiedschrijving.

         Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647) volgde in Amsterdam de Latijnse School waar hij grondig kennismaakte met de klassieken. Deze  en de verhalen die hij van zijn vader hoorde over de grote vrijheidsstrijd tegen Spanje hebben  het leven van de jonge Hooft bepaald. Al heel jong hield hij zich daaroim bezig met staatkundige vraagstukken, met name dat van de juiste verhouding tussen vorst, staten en gemeenten. Hij ontwikkelde tijdens zijn reis naar Frankrijk en Italië het ideaal een renaissancedichter te worden d.w.z. zijn moedertaal om te vormen tot een instrument dat met de klasisieke talen kon wedijveren. Tussen 1600 en 1620 schreef Hooft de toneelstukken, liederen en sonnetten waardoor hij beroemd is geworden. Behalve dichter wilde hij ook geleerde zijn.  Tijdens zijn rechten - en letteren studie in Leiden volgde hij de colleges van Baudius over Tacitus. Deze Baudius zette in Leiden de Tacituscultus voort die Lipsius twintig jaar eerder gevestigd had. Lipsius' commentaar op Tacitus had Hooft op school al gebruikt. Hij was dus met Tacitus opgegroeid. Al vroeg kwam bij Hooft het plan op om de geschiedenis van de strijd tegen de Spanjaarden en het ontstaan van de Republiek der Nederlanden te schrijven. Tussen 1628 en 1638 vertaalde Hooft alle werken van Tacitus behalve de Dialogus. Enerzijds was de vertaling bestemd voor zijn zwager Baeck die graag met Tacitus wilde kennismaken maar geen Latijn kende. Daarom vertaalde Hooft zo letterlijk mogelijk. Anderzijds gaf hem dat de kans met de mogelijkheden en grenzen van het nederlands te experimenteren als vingeroefening voor zijn grote werk : de  Nederlandsche Historiën.

            Voor Hooft en tijdgenoten waren de werken van Tacu\itus een leerschool voor staatkunde en op dat moment uiterst actueel. Net als Tacitus waren Hooft en zijn geestverwanten in hun hart republikein. Ze zagen echter wel in dat alleen een sterk éénhoofdig bewind het uiteenvallen van de nog prille staat kon voorkomen, zij het dat daarbij de tirannie op de loer lag. In Hendrik IV, de in 1610 vermoorde koning van Frankrijk, zag Hooft de ideale vorst. De kerngedachte van dat ideaal was dat de  vrede d.w.z de poloitieke eendracht de noodzakelijke voorwaarde was voor het handhaven van de onafhankelijkheid.


            In 1642 verschenen de eerste 20 boeken. Ze behandelden de periode 1555 (de troonsafstand van Karel V) tot en met 1584 (de moord op Willem van Oranje). Tussen 1642 en 1647 heeft hooft er nog zeven boeken aan kunnen toevoegen. Daarmee gaat zijn geschiedwerk tot 1587. De Nederlandsche Historiën moet men lezen als een  vorstenspiegel, een leerboek voor vorsten, maar ook voor de Hollandse regenten die nog maar zo kort geleden aan de macht gekomen waren. De ideale vorst zag Hooft in Hendrik IV, de Medici, Willem van Oranje en vooral Frederik Hendrik. In Philips II en Alva zag hij de belichaming van de tiran.

            De Nederlandsche Historiën openen, net als Tacitus' Annales, met een terugblik in vogelvlucht :

            Het gewest van Neederland hebben, na het sloopen des Roomschen Rijks, verscheyden wetplichtige vorsten bij stukken beheert. De vrijdoom der eedelen en Steden is door ridderlyke diensten en rustig inwillighen van schattingen allengskens aangewonnen.

            De eerste twee zinnen van Tacitus' Annales luiden :

            Urbem Romam a principio reges habuere. Libertatem et consulatum L. Brutus instituit. (Vanaf het begin hebben koningen de stad Rome bestuurd. Vrijheid en consulaat heeft L. Brutus ingesteld.)

            In de eerste zin gebruikt Hooft dezelfde zinsbouw als Tacitus. De tweede zin laat hij met hetzelfde woord beginnen. Hiermee geeft hij het signaal dat het hier gaat om een  imitatio  van Tacitus. Bovendien ontstaat de suggestie dat de nederlandse geschiedenis overeenkomsten vertoont met de Romeinse en krijgt de nog prille republiek door de identificatie met de Romeinse geschiedenis het prestige dat ze nog niet had. Vervolgens schetst Hooft de vergeefse pogingen die de Bourgondische en Habsburgse vorsten hebben ondernomen om de gegeven 'vrijdoomen' weer in te trekken en van onze gewesten een modern, centraal geregeerd koninkrijk te maken, iets waarin zelfs Karel V niet is geslaagd. Hiermee is de parallellie een contrast geworden : terwijl Tacitus in het voorwoord van zijn Annales laat zien dat in Rome de pogingen tot centralisatie tenslotte wèl geslaagd zijn, benadrukt Hooft dat dat in de Nederlanden niet is gelukt. Door dit contrast met de Romeinse geschiedenis krijgt de vrijheidsdrang van het Nederlandse volk des te meer reliëf.

           


COLLEGE XIV  

de relatieve (betrekkelijke) bijzin

bene qui latuit bene vixit (Ovidius Tristia 3,4,25)  qui : hij die    latere : zich verborgen houden, in de anonimiteit leven

bis dat qui dat celeriter    bis : tweemaal   celeriter : snel

bis orat qui canit   orare : bidden    canere : zingen

caelum, non animum mutant qui trans mare currunt (Horatius, epistulae 11,27)   caelum : hemel    animus : mentaliteit     mutare : veranderen van   qui : zij die   currere : rennen, vliegen, scheren

Christe qui lux es et dies    Christe : aanspreekvorm van Christus   qui : gij die 

cui placet obliviscitur, cui dolet, meminit (Cicero, Pro Murena 42)   cui : voor wie  placet : het behaagt     oblivisci  (obliviscor) : vergeten   dolere : pijn doen    meminisse (memini) : zich herinneren (perfectumvormen met praesensbetekenis)

cuius regio, eius religio    cuius : wiens   eius : diens

cuiusvis hominis est errare   cuiusvis : van ieder   errare : zich vergissen

dat virtus quod forma negat (spreuk van Bertrand du Gueschin, gest. 1380)   quod : wat   forma : uiterlijk   negare : weigeren, ontzeggen

date Caesari quae sunt Caesaris   quae : de dingen die

dediscit animus sero quod didicit diu   dediscere : afleren  sero : laat   discere (perf. didici) : leren   diu : lange tijd

deus dat cui vult   cui : aan wie  vult : hij wil

dimidium facti qui coepit habet (Horatius, Oden 3,2,40)   dimidium : helft   factum : feit, resultaat    qui : hij die   coepisse : begonnen zijn [lees : qui coepit habet dimidium facti]

frustra legit qui non intellegit   frustra : tevergeefs   legere : lezen    intellegere : begrijpen

hic iacet Erasmus qui quondam bonus eras mus, rodere qui solitus roditur a vermibus (op graf van Erasmus in Bazel)  hic : hier  iacere : liggen  qui : jij die  quondam : eens   eras : o.v.t. van esse   mus, muris : muis   rodere : knagen   solitus : gewoon, gewend  [met 'rodere' verbinden : gewend om te knagen]    vermis : worm

iuste fiunt quae a deo (fiunt)   iuste : terecht, op juiste wijze   quae : de dingen die

leve fit quod bene fertur onus    levis : licht   ferre : verdragen   onus, oneris : last [lees : onus, quod ....]

miseranda vita (eorum)  qui se metui quam amari malunt (Cornelius Nepos, Dionysus, 9)   miserari : beklagen, bejammeren   eorum qui : van hen die  metuere : vrezen   metui : gevreesd te worden   malle (malo) : liever willen [malunt se amari :'liever willen dat ze bemind worden...']

patienter ferendum [est]  quod necesse est   patienter : geduldig    ferre : verdragen  quod : wat   necesse : noodzakelijk

quae nocent docent   quae : de dingen die  nocere : schaden

quae sunt, quae fuerunt, quae mox ventura (sunt)  esse [perf. fui] : zijn   mox : weldra, binnenkort   venire : komen

qui quae vult dicit, quae non vult audiet (Terentius, Andria 920)  qui : wie   quae : de dingen die  vult : hij wil [lees : qui dicit quae vult etc.]

qui seminat iniquitatem metet mala (Spreuken 22,8)   seminare : zaaien  iniquitas, -atis : onbillijkheid   metere : maaien   malum : ramp

qui spernit consilium, spernit auxilium   spernere : afwijzen, minachten   consilium : raad   auxilium : hulp

qui vitia odit, homines odit (Plinius VIII,22)   odisse : haten   vitium : gebrek, tekort

quibus rebus confidimus, iis maxime evertimur   confidere [+ dativus]  : vertrouwen   maxime : vooral   evertere : te gronde richten

reliquum Scorelii  canonici finis mors sic sunt hominis vana omnia praeter quam cui divino pectus amore calet (Utrecht, Catharijneconvent, grafsteen door Jacob de Nole vervaardigd voor de beroemde schilder Jan van Scorel)   reliquum : overschot  canonicus : kanunnik   sic : zo  vanus : ijdel  praeter quam : behalve   divinus : goddelijk   pectus, pectoris : hart   amor, amoris : liefde   calere : gloeien

COLLEGE XV

In het kader van dit college zullen we ons naar de St. Laurenskerk  in Rotterdam   begeven om de daar aanwezige teksten ter plekke te gaan bekijken. Ze zijn in deze reader opgenomen. 

de periode-zin, cf. PK p. 67


Bijlage 1

Werkvertalingen bij de Latijnse uitdrukkingen

(10) de teerling is geworpen/ een zekere vriend in een onzekere situatie/ een vriend tot aan het altaar/ zorg om rijkdom is angstig/ de geheimen van de macht/ de goddelijke Karel/ de woeste Claudius/ de Daciër Aurelianus/ de voor het licht vluchtende Herodes/ ik ben (alleen maar) Davus, niet Oedipus/ een vicieuze cirkel/ een god uit het hijstoestel [in het Attische theater] (plotselinge redder in nood)/ kookt de pot, dan leeft de vriendschap/ het lot is van  glas/ boekjes hebben hun eigen lot

(12) een Manliaans bevel (Manlius liet als consul zijn  eigen zoon executeren)/ de vrije wil/ de Grote Wet/ mijn ziel maakt de Heer groot/ mijn zeer grote schuld/ gevaar in uitstel/ een gelauwerd dichter/ (op graf van vrouw) kuis, vlijtig, vroom, met één man gehuwd, bij één man gelegen/ een onbeschreven blad/ de kwintessens (de goddelijke aether)/ troost, geen hulp/  advocaat van de duivel, in het jaar des heren

(13) zorg om rijkdom is angstig/ de geheimen van de macht/ zaliger nagedachtenis/ roemrijker nagedachtenis/ het stemsteentje van Minerva/ walging van het leven/ aan de Muzen gewijd/ laten de wapens voor de toga en laat de lauwerkrans voor de tong wijken/  God zij dank/ Vondel, een man die Apollo en de Muzen dierbaar is/ een vriend tot aan het altaar/ voor de geboorte van Christus/ een adelaar vangt geen vliegen, ik bezing de wapens en de man

(14) baden, wijnen en Venus bederven onze lichamen, maar baden, wijn en Venus maken wel het leven (uit)/ God zij dank/ leert rechtvaardigheid/ boekjes hebben hun eigen lot

(15) o gelukzalig Rome, geboren tijdens mijn consulaat/ prompte tranen wijzen op een hinderlaag, niet op verdriet/ ik roep de levenden en beklaag de doden/ met gelijkmoedig hart/ gelijkstand (in de sport)/ in het jaar des heren/ onder uw verantwoordelijkheid/ gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met U (Lucas 1,28)/ een god uit de machine/ de verschijning des Heren tevoorschijngekomen uit de hemel/ er zal roem zijn voor het graf des Heren/ overeenkomstig mijn belofte/ een staat in de staat/ op de voor en achterzijde van de bladzijde/ op de aangehaalde plaats/  zonder woede en vooringenomenheid

(17) liefde en Cupido zijn twee verschillende zaken/ woedeuitbarstingen van geliefden betekenen vervulling van de liefde/ een slang in het gras/ een verbazingwekkend jaar/ de kunst om de kunst te verbergen/ de vrije kunsten/ Berlijn : licht voor de wereld/ streven naar welwillendheid/ laten de consuls oppassen/ laat de koper oppassen/ ongehuwden hemelingen/ het lichaam van het misdrijf/ zoet en mooi is het voor het vaderland te sterven/ een harde wet, maar toch de wet/ ik spreek uit ervaring : niemand is in de liefde trouw/ broeder : bijna een ander (een evenbeeld)

(18) spontane voortplanting/ zie de mens/ de mens een zeepbel/ de mens is de mens een wolf/ de mens is de mens een god indien hij zijn eigen plicht kent/ een man van één boek/ eer voedt de kunsten/  gewone mensen hebben het moeilijk waar machtigen het met elkaar oneens zijn./ Jezus Heiland van de mensen/ Jezus aanspoorder van de heiligen/ burgerlijk recht, volkenrecht, privaat, publiek recht, recht van vergelding (oog om oog)/ het hoogste recht, het hoogste onrecht/ Jezus de Nazarener, koning der Joden/ een gezonde geest in een gezond lichaam/iedere minnaar levert strijd/ de dood zal allen bedreigen/ we kunnen niet allen alles/ alle leven uit een ei/ liefde overwint alles/ een alzijdig man, doe alles!

(19) taal is meesteres over de harmonie/ vader des vaderlands/ erbij geschreven vaderen / straf is de metgezel van de misdaad/ hogepriester/ een zeldzame vogel/ onschendbare macht/ Attisch zout (humor)/ heilige eenvoud/ indien munten, dan vrijgesproken/ wetten zwijgen temidden van wapens/  een leeuwenverdrag/ Vergiliaanse orakels/ de schimmen zijn iets, de dood beëindigt niet alles/één hoop voor overwonnenen : op geen redding te hopen/ zoals een schilderij de taal/ ijdelheid der ijdelheden/ alternatieve lezing/ iets veranderlijks en grilligs altijd de vrouw/  deugd overwint geweld

(20) de stem van een roepende in de woestijn/ vanaf het jaar van de vleeswording/ in het jaar van zijn leven/ woedeuitbarstingen van geliefden zijn vervulling van de liefde/ hij die de wond van de liefde veroorzaakt geneest haar ook/ van het lopende jaar/ in het jaar van de Heer onze heiland/ een oorlog van allen tegen allen/ met hulp van de lankmoedige Christus/ het is de mens eigen te dwalen/ het herstelde stadhuis van de Delftenaren/ Jezus Heiland der mensen/volkerenrecht/ prijzer van de verleden tijd/ meester in de vrije kunsten/naar de zede der voorvaderen/ de natuur leermeesteres van de kunst/ straf is begeleider van misdaad/ aan de stromen van Babylon/ het derde punt van de vergelijking/ ijdelheid der ijdelheden/ voor kunst en voor vriendschap

(21) Berlijn : licht voor de wereld/ gewijd aan de goede goden (de doden)/ de mens de mens een wolf/ de lezer heil/ de dood voor een kind gelukkig, voor een jongeman bitter en voor een grijsaard al te laat/ vele dingen ontbreken aan mensen die vele dingen vragen/ niet niet-opgewassen tegen de meerderheid/ voor stervelingen bestaat niets moeilijks/ het leven heeft niets zonder grote inspanning aan de stervelingen gegeven/ zo is de fortuin de stoutmoedige terwille/ voor de stad en voor de wereld/ op de persoon/ naar de voorvaderen/ de kunst om de kunst te verbergen/ de fortuin helpt degenen die durven/ de bron van de Nijl zoeken/ pas op voor de hond/ canis hond (komt) van "niet canere zingen"/ zeer sterk is tussen gelijken vriendschap

(22) de druppel holt de steen uit, niet met geweld, maar alleen maar door vaak te vallen/ eer voedt de kunsten/ de lezer heil/ een leugenaar moet geheugenvast zijn/ o tijden, o zeden!/  brood en spelen

(23) gelegenheid maakt de dief/ als je vrede wilt, bereid dan oorlog voor/ er is één hoop voor overwonnenen, op geen enkele redding te hopen/ deugd overwint geweld/ het geschil is nog onder de rechter/ met beleid, niet met geweld/ met Gods lankmoedigheid en werken opgebouwd/ er is behoefte aan kortheid/ de nimf van de heilige bron : verstoor mijn slaap niet, ik rust/ met goddelijk, met menselijk recht/ in zoet gejuich/ met inspanning en de gunst van de hemel/ een gezonde geest in een gezond lichaam/ naar de zede der voorvaderen/ vrije tijd met waardigheid/ in de hoedanigheid waarin/ platteland in de stad/ zonder Ceres en Bacchus heeft Venus het koud/ onder het woord

(26) maar de trompet zei met verschrikkelijk geluid taratantara/ een mens is ofwel dwaas, of hij maakt verzen/ bellum oorlog (komt) van : een minder bella mooie zaak/ pluk de dag/ onder het toeziend oog van Christus wordt dit huis nieuw opgebouwd/ wanneer de staat uiterst verdorven is zijn de wetten zeer talrijk/ een zwarte dag/ een dag des toorns/ zolang het vrijstaat, leef gelukkig in aangename omstandigheden/ er is een maat in (deze) situatie, er zijn tenslotte vaste grenzen/ een Hippocrateïsch gelaat/ een kolenbrandersgeloof/ Carthaagse trouw/ een habijt maakt nog geen monnik/ het geween van een erfgenaam is onder het masker gelach

(27) tot de kern van de zaak/ ter plekke/ tot gebruik van de Dauphin/ eigenhandig/ liefde is de schijn van krijgsdienst/ op oude zeden en mannen berust de Romeinse zaak/ de dood is de uiterste grens van de zaken/ eigener beweging/ met aller instemming/ geld is het bestuur van alle zaken/ met viervoetend geluid doet de hoef de stoffige vlakte dreunen/ geef hun eeuwige rust

(28) zo is de situatie op het platteland : als je één zaak te laat gedaan zult hebben, zul je alle werken te laat doen/ de senaat en het Romeinse volk/ ik doe wat ik doe/ ik tel de uren niet behalve de heldere/ een adelaar vangt geen vliegen/ de fortuin helpt degenen die durven/ een vrouw bemint of haat; een derde mogelijkheid is er niet/ een weldaad aannemen is zijn vrijheid verkopen/ laten we, zolang we leven, écht leven/ hij plukt en wordt tegelijkertijd geplukt/ pas op voor de hond/ de koper moet oppassen/ de wapens moeten voor de toga en de lauwerkrans voor de tong wijken/ een traan droogt immers snel vooral bij andermans rampen

(29) moge op 8 oktober het licht voor de inwoners van Alkmaar gaan schijnen/  hij geeft, wijdt en draagt op/ terwijl een vrouw huilt is ze erop uit te bedriegen/ een brief bloost niet/ moge God dit opgerichte huis bewaren/ begunstigt (dit offer) met uw tongen (door te zwijgen)/ kookt de pot, dan leeft de vriendschap/ haast u langzaam en doe alles met behoedzame geest/ laat maar gebeuren/ nu het boek af is moet aan Christus eer worden gegeven/ tevergeefs leest hij die niet begrijpt/ vlucht voor grote dingen/ laten we ons dus verheugen zolang als we jongemannen zijn/ het zijn Griekse letters : ze worden niet gelezen

(31) heb uw lichaam/ deze Keulse beurs geeft eer aan de stad/ hier ligt/ dit betekent/ een mens sterft zovaak als hij de zijnen verliest/ eer voedt de kunsten/ beninnen is menselijk/ laat het maar gedrukt worden/ hoera, moge hij leven/ hier ligt op roemrijke wijze Maria van Brabant/  gaat heen, de mis is ten einde/  de goden bekommeren zich over het grote maar verwaarlozen het kleine/ mijn ziel maakt groot de Heer/  het wordt gesticht met de loutere vrijgevigheid van Martinus/ elke minnaar is in dient/ op oude zeden  en mannen berust de Romeinse zaak/ de natuur maakt niets tevergeefs

(32) hij vlucht noch vreest/ liefde weet geen maat te houden/ al te grote welwillendheid wordt slavernij/ ik ken de naam niet/ laat de naam opgetekend worden/ niet goed ruikt wie altijd goed ruikt/ het is niet helder/ ik leef niet om te eten maar ik eet om te leven/ nu weet ik wat de liefde is/  Nacht, Liefde en Wijn raden niets beheersbaars aan; zij (de nacht) is vrij van schaamte,  Liber en Liefde van vrees/  (het boek) riekt naar de olielamp

(33) ik wil alles aan mooie meisjes geven, maar geen enkel meisje uit het volk bevalt me/ liefde overwint alles; laten ook wij voor de liefde wijken/ met hulp van de Parcen, zie, rijst koning Francius op/ (iemands) vaderland is waar het ook maar goed is/ geld stinkt niet/ schaamtegevoel kan niet onderwezen worden, wel geboren worden/ ik word,  denk ik, een god/ hoewel ze onder water zijn proberen ze onder water te schelden/ neem/ lachend de waarheid zeggen/ hij rust in vrede/ hij ruste in vrede/ durf wijs te zijn/ met onze geest zijn we wijs; met onze ziel genieten we; zonder geest is de ziel zwak/  het is genoeg zijn vijand te overwinnen; hem te gronde te richten gaat te ver/  de zaaier Arepo houdt de kringen, de werken vast

(34) ik smeek u, Vader, ik smeek u, Vader, gij geneest/ de tijd vliegt voorbij/ wij prijzen u, God/ zo gaat men tot de sterren/ teken je, teken je, vergeefs raak je me aan en maak je me bang/ wetten zwijgen temidden van wapens

(35) ga met me mee/ woorden vervliegen, geschreven zaken blijven/ moge hij leven, groeien, bloeien/ ik voed de wond (zie p. 5)

(38) GEGROET MARIA VOL VAN GENADE DE HEER IS MET U GEZEGEND ZIJT GE ONDER DE VROUWEN EN GEZEGEND IS JEZUS DE VRUCHT VAN UW SCHOOT HEILIGE MARIA MOEDER GODS BID VOOR ONS ZONDAARS NU EN IN HET UUR VAN ONZE DOOD AMEN/ ge hebt Adam en Eva in de bezoedeling op volkomen wijze niet gekend/ volkomen reine maagd en moeder van de geliefde Jezus/ zie, ge zijt onbevlekt want maagdelijke moeder Gods/ van den beginne af aan ontken ik een vlek in de rechtvaardige Godsmoeder/ maagdelijke voedende moeder Gods, gevrijwaard voor de zondeval/ koningin op wonderlijke wijze vrij van de gemeenschappelijke val van Adam/ kent de tweede Eva het kwaad van de eerste niet? Inderdaad.

(39) komaan, ga wonderbaarlijk rein geheel zuiver zonder vlek/ ge hebt de val van Adam en Eva niet gekend/ een volkomen zuivere maagd en moeder Gods/ voorwaar, ge zijt roemrijk want maagdelijke moeder Gods/ voor de moeder Gods geen enkele besmetting/ ge zijt vrij van de zondeval van Adam/ kuise koningin en wonderbaarlijk vrij van de zondeval van Adam/ in de tweede Eva is niet de smet van de eerste/ komaan, ga, vrij van vuil en zonder smet

(41) vanaf een sterker punt/ vanaf een later punt/ vanaf een eerder punt/ vanaf een verkieslijker punt/  tot grotere eer van God/  zwaarder dan de Etna/ het geitje van iemand anders draagt  haar uier meer gespannen/ ik streef naar het allerhoogste/ een liefde groter dan Atlas/ liefde verdraagt de hardste zaken/ de liefde is bijzonder vruchtbaar aan honing en gal/ wijk voor een belangrijker iemand/ voedsel beter dan (ander) voedsel/ het bederf van het beste is het slechtste/ wanneer de staat volkomen bedorven is zijn de wetten zeer talrijk/ mogen de goden het betere geven/ welsprekendheid is voortreffelijker dan dapperheid/ zeer krachtig is tussen gelijken de vriendschap/ een vlam zeer dichtbij rook/ een opgejaagde liefde is sterker

(42) wee fortuin, welke god is wreder jegens ons dan gij?/ de menselijker zaken/ het onbekende door het onbekendere/ het hoogste recht is vaak de hoogste slechtheid/ mijn zeer grote schuld/ een gedenkteken bestendiger dan brons/ niets is sterker dan ijver/ naar de meerderheid gaan/ een ongeschikte rechter is slechter dan de slechtste ramp/ helderder dan het licht/ een dochter mooier dan haar mooie moeder/ mijn zeer grote schuld/ ik keur het betere goed, maar ik volg het slechtere/ een gedenkteken bestendiger dan brons/ op de wijze der voorouders/ ouder dan Nestor/ niets is onzekerder dan de volksmassa/ witter dan sneeuw/ zeldzamer dan een phoenix/ ieder staat zich zelf het  meest nabij

(43) een dochter mooier dan haar mooie moeder/ mijn zeer grote schuld/ ik keur het betere goed, maar volg het slechtere/ een gedenkteken bestendiger dan brons/  naar de wijze der voorouders/ ouder dan Nestor/ niets is onzekerder dan de volksmassa/ witter dan sneeuw/ zeldzamer dan een phoenix/ ieder staat zichzelf het meest nabij/ de tekening van het gelaat geeft de meer verborgen gevoelens van het hart aan

(44) volledig opgewassen tegen de meerderheid/ niet verder/ de schilder Hubert van Eyck, groter dan wie er niemand gevonden is, is hiermee begonnen; zijn broer Iohannes die in de kunst op de tweede plaats staat heeft het zware werk tot zijn genoegen afgemaakt; vertrouwend op het verzoek van Iudocus Vyd roept hij u op 6 mei bijeen om het voltooide werk te komen bekijken/ het hoogste recht het hoogste onrecht/ zwijgend is een vrouw altijd beter dan sprekend/ ik zie het betere en keur het goed, maar ik volg het slechtere na/ deugd is vrijgeviger/ het verste Thule

(46) als je arm bent zul je arm blijven/ als iemand toevallig mijn meisje wil aanranden zal de liefde hem in de verlaten bergen verbranden/ onbillijkheid zal de overhand krijgen, de naastenliefde zal verkommeren/ de wijze zal beminnen, de overigen zullen begeren/ bemin en je zult bemind worden/ God zal voorzien/ in dit teken zult ge winnen/ dingen die op slechte wijze zijn verworven zullen op slechte wijze uiteenvallen/ de dood zal allen bedreigen/ aan de volhardende zal worden gegeven/ de hemel draait nog steeds/ het geschil is nog onder de rechter/ andermans zaken bevallen meer aan ons en onze zaken bevallen meer aan anderen

(47) soms is het zelfs wel eens prettig buiten zinnen te zijn/ beminnen en verstandig zijn wordt nauwelijks aan een god toegestaan/ waar de ziel bemint, inspireert ze/ een boog zal, als je nooit ophoudt hem te spannen, slap worden/ bellum oorlog (komt) van een minder bella mooie zaak/ oude mannen zijn tweemaal jongens/ sneller, hoger, sterker/ wat de geest lang heeft geleerd leert hij pas laat weer af/ zonder meer de voortreffelijkste/ je kunt de fortuin sneller vinden dan hem vasthouden/ vandaag (komt de dood) voor mij, morgen voor jou/ een mens sterft zo vaak als hij de zijnen verliest/  het is altijd overal hetzelfde/ langzaam maar aandachtig/ dingen die op slechte wijze zijn verworven zullen op slechte wijze weer uiteenvallen/ een volle maag studeert niet graag/  dingen die voorzien zijn schaden minder/ waar gaat ge heen?/ wat snel gedaan wordt vergaat ook weer snel/ altijd dezelfde/ altijd groen

(48) de liefde neemt geleidelijk aan bezit van de zinnen/ het serieuze serieus/   hard in de zaak, mild in de wijze/ stapsgewijs

(50) hij is heengegaan,  niet gestorven/ sterfelijke daden ontgaan de goden nooit/ het verhaal is afgelopen/ wie zich goed schuil heeft gehouden heeft goed geleefd/ hier heeft gezweten maar niet tevergeefs/ hij heeft geschilderd/ hij heeft ontworpen/ hij heeft getekend

(51) een getekend beeld/ hij heeft uitgesneden/ hij heeft gebeeldhouwd/ hij heeft gemaakt/ hij heeft gebloeid/ de goddelijke natuur heeft gronden gegeven,  het menselijk vernuft heeft steden gebouwd/ zij is thuis gebleven en heeft wol gemaakt/ zolang ik leefde heb ik met graagte gedronken;  drinkt ook jullie die nog leven/ zelfs gewild te hebben is al voldoende

(52) ik ben ontsnapt en ontkomen, Hoop en Fortuin, vaarwel!/ik heb een haven gevonden, Hoop en Fortuin, vaarwel!/ James Stuart is gestorven : ik zal gaan zoals een gelukkig reiziger/ inspanning heeft alles overwonnen/ al te veel te hebben gezien is schadelijk/ ik haat het wereldse volk/ wat ik gegeten en gedronken heb, heb ik bij me, wat ik achtergelaten heb ben ik kwijtgeraakt/ wat de barbaren niet gedaan hebben hebben de Barbarini gedaan/  het is een misdaad zijn vader te haten/  het heeft me nooit gespeten gezwegen te hebben/ ik heb een vrouw getrouwd en ben mijn vrijheid kwijtgeraakt/ ik kwam, zag en overwon

(54) overvloed volgt de vrede/ Lam Gods heb medelijden met ons/ een woedende minnaar spiegelt zichzelf veel voor/ uit liefde, zede, mond en daad worden  vriendschappen geboren/ bij zijn stiefmoeder klagen/ de grammatica spreekt/ dapper om alles te doorstaan/ óf optreden óf sterven/ niemand lijdt de straf van nadenken/ ik beken/ zorg volgt op geld wanneer het groeit/ alles te willen bevatten is dom/ het is ongeoorloofd dat geleerden andere geleerden tegenspreken/ zoet en mooi is het voor het vaderland te sterven/ liever doodgaan dan iemands vertrouwen beschamen

(55) (liever) zijn dan schijnen/ je vlucht voor wat gedaan is en gaat naar wat gedaan moet worden/ men moet zich verheugen met degenen die blij zijn/ deze opdrachten volg ik na/ hier spreken de doden/ geschenken doen vishaakjes na/ ik worstel en kom boven/ gedenk te sterven/ de dood achtervolgt ook wie schuw is/ bij onze geboorte sterven we al/ deugd weet niet van wankelen/ zich over niets verbazen zou wel eens gelukkig kunnen maken/ we streven altijd naar wat veboden is en begeren wat ons geweigerd is/ het schaadt gesproken te hebben/  ik lijd en verover/ wien de goden beminnen sterft jong/ wie zwijgt schijnt in te stemmen/ wat moet ik nou in Rome doen? ik kan niet liegen/ houd de zaak vast, dan volgen de woorden vanzelf/ de zaak spreekt voor zichzelf/ een koning sterft niet/ Rome heeft gesproken, de zaak is afgedaan

(56) spreken schaadt vaak, gezwegen te hebben schaadt nooit/ de stenen spreken/ een dwaas spreekt op dwaze wijze

(57) vanaf de stichting van de stad/ minzinnig waanzinnig/ de fortuin helpt degenen die durven/ gegroet, Caesar, zij die gaan sterven groeten u/ gelukzalig zij die bezitten/ wijk voor iemand die zich verzet/ gegeven geschenken verrijken de schenker/ hersteld stadhuis van de Delftenaren

(58) zoete dingen vermengd met ellende/ de jaren gaan op de manier van stromend water/ je vlucht voor wat gedaan is en gaat naar datgene wat nog moet worden gedaan/ degene die buitmaakt wordt tot buit/  ophemelaar van de verleden tijd/ vele dingen ontbreken aan degenen die vele dingen vragen/ wanneer de dingen die veranderd moeten worden veranderd zijn/  de werken van de natuur die zichzelf overtreft/ niet-willend willend/ vrede voor wie binnengaat,  heil voor wie voorbijgaat/ voor wie laat komen : botten/ wees waakzaam, vertrouwend op God/ de stem van een roepende in de woestijn

(60) ik beweer dat kuiperij uit de samenleving moet worden verbannen/ het moet bewonderd, niet nagedaan worden/ durf durvenswaardige dingen/  zeer veel moet beluisterd worden, alles moet verzwegen worden/ laten we drinken, we moeten sterven/ overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden/ goddeloosheid moet beteugeld en uitgeroeid worden/ in het huwelijk moet eendracht worden betracht/ met goden moet men niet wedijveren/ door een wijze moet worden geaarzeld/ van twee rampen moet men altijd het minste uitkiezen/ over smaken kan niet worden getwist/ over vrouwen moet noch in goede noch in slechte zin worden gesproken/ goddelijke dingen moeten niet zomaar met menselijke worden vermengd/ men moet dragen en hopen/ hij heeft laten maken/ lijst van boeken die gezuiverd moeten worden/ soms moet er gerust worden/ van God moeten de juiste dingen worden gevraagd

(61) kinderen moeten in hun jeugd worden beïnvloed/ men moet de aarde, het huis en zijn liefhebbende echtgenote achterlaten/ ouderdom is meer te vrezen dan de dood/ wanneer datgene wat veranderd moet worden veranderd is/ men moet onder leiding van God aan niets wanhopen/ nu moet er gedronken worden/ wat bewezen moest worden/ men moet op sobere wijze leven en niet (alles) zomaar geloven/ laten we leven, mijn Lesbia, en laten we elkaar beminnen; zonnen kunnen ondergaan en weer terugkeren, maar wanneer eenmaal voor ons het korte licht is ondergegaan, moet er een voortdurende nacht worden geslapen/ om te leven evenals om te zwemmen is hij beter die meer vrij is van een last/ de kunst van het verbergen van kunst/ door te genezen wordt hij ziek/  de misdadige liefde tot bezitten/ aan het vergroten ontbreekt elke maat/ het goede wordt meer ontdekt door het missen dan door het genieten/ canis hond (komt) van "niet-canere zingen"

(62) door te wijken zul je als overwinnaar te voorschijn komen/ door snel te schrijven gebeurt het niet dat er goed geschreven wordt; door goed te schrijven gebeurt het wel dat er snel geschreven wordt/ het advies om te vertrekken (de studie te staken)/ hij groeit door te gaan (al gaande)/ door te aarzelen maakt hij vorderingen/ de begeerte de baas te zijn is feller dan alle aandoeningen/ door les te geven leren we/ door te verdragen zal ik overwinnen/ een druppel holt een steen uit niet met geweld maar door vaak te vallen/ lucus heilig woud (komt) van "niet lucere licht geven"/ ludus school (komt) van "niet ludere spelen"/ manier van leven/ geen leeftijd is te laat om te leren/ zijn hielen tegen de prikkel werpen/  door het kruis het heil/ door het kruis de overwinning/ van woorden tot slagen/ vanaf de windselen

(63) bij Juppiter is het begin/ leven en dood komen van één/ vanaf de stichting van de stad/ vat het in goede zin op/ door moeiten  tot aan de sterren/ tot de Griekse kalendae (tot Sint Juttemis)/ op de persoon/ naar wens/ ter zake/ voor de middag/ bij lichte mensen is zwaarte een gebrek/ een tegenspraak in de gebruikte termen/ een voorwaarde zonder welke niet/ tegen het geweld van de dood is er geen geneesmiddel in de tuinen / tegen geweld is recht niet opgewassen/ met een korreltje zout/ met de zijnen/ met een boekje in een hoekje/ feitelijk/ formeel/ over de doden niets dan goed(s) / vanuit de diepten/ een god uit de machine

(64) de Heer met U/ uit meerderen één/  ook in Arcadia ben ik/ uit oorlog vrede/ licht uit het oosten/ overeenkomstig mijn belofte/ buiten de kerk is er geen heil/ tot in eeuwigheid/  in de Heer is rust/ bij gevoelens van twijfel voor de beklaagde/  tot de kern van de zaak/ de deugd is in het midden/ het leven is in de dood/ in de wereld is niets rein/ tot in de eeuwen der eeuwen/ onder de honing is het gif verborgen/ grote zaken vinden niet zonder grote risico's plaats/ niets nieuws onder de zon/ vrije tijd met waardigheid/ door nauwe dingen tot verheven dingen/ door het kruis tot het licht/ na oorlog hulp/ na dit dus wegens dit/ na duisternis licht

(65) wat boven ons is heeft niets met ons te maken/ als jullie met de Jezuieten zijn gaan jullie niet met Jezus/ als God voor ons is wat is er dan tegen ons?/ zonder woede en vooringenomenheid/ zonder God tevergeefs/ onder de blote hemel/ onder de roos (in het geheim)/ onder de blik van de eeuwigheid/ onder het woord/ verwacht van een ander wat je een ander gedaan hebt/ moge het voorteken ontbreken/ bemoei je niet met andermans zaken, maar bemoei je met je eigen zaken/ ook de andere partij moet worden gehoord/  hij moet of zwemmen of zinken/ laten anderen maar oorlog voeren, Gij, gelukkig Oostenrijk, moet huwen want het bewind dat Mars aan anderen geeft geeft Venus aan jou/ laten we drinken, we moeten sterven/ laten de consuls oppassen/ laat de koper oppassen/ laat de wapens voor de toga en laat de lauwerkrans voor de lof wijken/morgen  kan liefhebben wie nooit heeft liefgehad

(66) laat het maar gebeuren/ laat het licht worden/ je kunt de fortuin sneller vinden dan vasthouden/ laten we ons dus verheugen/ laat het maar gedrukt worden/ hoera!, moge hij  leven/ je moet niet naar al te hoge zaken streven/ je moet de hoop niet opgeven/ de naam moet opgetekend worden/ de liefde overwint alles; laten ook wij voor de liefde wijken/ laten we bidden/ je moet eerst naar de nadere partij luisteren, daarna pas oordelen/ moge de vrede van Christus in dit huis zijn/ wie oren heeft om te horen, hore!/ laat koningen filosoferen of filosofen besturen/  indien misschien iemand mijn meisje wil aanranden, moge de liefde hem in verlaten bergen verbranden/ laat de humor zonder tand (felheid) zijn/ moge voor jou de aarde licht zijn/ moge er vergiffenis zijn voor het woord/ moge hij leven, groeien, bloeien/ laat hij  verborgen  zijn zolang als hij open staat

(67) de wereld wil bedrogen worden, laat ze dan ook maar bedrogen worden/ ieder het zijne/ het is mooi zijn eigen gebreken te kennen/ pas op wat je zegt, wanneer en tegen wie/ wie komt het ten goede?/  ook kleine dingen hebben hun eigen kracht/ vertrouw maar kijk wel uit wie/ in dit jaar/ op deze plaats/ matig van voedsel een dokter voor zichzelf/ nu weet ik wat de liefde is/ al het mijne draag ik met me mee/  wat is waarheid? / zie, wat ik geweest ben en wie ik nu ben

(68) waartoe dwingt de liefde niet?/ wat is er nog over?/ vaarwel, meisje, Catullus is al flink en hij zal je niet meer opzoeken en tegen je zin vragen. Maat jij zult verdriet krijgen, wanneer je niet meer gevraagd zult worden : arme stakker, wee jou! Wat voor leven staat je te wachten? Wie zal jou nu benaderen? Voor wie zul je lief toeschijnen? Wie zul je nu beminnen? Van wie zal men zeggen dat je bent? Wie zul je kussen? Bij wie zul je nog de lippen bijten? Maar jij, Catullus, wees vastbesloten en flink

(69) wie wat waar waarmee waarom hoe wanneer?/ zoveel hoofden zoveel zinnen/ zichzelf overwinnen is de grootste overwinning/ iemand in alle dingen, niemand in de onderdelen afzonderlijk/ dezelfde die de wond van de liefde veroorzaakt geneest deze ook/ er is een zeker genoegen  te wenen/ mensen geloven meestal  graag wat ze willen/ mogen zij omkomen die vóór ons het onze hebben gezegd/ wat immers is geloof anders dan te geloven wat je niet ziet?/ ieder is de veroorzaker van zijn eigen lot/ alwie geld heeft vaart met een veilige wind/ wat Juppiter toegestaan is is een rund nog maar niet toegestaan/ ik ben wat je zult zijn

(70) het behoort dat je voor een ander leeft als je voor jezelf wilt leven/ laten de consuls ervoor oppassen dat geen enkele schade de staat treft/ ik geef opdat gij geeft/ mits ik maar van voordeel ben/ ik leef niet om te eten, maar ik eet om te leven/ houd me vast opdat ik niet vlucht/ bemin opdat je bemind wordt

(71) ik heb gehoord dat een oude dichter in een tragedie heeft geschreven dat twee vrouwen erger zijn dan één/ overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden/ bedenk dat je een mens bent/ een leugenaar moet een goed geheugen hebben/ het behoort dat de reputatie, niet het uiterlijk van een vrouw algemeen bekend is/ het is noodzakelijk dat stervelingen vele rampen doorstaan/ als je wilt dat ik ween, moet je eerst zelf verdriet hebben./ veracht het dat je veracht wordt

(72) laten we na van het spel genoten te hebben, nu ernstige zaken opzoeken/ de rest navenant/  wanneer de samenleving uiterst verdorven is zijn er zeer vele wetten/ bij gebrek aan geld/ wanneer God het wil/ wanneer God het begunstigt

(73) nu het boek af is moet Christus eer bewezen worden/ onder leiding van de fortuin/ wanneer datgene wat veranderd moet worden veranderd is/ onder Gods leiding moet aan niets worden gewanhoopt/ op staande voet/ wanneer de liefde wordt weggenomen stort alles in.

(88) wie zich goed verborgen heeft gehouden, heeft goed geleefd/ wie snel geeft, geeft dubbel/ wie zingt bidt tweemaal/ zij die de zee over snellen veranderen van hemel, niet van mentaliteit/ Christus, (Gij) die licht en dag zijt/ (degene) aan wie (iets) behaagt, vergeet, (degene) voor wie (iets) pijn doet, herinnert (het) zich/ wiens streek, diens religie/ het is ieder mens eigen te dwalen/ deugd geeft wat schoonheid weigert/ geeft aan Caesar wat van Caesar is/ de geest leert traag af wat hij lange tijd heeft aangeleerd/ god geeft aan wie hij wil/ wie begonnen is heeft de helft van het gedane/ tevergeefs leest hij die niet begrijpt/ hier ligt Erasmus, jij die eens een goede muis was, die, gewend aan knagen,  door de wormen wordt aangegeten/ op rechtvaardige wijze gebeuren  de dingen die door god gebeuren/ een last die goed wordt gedragen wordt licht

(89) bejammerd moet worden het leven (van hen) die liever willen dat zij gevreesd dan bemind worden/ geduldig moet verdragen worden wat noodzakelijk is/ de dingen die schaden, onderwijzen/ de dingen die zijn, geweest zijn en weldra zullen komen/ wie zegt wat hij wil zal horen wat hij niet wil/ wie onbillijkheid zaait, zal rampen oogsten/  wie raad versmaadt, versmaadt hulp/ wie gebreken haat, haat mensen/ door die dingen waarop we vertrouwen worden we vooral te gronde gericht/ GEDICHTEN VAN CATULLUS : [70] Mijn vrouw zegt dat ze met niemand liever wil trouwen dan met mij, ook niet als Jupiter zelf haar zou vragen. Dat zegt ze : maar wat een vrouw zegt tot haar begerige minnaar, behoort men te schrijven in de wind en het snelstromende water

(90) [75] Hierheen is mijn geest door jouw schuld, Lesbia, gebracht en zozeer heeft hij zich zelf door eigen toewijding te gronde gericht, dat hij jou niet meer kan waarderen, ook al wordt je een engel, maar ook niet kan ophouden je te beminnen, ook al doe je al (het denkbare kwaad)/ [85] Ik haat en ik bemin. Waarom ik dat doe, vraag je misschien. Ik weet het niet, maar voel dat het gebeurt en ik word er hevig door gefolterd./ Het AVE VERUM : Gegroet waarachtig lichaam, geboren uit de maagd Maria, dat waarachtig heeft geleden en aan het kruis voor de mens is opgeofferd, waarvan de doorboorde zijde met water en bloed heeft gestroomd./ STABAT MATER : De bedroefde moeder stond wenend naast het kruis terwijl haar Zoon daar hing/ Wier (slaat terug op Maria) diepbedroefde zuchtende en lijdende ziel een zwaard heeft doorboord

(91) O hoe droevig en geteisterd is die gezegende Moeder van de Eniggeborene geweest/ die kermde en leed en beefde, toen ze de straf van haar roemrijke zoon zag/ Wie is de mens die niet zou wenen indien hij de Moeder van Christus in een zo grote straf zou zien? / Wie zou niet diepbedroefd kunnen worden en (= bij het) aanschouwen (van) de vrome moeder, treurende met haar Zoon?/ Voor de zonden van haar volk heeft ze Jezus in martelingen gezien en onderworpen aan zweepslagen/  Ze heeft haar lieve Zoon verlaten zien sterven terwijl hij de adem uitblies/ Welaan, Moeder, bron van liefde, maak, dat ik het geweld van de smart voel, opdat ik met U rouw./ Maak, dat mijn hart brandt in het beminnen van Christus God, opdat ik hem behage/ Heilige moeder, breng dat tot stand, hecht de wonden van de gekruisigde stevig aan mijn hart (lees voor codi : cordi)/ verdeel met mij de straffen van Uw verwonde zoon die zich heeft verwaardigd zo voor mij te lijden

(92) Maak dat ik waarachtig met u ween en met de gekruisigde pijn lijd, zolang als ik geleefd zal hebben/ Ik wens met U naast het kruis te staan en U graag tot metgezel te maken in het geween/ Zeer verheven Maagd van maagden,  wees niet meer bitter op mij, maak dat ik met U ween/ Maak dat ik de dood van Christus draag, maak mij deelgenoot van het lijden en doe mij zijn wonden opnieuw beschouwen./  Maak dat ik door slagen word verwond, dat ik door dit kruis wordt dronken gemaakt van liefde voor Uw Zoon/ Ontvlamd en ontbrand ben ik door U, Maagd, verdedigd op de dag des oordeels/ Maak dat ik door het kruis word beschermd, dat ik door de dood van Christus word beschermd en door genade word gekoesterd/ Wanneer mijn lichaam zal sterven, maak dat de roem van het paradijs dan aan mijn ziel wordt gegeven. Amen

(93) AVE MARIS STELLA :  Gegroet, ster van de zee, voedende moeder Gods en altijd maagd, gelukkige poort des hemels/ opnemend dat "Gegroet" uit de mond van Gabriël, vestig ons in vrede, veranderend de naam van Eva/ maak los de boeien voor de beschuldigden en breng voor de blinden het licht tevoorschijn/ verdrijf onze ellende en eis alle goede dingen/ Toon dat ge moeder zijt : moge Hij door Uw toedoen de gebeden aanvaarden, die, voor ons geboren, zich verwaardigd heeft de Uwe te zijn/ Uizonderlijke maagd, te midden van allen lieflijk, maak ons vrij van schulden, liefelijk en zuiver/ Schenk een rein leven en maak een veilige weg gereed : opdat wij, Jezus ziende, altijd dolblij zijn/ Lof zij aan God de Vader, Eer aan de hoogste Christus en aan de Heilige Geest, één eer aan drie. Amen

(94) TEKST VAN DE MIS : Heer, erbarm U, Christus, erbarm U, Heer, erbarm U/ Ere zij God in den hoge en vrede op aarde voor mensen van goede wil. Wij prijzen U, zegenen U, aanbidden U en roemen U. Wij brengen U dank vanwege Uw grote roem. Heer God, hemelse Koning, God, Almachtige Vader, en Gij, Heer, Eniggeboren Zoon (Fili  is aanspreekvorm van  filius), allerhoogste Jezus Christus/ Heer God, Lam van God, Zoon van de vader. Gij die de zonden van de wereld wegneemt, heb medelijden met ons, aanvaard onze smeekbede. Gij die zit aan de rechterhand van de Vader, heb medelijden met ons. Aangezien Gij alleen heilig zijt, Gij alleen Heer, Gij alleen de Allerhoogste, Jezus Christus. Met de Heilige Geest in de roem van God de vader. Amen/ Ik geloof in één God, ik geloof in één God, de Almachtige Vader, schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in één Heer Jezus Christus, Eniggeboren Zoon van God. En uit de Vader geboren

(95)  vóór alle eeuwen. God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God, geboren, niet gemaakt, één van wezen met de Vader door wie alle dingen zijn gemaakt. Hij die vanwege ons mensen en vanwege ons heil nedergedaald is uit de hemelen. En vleesgeworden is uit de Heilige Geest uit de Maagd Maria en mens geworden is. Zelfs voor ons gekruisigd : onder Pontius Pilatus heeft hij geleden en is hij begraven. En op de derde dag is hij weer opgestaan overeenkomstig de Schriften. En hij is opgevaren ten hemel en zit aan de rechterhand van de Vader. En wederom zal hij komen met roem om levenden en doden te oordelen : van wiens  rijk er geen einde zal zijn. En (ik geloof) in de Heilige Geest, Heer en levendmakende : die voortkomt uit de Vader en de Zoon. Die met de Vader en de Zoon tegelijkertijd wordt aanbeden en geloofd. Die gesproken heeft door de Profeten. En (ik geloof) in één heilige algemene en apostolische Kerk. Ik belijd één doop en vergeving van zonden. En ik verwacht de opstanding van de doden en een leven van een komende eeuw. Amen./ Heilig, heilig, heilig! Heer God Sabaoth. Vol zijn hemelen en aarde van Uw roem. Hosanna in den hoge! Gezegend die komt in de naam des Heren.

(96) Lam Gods, gij die de zonden der wereld wegneemt, heb medelijden met ons. Geef ons vrede! REQUIEM : (Mis voor de overledenen) : Heer, geef hun eeuwige rust en moge een voortdurend licht voor hen schijnen./ U past, Heer, de lofzang in Sion en voor U zal er in Jeruzalem een gelofte worden gedaan/ Verhoor mijn gebed, alle vlees zal tot U komen. Heer, geef hun eeuwige rust en moge een voortdurend licht voor hen schijnen. Heer, erbarm U, Christus, erbarm U, Heer, erbarm U/  DIES IRAE :  Dag van toorn, die dag zal de wereld oplossen in as, getuige David met de Sibylla/ Hoe grote siddering zal er zijn wanneer de rechter zal komen om alles streng  te onderzoeken!

(97) Een wonderbaarlijke trompet zal, zijn klank verspreidend over de graven van de streken, allen voor zijn troon samenbrengen/ Dood en natuur zullen verbijsterd zijn wanneer de schepping weer opstaat om antwoord te geven aan hem die oordeelt/ Een geschreven boek zal worden tevoorschijn gehaald, waarin alles is opgenomen op grond waarvan de wereld zal worden geoordeeld/ Wanneer dus de rechter zal onderzoeken, zal datgene wat verborgen is, tevoorschijn komen, niets zal ongewroken blijven/ Wat zal ik, ongelukkige, dan zeggen? Wie zal ik als beschermer vragen, wanneer de rechtvaardige ter nauwernood veilig zal zijn?/ Koning van ontzagwekkende majesteit, gij die de mensen die gered moeten worden om niet redt, red ook mij, bron van liefde!/ Herinner U, lieve Jezus, dat ik de oorzaak ben van Uw lijdensweg : richt mij op die dag niet te gronde!/ Mij zoekende zijt ge uitgeput gaan zitten en hebt ge mij verlost, terwijl u het kruis leed : moge een zogrote kwelling niet nutteloos zijn!/ Rechtvaardige rechter van wraak, maak  het geschenk van vergeving voor de dag van de rekenschap!/ Ik kreun als een beklaagde, van schuld is mijn gelaat rood : God, spaar degene die tot U smeekt!/ Gij die Maria heeft vergeven en de moordenaar hebt verhoord, hebt ook aan mij hoop gegeven./ Mijn gebeden zijn niet waardig, maar maak Gij goed en genadig, dat ik niet door eeuwig vuur word verbrand!

(98) Schenk een plaats tussen de schapen en scheid mij van de bokjes, mij plaatsend aan de rechterkant!/ Nadat de verdoemden zijn weerlegd en er hevige vlammen zijn toegevoegd, roep mij dan met de gezegenden!/ Smekend en ter aarde gebogen smeek ik, mijn hart verbrijzeld als as : heb zorg om mijn einde!/ Zoals een hert dorst heeft bij de bronnen van wateren : zo verlangt mijn ziel naar U, God./ Mijn ziel heeft gedorst naar de levende God : wanneer zal ik komen en verschijnen voor het gelaat van mijn God?/ Heer Jezus Christus, Koning der ere, bevrijd de zielen van alle gelovige overledenen van de straffen van de hel en van het diepe water : bevrijd hen uit de muil van de leeuw, opdat de onderwereld hen niet opslokt, opdat ze niet vallen in de duistere plaatsen van het donker, maar moge de heilige waperndrager Michael hen meevoeren naar het heilige licht dat Gij eens aan Abraham en zijn zaad heeft beloofd. Wij brengen U, Heer, offers en gebeden van lof; aanvaard U ze voor die zielen waarvan wij vandaag melding maken : maak, Heer, dat ze van de dood overgaan naar het leven, dat Gij eens aan Abraham en zijn zaad heeft beloofd./

(99) Heilig, heilig, heilig, Heer God Sabaoth : vol zijn de hemelen en de aarde van Uw roem. Hosanna in de hoge. Gezegend die komt in de naam des Heren. Hosanna in de hoge. / Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt : geef hun rust. Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt : geef hun eeuwige rust/ Heer, maak de zielen van de gelovigen los van elke boei van hun misdaden opdat ze in de glorie van de opstanding temidden van Uw heiligen herademen na tot leven gewekt te zijn./ Moge eeuwig licht voor hen schijnen, Heer, met Uw heiligen in eeuwigheid, aangezien ge barmhartig zijt./ Geef hun eeuwige rust, Heer en moge een eeuwig licht voor hen schijnen./ Bevrijd mij, Heer, van de eeuwige dood op die huiveringwekkende dag wanneer hemelen en aarde bewogen moeten worden. Terwijl Gij zult komen om de wereld door vuur te oordelen. Sidderend ben ik geworden en ik ben bang terwijl het verhoor is gekomen en de komende toorn./ Dag der woede, die dag van rampspoed en ellende, grote en  zeer bittere dag. / Heer, geef hun eeuwige rust en moge een eeuwig licht voor hen schijnen.


Bijlage 2 :

Bronnen ter illustratie van grammaticale verschijnselen

CARMINA BURANA

thema : dulcissime, totam tibi subdo me

            In de volgende gedichtjes zijn de drop-outs van de 12e en 13e eeuw aan het woord, studenten die door Europa zwierven, van de ene universiteit naar de andere. Ze waren meestal meer uit op avontuur en ongebondenheid dan op hun eigenlijke studie. Het waren jongens die in kroegen hun geld verbrasten en hun schamel bezit verdobbelden. Er waren dichters onder hen. Hun werk is bewaard gebleven en door een gelukkig toeval in de vorige eeuw herontdekt : een bonte verzameling van ruige drinkliederen, satiren, parodieën en hunkerende liefdespoëzie.

Vanwaar de naam  Carmina Burana?

            In de 19e eeuw werd in de kloosterbibliotheek van Benediktbeuren in Beiren een 13e-eeuws manuscript ontdekt met een verzameling Latijnse gedichten uit de 12e en 13e eeuw. Naar de vindplaats gaf men aan dit handschrift de naam  Codex Buranus  ['het boek van Beuren'] en aan de liederen erin de naam  Carmina Burana.

1 O FORTUNA

O Fortuna                            Fortuna : de Fortuin, het Lot

velut luna                            velut : zoals   luna : maan

statu variabilis,                    status, -us : stand

semper crescis                               crescere : groeien

aut decrescis;                                 aut : of

vita detestabilis                  detestabilis : verfoeilijk

nunc obdurat                                obdurare : hinderen

et tunc curat                                  curare : scherpen

ludo mentis aciem,                       ludus : spel   mens, mentis : geest  acies,-ei : blik

egestatem,                          egestas, -atis : gebrek

potestatem

dissolvit ut glaciem.                      dissolvere : laten smelten   glacies, -ei : ijs

Sors immanis                                   sors, sortis : lot        immanis : wreed

et inanis,                               inanis : ijdel

rota tu volubilis,                  rota : rad   volubilis : draaiend

status malus,                                   status, -us : toestand

vana salus                           vanus : onbestendig   salus, -utis : voorspoed

semper dissolubilis,                                              

obumbrata                         obumbrare : overschaduwen

et velata                              velare : omhullen

michi quoque niteris;                    michi = mihi  quoque : ook  niti : zich schrap zetten

nunc per ludum                 ludus : [dobbel]spel

dorsum nudum                  dorsum : rug

fero tui sceleris.                   scelus, sceleris : misdaad

Sors salutis

et virtutis                               virtus, -utis : deugd

michi nunc contraria,                  contrarius : in strijd

est affectus                         affectus, -us : genegenheid

et defectus                          defectus, -us : kilheid

semper in angaria.                       angaria : dienst

hac in hora

sine mora                            mora : uitstel

corde pulsum tangite;                 corde = chordae  chorda : snaar  pulsus : het tokkelen

quod per sortem

sternit fortem,                                 sternere : vellen

mecum omnes plangite!

2 OMNIA SOL TEMPERAT

Omnia sol temperat                                 temperare : leiden, beheersen

purus et subtilis,

nova mundo reserat                                mundus : wereld  reserare : ontsluiten

facies Aprilis;                                               facies, -ei : gezicht

ad amorem properat                             properare : zich haasten

animus herilis,                                 herilis : jongens-

et iocundis imperat                                  iocunda : lief [meisje] imperare : bevelen

deus puerilis.                                               puerilis : jongensachtig

Rerum tanta novitas                                res, rei : zaak  novitas, -atis : frisheid

in sollemni vere                              sollemnis, -is : jaarlijks terugkerend

et veris auctoritas                         ver, ver : lente

iubet nos gaudere.                                  iubere : bevelen  gaudere : blij zijn

vices prebet solitas;                                 vicis, -is : afwisseling prebere : verschaffen

et in tuo vere

fides est et probitas                                 probitas, -atis : oprechtheid

tuum retinere.                                            retinere : vasthouden

Ama me fideliter!                          fideliter : trouw [bijwoord]

fidem meam nota:                                  notare : opmerken

de corde totaliter

et ex mente tota

sum presentialiter

absens in remota.                         remota : afgelegen plek

quisquis amat aliter,

volvitur in rota.                               rota : het rad [van Fortuin]

3 ECCE GRATUM ET OPTATUM

Ecce gratum

et optatum

ver reducit gaudia,

purpuratum floret pratum,

sol serenat omnia.

Iamiam cedant tristia.

Aestas redit,

nunc recedit

hiemis saevitia.

Iam liquescit

et decescit

grando, nix et cetera,

bruma fugit

et iam sugit

ver aestatis ubera.

Illi mens est misera

qui nec vivit

nec lascivit

sub aestatis dextera.

[.........................................................................................]

4 FLORET SILVA NOBILIS

Floret silva nobilis

floribus et foliis.

Ubi est antiquus

meus amicus?

Hinc equitavit.

Eia, quis me amabit?

Floret silva undique

nach mine gesellen ist mir we.

Gruonet der walt allenthalben,

Wa ist min geselle alse lange?

Der ist geriten hinnen,

Owi, wer sol mich minnen?

5 OLIM LACUS COLUERAM

Olim lacus colueram,

olim pulcher exstiteram

dum cygnus ego fueram.

Miser, miser.

Modo niger

et ustus fortiter.

Girat, regirat garcifer;

me rogus urit fortiter;

propinat me nunc dapifer.

Miser, miser.

Modo niger

et ustus fortiter.

Nunc in scutella iaceo

et volitare nequeo;

dentes frendentes video.

Miser, miser.

Modo niger

et ustus fortiter.

6AMOR VOLAT UNDIQUE

Amor volat undique,

captus est libidine.

Iuvenes, iuvenculae

coniunguntur merito.

Si qua sine socio,

caret omni gaudio,

tenet noctis infima

sub intimo

cordis in custodia;

fit res amarissima.

7 DIES NOX ET OMNIA

Dies, nox et omnia

mihi sunt contraria.                                  contrarius : tegen

Virginum colloquia                                   virgo, -inis : meisje  colloquium : gesprek

me fay planszer                             me fait pleurer

et suvenz suspirer                          et souvent soupirer

plu me fay temer.                         plus me fait t' aimer

O sodales, ludite,                          sodales, -is : vriend

vos qui scitis, dicite,                                  qui : die

mihi maesto parcite,                                maestus : bedroefd   parcere + 3 : sparen

grand ey dolur,                             grande est la douleur

attamen consulite                        attamen : maar toch  consulere : raad geven

per voster honur.                          par votre honneur.

Tua pulchra facies                                    facies, -ei : gezicht

me fay planszer milies                  milies : duizendmaal

pectus habens glacies                           pectus, -oris : hart  habens : hebbend

a remender                                    à s'arrêter

statim vivus fierem                                    fierem : ik zou zijn

per un baser.                                              par un baiser

8. STETIT PUELLA

Stetit puella                                                                       

rufa tunica.                                     rufus : rood   tunica : jurkje

Si quis eam tetigit                          [ali]quis : iemand  tangere, tetigi

tunica crepuit.                                           crepare : ruisen

Eia.

Stetit puella

tamquam rosula;                          rosula : roosje

facie splenduit,                              splendere : stralen

os eius floruit.                                              os, oris : mond, gezicht

Eia.

9. CIRCA MEA PECTORA

Circa mea pectora                                 pectus, -oris : borst

multa sunt suspiria                        suspirium : zucht

de tua pulchritudine

quae me laedunt misere.                      laedere : kwetsen

Mandaliet, mandaliet,

min geselle

chumet niet.

Tui lucent oculi                               oculus : oogje

sicut solis radii.                               

sicut splendor fulguris                              fulgur, fulguris : bliksem

lucem donat tenebris.

Mandaliet, mandaliet,

min geselle

chumet niet.

[.................................................................................................]

9. TEMPUS EST IOCUNDUM

Tempus est iocundum,                iocundus : aangenaam

o virgines.

Modo congaudete,                                modo : nu, dadelijk

vos iuvenes.

refrein :

O,o,o

totus floreo,

iam amore virginali                                  virginalis : voor een meisje

totus ardeo,

novus, novus, novus amor

est, quo pereo.                                          perire : te gronde gaan

Mea me confortat                                   confortare : troosten

promissio.                                        promissio, -onis : belofte

Mea me deportat                        deportare : van streek maken

negatio.                                           negatio, -onis : weigering

Tempore brumali                          brumalis : winters

vir patiens,                                       patiens : geduldig

animo vernali                                             vernalis : lente-

lasciviens.                                        lasciviens : uitgelaten

Mea mecum ludit                        

virginitas,                                          virginitas, -atis : maagdelijkheid

mea me detrudit                          detrudere : wegduwen

simplicitas.

Veni domicella                              domicella : lieverd

cum gaudio,

veni, veni pulchra,

iam pereo.

10. VERIS DULCIS IN TEMPORE

Veris dulcis in tempore

florenti stat sub arbore                arbor, -oris : boom

Iuliana cum sorore.

Dulcis amor!

Q

Refrein

Qui te caret hoc tempore,                    qui : wie   carere + abl. missen

fit vilior.                                             fis = est   vilis : niets waard

Ecce florescunt arbores,

lascive canunt volucres;             lascive : uitgelaten [bijwoord]; volucris : vogel

inde tepescunt virgines              tepescere : warm worden

Dulcis amor!

Ecce florescunt lilia,

et virginum dant agmina                       agmen, agminis : schare

summo deorum carmina.

Dulcis amor!

Si tenerem, quam cupio,                       tenerem : ik vast zou houden

in nemore sub folio,                                 folium : gebladerte

oscularer cum gaudio.                           osculare : dan zou ik kussen

Dulcis amor!

11. ESTIVALI SUB FERVORE

Estivali sub fervore,                                   [a]estivalis : van de zomer  fervor, -oris : hitte

quando cuncta sunt in flore,                cuncta : alle dingen

totus eram in ardore.                               ardor, -oris : liefdesgloed

Sub olive me decore,                              olive = olivae   decus, decoris : sieraad

estu fessum et sudore,                            [a]estus, -us : hitte   sudor, -oris : zweet

detinebat mora.                           fessus : uitgeput    mora : uitstel

Erat arbor hec in prato               hec = haec   pratum : weide

quovis flore picturato,                             quivis : welke je maar wilt 

herba, fonte, situ grato,              situs, -us : ligging    gratus : aangenaam

sed et umbra, flatu dato.                       umbra : schaduw   flatus, -us : briesje

Stilo non pinxisset Plato               stilus : penseel  pinxisset : had geschilderd

loca gratiora.

Subest fons vivacis vene,                       vivax : levend  vena : ader

adest cantus philomene            cantus, -us : gezang   philomena : nachtigaal

Naiadumque cantilene.             Naiades, -um : waternimf

Paradisus hic est pene;               p[a]ene : bijna

non sunt loca, scio plene,                      plene : zeker

his iocundiora.                                           his : dan deze

Hic dum placet delectari                       dum : terwijl  placet : het behaagt

delectatque iocundari                           iocundari : plezier hebben

et ab  estu relevari,                                  relevari : bijkomen van

cerno forma singulari                              cernere : zien   forma : schoonheid

pastorellam sine pari                               pastorella : herderinnetje

colligentem mora.                                   colligere : verzamelen  morum : moerbei

In amorem vise cedo;                             vis[a]e : gezien   cedere : wijken

fecit Venus hoc, ut credo.                     ut : zoals

'ades!', inquam, 'non sum predo,        ades : blijf staan  predo, -onis : rover

nichil tollo, nichil ledo.                 nichil : niets   tollere : meenemen  

me meaque tibi dedo,                           ledere : kwetsen  dedere : overgeven

pulchrior quam Flora!'.

Que respondit verbo brevi :                  qu[a]e : en zij

'ludos viri non assuevi.                  assuevi + acc. : ik ben niet gewend aan

sunt parentes michi sevi;            mi[c]hi : voor mij   s[a]evus : streng

mater longioris evi                        [a]evum : leeftijd

irascetur pro re levi.                                  irascetur : zal boos worden   levis : onbelangrijk

parce nunc in hora!'.                              parcere : sparen  in hora : op dit moment

12. DULCE SOLUM NATALIS PATRIE

Dulce solum   natalis patrie,                  solum : grond  patri[a]e  grati[a]e

domus ioci,   thalamus gratie,              iocus : plezier  thalamus : slaapvertrek

vos relinquam   aut cras aut hodie,    relinquam = relinquo

periturus   amoris rabie.               periturus : om ten onder te gaan   rabies,-ei :

                                                           razernij

Vale tellus,   valete socii,            tellus, -uris : aarde  socius : vriend

quos benigno   favore colui,                 quos : jullie die  benignus : welwillend

et me dulcis consortem studii               colere : koesteren  consors, -rtis : deelgenoot

deplangite,   qui vobis perii!                  deplangere : beklagen  qui : ik die

Igne novo   Veneris saucia                    ignis, -is : vuur  saucius : gewond

mens, que prius   non novit talia,         mens, mentis : hart  qu[a]e  novit : kende

nunc fatetur   vera proverbia :             fatetur : spreekt uit   proverbium : spreekwoord

'ubi amor,   ibi miseria'.

Quot sunt apes   in Hyble   vallibus     apis, apis : bij   Hybla : berg opSicilië

quot vestitur   Dodona frondibus         vallis, -is : vallei  vestitur : zich kleedt

et quot natant   pisces equoribus,      frons, -ndis : loof   piscis, -is : vis

tot abundat   amor doloribus.              [a]equor, -oris : zee  abundare : vol zijn van

13. TEMPUS TRANSIT GELIDUM

Tempus transit gelidum,              transire : voorbijgaan  gelidus : ijskoud

mundus renovatur,                                  renovatur : wordt weer nieuw

verque redit floridum,

forma rebus datur.                                   datur : wordt gegeven

Avis modulatur,                             avis, avis : vogel   modulatur : zingt zijn lied

modulans letatur.                          l[a]etatur : heeft het naar zijn zin

lucidior                                             lucidus : stralend

et lenior                                            lenis : mild

aer iam serenatur;                        aer, eris : lucht   serenatur :  klaart op

iam florea,

iam frondea

silva comis densatur.                               silva :woud   coma : loof

Ludunt super gramina                            gramen, -inis : gras

virgines decore,                            decor[a]e

quarum nova carmina                           quarum : van wie

dulci sonant ore.

annuunt favore                             annuere : instemmen   favor : gunst

volucres canore,                           canor, -oris : gezang

favet et odore                                           odor, -oris : geur

tellus picta flore.                            tellus : aarde

cor igitur

et cingitur                                        cingere : omgeven

et tangitur amore,

virginibus

et avibus

strepentibus sonore.                                strepere : kwetteren

Tendit modo retia                         tendere : spannen   rete, retis : net

puer pharetratus;                          pharetratus : met zijn pijlkoker

cui deorum curia                          curia : paleis

prebet famulatus,                         famulatus, -us : dienstbaarheid

cuius dominatus                            dominatus, -us : heerschappij

nimium est latus,                            latus : breed, uitgestrekt

per hunc triumphatus

sum et sauciatus:                          sauciatus : gewond

pugnaveram                                             pugnare : strijden

et fueram

in primis reluctatus,                                   reluctatus eram : ik had me verzet

sed iterum

per puerum

sum Veneri prostratus.                 prosternere : neerslaan

Unam, huius vulnere

saucius, amavi,

quam sub firmo federe               f[o]edus, - eris : verdrag

michi copulavi.                              copulare : verbinden

fidem, quam iuravi,                                  iurare, zweren

numquam violavi;

rei tam suavi                                              res, rei : zaak   suavis : zoet

totum me dicavi.                          dicare : wijden

quam dulcia

sunt basia                                        basium : kus

puelle! iam gustavi:                                 puell[a]e   gustare : proeven

nec cinnamum                                         cinnamum : kaneel

et balsamum

esset tam dulce favi!                               favus : honingraat

13. EXIIT DILUCULO

Exiit diluculo                                    diluculum : dageraad

rustica puella                                             rusticus : boeren-

cum grege, cum baculo,                      baculum : stok

cum lana novella.                        lana : wol

Sunt in grege parvulo                             grex, gregis : kudde

ovis et asella,                                              asella : ezeltje

vitula cum vitulo,                           vitula/us : kalf

caper et capella.                         caper : bok  capella : geitje

Conspexit in cespite                                conspicere : zien   c[a]espes, -itis : gras

scolarem sedere :                         scolaris : geleerde, student

'quid tu facis, domine?               quid : wat

veni mecum ludere!'.

CATULLI  CARMINA

70

Nulli se dicit mulier mea nubere malle

quam mihi, non si se Iuppiter ipse petat.

dicit : sed mulier cupido quod dicit amanti,

in vento et rapida scribere oportet aqua.

nubere (met dativus) : trouwen met   malle : liever willen

petere : vragen, dingen naar de hand van     cupidus : begerig

rapidus : snel stromend  oportet : het behoort


75

Huc est mens deducta tua mea Lesbia culpa

atque ita se officio perdidit ipsa suo,

ut iam nec bene velle queat tibi, si optima fias,

nec desistere amare, omnia si facias.

huc : hiertoe   mens, mentis : geest   deducere : brengen   

se perdere : zichzelf t gronde richten   officium : toewijding

bene velle : graag mogen   quire : kunnen

desistere : ophouden    omnia : al het mogelijke (aan slechte dingen)

85

Odi et amo. Quare id faciam, fortasse requiris.

Nescio, sed fieri sentio et excrucior.

odisse : haten    quare : waarom    fortasse : misschien    requirere : vragen

fieri : gebeuren, gedaan worden    sentire : merken   excruciari : hevig gefolterd worden

odi profanum vulgus et arceo,  Horatius, Oden 3,1,1  profanus : onbeschaafd   vulgus [onzijdig] : volk   arcere : op afstand houden

Zoals  odisse  'haten' betekent, zo betekent  meminisse  'zich herinneren' :

feminis lugere honestum est, viris meminisse   femina : vrouw    lugere : rouwen   honestus : eervol    vir, viri : man   meminisse : zich herinneren

CARMINA BURANA : BACCHE, BENE VENIES

Bacche, bene venies                                 Bacchus : god van de wijn

gratus et optatus                              gratus : geliefd  optatus : gewenst

per quem noster animus                   animus : hart, geest

fit letificatus                                      fit : wordt  letificare : vrolijk maken

refrein :

Istud vinum, bonum vinum,                        iste,ista, istud : die vinum : wijn

vinum generosum                             generosus : edel

reddit virum curialem                       reddere : maken curialis : van de curie

probum animosum.                                   probus : goed  animosus : moedig, fier

Hec sunt vasa regia                                   hec=haec : deze, dit  vas, vasis : kan

quibus spoliatur                                spoliare : beroven (met ablativus)

Ierusalem et regalis                                    regalis=regius : koninklijk

Babylon ditatur.                                ditare : verrijken, begiftigen

Bacchus fortis superans                    superare : overwinnen

pectora virorum                                pectus, pectoris : hart vir, viri : man

in amorem concitat                                   concitare : aanzetten

animos eorum.                                 eorum : van hen

Bacchus sepe visitans                      sepe = saepe : vaak visitare : bezoeken

mulierum genus                                mulier, mulieris : vrouw  genus : soort

facit eas subditas                             eas : hen  subditus : onderworpen

tibi, o, tu Venus.                                tibi : aan jou Venus, Veneris : Venus

Bacchus venas penetrans                          vena : ader 

calido liquore                                            calidus : warm liquor, liquoris : vocht

facit eas igneas                                igneus : vurig

Veneris ardore.                                 ardor, ardoris : gloed

Bacchus lenis leniens                                 lenis : mild  lenire : verzachten

curas et dolores                                cura: zorg  dolor, doloris : pijn, verdriet

confert iocum, gaudia,                     conferre : samenbrengen  iocus : scherts

risus et amores.                                 gaudium : vreugde  risus,-us : gelach

Bacchus mentem femine                           mens, mentis : geest femine=feminae

solet hic lenire                                  solere : gewoon zijn

cogit eam citius                                cogere : dwingen  citius : sneller

viro consentire.                                 consentire : overeenstemmen

A qua prorsus coitum                        prorsus : volstrekt

nequit impetrare,                              nequire : niet kunnen

Bacchus illam facile                                   impetrare : verkrijgen    

solet expugnare.                              expugnare : overmeesteren

Bacchus numen faciens                   numen, numinis : god(delijke macht)

hominem iocundum,                                 iocundus : innemend

reddit eum pariter                                      pariter : evenzeer

doctum et facundum.                                doctus : geleerd facundus : welsprekend

Bacchus, deus inclite,                       inclitus : vermaard

omnes hic astantes                                    a(d)stare : erbij staan

leti sumus munera                                      letus=laetus : blij munus : geschenk

tua prelibantes.                                praelibare : van tevoren proeven

Omnes tibi canimus                                   canere : zingen, verkondigen                    maxima preconia,                                     preconium : lofrede

te laudantes merito                                    merito : terecht

tempora per omnia.                                   tempus, temporis : tijd                      

AVE  VERUM

ave verum corpus natum ex Maria virgine,

vere passum, immolatum in cruce pro homine,

cuius latus perforatum unda fluxit et sanguine

verus : waarachtig   natus : geboren    pati (patior) : lijden   passus sum : ik heb geleden    immolare : offeren, slachten    latus, lateris : zijde   perforare : doorboren

STABAT  MATER

Treurhymne, omstreeks 1300 gedicht door (waarschijnlijk) de Franciscaner monnik Jacopone da Todi.

