***











 

www.resantiquae.nl

Nicolai

nicolai : muziek & geneeskunde

Over de Auteur


http://www.deutsche-biographie.de/sfz71752.html

Ernst Anton Nicolai  werd geboren op 7 september 1722 in Sondershausen en verhuisde in 1740 naar Halle om daar aan de Universitas Fredericiana Halensis medicijnen te gaan studeren. Hij legde zich speciaal toe op de vakken humorale pathologie, solidare pathologie, de tonus-theorie, het animisme, scheikunde en filosofie.  Nicolai werd opgeleid door de beroemde Friedrich Hoffmann en Christian Wolff en werd beïnvloed door de theorieën van G.E. Stahl. Na zijn promotie in 1745 en zijn kwalificatie als lector in 1748 in Halle werd hij daar assistent-hoogleraar. Naast zijn colleges in de oogheelkunde publiceerde hij veel. In 1745 verscheen Die Verbindung der Musik mit der Arzneygelahrtheit, in 1748 Gedanken von Thränen und Weinen en in 1749 Gedanken von der Erzeugung von Missgeburten. Nicolai stimuleerde de publicatie van wetenschappelijke werken in het Duits.  In 1758 werd hij benoemd als hoogleraar aan de universiteit van Jena. Onder leiding van drie hoogleraren, Nicolai, Gruner en Loder, maakte de universiteit van Jena een bloeiperiode door. In Jena publiceerde hij vijftien boeken en vonden er onder zijn leiding 158 medische promoties plaats.  Zijn belangrijkste boek is  Pathologie of de wetenschap van de ziekten. Daarin wijdde hij ook enkele hoofdstukken aan de ooggeneeskunde. Hij combineerde daarin zijn eigen scherpzinnige observaties met andere recente wetenschappelijke gegevens. Zijn colleges werden o.a. door Goethe bijgewoond.

 

 

voorwoord

1 “Wat is dat nu weer voor een nieuw boekje?  Men wil de muziek verbinden met geneeskunst en dat is inderdaad iets om te lachen. Ik weet niet wat men daar uiteindelijk nog meer bij gaat halen, wanneer men dat plan gaat uitvoeren”.

Zo zal vermoedelijk menigeen oordelen die deze bladzijden in handen krijgt, maar misschien is deze onderneming niet zo dwaas en wonderlijk  als het aanvankelijk lijkt.

Ik heb me laten vertellen, dat alle vezeltjes van  het menselijk lichaam  hun eigen tonen hebben, die zich als consonanten of dissonanten in de muziek verhouden. Men kan daar zoveel om lachen en zoveel op afgeven als men wil. Gelukkig heb ik de vrijheid dit zo lang te geloven tot men mij met zwaarwegende argumenten van het tegendeel heeft overtuigd. Ik heb het nu eenmaal in mijn hoofd gezet, dat de tonen van de vezeltjes de verhouding van consonanten of dissonanten hebben, en ik wil er weliswaar geen eed op afleggen, maar ik houd het gewoon in zekere zin voor waarschijnlijk, omdat het een goed gevoel geeft  dit te geloven.

Het is een opvatting die mij aanstaat en die zich op een komische manier in mijn brein heeft genesteld.  Zou dit niet al meer dan voldoende zijn haar  staande te houden? Ik zou wel honderd auteurs kunnen noemen die een mening om die reden  voor waar houden, omdat die hun bevalt. Maar het voornaamste waarop ik me hier laat voorstaan is het feit, dat ik veel beroemde mannen aan mijn kant heb staan, die het voor zeer waarschijnlijk houden dat het met de vezeltjes in ons lichaam zo gesteld is.  Misschien komt er nog wel iemand  om deze mening verder te onderbouwen en definitief een plaats te geven in het rijk van de waarheid.  Ik zeg er hier maar niet te veel over, maar de ervaring leert, dat dit in overeenstemming is met de maxime die de natuur in de voortplanting van de geleerdheid gadeslaat.

De één heeft een inval die mogelijkheden geeft een verandering in de natuur begrijpelijk te maken. Dadelijk komt een volgende die hem onderbrengt in de klasse van de hypotheses, en tenslotte meldt zich een derde die hem bewijst.

Ondertussen zullen er velen zijn die het niet over zich zouden kunnen verkrijgen , mijn mening aan te nemen, hoe graag zij ook zouden willen, omdat er heel veel ongerijmde consequenties uit lijken voort te vloeien. Mijn God!, zal men zeggen, wanneer het met het menselijke lichaam zo gesteld is, dat zich de tonen van de vezeltjes als consonanten of als dissonanten verhouden, wat zou er dan voor een onderscheid zijn tussen een lichaam en een muziekinstrument? Zou het wel hetzelfde lichaam blijven en niet veeleer in een viool veranderd worden?  Dat kan overigens de geneeskundigen weinig schelen.

Degenen die dit zullen lezen zijn ofwel mechanisten ofwel organisten. De mechanisten houden hoe dan ook  het menselijke lichaam voor een machine en deze zullen het maar al te graag zien,  wanneer iemand het lichaam een muziekinstrument zou noemen, omdat daardoor de aard van de machine nog preciezer wordt bepaald. Ja, ze zullen het voor des te logischer houden dat men zijn naam verandert, omdat hij al geruime tijd de eer heeft genoten een machine genoemd te worden. Wanneer ze het toegelaten hebben, dat men het menselijk lichaam, dat zij, net als andere lichamen, voor een machine hebben gehouden, tot een horloge, molen en braadspit heeft gemaakt , waarom zouden ze het nu dan zo kwalijk vinden wanneer iemand het lichaam de naam van muziekinstrument zou willen geven?

Wat de organisten betreft, ik bedoel daarmee de artsenijgeleerden die zich zo noemen, die zullen er ook niets op tegen hebben. Zo geloven zelfs, dat het menselijk lichaam het meest lijkt op een orgel en dat de ziel dan gelijk staat aan de organist. Ze vinden het ook helemaal prima, wanneer men er een viool, een harp, een luit, een orgel of wat dan ook van wil maken. Het spreekt echter vanzelf, dat het instrument in goede staat moet zijn, wanneer de ziel erop gaat spelen. Want anders leidt het niet tot een goed resultaat. Op deze manier heeft degene die het menselijke lichaam voor een instrument houdt, het voordeel, dat hij het zowel de mechanisten als de organisten naar de zin maakt en ik zou niet weten wat hij meer zou kunnen verlangen.

Wie niet geloven wil, dat elk vezeltje zijn eigen toon heeft, die leest er de geschrften van de geneeskundigen maar eens op na. Daar zal hij vinden dat ze heel vaak praten over de toon van het menselijk lichaam, een duidelijk bewijs, dat het niet zo maar verzonnen is.De toon van dit en dat deel is, zegt men, heel zwak en men moet die toon herstellen. Niemand zal betwijfelen, dat deze manier van spreken aan de muziek is ontleend. Ik ga dan ook mijn best doen om deze zaak uiteen te zetten. 

Ons lichaam is een samenweefsel van louter vezeltjes en ik zal ze net zoals de meeste medici in drie soorten indelen : adervezels, spiervezels en zenuwvezels. Al deze vezels zijn gespannen als een snaar op een strijkinstrument.  Ze zijn elastisch en gespannen, zoals deze. Nu is bekend, dat een gespannen snaar met een bepaalde snelheid kan trillen en zo een bepaalde toon voortbrengt. Zo zullen ook al deze vezeltjes in staat zijn met een bepaalde snelheid te trillen en een toon voort te brengen. Maar het vervelende is, dat ze van zichzelf geen toon voortbrengen, maar dat is ook weer geen probleem. . Ze zijn ten aanzien van hun trillende bewegingen net zo onderscheiden als de tonen.

Als men dit toch niet wil geloven, neem dan eens aan, dat een bepaald soort van vezeltjes, zoals de zenuwvezeltjes  geen toon heeft, wat zou daar dan uit volgen? Niets anders dan dat de mens geen gevoelsgewaarwordingen zou hebben. Wat zou dat voor een mens zijn? Dat is een heel natuurlijke consequentie. Want als de zenuwen geen toon zouden hebben, dan zouden ze niet in een trillende beweging kunnen geraken en er zouden geen gevoelsgewaarwordingen ontstaan omdat die  alleen maar daarvan afkomstig zijn.

Laten we in plaats van de zenuw-vezeltjes eens de adervezeltjes nemen en zeggen dat ze geen toon zouden hebben, dan ziet men, hoe ongerijmd datgene is dat daaruit volgt. Voor mij persoonlijk staat het vast, dat geen bloeds- en sappenomloop , wanneer dat niet het geval zou zijn, zou kunnen plaatsvinden, kortom, ik geloof, dat de mens dan niet zou kunnen leven. Wil  men dan ten slotte ontkennen,  dat de spiervezels een toon zouden hebben, hoe zou dan een enkele spier zijn werk kunnen doen?  Nee, dat zou dus niet kunnen. Wanneer ik dit alles bij mijzelf overweeg , dan moet ik bijna tot de gedachte komen dat alle veranderingen  en bewegingen in onze lichamen voortkomen uit de tonen van alle vezeltjes en ik kan niet ontkennen, dat ze al mijn bijval hebben gekregen.

Maar dat is nog niet alles, ik beeld me zelfs in, dat enerzijds de mens gezond is, wanneer alle vezeltjes  overeenkomstig hun dikte en lengte evenredige spanning bezitten en dat hun tonen zich verhouden als de consonanten in de muziek, en dat anderzijds de mens ziek is, wanneer wanneer ze zich als dissonanten verhouden. Dit zal  menigeen erg verbazingwekkend en ongerijmd voorkomen. Daarom ga ik me inspannen om te bewijzen dat ik het niet bij het verkeerde eind heb. 

Wanneer de gezonde en zieke toestand van de mens zich daaruit begrijpelijk laat maken, zal men mij moeten toegeven, dat ik de zaak zo afdoende heb bewezen, als die het toelaat en vereist. Wanneer men wil aannemen dat het met alle vezeltjes zo  gesteld is  , dat zich namelijk hun tonen als consonanten verhouden, dan zullen alle veranderingen en bewegingen van het menselijke lichaam  noch te sterk, noch te zwak, noch te heftig, noch te mat zijn, maar in de beste ordening en proportie plaats vinden.  Nu zou ik graag willen weten, of dat alles ergens anders plaats vindt dan in de gezonde toestand van de mens. Is men dan niet gezond, zolang de bloedomloop en die van de sappen ordelijk plaatsvindt ? Ik geloof niet dat daaraan getwijfeld zou kunnen worden. Alleen dat zou men kunnen tegenwerpen, of ook alle bewegingen zo ordelijk  zouden moeten zijn, wanneer zich de tonen van de vezeltjes als consonanten zouden verhouden.Maar waarom niet? De verhouding tussen de consonanten verschilt hemelsbreed  van de verhouding tussen de dissonanten. De eerste laat zich met kleine getallen uitdrukken, de  laatste niet, de eerste is veel volkomener, mooier en ordelijker dan deze en men kan zeggen dat bij de laatste heel veel verwarring en wanorde heerst. Zou dat niet het geval zijn dan zou ik niet weten  waarom ons de dissonanten niet even goed zouden bevallen als de consonanten.

Gaat men uit van een bepaald soort vezeltjes en niet van allemaal tegelijk en geeft men die de eigenschappen waarover ik gesproken heb, dan worden daardoor de veranderingen preciezer bepaald die van deze soort van vezeltjes afkomstig zijn.

Ik ga ervan uit, dat de zenuwvezeltjes ten aanzien van hun dikte en lengte een dergelijke spanning hebben, dat hun tonen zich als consonanten verhouden. Dan zal noch uit de beroering van de uiterlijke lichaampjes noch van de zich in ons bevindende lichaampjes , wanneer ze niet al te heftig is,  een onaangename gewaarwording ontstaan, in één woord, men zal monter, tevreden en opgeruimd zijn. En dat zien we ook bij volkomen  gezonde mensen. Het is gemakkelijk in te zien, dat juist het tegendeel plaatsvindt, niet alleen in dit opzicht maar ook in alle andere, wanneer de spanning van deze vezeltjes die afgestemd was op hun dikte en lengte, zou worden opgeheven, dat hun tonen zich niet meer onderling verhouden als consonanten, maar als dissonanten.

Bij elke ziekte zijn de vezeltjes of wel krampachtig samengetrokken of te slap of sommige hebben tijdelijk een kramp en andere bevinden zich in een slappe toestand. Niemand zal  beweren dat hun tonen zich dan als consonanten verhouden. Omdat uit veel consonanten samen een harmonie, en uit veel bijeengeplaatste dissonanten, een disharmonie ontstaat, moeten de tonen van de vezeltjes, wanneer ze zich verhouden als consonanten, een harmonie voorbrengen, en een disharmonie, wanneer ze zich als dissonanten verhouden. Op die manier bestaat de gezondheid in een harmonie van de vezeltjes en de ziekte in een disharmonie. Is dat niet aardig?  Ik heb het nooit willen geloven, dat de verrichting van de arts alleen maar daarin bestond,    dat hij ofwel de vezeltjes in een toestand van harmonie zou houden, of ze, wanneer ze in een disharmonie waren geraakt,  zo zou stemmen, dat hun vorige harmonie weer tot stand kwam en nu zie ik wel dat daar ernstige zaken uit kunnen voortkomen. 

Het  is vervelend , dat het niet altijd naar wens verloopt. Velen stemmen en knutselen zo lang aan het menselijk lichaam dat ze het uiteindelijk helemaal beschadigen. Dat komt daardoor, dat zij de kunst niet goed onder de knie hebben of de vereiste behoedzaamheid achterwege laten, maar alles willen forceren.

