***











 

www.resantiquae.nl

Raguenet, Paralele

FRANÇOIS RAGUENET

PARALELE DES ITALIENS ET DES FRANÇOIS EN CE QUI REGARDE   LA MUSIQUE ET  LES OPERA, PARIS 1702

INLEIDING

 

In de zeventiende eeuw ontwikkelde de muziek zich in Italië en Frankrijk langs verschillende lijnen.  Sommige Fransen, die Italië bezochten, werden fervente voorvechters van de Italiaanse muziek, met name theatermuziek.

Abbé François Raguenet die leefde van ca 1660 tot 1722,  en die priester, natuurkundige en historicus was, had in Parijs de opera’s van Jean Baptiste Lully horen vertolken door actrices als Marie Le Rochois. Toen hij in 1697 kardinaal De Bouillon bezocht, hoorde Raguenet de nieuwe werken van Arcangelo Corelli en Giovanni Buononcini.  Zijn enthousiasme voor de nieuwste Italiaanse muziek spreekt uit de Paralele des Italiens et des François en ce qui regarde la musique et les opéra.  Wanneer hij de Franse en de Italiaanse muziek met elkaar vergelijkt,  prijst hij de poëzie, de lyriek, de costuums, de dans en met name de bas-rollen in de werken van Lully, maar  volgens hem verbleekt dit alles bij de klank van het Italiaanse orkest en de prachtige zang  van de castraten.  Raguenet was bereid met minder verfijning in poëzie, plot, dramaturgie en instrumentale klank genoegen te nemen ten gunste van de muzikale middelen waarmee de Italianen van hun emoties blijk gaven.  Zijn ideeën hadden in Frankrijk enige weerklank, maar zij daagden ook  prominente verdedigers van de Franse muziek uit, onder wie Jean Laurent Le Cerf de la Viéville  wiens tegenaanval  leidde tot de publicatie van Raguenet’s in 1705.  De polemiek via herdrukken en vertalingen duurde voort tot 1759.

***

 

Een vergelijking tussen de Franse en de Italiaanse muziek en opera’s, 1702

 

Er zijn zoveel zaken waarin de Franse muziek uitblinkt boven de Italiaanse en evenzovele waarin de Italiaanse muziek zich onderscheidt van de Franse, dat het volgens mij echt onmogelijk is  zonder nauwkeurig onderzoek van beide en goede vergelijking te maken en een juist oordeel te vellen.

Opera’s  zijn het soort composities die plaats bieden aan de grootste variëteit en de grootste omvang en ze maken deel uit van zowel de Italiaanse en Franse muziekcultuur.  Juist hierin proberen de componisten van beide landen zich te profileren met hun geniale invallen.  Daarom richt ik me bij mijn vergelijking juist op dit genre muziek.  Daarbij moet er een goed onderscheid worden gemaakt  tussen bijvoorbeeld de Franse en de Italiaanse taal waarvan de ene meer geschikt is om getoonzet te worden dan de andere.  De muzikale inhoud van een compositie, de kwaliteiten van de acteurs en andere uitvoerenden , de verschillende soorten van stemmen, het recitatief, de aria’s, de orkestrale muziekfragmenten, de koren, de dansen  en toneelmachines, de decoraties en alles wat maar voor een opera essentieel is en dient om de voorstelling compleet te maken, dit alles verdient een nader onderzoek, voordat we ons vóór de Italiaanse of Franse muziek uitspreken.

In uitgeschreven vorm zien  onze opera’s er een stuk beter uit dan de Italiaanse. Ze zijn qua structuur  regelmatig en coherent.  Wanneer ze worden gepresenteerd  zonder muziek, dus als gesproken toneel of gelezen tekst, zijn ze even onderhoudend als onze toneelwerken.  Niets kan natuurlijker en levensechter zijn dan hun dialogen. De goden spreken met een waardigheid die bij hun  karakter past. Koningen spreken met alle majesteit die hun positie vereist. De nimfen en herders spreken woordjes van onschuldige zoetheid, die je op het platteland verwacht.

Liefde, jaloezie, woede en de overige emoties worden op uiterst kunstzinnige wijze  geschilderd. Er zijn maar weinig van onze tragedies of comedies die  geslaagder overkomen dan opera’s met een libretto van Quinault.

