***











 

www.resantiquae.nl

Schumann

over Robert Schumann zie 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Robert_Schumann 

 

 

 over Clara Schumann, geb. Wieck, zie : 

 http://nl.wikipedia.org/wiki/Clara_Schumann


 

 

Muzikale huis- en levensregels, opgetekend door Robert Schumann,

eigendom van uitgeverij

J. Schuberth & Co, Leipzig & New York

 

 

De vorming van het gehoor is het belangrijkste. Probeer zo vroeg mogelijk toonsoort en toon te herkennen. De kerkklok, het vensterglas, de koekoek – onderzoek, welke tonen ze produceren.

 

 

Toonladders en andere vingeroefeningen  moet je vlijtig studeren. Er zijn echter veel mensen die denken, dat daarmee alles te bereiken is en die tot op hoge leeftijd dagelijks vele uren met mechanische oefeningen doorbrengen. Dat komt ongeveer daarop neer, dat je je dagelijks inspant het A B C  zo snel mogelijk en steeds sneller uit te spreken. Besteed je tijd beter.

 

 

Met heeft zogenaamde ‘stomme klavieren’ uitgevonden; probeer ze een tijdje om te constateren  dat ze volkomen nutteloos zijn. Van stomme mensen  leer je niet spreken.

 

 

Speel in de maat! Veel virtuozen spelen zoals een dronkaard loopt. Daar kun je dus beter geen voorbeeld aan nemen.

 

 

Leer vroeg de grondregels van de harmonieleer.

 

 

Laat je niet intimideren door de woorden Theorie, Basso Continuo of Contrapunt; ze komen je vriendelijk tegemoet wanneer jij hetzelfde doet.

 

 

Speel nooit slordig! Speel altijd vol aandacht en oplettend en speel nooit een stuk half!

 

 

Haasten en slepen zijn even grote fouten.

 

Doe je best om gemakkelijke stukken goed en mooi te spelen; dat is beter dan moeilijke stukken middelmatig voor te dragen.

 

Je moet altijd om een goed gestemd instrument vragen.

 

Niet alleen moet je je stukjes met je vingers kunnen spelen, je moet ze ook zonder piano kunnen voorzingen. Scherp je verbeeldingskracht zo, dat je niet alleen de melodie van een compositie kunt vasthouden, maar ook de daarbij behorende harmonie in je geheugen kunt prenten.

 

Doe er , ook al heb je misschien weinig stem, moeite voor om zonder hulp van een instrument van het blad te zingen. De scherpte van je gehoor zal daardoor steeds toenemen. Wanneer je een mooie stem hebt,  moet je geen ogenblik voorbij laten gaan om die stem te vormen. Beschouw haar als het mooiste geschenk dat de hemel je gegeven heeft.

Je moet het zover schoppen, dat je een muziekstuk vanaf het papier begrijpt.

 

Wanneer je speelt, moet je je er niet om bekommeren, wie er meeluistert.

Speel altijd alsof er een meester naar je luistert.

Wanneer iemand je voor de eerste keer een compositie voorlegt om die te spelen, lees die dan eerst door.

Wanneer je je muzikale huiswerk hebt gedaan en je moe voelt, dwing je dan niet tot verder studeren. Beter rusten dan zonder plezier en energie doorwerken.

 

Speel, wanneer je ouder geworden bent, niets modieus. De tijd is kostbaar. Je zou honderd mensenlevens moeten hebben wanneer je al het goede, dat er is, zou willen leren kennen.

Met zoetigheid, gebak en suikerwerk voed je geen kinderen op tot gezonde mensen. Zoals de materiële, zo moet ook de immateriële voeding eenvoudig en gezond zijn. Voor die laatste hebben de meesters meer dan voldoende gezorgd.

 

Alle gepronk met passages verandert mettertijd; alleen wanneer de vingervlugheid een hoger doel dient, heeft ze waarde.

 

Slechte composities moet je niet verbreiden; in tegendeel, je moet ze met alle kracht helpen onderdrukken.

 

Je moet slechte composities niet spelen; je moet er ook niet naar luisteren wanneer je daartoe niet gedwongen wordt.

 

Zoek het nooit in de vingervlugheid, de zogenaamde bravoure. Probeer met een compositie de indruk op te roepen die de componist in de zin had. Meer is niet nodig; wat daarboven uitgaat is karikatuur.

 

Beschouw het als iets afschuwelijks  in stukken van goede componisten iets te veranderen, weg te laten of  zelfs nieuwerwetse versieringen aan te brengen. Dat is de grootste schande die je de kunst kunt aandoen.

 

Wanneer je stukken uitkiest om te gaan studeren, vraag dan ouderen om advies. Daardoor bespaar je veel tijd.

 

Gaandeweg moet je alle belangrijkste werken van alle belangrijke componisten leren kennen.

 

Laat je niet gek maken door de bijval die zogenaamde grote virtuozen vaak ten deel valt. De bijval van kunstenaars moet je meer waard zijn dan die van de grote massa.

Al het nieuwerwetse wordt weer ouderwets; als je dat tot in je ouderdom blijft doorzetten, word je een gek voor wie niemand meer respect heeft.

 

Veel spelen in het openbaar levert meer schade dan nut op. Kijk naar de mensen voor wie je speelt, maar speel nooit iets waarvoor je je van binnen zou moeten schamen.

Laat geen kans voorbijgaan waarbij je met anderen kunt samenspelen in duo’s, trio’s etc. Dit maakt je spel vloeiend en energiek. Begeleid ook vaak zangers.