Wanneer iemand mijn verklaring van gezondheid en ziekte niet wil laten gelden omdat ze hem enigszins vreemd en wonderlijk in de oren klinkt, dan mag hij te rade gaan bij de heren medici. Deze zullen hem niet alleen leren dat de gezondheid bestaat in een overeenstemming van de krachten in het menselijk lichaam en dat ziekte bestaat in een gebrek daaraan, maar ook hem ervan overuigen, dat hun verklaring in hoge mate overeenkomt met de mijne. Overigens is het gemakkelijk te begrijpen dat de harmonie van de vezeltjes graduele verschillen kent. Bij de één kan ze groter zijn dan bij de ander. 

Men weet, dat een harmonie een harmonie blijft ook al bevinden zich er dissonanten in. Alleen moeten de consonanten de overhand hebben en de dissonanten op de goede plek staan. Zo is het ook met het menselijk lichaam. Hoe groter de harmonie van de vezeltjes is, des te gezonder is hij, en hoe kleiner de harmonie is, des te minder is hij gezond. Men kan dus de grootte van de gezondheid opmaken uit de grootte van de harmonie van de vezeltjes, en de grootte van de ziekte  uit de grootte van het gebrek daaraan. Omdat de harmonie een volkomenheid is en de disharmonie een onvolkomenheid, zal gezondheid een volkomen, ziekte een onvolkomen toestand zijn. Omdat verder uit de kennismaking met de volkomenheid een genoegen ontstaat en uit het aanschouwen van onvolkomenheid een misnoegen, is duidelijk  waarom de gezondheid een genoegen en ziekte misnoegen en onlustgevoelens veroorzaakt. Men mag zich niet inbeelden dat gezondheid voor de volle 100 % bij een mens kan worden aangetroffen. Nee, dat is een gedachte van diegenen die van de volkomenheid van het menselijk lichaam geen goed begrip hebben. Wie die volkomen gezondheid wenst, begeert iets, dat onmogelijk is en overeenkomstig de wetmatigheden in de natuur niet kan voorkomen.  Men heeft alle reden zich erover te verbazen, dat ons lichaam in de omstandigheden waarin het zich bevindt, nog zo gezond is, wanneer men bedenkt, dat de zich buiten hem bevindende lichamen erop inwerken en hoeveel ongeordende bewegingen niet door datgene wat we tot ons nemen en door andere toevallige elementen worden veroorzaakt.

Ik heb dit alles om geen andere reden hier weergegeven dan om de welwillende lezer ervan te doordringen, dat de verbinding van de muziek met de geneeskunde  een even aangename als nuttige zaak is, en ik zal me gelukkig prijzen, wanneer ik mijn doel zal bereiken. Men vindt er heel veel in dat tegelijkertijd vermakelijk is en tot nadenken aanzet. De betekenissen van die woorden en uitdrukkingen die de heren medici  aan de muziek hebben ontleend, worden nauwkeuriger omschreven, de duistere en verwarde begrippen worden verduidelijkt en dat alles is op dit terrein niet alleen nuttig, maar ook noodzakelijk.

Met ziet verder, hoe de opvattingen die de mathematici en musicologen over de tonen van de snaren hebben geformuleerd, ook op het menselijke lichaam kunnen worden toegepast en hoe zijn natuur, ik bedoel de bewegende kracht, al haar veranderingen volgens bepaalde wetten laat plaatsvinden.

Ook de geleerdste medici hebben zich de moeite genomen de muziek met de medische wetenschap in verband te brengen en met name de professoren Krüger en Leidenfrost verdienen hiervoor lof. De eerste  heeft ons hiervan in het tweede deel van zijn Natuurleer, de ander in zijn Disputatie over de bewegingen van het menselijk lichaam  die in harmonische verhouding plaatsvinden, een zeer geleerde proeve gegeven en het eervolle voorbeeld van deze beroemde mannen heeft op mij een zo positieve indruk gemaakt ,dat ik een groot verlangen koesterde beide voorgangers na te volgen.

Daarom waag ik het erop om me met deze bladzijden door mijn begeerte te laten leiden. Ik heb me daarin hoofdzakelijk voorgenomen de effecten te verklaren die muziek in het menselijk lichaam qua gezondheid en ziekte kan veroorzaken , in de mening, dat ook dit moet gebeuren wanneer men de muziek met de medische wetenschap wil verbinden.

Ik verbeeld me niet, dat dit essay zo goed gelukt is dat ze foutloos en boven alle kritiek verheven is.  Nee, zoveel ijdelheid bezit ik niet, dat die gedachte bij mij zou opkomen. Zolang ik een mens ben, zolang loop ik  het risico  fouten te maken. Ondertussen heb ik mijn best gedaan niets zonder argumenten te beweren en wanneer mijn lezers bereid zijn de zwakke plekken in dit stuk voor lief te nemen, heb ik enige reden te hopen, dat ze het resultaat van mijn werk willen accepteren  en gunstig zullen beoordelen en dat is het voornaamste wat ik hen zou willen vragen.

§. 1. De beweging van de lucht bij geluid

Nooit kan geluid zonder lucht ontstaan. Zo zeker als dit is, zo noodzakelijk is het ook, dat ze telkens in beweging wordt gebracht wanneer een geluid wordt voortgebracht. Wil men nu weten wat voor luchtbeweging er bij een klank nodig is, dan hoeft men slechts aan één bepaald geval, dat een geluid in de lucht ontstaat, aandacht te schenken en daarbij opmerken wat er gebeurt.

Een zweep veroorzaakt een geluid  wanneer die krachtig en snel in de vrije lucht wordt bewogen. Wat gebeurt er dan?  Ze slingert zich op die manier, alsof ze een knoop wil maken. Ze drukt dus de luchtdeeltjes waarop ze tijdens de beweging stuit, sterker samen dan ze anders samengedrukt zijn, wanneer deze beweging niet plaatsvindt en dit samendrukken eindigt zodra de beweging van de zweep ophoudt. De luchtdeeltjes die samengedrukt zijn, zetten in een veel grotere ruimte uit dan die welke ze eerst hadden ingenomen en doordat dat gebeurt, moeten ze wel de naburige lucht deeltjes samendrukken, die hierna door hun uitzetting evenzo op de volgende uitwerken.

Zo bestaat de luchtbeweging bij geluid in een afwisseling van samendrukking en uitzetting van de luchtdeeltjes en juist dat maakt de trillende  beweging uit. Wanneer we het geluid willen horen, dan moet de trillende luchtbeweging een bepaalde sterktegraad hebben, die ertoe leidt dat ze in ons oor kan binnendringen en daar een merkbare verandering tot stand kan brengen.

 

§. 2. Het lichaam dat een geluid moet geven , moet trillen.

Wanneer een lichaam een geluid moet voortbrengen, moet het de lucht in een trillende beweging brengen. Daarvoor moet het zelf in een trillende beweging zijn gebracht. Wanneer men een kolentang boven op de plek waar ze gekromd is met de vinger vasthoudt en de andere hand de armen samendrukt, zodanig, dat men daar direct mee ophoudt, raakt ze in ene trillende beweging, maar geeft geen geluid.

De trillende beweging van een geheel lichaam is niet in staat in de lucht een geluid voort te brengen dat we kunnen horen, maar er moet nog iets bijkomen. Wanneer men met een sleutel tegen de kolentang slaat, ontstaat een geluid. Wat heeft deze slag anders veroorzaakt dan  dat hij de beweging zo vergroot heeft dat de kleinste deeltjes daardoor in een trillende beweging worden gebracht?  Dientengevolge komt het geluid niet zozeer voort uit de trillende beweging van het gehele lichaam, maar eerder door het trillen van de kleinste deeltjes ervan.

Dit kan ook op een andere manier worden bewezen. Wanneer men een snaar die op een monochord is gespannen aanstoot, verandert zij daardoor van vorm. Ze springt niet alleen in haar vroegere gedaante terug, maar slaat ook door naar de andere kant en wordt nu eens langer, dan weer korter. Men kan met goede grond aannemen dat de snaar twee soorten beweging heeft. De ene is het op- en neerbewegen, de andere de  verwijdering en toenadering van haar deeltjes. Beide bewegingen zijn noodzakelijkerwijs met elkaar verbonden.  De snaar kan haar vorm niet veranderen, wat gebeurt wanneer ze van de ene kant naar de andere doorslaat, zonder dat tegelijk haar deeltjes een andere positie krijgen en nu eens elkaar naderen, dan weer zich van elkaar verwijderen. Dit staat vast, maar geen van beide bewegingen is in staat een geluid te veroorzaken.

Wanneer men een zachte doek tegen de snaar houdt, gaat alle klank verloren, hoewel de beide bewegingen voortduren.

Wanneer men er een hard lichaam tegen houdt, dan neemt  haar beweging weliswaar wat af, maar er ontstaat een geluid dat er eerst niet was.

Dat ligt ongetwijfeld daaraan dat de aanraking van het lichaam de kleinste deeltjes in een trillende beweging heeft gebracht. Want ik zou niet weten wat hij anders zou hebben gedaan. Ondertussen moet men niet denken dat bij onveranderde trilling van de kleinste deeltjes het gehele lichaam zich met een zelfbepaalde mate van snelheid zou kunnen bewegen. Nee, natuuronderzoekers hebben uitgemaakt, dat deze beide bewegingen telkens met elkaar in overeenstemming zijn, zodat de kleinste deeltjes sneller trillen wanneer het gehele lichaam zijn trillende beweging met grotere snelheid verricht.

§. 3. Wat een sterker en zwakker geluid is en wat een hogere en lagere toon.

De lucht wordt in een trillende beweging gebracht, wanneer een geluid ontstaat. Nu kan er veel lucht worden bewogen en in de gehoorgang gebracht worden, of weinig.  Wanneer veel luchtdeeltjes trillen en in het oor komen, is het geluid sterk, wanneer zich minder luchtdeeltjes bewegen, is het geluid zwak. Verder kan men letten op de snelheid waarmee de luchtdeeltjes trillen en wanneer men met deze bedoeling de ene klank met de andere vergelijkt, noemt men die een toon.

 Een snaar geeft een hogere toon wanneer ze sterker gepannen wordt en het aantal van de trillende bewegingen is telkens proportioneel aan de kwadraatwortel van de kracht waarmee ze gespannen wordt. Wanneer twee snaren dezelfde lengte en dikte hebben, en de ene wordt viermaal sterker gespannen dan de andere dan verhoudt zich de snelheid van haar trillende bewegingen zich tot de snelheid waarmee de andere snaar trilt, als 2 : 1 en geeft een toon  die een oktaaf hoger ligt. Deze snelheid van trillingen moet aan de lucht worden meegedeeld.Daarom is een toon hoog, wanneer de luchtdeeltjes snel trillen en laag wanneer het trillen langzaam plaatsvindt.Omdat de gewaarwordingen onder de voorwaarde, dat de zenuwen één spanning hebben, zich als het kwadraat van de snelheden verhouden, wanneer de massa’s  van de werkende lichamen even groot zijn, en de kwadraatwortel telkens groter is wanneer het kwadraat groter is, dan moet een hoge toon een sterkere indruk maken op het gehoor dan een lage toon van hetzelfde instrument waarbij  bij de ene evenveel lucht wordt bewogen als bij de andere , dat wil zeggen, wanneer beide even sterk zijn. De ervaring leert dit in het bijzonder bij blaasinstrumenten.

§. 4. De verhouding van de tonen

Natuurkundigen hebben bewezen, dat de snelheid van de trillingen in twee snaren, die een gelijke dikte en spanning hebben, zich omgekeerd verhoudt tot de lengte van de snaren. Een korte snaar moet dus sneller trillen dan een lange. Is de ene snaar half zo lang als een andere, dan trilt ze eens zo snel en laat een toon horen die een oktaaf hoger is dan degene die door een eens zo lange snaar wordt voortgebracht.Zo kan men uit de lengte van de snaren de snelheid van de trillingen en dus ook de verhouding van de tonen afleiden. Men heeft daarebij de volgende  verhoudingen gevonden:

Wanneer een snaar zich
tot de andere verhoudt als

 

 

       Dan ontstaat

              1 

  :

1

 

   

prime

 

2

:

1

   

Octaaf

 

3

:

2

   

Kwint

 

4

:

3

   

Kwart

 

5

:

4

   

Grote terts

 

6

:

5

   

kleine terts

 

5

:

3

   

grote sext

 

8

:

5

   

kleine sext

 

15

:

8

   

grote septime

 

9

:

5

   

kleine septime

 

64

:

45

   

valse kwint

 

9

:

8

   

Grote secunde

 

10

:

9

   

kleine secunde

 

 

           

Hieruit wordt duidelijk, dat iedere toon zijn aparte verhouding heeft en dat men deze moet  kennen, wanneer men ze nader wil benoemen, want juist daardoor onderscheidt hij zich van een andere toon. Wat is de eenstemmige klank (unisonus, de prime) anders dan een overeenstemming van tonen die zich tot elkaar verhouden als 1: 1? Een toon verhoudt zich tot zijn oktaaf als 1 : 2.  Zo is het oktaaf een overeenstemming van twee tonen de zich tot elkaar verhouden als 2 : 1. Zo kan men verder zeggen, dat de kwint een overeenstemming van twee tonen is die zich tot elkaar verhouden als 3 : 2 etc.

§. 5. Over Consonanten en Dissonanten.

