***











 

www.resantiquae.nl

Le Cerf

JEAN LAURENT LE CERF DE LA VIÉVILLE

LETTRE Á MONSIEUR DE LA ***  (1704)

***

INLEIDING

 

Jean Laurent Le Cerf de la Viéville (1674-1707) was heer van Freneuse en zegelbewaarder voor het parlement van Normandië.  In reactie op en als weerlegging van Raguenet’s  gunstig oordeel over de Italiaanse muziek, schreef hij in 1704 zijn Vergelijking tussen de Italiaanse en de Franse muziek.   Nadat Raguenet zijn standpunt nogmaals had verdedigd, verscheen een tweede versie van de Vergelijking , aangevuld met een Essay over de Goede Smaak in 1705. In 1706 verscheen een aanvulling over de Franse en Italiaanse geestelijke muziek, samen met een antwoord op de Défense van Raguenet.   De kritiek van Le Cerf liep uit op een uitvoerige bespreking van cantates van Giovanni Bononcini die hij trouwens alleen maar op basis van de partituur kon beoordelen omdat hij niet in de gelegenheid was ze te horen uitvoeren.

Le Cerf karakteriseert de Franse muziek in het algemeen als ‘sage, unie & naturelle’, tegenover de in zijn ogen onsamenhangende en onnatuurlijke aard van de Italiaanse muziek.   Stukje bij beetje geconsumeerd is Italiaanse muziek best mooi,  maar voor substantiële composities als opera’s is de Franse muziek te verkiezen. Muziek die met goede smaak is  geschreven, is volgens hem natuurlijk, harmonieus en expressief.  Bij dat laatste  veronderstelt Le Cerf, dat de muziek perfect aansluit bij de woorden. De tekst staat voorop, met insluiting van zijn klanken, zijn intonatie, ritme, grammatica, betekenis en inhoud. Muziek is te beschouwen als een imitatie van taal en niet als welluidende vorm die door taal is geïnspireerd zoals Raguenet beweert.

***

Uit : Vergelijking tussen de Italiaanse en de Franse muziek , 1704

BRIEF AAN MONSIEUR DE LA ***

Wat hebben ons verstand en de goede schrijvers ons te zeggen over schoonheid in de schilderkunst?  Dingen perfect weer te geven, precies zoals ze zijn.  Zoals in het geval van Zeuxis :  de vruchten waren zo levensecht geschilderd, dat vogels erop afkwamen en ervan pikten.  Zoals in het geval van Parrhasios : hij schilderde een gordijn zo levensecht dat Zeuxis zelf het wilde wegschuiven. Wat is de schoonheid van poëzie? Poëzie doet met woorden wat een schilder doet met kleuren. Ut pictura poesis erit.

Het is bekend, dat Aristoteles in zijn Ars Poetica alleen maar spreekt van imitatie, dat wil zeggen, schilderen .  Volgens hem zijn alle genres van poëzie alleen maar verschillende imitaties van verschillende schilderijen.  Perfectie in poëzie komt neer op het uitkiezen van zulke passende en nauwkeurige bewoordingen bij het beschrijven van een onderwerp, dat de lezer de indruk krijgt, dat hij ze ook echt zíet. Zo beschrijft Vergilius een slang die plotseling voor een voorbijganger opdoemt : Improvisum aspris etc.  Bij het lezen ervan word ik door angst bevangen en wil ik op de vlucht slaan, net als de passant.  Wanneer emoties zo realistisch worden beschreven, kan de lezer, die getroffen wordt door wat een ander voelt of weet, ze zelf voelen en delen in al de hartstochten die de dichter aan zijn helden schenkt. Wanneer Vergilius  in woorden een Dido voor mij schildert die wanhopig is om een liefde waartegen ze tevergeefs weerstand probeert te bieden, ben ook ik wanhopig.  Angst bevangt me en ik deel in haar hoop.  Ze raakt in paniek, en ontsteekt in blinde woede  bij het vertrek van haar minnaar. Ze doodt zichzelf.  Ik kan Aeneas niets verwijten want hij wordt door de goden gedwongen haar te verlaten, maar op dat moment haat ik hem bijna, en voel ik medelijden en huil ik bij Dido’s brandstapel, zoals ook Augustinus deed, die zijn tranen niet kon bedwingen bij het lezen van zulke ontroerende poëzie.

Wat is tegenwoordig de schoonheid van muziek in opera’s?  Ze ontstaat wanneer ze de poëzie van deze opera’s omzet in een schildering die werkelijk spreekt.  Het gaat er om zo te zeggen om de finishing touch aan te brengen door de uiteindelijke kleuren toe te voegen.  Nu komen we toe aan de volgende vraag : hoe schildert de muziek de tekst over, hoe staan ze elkaar wederzijds ten dienste, tenzij  ze volledig samensmelten  in de meest volmaakte overeenstemming?  Het geheim is hier zulke bijpassende tonen bij de woorden te vinden dat de tekst niet meer van de muziek is te onderscheiden en opnieuw in de muziek begint te leven.  Dit brengt de emotie in alles dat de zanger zegt recht in het hart van de luisteraar. Voilà! Dat is wat we expressie noemen.

Expressie is het gemeenschappelijke doel van de schilderkunst en van poëzie die door muziek wordt geïntensiveerd. Wanneer een componist een muzikaal idee toevoegt aan een tekst die daar totaal niet bij past, doet het er dus niet toe, of dit idee nieuw is of geleerd en of de basso continuo de dissonanten elegant oplost. Wanneer poëzie en muziek een slechte combinatie vormen,  scheiden ze zich van elkaar en mijn aandacht wordt door deze deling bepaald en het genoegen dat mijn oren zouden kunnen smaken van de harmonieën, zal voor mijn binnenste onbekend blijven.  Vanaf dat ogenblik verkilt mijn hart. 