 Wanneer ieder alleen maar eerste viool zou willen spelen, zouden we geen orkest kunnen vormen. Heb daarom respect voor elke musicus op zijn plaats.

Houd van je instrument maar beschouw het in je snobisme niet als het belangrijkste en enige. Bedenk dat er nog andere en even mooie instrumenten zijn. Bedenk ook, dat er zangers zijn en dat in koor en orkest het hoogste in de muziek zich laat horen.

 

Wanneer je groter bent, moet je meer met partituren omgaan dan met virtuozen.

Speel vlijtig fuga’s  van grote meesters, vooral van Bach. Het Wohltemperirte Clavier moet je dagelijks brood zijn. Dan word je zeker een voortreffelijk musicus.

 

Zoek onder je kameraden diegenen op die meer weten dan jij.

 

Zoek na je muzikale studies ontspanning door vlijtig de dichters te lezen. Zoek ook vaak de open lucht op!

 

Je kunt veel leren van zangers en zangeressen, maar geloof hen niet in alles!

 

Achter de bergen wonen ook mensen. Wees daarom bescheiden! Je hebt nog niets uitgevonden en bedacht wat niet anderen vóór jou al gedacht en gevonden hebben. En stel, dat dat wel het geval was, beschouw het dan als een geschenk van boven dat je met anderen moet delen.

 

De studie van de muziekgeschiedenis in combinatie met het daadwerkelijk beluisteren van de meesterwerken van de verschillende tijdperken zal je het snelst genezen van eigendunk en ijdelheid.

 

Een mooi boek over muziek is : ‘Over de schoonheid van de toonkunst’ van Thibaut. Lees het vaak wanneer je ouder bent.

 

Kom je langs een kerk en hoor je het orgel, ga dan naar binnen en luister. Wanneer je dat bevalt, moet je op de orgelbank gaan zitten en  je kleine vingers laten gaan en je verbazen over de almacht van de muziek.

Laat geen kans voorbijgaan op het orgel te oefenen. Er is geen instrument dat je zo direct confronteert met het  onvolkomene en onzuivere in een compositie en in je spel, als het orgel.

Zing enthousiast in een koor mee, en oefen dan met name de middenpartijen. Dit maakt je muzikaal.

Wat is dat eigenlijk, muzikaal zijn? Je bent het niet wanneer je met je ogen angstig op de  noten gericht een stuk moeizaam ten einde speelt; je bent het ook niet wanneer je blijft steken en niet verder kunt, wanneer iemand twee bladzijden tegelijk omslaat. Je bent het wel, wanneer je bij een nieuw stuk ongeveer vermoedt wat gaat komen en bij een bekend stuk  zeker weet wat gaat komen, kortom, wanneer je muziek niet alleen in je vingers hebt, maar ook in hoofd en handen.

 

Hoe wordt men dan muzikaal? Lief kind, de hoofdzaak, een scherp oor, een snel begrip, komt zoals overal ook hier van boven. Maar je kunt je aanleg wel ontwikkelen en verhogen. Je wordt het niet door je dagenlang als een kluizenaar op te sluiten  en mechanische oefeningen te doen, maar daardoor, dat je je begeeft in een levendig veelzijdig muzikaal verkeer, vooral daardoor dat je veel omgaat met een koor en een orkest.

Probeer duidelijkheid te krijgen over de omvang van de menselijke stem in haar  vier gradaties; beluister die met name in een koor en onderzoek in welke intervallen hun hoogste kracht ligt en in welke intervallen ze zich laten gebruiken voor het zachte en tere.

Beluister vaak volksliederen; ze zijn een waar archief van de mooiste melodieën en gunnen je een blik in het karakter van de verschillende volkeren.

Oefen vroeg in het lezen van de oude sleutels; veel schatten uit het verleden zouden anders voor jou gesloten blijven.

 

Let vroeg op toon en karakter van de verschillende instrumenten; probeer je hun specifieke klankkleur in je gehoor in te prenten.

 

Laat nooit de kans voorbij gaan naar een goede opera te gaan luisteren.

 

Heb respect voor het oude, maar draag ook het nieuwe een warm hart toe en koester geen vooroordeel jegens voor jou onbekende namen.

 

Oordeel niet na eerste beluistering over een compositie.  Wat je op het eerste ogenblik bevalt, is niet altijd het beste. Meesters willen bestudeerd worden. Veel zal je pas op hoge leeftijd duidelijk worden.

Maak bij het beoordelen van composities het onderscheid of ze tot de echte kunst behoren of alleen maar geschreven zijn met het oog op vermaak van de amateur. Sta in voor de eerste soort, maar erger je niet aan de tweede!

 

“Melodie” is de strijdkreet van de dilettanten en inderdaad, muziek zonder melodie is geen muziek. Maar begrijp goed, wat die daaronder verstaan; voor hen valt alleen een laagdrempelige en ritmisch goed in het gehoor liggende melodie daaronder. Er zijn echter ook melodieën van een ander slag en waar je Bach, Mozart, Beethoven opslaat kijken ze jou op duizend verschillende manieren aan. Van de magere eenheidsworst van met name nieuwe  Italiaanse operamelodieën krijg je hopelijk gauw genoeg.

Wanneer je op de piano kleine melodieën samen zoekt, is dat best leuk. Wanneer ze echter vanzelf op je afkomen, niet bij de piano, wees dan nog blijer, want dan ontwikkelt zich in jou het inwendig gevoel voor toon. De vingers moeten doen wat het hoofd wil en niet omgekeerd.  