De Italiaanse opera’s aan de andere kant zijn armzalige onsamenhangende rapsodieën zonder duidelijk plan.  Eigenlijk worden al hun stukken  ingevuld met  dunne en flauwe teksten, hun scènes bestaan uit triviale mono- en dialogen aan het eind waarvan men  uitbarst in één van de best denkbare aria’s ter afsluiting van de bewuste scène. Deze aria’s  maken zelden deel uit van de eigenlijke operatekst e zijn meestal door andere dichters geschreven, hetzij voor de gelegenheid, hetzij in het kader van een heel ander werk.  Wanneer iemand een opera wil brengen, vestigt hij zich in een stad, brengt zijn gezelschap bijeen, en kiest zijn favoriete onderwerp, bijvoorbeeld Camilla, Themistocles of Xerxes. Een dergelijk stuk is niet veel beter dan patchwork, gelardeerd met de beste aria’s die de zangers kennen, aria’s die lijken op zadels, voor alle soorten paarden dezelfde.  Het zijn liefdesverklaringen aan de ene kant die  aan andere zijde worden omarmd of afgewezen.  De vervoering van gelukkige minnaars of klachten van arme stakkers,  beloften van trouw of bittere woorden van jaloezie, opperste wellust of zielepijn, woede en wanhoop. Eén van deze scènes vind je vast en zeker aan het eind van iedere acte.  Uiteraard kan een opera die bestaat uit hap snap bijeengebrachte  fragmenten totaal niet de concurrentie aan met onze eigen opera’s die doorwrocht zijn geconstrueerd.

Een ander voordeel dat onze opera’s hebben boven  die van Italië, is het gebruik van de basstem, dat bij ons heel vaak voorkomt en in Italië bijna niet.  Ieder mens met goede oren zal het met me eens zijn dat niets aangenamer klinkt dan een goede basstem. Het eenvoudige geluid van deze bassen die peilloze diepten kunnen bereiken, heeft iets bijzonder aantrekkelijks.  Door deze lage stemmen krijgt een aria vanwege de rijkere harmonie meer reliëf dan het geval is bij hogere stemmen.  Wanneer goden of koningen ten tonele worden gebracht zoals Jupiter, Neptunus, Priamus of Agamemnon, geven onze acteurs hun met hun lage stemmen een uitstraling van majesteit, heel anders dan de falsettisten of quasi-bassen bij de Italianen doen, die noch kracht, noch diepte hebben. In combinatie met de andere stemmen zorgen de bassen voor een mooi contrast waardoor hun kwaliteiten én die van de andere stemmen zo voordelig mogelijk uitkomen.  Italianen kennen dit genoegen niet, omdat hun stemmen, meestal die van castraten, sprekend op die van vrouwen lijken.

Afgezien van de geweldige plots en de afwisseling in onze stemmen beleven we nog meer plezier aan onze koren, dansen en andere divertissements waarin we oneindig meer presteren dan de Italianen.  In plaats van deze koren en divertissements die onze opera’s op zo aangename manier verlevendigen en sfeervol maken, hebben zij , de Italianen, gewoonlijk niets anders dan wat komische buffa-scènes, een oud besje dat verliefd is op een jonge soldaat, een bedrieger die een kat in een vogel verandert en die soortgelijke trucs meer doet, allemaal tot vermaak van de grote massa.  Hun dansers, ach, dat zijn de meest armzalige schepsels op de wereld! Het zijn gedrochten, zonder armen en benen, zonder vorm of uitstraling.

Wat de instrumentale muziek betreft hanteren onze violisten hun instrument veel delicater dan de Italianen doen.  De streek van hun strijkstok levert een grof effect op wanneer ze gebonden èn niet gebonden spelen. Naast instrumenten die we gemeenschappelijk hebben, hebben wij Fransen toch ook de hobo die in toon, doordringend en subtiel tegelijk, de viool overtreft, zeker in levendige muziek. En dan onze fluiten, die onze componisten hebben laten klagen bij droevige muziek, en laten zuchten bij tedere stukken.

Dan hebben we ook nog het voordeel van de kleding. Onze kostuums overtreffen alles wat buitenlands is, zowel in ontwerp als kostbaarheid van uitvoering.  De Italianen geven zelf toe, dat geen dansers in Europa het tegen die van ons kunnen opnemen.  De Strijders  en Cyclopen in Perseus, de Smeden in Isis, de Ongelukkige Dromen in Atys en onze andere ballet-entrées, zijn origineel in hun soort met de muziek van Lully, in combinatie met de choreografie van  Beauchamp. Tot de komst van deze beide mannen stelde het theater op dit gebied niets voor. Deze vorm van onderhoudende kunst hebben zij bedacht en tot een enorme graad van perfectie opgevoerd waaraan niemand ter wereld heeft of zal kunnen tippen. Geen theater kan een gevecht zo levensecht op het toneel brengen, zoals soms door onze dansers gebeurt. Alles wordt zonder uitzondering met de meeste smaak gebracht. De inzet van middelen is zo bewonderenswaardig dat iedereen zal erkennen, dat de Franse opera’s meer aan levendigheid en levensechtheid hebben te bieden dan de Italiaanse.  Tot zover over de voordelen die de Franse opera heeft op die van ons.  Laten we nu de voordelen bespreken die de Italianen op ons hebben.