Uit ervaring is bekend,dat sommige tonen een aangename klank teweeg brengen wanneer ze gelijktijdig worden gehoord, en andere  een onaangename klank. De eerste noemt men consonanten, de andere dissonanten. De consonanten worden ingedeeld in volkomen  consonanten en onvolkomen consonanten.

De volkomen consonanten zijn die, welke een zodanige eigenschap hebben, dat ze geen oplossing nodig hebben en het gehoor alleen maar plezier geven.

De onvolkomen  consonanten zijn die welke door hun speciale eigenschappen een oplossing nodig hebben en het gehoor niet helemaal bevredigen. Nu zijn de tonen van de harmonische drieklank (triadis harmoniae) als oktaaf, kwint en terts van dien aard, dat ze geen oplossing nodig hebben en het gehoor volkomen bevredigen. Daarom zijn oktaaf, kwint en terts volkomen consonanten. De onvolkomen consonanten zijn kwart en sext. De specialist op dit gebied, Magister Mitzler, heeft in zijn disputatie, waarin hij bewijst dat muziek een wetenschap is, deze zaken uitgebreider behandeld en tegelijkertijd de tegenwerpingen die gedaan zijn, beantwoord.

Het gehoor beleeft zo veel plezier aan de harmonische drieklank dat hij in de muziek zo vaak wordt toegepast als mogelijk is zonder andere regels te overtreden. De dissonanten die ertussen worden gezet , hebben geen ander doel dan de akkoorden voortdurend te variëren. 

Men heeft het bij het verkeerde eind,wanneer men meent, dat een verbinding van tonen die een samenklank moeten vormen uit louter consonanten zou moeten bestaan. Nee, dat is helemaal niet nodig. Een goed geplaatste dissonant maakt de samenklank nog veel aangenamer en opmerkelijker en ik ben geneigd te geloven, dat dit juist daarom gebeurt, omdat door de dissonant de opmerkzaamheid van de geest die voorheen alleen maar genoten heeft van consonanten, wakker wordt  geschud en zich hierna het genoegen nog intenser en concreter voorstelt, dat de consonant opwekt waarop het uitloopt. Zou dit niet het geval zijn, hoe zou men dan één van de voornaamste muziekregels kunnen rechtvaardigen die vereist dat twee oktaven en twee kwinten niet op elkaar mogen volgen?  De aangename gewaarwording die een oktaaf of kwint veroorzaakt heeft, moet iets van haar zuiverheid en levendigheid verliezen, wanneer die wordt herhaald. Een nieuw element heeft altijd meer levendigheid dan een ander dat eraan gelijk is en een element dat voortduurt en daarmee haar nieuwheid verliest, verliest ook aan levendigheid.

§. 6. Over de verhoudingen van de consonanten en het kleurenklavecimbel.

Bij het unisono (de prime) is de verhouding 1 : 1, bij het oktaaf 2 : 1, bij de kwint 3 : 2 etc. Men ziet dus dat de consonanten zich door kleine getallen laten uitdrukken.

Bij dissonanten als de septime en de valse kwint gaat het om heel andere verhoudingen. Bij de eerste is de verhouding 15 : 8 en bij de laatste echter 64 : 45. Ik stel me zo voor dat consonanten daarom bevallen, omdat de geest hun verhoudingen gemakkelijk kan overzien en daarom hun volkomenheid levendiger  kan voorstellen waarbij de geest noodzakelijkerwijs plezier moet ervaren.

Bij dissonanten kan dat niet. Hun verhoudingen zijn van dien aard, dat ze de geest meer moeite verschaffen wanneer die zich de dissonanten wil voorstellen. Ze brengen hem in verwarring, wat noodzakelijkerwijs tot misnoegen leidt.

Dit is overigens een gedachte waarvoor ik mijn hand niet in het vuur wil steken. Toch leert de ervaring dat die verhoudingen die de consonanten hebben en het gehoor een plezier doen, ook een prettig effect hebben op het zien. De schoonheid van het menselijke lichaam berust voornamelijk op de verhouding van de delen en men  treft bij een persoon met een goede lichaamsbouw delen aan die juist die verhouding hebben als de consonanten in de muziek. Men zegt, dat een huis niet mooi is, wanneer het niet naar de regels van de symmetrie is gebouwd. Wat vereisen die regels echter anders dan dat de uitwendige delen van een huis juist die verhouding moeten hebben die we ook aantreffen bij de consonanten?

Het gezicht richt zich bij de beoordeling van schoonheid naar diezelfde wetten die het gehoor in acht neemt en het is heel waarschijnlijk dat dat voor de overige zintuigen op dezelfde manier geldt.

Ik blijf hierbij nu niet langer stilstaan, maar wil alleen het volgende opmerken dat zich hieruit laat afleiden.  Ik heb gezegd, dat het gezicht èn het gehoor zich bij de beoordeling van schoonheid  door één wet laten leiden. Nu is bekend dat een bepaalde menging van de zeven kleuren voor het oog veel aangenamer is dan een andere. Het staat verder vast, dat de zeven kleuren van het zonlicht verschillen qua effect. Zouden dus niet de lichtstralen van een aangename gecombineerde kleur niet volgens diezelfde verhouding op het oog inwerken, die de consonanten onderling hebben? Zou het dan niet mogelijk zijn een machine uit te vinden waarmee men door de vermenging van de zeven kleuren het oog op eenzelfde manier als het gehoor door de vermenging en afwisseling van de zeven tonen in de muziek een genoegen kan doen? Kortom, zou men niet een kleurenklavecimbel kunnen vervaardigen? Ongetwijfeld kan dat.  De voortreffelijke professor Krüger heeft hierover een zeer geleerd essay geschreven dat te vinden is in de Miscellanea Berolinensia van 1743. Er staat een werkhandleiding voor de vervaardiging ervan bij.

§. 7. Over de structuur van het oor

Dat men zonder oren niets kan horen, hoef ik niet te bewijzen. Ik kan er dus niet omheen de structuur van het oor en de verandering die daarin plaats vindt, wanneer we een geluid horen, te onderzoeken. Het uitwendige oor bestaat uit een structuur van bindweefsel   die met huid is overtrokken en rondom de gehoorgang loopt. Enige delen ervan maken verschillende buigingen en krommingen. Al die dingen zijn onmiskenbaar zo gemaakt, dat een geluid of toon, waar hij ook vandaan komt,  in  de gehoorgang wordt gebracht. Deze heeft de gedaante van een cylindrische ellips. Één deel gaat een beetje de hoogte in, het volgende gaat naar beneden, daarna komt het weer naar boven en eindigt op het trommelvlies, het tympanum, dat schuin geplaatst is, zodat ze met het bovenste deel van de gehoorgang een stompe hoek maakt, met het onderste deel echter een scherpe hoek. Wanneer dus de trillingen  van het geluid in de gehoorgang worden ingebracht, vallen ze onmiddellijk op het brandpunt van dit elliptische vlak en moeten daarvandaan in het andere brandpunt worden gebracht. Het is daarmee zo gesteld als in de praatgrotten. Wanneer daarin iemand in het ene brandpunt stapt en zachtjes tegen de muur praat, dan zal de ander die in het andere brandpunt staat, alles verstaan, terwijl de anderen die ernaast staan er niets van kunnen verstaan.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Trommelvlies

Over het trommelvlies is een zenuw gespannen die chorda tympani heet en naar de spieren loopt die aan de gehoorbeentjes bevestigd zijn en het trommelvlies in verschillende gradaties kunnen aanspannen en verslappen. De gehoorbeentjes (ossicula auditus) zijn hamer (malleus),  aambeeld (incus), stijgbeugel ( stapes) en het ronde beentje (ossiculum orbiculare). Deze zijn allemaal met elkaar verbonden. De hamer is aan het trommelvlies bevestigd en de stijgbeugel staat op het ovale venster (fenestra ovalis) dat naar de ingang (vestibulum)loopt. Dit alles bevindt zich in de holte van het trommelvlies (cavitas tympani), en  en in een opening van het slakkenhuis (cochlea) en is met een zachte huid afgesloten. Daarbuiten is nog het ronde venster (fenestra rotunda). Dit ligt precies tegenover het middelpunt van het trommelvlies. Het slakkenhuis  zelf met de drie halvecirkelronde kanalen (canales semicirculares) ligt in het meest inwendige deel van het oor dat labyrint wordt genoemd.

 

§. 8. Hoe het horen plaats vindt.

http://biodesk.nl/zintuigen/oor-animatie.php

 

Wanneer een snaar een bepaalde toon laat horen, zal  de lucht die in een trillende beweging is gezet tegen het trommelvlies aanstoten en in de snaar daar van (chorda tympani) een bepaalde gewaarwording veroorzaken. Omdat op iedere gewaarwording een beweging volgt die ermee in overeenstemming is, trekken zich tegelijkertijd de spieren aan de hamer samen en spannen het trommelvlies in ontelbaar vele en oneindig kleine gradaties, totdat het een zodanige graad van spanning krijgt,dat het met juist die snelheid trilt als de aangestoten lucht.  Dit moet wel met een ongekende snelheid gebeuren. Deze trillende beweging wordt aan de gehoorbeentjes meegedeeld die met juist die snelheid beginnen te trillen waarmee het trommelvlies  trilt en de stijgbeugel zet die trilling voort door het ovaalronde venster tot in de ingang (vestibulum), waar de halvecirkelronde kanalen en de daarin aanwezige zenuwen even snel beginnen te trillen. Juist deze trillende beweging van de lucht in de holte van het trommelvlies (cavitas tympani) stoot gelijktijdig tegen het ronde venster dat juist tegenover het middelpunt van het trommelvlies ligt.  Daardoor wordt de zich in het slakkenhuis bevindende lucht juist in die beweging gezet die daarna aan de zenuwvezeltjes wordt meegedeeld en met juist die snelheid kan trillen, en wanneer dit trilt, horen we de toon. Omdat echter de kracht van de lucht in het slakkenhuis  die door het ronde venster de trillende beweging heeft ontvangen, zeer gering is, zou ze niet zo gemakkelijk de zenuw  in beweging kunnen zetten, wanneer niet tegelijkertijd de lucht die door het ovaalronde venster in de ingang en de halvecirkelronde kanalen in een trillende beweging is gezet, tegen het slakkenhuis  aanstoot en voornamelijk zijn scheidingswand, waaronder ik de lamina spiralis versta, doet trillen, die hierna deze beweging des te sneller aan het de gehoorzenuw kan mededelen. Dit kan veel gemakkelijker gebeuren omdat de halvecirkelronde kanalen van het slakkenhuis juist tegenover liggen. Dat maakt dat de lucht zich daar tegen aan moet bewegen.

§. 9. Hoe het mogelijk is, dat men veel tonen kan onderscheiden.

Wanneer het trommelvlies voortdurend één spanning zou hebben, dan zouden slechts zeer weinig tonen in staat zijn het in een trillende beweging te brengen en door ons waargenomen kunnen worden. Omdat dit in tegenspraak is met de ervaring, moet het trommelvlies bij iedere toon apart in die mate worden gespannen, die daarmee harmonisch is. Daarom heeft de hamer bepaalde spieren gekregen die hem sturen en daardoor het trommelvlies zo spannen en ontspannen, zoals iedere toon dat vereist. Maar dit alles is nog niet voldoende. Wanneer het slakkenhuis  niet een bijzondere structuur zou hebben, dan zouden we de verscheidenheid aan tonen niet kunnen opmerken. Ze heeft de gestalte van een kegel. Haar zenuwvezeltjes waarmee zij is voorzien zijn van zeer uiteenlopende lengte en haar dikte en spanning zijn zonder twijfel dezelfde. Omdat de snelheden van de trillingen in de snaren die één dikte en spanning hebben, zich omgekeerd verhouden tot hun lengte, zo zullen de  korte zenuwvezeltjes in het slakkenhuis sneller trillen dan de langere en omdat de lucht bij een hoge toon sneller trilt dan bij een lage, zo zal een hoge toon de korte zenuwvezeltjes van het slakkenhuis , een lage toon echter de langere in een gelijke beweging brengen. Beschouwt men nu het ongemeen grote aantal van de zenuwvezeltjes in de slak, en bedenkt men verder dat hun lengte verschillend is en de één altijd langer is dan de andere, en bedenkt men tenslotte, dat elk ervan  met een aparte snelheid kan trillen, dat is, zijn eigen toon heeft, dan zal het niet moeilijk zijn om te  begrijpen, hoe we zo veel verschillende tonen kunnen horen en onderscheiden.

§. 10. De geest telt wanneer we muziek horen.

Wanneer een vaardig violist zo snel speelt, dat negen tonen in één seconde op elkaar volgen, dan kan men nog steeds elke toon van de andere onderscheiden. Nu verschilt de ene toon van de andere alleen maar door het aantal trillingen die in de lucht plaatsvinden. Daarom moet de geest zich in één seconde voorstellen hoe veel keer de lucht bij elk van deze negen tonen getrild heeft in een oneindig klein ogenblik. Zich voorstellen hoe veel keer een beweging plaats vindt, komt neer op het tellen van de bewegingen. Moet dus niet de geest in één seconde waarin ze de tonen onderscheidt, de trillende bewegingen bij de eerste, tweede, derde, vierde, vijfde etc. toon tellen?  Het aardige is echter, dat de geest telt en toch niet weet, dat ze telt.