Zodra je begint met componeren, componeer  dan alles in je hoofd. Pas wanneer je een stuk helemaal klaar hebt, kun je het op een instrument uitproberen. Kwam jouw muziek uit je binnenste, heb je haar echt gevoeld, dan zal ze ook op anderen zo werken.

 

Heeft de hemel je een levendige fantasie geschonken, dan zul je tijdens eenzame uren wel vaak als vastgeketend aan de vleugel zitten en in harmonieën uiting geven aan je innerlijke gevoelens. Je zult je des te mysterieuzer  als in een magische cirkel getrokken voelen, hoe schimmiger het harmonieënrijk misschien nog voor je is. Dit zijn de gelukkigste uren van de jeugd. Pas er wel voor op dat  je te vaak steunt op een talent dat je ertoe verleidt je energie en tijd aan  schaduwbeelden te verdoen. De beheersing van de vorm, de kracht van een heldere vormgeving verkrijg je pas door de vaste tekens van het schrift. Schrijf dus meer dan je fantaseert!

Maak je vroegtijdig kennis eigen van het dirigeren en observeer vaak goede dirigenten. Stilletjes mee dirigeren mag natuurlijk. Dat zorgt voor een heldere visie.

Oriënteer je grondig in het leven, zo ook in kunsten en wetenschappen.

 

De wetten van de moraal zijn ook die van de kunst.

Door vlijt en uithoudingsvermogen zul je het steeds verder brengen.

Uit een pond ijzer dat maar een paar Groschen kost, laten zich vele duizenden horlogeveren maken waarvan de waarde in de honderdduizenden loopt. Het pond dat jij van God hebt gekregen, gebruik dat serieus

Zonder enthousiasme wordt in de kunst niets goeds tot stand gebracht.

De kunst is er niet voor om rijkdommen te verwerven. Word alleen een steeds groter kunstenaar; al het andere valt je vanzelf toe.               

Pas dan wanneer de vorm je volkomen duidelijk is, wordt de geest je duidelijk.

Misschien begrijpt alleen het genie een genie.

 

Iemand meende ooit dat een volkomen musicus in staat zou moeten zijn een voor de eerste keer gehoord orkestwerk, hoe gecompliceerd ook, als een concrete  partituur voor zich te zien. Dat is inderdaad voor een musicus het hoogst denkbare.

Aan leren komt geen einde.

 

Vertaling : Spijkenisse, 21 februari 2013       

***            

 


CLARA EN ROBERT, GEORGE EN FRÉDÉRIC

 

DE RELATIES TUSSEN TELKENS TWEE GROTE KUNSTENAARS, CLARA WIECK EN ROBERT SCHUMANN, FRÉDÉRIC CHOPIN EN GEORGE SAND , UITEENGEZET AAN DE HAND VAN EGODOCUMENTEN

Hoofdstuk 1 : brieven en dagboekfragmenten met betrekking tot Clara en Robert

Motto : Clara ist so ausgezeichnet dass sie gar nicht mehr gezeichnet werden kann [Schramm]

1833, Schumann schrijft aan zijn moeder :

Het is een vreugde te zien hoe haar gaven van geest en hart steeds sneller ontluiken. Toen wij laatst in Connewitz naar huis terugkeerden, hoorde ik haar, in zichzelf pratend zeggen : ‘O,  wat ben ik gelukkig, o, wat ben ik gelukkig!’. Wie zou het niet prettig vinden zulke woorden te horen? Aan de rand van de weg liggen wel eens totaal overbodige stenen. En omdat ik tijdens het praten dikwijls naar de lucht kijk in plaats van op mijn stappen te letten, loopt zij altijd achter mij en dan, bij  elke steen trekt ze me zachtjes aan mijn jas opdat ik niet zal vallen, en dikwijls valt zij dan.

[Ondertussen is Robert verloofd met Ernestine von Fricken]

1835

Lieve en vereerde Clara,

Ik weet dat u een helder verstand hebt en dat u uw oude en maanzieke vriend die de charades moest bedenken, goed zult begrijpen. Nu dan , ik denk dikwijls aan u, niet zoals een broer aan zijn zuster of zoals een vriend aan een vriendin, maar een beetje zoals een pelgrim denkt aan het beeld ergens op een ver altaar […]  Gedurende uw afwezigheid ben ik naar Arabië  geweest om verhalen op te doen die U misschien kunnen bekoren : zes nieuwe geschiedenissen over ‘dubbelgangers’, honderd en één charades, acht heel malle raadsels, verder avonturen van rovers, verrukkelijk mooi en het avontuur van het witte spook – ik ril van angst! […] Mijn blaadje loopt ten einde, maar niet de vriendschap die ik koester voor Fräulein Clara Wieck.

Als haar vurigste bewonderaar verblijf ik,                      R.S.

 

 

April 1835

Nog herinner ik mij  hoe ik je toen zag,die eerste keer om twaalf uur. Je was niet langer een kind met wie ik zou kunnen lachen en spelen. Je zei heel veel verstandige dingen en diep in je ogen zag ik heimelijk een vonkje liefde gloeien.

Iets later :

Ernestine moet komen om ons te verenigen. Ze weet heel goed dat zij wederrechtelijk mijn hart veroverd had, dat jou al beminde voor ik je kende.

Er is er maar één die mijn leven beheerst heeft en wier intiemste en diepste zielsgeheimen  voor mij geen geheimen waren. Haar alleen heb ik altijd vereerd en liefgehad. En jij hebt mij, zonder dat je het wilde of vermoedde, ervan weerhouden met enige andere vrouw omgang te zoeken.