De Italiaanse taal is van nature veel geschikter voor muziek dan de onze. Hun klinkers klinken allemaal sonoor, terwijl meer dan de helft van die van ons minder geprononceerd klinken. Zo kan er bij ons bij lettergrepen die dat soort klinkers bevatten geen cadens of fraaie passage worden gecomponeerd. Op de tweede plaats horen we maar de helft van de woorden, zodat we maar moeten raden wat de Fransen zingen, terwijl het Italiaans voortreffelijk wordt begrepen.  Hoewel alle Italiaanse klinkers vol en open klinken, kiezen de Italiaanse componisten toch juist die speciale klinkers  waarop ze hun mooiste cadensen het fraaist kunnen realiseren. Ze kiezen daarvoor meestal de klinker a die helderder en aparter klinkt dan de rest.  Wij van onze kant  gebruiken alle klinkers door elkaar, zowel de open als de gesloten klinkers. Heel vaak maken we gebruik van een tweeklank, zoals in woorden als chaîne en gloire etc. Deze lettergrepen, met daarin twee klinkers in combinatie, klinken  onbestemd en missen die helderheid en schoonheid die  we in de eenvoudige klinkers tegenkomen.  Maar dit is niet het meest wezenlijke onderdeel in de muziek. Laten we nu onze aandacht richten op de vorm en de structuur van de  melodieën, hetzij apart of in samenhang met de verschillende partijen waaruit een compositie bestaat.

In hun melodieën zijn de Italianen meer uitgesproken en ongenuanceerd dan de Fransen, ze spitsen die meer op het karakter toe, zowel in hun tedere liederen, maar ook bij hun levendige aria’s. Vaal combineren ze stijlen op een manier die voor Fransen ondenkbaar is. In meerstemmige composities besteden de Fransen de meeste aandacht aan de melodiestem, terwijl de Italianen erop uit zijn om alle stemmen het volle pond te geven.  De vindingrijkheid bij de ene groep is onuitputtelijk,  het talent bij de andere groep is beperkt in zijn werking. Dat valt gemakkelijker te begrijpen, wanneer we in detail treden.

Het is geen wonder, dat de Italianen onze muziek saai en vervelend vinden, muziek, die naar hun smaak  oppervlakkig en oninteressant is. Wanneer Fransen voor de stem schrijven hebben ze een zoete, gemakkelijke, vloeiende en coherente melodie voor ogen. Het geheel is van eenzelfde stemming. Wanneer ze het erop wagen er een variatie in aan te brengen, doen ze dat met zoveel terughoudendheid, dat de indruk wordt gewekt dat de melodie even natuurlijk en consistent is alsof helemaal geen verandering was toegepast.  Niets gedurfds of avontuurlijks is erin te vinden; het is allemaal gelijkmatig en uit één stuk. De Italianen daarentegen springen nu eens van majeur naar mineur, dan weer van mineur naar majeur, ze experimenteren tot in het extreme met hun cadensen en de meest stoutmoedige dissonanten. Hun vocale muziek is zo andersoortig dat ze op geen enkele andere manier van componeren, waar dan ook ter wereld, lijkt.