De heer Von Leibnitz had dit niet beter kunnen formuleren,  dan toen hij de muziek een geheime uitoefening van de rekenkunst noemde, waarbij de geest zelf niet weet dat hij telt. (exercitium arithmeticae occultum nescientis se numerare animi. )

§. 11. Definitie en indeling van muziek

Bij elke muziek die men beluistert, zal men vinden dat de tonen met elkaar verbonden zijn. Ik maak daaruit op, dat muziek niets anders is dan  een  wetenschap om de tonen met elkaar te verbinden. Men hoeft zich er niet over te verwonderen, dat ik ze een wetenschap noem. Alle regels die men daarvan geeft , laten zich uit bepaalde principes afleiden die ofwel voortvloeien uit de natuur van de tonen ofwel  in de mathematica worden bewezen. Ja, wanneer men mij boos zou maken, zou ik haar zelfs een onderdeel van de mathematica noemen.

De Platonisten en Pythagoreeërs zijn zo verliefd op de muziek geworden, dat ze zelf niet wisten wat ze er van moesten denken. Ze geloofden,  dat het haar voortreffelijkheid in aanzienlijke mate  zou schaden, wanneer men haar de naam kunst of wetenschap zou geven. De eerste term , dachten ze, zou te negatief en te beperkt zijn, de andere zou toch ook niet voldoende zeggen, hoewel die term al veel mooier en ruimer was.  Men zou, zeiden ze, een veel vollediger begrip van de harmonie moeten hebben, die ongemerkt alle krachten van de geest in beweging zet en op het ogenblik dat ze de geest bevalt, alle andere gewaarwordingen verzwakt en onderdrukt. Maar ik wil me niet ophouden met de opsomming van opinies van die oude wereldwijze figuren.

Dit  wil ik nog wel opmerken, dat de muziek volgens de gegeven definitie in twee soorten kan worden ingedeeld. Ik heb gezegd, dat ze een wetenschap is die tonen met elkaar verbindt. Twee dingen zijn met elkaar verknoopt wanneer het ene  de basis van de werkelijkheid van het andere in zich heeft en wanneer in het ene de grond is aan te treffen waarom het bij het andere tegelijk is of erop volgt. In het eerste geval zijn ze  qua ruimte, in het andere qua tijd met elkaar verbonden.Wanneer dus bepaalde tonen tegelijk bij elkaar zijn en in de ene, die basis heet, de grond is aan te treffen waarom de overige  bij hem zijn, dan zijn de tonen qua ruimte verbonden. Deze soort van verbinding wordt een harmonie genoemd en de wetenschap een regelmatige harmonie te maken wordt de generale bas genoemd. De andere manier de tonen te verbinden heet de melodie. Dan volgen bepaalde tonen op elkaar en de grond waarom eerder deze toon dan een andere volgt, ligt in de voorafgaande.

§. 12. De muziek brengt in geest en lichaam veranderingen tot stand.

Ik heb vaak vocale en instrumentale muziek gehoord en bij de laatste opgemerkt dat de tonen zodanig met elkaar waren verbonden, dat ze datgene in de geest opriepen, wat de zangers al met woorden hadden uitgedrukt. Dat moet telkens in acht genomen worden, wanneer muziek de toehoorders moet ontroeren. Vandaag de dag zijn er nog dergelijke vaardige musici en componisten die alleen al door een kunstige vermenging van de tonen de hartstochten weten op te wekken.

Enige tijd geleden was er in Venetië een luitenist die door zijn muziek de toehoorders in elke stemming kon brengen die hij wilde.   De doge wilde  dat wel eens zelf ervaren. Daarvoor wekte deze knappe musicus eerst bij hem zo’n  verdriet op, dat hij helemaal melancholiek werd. Daarna bracht hij hem in een toestand van grote vreugde, en dat alles gebeurde met zoveel handigheid en effect, dat de doge helemaal van streek was en de muziek niet verder wilde horen. 

Wie wel eens een opera-uitvoering heeft bijgewoond, heeft misschien bij zichzelf bemerkt, hoe krachtig muziek op het gemoed kan werken.  Ze maakt, afhankelijk van haar  aard, de toehoorders nu eens treurig, dan weer vrolijk. Nu eens drijft ze hen tot extreme woede, dan weer weet ze hen tot medelijden te bewegen  zodat ze  hun tranen nauwelijks weten te bedwingen.

Ook in het lichaam vinden dan veel veranderingen plaats. Men voelt vaak een sterke huivering over de huid gaan wanneer men naar een muziekstuk luistert. De haren gaan recht overeind staan, het bloed beweegt van buiten naar binnen, de uitwendige delen beginnen koud te worden, het hart klopt sneller en men haalt wat langzamer en dieper adem. Al deze veranderingen worden sterker, zwakker en houden op of er komen andere  voor in de plaats, wanneer de muziek wordt veranderd. Het aardigste hierbij is, dat veel mensen die zich helemaal niet op de muziek hebben toegelegd, soms met hun hand, voet of hoofd de maat slaan en niet eens weten dat ze zoiets doen.

 

§. 13. Hoe de muziek affecten kan opwekken.

Wanneer men over dit alles zijn gedachten laat gaan, zal niemand eraan twijfelen dat muziek in staat is affecten op te wekken. Ik wil mijn best doen dit begrijpelijk te maken vanuit de eerder gegeven definitie van muziek.  Ik heb gezegd, dat ze een wetenschap is om de tonen met elkaar te verbinden. Wanneer tonen zo met elkaar worden verbonden, dat meer consonanten dan dissonanten bij elkaar staan, of op elkaar volgen, en dat de dissonanten heel goed zijn geplaatst, dan zullen in de geest heel veel aangename gewaarwordingen ontstaan. Wanneer er dan ook nog een groot aantal instrumenten bij komt, dan worden deze gewaarwordingen zeer levendig, en dat gebeurt nog meer wanneer ze sterker klinken.De aandacht vergroot ze ook nog in aanzienlijke mate wanneer ze daarop wordt gericht. Omdat ze niet werkt wanneer ze niet tegelijk veel kennis-krachten in beweging zet, gebeurt het erg gemakkelijk, dat de onderste kennis-krachten van de geest worden gestimuleerd en geprikkeld om deze aangename gewaarwordingen nog in hogere mate te verlevendigen.

De verbeelding brengt overeenkomstig de natuurwet  veel andere aangename gewaarwordingen tot stand die een gelijkenis hebben met de al aanwezige gewaarwordingen. 

De vooruitziende kracht van de geest stelt  het voorwerp van de toekomstige hartstocht  of de goede gevolgen daarvan voor ogen en in beide gevallen is de kracht van de verbeelding  werkzaam. De smaak en het vermogen de volkomen- en onvolkomenheden via de zintuigen te onderscheiden is hier het meest van belang. Het ontdekt in de aangename gewaarwordingen nog meer volkomen- en onvolkomenheden en vergroot zo het genoegen en misnoegen in aanzienlijke mate. Omdat op die manier de aangename gewaarwordingen ongewoon groot, levendig, en concreet kunnen worden, en omdat iedere voorstelling een begeerte opwekt,  kan ook een heftige verwarrende  begeerte - dat wil zeggen een aangename hartstocht - zelf ontstaan. Een componist die door de vermenging  van tonen zijn toehoorders wil ontroeren, moet de verhouding weten die ze onderling hebben. Hij moet de tonen zo verbinden, dat ze in een volkomen andere verhouding staan, wanneer hij een gevoel van verdriet wil opwekken, dan wanneer hij een aangenaam effect tot stand wil brengen. Wanneer de tonen zo verbonden zouden zijn, dat hun verhoudingen veel onaangename gevoelens  zouden uitdrukken, zo zal de geest daardoor op de vooraf bedachte manier in een onaangenaam affect worden gebracht.

§. 14. De verbeeldingskracht kan bij muziek alleen al een affect opwekken.

Ik heb voor de verklaring van het ontstaan van de hartstochten bij het beluisteren van muziek gebruik gemaakt van de theorie over de gemoedsbewegingen van  de hooggeleerde magister Meier.

Men moet niet denken, dat de geest in een bepaalde gemoedstoestand moet zijn om door muziek te worden ontroerd. Nee, dat is helemaal niet nodig. Men vertelt van [Gaius] Sempronius [Gracchus] dat hij in aangenaam gezelschap naar niet al te beste muziek luisterde en dat hem een wissel werd gebracht waardoor hij zijn schulden kon betalen. Ik sta ervoor in,  dat deze beste man heel opgeruimd en vrolijk zal zijn wanneer hij nogmaals zulke slechte muziek hoort.  Zijn verbeeldingskrecht brengt hem het vroegere genoegen voor ogen en roept daarbij een grote hoeveelheid voorstellingen op die daarmee verbonden zijn geweest. Hieruit laat zich begrijpen waarom heel wat mensen bij een bepaald soort muziek in een toestand van ongewone treurigheid of vreugde worden gebracht. Men kan zelfs zeggen, dat veel gemoedsbewegingen op deze manier door de muziek worden opgewekt.

Wie bij de dood van een naaste verwant of een goede vriend van wie hij bij zijn leven heel veel heeft gehouden, een treurig lied of sombere muziek heeft gehoord, zal op een ander moment, wanneer hij nog eens zulke muziek hoort, heel treurig en weemoedig worden en misschien veel tranen erbij vergieten, terwijl een ander die dit ongeluk niet heeft meegemaakt, er volkomen onbewogen bij is of er niet erg van onder de indruk is.

Dit zal men mij des te meer toegeven wanneer men de oorzaak onderzoekt van heimwee. Degenen die daar meestal veel last van hebben, zijn de Zwitsers, niet echter allemaal, maar alleen degenen  die soft zijn opgevoed en altijd bij hun lieve ouders thuis zijn blijven wonen en helemaal niet, of hoogst zelden, onder de mensen zijn gekomen.  Wanneer deze beste jongens hun vaderland met de rug moeten aankijken, kan men zich gemakkelijk voorstellen, hoe het hun moet vergaan, wanneer  ze met  andere, vreemde personen  moeten omgaan en hun manier van leven veranderen moeten. Het merkwaardigste is, dat bij hen de heimwee vooral wordt opgewekt door een bepaalds soort van zingen dat ze de koe-rij (Kühe-Reyhen) noemen en thuis heel vaak gehoord hebben.  Hun landgenoten die aan het leven in den vreemde gewend zijn, plegen dit lied aan te heffen, zonder twijfel om de nieuwelingen bespottelijk te maken. Dit is vooral in Frankrijk de gewoonte, omdat de oude Zwitsers die daar als soldaten dienen, de nieuw aangeworvenen van hun land met deze muziek plegen te verwelkomen. Daaruit is zoveel narigheid – in de vorm van heimwee – ontstaan, dat men deze gewoonte heeft moeten verbieden.

§. 15. Waarom muziek op verschillende personen verschillende uitwerkingen heeft.

Het is zeker, dat muziek het gemoed kan bewegen, maar nog helemaal niet zo duidelijk, waarom muziek bij verschillende personen heel verschillende effecten geeft. De één wordt door muziek ontroerd, de ander helemaal niet. De één luistert liever naar treurige dan naar vrolijke muziek en een ander beleeft meer plezier aan vrolijke muziek dan aan treurige. Hoe komt dat?

 Het heeft het meest te maken met verschil van smaak en van temperament en met andere omstandigheden. Wie geen smaak heeft voor muziek, kan er ook niet door worden ontroerd. Het kan zijn, dat zo iemand in zijn jeugd bij muziek slecht behandeld is of dat hem iets naars erbij gebeurd is, dat bij hem een sterk trauma heeft veroorzaakt dat hij daarna des te sterker ervaart wanneer hij muziek hoort. Wie een meer ontwikkelde smaak voor muziek heeft, ontdekt in de muziek niet alleen meer en grotere volkomenheden dan een ander die er minder smaak voor heeft, maar zijn voorstellingen zijn ook duidelijker en levendiger. Daarom wordt zo iemand veel intenser door goede muziek ontroerd en beleeft hij een affect dieper dan een ander. Men ziet iets dergelijks bij getrainde en vaardige musici. Deze beleven aan een mooi muziekstuk ongewoon veel plezier, terwijl een ander er vrij onverschillig bij blijft. Gesteld dat de smaak bij bepaalde personen verschillend is, dan kan de één in een muziekstuk veel volkomenheden aantreffen die een ander helemaal niet opmerkt of zelfs voor onvolkomenheden houdt.

Het is dus logisch dat muziek de één plezier doet, de ander niet. Twee musici van verschillende nationaliteiten, zoals een Fransman en een Italiaan zullen het bij het beoordelen van de schoonheid van een muziekstuk zeer zelden met elkaar eens zijn. Hoe komt dat anders dan door verschil van smaak?

§. 16. Aanvulling op het voorafgaande.

Ook het temperament moet hier in onze overwegingen worden betrokken.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Temperament

Een sanguinicus houdt van vrolijke muziek, en wordt daardoor in een aangename stemming gebrecht. De melancholicus wordt er echter niet door geraakt. Dat komt doordat de één meer aanleg heeft voor plezierige   hartstochten , de ander voor onplezierige. De leer van de temperamenten is zo ongegrond en onzeker niet als men meestal beweert. Bekwame natuurkundigen en medici hebben de meeste problemen erin  al opgelost en de theorie populairder gemaakt.  Ik kan er hier niet een uitvoerige bespreking aan wijden, maar herinner er terloops aan dat met ieder temperament een bijzondere inperking en een andere verhouding verbonden is, zowel van de cognitieve krachten van de geest als de krachten van begeerte en mijding. Er moet onder alle overige krachten één kracht van begeerte of mijding de sterkste zijn en omdat men deze de hoofdneiging noemt,  zal elk  temperament zijn specifieke hoofdneiging hebben.