In zijn dagboek :

Clara deed erg grappig […] In de dierentuin was Clara uitgelaten en bangelijk […] Clara was kinderlijk dom […] Clara en ik arm in arm.

Ze ziet de meest verheven mysteries van de kunst met een kalme blik, terwijl een volwassene wellicht verblind zou zijn door de lichtglans […]

Clara speelt goddelijk […] Nooit heb ik Clara zo horen spelen als vandaag; alles was meesterlijk en prachtig. Ze heeft de Papillons nog beter gespeeld dan gisteren. […] Thuis heb ik wat gespeeld en gewerkt aan mijn Intermezzo. Ik draag die aan Clara op.

Februari 1836, na de dood van Christina Schumann op 4 februari vanuit Zwickau :

Zoals jij voor me staat, mijn geliefde, geliefde Clara, ach, schijn je me zo dichtbij alsof ik je kon aanraken. Anders kon ik sierlijk onder woorden brengen, hoe zeer ik iemand was toegedaan; nu kan ik het niet meer. En zou je het niet weten, zo zou ik het je niet kunnen zeggen. Hou van mij, hou veel van mij. Ik vraag veel, want ik geef ook veel […] Intussen zul je ook een kunstenares willen blijven en geen gravin Rossi, d.w.z. je zult samen met mij moeten dragen en werken, vreugde en leed met mij willen delen. Schrijf me daarover […]Wat een geluk dat jouw stralend beeld heel deze duistere wereld verlicht, waardoor ik alles dragen kan.

Schumann draagt de sonate in fis op. 11 aan haar op.

Friedrich Wieck stuurt zijn dochter naar Dresden

Robert schrijft :

In die zomer van 1835 toen onze groeiende liefde hem moest zijn opgevallen, was hij juist zo bijzonder aardig voor me; en nog tot lang daarna heeft hij nooit iets laten blijken van vijandschap, zodat ik steeds overtuigd was dat hij mij welgezind was. […] Als ik mij inderdaad slecht gedragen had tegenover je vader, zou zijn haat gerechtvaardigd zijn. Maar ik kan maar niet begrijpen waarom hij mij zonder reden verafschuwt en belastert, zoals je zelf zegt. Eens kom ik aan de beurt en dan zal hij zien hoeveel ik van hem en van jou houd.

Clara moet van haar vader in juni 1836 Roberts brieven en ook zijn sonate opus 11 terugsturen. De brief die zij Robert schrijft is voor hem het bewijs dat zij zich erbij neerlegt :

Daar ik niets van je hoorde, wilde ik je met alle geweld vergeten. De bedoeling was dat wij toen van elkaar zouden vervreemden. Ik had me erbij neergelegd, maar toen begon de ellende opnieuw; handenwringend bad ik ’s nachts dikwijls tot God : laat me een nacht rustig slapen, anders word ik gek. Op een keer had ik het voorgevoel dat ik in de kranten lezen zou dat je verloofd was. Ik was een gebroken man, zo erg, dat ik luid heb gegild.

Robert schrijft zijn Phantasie op.17 [Ruinen, Trophäen, Palmen, c.q. Ruinen, Triumphbogen, Sternenkranz] :

Het is slechts één lange liefdeskreet naar jou. Je kunt de Phantasie alleen begrijpen als je je die vreselijke zomer kunt indenken, toen ik je vergeten wilde; nu is er voor mij geen reden meer om zulke sombere en ongelukkige composities te maken. Het eerste stuk is het hartstochtelijkste wat ik ooit heb geschreven, het is een diepe klacht om jou.

Opus 17 krijgt als motto een vers van Schlegel :

Durch alle Töne tönet

Im bunten Erdentraum

Ein leiser Ton gezogen

Für den , der heimlich lauschet.

Van dit expressieve thema houd ik het meest. Ben jij niet zelf die ‘leiser Ton’ waarvan sprake is in Schlegels vers. Natuurlijk, je weet het heel goed.

Clara komt terug in Leipzig en zet vier van de Etudes Symphoniques op haar programma.

 

 

Clara aan Robert :

Heb je begrepen dat ik ze gespeeld heb omdat dit de enige mogelijkheid voor mij was om je te laten zien wat er in mij omging? Omdat dit onmogelijk heimelijk kon geschieden, heb ik het maar openlijk laten blijken. Je zult begrijpen hoe mijn hart gesidderd heeft!

Robert aan Clara :

18 augustus 1837

Bent u nog steeds trouw en dapper? Al heb ik nog zo’n onwrikbaar vertrouwen in u en al ben ik nog zo flink, het is hard niets te weten omtrent haar die mij op aarde het dierbaarst is. Want dat bent u voor mij. En dat zal ook zeker zo blijven als we willen en er ons best voor doen. Duizendmaal heb ik bij mij zelf alles overlegd en alles zegt mij : het moet gebeuren als wij willen en handelen. Schrijf mij slechts een eenvoudig ‘ja’ en of u aan uw vader juist op je verjaardag [13 september] een brief van mij wilt geven. Hij is mij nu goed gezind en zal mij niet verstoten als jij het voor mij opneemt. […] Al ziet de toekomst er rooskleurig uit, we zijn er nog niet! Maar voor alles, houd vol, wees flink! Vergeet niet mij het ‘ja’ te schrijven want ik kan niet buiten die zekerheid.