Stabat mater dolorosa             cf. Joh. 19 : 25  dolorosus : bedroefd

juxta crucem lacrimosa          juxta + acc. : naast    lacrimosus : wenend

dum pendebat Filius                         dum : terwijl   pendere : hangen

Cujus animam gementem                cujus : wier   anima : ziel   gemere : zuchten

contristatam ac dolentem                contristatus : diepbedroefd  

pertransivit gladius                           pertransire : doorboren   gladius : zwaard

                                                           cf. Luc. 2 : 35

O quam tristis et afflicta          afflictus : geteisterd

fuit illa benedicta                    benedictus : gezegend

Mater Unigeniti                        unigenitus : eniggeboren

Quae moerebat et dolebat              moerere : kermen

et tremebat, cum videbat                 tremere : sidderen

nati poenas inclyti                   natus : zoon  poena : straf  inclytus : roemrijk

Quis est homo qui non fleret             flere : wenen

Christi Matrem si videret          si : indien

in tanto supplicio?                   supplicium : straf, foltering

Quis non posset contristari                contristari : diep bedroefd worden

piam matrem contemplari                contemplari : aanschouwen

dolentem cum Filio?

Pro peccatis Suae gentis                  peccatum : zonde  gens, gentis : volk

vidit Jesum in tormentis           tormentum : marteling

et flagellis subditum                                flagellum : zweep    subditus : onderworpen

Vidit suum dulcem Natum                dulcis : zoet, lief

morientem desolatum             mori : sterven    desolatus : verlaten

dum emisit spiritum                           emittere : uitblazen


Eja Mater, fons amoris             eja : welaan   fons, fontis : bron

me sentire vim doloris            

fac, ut tecum lugeam.            lugere : rouwen

Fac, ut ardeat cor meum                  ardere : branden   cor, cordis : hart

in amando Christum Deum

ut sibi complaceam.                        complacere : bevallen, behagen

Sancta mater, istud agas,                 istud : dat   agere : tot stand brengen

crucifixi fige plagas                          figere ; vasthechten    plaga :  klap, wond

codi meo valide.                     validus : stevig

Tui Nati vulnerati                      vulnerare : verwonden

tam dignati pro me pati          dignari : zich verwaardigen   pati : lijden

poenas mecum divide.           dividere : verdelen

Fac me vere tecum flere                   vere : waarachtig

crucifixo condolere

donec ego vixero.                            donec : zolang als  vixero : ik geleefd zal hebben

Juxta crucem tecum stare

te libenter sociare                   libenter : graag  sociare : tot metgezel maken

in planctu desidero                           planctus, planctus : geween  desiderare : wensen

Virgo virginum praeclara                  praeclarus : zeer verheven

mihi jam non sis amara,          jam non : niet meer    amarus : bitter

fac me tecum plangere.                  plangere : wenen

Fac ut portem Christi mortem  portare : dragen

passionis fac consortem          consors, consortis : deelgenoot

et plagas recolere.                           recolere : opnieuw beschouwen

Fac me plagis vulnerari

cruce hac inebriari                           inebriare : dronken maken

ob amoren Filii.

Inflammatus et accensus                  inflammare : doen ontvlammen 

per te, Virgo, sim defensus                    defendere : verdedigen

in die judicii.                                     judicium : oordeel

Fac me cruce custodiri           custodire :  beschermen

morte Christi premuniri            premunire : beschermen

confoveri gratia.                     confovere : koesteren

Quando corpus morietur                   quando : wanneer

fac ut animae donetur            donare : begiftigen

paradisi gloria.

Amen.          

AVE  MARIS  STELLA

Ave maris stella,                               mare, maris : zee  stella : ster

Dei mater alma,                               alma : voedend

atque semper virgo,

felix caeli porta,            

sumens illud Ave,                              sumere : opnemen

Gabrielis ore,                                             os, oris : mond

funda nos in pace,                                     fundare : vestigen

mutans Evae nomen.                                 mutare : veranderen

Solve vincla reis,                               solvere : losmaken  vinclum : boei

profer lumen caecis:                                  caecus : blind

mala nostra pelle,                             pellere : verdrijven

bona cuncta posce.                                  poscere : eisen

Monstra te esse matrem :                           monstrare : aantonen

sumat per te preces,                                  sumere : aanvaarden  prex : gebed

qui pro nobis natus,

tulit esse tuus.                                   ferre (perf. tuli) : zich verwaardigen

Virgo singularis,

inter omnes mitis,                              mitis : lieflijk

nos culpis solutos,                             solutus : vrij van

mites fac et castos.                                    castus : kuis, zuiver

Vitam praesta puram,                       praestare : schenken

iter para tutum :                                iter : weg  tutus : veilig

ut videntes Iesum,

semper collaetemur.                                  collaetari : dolblij zijn

Sit laus Deo Patri,          

Summo Christo decus,                      decus : eer

Spiritui sancto,

tribus honor unus. Amen.                            tribus : aan drie

TEKST  VAN  DE  MIS

Kyrie eleison

Christe eileison

Kyrie eleison

Gloria in excelsis Deo.

Et in terra pax

hominibus bonae voluntatis.                      voluntas, voluntatis : wil, gezindheid

Laudamus te,

Benedicimus te,

Adoramus te,

Glorificamus te.

Gratias agimus tibi                                     gratias agere : dank betuigen

propter magnam gloriam tuam.                 propter : wegens

Domine Deus,

Rex caelestis,                                             caelestis : hemels

Deus Pater omnipotens,

Domine Fili unigenite,                       unigenitus : eniggeboren

Iesu Christe altissime.                       altissimus : allerhoogste

Domine Deus,

Agnus Dei,

Filius Patris.

Qui tollis peccata mundi,

miserere nobis,                                 misereri : medelijden hebben

suscipe deprecationem  nostram.              deprecatio, deprecationis : smeekbede

Qui sedes ad dexteram Patris,          dextera : rechterhand

miserere nobis.

Quoniam tu solus sanctus.                         quoniam : aangezien

Tu solus Dominus,

Tu solus altissimus,

Iesu Christe.

Cum Sancto Spiritu,

in gloria Dei Patris.

Amen.

Credo in unum Deum.

Credo in unum Deum,

Patrem omnipotentem,

Factorem caeli et terrae,                            factor, factoris : schepper

visibilium omnium                             visibilis : zichtbaar

et invisibilium.

Et in unum Dominum

Iesum Christum,

Filium Dei Unigenitum.

Et ex Patre natum                             natus ex : geboren uit

ante omnia saecula.                                  saeculum : eeuw

Deum de Deo,                                            de : uit

Lumen de Lumine,

Deum verum de Deo vero.                         verus : waarachtig

Genitum non factum,                       genitus : geboren

consubstantialem Patri :                    consubstantialis : één van wezen

per quem omnia facta sunt.                       per ; door

Qui propter nos homines

et propter nostram salutem                        salus, salutis : heil

descendit de caelis.                                  descendere : nederdalen

Et incarnatus est                               incarnatus : vlees geworden

de Spiritu Sancto

ex Maria virgine

et homo factus est.

Crucifixus etiam pro nobis :

sub Pontio Pilato

passus et sepultus est.                       sepelire : begraven

Et resurrexit tertia die                        resurgere : weer opstaan

secundum Scripturas.                       secundum (met acc.) : volgens

Et ascendit in caelum :

sedet ad dexteram Patris.

Et iterum venturus est

cum gloria,

iudicare vivos et mortuos:

cuius regni non erit finis.

Et in Spiritum Sanctum,

Dominum et vivificantem :                         vivificare : levend maken                 

qui ex Patre Filioque procedit.          procedere : voortkomen

Qui cum Patre et Filio simul               simul : tegelijkertijd

adoratur et conglorificatur.

Qui locutus est per Prophetas.          loqui (perf. locutus sum) : spreken

Et in unam sanctam

catholicam et apostolicam

Ecclesiam.

Confiteor unum baptisma                          confiteri : belijden  baptisma, -atis : doop

in remissionem peccatorum.                      remissio, remissionis : vergeving

Et expecto resurrectionem                         resurrectio : wederopstanding

mortuorum et vitam

venturi saeculi.

Amen.

Sanctus, sanctus, sanctus,

Dominus deus Sabaoth.

Pleni sunt caeli et terra                      plenus : vol

gloria tua.

Hosanna in excelsis!

Benedictus qui venit

in nomine Domini.

Agnus Dei

qui tollis peccata mundi,

miserere nobis.

Dona nobis pacem!

REQUIEM

(Missa pro defunctis)                        defuncti : overledenen

Requiem aeternam dona eis, Domine :      requies : rust  aeternus : eeuwig

et lux perpetua luceat eis.                          donare : geven  lucere : stralen

Te decet hymnus, Deus, in Sion,                 te decet : U past  

et tibi reddetur votum in Jerusalem : votum reddere : een gelofte doen

Éxaudi orationem meam,                                 exaudire : verhoren  oratio : gebed

ad te omnis caro veniet.                   caro, carnis : vlees

Requiem aeternam dona eis, Domine:

et lux perpetua luceat eis.

Kyrie eleison

Christe eleison

Kyrie eleison

Hierop volgt het gedicht Dies Irae (De Dag van de Toorn) van Thomas van Celano, een 13e eeuwse minderbroeder uit Celano in de Abruzzen in Centraal-Italië. Het lied is geschreven in trocheïsche dimeters.

DIES   IRAE

 Dies irae, dies illa                             solvere : ontbinden, oplossen

solvet saeclum in favilla                   saeclum : deze wereld   favilla : as

teste David cum Sibylla.                   S. : profetes van het heidense Rome

                                                         David : bv in Psalm 102 : 27

Quantus tremor est futurus,                        tremor : siddering

quando iudex est venturus,                        iudex, iudicis : rechter  stricte : streng

cuncta stricte discussurus!                         cuncta : alles   discutere : onderzoeken


Tuba mirum spargens sonum            tuba : trompet   spargere : verspreiden

per sepulchra regionum

coget omnes ante thronum.                       cogere : samenbrengen

Mors stupebit et natura,                    stupere : verbijsterd zijn

cum resurget creatura                      resurgere : weer opstaan

iudicanti reponsura.                                   responsura : om antwoord te geven

Liber scriptus proferetur,                    proferre : tevoorschijn halen

in quo totum continetur,

unde mundus iudicetur.                    unde : op grond waarvan

Iudex ergo cum censebit,                          cum : wanneer   censere : onderzoeken

quidquid latet, apparebit,                          latere : verborgen zijn 

nil inultum remanebit.                       inultus ; ongewroken  remanere : blijven

Quid sum miser tunc dicturus?          sum dicturus : zal ik zeggen

Quem patronum rogaturus,                        rogare : vragen

cum vix iustus sit securus?                          vix : nauwelijks   securus : veilig

Rex tremendae maiestatis,                        tremendus : ontzagwekkend

qui salvandos salvas gratis,                        salvare : redden

salve me, fons pietatis!

Recordare, Iesu pie,                                   recordari : zich herinneren

quod sum causa tuae viae:                       causa : oorzaak   via : lijdensweg

ne me perdas illa die!                       perdere : te gronde richten

Quaerens me sedisti lassus,                       quaerere : zoeken  lassus : uitgeput

redemisti crucem passus:                          redimere : verlossen

tantus labor non sit cassus!                         cassus : nietig, nutteloos

Iuste iudex ultionis,                                     ultio, ultionis : wraak

donum fac remissionis                      remissio, remissionis : vergeving                   ante diem rationis!                                   ratiom, rationis : rekenschap

Ingemisco tamquam reus                          ingemiscere : kreunen reus : beklaagde

culpa rubet vultus meus:                            rubere : rood zijn  vultus : gelaat

supplicanti parce, deus!                   supplicare : smeken  parcere : sparen

Qui Mariam absolvisti                       M. : Magdalena

et latronem exaudisti,                       latro, latronis : rover, moordenaar

mihi quoque spem dedisti.                         quoque ; ook  dare ( perf. dedi ): geven

Preces meae non sunt dignae,                  prex, precis : gebed  dignus : waardig

sed tu bonus fac benigne,                         benignus : genadig

ne perenni cremer igne!                   perennis : eeuwig   ignis, ignis : vuur

Inter oves locum praesta                           ovis ; schaap  praestare : schenken

et ab haedis me sequestra                         haedus : bokje  sequestrare : scheiden

statuens in parte dextra!                   statuere ; plaatsen

Confutatis maledictis,                       confutare : weerleggen   maledicti :

flammis acribus addictis,                           de verdoemden  addicere : toewijden

voca me cum benedictis!

Oro supplex et acclinis,                    acclinis : ter aarde gebogen

cor contritum quasi cinis,                           contritus : verbrijzeld  cinis : as

gere curam mei finis!                              curam gerere : zorg hebben

                       

Sicut cervus desiderat                      sicut : zoals cervus ; hert

ad fontes aquarum :

ita desiderat anima mea

ad te, Deus.

Sitivit anima mea                              sitire : dorsten                                   

ad Deum vivum :

quando veniam et apparebo                    apparere : verschijnen

ante faciem Dei mei?                                 facies : gelaat

Domine Iesu Christe, Rex gloriae,

libera animas omnium fidelium                  liberare : bevrijden  fidelis : gelovig

defunctorum de poenis inferni          poena : straf           infernus :hel

et de profundo lacu :                                 profundus : diep   lacus : meer, water

libera eas de ore leonis,

ne absorbeat eas tartarus,                         absorbere : verzwelgen

ne cadant in obscura tenebrarum loca :    cadere : vallen  tenebrae : duisternis

sed signifer sanctus Michael                      signifer : wapendrager

repraesentet eas in lucem sanctam;          repraesentare : meevoeren

quam olim Abrahae promisisti          olim : eens   promittere : beloven

et semini eius.                                            semen, seminis : zaad

Hostias et preces tibi Domine            hostia : offer

laudis offerimus;

tu suscipe pro animabus illis,            suscipere : aanvaarden

quarum hodie memoriam facimus:            hodie : vandaag

fac eas, Domine,  de morte

transire ad vitam;

quam olim Abrahae promisisti

et semini eius.


Sanctus, sanctus, sanctus

 Dominus Deus

Sabaoth :

pleni sunt coeli et terra                     plenus : vol van

gloria tua.

Hosanna in excelsis.

Benedictus qui venit

in nomine Domini.

Hosanna in excelsis.

Agnus Dei qui tollis                                     tollere : wegnemen

peccata mundi :                               peccatum : zonde

dona eis requiem.

Agnus Dei qui tollis

peccata mundi :

dona eis requiem sempiternam.                sempiternus : eeuwig

Absolve, Domine, animas fidelium             absolvere ab : losmaken van

ab omni vinculo delictorum,                      vinculum : band  delictum : misdaad

ut in resurrectionis gloria                   resurrectio : opstanding

inter sanctos tuos

resuscitati respirent.                                   resuscitare : opwekken  respirare :                                                                                        herademen

Lux aeterna luceat eis, Domine,

cum sanctis tuis in aeternum,

quia pius es.                                               pius : barmhartig

Requiem aeternam dona eis, Domine,

et lux perpetua luceat eis.

Libera me, Domine, de morte aeterna

in die illa tremenda :                                  tremendus : huiveringwekkend

quando coeli movendi sunt et terra.

Dum veneris iudicare                        dum : terwijl

saeculum per ignem.                                 saeculum : de wereld

Tremens factus sum ego et timeo,              timere : bang zijn

dum discussio venerit                       discussio, discussionis : verhoor

atque ventura ira.

Dies irae, dies illa,

calamitatis et miseriae,                     calamitas, calamitatis : rampspoed

dies magna et amara valde.                     amarus : bitter   valde : zeer

Requiem aeternam dona eis, Domine,

et lux perpetua luceat eis.

BIJLAGE III

VOORBEELDEN  VAN SPREUKEN EN UITDRUKKINGEN  VOOR VERDERE ZELFSTUDIE

ad Philippum, sed sobrium   sobrius : nuchter

(Valerius Maximus, Facta et dicta 6,2)    Op een keer velde Philippus van Macedonië dronken vonnis waardoor een vrouw ten onrechte werd veroordeeld. Ze zei dat ze beroep zou aantekenen. Toen Philippus vroeg bij wie dan wel, antwoordde ze :.................

Aliam vitam, alios mores   mos, moris : zede, gewoonte

Ama et fac quod vis    vis : je wilt

Amor tussisque non celatur   amor, amoris : liefde  tussis, tussis : hoest   celare : verbergen

Amicus Plato, sed magis amica veritas  amicus : vriend   sed : maar    magis meer

veritas, -atis : waarheid

            In Plato's Phaedo  zegt Sokrates dat de waarheid belangrijker is dan de opinie van hemzelf. Daaruit is de volgende uitdrukking ontstaan :  Amicus Socrates sed magis amica veritas [zo bij Roger Bacon in de 13e eeuw]. Luther heeft het in zijn  De servo arbitrio ['over de onvrije wil'] al over  

         Amicus Plato [sit], amicus Socrates [sit], praehonoranda veritas [est]

praehonorare : vooral eren [vertaling : "Goed, laat Plato en laat Socrates je vriend maar zijn, maar de waarheid moet vooral worden geëerd"]

An nescis, mi fili, quantilla prudentia regatur orbis ?   (toegeschreven aan de Zweedse staatsman Axel graaf Oxenstierna [1583-1654])    an : soms    quantillus : hoe weinig   orbis, orbis : wereld

An nescis longas regibus esse manus?  (Ovidius, Heroides 16, 166)   an : soms  regibus : dativus possessivus

An qui amant ipsi sibi somnia fingunt ?    an : 'is het misschien zo, dat...'   qui = ei qui   somnium : droom     fingere : inbeelden, verzinnen

Animula vagula blandula

hospes comesque corporis

quae nunc abibis in loca

pallidula rigida nudula

nec ut soles dabis iocos

[Afscheidsgedicht van keizer Hadrianus [76-138] op zijn sterfbed]

animula : zieltje   vagulus : zwerflustig   blandulus : aanhalerig   hospes, -itis : gast   comes, comitis : gezel   corpus, corporis : lichaam   quae : die [slaat terug op 'animula']   nunc : nu abire : weggaan  loca : plaatsen   pallidulus : bleek, kleurloos   rigidus : kil, gevoelloos  nudulus : leeg, naakt  nec : en niet  ut : zoals   solere : gewoon zijn   dare : geven, vertellen   iocus : grap

Apelles post tabulam    post : achter    tabula : schilderij  [Plinius Maior vertelt in zijn Naturalis Historia  over de beroemde schilder Apelles, dat deze wanneer hij een schilderij had voltooid, dit in het openbaar tentoonstelde waarbij hij zich er achter verborg om de kritiek te kunnen opvangen. Zo hoorde hij op een dag een schoenmaker opmerken dat er aan de fagebeelde sandalen één vetergaatje ontbrak. Nadat hij die vergissing had goedgemaakt, begon de schoenmaker opmerkingen te maken over het been van een der figuren. Hierop reageerde Apelles met : Ne sutor supra crepidam, 'Schoenmaker, niet hoger dan de sandaal!'

Apparent rari nantes in gurgite vasto (Vergilius, Aeneis 1, 118)    apparere : verschijnen    rarus : zeldzaam, schaars     nare : zwemmen   nans, nantis : drenkeling    gurges, gurgitis : maalstroom [schertsend gezegd van weinig toehoorders in de zaal, weinig haren op het hoofd etc.]

Arcades ambo  (Vergilius, Ecloga 7,4)    Arcades, -dum : Arcadiërs   ambo : beide [bij Vergilius positief, tegenwoordig in de betekenis : twee onbetrouwbare individuen]

Audacter calumniare, semper aliquid haeret [in Francis Bacon (1561-1626) De dignitate et augmentis scientiarum {"Over de waardigheid en het bevorderen der wetenschappen"}, 1623]

audacter : onverschrokken [bijwoord]   calumniari : lasteren [calumniare  is dus een gebiedende wijs]   semper : altijd    aliquid : iets   haerere : blijven hangen

Bellum omnium contra omnes

Bellum pater omnium est  (Erasmus, naar het Griekse 

Boni pastoris est tondere pecus, non deglubere (Suetonius, Tiberius 32,2)   est + genitivus : 'het is eigen aan'    tondere : scheren   pecus, pecoris : vee   deglubere : villen

Breve et irreparabile tempus omnibus est vitae (Vergilius, Aeneis 10, 467)    irreparabilis, -is : onherroepelijk

Brevis esse laboro, obscurus fio (Horatius, de arte poetica 25, 26)   laborare : zijn best doen   obscurus : duister     fieri : worden

Credimus ut cognoscamus, non cognoscimus ut credamus (Augustinus, tractatus in Sanctum Iohannem 40, 8/9)    cognoscere : begrijpen

Da mihi castitatem et continentiam sed noli modo (Augustinus, confessiones 8,7,17)   castitas, -atis : kuisheid    continentia : zelfbeheersing    noli : gebiedende wijs van nolle,  niet willen : 'doe dat niet'   modo : meteen

Deliberante senatu perit Saguntum  (Livius AUC xxi, 7, 1)    deliberare : overwegen, beraadslagen   perire : te gronde gaan  [tijdens de tweede Punische [=Carthaagse] oorlog hadden de inwoners van Saguntum in Spanje Rome om hulp tegen Hannibal gevraaagd door middel van een gezantschap]

De pictore, sculptore, fictore nisi artifex iudicare  (Plinius ep. 1, 10)  pictor, -oris : schilder   fictor, -oris : boetseerder    nisi : slechts   artifex, -icis : kunstenaar

Disce gaudere  (Seneca, ep. 23)

Dulce bellum inexpertis   dulcis, dulcis : zoet    inexpertus : onervaren

Ede, bibe, lude : post mortem nulla voluptas   ludere : spelen    voluptas, -atis : genot

Ede ut vivas, non vivas ut edas  ut : opdat

Ego sum rex Romanus et supra grammaticam   Bij het concilie van Konstanz [1414-1418] sprak keizer Sigismund over illa nefanda schisma  van Johannes Hus. Hij stond er niet bij stil, dat 'schisma' onzijdig is. Toen hij daarop werd aangesproken zou hij gezegd hebben :'Si supra leges sumus, quare supra grammaticam esse non possimus?'. Wanneer wij boven de wetten staan, waarom kunnen we dan ook niet boven de grammatica staan?

Est enim quaedam etiam dolendi voluptas  (Plinius, ep. viii, 16,5)     quidam : een zeker   dolere : verdriet hebben   voluptas, -atis : genot

Ex Alma Libitina : Van 't leven comt de doot, Tout se passe avec le temps,  Emblema

Faciendi plures libros nullus est finis (Ecclesiastes 12, 12)   faciendi : van het maken    liber, libri : boek

Fas est et ab hoste doceri (Ovidius, metamorphoseis 4, 428)    fas est : het is geoorloofd   et [met nadruk] : ook     hostis, -is : vijand    docere : onderrichten

Feminis lugere honestum est, viris meminisse  lugere : rouwen    honestus : fatsoenlijk    meminisse : zich herinneren

furia francesca   furia : razernij     francesca : Frankisch     de westgermaanse stam van de Franken had onder Clovis [465-511] de grondslagen gelegd van het Frankische rijk

furor Teutonicus  (Lucanus, I, 255)  de Teutonen, een germaanse volksstam uit het gebied van het huidige Sleeswijk-Holstein, waren in 102 door Marius verpletterend verslagen, nadat ze de Romeinen aanvankelijk veel angst hadden aangejaagd.

Hoc discunt omnes ante alpha et beta puellae   (Iuvenalis, Satiren 14, 209)    discere : leren    omnes : verbinden met 'puellae'

Homines sumus, non dei   (Petronius, Satyricon 75)   

Imperatorem stantem mori oportere  (Suetonius, Vespasianus 24)    stare : staan    mori : sterven   oportere : behoren  [de laatste woorden van Vespasianus toen deze bijna bewusteloos  raakte vanwege een hevige diarree-aanval]

in angello cum libello   angellus : hoekje    libellus : boekje    Thomas a Kempis [1380-1471] las in het Bijbelboek Ecclesiasticus  In omnibus requiem quaesivi  en zou daaraan hebben toegevoegd et nusquam inveni nisi cum libello in angello [nusquam nisi: nergens behalve]

Infelicissimum genus est infortunii fuisse felicem   (Boethius, Consolatio 2,4,4)  infelix, -icis : ongelukkig   genus, generis : soort    infortunium : ongeluk

In necessariis unitas, in dubiis libertas, in omnibus caritas   (Toegeschreven aan Augustinus)    necessarius : noodzakelijk    unitas, -atis : eenheid    dubius : twijfelachtig   caritas, -atis : naastenliefde   

            Een aanzet tot dit aforisme staat in  Paraenesis votiva pro pace ecclesiae van Petrus Meuderlinus, van 1612 tot 1650 kapittelheer te Augsburg. Hij verzet zich daarin tegen de theologische conflicten in zijn tijd :  si nos servaremus in necessariis unitatem, in non necessariis libertatem, in utrisque charitatem, optimo certe loco essent res nostrae   servare : bewaren   uterque : elk van beide  optimo loco : in een voortreffelijke staat.

            De Tsjechische theoloog en pedagoog Johan Amos Comenius [1592-1670] schreef in zijn   Unum necessarium [Amsterdam 1668] :  Summa autem concordiae Christianorum lex est trina : servare in omnibus necessariis unitatem, in minus necessariis [quae adiaphora vocant] libertatem, in omnibus erga omnes charitatem.

trinus : drievoudig     adiaphora : onverschillige zaken    erga : jegens

Insipiens esto cum tempus postulat ipsum

Stultitiam simulare loco prudentia summa est. (Disticha Catonis II 18)

insipiens, -entis : onverstandig   postulare : eisen     stultitia : domheid   simulare : veinzen     loco : op zijn tijd      

Laudator temporis acti (Horatius, Ars Poetica 173)  laudator, -oris : prijzer   actus : voorbij

Legere enim et non intellegere neglegere est (Disticha Catonis I)   neglegere : verwaarlozen, misprijzen

Lupus pilum mutat non animum   pilus : haartje    mutare : veranderen van

Manum de tabula  [tollere] (Cicero, Ad familiares 7, 25, 1)   tabula : schilderij     tollere : verwijderen    [bij Cicero bedoeld in de zin van 'laten we er verder maar over zwijgen']

volgens Apelles was Protogenes een nog knapper schilder dan hijzelf omdat hij in staat was een schilderij als af te beschouwen en op een bepaald moment zijn hand van het doek weg te nemen. Plinius [Naturalis Historia   35,10,80] stemt daarmee in, want nocere saepe nimiam diligentiam   nocere : schaden    nimius :  al te groot   diligentia : nauwkeurigheid, precisie

Mecum tantum et cum libellis loquor  (Plinius Minor, epistula 1.9.5)   mecum = cum me      loqui : praten

Medicus curat, natura sanat   aan Hippocrates toegeschreven

Medicus nihil aliud est quam animi consolatio (Petronius, Satyricon 42,5)   consolatio, -onis : troost

Medio de fonte leporum surgit amari aliquid   (Lucretius, de rerum natura 4, 1133)   lepor, leporis : lieftalligheid    surgere : tevoorschijn komen    amarus : bitter

Mens agitat molem   (Vergilius, Aeneis 6, 727)   agitare : bewegen    moles, molis : materie

Mulier mulieri magis convenit  (Terentius, Phormio 726)    convenire : passen bij

Mulier recte olet ubi nil olet (Plautus, Mostellaria 273)  recte : goed, lekker   nil = nihil : 'naar niets'

Nascentes morimur, finisque ab origine pendet (Manilius, Astronomica 4, 16)   nasci : geboren worden    origo, -inis : oorsprong, begin   pendere ab : afhangen van

Naufragium in portu facere   naufragium facere : schipbreuk lijden

Nescire quaedam magna pars sapientiae est (Hugo de Groot/Grotius [1583-1645], epigrammata I, 16)       quaedam : sommige dingen

Nihil citius arescit lacrima   citius : sneller   arescere : drogen   lacrima : traan [hier ablativus comparationis]

Nil esse homini melius neque clementia (Terentius, Adelphoe 861)  melior, onz. melius : beter   clementia : lankmoedigheid  neque [hier] : dan

nocere saepe nimiam diligentiam    (Plinius 35, 10,80)    nocere : schaden    nimius : al te groot     diligentia : nauwkeurigheid

Non bene olet qui semper bene olet (Martialis 2,12, 4)    olere : ruiken

Non curatur qui curat (op thermen van Caracalla)    curare : genezen, zich zorgen maken

Non libertas est nil pati  pati : te verduren krijgen, tolereren

Non modo aliorum sed etiam nostri superstites sumus   Tacitus, Agricola 3,2

non modo...sed etiam : niet alleen ...maar ook    superstes, -itis + genitivus : overlevend

Non omnibus dormio   Cicero, ad familiares 7, 24, 1    dormire : slapen, fouten door de vingers zien

Non vivere sed valere vita  <est> Martialis 6,70, 15     valere : gezond zijn    vita : [echt] leven

Nulla fere causa est in qua non femina litem moverit    Iuvenalis 6, 242/243   causa : proces      lis, litis L twist   movere : op gang brengen, veroorzaken

Nulla salus bello; pacem te poscimus omnes   Vergilius, Aeneis 11, 362     salus, salutis : heil    <e> bello   poscere : eisen, verlangen naar

Nullum est iam dictum quod non dictum sit prius   Terentius, Eunuchus, proloog 41      prius : eerder

Nullum magnum ingenium sine mixtura dementiae   Seneca, de tranquillitate animae 17, 10   ingenium : begaafdheid, talent    dementia : waanzin

Nullus est liber tam malus ut non aliqua parte prosit    Plinius Minor, ep. 3, 5, 10   prodesse : voordeel brengen

Nunc patimur longae pacis mala      Iuvenalis, Satiren 6, 292    pati : dulden, te lijden hebben onder

Omne vivum ex ovo  naar William Harvey, exercitationes de generatione animalium 4, 2 : omnia omnino animalia etiam vivipara...ex ovo progigni....ut et semina plantarum omnium   ovum : ei

Omnes ingeniosos melancholicos   Cicero, Tusculanae 1, 33,80 [met verwijzing naar Aristoteles]    ingeniosus : getalenteerd

Otium pulvinar Satanae   pulvinar, -aris : oorkussen

Otium sine literis mors est et hominis vivi sepultura   Seneca, epist. 82,3    literae, -arum : literatuur    sepultura : graf

Pars magna bonitatis est velle fieri bonum    Seneca, epist. 34, 3    bonitas, -atis : goedheid   fieri : worden

Pax tamen interdum est, pacis fiducia numquam     Ovidius, Tristia 5, 2, 71    interdum : van tijd tot tijd   fiducia : vertrouwen in     numquam : nooit

Pectus est quod disertos facit    Quintilianus, Institutio Oratoriae 10, 7, 15    pectus, pectoris : hart    disertus : welsprekend

Pereant qui ante nos nostra dixerunt  Donatus, commentaar op Terentius    perire : te gronde gaan     nostra : het onze

Plures occidit gula quam gladius    occidere : doden     gula : slokdarm

Poeta nascitur, orator fit    nasci : geboren worden    fieri : gemaakt worden

Potius amicum quam dictum perdendi     Quintilianus, Institutio Oratoria  6,4,34 : Laedere numquam velimus longeque absit propositum potius amicum quam dictum perdendi     laedere :  kwetsen    longe absit : het zij verre van ons    propositum : voornemen     perdere : verliezen

Primum vivere deinde philosophari

Qualis vir, talis oratio Cicero, Tusculanae 5,16,47 : qualis homo ipse esset, talem esse eius orationem     qualis....talis : zoals....zo      oratio, -onis : manier van spreken

Quandoque bonus dormitat Homerus    (Horatius, Ars Poetica 359)   quandoque : af en toe   dormitare : een dutje doen

Quem di diligunt adulescens moritur (Plautus, Bacchides 4,7,18)    di= dei

Quid novi ex Africa? (naar Plinius Maior, Historia naturalis 8,42 : unde etiam vulgare Graeciae semper aliquid novi Africam adferre)   quid novi : wat voor nieuws

Quid rides? Mutato nomine de te fabula narratur (Horatius, satiren 1,1,69)

nomen mutare : de naam veranderen

Quis custodiet ipsos custodes? (Iuvenalis, satiren 6, 347)     custodire : bewaken   custos, custodis : bewaker

Qui vitia odit homines odit (Plinius, epist. 8, 22, 3)    vitium : fout, gebrek

Quod scripsi scripsi (Evangelie van Johannes 19, 22)

Quos deus perdere vult dementat prius   perdere : te gronde richten   dementare : van zijn verstand beroven

Rem tene, verba sequentur    sequi : volgen

Roma locuta, causa finita     loqui : spreken

Salus populi suprema lex (Cicero, de legibus 3,3,8)    salus, salutis : welzijn

Sat cito si sat bene (Hieronymus, brieven 66,9)

Saxa loquuntur   saxa : stenen, opgravingen

Scripta manent, verba volant

Semel in anno licet insanire licet : het is geoorloofd    insanire : gek doen

Semper aliquid haeret    haerere : blijven hangen

Senatores boni viri, senatus mala bestia

Si tacuisses philosophus mansisses (naar Boethius, de consolatione philosophiae 2, 7, 67)    tacere : zwijgen    manere : blijven

Si vis pacem, cole iustitiam (op het Vredespaleis in Den Haag)

Si vis pacem para pacem (slogan van de vredesbeweging)

Spectatum veniunt veniunt spectentur et ipsae (Ovidius, ars amatoria 1, 99) spectatum [supinum] : om te kijken    <ut> spectentur

Stat magni nominis umbra (Lucanus, Pharsalia 1, 135)

Sub lege libertas

Surgit amari aliquid quod in ipsis floribus angat (Lucretius, de rerum natura 4, 1133)      amarus : bitter   angere : wurgen

Tacent, satis laudant (Terentius, Eunuchus 476)

Tantillus puer et tantus peccator (Augustinus, confessiones 1,12)   tantillus : zo klein     peccator, -oris : zondaar

Tantum religio potuit suadere malorum (Lucretius, de rerum natura 1, 101)   tantum malorum : zoveel onheil     suadere : overhalen

Tempora tempore tempera (middeleeuws, anoniem)    temperare : matigen

Tolle moras; semper nocuit differre paratis (Lucanus, Pharsalia 1, 281)    differre : uitstellen    nocere + dativus : schaden

Tota philosophorum vita commentatio mortis est (Cicero, Tusculanae 1, 30, 70)   commentatio, -onis : voorbereiding

Ubi libertas, ibi patria

Ubi solitudinem faciunt, pacem appellant (Tacitus, Agricola 30)     solitudo, -inis : verlatenheid

Utinam populus Romanus unam cervicem haberet (Caligula bij Suetonius 30,2)

cervix, -icis : nek

Venter caret auribus (Plutarchus, apophthegmata Catonis)    venter : een hongerige buik    carere + ablativus : missen

Verba docent, exempla trahunt

Verum gaudium res severa est (Seneca, epistulae ad Lucilium 23, 4)

Vetera extollimus, recentium incuriosi (Tacitus, Annales 2, 88)   incuriosus + genitivus : zonder belangstelling

Vicisti, Galilaee! (Keizer Julianus Apostata toen hij op 26 juni 363 dodelijk gewond raakte in de strijd tegen de Perzen)

Victi victoribus leges dederunt   victus : overwonnen

Victi vincimus (Plautus, Casina 2,8,74)

Victrix causa deis placuit sed victa <causa>  Catoni (Lucanus, Bellum Civile 1,128)    victrix, -icis : overwinnend

Vineta sua caedere (Horatius, epistulae 2,1, 220)    vinetum : wijnstok     caedere : omhakken

Virtus post nummos (Horatius, epistulae 1,1,53)    nummus : munt

Vita mancipio nulli datur, omnibus usu (Lucretius, de rerum natura 3, 971)    mancipium : eigendom  usus, usus : bruikleen

Vita vigilia est (Plinius Maior, Historia naturalis, inleiding 18)

Vivere militare est (Seneca, epistulae ad Lucilium 96,6)

Vixit, dum vixit, bene (Terentius, Hecyra)

Vomunt ut edant, edant ut vomant (Seneca, ad Helviam 10,3)    vomere : kotsen

Vox populi vox Dei

Ut nil concordi thalamo felicius omni in vita esse potest et sine lite toro

sic mage iucundum nihil est quam cernere gnatos concordeis niveo pectore pace frui (tekst bij een schilderij van Frans Floris : De familie Van Berchem, 1561)

nil = nihil  concors, concordis : eendrachtig   felix : gelukkig   lis, litis : ruzie, twist  torus : kussen, bed    iucundus : aangenaam    cernere : zien   gnati : zoons   niveus : sneeuwwit   pectus, pectoris : hart   frui (met ablativus) : genieten van....

Quid ei potest videri magnum in rebus humanis cui aeternitas omnis totiusque mundi nota sit magnitudo? (Deze tekst van Cicero staat bij de Typus orbis terrarum van Abraham Ortelius, Theatrum orbis terrarum) quid : wat    ei : dativus bij 'is', hij

potest : kan  videri : schijnen   cui : voor wie  aeternitas; aeternitatis : eeuwigheid  totius : genitivus (!) bij 'totus' : geheel [een dergelijke onregelmatige verbuiging (totus, totius, toti, totum, toto etc.) hebben ook solus, unus, uter] notus : bekend  sit : coniunctivus van esse binnen een afhankelijke vraag  magnitudo, magnitudinis : grootsheid

William Harvey [1578-1657] schrijft in 1651 in zijn Exercitationes de generatione animalium [studies over de voortplanting van dierlijke wezens] : Omnia omnino animalia, etiam vivipara...ex ovo progigni...ut et semina plantarum omnium omnis, -is : alle   animal, animalis : dierlijk wezen  etiam : ook, zelfs  vivipara : levendbarend   ovum : ei   progignere : voortbrengen  [ progigni is daarvan de passieve infinitivus ] ut : zoals  et : ook  semen, seminis : zaad   planta : plant. Houd er bij het vertalen even rekening mee dat deze zin als a.c.i.-constructie is opgebouwd : de infinitivus kan dus als persoonsvorm worden vertaald; het onderwerp is : animalia. Het bovenstaande wordt meestal kort weergegeven als  omne vivum ex ovo : 'alles was leeft komt uit een ei'.

            Toen de Spaanse Armada in 1588 was verslagen door de Engelsen, Hollanders en Zeeuwen, liet Elizabeth I in Nederland een gedenkpenning slaan met het opschrift :

                        Flavit Jehova. Et Dissipati sunt 1588.

flare : blazen  Jehova : God [in het Oude Testament]  dissipare : verstrooien. Het kan zijn, dat Elizabeth zich heeft laten inspireren door de bijbeltekst in Exodus XV, 10 :  Flavit spiritus tuus et operuit eos mare ['Uw adem heeft geblazen en de zee heeft hen bedolven']. Op de keerzijde van de munt staat :  Allidor non Laedor

allidere : bestormen   laedere : bezeren

vivere militare est ,  Seneca, brieven aan Lucilius, 96,6

vivere : leven  militare in krijgsdienst zijn  Deze visie op het leven van mensen blijkt ook uit spreuken als : homo homini lupus

vita vigilia est [Plinius, Naturalis Historia inleiding 18]   vigilia : wacht, wachtlopen

bellum pater omnium [est],  Erasmus

bellum : oorlog  [al eerder door de griekse filosoof Herakleitos geformuleerd als  Polemos Pater Pantoon. Hij zag 'polemos', het conflict, het contrast,  als een structurerend principe binnen de gehele kosmos]

            In de Militia  van De Alva zijn ook anagrammen opgenomen van Lambertus Pévée, een minderbroeder die in 1679 is overleden. Hij schreef op het volledige Ave Maria (159 letters) 46 anagrammen. Het eerste anagram uit de collectie luidt :

           

Siste Adam : ob Jesum virgo summe tuta vincet; in acerba cranis ac mundi peste, ab hominum sordibus pure intacta nitens a Romano pontifice declaratur. Jure arbor vitae sancte virens intus claret.

sistere : stil staan  summe tuta : volkomen veilig   vincere : overwinnen  acerbus : bitter   caro, carnis : vlees   mundus : wereld   homo, hominis : mens    sordes, sordis : vuil, bezoedeling   intactus : ongerept   nitere : stralen, zuiver zijn   pontifex : hogepriester   ius, iuris : recht   virere : groen zijn   intus : van binnen  clarere : helder zijn, stralen


BIJLAGE IV :

LATIJNSE TEKSTEN IN EN OP OPENBARE GEBOUWEN, EEN SELECTIE

ZERK VAN DANIEL EN ALEWYN VAN CATTENBROECK IN DE OUDE KERK TE AMSTERDAM (NOORDZIJDE VAN HET KOOR)

IN CHRISTO MORTUA HIC REQUIESCIT CLARA ALEWYN CATTENBROECKIAE DOMINA POSTQUAM CUM MARITO DANIELE BERNARD IUNIORI DNO A CATTENBROECK PER XIX ANNOS SUAVISSIME VIXISSET QUI MONUMENTUM HOCCE CHARISSIMAE CONIUGI MOESTUS POSUIT OBIIT XVI IANUARY ANNI 1674

mortuus : gestorven  hic : hier  requiescere : rusten  clarus : roemrijk   postquam : nadat  maritus : echtgenoot   dno = domino    per : gedurende   suavis : zoet, zacht, teder   vivere [perfectum : vixi] leven  qui : die [betrekkelijk voornaamwoord]   hocce = hoc   charus : dierbaar   coniunx, coniugis : echtgenote   moestus : bedroefd  ponere, [perfectum : posui] plaatsen  obire [perfectum obiit] sterven

SUB HOC TUMULO MAXIMO CUM MOERORE REPOSITUM EST MORTALE QUOD HABUIT CORNELIA MUNTER CATTENBROECKIAE DOMINA DANIELIS BERNARD DO_MI A CATTENBROECK HUJUS URBIS SCABINI ET SENATORIS DILECTISSIMA CONIUX. CUM QUO XIIII ANNOS SUAVISSIMO AC MUTUO AMORE VIXIT PIE EXSPIRAVIT III NOVEMBRIS ANNO MDCLXXXX

tumulus : grafheuvel, zerk  moeror, moeroris : droefheid  mortale quod : het sterfelijke dat    hujus : genitivus van haec, deze  urbs, urbis : stad   scabinus : schepen [lid van de rechtbank]  dilectus : bemind  coniux = coniunx   cumquo : met wie  mutuus : wederzijds  exspirare : de laatste adem uitblazen

P.M.S.

HIC SITUS EST DANIEL BERNARD TOPARCHA IN KATTENBROEK AC EXTERIOR MASTUICI AGGER

EX ANTIQUA BERNARDIORUM CAMERACENSIUM EQUITUM GENTE ORTUS

INCLUTAE HUIUS REIPUBL. SENATOR ET SCABINORUM PRAESES COHORTIUM CIVICARUM TRIBUNUS NEC NON

AGGER. VIAR. ATQUE AQUARUM IN AGRO WOERDANO CURATOR AC......

VITAE ET HONORUM SATUR ANIMAM DEO O.M. REDDIDIT AD DIEM XXVI IANUARII

ANNO AERAE CHR. MDCCXIV NATUS IN HAC URBE XXI FEBR. MDCXXVI

mortuus : gestorven   requiescere : rusten  clarus : roemrijk  postquam : nadat   maritus : echtgenoot   dno : domino   per : gedurende   suavis : zoet  vivere, perf. vixi : leven  hocce = hoc  charus : dierbaar   coniux : echtgenote   moestus : bedroefd

ponere, perf. posui : plaatsen   obire : sterven

sub : onder  tumulus: grafheuvel, zerk     moeror, -oris : droefenis   reponere : neerleggen    mortalis : sterfelijk     quod : wat   habere, perf. habui : bezitten   scabinus : schepen   senatoris : lid van de stadsraad    dilectus : bemind   mutuus : wederzijds   pius : vroom  exspirare, perf. exspiravi : de laatste adem uitblazen

p.m.s.:  piae memoriae sacrum  : gewijd aan de dierbare herinnering

situs : gelegen   toparcha : regionaal bestuurder    mastuicus :

antiquus : oud   cameracensis :               eques, -itis : ridder      ortus : afkomstig, geboren    inclutus : beroemd     praeses : voorzitter   cohors, -rtis : cohort    civicus : van de burgers   tribunus : officier   nec non : en tevens    agger : land   via : weg 

aqua : waterweg    curator : opzichter    vita : leven  honor, -oris : eerbewijs   satur : verzadigd    anima : ziel   o.m. : optimus maximus : de allerhoogste    reddere : teruggeven   aera : tijdperk    natus : geboren   urbs, urbis : stad 

EPITAAF VAN JACOB VAN HEEMSKERK IN DE OUDE KERK TE AMSTERDAM IN DE NOORDZIJDE VAN HET KOOR

HONORI ET AETERNITATI

IACOBO AB HEEMSKERCK AMSTELODAMENSI VIRO FORTISSIMO OPTIME DE PATRIA MERITO QUI POST VARIAS IN NOTAS IGNOTASQUE ORAS NAVIGATIONES IN NOVAM SEMBLAM SUB POLO ARCTICO DUAS IN INDIAM ORIENTALEM VERSUS ANTARCTICUM TOTIDEM INDEQUE OPIMIS SPOLYS ANN MDCIV REVERSUS VICTOR.

TANDEM EXPEDITIONI MARITIMAE ADVERSUS HISPANOS PRAEFECTUS EORUNDE VALIDAM CLASSE HERCULEO AUSU AGGRESSUS IN FRETO HERCULIO SUB IPSA ARCE ET URBE GIBRALTAR VII KAL MAI ANNO MDCVII FUDIT ET PROFLIGAVIT IPSE IBIDEM PRO PATRIA STRENUE DIMICANS GLORIOSE OCCUBUIT ANIMA CAELO GAUDET CORPUS HOC LOCO IACET

HAVE LECTOR FAMAMQUE VIRI AMA ET VIRTUTEM CUIUS ERGO AB ILLUSTRISS  ET POTENTISS  FOEDERAT. PROVINC. BELGIC  ORDINIBUS P.P.

H.M.P.

VIXIT ANN XL MENS I DIES XII

honor : eer   aeternitas : eeuwigheid    fortis : dapper   optime : voortreffelijk  de : jegens   patria : vaderland   meritus : zich verdienstelijk gemaakt hebbend   post : na   varius : verschillend  notus : bekend   ignotus : onbekend  ora : kust, gebied    navigatio, -onis : expeditie, zeereis  polus : pool   duas : twee  orientalis : oost-  versus : gericht   totidem : even vaak   inde : vandaar  opimus : rijk   spolia: buit    reversus : teruggekeerd   victor : overwinnaar   tandem : uiteindelijk   maritimus : van de zee  adversus : tegen   Hispani : Spanjaarden   praefectus : admiraal  eorundem : van dezelfden   validus : sterk   classis, -is : vloot   ausus : durf  aggressus : aanvallend  fretum : zeestraat  sub : aan de voet van   arx, arcis : burcht VII Kal : zeven dagen voor de eerste    fundere : op de vlucht jagen  profligare : in de pan hakken   strenue : onversaagd   dimicare  :  strijden  gloriose : roemrijk   occumbere : sneuvelen   anima : ziel    caelum : hemel    gaudere : zich verheugen   corpus : lichaam   locus : plaats   iacere : liggen   have = ave : gegroet   lector : lezer   fama : roem   vir : man   amare : sympathie koesteren voor   virtus, -utis : deugd  illustris : doorluchtig    potens : machtig   ordo, ordinis : stand   vivere, perf. vixi : leven

EPITAAF VAN CORNELIUS JOHANNES GALLUS IN DE OUDE KERK TE AMSTERDAM IN DE ZUIDZIJDE VAN HET KOOR, 1633

VIRTUTI AC FAMAE

FORTISSIMI DUCIS

CORNELII IOHANNIS

AMSTELODAMENSIS COGNOMENTO GALLI

MONUMENTUM HOC POSUERUNT

DIRECTORES ET VINDICES OCEANI SEPTENTRIONALIS

ADSPICE  SPECTATOR NOSTRAE MIRACULA GENTIS

GESTAQUE VICTRICI BELLA STUPENDA MANU

HIC IACET EOUM QUI DUXIT VELA PER ORBEM

ATQUE ARABUM HESPERIO SANGUINE TINXIT AQUAS

QUEM MODO PRAEDATRIX POTUIT DUYNKERKA TIMERE

CUM MORINUM CAPTAE SUCCUBUERE RATES.

UNA TRIUMPHATUM TOTIES SE TORSIT IN HOSTEM

PUPPIS ET ADVERSOS EXUIT UNA DUCES

UT VINCATUR IBER BATAVO NON CLASSIBUS ULTRA

EST OPUS UNA RATIS DUX SATIS UNUS ERIT

QUI DUM SE PATRIAE MEDIIS BELLATOR IN UNDIS

DEVOVET ILLUSTRI FUNERE VICTOR OBIIT

IAM DECIOS IACTARE MIHI CESSATE QUIRITES

HAEC ETIAM DECII MARMORA CORPUS HABENT

1633

virtus, -utis : deugd   fama : roem   fortis : dapper   dux, ducis : aanvoerder   cognomentum : bijnaam    ponere, perf. posui : plaatsen   vindex : beschermer, verdediger     septentrionalis : noordelijk   adspicere : aanschouwen    spectator : toeschouwer   noster : van ons   miraculum : wonder  gens, gentis : volk   gestus : gevoerd    victrix, -icis : overwinnend   bellum : oorlog   stupendus : verbijsterend   manus, -us : hand  hic : hier   iacere : liggen   ducere, perf. duxi : leiden   velum : zeil, schip   orbis, -is : wereld   sanguis, -inis : bloed   tingere, perf. tinxi : bevochtigen   praedatrix : buit behalend, van kapers   captus : buitgemaakt   succumbere, perf. succubui : ten onder gaan   ratis : vlot, schip   se torquere, perf. torsi  : zich wenden  hostis, hostis: vijand   puppis, puppis : achtersteven, schip   adversus : vijandig  exuere : van wapens ontdoen, onschadelijk maken    classis, classis : vloot  ultra : verder opus est + abl. : er is nodig   dum : terwijl   se devovere : zich wijden   bellator : strijdend   unda : golf  illustris : roemrijk  funus, -eris : dood   obire, perf. obii : sterven   Decius : legendarische Romeinse held    jactare : roepen, aankomen met    cessare : ophouden    quirites : burgers

TEKST OP VOORMALIG UITHANGBORD VAN DE 17E EEUWSE DRUKKER CHRISTOPHORUS CUNRADES, EGLANTIERSGRACHT, AMSTERDAM

CHRISTUM SUM FERENS

TEKST OP STEEN IN HET FRANS LOENENHOFJE TE HAARLEM

QUINQUE CAMERE A PRAEPOSITO ZAFFIO FUNDATE AO 1609

camera : kamer  camere : camerae  fundate : fundatae

GRAFMONUMENT VAN FRANCISCUS ADRIANUS VAN LEYDEN IN DE CATHARIJNEKERK TE BRIELLE

         MEMORIAE  NOBILISSIMI VIRI

FRANCISCI  ADRIANI  VAN  LEYDEN

SENATORIS  AC CONSULIS IN URBE BRIELA

ET  EIUSDEM URBIS  NOMINE  AD  COLLEGIUM

REI  MARITIMAE  ORDINUM  FOEDERATI  BELGII

PRAEFECTUM  QUOD  ROTERODAMI  CONVENIT

DELEGATI  NEC  NON  REIPUBLICAE  BATAVAE

IN  UNIVERSO  TRACTU  VOORNENSI  ORIENTALI

AUSTRALI  ET  OCCIDENTALI  SENATORIS ET  QUAESTORIS

AC  IBIDEM  IN  COLLEGIO  MOLIBUS  PRAEF[EC]TO

IUDICIS  ET  ASSESSORIS

INTEGRITATE  NON  MINUS  QUAM GENERE  CLARI

QUI  OMNIBUS  GRATAM  SUI  RECORDATIONEM   RELINQUENS  OBIIT  PRID[IE]  ID[US]  AUG[USTI]  MDCCXXVI

memoria : herinnering  nobilis, -is : aanzienlijk   idem, eiusdem : dezelfde   nomine : uit  naam   res maritima : zeewezen   ordo, ordinis : stand, college  foederatus : gefedereerd   Belgium : België   praefectus (met dativus) : aan het hoofd gesteld van, verantwoordelijk voor   quod : slaat terug op collegium (4)  convenire : bijeenkomen  delegatus : afgevaardigde   nec non : en tevens   universus : geheel   tractus, -us : streek, gebied  orientalis : oostelijk   australis : zuidelijk   occidentalis : westelijk  quaestor, -oris : beheerder van de financiën  ibidem : op dezelfde plaats  moles, molis : dam, pier  iudex, iudicis : rechter   assessor, assessoris : bijzitter, assistent   integritas, -atis : oprechtheid   genus : afkomst    clarus : roemrijk   qui :  slaat terug op  Van Leyden (2)   omnes, omnium : allen   gratus : dierbaar, geliefd   sui : van zichzelf   recordatio, -onis : herinnering   relinquere : nalaten   obire : sterven   pridie : de dag vóór   Idus, -us : de 15e (maart, mei, juli en oktober) of 13e (overige maanden) van de maand

GRAFMONUMENT VAN  PHILIPPUS VAN ALMONDE  IN DE CATHARIJNEKERK TE BRIELLE

MEMORIAE AETERNAE  NOBILISSIMI ET FORTISSIMI VIRI

PHILIPPI  VAN  ALMONDE

HOLLANDIAE  ET WESTFRISIAE  ARCHITALASSI

QUI  PRUDENTIA  REI NAVALIS  ET MILITARIS

CONSILIO  ET VIRTUTE  PRAECLARISSIMORUM  IMPERATORUM  GLORIAM  AEQUAVIT  ET  POST  GRAVISSIMOS  TERRA  MARIQUE  LABORES  EXHAUSTOS  ET  MULTA  PRO  LIBERTATE  ET SPLENDORE  PATRIAE  FORTISSIME  ET  FELICISSIME  PUGNATA  PRAELIA

FATALEM  DIEM  VI  MORBI  OPPRESSUS  OBIIT  IN  SECESSU   HAESVICANO  A[NTE]  D[IEM]  VI  IDUS  IANUARII  ANNI  MDCCXI

CUM  VIXISSET  ANNOS  LXVI  DIES  X

PETRUS  ET  GUILIELMUS  VAN  ALMONDE  IAC[OBI] FF [=FILII]

PATRUO  OPTIME  MERITO  PIETATIS  CAUSSA  IN  PATRIA  CIVITATE

H[OC]  M[ONUMENTUM]  F[ACIENDUM]  C[URAVERUNT]

aeternus : eeuwig  fortis, fortis : dapper   architalassus : vlootvoogd   prudentia : ervaring, inzicht  res navalis : zeewezen  consilium : beleid, tactiek  virtus, virtutis : voortreffelijkheid, kwaliteit  praeclarus : wereldberoemd   imperator, -oris : bevelhebber  aequare :  evenaren  post (met accusativus) : na   gravis, gravis : zwaar, ernstig  terra  marique : te land en ter zee  labor, laboris : inspanning, beproeving   exhaurire : doormaken   splendor- splendoris : pracht   fortissime : op zeer dappere wijze   felicissime : op zeer succesvolle wijze   pugnare ; strijden, leveren (van strijd)  praelium : gevecht  fatalem diem obire : sterven  vis (ablativus : vi) : geweld   morbus : ziekte   opprimere : overweldigen   secessus, -us :  inham, bocht   Idus, -us : de 15e (maart, mei, juli en oktober) of 13e (overige maanden) van de maand   ante diem vi : zes dagen vóór (zes dagen voor de Idus van Januari komt neer op :  8 januari)  vivere, perf. vixi : leven   Guilielmus : Willem   patruus : oom   optime meritus : zich zeer verdienstelijk gemaakt hebbend    pietatis caus(s)a : vanwege zijn rechtschapenheid  patria civitas : vaderstad   faciendum curare (perf. curavi) : laten vervaardigen

TEKST OP GEVEL VAN  MAERLANT NZ 24

PERFER ET OBDURA

perferre : verdragen   obdurare : zich vermannen

TEKST OP DE GEVEL VAN DE VOORMALIGE DOELEN, THANS HISTORISCH MUSEUM TE DEN HAAG

DOTAVIT FR HERICUS D G PRINCEPS AURIACUS PATER

FUNDAVIT IACTO PRIMO LAPIDE GUILIELMUS FILIUS

II DECEMB MDCXXXVI

dotare : schenken   hericus = Henricus  d[ei] g[ratia]    princeps, principis : prins   auriacus : van Oranje   iacere : werpen, leggen    lapis, lapidis : steen

TEKSTEN UIT ABDIJ EN  HISTORISCH MUSEUM TE MIDDELBURG

op uurwerk :

VIGILATE ET ORATE QUIA NESCITIS DIEM NEQUE HORAM

vigilare ; waken    orare : bidden   quia : omdat   nescire : niet weten

dies, diei : dag  neque : noch

uit emblemata-boek van Jacob Cats :

QUOD DEDIT ID RETINET

dare, perf. dedi : geven   retinere : vasthouden

op tapisserie :

NON SINE DIVINI NUMINIS AUSPICIO

sine + abl. : zonder   divinus : goddelijk   numen, numinis : macht    auspicium : bescherming

SAEVIS TRANQUILLUS IN UNDIS

saevus : woest   tranquillus : rustig   unda : golf

NERVUS BELLI PECUNIA

nervus : zenuw

AURO INSERVIRE NEPHAS

aurum : goud    inservire + dativus : dienen , slaaf zijn van   nephas = nefas [est ] : het is niet geoorloofd

op altaar voor Nehalennia :

DEAE NEHALENN[IAE] VOTUM SOLVERUNT LIBENTES MERITO

votum : gelofte    solvere : inlossen   libens, libentis : graag   merito : met reden

PRO SE ET SUIS V S L M

sui : de zijnen

NEGOTIATOR SALARIUS

salarius : zout-

AGENS REM ADIUTOR CAI EX VOTO SUSCEPTO LIBENS

STANDBEELD VAN ERASMUS VAN ROTTERDAM DOOR HENDRICK DE KEIJZER VERVAARDIGD ANNO 1621; DE TEKST OP DE SOKKEL LUIDT :

DESIDERIO ERASMO

MAGNO SCIENTIARVM ATQUE LITTERATVRAE POLITIORIS VINDICI ET INSTAVRATORI VIRO SAECVLI SVI PRIMARIO

CIVI OMNIVM PRAESTANTISSIMO AC NOMINIS IMMORTALITATEM

SCRIPTIS AEVITERNIS IVRE CONSECVTO

SPQ ROTERODAMVS NE QUOD TANTIS APVD SE

SVOSQVE POSTEROS VIRTVTIBVS PRAEMIVM DEESSE(T)

STATVAM HANC EX AERE PVBLICO ERIGENDAM CVRAVERVNT

scientia : wetenschap   politus : gepolijst, verfijnd   vindex, -icis : beschermer   instaurator, -oris : vernieuwer   saeculum : tijd, eeuw     primarius : eersterangs   civis, civis : burger    praestans : vooraanstaand   nomen, nominis : naam    immortalitas,

-atis : onsterfelijkheid    scriptum : geschrift   aeviternus : eeuwig    ius, iuris : recht   consecutus : verkregen hebbende (bepaling bij  civi)  spq : senatus populusque : de senaat en het volk  ne : opdat niet    quod = aliquod : enig (bepaling bij praemium)   apud : bij   posteri : nakomelingen   virtus, -utis : voortreffelijkheid   deesse : ontbreken    statua : standbeeld   aes, aeris : brons, geld   publicus : openbaar

erigere : oprichten   erigendam [gerundivum] curare (perf. curavi) : laten oprichten

GRAFMONUMENT VOOR  WITTE DE WITH IN HET ZUIDERTRANSEPT VAN DE ST.LAURENSKERK TE ROTTERDAM

MERITIS ET AETERNITATI

WITTENI CORNELII DE WITH

EQUITIS

QUI MAGNITUDINEM SUAM EIDEM ELEMENTO DEBUIT CUI PRAECIPUAM HACTENUS HOLLANDIA DEBET. TOTUM TERRARUM AMBITUM CIRCUMNAVIGAVIT. UTRAMQUE INDIAM NAUTA MILES PRAEFECTUSQUE NAUTARUM AC MILITUM VIDIT EXPUGNATO SPECULATORIO NAVIGIO CUM VIRIBUS IPSE MULTUM INFERIOR ANIMO MAIOR ESSET ARGENTIFERAE CLASSI AMERICANAE CAPIUNDAE VIAM PATEFECIT. INNUMERAS VARIARUM GENTIUM NAVES CEPIT INCENDIT SUBMERSIT.

PER OMNES GRADUS MILITIAE NAVALIS ELUCTATUS PROPRAETOR PATRIAE CLASSES ET EXPEDITIONES MARITIMAS ANNIS XX REXIT DECIES QUINQUIES CLASSIB COLLATIS CUM HOSTE CONFLIXIT RARO AEQUATA CLADE PLERUMQUE VICTOR AC TRIUMPHATOR E PRAELIIS REDIIT.

RESTABAT MAGNUS TOT BELLI FACINORIB IMPONENDUS DIES VIII NOVEMBER ANNI MDCLVIII IN FRETO MARIS BALTHICI SUPREMUM VIRTUTIS OPUS EDIDIT IBI PRIMUS IN PRAELIUM RUENS PRAETORIAM SUECORUM INVASIT AFFLIXIT DEIN PROPRAETORIAM  AC PRAEGRANDES ALIQUOT EORUND ALIAS ARMIS VIRIS ANIMIS INSTRUCTISSIMAS SOLA PROPRAETORIA SUA REIECIT AFFLIXIT SUBMERSIT DONEC A SOCIIS UNDIQ DESERTUS AB HOSTIB UNDIQ CIRCUMFUSUS DISCERPTO GLOBIS CORPORE BELLATRICEM ANIMAM COELO REDDIDIT. CORPUS IPSE REX HOSTIS GENEROSA FORTITUDINIS HOSTILIS ADMIRATIONE SPLENDIDE COMPOSITUM IN PATRIAM REMISIT.

SIC REDEUNT QUOS HONOS AC VIRTUS REMITTUNT

VIXIT ANNIS LIX

meritum : verdienste   aeternitas, -atis : eeuwigheid   eques, equitis : ridder  magnitudo, -idinis : grootheid   debere (met de dativus) : te danken hebben aan   eidem : dativus enkelvoud van idem   praecipuus : voornaamste   hactenus : tot nu toe   ambitus, -us : omtrek    circumnavigare : omheenvaren   uterque : beide   nauta : zeeman   miles, militis : soldaat   praefectus : kapitein   expugnare : overmeesteren   speculatorius : verspieder-    navigium : schip   cum : toen [koppelen met 'esset']  vis : kracht   viribus : wat betreft  krachten   argentifer : zilverdragend   classis, -is : vloot   viam classi capiundae : een weg, een manier om de vloot te nemen [gerundivum-constructie]   innumerus : ontelbaar  varius : uiteenlopend  gens, gentis : volk  navis,navis : schip   capere [perf. cepi] nemen  incendere : in brand steken   submergere : doen zinken  gradus, -us : graad, rang   eluctatus : zich opgewerkt hebbende  regere [perf. rexi] : leiden, sturen   decies quinquies : vijftien maal   classib[us]  collatis : nadat de vloten waren slaags geraakt   confligere : in gevecht geraken   raro : zelden  aequare : gelijk maken    clades, -is : nederlaag   plerumque : meestal   victor : als overwinnaar  praelium : gevecht   redire [perf. redii] : terugkeren   facinus, facinoris : krijgsdaad  imponere : als grens stellen aan  fretum : baai  ruere : zich storten   invadere : bestormen   alligere : teisteren   dein : vervolgens   praegrandis, -is : enorm   aliquot : vrij veel  eorundem : van dezelfden   vir, viri : man  instructus : voorzien van   socius : bondgenoot   undique : aan alle kanten desertus : in de steek gelaten   hostib[us] : van hostis, -is : vijand   discerpere : wegrukken   bellatrix, -icis : oorlogszuchtig   reddere : teruggeven  generosus : edelmoedig   admiratio  fortitudinis : bewondering ten aanzien van zijn dapperheid  splendide compositum : prachtig opgebaard   patria : vaderland   remittere : terugzenden   sic : zo redire : terugkeren  quos : zij die   vivere [perf. vixi] : leven

De sculptuur is gesigneerd met : P. Rycx fc. [=fecit]

GEDENKPLAAT VOOR JOHANNES VAN BRAKEL IN HET NOORDERTRANSEPT VAN DE ST. LAURENSKERK TE ROTTERDAM

INVICTI HEROIS

IOHANNIS A BRAKEL PRAETORIS UT VOCANT NOCTURNI MANIB AC MEMOR SACRUM

HOC TEGITUR SAXO BRAKELIUS AEQUORIS HORROR

CUI FLAMMA ET FERRUM CESSIT ET UNDA MARIS.

FALLIMUR AN FLAMMAS ET NUNC VOMIT ADSPICE IAMIAM

FERREA QUI RUPIT VINCULA RUMPET HUMUM

invictus : onoverwinnelijk   heros, herois : held   praetor, -oris : bewindwoerder   ut zoals   vocare : noemen   nocturnus : nachtelijk  praetor nocturnus : schout bij nacht      manib[us] : van manis, -is : schim  memor[iae] : van memoria : herinnering   sacrum : gewijd [dwz. 'dit monument is gewijd aan']   hoc : deze [te nemen bij 'saxo']  tegere : beschermen, bedekken   saxum : steen   aequor, -oris : zee-oppervlak  horror , -oris : de schrik   cui : voor wie  ferrum : ijzer, zwaard   cedere : wijken   unda : golf  mare, maris : zee  fallimur an : vergissen we ons of....et nunc : ook nu   vomere : braken  adspicere : kijken   iamiam : nu toch eens   rumpere [perf. rupi] : breken   vinculum : boei   humus : aarde

OP DENZELVEN

DOOR KETENS DONDERS LOOT EN STAALEN BLIKSEMSTRAALEN

TE VLIEGEN EN EEN ROOF OPS VIJANDS GROND TE HAALEN

WAS BRAKELS WERK DIE ZIJN TRIOMF RUKTE UIT DEN BRAND

ZIJN NAAM EN KRIJGSDEUGD CIERD ZIJN GRAF EN VADERLAND

TEKST OP MEMORIETAFEL VAN ADRIAEN TEDING VAN BERKHOUT IN DE NIEUWE KERK TE DELFT ZOALS AFGEBEELD OP EEN SCHILDERIJ VAN HENDRICK VAN VLIET

HAEC META LABORVM

hic, haec, hoc : deze, dit    meta : grens   labor, laboris : inspanning, beproeving

TEKST OP DE LIJST VAN EEN SCHILDERIJ VAN MAARTEN VAN HEEMSKERK VOORSTELLENDE DE BEWENING VAN CHRISTUS, PRINSENHOF, DELFT

CORPVS PERVNCTVM AROMATE PVRO SEPVLCHRO CONDITVR ODORA TANTVM PECTORA ET MVNDA CHRISTVS DILIGIT

corpus, -oris : lichaam   perunctus : gebalsemd    aroma- aromatis : welriekend kruid   purus : zuiver   sepulchrum : graf    condere : begraven, bijzetten   odorus : welriekend  tantum : slechts   pectus, pectoris : hart   mundus : rein   diligere : beminnen

TEKST OP GRAFMONUMENT VAN ELIZABETH MORGAN, DOCHTER VAN MARNIX VAN SINT ALDEGONDE, OUDE KERK TE DELFT

ILLVSTRI SERIE LONGAEQVE AB ORIGINE GENTIS

MORGANI HIC CONIVX ELISABETHA TEGOR

MARNIXI SOBOLES QVOD NON NESCITVR IN ORBE NOMEN ET INVITO TEMPORE SEMPER ERIT

VIRTVTVM SATIS EST VNI PLACVISSE MARITO

QVOD PRO ME LOQVITVR TAM PRECIOSVS AMOR

illustris : aanzienlijk, doorluchtig   series, -ei : reeks  longaeque = et longae    origo, originis : oorsprong    gens, gentis : geslacht    hic : hier   coniux, coniugis  : echtgenote   tegere : bedekken (tegor : ik word bedekt)  soboles, sobolis : nakomelinge   quod ...nomen :  lees  nomen, quod...   non nescire : heel goed kennen    invitus : onwillig (tegen de zin van)   virtus, -utis : deugd  satis : voldoende   uni : dativus van unus   placere, perf. placui : behagen   maritus : echtgenoot    loqui : spreken   preciosus : kostelijk

OP HAAR  GRAFSTEEN :

LEX VNIVERSI EST QVAE IVBET NASCI ET MORI

lex, legis : wet   universum : heelal   iubere : bevelen   nasci : geboren worden  mori : sterven

D.O.M.

ELISABETHAE MARNIXIAE V[IRI] N[OBILIS] PHILIPPI MARNIXII S. AN ALDEGONDANI F MATRONAE GENEROSISSIMAE VXORI OPTIMAE CASTISSIMAE MATRI PIENTISSIMAE DVLCISSIMAE CAROLVS MORGAN EQVES TRIBM

C.  P.   L.   P.

VIXI VT VIVIS

MORIERIS VT SVM MORTVA

ANNO MDCVIII  X FEB

RELICTA FILIOLA PATRI ANNA MORGAN

d.o.m. : deo optimo maximo   nobilis : van adel   f[ilia] : dochter  matrona : vrouwe des huizes   generosus : edelmoedig   uxor, -oris : echtgenote   optimus : voortreffelijk  castus : kuis   eques, -itis : ridder  trib[unus] m[ilitum] : officier   vivere [perf. vixi] : leven   ut : zoals  mori : sterven   relicta filiola : na als klein dochtertje te hebben achtergelaten

WILLEM VAN ORANJE-RAAM IN DE NIEUWE KERK TE DELFT, IN 1934 VERVAARDIGD DOOR J.H. STREMEIER TE DEN HAAG NAAR EEN PRENT VAN GOLTZIUS

RONDOM HET PORTRET :

GUILIELMUS DEI GRATIA PRINCEPS AURIACAE COMES NASSOVIAE

AET  XLVIII Ao MDLXXXI

Guilielmus : Willem   gratia : genade   Auriaca :  Orange   comes, -itis : graaf   aet[atis] : van aetas, aetatis : leeftijd

DAARONDER DE VOLGENDE TEKST :

IMPIA VIS FREMAT HAEC ANIMO CURA UNA SEDEBIT

INTREPIDA REX CHRISTE MANU (DUM VITA SUPERSTES) RITE TUAM UT POSSIM PER DURA PERICULA LEGEM COMMISSUMQUE GREGEM ET PATRIAE PIA IURA TUERI

impius : goddeloos   vis : geweld  fremere : tekeer gaan [ coniunctivus concessivus :

' laat maar tekeer gaan']   haec una cura : deze ene zorg  sedere : zitten, vastzitten   intrepida manu : met onverschrokken hand   rex Christe : aanspreekvorm   dum : zolang als   superstes, -itis : over   rite : naar behoren  tuam legem : uw wet [lees : ut possim tuam legem intrepida manu rite....tueri]  ut possim : opdat ik kan   durus : hard  periculum : gevaar   commissus : toevertrouwd   grex, gregis : kudde   pius : vroom   ius, iuris : recht   tueri : beschermen

RECHTSBOVEN

HAC PROTEGOR UMBRA

protegere : beschermen    umbra : schaduw

RECHTSBENEDEN   

SAEVIS TRANQUILLUS IN UNDIS

saevus : woest   tranquillus : rustig   unda : golf

LINKS BENEDEN

HAEC MANDATA SEQUOR

haec mandata : deze opdrachten    sequi : volgen

LINKSBOVEN

HOC DUCE CLARESCIT MIHI NOX

hoc duce : onder zijn leiding    clarescere : licht worden   nox, noctis : nacht

GRAFMONUMENT VOOR HUGO DE GROOT IN DE NIEUWE KERK TE DELFT

HUGONI GROTIO  SACRUM

PRODIGIUM EUROPAE DOCTI STUPOR UNICUS ORBIS NATURAE AUGUSTUM SE SUPERANTIS OPUS INGENII COELESTIS APEX VIRTUTIS IMAGO CELSIUS HUMANA CONDITIONE DECUS

CUI PEPERIT LIBANI LECTAS DE VERTICE CEDROS DEFENSUS VERAE RELIGIONIS HONOR QUEM LAURU MAVORS PALLAS DECORAVIT OLIVA QUUM BELLO ET PACI PUBLICA IURA DARET QUEM TAMESIS BATAVAE MIRACLUM ET SEQUANA TERRAE VIDIT ET ADSERVIT SUEONIS AULA SIBI.