Stel, dat door muziek een dergelijke gemoedsbeweging wordt opgewekt die de hoofdneiging vermeerdert en vergroot, hoe sterk en heftig zal die niet worden en hoe gemakkelijk  uitgroeien tot een extreme uitbarsting van woede? Wat nog meer is, de hoofdneiging bevordert alle hartstochten die met haar overeenstemmen en daarom ontstaan die niet alleen veel gemakkelijker en sneller, maar ook worden ze intenser en heftiger dan andere die er tegenover staan.  Wat kan dan gemakkelijker gebeuren, dan dat de inbeeldingen en voorgevoelens met de gewaarwordingen worden verwisseld en razernij en waanzin de kop opsteken?  In het dagboek van Hendrik III van Sancy heb ik gelezen, dat een beroemd musicus, Glaudin genaamd, een bepaald stuk in de phrygische toonaard (modus musicus) uitvoerde waardoor een jonge edelman in de grootste verwarring raakte. Hij greep zijn degen en schreeuwde,  dat hij met alle geweld om zich heen zou  gaan slaan. De koning schrok ervan, omdat hij niet wist waar dit vandaan kwam, tot uiteindelijk Glaudin tegen hem zei, dat zijn muziek er schuldig aan was. Om hem hiervan des te beter te kunnen overtuigen, speelde hij een ander stuk in de subphrygische toonaard dat zijn woede gaandeweg verminderde en zijn gemoed weer tot bedaren bracht.

Iets dergelijks moet ook  Ericus Bonus, koning van Denemarken, zijn overkomen.  Een beroemd musicus kwam bij hem die zich erop liet voorstaan de gemoederen van zijn toehoorders door zijn muziek zo te beïnvloeden,  dat ze helemaal buiten zichzelf zouden raken. Dat wilde de koning wel eens zien en liet met het oog hierop alle wapens verwijderen om ongelukken te voorkomen. De musicus begon met een ongewoon serieuze melodie en de toehoorders werden helemaal treurig. Dat duurde zolang, totdat hij verder ging met een vrolijker en plezieriger melodie die de ontstane treurigheid volledig onderdrukte en een groot genoegen veroorzaakte. Omdat deze laatste muziek werd voortgezet en steeds sterker werd gespeeld, veroorzaakte ze uiteindelijk zo’n verandering in de gemoederen, dat die meer leek op een razernij dan op alleen maar een verwarring. Zelfs de koning trapte de deur open, greep zijn degen en bracht vier van de omstanders om het leven. Ja, hij zou er nog meer hebben gedood wanneer hij niet met geweld tegengehouden was.

§. 17. De hartstochten hebben hun specifieke tonen waardoor ze zich manifesteren.

De hartstochten laten zich door allerlei signalen kennen en daarbij behoren ook de veranderingen van de stem. Wat die laatste signalen betreft heeft de hooggeleerde professor Gottsched die in zijn Critische Dichtkunst heel aardig beschreven en ik neem hier de vrijheid mij van zijn bevindingen te bedienen.

De veranderingen in de stem verschillen per soort van hartstocht. Verdriet manifesteert zich door huilen, vreugde door juichen en lachen. Wat echter is huilen anders dan een klaaglied, dat misnoegen uitdrukt, en wat is lachen en juichen anders  dan een soort van vrolijk zingen en een uitdrukking van het genoegen dat in de ziel heerst? Zuchten, steunen, klagen, schelden , bewonderen etc., al deze dingen gebeuren met een aparte verandering in de stem. De stem kan echter niet veranderen wanneer niet tegelijkertijd de tonen worden afgewisseld. Men kan dus zeggen, dat de hartstochten bepaalde tonen hebben waardoor ze zich manifesteren.

§. 18. Sommige tonen veroorzaken gemakkelijker een affect dan andere.

Omdat nu een paar tonen deze of gene gemoedsbeweging uitdrukken, zullen sommige tonen meer in staat zijn een bepaalde hartstocht op te wekken dan andere. Componisten weten het best, welke tonen ze moeten combineren en hoe ze dat moeten doen, wanneer ze een hartstocht willen opwekken. Ik begeef me niet verder op dit terrein omdat ik niet kan componeren. Het is me voldoende, dat ik weet, dat dit zo wel moet zijn.  De ervaring kan dit alles ook ondersteunen. Zachte tonen klinken bedeesd en treurig, de harde monter, scherp en blij. De eerste kunnen gemakkelijker verdriet, deemoedigheid, liefde en tederheid opwekken, de andere zijn meer in staat vreugde tot uitdrukking te brengen. De kleine terts maakt verdrietig, de grote terts maakt vrolijk. Een toonladder op zich is al een passend middel om een specifieke hartstocht op te wekken. Gottsched schrijft in zijn Critische Dichtkunst dat de snelle afwisseling van goed overeenstemmende scherpe tonen vrolijk klinkt, de langzame verandering van langgerekte en onzuivere tonen verdrietig. Men hoort, zo zegt hij , bij een  muziekinstrument al of het monter of klagelijk, opstandig of teder, razend of slaperig moet klinken en echte virtuozen weten hoe ze hun toehoorders door de kunstige combinatie  van tonen tot alle mogelijke hartstochten kunnen dwingen.

§. 19. De inrichting van de melodie naar de tekst en de gezangen.

Een dichter wil zijn lezers en luisteraars niet alleen op een vermakelijke manier overreden,maar ook hun gemoederen in beweging zetten. Het is hem er vooral om te doen, nu eens deze, dan weer die hartstocht op te wekken, afhankelijk van zijn bedoeling. Ook een componist beijvert zich zijn toehoorders een plezier te doen en hun gemoederen te bewegen.

Wie twijfelt er nog aan, dat muziek en dichtkunst  hetzelfde doel hebben? Wanneer een dichter door woorden een affect heeft uitgedrukt, moet een componist de tonen op die manier combineren  dat zulke verhoudingen tot stand komen die dat kunnen uitdrukken. Een treurige ode en een vrolijke melodie passen nooit samen.  De melodie moet overeenkomstig de tekst worden ingericht.

We zien dit bij de kerkliederen. Sommige veroorzaken verdriet, andere vreugde. Sommige geven moed, andere bewegen tot medelijden en weer andere vergroten de eerbied. Ik zou veel liederen als voorbeeld kunnen aanvoeren, maar ik vind dat eigenlijk niet nodig omdat ieder zelf wel voorbeelden kan bedenken. Bij al deze liederen kan men constateren dat de melodie heel goed is afgestemd op de tekst. De tekst drukt een bepaalde emotie uit en de melodie doet hetzelfde door de verbinding van tonen. Ze verenigen hun krachten en het is dus geen wonder dat ze in de gemoederen van de mensen een levendige indruk maken en verschillende emoties opwekken. Een goede liedtekst verschaft lezer en toehoorder genoegen, maar niet in die mate als wanneer hij van een passende melodie is voorzien. Componisten met talent slagen er ook heel goed in met  instrumentale muziek  door kunstigecombinatie van tonen emoties uit te drukken als verdriet, liefde, vreugde, hoop, smart, etc. Volgens mij hebben velen van hen bij zichzelf waargenomen, wat Mattheson

http://nl.wikipedia.org/wiki/Johann_Mattheson

in zijn Kern melodischer Wissenschaft over zichzelf heeft geschreven : “wanneer ik het eerste deel van een goede ouverture hoor, ervaar ik een heel bijzondere verheffing van het gemoed; bij het tweede deel breiden de geesten zich in alle wellust uit en wanneer een ernstig slot volgt, trekken ze zich weer terug op hun gebruikelijke rustige plaats. Dat is volgens mij een aangename afwisselende beweging die een redenaar nauwelijks beter tot stand kan brengen.  Wanneer ik in de kerk naar een plechtige symfonie luister, overvalt me een eerbiedige huivering. Geeft een groot orkest een concerto ten beste, dan word ik door verwondering bevangen. Begint het orgel te bruisen en te donderen, dan ontstaat er in mij een goddelijke vrees. Sluit alles af met een vrolijk Hallelujah, dan springt mij hart op van vreugde. Ook al ken ik noch de betekenis van dit woord, en ook al kan ik andere woorden vanwege de grote afstand niet verstaan, toch raak ik onder de indruk. Dat zou ook het geval geweest zijn, wanneer er geen sprake was geweest van woorden en er alleen instrumenten en stemmen hadden geklonken”.

§. 20. Kan muziek de gezondheid bevorderen en ziekten veroorzaken?

Ik kom nu bij een beschouwing die één van de belangrijkste van dit boekje is, maar waarvan ik niet kan weten of ze op enige bijval kan rekenen.  Ik heb eerder alle reden aan te nemen,  dat vele mensen hem ronduit belachelijk en ongerijmd zullen vinden, alleen al daarom, omdat ze moet aantonen, dat muziek ziekten kan veroorzaken en de gezondheid kan bevorderen. Wanneer dat waar zou zijn, zo zal men zeggen, dan zouden de heren medici genoodzaakt zijn muziek te gaan leren,  wanneer ze hun patiënten zouden willen behandelen, en dat zou inderdaad iets ongehoords zijn. Het is nu eenmaal vast onderdeel van hun  vak, dat men patiënten druppels en pillen geeft. Stel je voor,  dat men dat ook gaat veranderen en dat men voor de zieken in plaats van pillen en druppels te geven een bepaald muziekstuk laat voorspelen. Werkelijk, dat zou er heel aardig uitzien, wanneer de dokter voor het bed van de patiënt zou moeten musiceren. Zo zou ongeveer het oordeel luiden van diegenen die de gewoonte hebben de gedachte van iemand anders  zo uit proportie te trekken als maar mogelijk is en die gedachte dan door de conclusies die ze eraan verbinden belachelijk te maken. Dat plezier gun ik ze gaarne. Mijn grootste troost daarbij is, dat ze het me niet onmogelijk kunnen maken muziek voor een middel te houden dat gezondheid kan bevorderen en ziekten veroorzaken. Ik ben ook niet de enige die dat beweert, want ik kan zeer veel getuigenissen van medici aandragen die het met me eens zijn, wanneer ik zou weten,  dat ze als juiste bewijzen van de waarheid van deze stelling beschouwd zouden kunnen worden. Omdat ik niet geloof dat deze manier van bewijs voldoende is om iemand te overtuigen, wil ik maar kort aanstippen hoe zij de werking van muziek op gezondheid en ziekte van mensen hebben verklaard.

Ze hebben namelijk waargenomen dat, wanneer twee snaren bij elkaar op dezelfde wijze gestemd zijn, de andere snaar meeklinkt, wanneer de eerste een klank heeft voortgebracht, en dat dit ook gebeurt, wanneer de ene toon een oktaaf of kwint hoger is dan de toon van de andere snaar. Verder nemen ze aan, dat alle vezels hun eigen toon hebben, en dat heel veel vezels met muziektonen in harmonie zijn. Daarom hebben ze zich ingebeeld, dat de luchttrillingen die zich bij iedere toon voordoen, in de zich in ons bevindende lucht soortgelijke bewegingen voortbrengen die hierna aan die naburige vezels worden meegedeeld die ze zouden kunnen aannemen. Ik wil niet onderzoeken of dit gefundeerd is of niet. Mijn idee is, dat de werkingen die muziek in het lichaam tot stand brengt daarvandaan komen dat ze emoties kan opwekken. Het spreekt echter vanzelf, dat ze er bijzonder op moet zijn ingericht.  Nu is bekend, dat emoties veranderingen in het lichaam veroorzaken. Verder is bekend dat datgene wat veranderingen in het lichaam voortbrengt, ofwel de gezondheid daarvan kan bevorderen ofwel ziekten kan veroorzaken. Zou dan muziek niet in staat zijn de gezondheid te bevorderen en ziekten te veroorzaken?

§. 21.. Het effect van de affecten bij gezondheid en ziekte van de mens.

De invloed van de affecten op de gezondheid en ziekte van de mens staat onomstotelijk vast. Ze worden ingedeeld in aangename, onaangename en gemengde. De ervaring leert, dat de bewegingen in het lichaam, die daarmee verbonden zijn, ofwel de voor leven en gezondheid nodige verrichtingen verhinderen ofwel die bevorderen. De eerste zijn schadelijk voor het lichaam, de andere nuttig en heilzam. De emoties die de eerste bewegingen, namelijk die welke de gezondheid bevorderen , veroorzaken, zijn de aangename, wanneer ze niet al te heftig zijn, zoals het genoegen , een matige vreugde, tevredenheid, vertrouwen, hoop en liefde. De andere emoties die schadelijke bewegingen in het lichaam veroorzaken, zijn de onaangename, vooral wanneer ze intens zijn,  zoals verdriet, woede, schrik etc. Nu zou ik graag willen weten waardoor het vooroordeel is ontstaan, dat alle affecten zonder onderscheid schadelijk zouden zijn voor de gezondheid en ziekten zouden veroorzaken.

Het is waar, dat vaak de aangename emoties die anders zeer bevorderlijk zijn voor de gezondheid, schadelijke effecten op het lichaam hebben, wanneer ze al te heftig zijn. Maar wat zegt dat? Het onschuldigste geneesmiddel richt de grootste schade aan wanneer de voorgeschreven dosis wordt overschreden. Zo is het ook met de aangename emoties. Een grotere graad van heftigheid, die ze hebben, maakt alleen maar dat hun veranderingen in het lichaam te sterk zijn en schadelijke effecten veroorzaken. De medici prijzen ze hun patiënten aan en proberen hen in een voortdurende prettige toestand te houden en daarmee hoop en vertrouwen op te wekken voor een spoedige genezing. Zouden ze dat ook doen, wanneer ze niet zouden weten, wat voor sterke invloed deze affecten op de gezondheid hebben en hoezeer ze in staat zijn die te bevorderen? Bij vreugde bewegen hart en slagaderen sterker, zodat het bloed en de sappen een vrije, ongehinderde en vitale omloop krijgen  en de verdamping en overige uitscheiding (excretiones) goed plaatsvinden. Wie zou er aan twijfelen dat vreugde veel bijdraagt aan de instandhouding en bevordering van de gezondheid?  Omdat de bewegingen van de vaste en vloeibare delen bij de overige aangename emoties door de bewegingen in het lichaam met de vreugde zijn verbonden, bijna helemaal niet of tenminste heel weinig verschillen, maar even vrij, levendig en snel plaats vinden, dan zullen de andere aangename gemoedsbewegingen eveneens in staat zijn de gezondheid te behouden en te bevorderen.