 

 

Clara aan Robert :

 

 

U vraagt slechts om dat onnozele woordje ‘ja’? Wat een klein woord en wat houdt het veel in! Zou een hart als het mijne, zo boordevol liefde, dat niet dolgraag  trouw kunnen zijn. Ik doe het en mijn diepste innerlijk fluistert het je eeuwig toe.

Robert onderhoudt zich met Friedrich Wieck:

Hij is koel, kwaadwillend  en bovendien is hij vaag, hij spreekt zichzelf tegen en op een moment dat je het allerminst verwacht, overdondert hij je en steekt hij een mes diep in je hart.

18 september aan Clara :

Tevergeefs zoek ik naar een verontschuldiging voor je vader die ik altijd voor een edele en menselijke man heb gehouden. Tevergeefs zoek ik in zijn weigering een mooiere en diepere grond, bijvoorbeeld, dat hij vreesde dat je waarde als kunstenares zou inboeten door een vroegtijdige belofte aan een man, dat je nog te jong zou zijn etc. Niets van dat alles; geloof me, hij  werpt je de eerste de beste, die geld genoeg heeft, toe. Zijn hoogste ideaal is concerten geven en reizen. De toestand kan zo niet lang duren want dat houdt mijn natuur niet uit.

Dagboekaantekeningen van Robert :

4 oktober

Uren heb ik gisteren dromend doorgebracht. Word toch wakker! ’s Avonds heb ik veel gedronken. Vanmorgen getracht me op mijn werk te concentreren. Tevergeefs!

7 oktober

 Gisteren was ik er ellendig aan toe. Ik voel me zo in de war, als verloren. Hoe komt dat? Ik kan niet doorwerken. Heel slechte nacht met gruwelijke dromen. ’s Morgens weer beter.

10 oktober : de avondschemering is in aantocht, of het begin van een nieuw leven.

Aan  Clara :

Vandaag denk ik alleen aan jou en ook aan je hardvochtige vader. Net als  bij jou  wisselen  tranen het lachen af. Wat een vreselijke nacht heb ik doorgemaakt! Hoe gloeide mijn hoofd. In mijn troebele verbeelding werd ik van het ene op het andere rotsblok op het andere geduwd en ik was bang te vallen. Ik verwijt mezelf mijn gebrek aan vertrouwen, al heb ik het erewoord van een flink en edel meisje. In ben zwakker dan ik dacht.

Ze zien elkaar weer :

Ik heb er geen zin in er langer over na te denken of te schrijven; maar toen je tegen mijn borst gevleid, huilde, Clara, gingen gisteren hemel en hel voor mij open.

Clara gaat op tournee in Praag en Wenen [speelt met veel succes Carnaval]

Robert aan Clara [in Wenen] :

Kom bij mij zitten, sla je arm om mijn hals, laten we elkaar nog eens in de ogen zien, zonder iets te zeggen, bovenmenselijk gelukkig. Twee aardse stervelingen hebben elkaar lief. Het slaat kwart voor één. In de verte hoor ik mannen een koraal zingen. Ken jij die twee mensen  die elkaar liefhebben? Wat zijn wij gelukkig! […] Wat een hemelse ochtend! Alle klokken luiden, de hemel is zo blauw, zo puur als van goud. Vóór mij ligt je brief. Mijn eerste kus is voor jou, mijn schat die ik zo hartstochtelijk bemin.

Eén der kamers zie ik in een dromerige schemer gehuld, met bloemen voor het venster, of het lichte blauwe vertrek met de piano en de gravures[…] ’s Avonds ga ik aan de piano zitten improviseren, alleen voor jou en nu en dan doen we het samen en zing jij met zachte stem […] en dan zul je me overgelukkig  om mij hals vallenen zeggen: Nee ik dacht niet dat het zo mooi zou zijn!

6 februari 1838

Wat was ik de laatste dagen gelukkig, jong en opgewekt. Deze laatste drie weken heb ik een geweldige hoeveelheid muziek gecomponeerd, luchtige stukjes, Egmond-verhalen, familieruzies met vaders, een huwelijk, in het kort,  allerlei prettige dingen zoals je ziet! Het geheel heb ik ‘Noveletten’ genoemd, naar Clara Novello, omdat ze ook Clara heet, want ongelukkigerwijze klinkt ‘Wiecketten’ niet zo goed! […] De muziek welde steeds maar bij me op. Aan één stuk zong ik bij het componeren en haast alles is geslaagd. Ik kan nu met vormen spelen.

12 februari 1838

Ik heb aardige dingetjes gecomponeerd : tot zaterdag toe aan ‘Kinderszenen’ gewerkt.

 

 

24 februari 1838 : Ik componeerde het kleine stukje ‘Träumerei’.

Aan Clara :

Is dit een onbewust antwoord op wat je me laatst schreef : ‘soms lijk je op een kind?’. Als ik dat ben, dan zal je zien dat het kind vleugels gekregen heeft, want ik heb meer dan dertig kleine stukjes geschreven  en ik heb er twaalf uitgezocht, die samen zullen verschijnen onder de naam “Kinderszenen”. Je zult ze beslist graag willen spelen, maar je moet jezelf als virtuoze uitschakelen!

3 mei 1838

Ik heb drie heerlijke lentedagen doorgebracht met het wachten op een brief. Daarna componeerde ik de ‘Kreisleriana’, in vier dagen : geheel nieuwe werelden gingen voor mij open.