Anders schilderen dan het onderwerp aangeeft  is geen schilderen meer en verliest alle kwaliteit. Wanneer een musicus loopjes en roulades in stelling brengt bij onbelangrijke of serieuze woorden, weet ik onmiddellijk al, dat ik deze aardigheden helemaal niet nodig heb.  Hier gaat het niet om een harmonieuze weergave, maar een waardeloze. Wanneer de componist de woorden op levendige en nauwkeurige wijze toonzet, dan wordt het onderwerp op twee manieren weergegeven,  met woorden en met muziek.  Wanneer beide op gelijke voet staan kan ik gelukkig zijn met dit ‘huwelijk’. Dit mag met recht schilderkunst worden genoemd. Wanneer een componist vurige hartstochten gaande houdt, of liever, wanneer hij nog eens hun  vuur aanwakkert met tonen van vitaliserende precisie, zal mijn hart ze voelen, of het nu zelf die hartstochten ervaart of niet. Dit mag met het allervolste recht schilderkunst worden genoemd.

Maar, zo zul je me tegenwerpen, hier hebben we alleen maar gewone harmonieën.  Laat dat zo zijn.  Vooropgesteld dat deze harmonieën helemaal niet onvolkomen zijn en de schoonheid van expressie niet nadelig beïnvloeden, dan is dat voor de luisteraar meer dan voldoende. Een begeleiding die niet adequaat is of  saai hoeft niet per se een onderwerp schade te berokkenen, zoals wel gebeurt  wanneer iemand zonder toestemming  een armzalig woord gebruikt om de gelukkigste gedachte weer te geven.  Zodra mijn eigen gedachte op zichzelf al genoegen veroorzaakt, een indruk nalaat en een gevoelen overbrengt,  heb ik er geen enkele behoefte aan naar een elegante frase te gaan zoeken.  Het is voldoende dat de woorden de betekenis overbrengen.  Daaruit volgt, dat expressie die van elke musicus het doel moet zijn, het belangrijkste verschijnsel in de  wereld van de muziek is, omdat van alle dingen ter wereld juist die expressie het is, dat erin slaagt zijn einddoel te bereiken. Goed uitdrukken is goed schilderen. Dit is het meesterwerk, de is de top, voilà, dit is alles. Hoewel de componist  het risico loopt dit te bereiken  door een schijnbaar steriele en geleerde aanpak, de winst is er niet minder om.  Wanneer hij niet slaagt, zullen geleerdheid en productiviteit, op welke een hoog niveau dan ook, niet de plaats van die waarde kunnen innemen in het binnenste van de ontwikkelde luisteraar. Wanneer het ontbreekt, is een excuus niet voor handen.  Je held is stervende aan liefdesverdriet, zegt hij, en wat hij zingt zegt helemaal niets, het heeft totaal geen uitdrukking. Ik ben absoluut niet geïnteresseerd in zijn smart, terwijl het daar uiteindelijk toch om ging. Maar laat de begeleiding dan de rotsen splijten…..een mooie tegemoetkoming!  Is het orkest dan soms de held? Nee, het is de zanger. Welnu,  wanneer de zanger zelf me ontroert, wanneer een teder en gevoelig lied mij duidelijk maakt dat hij lijdt en als het lied er alles aan  doet om mij te ontroeren ten gunste van hem, dan is het orkest er alleen maar toevallig bij.

Si vis me flere, dolendum est

Primum ipsi tibi

[als je wilt dat ik ween, moet je eerst zelf verdriet hebben]

Wanneer het orkest met de zanger samenspant om mij te ontroeren, dan des te beter, want dan zijn er twee expressiemiddelen in plaats van één.  Maar de expressieve kracht van de zanger staat op de eerste plaats en is het allerbelangrijkst.  Rede en ervaring brengen ons tot die conclusie dat die expressieve kracht zo essentieel is dat niets er mee is te vergelijken. Het effect van iets dat op fraaie wijze is uitgedrukt  verspreidt zich over een gehele scène en krijgt een algemeen karakter.  De leek, de kenner, vrouwen en mannen, iedereen geniet er van.    Het zet zich vast in het binnenste van de toehoorders die er bij het verlaten van de zaal nog aan terugdenken.  Daarom zingt iedereen  bij het verlaten van de opera iets dat hij zich nog herinnert. Bepaalde melodieën gaan van mond tot mond en worden bekend aan het hof, in de stad en in de provincie. Wie kent ze niet?  Anderzijds herkent nauwelijks iemand een stukje Italiaanse instrumentale muziek, ook al heeft hij het al tien keer gehoord. Onze oren die zo vanzelfsprekend open staan voor aria’s van Lully kunnen die van de Italianen  pas na veel studie en moeite verwerken.    Waarom is dit zo?  Men zou zeggen, omdat wij Fransen zijn, geen Italianen.  Je geeft er hoog over op,  dat meer dan de helft van de Franse musici door een natuurlijke neiging Italiaan zijn geworden en dat duizenden Italiaans verstaan. Noch het land, noch de taal doen er veel toe.  Het is eerder zo,  dat de grote schoonheden  die  ontleend worden aan de boezem van de natuur,  de echt authentieke expressie,  door alle mensen worden ervaren. Dit is bij valse schoonheden volstrekt niet het geval.