GROTIUS HIC SITUS EST TUMULO DISCEDITE QUOS

 NON MUSARUM ET PATRIAE FERVIDUS URIT AMOR

P. BURMANNUS SECUNDUS

sacrum : 'dit monument is gewijd aan'   prodigium : voorteken, wonderkind   orbis doctus : de geleerde wereld   stupor, -oris :  wonder, fenomeen   unicus : uitzonderlijk  augustus : verheven   se superare : zichzelf overtreffen   opus , operis : werk   ingenium : talent   coelestis : hemels  apex, apicis  : toppunt   imago, imaginis : beeld  celsius : verhevener [te nemen bij 'decus']   humana conditione : 'dan de menselijke situatie/staat'   decus, decoris : sieraad    cui : voor wie  parere [perf. peperi] : voortbrengen   Libanus : Libanon   lectus : uitgelezen   vertex, verticis : top  cedrus : cederboom   defensus....honor : de verdediging van de eer   quem : wien   laurus, -us : lauwertak  Mavors = Mars  Palas : Minerva   decorare : sieren   oliva : olijftak   quum = cum [voegwoord] Tamesis : Theems   Sequana : Seine   miraclum Batavae terrae : 'als een wonder van Bataafse bodem'    asservire : dienen   Sueonis :  Zweeds       aula : hof 

tumulus : tombe [tumulo : ablativus : 'van de tombe']   discedere : weggaan   quos :

fervidus : vurig   urere : doen branden   

GRAFZERK  VAN DIRCK WTENHAGEN, AMBACHTSHEER VAN RUYVEN (GESTORVEN IN 1603) IN DE NIEUWE KERK TE DELFT:



QUOT HAC IN AEDE SAXA TOT SUNT INDICES

MANERE VIVOS MORTUIS PARES VICES PARESQUE CUNCTIS BIS TRIUM PEDUM DOMOS

SED HAS ET ILLAS DISPARES DABIT DIES QUA DITIS HORROR DIVITIS QUI NUNC HONOR COELIQUE FIET AULA CAULA PAUPERIS AMOR FAVORQUE SAECULI FUROR DEI CUM VAE LOCO VENITE FULMINABITUR DIVINA VOX

I NUNC ET OBLIVISCERE TUAE SALUTIS HICQUE DORMIENTIUM

PRO PACE POSUIT PATRIS F..R I.V.D. FREDERICUS EXHAGIUS A RUYVENI I.V.D. OBIIT FESTO S. THOMAE 1621

UXOR EIUS CORNELIA DE VRIES A RUYVEN OBIIT XI IANUARII 1622

doora adoora : geschenken, geen geschenken   quot...tot : zoveel als....zoveel  aedes, aedis : kerk   saxum : steen   index, indicis : aanwijzing sunt indices : met a.c.i.   manere : blijven    vicis : lot  par, paris : gelijk   cuncti : allen   bis : twemaal   tres, trium : die  pes, pedis : voet   dispares : verschillend  dives, divitis : rijk   horror, -oris : huiver, schrik  honor, honoris : eer   coelum : hemel   fiet : zal worden  aula : hof  pauper, -eris : arm  favor, -oris : gunst  saeculum : eeuw, wereld   furor, -oris : woede, razernij   fulminari :  bliksemen  i : ga   oblivisci [+ genitivus] : vergeten   salus, salutis : heil   dormire : slapen   dormientium : ' degenen die slapen'   ponere [perf. posui] : plaatsen   i[uris] u[triusque] d[octor] : doctor in beide rechten   Exhagius : Wttenhagen    s[ancti]  uxor, uxoris : echtgenote


GRAFSTEEN VAN CATHARINA VAN BERESTEYN, GESTORVEN IN 1601

SURGET IN GLORIA  I  COR  XIII

surgere : opstaan, verrijzen

TEKST OP DE GEVEL VAN HET ARMAMENTARIUM [WAPENMAGAZIJN] AAN DE OUDE DELFT TE DELFT

VIGILATE DEO CONFIDENTES

ARMAMENTARIUM ORDINUM HOLLANDIAE ET WESTFRISIAE

QUOD FELIX FAUSTUMQUE SIT

ANNO AERAE CHRISTIANAE MDCXCI  DECIMO CALENDAS OCTOBRIS HUIUS ARMAMENTARII QUOD NOBILISSIMI AC POTENTES DOMINI DEPUTATI CONSILIARII HOLLANDIAE AD DEFENDENDA HORRIDA BELLA SUMMA CUM PRUDENTIA CURA VIGILANTIA STRUERE IUSSERUNT REYERUS VAN DER BURCH FRANCONIS HOLLANDIAE ARMAMENTARIORUM QUAE DELPHIS AC SCHIEDAMI VIDENTUR PRAEFECTI FILIUS REYERI A REYERO EORUNDEM ARMAMENTARIORUM EXPRAEFECTI NEPOS

SPES PATRIS SITQUE PATRIAE DECUS AETATIS V PRIMUM LAPIDEM POSUIT

vigilare : waken   confidere + dativus : vertrouwen op   armamentarium : wapenmagazijn  ordo, ordinis : staat    quod : te vertalen als 'id' : dit     faustus : voorspoedig   aera : tijd   decimo calendas octobris : de tiende dag voor de calendae [dwz. 1] oktober : 22 september   potens, potentis : machtig   deputatus : gecommiteerd   consiliarius : raadslid   defendere : afweren   horridus : huiveringwekkend   summa cum : lees : cum summa    summus : grootste   prudentia : omzichtigheid   cura : zorgzaamheid   vigilantia : waakzaamheid  struere : bouwen  iubere [perf. iussi] : bevelen   Franconis filius : Franckenszoon   videri : gezien worden   praefectus : hoofd   nepos : neef   sitque : sit et    decus, decoris : sieraad  aetas, aetatis : leeftijd    lapis, lapidis : steen   ponere [perf, posui ] : plaatsen

TEKST OP STEEN IN HOFJE VAN GRATIE, VAN DER MASTENSTRAAT, DELFT

RENOVATI HUJUS AEDIFICY PRIMUM POSUIT LAPIDEM AEGIDIUS AMANDUS CARLIER  7/8  1660

renovare : restaureren   aedificium : gebouw   aedificy : lees : aedificii   lapis, lapidis : steen

TEKSTEN OP STEEN IN HOFJE VAN OVERSCHIE, DONKERSTRAAT, DELFT

DNS GODEFRIDUS D'OVERSCHIE ET FRANCISCA VAN DER BURCH CONIUNX HASCE AEDICULAS QUINQUE CAMERARUM NOE IN USUM PAUPERUM FUNDAVERUNT VI* DECEMBR[...] XVC  CXX HOC MONUMENTUM PRONEPOTES POSUERE ANNO XVIcXLIII

dns : dominus    coniunx, coniugis : echtgenote   aedicula : kamertje, huisje  camera ; kamer   noe : lees : nomine   usus-us : gebruik   pauper, pauperis : arm  fundare : stichten  xvc : vijftienhonderd  pronepos, pronepotis : achterkleinzoon   ponere [perf, posui] : plaatsen   posuere : lees posuerunt

AEDICULAS QUINQUE A DOMINO GODEFRIDO ET UXORE ANNO XVCLXX IN VICO PROPE BEGINAGIUM FUNDATAS MOX TEMPORUM INJURIA DESERTAS ET VETUSTATE COLLAPSAS A MAGISTRIS PAUPERUM CATHOLICAE RELIGIONIS IN PRISTINUM STATUM RESTITUTAS NUNC IDEM COLLEGIUM ADDITIS QUINQUE ALIIS IN HUNC LOCUM FELICIUS TRANSPONI CURAVERUNT XXIX AUGUSTI XVIIICLXV

aedicula : huisje   vicus : wijk   prope : bij  beginagium : begijnhof   tempus, temporis : tijd   iniuria ; onrecht  dererere : verlaten   vetustas, -atis : ouderdom   collabi : instorten   magister pauperum : armenmeester  pristinus : voormalig  status, -us : toestand   restituere : herstellen  addere : toevoegen  additis aliis : ablativus absolutus   felicius : gelukkiger  transponere : verplaatsen   transponi : infinitivus passief  

curare : ervoor zorgen


TEKSTEN IN DE ST. JANSKERK TE GOUDA

EPITAAF AAN DE ZUIDZIJDE VAN HET KOOR :

SINGULOS DIES SINGULAS VITAS PUTA

IVSTI A BALBIAN

FLANDRI ALOSTANI

PHILOCHYMI

EIVSQVE 3 HAEREDUM

SEPULCHRVM

ILLE HERI EGO HODIE

TU CRAS

OBYT ANO 1616

singuli : elk afzonderlijk  dies, diei : dag  vita : leven  putare : houden voor  eiusque : en van hem  haeres, haeredis : erfgenaam  sepulchrum : graf   ille : hij  heri : gisteren  hodie : vandaag  cras : morgen  obire [perf. obiit] : sterven

BOVEN DE LIBRYE

DISCERE NE CESSES

discere : leren  cessare : ophouden  ne + coniunctivus : negatieve aansporing

GRAFZERK VAN WILLEM VAN GAELLEN [KOPIE]

VENERABILIS  VIRI DOMINI ET MGRI

GUILHELMI DE GAELLEN SACRE THEOLOGIE

LICE[N]TIATI BREDEN CONCILIIQUE BEREN DECANI

QUI OBIIT 29 AUG ANO 1539 CUIUS

ANIMA DEO VIVAT

SACRUM HOC CINERES HABET

venerabilis : eerbiedwaardig   mgri :.magistri  sacre : lees : sacrae  licentiatus :  candidaat  cuius : wiens  vivat : moge leven   sacrum hoc : dit monument   cinis, cineris : as 

PORTRET VAN COORNHERT MET HET VOLGENDE RANDSCHRIFT :

THEODORUS CORNHERTIUS AD VIVUM DEPICTUS

ET AERI INCISUS AB H GOLTZIO

ad vivum : naar het leven    depingere : afschilderen  aes, aeris : brons  incidere : ingegrift

TEKST IN RAAM III

DIVAE AMICITIAE

CUM S P Q GOUDANO

RELIGIOSE HACTENUS

CULTAE SAN[C]TE Q DEINCEPS

COLENDAE HOC VITRUM

SACRUM ESSE VOLUIT

S P Q DORDRACENUS

s.p.q. : senatu populoque   velle : willen   sacrum esse : gewijd zijn

'AAN DE GODDELIJKE VRIENDSCHAP MET DE VROEDSCHAP EN HET VOLK VAN GOUDA, TOT DUSVERRE VROOM ONDERHOUDEN EN NOG IN HET VERVOLG TROUW TE ONDERHOUDEN, HEEFT DE VROEDSCHAP EN HET VOLK VAN DORDRECHT DIT GLAS TOEGEWIJD'

TEKST IN RAAM VII

AUDIVI ORATIONEM TUAM ET SI AMBULAVERIS CORAM ME, SICUT AMBULAVIT PATER TUUS, PONAM THRONUM REGNI TUI IN SEMPITERNUM. QUICUNQUE ORAVERIT IN LOCO ISTO EXAUDIVI EUM

'IK HEB UW GEBED GEHOORD EN INDIEN GIJ VOOR MIJN AANGEZICHT WANDELT ZOALS UW VADER GEWANDELD HEEFT, DAN ZAL IK UW KONINGSTROON VOOR ALTIJD BEVESTIGEN. IEDER DIE OP DIE PLAATS GEBEDEN HEEFT, DIE HEB IK VERHOORD'

[antwoord van God aan Salomo na de voltooiing van de tempelbouw in Jeruzalem, cf. 1 Kon. 9 : 3,4 en 5; 2 Kron. 6 : 21, 2 Kron 7 : 12 en 2 Kron. 7 : 17 en 18]

LAUDATE DOMINUM QUONIAM BONUS, QUONIAM IN SAECULUM MISERICORDIA EIUS

'LOOFT DE HERE WANT HIJ IS GOED, WANT ZIJN GOEDERTIERENHEID IS TOT IN EEUWIGHEID'

[aanbidding door het volk Israel, cf. 2 Kron. 7 : 3 en Psalm 136]

ECCE SALOMO HIC

'ZIE HIER IS SALOMO'

ECCE PLUS QUAM SALOMON HIC

'ZIE MEER DAN SALOMO IS HIER'

[in nimbus rond het hoofd van Christus]

DOMINE OSTENDE NOBIS PATREM ET SUFFICIT NOBIS

'HERE, TOON ONS DE VADER EN HET IS ONS GENOEG'

[vraag van de apostel Filippus, cf. Joh. 14 : 8]

PHILIPPE, QUI VIDET ME, VIDET ET PATREM [MEUM]

'FILIPPUS, WIE MIJ ZIET, ZIET OOK MIJN VADER'

[antwoord van Christus, cf. Joh. 14 :9]

DOMINUS MIHI ADIUTOR

'DE HEER IS MIJN HELPER'

[lijfspreuk van Filips II]

VERITAS TEMPORIS FILIA

'DE WAARHEID IS DE DOCHTER VAN DE TIJD'

[lijfspreuk van Mary Tudor, cf. Hebr. 13 : 6]

IUSTA IMPERO

'ik gebied rechtvaardige zaken'

TEMPORA TEMPERO

'ik matig de tijden'

ILLUSTRISSIMUS PHILIPPUS D. CAROLI V INVICTISSIMI

CAES[ARIS] AUG FILIUS DEI OPT[IMI] MAX[IMI] GRA[TIA]

HISPANIAE ANGLIAE FRA[N]CIAE

UTRIUSQUE SICILIAE & C  REX ARCHIDUX AVSTRIAE

 DUX BURGU[N]DIAE

BRABAN[TIAE] GELRIAE &C COMES FLA[N]D[RIAE]

HAN[NONIAE] HOLL[N]DIAE ZELA[NDIAE] &C AC D[OMI]N[V]S

PHRISIAE ETC P.P. [=PATER PATRIAE]CLEMENTISSIMUS

RELIGIOSISSIMUS PRINCEPS AD

AEDIS HUIUS DECORANDAE ERGO DONAVIT

CUIUS THRONUS

TANQUAM SOL TOT[VM] COMPLENS ORBEM

STET IN SEMPITERNUM

SERVATORIS CHRISTI DNI ANO 1557

'DE ALLERDOORLUCHTIGSTE FILIPS, ZOON VAN DE ONOVERWINNELIJKE KEIZER KAREL V, DOOR DE GENADE VAN DE ALLERHOOGSTE GOD KONING VAN SPANJE, ENGELAND, FRANKRIJK EN VAN BEIDE SICILIEN, AARTSHERTOG VAN OOSTENRIJK, HERTOG VAN BOURGONDIE, BRABANT, GELDERLAND ENZ., GRAAF VAN VLAANDEREN, HENEGOUWEN, HOLLAND, ZEELAND, ENZ., HEER VAN FRIESLAND ENZ. VADER DES VADERLANDS, ALLERZACHTMOEDIGSTE EN GODVRUCHTIGSTE VORST, HEEFT TOP VERSIERING DEZER KERK DIT [GLAS] GEGEVEN. WIENS TROON ALS EEN ZON DE GEHELE WERELD VERVULLEND ALTIJDDUREND MOGE BLIJVEN STAAN. IN HET JAAR DES ZALIGMAKERS JEZUS CHRISTUS 1557'

TEKST IN RAAM VIII

ILLVSTRISSIMVS ERICVS DEI GRATIA DVX BRVNSWICENSIS ET LVNEBVRGENSIS PRINCEPS IMPERII BARONE LYSVELDII DOMINVS IN WOERDEN ETC CATHOLICAE RELIGIONIS ERGO D.D. 1566

'DE ZEER DOORLUCHTIGE ERIK, DOOR GODS GENADE HERTOG VAN BRUNSWIJK EN LUNEBURG, RIJKSVORST, VRIJHEER VAN LIESVELD, HEER VAN WOERDEN ENZ SCHONK [DIT GLAS] TER WILLE VAN DE KATHOLIEKE GODSDIENST IN 1566'

EX DVRIS GLORIA

'ROEM UIT BEPROEVINGEN'

GRAFKELDER ONDER RAAM VIII

ANNO    DISPONE DOMUM TUAM QUONIAM

MORIERIS     1660

disponere : in orde brengen   domus [vrouwelijk!] : huis   tuus : uw   quoniam : aangezien   mori : sterven

RAAM JOHANNES VAN CRIMPEN

DECUS VIRTUTE MERENDUM

decus, decoris : aanzien   virtus, -utis : deugd   merere : verdienen

GRAFMONUMENT VOOR ADELHEID DE LANGE

MEMORIAE SACRUM

DN ADELHEID LANGIAE EMENDATISS

MULIEBRIUM  VIRTUTUM EXEMPLARI

QUAE  AETATE IAM INGRAVESCENTE

VARIIS  DEBILITATA MORBIS

SUPREMUM SUUM  DIEM CUM AETERNITATIS NATALI

PLACIDISSIME MUTAVIT EO IPSO

CONSECUTA QUOD DEUM OPT MAX

ASSIDUIS OBTESTATA ERAT VOTIS

NE INVITA HANC VITAM EXIRET

UXORI INCOMPARABILI HOC SAXUM

MOESTISS POSUIT AEMILIUS A ROSENDAEL

IN CURIA HOLLANDIAE SENATOR

dn : domina : mevrouw  emendatissimus : volmaakt   muliebris, -is : vrouwelijk   exemplar, -ris : voorbeeld   aetas, aetatis : leeftijd, ouderdom   gravescere : zwaarder worden   debilitatus : verzwakt   morbus : ziekte   supremus : laatste  [dies] natalis : verjaardag   placidus : vredig   mutare : ruilen   consequi : bereiken, verkrijgen   assiduus : onafgebroken   obtestari : afsmeken    votum : gebed   invitus : ongewild   exire : gaan uit   incomparabilis : onvergelijkelijk   moestiss[imus] : diepbedroefd   ponere [perf. posui] : plaatsen  

DEFUNCTA LOQUITUR

defunctus : overleden   loqui : spreken

CARA MEO VIXI PER PLURES NUPTA MARITO

ANNOS  VICTA FEBRI MORTUA NUNC JACEO

NEC MARITALI PLANGET MEA FUNERA  LESSO

SED NIL DEFUNCTAE TRISTIUS ACCIDERIT

SOLETUR MOESTUM COMMUNIS FILIA PATREM

MAGNAQUE FATALIS SIT MEDICINA MALI

IMBUTIS CHRISTO SIC SUNT HUMANA FERENDA

VELLE NIHIL QUAM QUOD IUSSERIT ORDO DEI

CHRISTUS PAX MEA

ET TU LECTOR QUISQUIS ES IN TALI PACE VIAM

LETHI FORTITER CALCA ATQUE INTERIM VALE

carus : dierbaar  meo : bij marito   vivere [perf. vixi] : leven   nuptus : getrouwd  maritus : echtgenoot   victus : overweldigd   febris, -is : koorts   iacere : liggen maritalis : van de echtgenoot   plangere : beklagen   funus, funeris : dood   lessus : rouwbeklag   accidere : overkomen   solari : troosten   moestus : bedroefd   communis : gemeenschappelijk   filia : dochter  imbuere : doordringen van   iubere [perf. iussi] : bevelen   ordo, ordinis : orde   lector, -oris : lezer   quisquis : alwie   talis : zodanig   lethum : dood  calcare : betreden  interim : ondertussen  vale : vaarwel

NATA GOUDAE 8 NOVEMB 1551 OBYT HAGHAE

COMITIS 10 NOVEMB NOCTU

CORPUS AUTEM EJUS SUMMO CUM HONORE

A MAGISTRATU GOUDANO SUBLATUM

IN HOC SACELLO CONDITUM EST

14 EJUSDEM MENSIS STILO NOVO

ANNO DOMINI 1613

natus : geboren   obyt = obiit   Haghae Comitis : te 's-Gravenhage  noctu : 's nachts eius : van haar  autem : echter   cum summo honore : met de hoogste eer    magistratus, -us : bestuur   tollere [deelwoord perf. sublatus] : opheffen    sacellum : kapel   condere : bijzetten    eiusdem : van dezelfde mensis, is : maand    stilus : stijl

EPITAAF VOOR ELISABETH PRINS

M S

HONESTISSIMAE CASTISSIMAEQUE MATRONAE

ELISABETHAE PRINS QUAE NATA XXX MARTII

MDCCLIX GOUDAE

IBI DECESSIT XXIX NOVEMBRIS MDCCCIX

INSIGNI PATRICIA E GENTE ROTTERODAMENSI

ORTAE DURIS IN TEMPORIBUS FIDELISSIMAE

MODESTAE CARISSIMAEQUE CONIUGI

OPTIMAE PIAEQUE MATRI BENE MERENTI

CUM QUA XXXI ANNOS VIXIT

CORNELIUS IOANNES DE LANGE DYNASTA

IN WYNGAERDEN ET RUIGBROEK

LIBERI POSUERE

 

manes : schimmen   sacer : gewijd   honestus : eerbiedwaardig  castus : kuis   matrona : moeder   quae : die   natus : geboren   Martius : Maart   ibi : daar decedere : overlijden   insignis : opvallend  patricius : patricisch  ex [+ablativus] : uit  gens, gentis : geslacht  Rotterodamensis : van Rotterdam  ortus : voortgekomen     durus  hard   tempus , temporis : tijd  fidelis : trouw   modestus : bescheiden   carus : dierbaar   coniunx, coniugis : echtgenote  optimus : beste  pius : vroom   mater, matris : moeder   bene mereri : zich verdienstelijk maken  cum qua : met wie   annus : jaar   vivere [perf. vixi] : leven   dynasta : heer   liberi : kinderen   ponere [perf. posui] : plaatsen

IN RAAM X

1559 ME DABAT ANTISTES BERNARDI WELLIVS OLIM

antistes, antistitis : [opper]priester

'EERTIJDS HEEFT VAN WEL, PRIESTER VAN BERNE, MIJ GESCHONKEN'

1655  AEDILES SENIORES IAM PERIISSE VETANT

perire : ten onder gaan   vetare : verbieden

'NU DOEN KERKMEESTERS MIJ VOOR VERVAL BEWAREN'

ARMA DOMINI FLOCKOLDI FVNDATORIS MONASTERII BERNENSIS ANNO 1559

fundator, fundatoris : stichter   monasterium : klooster

'HET WAPEN VAN DE HEER FLOCKOLDUS, STICHTER VAN HET KLOOSTER VAN BERNE'

D. THEODORVS SPIERING DE WEL, ABDAS BERNENSIS ANNO 1559

d. = dominus   abdas, abdatis : abt

'DE HEER THEODORUS SPIERING DE WEL, ABT VAN BERNE, IN HET JAAR 1559'

IN RAAM XI

DOMINO HERMAN LETMATIO GOUDENSI INTER SORBONICAE LAURAE PROFESSORES ORDINIO PRIMO AC ECCLESIAE TRAJECTENSIS AD ST. MARIAM CANONICO ET DECANO, HAEREDES MONUMENTO LOCO POSUERE [=POSVERVNT] 1562 VLTIMO MAIO

'VOOR DE HEER HERMAN LETHMAET, GOUWENAAR, EEN DER EERSTEN ONDER DE HOOGLERAREN VAN DE GELAUWERDE SORBONNE EN KANUNNIK EN DEKEN VAN DE UTRECHTSE KERK ST. MARIE, HEBBEN ZIJN ERFGENAMEN DIT IN PLAATS VAN EEN GEDENKTEKEN DOEN STELLEN, 1562, DE LAATSTE MEI'

IN RAAM XII

GLORIA IN EXCELSIS DEO ET IN....RA....PAX...HO [ET IN TERRA PAX IN HOMINIBUS BONAE VOLUNTATIS]

'ERE ZIJ GOD IN DE HOGE EN VREDE OP AARDE IN DE MENSEN EEN WELBEHAGEN' cf. Luc. 2 : 14

COLLEGIVM CANONICORVM SANCTI SALVATORIS TRAJECTENSIS D.D. 1564

'HET COLLEGE VAN KANUNNIKEN VAN ST. SALVATOR TE UTRECHT [HEEFT DIT GLAS GESCHONKEN]. IN HET JAAR DES HEREN 1564

EGO SVM LVX MVNDI QVI SEQVITVR ME NON AMBVLAT IN TENEBRIS

' IK BEN HET LICHT DER WERELD, WIE MIJ VOLGT ZAL NIMMER IN DE DUISTERNIS WANDELEN'

EGO SVM VIA VERITAS ET VITA

'IK BEN DE WEG, DE WAARHEID EN HET LEVEN'

[op het boek dat Christus in de hand houdt, cf. Joh. 8 : 12 en Joh. 14 : 6]

IN RAAM XIII

VIRTVS PER AERVMNAS

'DEUGD DOOR ZWARE ARBEID'

IN RAAM XIV

VELIS QUOD POSSIS

'MOGE GIJ WILLEN WAT GE KUNT'

BEATVS VIR QVI TIMET DOMINVM

'WELZALIG DE MAN DIE DE HERE VREEST'

[cf. Ps. 112]

IN RAAM XV

ECCE AGNVS DEI

'ZIE HET LAM GODS'

[cf. Joh. 1 : 29 en 36]

ECCE VERE ISRAELITES 

'ZIE, WAARLIJK EEN ISRAELIET'

[cf. Joh. 1 : 48]

HIC EST FILIVS MEVS DILECTVS IN QVO MIHI BENE COMPLACATVM EST. IPSVM AVDITE.

' DIT IS MIJN GELIEFDE ZOON IN WIE IK MIJN WELBEHAGEN HEB. HOORT NAAR HEM'

[cf. Luc. 3 : 22 en Matth. 17 : 5]

APERI TV MANVM, EXERCE PIETATEM

'DOE UW HAND OPEN, BEOEFEN WELDADIGHEID'

[cf. psalm 145 : 16 en 1 Tim. 4 : 7]

QVI ME ODIT ET PATREM MEVM ODIT. SI OPERA NON FECISSEM IN EIS, QVAE NEMO ALIVS FECIT, PECCATVM NON HABERENT; NVNC AVTEM ET VIDERVNT [ET ODERVNT ET ME ET PATREM MEVM. SED VT IMPLEATVR SERMO, QVI IN LEGE] EARVM SCRIPTVS EST: "ODIO ME HABVERVNT GRATIS". CVM AVTEM VENERIT PARACLITVS QVEM EGO MITTAM VOBIS A PATRE.[SPIRITVM VERITATIS, QVI] A PATRE PROCEDIT, ILLE TESTIMONIVM PERHIBEBIT DE ME. QVIN ET VOS TESTES ESTIS.

'WIE MIJ HAAT, HAAT OOK MIJN VADER. INDIEN IK NIET DE WERKEN ONDER HEN GEDAAN HAD DIE NIEMAND ANDERS GEDAAN HEEFT, ZOUDEN ZIJ GEEN ZONDE HEBBEN, MAAR NU HEBBEN ZE GEZIEN  [ EN TOCH MIJ EN MIJN VADER GEHAAT. MAAR OPDAT HET WOORD VERVULD WORDT DAT IN DE WET] VAN HEN GESCHREVEN IS :" ZIJ HEBBEN MIJ ZONDER REDEN GEHAAT". WANNEER DE TROOSTER KOMT, DIE IK U ZENDEN ZAL VAN DE VADER [DE GEEST DER WAARHEID DIE] VAN

DE VADER UITGAAT, ZAL DEZE VAN MIJ GETUIGEN. OOKGIJ ZIJT GETUIGEN VAN DEZE DINGEN'.

[cf. Joh. 15 : 23-27 en Luc. 24 : 48]

IN RAAM XVI

ILLVM OPORTET CRESCERE,  ME AUTEM MINVI

'HIJ  MOET GROEIEN, MAAR IK  MOET MINDER WORDEN'

[cf. Joh. 3 : 30]

REVERENDVS D. DOMINVS CORNELIVS A MYEROP PRAEPOSITVS ET ARCHIDIACONVS TRAJECTENSIS DECANVS ET CANONICVS SANCTI SALVATORIS TRAJECTENSIS ANNO DNI 1556

'DE EERWAARDE HEER CORNELIS VAN MIEROP, PROOST EN AARTSDIAKEN VAN UTRECHT EN DEKEN EN KANUNNIK VAN ST. SALVATOR TE  UTRECHT. IN HET JAAR ONZES HEREN 1556'

IN RAAM XVII

MODERATA DURANT

'MAAT HOUDT STAND'

IN RAAM XVIII

TVNE ES QVI VENTVRVS ES

-ne : signaalwoord dat een vraag aanduidt

'ZIJT GIJ HET DIE KOMEN ZOU?'

[cf. Matth. 11 : 3]

IN RAAM XIX

SOLLICITE CONCUPISCAM

'VURIG ZAL IK BEGEREN'

IN RAAM XXII

MENTE COLI PVRAQVE DEVS CVPIT AEDE PROFANI

ESTE PROCVL, FACTO VERBERE, CHRISTVS AIT.

SOLA PATENT PRECIBVS SACRATI LIMINA TEMPLI

HINC ODOR, HINC PECVDES, AERA, COLUMBAE, POPAE.

PONTIFICES SIC ROMA, TVOS RITVSQVE SENATVS

ABDICAT, HOC POSITO STEMMATE SIGNA PROBANT.

colere [passief : coli] : vereren  aedis,aedis : tempel   profanus : goddeloos  procul : verweg   verber, verberis : zweep[slag]

'GOD BEGEERT DAT MEN HEM MET EEN ZUIVER HART EN IN EEN GEWIJDE TEMPEL ZAL EREN. CHRISTUS ZEGT NADAT HIJ EEN ZWEEP HEEFT GEMAAKT :"GODDELOZEN, WEEST VERRE!  DES GEWIJDEN TEMPELS DREMPELS STAAN ALLEEN  OPEN VOOR GEBEDEN  .

VAN HIER DAN, STANK, VEE, GELD, DUIVEN EN OFFERDIENAARS".

 DE RAAD  VERWERPT , ROME, ZO UW PRIESTERS EN EREDIENST.

DIT  TOONT ELK LID HIER DOOR ZIJN EIGEN WAPEN'.

TEKST IN RAAM XXIII, HET RAAM VAN MARGARETHA VAN PARMA

DOMINA MARGARITA AB AUSTRIA DIVI CAROLIS V

IMP. SEMPER AUGUSTI FILIA PARMAE AC PLACENTIAE

CASTRIQ ET  PENNAE DUCISSA NOVARIAEQ DOMINA

NEC NON PRO POTENTISSO  HISPANIARUM CATHOLICO REGE

PHILIPPO FR[ATR]E INFERIORIS GERMANIAE REGENS AC

GUBERNATRIX CHRISTIANAE PIETATIS DIVINIQ

CULTUS OBSERVANTISS AD ECCLESIAE HUIUS ORNATU[M]

HOC VITRUM DONAVIT ANNO DNI MDLXII

'VROUWE  MARGARETHA VAN OOSTENRIJK, DOCHTER VAN KEIZER KAREL V, HERTOGIN VAN PARMA, PLACENZA, CASTRO EN PENNA EN VROUWE VAN NOVARA, TEVENS REGENTES EN LANDVOOGDES DER NEDERLANDEN VOOR HAAR BROER, DE ZEER MACHTIGE KATHOLIEKE KONING VAN SPANJE, FILIPS II, DER CHRISTELIJKE GODSDIENST EN GODDELIJKE EREDIENST ALLERIJVERIGSTE  BEHOEDSTER, HEEFT DIT GLAS TOT VERSIERING DEZER KERK GESCHONKEN IN HET JAAR ONZES HEREN 1562'

IN RAAM XXX, HET RAAM VAN JONA

ECCE PLVS QVAM IONAS HIC

'ZIET, MEER DAN JONA IS HIER

[cf. Matth. 12 : 41]


IN HET HOOGKOOR VAN DE KERK ZIJN CHRISTUS EN DE APOSTELEN AFGEBEELD :

IN  RAAM XLV

MATTHEUS : CARNIS RESVRRECTIONEM

'DE OPSTANDING VAN HET VLEES'

IN RAAM XLVI

JACOBVS MINOR : SANCTAM ECCLESIAM CATHOLICAM

'DE HEILIGE KATHOLIEKE KERK'

IN RAAM XLVII

THOMAS : INDE VENTVRVS EST IVDICARE 1555

'VANWAAR HIJ KOMEN ZAL OM TE OORDELEN'

IN RAAM XLVIII

PHILIPPVS : TERTIA DIE RESVRREXIT A MORTVIS

'OP DE DERDE DAG IS HIJ WEER OPGESTAAN UIT DE DODEN'

ORA PRO ME

'BID VOOR MIJ'

JODOCVS BOVRGEOIS THEOLOGIE LICENTIATVS HVJVS ECCLESIAE PASTOR

'JODOCUS BOURGEOIS, AFGESTUDEERD IN DE THEOLOGIE, HERDER VAN DEZE KERK'

IN RAAM XLIX

JOHANNES : QVI CONCEPTVS EST

'DIE ONTVANGEN IS'

IN RAAM L

PETRVS : CREDO IN DEVM PATREM

'IK GELOOF IN GOD DE VADER'

IN RAAM LI

CHRISTVS : EGO SVM VIA VERITAS ET VITA

'IK BEN DE WEG, DE WAARHEID EN HET LEVEN'

[cf. Joh. 14 :6]

IN RAAM LII

ET IN JESVM CHRISTVM FILIVM EIVS VNICVM DOMINVM NOSTRVM

'EN IN JEZUS CHRISTUS ZIJN ENIGE ZOON, ONZE HEER'

IN RAAM LIII

PASSVS SVB PONTIO PILATO

' DIE HEEFT GELEDEN ONDER PONTIUS PILATUS'

IN RAAM LIV

THADDEVS : ASCENDIT IN CAELOS

' EN IS OPGEVAREN TEN HEMEL'

IN RAAM LV

BATHOLOMEVS : CREDO IN SPIRITVM SANCTVM

' IK GELOOF IN DE HEILIGE GEEST'

IN RAAM LVI

SIMON : REMISSIONEM PECCATORVM

'DE VERGEVING DER ZONDEN'

IN RAAM LVII

MATTHIAS : ET VITAM AETERNAM

'EN HET EEUWIGE LEVEN'

DE GLAZEN 58 TOT 64 IN DE VAN DER VORM-KAPEL ZIJN AFKOMSTIG UIT HET KLOOSTER DER REGULIEREN

IN RAAM LVIII [DE GEVANGENNEMING]

TAMQVAM AD LATRONEM EXISTIS COMPREHENDERE ME? QVOTIDIE ERAM APVD VOS IN TEMPLO DOCENS EN NON ME TENVISTIS.SED HEC EST HORA VESTRA ET POTESTAS TENEBRARVM.

'ALS TEGEN EEN ROVER ZIJT GIJ UITGETROKKEN OM MIJ GEVANGEN TE NEMEN? DAGELIJKS  WAS IK BIJ U  IN DE TEMPEL OM TE ONDERWIJZEN HEBT GIJ GEEN HAND NAAR MIJ UITGESTOKEN, MAAR DIT IS UW URE EN DE MACHT DER DUISTERNIS'

[cf. Luc. 22 : 52 en 53]

IN RAAM LX

CORPVS MEVM DEDI PERCVTIENTIBVS ET GENAS MEAS VELLENTIBVS FACIEM MEAM NON AVERTI AB INCREPANTIBVS ET CONSPVENTIBVS [IN ME]

'MIJN LICHAAM  HEB IK GEGEVEN AAN WIE SLOEGEN EN MIJN WANGEN AAN WIE MIJ DE BAARD UITTROKKEN; MIJN GELAAT HEB IK NIET VERBORGEN VOOR WIE MIJ UITSCHOLDEN EN BESPUWDEN'

[cf. Jes. 50 :6]

DOMINVS NICOLAVS RVYSCH CANONICVS ET THESAVRARIVS ECCLESIA SANCTI SALVATORIS TRAJECTENSIS POSVIT

'DE HEER NICOLAUS RUYSCH, KANUNNIK EN THESAURIER VAN DE KERK VAN ST. SALVATOR TE UTRECHT HEEFT [DIT GLAS] GEPLAATST'

IN RAAM LXI [DE KRUISDRAGING]

INTER SPINAS CALCEATVS

spina : doorn   calceare : schoeien

'TUSSEN DE DOORNEN LIGT MIJN WEG'

QVI VVLT VENIRE POST ME ABNEGET SEMET IPSVM ET TOLLAT CRVCEM SVAM ET SEQVATVR ME.  LVC 9.

'DIE ACHTER MIJ WIL KOMEN, DIE VERLOOCHENE ZICHZELF EN NEME ZIJN KRUIS OP EN VOLGE MIJ'

[Lucas 9 : 23]

REVERENDISSIMVS DOMINVS NICOLAVS A NOVA TERRA EPISCOPVS HEBRONE, DECANVS BEATE MARIAE TRAIECTENSIS. PREPOSITVS ECCLESIE PAROCHIALIS BEATI BAVONIS HARLEMENSIS. DEO OPTIMO MAXIMO RELIGIONIS ERGO POSVIT

'DE ZEEREERWAARDE HEER NICOLAAS VAN NIEUWLAND, BISSCHOP VAN HEBRON, DEKEN VAN DE SINT-MARIA-KERK TE UTRECHT, PROOST VAN DE PAROCHIEKERK VAN SINT-BAVO TE HAARLEM, HEEFT [DIT GLAS] UIT EERBIED VOOR DE ALLERHOOGSTE GOD GEPLAATST

IN RAAM LXII [DE OPSTANDING]

DEVS JHESVM SVSCITAVIT

'GOD HEEFT JEZUS OPGEWEKT'

PATER ROBERTVS JOHANNISZ RECTOR CONVENTVS DOMINAE MARGARETAE IN GOVDA PRIORQVE HVIVS COLLEGII DECIMVS

'PATER ROBERT JANSZ, RECTOR VAN HET KLOOSTER VAN ST. MARGRIET TE GOUDA, DE TIENDE PRIOR VAN DEZE GEMEENSCHAP'

IN RAAM LXIII [DE HEMELVAART]

VIDENTIBVS ILLIS IN ALTVM SUBLATVS EST ET NVBES  SVBDVXIT ILLVM AB OCVLIS EORVM. ACTORVM I.

'HIJ WERD OPGENOMEN TERWIJL ZIJ HET ZAGEN EN EEN WOLK ONTTROK HEM AAN HUN OGEN'

[Handelingen 1 : 9]

PATER GVILIELMVS JACOBI PREFECTVS MONIALIUM GOUDANARVM S. MARIE CONVENTVS SVPER GOVDAM

PATER WILLEM JACOBSZ, OVERSTE VAN DE GOUDSE RELIGIEUZEN UIT HET KLOOSTER VAN ST.-MARIE TE GOUDA

IN RAAM LXIV [DE UITSTORTING VAN DE HEILIGE GEEST]

REPLETI SVNT SPIRITV SANCTO ET COEPERVNT LOQVI VARIIS LINGVIS PROVT SPIRITVS ILLE DABAT ELOQVI ILLIS. ACTORVM II

'EN ZIJ WERDEN ALLEN VERVULD MET DE HEILIGE GEEST EN BEGONNEN TE SPREKEN IN VERSCHILLENDE TALEN, ZOALS DE HEILIGE GEEST HET HUN GAF UIT TE SPREKEN'

[Handelingen 2 : 4]

PATER THOMAS HERMANI PREFECTVS MONIALIVM IN POEL

'PATER THOMAS HERMANSZ, OVERSTE VAN DE RELIGIEUZEN TE POEL [EEN KLOOSTER BIJ LEIDEN]


GRAFZERK VAN A.D.  ROELL IN DE BERGKERK TE DEVENTER

AET MEM 37

VIRI CLARISSIMI

ANTONII MATTHAEI A.F.A.N.A.

I.U.D.

ET IN ILLUSTRI HOC GYMNASIO ANTECESSORIS CELEBERRIMI

ANNO MDCCXIX AETATIS XXXXVIII DEF

NEC NON

VIRI NOBILISSIMI ET AMPLISSIMI DIONYSII ANDREAE ROELL H.A.F.

S. TH. ET PH. D. ET PHILOSOPH PROFESSORIS

IN ILLUSTRI HOC ATHENAEO DEINDE CIVITATIS HUIUS CONSULIS ET ORD TRANS NOMINE COLLEGIO QUOD IN FRISIA RES MARITIM CURAT ADSCRIPTI ANNO MDCCXXXIII AETATIS XXXXIII DEF

LUDINA VAN HURCK MARITIS OPTIMIS M.H. QUO ET SUA POST OBITUM IN SPEM BEATAE RESURRECTIONIS OSSA INTERFERANTUR

F.C.

i.u.d. : utriusque iuris doctor : doctor in de beide rechten [nl. het wereldlijke en het canonieke recht]   illustris : roemrijk  antecessor : rector  def[unctus] : overleden 

nec non : en eveneens   s[anctae] th[eologiae] et ph[ilosophiae] d[octoris] deinde : vervolgens   consul, consulis : burgemeester   maritim[as]   adscriptus : gecommitteerde   maritus : echtgenoot  et : ook   obitus, -us : overlijden   f[aciendum] c[uravit]

KAMPEN, ST. NICOLAAS- OF BOVENKERK, NOORDZIJDE KOOR

GRAFMONUMENT VAN

RUTGER VAN BREDA EN ZIJN VROUW JOHANNA AYMERY

AETERNITATI SACRUM

HIC SITUS EST ILLUSTRISSIMUS ET AMPLISSIMUS

RUTGERUS A BREDA

MASCULAE STIRPIS ULTIMUS FAMILIAE

ANTE ET POST CONSTITUTAM REMP<UBLICAM>

HONORIBUS INCLYTAE

NATUS CAMPIS

VIII SEPT MDCXXVIII

QUI VARIIS IN REPUBL<ICA> HONORIBUS

AB INEUNTE IUVENTA FUNCTUS

TANDEM PRAEPOTENT<IBUS> TRANSISALANIAE ORDINIBUS

GRAPHIARIUS CURIAE CAMPENSI A SECRETIS HONORARIUS

FIDE DEXTERITATE PRAEPOTENTIBUS ORDINIBUS

STUDIO CANDORE INDUSTRIA MAGISTRATUI

IUSTITIA AEQUANIMITATE CIVIBUS CARISSIMUS

IN IURISCONSULTO THEOLOGUS

IN POLITICO CHRISTIANUS

SINE AMBITIONE FORTUNATUS

SINE SUPERCILIO PRUDENS

VERUS IN CURIA ET FORO CURIUS ET CATO

MULTORUM ANNOS PLURIMORUM GLORIAM SUPERGRESSUS

SAEPIUS PATRIAE MOERORE

ECCLESIAE SUSPIRIIS

CURIAE LACRYMIS MUSARUM LUCTU

PROLE GEMINA RELICTA SPIRITU DEO DICATO

OBIIT XIX IAN MDCXCIII

UT ET CONIUNCTISSIMA THALAMI SOCIA

IOANNA AYMERY

NATA METELLOBURGI XXIX MARTII MDCXXXIV

MAXIMUM DOMUS ORNAMENTUM

CLARISSIMUM VIRTUTUS SPECULUM

IN PRAEDIO MORTIS PRAEDA FACTA III AUG MDCCIII

MONUMENTUM HOC OPTIMIS DESIDERATISSIMISQUE PARENTIBUS

POSUIT GRATA POSTERITAS

aeternitas, -atis : eeuwigheid   sacer : gewijd    situs : gelegen   amplus : aanzienlijk   masculus : mannelijk   stirpis : nakomeling, telg   ultimus : laatst   constituere : stichten    respublica constituta : de stichting van de republiek    inclytus : beroemd   inclytae : te verbinden met familiae      natus : geboren     honor, honoris : ereambt     inire : beginnen     iniens, ineuntis : beginnend      iuventa : jeugd    fungi, functus sum + ablativus : vervullen    praepotens, praepotentis : oppermachtig       Transisalania : Overijssel    ordo, ordinis : staat      graphiarius : secretaris    curia : stadhuis     a secretis honorarius : gemeentesecretaris      dexteritas, -atis : handigheid, tact     studium : inzet     candor, candoris : oprechtheid, eerlijkheid    industria : ijver    magistratus, -us : magistraat, bestuur     aequanimitas, -atis : gelijkmoedigheid   civis, civis : medeburger   carus : geliefd     iurisconsultus : rechtsgeleerde    in : in zijn hoedanigheid van       ambitio, -onis : kuiperij    fortunatus : succesvol    supercilium : wenkbrauw, trots    verus : echt, waarachtig       curia : stadsraad    forum : rechtszaal

Curius :                     Cato:                                  plurimi, -orum : zeer velen   supergredi, supergressus sum : overtreffen    Themis, -idis : [godin van het] recht    appellare : noemen    moeror, -oris : rouw    suspirium : zucht   Musa : Muze     luctus, -us : rouw, misbaar    proles, prolis : nageslacht    geminus : dubbel      prole gemina relicta : ablativus absolutus    spiritus, -us : geest    dicare wijden    spiritu dicato : ablativus absolutus    ut et : zoals ook      thalamus : slaapvertrek    socia : metgezellin   domus, -us : huis     speculum : spiegel    praedium :           praeda : buit    desideratus : geliefd, dierbaar    ponere, posui : plaatsen     gratus : dankbaar    posteritas, -atis : nageslacht

GRAFSTEEN VAN GERARD JACOB IN DE BOVENKERK TE KAMPEN, OP GRENS TRANSEPT-KOOR

 D.O.M.S.

AO XP MDCXXI  VII CAL FEB DMRI  GERARDI IACOBI ANN LXV VIRI AVITAE VIRTUTIS ET DOCTRINAE NOB ET AMPLISS SPQC CAUSIDICI ET NOT AMPLIS   VIGILANTIS FIDELISS OSSA HIC IACENT CREATORI SUO RESTITUTIS MANIBUS

HOSPES QUID SIM VIDES

QUIS FUERIM NOSTI

FUTURUS IPSE QUID SIS, COGITA

NON SUM ESTIS NON ERITIS

NEMO IMMORTALIS

UT MORIENS VIVEREM

VIXI UT MORITURUS

d[omino] o[ptimo] m[aximo] s[acrum] a[nn]o  XR : van Christus   VII cal : de zevende dag voor de calendae [ de eerste dag] van....avitus : voorvaderlijk   nob[ilis]  ampliss[imi] s[enatus] p[opuli] q[ue] c[ampensis]  causidicus : advocaat  not[arii] amplis[simi]   vigilans, -antis : waakzaam   fideliss[imi]  os, ossis : bot   creator, -oris : schepper   manes, manium : geest   hospes, -itis : vreemdeling, voorbijganger   ut viverem : opdat ik zou leven

GRAFZERK VAN QUIRINUS BRUINNIR IN DE BOVENKERK TE KAMPEN

EPITAPHIUM

HIC EGO SARCOPHAGIS NUNC VERMIBUS ESCA RECUMBO

EXPECTANS DOMINI SPE MEDIANTE DIEM

PIIS PARENTIS SUI MANIBUS D.

CHRISTOPHERI HENRIC DIS RELABIS

CAMP. QUONDAM CONSULIS EXIMII FATO DEFUNCTI SUBQ HOC BUSTO POSITI

LIBERI DEBITAE OBSERVANTIAE ERGO

L.L. HOC POSUERE MONUMENTUM

epitaphium : grafschrift    sarcophagus : vleesetend   vermis, -is : worm  esca : spijs ['als spijs']  recumbere : neerliggen   mediare : bemiddelen  manes, manium : schim d[icatum] : gewijd   camp[ensis] : van Kampen  quondam : eens : voormalig   consul, consulis : burgemeester  eximius : uitzonderlijk   fato defunctus :overleden  subq[ue]  debitus : verschuldigd   observatia : respect  ergo +gen. : vanwege, om  l.l.: libentes : volgaarne   posuere = posuerunt

GRAFZERK VAN ENGBERT CLAESSEN IN DE BOVENKERK TE KAMPEN, ZUIDERZIJSCHIP

ANNO AERAE CHRISTIANAE M.D.C. XI DIE

VERO PRIMA AUGUSTI VITA FUNCTUS EST VIR CLARISS NICOLAUS ENGB BROLIEVIUS UTRIUSQUE IURIS DOCTOR BRONEVIUS DOCTOR MATURA MORTE PEREMPTUS CORPORE MANDATUS TERRAE HUIC MENTI

ASTRA PETIVIT

TU DISCE, O IUVENIS, NIMIUM NON FIDERE VITAE

MEMOR AMICI

aera : tijd   vita fungi : overlijden   clariss[imus]  utriusque iuris doctor : doctor in beide rechten, nl. het wereldlijke en canonieke recht   maturus : vroeg   perimere : te gronde richten   mandare : toevertrouwen   astrum : ster   nimium : al te zeer

GRAFZERK VAN JAN VAN ELSEN IN DE BOVENKERK TE KAMPEN, WESTZIJDE

1581 DI 27 SEPTEMBR STRAF IAN VA ELSE SAEDELMAECKER TOE CAMPE

HINC NON MOVEAT NISI DIES

ITE VENITE

hinc : hiervandaan   dies [domini] : de laatste dag

BOVENKERK TE KAMPEN, WESTZIJDE

SANTEN

CREDO QUOD REDEMPTOR MEUS [VIV] IT ET IN NOVISSIMIS RESUSCITABOR

VERHAGEN

credo quod : ik geloof dat   redemptor, redemptoris : verlosser   novissimus : laatst   resuscitare : weer tot leven wekken

KAMPEN, STADHUIS, TEKSTEN OP DE SCHOUW IN DE SCHEPENZAAL, TUSSEN 1543 EN 1545 VERVAARDIGD DOOR COLIJN DE NOLE UIT KAMERIJK

IUSTITIAE GLADIO MARTIS VIOLE[N]TIA CESSIT

REGNA CADUNT LUXU

SURGUNT VIRTUTIBUS URBES

PUBLICA RES CRESCIT PACE

FURORE PERIT

gladius : zwaard    Mars, Martis : god van de oorlog    violentia : geweld   cedere + dativus : wijken voor    regnum : koninkrijk     cadere : ten van komen   luxus, -us : weeldezucht    sugere : oprijzen    furor, -oris : razernij, waanzin    perire : te gronde gaan

TEKST OP RAADHUIS VAN FRANEKER, RAADHUISPLEIN 1

UT IUSTO ET AEQUO IN HAC CIVITATE PUBLICUM MANERET FORUM DEIECTO VETERI RUINOSO  NOVUM HOC OPUS RESP. FRANEKERENSIS EXTRUXIT CONSULIB ET PRUDENTISS ET INTEGERR SPECTABILI VIRTUTE VIRIS [VOLGEN HUN NAMEN]  IACTO FUNDAMENTO IUNII DIE XXIIII ANNO NOVISSIMI TEMPORIS MDXCI

iustum : rechtvaardigheid   aequum : billijkheid   civitas, -atis : stad   manere : blijven  ut...maneret : opdat zou blijven   publicum forum : openbaar plein, nl. een stadhuis   deicere : afbreken  vetus, veteris : oud   ruinosus : bouwvallig   resp : respublica   extruere : bouwen   consulibus : onder het 'consulaat' van   prudentiss[imi] : zeer behoedzaam   integerr[imi] : zeer integer   spectabilis : in het oog springend  virtus, virtutis : deugd, kwaliteit  vir : man  iacere : leggen   novissimus : laatste, nieuwste

TEKST OP EEN SCHILDERING VAN DE VESTINGSTAD NAARDEN IN DE VOORHAL  VAN HET STADHUIS VAN NAARDEN [1604]

NERDA BATAVORUM CONSISTO LIMINE IN IMO

HESPERIDUM TRISTEM TRISTIS SUM PASSA FUROREM

NAMQUE RUUNT FLAMMA PASSIM EXUPERANTE PENATES

INSTAR OVIS CIVES MACTANTUR VULNERE INERMES

INFESTO DIRA VIOLANTUR SORTE PUELLAE

SED COMES A NASSAU CASUM MISERATUS ACERBUM

ME REFICI PORTIS IUBET ET CIRCUNDARE VALLO

EXCELSO HUNC IGITUR SERI CELEBRATE NEPOTES

sIc Iber IncendIt Nerdenas tUrpIter aedes

et CIves faLso MaCtat sUb foedere paCIs Kal decem

consistere : gaan staan  limen, liminis : drempel, huis  imus : diepst

Hesperis, -idis : westelijk    Hesperides : dochters van de nacht   pati [perf. passus sum] : dulden   furor, -oris : razernij   ruere : te gronde gaan   passim : wijd en zijd   ex[s]uperare : opschieten   Penates : stadsgoden   instar + genit. : op de wijze van   mactare : slachten   inermis, - is : ongewapend, weerloos   vulnus infestum : gapende wond  dirus : gruwelijk    violare : verkrachten   sors, sortis : lot   comes, comitis : graaf   casus, -us : ongeluk   miserari : medelijden hebben   acerbus : bitter   reficere : herstellen   iubere : bevelen   circundare : omgeven   vallum : wal   serus : laat  celebrare : roemen   nepos, nepotis : kleinzoon

Iber, Iberis : Spanjaard    incendere : in brand steken   Nerdenus : van Naarden  turpiter : op schandelijke wijze  aedis, aedis : huis   mactare : afslachten   foedus, foederis : verdrag   Kal[endis] : op de eerste dag van....

TEKST OP HET TIENGEBODENBORD IN HET NOORDERTRANSEPT [OOSTZIJDE] VAN DE GROTE KERK TE NAARDEN [1603]

sIste gradUM LeCtor dIVI na haeC eXCUte sCrIpta

sI CVpIs aUgUsta prosperItate frUI

sistere gradum : zijn pas inhouden   divinus : goddelijk   excutere : nagaan, onderzoeken    augustus : verheven   prosperitas, -atis : voorspoed   frui + abl. : genieten van

GRAFZERK VAN ADRIAAN GHISBERTSZ WIJNTER, LAATSTE PROCURATOR VAN HET CONVENT VAN OUD-NAARDEN, IN HET KOOR VAN DE GROTE KERK TE NAARDEN [1587]

QUI SIS DISCE EX ME

TUIS PRAE MORS INSTAT EUNTI VINCIT

SINGULIS PASSIBUS ILLA SUIS

SUM QUOD ERIS FUERAM QUI TU ES

SIC VOLVIMUR UNO AD CINERES

CUNCTI COLLIGEMUR AD AVOS

OSSA SOLI CAELI MENS EST MENS CAELICA QUAERENS

OSSA SOLO EREPTA UTRAQUE SALVA POLO

COMMUNEM ECCE VIAM NON REGIUM SCEPTRA SUPERBA

NON DABIT HANC ALIAM GLORIA FAMA GENUS

qui sis etc. : lees :  disce ex me qui sis   tuis [passibus]  instare + dativus : op de hielen zitten  prae-ire : vooruitgaan  [ n.b. wanneer voorvoegsel van de rest van het werkwoord wordt afgescheiden, noemen we dat  tmesis]   [tibi] praeeunti  

passus, -us : stap  volvere : rollen, wentelen   uno : gezamenlijk   cinis, cineris : as   cunctus : alle    colligere : verzamelen   avus : voorvader   os, osiis : bot    solum : aarde   caelicus : hemels   uterque : beide   salvus : behouden   polus : hemelgewelf genus, generis : afkomst

GRAFZERK VAN THEODORUS VAN DER BIET  IN HET KOOR VAN DE GROTE KERK TE NAARDEN

MEMORIAE

SUMME VENERANDI VIRI THEODORI VAN DER BIET ECCLESIASTIS NARDENI DEFUNCTI AD XXVI MAYI MDCCXXXI QUEM  HUMUS INJECTA CONTEGIT

ERUDITIONIS PIETATIS AC FACUNDIAE GLORIAE FUIT COMMENDATISSIMUS

QUI

QUUM NATURA DOCTRINA ET VIRTUS IN EO SIBI COMPENDIUM FECERANT ITA VIXIT UT PRAEESSE

ITA PRAEFUIT UT VIVERE EUN DIUTISSIME

COMMUNIS INTERFUISSET

ECCLESIAE PRAEFUIT

TIENHOVIANAE VII ANNOS SCHAGENSI VII ALIOS NARDENAE XIII ET ULTRA FUIT

MYSTERIIS EXPONENDIS PROMPTISSIMUS GREGI PASCENDO FIDELISSIMUS OMNIBUS SERVANDIS INTENTISSIMUS

ITA UT SIBI ONUS ET LABOR ECCLESIAE MERCES ET FRUCTUS

SOLI DEO GLORIA ET HONOR CONSTARET

PRO FIDE AC VERITATE DECERTAVIT SIC UT VITAE NON MINUS PROBITATE QUAM DOCTRINAE SOLIDITATE VINCERET.

summe venerandus : hoogst eerbiedwaardig  ecclesiastes, -is : predikant   defunctus : overleden     humus : aarde   contegere : bedekken   eruditio, -onis : eruditie  

facundia : welsprekendheid   commendatus :  aanbevolen   quum = cum   compendium : winst, profijt   diu : lang   communis : gemeenzaam   praeesse : aan het hoofd staan   ultra : verder    exponere : uitee zetten    promptus : enthousiast    grex, gregis : kudde   pascere : weiden   decertare : tot het uiterste strijden   probitas, -atis : integriteit   soliditas, -atis : degelijkheid

GRAFZERK VAN LAMBERTUS HORTENSIUS  IN HET KOOR VAN DE GROTE KERK TE NAARDEN

CALCANDA SEMEL VIA LETHI

QUID GENUS ET TITULI ?

QUID CLARI SANGUINIS ORDO ?

OMNIA QUUM  FUERIS RESTAT ABIRE TIBI

VIRTUTEM EXTENDERE FACTIS

"HORTENSIUM INTER MORTUOS  [?]",QUAERIS VIATOR

URNULA HAEC OSSA SOLUM AUT PULVERES HABET

POLUS MENTEM ENTHEA[M]

NOMEN LIBRI FAMA VAGA DOCTUM ORA OVAT COELO AC SOLO DECUS SCHOLAE ATQUE  CIVIUM

CONDITUM HIC E[ST] CORPUS D. LAMBERTI HORTENSII VIRI GENUS ERUDITIONIS EXIMII LITERATORIS ARGUTI HISTORICI SAGACIS IUVENTUTIS NERDENAE MODERATORIS STRENUI EVOCATI EX HAC VITA ANNO A LANIENA Q SOLI PROPTER DOCTRINAM SINGULAM PARSERAT ALTERO A NATO CHRISTO MDLXXIII

MEMORIAE  AC HONORI CONSULES AC AEDITUI

calcare : betreden   lethum : dood   genus, generis : afkomst    clarus : roemrijk   sanguis, sanguinis : bloed      ordo, ordinis : rang    quum = cum : wanneer

restare : over zijn    extendere : uitbreiden   Hortensius : Van het Hof  viator, -oris : reiziger, voorbijganger   urnula : kleine urn    pulvis, pulveris : as   polus : hemelgewelf  polus [habet]   entheus : godgelijk    vagus :  onbestendig   doctus : geleerd   os, oris : mond   ovare : juichen  decus, decoris : sieraad   condere :  begraven   eruditio, -onis : eruditie   eximius : voortreffelijk   literator, -oris : letterkundige   argutus : spitsvondig   sagax, sagacis : schrander    iuventus, iuventutis : jeugd   Nerdenus : van Naarden   moderator, -oris : begeleider   strenuus : energiek    evocare : wegroepen   laniena : slachting [bedoeld wordt het optreden van de Spanjaarden in 1572]  q[uae]  [ei] soli  parcere [perf. parsi] : sparen   altero : te verbinden met 'anno'  aedituus : kerkvoogd

SIGILLUM [ZEGEL] VAN DE KERK VAN NAARDEN

EGO SUM PASTOR BONUS


GRAFSTEEN VAN CHRISTIAAN PIERMANS IN DE  O.L.V. -KERK TE BREDA

D.O.M.

SEPULTUS  HIC IACET D. CHRISTIANUS PIERMANS FILIUS PETRI I.V. LICENTIATUS CIVITATIS BREDANAE GRAPHYACIUS ET QUONDAM IN SUPREMO CONSILIO BRABANTIAE ADVOCATUS

OBYT ANNO MILLESIMO QUINGENTESIMO OCTUAGESIMO SECUNDO 14 IANUARII

R.I.P.

sepultus : begraven   d[ominus]   i[uris] u[triusque]   graphyacius : secretaris

EPITAAF VAN CLAAS VIERLING, RAADSHEER VAN GRAAF HENDRIK III VAN NASSAU [CA 1546] IN DE O.L.V.-KERK IN BREDA

D.O.M.S.

PRUDENTIA ET INTEGRITATE VITAE ORNATISS[IM]O VIRO NICOLAO VIERLING ILLUSTRISS HEROIBUS HENRICO COMITI A NASSAU AC RENATO AC GUILHELMO PRINCIPIBUS AURANIAE A CONCILIIS ET RATIONIBUS LIBERI PATRI OPT [IME] MERITO TUMULUM CUM LACRYMIS POSUERE OBIIT VIO IUNII ANNO DOMINI XV XLVI VIXIT ANNOS LXXII MENS VIII

s[acrum]   prudentia : inzicht    integritas, -atis : volmaaktheid   ornatus : gesierd   heros, herois : held   comes, comitis : graaf   Renatus : René   princeps, -ipis : prins   Aurania : Oranje    a conciliis et rationibus : adviseur   optime meritus : zich zeer verdienstelijk gemaakt hebbende   tumulus : graf    lachryma : traan  posuere = posuerunt   mens[es]

EPITAAF VAN JAN VAN DENDERMONDE, LEGERAANVOERDER VAN KAREL V, IN DE O.L.V.- KERK TE BREDA

D.O.M.S. 

NOBILI ET VIRTUTE BELLICA CLARO VIRO D. IOHANNI TENERAMUNDO D. DE ORGNIVAL CAROLI QUINTI CAESARIS A MACHINIS BELLICIS PRIMARIO PRIMO TORNACENSIUM ET DEINDE TRAIECTENSIUM POSTQUAM CAESARIS IMPERIUM AGNOVISSENT.

DYNASTAE HEREDES POSUERUNT.

OBIIT BREDE CALENDIS MAY ANNO MDXXXVI

bellicus : in de oorlog   clarus : roemrijk   d[omino]   a machinis bellicis : verantwoordelijk voor oorlogsmachines  deinde : vervolgens   agnoscere : erkennen   heres, heredis : erfgenaam  Bred[a]e   Calendae :de eerste van de maand

GRAFZERK VAN ANNA VAN CARLEWYCK IN DE O.L.V.-KERK TE BREDA

DESII NON PERII

desinere : ophouden    perire : te gronde gaan


CENOTAAF VAN JORIS VAN EGMOND, BISSCHOP VAN UTRECHT, GESTORVEN IN 1559. DEZE CENOTAAF BEVINDT ZICH IN DE DOM VAN UTRECHT, IN HET ZUIDOOSTELIJKE GEDEELTE VAN DE KOOROMGANG. HET IS OPGENOMEN IN DE AFSCHEIDING VAN KOOR EN KOOROMGANG. HET HEEFT DE VORM VAN EEN ROMEINSE TRIOMFBOOG EN IS VERSIERD MET TYPISCHE RENAISSANCEDECORATIE (SATYRS EN BLOEMMOTIEVEN). MET NAME AAN DE BINNENZIJDE VAN DE BOOG ZIJN TALRIJKE WAPENS AANGEBRACHT. AAN DE BINNENZIJDEN VAN DE ZIJWANDEN BEVINDT ZICH ONDERSTAANDE TEKST. HET BETREFT EEN FUNDATIEBRIEF MET BETREKKING TOT MISSEN DIE VOOR HET ZIELEHEIL VAN  BISSCHOP JORIS GEZONGEN MOESTEN WORDEN.

I

FVNDATIO REVERENDISSIMI DOMINI GEORGY  DEGMONT EPISCOPI  TRAIECT  GEORGIVS DEGMONDT MISERATIONE ET GRATIA DEI OIPOTETIS [OMNIPOTENTIS] EPUS [EPISCOPUS] TRAIECT[ENSIS] IN HONORE[M] TER SACTE [SANCTAE] SVPERBVDICTE [SUPERBUMDICTAE] ET OI [OMNI] CREATURAE VENERANDE [VENERANDAE] EVCHARISTIE [EUCHARISTIAE] FVNDO IN ECCLESIA CATHEDRALI TRAIECT[ENSI] MISSAM PPETVA [PERPETVAM] SINGVLIS PRIMIS FERYS QUITIS [QUIETIS] CVIVSLIBET MENSIS ANI [ANNI] CELEBRANDA [CELEBRANDAM] AD AIE [ANIMAE] MEE [MEAE] SALUTE [SALUTEM] ET DEVOTIOIS [DEVOTIONIS] FELI [FELICI?] FIDELIS ICREMETV [INCREMENTVM] HIS CODITIOB9 [CONDITIONIBVS] SEQUETIB9 [SEQUENTIBVS] IN PRIMIS VOLO QUOD HEC [HAEC] MISSA CELEBRETVR IN SUMO [SUMMO] ALTARI ECCLESIE [ECCLESIAE] CATHEDRALIS YSDEM CEREMONYS QVIBVS TRIPLICIA FESTA IN EADEM ECCLESIA CELEBRARI SOLENT EXCEPTO OFFERTORIO

MISSA HEC [HAEC] CELEBRABITVR AD SEPTIMAM HORAM A PRIMA DIE IOVIS POST FESTVM PVRIFICONIS [PVRIFICATIONIS] VSQ [VSQUE] AD DIEM PRIMVM IOVIS MENSIS DECEBRIS [DECEMBRIS] RELIQVO TRE [TEMPORE?] AD DIMIDIVM OCYAVE [OCTAVAE] HORE [HORAE] PRIVS TAMEN PVLSABITVR CAMPANAM SALVATOR AD QVARTAM HORE [ HORAE] PARTEM

SVFFRAGANEUS TRAIECT[ENSIS] MISSAM HANC CELEBRABIT ET EO ABSENTE VEL IMPEDITO CANONIC9 [CANONICVS] ALIQVIS EIVSDEM ECCLESIE [ECCLESIAE]  PRENDATVS [PREBENDATVS]

DIACONVS SVBDIACONVS PROVISORES ALLA [ALLELVIA] VEL TRACTU [TRACTUM] QANTATES [CANTANTES] SIMILITER ERVT [ERVNT]  CANONICI PRENDATI [PREBENDATI] EIVSDEM ECCLESIE [ECCLESIAE]  CELEBRATVRVS HAC [HANC] MISSA [MISSAM] IDVTVS [INDVTVS] VESTIB9 [VESTIBVS] SACERDOTALIB9 [SACERDOTALIBVS] DEFERET EX SACRARIO VENERABILE SACRAMETV [SACRAMENTVM]  VSQ [VSQVE] AD SVMV [SVMMVM] ALTARE QVO CU [CVM] PVENERIT [PERVENERIT] CHOR9 [CHORVS] CATABIT [CANTABIT] O SALVTARIS HOSTIA Q [QUAE] CELI [CAELI] PANDIS OSTIV [ OSTIVM] BELLA PMVNT [PREMVNT] HOSTILIA DA ROBUR FER AVXILIVM

ABSOLVTA MISSA SACERDOS DABIT BNDICTIONE [BENEDICTIONEM] CV [CVM] VENERABILE SACRAMETO [SACRAMENTO] CHORO ITERI [INTERIM] CATATE [CANTANTE] C DEFENSOR NOSTER ASPICE INSIDIANTES REPRIME CONSERVA TVOS FAMVLOS QVOS SANGVUINE MERCATVS ES. POST DATA [DATAM] BNDICTIONE [BENEDICTIONEM] CV [ CVM] VENERABILI SACRAMETO [SACRAMENTO]  CHOR9 [CHORVS] ALTA VOCE LEGET PSA<L>MV [PSALMVM] 145 LAVDA AIA [ANIMA] MEA DNM [DOMINVM] LAVDABO DNM [DOMINVM] I [IN] VITA QVO FINITO IPSE SACERDOS AD ALTARE STANS LEGET INTENSA VOCE SALVVM FAC SERVV [SERVVM] TVV [TVVM] CHORO RESPODETE [RESPONDENTE] DE9 [DEVS] ME9 [MEVS] SPERANTE [SPERANTEM] I [IN] TE SACERDOS RVRSVS MITTE ILLI AVXILIV [AVXILIVM] DE SANCTO CHOR9 [CHORVS] ET DE SION TVERI EV [EVM] SACERDOS DNE [DOMINE] EXAVDI ORONE [ORATIONEM] CHORVS ET CLAMOR ME9 [MEVS] AD TE VENIAT. SACERDOS DNS [DOMINVS] VOBISCV [VOBISCVM] OREM9 [OREMVS] DEVS ONIV [OMNIVM] FIDELIV [FIDELIVM] PASTOR ET RECTOR FAMVLV  [FAMVLV] TVV [TVVM] GEORGIV [GEORGIVM] QVE [QVEM] PASTORE [PASTOREM] ECCLESIE [ECCLESIAE] TVE [TVAE] PESSE [PROESSE?] VOLVISTI PROPITIVS RESPICE DA EI QSVM9 [QUAESVMVS] VERBO ET EXEMPLO QVIB9 [QVIBVS] PEST [POTEST] PROFICERE VT AD VITA [VITAM] CV [CVM] GREGE SIBI CREDITO PVENIAT [PERVENIAT] SEMPITERNA [SEMPITERNAM] P [PER] DNM [DOMINVM] C ME VITA DEFVNCTO CHORO [LEES : CHORVS] LOCO PDICTI [PRAEDICTI] PSALMI LEGET PSALMV [PSALMVM] 50 MISERERE MEI DEVS CV [CVM] CLAVSVLA REQVIE [REQVIEM] ETERNA [AETERNAM] CV [CVM] VERSICVLIS PRO DEFVCTIS [DEFVNCTIS] LEGI SOLITIS CV [CVM] OROE [ORATIONE] SEQVETI [SEQVENTI] DA QSVM9 [QVAESVMVS] DNE [DOMINE] VT ANIMA [ANIMAM] FAMVLI TVI GEORGY ATISTITIS [ANTISTITIS] QVA [QVAM] DE SECVLI EDVXISTI LABORIOSO CERTAMINE SACTORV [SANCTORVM] TVORV [TVORVM] CETVU TRIBVAS ESSE CONSORTEM PER DNM [DOMINVM]

PRO HAC MISSA PPETVA [PERPETVA] SINGVLIS PRIMIS FERYS QVITIS [QVIETIS] CVIVSLIBET MENSIS ANI [ANNI] DECATADA [DECANTANDA] EGO FVNDO DO ET ORDINO REDDITV [REDDITVM] CENTV [CENTVM] ET QVADRAGINTA FLORENORV [FLORENORVM] CAROLEORV [CAROLEORVM] QVI IN DVODECI [DVODECIM] MESES [MENSES] DIVISI COSTITVVT [CONSTITVVNT]  PRO QVOLIBET MESE [MENSE] FLORENOS VNDECIM TREDECIM STVFEROS ET PAVLO APLI9

[AMPLIVS] QVOS SIGVLIS [SINGVLIS] MESIB9 [MENSIBVS] DV [DVM] MISSA HEC [HAEC] CATABITVR [CANTABITVR] VOLO AD HVC [HVNC] MODV [MODVM] DISTRIBVI

II

EPISCOP9 [EPISCOPVS] TRAIECTENSIS XX ST -

SVFFRAGANEVS TRAIECTESIS X ST -                             

DIACONVS ET SVBDIACONVS SIGVLI [SINGVLI] II ST IIII

PROVISORES DVO SIGVLI [SINGVLI] II ST IIII

CABTATES [CANTANTES] ALLA [ALLELUIA] VEL TRACTV [TRACTVM] SIGVLI [SINGVLI] I ST -

MINISTRI ALTARIS DVO SIGVLI [SINGVLI] I ST II

DVO SACRISTE [SACRISTAE] SIGVLI [SINGVLI] II ST IIII

THESAVRARIVS PRO CEREIS XXX ST -

CAPELLANVS SVFFRAGANEI  II ST -

CANONICVS CELEBRANS IN ABSENTIA SVFFRAGANEI IIII ST -

DVO DISTRIBVTORES PSETIARV [PRAESENTIARVM] I5 ST III

SVCCENTORES QVATVOR SIGVLI [SINGVLI] I ST IIII

RECTOR SCHOLARIV [SCHOLARIVS] I ST -

SEDECIM CHORALES SIGVLI [SINGVLI] 5 ST VIII

SEX VIRGIFERI SIGVLI [SINGVLI] I ST VI

ORGANISTA III ST -

CALCANS FOLLES II ST -

CAMPANARI9 [CAMPANARIVS] PRO PVLSATIONE CAMPANE [CAMPANAE] VI ST -

QVOD PDICTIS [PRAEDICTIS] DISTRIBVTIONIBVS SVPERERIT DIVIDETVR I [IN] TRES PTES [PARTES] QRV [QVARVM] DVE [DVAE] CEDET [CEDENT] PLATIS [PRAELATIS] ET CANONICIS EQLITER [AEQVALITER] ITER [INTER] SE DIVIDEDE [DIVIDENDAE] SALVO QVOD ARCHIDIACON9 [ARCHIDIACONVS] DECAN9 [DECANVS] ARCHISVBDIACON9 [ARCHISVBDIACONVS] HABEBVNT DVPLICE [DVPLICEM] PORTIONE [PORTIONEM] TERCIA [TERTIA] PARS CEDET VICARYS EQVALITER ITER [INTER] EOS DIVIDEDA [DIVIDENDA]

PSENTES [PRAESENTES] PLATI [PRAELATI] ET CANONICI ABSENTIV [ABSENTIVM] PLATORV [PRAELATORVM] ET CANONICORVM PECVNIA [PECVNIAM] EQVALITER INTER SE DIVIDENT

ABSETIV [ABSENTIVM] VICARIORV [VICARIORVM] PNTIA [PRAESENTIAM] ITER [INTER] SE RELIQVI VICARY DIVIDET [DIVIDENT] ITA FIET ET SIMILI MODO DE SVCCETORIB9 [SVCCENTORIBVS] DE VIRGIFERIS ET CHORALIB9 [ CHORALIBVS ABSENTIBVS QRV [QVORVM] PNTIAS [PRAESENTIAS] RELIQVI PNTES [PRAESENTES] INTER SE DISTRIBVENT. SI EPS [EPISCOPVS] TRAIECT [TRAIECTENSIS] NO [NON] FVERIT PNS [PRAESENS] I [IN] PDICTE [PRAEDICTAE] MISSE [MISSAE] OFFICIO VOLO VT PNTIA [PRAESENTIA] EPI [EPISCOPI] DISTRIBUATVR ITER [INTER] VICARIOS VT EO FERVETI9 [FERVENTIVS] ORET [ORENT] PRO ABSETE [ABSENTE] EPO [EPISCOPO] SVO VOLO QVOD NEMO EIVSDE [EIVSDEM] ECCLIE [ECCLESIAE] PARTICEPS ERIT HARV [HARVM] PDICTARV [PRAEDICTARVM] DISTRIBVTIONVM QCVQ3 [QVACVMQVE] TENEATVR NECESSITATE NISI FVERIT CV [CVM] RELIGIOE [RELIGIONE] I [IN] CHORO MAIORI PRIVSQ3 PRIVSQVAM] CHORVS ICIPIAT [INCIPIAT] O SALVTARIS HOSTIA IBIQVE TANTISPER MANEAT ABSQVE EGRESSV ALIQVO DONEC ABSOLVTA PRO EPO [EPISCOPO] VIVETE [VIVENTE] VEL MORTVO VLTIMA COLLECTA SACERDOS QVI CELEBRAVIT ABEAT IN SACRARIVM

CAPLM [CAPELLANVM] MAIORIS ECCLIE [ECCLESIAE] TRAIECT [TRAIECTENSIS] ACCEPTA PECVNIA A ME AVT A TESTIMETI [TESTIMENTI] MEI EXECVTORIB9 [EXECVTORIBVS] PRO MISSE [MISSAE] SVPRADICTE [SVPRADICTAE] PPETVA [PERPETVA] OBSERVATIONE TENEBITVR DARE LITTERAS SIGILLATAS CONSVETO SIGILLO CAPLI [CAPELLANI] QVOD NVQVE [...] REDIMIBILES ERVT [ERVNT] HMOI [...] REDDITVS AD HOC EMPTI QVARV [QVARVM] LITERARV [LITERARVM] COPIA AVTHETICA [AVTHENTICA] ERIT APVD ME ET IPSE [IPSAE] LITERE [LITTERAE] SIGILLATE [SIGILLATAE] TRADENTVR CVSTODIE [CVSTODIAE] MAGISTRAT9 [MAGISTRATVS] TRAIECT [TRAIECTENSIS] REPONEDE [REPONENDAE] I [IN] ARCHIVIS CIVITATIS VT CASV QVOCQVOD DEVS AVERTAT ISTA PIA INSTITVTIO NO [NON] DEBITE OBSERVETVR AVT ITERMITTATVR [INTERMITTATVR] ONINO [OMNINO] TV [TVM] MAGISTRAT9 [MAGISTRATVS] CIVITATIS TRAIECT [TRAIECTENSIS] COVERTET [CONVERTET] REDDIT9 [REDDITVS] ANVOS [ANNVOS] PDICTOS [PRAEDICTOS] I [IN] VSV [VSVM] ET SVSTETATIONE [SVSTENTATIONEM] COMVNIV [COMMVNIVM] PAVPERV [PAVPERVM] PVPILLORV [PVPILLORVM] INTERI [INTERIM] DU [DVM] ANTE MEMORATA [MEMORATAM] SVMA [SVMMAM] REDDITV N CELEBRABITUR MISSA CVRABO DISTRIBVTIONE [DISTRIBVTIONEM] P [PER] MEVM VICARIV [VICARIVM] GENERALEM FIERI ET SI TESTAMETO [TESTAMENTO LEGAVERO HEC [HAEC] VOLO IRREFRAGABILITER NICHILOMINVS SVV [SVVM] DEBITV [DEBITVM] SICVT PDICTU [PRAEDICTVM] EST SORTIRI EFFECTV [EFFECTVM] HAC [HANC] MEA [MEAM] FVNDATIONE [FVNDATIONEM]

CENOTAAF VAN JORIS VAN EGMOND, BISSCHOP VAN UTRECHT, GESTORVEN IN 1559. DEZE CENOTAAF BEVINDT ZICH IN DE DOM VAN UTRECHT, IN HET ZUIDOOSTELIJKE GEDEELTE VAN DE KOOROMGANG. HET IS OPGENOMEN IN DE AFSCHEIDING VAN KOOR EN KOOROMGANG. HET HEEFT DE VORM VAN EEN ROMEINSE TRIOMFBOOG EN IS VERSIERD MET TYPISCHE RENAISSANCEDECORATIE (SATYRS EN BLOEMMOTIEVEN). MET NAME AAN DE BINNENZIJDE VAN DE BOOG ZIJN TALRIJKE WAPENS AANGEBRACHT. AAN DE BINNENZIJDEN VAN DE ZIJWANDEN BEVINDT ZICH ONDERSTAANDE TEKST. HET BETREFT EEN FUNDATIEBRIEF MET BETREKKING TOT MISSEN DIE VOOR HET ZIELEHEIL VAN  BISSCHOP JORIS GEZONGEN MOESTEN WORDEN.