Aan Clara :

Ik heb opgemerkt dat mijn verbeeldingskracht op zijn levendigst is, als ik om jou in angstige spanning verkeer. Dat was de laatste dagen het geval en terwijl ik een brief van je verwachtte, heb ik zoveel gecomponeerd, dat ik er bundels mee zou kunnen vullen. Ongewone muziek, nu eens uitgelaten, dan weer ernstig en dromerig. Je zult grote ogen opzetten als je haar gaat ontcijferen. Weet je, soms denk ik, dat ik tenslotte nog eens uit elkaar zal springen van muziek, zo dringt en kookt alles in mij als ik aan onze liefde denk. […] Speel je mijn Kreisleriana wel eens? Uit sommige bladzijden spreekt een werkelijk radeloze liefde.

Schumann gaat naar Wenen

1 augustus 1838

De gehele dinsdag, een der verschrikkelijkste dagen van mijn leven en ook die nacht dacht ik dat ik zou sterven van angst – het was vreselijk. ’s Middags kwam er een hartelijke brief van Clara [ze is in Dresden], de eerste sinds veertien dagen, maar het hielp me niets. Alles is tegelijk gekomen : de naderende scheiding, angst voor de eenzaamheid in de grote stad […] Als het nog langer duurt dan zou ik het ’s nachts niet meer kunnen uithouden. Ik heb met de ogen open gelegen, benauwd door allerlei vreselijke gedachten en door onafgebroken geluiden van afschuwelijke muziek […] God behoede me voor zo’n dood!

31 oktober

Ik ben nog niet in staat om te werken. Ik heb er geen lust toe en geen rust en iedere impuls ontbreekt. Soms zou ik wel jaren achtereen willen slapen, dan weer zou ik me van alles willen losrukken en weer willen gaan scheppen…

Schumann schrijft Arabeske, Humoreske, Nachtstücke [= Phantasie Macabre] en Faschingsschwank aus Wien.

In mei 1839 is Robert verbitterd; van streek door de dood van zijn broer Ernst, denkt hij erover met Clara te breken. Ze had hem voorgesteld het beroep op de rechtbank nog even uit te stellen. Tenslotte geeft hij maar toe, als Clara belooft alles niet nog eens uit te stellen.

Robert aan Clara :

Vooral je tweede brief heeft mij pijn gedaan; als je die later nog eens overleest, zal je nauwelijks kunnen geloven, dat jij die hebt kunnen schrijven. Alles kwam tegelijk. Je vader liet mij opnieuw op schandelijke wijze weten, dat hij tegen me was. […] En direct daarop krijg ik je tweede brief, een vreselijk koele brief en zo ontevreden, zo koppig. Het waren verschrikkelijke dagen voor mij. Dergelijke emoties grijpen me aan tot in de fijnste vezelen van mijn wezen. Als het over jou gaat, reageer ik tienmaal zo erg. Ik ben nog steeds tot het merg van mijn beenderen geschokt. Ik heb aan je getwijfeld en mij afgevraagd of je hart ten opzichte van mijn veranderd zou zijn. Bevend opende ik je laatste brief, ik las, las maar door en toen leek het wel of de hemelpoorten weer één voor één opengingen. Ik had je weer teruggevonden…

Juni 1839

Vandaag ga ik mijn negenentwintigste levensjaar in. Ik twijfel er niet aan dat ik de langste tijd van mijn leven al gehad heb. Erg oud zal ik niet worden, dat weet ik zeker : het grote leed dat ik om jou geleden heb, heeft mij gebroken. Maar genezing en vrede zullen ook door jou komen.

Op 16 juli 1839 dienen beiden een rekest in bij de rechtbank om toestemming te krijgen voor hun huwelijk.

Tijdens een tweede rechtszitting op 18 december beledigt Wieck Schumann in die mate dat deze hem aanklaagt wegens laster. De uitspraak wordt uitgesteld tot de zomer. Schumann vlucht in het componeren.

Februari 1840

 

 

Ik componeer nu veel, zoals altijd in februari. Je zult verstomd staan van alles wat ik geschreven heb – geen pianowerken, maar wat wel, zeg ik nog niet […]. Sinds gistermorgen heb ik tweeëntwintig bladzijden muziek geschreven en ik kan je alleen maar zeggen dat ik gelachen en gehuild heb van vreugde bij het componeren. Vaarwel Clara! Op dit ogenblik zijn al die klanken mijn dood, ik voel dat ik dood zou kunnen gaan van muziek. Ach, Clara, welk een goddelijk iets, voor de stem te schrijven. Het was me al te lang ontzegd.

Schumann schrijft zijn Liederkreis op. 24.

In april 1840 zien Robert en Clara elkaar terug in Berlijn; Clara zingt, aan de piano begeleid door Mendelssohn, Schumanns eerste liederen. Dan Liederkreis op. 39 en Dichterliebe op. 48

Clara aan Robert :

Onder de levende musici is niemand zo begaafd als jij; mijn liefde wordt steeds groter en tegelijkertijd mijn bewondering.

Wieck wordt tot twaalf dagen gevangenisstraf veroordeeld en de rechtbank geeft op 1 augustus toestemming voor het huwelijk. Het huwelijk wordt in gezegend op 12 september 1840 in Schönefeld.