Bij verdriet daarentegen gebeurt het tegendeel van al deze veranderingen. Het hart klopt langzamer, het bloed en de overige sappen stromen niet snel genoeg, maar stokken enigszins en de scheiding van de reine en onreine delen vindt niet naar behoren plaats. Daarom is juist dit affect zeer schadelijk voor de gezondheid en veroorzaakt meermalen levensgevaarlijke ziektes, voornamelijk wanneer het lang aanhoudt.

Bij woede trekken zich de inwendige delen van het lichaam samen, het hart klopt heftig, het bloed gaat naar binnen, de huid wordt koud, het gezicht bleek, de polsslag wordt sterker, het bloed wordt met groot geweld naar de uitwendige delen gedreven, de aderen zwellen op en maken, dat het gezicht rood wordt  en de ogen fonkelen.

Al deze bewegingen zijn bij schrik juist omgekeerd. De uitwendige delen worden samengetrokken, het bloed gaat naar binnen, de huid wordt koud, het gezicht bleek, het hart kan het bloed, omdat dit teveel wordt opgestuwd, niet met de vereiste kracht verder stuwen, waardoor hartkloppingen, bangheid en beklemming op de borst optreden. Uit dit alles blijkt wel, dat veel hartstochten verschillende en onderling tegengestelde veranderingen in het lichaam veroorzaken.

§. 22. De muziek kan overeenkomstig haar aard de gezondheid bevorderen en ziekten genezen.

Muziek kan aangename affecten veroorzaken wanneer ze daarvoor is ingericht.Omdat de bewegingen in het lichaam die daarmee verbonden zijn de voor het leven en de gezondheid noodzakelijke verrichtingen bevorderen, kan de muziek in dat geval als een middel worden gezien dat heel bevorderlijk is voor de gezondheid. Juist op deze manier kan worden begrepen, hoe ze in staat kan zijn dat soort ziekten misschien niet te genezen, maar wel te verminderen dat wordt veroorzaakt door een langzame beweging van de sappen, zeker wanneer die voortkomen uit onaangename affecten. Want wanneer ze de kracht heeft een aangename gemoedsbeweging als vreugde op te wekken en deze te bestendigen, dan moet het bloed sneller, vrijer en sterker gaan stromen dan voordien en dat maakt, dat de ziekte wel minder moet worden. Stel, dat [Gaius] Sempronius [Gracchus] van verdriet helemaal melancholiek is geworden en door heel ernstige toevallen wordt geplaagd. Bezorg hem allerlei soorten van vermaak en doe je best de onaangename emotie te dempen en een daaraan tegengestelde positieve emotie op te wekken, dan sta ik ervoor in, dat zijn ziekte grotendeels zal verminderen en misschien zelfs kan verdwijnen. De langzame bewegingen die de toevallen veroorzaken, houden op en krijgen de hun passende snelheid en kracht terug. Wanneer nu muziek in staat is een aangenaam affect op te roepen, zou ze dat dan niet kunnen uitrichten? Het is bekend, dat uit onaangename affecten heel wat ziekten ontstaan, wanneer ze heftig zijn. Deze houden op of worden in elk geval minder, wanneer zo’n aangename gemoedsbeweging wordt opgewekt en in stand gehouden die bewegingen van het lichaam veroorzaakt die verschillen van of tegengesteld zijn aan de bewegingen die afkomstig zijn van negatieve affecten. We zien dit bij vreugde en verdriet. Het spreekt vanzelf dat de afwisseling van deze beide affecten niet zo snel achtereenvolgens moet plaatsvinden, wanneer men daardoor de gezondheid in stand wil houden. Wanneer dus de muziek zo ingericht zou zijn dat ze een aangenaam affect zou oproepen en in stand zou houden, waarmee zulke bewegingen verbonden zijn  die tegengesteld zijn aan de schadelijke bewegingen die van een ander affect stammen, zou ze dan niet op deze manier heel veel kunnen bijdragen aan het herstel van de gezondheid?

 

 

§. 23. Muziek kan melancholie verdrijven.

Bij ziekten die ontstaan door krachtige onaangename emoties, moet men er zowel qua lichaam als qua geest op letten en laten meewegen, of ze al lang geduurd hebben en zijn ingeworteld of niet. In het eerste geval is het moeilijk lichaam en geest weer op orde te brengen, in het andere is de behandeling gemakkelijker te geven. Wie geneigd is tot treurigheid kan gemakkelijk melancholiek worden. Zijn inbeeldingskracht wordt gaandeweg met louter onaangename voorstellingen gevuld die alle andere aangename voorstellingen verzwakken en onderdrukken. Wanneer de muziek zo is ingericht dat ze vele aangename gewaarwordingen veroorzaakt, dan zullen de onaangename voorstellingen in onze fantasie veel van hun concreetheid verliezen en wanneer de aandacht op de muziek wordt gericht, waardoor de vele onaangename gevoelens worden onderdrukt,  krijgt het plezier de overhand en neemt de melancholie af. Leert de ervaring niet, dat dit ook gebeurt? Dat klopt. Een vrolijk stuk muziek maakt een treurig en melancholiek mens vaak opgeruimd en opgewekt.  Ik heb me zelfs laten vertellen,  dat enkelen zich bij melancholie daarvan als geneesmiddel bedienen en daarmee hun melancholie verdrijven. De schrijver van het boek over de Geschiedenis van de muziek die in het Frans is uitgegeven, vertelt, dat hij bij een goede vriend ,die in dienst was bij de Prins van Oranje, een klein concert hoorde uitvoeren, dat drie talentvolle musici hadden gecomponeerd en waarvan hem verzekerd werd dat het voor zijn heer als een hartversterking werkte waarvan hij zich bediende om de melancholie te verdrijven en bij ziekte. Hij zegt verder, dat hij vele voorname personen had gekend die zich eveneens van dit middel hadden bediend ter vermindering van podagra pijnen. Wat zou men zich daarover verwonderen? 

Geschiedschrijvers vertellen over de koning der Wenden [Slavisch volk], Gilimer, dat hij, toen hij de slag tegen Belisarius had verloren en diep in de put was, naar deze generaal boodschappers had gezonden om te vragen om brood om de honger te verdrijven, en om een doek om zijn tranen mee te drogen en om een muziekinstrument om zichzelf daarmee in zijn ongeluk te troosten.

Zelfs professor Juncker heeft me verzekerd, dat een Franse arts de gewoonte had zijn patiënten die in toestand van melancholie waren terechtgekomen, met muziek te genezen. Zo blijkt de muziek onmiskenbaar het voordeel te hebben de melancholie te kunnen verdrijven en de in wanorde geraakte inbeeldingskracht weer in orde te brengen.

§. 24. Muziek kan de inbeeldingskracht die door hevige liefde en andere oorzaken in verwarring is geraakt, weer op orde brengen.

Ik reken  liefde  tot die affecten die heel goed in staat zijn de gezondheid te bevorderen, zolang het gaat om een matige vorm daarvan. Is ze echter te heftig en kan ze haar voorwerp van liefde niet veroveren, dan ontstaat een groot verdriet. Daarbij kan een  mens heel gemakkelijk terecht komen in een toestand van melancholie of razernij. Dit gebeurt zowel bij mannen als bij vrouwen, voornamelijk wanneer ze verliefd zijn en slachtoffer zijn van wellust. Bij vrouwen heet dit affect nymphomania of furor uterinus. Men moet er in die gevallen op toezien, dat de aandacht op andere dingen wordt gericht en dat het affect wordt afgezwakt en onderdrukt.

Deze heilzame werking had muziek bij een voorname Française, zoals de schrijver van de Geschiedenis van de Muziek vermeldt. Deze had uit liefdesverdriet haar verstand verloren omdat  haar minnaar haar ontrouw was geworden. De arts die haar als patiënt had, liet naast haar kamer een apart verblijf inrichten waar zich musici moesten opstellen zonder dat die door haar konden worden gezien. Overdag speelden ze drie concerten en ’s nachts speciaal geselecteerde fragmenten uit opera’s van Lully. Deze waren  zo ingericht, dat ze haar smart verminderden en de onrust in haar hart tot bedaren brachten. Na nauwelijks zes weken kwam de vrouw weer bij haar verstand, dat een tijdlang door het grote verdriet was onderdrukt. De muziek veroorzaakte bij haar veel aangename en intense gewaarwordingen, die haar opmerkzaamheid zozeer in beslag namen, dat de andere voorstellingen  daardoor merkbaar zijn vervaagd.  Dat had veel eerder kunnen gebeuren omdat muziek nu eenmaal in staat is een aangenaam affect op te wekken waardoor noodzakelijkerwijs het misnoegen zwakker wordt en vermindert.

Deze auteur vertelt verder, dat een beroemd organist tijdens een ernstige ziekte voortdurend raasde en tierde en daarbij ook waanvoorstellingen kreeg. Zijn vrienden die eveneens musici waren werden daarom gevraagd bij hem te waken en kregen zo maar de inval, een concert te spelen met stemmen en instrumenten, zodat ze niet door slaap zouden worden overvallen. Nauwelijks waren ze begonnen te spelen, of de patiënt kalmeerde volkomen en zei tot één van hen : “Jij ontbreekt hier”. Ze waren hierover  stomverbaasd en gingen veertien dagen lang door met musiceren en op die manier kwam de zieke weer bij zijn verstand en kreeg hij zijn vroegere gezondheid  terug. Misschien zou hij ook genezen zijn, wanneer men niet van muziek gebruik gemaakt had. Toch heeft de muziek hier  hoe dan ook nut gehad en hem een opmerkelijk genoegen geschonken, dat veel gemakkelijker kon ontstaan en vergroot kon worden, doordat een kunstkenner door een zaak die hij verstaat veel sterker wordt ontroerd en gemakkelijker in een bepaald affect wordt gebracht dan een ander. Omdat nu met het genoegen zulke bewegingen in het lichaam verbonden zijn die dienen tot bevordering van de gezondheid, zo moeten ook zenuwsappen en bloed een veel regelmatiger beweging hebben gekregen, waardoor de wanen en toevallen verdwenen.

§. 25. Muziek is een onschuldig pijnstillend middel en een geneesmiddel tegen enkele ziekten.

In de belangrijke Opmerkingen over alle onderwerpen van de natuurkunde  die in het Frans zijn uitgegeven, wordt bericht, dat een begaafd musicus en  componist leed aan een voortdurende koorts (febris continua) die steeds maar verergerde. Op de zevende dag begon hij te razen en te tieren. Hij schreeuwde, huilde, raakte in paniek en kon ’s nachts niet slapen. De derde dag daarop, toen de koorts wat minder was geworden, kreeg hij zin om op zijn kamer naar muziek te luisteren. Hoewel zijn arts hierin met grote tegenzin instemde, speelde men voor hem de cantates van Bernier.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Nicolas_Bernier

Zodra hij de eerste akkoorden hoorde, kreeg hij een levendige uitdrukking op zijn gezicht. Hij huilde van vreugde en was vrij van koorts, zolang het concert voortduurde.  Zodra echter de muziek ophield, kwam de koorts terug. Men zette daarom de behandeling elke dag voort en merkte een merkwaardige heilzame werking op. Na tien dagen was de patiënt volkomen gezond. Het alternatief zou zijn  geweest een ader bij zijn voet te openen en een grote hoeveelheid bloed te laten wegvloeien. Ook al heeft dit voorval zonder twijfel plaats gevonden, ik twijfel eraan of het voldoende bewijs levert voor   het nut van muziek bij ziekten. Koortsen, zal men zeggen, zijn ziekten waartegen geen kruid is gewassen. Alles komt neer op een sterke natuur en goede conditie van het lichaam, wanneer men wil, dat de  ziekte een voorspoedige afloop krijgt. Wie weet, of de zieke niet gestorven zou zijn wanneer geen aderlating was toegepast. Hier heeft men wel een punt. Maar anderzijds zal men zo vriendelijk willen zijn toe te geven, dat de muziek in dit geval heeft gefunctioneerd als een onschuldig pijnstillend middel. Het is maar al te bekend hoe schadelijk en gevaarlijk die middelen zijn waarmee men de pijn van de patiënt wil verlichten. Ze verzwakken de conditie en maken het kwaad erger. Van dit alles is bij muziek geen enkele sprake. Pijn is niets anders dan een onaangename en intense gewaarwording en het lijdt geen twijfel, dat hevige koorts bij een patiënt veel intense en onaangename gewaarwordingen , dat wil zeggen, een hevige pijn, veroorzaakt, zoals blijkt uit de genoemde toevallen. Een levendige trek op het gezicht en de montere en opgeruimde stemming waarin iemand verkeert, maken voldoende duidelijk, dat de muziek door haar aangename en levendige gewaarwordingen de hevige onaangename gewaarwordingen verzwakt en onderdrukt. Omdat het genoegen dat daaruit ontstaan is, heel intens en sterk is geworden en een gevoel van vreugde heeft veroorzaakt, volgden daarop dergelijke bewegeingen in het lichaam die de voor het leven en de gezondheid noodzakelijke verrichtingen bevorderd hebben waardoor de ernst van de ziekte enigszins is verminderd. Men zal daaraan niet twijfelen, wanneer men bedenkt dat een vrolijk en vergenoegd gemoed heel bevorderlijk is voor de gezondheid en deze kan herstellen wanneer ze verloren is gegaan. We zien dat bij diegenen die tijdens hun ziekte treurig en terneergeslagen zijn en er daarom zelden levend vanaf komen.