I

FVNDATIO REVERENDISSIMI DOMINI GEORGY  DEGMONT EPISCOPI  TRAIECT  GEORGIVS DEGMONDT MISERATIONE ET GRATIA DEI OIPOTETIS [OMNIPOTENTIS] EPUS [EPISCOPUS] TRAIECT[ENSIS] IN HONORE[M] TER SACTE [SANCTAE] SVPERBVDICTE [SUPERBUMDICTAE] ET OI [OMNI] CREATURAE VENERANDE [VENERANDAE] EVCHARISTIE [EUCHARISTIAE] FVNDO IN ECCLESIA CATHEDRALI TRAIECT[ENSI] MISSAM PPETVA [PERPETVAM] SINGVLIS PRIMIS FERYS QUITIS [QUIETIS] CVIVSLIBET MENSIS ANI [ANNI] CELEBRANDA [CELEBRANDAM] AD AIE [ANIMAE] MEE [MEAE] SALUTE [SALUTEM] ET DEVOTIOIS [DEVOTIONIS] FELI [FELICI?] FIDELIS ICREMETV [INCREMENTVM] HIS CODITIOB9 [CONDITIONIBVS] SEQUETIB9 [SEQUENTIBVS] IN PRIMIS VOLO QUOD HEC [HAEC] MISSA CELEBRETVR IN SUMO [SUMMO] ALTARI ECCLESIE [ECCLESIAE] CATHEDRALIS YSDEM CEREMONYS QVIBVS TRIPLICIA FESTA IN EADEM ECCLESIA CELEBRARI SOLENT EXCEPTO OFFERTORIO

MISSA HEC [HAEC] CELEBRABITVR AD SEPTIMAM HORAM A PRIMA DIE IOVIS POST FESTVM PVRIFICONIS [PVRIFICATIONIS] VSQ [VSQUE] AD DIEM PRIMVM IOVIS MENSIS DECEBRIS [DECEMBRIS] RELIQVO TRE [TEMPORE?] AD DIMIDIVM OCYAVE [OCTAVAE] HORE [HORAE] PRIVS TAMEN PVLSABITVR CAMPANAM SALVATOR AD QVARTAM HORE [ HORAE] PARTEM

SVFFRAGANEUS TRAIECT[ENSIS] MISSAM HANC CELEBRABIT ET EO ABSENTE VEL IMPEDITO CANONIC9 [CANONICVS] ALIQVIS EIVSDEM ECCLESIE [ECCLESIAE]  PRENDATVS [PREBENDATVS]

DIACONVS SVBDIACONVS PROVISORES ALLA [ALLELVIA] VEL TRACTU [TRACTUM] QANTATES [CANTANTES] SIMILITER ERVT [ERVNT]  CANONICI PRENDATI [PREBENDATI] EIVSDEM ECCLESIE [ECCLESIAE]  CELEBRATVRVS HAC [HANC] MISSA [MISSAM] IDVTVS [INDVTVS] VESTIB9 [VESTIBVS] SACERDOTALIB9 [SACERDOTALIBVS] DEFERET EX SACRARIO VENERABILE SACRAMETV [SACRAMENTVM]  VSQ [VSQVE] AD SVMV [SVMMVM] ALTARE QVO CU [CVM] PVENERIT [PERVENERIT] CHOR9 [CHORVS] CATABIT [CANTABIT] O SALVTARIS HOSTIA Q [QUAE] CELI [CAELI] PANDIS OSTIV [ OSTIVM] BELLA PMVNT [PREMVNT] HOSTILIA DA ROBUR FER AVXILIVM

ABSOLVTA MISSA SACERDOS DABIT BNDICTIONE [BENEDICTIONEM] CV [CVM] VENERABILE SACRAMETO [SACRAMENTO] CHORO ITERI [INTERIM] CATATE [CANTANTE] C DEFENSOR NOSTER ASPICE INSIDIANTES REPRIME CONSERVA TVOS FAMVLOS QVOS SANGVUINE MERCATVS ES. POST DATA [DATAM] BNDICTIONE [BENEDICTIONEM] CV [ CVM] VENERABILI SACRAMETO [SACRAMENTO]  CHOR9 [CHORVS] ALTA VOCE LEGET PSA<L>MV [PSALMVM] 145 LAVDA AIA [ANIMA] MEA DNM [DOMINVM] LAVDABO DNM [DOMINVM] I [IN] VITA QVO FINITO IPSE SACERDOS AD ALTARE STANS LEGET INTENSA VOCE SALVVM FAC SERVV [SERVVM] TVV [TVVM] CHORO RESPODETE [RESPONDENTE] DE9 [DEVS] ME9 [MEVS] SPERANTE [SPERANTEM] I [IN] TE SACERDOS RVRSVS MITTE ILLI AVXILIV [AVXILIVM] DE SANCTO CHOR9 [CHORVS] ET DE SION TVERI EV [EVM] SACERDOS DNE [DOMINE] EXAVDI ORONE [ORATIONEM] CHORVS ET CLAMOR ME9 [MEVS] AD TE VENIAT. SACERDOS DNS [DOMINVS] VOBISCV [VOBISCVM] OREM9 [OREMVS] DEVS ONIV [OMNIVM] FIDELIV [FIDELIVM] PASTOR ET RECTOR FAMVLV  [FAMVLV] TVV [TVVM] GEORGIV [GEORGIVM] QVE [QVEM] PASTORE [PASTOREM] ECCLESIE [ECCLESIAE] TVE [TVAE] PESSE [PROESSE?] VOLVISTI PROPITIVS RESPICE DA EI QSVM9 [QUAESVMVS] VERBO ET EXEMPLO QVIB9 [QVIBVS] PEST [POTEST] PROFICERE VT AD VITA [VITAM] CV [CVM] GREGE SIBI CREDITO PVENIAT [PERVENIAT] SEMPITERNA [SEMPITERNAM] P [PER] DNM [DOMINVM] C ME VITA DEFVNCTO CHORO [LEES : CHORVS] LOCO PDICTI [PRAEDICTI] PSALMI LEGET PSALMV [PSALMVM] 50 MISERERE MEI DEVS CV [CVM] CLAVSVLA REQVIE [REQVIEM] ETERNA [AETERNAM] CV [CVM] VERSICVLIS PRO DEFVCTIS [DEFVNCTIS] LEGI SOLITIS CV [CVM] OROE [ORATIONE] SEQVETI [SEQVENTI] DA QSVM9 [QVAESVMVS] DNE [DOMINE] VT ANIMA [ANIMAM] FAMVLI TVI GEORGY ATISTITIS [ANTISTITIS] QVA [QVAM] DE SECVLI EDVXISTI LABORIOSO CERTAMINE SACTORV [SANCTORVM] TVORV [TVORVM] CETVU TRIBVAS ESSE CONSORTEM PER DNM [DOMINVM]

PRO HAC MISSA PPETVA [PERPETVA] SINGVLIS PRIMIS FERYS QVITIS [QVIETIS] CVIVSLIBET MENSIS ANI [ANNI] DECATADA [DECANTANDA] EGO FVNDO DO ET ORDINO REDDITV [REDDITVM] CENTV [CENTVM] ET QVADRAGINTA FLORENORV [FLORENORVM] CAROLEORV [CAROLEORVM] QVI IN DVODECI [DVODECIM] MESES [MENSES] DIVISI COSTITVVT [CONSTITVVNT]  PRO QVOLIBET MESE [MENSE] FLORENOS VNDECIM TREDECIM STVFEROS ET PAVLO APLI9

[AMPLIVS] QVOS SIGVLIS [SINGVLIS] MESIB9 [MENSIBVS] DV [DVM] MISSA HEC [HAEC] CATABITVR [CANTABITVR] VOLO AD HVC [HVNC] MODV [MODVM] DISTRIBVI

II

EPISCOP9 [EPISCOPVS] TRAIECTENSIS XX ST -

SVFFRAGANEVS TRAIECTESIS X ST -                              

DIACONVS ET SVBDIACONVS SIGVLI [SINGVLI] II ST IIII

PROVISORES DVO SIGVLI [SINGVLI] II ST IIII

CABTATES [CANTANTES] ALLA [ALLELUIA] VEL TRACTV [TRACTVM] SIGVLI [SINGVLI] I ST -

MINISTRI ALTARIS DVO SIGVLI [SINGVLI] I ST II

DVO SACRISTE [SACRISTAE] SIGVLI [SINGVLI] II ST IIII

THESAVRARIVS PRO CEREIS XXX ST -

CAPELLANVS SVFFRAGANEI  II ST -

CANONICVS CELEBRANS IN ABSENTIA SVFFRAGANEI IIII ST -

DVO DISTRIBVTORES PSETIARV [PRAESENTIARVM] I5 ST III

SVCCENTORES QVATVOR SIGVLI [SINGVLI] I ST IIII

RECTOR SCHOLARIV [SCHOLARIVS] I ST -

SEDECIM CHORALES SIGVLI [SINGVLI] 5 ST VIII

SEX VIRGIFERI SIGVLI [SINGVLI] I ST VI

ORGANISTA III ST -

CALCANS FOLLES II ST -

CAMPANARI9 [CAMPANARIVS] PRO PVLSATIONE CAMPANE [CAMPANAE] VI ST -

QVOD PDICTIS [PRAEDICTIS] DISTRIBVTIONIBVS SVPERERIT DIVIDETVR I [IN] TRES PTES [PARTES] QRV [QVARVM] DVE [DVAE] CEDET [CEDENT] PLATIS [PRAELATIS] ET CANONICIS EQLITER [AEQVALITER] ITER [INTER] SE DIVIDEDE [DIVIDENDAE] SALVO QVOD ARCHIDIACON9 [ARCHIDIACONVS] DECAN9 [DECANVS] ARCHISVBDIACON9 [ARCHISVBDIACONVS] HABEBVNT DVPLICE [DVPLICEM] PORTIONE [PORTIONEM] TERCIA [TERTIA] PARS CEDET VICARYS EQVALITER ITER [INTER] EOS DIVIDEDA [DIVIDENDA]

PSENTES [PRAESENTES] PLATI [PRAELATI] ET CANONICI ABSENTIV [ABSENTIVM] PLATORV [PRAELATORVM] ET CANONICORVM PECVNIA [PECVNIAM] EQVALITER INTER SE DIVIDENT

ABSETIV [ABSENTIVM] VICARIORV [VICARIORVM] PNTIA [PRAESENTIAM] ITER [INTER] SE RELIQVI VICARY DIVIDET [DIVIDENT] ITA FIET ET SIMILI MODO DE SVCCETORIB9 [SVCCENTORIBVS] DE VIRGIFERIS ET CHORALIB9 [ CHORALIBVS ABSENTIBVS QRV [QVORVM] PNTIAS [PRAESENTIAS] RELIQVI PNTES [PRAESENTES] INTER SE DISTRIBVENT. SI EPS [EPISCOPVS] TRAIECT [TRAIECTENSIS] NO [NON] FVERIT PNS [PRAESENS] I [IN] PDICTE [PRAEDICTAE] MISSE [MISSAE] OFFICIO VOLO VT PNTIA [PRAESENTIA] EPI [EPISCOPI] DISTRIBUATVR ITER [INTER] VICARIOS VT EO FERVETI9 [FERVENTIVS] ORET [ORENT] PRO ABSETE [ABSENTE] EPO [EPISCOPO] SVO VOLO QVOD NEMO EIVSDE [EIVSDEM] ECCLIE [ECCLESIAE] PARTICEPS ERIT HARV [HARVM] PDICTARV [PRAEDICTARVM] DISTRIBVTIONVM QCVQ3 [QVACVMQVE] TENEATVR NECESSITATE NISI FVERIT CV [CVM] RELIGIOE [RELIGIONE] I [IN] CHORO MAIORI PRIVSQ3 PRIVSQVAM] CHORVS ICIPIAT [INCIPIAT] O SALVTARIS HOSTIA IBIQVE TANTISPER MANEAT ABSQVE EGRESSV ALIQVO DONEC ABSOLVTA PRO EPO [EPISCOPO] VIVETE [VIVENTE] VEL MORTVO VLTIMA COLLECTA SACERDOS QVI CELEBRAVIT ABEAT IN SACRARIVM

CAPLM [CAPELLANVM] MAIORIS ECCLIE [ECCLESIAE] TRAIECT [TRAIECTENSIS] ACCEPTA PECVNIA A ME AVT A TESTIMETI [TESTIMENTI] MEI EXECVTORIB9 [EXECVTORIBVS] PRO MISSE [MISSAE] SVPRADICTE [SVPRADICTAE] PPETVA [PERPETVA] OBSERVATIONE TENEBITVR DARE LITTERAS SIGILLATAS CONSVETO SIGILLO CAPLI [CAPELLANI] QVOD NVQVE [...] REDIMIBILES ERVT [ERVNT] HMOI [...] REDDITVS AD HOC EMPTI QVARV [QVARVM] LITERARV [LITERARVM] COPIA AVTHETICA [AVTHENTICA] ERIT APVD ME ET IPSE [IPSAE] LITERE [LITTERAE] SIGILLATE [SIGILLATAE] TRADENTVR CVSTODIE [CVSTODIAE] MAGISTRAT9 [MAGISTRATVS] TRAIECT [TRAIECTENSIS] REPONEDE [REPONENDAE] I [IN] ARCHIVIS CIVITATIS VT CASV QVOCQVOD DEVS AVERTAT ISTA PIA INSTITVTIO NO [NON] DEBITE OBSERVETVR AVT ITERMITTATVR [INTERMITTATVR] ONINO [OMNINO] TV [TVM] MAGISTRAT9 [MAGISTRATVS] CIVITATIS TRAIECT [TRAIECTENSIS] COVERTET [CONVERTET] REDDIT9 [REDDITVS] ANVOS [ANNVOS] PDICTOS [PRAEDICTOS] I [IN] VSV [VSVM] ET SVSTETATIONE [SVSTENTATIONEM] COMVNIV [COMMVNIVM] PAVPERV [PAVPERVM] PVPILLORV [PVPILLORVM] INTERI [INTERIM] DU [DVM] ANTE MEMORATA [MEMORATAM] SVMA [SVMMAM] REDDITV N CELEBRABITUR MISSA CVRABO DISTRIBVTIONE [DISTRIBVTIONEM] P [PER] MEVM VICARIV [VICARIVM] GENERALEM FIERI ET SI TESTAMETO [TESTAMENTO LEGAVERO HEC [HAEC] VOLO IRREFRAGABILITER NICHILOMINVS SVV [SVVM] DEBITV [DEBITVM] SICVT PDICTU [PRAEDICTVM] EST SORTIRI EFFECTV [EFFECTVM] HAC [HANC] MEA [MEAM] FVNDATIONE [FVNDATIONEM]

vertaling :

I

FUNDATIE VAN DE ZEER EERBIEDWAARDIGE HEER GEORGIUS VAN EGMONT, BISSCHOP VAN UTRECHT

IK, GEORGIUS VAN EGMONDT BIJ DE BARMHARTIGHEID EN GRATIE VAN DE ALMACHTIGE GOD BISSCHOP VAN UTRECHT,  STICHT TER ERE VAN DE DRIEMAAL HEILIGE, HOOGVERHEVEN EN VOOR DE GEHELE SCHEPPING VERERENSWAARDIGE EUCHARISTIE IN DE CATHEDRALE KERK VAN UTRECHT EEN MIS DIE TOT IN LENGTE VAN JAREN OP TELKENS DE EERSTE RUSTDAG VAN ELKE MAAND VAN HET JAAR GEVIERD MOET WORDEN TOT HEIL VAN MIJN ZIEL EN VOORSPOEDIGE VERSTERKING VAN DE DEVOTIE DER GELOVIGEN ONDER DEZE VOLGENDE VOORWAARDEN :

ALLEREERST WIL IK DAT DEZE MIS WORDT GEVIERD BIJ HET HOOFDALTAAR VAN DE CATHEDRALE KERK MET DEZELFDE CEREMONIËN WAARMEDE DE DRIEVOUDIGE FEESTEN IN DEZELFDE KERK GEVIERD PLEGEN TE WORDEN, HET OFFERTORIUM UITGEZONDERD.

DEZE MIS ZAL WORDEN GEVIERD OP HET ZEVENDE UUR VANAF DE EERSTE DAG VAN IUPPITER (DONDERDAG) NA HET FEEST VAN DE REINIGING (NL. VAN MARIA, 8 JANUARI) TOT DE EERSTE DAG VAN IUPPITER VAN DE MAAND DECEMBER IN DE OVERIGE TIJD [?] OP DE HELFT VAN HET ACHTSTE UUR. EERST ZAL ECHTER DE SALVATOR-KLOK WORDEN GELUID OP HET KWARTIER VAN HET UUR

DE SUFFRAGANEUS [.....] VAN UTRECHT ZAL DEZE MIS CELEBREREN EN WANNEER DEZE AFWEZIG OF VERHINDERD IS EEN KANUNNIK VAN DEZELFDE KERK DIE EEN PREBENDE GENIET

DE DIAKEN, SUBDIAKEN, DE PROVISORES EN DEGENEN DIE HET ALLELUIA OF DE TRACTUS ZINGEN, ZULLEN OP GELIJKE WIJZE GEPREBENDEERDE KANUNNIKEN VAN DEZELFDE KERK ZIJN.  DEGENE DIE DEZE MIS GAAT CELEBREREN MOET, GEKLEED IN PRIESTERLIJK GEWAAD, UIT DE SACRISTIE HET VERERENSWAARDIG SACRAMENT TOT AAN HET HOOFDALTAAR BRENGEN. WANNEER HIJ DAAR IS AANGEKOMEN ZAL HET KOOR ALS ZANG AANHEFFEN : " O SALUTARIS HOSTIA [ O HEILZAME HOSTIE] GIJ DIE DE POORT DES HEMELS OPENT. VIJANDIGE OORLOGEN ZETTEN ONS ONDER DRUK. GEEF KRACHT EN BRENG HULP".

WANNEER DE MIS IS BEËINDIGD ZAL DE PRIESTER DE ZEGEN GEVEN MET HET VERERENSWAARDIG SACRAMENT TERWIJL HET KOOR ONDERTUSSEN ZINGT : " ONZE BESCHERMER, ZIE ONS AAN EN ONDERDRUK DEGENEN DIE VOOR ONS EEN HINDERLAAG LEGGEN. BEWAAR UW DIENAREN DIE GIJ MET UW BLOED HEBT VRIJGEKOCHT. NADAT DE ZEGEN MET HET VERERENSWAARDIG SACRAMENT IS GEGEVEN ZAL HET KOOR MET LUIDE STEM PSALM 145 LEZEN : "PRIJS, MIJN ZIEL, DE HEER. IK ZAL DE HEER PRIJZEN IN MIJN LEVEN". NADAT DIT BEËINDIGD IS, ZAL DE PRIESTER STAANDE BIJ HET ALTAAR MET LUIDER STEMME ZEGGEN "MAAK UW SLAAF BEHOUDEN". HET KOOR ANTWOORDT DAAROP : "MIJN GOD,  IK HOOP OP U".  DE PRIESTER OP ZIJN BEURT : "ZEND HEM HULP UIT HET HEILIGE" EN HET KOOR :"EN BESCHERM HEM VANUIT SION". DE PRIESTER  [ZAL ZEGGEN] : "HEER, VERHOOR MIJN GEBED". HET KOOR : "EN MOGE MIJN GESCHREEUW TOT U KOMEN".  DE PRIESTER : "DE HEER ZIJ MET U, LATEN WIJ BIDDEN. GOD, HERDER EN LEIDSMAN VAN ALLE GELOVIGEN, RICHT WELWILLEND UW BLIK OP UW DIENAAR GEORGIUS DIE GE  ALS  HERDER AAN HET HOOFD HEBT WILLEN LATEN STAAN VAN UW KERK EN GEEF HEM, ZO VRAGEN WIJ U, EEN WOORD EN EEN VOORBEELD WAARMEE HIJ KAN BEREIKEN DAT HIJ SAMEN MET DE HEM TOEVERTROUWDE KUDDE DOOR DE HERE AANKOMT IN HET EEUWIGE LEVEN". WANNEER IK HEENGEGAAN BEN UIT HET LEVEN ZAL HET KOOR OP DE PLAATS VAN DE EERDER VERMELD PSALM PSALM 50 ZEGGEN :"GOD, HEB MEDELIJDEN MET MIJ"  MET DE CLAUSULA "EEUWIGE RUST" MET DE VERZEN DIE GELEZEN PLEGEN TE WORDEN VOOR DE OVERLEDENEN MET HET VOLGENDE GEBED : "GEEF, HEER, ZO VRAGEN WIJ U, DAT GIJ HET VERGUNT DAT DE ZIEL VAN UW DIENAAR BISSCHOP GEORGIUS DIE GIJ HEBT UITGELEID UIT DE MOEITEVOLLE STRIJD VAN DEZE WERELD DOOR DE HEER DEELGENOOT MOGE ZIJN VAN DE GEMEENSCHAP VAN UW HEILIGEN.

VOOR HET TOT IN LENGTE VAN JAREN ZINGEN VAN DEZE MIS OP TELKENS DE EERSTE RUSTDAG VAN ELKE MAAND VAN HET JAAR STICHT, GEEF EN BESTEM IK EEN BEDRAG VAN 140 KAROLUSGULDENS DIE, VERDEELD OVER DE TWAALF MAANDEN VASTSTAAN, VOOR IEDERE MAAND 11 FLRIJNEN EN 13 STUIVERS EN EEN WEINIG MEER. IK WIL DAT DEZE ELKE MAAND, ZOLANG DEZE MIS WORDT GEZONGEN OP DE VOLGENDE WIJZE WORDEN VERDEELD :

II

DE BISSCHOP VAN UTRECHT 20 [GULDENS]

DE SUFFRAGANEUS VAN UTRECHT 10 GULDENS

DE DIAKEN EN SUBDIAKEN ELK 2 GULDENS EN 4 STUIVERS

TWEE PROVISORES ELK 2 GULDENS EN 4 STUIVERS

DE ZANGERS VAN ALLELUIA OF TRACTUS ELK 1 GULDEN

TWEE DIENAARS VAN HET ALTAAR 1 GULDEN EN 2 STUIVERS

TWEE SACRISTAE ELK 2 GULDENS EN 4 STUIVERS

DE BEHEERDER VAN DE SCHATKIST VOOR KAARSEN 30 GULDENS

DE KAPELAAN VAN DE SUFFRAGANEUS 2 GULDEN

DE KANUNNIK DIE IN AFWEZIGHEID VAN DE SUFFRAGANEUS CELEBREERT 4 GULDENS

TWEE VERDELERS VAN DE PRESENTIEGELDEN 1,5 [?] GULDEN EN 3 STUIVERS

4 ZANGERS ELK 1 GULDEN EN 4 STUIVERS

DE RECTOR VAN DE SCHOOL 1 GULDEN

12 KOORKNAPEN ELK 1/2 [?] GULDEN EN 8 STUIVERS

6 VIRGIFERI ELK 1 GULDEN EN 6 STUIVERS

DE ORGANIST 3 GULDEN

DE BALGENTRAPPER 2 GULDEN

DE KLOKKENLUIDER VOOR HET LUIDEN VAN DE KLOK 6 GULDEN

WAT ER VAN BOVENGENOEMDE VERDELINGEN OVER ZAL ZIJN ZAL IN DRIE DELEN WORDEN VERDEELD WAARVAN ER TWEE ZULLEN TOEKOMEN AAN PRELATEN EN KANUNNIKEN, GELIJK  ONDER ELKAAR TE VERDELEN, BEHALVE DAT DE AARTSDIAKEN, DE DEKEN EN DE AARTSSUBDIAKEN EEN DUBBELE PORTIE ZULLEN HEBBEN. eEN DERDE DEEL ZAL TOEVALLEN AAN DE VICARII, GELIJK ONDER ELKAAR TE VERDELEN.

DE AANWEZIGE PRELATEN EN KANUNNIKEN ZULLEN HET GELD VAN DE AFWEZIGE PRELATEN EN KANUNNIKEN GELIJKELIJK ONDER ELKAAR VERDELEN.

DE PRESENTIEGELDEN VAN DE AFWEZIGE VICARII ZULLEN DE OVERIGE VICARII ONDER ELKAAR VERDELEN. ZO ZAL HET OP SOORTGELIJKE MANIER GEBEUREN TEN AANZIEN VAN DE AFWEZIGE ZANGERS, DE VIRGIFERI, EN DE KOORZANGERS WIER PRESENTIEGELDEN DE OVERIGE AANWEZIGEN ONDER ELKAAR ZULLEN VERDELEN.  INDIEN DE UTRECHTSE BISSCHOP NIET AANWEZIG IS BIJ DE TAAK VAN VOORNOEMDE MISWIL IK DAT HET PRESENTIEGELD VAN DE BISSCHOP VERDEELD WORDT ONDER DE VICARII OPDAT ZE DES TE VURIGER BIDDEN IN PLAATS VAN DE AFWEZIGE BISSCHOP.  IK WIL DAT NIEMAND VAN DEZELFDE KERK DEEL ZAL KRIJGEN AAN DEZE VOORNOEMDE VERDELINGEN DOOR WELKE NOODZAAK DAN OOK HIJ WORDT VASTGEHOUDEN ALS HIJ NIET BIJ DE EREDIENST [?] IS GEWEEST IN HET GROTERE KOOR VOORDAT HET KOOR HET "O SALUTARIS HOSTIA" AANHEFT EN DAAR ZOLANG BLIJFT EN VAN EEN OF ANDERE UITGANG [?] TOTDAT DE PRIESTER DIE DE MIS HEEFT GECELEBREERD NADAT DE LAATSTE COLLECTA VOOR DE LEVENDE OF DODE BISSCHOP IS AFGEROND, WEGGAAT NAAR DE SACRISTIE.

DE KAPELAAN VAN DE GROTERE KERK VAN UTRECHT ZAL NA GELD VAN MIJ OF DE UITVIERDES VAN MIJN TESTAMENT VOOR DE EEUWIGDURENDE INACHTNEMING VAN BOVENGENOEMDE MIS ONTVANGEN TE HEBBEN, GEHOUDEN WORDEN  EEN BRIEF TE GEVEN , GEZEGELD MET HET GEWONE ZEGEL VAN DE KAPELAAN DAT DE UITGAVEN DIE MET HET OOG HIEROP ZIJN AANGEGAAN [?] NOOIT ONTBINDBAAR ZULLEN  ZIJN [....] . VAN DEZE BRIEF ZAL EEN AUTHENTIEK EXEMPLAAR BIJ MIJ BERUSTEN EN DE BRIEF ZELF ZAL, VAN ZEGEL VOORZIEN,  OVERHANDIGD WORDEN AAN HET TOEZICHT VAN DE MAGISTRAAT VAN UTRECHT EN GEDEPONEERD WORDEN IN HET STADSARCHIEF OPDAT WANNEER BIJ GEVAL - WAT GOD MOGE VERHOEDEN - DEZE VROME INSTELLING NIET NAAR BEHOREN IN ACHT WORDT GENOMEN OF GEHEEL EN AL WORDT ONDERBROKEN, DE MAGISTRAAT VAN DE STAD UTRECHT DAN DE GENOEMDE JAARLIJKSE BEDRAGEN AANWENDT TOT GEBRUIK EN ONDERSTEUNING VAN DE KLEINE ARMEN VAN DE GEMEENSCHAP, ONDERTUSSEN TERWIJL MET HET TERVOREN VERMELDE TOTAAL VAN DE BIJDRAGE DE MIS ZAL WORDEN GECELEBREERD ZAL IK ERVOOR ZORGEN DAT DE VERDELING DOOR MIJN VICARIUS ALGEMEEN PLAATSVINDT EN ALS IK DIT BIJ TESTAMENT HEB GELEGATEERD WIL IK DAT HET VERSCHULDIGDE BEDRAG ZOALS HIERVOOR GENOEMD, NIETTEMIN ONONDERBROKEN WORDT BESTEED OM DEZE FUNDATIE VAN MIJ MOGELIJK TE MAKEN.

MOTTO VAN DE BRANDWEER TE KAMPEN

  NIL VIGILIBUS ARDUUM

nil = nihil   vigil, vigilis : waakzaam  arduus : zwaar, moeilijk

BOVEN DE INGANG VAN DE VOORMALIGE LATIJNSE SCHOOL TE KAMPEN

SEMINARIUM ECCLESIAE AC REIPUBLICAE

COGNITIO LINGUARUM CLAVIS SCIENTIAE

RUIT HORA

cognitio, cognitionis : kennis  lingua : taal    clavis, clavis : sleutel   scientia : wetenschap    ruere : voortsnellen   hora : uur, tijd

BOVEN MARKTHAL IN DEVENTER

 FIDE SED CUI VIDE

fidere [met dativus] vertrouwen op   sed : maar   cui : op wie   videre : zien, oppassen

MEMORIEPLAAT IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN:

D.O.M.

MEMORIAE

MARGARETAE DE MEURS QUE HANC

ECCLESIAM ET PAUPERES BONORUM

HAEREDES INSTITUIT

d.o.m. : deo optimo maximo : aan de allerhoogste God   que = quae   haeres, haeredis : erfgenaam


MEMORIEPLAAT IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

D.O.M.

SUSANNA DE MEURS POSUIT

QUE CUM SORORE SUA

MARGARETA SACRUM QUOTIDIANUM

FUNDAVIT

soror, sororis : zuster

MEMORIEPLAAT IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

D.O.M.

RUS  ADMODUM ET AMPLISSIMUS DUS IACOBUS

GUILIELMUS IANSSENS HUIUS INSIGNIS

ECCLESIAE CAN AC VICEDECANUS PRO

APLICUS I.U. LICENTIATUS ET FUNDATOR

VICEDECANATUS ET CONFUNDATOR

CANONICATUS PONI CURAVIT

rus = reverendus : eerbiedwaardig    admodum : zeer, bijzonder   dus : dominus

huius : genitivus van haec, deze   can = canonicus : kanunnik   i.u. = iuris utriusque : van [in] beide rechten, nl. het kerkelijk en het wereldlijk recht

poni curare : laten plaatsen

MEMORIEPLAAT IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

JUGI MEMORIAE SPECTABILIUM BENEFACTORUM

D. THOMAE HUYGHMAN ET B.D. HENRICI HILLEWERVE

QUORUM UNUS FUNDUM HUIC AEDI A SOLO EXCITANDA[E]

A  MCCCCCIV  SUAMET IMPENSA LARGITUS EST

ALTER ERECTAM A MDCLVI IN ECCLESIAM COLLEGIATAM

CANONICATU MISSA QUOTIDIANA ET ANNIVERSARIO

INSTRUCTA ARTIFICUM PRINCIPUM SCALPRO ARA MAJORI

LAUTO MICANTIS AURO ARGENTOQUE CAELATO

SACRAE SUPELLECTILIS  NUMERO

AUXIT HONESTAVIT DITAVIT

UT AMBORUM OFFICIA POSTERIS LAUDI PERENNENT ET STIMULO

MAGISTRI FABRICAE HANC DIVI THADAEI STATUAM

A MDCCCXLVII IN PERPETUAM GRATI ANIMI TESSERAM L.M.P.CC.

TU QUI TRANSIS

HOS ET ILLOS COELESTIUM DONORUM DISTRIBUTORI PIUS

COMMENDA

jugi :.......spectabilis : aanzienlijk   benefactor : weldoener    quorum : van wie huic : dativus bij haec, deze    fundus : stuk land  

aedes, aedis : kerk   solum : grond, bodem  excitare : oprichten  a = anno   suus : eigen   -met : versterkt 'sua'     impensa, -ae : kosten, uitgaven   largiri : schenken [largitus est : heeft geschonken]  alter : de tweede   erectus : opgericht   collegiatus  : verbonden  canonicatus, -us : kapittel   quotidianus : dagelijks   anniversarius : jaarlijks  artifex, artificis : ambachtsman   scalprum : beitel   lautus : puur   micare : glanzen   aurum : goud   argentum : zilver   caelare : ciseleren   supellex, supellectilis : meubilair, huisraad   augere [perfectum : auxi] vergroten, eren   ditare : verrijken, begiftigen   ambo, amborum : beiden  posteri, posterorum  : nageslacht  laus, laudis : lof [laudi : tot lof]  perennare : voortduren, lang blijven bestaan   stimulus : prikkel [stimulo : tot prikkel]   divus : goddelijk  Thadaeus : .........statua : beeld    tessera : teken    l.m.p.cc. = monumentum poni curaverunt [?]  transire : voorbijgaan   caelestis : hemels   donum : geschenk   distributor, -oris : schenker   commendare : aanbevelen

EPITAAF IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

D.O.M.

HOSPES VIATOR QUI PEDEM

HUC REFERS TUUM

SUBSISTE QUAESO PAULULUM

ATQUE RESPICE

UT CUI ISTUD SIT MONUMEN

TUM  INTELLIGAS

d.o.m. : deo optimo maximo   hospes, -itis : vreemdeling   viator, -oris : reiziger   qui : gij die   pedem referre : zijn schreden richten   huc : hierheen    subsistere : blijven staan   quaeso : verzoek ik u   paululum : een weinig   respicere : kijken   ut [met coniunctivus ] : opdat [verbinden met 'intelligas']  cui : voor wie [afhankelijk van 'intelligas']   istud : dat

HIC E REGIONE CONDITUS

EST GISLENIUS

AB ASSELIERS CUI PATRIA

QUIDEM FUIT

BRUXELLA SED IS MUNERI

BUS HIC PUBLICIS

ANTVERPIAE CUM LAUDE

SUMMA ET GRATIA

FUNCTUS PER ANNOS PLUS

MINUS OCTODECIM

IN DIGNITATE HUIUS REI

IPSE PUBLICAE

FOELICITER VERSATUS OBIIT

condere : bijzetten   quidem : weliswaar   munus, muneris : taak  fungi [met ablativus] : uitoefenen   per : gedurende   octodecim : achttien   dignitas, -atis : waardigheid   res publica : staat  foeliciter : op gelukkige wijze   versari : zich bevinden

ANNUM AGENS

NONUM ATQ QUINQUAGESI

MUM DECIMA DIE

IANUARII SUPERSTITE

CONIUGE IPSIUS

CUM QUINQ LIBERIS QUI

EIDEM HOC ET SIBI

ET POSTERIS PIAE POSUE

RE MEMORIAE

annum agere : een jaar door brengen   quinquagesimus : vijftigst   superstes, -itis : overlevend   coniunx, coniugis : echtgenote   liberi : kinderen    eidem : voor dezelfde   posteri : nakomelingen   posuere = posuerunt

TEKST OP HET GRAF VAN PETRUS PAULUS RUBENS IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

D.O.M.

PETRUS PAULUS RUBENIUS EQUES

JOHANNIS HUIUS URBIS SENATORIS

FILIUS STEINI TOPARCHA

QUI INTER CAETERAS  QUIBUS AD MIRACULUM

EXCELLUIT DOCTRINAE HISTORIAE PRISCAE

OMNIUMQUE BONARUM ARTIU. ET ELEGANTIARU. DOTES

NON SUI TANTUM SAECULI

SED ET OMNIS EVI

APPELLES DICI MERUIT

ATQUE AD REGUM PRINCIPUMQ VIRORUM AMICITIAS

GRADUM SIBI FECIT

A PHILIPPO IV. HISPANIARUM INDIARUMQ REGE

INTER SANCTIORIS CONCILII SCRIBAS  ADSCITUS

ET AD CAROLUM MAGNE BRITANNIE REGEM

ANNO MDCXXIX DELEGATUS

PACIS INTER EOSDEM PRINCIPES MOX

FUNDAMENTA  FELICITER  POSUIT

OBIIT ANNO SAL. MDCXIXXX

eques, equitis : ridder   huius : van deze   urbs, urbis : stad   filius : zoon   toparcha : bestuurder  caeterus : overig [caeteras verbinden met ' dotes']    excellere : uitblinken   priscus : oud, van vroeger   artiu[m]   elegantiae, -arum : kundigheden   dos, dotis : gave    saeculum : eeuw   tantum : slechts   evi = aevi   aevum : tijdperk   Apelles : een legendarisch schilder uit de Oudheid   dici : genoemd worden    merere : verdienen  rex, regis : koning   princeps, principis : vorstelijk   gradum sibi facere : zich toegang verschaffen    sanctius concilium : geheimraad    scriba : secretaris   adscitus : toegevoegd    magne = magnae    fundamenta pacis : de fundamenten van vrede   eosdem : dezelfde   mox : weldra   ponere [perf. posui] : plaatsen  sal[utis] : van : salus, salutis : heil

MEMORIEPLAAT IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

DOM

HIC IACET REMUNERATIONEM AETERNAM EXPECTANS R[EVERENDUS] D[OMINUS] IOANNES ENGELGRAVE

I[URIS] U[TRIUSQUE] L[ICENTIATUS]

PROTONOT[ARIU]S APLICUS

HUIUS INSIGNIS COLL ECCLESIAE

DUM VIVERET CANONICUS THESAURARIUS ET ACTUARIUS QUI FUNDATIS TRIBUS MATUTINIS CUM MISSA INFRA LAUDES DUOBUS ANNIVERSARIIS IN CAPITULUM ET ECCLESIAM MUNIFICUS EX HAC VITA DECESSIT 5 8BRIS 1745 AETATIS 64

remuneratio, -onis : beloning     ius utrumque : het wereldlijk en kerkelijk recht   thesaurarius : beheerder van de kerkschat  actuarius :

fundare : stichten     matutinae : metten   

munificus  in : vrijgevig jegens

MEMORIEPLAAT IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

DOM

ANNAE VAN DE BOSCH CONIUGI CARIS[SIMAE] IOANN[IS] GHYSEN OBIIT XXVI AUGUSTI MDXCII ILLE VERO UXOREM SECUTUS ANNO MDCXV APRILIS XXV

coniunx, -igis : echtgenote   carus : dierbaar   sequi, secutus sum : volgen

RESURRECTIO CHRISTI VICTORIA NOSTRA

QUOD DEUS CONIUNXIT HOMO NON SEPARET

MEMORIEPLAAT IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

HIC IACET FRANSOESA DE SORIA VIRGO FILIA FRANCISCI DE SORIA NOBILIS HISPANI AEQUITIS  AURATI OBIIT ULTIMA MENSIS MAII ANNO 1575 PHILIPPUS FRAN[...] DE SORIA FRANCI NEPOS OBIIT 31 D SEPT ANNO 1690 [.....]...IDENS EIUS UXOR OBIIT

aeques [=eques], aequitis : ridder    auratus : gouden   ultimus : laatst

MEMORIEPLAAT IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

D[EO] O[PTIMO] M[AXIMO]   S[ACRUM]

MONUMENTUM

D[OMINI] DANIELIS GERARDI MELYN

EQUITIS AURATI DUM VIVERET

TOPARCHAE DE SWYNDRECHT

HUIUS URBIS QUONDAM ELEEMOSYNARII OBIIT 16 JULI 1744

ET D[OMINAE] ANNAE MARIAE IOSEPHI DE LANNOY

DOMINAE HAEREDITARIAE DE SWYNDRECHT UXORIS PRAEFATI DOMINI

OBIIT 17 9BRIS 1746

praefatus : voornoemd

MEMORIEPLAAT IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

CHRISTO RESURGENTI SAC[RUM]

INTEGRAE VITAE VIRO

PICTORI EXIMIO

HENRICO VAN BALEN CUIUS VIRTUTEM IMITABITUR POSTERITAS LONGIOR AETAS MARGARETA BRIERS CONIUGI 17 IUL 1632

DENATO ..............OBIIT 25 OCTOBR[IS] ANNO 1634 HORUM TUIQUE TE MEMOREM VULT BENIGNE LECTOR

BEATA SPES MORTALIUM

resurgere : weer opstaan     integer : zuiver   eximius : uitzonderlijk    imitari : nabootsen    denatus : overleden     te memorem <esse>     benignus : welwillend    [benigne : vocativus]

MEMORIEPLAAT IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

DOM

NOBILIS DOMINUS  JOANNES DONCKER OBIIT VII MAII ANNO MDXCI

ET NOBILIS DOMINA MAGDALENA HOCKAERT UXOR EIUS

OBIIT VIII IUNII MDCXI IN NAVI MAIORI HUIUS ECCLESIAE SEPULTI

RIP

navis, -is : schip [van de kerk]   sepultus : begraven

MEMORIEPLAAT IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

DOM

IN NUBIBUS CAELI VENTURUM IUDICEM HIC EXPECTAT REV[ERENDUS] ADM[IRANDUS] D[OMINUS] EMMANUEL VAN HORENBEECK HUIUS INSIGNIS ECCLESIAE CANONICUS PROTONOTARIUS APLICUS QUI IN PATRUI FUNDATIONEM MUNIFICUS IN PAUPERES BENEVOLUS AC MATUTINI ET ANNIVERSARII FUNDATOR

DEPOSITO CORRUPTIBILI CORPORE INDUIT INCORRUPTIONEM

ANNO 1719 AETATIS SUAE 66 CANONICATUS 40 DIE 21 SEPTEMBRIS

RIP

nubes, -nubis : wolk    venturus : zullende komen    iudex, -icis : rechter    patruus : oom      munificus in : vrijgevig jegens     benevolus : welwillend     corruptibilis, -is : vergankelijk       incorruptio, -onis : onvergankelijkheid

MEMORIEPLAAT IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

DOM

D[OMINO] ADRIANO ROCKOX I[URIS] U[TRIUSQUE] L[ICENTIATUS]

IN CATH[OLICA] HUIUS URBIS AEDE CANONICO DE NUMERO NOBILIUM GRADUATORUM QUEM DEUS AETATE SEPTUAGENARIUM EVOCAVIT RESIDENTIAE CONTINUATAE ANN XL AN[NO] CHRISTI MDCXXXVIII DIE VI DECEMB

ius utrumque : het wereldlijk en het kerkelijk recht   aedes, aedis : kerk    graduatus :

MEMORIEPLAAT IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN [bij een beeld van de heilige Bruno]

HOC PII AMORIS SYMBOLUM DIVO BRUNONI CONSECRAT[UM] D[OMINA] ANNA MARIA VANDEN BERGH UXOR PIAE MEMORIAE D[OMINI] ANTHONII BENEDICTI VAN WONSEL IN MEMORIAM FILII SUI IOANNIS ANTHONII ANNO 1706 PER 9 MEN[SES] HOC IN CONUB NOVITII EMERITI QUI DIEM CLAUSIT EXTREMUM 17 IANUARII 1707

RIP

pius : vroom     consecratus : gewijd      conubium : huwelijk     novitius : nieuweling

MEMORIEPLAAT IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

S[ANCTO] IOSEPH DEIPARAE SPONSO CHRISTIQUE NUTRITIO CONFRATERNITAS EI DEVOTA P

ANNO MDCCCLXXX

sponsus : verloofde  Deipara : moeder Gods confraternitas, -atis : broederschap

MEMORIEPLAAT IN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

DOM

ET PIAE MEMORIAE

CAROLI CONSTANTINI VAN KERCKHOVE

VIDUI MARIAE IOANNAE BOLLIER ORD[INIS] LEOP[OLDI] EQUITIS

NATUS IN LOKEREN 23 MAII 1797

CUM HUIC CIVITATI SESE DICASSET

CONCILIO MUNICIPALI ET NEGOTIATORUM COMITIIS ADSCRIPTUS PRAESIDISQUE CURIAE COMMERCII MUNERE FUNCTUS

PIE OBIIT IN PRAEDIO SUO RUSTICO IN HOVE

20 IANUARII 1845

RIP

viduus : weduwnaar       se dicare : zich wijden    dicasset = dicavisset     concilium municipale : stadsraad      negotatiator, -oris : handelaar      praeses- idis : voorzitter     munus, muneris : taak, functie    fungi + ablativus : vervullen    praedium : landgoed   rusticus : op het platteland   

MEMORIEPLAAT IN DE  RUBENSKAPEL VAN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

DOMINA HELENA FORMENTIA VIDUA AC LIBERI VELLUM HOC ARAMQUE AC TABULAM DEIPARAE CULTUI CONSECRATU MEMORIAE RUBENIANAE L[IBENS] M[ERITO] PONI CURARUNT

vellum : doek      tabula : schilderij    Deipara : moeder Gods    cultus, -us : verering     curarunt = curaverunt

MEMORIEPLAAT IN DE  RUBENSKAPEL VAN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

DOM S[ACRUM]

ALBERTUS RUBENIUS PET[RI] PAUL[I] FIL[IUS]  REGI CATHOL IN SANCTIORE CONSILIO A SECRETIS HIC SITUS EST QUI  POLITIORIS OMNIS LITTERATURAE HISTORIAE GRAECAE ET ROMANAE REIQUE ANTIQUARIAE COGNITIONE NEMINI CEDENS HONORIS MEDIO IN CURSU DECESSIT AN[NO] SAL[UTIS] MDCLVII KAL[ENDIS] OCTOB[RIS] AETAT[IS] XLIII

D[OMINA] CLARA DEL MONTE MARITI CARISSIMI DESIDERIO AEGRA VIXQUE ELAPSO MENSE IPSUM SECUTA SACRO PERPETUO IN HOC SACELLO PIE FUNDATO OBIIT AETAT[IS] XXXIX

RIP

a secretis : secretaris    politus : gepolijst, beschaafd      cognitio, -onis : kennis    nemo, neminis : niemand    cedere + dativus : wijken voor     desiderium : verlangen, gemis     aeger : ziek     vix : nauwelijks    elabi, elapsus sum  : verstrijken     sacellum : kapel, heiligdom     

MEMORIEPLAAT IN DE  ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

PIAE MEMORIAE

ANNAE MARIAE IOANNIS ET NICOLAI VINCQUE

RELIGIONE IN DEUM

CURA ET SOLLICITUDINE IN PROPINQUOS

DUM VIVERENT FUERE CONSPICUI DECESSERUNT

ANNA MARIA FILIA DEVOTA 30 APRILIS 1707

IOANNES 12 IANUARII 1710

NICOLAUS 30 AUGUSTI 1715

RIP

religio, -onis : vroomheid   sollicitudo, -inis : bezorgdheid    propinqui : verwanten   fuere = fuerunt    conspicuus : opvallend    decedere : overlijden   devotus : toegewijd

MEMORIEPLAAT IN DE  ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

DOM

ET MAGDALENAE MARTINY ANTVERPIENSI EX MARTINYORUM FAMILIA APUD BRUXELLENSES PROGNATAE UXORI SUAE DILECTAE GUILIELMUS MARCQUIS ANTVERPIENSIS MEDICINAE DOCTOR UNA CUM PROLE SUPERSTES POSUIT

OBIIT 18 OCTOBRIS  1648

prognatus : verwant    dilectus : bemind    una cum : samen met     proles : nageslacht   superstes, superstitis : overlevend

MEMORIEPLAAT IN DE  ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

HIC TERRAE DEPOSITUM SUUM REDDIDIT IACOBUS EDELHEER

TOPARCHA DE HOOFTUUNDER E NOBILI ET CONSULARI A SOECULIS APUD LOVANIENSES STIRPE URBI ANTVERPIENSI A CONSILIIS ET IN CAUSIS PUBL PATROCINIO PER ANNOS XXXIII SINDICUS PRIMARIUS INTER DELEGATOS BRABANTIAE ORDINES RECENS CAMERAE BIPARTITAE VIII VIRATU EX PARTE CATHOLIC MAIEST CLARUS UT DOCTORUM SI ULLUS CULTOR SIC IPSEMET VARIE DOCTUS ET ELEGANTIARUM OMNIUM INGENIO ET MORIBUS COMPENDIUM SEXAGENARIO MAIOR AD PLURES ABIIT

ANNO MDCLV ID IUL

ELISABETHA VAN LEMENS

MORIBUS ET VIRTUTE EGREGIA EIUS CONIUX QUINQUAGENARIA DECESSIT ANNO MDCL

VIATOR HINC NON ABI NISI PIIS MANIBUS BENE APPRECERIS

HHMPP

depositum : overschot   toparcha : heer    soeculum = saeculum    stirps, stirpis : afkomst, oorsprong     viii-viratus : achtmanschap   ut....sic : zoals......zo   cultor doctorum : beschermer van kennis, beoefenaar van wetenschappen    compendium : samenvatting      apprecare : bidden

MEMORIEPLAAT IN DE  ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

RESURRECTIONI SACR[UM]

IRREFRAGABILIS FATI NECESSITAS

ET CRUDAE MORTIS TELA CRUDELIA

QUEIS IPSI REGES CEDANT AC MONARCHAE

FERDINANDO HELMAN

HUIC MAGNAE URBI A CONSILIIS ET ELEEMOSYNIS

MATURAE GRAVITATIS AC CHRISTIANAE SYNCERITATIS VIRO

ET CATHARINAE VANDER VEKEN

MATRONAE OPT[IMAE] LECTISS[IMAE] UXORI  SECUNDAE

NAM PRIMAM ALII CINERES TEGUNT QUIN ET

CORNELIAE VANDER VEKEN

CONIUGI PETRI HELMAN QUI PARENTI SUISQ[UE]

MARMOREUM HOC MONUMENTUM VIVENS STATUIT

OBIIT FERDINANDUS MDC XVII AUG

EO IMUS OMNES NEC REDIMUS NISI ULTIMA BUCCINA CLANGAT

resurrectio, -onis : opstanding     irrefragabilis, -is : onlosmaakbaar    necessitas, -atis : noodzaak    crudus : wreed    tela : wapens   queis = quibus   cedere + dativus : wijken voor     maturus : rijp     gravitas, -atis : ernst   sinceritas, -atis : oprechtheid     lectus : dierbaar   cinis, cineris : as, aarde   eo : daarheen       buccina : bazuin    clangere : weerklinken

********************************

HIC EXPECTAMUS BEATAM SPEM ET ADVENTUM GLORIAE

TEKST OP KOORHEK VAN DE ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

EXALTARI OPORTET FILIUM HOMINIS

MEMORIEPLAAT ST. JACOBSKERK TE ANTWERPEN

PIAE MEMORIAE

CAROILI JOS PHIL DE BROUCHOVEN COMITUS DE BERGEYCK BRUX ORD[INIS] LEOP[OLDI] EQ[UITIS]

AD POP[ULUM] BELG[ICUM] COMITIA ANNO 1830 ET 1831 DELEGATI EIUSQUE CONIUGIS

EMILIAE JOS MORETUS QUI VIRTUTIBUS ET PROGENIE NOBILES IMPROVISO HEU LETHO ABLATI

HAEC 14 JAN 1865 AET[ATIS] ANNO 56

ILLE 4 SEPT 1875 ANNOS NATUS 74

ULTIMAE BUCCINAE SONITUM PROPITIUMQUE IUDICEM

AD BEATAE MARIAE VIRG IN HOBOKEN PRAESTOLANTUR

PRAEN[OTANDUS] D[OMINUS] FLORIMUNDUS JOS DE BROUCHOVEN COMES DE BERGEYCK NAMURC

LUDOVICI FRATRIS CAROLI F ORD[INIS] S[ANCTI] GREG[ORII]

M COMM CUM PRAE[NOTANDA] CONI[UGE] ALICE MAR LUD CAR DE BROUCHOVEN COMITISSA DE BERGEYCK UNICA EOR[UM] FILIA HANC DEIPARAE VIRGINIS IMAGINEM EXIMIAM RAPHAELIS SANCTI GEMMAM P ANNO 1878

comes, comitis : graaf       eques, equitis : ridder    comitium : vergadering    delegatus : afgevaardigde     progenies, -ei : nageslacht    improvisus : onverwacht     lethum : dood   ablatus : weggerukt    ultimus : laatst    buccina : bazuin   sonitus, -us : geluid     propitius : genadig     praestolari : wachten op   praenotandus : eerbiedwaardig    comitissa : gravin   Deipara : moeder Gods   gemma : edelsteen

OPSCHRIFT OP DE WONING VAN DE OUDERS VAN RUBENS AAN DE MEIR TE ANTWERPEN

HAS AEDES ILLUSTRISSIMI RUBENI JOANNES MARIA PYPELINCK INHABITAVERUNT PARENTES REAED[IFICATAS] 1854

aedes, aedium : huis    inhabitare : bewonen    reaedificare : herbouwen

MONUMENT  IN DE OLV-KATHEDRAAL TE ANTWERPEN

ILL[USTRISSI]MO AC REV[ERENDISSI]MO D[OMI]NO

F. AMBROSIO CAPELLO

ORD[INIS] PRAEDICATORUM

VII ANTVERP EPISCOPO

IN VITA ET IN MORTE

ARCHI-ELEEMOSYNARIO

(DIXI SATIS)

ELEEMOSYNARII EX ASSE HAEREDES

UNO ET GRATO ANIMO P.P.

MDCLXXVI

ordo praedicatorum : orde van de predikheren    as, assis : geld, kapitaal  

haeres, haeredis :  erfgenaam  p.p.  posuerunt

MONUMENT  IN DE OLV-KATHEDRAAL TE ANTWERPEN

DOM

F. MARIUS AMBROSIUS CAPELLO

EX DENOMINATO YPRENSI

VII EPISCOPUS ANTVERPIAE

IBIDEM NATUS ANNO 1597

F. ORD. PRAEDIC. PROFESSUS ANNO 1613

OBIIT ANNO 1676

TEKST OP GEBRANDSCHILDERD RAAM  IN DE OLV-KATHEDRAAL TE ANTWERPEN

SEPTIMUS ANGLORUM REX PRUDENS REXQ BENIGNUS HENRICUS REGNUM BELLI VIRTUTE RECEPIT CRUDELI BRITO SUPERATO MARTE TIRANNO CONNUBIOQUE DOMUM CLARUS CONNIUNXIT UTRAMQUE

ELISABETA FUIT CONIUX ET REGIA PROLES NOBILIS EDVARDI REGIS PIA FILIA QUARTI FOEMINA PROGENIE ILLUSTRIS DECORAQUE FORMA PERPETUO IN MISEROS CLEMENS CUNCTISQUE BENIGNA RESTAURATUM CURA OEDILITATIS HUIUS ECCLESIAE NECNON SOCIETATIS REGIAE HAC IN URBE BONIS ARTIBUS PROMOVENDIS OLIM INSTITUTAE

ANNO MDCCCLXXIX

septimus : zevende    Anglus : Engels    connubium : huwelijk    domus utraque : beide huizen      proles : nakomelinge     foemina = femina   progenies, -iei : nageslacht    forma : schoonheid   clemens in : lankmoedig jegens     oedilitas = aedilitas    promovere : bevorderen

STEEN IN DE OLV-KATHEDRAAL TE ANTWERPEN TER HERINNERING AAN DE GESNEUVELDEN TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

AD MAIOREM DEI GLORIAM ET IN MEMORIAM MILLIENS MILLIUM

NOSTRORUM QUI EX IMPERIO BRITANNICO UNDIQUE COORTI ANNO DOMINI MCMXIV MCMXVIII IN BELLO PRAETER OMNIA MEMORANDO VITAM PRO PATRIA PROFUDERUNT

QUORUM PARS MAGNA IN TERRA BELGICA DORMIUNT

HOC MONUMENTUM EXSTRUXERE TOTIUS IMPERII GENTES ATQUE COMMUNITATES

milliens : duizendmaal   coortus : opgeroepen   memorandus : vermeldenswaardig    profundere : opofferen  exstruxere = exstruxerunt

GRAFZERK IN DE OLV-KATHEDRAAL TE ANTWERPEN

D.O.M.

MONUMENTUM

SNELLARTIANUM

HIC SITUS EST

REVERENDUS DOMINUS

DOMINICUS SNELLAERTS

HUIUS DUM VIVERET

ECCLESIAE CANONICUS

ORATE UT AETERNA

REQUIESCAT IN PACE

OBYT 3 MARTY 1720

hic : hier situs : gelegen   huius : genitivus van haec, deze [bepaling bij 'ecclesia'] ecclesia : kerk     dum : terwijl, zolang als [met de coniunctivus van de o.v.t.]   canonicus : kanunnik   orare : bidden  ut + coniunctivus : [op]dat   aeternus : eeuwig [bepaling bij 'pace']

GRAFZERK IN DE OLV-KATHEDRAAL TE ANTWERPEN

D.O.M.

IN CARNE HAC

DEUM SUUM

VIDERE EXPECTAT

IOSEPHUS BERNARDUS

VAN ROYEN

OBIIT 12 7BRIS

1745

caro, carnis : vlees   suus : zijn eigen   expectare : verwachten   7bris = septembris  

GRAFZERK IN DE OLV-KATHEDRAAL TE ANTWERPEN

D.O.M.

MONUMENTUM

R.D.

IOANNIS PAULI DE MONT

 ALIAS  DE BRIALMONT PRESBYT

OBIIT 6 MAY 1682

ET VIRI NOBILIS

JACOBI EJUS FRATRIS J.U.L.

HUJ URBIS SENAT ET ELEEMOSY

OBIIT 29 SEPTEMBER 1701

ANNAE VAN GRYSPERE 1 CONJU

OBIIT 7 JUNII 1684

ET

JOANNAE CATH LUNDEN 2 CONJ

OBIIT 13 DECEMBR 1696

NEC NON

PAULI DE VLIEGHERE J.U.L.

HUIC URBI AB ELEEMOSYNIS

ET MARIAE DE MONT

ALIAS DE BRIALMONT EJUS CONJ

OBIIT ILLE 3 MAIJ 1700

ILLA VERO 2 FEBR 1690

R.I.P.

R.D. = reverendus dominus   presbyt = presbyter, priester  huj = huius, genitivus van 'haec', deze  senat = senator   eleemosy = ab eleemosynis [eleemosyna : aalmoes]

nec non : en eveneens   J.U.L. : juris utriusque licentiatus  conj[unx], conjugis ; echtgenote    R.I.P. = requiescant in pace

GRAFZERK IN DE OLV-KATHEDRAAL TE ANTWERPEN

D.O.M.

MONVMENTVM

IOANNIS NORBERTI

CORYNS MERCATORIS PANNI

OBYT 28 SEPTEMB 1692

ET SUSAN MARIAE SILVORTS

CONIUG OBYT 2 AVG 1695

FILIAE MARIAE LUDOVICAE

CORYNS OBYT 8 DECEM 1695

FILIAE ANNAE TERESIAE

CORYNS OBYT 24 AVGV 1712

MORS META LABORUM

R.I.P.

mercator, mercatoris : koopman   pannus : kledingstuk, gewaad   coniug = coniugis, genitivus van 'coniunx', echtgenote    filia : dochter   meta : grens, einde   labor, laboris : beproeving

GRAFZERK IN DE OLV-KATHEDRAAL TE ANTWERPEN

D.O.M.

CASPAR A BREUSSIGHEM

ET BEATRIX DE NOLLET

CONIVGES OBIIT ILLE

22 APRILIS A 1630

ILLA VERO 16 DECEMBRIS

A 1626

IPSORVM FILIVS IOANNES

BAPT. A BREUSSIGHEM

ELEEMOSYNARIVS H.C.

ET ELISABETH LEERSE

CONIVGES OBIIT ILLE 39

DECEMBRIS A 1685

ILLA VERO 30 IANVARII A 1653

R.I.P.

coniuges :  echtelieden  ipsorum : van henzelf   filius : zoon   Bapt[istes]    

h.c. :  huius cathedralis : van deze kathedraal

GRAFZERK IN DE OLV-KATHEDRAAL TE ANTWERPEN

D.O.M.

ET PIIS PARENTVM

SVORVM MANIBVS

IOIS BAPTAE CABOS ET

ANNAE MA MATHYSSENS

P.C.

R.D. GUILIELMVS CABOS

HUIUS CATHEDRALIS

CAEREMONIARIUS

OBIIT ILLE 29 9BRIS 1716

ILLA VERO 10 APRILIS 1713

HIC AVTEM 26 FEB 1737

ET FRATRI SUO IOANNI

OBIIT 9 APRILIS 1725

R.I.P.

pius : vroom   parens, parentis : ouder  suus : zijn eigen, hun eigen    manes, manium  : schimmen, zielen 

iois = Iohannis   baptae : Baptistae   ma = Mariae  p.c. = poni curavit, heeft laten plaatsen  r.d. = reverendus dominus, eerbiedwaardige heer   huius : genitivus van 'haec' , deze  caeremoniarius : liturg    9bris = novembris   vero : echter   autem : echter    frater, fratris : broer


GRAFMONUMENT VAN  VIGLIUS AYTA DE ZWICHEM IN DE ST.BAAFSKATHEDRAAL TE GENT

D.O.M.

ADMODU RDO  VIRO D. VIGLIO AYTA DE ZVICHE FRISIO I  CTO

CLAR MO

CATHED. HUIUS ECCAE  PRIMO PRAEPOSITO MITRATO AVREI VELLERIS

CANCEL . SVPREMI BELGICAE STATVS ET SANCTIORIS CONCILII

SVB POTENTISS.PP. CAROLO V IMP ET PHO II HISP REGE

PRAESIDI SVMMO VIGILANTMO  INTEGMO QUI CVM HANC ECCLIAM

PYS FUNDATIONIBVS PLVRIBVS MONUMENTIS DECORASSET

ACADEMIA LOVANIENSEM STRVCTO SVI NOIS COLLEGIO NON

MINVS LIBERALITER QVA MAGNIFICE DOTASSET NATALE

SOLVM NOVI HOSPITALIS BENEFICIO PERPETVO SIBI DEMERVIS

SET TANDEM POST LONGAS VIGILIAS POST INDEFESSOS LABORES

PLENVS DIERVM PLENVS HONORVM FIDVS PATRIAE CHARVS

VTILIS OMNIBVS INIVRIVS NEMINI MAGNO SUI RELICTO DESIDERIO

QVIEVIT IN DNO ANNO MDLXXVII

admodu[m] :zeer  rdo = reverendo   cto =.........

clarmo = clarissimo, van 'clarus' , roemrijk, edel   cathed. = cathedralis   huius : genitivus van 'haec' deze  eccae = ecclesiae   mitratus : van mijter voorzien   aureus : gouden   vellus, velleris : vlies   cancellarius : secretaris   status, -us : positie   p.p. = patre patriae [?]   imp = imperatore   pho = Philippo   hisp = Hispaniae   praeses, praesidis : voorzitter  vigilantmo = vigilantissimo, van 'vigilans', waakzaam  integmo = integerrimo, van 'integer', oprecht   cum : toen [voegwoord bij 'decorasset']   pys = piis   fundatio, -onis : schenking     plures : meerdere    decora[vi]sset : versierd had   Lovaniensis : van Leuven    struere [deelwoord perf. structus] : instellen    nois = nominis    liberaliter : vrijgevig  qua = quam : dan   magnifice : luisterrijk   dota[vi]sset :  'begiftigd had'   natalis : van zijn geboorte   solum : grond   novus : nieuw   hospitalis : gast/ziekenhuis    beneficium : weldaad    perpetuus : voortdurend   sibi demeruisset : 'aan zich verplicht had'    vigilia : nachtwake    indefessus :  niet aflatend   labor, -oris : inspanning   plenus + genitivus : vol van  dies, diei : dag    honor, honoris : eer     fidus : trouw   charus : dierbaar   utilis, -is : nuttig    iniurius : onrechtvaardig    nemo, neminis : niemand   magnus : groot   sui : 'naar hemzelf'   relinquere [deelwoord perf. relictus] : achterlaten   desiderium : verlangen   quiescere [perf. quievi] : rusten   dno = domino

ISTE VIR FVIT LECTOR SED FVIT

MIRARE IMITARE ET VIGILA  MEMOR PRVDENTISSIMI ILLIUS SCITI

VITA MORTALIUM VIGILIA [EST]

iste : die man   vir : 'een echte man'   sed fuit : 'maar [helaas] hij is niet meer'   mirari : zich verbazen    imitari : nabootsen, nadoen    vigilare : waken   memor, -oris {met genitivus] : gedachtig aan   prudens , -ntis : verstandig   scitum : gezegde   mortalis, -is : sterveling   vigilia : waakzaamheid

GRAFZERK VAN JOANNES FRANC VAN DE VELDE IN DE ST. BAAFSKATHEDRAAL TE GENT

AUXILIUM MEUM A DOMINO

DOM

HIC REQUIESCIT

A LABORIBUS SUIS

ILLUSTRISS AC REVERENDISS DOMINUS

DOMINUS JOANNES FRANC

VAN DE VELDE

XX GANDAV EPISCOPUS

NATUS IN BOOM 8A SEPT. 1779

OBIIT GANDAVI 7A AUG 1838

POST ANNOS FERE NOVEM EPISCOPATUS

IN MUNDO PRESSURAM HABEBITIS

SED CONFIDITE

EGO VICI MUNDUM

RIP

auxilium : hulp  d.o.m. : deo optimo maximo  hic : hier   labor, -oris : inspanning, beproeving   illustrissimus : zeer doorluchtig   reverendissimus : zeer eerbiedwaardig   Gandavis : van Gent   episcopus : bisschop   natus : geboren    fere : bijna   episcopatus, -us : bisschopsambt    mundus : wereld   pressura : stress, druk   confidere : vertrouwen    vincere [perf. vici] : overwinnen

GRAFZERK VAN  EUGENIUS ALBERTUS DALLAMONT IN DE ST. BAAFSKATHEDRAAL TE GENT

PATIENS ESTO

patiens : duldzaam   esto : 'gij moet zijn'

DOM

QUO PRIMUM VIXIT

ULTIMUMQUE DEO ET ECCLESIAE MORTUUS EST

ILLSTRISSIMI AC REVERENDISSIMI

DOMINI

DNI EUGENII ALBERTI DALLAMONT

RUREMONDENSIUM XMI

GANDENSIUM IXMI EPISCOPI

primum....ultimum ; eerst....tenslotte   vivere [perf. vixi] : leven   ecclesia : kerk    mortuus est : is gestorven   ill[u]strissimi : zeer doorlucht   ac = et    reverendus : eerbiedwaardig   dni = domini  Ruremondesnsis : inwoner van Roermond   xmi : tiende    ixmi : negende

COR HIC SITUM EST

RELIQUUM CADAVER MADRITUM SIBI VINDICAT

QUO CUM PONTIFICIS REGISQUE CONSENSU FESTINAVIT

DEO DUCE COMITE VIRTUTE

UT COMMISSUM SIBI OVILE

RE ET FACTIS NON VERBIS AUT SPECIE TUERETUR

IV KAL SEPTEMB MDCLXXIII ANTE ABLATUS EST

QUAM PROVIDENTIA DIVINA

OPTATIS EIUS HUMANIS RESPONDERET

UT PACE PERFECTA PERFRUATUR

QUISQUIS TRANSIS

DEUM PRECARE

cor, cordis : hart   hic : hier   situs : bijgezet    reliquus : overig    cadaver, -is : lijk   Madritum : Madrid   sibi vindicare : voor zich opeisen   quo : daarheen    pontifex, icis : hogepriester, paus     regisque = et regis   rex, regis : koning    consensus, -us : instemming    festinare : zich haasten   dux, ducis : gids   comes, comitis : metgezel   virtus, virtutis : deugd   ut....tueretur : 'opdat hij zou beschermen'    committere [deelwoord perf. commissus] : toevertrouwen   sibi : 'aan hem'   ovile, -is : schaapskooi   verbum : woord   species, speciei : schijn   IV Kal : op de vierde dag voor de Kalendae [de eerste dag]   ablatus : weggenomen   ante...quam : voordat   providentia : voorzienigheid   divinus : goddelijk   optatum : wens   eius : van hem   humanus : menselijk   respondere : beantwoorden    pax, pacis : vrede   perfectus : volmaakt   perfrui + ablativus : genieten van   quisquis : alwie    transire : voorbijgaan   precari : bidden tot [precare is dus gebiedende wijs]

GRAFZERK VAN  WILLEM LINDANUS IN DE ST. BAAFSKATHEDRAAL TE GENT

GANDAVENSIS EPISCOPUS II

ILLMUS AC REVMUS DNUS

GULIELMUS LINDANUS

OBIIT 1588

ORATE PRO EO

QUAE SURSUM [SUNT] QUAERITE

RIP

 Gandavensis : van Gent   illmus = illustrissimus   ac = et  revmus = reverendissimus   dnus = dominus   orare : bidden   pro eo : voor hem   quae : de dingen die   sursum : boven   quaerere : nastreven, zoeken

GRAFMONUMENT VAN JOHANNES ANTONIUS TRIEST

ST. BAAFSKATHEDRAAL GENT

D.O.M.

AC REVDO ADUM ET NOBILI VIRO DNI IOANNI ANTONIO TRIEST

I[VRIS] V[TRIVSQVE] LICENTIATO

PRIMVM ECCL[es]IAE COLLEG STI AMATI IN CIVITATE DVACENA

ac : en  revdo = reverendo  adum = admodum : zeer   nobilis, -is : aanzienlijk   vir, viri : man   dni = domini    ius, iuris : recht   uterque, utriusque : beide   licentiatus : candidaat   primum : allereerst    ecclesia : kerk   colleg[ii] : van het college   s[anc]ti : van sanctus : heilig   civitas, civitatis : staat   Duacena :

CANONICO DEIN DECANO

AC VNIVERSITATIS DVACENAE VICE CANCELLARIO

DEMVM HVIVS EXEMPTAE CATHEDRALIS

ECCLIAE CANONICO NOBILI GRADVATO

canonicus : kanunnik   dein : vervolgens   decanus : deken   universitas, -atis : universiteit   Duacenus :         vicecanccellarius : vice-kanselier   demum : tenslotte   huius : van deze   eximere [deelwoord perf. exemptus] : losmaken    eccl[es]iae : van ecclesia : kerk    graduatus : gegradueerd

NEC NON ELEEMOSYNARIO

AD COMITIA FLANDRIAE PRO PARTE CLERI GAVDAVEN DEPVTATO

ANNO AETATIS SVAE 49O  PARTAE VERO SALVTIS MDCLXV III IDVS DECEMBRIS VITA FVNCTO

APPRECARE VIATOR VT REQUIESCAT IN PACE AMEN

nec non : en tevens   comitia, -orum : raad   pars, partis : geleding   clerus : geestelijkheid    deputatus : afgevaardigde   aetas, aetatis : leven, leeftijd   suus : van hemzelf   partus : voortgebracht    vero : echter    salus, salutis : heil   iii Idus : op de derde dag voor de Idus [de dertiende van de maand]    vita fungi : overlijden   apprecari : bidden [apprecare is dus een gebiedende wijs]   viator, -oris : reiziger   ut + coniunctivus : opdat

GRAFMONUMENT VAN CORNELIUS IANSENIUS EN WILHELMUS LINDANUS, DE EERSTE TWEE BISSCHOPPEN VAN DE STAD GENT

ST. IVOKAPEL, ST. BAAFSKATHEDRAAL, GENT

VNICVS EST PHOENIX CINERES HAEC TV[M]BA DVORV[M]

PHOENICVM VERAE RELIGIONIS HABET

unicus : uniek, enig    pheonix : fenix   cinis, cineris : as   tumba : graf  duo : twee   verus : waar   religio, -onis : religie, godsdienst  habere : hebben

D.O.M.