Op 13 september schrijft Schumann in zijn nieuw begonnen dagboek :

Het boekje dat ik heden begin heeft een heel innige betekenis; het zal een dagboek worden over alles wat ons gemeenschappelijk beroert in huishouding en huwelijk. Onze wensen, onze hoop zullen hierin worden opgetekend. Ook zal het een boekje zijn der beden die wij tot elkaar zullen richten als woorden niet toereikend zijn. Verder een gelegenheid tot bemiddeling en verzoening als we elkaar eens hebben misverstaan. Kortom, het zal een ware en goede vriend voor ons zijn aan wie wij alles toevertrouwen en voor wie onze harten openstaan. Om de acht dagen wisselen we elkaar af bij het voeren van het secretariaat. Iedere zondag geschiedt de overgave. Het geschrevene wordt vervolgens gelezen, in stilte of hardop al naar gelang de inhoud dit vereist. Wat is vergeten wordt nog ingelast. In het algemeen wordt de gehele gang van zaken gedurende de week nog eens zorgvuldig overdacht om te onderzoeken of wij ons ook waardiger hadden kunnen gedragen en werkzamer hadden kunnen zijn of wij innerlijk en uiterlijk steeds meer in welstand zijn toegenomen of wij ons in onze geliefde kunst steeds meer hebben vervolmaakt. De aantekeningen van een week mogen nooit minder dan één bladzijde bedragen. Wie daartegen zondigt zal gestraft worden op een wijze die we nog zullen bedenken. Een sieraad van ons dagboekje zal, zoals gezegd, de kritiek op onze prestaties in de kunst vormen. Er zal bijvoorbeeld in staan wat jij voortreffelijk hebt gestudeerd, wat je hebt gecomponeerd,  welke nieuwe dingen je hebt leren kennen en wat je daarvan denkt. Hetzelfde vindt bij mij plaats. Een ander belangrijk sieraad van het boek vormen karakterschilderingen van bijvoorbeeld belangrijke kunstenaars die we van nabij hebben gezien. Anecdotes en humoristische zaken zijn geenszins uitgesloten. Het mooiste en dierbaarste echter, dat het boek zal bevatten, wil ik jou, mijn lieve vrouw, nog niet bij name noemen : jouw en mijn schone verlangens die de hemel zegene, jouw en mijn zorgen, die het huwelijksleven met zich brengt. Kortom, over alle vreugde en leed van het echtelijk leven zal hier een getrouwe geschiedenis worden geschreven. Als je het met dit alles eens bent, liefste vrouw, schrijf dan je naam onder de mijne en laten we als talisman nog de drie woorden uitspreken waarop alle levensgeluk berust : Vlijt, Spaarzaamheid en Trouw.

Oktober 1840

Ik heb een kleine cyclus gedichten van Kerner afgemaakt tot grote vreugde van Clara, maar ook wel tot haar verdriet, want dikwijls ben ik door die liederen stil of afwezig en dat moet ze dan maar verdragen.

 

 

Clara aan Robert:

De gedachte dat je werken moet om geld te verdienen vind ik afschuwelijk […]. Ik zou iets willen doen om je een bestaan te verzekeren dat alleen aan de kunst is gewijd. Ik vind het ellendig, elke keer dat ik je om geld moet vragen en dat je mij het geld geeft, dat je verdiend hebt. Het lijkt me dikwijls dat daardoor alle poëzie uit je leven verbannen wordt.

Zes maanden na de geboorte van haar eerste kind in februari 1842 begint een tournee. Tot Hamburg reist Robert mee. Clara reist door naar Kopenhagen waar ze twee maanden moet blijven.

Dagboek maart 1842

Dit is een van mijn grootste dwaasheden dat ik je liet weggaan, daar ben ik langzamerhand wel zeker van. Moge God je weer gelukkig naar mij terugleiden. Ik zal zolang over ons kleine dochtertje waken. Deze scheiding doet me opnieuw voelen hoe abnormaal onze situatie is. Moet ik met je meegaan op je reizen en zo mijn talenten verwaarlozen?  Of zou jij jouw talenten niet meer moeten gebruiken omdat ik aan mijn tijdschrift en mijn piano vastzit? Wij hebben een oplossing gevonden : jij neemt een reisgezellin mee, ik keer naar mijn werk terug, bij ons kind. Maar wat zullen de mensen zeggen? Die gedachten houden me voortdurend bezig. We moeten een middel vinden om naast elkaar onze talenten te kunnen ontwikkelen. Ik denk aan Amerika. Wat een vreselijke beslissing!

Wanneer Robert in Leipzig is en Clara weg is schrijft hij :

 

 

Het huis lijkt me uitgestorven en doods. Want het leven is zoet met een liefhebbende en zachte vrouw. Mijn volgende symfonie moet Clara heten en ik zal haar daarin schilderen met fluiten, hobo’s en harpen. [..] Ik heb zin om mijn piano in elkaar te trappen. Ze wordt te klein om mijn ideeën te kunnen bevatten. Eigenlijk heb ik heel weinig ervaringen wat orkestmuziek betreft, maar ik reken er zeker op die te zullen krijgen.

In de tijd dat Robert en Clara samen – de enige keer! – werken aan de Rückert-cyclus Liebesfrühling ontstaat de Lentesymfonie

14 februari 1841 : de symfonie heeft mij veel gelukkige uren bezorgd, ze is bijna af. Ik breng dikwijls dank aan de weldoende Genius waardoor ik zo gemakkelijk en in zo korte tijd een dergelijk belangrijk werk tot een goed einde kon brengen. De schets van de gehele symfonie was in vier dagen klaar. Na tal van slapeloze nachten volgt nu een gevoel van uitputting.