De Fransen zouden zichzelf gewonnen geven wanneer ze ook maar in het minst tegen de regels zouden ingaan. Ze vlijen en kietelen het oor en zijn dan nog niet zeker van hun succes ook al is alles met volkomen regelmatigheid geconstrueerd. De meer avontuurlijke onder de Italianen verandert zonder enige aarzeling of terughoudendheid van toon en toonaard. Hij maakt dubbele of driedubbele cadensen van zeven of acht maten tegelijk op tonen die daar volgens ons Fransen totaal niet geschikt voor zijn. Hij schrijft een messe di voce [een aanzwellende en afnemende lange toon] voor van zo’n enorme lengte dat degenen die er niet aan gewend zijn, geërgerd worden door zijn roekeloosheid, maar uiteindelijk niet weten hoe ze hem moeten bewonderen. Hij componeert passages van zo’n omvang dat zijn toehoorders aanvankelijk perplex staan, en met zulke onregelmatige tonen dat de luisteraar door angst en verrassing wordt bevangen. Diens conclusie is, dat het gehele concert uitloopt op een  chaos van dissonanten. Zo wordt de luisteraar betrokken bij de muziek die op de rand van de afgrond schijnt te staan en uiteindelijk ziet iedereen tot zijn verbazing dat uit de dissonanten harmonie oprijst die zijn grootste kwaliteit juist ontleent aan die onregelmatigheden die hem te gronde schenen te richten. De Italianen experimenteren met alles dat confronteert en buiten de geëffende paden ligt, maar ze doen het als mensen die het recht hebben om te experimenteren en zeker zijn van hun succes.  In de veronderstelling dat ze de grootste en uitzonderlijkste componisten ter wereld zijn, gedragen ze zich als soevereine despoten, stellen zich met succes boven de muzikale kunstregels die ze volgen of negeren al naar gelang het hun belieft.  Waar anderen het oor willen strelen, willen zij het oor kwellen. Ze zetten het naar hun hand en overrompelen het met hun charmante vondsten die hun onweerstaanbare kracht te danken hebben aan de stoutmoedigheid van de avontuurlijke componist.

Soms worden we geconfronteerd met een messe di voce waar de eerste tonen van de basso continuo zo tegen in gaan, dat het oor er hogelijk door gepijnigd wordt. Maar de bas, die onverstoorbaar doorspeelt, voegt zich uiteindelijk via zulke fraaie intervallen bij het messe di voce dat we al snel het plan van de componist doorzien in de keuze van juist die dissonanten om namelijk  de luisteraar zich sneller van de voor hem onwelluidende tonen te laten  herstellen dan gebeurd zou zijn bij het onmiddellijk herstellen van de harmonie.

Wanneer een Fransman gedwongen zou worden één van deze dissonerende  klanken te zingen, zal hij niet voldoende moed kunnen opbrengen om hem vastbesloten aan te houden om hem succesvol te laten zijn.  Zijn oor, gewend aan de welluidendste en meest natuurlijke intervallen, kan zulke onregelmatigheden niet aan. Bij zijn zangpogingen  is hij één en al transpiratie.  De Italiaan van zijn kant is van zijn jeugd af aan vertrouwd geraakt met deze klanken  en zingt de meest gezochte tonen met dezelfde zelfverzekerdheid als de meest vertrouwde.  Zijn zelfvertrouwen zorgt voor onmiddellijk succes.

Muziek is in Italië de gewoonste  zaak ter wereld. De Italianen zingen al in de wieg, ze zingen overal en altijd.  Een gewoon volksliedje is voor hun oren te vulgair, te smakeloos, te cliché.  Hun kelen hebben variatie nodig, ze moeten voortdurend van de ene naar de andere toonsoort gaan via de meest ongewone en onnatuurlijke passages.  Zonder deze passages houd je hen niet wakker en geïnteresseerd.

De Italianen zijn nu eenmaal veel levendiger  dan de Fransen.  Daarom zijn ze navenant gevoeliger voor hartstochten die ze in al hun producties willen laten doorklinken. Wanneer een  storm, of een aanval van woede in een stuk instrumentale muziek tot klinken moet worden gebracht, geven hun tonen ons er een zo natuurlijk idee van, dat onze harten van de werkelijkheid geen sterker signaal zouden krijgen dan hier van deze muziek. Alles is zo helder en doordringend, zo overrompelend en indringend dat de fantasie, de zintuigen, de ziel en het lichaam in een algemene vervoering worden meegevoerd. Het is onmogelijk om je niet door deze snelle bewegingen te laten meesleuren.  Een stuk waarin Furiën worden gekarakteriseerd, maakt indruk op de ziel die erdoor wordt ondermijnd en overrompeld. De violist die het stuk uitvoert wordt gegrepen door een onvermijdelijke spanning, hij mishandelt zijn viool, kwelt zijn lichaam, hij is zichzelf niet langer meester, maar is opgewonden als iemand die bezeten is door een onweerstaanbare drang.

Wanneer anderzijds de muziek kalmte en rust moet suggereren, wat een totaal andere schrijfstijl vereist, wordt het door de musici even succesvol uitgevoerd.  Hier dalen de tonen zo zeer, dat de ziel mee wordt gezogen de afgrond in.  Boogstreken duren oneindig lang, de klank wordt bijna onhoorbaar en sterft dan uit. Muziek die slaap suggereert scheidt ongemerkt de ziel van het lichaam, functies en vaardigheden worden stil gelegd. De ziel gaat op in de harmonie die hem betovert en is als dood tegenover al het andere alsof al zijn bewustzijn door een echte slaap wordt omfloerst.