Zo heeft de muziek in het onderhavige geval een dubbel nut gehad. Ze heeft de pijnen van de patiënt gestild en heeft anderzijds door de vreugde die ze heeft opgeroepen, zulke bewegingen in het lichaam veroorzaakt die de gezondheid bevorderd hebben en de ziekte hebben verminderd. Wat dat laatste betreft, zou men mij kunnen tegenwerpen dat de bewegingen meer schade dan nut hebben gebracht. Ik heb immers gezegd, dat het hart bij vreugde intens beweegt en dat de omloop van de sappen krachtig en snel plaats vindt. Nu vindt dit alles ook bij koorts plaats en nog wel in grotere mate. Daarom is de beweging van de vaste en vloeibare delen in bijzondere mate vermeerderd, en dientengevolge eerder schadelijk dan nuttig geweest voor het lichaam. Maar met die redenering zit men er helemaal naast. Want de medici hebben bewezen dat tussen de zenuw-arteria en spiervezels een harmonie bestaat wanneer een mens gezond is en dat ze zich dan  qua dikte, lengte en spanning in een harmonische verhouding bevinden. Nu ontstaat de koorts wanneer de zenuwen een sterkere toon krijgen, dat betekent, wanneer ze samengetrokken worden. Wanneer dat moet ophouden, dan moeten de overige soorten van vezels als de arterie- en spiervezels een net zo sterke toon krijgen. Wanneer dat snel gebeurt, dan raakt de patiënt in korte tijd de koorts kwijt. Gebeurt dat langzamer, dan is er meer tijd nodig om de harmonie van de vezels te herstellen. Het plezierige gevoel  dat de muziek heeft opgeroepen, heeft ertoe geleid, dat hart en polsaderen zich intenser hebben bewogen. Omdat deze bewegingen niet kunnen plaatsvinden wanneer niet de arterievezels een sterkere toon hebben gekregen, dan lijdt het geen twijfel, dat het plezier in de koorts de toon van de arterievezels heeft vermeerderd. Mij is verzekerd dat dit affect een versterkende kracht bezit.Hoe zou dat mogelijk zijn wanneer het niet de toon van de vezels kon vergroten? Wanneer dat zo is, dan is het gemakkelijk te begrijpen dat de muziek op zo’n manier veel kan bijdragen aan het herstel van de gezondheid. Zou iemand daaruit willen concluderen, dat de muziek altijd dergelijke effecten heeft, dan ziet men direct, dat zo’n conclusie onjuist is. Ik hoef die dus niet apart te weerleggen.

In het eerder genoemde boek is een dergelijk voorbeeld te vinden van een dansmeester die door het dansen zo oververhit was geraakt, dat hij hevige koorts kreeg en door een comateuze slaap werd overvallen. Toen hij eindelijk wakker werd, begon hij te razen en te tieren zonder  gearticuleerde woorden te uiten.  Gelukkig was er iemand aanwezig die het eerder genoemde verslag in de Memoires de l’academie des sciences had gelezen. Die had het idee hem door middel van muziek te helpen en stelde dit aan de arts voor. Deze wees zijn suggestie niet af, maar maakte zich zorgen, dat deze zaak op een belachelijke manier zou aflopen. Een andere goede vriend die bij de patiënt waakte en het niet zo nauw nam, nam zijn viool en speelde hem wat stukken voor. Men vond deze man nog veel dwazer dan de zieke in bed en begon hem uit te schelden en te belasteren, totdat men zag dat de patiënt zich oprichtte, op het bed ging zitten als iemand die door iets aangenaams helemaal buiten zichzelf raakte en met zijn armen de maat sloeg.  Toen men zich goed aan de maat hield, gaf hij door een hoofdbeweging zijn genoegen te kennen. Degenen die zich rondom bevonden merkten dit en hielden hem steeds minder stevig vast. Daarop viel hij in slaap en kreeg een crisis waardoor hij van zijn ziekte werd bevrijd.

§. 26. Heeft muziek ook bij andere ziekten een pijnstillende werking?

In het voorafgaande hoofdstuk heb ik gezegd dat muziek een pijnstillend middel is. De vraag is, of ze ook niet bij andere ziekten dit effect kan hebben.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Galenus

Medici uit de oudheid zoals Galenus en Coelius Aurelianus schrijven, dat men destijds pijnlijke plekken van het lichaam met gezang heeft behandeld. Ongetwijfeld was er toen veel sprake van bijgeloof en bedrog, waarover men zich niet hoeft te verbazen. Zelfs tegenwoordig is bijgeloof nog niet volledig uit de geneeskunst verdwenen. Hoe kan men dan verwachten dat men daarvan destijds vrij zou zijn? Hoevelen zijn er niet die zo gewetensvol zijn, dat ze oude vrouwen nooit behalve bij afnemende maan aderlaten, hoewel met dat uitstel levensgevaar is verbonden? Maar daarom blijft de aderlating toch een middel dat de gezondheid kan herstellen en dat ook ziekten kan veroorzaken, afhankelijk van het gebruik. Wortels die in geneesmiddelen worden gebruikt, moeten op bepaalde dagen worden uitgegraven, anders zijn ze niet effectief, om over andere kolder maar te zwijgen. Het staat dus vast dat de effecten van de muziek hun bepaalde oorzaken gehad moeten hebben. Professor Albrecht doet zijn best in zijn tractaat Over de effecten van de muziek in het menselijk lichaam te bewijzen, dat muziek bij veel ziekten de pijn stilt en hij vermeldt daarvoor veel getuigenissen van medici, dat iets dergelijks ook werkelijk is gebeurd. Hij vermeldt dat veel mensen die jicht hebben gehad muziek als pijnstillend middel hebben gebruikt, zoals de hertog van Beieren, Albert, die heel erg aan podagra leed en anderen die leden aan heuppijnen. Waarom zou dat niet kunnen? Immers, de muziek is in staat veel aangename en intense gevoelens op te wekken en kan dus ook de onaangename intense gevoelens verzwakken en onderdrukken, waardoor de pijn afneemt. Omdat ziekten veel pijn veroorzaken, zie ik niet in, waarom muziek dit effect bij andere ziekten niet zou hebben.

Het ergste is, dat het geen mode is zo te denken. De mode is zo’n strenge meesteres dat ze haar bespotters met hoon bestraft. Dat zou ook mij te wachten staan, ware het niet, dat het alleen mijn voornemen was te bewijzen hoe muziek pijn kan stillen, niet te beweren dat men haar bij ziekten in dit opzicht te allen tijde zou kunnen gebruiken.

§. 27. Het effect van muziek op diegenen die door de tarantula-spin zijn gebeten.

Ik kom nu bij het effect dat de muziek heeft op diegenen heeft die door tarantula’s gebeten worden. Ik baseer me op een verslag van de beroemde Baglio.

http://en.wikipedia.org/wiki/Tarantula

Tarantula’s zijn een soort Italiaanse spinnen , ongeveer zo groot als eeb eikel of nog iets groter. Ze hebben acht ogen en evenveel poten. Vooraan hun kop zitten twee kleine uitsteeksels die spits toelopen en gemakkelijk de huid kunnen binnendringen. Ze zijn vermoedelijk de kanalen waardoor het gif naar buiten komt. Ze zijn harig over hun hele lichaam en verschillend van kleur. Sommige zijn er grijs uit, andere wit, andere zwart en weer andere hebben stervormige vlekken.  Niet in elk landschap van Italië en in elke jaargetijde dragen ze het gif bij zich. Dat is alleen maar in Apulië en in de zomer, voornamelijk tijdens de hondsdagen. Steken ze in de winter, dan levert dat geen schade op.  Ook die welke zich rond de burchten van Apulië ophouden , zijn onschadelijk, ze mogen steken wanneer ze willen. Degene  die zich op het veld bevinden en in de zomer steken, zijn wel schadelijk. Dat ze alleen in de zomer gevaarlijk zijn, komt, doordat door de hitte van de zon hun gif fijner en vluchtiger en daarmee werkzamer is. Wel moet nog opgemerkt worden dat hun beten niet alleen in de zomer, maar voornamelijk in de paringsperiode, giftig zijn. Dat is misschien ook wel logisch omdat juist in die tijd al hun sappen in heftige beweging zijn.

De tarantulabeet veroorzaakt geen ander gevoel dan een bijensteek. Maar het gestoken lichaamsdeel krijgt rondom een cirkel van een blauwige, zwarte, gele of andere kleur en doet vreselijk pijn, of wordt gevoelloos. Kort daarop zwelt het op en doet heel veel pijn.

http://animals.nationalgeographic.com/animals/bugs/tarantula

Enkele uren na de steek wordt degene die gestoken is, door een grote paniek overvallen en door een hevig gevoel van neerslachtigheid. De patiënt gaat heel moeilijk ademhalen, zijn ogen hebben een verwarde blik, hij klaagt met onvaste stem. Wanneer de omstanders vragen waar het pijn doet, antwoordt hij helemaal niet, of hij wijst met zijn vinger op zijn borst om duidelijk te maken dat de pijn zich vooral daar bevindt. Uiteindelijk vallen de patiënten  op de grond, verliezen al hun kracht, het gebruik van de zintuigen houdt op, kortom,  zij liggen  daar volkomen onbeweeglijk en als dood.

Deze symptomen zijn de meest gewone, maar andere patiënten kunnen, afhankelijk van het soort tarantula’s  en de omstandigheid waarin ze zich bevinden, heel verschillende symptomen hebben. De meesten vertonen heel wonderlijk gedrag. Ze zoeken graag het kerkhof op om bij de graven te vertoeven en leggen zich op de dodenbaar alsof ze gestorven waren, of ze springen in een fontein. Anderen wentelen zich als varkens in de modder en beleven daarbij het grootste plezier. Weer anderen vragen nu eens hier dan weer daar te worden geslagen. Vrouwen hebben geen benul meer van schaamte en geven zich over aan onwelvoeglijke handelingen. Alles wat men daartegen wil doen, is tevergeefs. Alleen muziek is een betrouwbaar en heilzaam middel. Daarbij moeten wel het stuk en de instrumenten op de verschillende patiënten worden afgestemd. Daarom moeten de musici nu eens dit dan weer dat instrument nemen en nu eens dit dan weer dat stuk erop spelen, totdat ze een instrument en een muziekstuk treffen, waarop de patiënt goed reageert. De genoemde symptomen worden onmiddellijk wat minder. De zieke begint zijn vingers, handen, voeten en gaandeweg alle overige ledematen te bewegen, hij gaat staan en begint te dansen. Dit duurt ongeveer twee tot drie uur. Hierna legt men hem in bed om het zweet dat  hij tijdens het dansen op zijn lichaam heeft gekregen, helemaal kwijt te raken en een beetje bij te komen. Uiteindelijk geeft men hem wat dunne en lichtverteerbare spijzen. Zodra dit is gebeurd, begint hij weer te dansen en krijgt een soortgelijke behandeling.  Dat duurt zo lang, totdat de vermelde symptomen minder worden, wat meestal op de tweede of derde dag gebeurt, in een enkel geval zelfs op de zesde dag. Het wonderlijkste  hierbij is, dat ze elk jaar rond de tijd dat de tarantula heeft gebeten, weer de vermelde symptomen krijgen en wanneer ze dit merken, moeten ze direct weer hun toevlucht nemen tot muziek en dans, anders blijven ze het hele jaar ziek.

§. 28. De effecten van het tarantulagif en de muziek.

De gifstoffen van dieren werken voornamelijk in op het zenuwsap. Dat geldt dus ook voor het tarantula-gif. Het veroorzaakt  in dat sap veel ongeordende bewegingen  en zorgt ervoor, dat het in veel lichaamsdelen helemaal niet of niet voldoende vloeit,  en zich anderzijds des te sterker in andere delen manifesteert. Zo moeten de bewegingen in veel lichaamsdelen erg zwak, in andere echter erg heftig zijn en een krampachtige samentrekking opwekken. Hieruit kunnen naar mijn mening de aangevoerde symptomen worden verklaard. De voor het leven en het voelen noodzakelijke lichaamsdelen schijnen bijna geen of slechts een geringe toevloed van het zenuwsap te hebben.  Daardoor beweegt het hart niet krachtig genoeg, het bloed wordt niet snel genoeg voortgedreven, maar hoopt zich op in de borst waar het paniek en beklemming veroorzaakt. Door deze oorzaak, ik bedoel die van de verhinderde toevloed van het zenuwsap, vallen de functies van de uiterlijke zintuigen uit, waardoor geen gewaarwordingen meer plaatsvinden. Het kan ook gemakkelijk gebeuren dat het zenuwsap in de hersenen onregelmatig beweegt waardoor de inbeeldingskracht ontregeld wordt. Degenen  die de vurige koorts hebben, fantaseren. Hoe zou dat anders komen dan doordat in de hersenen veel onregelmatige bewegingen van het zenuwsap plaatsvinden?