RMIS  IN CH[O]RO PATRIB9 S.TH.DD. CORNELIO IA[N]SENIO ET WILHELMO LINDANO PRIMO ET SECVNDO HVIVS VRBIS EP[ISCOP]IS OB MVLTOS SCRVTANDIS ET INTERPRETANDIS SACRIS SCRIPTVRIS EXANTLATOS LABORES ET MERITA IN DEI ECCL[ES]IAM ET REMPVBL[ICAM] CHRISTIANAM [HOC MONVMENTVM] POSITVM

[EST]

OBIIT HIC 2 NOVEMBR 1588 ILLE VERO 11 APRILIS 1576

rmis : reverendissimis    patrib9 = patribus   s[anctae]  th[eologiae]   dd. = doctores   primus : eerste   secundus : tweede   haec, huius : deze   urbs, urbis : stad   ob + accusativus : vanwege   multos : verbinden met 'labores'    scrutari : navorsen   sacer : heilig   scriptura : geschrift   exantlare : doorstaan, doormaken   meritum : verdienste

QUOMODO IN VITA SUA DILEXERUNT ITA ET IN MORTE NON SUNT SEPARATI

quomodo : zoals   diligere : beminnen, hoogachten   ita : zo et : ook   mors, mortis : dood   separare : scheiden

GRAFSCHRIFT VAN QUINTEN METSYS AAN DE WESTZIJDE VAN DE ONZE LIEVE VROUWEKERK VAN ANTWERPEN

INCOMPARABILIS ARTIS PICTORI ADMIRATRIX GRATAQ[VE] POSTERITAS ANNO POST OBITVM SAECVLARI MDCXXIX POSVIT

CONNVBIALIS AMOR DE MVLCIBRE FECIT APELLEM

incomparabilis, -is : onvergelijkelijk   ars, artis : kunst   pictor, pictoris : schilder   admiratrix, -icis : bewonderend   gratus : dankbaar   posteritas, -atis : nageslacht   obitus, -us : overlijden   saecularis, -is : van de wereld  ponere [perf. posui] : plaatsen   connubialis : echtelijk  amor, amoris : liefde   mulciber, mulcibris : 'hij die zacht maakt', bijnaam van Vulcanus   facere [perf. feci] : maken   Apelles : legendarische schilder uit de Oudheid

TEKST OP DE TOEGANG TOT DE VISMARKT TE GENT

HANNONIAE SERVIT SCALDIS GANDAMQUE SECANDO IN MARE FESTINAS VOLVERE PERGIT AQVAS

LISA VEHIT MERCES QVAS HVC ARTESIA MITTIT ET PLACIDO GAVDENS FLVMINE PISCE SCATET

[h]annon[i]a : markt   servire : dienen   Scaldis : Schelde   Ganda : Gent   secare : doorsnijden [secando : gerundium: 'door te....']  mare, maris : zee   festinus :  snel   volvere : voortwentelen   pergere : voortgaan  aqua : water   lisa :

vehere : vervoeren   merx, mercis : koopwaar   quas : welke  huv : hierheen   Artesia :     mittere : zenden  placidus : rustign  gaudens : zich verheugend   flumen, -inis : rivier  piscis, -is : vis   scatere : vol zijn van

TEKST OP ALTAAR IN DE N.O. KAPEL IN DE  BENEDENKERK VAN DE ST. BAAFSKATHEDRAAL TE GENT BIJ EEN ANONIEM SCHILDERIJ MET DE KRUISDRAGING, DE GEKRUISIGDE CHRISTUS EN DE KRUISAFNEMING

TE DVBITAS QVOD AMEM

FIXVM ME RESPICE FIXVS

CERNITVR IN TOTO CORPORE SCVLPTVS AMOR

dubitare quod + coniunctivus : eraan twijfelen dat   amem : coniunctivus van 'amo'   te : lijdend voorwerp bij 'amem'   respicere : aanzien   fixus : vastgehecht   cernere : waarnemen, onderscheiden   totus, totius : geheel   corpus, corporis : lichaam   sculptus : gegrift

[IN DE LIJST RONDOM IS DE VOLGENDE TEKST AANGEBRACHT]

ADORAMVS TE CHRISTE ET BENEDICIMVS TIBI QVIA PER SANCTAM CRVCEM TVAM REDIMISTI MVNDVM

adorare : aanbidden   benedicere : zegenen   quia : aangezien   per : door  crux, crucis : kruis  tuus : van u   redimere : vrijkopen   mundus : wereld

TEKST OP HET WESTERPORTAAL VAN DE ST. BAAFSKATHEDRAAL TE GENT

VITA MORTALIVM VIGILIA

vita : leven   mortalis, -is : sterveling  vigilia : nachtwake

TEKST OP EEN GEDENKSTEEN IN DE TUIN VAN HET CENTRAAL MUSEUM TE UTRECHT

URBI ORNAMENTUM SIBI DELICIAS PARATURUS CONSENTIENTIBUS CIVITATIS PATRIBUS COSS NICOLAO KIEN ET HENLICO VAN ASCH VAN WIJCK HANC SPECULAM EXTRUI CURAVIT 1768  DD

TEKST BOVEN DE ZUIDERINGANG VAN DE NIKOLAASKERK TE UTRECHT

DA TUA DU[M] TUA SU[N]T POST MORTE[M] TU[N]C TUA UO SU[N]T

DAT IC GAF IS MI GEBLEVE

DAT IC HIELT HEFT MI BEGEVE

TEKST OP EEN GRAFMONUMENT  AAN DE NOORDWESTZIJDE VAN DE ST.-JANSKERK TE UTRECHT



DEO ET AETERNITATI   S.

ADSTA VIATOR LEGE ET SI LUBET DISCE

AETERNUM VIVERE NUMQUAM MORI

IN UTROQUE QUOD VIATOR IPSE FAUSTISSIME

EST EMENSUS

IAM VITA FUNCTUS DUX TIBI FACTUS UT

FELICITER TRANSIGAS

COMMONSTRAT ITER

GENEROSUS ET STEMMATIS ET VIRTUTUM SPLENDORE ILLUSTRIS

DOMINUS BALTHASAR FREDERICUS A STOSCH

EQUES SILESIUS EX DYNASTIA WUERCHWITZ PROPE GLOGOVIAM MAJOREM

DUCATUS GLOGOVIENSIS SILESIAE INFERIORIS URBEM PRIMARIAM ORIUNDUS

GLORIAM ILLUSTRISSIMAE GENTIS STOSCHIAE

CUI ANNO DOMINI MDCCXXII D. 9 MART. NAT. WUERCHWITZII HAERES OBTIGIT EX PARENTE GENEROSISSIMO NOBILISSIMO AMPLISSIMO DOMINO ADAMO ALEXANDRO MAGNO A STOSCH AB ALT. BUR. TOPARCHA IN WUERCHWITZ [ETC.]  ET MATRE GENEROSISSIMA MARIA ELISABETHA A LITTWITZ EX PROSAPIA DOMINORUM LITTWITZ IN HEINERSDORFF INTEGERRIME TRADITAM PER ANNOS COMPLURES LAUBAE COBURGI LIPSIAE ET TRAJECTI DENIQUE AD RHENUM INGENITIS INDOLIS INGENUAE VIRIBUS AD FACULTATEM DEO PATRIAE ET SIBI PRO DIGNITATE VIVENDI COMPARANDAM LIBERALITER EXCULTIS ILLUSTRATAM PER 16 HEBDOMADES GRAVISSIMO CUM MORBO COLLUCTATUS AO MDCCXLIII D. 25 JANUARII QUO VIVERE ET DESIIT ET COEPIT FORTITER PRUDENTER ET FELICITER COMPLEVIT VITA SENE PHILOSOPHO HEROE ET QUOD OMNIUM PRIMUM ERAT CHRISTIANO VERO DIGNA EXACTA AETERNUM VICTURUS COELO

HIC LOCI OSSA DEPOSUIT NAT XXI ANN 1 MENS 16 DIES CUJUS TESTIMONIUM PARENTES MOESTISSIMI MONUMENTUM HOC ESSE VOLUERUNT

ZERK IN HET ZUIDERTRANSEPT VAN DE ST JANSKERK  IN UTRECHT

DISCE MORI IN VITA POST VITAM VIVERE CURA

VITA BREVIS VITAE CAUSA PERENNIS ERIT

REVERENDO ET VENERABILI DNO ARNOLDO ESCHIO I.U.L. ECCLIAE HUIUS DUM VIVERET CANONICO PATRUO SUO  NEPOS

THEODORUS ESCHIUS AETERNU]M] GRATITUDINIS MONUMENTUM L.M.Q. SIGNABAT OBIIT ANN REPARATAE SALUTIS 1610 PRIDIE KAL MART AETATIS SUAE ANN LXXX

ROUWBORD VOOR JACOB KAREL MARTENS IN DE NICOLAASKERK TE UTRECHT

VIRO NOBILISSIMO AMPLISSIMO JACOBO CAROLO MARTENS CIVITATIS TRAIECTINAE SENATORI SAEPIUS ANTEA INTER IUDICES URBANOS ELECTO POSTEA AD PRAEPOTENTES POPULI FOEDERATI ORDINES DELEGATO CUM MAXIME CONSULATUM GERENTI AC PRAEPOTENTIUM TRAIECTINAE REGIONIS ORDINUM CONSILIO ADSCRIPTO

H M LIBERI MOESTISSIMI P C

NATUS ERAT A D XXVI FEBRUARII ANNI MDCCXI

OBIIT A D XXIII SEPTEMBRIS ANNI MDXXLVII

ROUWBORD VOOR  DAVID JOHANNES MARTENS IN DE NICOLAASKERK TE UTRECHT

VIRO NOBILISSIMO AMPLISSIMO DAVIDI IOHANNI MARTENS I[URIS] U[TRIUSQUE] D[OCTORI] AC SUPREMI REGIONIS TRAIECTINAE TRIBUNALIS SENATORI GRAVISSIMO ET INTEGERRIMO QUI NATUS KAL NOVEMBRIBUS ANNI MDCLXIX OBIIT IV NONAS IUNIAS ANNI MDCCXXXVII QUUM VIXISSET ANNOS LXVIII MENSES VII DIEM I HOC MONUMENTUM PONI CURAVERUNT HEREDES MOESTISSIMI

ROUWBORD VOOR PAULUS ENGELBERTUS MARTENS IN DE NICOLAASKERK TE UTRECHT

NOBILISSIMO AMPLISSIMO VIRO PAULO ENGELBERTO MARTENS I[URIS] U[TRIUSQUE] D[OCTORI] SUPREMI TRIBUNALIS TRAIECTINAE DIOECESEOS SENATORI INTEGERRIMO ALTERIUS PARTIS REDITUUM GENERALIUM QUONDAM QUAESTORI AQUARUMQUE BYLEVELDENSIUM CURATORI EXACTISSIMO AGENTI ANNUM SEXAGESIMUM SEPTIMUM NATO DIE XXVI MENSIS DECEMBRIS ANNI MDCCXIII DIE XV MENSIS APRILIS ANNI MDCCLXXX UXORI LIBERISQUE DILECTISSIMIS NIMIS SUBITO PER MORTEM INEXSATIABILEM EREPTO H.M.P.C. VIDUA SUSANNA GERARDA VAN HALM LIBERIQUE MOESTISSIMI

LEIDEN, HOOGLANDSE KERK, NOORDZIJDE KOOR

EPITAAF VOOR ZACHARIAS COLBIUS VAN ZOLMS

VIRO CONSULTISSIMO

ZACHARIAE COLBIO SOLMENSI

QUI

HENRICO IV GALLIAE ET NAVARRAE REGI

ET FRIDERICO IV ELECTORI PALATINO

A SECRETIS

FREDERICO V AUTEM POST REGI BOHEMIAE A STUDYS ET CONSILYS

SACRIS

FUIT

RELIGIONE IN DEUM

PIETATE IN PRINCIPES

HUMANITATE IN OMNES

SPECTANTISSIMO AVUNCULO MAGNO OPTIME DE SE MERITO

XV APRILIS ANNO CHRISTI MDCXXIII AETATIS LXXX VIVIS LEIDAE EXEMTO MONUMENTO HOC MEMORIAE ET GRATITUDINIS ERGO

FIERI FECIT ZACHARIAS HOMBURGIUS HAERES

VERTALING :

AAN DE BEROEMDE RECHTSGELEERDE ZACHARIAS CULBIUS VAN ZOLMS, DIE GEHEIMSCHRIJVER IS GEWEEST VAN HENDRIK DE VIERDE, KONING VAN FRANKRIJK EN NAVARRA, EN VAN FREDERIK DE VIERDE, KEURVORST VAN DE PALTS,

 ALSMEDE CURATOR VAN DE UNIVERSITEIT EN GEHEIMRAAD IN GEESTELIJKE ZAKEN VAN FREDERIK DE VIJFDE, DESTIJDS KONING VAN BOHEMEN.

BEROEMD DOOR GODSVRUCHT

DE LIEFDE VOOR ZIJN VORSTEN

EN DE BELEEFDHEID TEGENOVER EEN IEDER

ZIJN ERFGENAAM ZACHARIAS HOMBERG HEEFT TER NAGEDACHTENIS EN ALS TEKEN VAN DANKBAARHEID VOOR ZIJN OUDOOM AAN WIE HIJ ZEER VEEL VERPLICHT WAS EN IN LEIDEN OP 25 APRIL IN HET JAAR ONZES HEREN 1633 IN DE OUDERDOM VAN 80 JAAR OVERLEED, DIT GEDENKTEKEN HIER GESTELD

EPITAAF VAN PIETER ADRIAANSZOON VAN DER WERF IN DE HOOGLANDSE KERK TE LEIDEN

....POSUERE PETRO HADRIANI WERVIO QUI MULTA OBIVIT PRO SALUTE PATRIA PERICLA

MULTA MUNIA IN REPUBLICA

QUEM LEIDA VIDIT CONSULEM BIS SEXIES

BIS ORDINES HOLLANDIAE DIGNUM SUI MEMBRUM SENATUS

CUIUS HOC CONSTANTIA DEBET SUB EIUS CONSULATU CIVITAS OBSESSA BIS QUOD CANTABRUM PESTEM FAMEM

TUMULTUANTE CIVE PLEBE MILITE

DONEC FUIT SOLUTA FORTITER TULIT

NATUS EST LEYDAE Ao  MDXXIX DENATUS Ao   MDCIV

UXOREM HABUIT MARIAM DUYST A VOORHOUT........

VERTALING :

JOHANNES, PIETER EN ADRIAAN VAN ASSENDELFT, ZONEN VAN BARTHOLOMEUS EN EERBIEDIGE ACHTERNEVEN, HEBBEN DEZE MARMEREN GEDENKTAFEL HIER OPGESTELD TER ERE VAN HUN GROOTVADER, PIETER ADRIAANSZOON VAN DER WERF, DIE AAN VELE GEVAREN HEEFT BLOOTGESTAAN TOT WELZIJN VAN ZIJN VADERLAND, DIE VELE AMBTEN HEEFT BEKLEED IN DIT GEMENEBEST, DIE IN LEIDEN TWAALF KEER BURGEMEESTER IS GEWEEST EN IN DE STATEN VAN HOLLAND TWEEMAAL EEN WAARDIG LID IS GEWEEST VAN DEZE VERGADERING, AAN WIENS STANDVASTIGHEID DE STAD TIJDENS ZIJN BURGEMEESTERSCHAP TWEEMAAL BELEGERD ZIJNDE VERSCHULDIGD IS DAT DE STAD KLOEKMOEDIG HEEFT VERDRAGEN DE SPAANSE LEGERS, DE PEST, DE HONGERSNOOD, HET MUITEN VAN DE BURGERIJ, VAN HET GEPEUPEL EN VAN DE KRIJGSMACHT. HIJ WERD IN LEIDEN GEBOREN IN HET JAAR 1529 EN IS ALHIER OVERLEDEN IN HET JAAR 1604. HIJ HEEFT TOT ECHTGENOTE GEHAD MARIA DUYST VAN VOORHOUT, DE DOCHTER VAN FRANS.

OP GRAFZERK VAN JAMES GORDON (GESTORVEN 1776), GENERAEL-MAJOR VAN DE INFANTERIE

HOOGLANDSE KERK, LEIDEN

ANIMO NON ASTUTIA

LEIDEN, HOOGLANDSE KERK, GOTISCHE TEKST ONDER HET CENTRALE RAAM VAN HET KOOR

AVE BENIGNE JHESU

LEIDEN, HARTEBRUGKERK [1835], TEKST ONDER TYMPANON

HIC DOMUS DEI EST ET PORTA COELI

TEKST BOVEN DEUR ZWOLLE.................53

PRAESTANT AETERNA CADUCIS

praestare : de overhand hebben, meer waard zijn dan  aeternus : eeuwig  caducus : vergankelijk

ZUTPHEN, HOUTMARKT 70

NON BENE SI DOMUS HAEC CUIQUAM FABRICATA VIDETUR

SIC SINAT HANC NOBIS, CORRIGAT IPSE SUAM

ANNO DOMINI 1615

quisquam : iemand    videri : schijnen     sinere : laten, overlaten      corrigere : beter maken

ZUTPHEN, ST. WALBURGISKERK, KOOR

EPITAAF VAN WILLEM BAUDARTIUS

EPITAPHIUM R[EVERENDI] D[OMINI] WILHELMI BAUDARTII MINISTRI ECCLAESIAE ZUTPHANIENSIS

FLANDRIA ME GENUIT PLERUMQUE BRITTANNIA FOVIT

VIDI GERMANOS ALIOSQUE HINC INDE MORANTES

NEMO HORUM POTUIT MORIENTEM CERNERE ZUTPHEN

QUAE ME DOCTOREM COLUIT

CORPUS QUOQUE SERVAT

NATUS ANNO DOMINI 1565

OBYT ANNO DOMINI 1640

DIE 15 DECEMBRIS ANNO AETATIS 75

epitaphium : grafzerk      reverendus : eerbiedwaardig    minister : dienaar    Flandria : Vlaanderen    gignere, genui : voortbrengen     plerumque : in vele gevallen      fovere : koesteren    morari : vertoeven     mori : sterven     cernere : zien    colere : vereren    servare : bewaren     aetas, -atis : leeftijd, leven

ZUTPHEN, ST. WALBURGISKERK, ZUIDZIJDE

MONUMENT VOOR DE FAMILIE VAN HEECKEREN

VIVIT POST FUNERA VIRTUS

D.O.M. EVERHARDO LEBERO BARONI VAN HEECKEREN

TOPARCHAE IN NETELHORST ENGHUISEN ET BARLHAM ETC.

COMIT. ZUTPHAN. SATRAPAE

MARIAE LIBERAE BARON. TORCK PARENTIBUS OPTIMIS

HOC MONUMENTUM L[IBENS] M[ERITO] POSUERUNT

LIBERI OBSEQUENTISSIMI ANNO MDCCVI

S[ALVE[ V[IATOR] MONUMENTUM QUOD VIDES EST LIBER BARONUM VAN HEECKEREN FAMILIAE LONGA IMAGINUM SERIE ILLUSTRISSIMAE   ET DE PATRIA OPTIME MERITAE

DEDIT COMIT. ZUTPHAN. SATRAPAS IV REIPUBLICAE

MAGISTRATUS ET AD REGES ET PRINCIPES LEGATOS EXERCITUI DUCES QUORUM PLURIMI PRO PATRIA PUGNANTES CECIDERUNT.

funus, funeris : dood      d[eo] o[ptimo] m[aximo]    toparcha: burgemeester    comit[atus], -us : graafschap    satrapa : bestuurder     libens : graag    merito : met reden      obsequens, -entis : volgzaam      salve : gegroet    viator, -oris : voorbijganger      imago, -inis : portret, persoon     series, -ei : reeks     optime mereri : zich in de hoogste mate verdienstelijk maken     exercitus, -us : leger      cadere, cecidi : sneuvelen

ZUTPHEN, ST. WALBURGISKERK, ZUIDZIJDE

GRAFZERK VOOR SUZANNA VAN RHEMEN

NOBILISSIMAE HEROINAE SUSANNAE A RHEMEN

FAEMINAE CUM PRISCIS COMPARANDAE

SED TANTUM SE IPSA DIGNAE

QUAE DUM IN BATAVIS UBI ROTTA FLUIT

PATRIAE CALAMITATUM LUGET PLACIDAM ANIMAM

DIGNAM PULCHRO CORPORE DEO CREATORI

ANNO AETATIS XL POST VIRGINIS PARTUM MDCLXXIII

IN FIDE ET PACE REDDIDIT CORPORIS EXUVIAS

IBI AD TEMPUS SINGULTUUM SONO ET LACHRIMARUM

COMITATU SEPONENDAS HUCQUE GALLORUM FURORE

SEDATO TRANSFERENDAS MOESTO CONIUGI

IOHANNI RUITER RELIQUIT

SIC TRISTIS SPIRITUS MENTEM CONSUMIT ET OSSA

heroina : heldin     faeminae = feminae    priscus : oud, van vroeger      comparare : vergelijken    tantum : slechts     dignus + ablativus : waardig      Rotta : Rotte     fluere : stromen     calamitas, -atis : ramp     lugere : berouwen    placidus : rustig     creator, -oris : schepper    virgo, -inis : maagd [nl. Maria]      partus, -us : geboorte, bevalling       exuviae, -arum : omhulsel     singultus, -us : snik     comitatus, -us : gezelschap, begeleiding      sedare : kalmeren     transferre : overbrengen     moestus = maestus : droevig    consumere : verteren     os, ossis : bot

ZUTPHEN, ST. WALBURGISKERK, TRANSEPT ZUIDZIJDE

WANDSCHILDERING

GREGOR[IUS] IN MORALIB[US] : MALA VITA PRAELATORUM RUINA EST OMNIUM SUBDITORUM. NON DEBET IS ALIORUM DUCATUM SUSCIPERE QUI NESCIT HOMINES BENE VIVENDO PRAEIRE

NE QUI AD HOC ELIGITUR UT ALIORUM CULPAS CORRIGAT

QUOD ET RESECARE DEBUIT IPSE COMMITTAT

praelatus : prelaat, hooggeplaatste geestelijke     subditus : onderworpen    ducatus, -us : leiderschap    suscipere : op zich nemen       praeire : voorgaan     eligere : uitkiezen      corrigere : ongedaan maken       resecare : snoeien, beeindigen   committere : begaan

ZUTPHEN ST. WALBURGISKERK NOORDZIJDE

GRAFZERK VAN BERNARD STEDEMEIER

REVERENDUS DOCTISSIMUSQUE VIR D[OMINUS] BERNARDUS STEDEMEIERUS HUIUS ECCLESIAE PASTOR

HIC SEPULTUS EST

OBIIT ANNO DOMINI MDCXIX DIE XVI IULII

reverendus : eerbiedwaardig     doctus : geleerd        ecclesia : kerk       sepultus : begraven

ZUTPHEN, ST. WALBURGISKERK NOORDZIJDE

GRAFSTEEN VOOR ELIZABETH KIRKOM

HIC SEPULTA EST NOBILIS FOEMINA ELYSABETHA KIRKOM

CUM TRIBUS LIBERIS QUONDAM UXOR IOHANIS PREWDE

OBIIT 21 DECEMBRIS ANNO DOMINI 1621

sepultus : begraven      foemina = femina      quondam : eens, vroeger

ZUTPHEN, ST. WALBURGISKERK NOORDZIJDE

GRAFSTEEN VOOR TH. BERGHEGE 1822

VIVE MEMOR LAETHI

memor, -oris + genitivus : gedachtig    laethum = letum : dood

ZUTPHEN, ST. WALBURGISKERK NOORDZIJDE

GESCHILDERDE EPITAAF

ANNO SALVATORIS NOSTRI MCCCCCXLV IPSO DIE VENERABILIS SACRAMENTI EX HAC VITA MIGRAVIT HONORABILIS AC PROVIDUS VIR D[OMINU]S IOHANNES...................HUIUS ALTARIS VICARIUS SENIOR CUIUS UT ANIMA I[N] PACE QUIESCAT

QUISQUIS ES AMICE LECTOR ORA

salvator, -oris : heiland      venerabilis, -is : eerbiedwaardig    sacramentum : sacrament        migrare : verhuizen         providus : vooruitziend, voorzichtig      vicarius : plaatsvervanger, pastoor     cuius : wiens    ut : opdat     quisquis : wie ook maar    orare : bidden

ZUTPHEN, ST. WALBURGISKERK NOORDZIJDE

GESCHILDERDE TEKST

INDICABO TIBI, O HOMO, QUID SIT BONU[M] ET QUID DOMINUS REQUIRAT A TE UTIQUE FACERE IUDICIUM ET DILIGERE MISERICORDIA[M] ET SOLICITU[M] AMBULARE TE CUM DEO TUO

indicare : aangeven         sit : coniunctivus van de afhankelijke vraag      requirere  ab: eisen van    utique : hoe dan ook     iudicium : oordeel, wil    diligere : beminnen    misericordia : medelijden      sol[l]icitus : bezorgd, gewetensvol     ambulare te : a.c.i.

ZUTPHEN, ST. WALBURGISKERK NOORDZIJDE

GESCHILDERDE TEKST

QUICUMQUE SUNT CHRISTI CARNEM SUAM CRUCIFIXERUNT CUM AFFECTIBUS ET CONCUPISCENTIIS   GAL. 5.  UNIVERSUS SCOPUS PRECEPTORU[M]   SERVATORIS NOSTRI ESTU INTEMPERANTIA ET ODIO MENTEM LIB.....................IN IPSIUS ET.................CHARITATEM

quicumque : wie ook maar     caro, carnis : vlees       crucifigere : kruisigen      affectus, -us : gevoelen    concupiscentia : begeerte      gal. 5 = Galaten 5         scopus : doel     preceptum : voorschrift     servator, -oris : heiland    estu = aestu, van aestus : gloed     intemperantia : onmatigheid      odium : haat

OP PRENT (2E STAAT) VAN GIOVANNI PIETRO POSSENTE (VULCANUS IN ZIJN SMIDSE MET MARS EN VENUS) IN DE BASELITZ-VERZAMELING

ARMA ACRI FACIENDA VIRO

OP PRENT VAN JACQUES BELLANGE (ATALANTA EN MILANION) IN DE BASELITZ-VERZAMELING

GAUDET AMANS NYMPHA SI RAPTOR AGENORE NATA

DUM SUA TERGORIBUS PER FRETA FURLA VEHIT

QUA MIHI NUNC IMPLEVIT PLACIDAM SOLATIA MENTEM

DUM MEA SIC HUMEROS PULCHRA DIANA GRAVAT

OP TITELBLAD VAN EEN UITGAVE VAN HET WERK VAN HANS VREDEMAN DE VRIES

MUSEUM BOYMANS-VAN BEUNINGEN, ROTTERDAM

IOANNES VREDEMANNUS FRISIUS LEOVARDENSIS

PICTORUM SUMMUS CELEBRAT QUOS OPTICA VIRTUS

FRISO : PROBANT ARTEM REGIA TECTA TUAM

CUM TUA SINT OPERA HAEC VARII(S) SUBNIXA COLUMNIS

SPECTABIT LONGO TEMPORE POSTERITAS

ONDERSCHRIFT BIJ DE  PRENT MARS EN VENUS DOOR VULCANUS BETRAPT, DOOR  H. GOLTZIUS [1585]

UT PHOEBUS NITIDO LASCIVUM LUMINE MARTEM

ET PAPHIAE PRODIT TURPIA FURTA DEAE

SIC FUCATA DEUS SCELERATAE CRIMINA VITAE

CERNIT ET OCCULTUM NON SINIT ESSE NEFAS

ONDERSCHRIFT BIJ PRENT  MARS EN VENUS, DOOR H. GOLTZIUS [1588]

MUNDI OCULUS PHOEBUS MUNDI LUX OMNIA CERNIT

SUB NITIDO ARCANUM EST SOLE LATENSQUE NIHIL

MARTIS ADULTERIUM BLANDA CUM CYPRIDE NEXU

MULCIBERIS, DICTIS PREBET ABUNDE FIDEM

NUDUS UTERQUE IACET NIL SI CELATUR ET ATRA

NOX OPERIT PRODAT QUIN REFERETQUE DIES

ONDERSCHRIFTEN BIJ DE VIER SEIZOENEN-

PRENTEN VAN JACOB MATHAM [1589]

VERE REFLORESCENS VESTITUR FRONDIBUS ARBOR

VESTITUR TELLUS VERSICOLORE COMA

CONCENTUSQUE AVIUM RESONANT NEMUS OMNE

ARIESQUE MITIOR AURATO VELLERE TINGIT HUMUM

AESTAS MATURIS FECUNDAT FRUGIBUS ANNUM

ILLIUS EXORNANT SPICEA SERTA CAPUT

ILLIUS ADVENTU CANCER TERRASQUE SALUMQUE

ILLUSTRAT CERERI RUSTICA TURBA LITAT

POMIFER AUTUMNUS TURGENTIBUS UMIDUS UVIS

MI PLENO CORNU COPIA LARGA FLUIT

ET LAUTIS MENSIS BELLARIA BELLA MINISTRO

AEQUAT DUM NOCTI PENDULA LIBRA DIEM

ALGET ET ANTE FOCUM TORPESCIT BRUMA NIVALIS

PELLITA CINGENS FRIGIDA MEMBRA TOGA

ANNI LABENTIS SENIUM CAPRICORNE REDUCIS

TE RADIANTE STUPET TERRA SEPULTA NIVE

RANDSCHRIFTEN BIJ PRENTEN VAN H. GOLTZIUS

TANTALUS IN MEDYS RESIDENS SITIT AVIDUS UNDIS

QUAM MISER, INTER OPES QUI MALE VIVIT INOPS

HAUD BONA FORTUNAE QUISQUAM PUTAT ESSE BEATA

ILLA BONIS PROSUNT, ILLA NOCENTQUE MALIS

SCIRE DEI MUNUS DIVINUM EST NOSCERE VELLE

SED FAS LIMITIBUS SE TENUISSE SUIS

DUM SIBI QUISQUE SAPIT NEC IUSTI

EXAMINA CERNIT ICARUS ICARYS NOMINA DOTAT AQUIS

NON AMBIRE PROBAT SAPIENS SED LAUDAT HONORES

LAUDAT CONTINGANT SI NIMIUM TEMERARIA LAPSUS

VOTA DOCET TANDEN FINE CARERE BONO.

CUI SIBI COR PRURIT PLAUDENS POPULARIBUS AURIS

QUEM FAMAE STOLIDUM GLORIA VANA IUVAT

EXEMPLO SIT EI IXION CUI IUPPITER ATRAM

PRO IUNONE SUA SUPPOSUIT NEBULAM

ONDERSCHRIFT BIJ DE PRENT OREADEN EN FAUN, 1590

NIL IUVAT AFFLICTIS MOERENTEM OSTERNDERE VULTUM

IPSA MANUS TANTUM SEDULA PRAESTET OPEM

OP SCHILDERIJ VAN MAERTEN VAN HEEMSKERCK

MET PORTRET VAN REINERUS FRISIUS GEMMA, CA 1545

LUX TENEBRIS RURSUS LUCI TENEBRAE FUGIENTI

SUCCEDUNT STABILIS

RES TIBI NULLA MANET

TEKST OP SCHILDERIJ VAN LUCAS CRANACH VOIORSTELLENDE VENUS EN AMOR IN HET KROELLER-MUELLER-MUSEUM TE OTTERLO

DUM PUER ALVEOLO FURATUR MELLA CUPIDO

FURANTI DIGITUM CUSPIDE FIXIT APIS

SIC ETIAM NOBIS BREVIS  ET PERITURA VOLUPTAS

QUAM PETIMUS TRISTI MIXTA DOLORE NOCET

TEKST OP EEN ANONIEM MANNENPORTRET IN HET KROELLER-MUELLER-MUSEUM IN OTTERLO

PATERE VINCES

TEKST EPITAAF FRANCISCUS SPENGLEHR

NOORDWESTZIJDE KERK MARIA-SCHÖNDORF, VÖCKLABRUCK

OBER-ÖSTERREICH

SUBSISTE VIATOR ET LEGE

SI NUMQUAM LAPIDES CRESCERE VIDISTI

HUNC [LAPIDEM] LOQUENTEM AUDI

subsistere : blijven staan    viator, -oris : reiziger   si : indien   numquam : nooit   lapis, -idis : steen    crecere : groeien   videre [perf. vidi] : zien   hunc : deze   loqui : spreken   audire : horen

IACET SUB HOC SAXO

VIR CERTE GRATIOSUS QUIA IOANNES

VIR ADAMANTINUS QUIA ADAMUS

VIR CLARUS VIRTUTE CONSPICUUS SAPIENTIA QUIA FRANCISCUS

QUAERIS EIUS COGNOMEN?

iacere : liggen   sub + ablativus : onder   saxum : steen   vir, viri : man   certe : zeker    gratiosus : geliefd   quia : omdat   adamantinus : hard als staal   clarus : beroemd   virtus, -utis : deugd   conspicuus :  opzienbarend   sapientia : wijsheid   quaerere : vragen   eius : van hem   cognomen : bijnaam

EST SINCERUM QUIA GERMANICUM

EST ARTIFICIOSUM QUIA SPENGLEHR

ET CERTE NOBILIORIBUS ARTIBUS IMBUTUS FUIT

sincerus : oprecht   artificiosus : kunstzinnig   certe : zeker    nobilis, -is : aanzienlijk   imbuere : doordrenken

QUI VIX HERBIPOLI 5 MAII ANNO 1671 NATUS MUNDUM ASPEXIT RUDIORA DESPEXIT AD HUMANIORA ET ALTIORA ERFORDIAE ANIMUM DIREXIT EUNDEM UNIVERSITAS ILLA LAUREA MAGISTERII

qui : hij   natus : geboren   mundum aspicere : de wereld aanschouwen   rudus : primitief   despicere : verachten   humaniora :  menselijker dingen [gezegd van de humanistische opvoeding]   altiora : hogere dingen   Erfordiae : te Erfurt   dirigere : richten   eundem : dezelfde man   laurea : lauwerkrans   magisterium : de meestertitel

RESPEXIT PRAGA IURE CIVILI CONDECORAVIT

AUSTRIA SUPERIOR ADVOCATUM REDDAMAVIT VÖCKLAPONTUM SYNDICUM ANNIS 29 COLLAUDAVIT TANDEM  MERITISSIMUM SEXENNIO IUDICIS PRAEROGATIVA ORNAVIT

respicere : eren   ius civilis : burgerlijk recht   condecorare : tooien   Austria : Oostenrijk   superior, -oris : hoger gelegen      redamare :  waarderen   syndicus : afgevaardigde   collaudare : prijzen   mertitus : verdienstelijk    sexennio : in zes jaar tijd   iudex, iudicis : rechter    praerogativa : voorrechten

QUEM URBS POPULUSQUE DIUTIUS SERVASSET NISI FERREA LIBIDINAE FALX 11 DECEMBRIS AO  1739 AD MORTIS SAXUM ATTRACTUM ALLISUM ET APOPLEXIA CONQUASSATUM INSPERATO SUSTULISSET

TU QUI ISTA LEGIS

IOANNI PRECARE GRATIAM DEI

ADAMO SEMPITERNAM REQUIEM

FRANCISCO CLARAM VISIONEM

SPENGLEHR AETERNAM BEATITUDINEM

ITA VOVET SUPERSTES FILIUS WOLFGANGUS CASPARUS SPENGLEHR

quem : hem   urbs, urbis : stad   populus : volk   diutius : langer   servare : bewaren, koesteren   serva[vi]sset : 'zou gekoesterd hebben'   nisi : als niet   ferreus : ijzeren    Libidina : doodsgodin   falx, falcis : sikkel   attractus : gebracht   allidere :  schokken   apoplexia : beroerte   conquassare : treffen    insperato : onverwacht    tollere [perf. sustuli] wegnemen    tu qui : gij die    ista : het bovenstaande    legere : lezen    precari : bidden   gratia : genade    sempiternus : eeuwig   requies, requiei : rust   clarus : helder   visio, -onis : visioen  aeternus : eeuwig   beatitudo, -inis : gelukzaligheid

ita : zo  vovere : wijden, bidden   superstes, -itis : overlevend   filius : zoon

Anno qVo per KheVenhil Ler. P.T.  aUstrIa sUperIor ab hostIbUs GaLLis et BaVarIs reDempta fUIt

requiescat in pace amen

anno quo : in het jaar waarin   hostis, -is : vijand    Gallus : Frans   Bavarus : Beiers   redimere : vrijmaken

TEKST VAN EPITAAF AAN DE  ZUID-OOSTZIJDE VAN DE PFARRKIRCHE TE GMUNDEN IN OBER-ÖSTERREICH

SISTE FRAGILIS HOMO LEGE CONSIDERA

HIC  IACENT IN DOMINO PIE DORMIENTES CHARI ANTECESSORES NOSTRI AVUS PATER FILIUS AVIA MATER FILIA

EXPECTANT ME ET TE SUCCESSORES PRIMUS VITUS FREDERICUS STREUBL [...................]

DORMIANT IN PACE CHRISTI

ITA PIE EXOPTANT [..................] SUPERSTITES QUI LUGENTES DEVOTI HOC EPITAPHIUM EXTRUXERUNT

sistere : blijven staan   fragilis, -is : broos  homo, hominis : mens   lgere : kezen   considera : overwegen   hic : hier   iacere : liggen  pie : vroom   dormire : slapen   charus : dierbaar   antecessor, -oris : voorganger, leden van het voorgeslacht   avus : grootvader   avia : grootmoeder   exspectare : verwachten  successor, -oris : opvolger   dormiant : coniunctivus : 'mogen zij slapen'   exoptare : verlangen   superstes, -itis : overlevend  lugere : rouwen   extruere : oprichten

  

TEKST OP DE EPITAAF VAN  DE COMPONIST WILLIAM CROFT IN DE CRYPTE VAN ST. PAUL'S CATHEDRAL IN LONDEN

HIC JUXTA SEPULTUS EST

GULIELMUS CROFT

MUSICAE DOCTOR

REGIIQ[UE]  SACELLI ET HUJUSCE ECCLESIAE COLLEGIATAE

ORGANISTA

hic iuxta : hiernaast  sepultus : begraven   regius : koninklijk   sacellum : kapel   huiusce : van deze

HARMONIAM

A PRAECLARISSIMO MODULANDI ARTIFICE

CUI ALTERUM IAM CLAUDIT LATUS

FELICITER DERIVAVIT

SUISQ[UE] CELEBRATIS OPERIBUS

QUAE DEO CONSECRAVIT PLURIMA

STUDIOSE PROVEXIT

praeclarissimus : wijd en zijd beroemd   modulari : componeren   artifex, -icis : kunstenaar    alter : de ene    claudere : sluiten   latus, lateris : zijde   derivare : afleiden   feliciter : met succes   suus : zijn eigen   celebratus : beroemd  opus, operis : werk   quae : slaat terug op 'operibus'    consecrare : wijden   plurimus : zeer veel   studiose : ijverig   provehere : voortgaan

NEC SOLENNITATE TANTUM NUMERORUM

SED ET INGENII ET MORUM ET VULTUS ETIAM SUAVITATE

EGREGIE COMMENDAVIT

INTER MORTALIA

PER QUINQUAGINTA FERE ANNOS

CUM SUMMO VERSATUS CANDORE

solennitas, -atis :  feestelijkheid    tantum : slechts, alleen    numerus : getal, maat, muziek   et : ook   ingenium : talent   mos, moris: zede   vultus, us : gelaat   etiam : ook   suavitas, -atis : bevalligheid  egregie : op voortreffelijke wijze   commendare : zich geliefd maken    mortalia : sterfelijke dingen   per : gedurende   quinquaginta : vijftig   fere : bijna   versari : vertoeven   candor, -oris : oprechtheid

NEC ULLO HUMANITATIS OFFICIO CONSPECTIOR

QUAM ERGA SUOS QUOTQUOT INSTITUERIT, ALUMNOS

AMICITIA ET CHARITATE VERE PATERNA

XIV DIE AUGUSTI A D MDCCXXVII

AD COELITUM DEMIGRAVIT CHORUM

PRAESENTIOR ANGELORUM CONCENTIBUS

SUUM ADDITURUS HALLELUJAH

humanitas, -atis : menselijkheid   officium : plicht  conspectus : opvallend  quam : dan  erga + accusativus : jegens  suus : zijn eigen   quotquot : zoveel als   instituere : aannemen   alumnus : 'voedsterling' , leerling   charitas, -atis : sympathie  vere : waarlijk   paternus : vaderlijk   coeles, coelitis : hemeling   demigrare : verhuizen   chorus : loor   angelus : engel   concentus, -us : samenzang   suum Halleluja : zijn eigen Halleluja   addere : toevoegen

TEKST OP EPITAAF VAN JOANNES FRIDERICUS GRAAF VAN SEEAU IN EEN DORPSKERK TE TIMELKAM-OBERTHALHEIM  IN DE OMGEVING VAN VÖCKLABRUCK, OOSTENRIJK

SISTE VIATOR

ET INSPICE

HIC JACET

JOANNES FRIDERICUS SRJ COMES A SEEAU LB IN WIRSING

DUARUM CONIUGUM MARITUS AC VIGINTI DUORUM PROLIUM PARENS

TRIUM AUGUSTISSIMORUM IMPERA[TORUM]

LEOPOLDI I, JOSEPHI I ET CAROLI VI

sistere : blijven staan   viator, -oris : reiziger   inspicere : kijken   hic : hier   iacere : liggen  comes, comitis : graaf   coniunx, -ugis : echtgenote   viginti duo : 22  proles, -is : nageslacht, kind   parens, parentis : vader  tres, trium : die   augustus : verheven 

CLAVIS AUREAE CUBICULARIUS CAMERAE AULICAE SENIOR

ACTUALIS CONSILIARIUS

OLIM IN

 TRANSYLVANIA BAVARIA AC TYROLL COMMISSARIUS NEC NON BORIORUM

CAMERALIUM ADMINISTRATOR ET SALINARIUM IN AYSTRIA SUPRA ONASUM

SUPREMUS PRAEFECTUS

clavis, -is : sleutel  aureus : gouden   cubicularius : kamerheer   aulicus : van het hof   consiliarius : raadsheer  olim : vroeger

MISERICORDISSIMO DEO

LABORUM  SACRAM MERCEDEM AC AETERNAM REQUIEM SPERANS ET EXPECTANS

NATUS  A D MDCLIX AUGUSTISSIMIS XXX SERVIVIT

FIDELITER AC CONSTANTER OBIIT DIE V MENSE XBRI [DECMBRI] ANNO MDCCXXIX

AETATIS SUAE ANNORUM LXX MENSIS IV DIES II

CUI

A DEO

REQUIEM PRECARE

misericors, -ordis : medelijdend   merces, mercedis : loon   servire : dienen   precari : bidden

HUMO NON SEPAREBIT

TEKST OP EPITAAF VAN SIGISMUNDUS, HEER VAN SEISENBURG ETC, IN EEN DORPSKERK IN TIMELKAM-OBERTHALHEIM  IN DE OMGEVING VAN VÖCKLABRUCK, OOSTENRIJK

HIC REQUIESCIT

ILLUSTRISSIMUS DOMINUS DOMINUS

SIGISMUNDUS FRIDERICUS ENGLA WAGRAIN LIBER BARO

DNS IN SEISENBURG PETTENBACH ET STAREIN ET SACRAE CAES MAIEST NEC NON REVEREND ET SEREN ELECTO

RIS COLONIENSIS DUCIS BAVARIAE CONSILIARIUS RESPVE

CAMERARIUS ET IN EXCELSO REGIMINE INFERIORIS

AUSTRIAE REGENS ET SENIOR

PIE OBIIT IV  NOVEMBRIS ANNO SALUTIS

MDCC1

AETATIS SUAE LXIX

MARIA TERESIA DE LEONROD

UXOR PRIMA

MARIA ELEONORA BARONISSA DE ST OZINGEN UXOR SECUNDA

TEKST ONDER DUBBELWAPEN IN EEN DORPSKERK TE TIMELKAM  BIJ VOCKLABRUCK

QUOS DEUS AMORE CONIUNXIT

GRAFZERK IN  KERK TE GMÜNDEN, OOSTENRIJK

OPTUMAE UXORI

BARBARAE EX FAMILIA

PALDRICIORUM MOESTUS MARITUS

MATTHIAS GARTNER

SAC CAES MTI A CONSILIIS

REIQUE SALINARIAE SUMMUS PRAEFECTUS

POS[UIT]

OBIIT 2 APRI  MDCXIV

ANIMA  DEO  VIVAT

GRAFZERK IN  KERK TE GMÜNDEN, OOSTENRIJK

DEUS PROPITIUS ESTO MIHI PECAT[ORI]

NOBILI AC GENEROSO VIRO DNO

MATTHIAE GARTNER SAC CAS MTM

FERDONANDO 2 NEC NON SERENISS

ELECTORI MAXIMILIANO BAVARIAE DUCI

A  CA......[CONSILIIS?] QUONDAM SUPREMO

SALINARUM IN AUSTRIA PRAEFECTO

........................

EPITAAF IN DE PFARRKIRCHE VAN GMÜNDEN, OOSTENRIJK

SISTE   AUDI

QUIS INDE CLAMOR?

IACET HIC

PASTOR BONUS ET SACER PRAECO PER 42 ANNOS

ARD FRANC MATTHAEUS ANES

VICAR 26 ANNIS 16 GMUNDAE PAROCHUS [?]

MISSIONIS SUPERIOR

MISS IN GSCHWANT PIUS.....

CLAMAVIT VIVUS....

VERBIS HUIC MARMORI......

VERBUM DEI......

TEKST OP BASIS VAN EEN AAN DE DRIEEENHEID EN MARIA GEWIJDE ZUIL IN LINZ, OOSTENRIJK

MAGNAE COELORUM DOMINAE

INTEMERATAE MATRI VIRGINI

MARIAE

SINE LABE CONCEPTAE

.............

DEO

OPTIMO MAXIMO

BONORUM AUSPICI

UNI IN ESSENTIA

IN PERSONIS TRINO

SANCTO FORTI IMMORTALI

PATRIAE INCOLARUM CIVIUM

AEDIUM

LIBERATORI

SERVATORI

TEKST OP..................................................................TE WENEN

SANCTUS

GANGULPHUS

HUIUS TEMPLI PATRONUS

ET

DEFENSOR

AD GABRIELIS AVE

RESPONDES OPTIMA FIAT

REDDE TUUM FIAT

CUM REPETEMUS AVE

DAT BERNARDUS AVE

RESPONDE OPTIMA SALVE

REDDE TUUM SALVE

CUM REPETEMUS AVE

SI GABRIEL

PROPRIUM VELLET

SIBI SUMERE VULTUM

HANC BERNARDE TUAM

SUMERET EFFIGIEM

PRO GABRIELIS AVE

RECIPIS PATER

OPTIME SALVE

PRO NOSTRO

SALVE

REDDE PRECAMUS

AVE

TEKST OP TOREN

NESCITIS QUA HORA DOMINUS VENIET

TEKST  OP SOKKEL VAN EEN STANDBEELD GEWIJD AAN DE HEILIGE NEPOMUK, GMUNDEN, OOSTENRIJK

ITA DIGNE A NOBIS  HONORABITUR QUEMCUNQUE

REX VOLUERIT UT HONORETUR

TEKST OP BOVENPORTAAL VAN DE STIFTSKERK  IN

STABIT FIRMA AEDES TRIBUS HIS INNIXA COLUMNIS

VIRGINE BERNARDO CUNCTIPOTENTE DEO

KREMSMÜNSTER, STIFT

STABIT FIRMA AEDES TRIBUS HIS INNIXA COLUMNIS

VIRGINE BERNARDO CUNCTIPOTENTE DEO

KREMSMÜNSTER, STIFT, HAL STIFTSKERK

TEMPLUM DEI SANCTUM EST

DEI AEDIFICATIO EST

SCHLIERBACH, STIFT, FRESCO KLOOSTERGANG, TEKST OP GESCHILDERDE SARCOFAAG

NESCIT HOMO DIEM SUUM

SCHLIERBACH, STIFT, FRESCO KLOOSTERGANG : VADER TIJD

NULLUS IN HOC SACRO ET EXEMPTO ORDINE EXEMPTUS

NOLITE ZELARE MORTEM IN ERRORE VITAE

SALZBURG, BUITENZIJDE DOM

HAEC EST DOMUS DEI IN QUE INVOCABITUR NOMEN EIUS

SALZBURG, DOMPLATZ

DEO TRINO

OMNIPOTENTIAE SAPIENTIAE ET AMORIS FONTI

MARIAE DEIPARAE VIRGINI SINE LABE CONCEPTAE

SPLENDIDISSIMO DIVINAE [SEN]TENTIAE

SAPIENTIAE AMORIS PRODIGIO

IN CUIUS ASPECTU ANGELORUM INTELLECTUS STUPE[...]

HOMINUM SAPIENTIA DE LAT[....

.....]DAE M[...]NUM LIVOR FRENDET

ECCLESIA GLORIATUR ET EXULTAT

SALZBURG, DOM, CRYPTE

PIAE MEMORIAE CONSILIARII AULICI

ING DR CAROLI HOLEY ARCHITECTI ECCLESIAE

CATHEDRALIS + 6.3. 1955

 IULII TUTSCHKA MAGISTRI STUCCATORII + 4.3.1958

ET OPIFICUM QUI IN RESTAURANDA HAC ECCLESIA INFELICI PRAECIPITIO PERIERE

ARTHURII FRIEDWAGNER + 10.4.1946

IOSEPHI FUERTHNER + 24.6.1954

R.I.P.

RESURGEAM

NUMQUAM TE IPSUM QUAERAS

NON REVOLAT HORA SEMEL ELAPSA

CUIQUE SUUM

DOMINUS AUTEM ASSUMPSIT ME

IN MANU DOMINI SORS MEA

DEO DUCE

DEXTRA DOMINI EXALTAVIT ME

DEVOTIO ALOISII CO,ITIS DE LODRON EIUSQUE UXORIS MARIAE ERGA A EPPUM PARIDEM EIUSDEM GENERIS A D MCMLIX AEDIFICATIONEM HUIUS TABERNACULI MORTUORUM ARCH. EPPUM AERE COPIOSO IUVABAT

SALZBURG, ST. SEBASTIANUSKIRCHE

 SECONDHIAE HONORIS

PRIMO LAPIDE ERECTAE AC AMPLIATAE

S. SEBASTIANO MARTYRI URBIS AC PROVINCIAE

ELECTO TUTELARI SOLLEMNITER SACRATAE

SIGISMUNDI TERTII FELICITER IAM REGNANTIS

ARCHIEPISCOPI PRIMITIAE LABORIS ANNO A BENEDICTIONE

PER EUNDEM ET METROPOLIS DECANUM FACTA

OMINE ET NOMINE SECUNDO PARTU VIRGINEO

MDCCLIV DIE  XXVI  MAI

SALZBURG, SEBASTIAANSKERKHOF

REQUIESCIT HIC IN SANCTA PACE FIDELITATE DILIGENTIA AC LABORIBUS INSIGNIS OFFICIALIS

POSTARUM SALISBURGENSIUM PRAENOBILIS AC

PERDOCTUS DOMINUS CAROLUS JOSEPHUS MAYRHOFER

A COBURG ET ANGER TYROLENSIS POST PAUCOS DIES MALO VIX NON APOPLECTICO OBRUTUS INDORMIT ET IN CINERES ABIT AGENS ANNUM QUINQUAGESIMUM SECUNDUM ET SIC POST INNUMERAS ULTIMAM TANDEM SUAM EXPEDITIONEM PERSOLVIT ANNO 1739 DIE 22 FEBRUARY IN GRATIARUM ACTIONEM ALIQUAM MONUMENTUM HOC LENE POSUIT ET COMPOSUIT HERUS SUUS RELICTUS

SALZBURG, ST. PETERKIRCHHOF, INSCRIPTIE

NOTA BENE VIATOR

VOLARIUS HIC IACET ET HUMANAE MORTALITATIS TESTEM AGIT DUM TACET

TAM IURISPRUDENTIAE PERITIA QUAM VITAE PROBITATE

ALBO LAPILLO NOTANDUS NAM VIXIT ET SCRIPSIT SUAE CONFORMITER TESSERA

CANDIDE ET SYNCERE

VIS SCIRE QUIS ILLE?

NOBILIS ET EXIMIUS DOMINUS

AUGUSTIN9  GRUMPRÜNER

I.U.C. CONSILIARIUS ET IUDEX

HALSTADT, OMGEVING STADSPLEIN

FRANCISCUS IOSEFUS I ATQUE ELISABETH

DIE DESPONSATIONIS XIX AUGUSTI

EX ISCHL VISITAVERUNT PIE SALUTATI

GRATULATIONIBUS EPISCOPI LINCENSIS

HALSTADT, SOKKEL VAN MARIABEELD IN STADSCENTRUM

DEO TER OPT MAX

TRINO ET UNO



PATRI INGENITO FILIO UNIGENITO EX UTROQUE PROCEDENTI SPIRITUI SANCTO MARIAE VIRGINI MATRI IMMACULATAE FILIAE PATRIS MATRI FILII SPIRITUS SANCTI SPONSAE TER ADMIRABILI

SIT SEMPITERNA LAUS GLORIA ET HONOR

EX VOTO

HALSTADT, KERKHOF

NASCI PATI MORI


Bijlage 5 :

de Emblemata van Alciati, 1531

Andreae Alciati in librum emblematum praefatio ad

Chonradum  Peutingerum, Augustanum

Dum pueros iuglans, iuvenes dum tessera fallit:

 Detinet, et segnes chartula picta viros.

Haec nos festivis Emblemata cudimus horis

 Artificum illustri signaque facta manu:

Vestibus ut torulos, petasis ut figere parmas,

 Et valeat tacitis scribere quisque notis.

At tibi supremus pretiosa nomismata Caesar,

 Et veterum eximias donet habere manus,

Ipse dabo vati chartacea munera vates,

 Quae, Chonrade, mei pignus amoris habe.

praefatio in : voorwoord bij  ad : aan  Conradus Peutinger : stadsraad van Augsburg, adviseur van Maximiliaan I en verzamelaar van antieke munten en manuscripten   Augustanus : van Augsburg   dum : terwijl   iuglans, iuglandis : walnoot    tessera : dobbelsteen    fallere : misleiden   detinere : vasthouden, boeien   segnis : lui   chartula : kaart  festivus : feestelijk   cudere : uithakken   hora : uur, seizoen    artifex, artificis : ambachtsman  illustris : roemrijk  signum : teken, symbool    vestis, vestis : kledingstuk   ut : zoals   torulus : ornament    petasus : hoed   parma : schild, medaillon    et  : ook    tacitus : stil   nota : teken  supremus : allerhoogste   pretiosus : kostbaar   nomisma, nomismatis :  munt  vetus, veteris : oud   eximius : voortreffelijk   donare : geven   manus :  handwerk  vates, vatis : dichter   chartaceus : op papier   munus, muneris :  geschenk   pignus, pignoris : onderpand [hier predicatief : als een pand...]

Emblema I

Super insigni Ducatus Mediolanensis

insigne, insignis : schild   ducatus : hertogdom, hertog 

Ad illustrissimum Maximilianum, Ducem Mediolanensem

Exiliens infans sinuosi e faucibus anguis,

 Est gentilitiis nobile stemma tuis.

Talia Pellaeum gessisse nomismata regem

  Vidimus, hisque suum concelebrasse genus:

Dum se Ammone satum, matrem anguis imagine lusam,

 Divini et sobolem seminis esse docet.

Ore exit. Tradunt sic quosdam enitier angues.

  An quia sic Pallas de capite orta Iovis?

dux, ducis : hertog   exsilire : springen uit   sinuosus : kronkelend   fauces , faucium : keel   anguis, anguis : slang  gentilitii : familie    stemma : wapen   talis, talis : dergelijk   Pellaeus : van Pella  [met rex Pellaeus  wordt Alexander de Grote bedoeld]  gerere : dragen   nomisma, nomismatis : munt    his <nomismatibus>  concelebrare : beroemd maken [concelebrasse = concelebravisse]   genus ,  generis : nageslacht  dum : terwijl   se satum <esse> : a.c.i. afhankelijk van docet  serere : zaaien [ppp. satus]  Ammon, Ammonis  : Amon/Zeus   anguis , anguis : slang  imago, imaginis : beeld, gestalte  ludere : misleiden  divinus : goddelijk   soboles, sobolis : nakomeling  semen, seminis : zaad  os, oris : mond   exire : tevoorschijn komen   tradere : overleveren   eniti : baren [enitier : archaische infinitivus]  quia : omdat  caput, capitis : hoofd   oriri : ontstaan, voortkomen uit  Iuppiter, Iovis : Jupiter

Emblema II

Mediolanum

Bituricis vervex, Heduis dat sucula signum:

 His populis patriae debita origo meae est,

Quam Mediolanum sacram dixere puellae

  Terram: nam vetus hoc Gallica lingua sonat.

Culta Minerva fuit, nunc est ubi numine Tecla

 Mutato, Matris virginis ante domum.

Laniger huic signum sus est, animalque biforme,

 Acribus hinc setis, lanitio inde levi.

Biturici : de Bituriges waren een Keltisch volk in Aquitania  vervex, vervecis : hamel, gesneden ram    Haedui : volksstam tussen Arar en Liger    sucula : biggetje   Mediolanum : Milaan   sacer : gewijd aan [ verbinden met puellae]  dixere = dixerunt   vetus, veteris : oud  sonare : laten klinken   colere : vereren [ppp cultus]   numen, numinis : goddelijke macht   mutare : veranderen    numine mutato : ablativus absolutus   mater virgo : nl. de maagd Maria   laniger : woldragend   sus : varken   biformis: tweevormig   acer, acris : scherp  seta : borstelig haar   lanitium : wolcultuur, wol

Emblema III

Nunquam procrastinandum

numquam : nooit    procrastinare : uitstellen, verschuiven

Alciatae gentis insignia sustinet Alce,

 Unguibus et [meden] fert [anaballomenos]

Constat Alexandrum sic respondisse roganti,

  Qui tot obivisset tempore gesta brevi?

Nunquam, inquit, differre volens. Quod et indicat Alce:

 Fortior haec, dubites, ocior anne siet.

gens, gentis : familie  insigne : devies   sustinere : omhooghouden   alce  : eland   unguis, unguis : hoef    constat + a.c.i. : het staat vast dat.....    qui etc. : afhankelijke vraag bij roganti   obire :   verrichten  gestum : daad  differre : uitstellen   quod = id [relatieve aansluiting]  dubitare : twijfelen  fortior etc. : lees : dubites utrum haec fortior an ocior siet  siet = sit

Emblema IV

In Deo laetandum

laetari : zich verheugen

Aspice ut egregius puerum Iovis alite pictor 

Fecerit Iliacum summa per astra vehi.

Quisne Iovem tactum puerili credat amore?

 Dic, haec Maeonius finxerit unde senex?

Consilium, mens atque Dei cui gaudia praestant,

  Creditur is summo raptus adesse Iovi.

aspicere : kijken   ut : hoe   egregius : voortreffelijk  ales, alitis : vogel  pictor, pictoris : schilder  Iliacus : van Troje [ verbinden met puerum]  astrum : ster  vehere : meenemen  Iovem tactum <esse> : a.c.i. afhankelijk van credat  credere : geloven   tangere: aanraken   Maeonius : van Maeonië, een landstreek in Lydië [bedoeld wordt Homerus]  unde : waarvandaan   fingere : verzinnen   consilium atque mens Dei : godsbesef   gaudium : vreugde  praestare : verschaffen  creditur is cui : men gelooft dat hij, voor wie.... rapere : roven, schaken   adesse + dat. : aanwezig zijn bij

Emblema V

Sapientia humana, stultitia est apud Deum

sa[ientia : wijsheid   stultitia : dwaasheid

Quid dicam? Quonam hoc compellem nomine monstrum

 Biforme, quod non est homo, nec est draco?

Sed sine vir pedibus, summis sine partibus anguis,

 Vir anguipes dici, et homiceps anguis potest.

Anguem pedit homo, hominem eructavit et anguis:

 Nec finis hominis est, initium nec est

ferae. Sic olim Cecrops doctis regnavit Athenis:

 Sic et gigantes terra mater protulit.

Haec vafrum species, sed relligione carentem,

  Terrena tantum quique curet, indicat.

dicam : moet ik zeggen  [coniunctivus dubitativus]  quonam : verbinden met nomine  compellare : benoemen  biformisa, -is ; tweevormig  raco, drconis : slang  pes, pedis : voet  pars, partis : deel  anguis, anguis : slang  anguipes : met slangevoeten  homices : met mensenhoofd  pedere : een wind laten, uitschijten  eructare : uitbraken   proferre ; voortbrengen    vafer : slim, listig  carere + abl. : missen, verstoken zijn van   terrena : aardse zaken  tantum : slechts  indicat <eum> qui...

Emblema VI

Ficta religio

fictus : vals

Regali residens meretrix pulcherrima sella,

 Purpureo insignem gestat honore peplum.

Omnibus et latices pleno e cratere propinat.

 At circum cubitans ebria turba iacet.

Sic Babylona notant: quae gentes illice forma,

 Et ficta stolidas religione capit.

regalis : koninklijk  meretrix, meretricis : hoer  sella : zetel   insignis, -is : opvallend  gestare ; dragen   peplus : kleed  latex, laticis : wijn  crater, crateris : mengvat  propinare : schenken   cubitare : liggen   ebrius : dronken   notare : kijken naar  illix, illicis : verleidelijk   forma : gestalte, schoonheid  stolidus : dom  stolidas verbinden met gentes

Emblema VII

Non tibi, sed religioni

Isidis effigiem tardus gestabat asellus,

 Pando verenda dorso habens mysteria.

Obvius ergo Deam quisquis reverenter adorat,

  Piasque genibus concipit flexis preces.

Ast asinus tantum praestari credit honorem

  Sibi, et intumescit, admodum superbiens:

Donec eum flagris compescens, dixit agaso,

 Non es Deus tu, aselle, sed Deum vehis.

Isis, Isidis :  Isis  effigies, : beeld  tardus : traag  gestare : dragen   asellus : ezeltje  oandus : gebogen  verendus : eerbiedwaardig   dorsum : rug  obvius : voorbijganger 

reverenter : op eerbiedige wijze  pius : vroom  genu : knie   concipere : opvatten, formuleren  flexus : gebogen   prex, precis : gebed  praestare : bewijzen   intumescere : opzwellen  admodum : ten volle, zeer  superbire : trots zijn  agaso, agasonis :  menner  flagrum : zweepslag  compescere : in toom houden

Emblema VIII

Qua dii vocant, eundum

qua : waarlangs   eundum <est> : gerundivum van ire, gaan

In trivio mons est lapidum: supereminet illi

Trunca Dei effigies, pectore facta tenus.

Mercurii est igitur tumulus: suspende viator

Serta Deo, rectum qui tibi monstret iter.

Omnes in trivio sumus, atque hoc tramite vitae

Fallimur, ostendat ni Deus ipse viam.

trivium : driesprong   supereminere : uitsteken boven  truncus : afgeknot, afgebroken, half   effigies : beeld  pectus, pectoris : borst  tenus : tot aan   tumulus ; heuvel  suspendere : ophangen  viator, viatoris : reiziger  sertum : bloemenkrans, guirlande  rectus ; juist   monstrare : tonen [n.b. coniunctivus in de relatieve bijzin!]    trames, tramitis : pad  ni = nisi

Emblema IX

Fidei symbolum

Stet depictus Honos tyrio velatus amictu,

Eiusque iungat nuda dextram Veritas.

Sitque Amor in medio castus, cui tempora circum

Rosa it, Diones pulchrior Cupidine.

Constituunt haec signa Fidem, Reverentia Honoris

Quam fovet, alit Amor, parturitque Veritas.

depictus : afgebeeld   Honos, honoris : Eer  velatus : gehuld  amictus : kleding  dextram iungere ; de rechterhand geven   castus : kuis  tempora : slapen  Dione : moeder van  Aphrodite  fovere : koesteren   alere : voeden   parturire : baren

Emblema X

Foedera

Ad Maximilianum, Mediolani Ducem

foedus, foederis : verdrag

Hanc citharam a lembi quae forma halieutica fertur,

  Vendicat et propriam Musa Latina sibi,

Accipe Dux: Placeat nostrum hoc tibi tempore munus,

  Quo nova cum sociis foedera inire paras.

Difficile est, nisi docto homini, tot tendere chordas;

  Unaque si fuerit non bene tenta fides,

Ruptave (quod facile est) perit omnis gratia conchae,

  Illeque praecellens cantus, ineptus erit.

Sic Itali coeunt proceres in foedera: concors

  Nil est quod timeas, si tibi constet amor.

At si aliquis desciscat (uti plerumque videmus)

 In nihilum illa omnis solvitur harmonia.

lembus : bootje, jacht   halieuticus : vissers-   vindicare sibi : voor zich opeisen   placere : behagen   munus, muneris : geschenk  parare : zich voorbereiden, voornemens zijn  fides : snaar  ruptus : gebroken  concha : schelpdier  ineptus : dwaas, ongerijmd  proceres : aanzienlijken   concors, concordis : eendrachtig  desciscere : afhaken   plerumque : meer dan eens   solvere : oplossen

Emblema XI

Silentium

Cum tacet, haud quicquam differt sapientibus amens:

  Stultitiae est index linguaque voxque suae.

Ergo premat labias, digitoque silentia signet:

  Et sese Pharium vertat in Harpocratem.

tacere : zwijgen   differre : verschillen   amens : dwaas  index, indicis : aanwijzer  premere : samendrukken   labia : lip  digitus : vinger  vertere in : veranderen in   Pharius : van Pharus  Harpocrates :  Egyptische god van het stilzwijgen

Emblema XII

Non vulganda consilia

vulgare :  onder de mensen brengen, verbreiden   consilium : plan

Limine quod caeco, obscura et caligine monstrum

  Gnosiacis clausit Daedalus in latebris,

Depictum Romana phalanx in proelia gestat,

  Semiviroque nitent signa superba bove:

Nosque monent, debere Ducum secreta latere

  Consilia. Auctori cognita techna nocet.

limen, liminis : drempel  caecus : onzichtbaar, geheimzinnig  obscurus : donker  caligo, caliginis : nevel   Gnosiacus : van Knossos  claudere : opsluiten   latebra : schuilplaats   depictus : afgebeeld    proelium : strijd   gestare : dragen   semivirus : halfmannelijk   nitere : stralen   signa : veldtekens  bos, bovis : rund   techna : plan

Emblema XIII

Nec quaestioni quidem cedendum

ne....quidem : zelfs niet   quaestio, quaestionis : ondervraging, marteling  cedere : wijken

Cecropia effictam quam cernis in arce Leaenam,

  Harmodii (an nescis hospes?) amica fuit.

Sic animum placuit monstrare viraginis acrem

  More ferae, nomen vel quia tale tulit.

Quod fidibus contorta, suo non prodidit ullum

  Indicio, elinguem reddidit Iphicrates.

Cecropius : van Cecrops   effictus : afgebeeld   cernere : zien   arx, arcis : burcht  Leaena : Leeuwin   Harmodius:            hospes, hospitis : vreemdeling   virago, viraginis : heldin   mos, moris : wijze   fera : wild dier   fides : snaar

contorquere : hevig folteren  prodere : prijsgeven, verraden   elinguis : zonder tong   reddere : afbeelden   Iphicrates :

Emblema XIV

Consilio et virtute Chimaeram superari, hoc est, fortiores et

deceptores

Chimaeram superari : a.c.i. afhankelijk van <constat>   Hoc est etc: verklaart Chimaeram   deceptor, deceptoris : bedrieger

Bellerophon ut fortis eques superare Chimaeram

  Et Lycii potuit sternere monstra soli;

Sic tu Pagaseis vectus petis aethera pennis.

  Consilioque animi monstra superba domas.

ut : wordt later opgenomen door sic   sternere : neerslaan   solum : grond  vectus : meegevoerd   penna : vleugel   consilium : overleg, beraad   domare : temmen

Emblema XV

Vigilantia et custodia

Instantis quod signa canens det gallus Eoi,

  Et revocet famulas ad nova pensa manus:

Turribus in sacris effingitur aerea pelvis,

Ad superos mentem quod revocet vigilem.

 Est leo: sed custos oculis quia dormit apertis,

  Templorum idcirco ponitur ante fores.

instans, instantis : naderend   canere : kraaien   gallus : haan   Eous : dageraad   famulus : dienend   pensum : taak   turris, turris : toren  effingere: afbeelden  aereus : bronzen   pelvis : bekken, schotel, klok   ad superos :

vigil, vigilis : wakend   fores : deur

Emblema XVI

 

[Nêphe kai memnês apizein. arthra tauta tôn

phrenôn]

 

Sobrius esto, et memineris non temere credere: haec sunt membra

mentis

sobrius : nuchter

 

Ne credas, ne (Epicharmus ait) non sobrius esto:

  Hi nervi humanae membraque mentis erunt.

Ecce oculata manus credens id quod videt: ecce

  Pulegium antiquae sobrietatis olus:

Quo turbam ostenso sedaverit Heraclitus,

  Mulserit et tumida seditione gravem.

Epicharmus :         ait : zegt   esto : je moet zijn   oculatus : van een oog voorzien    pulegium : polei                olus, oleris : groente   ostendere : tonen  quo ostenso : ablativus absolutus : 'na deze getoond te hebben'  [quo = eo : relatieve aansluiting]  sedare : tot rust brengen   mulcere : kalmeren   seditio, seditionis : opstandigheid

 

Emblema XVII

[Pê parebên : ti d' erexa; ti moi deon ouk

etelesthê;]

Lapsus ubi? quid feci? aut officii quid omissum est?

labi : een fout maken  officium : plicht    omittere : nalaten

Italicae Samius sectae celeberrimus auctor

 Ipse suum clausit carmine dogma brevi:

Quo praetergressus? quid agis? quid omittis agendum?

  Hanc rationem urgens reddere quemque sibi.

Quod didicisse gruum volitantum ex agmine fertur,

  Arreptum gestant quae pedibus lapidem:

Ne cessent, neu transversas mala flamina raptent.

  Qua ratione, hominum vita regenda fuit.

Samius : van Samos   auctor, auctoris : stichter   claudere : omsluiten, verwoorden   praetergredi : voorbij gaan   urgere : erop aandringen   rationem reddere : rekenschap geven   quod = id [relatieve aansluiting]  grus, gruis : kraanvogel   fertur : men zegt dat hij.....   gestare : dragen   cessare : wijken   transversus : schuin, van  hun koers af    flamen, flaminis : wind   qua = ea

Emblema XVIII

 

Prudentes

 

Iane bifrons, qui iam transacta futuraque calles,

  Quique retro sannas, sicut et ante, vides:

Te tot cur oculis, cur fingunt vultibus? An quod

  Circumspectum hominem forma fuisse docet?

bifrons : met twee gezichten   callere : weten     sanna : spottende grimas   fingere : afbeelden   circumspectus ; voorzichtig

Emblema XIX

Prudens magis quam loquax

loquax, loquacis : praatziek

Noctua Cecropiis insignia praestat Athenis,

  Inter aves sani noctua consilii.

Armiferae merito obsequiis sacrata Minervae,

  Garrula quo cornix cesserat ante loco.

noctua : nachtuil   praestare inter : uitblinken te midden van   armifer : wapendragend   merito : terecht   obsequiae : dienstbaarheid   garrulus : praatziek  cornix, cornicis : kraai    cedere : wijken

Emblema XX

Maturandum

maturare : zich haasten

Maturare iubent propere, et cunctarier omnes;

  Ne nimium praeceps, neu mora longa nimis.

Hoc tibi declaret connexum echeneide telum:

  Haec tarda est, volitant spicula missa manu.

propere : snel   cunctari [archaische infinitivus cunctarier] : aarzelen, talmen   praeceps : hals over kop   connexus : verbonden    echeneis, echeneidis : zuigervis

tardus ; traag    volitare : vliegen   spiculum : werpspies, pijl

Emblema XXI

In deprehensum

Iamdudum quacunque fugis, te persequor: at nunc

  Cassibus in nostris denique captus ades.

Amplius haud poteris vires eludere nostras:

  Ficulno anguillam strinximus in folio.

iamdudum : reeds lang   quacumque : waarlans ook maar   casses, cassium : net, val, strik   ficulnus : vijge-   anguilla : aal   stringere : binden, vastsnoeren

Emblema XXII

Custodiendas virgines

Vera haec effigies innuptae est Palladis: eius

  Hic draco, qui dominae constitit ante pedes.

Cur divae comes hoc animal? Custodia rerum

  Huic data: sic lucos, sacraque templa colit.

Innuptas opus est cura asservare puellas

  Pervigili: laqueos undique tendit Amor.

verus : waarachtig   effigies, effigiei : afbeelding   lucus : heilig woud   opus est : het is nodig   laqueus : strik, strop

Emblema XXIII

Vino prudentiam augeri

augere : vergroten

Haec Bacchus pater et Pallas communiter ambo

  Templa tenent, soboles utraque vera Iovis.

Haec caput, ille femur solvit: huic usus olivi

  Debitus, invenit primus at ille merum.

Iunguntur merito: quod si qui abstemius odit

  Vina, Deae nullum sentiet auxilium.

soboles : nakomelingen   femur : dijbeen   solvere : openen   debitus : verschuldigd, te danken   merum : wijn    abstemius : zich van wijn onthoudend

Emblema XXIV

Prudentes vino abstinent

Quid me vexatis, rami? sum Palladis arbor.