31 maart : concert van het echtpaar Schumann. Een heerlijke avond die wij nooit zullen vergeten. Clara speelde weer als de grote kunstenares, zo meeslepend dat iedereen verrukt was. Ook deze dag zal een der gewichtigste van mijn leven blijven. Mijn vrouw heeft dit begrepen en zij was bijna nog blijer met het succes van de symfonie dan met haar eigen succes. Ik zou nog veel kunnen schrijven over deze avond, maar de nieuwe ouverture waarmee ik bezig ben roept me weer, en je moet, lieve vrouw, mij deze enkele korte regels maar gegeven.

Periode van belangrijke composities : het pianoconcert, de strijkkwartetten en Das Paradies und die Peri.

Wieck was van dit laatste stuk onder de indruk en schrijft verzoenende woorden :

Beste Schumann,

Tempora mutantur et nos mutamur in eis. Wij kunnen tegenover Clara en de wereld niet langer vreemden voor elkaar blijven. U bent nu ook vader van een gezin – waarom een lange verklaring? In de kunst waren we altijd eensgezind. Ik was zelfs uw leraar en mijn uitspraak was beslissend voor uw huidige loopbaan. Van mijn belangstelling voor uw talent en uw mooi en oprecht streven behoef ik u niet te overtuigen. Met vreugde verwacht ik u in Dresden.

Uw vader FR. Wieck

Hoofdstuk 2 : egodocumenten met betrekking tot Chopin en George Sand

Schuw geen zielpijn, laat je hart lijden, maar zorg ervoor dat niemand je de smart van het gelaat leest.

Aan zijn vriend Titus Wociechowski over Constance Gladkowska:

Ik  heb, misschien tot mijn ongeluk, de ideale vrouw gevonden, met mijn hele ziel vereer ik haar. Al zes maanden droom ik iedere nacht van haar, terwijl ik nog niet eens een woord met haar gesproken heb. Met de gedachte aan haar heb ik het Adagio van mijn pianoconcert [in f] gecomponeerd, evenals de wals die ik vanmorgen heb geschreven en die ik je hierbij toezend. Let op de met een kruisje gemerkte passage. Behalve jij weet niemand de betekenis hiervan.

In Wenen na het begin van de Poolse opstand :

Ik zie haar steeds voor mij en geloof niet, dat ik nog van haar houd en toch kan ik haar beeltenis niet kwijtraken

Aan Jas matsuzinski :

Wil je haar goed inprenten, dat zij mij mijn gehele leven, tot mijn dood toe, ja zelfs tot na mijn dood mag blijven verachten. Eigenlijk is dit nog te zwak uitgedrukt en kun je haar nog vel meer zeggen.

Gedurende zijn achttien jaren in Parijs heeft Chopin maar negentien concerten gegeven waarvan vier waarin hij alleen optrad.

Aan Titus in 1830:

Je zou haast niet kunnen geloven wat voor ene marteling de drie dagen vóór een openbaar concert voor mij zijn

Aan Liszt :

Ik ben niet geschikt voor het concertpodium, ik die bang ben voor het publiek, die benauwd word van de atmosfeer, verlamd door al die nieuwsgierige ogen en verlegen van al die vreemde gezichten. Maar jij bent ervoor geschapen, want wanneer jij het publiek niet voor je inneemt, kun je het tenminste verpletteren.

George Sand :

Ik ben er werkelijk nogal ontsteld over dat dit jongetje zo’ n indruk op mij gemaakt heeft, deze op aarde verdwaalde engel. Als de kleine wil, zal hij wel bij me komen.

Op Majorca

Chopin aan Fontana :

Ik zit hier in Palma onder palmen, ceders, aloë’s, sinaasappel- citroen-, vijge- en granaatappelbomen. De hemels is turkoois, de zee lapis lazuli en de bergen zijn smaragd. De lucht is er hemels. Iedereen draagt zomerkleren en ’s nachts hoort men overal zingen en gitaarspel. Ik geniet nu wat meer van het leven, beste vriend en voel mij een ander mens.

Het regent hier zo erg dat je je er geen voorstelling van kunt maken; het lijkt wel de zondvloed.

De beroemdste artsen van het eiland waren in consult bijeengekomen. De eerste rook aan het slijm, de tweede percuteerde daar waar het slijm had gezeten en de derde ausculteerde terwijl ik het opgaf. De eerste zei dat ik creperen zou, de tweede zei dat ik aan het creperen was en de derde zei dat ik gecrepeerd was.

In het karthuiserklooster te Valdemosa :

Men kan er een heel legerkorps in onderbrengen. Het is de meest romantische plek op aarde, maar geen enkele kar kan langs het ongeplaveide pad naar boven. Mijn cel heeft de vorm van een grote doodkist. Ook als je luid schreeuwt is stilte het enige antwoord.

George :

Wij komen steeds nader tot elkaar en vinden hier een steeds groter geluk.  Toen ik op een avond om tien uur terugkwam van een onderzoekingstocht door het klooster, vond ik hem doodsbleek met holle ogen en verwarde haren voor de piano zitten. Het duurde even voor hij mij herkende.

Chopin zou de Regenprelude hebben geschreven toen hij angstig de terugkeer van George en haar zoon verwachtte die door een noodweer waren verrast. Zie de samenhang tussen de preludes zes, acht en vijftien.

Ik heb de wind nog nergens zo wanhopig horen huilen en gieren als in deze holle, gewelfde gangen. Hoewel Chopin zijn lijden moedig draagt, kan hij  zijn onrustige verbeelding niet de baas. Zelfs wanneer hij het goed maakt ziet hij in het klooster overal spoken en geestverschijningen.