 

Wat betreft de muziek die men bij diegenen toepast die door een tarantula-spin zijn gebeten, die moet van dien aard zijn, dat de patiënt er plezier aan beleeft. Ik concludeer dit uit het feit, dat de musici alleen dat stuk moeten spelen, dat de patiënten  bevalt, en dat die  dadelijk ophouden met dansen zodra ze ook maar een enkele dissonant horen. Het plezier dat de muziek hun geeft wordt zeer intens en er ontstaat een aangenaam affect. Nu beweegt bij vreugde het hart sterker en de omloop van  bloed en andere sappen vindt sneller plaats.  Daarom  zal dit ook bij tarantula-slachtoffers gebeuren. Zo kan het hart het bloed met grotere kracht voortstuwen en naar de buitenste lichaamsdelen sturen. De zintuigen krijgen ook weer hun functie terug en dat komt allemaal daardoor, dat het zenuwsap in de richting van het hart gaat en ook de zintuigelijke organen bereikt. Wanneer de patiënten de muziek horen, worden de genoemde symptomen wat minder en volgens mij is het effect groter en opmerkelijker naarmate de muziek langer voortduurt. De inbeeldingskracht werkt hierbij optimaal en suggereert hen dat ze met veel plezier ofwel zelf dansen of anderen hebben  zien dansen . Ze willen dan zelf ook dansen; ze raken bezweet, het gif wordt uitgedreven uit hun lichaam en dat geeft hun de vorige gezondheid terug. Men zou denken dat zweetafdrijvende middelen datzelfde effect zouden kunnen sorteren, maar de ervaring heeft geleerd, dat dit niet het geval is. De symptomen werden integendeel veel heftiger. Daarom moeten patiënten zich op de beschreven manier laten behandelen, ook al hebben ze al eerder zweetafdrijvende middelen gebruikt.

 

§. 29. Muziek kan ziekten veroorzaken.

Tot nu toe heb ik de muziek besproken als middel om de gezondheid te bevorderen; het is wel zo eerlijk, wanneer ik nu ga bespreken hoe zij ziekten kan veroorzaken. Ik zou dat wat uitgebreider doen wanneer er ook maar enkele voorbeelden bekend zouden zijn om deze stelling te bewijzen.

Zoveel is zeker, dat muziek onaangename affecten als treurigheid kan opwekken, wanneer ze daarop gericht is. De bewegingen die daarmee verbonden zijn zijn schadelijk voor het lichaam. Zo is muziek dus ook in staat ziekten te veroorzaken. Bij verdriet beweegt het hart langzaam en het stromen van het bloed verliest gemakkelijk aan snelheid. Wanneer muziek zo is ingericht, dat ze verdriet kan opwekken en in stand kan houden, wie zou er dan aan twijfelen dat ze dan ook niet dergelijke effecten in het lichaam zou veroorzaken? Wanneer dat inderdaad gebeurt, kunnen zo maar ziekten ontstaan. Bedenk hierbij wat ik al eerder heb gezegd, dat namelijk goede componisten door een bepaalde combinatie van tonen emoties, dus ook verdriet, heel goed tot uitdrukking kunnen brengen.

§. 30. Over de muziek van de Ouden.

Hier en daar vindt men bij auteurs die over de klassieke oudheid hebben geschreven en met name over de rol van de muziek, gegevens over bijzondere effecten die door muziek zijn veroorzaakt. Ik denk, dat ik mijn lezers er een plezier mee doe wanneer ik ze vertel, wat ik hierover heb gelezen. Overigens hoeft men niet alles wat men opgeschreven vindt, ook te geloven.  Anderszijds behoeft men ook niet alles zomaar te verwerpen. Dan zou men namelijk alle historische geloofwaardigheid in principe ter zijde stellen.

De Ouden gebruikten vier toonsoorten (modi musici) die hun namen kregen van de volkeren waarbij ze in gebruik waren. Het gaat om de Dorische, Phrygische, Lydische en de Aeolische toonsoort. 

De Dorische toonsoort  gebruikten ze bij serieuze en gewichtige zaken, bijvoorbeeld op het gebied van de religie , omdat deze eerbaar en bescheiden is, ernstige gemoedbewegingen opwekt en de gemoederen tot deugd aanzet. Agamemnon en Ulysses [Odysseus] die heel veel op hadden met de werking van muziek,  lieten daarom  bij hun echtgenotes thuis een Dorische musicus achter, toen ze ten strijde trokken tegen Troje. Deze musicus  moest hen door zijn muziek van uitspattingen op erotisch gebied afhouden en stimuleren tot een deugdzaam leven.  Zou hij dat ook zonder zijn muziek hebben kunnen bereiken? Wie zal het zeggen? Ieder moet daar maar van geloven wat men wil.

De Phrygische toonsoort  kan de gemoederen  zo maar in een staat van razernij en woede brengen, de onderphrygische toonsoort daarentegen kan de onrust van het gemoed weer tot bedaren brengen. Timotheus heeft dat met zijn muziek bij Alexander de Grote geprobeerd.

http://en.wikipedia.org/wiki/Timotheus_(aulist)

Toen deze aan tafel zat speelde hij op zijn fluit een stuk in de Phrygische toonsoort. Daardoor raakte Alexander  volkomen buiten zinnen, liep woedend van tafel en wilde om zich heen gaan slaan. Timotheus, die merkte wat zijn muziek had veroorzaakt, begon onmiddellijk een stuk in de onderphrygische toonsoort te spelen en bracht Alexander weer bij zinnen. Hierna heeft men ook andere stukken in de Phrygische toonsoort gecomponeerd die men op instrumenten speelde om soldaten moed te geven wanneer die ten strijde trokken.

De Lydische toonsoort werd alleen maar toegepast bij situaties van ongeluk en rouw, de Aeolische in gevallen van erotische opwinding en drinkgelagen.

Deze vier toonsoorten mengde men dan op die manier met elkaar dat er weer nieuwe werden gevormd. Bovendien voegde men er nog andere aan toe, zodat uiteindelijk hun aantal vierentwintig was. Hieraan worden nog meer effecten toegeschreven dan ik al beschreven heb. Volgens mij hoeft dit geen verbazing te wekken. Immers, men kan tonen zo combineren dat ze elke emotie kunnen oproepen. Ook de Ouden hebben, door hun muziek maar vaak genoeg te herhalen, uiteindelijk een ervaring gekregen  in het opwekken van emoties. Dat zou nog eerder kunnen zijn gebeurd, wanneer ze al bij voorbaat de tonen in hun muziek bewust zo zouden hebben  gecombineerd, dat ze een bepaalde met de muziek overeenkomende sfeer hadden weten tot stand te brengen met de daarmee overeenstemmende gemoedsbewegingen. Wie kan ons met zekerheid verzekeren, dat de Ouden hiervan niets geweten hebben? Misschien hebben ze niet zo vaak muziek gemaakt, maar juist betrekkelijk zelden, waardoor de muziek op de gemoederen een des te sterkere indruk heeft gemaakt. Misschien waren hun teksten wel belangrijker en zo ingericht  dat ze op zichzelf al de emoties opriepen.

§. 31. Het gebruik van de muziek bij de Ouden.

Met name de Grieken hebben hun muziek met verschillende oogmerken gebruikt.  Onder andere zorgden ze ervoor, dat de jeugd in de muziek werd onderricht, alleen al daarom, omdat ze geloofden, dat muziek deel uitmaakte van een goede opvoeding en de jongelui leerde om een juist oordeel te vellen bij goede en kwade zaken.  Vermoedelijk was de muziek speciaal daarop ingericht. Want had Aristoteles ander bevolen dat er altijd verstandige oude heren bij moesten zijn? Deze moesten erop toezien, dat men de muziek die geliefd geworden was, bleef spelen en geen andere zou kiezen die de gemoederen op een andere manier zou kunnen beïnvloeden. 

Ik beroep me hier op het getuigenis van Plutarchus die over muziek het volgende schrijft : wanneer iemand die toonsoort die bij een goede opvoeding past, ijverig heeft geleerd en daarin in zijn jeugd met alle zorgvuldigheid is onderwezen, dan zal die op muzikaal gebied, maar ook daarbuiten, datgene prijzen en begeren, wat mooi is, en het slechte afwijzen.  Hij zal niet de geringste schandelijke handeling verrichten en vanwege het grote nut dat hij uit de muziek heeft geput  zal hij nuttig zijn voor zichzelf en de republiek. Nog veel minder zal hij onbehoorlijke taal uitslaan, maar altijd de welvoeglijkheid in acht nemen en zich in alle opzichten matigen.

http://en.wikipedia.org/wiki/Sebastian_Bodinus

Bodinus vermeldt, dat de Kretenzers die in Arcadië woonden en anders altijd heel beleefd en verdraagzaam waren, na het terzijde schuiven van hun muzikale wetten in voortdurend conflict waren verwikkeld. Het kwam iedereen erg wonderlijk voor, waarom van alle Arcadiërs juist de Kretenzers zo barbaars waren geworden, totdat Polybius als eerste constateerde, dat het opzijschuiven van de wetten op muziekgebied hieraan schuld was. Werkelijk een verbazingwekkend effect van muziek, als het waar is. Ieder moet er maar het zijne van denken.

Cicero lijkt me hierin wat voorzichtiger te zijn en zijn oordeel bevalt me veel beter, wanneer hij in boek twee over de wetten [De Legibus] zegt : ik ben het met Plato eens, dat niets zozeer de gevoelige karakters beïnvloedt als  de verschillende tonen die een onuitsprekelijk grote kracht bezitten de gemoederen op twee manieren  te bewegen. Ze maakt wie verdrietig is weer vrolijk, en wie vrolijk is, verdrietig. Soms zorgt ze ervoor dat het gemoed krachten verliest, soms  dat het zijn krachten juist verzamelt. Veel republieken hebben er het nodige aan gedaan de oude zangwijze te behouden. Wanneer ze door luxe waren verwend, werden ze eveneens door muziek veranderd. Wanneer ze hun Spartaanse levenswijze vanwege kritiek van anderen enigermate hadden opgegeven, beviel de in de muziek toegepaste verandering  hun veranderde oren en gemoederen. De geleerde Diagondas uit Thebe maakte zich zorgen over de schade die daaruit kon ontstaan.  Volgens hem konden de wetten in de muziek niet veranderd worden zonder dat ook de openbare wetten werden gewijzigd.  Ik ben van mening dat men zo ver niet hoeft te gaan. 

Men kan hier wel uit aflezen met wat voor grote zorgvuldigheid de Ouden hun muzikale wetten in acht genomen hebben.  Ze waren zo streng, dat ze iemand een bepaalde straf gaven, wanneer hij iets nieuws in de oude muziek wilde invoeren. Het bleef daarbij niet bij dreigementen, maar ze voltrokken de bepaalde straf werkelijk. Degenen die niet tevreden waren met het eenmaal ingevoerde aantal snaren, en er nog meer wilden gebruiken, kwam dat duur te staan.

Dit ongeluk trof als  eerste Phrynis, een leerling van Aristoclidis, en daarna Timotheus uit Milete die ten tijde van Alexander de Grote  vanwege zijn virtuoze spel op de cither grote bekendheid genoot. Deze wilde de muziek graag vernieuwen en was zo brutaal om aan de zeven voorgeschreven snaren er nog vier toe te voegen. Daarmee maakte hij een soort muziek die veel aangenamer klonk en veel beter in het gehoor lag, maar, zoals men vertelt, de gemoederen van de jongelui tot wellust en luxe bracht.  Daarom werd hij voor het gerecht gebracht en moest voor straf  de vier bewuste snaren met eigen hand loswrikken in ballingschap gaan. Zijn cither werd voor iedereen zichtbaar opgehangen met de tekst dat dit de straf was omdat hij meer snaren had willen invoeren. Het edict dat de Spartaanse overheid bij deze gelegenheid uitgaf is te vinden bij Boethius, Joseph Scaliger en Philipp Camerarius. 

 

 

§. 32.Muziek en opvoeding in de oudheid.

Wanneer men jongelui wil opvoeden, heeft men daarbij de bedoeling hen daarmee zover te brengen, dat ze bepaalde handelingen in hun leven vaker en met meer plezier verrichten, andere minder vaak of niet. Daarom moet men hun gemoed van  drijfveren voorzien die hen hierin stimuleren en juist van dien aard zijn de affecten. Er is verder niets voor nodig dan dat men afhankelijk van de handelingen die meermalen moeten worden uitgevoerd, zulke gemoedsbewegingen opwekt die voor de verlangde handelingen een stimulans zijn. Omdat muziek gemoedsbewegingen kan opwekken is het geen wonder, dat men muziek heeft gebruikt om jongelui op te voeden. Uit bepaalde handelingen kunnen we de drijfveren ervan, de affecten dus, opmaken waar ze uit voortkomen en wie weet of de Ouden dit helemaal hebben begrepen.  Handelingen zijn prijzenswaardig en fatsoenlijk, of niet. Zijn ze prijzenswaardig geweest  dan hebben ze alleen maar door hun muziek die emotie waaruit ze ontstaan zijn, vaker kunnen opwekken en onderhouden. Zijn ze dat niet geweest dan hebben ze verder niets te doen gehad  dan datzelfde affect dat deze handelingen beïnvloed heeft, met rust te laten, en een ander tegengesteld affect  op te roepen. Men weet dat het moeilijker is een handeling te verrichten die lange tijd niet verricht is. Waarom zou het niet net zo zijn met onfatsoenlijke handelingen?

Zo is het volgens mij ook te begrijpen, hoe de zeden, gewoonten en levenswijze van de Ouden konden veranderen, toen hun muziekwetten werden afgeschaft en er nieuwe werden aangenomen.

Spijkenisse, vrijdag 18 juli 2013