  Auferte hinc botros, virgo fugit Bromium.

ramus : tak    vexare : kwellen   botrus : druif   Bromius : bijnaam van Bacchus

Emblema XXV

In statuam Bacchi

Dialogismus.

Bacche pater, quis te mortali lumine novit,

  Et docta effinxit quis tua membra manu?

Praxiteles, qui me rapientem Gnossida vidit,

  Atque illo pinxit tempore, qualis eram.

Cur iuvenis, teneraque etiam lanugine vernat

  Barba, queas Pylium cum superare senem?

Muneribus quandoque meis si parcere disces,

  Iunior et forti pectore semper eris.

Tympana non manibus, capiti non cornua desunt:

  Quos nisi dementeis talia signa decent?

Hoc doceo, nostro quod abusus munere sumit

  Cornua, et insanus mollia sistra quatit.

Quid vult ille color membris pene igneus? omen

  Absit, an humanis ureris ipse focis?

Cum Semeles de ventre parens me fulmine traxit

  Ignivomo, infectum pulvere mersit aquis.

Hinc sapit hic, liquidis qui nos bene diluit undis:

  Qui non, ardenti torret ab igne iecur.

Sed nunc me doceas, qui vis miscerier? Et qua

  Te sanus tutum prendere lege queat?

Quadrantem addat aquae, calicem sumpsisse falerni

  Qui cupit, hoc sumi pocula more iuvat,

Stet intra heminas: nam qui procedere tendit

  Vltra, alacer, sed mox ebrius, inde furit.

Res dura haec nimium, sunt pendula guttura, dulce

  Tu fluis. Heu facile commoda nulla cadunt.

mortalis, -is : sterfelijk  lumen, luminis : oog  noscere, perf. novi : leren kennen  effingere : afbeelden   rapere : schaken    Gnossis, Gnossidis : van Knossos, dwz. Ariadne   lanugo, lanuginis : dons, vlasbaard   vernare :  zich verjongen, bloeien

queo : ik kan   Pylius : van Pylos   superare : overtreffen   senex, senis : grijsaard [met Pylius senex wordt Nestor bedoeld]   munus, muneris : geschenk  parcere : zuinig omgaan met, zich matigen in   tympanum : tamboerijn, handpauk  cornu, cornus : horen   deesse : afwezig zijn aan   dementeis : lees : dementes  decere + acc. : passen bij  abuti + abl. : misbruik maken van   abusus : degene die misbruik heeft gemaakt van    mollis, mollis : verwijfd, onmannelijk   sistrum : ratel   quatere : schudden   velle : willen zeggen, te betekenen hebben   pene : bijna   igneus : van vuur   omen, ominis : voorteken  abesse : afwezig zijn  urere : branden    focus : haard, vuur   venter, ventris : buik, schoot

fulmen, fulminis : bliksem   trahere : trekken    ignivomus : vuurspuwend   pulvis, pulveris : stof, as      mergere : onderdompelen   diluere : verdunnen   unda : golf, water   qui non <hoc facit>  iecur, iecoris : lever  <eius> iecur   torrere : roosteren, branden [hier intransitief]   qui : hoe   miscerier = misceri   quadrans, quadrantis :

een vierde deel    calix, calicis : beker   falernum : [Falernische] wijn  mos, moris : manier   hemina : pint  stare : blijven stilstaan    tendere : erop uit zijn    ultra : verder   alacer, alacris : opgewekt   pendulus : afhangend   guttur, gutturis : keel

commodus : prettig   cadere : uitvallen

Emblema XXVI

Gramen

gramen, graminis : gras

Gramineam Fabio patres tribuere corollam,

Fregerat ut Poenos Hannibalemque mora.

Occulit inflexo nidum sibi gramine alauda,

Vulgo aiunt, pullos sic fovet illa suos.

Saturno Martique sacrum, quo Glaucus adeso

Polybides, factus creditur esse Deus.

His merito arguitur nodis tutela salusque:

Herbaque tot vires haec digitalis habet.

gramineus : van gras   tribuere : toekennen [tribuere - tribuerunt]   corolla :  kransje   frangere : breken  mora ; uitstel, talmen   occulere : verbergen  alauda : leeuwerik   nidus : nest  vulgo :  doorgaans, in het algemeen   pullus : kuiken   Glaucus :  visser te Anthedon, in een voorspellende zeegod veranderd   adedere : beknagen  Polybides

nodus : knoop   arguere : aantonen    tutela : bescherming    digitalis :  vinger-

Emblema XXVII

Nec verbo, nec facto quemquam laedendum

factrum : daad  laedere : kwetsen

Assequitur, Nemesisque virum vestigia servat,

Continet et cubitum duraque fraena manu.

Ne male quid facias, neve improba verba loquaris:

Et iubet in cunctis rebus adesse modum.

assequi : inhalen   virum = virorum   vestigium : voetspoor   continere : vasthouden  cubitum : el   fraenum : teugel   <ali>quid   improbus : slecht   modus : maat

Emblema XXVIII

Tandem, tandem iustitia obtinet

Aeacidae Hectoreo perfusum sanguine scutum,

  Quod Graecorum Ithaco contio iniqua dedit,

Iustior arripuit Neptunus in aequora iactum

  Naufragio, ut dominum posset adire suum:

Littoreo Aiacis tumulo namque intulit unda,

  Quae boat, et tali voce sepulchra ferit:

Vicisti, Telamoniade, tu dignior armis:

  Affectus fas est cedere iustitiae.

Aeacides, Aeacidae : nakomeling van Aeacus, koning van Aegina, nl. Achilles    Ithacus : van Ithaca, nl. Odysseus   contio, contionis : vergadering   iniquus : oneerlijk   arripere : weggrissen   aequor, aequoris : zee   naufragium : schipbreuk     litoreus : op de kust  tumulus : graf   inferre : brengen naar   boare : weerklinken   ferire : slaan tegen  Telamoniades : zoon van Telamon   dignior <es>    affectus, -us : gevoel, emotie

Emblema XXIX

Etiam ferocissimos domari

ferox, ferocis : woest    domare : temmen

Romanum postquam eloquium, Cicerone perempto,

  Perdiderat patriae pestis acerba suae:

Inscendit currus victor, iunxitque leones,

  Compulit et durum colla subire iugum:

Magnanimos cessisse suis Antonius armis,

  Ambage hac cupiens significare duces.

eloquium : welsprekendheid   perimere :ombrengen  perdere : verdelgen   acerbus : bitter   victor, victoris : overwinnaar, nl. Antonius  inscendere : bestijgen   compellere : dwingen  collum : nek, hals magnanimos : verbinden met duces  cedere : wijken voor     ambages, ambagis : omweg, omhaal, orakeltaal

Emblema XXX

Gratiam referendam

gratiam  referre : een wederdienst bewijzen

Aerio insignis pietate ciconia nido,

  Investes pullos, pignora grata fovet.

Taliaque expectat sibi munera mutua reddi,

  Auxilio hoc quoties mater egebit anus.

Nec pia spem soboles fallit, sed fessa parentum

  Corpora fert humeris, praestat et ore cibos.

aerius : in de lucht   ciconia : ooievaar   investis : kaal  pullus : kuiken   pignus, pignoris : pand     gratus : dierbaar   fovere : koesteren   munus, muneris : dienst, geschenk   mutuus : wederzijds  auxilium : hulp   quoties : zovaak als   egere : missen, ontberen  anus : oud   pius : betrouwbaar   soboles, sobolis : nakomelingen  fallere : beschamen  fessus : moe, uitgeput  parens, parentis : ouder  humerus : schouder  praestare : verschaffen  os, oris : mond  cibus : voedsel, spijs

Emblema XXXI

Abstinentia

abstinentia : onthouding

Marmoreae in tumulis una stat parte columnae

  Urceus, ex alia cernere malluvium est.

Ius haec forma monet dictum sine sordibus esse,

  Defunctum puras atque habuisse manus.

marmoreus : van marmer  tumulus : graf  pars, partis : kant   columna : zuil  urceus : kruik   cernere : zien   malluvium : waterbekken   forma ; afbeelding   sordes, sordis : vuil  defunctus : overleden

Emblema XXXII

Bonis a divitibus nihil timendum

dives, divitis : rijk   timere a : vrezen van

Iunctus contiguo Marius mihi pariete, nec non

 Subbardus, nostri nomina nota fori,

Aedificant bene nummati, sataguntque vel ultro

  Obstruere heu, nostris undique luminibus.

Me miserum! Geminae quem tamquam Phinea raptant

  Harpyiae, ut propriis sedibus eiiciant,

Integritas nostra, atque animus quaesitor honesti,

  His nisi sint Zetes, his nisi sint Calais.

contiguus : aangrenzend   paries, parietis : muur  bene nummatus : goed van geld voorzien  satagere : moeite doen, zich druk maken  lumen, luminis : licht, oog  geminus : dubbel  quem : verwijst naar 'me'    Phineus : waarzeggende Thracische koning die omdat hij de ogen van zijn zoons had uitgestoken zelf met blindheid werd geslagen en door de Harpijen achtervolgd  proprius : eigen  quaesitor : op zoek naar    his : slaat op Marius en Subbardus   Zetes : naamwoordelijk deel van het gezegde

Emblema XXXIII

Signa fortium

Dialogismus

Quae te causa movet, volucris Saturnia, magni

  Ut tumulo insideas ardua Aristomenis?

Hoc moneo, quantum inter aves ego robore praesto,

  Tantum semideos inter Aristomenes.

Insideant timidae timidorum busta columbae,

  Nos aquilae intrepidis signa benigna damus.

causa : oorzaak, reden  movere ut : ertoe brengen om  volucris, volucris : vogel  arduus : hoog   robur, roboris : kracht  praestare :  uitblinken  insideant : coniunctivus concessivus   bustum : brandstapel, graf   intrepidus : onverschrokken

Emblema XXXIV

[Anechou kai apechou]

Sustine et abstine

Et toleranda homini tristis fortuna ferendo est,

  Et nimium felix saepe timenda fuit.

Sustine (Epictetus dicebat) et abstine. Oportet

Multa pati, illicitis absque tenere manus.

Sic ducis imperium vinctus fert poplite taurus

  In dextro: sic se continet a gravidis.

nimium : al te   felix <fortuna>   oportet : het behoort    illicitus : verboden   vinctus : gebonden  poples, poplitis : knie  gravidus : drachtig

Emblema XXXV

In adulari nescientem

adulari : vleien

Scire cupis dominos toties cur Thessalis ora

Mutet, et ut varios quaerat habere duces?

Nescit adulari, cuiquamve obtrudere palpum,

Regia quem morem Principis omnis habet.

Sed veluti ingenuus sonipes, dorso excutit omnem,

Qui moderari ipsum nesciat Hippocomon.

Nec saevire tamen domino fas: ultio sola est,

Dura ferum ut iubeat ferre lupata magis.

dominos mutare : van meester veranderen   obtrudere : opdringen   palpum : vleierij   ingenuus :  edel   sonipes : 'klepper', paard   dorsum : rug     omnem : te verbinden met Hippocomon  moderari : matigen, beteugelen   Hippocomos   ultio, ultionis : wraak  lupata, -orum : wolfsgebit

Emblema XXXVI

Obdurandum adversus urgentia

urgere : dringend zijn

Nititur in pondus palma, et consurgit in arcum,

 Quomagis et premitur, hoc mage tollit onus:

Fert et odoratas, bellaria dulcia, glandes,

 Queis mensas inter primus habetur honos.

I, puer, et reptans ramis has collige: mentis

 Qui constantis erit, praemia digna feret.

niti in : zich verzetten tegen   pondus, ponderis : gewicht palma : palmboom  arcus : boog   mage : meer  onus, oneris : last  odoratus : geurig  bellaria, bellariorum : nagerecht, dessert   glans, glandis : eikel  queis = quibus  mensa : gang

Emblema XXXVII

Omnia mea mecum porto

Hunnus inops, Scythicique miserrimus accola Ponti,

 Ustus perpetuo livida membra gelu:

Qui Cereris non novit opes, nec dona Lyaei,

  Et pretiosa tamen stragula semper habet.

Nam murinae illum perstringunt undique pelles:

Lumina sola patent, caetera opertus agit.

Sic furem haud metuit, sic ventos temnit et imbres:

Tutus apudque viros, tutus apudque Deos.

inops, inopis : gebrekkig  accola : nabuur  urere : verschrompelen, doen bevriezen  lividus :   blauw   Ceres, Cereris : de godin van het graan  Lyaeus : bijnaam van Bacchus   stragulum : sprei    murinus : van muizen, muiskleurig   perstringere : insluiten  pellis, pellis : huid   lumen, luminis : oog  patere : open liggen, onbedekt zijn   fur, furis : dief   tutus : veilig

Emblema XXXVIII

Concordiae symbolum

Cornicum mira inter se concordia vitae est,

Mutua statque illis intemerata fides.

Hinc volucres haec sceptra gerunt, quod scilicet omnes

Consensu populi stantque caduntque duces:

Quem si de medio tollas, discordia praeceps

Advolat, et secum regia fata trahit.

cornix, cornicis : kraai   mutuus : wederzijds   intemeratus : onbezoedeld, rein

consensus : eenstemmigheid   

Emblema XXXIX

Concordia

In bellum civile duces cum Roma pararet,

  Viribus et caderet Martia terra suis:

Mos fuit in partes turmis coeuntibus easdem

Coniunctas dextras mutua dona dare.

Foederis haec species: id habet concordia signum,

Ut quos iungit amor, iungat et ipsa manus.

turma : afdeling ruiterij, schare  coire : samenkomen   foedus, foederis : verdrag

Emblema XL

Concordia insuperabilis

Tergeminos inter fuerat concordia fratres,

 Tanta simul pietas mutua, et unus amor:

Invicti humanis ut viribus ampla tenerent

Regna, uno dicti nomine Geryonis.

tergeminus : drie  tanta...ut  invictus : onoverwinnelijk  viribus : verbinden met 'invicti'  amlus : uitgebreid

Emblema XLI

Unum nihil, duos plurimum posse

Laertae genitum, genitum quoque Tydeos una,

Hac cera expressit Zenalis apta manus.

Viribus hic praestat, hic pollet acumine mentis,

  Nec tamen alterius non eget alter ope.

Cum duo coniuncti veniunt, victoria certa est.

Solum mens hominem, dextrave destituit.

genitus : zoon   Tydeus : vader van Diomedes   cera : wastafeltje   Zenalis    pollere : krachtig zijn  acumen, acuminis : scherpte   ops, opis : hulp  desistere :  in de steek late

Emblema XLII

Firmissima convelli non posse

convellere : omver trekken

Oceanus quamvis fluctus pater excitet omnes;

Danubiumque omnem, barbare Turca, bibas:

Non tamen irrumpes perfracto limite, Caesar

  Dum Carolus populis bellica signa dabit.

Sic sacrae quercus firmis radicibus adstant,

Sicca licet venti concutiant folia.

Danubius : Donau   irrumpere : binnenvallen   limes, limitis : grens  quercus, -us : eik  radix, radicis : wortel  licet : ook al

Emblema XLIII

Spes proxima

Innumeris agitur Respublica nostra procellis,

Et spes venturae sola salutis adest:

Non secus ac navis medio circum aequore, venti

Quam rapiunt, salsis iamque fatiscit aquis.

Quod si Helenae adveniant, lucentia sidera, fratres:

Amissos animos spes bona restituit.

innumerus : ontelbaar  procella : storm   venturus : toekomstig   secus ac : anders dan salsus : zout    fatiscere : scheuren, splijten   sidus, sideris : ster   fratres : nl. de Dioscuren   restituere : herstellen

Emblema XLIV

In simulacrum Spei

Dialogismus

Quae Dea tam laeto suspectans sidera vultu?

 Cuius peniculis reddita imago fuit?

Elpidii fecere manus. Ego nominor illa,

Quae miseris promptam Spes bona praestat opem.

Cur viridis tibi palla? Quod omnia me duce vernent.

Quid manibus mortis tela refracta geris?

Quod vivos sperare decet, praecido sepultis.

Cur in dolioli tegmine pigra sedes?

Sola domi mansi volitantibus undique noxis,

Ascraei ut docuit Musa verenda senis.

Quae tibi adest volucris? Cornix fidissimus oscen;

Est bene cum nequeat dicere, dicit, erit.

Qui comites? Bonus Eventus, praecepsque Cupido.

Qui praeeunt? Vigilum somnia vana vocant.

Quae tibi iuncta astat. Scelerum Rhamnusia vindex,

Scilicet ut speres nil, nisi quod liceat.

quae dea <est>   suspectare : naar iets opzien   peniculus : borstel   Elpidius   fecere = fecerunt  promptus :  snel, vastberaden   viridis : groen   palla : mantel   vernare : bloeien refractus : gebroken    quod : datgene wat   praecidere : van tevoren breken

doliolum : vaatje   tegmen : bedekking    noxa : schade  volucris, volucris : vogel  cornix ; raaf  oscen : voorspellend   <cum> dicit  comes, comitis : metgezel  praeceps : roekeloos               qui : waarom?   praeire : vooruitgaan   vigil, vigilis : wakend  vocare : oproepen   scelus, sceleris : misdaad  Rhamnusia : Nemesis  vindex, vindicis : wreker, bestraffer 

Emblema XLV

In dies meliora

Rostra novo mihi setigeri suis obtulit anno,

Haecque cliens ventri xenia, dixit, habe.

Progreditur semper, nec retro respicit unquam,

Gramina cum pando proruit ore vorax.

Cura viris eadem est, ne spes sublapsa retrorsum

Cedat, et ut melius sit, quod et ulterius.

cliens mihi rostra obtulit  et dixit :'haec xenia ventris habe'     rostrum : snuit   sus, suis : zwijn   setiger : borstels dragend   xenia, xeniorum : geschenken   pandus : krom  vorax : vraatzuchtig     retrorsum :  achterwaarts 

Emblema XLVI

Illicitum non sperandum

illicitus : ongeoorloofd

Spes simul et Nemesis nostris altaribus adsunt,

Scilicet ut speres non, nisi quod liceat.

Emblema XLVII

Pudicitia

Porphyrio, domini si incestet in aedibus uxor,

Despondetque animum, praeque dolore perit.

Abdita in arcanis naturae est causa: sit index

Sincerae haec volucris certa pudicitiae.

porphyrio : vogelsoort   incestare : onteren, zich onkuis gedragen  despondere animum : de moed opgeven  prae + abl. : van  arcanum : raadsel  abdere : verbergen  sincerus : oprecht

Emblema XLVIII

In victoriam dolo partam

Aiacis tumulum lacrimis ego perluo Virtus,

Heu, misera albentes dilacerata comas!

Scilicet hoc restabat adhuc, ut iudice Graeco

Vincerer: et causa stet potiore dolus.

perluere : afspoelen, wassen  albens : wit    dilacerare : verscheuren causa potiore stare : er sterker voorstaan

Emblema XLIX

In fraudulentos

Parva lacerta, atris stellatus corpora guttis

Stellio, qui latebras, et cava busta colit,

Invidiae pravique doli fert symbola pictus.

Heu nimium nuribus cognita zelotypis.

Nam turpi obtegitur faciem lentigine quisquis,

Sit quibus immersus stellio, vina bibat.

Hinc vindicta frequens decepta pellice vino,

Quam formae amisso flore relinquit amans.

lacerta : hagedis   gutta : stip   stellatus : bezaaid  stellio : sterhagedis  bustum : graf  nurus, nurus : jonge vrouw   zelotypus : jaloers  lentigo, lentiginis : vlek     quisquis bibat   vina, quibus   immergere : onderdompelen   vindicta : wraak, straf                        pellex, pellicis : minnares

Emblema L

Dolus in suos

Altilis allectator anas, et caerula pennis,

Assueta ad dominos ire redire suos,

Congeneres cernens volitare per aera turmas,

Garrit, in illarum se recipitque gregem,

Praetensa incautas donec sub retia ducat:

Obstrepitant captae, conscia at ipsa silet.

Perfida cognato se sanguine polluit ales,

Officiosa aliis, exitiosa suis.

altilis, -is : vetgemest   allectator : lok-   anas, anatis : eend   caerulus : donkerblauw  assuetus : eraan gewend   congener : verwant  cernere : zien  turma : schare  garrire : kwelen  grex, gregis : kudde, schare  praetendere : uitspannen  incautus : niets vermoedend  rete, retis : net   obstrepitare : tekeer gaan   se polluere : zich bezoedelen officiosus : plichtsgetrouw   exitiosus : verderfelijk

Emblema LI

Maledicentia

Archilochi tumulo insculptas de marmore vespas

Esse ferunt, linguae certa sigilla malae.

vespa : wesp  sigillum : teken 

Emblema LII

In receptatores sicariorum

sicarius : sluipmoordenaar

Latronum furumque manus tibi Scaeva, per urbem

It comes, et diris cincta cohors gladiis:

Atque ita te mentis generosum, prodige, censes,

Quod tua complures allicit olla malos.

En novus Actaeon, qui postquam cornua sumpsit,

In praedam canibus se dedit ipse suis.

latro, latronis : rover  fur, furis : dief   Scaeva   comes, comitis : metgezel   cingere : omgorden    prodigus :  verkwistend   allicere : aanlokken   olla :pot  

Emblema LIII

In adulatores

Semper hiat, semper tenuem, qua vescitur, auram

Reciprocat Chamaeleon:

Et mutat faciem, varios sumitque colores,

Praeter rubrum vel candidum.

Sic et adulator populari vescitur aura,

Hiansque cuncta devorat:

Et solum mores imitatur Principis atros

Albi et pudici nescius.

hiare : gapen    tenuis : dun   vesci : zich voeden   reciprocare : heen en weer bewegen, adem halen  albus : wit, zuiver

Emblema LIV

Ei qui semel sua prodegerit, aliena credi non oportere

prodigere: verkwisten    aliena : andermans  bezittingen  credere : toevertrouwen 

Colchidos in gremio nidum quid congeris? Eheu,

  Nescia cur pullos tam male credis avis?

Dira parens Medea suos saevissima natos

Perdidit: et speras parcat ut illa tuis?

Colchis, Colchidos : de Colchische , nl. Medea   gremium : schoot   nidum congerere : een nest bouwen  eheu etc., lees : eheu, nescia avis, cur....  pullus : kuiken   dirus : wreed, hardvochtig

Emblema LV

Temeritas

temeritas, temeritatis : toeval, lichtzinnigheid

In praeceps rapitur, frustra quoque tendit habenas

 Auriga, effraeni quem vehit oris equus.

Haud facile huic credas, ratio quem nulla gubernat,

Et temere proprio ducitur arbitrio.

praeceps, praecipis : afgrond, steilte   rapere : meesleuren   habena : teugel   auriga : wagenmenner  effraenus : teugelloos    gubernare : besturen  temere : in den blinde  arbitrium :  goeddunken

Emblema LVI

In temerarios

temerarius : roekeloos

Aspicis aurigam currus Phaethonta paterni

Ignivomos ausum flectere Solis equos;

Maxima qui postquam terris incendia sparsit,

Est temere insesso lapsus ab axe miser.

Sic plerique rotis fortunae ad sidera Reges

 Evecti, ambitio quos iuvenilis agit;

Post magnam humani generis clademque suamque,

Cunctorum poenas denique dant scelerum.

auriga : wagenmenner   ignivomus : vuurspuwend  audere, perf. ausus sum : durven   incendium : brand  spargere : verspreiden   insidere : zitten op   labi : glijden, vallen axis, axis : wagenas, wagen   rota : wiel  sidus, sideris : ster   evehere : brengen   iuvenilis : jongelings-  

Emblema LVII

Furor et rabies

Ora gerit clypeus rabiosi picta leonis,

Et scriptum in summo margine carmen habet:

Hic hominum est terror, cuius possessor Atrida:

Talia magnanimus signa Agamemno tulit.

clypeus : rond schild   rabiosus : dol   margo, marginis : rand   Atrida :  zoon van Atreus, nl. Agamemnon

Emblema LVIII

In eos qui supra vires quicquam audent

audere : durven

Dum dormit, dulci recreat dum corpora somno

 Sub picea, et clavam caeteraque arma tenet,

Alciden Pygmaea manus prosternere letho

Posse putat, vires non bene docta suas.

Excitus ipse, velut pulices, sic proterit hostem,

 Et saevi implicitum pelle leonis agit.

picea : pijnboom   clava : knots    Alcides : kleinzoon van Alceus : Heracles   manus : schare   prosternere : neerslaan   lethum : dood   excitus : ontwaakt    pulix, pulicis :vlo  

Emblema LIX

Impossibile

Abluis Aethiopem quid frustra? Ah desine: noctis

Illustrare nigrae nemo potest tenebras.

abluere : schoonwassen    desinere : ophouden   illustrare : verlichten  tenebrae : duisternis

Emblema LX

Cuculi

cuculus : koekoek

Ruricolas agreste genus plerique cucullos

Cur vocitent, quaenam prodita causa fuit?

Vere novo cantat Coccyx, quo tempore vites

 Qui non absolvit, iure vocatur iners.

Fert ova in nidos alienos, qualiter ille

Cui thalamum prodit uxor adulterio.

ruricola : plattelander   coccyx : koekoek    vitis, vitis : wijnrank   thalamus : slaapkamer uxor : echtgenote    adulterium : echtbreuk

Emblema LXI

Vespertilio

vespertilio : vleermuis

Assumpsisse suum volucri ex Meneide nomen,

Socraticum auctores Chaerophoonta ferunt

Fusca viro facies, et stridens vocula, tali

Hunc hominem potuit commaculare nota.

Meneis :                  fuscus : donker  stridere : piepen    vocula : zwakke stem   commaculare : bevlekken

Emblema LXII

Aliud de vespertilione

Vespere quae tantum volitat, quae lumine lusca est,

Quae cum alas gestet, caetera muris habet;

Ad res diversas trahitur. Mala nomina primum

 Signat, quae latitant, iudiciumque timent.

Inde et Philosophos, qui dum caelestia quaerunt,

  Caligant oculis, falsaque sola vident.

Tandem et versutos, cum clam sectentur utrumque

Acquirunt neutra qui sibi parte fidem.

lumine : in het licht    luscus : eenogig   mus, muris : muis    trahere : interpreteren  nomen, nominis : naam van een schuldenaar  philosophos <signat>    caligare : kortzichtig zijn   versutus : slim  versutos <signat>    sectari : navolgen    

Emblema LXIII

Ira

Alcaeam veteres caudam dixere leonis,

Qua stimulante iras concipit ille graves.

Lutea cum surgit bilis, crudescit et atro

Felle dolor, furias excitat indomitas.

Alcaeus : grootvader van Heracles   dixere = dixerunt   qua stimulante : abl. abs.  luteus : geel  bilis : gal  crudescere :  erger worden  fel, fellis : gal  indomitus : ontembaar

Emblema LXIV

In eum qui sibi damnum apparat

Capra, lupum non sponte meo nunc ubere lacto,

Quod male pastoris provida cura iubet.

Creverit ille simul, mea me post ubera pascet:

Improbitas nullo flectitur obsequio.

capra : geit   lactare : te drinken geven  uber, uberis : uier  male providus : onvoorzichtig   crescere : groeien  pascere : zich voeden met   obsequium : volgzaamheid

Emblema LXV

Fatuitas

fatuitas, fatuitatis : dwaasheid

Miraris nostro quod carmine diceris Otus,

Sit vetus a proavis cum tibi nomen Otho.

Aurita est, similes et habet ceu noctua plumas,

Saltantemque auceps mancipat aptus avem.

Hinc fatuos, captu et faciles, nos dicimus Otos:

;Hoc tibi conveniens tu quoque nomen habe.

proavus : overgrootvader   auritus : langorig    noctua : nachtuil    pluma : veer   auceps, aucupis  : vogelvanger  mancipare : verkopen    captu : om te vangen

Emblema LXVI

Oblivio paupertatis parens

Cum lupus esuriens mandit cervarius escam

Praeque fame captum devorat hinnuleum,

Respiciat si forte alio, vel lumina vertat,

Praesentem oblitus quem tenet ungue cibum,

Quaeritat incertam (tanta est oblivio) praedam.

Qui sua neglexit, stulte aliena petit.

mandere : opeten   lupus cervarius :  lynx   esca : spijs, aas   hinnuleus : reebok   respicere : omkijken  oblivisci, perf. oblitus sum : vergeten  unguis, unguis : klauw

quaeritare : fanatiek zoeken

Emblema LXVII

Superbia

En statuae statua, et ductum de marmore marmor.

Se conferre Deis ausa procax Niobe.

Est vitium muliebre superbia, et arguit oris

Duritiem, ac sensus, qualis inest lapidi.

se conferre : zich vergelijken   audere, perf. ausus sum : durven  procax, procacis : brutaal   arguere : aantonen

Emblema LXVIII

Impudentia

Pube tenus mulier, succincta latrantibus infra

Monstrorum catulis, Scylla biformis erat.

Monstra putantur avarities, audacia, raptus:

At Scylla est, nullus cui sit in ore pudor.

tenus : tot aan  pubes, pubis : schaamdelen   latrare : blaffen  catulus : hondje  avarities : hebzucht   audacia : overmoed   raptus : roofzucht 

Emblema LXIX

[Philautia]

philautia : eigenliefde

Quod nimium tua forma tibi, Narcisse, placebat,

In florem, et noti est versa stuporis olus.

Ingenii est marcor, cladesque [philautia], doctos

Quae pessum plures datque, deditque viros:

Qui veterum abiecta methodo, nova dogmata quaerunt,

Nilque suas praeter tradere phantasias.

forma : schoonheid, gestalte   stupor, stuporis : verbazing  olus, oleris : plant

marcor : verwelking, matheid  clades, cladis : ondergang    pessum dare :  te gronde richten   abicere : verwerpen

Emblema LXX

Garrulitas

garrulitas, garrulitatis : praatzucht

Quid matutinos Progne mihi garrula somnos

Rumpis, et obstrepero Daulias ore canis?

Dignus Epops Tereus, qui maluit ense putare,

Quam linguam immodicam stirpitus eruere.

matutinus : van de morgen   Progne :

rumpere : verstoren   obstreperus : schel, doordringend    Daulias, Dauliadis : uit Daulis, een stad in Phocis, de Daulische  , nl. Procne   epops, epopis : hop  ensis, ensis : zwaard   putare  :  snoeien   stirpitus : met wortel en al   

Emblema LXXI

Invidia

Squallida vipereas manducans foemina carnes,

Cuique dolent oculi, quaeque suum cor edit,

Quam macies et pallor habent, spinosaque gestat

Tela manu: talis pingitur Invidia.

squalidus : vuil, onooglijk    vipereus : slangen-      manducare : eten    macies : magerte   pallor : bleekheid    spinosus :  vol doornen 

Emblema LXXII

Luxuria

Eruca capripes redimitus tempora Faunus,

 Immodicae Veneris symbola certa refert.

Est eruca salax, indexque libidinis hircus:

Et Satyri Nymphas semper amare solent.

eruca : koolsoort, waterkers    capripes : met geitenpoten   redimitus :  omkranst  tempora : slapen   salax : geilmakend   hircus : bok 

Emblema LXXIII

Luxuriosorum opes

Rupibus aeriis, summique crepidine saxi

Immites fructus ficus acerba parit:

Quos corui comedunt, quos devorat improba cornix,

Qui nihil humanae commoditatis habent.

Sic fatuorum opibus parasiti, et scorta fruuntur,

Et nulla iustos utilitate iuvant.

rupes, rupis : rots  crepido, crepidinis : rand   immitis : onrijp, wrang   acerbus : bitter   corvus : raaf   cornix, cornicis : kraai    commoditas, -atis : gemak   fatuus : dwaas    scortum : hoer  

Emblema LXXIV

Tumulus meretricis

meretrix, meretricis : hoer

Quis tumulus, cuia urna? Ephraeae est Laidos. Ah non

  Erubuit tantum perdere Parca decus?

Nulla fuit tum forma: illam iam carpserat aetas,

Iam speculum Veneri cauta dicarat anus.

Quid scalptus sibi vult aries, quem parte laeana

Unguibus apprensum posteriore tenet?

Non aliter captos quod et ipsa teneret amantes:

Vir gregis est aries, clune tenetur amans.

Ephraeus : van Corinthe  erubescere : blozen, zich schamen   decus, decoris : sieraad  speculum : spiegel   dicare : wijden   dicarat = dicaverat   scalpere : hakken, beitelen  unguis, unguis : hoef    laeana : leeuwin    clunis, clunis : bil

Emblema LXXV

In amatores meretricum

meretrix, meretricis : hoer

Villosae indutus piscator tegmina caprae,

Addidit ut capiti cornua bina suo;

Fallit amatorem stans summo in littore sargum,

In laqueos simi quem gregis ardor agit.

Capra refert scortum: similis fit sargus amanti,

Qui miser obscoeno captus amore perit.

villosus : harig   sargus : zeebrasem   laqueus : strik   simus : platneuzig   referre : weergeven, staan voor    scortum : hoer

Emblema LXXVI

Cavendum a meretricibus

cavere : op zijn hoede zijn voor

Sole satae Circes tam magna potentia fertur,

Verterit ut multos in nova monstra viros.

Testis equum domitor Picus, tum Scylla biformis,

Atque Ithaci postquam vina bibere sues.

Indicat illustri meretricem nomine Circe;

Et rationem animi perdere, quisquis amat.

sole sata : dochter van de zon   equum = equorum   Picus : door Circe, die hij afgewezen had, in een specht veranderd   Ithaci, sues postquam : 'de Ithaci, in zwijnen veranderd, nadat ze....'

Emblema LXXVII

Amuletum Veneris

Inguina dente fero suffossum Cypris Adonin

Lactucae foliis condidit exanimem.

Hinc genitali arvo tantum lactuca resistit,

Quantum eruca salax vix stimulare potest.

inguen, inguinis : onderlijf    ferus : van een wild zwijn   arvum : schoot  resistere : uitputten   suffodere : doorsteken   lactuca : latuw, kropsalade   eruca : waterkers, kool   salax : geilmakend  

Emblema LXXVIII

Inviolabiles telo Cupidinis

Ne dirus te vincat amor, neu foemina mentem

Diripiat magicis artibus ulla tuam:

Bacchica avis praesto tibi motacilla paretur,

Quam quadriradiam circuli in orbe loces:

Ore crucem et cauda, et geminis ut complicet alis,

Tale amuletum carminis omnis erit.

Dicitur hoc Veneris signo Pagasaeus Iason

Phasiacis laedi non potuisse dolis.

motacilla : witte waterstaart   praesto : aanwezig, ten dienste  quadriradius  crucem complicare : een kruis vormen   Pagasaeus : van Pagase, stad aan de kust van Thessalië  Phasiacus : van de Phasis, een rivier in Colchis  laedere : kwetsen

Emblema LXXIX

Lascivia

Delicias et mollitiem mus creditur albus

Arguere, at ratio non sat aperta mihi est.

An quod ei natura salax et multa libido est?

 Ornat Romanas an quia pelle nurus

Sarmaticum murem vocitant plerique Zibellum,

Et celebris suavi est unguine muscus Arabs.

arguere + acc. : een bewijs zijn van    salax : geil   ornat <mus>   pellis : huid  unguen, unguinis : vet 

Emblema LXXX

Adversus naturam peccantes

Turpe quidem factu, sed et est res improba dictu,

Excipiat siquis choenice ventris onus.

Mensuram, legisque modum hoc excedere sanctae est,

Quale sit incesto pollui adulterio.

factu : om te doen    choenix, choenicis : Attische maat voor graan   excedere : te buiten gaan  polluere : bezoedelen

Emblema LXXXI

Desidia

desidia : nietsdoen, traagheid 

Desidet in modio Essaus, speculatur et astra.

Subtus et accensam contegit igne facem.

Segnities specie recti velata cucullo,

Non se, non alios utilitate iuvat.

modius : korenmaat   Essaus : een Esseen    speculari : kijken naar   subtus : van onderen   accendere : aansteken    segnities : traagheid   species : schijn, uiterlijk  rectum : het goede  velare : hullen  cucullus : kap  utilitas, utilitatis : nut, dienstbaarheid

Emblema LXXXII

Desidiam abiiciendam

abiicere : afwerpen, opgeven

Quisquis iners, abeat. Nam in choenice figere sedem

Nos prohibent Samii dogmata sancta senis.

Surge igitur, duroque manus assuesce labori,

 Det tibi dimensos crastina ut hora cibos.

iners, inertis : traag, lui   choenix, choenicis : maat voor graan  prohibere : verbieden  senex Samius :               surgere : opstaan  assuescere : gewennen aan    crastinus : van morgen     dimensus : afgemeten, afgepast

Emblema LXXXIII

In facile a virtute desciscentes

desciscere : afwijken

Parva velut limax spreto Remora impete venti,

Remorumque, ratem sistere sola potest:

Sic quosdam ingenio et virtute ad sidera vectos

Detinet in medio tramite caussa levis.

Anxia lis veluti est, vel qui meretricius ardor

Egregiis iuvenes sevocat a studiis.

limax, limacis : slang   spernere : versmaden    remora : uitstel, hindernis     impes, impetis : geweld, kracht  remus : roeiriem   ratis, ratis : schip  trames, tramitis : pad  detinere : vasthouden   lis, litis : rechtszaak, proces   meretricius : voor een hoer  ardor, ardor : hartstocht   egregius ; voortreffelijk    sevocare : wegroepen

Emblema LXXXIV

Ignavi

Ignavi Ardeolam stellarem effingere servi

Et studia, et mores, fabula prisca fuit:

Quae famulum Asteriam volucris sumpsisse figuram

Est commenta: fides sit penes historicos.

Degener hic veluti qui cevet in aere Falco est,

Dictus ab antiquis vatibus Ardelio.

ignavus : lui   ardeola : een kleine  heron   stellaris : stralend als een ster  effingere : uitbeelden   famulus : bediende   sumere : aannemen   comminisci, commentus sum : uitvinden, bedenken   fides, fidei : geloofwaardigheid   penes : bij   falco, falconis : valk   cevere : zijn schouders bewegen   ardelio, ardelionis : een bezige bij

Emblema LXXXV

Avaritia

avaritia : gierigheid

Heu miser in mediis sitiens stat Tantalus undis,

Et poma esuriens proxima habere nequit.

Nomine mutato de te id dicetur avare,

Qui, quasi non habeas, non frueris quod habes.

sitire : dorstig zijn   pomum : appel   esurire :  honger hebben   nequeo : niet kunnen  avarus : wrek   frui : genieten van

Emblema LXXXVI

In avaros

Septitius populos inter ditissimus omnes,

Arva senex nullus quo magis ampla tenet:

Defraudans geniumque suum, mensasque paratas,

Nil praeter betas duraque rapa vorat.

Cui similem dicam hunc, inopem quem copia reddit?

  Anne asino? sic est: instar hic eius habet.

Namque asinus dorso pretiosa obsonia gestat,

Seque rubo, aut dura carice pauper alit.

dives, divitis : rijk   arvum : akker   defraudare : tekort doen   beta : biet, kroot  rapum : raap   vorare : verslinden   inops, inopis : arm, gebrekkig   reddere : maken   asinus : ezel   instar : evenbeeld   obsonium : toespijs   rubus : braam   carex, caricis : rietgras  

Emblema LXXXVII

In aulicos

aulicus : hoveling

Vana Palatinos quos educat aula clientes,

Dicitur auratis nectere compedibus.

vanus : ijdel  auratus : verguld   nectere : boeien   compes, compedis : voetboei, blok

Emblema LXXXVIII

In sordidos

sordidus : smerig

Quae rostro, clystere velut, sibi proluit aluum

Ibis, Niliacis cognita littoribus,

Transiit opprobrii in nomen: quo Publius hostem

Naso suum appellat, Battiadesque suum.

rostrum : snavel   clyster, clysteris :                       alvus : buik   litus, litoris : kust  transire in : veranderen in    opprobium : verwijt, smaad    Battiades : nakomeling van Battos, stichter van Cyrene, gezegd van o.a. Callimachus  

Emblema LXXXIX

In divites publico malo

Anguillas quisquis captat, si limpida verrat

Flumina, si illimes ausit adire lacus,

Cassus erit, ludetque operam: multum excitet ergo

Si cretae, et vitreas palmula turbet aquas,

Dives erit: sic iis res publica turbida lucro est,

Qui pace, arctati legibus, esuriunt.

anguilla : aal    limpidus : helder   verrere : scheren over   illimis : zonder modder   ausit : coniunct. potentialis bij 'audere'    cassus : nutteloos     creta : krijt   excitare : opwoelen   vitreus : glashelder    palmula : vlakke hand   lucrum : voordeel  arctare : beperken

Emblema XC

In avaros, vel quibus melior conditio ab extraneis offertur

Delphini insidens vada caerula sulcat Arion,

Hocque aures mulcet, fraenat et ora sono.

Quam sit avari hominis, non tam mens dira ferarum est:

Quique viris rapimur, piscibus eripimur.

sulcare : doorklieven  vada : baren, wateren   mulcere : strelen    fraenare : beteugelen  dirus : wreed  <a> viris     rapere : beroven   eripere : in veiligheid brengen   

Emblema XCI

Gula

gula : vraatzucht

Curculione gruis, tumida vir pingitur aluo,

Qui laron, aut manibus gestat onocrotalum:

Talis forma fuit Dionysi, et talis Apici,

Et gula quos celebres deliciosa facit.

curculio, curculionis : korenworm, hier : nek      gruis, gruis : kraanvogel  alvus [fem.[ : buik    laros, acc. laron : meeuw     onocrotalus : pelikaan  Apicius : auteur van De Re Coquinaria

Emblema XCII

Ocni effigies, de iis qui meretricibus donant, quod in bonos usus

verti   debeat

Ocnus : 'de draler', allegorische figuur die in de onderwereld een touw draait waaraan een ezelin knaagt   

Impiger haud cessat funem contexere sparto,

Humidaque artifici iungere fila manu,

Sed quantum multis vix torquet strenuum horis,

Protinus ignavi ventris asella vorat.

Foemina, iners animal, facili congesta marito

Lucra rapit, mundum prodigit inque suum.

cessare : ophouden   funis, funis : touw, kabel   contexere : draaien    spartum : espartogras    filum : draad, streng    strenuus : sterk   protinus : terstond asella : ezelin  congerere : bijeenbrengen  lucrum : voordeel   prodigere : verkwisten

Emblema XCIII

In parasitos

Quos tibi donamus, fluviales accipe cancros;

Munera conveniunt moribus ista tuis.

His oculi vigiles, et forfice plurimus ordo

Chelarum armatus, maximaque alvus adest:

Sic tibi propensus stat pingui abdomine venter,

Pernicesque pedes, spiculaque apta pedi:

Cum vagus in triviis, mensaeque sedilibus erras,

Inque alios mordax scommata salsa iacis.

cancer, cancri : kreeft    munus, muneris : geschenk  forfex, forficis : schaar   chelae : scharen   alvus [fem.] : buik    propensus : overhangend   pernix, pernicis : snel   spiculum : stekel, angel  sedile, sedilis : zitplaats     mordax : stekend, brandend   scomma, scommatis : sneer

Emblema XCIV

Parvam culinam duobus ganeonibus non sufficere

culina : keuken   ganeo, ganeonis : zwelger   sufficere : voldoende zijn

In modicis nihil est, quod quis lucretur: et unum

Arbustum geminos non alit erithacos.

lucrari : winnen   arbustum : boom     erithacus : vogel

Aliud

In tenui spes nulla lucri est: unoque residunt

Arbusto geminae non bene ficedulae.

lucrum : voordeel   arbustum : boom    ficedula : vijgesnip

Emblema XCV

Captivus ob gulam

Regnatorque penus, mensaeque arrosor herilis

 Ostrea mus summis vidit hiulca labris.

Queis teneram apponens barbam, falsa ossa momordit:

Ast ea clauserunt tacta repente domum;

Deprensum et tetro tenuerunt carcere furem,

Semet in obscurum qui dederat tumulum.

penus, penus : voedselvoorraad   arrosor : beknabbelaar   herilis : van de meester  ostreum : oester   hiulcus : open, gespleten   labrum : rand   queis = quibus   tener : teer, zacht   os, ossis : been   mordere, perf. momordi : bijten     teter :  afschuwelijk  

Emblema XCVI

In garrulum et gulosum

Voce boat torva, praelargo est gutture, rostrum

Instar habet nasi, multiforisque tubae.

Deformem rabulam, addictum ventrique gulaeque

Signabit, volucer cum truo pictus erit.

boare : weerklinken   torvus : grimmig   praelargus : enorm breed   multiforus : met veel openingen   rabula : rechtsverdraaier    truo : pelikaan  

Emblema XCVII

Doctorum agnomina

agnomen, agnominis : bijnaam

Moris vetusti est, aliqua professoribus

Superadiici cognomina.

Faciles apertosque explicans tantum locos,

Canon vocatur Curtius.

Revolvitur qui eodem, et iterat qui nimis,

Maeander, ut Parisius.

Obscurus et confusus, ut Picus fuit,

Labyrinthus appellabitur.

Nimis brevis, multa amputans, ut Claudius,

Mucronis agnomen feret.

Qui vel columnas voce rumpit, Parpalus,

Dictus Truo est scholasticis.

Contra est vocatus, tenuis esset Albius

Quod voce, vespertilio.

At ultimas mutilans colobotes syllabas,

Hirundo Crassus dicitur.

Qui surdus aliis, solus ipse vult loqui,

Ut sturnus in proverbio est.

Hic blaesus, ille raucus, iste garriens.

Hic sibilat ceu vipera.

Tumultuatur ille rictu et naribus,

Huic lingua terebellam facit

Singultit alius, atque tussit haesitans.

At conspuit alius; ut psecas.

Quam multa rebus vitia in humanis agunt,

Tam multa surgunt nomina.

superadiicere : toevoegen   locus : plaats [in een tekst]     revolvi : terugkomen op  iterare : herhalen   confusus : verward   mucro, mucronis : zwaard    truo : pelikaan   tenuis : zacht    vespertilio :  vleermuis   colobos, colobotis : verminkt    hirundo : zwaluw    surdus : doof    sturnus : spreeuw    blaesus : lispelend, stamelend  raucus :   hees, schor    garrire : wauwelen   sibilare : sissen    ceu : als   vipera : adder  tumultuari : rumoer maken   rictus, -us : wijdopen mond    naris, naris  : neusgat

terebella :         singultire : snikken, hikken    tussire : hoesten  psecas : 'de bevochtigende', naam van de slavin die het haar van haar meesteres opmaakte  sugere : zich voordoen 

Emblema XCVIII

Natura

Pana colunt gentes (Naturam hoc dicere rerum est)

Semicaprumque hominem, semivirumque Deum.

Est vir pube tenus, quod nobis insita virtus

Corde oriens, celsa verticis arce sedet.

Hinc caper est, quia nos natura in saecla propagat

Concubitu, ut volucres, squamea, bruta, feras.

Quod commune aliis animantibus, est caper index

Luxuriae, Veneris signaque aperta gerit.

Cordi alii sophiam, alii tribuere cerebro:

Inferiora modus, nec ratio ulla tenet.

Pan, acc. Pana : de god Pan   semicaper : half bok   pube tenus : tot aan zijn schaamdelen   vertex, verticis : kruin, hoofd   propagare : voortplanten   concubitus : gemeenschap   squameus : geschubd   brutus : log    tribuere : toewijzen   <nec> modus 

Emblema XCIX

Ars naturam adiuvans

Ut sphaerae Fortuna, cubo sic insidet Hermes:

Artibus hic, variis casibus illa praeest:

Adversus vim fortunae est ars facta: sed artis

Cum fortuna mala est, saepe requirit opem.

Disce bonas artes igitur studiosa iuventus,

Quae certae secum commoda sortis habent.

sphaera : bal   praeesse : aan het hoofd staan  casus : toeval, wederwaardigheid  ops, opis : hulp  

Emblema C

In iuventam

Natus uterque Iovis, tener atque imberbis uterque,

Quem Latona tulit, quem tulit et Semele,

Salvete, aeterna simul et florete iuventa,

Numine sit vestro quae diuturna mihi.

Tu vino curas, tu victu dilue morbos,

Ut lento accedat curva senecta pede.

imberbis : baardeloos   victus, -us : voeding; levenswijze  curvus : krom

Emblema CI

In quatuor anni tempora

Advenisse hyemem frigilla renunciat ales.

Ad nos vere novo garrula hirundo redit.

Indicat aestatem sese expectare cucullus.

Autumno est tantum cernere ficedulas.

hyems, hyemis : winter   frigilla : roodborstje  hirundo, hirundinis : zwaluw   ficedula :  vijgesnip  

Emblema CII

Scyphus Nestoris

scyphus :  beker

Nestoreum geminis cratera hunc accipe fundis,

Quod gravis argenti massa profudit opus.

Claviculi ex auro, stant circum quatuor ansae:

Unamquamque super fulva columba sedet.

Solus eum potuit longaevus tollere Nestor.

Maeonide, doceas quid sibi Musa velit?

Est coelum, scyphus ipse: colorque argenteus illi

 Aurea sunt coeli sidera claviculi.

Pleiadas esse putant, quas dixerit ille columbas:

Umbilici gemini magna minorque fera est.

Haec Nestor longo sapiens intelligit usu:

Bella gerunt fortes, callidus astra tenet.

crater,crateris : mengvat, beker   fundus : bodem   profundere : voortbrengen  claviculus : spijkertje     ansa : handvat , oor   Maeonides : Homerus  magna minorque fera : de Grote en Kleine Beer  umbilicus : navel, middelpunt  callidus : slim

Emblema CIII

Quae supra nos, nihil ad nos

Caucasia aeternum pendens in rupe Prometheus

Diripitur sacri praepetis ungue iecur.

Et nollet fecisse hominem: figulosque perosus

Accensam rapto damnat ab igne facem.

Roduntur variis prudentum pectora curis,

Qui coeli affectant scire, Deumque vices.

unguis, unguis : klauw   praepes, praepetis : grote vogel, arend    figulus :pottenbakker  perosus : met haat vervuld jegens   rodere : knagen  vicis : afwisseling, lotswisseling

Emblema CIV

In astrologos

Icare, per superos qui raptus et aera, donec

In mare praecipitem cera liquata daret,

Nunc te cera eadem, fervensque resuscitat ignis,

Exemplo ut doceas dogmata certa tuo.

Astrologus caveat quicquam praedicere: praeceps

Nam cadet impostor dum super astra volat.

praeceps, praecipitis : hals over kop   liquare : smelten   resuscitare :  weer opwekken     impostor, -oris : bedrieger

Emblema CV

Qui alta contemplantur, cadere

Dum turdos visco, pedica dum fallit alaudas,

Et iacta altivolam figit arundo gruem,

Dipsada non prudens auceps pede perculit: ultrix

Illa mali, emissum virus ab ore iacit.

Sic obit, extento qui sidera respicit arcu,

Securus fati, quod iacet ante pedes.

turdus : lijster   viscum : lijmstok, lokaas   pedica : voetangel, valstrik  alauda : leeuwerik   arundo, arundinis :  pijl   gruis : kraanvogel   dipsas : gifslang   auceps :vogelvanger  

Emblema CVI

Potentissimus affectus amor

Aspice ut invictus vires auriga leonis,

Expressus gemma pusio vincat Amor?

Utque manu hac scuticam tenet, hac ut flectit habenas

Utque est in pueri plurimus ore decor.

Dira lues procul esto: feram qui vincere talem

Est potis, a nobis temperet anne manus?

auriga : wagenmenner  invictus : onoverwinnelijk   pusio : jongetje  exprimere : afbeelden  scutica : karwats   habena : teugel   lues, luis : pest

Emblema CVII

Potentia Amoris

Nudus Amor viden' ut ridet, placidumque tuetur.

Nec faculas, nec quae cornua flectat, habet

Altera sed manuum flores gerit, altera piscem,

Scilicet ut terrae iura det atque mari.

viden = videsne   tueri : kijken    facula : kleine  fakkel    cornu : boog 

Emblema CVIII

 

Vis Amoris

 

Aligerum fulmen fregit Deus aliger, igne

Dum demonstrat uti est fortior ignis Amor.

aliger : vleugeldragend, gevleugeld  fulmen, fulminis : bliksem 

 

Emblema CIX

In studiosum captum amore

Immersus studiis, dicundo et iure peritus,

Et maximus libellio.

Helianiran amat, quantum nec Thracius umquam

Princeps sororis pellicem.

Pallada cur alio superasti iudice, Cypri?

Num sat sub Ida est vincere?

immergere : verdiepen   dicundo = dicendo   peritus :  ervaren  libellio : notaris   pellix, pellicis : minnares  superasti = superavisti

Emblema CX

[Anteros], id est, amor virtutis

Dic ubi sunt incurvi arcus? Ubi tela, Cupido?

Mollia queis iuvenum figere corda soles?

Fax ubi tristis? Ubi pennae? Tres unde corollas

Fert manus? Unde aliam tempora cincta gerunt?

Haud mihi vulgari est hospes cum Cypride quicquam,

Ulla voluptatis nos neque forma tulit.

Sed puris hominum succendo mentibus ignes

Disciplinae, animos astraque ad alta traho.

Quatuor ecque ipsa texo virtute corollas:

Quarum, quae Sophiae est, tempora prima tegit.

incurvus : gebogen   arcus, arcus : boog    queis = quibus  corolla : kransje tempora : slapen   vulgaris ; algemeen, gewoon   texere : vlechten   tempora <mea>

Emblema CXI

[Anteros], amor virtutis, alium Cupidinem superans

Aligerum, aligeroque inimicum pinxit Amori,

Arcu arcum, atque ignes igne domans Nemesis.

Ut quae aliis fecit, patiatur: at hic puer olim

Intrepidus gestans tela, miser lacrimat.

Ter spuit inque sinus imos: res mira crematur

Igne ignis, furias odit Amoris Amor.

domare : temmen, bedwingen   <ipse> patiatur    intrepidus : onverschrokken   spuere : spuwen  

Emblema CXII

Dulcia quandoque amara fieri

amarus : bitter

Matre procul licta, paullum secesserat infans

Lydius: hunc dirae sed rapuistis apes.

Venerat hic ad vos placidas ratus esse volucres,

Cum nec ita immitis vipera saeva foret.

Quae datis, ah, dulci stimulos pro munere mellis;

Pro dolor, heu, sine te gratia nulla datur!

<re>licta    apis , apis : bij   ratus : menend   vipera : adder   foret = esset  stmulus : prik

Emblema CXIII

Fere simile ex Theocrito

Alveolis dum mella legit, percussit Amorem

Furacem mala apes, et summis spicula liquit

In digitis: tumido gemit at puer anxius ungue,

Et quatit errabundus humum, Venerique dolorem

Indicat, et graviter queritur, quod apicula parvum

Ipsa inferre animal tam noxia vulnera possit.

Cui ridens Venus: Hanc imitaris tu quoque, dixit,

Nate, feram, qui das tot noxia vulnera parvus.

alveolus : korf    furax, furacis : diefachtig    spiculum : angel   gemitare : luid kreunen   unguis, unguis : nagel   quatere : slaan op   errabundus : ronddolend  queri : klagen  apicula : bijtje   noxius : pijnlijk  imitari : navolgen  natus : zoon

Emblema CXIV

In statuam Amoris

Quis sit Amor, plures olim cecinere Poetae,

Eius qui vario nomine gesta ferunt.

Convenit hoc, quod veste caret, quod corpore parvus,

Tela alasque ferens, lumina nulla tenet.

Haec ora hic habitusque Dei est. Sed dicere tantos

Si licet in vates, falsa subesse reor.

Eccur nudus agat? Divo quasi pallia desint,

;Qui cunctas domiti possidet orbis opes?

Aut qui quaeso nives, boreamque evadere nudus

Alpinum potuit, strictaque prata gelu?

Si puer est, puerumne vocas qui Nestora vincit?

An nosti Ascraei carmina docta senis?

Inconstans puer hic obdurans pectora, quae iam

Trans adiit, numquam linquere sponte potest.

At pharetras et tela gerit, quid inutile pondus?

An curvare infans cornua dira valet?

Inscius in volucrum flectere tela iecur.

Serpit humi, semperque virum mortalia corda

Laedit, et haud alas saxeus inde movet.

Si caecus, vittamque gerit, quid taenia caeco

Utilis est? Ideo num minus ille videt?

Quisve sagittiferum credat qui lumine captus?

Hic certa, at caeci spicula vana movet

Igneus est, aiunt, versatque in pectore flammas.

Cur age vivit adhuc? Omnia flamma vorat.

Quinetiam tumidis cur non extinguitur undis

 Naiadum, quoties, mollia corda subit?

At tu ne tantis capiare erroribus, audi:

Verus quid sit Amor, carmina nostra ferent.

Iucundus labor est, lasciva per otia: signum

Illius est nigro punica glans clypeo.

canere, cecini : zingen, dichten  gesta : daden    ferre : vermelden  carere : missen   lumen, luminis :   oog, blik   habitus, -us : houding   dicere in : spreken tegen ... in

reri : menen  pallium : mantel   domitus : overmeesterd   opes : rijkdom  qui : hoe  quaeso : ik vraag   nix, nivis : sneeuw   boreas : noordenwind  strictus : stijfbevroren   pratum : weide   nosti = novisti  Ascraeus : van Ascra, stad aan de voet van de Helicon  senex, senis : grijsaard, nl. Hesiodus   pharetra : pijlkoker   cornua : nl. van de boog   curve tenere : gebogen houden   virum = virorum   vitta : band    taenia : band   lumine captus : van het gezichtsvermogen beroofd  spiculum : pijl  capiare = capiaris  lascivus : dartel  

Emblema CXV

In oblivionem patriae

oblivio, oblivionis : vergetelheid

Iamdudum missa patria, oblitusque tuorum,

Quos tibi seu sanguis, sive paravit amor;

Romam habitas nec cura domum subit ulla reverti,

Aeternae tantum te capit urbis honos.

Sic Ithacum praemissa manus dulcedine loti

Liquerat et patriam, liquerat atque ducem.

 <a>missa   oblivisci, oblitus sum + gen. : vergeten  subire : opkomen  Ithacum = Ithacorum  praemissus : vooruitgestuurd    dulcedo, dulcedinis : zoete smaak

Emblema CXVI

Sirenes

Absque alis volucres, et cruribus absque puellas,

Rostro absque et pisces, qui tamen ore canant,

Quis putat esse ullos? Iungi haec Natura negavit:

Sirenes fieri sed potuisse docent.

Illicium est mulier quae in piscem desinit atrum,

Plurima quod secum monstra libido vehit.

Aspectu, verbis, animi candore trahuntur,

Parthenope, Ligia, Leucosiaque viri.

Has Musae explumant, has atque illudit Ulysses:

Scilicet est doctis cum meretrice nihil.

absque : zonder  ala : vleugel   crus, cruris : been   rostrum : snuit    illicium : lokmiddel    desinere : uitlopen   trahuntur...viri     explumare : van veren ontdoen  illudere : te slim af zijn

Emblema CXVII

Senex puellam amans

Dum Sophocles (quamvis affecta aetate) puellam

A quaestu Archippen ad sua vota trahit,

Allicit et pretio, tulit aegre insana iuventus

Ob zelum, et tali carmine utrumque notat:

Noctua ut in tumulis, super utque cadavera bubo,

Talis apud Sophoclem nostra puella sedet.

affectus : vergevorderd   quaestus, -us : kostwinning   aegre ferre : kwalijk nemen   zelus : jalouzie   bubo, bubonis :  nachtuil  

Emblema CVIII

In colores

Index moestitiae est pullus color: utimur omnes

Hoc habitu, tumulis cum damus inferias:

At sinceri animi, et mentis stola candida purae:

Hinc sindon sacris linea grata viris.

Nos sperare docet viridis. Spes dicitur esse

In viridi, quoties irrita retro cadit.

Est cupidis flavus color: est et amantibus aptus,

Et scortis, et queis spes sua certa fuit.

At ruber armatos equites exornet amictus;

Indicet et pueros erubuisse pudor.

Coeruleus nautas, et qui caelestia vates

Attoniti nimia relligione petunt.

Vilia sunt gilvis nativaque vellera burrhis:

Qualia lignipedes stragula habere solent.

Quem curae ingentes cruciant, vel zelus amoris,

Creditur hic fulva non male veste tegi.

Quisquis sorte sua contentus ianthina gestet;

  Fortunae aequanimis taedia quique ferat.

Ut varia est natura coloribus in gignendis,

Sic aliis aliud: sed sua cuique placent.

moestitia : droefheid    pullus : zwart, donker   inferiae : dodenoffers   sindon, sindonis : gewaad    lineus : van vlas, linnen    queis = quibus     amictus, -us : gewaad     caeruleus : donkerblauw   gilvus : lichtgeel   nativus : oorspronkelijk, natuurlijk   burra : koetje    lignipes, lignipedis :                     stragulum : sprei

zelus : jalouzie    ianthinus : violet kleurig   aequanimis : gelijkmoedig  

Emblema CXIX

Virtuti, fortuna comes

Anguibus implicitis, geminis caduceus alis

Inter Amaltheae cornua rectus adest.

Pollentes sic mente viros, fandique peritos

Indicat, ut rerum copia multa beat.

pollere : krachtig zijn   fandi peritus : ervaren in het spreken  beare : zegenen, gelukkig maken

Emblema CXX

Fortuna virtutem superans

Caesareo postquam superatus milite, vidit

Civili undantem sanguine Pharsaliam;

Iam iam stricturus moribunda in pectora ferrum,

Audaci hos Brutus protulit ore sonos:

Infelix virtus, et solis provida verbis,

Fortunam in rebus cur sequeris dominam?

stringere ferrum : het zwaard trekken   providus : vooruitziend, wijs  solis verbis : alleen in woorden

Emblema CXXI

Paupertatem summis ingeniis obesse ne provehantur

Dextra tenet lapidem, manus altera sustinet alas:

Ut me pluma levat, sic grave mergit onus.

Ingenio poteram superas volitare per arces,

Me nisi paupertas invida deprimeret.

obesse : in de weg staan   provehi : verder komen    levare : optillen   mergere : naar beneden drukken 

Emblema CXXII

In Occasionem

[Dialogistikos]

Lysippi hoc opus est, Sicyon cui patria. Tu quis?

Cuncta domans capti temporis articulus.

Cur pinnis stas? Usque rotor. Talaria plantis

Cur retines? Passim me levis aura rapit.

In dextra est tenuis, dic, unde novacula? Acutum

Omni acie hoc signum me magis esse docet.

Cur in fronte coma? Occurens ut prendar. At heus tu,

Dic, cur pars calva est posterior capitis?

Me semel alipedem si quis permittat abire,

Ne possim apprenso postmodo crine capi.

Tali opifex nos arte tui caussa edidit, hospes:

Utque omnes moneam, pergula aperta tenet.

articulus : beslissend tijdstip    pinna :  teen  talaria : vleugelschoenen    planta : zool, voet    novacula : scheermes   calvus : kaal    alipes : vleugelvoetig  <ali>quis  opifex, opificis :  bouwmeester, handwerksman  tui caussa : terwille van jou   pergula : hal

Emblema CXXIII

In subitum terrorem

Effuso cernens fugientes agmine turmas,

Quis mea nunc inflat cornua? Faunus ait.

turma : schare  

Emblema CXXIV

In illaudata laudantes

Ingentes Galatum semiermi milite turmas,

Spem praeter trepidus fuderat Antiochus:

Lucarum cum saeva boum vis, ira, proboscis,

Tum primum hostiles corripuisset equos.

Ergo trophaea locans Elephantis imagine pinxit,

Insuper et sociis, Occideramus, ait,

Bellua servasset ni nos foedissima barrus:

Ut superasse iuvat, sic superasse pudet.

semiermis, -is : halfbewapend   turma : schare   fundere : verslaan  Antiochus :              Luca bos : olifant   proboscis : snuit    occidere : omkomen   bellua : monster    barrus : olifant  

Emblema CXXV

In momentaneam felicitatem

Aeriam propter crevisse cucurbita pinum

Dicitur, et grandi luxuriasse coma:

Cum ramos complexa, ipsumque egressa cacumen.

Se praestare aliis credidit arboribus.

Cui pinus, Nimium brevis est haec gloria: nam te

Protinus adveniet, quae male perdet, hiems.

crescere, crevi : groeien   cucurbita : pompoen   luxuriare : weelderig groeien   ramus : tak    cacumen, cacuminis :  top  praestare : overtreffen    pinus <dixit>   

Emblema CXXVI

Ex damno alterius, alterius utilitas

Dum saevis ruerent in mutua vulnera telis,

Ungue leaena ferox, dente timendus aper,

Accurrit vultur spectatum, et prandia captat.

Gloria victoris, praeda futura sua est.

ruere : komen aanstormen   unguis, unguis : klauw   vultur, vulturis : gier  spectatum : om te kijken   prandium : maaltijd   

Emblema CXXVII

Bonis auspiciis incipiendum

auspicium : voorteken

Auspiciis res coepta malis, bene cedere nescit.

Felici quae sunt omine facta, iuvant.

Quidquid agis, mustela tibi si occurrant, omitte:

Signa malae haec sortis bestia prava gerit.

bene cedere : goed aflopen   mustela : wezel   [hier onzijdig meervoud]

Emblema CXXVIII

Nihil reliqui

Scilicet hoc deerat post tot mala, denique nostris

Locustae ut raperent quicquid inesset agris.

Vidimus innumeras Euro duce tendere turmas,

Qualia non Atylae, castrave Xerxis erant.

Hae foenum, milium, farra omnia consumpserunt.

Spes et in angusto est, stant nisi vota super.

deesse : ontbreken aan    locusta : sprinkhaan    Eurus : zuidoostenwind  foenum : hooi    milium : gierst    far, farris : spelt   angustum : gevaar  votum : wens, gebed

Emblema CXXIX

Male parta, male dilabuntur

Milvus edax, nimiae quem nausea torserat escae,

Hei mihi, mater, ait, viscera ab ore fluunt.

Illa autem, Quid fles? Cur haec tua viscera credas,

Qui rapto vivens sola aliena vomis?

milvus :  wouw   esca : spijs   torquere : folteren   viscera, viscerum : ingewanden   raptum : roof  rapto vivere : van roof leven   vomere : uitbraken  

Emblema CXXX

Semper praesto esse infortunia

Ludebant parili tres olim aetate puellae

Sortibus, ad Stygias quae prior iret aquas.

At cui iactato male cesserat alea talo,

Ridebat sortis caeca puella suae:

Cum subito icta caput labente est mortua tecto,

Solvit et audacis debita fata ioci.

Rebus in adversis mala sors non fallitur: ast in

Faustis, nec precibus, nec locus est manui.

praesto : aanwezig   sors, sortis : staafje, plankje, lootje   talus : dobbelsteen   solvere : in vervulling doen gaan   faustus : gunstig  manus, manus : daad

Emblema CXXXI

Remedia in arduo, mala in prono esse

arduum : steile plaats,  moeilijkheid  pronus  : gemakkelijk   

Aetheriis postquam deiecit sedibus Aten

Iupiter, heu vexat quam mala noxa viros?

Evolat haec pedibus celer et pernicibus alis,

Intactumque nihil casibus esse sinit.

Ergo Litae, proles Iovis, hanc comitantur euntem,

Sarturae quidquid fecerit illa mali.

Sed quia segnipedes, luscae, lassaeque senecta,

Nil nisi post longo tempore restituunt.

Ate : verblinding   noxa : schade, nadeel    pernix, pernicis : snel    Litae : smeekbeden  sarcire : weer goed maken  luscus : eenogig   lassus : uitgeput  

Emblema CXXXII

Ex arduis perpetuum nomen

Crediderat platani ramis sua pignora passer,

Et bene, ni saevo visa dracone forent.

Glutiit hic pullos omnes, miseramque parentem

Saxeus, et tali dignus obire nece.

Haec, nisi mentitur Calchas, monimenta laboris

Sunt longi, cuius fama perennis eat.

credere : toevertrouwen   forent = essent   gluttire : verzwelgen   saxeus :  'en veranderde in een steen'  

Emblema CXXXIII

Ex litterarum studiis immortalitatem acquiri

Neptuni tubicen (cuius pars ultima cetum,

Aequoreum facies indicat esse Deum)

Serpentis medio Triton comprenditur orbe,

Qui caudam inserto mordicus in ore tenet.

Fama viros animo insignes, praeclaraque gesta

Prosequitur, toto mandat et orbe legi.

tubicen : trompetter    cetus : zeemonster    mordicus : met de tanden   tot urbe : door/op de hele wereld

Emblema CXXXIV

Tumulus Ioannis Galeacii Vicecomitis, primi Ducis

Mediolanensis

Vicecomes, vicecomitis : Visconti

Pro tumulo pone Italiam, pone arma ducesque,

Et mare, quod geminos mugit adusque sinus.

Adde his Barbariem conantem irrumpere frustra,

Et mercede emptas in fera bella manus.

Anguiger ast [est] summo sistens in culmine dicat:

Quis parvis magnum me superimposuit?

pro : in plaats van   mugire :  dreunen  sinus, -us : baai   adusque : tot aan  irrumpere : binnendringen  merces. mercedis : soldij   anguiger : slangedrager

Emblema CXXXV

Optimus civis

Dum iustis patriam Thrasybulus vindicat armis,

Dumque simultates ponere quemque iubet,

Concors ordo omnis, magni instar muneris, illi

Palladia sertum frondis habere dedit.

Cinge comam, Thrasybule, geras hunc solus honorem;

In magna nemo est aemulus urbe tibi.

vindicare : bevrijden, redden    simultas, simultatis : vete, vijandschap    instar + genit.: gelijk aan    sertum : krans  

Emblema CXXXVI

Strenuorum immortale nomen

Aeacidae tumulum Rhaetaeo in littore cernis,

Quem plerumque pedes visitat alba Thetis.

Obtegitur semper viridi lapis hic amarantho;

Quod nunquam Herois sit moriturus honos.

Hic Graium murus, magni nex Hectoris. Haud plus

Debet Maeonidae, quam sibi Maeonides.

Aeacides : nakomeling van Aeacus : Achilles  pedes : te voet    obtegere : bedekken   viridis : groen    amaranthus : duizendschoon   murus <est> : 'is de beschermer"   Maeonides : Homerus

Emblema CXXXVII

Nobiles, et generosi

Aurea Cecropias nectebat fibula vestes,

Cui coniuncta tenax dente cicada fuit:

Calceus, Arcadico suberat cui lunula ritu,

Gestatur patribus mullea Romulidis.

Indigenas quod se adsererent, haec signa tulerunt

Antiqua illustres nobilitate viri.

cicada : boomkrekel, sieraad   lunula : halfmaantje    mulleus calceus : een purperrode schoen   indigena : imboorling

Emblema CXXXVIII

Duodecim certamina Herculis

[Allegorikos]

certamen, certaminis : wedstrijd, beproeving, werk

Roboris invicti superat facundia laudes.

Dicta Sophistarum, laqueosque resolvit inanes.

Non furor, aut rabies virtute potentior ulla est.

Continuum ob cursum sapienti opulentia cedit.

Spernit avaritiam, nec rapto aut foenore gaudet.

Vincit foemineos spoliatque insignibus astus.

Expurgat sordes, et cultum mentibus addit.

Illicitos odit coitus, abigitque nocentes.

Barbaries feritasque dat impia denique poenam.

Unius virtus collectos dissipat hostes.

Invehit in patriam externis bona plurima ab oris.

Docta per ora virum volat, et non interit unquam.

robur, roboris ; kracht   facundia : welbespraaktheid  [nl. die van Heracles]    laqueus : strik   continuus :   vast, ononderbroken  opulentia : rijkdom  foenus, foenoris : schuld   astus, -us : list   spoliare : beroven   insigne, insignis : trofee  sordes, sordis :   vuil   feritas, feritatis : woestheid   poenam dare  : boete doen  dissipare : uiteen drijven  virum = virorum

Emblema CXXXIX

In nothos

nothus : bastaard

Herculeos spurii semper celebretis honores:

Nam vestri princeps ordinis ille fuit.

Nec prius esse Deus potuit, quam sugeret infans

Lac, sibi quod fraudis nescia Iuno dabat.

spurius : onecht, bastaard   sugere :  inzuigen

Emblema CXL

Imparilitas

imparilitas, imparilitatis : ongelijkheid, verschil

Ut sublime volans tenuem secat aera falco,

Ut pascuntur humi graculus, anser, anas:

Sic summum scandit super aethera Pindarus ingens;

Sic scit humi tantum serpere Bacchylides.

sublime : hoog    falco, falconis : valk  graculus :  kraai   anser, anseris : gans   anas : eend    serpere : kruipen

Emblema CXLI

In desciscentes

desciscere : afvallen, afwijken

Quod fine egregios turpi maculaveris orsus,

In noxamque tuum verteris officium;

Fecisti quod capra, sui mulctralia lactis

Cum ferit, et proprias calce profundit opes.

maculare : bezoedelen   orsus, orsus : begin  vertere in : veranderen in    mulctrale, mulctralis : melkemmer    ferire : stoten tegen   calx, calcis : hoef     opes  : rijkdom

Emblema CXLII

Aemulatio impar

Altivolam milvus comitatur degener harpam,

Et praedae partem saepe cadentis habet.

Mullum prosequitur, qui spretas sargus ab illo

Praeteritasque avidus devorat ore dapes.

Sic mecum Oenocrates agit: at deserta studentum

Utitur hoc lippo curia tanquam oculo.

milvus : wouw   harpa :          mullus : barbeel    sargus : zeebrasem  lippus : tranend, ontstoken    curia : leszaal [curia : ablativus afhankelijk van utitur] 

Emblema CXLIII

Albutii ad D. Alciatum, suadentis, ut de tumultibus Italicis se

subducat, et in Gallia  profiteatur

profiteri : leraar zijn 

Quae dedit hos fructus arbor, caelo advena nostro,

Venit ab Eoo Persidis axe prius.

Translatu facta est melior, quae noxia quondam

In patria, hic nobis dulcia poma gerit.

Fert folium linguae, fert poma simillima cordi:

Alciate, hinc vitam degere disce tuam.