Een mooi voorbeeld van hoe een stuk muziek aansluit bij de betekenis van woorden hoorde ik in het Oratorium van de heilige Hiëronymus van Barmhartigheid in Rome, op de dag van Martinus  van het jaar 1697. Het betrof de volgende twee woorden : mille saette, duizend pijlen.  De melodie bestond uit staccato-noten, als die in een giga, die de ziel een levensechte indruk van een pijl gaven. Dat prikkelde de fantasie zo zeer, dat elke viool de indruk maakte een boog te zijn en hun bogen waren als zovele vliegende pijlen. Niets kan meesterlijker of succesvoller worden uitgedrukt.  Of hun melodieën nu  licht of vloeiend zijn, onstuimig of kwijnend, in al deze opzichten zijn de Italianen de Fransen de baas.  Waar de Italianen absoluut uniek in zijn  is het combineren van het subtiele met het levendige, zoals in de beroemde melodie  mai non si vidde ancot più bella fedeltà etc, dat de zoetste en tederste melodie van de wereld is in combinatie met levendige en kernachtige muziek.  Deze uiteenlopende karakters kunnen ze zo kunstig combineren dat ze, in plaats van tegendeel door tegendeel te ontkrachten, het ene het andere laten verfraaien.

Ook op het terrein van de meerstemmige muziek constateren we de superioriteit van de Italianen over de Fransen.  Elke Franse componist zal moeten erkennen dat de Italianen een trio veel beter kunnen construeren en variëren dan de Fransen. Bij ons is de eerste stem vaak van absolute schoonheid, maar de tweede stem kan onze aandacht al niet meer vasthouden. In Italië zijn de bovenstemmen meestal drie of twee tonen hoger dan in Frankrijk, zodat hun tweede stemmen hoog genoeg zijn om even fraai te klinken als de eerste stem bij ons. Bij hen zijn de drie stemmen elk zo goed, dat het vaak moeilijk is het echte subject te vinden.  Lully heeft enkele soort gelijke trio’s gecomponeerd. In Italië doet men niet anders.

Bij composities met meer dan drie stemmen overtreffen de Italianen de Fransen in nog sterkere mate.  In Frankrijk is het voldoende wanneer het subject mooi gecomponeerd is. De begeleidende partijen houden daarmee zelden gelijke tred.  Het is waar, we kennen een aantal voortreffelijke basso ostinato voorbeelden waarover we dan ook erg te spreken zijn.  Daarbij echter zijn de bovenste partijen erg mager uitgevallen omdat ze zich schikken naar de bas die het eigenlijke subject is. Wat de vioolbegeleidingen betreft,  die zijn voor het grootste deel alleen maar losse streken van de strijkstok, in bepaalde intervallen gespeeld zonder verdere coherentie. Van tijd tot tijd spelen ze een paar vaste akkoorden.  In Italië zijn de eerste en tweede partij, de basso continuo en de eventuele andere stemmen op voortreffelijke wijze uitgewerkt.  De vioolpartijen doen meestal in schoonheid niet onder voor de solostem zelf. Nadat we getroffen zijn door de schoonheid van de hoofdmelodie worden we gaande weg geboeid door de begeleidende partijen die even interessant zijn en ons het eigenlijke subject doen vergeten. Alles is zo fraai verzorgd, dat het moeilijk is de voornaamste partij aan te wijzen.   Soms worden we zo in beslag genomen door de basso continuo, dat we het subject uit het oor verliezen. Dan weer is het subject zo aantrekkelijk, dat we niet meer aan de bas denken,  totdat plotseling de violen een zo ontroerende passage ten gehore brengen, dat we noch bas noch subject horen.  Al de verschillende kwaliteiten van die verschillende stemmen te ervaren, is teveel voor een mens.  De menselijke ziel zou zich moeten vermenigvuldigen  voordat ze  drie of vier prachtige onderdelen tegelijk zou kunnen verwerken.   Ze verkeert in een ware extase en staat onder een zo grote spanning dat ze gedwongen is door uitroepen verlichting te zoeken. Ze wacht vol ongeduld op het einde van het stuk om weer op adem te komen. Soms vindt ze het onmogelijk om zolang te wachten; de muziek wordt dan door ieders applaus onderbroken. Dergelijke effecten maakt men in Italië dagelijks mee.