Tu procul a patria in pretio es maiore futurus;

Multum corde sapis, nec minus ore vales.

advena : vreemdeling     caelum : hemelstreek    Eous : van het Oosten  axis, axis : pool, hemel   Persis, Persidis : rijk der Perzen    translatus, -us : overgang    noxius : schadelijk     folium : blad  

Emblema CXLIV

Princeps subditorum incolumitatem procurans

subditus : onderworpen   incolumitas, incolumitatis : lijfsbehoud 

Titanii quoties conturbant aequora fratres,

Hanc pius erga homines Delphin complectitur, imis

Tutius ut possit figier illa vadis.

Quam decet haec memores gestare insignia Reges,

Anchora quod nautis, se populo esse suo.

Titanii fratres :                    complecti : omarmen   figier = figi   vadum : bodem

Emblema CXLV

In Senatum boni Principis

Effigies manibus truncae ante altaria divum

Hic resident, quarum lumine capta prior.

Signa potestatis summae, sanctique Senatus

Thebanis fuerant ista reperta viris.

Cur resident? Quia mente graves decet esse quieta

Iuridicos, animo nec variare levi.

Cur sine sunt manibus? Capiant ne xenia, nec se

Polliticis flecti muneribusve sinant.

Caecus at est Princeps; quod solis auribus, absque

Affectu, constans iussa Senatus agit.

truncus + abl. : beroofd van    lumine captus : beroofd van het gezichtvermogen  prior <effigies>    variare : veranderlijk zijn   xenia : geschenken   flectere : ombuigen, beinvloeden   absque : zonder   affectus, -us : emotie

Emblema CXLVI

Consiliarii Principum

consiliarius : adviseur

Heroum genitos, et magnum fertur Achillem

In stabulis Chiron erudiisse suis

Semiferum doctorem, et semivirum Centaurum,

Assideat quisquis Regibus, esse decet.

Est fera, dum violat socios, dum proterit hostes:

Estque homo, dum simulat se populo esse pium.

stabulum : stal   assidere : bijstaan

Emblema CXLVII

Opulentia tyranni, paupertas subiectorum

opulentia : welvaart, rijkdom    subiectus : onderdaan

Humani quod splen est corporis, in populi re

Hoc Caesar fiscum dixerat esse suum.

Splene aucto, reliqui tabescunt corporis artus,

Fisco aucto, arguitur civica pauperies.

splen : milt   fiscus : kas van de keizer   augere : vergroten    tabescere : wegkwijnen  artus, -us : ledematen

Emblema CXLVIII

Quod non capit Christus rapit fiscus

Exprimit humentes, quas iam madefecerat ante,

Spongiolas cupidi Principis arcta manus.

Provehit ad summum fures, quos deinde coercet,

Vertat ut in fiscum quae male parta suum.

humnes, humentis : vochtig   madefacere : vochtig maken    spongiola : sponsje   arctus : strak, dicht   provehere : bevorderen

Emblema CXLIX

Principis clementia

Vesparum quod nulla unquam rex spicula figet,

Quodque aliis duplo corpore maior erit;

Arguet imperium clemens moderataque regna,

Sanctaque iudicibus credita iura bonis.

vespa : wesp   spiculum : angel     arguere : staan voor, uitbeelden  

Emblema CL

Salus publica

Phoebigena erectis Epidaurius insidet aris,

Mitis, et immani conditur angue deus.

Accurrunt aegri, veniatque salutifer orant.

Annuit, atque ratas efficit ille preces.

Phoebigena : zoon van Phoebus : Asclepius   erectus : opgericht   mitis, mitis : vriendelijk, welwillend   <ut> veniat   annuere : erin toestemmen    ratus : waarachtig, in vervulling komend    efficere : bewerken

Emblema CLI

Respublica liberata

Caesaris exitio, ceu libertate recepta,

Haec ducibus Brutis cusa moneta fuit.

Ensiculi in primis, queis pileus insuper astat,

Qualem missa manu servitia accipiunt.

cusus : geslagen  moneta : munt    ensiculus : klein zwaard   queis = quibus   pileus : vrijheidshoed  missus manu : vrijgelaten

Emblema CLII

In vitam humanam

Plus solito humanae nunc defle incommoda vitae

Heraclite: scatet pluribus illa malis.

Tu rursus, si quando alias, extolle cachinnum

Democrite: illa magis ludicra facta fuit.

Interea haec cernens meditor, qua denique tecum

Fine fleam, aut tecum quomodo splene iocer.

deflere : bewenen   scatere : wemelen van    cachinnus :  schaterlach  ludicrus : genoeglijk   meditari : zich afvragen    fine : uiteindelijk   splen, splenis : milt  

Emblema CLIII

Aere quandoque salutem redimendam

Et pedibus segnis, tumida et propendulus alvo,

Hac tamen insidias effugit arte fiber.

Mordicus ipse sibe medicata virilia vellit,

Atque abicit, sese gnarus ob illa peti.

Huius ab exemplo disce non parcere rebus,

Et, vitam ut redimas, hostibus aera dare.

alvus [fem.] : buik   propendulus : vooruitstekend   insidiae : hinderlaag   fiber : bever   mordicus  :  met zijn tanden      medicatus : geneeskrachtig   gnarus : zich ervan bewust  

Emblema CLIV

Cum larvis non luctandum

larva : spook  luctari : worstelen

Aeacidae moriens percussu cuspidis Hector

Qui toties hostes vicerat ante suos;

Comprimere haud potuit vocem, insultantibus illis,

Qui curru et pedibus nectere vincla parant.

Distrahite ut libitum est: sic cassi luce leonis

Convellunt barbam vel timidi lepores.

Aeacides : Achilles   cuspis, cuspidis : lans   comprimere : bedwingen   insultare : honen      distrahere : uiteenscheuren   cassus + abl. : beroofd van   lepus, leporis : haas

Emblema CLV

De Morte et Amore

Errabat socio Mors iniuncta Cupidine: secum

Mors pharetras, parvus tela gerebat Amor.

Divertere simul, simul una et nocte cubarunt:

Caecus Amor, Mors hoc tempore caeca fuit.

Alter enim alterius male provida spicula sumpsit,

Mors aurata, tenet ossea tela puer

Debuit inde senex qui nunc Acheronticus esse,

Ecce amat, et capiti florea serta parat.

At ego mutato quia Amor me perculit arcu,

Deficio, iniiciunt et mihi fata manum.

Parce puer, Mors signa tenens victricia parce:

Fac ego amem, subeat fac Acheronta senex.

pharetra : pijlkoker    divertere : uiteengaan   cubare : liggen   male providus : onvoorzichtig   spiculum : pijl    Acheronticus : bestemd voor de onderwereld   manum iniicere : de hand slaan aan    <et tu> Mors

Emblema CLVI

In formosam fato praereptam

Cur puerum Mors ausa dolis es carpere Amorem,

 Tela tua ut iaceret, dum propria esse putat?

carpere : voor de gek houden  

Emblema CLVII

In mortem praeproperam

Qui teneras forma allexit, torsitque puellas

Pulchrior et tota nobilis urbe puer,

Occidit ante diem, nulli mage flendus, Aresti,

Quam tibi, cui casto iunctus amore fuit.

Ergo illi tumulum, tanti monumenta doloris

Astruis, et querulis vocibus astra feris:

Me sine abis dilecte? neque amplius ibimus una?

Nec mecum in studiis otia grata teres?

Sed te terra teget, sed fati Gorgonis ora,

Delphinesque tui signa dolenda dabunt.

forma : schoonheid    allicere : aanlokken, verleiden   torquere : folteren   astruere : oprichten    ferire : treffen   os, oris : kop

Emblema CLVIII

Terminus

Quadratum infoditur firmissima tessera saxum,

Stat cirrata super pectore imago tenus,

Et sese nulli profitetur cedere: talis

Terminus est, homines qui scopus unus agit.

Est immota dies, praefixaque tempora fatis,

Deque ferunt primis ultima iudicium.

infodere : ingraven    tessera : steen     cirratus : met lange lokken   scopus : doel   agere : voortdrijven   deferre : overbrengen, uitspreken  ultimus : laatst

Emblema CLIX

Opulenti haereditas

Patroclum falsis rapiunt hinc Troes in armis,

Hinc socii, atque omnis turba Pelasga vetat.

Obtinet exuvias Hector, Graecique cadaver.

Haec fabella agitur cum vir optimus obit.

Maxima rixa oritur, tandem sed transigit haeres,

Et corvis aliquid, vulturiisque sinit.

exuviae : wapenrusting   fabella : toneelstuk, scene   agi : zich afspelen   rixa : twist  transigere : de zaken regelen    corvus : raaf   vulturius  : gier   sinere : overlaten   

Emblema CLX

Amicitia etiam post mortem durans

Arentem senio, nudam quoque frondibus ulmum

Complexa est viridi vitis opaca coma:

Agnoscitque vices naturae, et grata parenti

Officii reddit mutua iura suo.

Exemploque monet, tales nos quaerere amicos,

Quos neque disiungat foedere summa dies.

arere : dor zijn    nudus + abl. : beroofd van, zonder    senium : ouderdom   vitis, vitis : wijnrank   viridis : groen  opacus : lommerrijk, donker    vicis : wisseling    

Emblema CLXI

 

Mutuum auxilium

 

Loripedem sublatum humeris fert lumine captus,

 Et socii haec oculis munera retribuit.

Quo caret alteruter, concors sic praestat uterque:

Mutuat hic oculos, mutuat ille pedes.

loripes, loripedis : sloffend   lumine captus : blind   quo...<id>     mutuare : lenen

 

Emblema CLXII

Auxilium nunquam deficiens

Bina pericla unis effugi sedulus armis,

Cum premererque solo, cum premererque salo.

Incolumem ex acie clypeus me praestitit: idem

Navifragum apprensus littora adusque tulit.

sedulus : goedwillend, ijverig    una arma : 1 wapen  premere : in het nauw brengen  incolumis : ongedeerd    navifragus : schipbreukeling   navifragum <me>

Emblema CLXIII

Gratiae

Tres Charites Veneri assistunt, dominamque sequuntur,

Hincque voluptates, atque alimenta parant.

Laetitiam Euphrosyne, speciosum Aglaia nitorem,

Suadela est Pithus, blandus et ore lepos.

Cur nudae? Mentis quoniam candore venustas

Constat, et eximia simplicitate placet.

An quia nil referunt ingrati, atque arcula inanis

Est Charitum? qui dat munera, nudus eget.

Addita cur nuper pedibus talaria? Bis dat,

Qui cito dat: minimi gratia tarda preti est.

Implicitis ulnis cur vertitur altera? Gratus

 Foenerat: huic remanent una abeunte duae.

Iuppiter iis genotor, coeli de semine divas

Omnibus acceptas edidit Eurynome.

alimentum : voedingsmiddel    suadela : overreding    lepos, leporis : lieftalligheid  referre : teruggeven    arcula : kistje    talare, talaris : vleugelschoen  ulna : elleboog, arm  verti : zich omdraaien   foenerare : beleggen    edere : baren

Emblema CLXIV

In detractores

Audent flagriferi matulae, stupidique magistri

Bilem in me impuri pectoris evomere.

Quid faciam? reddamne vices? Sed nonne cicadam

Ala una obstreperam corripuisse ferar?

Quid prodest muscas operosis pellere flabris?

Negligere est satius, perdere quod nequeas.

detractor : verkleiner   flagrifer : zweepdragend   matula : kamerpot   Bilis, bilis : gal     vices reddere : het betaald zetten   cicada : krekel   ala : vleugel   obstreperus : tjirpend  corripere : vastgrijpen   ferre : zeggen, melden    musca : vlieg   flabrum : het waaien, blazen   operosus : bedrijvig  

Emblema CLXV

Inanis impetus

Lunarem noctu, ut speculum, canis inspicit orbem,

Seque videns, alium credit inesse canem,

Et latrat: sed frustra agitur vox irrita ventis,

Et peragit cursus surda Diana suos.

speculum : spiegel   irritus : zinloos  surdus : doof

Emblema CLXVI

Aliquid mali propter vicinum malum

Raptabat torrens ollas, quarum una metallo,

Altera erat figuli terrea facta manu.

Hanc igitur rogat illa, velit sibi proxima ferri,

Iuncta ut praecipites utraque sistat aquas.

Cui lutea: Haud nobis tua sunt commercia curae,

Ne mihi proximitas haec mala multa ferat.

Nam seu te nobis, seu nos tibi conferat unda,

Ipsa ego te fragilis sospite sola terar.

vicinus : naburig   torrens, torrentis : stroom   figulus : pottenbakker   ferri : zich begeven   luteus : van klei   commercium : omgang   sospes, sospitis : onbeschadigd

Emblema CLXVII

In eum, qui truculentia suorum perierit

truculentia : barsheid

Delphinem invitum me in littora compulit aestus,

Exemplum, infido quanta pericla mari.

Nam si nec propriis Neptunus parcit alumnis.

Quis tutos homines navibus esse putet?

aestus, aestus : branding   invitus : tegen mijn zin   alumnus : voedsterling, kind 

Emblema CLXVIII

[Enchthron adora dora]

In dona hostium

Bellorum cepisse ferunt monumenta vicissim

Scutiferum Aiacen, Hectoraque Iliacum.

Balthea Priamides, rigidum Telamonius ensem,

Instrumenta suae cepit uterque necis.

Ensis enim Aiacem confecit: at Hectora functum

Traxere AEmoniis cingula nexa rotis.

Sic titulo obsequii, qua mittunt hostibus hostes

Munera, venturi praescia fata ferunt.

vicissim : wederkerig   vicissim capere : uitwisselen   monumentum : herinneringsteken   scutifer : schilddragend   baltheum : draagriem  voor zwaard   cingulum : gordel, degenkoppel    traxere = traxerunt   nexus : verbonden   Aemonius : Thessalisch  titulus : voorwendsel   obsequium : volgzaamheid, tact  qua<e>

Emblema CLXIX

A minimis quoque timendum

Bella gerit scarabaeus, et hostem provocat ultro,

Robore et inferior, consilio superat.

Nam plumis aquilae clam se neque cognitus abdit,

Hostilem ut nidum summa per astra petat.

Ovaque, confodiens, prohibet spem crescere prolis:

Hocque modo illatum dedecus ultus abit.

scarabaeus : kever   confodere : doorsteken, vernietigen   proles, prolis : nakomelingschap   inferre : aanbrengen, aandoen    dedecus, dedecoris : schande  ulcisci : wreken

Emblema CLXX

Obnoxia infirmitas

Pisciculos aurata rapit medio aequore sardas,

Ni fugiant pavidae, summa marisque petant.

Ast ibi sunt mergis fulicisque voracibus esca.

 Eheu, intuta manens undique debilitas.

aurata : vis : gilt-bream   sarda : vis   summa : oppervlakte   mergus : duiker [watervogel]    fulica : waterhoen  vorax, voracis : vraatzuchtig    esca : spijs   intutus : onbeschermd   debilitas, -atis : zwakheid    

Emblema CLXXI

Vel post mortem formidolosi

formidolosus : angstaanjagend

Caetera mutescent, coriumque silebit ovillum,

Si confecta lupi tympana pelle sonent.

Hanc membrana ovium sic exhorrescit, ut hostem

Exanimis quamvis non ferat exanimem.

Sic cute detracta Ziscas, in tympana versus,

Boemos potuit vincere Pontifices.

corium : huid, leer   ovillus : van schapen    conficere : vervaardigen    pellis, pellis : huid  hanc <pellem lupi>  exhorrescere : beginnen te huiveren    membrana : dunne huid   exanimis : levenloos, dodelijk verschrikt   cutis, cutis : huid   Ziscas :

versus in : veranderd in   Boemus : Boheems

Emblema CLXXII

Iusta vindicta

vindicta : wraak, straf

Dum residet Cyclops sinuosi in faucibus antri,

Haec secum teneras concinit inter oves:

Pascite vos herbas, sociis ego pascar Achivis,

Postremumque Utin viscera nostra ferent.

Audiit haec Ithacus, Cyclopaque lumine cassum

Reddidit. En poenas ut suus auctor habet.

fauces, faucium : toegang    Utis : Niemand   viscera : ingewanden  lumine cassus : beroofd van zijn oog   suus : lees suas

Emblema CLXXIII

Iusta ultio

Raptabat volucres captum pede corvus in auras

Scorpion, audaci praemia parta gulae.

Ast ille infuso sensim per membra veneno,

Raptorem in Stygias compulit ultor aquas.

O risu res digna: aliis qui fata parabat,

Ipse perit, propriis succubuitque dolis.

raptare : meesleuren   volucris : vliegend   corvus : raaf   gula : gulzigheid  sensim : geleidelijk   

Emblema CLXXIV

Parem delinquentis et suasoris culpam esse

suasor, -oris : aandrijver, overreder

Praeconem lituo perflantem classica victrix

Captivum in tetro carcere turba tenet.

Queis ille excusat, quod nec sit strenuus armis,

 Ullius aut saevo laeserit ense latus.

Huic illi: Quin ipse magis timidissime peccas,

Qui clangore alios aeris in arma cies.

praeco, praeconis : heraut   lituus : klaroen   classicum : hoornsignaal   taeter : afschuwelijk   queis : quibus   strenuus : sterk, flink   latus, lateris : zijde   illi <dixerunt>  clangor, clangoris : geschal  aes, aeris : koper   ciere : opjagen

Emblema CLXXV

Alius peccat, alius plectitur

Arripit ut lapidem catulus, morsuque fatigat,

Nec percussori mutua damna facit.

Sic plerique sinunt veros elabier hostes

Et quos nulla gravat noxia, dente petunt.

plectere : slaan, straffen    catulus : hondje   percussor : werper [nl. van de steen]    elabi :   ontglippen   elabier = elabi   gravare : bezwaren   

Emblema CLXXVI

Insani gladius

Setigeri medius stabat gregis ensifer Aiax,

Caede suum credens caedere Tantalidas.

Hostia sic tamquam sus succedeana poenas

Pro Laertiade, pro caveaque dabat.

Nescit obesse suis furor hostibus: errat ab ictu,

 Consiliique impos in sua damna ruit.

setiger : borsteldragend  ensifer : zwaarddragend  sus, suis : zwijn  hostia : offerdier   cavea : toeschouwers   obesse : benadelen    succedeanus : plaatsvervangend    ictus, -us : slag

Emblema CLXXVII

Pax

Turrigeris humeris, dentis quoque barrus eburni

Qui superare ferox Martia bella solet,

Supposuit nunc colla iugo, stimulisque subactus,

Caesareos currus ad pia templa vehit.

Vel fera cognoscit concordes undique gentes,

Proiectisque armis munia pacis obit.

turriger : torendragend    barrus : olifant   stimulus : prikkel  muni [neutrum meervoud] : taak  obire : op zich nemen 

Emblema CLXXVIII

Ex bello pax

En galea, intrepidus quam miles gesserat, et quae

Saepius hostili sparsa cruore fuit;

Parta pace apibus tenuis concessit in usum

Alveoli, atque favos, grataque mella gerit.

Arma procul iaceant: fas sit tunc sumere bellum

Quando aliter pacis non potes arte frui.

galea : helm   intrepidus : onverschrokken   alveolus : korf    favus : honingraat

Emblema CLXXIX

Ex pace ubertas

Grandibus ex spicis tenues contexe corollas,

Quas circum alterno palmite vitis eat.

His comptae Alcyones tranquilli in marmoris unda

Nidificant, pullos involucresque fovent.

Laetus erit Cereri, Baccho quoque fertilis annus,

Aequorei si rex alitis instar erit.

spica : aar   corolla : kransje    palmes, palmitis :  rank, wijnstok  comere : opmaken, tooien    nidificare : een  nest bouwen  aequoereus : zee-

Emblema CLXXX

Doctos doctis obloqui nefas esse

obloqui : tegenspreken

Quid rapis heu Progne vocalem saeva cicadam,

Pignoribusque tuis fercula dira paras?

Stridula stridentem, vernam verna hospita laedis

Hospitam, et aligeram penniger ales avem?

Ergo abice hanc praedam: nam musica pectora, summum est,

Alterum ab alterius dente perire, nefas.

Progne :  zwaluw   cicada : krekel   pignus, pignoris : pand    ferculum : gerecht   stridulus : fluitend    vernus : van de lente  

Emblema CLXXXI

Eloquentia fortitudine praestantior

Arcum laeva tenet, rigidam fert dextera clavam,

Contegit et Nemees corpora nuda leo.

Herculis haec igitur facies? Non convenit illud

Quod vetus, et senio tempora cana gerit.

Quid quod lingua illi levibus traiecta catenis,

Queis fissa facile is allicit aure viros?

Anne quod Alciden lingua, non robore Galli

Praestantem populis iura dedisse ferunt?

Cedunt arma togae, et quamvis durissima corda

Eloquio pollens ad sua vota trahit.

clava : knots   contegere : bedekken    convenire : passen  senium : ouderdom   canus : grijs   quid quod : wat ervan te zeggen dat....     queis = quibus   fissus : gespleten  aure fissa : abl. abs.   Galli.....ferunt     praestare :  uitblinken   pollens : sterk zijn  

Emblema CLXXXII

Facundia difficilis

Antidotum Aeaea medicata in pocula Circes

Mercurium hoc Ithaco fama dedisse fuit.

Moly vocant: id vix radice evellitur atra,

Purpureus sed flos, lactis et instar habet.

Eloquii candor facundiaque allicit omnes:

Sed multi res est tanta laboris opus.

Aeaeus : van het mythische eiland Aea    medicatus : toverkrachtig  

Emblema CLXXXIII

Antiquissima quaeque commentitia

commentitius : verzonnen, uitgedacht

PALLENAEE senex, cui forma est histrica, Proteu,

Qui modo membra viri fers, modo membra feri:

Dic age, quae species ratio te vertit in omnes,

Nulla sit ut vario certa figura tibi?

Signa vetustatis, primaevi et praefero saecli,

De quo quisque suo somniat arbitrio.

Pallenaeus : van Pallene, , schiereiland en stad in Macedonië   histricus : van een toneelspeler   modo...modo : nu eens ... dan weer   praeferre : naar voren brengen

Emblema CLXXXIV

Insignia poetarum

Gentiles clypeos sunt qui in Iovis alite gestant;

Sunt quibus aut serpens, aut leo, signa ferunt.

Dira sed haec vatum fugiant animalia ceras,

Doctaque sustineat stemmata pulcher Olor.

Hic Phoebo sacer, et nostrae regionis alumnus:

Rex olim, veteres servat adhuc titulos.

clypeus : rond schild  ales, alitis : vogel   olor : zwaan  stemma : stamboom 

Emblema CLXXXV

Musicam Diis curae esse

Locrensis posuit tibe Delphice Phoebe cicadam

Eunomus hanc, palmae signa decora suae.

Certabat plectro Spartyn commissus in hostem,

Et percussa sonum pollice fila dabant.

Trita fides rauco coepit cum stridere bombo,

Legitimum harmonias et vitiare melos.

Tum citharae argutans suavis sese intulit ales,

Quae fractam impleret voce cicada fidem:

Quaeque allecta, soni ad legem descendit ab altis

Saltibus, ut nobis garrula ferret opem.

Ergo tuae ut firmus stet honos, o sancte, cicadae,

Pro cithara hic fidicen aeneus ipsa sedet.

tibe = tibi  cicada : krekel   palma: ereprijs   pollex, pollicis : duim   filum : snaar   terere : verslijten     fides, fidis : lier, citer      bombus : doffe toon    vitiare : bederven, verminken    argutari : veel geluid maken   allecta ad legem soni    saltus, -us : bergpas   fidicen :  citerspeler

Emblema CLXXXVI

Littera occidit, spiritus vivificat

Vipereos Cadmus dentes ut credidit arvis,

Sevit et Aonio semina dira solo:

Terrigenum clypeata cohors exorta virorum est,

Hostili inter se qui cecidere manu.

Evasere, quibus monitu Tritonidos armis

Abiectis data pax, dextraque iuncta fuit.

Primus Agenorides elementa, notasque magistris

Tradidit, iis suavem iunxit et harmoniam.

Quorum discipulos contraria plurima vexant,

Non nisi Palladia quae dirimuntur ope.

vipereus : draken-    credere : toevertrouwen   serere : zaaien    terrigenus : uit de aarde geboren  clypeatus : van schild voorzien  evasere = evaserunt   monitus, -us : vermaan  Agenorides : Cadmus  elementa : letters van het alfabet     dirimere : bijleggen  

Emblema CLXXXVII

Dicta septem Sapientum

Haec habeas, septem sapientum effingere dicta,

Atque ea picturis qui celebrare velis.

Optimus in rebus modus est, Cleobulus ut inquit:

Hoc trutinae examen, sive libella docet.

Noscere se Chilon Spartanus quemque iubebat:

Hoc speculum in manibus, vitraque sumpta dabunt.

Quod Periander ait, fraena adde, Corinthius, irae:

Pulegium admotum naribus efficiet.

Pittacus, at ne quid, dixit, nimis: haec eadem aiunt,

Contracto qui gith ore liquefaciunt.

Respexisse Solon finem iubet: ultimus agris

Terminus haud magno cesserit ipse Iovi.

Heu quam vera Bias, est copia magna malorum:

Musimoni insideat effice Sardus eques.

Ne praes esto, Thales dixit: sic illita visco

 In laqueos sociam parra meropsque trahit.

trutina :   weegschaal   examen : tongetje aan de weegschaal  libella : waterpas, schietlood  fraenum : teugel    pulegium : polei  gith :  koriander  cedere : onderdoen voor        musimo, musimonis : moeflon   praes, praedis : bondsman    viscum : lijmstok   parra : ransuil  merops, meropis : bijeneter, bijenwolf [vogel]

Emblema CLXXXVIII

Submovendam ignorantiam

Quod monstrum id? Sphinx est. Cur candida virginis ora,

 Et volucrum pennas, crura leonis habet?

Hanc faciem assumpsit rerum ignorantia: tanti

Scilicet est triplex caussa et origo mali.

Sunt quos ingenium leve, sunt quos blanda voluptas,

Sunt et quos faciunt corda superba rudes.

At quibus est notum, quid Delphica littera possit,

Praecipitis monstri guttura dira secant.

Namque vir ipse bipesque tripesque et quadrupes idem est,

Primaque prudentis laurea, nosse virum.

rudis : onbeschaafd, onkundig  

Emblema CLXXXIX

Mentem, non formam, plus pollere

Ingressa vulpes in Choragi pergulam,

Fabre expolitum invenit humanum caput,

Sic eleganter fabricatum, ut spiritus

Solum deesset, caeteris vivisceret.

Id illa cum sumpsisset in manus, ait:

O quale caput est: sed cerebrum non habet.

vulpes, vulpis : vos   pergula : uitbouw, hal   viviscere : tot leven komen  cerebrum : hersenen

Emblema CXC

Dives indoctus

Tranat aquas residens pretioso in vellere Phryxus,

Et flavam impavidus per mare scandit ovem.

Ecquid id est? Vir sensu hebeti, sed divite gaza,

Coniugis, aut servi quem regit arbitrium.

tranare : oversteken   vellus, velleris : huid   flavus : geel   hebes, hebetis : afgestompt    gaza : schatkamer, schat  coniugis aut servi : verbinden met arbitrium 

Emblema CXCI

In fidem uxoriam

Ecce puella, viro quae dextra iungitur: ecce

Ut sedet, ut catulus lusitat ante pedes.

Haec fidei est species: Veneris quam si educat ardor,

Malorum in laeva non male ramus erit.

Poma etenim Veneris sunt. Sic Scheneida vicit

;Hippomenes, petiit sic Galatea virum.

dextra : rechterhand   ut : hoe   catulus : hondje   lusitare : spelen    species, speciei : beeld    quam = eam  in laeva : aan de linkerkant   non male : passend   Scheneis, Scheneidis : dochter van Schoeneus, mythisch koning in Boeotië, bedoeld wordt : Atalante   Galatea :

Emblema CXCII

Reverentiam in matrimonio requiri

requirere : zoeken, nastreven  

Cum furit in Venerem, pelagi se in littore sistit

Vipera, et ab stomacho dira venena vomit:

Muraenamque ciens ingentia sibila tollit,

At simul amplexus appetit illa viri.

Maxima debetur thalamo reverentia: coniunx

Alternum debet coniugi et obsequium.

<vipera>  furit    furere in  Venerem : hartstochtelijk verliefd zijn   pelagus : zee    litus, litoris : kust     vipera : adder, slang   stomachus ; slokdarm, maag   vomere : uitbraken   muraena : zeevis    ciere : opwekken, aantrekken      sibilus [mv : sibila] : sissen, gesis illa : nl. de muraena   amplexus, -us : omarming, gezelschap      debere : verschuldigd zijn   thalamus : slaapvertrek, huwelijk    alternus : wederzijds    obsequium : respect, tact

Emblema CXCIII

In foecunditatem sibi ipsi damnosam

foecunditas, foecunditatis : vruchtbaarheid   damnosus : schadelijk

Ludibrium pueris lapides iacientibus, hoc me

In trivia posuit rustica cura nucem:

Quae laceris ramis, perstrictoque ardua libro,

Certatim fundis per latus omne petor.

Quid sterili posset contingere turpius? Eheu

Infelix fructus in mea damna fero.

ludibrium : spot, speelbal    nux, nucis : noot, notenboom      trivium : driesprong, straat   cura rustica : de zorg van een boer   lacer : verminkt   liber : bast   perstringere : schampen  arduus : hoog oprijzend  funda : slinger, [slinger]steen     sterilis : onvruchtbaar   contingere : overkomen   in mea damna : tot mijn eigen schade   

Emblema CXCIV

Amor filiorum

Ante diem vernam boreali cana palumbes

Frigore nidificat, praecoqua et ova fovet:

Mollius et pulli ut iaceant, sibi vellicat alas,

Queis nuda hiberno deficit ipsa gelu.

Ecquid Colchi pudet, vel te Progne improba? mortem

Cum volucris propriae prolis amore subit?

vernus : van de lente   borealis : van de noordenwind   canus : grijs   palumbes : houtduif    frigus, frigoris :  koude  nidificare : zijn nest bouwen    praeco, praeconis : heraut    vellicare :  plukken  queis = quibus   deficere : bezwijken   mortem subire : sterven

Emblema CXCV

Pietas filiorum in parentes

Per medios hosteis patriae cum ferret ab igne

Aeneas humeris dulce parentis onus:

Parcite, dicebat: vobis sene adorea rapto

Nulla erit, erepto sed patre summa mihi.

hosteis = hostes    parcere : sparen      adorea : roem, bekendheid  

Emblema CXCVI

Mulieris famam, non formam, vulgatam esse oportere

Dialogismus

Alma Venus, quaenam haec facies? quid denotat illa

Testudo, molli quam pede Diva premis?

Me sic effinxit Phidias, sexumque referri

Foemineum nostra iussit ab effigie:

Quodque manere domi, et tacitas decet esse puellas,

Supposuit pedibus talia signa meis.

facies, faciei : uiterlijk     testudo, testudinis : schildpad    effingere : afbeelden  

Emblema CXCVII

In Pudoris statuam

Penelope desponsa sequi cupiebat Ulyssem,

Ni secus Icarius mallet habere pater.

Ille Ithacam, hic offert Sparten: manet anxia virgo;

Hinc pater, inde viri mutuus urget amor.

Ergo sedens velat vultus, obnubit ocellos:

Ista verecundi signa pudoris erant.

Queis sibi praelatum Icarius cognovit Ulyssem,

Hocque Pudori aram schemate constituit.

desponsa : verloofd     secus habere : het anders hebben   mutuus : wederzijds   obnubere : omhullen   queis = quibus   schema, schamatis : houding  

Emblema CXCVIII

Nupta contagioso

contagiosus : besmettelijk

Dii meliora piis, Mezenti. Cur age sic me

Compellas? Emptus quod tibi dote gener,

Gallica quem scabies, dira et mentagra perurit:

Hoc est quidnam aliud, dic mihi saeve pater,

Corpora corporibus quam iungere mortua vivis,

Efferaque Etrusci facta novare ducis?

dii = dei   compellare :  aanspreken    dos, dotis  : huwelijksgift, bruidschat   gener : schoonzoon    scabies: schurft    mentagra : ziekte van de kin   

Emblema CXCIX

Cupressus

Indicat effigies metae, nomenque Cupressi,

Tractandos parili conditione suos.

effigies, -ei : afbeelding    meta : kegelvorm   tractare : behandelen 

Aliud

Funesta est arbor, procerum monumenta cupressus,

Quale apium plebis, comere fronde solet.

proceres : voornaamsten, edelen   apium : eppe, selderij   comere : tooien

Aliud

Pulchra coma est, pulchro digestaeque ordine frondes

Sed fructus nullos haec coma pulchra gerit.

coma : loof    digerere : ordenen  

Emblema CC

Quercus

Grata Iovi est quercus, qui nos servatque fovetque:

Servanti civem querna corona datur.

quernus : van eikeloof

Aliud

Glande aluit veteres, sola nunc proficit umbra:

Sic quoque sic arbor officiosa Iovis.

officiosus : dienstvaardig

Emblema CCI

Salix

Quod frugisperdam salicem vocitarit Homerus,

Clitoriis homines moribus adsimilat.

frugisperda : zijn vruchten verliezend   salix, salicis : wilg    vocitarit = vocitaverit  Clitorius : van Clitor, een stad in noordelijk Arcadië

Emblema CCII

Abies

Apta fretis Abies in montibus editur altis:

Est et in adversis maxima commoditas.

aptus ; geschikt    fretum : zee   abies : den  

Emblema CCIII

Picea

At picea emittat quod stirpe stolones,

Illius est index, qui sine prole perit.

picea : pijnboom    stirps, stirpis  : sta, wortel   stolo, stolonis : tak, twijg   index, indicis : teken

Emblema CCIV

Cotonea

Poma novis tribui debere Cydonia nuptis

Dicitur antiquus constituisse Solon.

Grata ori et stomacho cum sint, ut halitus illis

Si suavis, blandus manet et ore lepos.

Cydonius : Cydoneisch, Kretenzisch  poma Cydonia : kweeperen    stomachus : maag   halitus : damp, uitwaseming   

Emblema CCV

Hedera

Haudquaquam arescens Hederae est arbuscula, Cisso

Quae puero Bacchum dona dedisse ferunt:

Errabunda, procax, auratis fulva corymbis,

Exterius viridis, caetera pallor habet.

Hinc aptis vates cingunt sua tempora sertis:

Pallescunt studiis, laus diuturna viret.

hedera : klimop    arescens : verdorrend    arbuscula : boompje    Cissus :

errabundus : uitlopend    procax, procacis : brutaal    fulvus : rossig   corymbus : bloem-, vruchttros   viridis : groen   tempora : slapen  

Emblema CCVI

Ilex

Duritie nimia quod sese rumperet Ilex,

Symbola civilis seditionis habet.

ilex, ilicis : steeneik   durities : hardheid    seditio, -onis : tweespalt 

Emblema CCVII

Malus medica

Aurea sunt Veneris poma haec: iucundus amaror

Indicat, est Graecis sic [glukupikros] amor.

malus : appelboom   amaror, amaroris : bittere smaak    glukupikros : zoet-bitter

Emblema CCVIII

Buxus

Perpetuo viridis, crispoque cacumine Buxus,

Unde est disparibus fistula facta modis.

Deliciis apta est teneris, et amantibus arbor:

Pallor inest illi, pallet et omnis amans.

crispus : gekruld, kroes     cacumen, -inis : top   fistula : fluit    modus : maat, harmonie    deliciae : genot, plezier   

Emblema CCIX

Amygdalus

Cur properans foliis praemittis Amygdale flores?

Odi pupillos praecocis ingenii.

amygdalum : amandel    praemittere : vooruitzenden    praecox : voorlijk

Emblema CCX

Morus

Serior at Morus nunquam nisi frigore lapso

Germinat: et sapiens nomina falsa gerit.

germinare : uitlopen    sapiens : dus niet morus, dwaas

Emblema CCXI

Laurus

Praescia venturi Laurus fert signa salutis:

Subdita pulvillo somnia vera facit.

praescius : van tevoren wetend   pulvillus : kussentje   

Aliud

Debetur Carolo superatis Laurea Poenis:

Victrices ornent talia serta comas.

Emblema CCXII

Populus alba

Herculeos crines bicolor quod Populus ornet,

Temporis alternat noxque diesque vices.

alternare : afwisselen   vicis, vicis : afwisseling


Bijlage 6

Emblemata-motto's

met aantekeningen en commentaar

de nummers achter de teksten verwijzen naar :

Emblemata, Handbuch zur Sinnbildkunst des xvi. und xvii. Jahrhunderts,

herausgegeben von Arthur Henkel und Albrecht Schöne,

J.B. Metzlersche Verlagsbuchhandlung Stuttgart


N.B. In vele gevallen moet als gezegde 'est' of 'sunt' worden aangevuld!!!

A

Ab adulatoribus fugiendum 407

adulator, adulatoris : vleier   fugere ab : wegvluchten van

Abeunt in nubila montes 60

nubilum : wolk

Ab  ignotis abstinendum  1835

ignotus : onwetend   abstinere ab : zich verre houden van

Ab imbellis nulla victoria   581

imbellus : nevenvorm van 'imbellis' : onkrijgszuchtig, weerloos

Ab infoelice caveas  1392

cavere ab : zich houden voor

Abstinendum a potentioribus  499

Abstinuit Venere et Baccho   404

Venus : [godin van de] liefde   Bacchus : [god van de ] wijn

Abundabit iniquitas, refrigescet charitas  1866

abundare :  overvloeien  iniquitas, -atis : oneerlijkheid   refrigescere : bekoelen  charitas, -atis : liefde

Abundantia sequitur pacem   1562

abundantia : overvloed

Ab uno vitaque morsque   174

ab uno <Deo>

Acceptam fero lucem  34

Acceptum redditur officium  672

reddere : teruggeven, vervullen

Ach frustra tentatur amor cum friget uterque   1373

tentare : proberen   frigere : koud zijn   uterque : elk van beiden

Acumine, ratione diligentia bearier quivis potest  1553

acumen, acuminis : scherpzinnigheid   diligantia : nauwkeurigheid   beare : gelukkig maken, zegenen  quivis : wie je maar wilt, wie ook maar

Ad amussim   1423

amussis, -is : liniaal 

A Deo recipiam  1514

Ad fontem Dodonae 1244

fons, fontis : bron

Ad Iovam angustia ducit  1444

Iova : Jehova   angustia : benauwdheid

Ad opem brevis hora ferenda est   1208

ops, opis : hulp

Ad regis nutus   286

nutus, -us : knik

Ad scopum licet aegre et frustra  1660

scopus : doel   licet : ook al   aegre : ternauwernood

Ad sidera vultus   704

sidus, sideris : ster   vultus, -us : gelaat

Adspirat fortuna labori  1460

adspirare : begunstigen

Adulator saluti reip. gravis    395

adulator , -oris : vleirer   salus, salutis : welzijn

Adversa magis lucet   33

lucere : licht geven, stralen

Adversis clarius ardet   64

adversus : ertegenover   clarius : helderder   ardere : branden

Adversis non deesse decet  721

adversa, -orum : tegenspoed      deesse : zich onttrekken aan

Aequari pavet alta minor  310

aequare : gelijk maken   pavere + inf. : schromen

Aequus animus commendat omnia   521

aequus : evenwichtig   commendare : bemind maken, aannemelijk maken

Aere quandoque salutem redimendam   460

aes, aeris : brons, geld   quandoque : soms   redimere : [los]kopen

Aeterna hominum natura   48

Affectus comprime   1029

affectus, -us : emotie, gevoel   comprimere : beheersen

Afflictis Christus asylum   1865

afflictus : geteisterd

Affluxu augentur magna minorum   104

affluxus, -us : toevloed  augere : vergroten

Agitas agitaris at ipse   581

agitare : opjagen

Agitata revivo   1377

revivere : weer tot leven komen

Alba ligustra cadunt, vaccinia nigra leguntur   309

albus : wit   ligustrum : heester   vaccinium : hyacinth   legere : verzamelen

Alchimiae vanitas  1059

vanitas, vanitatis : ijdelheid

Aliena opprobria saepe exterrent  453

opprobrium : scheldwoord

Alienum malum tacendum  572

tacere : verzwijgen

Aliis in serviendo consumor   1363

servire + dat. : dienen  consumere : uitputten

Aliorum absumor in usus  1363

Aliquando feriandum    1168

feriari : stoppen met werken, vrij nemen

Aliquid mali propter vicinum malum   1381

vicinus : naburig

Aliquid preciosius auro    87

preciosus : kostbaar   aurum : goud

Aliter coelestia durant   294

coelestis : hemels   durare : voortduren

Alit iustitia canes   1700

alere : voeden   canis, -is : hond

Alit, non suffocat   1380

suffocare : verstikken

Alit ratio fortitudinem   1155

alere : voeden   fortitudo, fortitudinis : dapperheid, moed

Alius plectrum alius sceptrum   1303

alius...alius : de een.....de ander

Alius peccat alius plectitur    562

alius.....alius : de een.....de ander  peccare : zondigen   plectere : straffen, slaan

Allicit ut perimat   405

allicere : aanlokken   perimere : te gronde richten

Altera caduceum, altera hastam   1064

caduceus : herautstaf     hasta : lans

Alterius altera poscit opem   1020

alterius : genitivus van 'alter" : van een ander    poscere : eisen   ops, opis : hulp

Alterius indigens perpetua ope   729

alterius : genitivus van 'alter" : van een ander  indigere + abl. : behoefte hebben aan    perpetuus : voortdurend   ops, opis : hulp

Alterius non sit, qui suus esse potest    266

alterius : genitivus van 'alter' : van een ander   sit : coni. van 'est' : moge /laat hij zijn   suus : van zichzelf

Alternis facilis labor   72, 840

alternus : afwisselend

Altiora ne quaesiveris  812

altus : hoog    ne + coniunctivus van het perfectum geeft een verbod aan    quaerere [perf. quaesivi] : nastreven

Altum sapere periculosum   1616

altus : hoog, diep   sapere : wijs zijn

A malo castigaberis   1509

castigare : tuchtigen

Amans sibi omnia fingit  866

sibi fingere : zich inbeelden

Amantis veri cor ut speculum splendidum   1349

amans, amantis : minnaar   verum : het ware  ut: [zo]als    speculum : spiegel   splendidus : helder, schitterend

A matrimonio absit suspicio   1592

suspicio, -onis : wantrouwen, verdenking

Ambulat agnus natat elephas   543

ambulare : wandelen   agnus : lam   natare : zwemmen   elephas, elephantis : olifant

Amica amanti anima   849

anima : ziel   amicus : welgezind

Amica non serva   875

amica : vriendin    serva : slavin

Amicitia etiam post mortem durans   259

amicitia : vriendschap   etiam : zelfs   mors, mortis : dood

Amicitia post aras   636

ara : altaar

Amicus certus in re incerta cernitur   334

amicus : vriend   certus : zeker, betrouwbaar   incertus : onzeker  cernere : zien, onderscheiden

Amicus post mortem   259

A minimis quoque cavendum  713

minima : de kleinste dingen   quoque ; ook   cavere ab : zich hoeden voor

A minimis quoque sibi timendum   394

timere : vrezen

Amissa libertate laetior   802

amittere: verliezen   libertas, libertatis : vrijheid  amissa libertate : ablativus absolutus    laetus : blij, opgewekt

Amor addit inertibus alas   517

addere : toevoegen   iners, inertis : sloom  ala : vleugel

Amor caussa omnium   759

caussa : oorzaak

Amor certus in re incerta cernitur   1280

certus : zeker   incertus : onzeker   cernere : onderscheiden, zien

Amor docet musicam  1299

docere : onderwijzen

Amor durissima suffert   1019

durus : hard   sufferre : verdragen

Amor elegantiae pater    912

Amor formae condimentum   430

forma : schoonheid    condimentum :  specerij

Amor humanae vitae glutinum   136

glutinum : lijm

Amori cum prudentia non convenit  1741

convenire : overeenstemmen

Amoris domitrix invidia  1573

domitrix, domitricis : bedwingster  invidia : afgunst

Amoris ingenui tormentum   910

ingenuus : aangeboren, vrijgeboren, openhartig   tormentum : foltering

Amoris umbra invidia  1572

umbra : schaduw    invidia : afgunst

Amor non zelotypus  1592

zelotypus : jaloers

Amor odit inertes   615

odisse : haten    iners, inertis : lusteloos, sloom

Amor tela Penelopes   1244

telum : wapen

Amor timere neminem verus potest  484

timere : vrezen   nemo, neminis : niemand   verus : waarachtig

Amorum conversio ad studia   1833

conversio, -onis : ommekeer

amota movetur    1473

amotus : onbewogen, onbeweeglijk   movere : bewegen

Anima consilii silentium   1152

consilium : plan

Anima ibi animat ubi amat   1601

animare : bezielen   ubi : waar

Animi scrinium servitus   871

scrinium : boekroldoos   servitus, servitutis : dienstbaarheid

Animi sub vulpe latentes   974

vulpes : vos   latere : schuilgaan

Animi vires corporis viribus praestare   511

vis : kracht   corpus, corporis : lichaam    praestare : overtreffen

Animos nil dirimit    1472

dirimere : scheiden, verijdelen

Animum rege  1611

regere : sturen

Animus nobilitat   908

nobilitare : adelen, veredelen

Animus non omnibus  idem   721

Ante ferit quam flamma micet  81

ferire : slaan    micare : schitteren

Antiquissima quaeque commentitia   1794

commentitius : uitgedacht, verzonnen

Antiquitas fere fabulosissima   147

antiquitas, -atis : oudheid   fabulosus : rijk aan sagen, fabelachtig

Appetitus subsit rationi, ut equus sessori  1071

appetitus, -us : begeerte , streven   subesse : ondergeschikt zijn   sessor, sessoris : berijder

A prudentia victoria   1553

A publica re exterminandum esse ambitum   1182

exterminare  ab: uitroeien uit

Apud leves gravitas vitium est   439

levis : lichtzinnig   gravitas, -atis : ernst   vitium : vergrijp, tekortkoming

A quo trepidabo?  1416

trepidare : sidderen

A quovis laedimur iuvamurque   598

quivis : wie ook maar   laedere : kwetsen  iuvare : helpen

Arcana continebis et calumnias  1151

arcanum : geheim  continere : bij zich houden   calumnia : laster

Ardua quae pulchra  198

arduus : moeilijk

Arguit fortuna virum   361

arguere : een bewijs zijn van, duidelijk maken

Arguit silentia canum  835

arguere : een bewijs zijn van  canus : grijs

Armat spina rosas mella tegunt apes  299

spina : doorn   apes : bijen

Armis non omnia cedunt   697

arma : wapens

Ars deluditur arte   604

deludere : misleiden

Ars naturam iuvat   165

Ars rhetorica triplex movet iuvat docet sed praepotens est veritas divinitus   1666

movere : ontroeren   iuvare : genoegen verschaffen  divinitus : van godswege

Arte et Marte   1739

Artium tristis ianua   465

ianua : deur, toegang

Assiduitas duri victrix   1417

assiduitas, -atis : volharding

Assuesco futurae militiae   503

assuescere : zich gewennen aan

Astra deus regit   41

Astu non vi   605

astus, astus : list

Astu solertia maior   510

sollertia : behendigheid

A teneris assuescendum   154

tener : teer, zacht

A tergo numquam metus   1488

tergum : rug   numquam : nooit  metus : vrees

Aude aliquid   594

audere : durven

Audentes fortuna iuvat   1634

Audienda plurima, tacenda omnia   1336

Audi, tace, fuge   1824

Audito multa, loquitor pauca  462

audito, loquitor : omperativi   loqui : spreken   paucus : weinig

Augentur pondera motu   74

augere : vergroten   pondus, ponderis : gewicht   motus, motus : beweging

Aula vapor levis est, fumi venduntur in aula  1127

aula : hof   vapor, vaporis : damp, rook   fumus : rook   vendere : verkopen

Aurea sors regum est et velle et posse beare   1802

sors, sortis : lot, deel    beare : gelukkig maken, zegenen

Aurora musis amica   1593

Aut capio aut quiesco   406

aut...aut : of...of    capere : grijpen    quiescere : rusten

Aut cita mors aut victoria laeta   1805

citus : snel   laetus : vreugdevol

Aut mors aut vita decora   478

decorus : roemrijk

Aut mortem aut elige vitam   1208

eligere : kiezen

Aut multum aut nihil 1208

Aut natet aut pereat  989

natare : zwemmen    perire , te gronde gaan

Aut volare aut quiescere 799

volare : vliegen

Avarum excipit prodigus   521

avarus : gierig   prodigus : spilziek

Avarum facile capies ubi non sis idem   824

Averte oculos meos ne videant vanitatem   385

avertere : afwenden   oculus : oog   ne + coniunctivus : opdat niet   vanitas, -atis : ijdelheid

Avertet via facta ruinam   1522

b

Barba est satis una duobus   287

satis : voldoende

Bellorum eventus utriusque partis malo  1382

uterque : elk van beide   pars, partis : partij   malum : ramp  malo : dativus finalis

Bellum colligit qui discordias seminat   1068

colligere : oogsten    discordia : onenigheid    seminare : zaaien

Bene qui latuit bene vixit   619

latere ; zich schuil houden

Bis pereo  780

perire : te gronde gaan

Bis pueri senes  981

bis : tweemaal   senex, senis : grijsaard

Bona conscientia in malis est secura   841

conscientia : geweten   securus : veilig

Boni pastoris est tondere pecus non deglubere  1100

pastoris : eigen aan een herder    tondere : scheren    deglubere : villen

Bonis a divitibus nihil timendum  1634

dives, divitis : rijk   timere ab : vrezen van

Bonis auspiciis incipiendum  462

auspicium : voorteken    incipere : beginnen

Breviora lucidiora  1369

lucidus : helder

Brevis de stipula flamma  124

stipula : halm, stro

c

Caecus amor sui  1628

caecus : blind    amor sui : eigenliefde

Caelum non animum mutant   401

caelum : hemel, regio, gebied   mutare : veranderen van

Canis queritur nimium nocere   575

queri : klagen   nimium : al te zeer   nocere : schaden

Captis oculis capitur bellua   384

bellua : monsterdier

Captivam impune lacessunt   595

captiva : krijgsgevangene   impune : ongestraft [bijwoord]  lacessere : sarren

Caput seditionis tollendum   600

caput, capitis : hoofd, leiding   seditio, -onis : tweespalt, opstand   tollere : uit de weg ruimen

caret culpa sed tamen omen habet   1690

carere + abl. : vrij zijn van   omen, ominis : voorteken

Carpit et carpitur una   1413

capere : plukken    una : tegelijkertijd

Carpturus dulcem fructum radicis amarae   198

carpturus : zullende plukken    radix, -icis : wortel   amarus : bitter

casta placent superis   410

castus : kuis   placere : bevallen   superi : de hemelgoden

Casus artesque docet   686

casus, -us : voorval  

Casus interdum naturam supplet   478

casus : voorval   interdum : van tijd tot tijd   supplere : aanvullen

caute aut numquam  588

cautus : behoedzaam

Caute connivendum principibus   489

cautus : behoedzaam    connivere : een oog toedoen   principes : prinsen, vorsten

Cautior cavendo capitur   473

cavere : op zijn hoede zijn

Caveas peius latet intus   1546

cavere : op zijn hoede zijn   peior, comparativus van 'malus' : slecht

latere: verborgen zijn   intus : binnenin

cavendum a meretricibus   1694

cavere ab : oppassen voor    meretrix, -icis : hoer

Cecidit in terram bonam   323

cadere [perf. cecidi] : vallen

Cede maiori   399

cedere : wijken voor

Cedendo victor abibis    357

cedere : wijken   victor, -oris : winnaar [hier predicatief :'als winnaar']

abire : weggaan

Cedendum sed non adulandum,  396

adulari : vleien, kruipen

Cedere nolo Iovi sed cedere cogor amori   1779

nolle : niet willen   Iuppiter, Iovis : Jupiter   cogere : dwingen

Cedit Amor miseris   1234

miser : ongelukkig

cedite fatis   382

fatum : lotsbeschikking

Celata virtus ignavia est   89

celare : verbergen    ignavia : traagheid, lafhartigheid

Celerem oportet esse amatoris manum   1023

celer : snel   oportet + a.c.i. : het behoort

Celeritatem mora et haec illam vicissim temperet  1023

celeritas, -atis : snelheid    mora : uitstel   vicissim : afwisselend   temperare : matigen

Certa est alia radice propago    280

radix, -icis : wortel    propago, propaginis : stekje, spruit

Christo duce et auspice Christo   311

auspex, auspicis : leidsman, begunstiger

Christus meum asylum    1463

Citius capiar quam tenear  709

cito : snel

Cito nata cito pereunt  332

cito : snel   natus : geboren, ontstaan   perire : te gronde gaan

Civilis discordia hostis victoria  1513

civilis : burgerlijk    discordia : onenigheid   hostis, -is : vijand

Civium beneficia erga tyrannum frustra   1186

civism civis : burger    beneficium : weldaad   erga + acc. : jegens   frustra : vergeefs

Clausa haec et aperta iuvabunt  1334

aperire : openen   iuvare : bevallen, genoegen verschaffen

Coecus nihil luce iuvatur   896

coecus : blind   lux, lucis : licht  iuvare : helpen

Coercenda et exstirpanda impietas  677

coercere : bedwingen   exstirpare : uitroeien   impietas, -atis : goddelooosheid

Cognosce, elige, matura   1556

cognoscere : leren kennen, eligere : uitkiezen   maturare : op tijd verrichten, bespoedigen

Colit otia saucius igni  700

otium : vrije tijd   saucius : gewond   ignis, ignis : vuur

Comes voluptatis dolor   1720

comes, comitis : metgezel    voluptas, voluptatis : genot   dolor, doloris : pijn

concedo nulli  1778

concerede : wijken    nulli : dativus van 'nullum'

Concordes vivite  883

concors, concordis : eensgezind

Concordia cordis et oris  237

cor, cordis : hart   os, oris : mond

Concordia discors   1299

discors : onenig

Concordiam in matrimonio colendam   1562

matrimonium : huwelijk    colere : betrachten

Concordia nutrit amorem  208

nutrire : voeden

Coniugii arcana non revelanda  1603

coniugium : huwelijk    arcanum : geheim  revelare : onthullen

Coniunctae superant vires   1085

Conscientia mille testes   486

conscientia : geweten   testis, testis : getuige

Consensu populi regnum subsistit  884

consesnsus, consensus : eenstemmigheid    regnum : rijk   subsistere : blijven bestaan  

Conservat cuncta Cupido   47

conservare : bewaren   cunctus : alle

Consilia consiliis frustrantur   805

consilium : plan     frustrare : verijdelen, vruchteloos maken

Consilia media fugienda   446

medius : in het midden   fugere : ontvluchten

Consilio et virtute Chimaeram superari, id est, fortiores et deceptores 1661

consilium : overleg    Chimaera : vuurspuwend monster in Lycië met de vormen van leeuw, geit en draak   deceptor, -oris : bedrieger

Consilio non robore  1474

consilium : overleg    robur, -oris : geweld

Consilio sors tuta dei   1477

sors, sortis : lot   tutus : veilig

Consilium et perseverantiam plus posse quam vires   509

perseverantia : vasthoudendheid

Consultum male consultori pessima res est   1143

consulere : beraadslagen, besluiten  male : op slechte wijze   consultor, -oris : raadvrager, raadgever

Contentus coniuge sola   706

contentus : tevreden met   coniunx, coniugis : echtgenote

Contraria prosunt : 677

contrarius : tegengesteld   prodesse : voordelig zijn

Cor ne edito   1026

edere : naarbuiten brengen   edito : imperativus

Credula res amor est   1638

credulus : lichtgelovig

Cuique suum   759

quisque : ieder

Cum diis non est contendendum   1745

diis = deis    contendere : wedijveren

Cum larvis luctari nefas  398

larva : geest, spook   luctari : worstelen   nefas est : het is ongeoorloofd

Cum pertinacibus non agendum  66

pertinax, -acis : koppig, vasthoudend   agere : handelen, omgaan

Cuncta complecti velle stultum est  1315

cunctus : alle    complecti : omarmen, bevatten   velle : willen  stultus : dom

Cuncta fluunt  99

cunctus : alle   fluere : stromen  [cf. Grieks : panta rhei]

Cunctando proficit   248

cunctari : talmen    proficere : vorderingen maken

Cunctandum sapienti est   617

Cuncta potest usus   191

usus,-us : praktijk, oefening

Cura animi imprimis gerenda est  442

cura : zorg    imprimis : vooral

Curis tabescimus omnes   807

tabescere : te gronde gaan, wegkwijnen

Cur Venus e spuma?   1755

spuma : schuim

Custodiendas virgines   1732

custodire : bewaken   virgo, virginis : maagd

d

Damnum in mora  127

damnum : schade

Dantem data munera ditant   480

dans, dantis : gevend   datus : gegeven   munus, muneris : geschenk   ditare : verrijken

Data leniet esca furorem  452

lenire : verminderen   esca : voedsel, spijs   furor, -oris : razernij

Defervere necesse est   27

defervere : uitwoeden

Deficiam aut efficiam   834

deficere : bezwijken    efficere : tot stand brengen

Dei opera imitanda sunt   1432

opus, operis : werk    imitare : nadoen

Delicta operit charitas  431

delictum : misdrijf   operire : bedekken    charitas, -atis : liefde

Demens aliena requirit   459

demens, dementis : waanzinnig    alienus : andermans    requirere : vragen, verlangen

De mulieribus neque bene neque male loquendum esse  1164

mulier, -ris : vrouw   loqui : spreken

Desidiam abiiciendam   985

desidia : traagheid, matheid   abiicere : afwerpen

Desperatio audaces reddit   589

desperatio, -onis : wanhoop    audax, audacis : overmoedig, roekeloos

reddere : maken

Deum et ama et time   1790

et...et : zowel...als

Deum odisse impudentia est   1293

odisse : haten 

Deus dat cui vult   1267

vult : hij wil

Deus superbis resistit humilibus dat gratiam   388

superbus : trots   resistere : weerstand bieden   humilis : nederig

Dii facientes adiuvant   1103

dii = dei   facientes : degenen die doen

Dimidium victoriae hostem noscere   383

dimidium : helft   noscere : leren kennen

Di superi presto facientibus omnibus adsunt  1103

di = dei    superus : van boven    presto : snel   adesse : bijstaan

Ditat servata fides  1016

ditare : verrijken   servare : in acht nemen

Divesque miserque  1604

dives, divitis : rijk

Divina humanis non temere miscenda  1718

divinus : goddelijk   temere : zo maar    miscere : mengen

Divina scrutari temerarium 191

scrutari : onderzoeken   temerarius : vermetel

Divina verba secum non pugnant  1630

secum pugnare : met elkaar in strijd zijn

Divitibus tempus omne est commodum   1075

dives, divitis : rijk   commodus : gemakkelijk

Docet ipse docendus   1412

Doctos doctis obloqui nefas est  872

doctus : geleerd   obloqui : tegenspreken   nefas : niet geoorloofd

Domat prudentia  1666

domare : temmen

Duce virtute, comite fortuna  1454

comes. comitis : metgezel

Dulcia cum amaris  10

dulcis : zoet   amarus : bitter

Dulcia quandoque amara fieri  1758

quandoque : soms   fieri : worden

Dum luceam peream  118

dum : terwijl    lucere : licht geven   perire : ten onder gaan

Dummodo prosim  1482

dummodo : mits   prodesse : tot voordeel zijn

Dum nutrio consumor  187

nutrire : voeden    consumere : verslinden

Dum potes vive   702

Dum spiras, spera   1373

spirare : ademen   sperare : hopen

Dum spiro, spero   1559

Dum trahimus, trahimur   68

trahere : trekken

Durant aequa  1434

durare : voortduren, bestendig zijn    aequus : eerlijk

Durum patientia frangit  1681

durus : hard   frangere : breken

e

Ego dormio cor meum vigilat  821

dormire : slapen    vigilare : waken

Eisdem trahimur et laedimur   1743

idem : dezelfde   trahere : aantrekken    laedere : kwetsen

Eloquentia fortitudine praestantior  1651

eloquentia : welsprekendheid   praestans : voortreffelijk

Emanant omnia ab uno   108

emanare : uitvloeien, uitstromen

Erigitur virtus tacta   1259

erigere : oprichten   tangere : aanraken

Et cum fortuna statque caditque fides   1801

...que...que : zowel...als

Et fastu tentat et astu  1860

fastus, -us : trots   astus, -us : list

Etiam ferocissimos domari   386

ferox, ferocis : woest    domare : temmen

Et in aequore flamma est   699

et : ook    aequor, aequoris : zee

Et voluisse sat est   783

et : ook, zelfs   voluisse : gewild hebben  sat : voldoende

Eunt anni more fluentis aquae   101

eunt : 3. plur. van ire : gaan   annus : jaar   mos, moris : manier, wijze

Ex amaritudine dulcedo 999

amaritudo, -inis : bitterheid   dulcedo, -inis : zoetheid

Ex bello pax 1489

Ex damno alterius alterius utilitas 788

damnum : schade  utilitas, -atis : nut

Ex domino servus   1623

ex : van, na

Ex hoste aliquando bonum   1187

ex : van de kant van   aliquando : soms   bonum <aliquid>

Exitus acta probat  533

exitus, -us : afloop    acta : daden   probare : goedkeuren, de deugdelijkheid tonen, aannemelijk maken

Ex litterarum studiis immortalitatem acquiri  1795

literae ; letters, letterkunde   immortalitas, -atis : onsterfelijkheid  acquirere : verwerven

Ex metu religio vel vexatio dat intellectum   1589

metus, metus : vrees   vexatio, -onis : kwelling   intellectus, -us : begrip

Ex morte levamen  520

levamen, -inis : verlichting

Ex ramo enascitur arbor   165

ramus : tak   enasci : geboren worden   arbor, arboris : boom

Ex signis futura  849

signum : teken   futurum : het toekomende

f

Facit occasio furem  540

occasio, -onis : gelegenheid   fur, furis : dief

Facta iuvenum, consilia senum  1852

facta : feiten, daden    iuvenis, -is : jongeman   consilium : overleg, plan senex, senis : grijsaard

factis et non verbis  1108

Fallimur opinione    1475

faller : bedriegen   opinio, opinionis : mening

Fatum vota beet   205

votum : wens , gebed   beare : zegenen

Ferendo vincam   67

ferre : [ver]dragen    vincere : overwinnen

Fero non frangor   1509

frangere : breken

Festina lente  615, 616

festinare : zich haasten   lentus : langzaam

Fictis aliquando movemur   1146

fictus : verzonnen   aliquando : soms  

Fide sed cui, vide  874, 1010

fidere : vertrouwen   quis : wie   videre : uitkijken

Fides non apparentium  1112

fides, fidei : geloof    apparere : blijken

Finis ab origine pendet   653

origo, inis : oorsprong  pendere ab: afhangen van

Firmamentum familiae uxor   518

uxor, uxoris : echtgenote

Flamma fumo proxima   1373

fumus : rook   proximus : vlakbij

Flectere vel frangere  1498

flectere : buigen

Flectimur non frangimur   357

Florebo prospiciente Deo   291

florere : bloeien   prospicere : voorzien

Forma viros neglecta decet   1629

forma : schoonheid   vir, viri : man    neglegere : verwaarlozen   decere : passen

Formosa superne   1698

formosus : mooi   superne : van boven

Fortior est agitatus amor   150

fortis, is : sterk   agitare : opjagen

Fortitudini iungendus  astus   392

fortitudo, inis : dapperheid   iungere : verbinden    astus, -us : list

Fortunam citius reperias quam retineas   731

cito : snel   reperire : vinden   retinere : behouden

Fortuna ut luna    1800

ut : zoals

Fortuna vitrea est ; cum splendet frangitur  531

vitreus : van glas   splendere : schitteren 

Frater ne desere fratrem  1675

deserere : in de steek laten

Fugacia commoda vitae   709

fugax, -acis : voortvluchtig, vergankelijk   commodum : gemak

Fugienda peto   910

fugere : ontvluchten   petere : opzoeken

Fumus flammae proximus   130

Furentem quid delubra iuvant?  437

furere : razen    delubrum : tempel, heiligdom   iuvare : baten

g

Gaudendum cum gaudentibus   1300

gaudere : zich verheugen

Gaudet patientia duris   352

patientia : geduld   durus : hard

Gloria immortalis labore parta   655

labor, laboris : inspanning    parere : verwerven

Gratiam referendam   827

referre : vergelden

Gubernando non loquendo   1455

gubernare : sturen

h

Habet et pilus umbram   597

et ; ook   pilus : haar   umbra : schaduw

Harmoniam rerum amor conservat  1398

res, rei : zaak

Hic praedam pedibus ille salutem   580

praeda : buit   pes, pedis : voet   salus, salutis : redding

Hodie mihi cras tibi  998

hodie : vandaag    cras : morgen

Hodie vive   1415

Hominem te esse cogita  997

cogitare + a.c.i. : bedenken

Homines oratio probat non vestis  1383

oratio, -onis : taal[gebruik]   probare : laten blijken   vestis, -is : kleding

Homini ex homine materia ex deo forma   1670

forma : gestalte

Homo homini deus   426

Homo homini lupus   1623

lupus : wolf

Homo pomo similis : aut maturus cadit aut si cito acerbus ruit  180

pomum : appel   maturus : rijp   cito : sne;   acerbus : bitter  ruere : vallen

Honor alit artes   815

alere : voeden

Horae memor esto supremae  1033

hora : uur  memor + gen. : gedachtig   supremus : laatste

Humana consilia vana sunt   1846

vanus : ijdel

Humana fumus  46

i

Iam regit armentum   523

iam : reeds, nu   regere : besturen   armentum : vee, kudde

Ignari artes oderunt   894

ignarus : onbekend, onwetend   odisse : haten

Illicitum non sperandum  1558

illicitus : ongeoorloofd   sperare : hopen

Imitantur hamos dona  1449

imitari : nabootsen    hamus : haakje

Immodicis brevis aetas   959

immodicus : onmatig   aetas, -atis : leven

Impius et in libertate servus est  610

impius : goddeloos    et : ook   libertas, -atis : vrijheid

Improbe Deum fatigamus ut votis nostris serviat 1563

improbus : verdorven    fatigare : afmatten   ut + coni. : opdat  votum : gebed   servire : dienen

In auribus stulti ne loquaris   516

auris, -is ; oor   ne + coni. : niet [bij verbod]

In caducum parietem non inclinandum   295

caducus : bouwvallig   paries, -etis : wand   inclinare in : zich buigen naar, leunen tegen

Incerta pro certis amplecti stultum  567

[in]certus : [on]zeker   amplecti : omarmen, accepteren

In Deo laetandum  29

In dies meliora  552

in dies : met de dag    bonus, melior : goed, beter

Indoctus ipse alios iuvo    522

indfoctus : onkundig

In Domino quies    1216

quies, -ei : rust

Indulgentia parentum liberis noxia   156

indulgentia : toegevendheid    noxius : schadelijk

In flammis fama paratur   1136

fama : reputatie

In hoc signo vinces   308

signum :teken

Inimicus amicum simulans inimicissimus   606

inimicus : vijandig 

In morte vita  999

In portu pereo   1470

portus, -us : haven    perire : ten onder gaan

In sinu alere serpentem   638

sinus, -us : borst   alere : voeden

Interdum requiescendum   212

interdum : van tijd tot tijd   requiescere : gaan rusten

Interiora vide    1237

interior : meer naar binnen

Invia virtuti nulla est via   1550

invius : onbegaanbaar

Iudex ineptus peste peior pessima   519

iudex, iudicis : rechter   ineptus : dwaas, lastig   pestis, -is : plaag   peior + abl. : slechter dan  pessimus : slechtst

Iusta a Deo roganda    1722

iustus : rechtvaardig    rogare ab : vragen aan

Iuste fiunt quae a Deo : 1723

iustus : rechtvaardig   fieri : gebeuren   a Deo <fiunt>

Iuventus virtuti initianda   1643

iuventus, -utis : jeugd   initiare : inwijden

l

Labor amoris   domitor   1748

domitor, -oris : bedwinger

Labore et constantia   1420

Labore virtus, virtute gloria paratur   656

Lege et rege   1262

Lente sed attente    620

attentus : oplettend

Leve fit quod bene fertur onus   828

levis, -is : licht   fit : wordt   onus, oneris : last

Libera mens servire negat    391

servire : dienen   negare : weigeren

Libertas non libera    578

Libertatem vendit qui beneficium accipit   502

vendere : verkopen    beneficium : weldaad

Liceat sperare timenti   1376

licere : vrij staan   timere : vrezen

Litera occidit spiritus vivificat    1620

occidere : doden    vivificare : levend maken

m

Magno furor est in sanguine mergi   395

sanguis, -inis : bloed    mergere : onderdompelen

Maledici post mortem   789

maledicere : uitschelden

Male parta male dilabuntur   792

malus : slecht   parere : verwerven   dilabi : uiteenvallen

Mallem nescisse futura   1058

malle : liever willen   nescire : niet kennen

malo mori quam foedari   465

malle : liever willen   mori : sterven   foedari : bezoedeld worden

Manet immutabile fatum   1434

manere : blijven

Manus manum lavat   967

lavare : wassen

Maturandum   713

maturare : zich haasten

Mediis tranquillus in undis   104

tranquillus : rustig   unda : golf

Medio tutissimus ibis   971

tutus ; veilig   ire : gaan

Meliora probo deteriora sequor   512

melior : beter   probare : goedkeuren    deterior : slechter  sequi : volgen

Melius si singula  509

melius : beter    si : indien   singulus : elk afzonderlijk

Memor esto reddere grates   343

esto : wees   reddere : bewijzen   grates : dank

Mens sibi bene conscia nescit timere   1181

conscius : bewust   escire : niet kennen, niet kunnen

Mentem non formam plus pollere  454

mens, mentis : geest   forma : uiterlijk    pollere : krachtig zijn

Meruisse satis  206

merere : verdienen

Microcosmus homo   1842

Militat omnis amans   1762

militare : in krijgsdienst zijn

Minor esca maioris   679

esca : spijs

Miseris nulla quies   690

Mitte non promitte  243

mittere : zenden    promitte : beloven

moderata durant   1825

moderare : matigen

Modesta iuventus, honesta senectus  309

modestus : bescheiden

Modulo te tuo metire   842

modulus : maat   metire : meten

mora nocet   489

mora ; uitstel    nocere : schaden

Mordere non potest nisi volentem  577

mordere : bijten   non...nisi : slechts wanneer   velle : willen

Mors et fugacem persequitur  472

et ; ook    figax, -acis : vluchtig

Mors et vita lingua   833

lingua : taal

Mors introitus ad vitam   796

introitus, -us : inkomst

Mors omnibus aequa eademque   1306

aequus : gelijk   idem : dezelfde

Multa multum legenda   1775

Multa renascentur quae iam cecidere  224

renasci : herboren worden    cadere : vallen   cecidere = ceciderunt

Multi sunt vocati pauci vero electi  468

paucus : weinig    vero : echter    electus : uitgekozen

Musica serva Dei   1119

n

Natura dictante feror   826

ferri : voortsnellen

Natura optima dux sequenda  1711

Necessitas dociles facit   801

docilis : onderdanig

Nec te quaesiveris extra  171

ne + coni. perf :  niet [verbod]

Nec verbo nec facto quenquam laedendum   1811

quenquam = quemquam   laedere : kwetsen

Negotiorum  respiciendus exitus   1201

negotium : zaak     exitus , -us : afloop

Ne nimis alta petas   1662

ne + coni. : verbod   nimis : al te   altus : hoog   petere : nastreven

Ne quid nimis   321

quid = aliquid  nimis : al te

Ne quid ultra vires   501

<ali>quid   ultra : verder dan, boven

Ne rumperer   227

rumpere : breken

Nihil est quod labore non assequamur   1093

assequi : bereiken

Nihil tam volucre quam maledictum   1537

volucer, volucris : gevleugeld, snel    maledictum : scheldwoord

Nil magnum longo nisi tempore   410

nisi ; als niet, tenzij

Nimia libertas fit servitus   592

nimius : al te grote   fit : wordt

Nimis aucta nocebunt   275

nimis : al te   augere : groot maken   nocere : schaden

Nimium rebus ne fide secundis  253

res secundae : voorspoed   fidere : vertrouwen op

Ni patiaris non potieris  594

ni = nisi   pati : dulden   potiri : zich meester maken van

Nocet esse locutum   833

loqui [perf. locutus sum : ik heb gesproken] : spreken

Non est culpa vini   265

culpa : schuld

Non omnibus omnia   694

Non sceptro sed plectro ducitur   963

Nosce te ipsum   809

ipse : zelf

o

Omne nocet nimium   105

nimius : al te zeer

Omnia mea mecum porto   609

mecum : met me   portare : dragen

Omnia spiritui pervia   1473

spiritus, -us : geest    pervius : toegankelijk

Opes adquirit eundo    101

adquirere : verwerven   eundo : door te gaan, gaandeweg

Opibus sic utere caute   1285

opes : rijkdom   uti + abl. : gebruiken    cautus : voorzichtig

Opinio semel concepta vix deponitur   1705

vix : met moeite

p

Paci studere praestat quam bello   213

studere + dat. : zich toeleggen op   praestare : beter zijn

Parem delinquentis et suasoris culpam esse   1063

poar- paris : gelijk   delinquere : een fout begaan   suasor , -oris ; aanrader

Par impar Iova Satanque   1548

Iova : Jehova

Partem audias prius aliam dein iudica   1151

pars, partis : partij   prius : eerder   dein : vervolgens   iudicare : oordelen

Parva patitur ut magnis potiatur   596

parvus : klein   pati : dulden  ut + coni. : opdat   potiri + abl. : zich meester maken van

Patere  122

pati [ imperativus : patere] : dulden

Patior ut potiar   445

Paupertate premor sublevor ingenio    1023

paupertas, -atis : armoede   premere : drukken, in het nauw brengen  sublevare : opheffen

Per angusta ad augusta   149

angustus : nauw   augustus : verheven

Perfer et obdura    1097

Periculum vehiculum   969

vehiculum : voertuig

Periculum venit cum contemnitur   633

contemnere : verachten

Perpolit incultum paullatim tempus amorem   442

perpolire : polijsten   paullatim : geleidelijk aan

Pessimus interpres rerum metus    1319

interpres, -etis : tolk   metus : vrees

Piger ad poenas princeps ad proemia velox   1043

piger : traag   poena : straf   princeps, principis : vorst   velox, velocis : gevleugeld, snel

Poetis abundat aetas   1743

poeta : dichter   abundare : overvloeien

Post fata manet fides   558

Post nubila Phoebus   25

nubilum : wolk   Phoebus : [Apollo, god van de] zon

Praecipitata nocet vindicta   563

praecipitatus : overhaast    vindicta : wraak, straf

Praeclarissimum <est>  si aut reges philophentur aut philosophi imperent  1736

praeclarus : roemrijk    imperare : bevelen geven

Praescriptum inevitabile fatum   1165

praescriptus : voorgeschreven   inevitabilis : onvermijdelijk

Praestat nubere quam uri  850

praestat : het is beter   nubere : trouwen    urere : verbranden

Praevisa minus nocent   480

praevisus : voorzien    minus : minder   nocere : schaden

Primus in orbe deos fecit timor   1725

primus : als eerste   

q

Qua dii vocant eundum <est>   1776

qua : waarlangs, waarheen   dii = dei   vocare : roepen   ire [met gerundivum eundum] : gaan

Quae nocuere iuvant    905

quae : de dingen die  nocere [perf. nocui] : schaden  nocuere = nocuerunt

Quae supra nos nihil ad nos   1657

supra : boven

Qualis non unde satus   493

qualis : hoedanig   unde : vanwaar    satus : gezaaid, geboren

Qualis rex talis grex   802

talis : zodanig   grex, gregis : kudde

Quibus rebus confidimus iis maxime evertimur  1173

Quibus : te verbinden met iis = eis   confidere : vertrouwen op  maxime : vooral    evertere : wegvagen

Qui captat capitur   731

Quid fuerim quidque sim vide  1819

Qui se non novit bellua est non homo   1741

novisse : kennen    bellua : monster

Quisque suos patimur manes   1792

quisque : ieder   manes, manium : onderwereld, dood

Quod non capit Christus rapit fiscus   1355

fiscus : schatkist

Quod non es ne videare cave  1130

videri : schijnen   cavere ne : ervoor oppassen dat niet

Quod non potest ratio sanat mora   182

sanare : genezen

Quod sis esse velis   885

velis : moge jij willen

Quotidie morimur    998

quotidie : dagelijks   mori : sterven

r

Recto nil tutius   1424

rectum : het goede  tutus : veilig

Reddit coniunctio tutos   837

reddere : maken    coniunctio, -onis : verbinding

Reperire perire est   749

reperire : vinden perire : omkomen

Reverentiam in matrimonio requiri   659

reverentia : respect   requirere : zoeken, nastreven

s

Saepe loqui nocuit, nunquam nocuit tacuisse  1772

saepe : vaak   loqui : spreken   nocere : schaden   tacere : zwijgen

Sapiens quo felicior eo modestior  21

quo...eo : hoe... des te   modestus : bescheiden

Scriptura sacra gladius anceps    341

scriptura : schrift   sacer : heilig   gladius : zwaard   anceps : tweesnijdend

Seipsum vincere maxima victoria   1684

se ipsum : zichzelf

Sic itur ad astra    1223

itur : men gaat   astrum : ster

Sic transit gloria mundi   1263

transire : vergaan

Si Deus voluerit    569

velle: willen

Si dulcibus acria iungas   328

acer : fel, bitter   iungere : verbinden

Silendo stolidus sapienti par est    749

silere : zwijgen   stolidus : dom

Simile a simili non laeditur    572

laedere : kwetsen

Simplicitas veri sana    814

simplicitas, -atis : eenvoud   sanus : gezond

Simul et semel   1410

simul : tegelijkhertijd   semel : eenmaal

Simul ruptae cecidere catenae   1520

rumpere : breken   cadere : vallen   cecidere = ceciderunt

Sine Cerere et Baccho friget Venus    1753

Ceres : godin van het graan

Sine iustitia confusio    5

confusio, -onis : verwarring

Sine numine frustra   160

numen, numinis : god

Sis memor utriusque fortunae    1143

uterque : elk van beide

Sit modus in rebus   274

modus : maat

Sit oneri, erit usui    1480

onus, oneris : last   oneri : tot last   usus ,  - us : nut

Sit sine labe fides   857

labes, labis ; onheil, verderf

Sive amator sive gladiator es repete   865

repetere : opnieuw proberen

Sobrie potandum   565

sobrius : sober, matig    potare : drinken

Sobrietate Venus superatur   642

sobrietas, -atis : nuchterheid

Sobrie vivendum et non temere credendum    1010

temere : zo maar

Sola in caelo securitas    60

securitas, -atis : onbezorgdheid

Soli patriae   794

Solum a sole   237

Solus nescit adulari   1072

adulari : vleien

Sperne voluptates   1667

spernere : verachten

Spernit  pericula virtus  1609

Stultitia ligamur non compedibus   1132

ligare : binden    compes, compedis : boei

Stultitiam celare difficile <est>    1824

celare : verbergen

Stultorum adiumenta nocumenta   1130

adiumentum : hulp    nocumentum : schadepost

Suae quisque fortunae faber   1806

quisque ; een ieder   faber : schepper, maker

Subitanea felicitate non superbiendum   936

subitaneus : plotseling    superbire : pronken

Sublato amore omnia ruunt   1764

tollere [p.p.p. sublatus] : verwijderen  ruere : te gronde gaan

Substine et abstine   1410

Summa virtus adumbratam virtutis speciem abolet  21

adumbrare : schetsen, nabootsen    abolere : uitwissen

Sunt mala mixta bonis   234

Superbia mansuetudine superatur   414

mansuetudo, -inis : mildheid

Suum cuique pulchrum   431

Suum cuique tribue   1434

t

Tacuisse nunquam poenituit   1823

poenituit : het is spijtig  tacere : zwijgen

Talia feci, talia facio   1392

talis : dergelijk

Tangor non frangor ab undis    103

tangere : aanraken    frangere : breken

Telo animus praestantior  omni   1849

telum : wapen

Tenera pietatis principia   182

Terror et error   532

Tibi mors mihi vita   606

Timidi est optare necem   1685

timidus : angstig   optare : wensen   nex, necis : dood

Tot sunt in amore dolores  1406

tot : zoveel

Totum pars una peremit   1398

perimere : te gronde richten

Trahor volensque sequor   978

Tumidis non mergimur undis   734

tumidus : gezwollen   mergere : onderdompelen

Turpe senilis amor    294

turpe : iets schandelijks

Tutius cedis quam caedis   1854

tutus : veilig   cedere : wijken   caedere : moorden

Tutius parum quam rarum   1436

parum : te weinig

Tutius remittis quam amittis    1300

Tutius sudore quam pudore   1092

sudor, -oris : zweet, inspanning

Tu vince loquendo   1290

u

Ubi onus ibi sonus  1341

ubi...ibi : waar...daar   onus, oneris : last   sonus, -us : klank

Ultima semper exspectanda dies   1145

ultimus : laatste

Umbra tantum   248

tantum : slechts

Uni pareo   1335

unus [dativus : uni] : één   parere : gehoorzamen

Uni salus alteri pernicies  302

pernicies, iei : ondergang

Unum nihil duos plurimum posse   1687

plurimum : zeer veel

Usus beat  1219

beare : gelukkig maken

Usus libri non lectio prudentes facit  1288

usus, -us : gebruik   lectio, -onis : lezing  prudens : verstandig

Ut capias capiare prius  593

capiare = capiaris

Ut filum sic mea vita   1081

filum : draad

v

Vah! sors quam lubrica ditum  1547

lubricus : glibberig, onbestendig   dis, ditis : rijk

Vapulando sustentor  1314

vapulare : straf krijgen, geslagen worden   sustentare : ondersteunen

Varii hominum sensus  1000

sensus, -us : opvatting

Venter pluma Venus laudem fugienda sequenti   1565

venter, ventris : buik  pluma : veer  laus, laudis : lof  sequi : volgen

laudem : lijdend voorwerp bij sequenti

Vera in cognitione Dei cultuque voluptas   1727

verus : waarachtig   cognitio, -onis : kennis  cultus, -us : verering  voluptas, voluptatis : genot

Veritas premitur non opprimitur   193

veritas, -atis : waarheid 

Veritati nihil difficile  1428

Via nulla est invia amori   1763

Vigilandum medico   650

vigilare : waken

Vim ex vi     187

Vincit vim virtus   670

Vindice fato   91

vindex, vindicis : borg, redder, wreker

Vindice sanguine   1021

Vindice virtute   381

Vino prudentiam augeri   1828

augere : vergroten

Vino sobrie utendum   273

uti + abl. : gebruiken

Vinum acuit ingenium   1827

acuere : scherpen

Virescit vulnere virtus   1030

virescere : groen worden

Viribus iungenda sapientia   1673

Vir malus alieno damno suam rem facit  434

Viro indecora saltatio   437

indecorus : onpassend   saltatio, -onis : dansen

Virtus invidiam excitat   1571

invidia : afgunst

Virtus vana domat  130

Virtute duce comite fortuna  626

Virtute meremur honores   1294

mereri : verdienen

Virtuti fata plerunque obstant  1150

plerumque : meestal

Virtutis radix amor   1648

radix, radicis : wortel

Vis nescia vinci  1513

nescius : niet wetend, niet kunnend

Vis veri vincit ubique  1817

ubique : overal

Vita mihi mors est   795

Vita mortalium vigilia   1366

mortalis, -is : sterveling    vigilia : nachtwake

Vitia animi difficulter occultantur   1402

vitium : fout

Vive hodie   881

hodie : vandaag

Vive memor lethi  fugit hora 1000

lethum : dood

Vivite concordes   199

Vivitur ingenio caetera mortis erunt   1055

Vixisse diu nocet   1173

vivere, perf. vixi   diu : lang

Volentes trahimur   84

Vulnere vulnera sano   337


Bijlage VII:  Het Chronogram : de herkomst en aard ; een selectie

            Een chronogram [chronos : tijd, gramma : letter] is een tekst die naast een historisch feit of een gedachte ook een jaartal verbergt. Dat kan men ontdekken door de getalwaarden van de Romeinse cijferletters [meestal in hoofdletter en rood of goud gekleurd] op te tellen. Het zinnebeeldig verklaren van getallen is sinds de oudste tijden bekend.  Woorden worden als getallen en getallen als woorden gelezen. Ook namen kunnen als getallen worden aangeduid.

            In Openbaring xiii : 18 komt het getal 666 aan de orde : "Hier is de wijsheid :  wie verstand heeft berekene het getal van het Beest, want het is het getal van een mens : zijn getal is 666". Met behulp van Hebreeuwse cijferwaarden kan dit worden gelezen als NRON KSR [Neron Kaisar : 50 + 200 + 6 + 50 + 100 + 60 + 200 = 666]. Hiermee wordt dus Nero aangeduid of Domitianus die bekend stond als 'Nero redivivus', de herrezen Nero.

            De Romeinen gebruiken de volgende 7 tekens  voor alle getallen van 1 tot en met 1000 :

I = 1   V = 5   X = 10   L = 50   C = 100   D = 500 en M = 1000

Andere getallen worden gemaakt met combinaties waarbij van het reversaal wordt gebruik gemaakt  : IIII wordt geschreven als IV, VIIII als IX etc. Met deze reversalen wordt in het chronogram overigens geen rekening gehouden : XL = LX.

            Veel latijnse woorden zijn volledig chronogrammaticaal : het zijn pure chronogrammen : bv. DVX, DVM, LVX, VVIDIVM, DILVVIVM. Wanneer in elk woord van de spreuk/het vers minimaal 1 cijferletter voorkomt spreken we van excellente chronogrammen. Wanneer cijfersletters worden gebruikt die niet nodig zijn  voor het jaartal, is sprake van perfide chronogrammen.

Het chronogram kan verschillende functies hebben. Het kan om te beginnen dienen als memoria technica, als geheugensteuntje.  In combinatie daarmee kan een chronogram een beschrijvende, prijzende, wensende, neerbuigende en ontspannende  functie vervullen.

Hier volgen een aantal voorbeelden :

            In de Excellente Cronike {uitg. Willem Vorsterman, Antwerpen 1531] wordt de stranding van acht walvissen vermeld bij Oostende :

oCto CapIt  Lete

pre granDIa fLanDrIa Cete [1403]

letus = laetus : enthousiast   praegrandis, -is : enorm   Flandria : Vlaanderen   cetus, ceti : zeemonster

Uit dezelfde bron een chronogram op  de brand in de O.L. Vrouweparochie te Sluis in 1393 :

arsIt sUb Lare sLUUs CUM CoLItUr trInUs et UnUs

ardere : branden   Lar, Laris : huisgod   cum : wanneer   colere vereren

trinus et unus : de Drieëenheid

In dezelfde Cronike verwijst het volgende chronogram naar de moord op hertog Lodewijk van Orleans op 23 november 1407 in opdracht van de Bourgondische hertog Jan zonder Vrees :

Contere braChIUM peCCatorIs [1407]

conterere : verbrijzelen   bracchium : arm  peccator, peccatoris : zondaar

            In de British Library in Londen bevindt zich een boekje van Johannes Avianus waarvan het eerste deel een tragicomedie met de titel Miles vagus seu mendicans [de zwervende of bedelende soldaat] bevat en het tweede een tekst met de titel Seculum vertens, eteostichis novis heroicis [De eeuwwending in nieuwe heroische jaartalverzen].  Het betreft 100 chronogrammen met de data van historische gebeurtenissen van 1500 tot 1597. Enkele voorbeelden :

1500 : geboorte van Karel V :

CaroLe te nato feLICIa seCULa fIUnt

In patrIa fIes qUIntUs reX noMInIs hUIUs

Carole : vocativus van Carolus   te nato : ablativus absolutus   natus : geboren  felix, -icis : voorspoedig  seculum : eeuw   fieri : worden

1501 : Johannes Albertus, koning van Polen, overlijdt en wordt opgevolgd door zijn broer Alexander

MoX Ut Ioannes aLbertUs sCeptra reLInqUIt

haeC eIUs fratrI CUrae IUbet esse poLonUs

mox : weldra   ut : zodra   sceptrum : heersersstaf   relinquere : achterlaten    haec <sceptra>   curae : tot zorg   iubere : bevelen

aLbertI sUb IoannIs DItIone fUerUnt

nUnC sUb aLeXanDro sUnt CUnCta regente poLonI

ditio, -onis : zeggenschap   cuncta : alles   Poloni : onderwerp van de zin

1537 : bij zijn poging Enkhuizen vanuit zee in te nemen moest de hertog van Gelre vluchten en wel zo snel dat de ankers gekapt moesten worden. De ankers werden opgevist en uiteindelijk aan de Dromedaris bevestigd. Hadrianus Junius van Hoorn vervaardigde het volgende Latijnse chronogram :

enCHUsaM InsIdIIs taCItIs sUb noCte sILentI

obrUere adnIXa est geLrICa perfIDIa

insidiae, -arum : hinderlaag   silens, -ntis : stil   obruere : bestoken  adniti : streven naar, pogen   perfidia : trouweloosheid

1598 : het overlijden van Philips II van Spanje

reX eXspIras; Io! penatIbUs aDIUngarIs;

LIbera qUUm sIne te perstaret natIo nostra

exspirare : de laatste adem uitblazen   io : hoera   penates, -um : huisgoden, voorouders   adiungere : voegen bij    perstare : voortbestaan

1599 : geboorte van de schilders Antonie van Dijk en Velasquez

antonIUs Van DIJk hIspanUs qUoqUe VeLasqUez

natI aMbo In VIta; per terras pIngIte reges

Hispanus : Spaans   quoque : ook   natus : geboren    ambo : beide   pingere : schilderen

1606:  De Vlaamse volksschrijver Emiel Fleerackers vertelt in het 8e deel van zijn verzameld werk, de 'Kronijken' hoe Justus Lipsius enkele dagen voor zijn dood op 23 maart 1606 met drie vrienden een spelletje domino speelde. Daarbij gold als afspraak dat de spelers uitsluitend mochten converseren in een chronogrammatische taal met het jaar 1606 als uitkomst. Dat leverde de volgende uitspraken op :

aDCIngaMUr : laten we ons aangorden, dwz. klaarmaken voor de strijd

taCUerIs tanDeM : zul je nu eindelijk eens je mond houden?

eMIgra tU aD steLLas : loop naar de sterren, de maan

speCta hoMo rUDIs : kijk uit, jij onbeschaafde kerel

doneC reVenIaM : ik kom wel terug

VaCate DoMIno : maak weer tijd vrij voor het dominospel

aDspICe Me, fortUna : geluk, kijk naar mij

CaVe DoMIno : pas op voor domino

VICtor tanDeM : eindelijk winnaar

zelfs op zijn sterfbed ging dit spel met chronogrammen door :

aDVoCata MarIa : Maria, mijn voorspreekster

oMnIa CaDUnt : alle dingen vergaan

asCenDat anIMa tUa : moge uw ziel opstijgen

asCendIMUs : wij stijgen op

ChrIste aDsUM : Christus, ik ben er

CUstoDI Me : bewaar me

 

Enkele andere voorbeelden van latere chronogrammen

1609 : bij begin van het 12-jarig bestand :

reqUIes post tot DIscrIMIna

requies, ei  : rust  tot : zoveel     discrimen, -inis : crisis

1616 : de Spaanse dichter Miguel de Cervantes sterft op 23 april 1616

Mors te erIpIt qUI peperIstI dOn qUIChotte

eripere : wegroven    parere [perf. peperi] : voortbrengen

1621 : in de westgevel van de St. Carolus Borromeuskerk :

ChrIsto Deo VIrgInI DeIparae beato IgnatIo LoIoLae soCIetatIs aUthorI senatUs popULUsqUe antVerpIensIs pUblICo et prIVato aere ponere VoLUIt

Deipara : moeder Gods   aes, aeris : brons, geld   velle [perf. volui] : willen

1622 : boven de ingangspoort van Pieterskerkgracht 9 in Leiden :

paX hUIC DoMUI [=Mattheus 10 : 12!]

1664 : boven de hoofdingang van de Petruskerk aan de Spaarndammerdijk te Amsterdam :

ChrIstIano VigILanDUM

vigilare : waken

1648 : Het pand op de Lage Markt 59 te Nijmegen werd gebouwd in 1648, het jaar van de vrede van Munster:

paX et qUIes UsqUe qUaqUe hUIC DoMUI

usque quaque : overal en altijd

1658 : op achtergevel van Grote Looierstraat 15 te Maastricht [verwijzend naar de watersnood]

LIneaM hIC Dabat aqUIs

1667 : Op de gevel van het huis van Jan Six, Herengracht 619 te Amsterdam [ook te vinden op de gevel van Bosstraat 21 te Maaseik] :

saLUs DoMUI hUIC

salus, salutis : heil, welzijn

1674 : In 1673 werd in Thorn een kapel gewijd aan O.L. Vrouw van Loreto. Op 8 september 1674 vond de officiële ingebruikneming plaats. Op een cartouche bij de nis met het Mariabeeld staan de volgende

teksten :

DeIparae VIrgInIqUe LaUretanae saCrUM

Deipara : moeder Gods   sacer : gewijd aan

In sUae natIVItatIs festo hIC sIbI VIrgo seDeM LegIt

nativitas, -atis : geboorte   hic : hier   sedes, sedis : woonplaats   legere : uitkiezen

1678 : Boven het hoofdaltaar van de St. Nicolaaskerk te Gent :

UnItatIs fontI Deo Vero VIrgInI MarIae aeter nICoLae offertUr

unitas, -atis : eenheid   fons, fontis : bron   verus : waarachtig  offerre : aanbieden

1683 :De belegering van Wenen in 1683 komt op verschillende penningen voor :

oppUgnata bona est non eXpUgnata VIenna naM CoeLo perDens hostIbUs hostIs erat

oppugnare : belegeren   expugnare : veroveren   coelum : hemel   perdere : te gronde richten

In DoMIno fIsI Ut InVInCIbILes serVabUntUr

fisus : vertrouwend   ut : zoals, als   invincibilis, -is : onoverwinnelijk  servare : behouden

eX InsIgnI hoC fortItUDInIs et persIstentIae eXeMpLo

insignis, -is : opvallend   fortitudo, -inis : dapperheid   persistentia : vasthoudendheid   exemplum : voorbeeld

1685 : op penning voor Lodewijk XIV

LUDoVICUs MagnUs XIIII

1686 : op de gevel van Bosstraat 7 te Maaseik

CrUX MUnDI LUX

1689 : penning voor Willem III :

WILhelMUs tertIUs angLIae VInDeX

vindex, -icis : bevrijder

1691 : Op gildehuis aan de Grote Markt te Brussel :

CoMbUsta InsIgnIor resUrreXI

eXpensIs sebastIanae gULDae

comburere : helemaal verbranden   insignis , -is : opvallend   resurgere : herrijzen   expensus : uitgave   gulda : gilde

1693 : de visverkopers plaatsen een Mariabeeld op de Oude Vismarkt te Antwerpen :

beatIssIMae  VIrgInI DeIparae eXtrUere IChtopolae antVerpIansis

beatus : heilig   Dei para : moeder Gods   extruere : oprichten   ichtopola : visverkoper

1696 : op het huis De Wolvin aan de Grote Markt te Brussel met phoenix op het dak :

stUpes qUoD tertIo CInIs gLorIosIor eXUrgo phoenIX sUM

stupere : verbaasd staan  cinis, cineris : as   exsurgere : verrijzen

1697 : op gildehuizen aan de Grote Markt te Brussel :

qUas fUror hostILIs sUbVerterat IgnIbUs aeDes

sartor restaUrat praesIDIbUsqUe DICat

quas : antecedent : aedes  !  furor, -oris : razernij   subvertere : vernielen    aedes, aedium : huis  sartor, -oris : kleermaker  praeses, -idis : gildevoorzitter   dicare : wijden

1697 : Uden komt in het bezit van een 'wonderkruis'  uit Schijndel , Christus aan het kruis, waarschijnlijk een onregelmatig gevormde alruin

VIgeat CrUX JesU patIentIs JesU VIri DoLorUM

vigere : krachtig zijn  patiens, -entis : lijdend   dolor, -oris : smart

VIr DoLorUM ChrIstUs JesUs trabe fIXUs sanet esUs serpentIs pestIferI

trabs, trabis : balk   sanare : genezen   esus, -us : beet

JUstItIa VItaqUe orItUr eX ChrIsto VIro DoLorUM

oriri : te voorschijn komen

1706 : boven de deur van het Rooms Katholiek Jongensweeshuis aan de Lauriersgracht 105 te Amsterdam :

haeC stat CarItate DoMUs

caritas, caritatis : liefde

1710 : op woonhuis van Jan van Geleen, Cannerweg 262 te Maastricht :

Ioannes Van geLen LIberIs aeDIfICabaM

liberi, -0rum : kinderen   aedificare : bouwen

1712 : op een staande Lodewijk-XIV-klok in het stadhuis van Maastricht, Markt 78 :

IUDICeM CaVe

iudex, icis : rechter   cavere : oppassen voor

CreDe sUb hIs ULtIMa Latet

ultima <hora> : het laatste uur   latere : verborgen zijn

soLI Deo regI saeCULorUM

solus [dativus : soli] : alleen  saeculum : eeuw

sInt LaUDes In saeCULa aMen

laus, laudis : lofprijzing

1715 : op voor- en achterzijde van het huis De Lelies, Markt 33, Maaseik :

parIUnt MIhI LILIa DeCUs

parere : voortbrengen   decus, decoris : glans

beneDIC DeUs aeDI hUIC et InhabIta

benedicere : zegenen  aedis, -is : huis   inhabitare : erin wonen

1717 : Christian Wermuth, hofmedailleur in Gotha ontwerpt bij het jubileum van de Reformatie een 'Jeruzalempenning'   met de volgende teksten erop :

InsIgnIa DICta sUnt De te, CIVItas DeI [1717]

insigne : opmerkelijk ding

DeUs In ea non MoVebItUr [1517]

ConCors seCULUM eCCLesIae LUtheranae LaetantIs [1717]

concors, concordis : eendrachtig   seculum : wereld   laetari : zich verheugen

1726 : op de voorgevel van het gemeenlandshuis van Hoogheemraadschap Amstelland, Diemerzeedijk 27  :

hIC De fretI bataVI fUrore arCenDo agrIs tUenDIs agItUr

fretum : zee  batavus : bataafs  furor, -oris : razernij  arcere : afweren  tueri : beschermen   agere : handelen [verbindt : de...arcendo : over het afweren]

1734 : op de banmolen van Sint Servaas op de hoek Tafelstraat/Achter de Molens te Maastricht

MaChIna braXanDIs  eXUrgo strUCta farInIs

braxare : brouwen    exsurgere : oprijzen  farina : graan

1747 : op een oud wegkruis tegenover Bovenstraat 43 te Limbricht:

CrUCIfIXUs est DUX & tUtor MeUs

tutor, tutoris : beschermer

pII qUI transItIs state CrUCIfIXUM eX Voto aDorate

pius : vroom   transire : voorbijgaan  

1758 : Op achterzijde van een oud wegkruis te Schinnen tegenover de ingang van kasteel Terborg :

fLeCte CrUCeM JesU sUppLeX Venerare VIator

tUta saLUtIfera stat CrUCe nostra saLUs

flectere : buigen   crux, crucis : kruis   supplex, supplicis : smekend  venerari : vereren   viator, -oris : reiziger   tutus : veilig   salutifer : heilbrengend   salus, salutis : heil

1782 : Boven de deur van het Regthuis in Westzaan/Zaanstad staat geschreven :

sUUM CUIqUe Dare hIC opUs atqUe Labor

suum cuique : ieder het zijne   opus, operis : taak   labor, laboris : opdracht

1786 : op binnenplaats van het Begijnhof te Turnhout :

o CrUX In CoeLUM DUX

1796 : tekst op luidklok in het Nationaal Beiaardmuseum te Asten, afkomstig uit Geesteren [Overijssel]:

CaMpana VoCat eXsUrgIto fIDeLIs sUperos pIIs VotIs eXora

campana : klok  exsurgere : opstaan   exsurgito : oude imperativus  fidelis : gelovige  votum : gebed

1865 : op de voorgevel van de Carolus Borromeuskerk in Antwerpen ter gelegenheid van de restauratie :

sanCtI CaroLI prIstInUs DeCor reDDItUs

pristinus : voormalig   decor, decoris : sieraad  reddere : teruggeven

1870 : tijdens het eerste Vaticaanse Concilie werd vastgesteld dat de paus, sprekend over geloof of zeden, bindende uitspraken kan doen :

pontIfeX, CUM InfaLLIbILItate DoCes

pontifex, -icis : bruggenbouwer, priester, paus    infallibilitas, -atis : onfeilbaarheid

1921 : De H. Hartkerk aan de Scharnerweg in Maastricht werd in 1921 in gebruik genomen. Op een ingemetselde steen in de kerk is de volgende tekst te lezen :

o saCrUM Cor IesU ChrIstI tIbI sUrgIt haeC aeDes

Iesu : genitivus van Iesus surgere : oprijzen  aedes, aedis : huis

1944 : ter gelegenheid van het feit dat Prins Bernard bevrijd Nederland betrad is op een blokkenmonument aan de Eenhoornsingel 100 [Stedelijke Scholengemeenschap] te Maastricht de volgende tekst aangebracht :

hUnC bernarD prInCeps LIbertatIs CeLebranDae CaUsa e CIVIbUs nostrIs traJeCtensIbUs ConJUnCtUs

celebrare : vieren  causa + voorafgaande genitivus : wegens, om  coniungi : zich voegen bij

1947 : het langste chronogram werd door Franz Jachym gemaakt ter gelegenheid van de restauratie van het bevrijdingsmonument in de Stephansdom in Wenen dat in 1884 was vervaardigd om de bevrijding van de Turken te herdenken.

DeI genItrICIs rosarIo InVoCata sUffragIa

In hUIUs fortIs CIVItatIs fossIs IrrUentes

tUrCos stItIsse In praesentI soLI pontIfeX

InnoCentIUs XI atqUe aUgUstUs LeopoldUs I

prIore sIgno nUper eXeUntIs beLLI Igne rUpto

testatI hortantUr Vos Ut parIbUs angUstIIs

pressI parI qUoqUe ferVore speretIs In

Ista potentI aUstrIae regIna

genitrix, -icis : moeder   suffragium : bijval, instemming   fossa : gracht  irruere : binnenstormen   signum : teken, monument   exire : aflopen   testari : getuigen    hortari : aansporen   angustia : benauwdheid  par, paris : gelijk   fervor, -oris : gloed, enthousiasme

1953 : Bij de beëindiging van de herstelwerkzaamheden aan het stadhuis van Nijmegen in 1953 werden boven aan de deuren aan de westwand twee plastieken aangebracht die betrekking hebben op Marieken van Nimwegen die door Maria van de duivel [Moenen] wordt gered :

DoLo DIaboLICo noLI ConCeDere

dolus : list   diabolicus : duivels   noli : wil niet   concedere : wijken voor

1957 : ondertekening in Rome van de verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap

oeConoMICe proCeDat paCto 'eeg' eUropa LIbera

procedere : vooruitgaan   pactum : verdrag

1969 : Bij de restauratie van de St. Stevenskerk in Nijmegen :

fUrore DestrUCta

ConCorDIa renata

aeDes stephano saCra

UrbIs est gLorIa pIa

furor, furoris : razernij   destruere : vernietigen   renatus : herboren   aedes, aedium : kerk

1980 : De studiezaal en bibliotheek van het voormalige Bonnefantenklooster aan het Dominikanerplein in Maastricht is sedert 1980 bij de universiteit in gebruik :

antehaC bonI Infantes seU pII LIberI nUnC LIbrI

MeDICI Laete serVantUr

antehac : voordien   infans, infantis : kind  seu : oftewel  liberi : kinderen libri : boeken   laete : op goed manier  servare : bewaren

1982 :  Het Nieuwenhofcomplex te Maastricht  is een tehuis geweest voor arme kinderen en voor wees- en voogdijkinderen. Bij de restauratie van het Nieuwenhofcomplex, Zwingelput 4 , is de volgende tekst op een gevelsteen aangebracht:

noVa CUrIa paUperes tUIta seDes stUDII JUrIDICI faCta

UnIVersItatIs traJeCtensIs aUgeatUr JUrIsqUe

Vere perItos gIgnat

nova curia : Nieuwenhof   pauper, -eris : arm   tuitus : beschermd hebbende  sedes, -is : zetel  juridicus : rechtsprekend  Trajectensis, -is ; van Maastricht   augere : groot maken  vere : waarachrig   iurisperitus : rechtskundige   gignere : voortbrengen

1985 : Opening van de economische faculteit van de Universiteit van Maastricht, Tongersestraat 53, eerder het onderkomen van Rijkswaterstaat :

UbI JesUItae aC CUra pUbLICa aqUae et VIae InfUerUnt IbI nUnc

faCULtas oeConoMiae UnIVersItatIs traJeCtensIs patefaCta. sIt Vere fortUnata.

ubi...ibi : waar... daar  Jesuita : Jezuiet  cura : zorg  inesse : binnen zijn  patefacere : openen  vere : waarachtig   fortunatus : fortuinlijk

1991 : ter gelegenheid van de restauratie van de Petruskerk aan de Spaarndammerdijk te Amsterdam

CULtUI ChrIstIano oLIM DICata

eX rUIna popULo restaUrata

cultus, -us : eredienst   olim : vroeger   dicare : wijden   ruina : bouwval

eCCLesIae Integra restaUratIo aeVI

fUtUrI DILUCULUM

integer : algeheel   aevum : eeuw  diluculum : dageraad


Bijlage 7: Grafschriften uit de oudheid

Graf van Marcana Vera, echtgenote van T. Caesius Lysimachus, B 439 :

Ver tibi contribuat sua munera florea grata

et tibi grata comis nutet aestiva voluptas,

reddat et autumnus Bacchi tibi munera semper

ac leve hiberni tempus tellure dicetur.

ver, veris : lente     contribuere : schenken    munus, muneris : geschenk    floreus : van bloemen   gratus  : voor niets   comis, comis : vriendelijk  nutare : knikken, wenken   aestivus : van de zomer    autumnus : herfst    levis, levis : licht   hibernus : van de winter    tellus, telluris : aarde

Graf van C. Domitius Primus, Ostia   CIL 14, 914/B 1318

Hoc ego su in tumulo Primus, notissimus ille,

vixi Lucrinis, potabi saepe Falernum;

balnia vina Venus mecum senuere per annos.

Hec ego si potui, sit mihi terra lebis.

su = sum     notus : bekend, beroemd   vivere, vixi : leven   Lucrina <res>  : een zaak van de Lucrinus Lacus, een meer aan de kust van Campanië, door een dam van de zee gescheiden : oester      potabi = potavi   senescere, senui : ouder worden    senuere = senuerunt      hec = haec    lebis = levis

Graf van Melanthus, gestorven op 14-jarige leeftijd; capucijnenklooster, Spello CIL 11, 5325/ E 41

Qui neminem offendit nisi quom est mortuus

nemo, neminis : niemand     offendere : beledigen    quom = cum

Graf, opgericht door de broer van T. Cisonius, veteraan van het vijfde Legio Gallica, Antiochië in Pisidië ten tijde van Augustus    CH 3, 293, suppl. 6825 / B 243

Dum vixi, bibi libenter. Bibite vos qui vivitis!

vivere, vixi : leven   bibere, bibi : drinken    libenter: graag

Graf van Narcissus, slaaf en pachter van T. Titucius Florianus, gestorven op 25-jarige leeftijd; Venafro, Italië     CIL 10, 4917 / B 1015

Debita libertas iuveni mihi lege negata

morte immatura reddita perpetua est.

debitus : verschuldigd    negare : weigeren    immaturus : vroegtijdig       reddere : schenken     perpetuus : voor altijd

Graf van Claudia; woordspelletjes op de bijnaam van de Claudii,  Pulcher [mooi] en de volksetymologie van het woord 'graf' : se + pulchrum : "zonder schoonheid, niet mooi", einde tweede eeuw v.C.    CIL 1, 1007; 6, 15346  /  B 52

Hospes, quod deico paullum est, asta et pellege :

heic est sepulcrum hau pulcrum pulcrai feminae.

Nomen parentes nominarunt Claudiam.

Suom mareitum corde deilexit souo.

Gnatos duos creavit. Horum alterum

in terra linquit, alium sub terra locat.

Sermone lepido, tum autem incessu commodo.

Domum servavit. Lanam fecit. Dixi. Abei.

hospes, hospitis : voorbijganger    deico = dico    astare : blijven staan     pellegere : verder lezen    heic = hic   pulcrai = pulcrae     nominarunt = nominaverunt    suom = suum     mareitum = maritum    maritus : echtgenoot       deilexit = dilexit    diligere : beminnen     souo = suo     gnatos = natos    natus : zoon    sermo, sermonis : manier van spreken    lepidus : geestig      incessus, -us : manier van lopen     commodus : relaxed       abei = abi

Algerijnse inscriptie in de tuinen bij het aquaduct van Tebessa. Dezelfde inscriptie is gevonden op een sarcofaag aan de Via Appia te Rome    CIL 8, 27904 / B 2139

Ha! Evasi, effugi. Spes et Fortuna, valete!

Nihil mihi vobiscu est, ludificate alios!

evadere : ontsnappen    effugere : wegvluchten      vobiscu = vobiscum       ludificare : voor de gek houden

Graf van Anna, vrouw van de dichter Stabilis, Rome     CIL 6, 22377 / B 1040

Ac veluti formosa rosast cum tempore prodit

arescit certo tempore deinde suo,

sic tu coepisti primo formossa, Anna, videri,

tempore sed subito desinis esse mea.

Hoc Stabilis tuus, eheu!, quo possum munere parvo

prosequor atque opto : sit tibi terra levis!

veluti : zoals     formosa : mooi    rosast = rosa est       prodere : tevoorschijn komen       arescere : verdorren     incipere, coepi : beginnen      formossa = formosa    videri : schijnen, indruk maken     desinere : ophouden     munus, muneris : geschen     parvus : klein       optare : wensen    sit : moge zijn

Grafschrift gevonden te San Sebastiano, Latium      CIL 9, 3821 / B 241

Cogitato te hominesse et scito : moriendust. Vale.

cogitare : bedenken      hominesse = hominem esse     moriendust = moriendum est

Grafzuil te Narbonne, begin eerste eeuw n.C.    CIL 12, 5270 / B 242

Hospitium tibi hoc. Invitus venio. Veniundum est tamen.

hospitium : gastverblijf     hoc <erit>      invitus : tegen mijn zin    

Graf van C. Iulius Felix, die 82 jaar en 7 maanden oud werd; Amedara, Byzacium, Africa     CIL 8, suppl.  11594 / B 1328

Non digne, Felix, citto vitam caruisti, miselle:

vivere debueras, annis fere c licebat.

Si sunt manes, sit tibi terra levis!

dignus : waard, waardig       citto = cito      carere : missen. ontberen     misellus : ongelukkige stakker     debere : moeten, verschuldigd zijn       c = centum      esse : bestaan

Graf door de vrijgelatene T. Aelius Stephanus opgericht voor zijn vrouw, Via Nomentana, Rome     CIL 6, 18385 / B 1184

Si quis forte mor]ae patiens vis scire, viator,

parvolus hic a]tris titulis quid noster aratus

reddat ager lacrim]as, paulum consiste, docebo.

Haec Aeli Steph]ani quondam carissima coniux

dum vixit, fuerat] Flavia Nicopolis,

nec vivet non ca]ra mihi, cum vita manebit.

Delectat iam nulla] quies nisi mortis imago;

in somnis repeto quam r]apuere dei.

Semper ego ut manes possint] audire iterabo,

Flavia Nicopolis, nomen dulce tuum,

et tumulo spargam saepe meas lacrimas.

O mihi si superi vellent praestare roganti

ut tuo de tumulo flos ego cerna novum

crescere vel viridi ramo vel flore amaranti,

vel roseo vel purpureo violaeque nitore,

ut qui praeteriens gressa tardante viator

viderit hos flores, titulum legat et sibi dicat :

"Hoc flos est corpus Flaviae Nicopolis".

<ali>quis     mora : oponthoud     patiens, -ntis + genitivus : bestand tegen   viator : vpprbijganger    parvolus : klein   aratus : geploegd    reddat : coniunctivus van de indirecte vraag     consistere : blijven staan     vita <mea>      delectare : behagen     <eam> quam    rapuere = rapuerunt     iterare : herhalen     ut : opdat    manes : schimmen    spargere : storten       superi : de hemelgoden     praestare : gunnen, toestaan     cerna = cernam       viridus : groen    amarantus : duizendschoon    nitor, -oris : glans, schittering      gressum : schrede, pas   

graf van een kind van veertien jaar, Villa iustiniana, Rome    CIL 6, 29629 / B 1067

Zelotos iaceo, vixi dum fata sinebant,

si tamen haec vita est, tam cito posse mori.

iacere : begraven liggen      dum : zolang als     sinere : toestaan     tamen : tenminste

grafschrift van L. Vibius Felix, Piazza della Consolazione, Rome   CIL 6, 36537 / B 2164

Moneo te lectis litteris, ne contemnas et velis

titulum movere et corpori iniuriam facere. Si quis

autem sibi admiserit, non bono suo fecerit et

superos et inferos iratos habeat. Lecto meru profunde.

lectis litteris : abl. abs.     contemnere : verachten    movere : stelen      <ali>quis     sibi admittere : zich ergens schuldig aan maken     superi et inferi : de goden van boven- en onderwereld    <hoc>  lecto : abl. abs.   meru = merum : wijn    profundere : uitschenken

Graf van Sextus Perpenna Firmus; Tarragona, Spanje    CIL 2, 6130 / E  86

Vixi, quem ad modum volui; quare mortuus sum , nescio

vivere, vixi : leven   quem ad modum : zoals      quare : waarom

Anoniem graf in Cadiz, Spanje    CIL 2, 1877 / B 1500

Es, bibe, lude, veni!

edere, geb. wijs 2. ev. : es : eten      ludere : vrijen    venire : klaarkomen

Graf van A. Titius Amandus in de buurt van Setif, Zuid-Algerije    CIL 8, 20394 / E 26

Tu qui praeteris et titulos meos legueris,

dicas : 'Ave, Amande!', erit tibi vita longa.

praeterire : voorbijgaan     legere, legui [sic!]: lezen  

Graf van Lucilla, die 14 jaar en 5 maanden leefde, waarvan 18 maanden met haar echtgenoot Fabius Exsuperantius, Amedara, Africa    CIL 8, suppl. 11665 / B 1497

Vita bonum est et vita malum, mors neutrum habet hom :

pe]rspice si sapias, [q]uid magis expedia[t.

Set quia sunt man[es] , sit tibi terra lev[is.

hom = horum    perspicere : uitzoeken      expedire : opleveren  

Graf van Claudius Secundus, gestorven op 52-jarige leeftijd, Palazzo Cafarelli, Rome    CIL 6, 15258 / B 1499

Balnea vina Venus  corrumpunt corpora nostra 

sed vitam faciunt balnea vinum Venus.

balneum : bad  vinum : wijn     corrumpere : bederven    corpus, -oris : lichaam   noster : ons     sed : maar   facere : maken

Graf van de christenarts Felix, Lyon    CIL  13, 2414 / E 357

Praeteriens hominum sortem miserare, viator,

deque meis restent quae tibi fata vide :

en, mihi terra domum praebet cinisque sepulcrum

vermis et assiduus membra caduca vorat,

conditor omnipotens paradysi quem esse colonum

iusserat, hanc tribuit culpa nefanda vicem.

Nomine Felicem me olim dixere parentes,

vita dicata mihi hic, ars medicina fuit :

aegros multorum potui relevare dolores,

morbum non potui vincere ab arte meum.

sors, sortis : lot     miserari : bewenen    [miserare : gebiedende wijs 2. ev.]     restare : overblijven       restent : coniunctivus van de van 'vide' afhankelijke vraag     en : kijk!      praebere : verschaffen       vermis, vermis : worm       assiduus : zonder ophouden       caducus : vergankelijk      vorare : verslinden          conditor, -oris : schepper     hanc <autem> tribuit      tribuere : bezorgen    vicis, -is : lot     nefandus : onuitsprekelijk     dixere = dixerunt      dicare : wijden       morbus : ziekte

Graf van de pachter Q. Sertorius Antiochus, Picenum, Adriatische kust    CIL  9, 5659 / E 49

Pauper fuit aequo animo; scibat moriundum sibi

aequus : neutraal, ongeschokt     scibat = sciebat     moriundum = moriendum   sibi <esse>

Graf van Atarbius, Tlemcen, Algerije    CIL 8, 9913

Viator!

Quod tu, et ego; quod ego, et omnes

tu <es>     ego <sum>    omnes <sunt>

Graf met sculptuur van C. Rubrius Urbanus, Via Appia bij het riviertje de Almo. De vader ligt aan met beker en krans; de zoon in militair uniform strekt zijn arm naar hem uit    CIL 6, 25531 / B 1106

Qui dum vita datast, semper vivebat avarus,

heredi parcens, invidus ipse sibi,

hic accumbentem sculpi genialiter arte

se iussit docta post sua fata manu,

ut saltem recubans in morte quiescere posset

securaque iacens ille quiete frui.

Filius a dextra residet qui castra secutus

occidit ante patris funera maesta sui.

Sed quid defunctis prodest genialis imago?

Hoc potius ritu vivere debuerant.

datast = data est       avarus : gierig       heres, heredis : erfgenaam      invidus : afgunstig          accumbere : aanliggen       sculpere : uithouwen       genialiter : kunstzinnig        fatum : lot, dood       saltem : dan toch, tenminste          securus : onbezorgd        frui + ablativus : genieten van      castra sequi : op expeditie gaan    funus, funeris : begrafenis, dood       defunctus : overleden       debere : moeten

Graf van L. Tettienus Vitalis, Turijn     CIL 5, 7047 / B 1092

Quaerere cessavi nunquam, nec perdere desi,

mors intervenit, nunc ab utroque vaco.

Credite mortales : astro nato, nihil est sperabile datum.

quaerere : winst maken      cessare : stoppen      desinere, desii : ophouden    desi = desii       vacare ab : vrij zijn van      sperabilis, -is : te hopen

Graf van een ijlbode, Carthago, einde tweede eeuw n.C.   CIL 8, 1027, add.   / B 484

Dum sum Vitalis et vivo, ego feci sepulcrhum

adque meos versus dum transseo, perlego et ipse.

Diploma circavi totam regione pedestrem

et canibus prendi lepores et denique vulpes.

Postea potiones calicis perduxi libenter,

multa iuventutis feci, quia sum moriturus.

Quisque sapis iuvenis, vivo tibi pone sepulcrhum.

dum : terwijl       versus, -us : vers    transire : voorbij gaan     diploma :  ijlbode  circare  : doorkruisen     regione<m>    prendere, prendi : vangen       lepus, leporis : haas     vulpes, -is : vos      potio, -onis : drank, gifdrank     calix, -icis : beker      perducere : leegdrinken       vivo : bepaling bij 'tibi'          ponere : oprichten

Graf van C. Laelius Faustus, gestorven op 20-jarige leeftijd; Osuna, Spanje    CIL 2, 1413 / B 1069

Immatura tui properantur tempora fati

primaque praecipiti limite vita ruit;

Viginti tecum nam fers non amplius annos :

sed decuit talem longior hora virum!

immaturus : vroegtijdig    properari : zich haasten       limes, limitis : grens, drempel      amplius <quam>       

Grafzuil van Iulia Felicula en haar echtgenoot Evaristus, Porta San Silvestro, Engelenburcht, Rome    CIL 6, 2357 / B 838

Hospes, ad hunc tumulum ne meias ossa precantur

tecta hominis. Set si gratus homo es, misce bibe da mi.

meiere : plassen       precari : bidden      set = sed     gratus : beschaafd     miscere : mengen  

Graf, opgericht door Ti. Claudius primus voor zijn vrouw Tonnia, Florence    CIl 6, 15225 / B 204

Si pro virtute et animo fortunam habuissem

magnificum monumentum hic aedificassem tibi.

Nunc, quoniam omnes mortui idem sapimus, satis est.

pro : in overeenstemming met      fortuna : fortuin, kapitaal     aedificassem = aedificavissem      sapere : wijs zijn

Graf van de tweejarige Pomponius Marcellus, Treventum, Samnium    CIL 9, 2616 / B 1481

S]i [non] fatorum praeposte[ra] iura fuissent,

h]ic pa[ter] et mater debu[it] ante legi.

praeposterus : averechts, verkeerd     debere : moeten

Graf van Marcus Vergilius Eurysaces bij de Porta Maggiore, uit de eerste eeuw v.C.  Het is versierd met een fries waarop het bereiden van brood staat afgebeeld, vandaar het opschrift.

Est hoc monimentum Marcei Vergilei Eurysacis,

pistoris redemptoris : apparet.

pistor, -oris  : bakker     redemptor, -oris : met staatscontract     apparere : blijken, duidelijk zijn

Archaische inscriptie op het graf van Pompeia Prima, Rome    CIL 1, 1010 / B 185

Fortuna spondet multa multis, praestat nemini.

Vive in dies et horas, nam proprium est nihil.

spondere : beloven      praestare : schenken       proprius : eigen

Zuil opgericht op het graf van een waakhond, Ricina, Picenum    CIL 9, 5785 / B 1174

Raeda[r]um custos, numquam latravit inepte;

nunc silet et cineres vindicat umbra suos.

raeda : strijdwagen     custos, custodis : bewaker         latrare : blaffen    ineptus : zonder reden    vindicare : zich toeëigenen    

Graf van de martelaar M. Vibius Liberalis, in 166 op bevel van keizer Marcus Aurelius gedood toen hij consul was; Via Salaria, Rome    B 904

Martyris hic s[an]c[t]i   Liberalis membra quiescunt,

qui quondam in terris consul honore fuit.

Sed crevit titulis factus de consule martyr,

cui vivit semper morte creatus honor.

Plus fuit irato quam grato principe felix,

quem perimens rabidus misit ad astra furor.

Gratia cui trabeas dederat, dedit ira coronam,

dum Chr[ist]o procerem mens inimica facit.

crescere, crevi : groeien         titulus : titel, rang      princeps, -principis : keizer    perimere : ombrengen     rabidus : razend       trabea : staatsiekleed       proceris, -is ; edelman

Inscriptie op de urn met de as van de jonge vrijgelatene Iulia Felicula    CIL 6, 20466 / B 1064

Felicla hic misera consumptast morte, puella

dulcis, amicorum concupienda iocis.

Sit tibi terra levis, tumuloque adsurgat amomum,

et cingant suaves ossa sepulta rosae.

consumptast = consumpta est      iocus : spelletje      adsurgere : opgroeien     cingere : omgeven

Graf bij de Porta Salaria, Rome    CIL 6, 26544 / B 1820

Hic ego Siculina, minus bima, crudeli funere operta

ante dedi matri et patri luctum quam bracchia circum

darem, quam grata fuerim matri aut patri.

bimus : tweejarig     opertus : bedekt     luctus, -us : rouw      gratus : tot vreugde      

Graf van Turpilia Dionysia en Turpilius Eros, Rome    CIL 6, 27788 / B 1488

Aedes aedificat dives, sapiens monumentum.

Hospitium est illud corporis, hic domus est.

Illic paulisper remoramus, ad hic habitamus.

domus  ' een echt huis'      remorare : verblijven    

In het zwart geschilderd opschrift op een muur in Pompeii, dat ook op graven voorkomt   B 1491

Discite : dum vivo, mors inimica venit

inimicus : vijandig

Graf van Pudens, Brescia    CIL 5, 4654 / B 1493

Ulterius nihil est morte neque utilius

ulterius : definitiever

graf van de scheepsbouwkundige Q. Caelius Vibius, Interamna    CIL 10, 5371 / B 118

Hospes, resiste et nisi molestust, perlege :

noli stomacare. Suadeo : caldum bibas.

Moriundust. Vale.

molestus : lastig     molestust = molestum est     stomacari : boos worden    caldus ; warm     moriundust = moriundum est = moriendum est

Graf van C. Calpurnius Lausis, Benevento    CIL  9, 1880 / B 1000

Domino dilectus, quoquo iret, semper comes

poculi minister doctus palaestrae puer

eques sepultus hic sum natus annos octo et decem.

dilectus : geliefd       quoquo : waarheen ook      comes, comitis : metgezel    poculum : beker      palaestra : worstelperk     sepultus : begraven   natus : geboren, oud

Graf van een jongeman van 19 jaar en 6 maanden, Aix-en-Provence    CIL 12, 533 / B 465

Re]s hominum sic sunt ut [cit]rea poma :

aut matur]a cadunt aut [immatura] leguntur

res, rei : situatie    citreus : citrus-     aut : of    maturus : rijp

Graf van een zevenjarig slavinnetje van Iulius Agathopis Phoebus; eiland Apsoros, Illyrië    CIL 3, 3141 / B 1470

Te, terra, optestor, leviter super oss[a] quiescas

et ten[e]rae aetati ne gr[a]vis esse velis.

optestari : smeken      tener : teer, pril    aetas, -atis : leven, leeftijd    gravis, -is : zwaar

Graf van Q. Caetronius Passer, soldaat van de derde praetoriaanse cohorte; Porta Collina, Rome, 29 n.C.     CIL 6, 2489 / B 991

Vixi quod volui semper bene pauper honeste,

fraudavi nullum, quod iuvat ossa mea.

vivere, vixi : leven     velle, volui : willen     honestus : eerlijk    fraudare : bedriegen   quod : iets wat     iuvare : genoegen doen

Graf van een offerpriester of een jager die werd gedood door een razende stier, Byzacium, Africa   CIL 8, 696 / B 523

Caedere] qui tauros validisq. [feri]re lacertis

calluit, ille] Sabinus erat, cui [com]minus ictum

taurus sp]umatus mutilata [voln]ere cauda

ingem]inans Stygias mi[se]rum dimisit ad umbras.

Infeli]x iuvenis, munere deco[r]ate suppremo,

Ti]gimna te genuit, tenet Tighibba sepultum.

caedere : vellen     validisq. = validisque    ferire : treffen    lacertus : arm     callere : bedreven zijn    comminus : in een gevecht    ictus, -us : slag, stoot    spumatus : schuimbekkend       ingeminare : verdubbelen   Stygius : van de Styx       decoratus : gesierd    decorate : vocativus    suppremo = supremo

Graf bij de Porta Latina, Rome    CIL 6, 6049

Heic situs sum Lemiso, quem numquam nisi mors feinivit labore

heic = hic    feinivit = finivit

Graf te Verona    CIL 5, 3865

Homo tantum] in vita possidet quantum utitur

Tantum....quantum : zoveel....als      uti : gebruiken

Graf te Cremona    CIL 5, 4113

Mater monumentum fecit maerens filio

ex quo nihil unquam doluit nise cum is non fuit.

maerens, -ntis : rouwend    ex quo : om hem     dolere : trueren   nise = nisi

Graf dat L. Runnius Pa.....  oprichtte voor Pollio, zoon van Cnaeus, Narbonne    CIL 12, 5102

Eo] cupidius perpoto in monumento meo,

quod dormiendum et permanendum heic est mihi.

eo + comparativus : des te    cupidus : gulzig     perpotare : doordrinken      heic = hic

Graf te Boeda, Hongarije    CIL 3, 3576

Francus ego cives, Romanus miles in armis

egregia virtute tui bello mea dextera semper.

cives, civis : burger       egregius : uitzonderlijk       dextera : rechterhand

Graf van L. Nomerius Victorinus Marsus van het garnizoen te Reggio, Rome   CIL  6, 23003

Credo certe ne cras

ne cras : dat er geen morgen is

Graf uit Henchir Thina, Algerije    CIL 8, 9491

Mi fili, mater rogat ut me ad te recipias

mi fili : vocativus van 'meus filius'

Inscriptie op een sarcofaag te Rome   CIL 6, 29952

Respice et crede.

Hoc est, sic est, aliut fieri non licet.

respicere : nog eens lezen    aliut = aliud

Graf van Pompeia Chia, vijfentwintig jaar oud; Philippeville, Algerije    CIL 8, 8123

Opto meae caste contigat vivere natae,

ut nostro exemplo discat amare virum.

opto <ut>  conti[n]gat      castus : kuis      contingere : ten deel vallen   

Inscriptie op een drinkbeker, gevonden te Klagenfurt, Oostenrijk   CIL 3, 1201 3.3

Vita brevis, spes fragi[lis], venite.

Accensust. Dum lucet, bibamus, sodales.

accendere : aansteken     accensust = accensum est     lucere : branden, licht geven

Graf van Cornelia Valentina; Thimgad, Algerije     B 2071

Speravi do[lor heu vitam producere longam,

nil mihi post] finem est : nil volo, nil cupio.

dolor heu : o, smart!   

Inscriptie in Ostia    CIL 14, 1865

Hic situs finita luce


Bijlage 9 : teksten op muren in Pompeii  

            Sinds de dictator Lucius Cornelius Sulla de veteranen van zijn legers hier in 80 v.C. vestigde heeft de plek de naam  Colonia Cornelia Veneria Pompeianorum.  In deze naam is  de lievelingsgodin van de Pompejanen te herkennen, Venus. De stad werd in 62 n.C. geteisterd door een aardbeving en zou in augustus 79 ten onder gaan bij de uitbarsting van de Vesuvius.

            Veel van de volgende teksten zijn door een dealbator  op een bij voorkeur wit bepleisterd oppervlak aangebracht. Hij schilderde ze in lange kapitalen, meestal 's nachts bij het licht van de maan of een lantaarn [cf. CIL IV, 3884 : Scripsit Aemilius Celer singulus ad lunam; CIL IV, 7621 :  Lanternari, tene scalam]. Minder vaak dan deze beroepskrachten kwamen amateurschilders voor die ons soms de herinnering aan bv. een onbeduidend voorval dat hun tijdens hun werk overkwam, hebben nagelaten. Daarnaast kan het gaan om programma's van gladiatorengevechten of verkiezingsopschriften die oproepen om op een kandidaat voor een van de magistraturen te stemmen. Het betreft dan - anders dan we zouden verwachten - niet de afspiegeling van een politieke strijd : voor de hoogste magistratuur, die van de  duumviri,  meldden zich twee kandidaten, net zoveel als er zetels waren voorzien. Wanneer individuen of beroepsgroepen hun stadgenoten oproepen om op hun kandidaat te stemmen, moeten we daarin een eerbewijs zien aan de machtigen. Tevens is het een bevestiging van de eigen status als burger en een blijk van politieke interesse.

            De graffiti zijn ongedwongener en geven ofwel uiting aan emoties of zijn niet meer dan notities van aankopen of uit te voeren taken.  Alleen de meest ontwikkelde Pompejanen konden dit schrift lezen; de meerderheid van de bevolking kon alleen maar uit de voeten met de in steen gebeitelde inscripties met regelmatige kapitalen.

            Onderstaande teksten zijn ontleend aan het  Corpus Inscriptionum Latinarum [C.I.L.].  De in steen gebeitelde inscripties komen uit het in 1883 door Theodor Mommsen bezorgde deel X, de geschilderde opschriften en graffiti in de afleveringen van deel IV [1871, 1909 en 1952-1970]. De opschriften die bij latere opgravingen ana het licht zijn gekomen worden opgenomen in Année épigraphique, uitgegeven in Parijs.

            Niet alle schrijvers waren even spellingsvast. In voorkomende gevallen zijn in de aantekeningen  de correcte vormen weergegeven.


alles is vergankelijk    CIL  IV, 9123

Nihil durare potest tempore perpetuo:

cum bene sol nituit, redditur oceano.

Decrescit Phoebe, quae modo plena fuit.

Ventorum feritas saepe fit aura levis.

perpetuus : voortdurend, ononderbroken     nitere : stralen    reddere : teruggeven    decrescere : afnemen   Phoebe : Artemis/Diana, de maangodin   modo : zoëven    feritas, -atis : wildheid   aura : briesje

geduldige muur    CIL IV 2461

Admiror, paries, te non cecidisse ruinis,

qui tot scriptorum taedia sustineas.

admirari : zich verbazen    paries, parietis : muur    cadere : instorten   qui + coniunctivus : omdat je toch    taedium : walging    sustinere : dragen

gebed   CIL IV, 8670

Hic habitamus. Felices nos dii faciant.

habitare : wonen     dii = dei

marktdagen   CIL IV 8863

Dies nundinae.

Saturni Pompeis.

Solis Nuceria.

Lunae Atella.

Martis Nola.

Mercurii Cumis.

Iovis Putiolos.

Veneris Roma, Capua.

dies nundina : marktdag    Saturni : zaterdag

alles naar zijn geld     CIL   IV  1679

Edone dicit :

assibus hic bibitur.

Dipundium si dederis, meliora bibes.

Quattus si dederis, vina Falerna bibis.

Edone = Hedone        dipundium : twee as    meliora <vina>    quattus = quartus

een parel van Nero's echtgenote    A.E. 1977, 217

Munera Poppaea misit Veneri sanctissimae :

berullum helencumque;

unio mixtus erat.

munus, muneris : geschenk     Poppaea : haar familie kwam uit Campanië    berullus : groen edelgesteente     helencus : parel        unio : één grote parel

winst 1    CIL X, 875

lucrum gaudium!

winst 2   CIL  X, 874

salve lucrum!

aan een gestorven collega    CIL IV, 1852

Pyrrhus Chio conlegae salutem. Moleste fero quod audivi te mortuom. Itaque vale.

salutem <dicit>     moleste ferre : het jammer vinden    mortuom = mortuum

cliënt    CIL IV, 7605

Epidium Sabinum duumvirum iure dicundo oro vos faciatis. Trebius cliens facit consentiente sanctissimo ordine.

duumvir : twee man   ius dicere : rechtspreken   oro <ut> faciatis    consentire : instemmen    ordo, ordinis : college der decurio's

goed brood    CIL  IV  429

Caium Iulium Polybium aedilem oro vos faciatis, panem bonum fert.

aedilis, -is : aediel, belast met zorg voor de openbare orde     <ut> faciatis    ferre : leveren

een beschermer van de schatkist   CIL  IV 3702

Bruttium Balbum duumvirum. Hic aerarium conservabit. Genialis rogat.

lees :  Genialis rogat <ut vos> Bruttium Balbum duumvirum <faciatis>   duumviri : de hoogste lokale overheidspersonen     aerarium : schatkist    

namens de knoflookverkopers     CIL IV  3485

Cnaeum Helvium Sabinum aliarii rogant <ut aedilem faciatis>

aliarius : knoflookverkoper   aedilis, -is : aediel [belast met toezicht op de openbare orde en het marktwezen]

laat staan!      CIL  IV, 3775

Lucium Statium Receptum duumvirum iure dicundo orant vos faciatis vicini, dignum. Scripsit Aemilius Celer vicinus.

Invidiose qui deles aegrotes.

vicinus : buurman    dignus : waardig     invidiosus : jaloers    delere : uitwissen     aegrotare : ziek worden

vrouwen en politiek     CIL IV, 3678

Marcum Casellium et Lucium Albucium aediles oro vos faciatis. Statia et Petronia rogant. Tales cives in colonia in perpetuo.

in perpetuo <sint>

verkiezingshumor    CIL  IV  581

Marcum Cerrinium Vatiam aedilem oro vos faciatis. Seribibi universi rogant.

oro <ut> vos faciatis     seribibus : nachtbraker

prive en openbaar    CIL X, 1018

Ex auctoritate imperatoris Caesaris Vespasiani Augusti loca publica a privatis possessa Titus Suedius Clemens tribunus causis cognitis et mensuris factis rei publicae Pompeianorum restituit.

auctoritas, -atis : gezag       privatus : privepersoon       causa : omstandigheid     mensura : maat, meting

het sprekende huis     CIL  IV  4429

Marci Iuni insula sum

insula : flat

openbare hygiëne      CIL IV, 7716

Cacator,  cave malum, aut si contempseris, habeas Iovem iratum.

cacator, -oris : kakker    contemnere : in de wind slaan

chauvinisme    CIL IV, 1329

Nucerinis infelicia

Nucerini : inwoners van Nuceria     infelicia : onheil

hypochondrie     CIL IV, 8489

Pituita me tenet

pituita : verkoudheid

voorkeuren    CIL IV, 2183

Puteolanis feliciter, omnibus Nucerinis felicia et uncum Pompeianis Petecusanis

Puteolanus : inwoner van Pozzuoli    feliciter : op gelukkige wijze   Nucerinus : inwoner van Nuceria    felicia : geluk    uncus : haak [waarmee de beul gedode misdadigers wegsleepte]    Petecusanus : inwoner van Pithecusa

parasitisme 1   CIL IV  1880

Luci Istacidi, at quem non ceno barbarus ille mihi est

Luci : vocativus van Lucius     Istacidi : vocativus van Istacidius   at = ad   cenare : eten  lees :  ille ad quem.....

parasitisme 2  CIL IV 1937

Quisque me ad cenam vocarit, valeat

quisque = quisquis   cena : maaltijd   vocarit = vocaverit     valere : gezond zijn

uit eigen portemonnee  1    CIL   X, 831

Lucius Sepunius Luci filius Sandilianus, Marcus Herennius Auli filius Epidianus, duoviri iure dicundo, scholam et horologium de sua pecunia faciundum curaverunt.

ius dicere : recht spreken     schola : rustbank     horologium : zonnewijzer

faciundum curare : laten maken

uit eigen portemonnee 2   CIL X  1074 d

Aulus Clodius Auli fiulius Menenia Flaccus duomvir iure dicundo tertium, quinquennalis, tribunus militum a populo.

Primo duomviratu : Apollinaribus, in foro pompam, tauros, taurocentas, succursores, pontarios paria III, pugiles catervarios et pyctas, ludos omnibus acruamatis pantomimisque omnibus et Pylade et sestertium decem milia in publicum pro duomviratu.

Secundo duomviratu quinquennali : Apollinaribus, in foro pompam, tauros, taurarios, succursores, pugiles catervarios. Postero die solus in spectaculis athletas paria XXX, gladiatores paria V et gladiatores paria XXXV et venationem, tauros, taurocentas, apros, ursos, cetera venatione varia cum collega.

Tertio duomviratu : ludos factione prima, adiectis acruamatis cum collega.

Menenia : lid van de tribus Menenia      tertium : voor de derde maal     a populo : door het volk gekozen      Apollinaria : de Apollo-feesten     pompa : optocht    taurocenta : stierenvechter    succursor, -oris : secondant    pontarius : zwaardvechter      acruama, -atis : acteur     et Pylade : onder wie Pylades    publicum : openbare schatkist      solus : op persoonlijke titel      aper : everzwijn   factio, -onis : gedeelte     adicere : toevoegen  

uit eigen portemonnee 3   CIL  X, 810

Eumachia Luci filia sacerdos publica, nomine suo et Marci Numistri Frontonis filii, chalcidicum, cryptam, porticus, Concordiae Augustae Pietati sua pequnia fecit eademque dedicavit.

sacerdos publica : staatspriesteres      et <nomine> Marci etc.         chalcidicus : amphitheater   crypta : onderaardse gang   dedicare : inwijden

een zesjarige decurio    CIL  X  846

Numerius Popidius Numeri filius Celsinus aedem Isidis terrae motu conlapsam a fundamento pecunia sua restituit. Hunc decuriones ob liberalitatem, cum esset annorum sexs, ordini suo gratis adlegerunt.

Numeri = Numerii    aedes, aedis : tempel     motus, -us : beweging, beving    conlapsus = collapsus  afundamento : vanaf de basis    restituere : laten restaureren   liberalitas, -atis : vrijgevigheid    ordo, ordinis : college  adlegere : opnemen

 

laat iedereen liefhebben    CIL  IV 4091

Quisquis amat, valeat. Pereat qui nescit amare.

Bis tanto pereat quisquis amare vetat.

quisquis : alwie     perire : te gronde gaan     bis tanto : tweemaal zoveel   vetare : verbieden

herinnering    CIL IV 2193

Arphocras hic cum Drauca bene futuit denario

Arphocras = Harpocras    futuere : neuken

tweede keus     CIL  IV  1520

Candida me docuit nigras odisse puellas.

Odero si potero. Si non, invitus amabo.

candidus : blank   odisse : haten    invitus : tegen mijn zin

ondeugend   CIL IV 1881

Virgula Tertio suo : indecens es

Virgula <dicit>     indecens, -ntis : ondeugend

sadisme    CIL  IV  1824

Quisquis amat, veniat. Venero volo frangere costas

fustibus et lumbos debilitare deae.

Si potest illa mihi tenerum pertundere pectus

quit non ego possim caput illae frangere fuste?

quisquis : wie ook maar     costa : buik, heup    fustis, -is : knuppel    lumbus : lende   debilitare : verzwakken     tener : teder     pertundere : doorboren   pectus, pectoris : hart   quit = quid : waarom     illae = illius

laconiek     CIL IV 2246 [in een bordeel]

Hic ego cum veni futui, deinde redei domi.

futuere : neuken    redei = redii   domi = domum

een smeekbede uit liefde    CIL IV 4971

Si quid valeat amor nostei, sei te hominem scis,

commiseresce mei, da veniam ut veniam,

flos Veneris.

valere : waarde hebben    valeat : coniunctivus van de afhankelijke vraag     nostei = novisti   sei = si     venia : toestemming

echte liefde 1    CIL IV 2457

Methe, Cominiae serva, Atellana, amat Chrestum.

Corde sit utreisque Venus Pompeiana propitia

et semper concordes veivant.

Atellana : een meisje uit Atella    cor, cordis : hart    utreisque = utrique   Venus : was stadsgodin van Pompeii    propitius : goedgezind   veivant = vivant

echte liefde 2    CIL IV 2413 a

Cestilia, regina Pompeianorum, anima dulcis, vale!

rivaliteit    CIL IV 8258 en 8259

Successus textor amat Coponiae servam, ancillam nomine Hiredem, quae quidem illum non curat. Sed ille rogat illam commiseretur. Scribit rivalis. Vale.

- (van een tweede hand) Invidiose, quia rumperis, sectari noli formonsiorem et qui est homo pravessimus et bellus.

- (van de eerste hand) Dixi, scripsi. Amas Hiredem, qui te non curat.

textor, -oris : wever       Hiris = Iris    curare : geven om      rogat <ut> commiseretur    commiserari : medelijden hebben      invidiosus : jaloers      rumpere : kapot maken     sectari : achtervolgen, onder druk zetten         formonsus : mooi, knap    bellus : charmant    

voorbije liefde 1    CIL IV 3117

Serena Isidorum fastidit.

fastidire : walgen van

voorbije liefde 2  CIL IV 1951

Sarra, non belle facis; solus me relinquis

bellus : aardig    solus = solum

een echte bedrieger   CIL IV 5251

Restitutus multas decepit saepe puellas.

 decipere : bedriegen

gladiatoren     CIL  IV  1421

Priscus Neronianus VI victoriarum vicit.

Herennius libertus XIIX victoriarum periit.

victoriarum : genitivus qualitatis : 'een man van overwinningen'      perire : omkomen 

overlevenden       CIL IV, 1422

Asteropaeus Neronianus, CVII victoriarum, vicit.

Ociineanus, LVI victoriarum, missus.

missus : vrijgelaten

mens tegen beer    CIL IV, 1989

Heic venatio pugnabit, V Kalendis Septembris. Felix ad ursos pugnabit.

heic = hic    venatio, -onis : wildedierengevecht    kalendae : de eerste van de maand    ursus : beer

idool 1   CIL IV 4397, in de kazerne van de gladiatoren

Suspirium puellarum Celadus thraex

suspirium : zucht   thraex : Thraciër

idool 2   CIL IV 4353, in de kazerne van de gladiatoren]

Crescens retiarius puparum nocturnarum medicus.

retiarius : netvechter      pupa : popje

volksvermaak    CIL IV  9983

Cumis gladiatorum paria XX et eorum suppositicii pugnabunt Kalendis Octobribus, III, pridie Nonas Octobres. Cruciarii, venatio et vela erunt.

Cuniculus scriptor Lucceio salutem.

Cumae, -arum : Cumae    par, paris : paar    suppositicius : plaatsvervanger    Kalendae, -arum ; de eerste van de maand     pridie : een dag vóór      Nonae, -arum : de zevende dag van maart, mei, juni en oktober [in de overige maanden de vijfde] [eigenlijk is de Nonae de negende dag vóór de Idus van elke maand]    cruciarius : gekruisigde    venatio, -onis : jachtpartij   velum : zonnescherm      scriptor, -oris : schrijver     salutem <dicit>

politiek en spelen 1  CIL   X 844

Caius Quinctius Cai filius Valgus, Marcus Porcius Marci filius duoviri decurionum decreto  theatrum tectum faciundum locarunt eidemque probaverunt.

decretum : besluit      tectus : overdekt     faciundum locare : de bouw aanbesteden    probare : goedkeuren

politiek en spelen 2   CIL   X 852

Caius Quinctius Cai filius Valgus Marcus Porcius Marci filius, duoviri quinquennales, coloniai honoris causa spectacula de sua pequnia faciunda coeraverunt et coloneis locum in perpetuom dederunt.

quinquennalis, -is : vijfjarig     coloniai = coloniae     spectaculum : rij zitplaatsen     pequnia = pecunia    coeraverunt = curaverunt   coloneis = colonis   perpetuom = perpetuum

gul met geld uit de schatkist  CIL  IV, 1597

Communem nummum dividendum censio est, nam noster nummus magnam habet pecuniam.

nummus : schatkist     censio = censeo

te huur      CIL IV  807

Hospitium. Hic locatur triclinium cum tribus lectis et commodis.

hospitium : pension    locare : verhuren   triclinium : eetkamer    lectus : bed    commodum : comfort

één ster    CIL IV 4957

Miximus in lecto. Fateor, peccavimus, hospes.

Si dices : Quare? Nulla fuit matella.

water bij de wijn     CIL IV 3948

Talia te fallant utinam mendacia, copo,

tu vendes acuam et bibes ipse merum.

fallere : te gronde richten     mendacium : leugen, bedrog   copo, -onis : waard   acuam = aquam    merum : pure wijn

sprekende wijnzakken      CIL IV, 8492 [in een kroeg]

 Avete, utres sumus.

uter, utris : wijnzak

boter bij de vis    CIL IV 9839 b

Abomino pauperos. Quisquis quid gratis rogat, fatuus est. Aes det et accipiat rem.

abominare : een hekel hebben aan    <ali>quid    fatuus : dwaas     aes : geld

keuze   CIL   IV  4278

Fures foras frugi intro.

fur, furis : dief    foras : naar buiten    frugi : winst

geen plaats voor luilakken    CIL  IV 813

Otiosis locus hic non est. Discede morator.

discedere : verdwijnen     morator, -oris : nietsnut

spijt    CIL IV 9849

Venimus hoc cupidi, multo magis ire cupimus.

cupidus : vol verlangen

 

    


BIJLAGE 10 : een oud kerstlied

Omnes nu laet ons Gode loven,

Deum celestem van hierboven;

qui non adorat, hi is verscoven

quotidie.

Hi is van eender maecht gheboren,

Rex glorie.

Omnes nu moechdi wonder horen,

de celo quam ons hier te voren,

propter quod voluit sijn gheboren

de virgine.

Si non venisset hier te voren

de celo om te sijn gheboren,

omnes fuissemus al verloren

perpetue.

Natus in Bethlehem so was hi

et nemo so en was daer bi

nisi Joseph dat seg ic di

illa nocte.

In domo en woonde niemant in,

passeres vloghen daer uut ende in

natus voluit god sijn daer in

certissime.

Domus habens parietes gheen,

frigus erat alsoot wel scheen,

et trepidabat al in een

pre frigore.

In presepe was hi geleyt

et ante azinos was hi gespreyt

sub feno, god der godlicheyt,

dulcissime.


Quando puer habuit 40 daghen

ad templum was hi gedraghen;

immolaverunt, ten is gheen saghe,

Symone.

Par turturis offerden si daer,

Maria, Joseph opten outaer;

sues nec boves en hadden si daer,

erat pauper.

Quando puer yet mocht gaen,

ad studium deden si hem saen,

velle matris deder hem gaen

pro discere.

Maria nam tkint op haren schoot,

qui nos redemit vander doot,

dixit ei saluyt wel groot

suo ore.

In brachio namse dat kint,

quem ipsa met goeder herte mint;

ius erat, want hi was coninc

omnis ville.

Tres reges quamen uut verren lande,

propter te doen offerhande;

stella duxit eos ten lande

valde recte.

Immolaverunt : myr Jaspar

et aurum purum Balthasar,

thus Melchior daer naer,

illa nocte.

Rogamus Christum sonder sneven,

ut det nobis, sonder begeven

vitam celestem na dit leven

perpetue.

Hi is van eender maghet gheboren

Rex glorie.

Amen.