***











 

www.resantiquae.nl

Gouden Eeuw

Onderstaande tekst is gebaseerd op een reader die ik voor deeltijdstudenten Geschiedenis aan de Hogeschool Rotterdam heb samengesteld.

DE NEDERLANDSE GESCHIEDENIS

 

1500-1700

 Still Life With Herring 1636

 

De Gouden Eeuw en de Opstand

READER

 

September 2004

 

 

Waarom deze cursus?

 

In de meeste schoolmethodes voor de basisvorming komen de Nederlanden in de periode 1500-1700 aan de orde.

 

Het onderwerp komt ook terug in de kerndoelen van de basisvorming.

 

Enkele kerndoelen van de basisvorming:

 

Domein B: Levensonderhoud

 

7. De leerlingen kunnen enkele belangrijke economische ontwikkelingen beschrijven. Het gaat daarbij om o.a. 

 

-           de ontwikkeling van handelskapitalisme en ondernemerschap in de Republiek

 

Domein C: Sociale verhoudingen

 

8. De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden uit het 17e eeuwse, het vroeg-industriële en het hedendaagse Nederland herkennen, hoe maatschappelijke posities van individuen en groepen (mede) bepaald worden door factoren als afkomst, etniciteit, religie, bezit, opleiding, beroep en sekse.

 

Domein E: Overheid en bestuur

 

De leerlingen kunnen hoofdlijnen in het ontstaan en de verdere bestuurlijk-politieke ontwikkeling van de Nederlandse staat weergeven. In dat verband kunnen zij aandacht besteden aan de volgende aspecten:

 

-          de rol van godsdienst en economie bij het ontstaan van de Republiek der Verenigde Nederlanden

 

 

 

 

 

 

 

Doelstellingen

 

Deze module beoogt:

 

-inzicht en kennis te geven van een belangrijke periode in de Nederlandse geschiedenis

 

-in politieke zin: de stichting van de Republiek en de vestiging van de daarmee verbonden vrijheidsbeginselen.

 

            -in sociaal-economische zin: de opkomst van de Neder­landse gewesten als handelsnatie.

 

-in culturele zin: het ontstaan van een levensstijl die zich onder andere uit in de schilderkunst, de bouwkunst, de wetenschappen en het godsdienstige leven.

 

-inzicht te geven  in de verhalende mogelijkheden van deze periode uit de Nederlandse geschiedenis

 

- te oefenen  in het vertellen van verhalen.

 

-inzicht te geven in de beeldende mogelijkheden van deze periode uit de Nederlandse geschiedenis.

 

-inzicht te geven  in het gebruik van afbeeldingen als bron.

 

Praktische zaken

 

            -toetsstof: in principe gelden de leesteksten als toets­stof. Per tekst zijn begeleidende vragen opgenomen in deze reader. Die vragen dienen om bij het bestuderen van de teksten een onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken en om eventuele problemen te verduidelijken.

 

            -toetsen: in de toetsweek wordt een kennistoets afgenomen. Daarvoor moet de stof dus zorgvuldig bestudeerd ('geleerd') worden.

 

            -opdrachten: de studenten doen in tweetallen een verhaalopdracht :

 

Verhaalopdracht

 

-Lees de ‘verhaaltekst’ die je meekrijgt.

-Lees de teksten die je voor het betreffende werkcollege moet bestuderen.

-Plaats het verhaal in de algemene thematiek van het werkcollege.

-Maak er een kort verhaal van (3 à 4 minuten), volledig uitgeschreven en voorzien van hoofdpunten en gedachtestreepjes.

-Probeer zo mogelijk ook dramatische elementen in te bouwen.(neem een voorwerp mee, maak er een dialoog van, beweeg door de klas)

-Vertel het verhaal in de klas (vertellen, niet voorlezen!)

-Plaats dit verhaal in de context van de les. Waarom is dit verhaal een goede illustratie? In welk opzicht geeft het stof tot nadenken?

-Maximale tijd: 5 minuten uitvoering in de les.

 

 

            -aanwezigheid: bij afwezigheid wegens ziekte of andere dringen­de redenen dient de docent op de dag zelf te worden gewaar­schuwd (tel. 0181-661388,

jpa-baan@planet.nl   j.p.baan@hro.nl ). Er geldt een 100% aanwezigheid.

 

            -tijdsbesteding: deze cursus omvat 2 studiepunten en dus 56 werkuren.

 

                        Bezoeken van hoorcolleges: 15 uur

                        Voorbereiden verhaalopdracht: 6 uur

                        Voorbereiden van colleges: 35 uur

 

            -voorbereiding: bij de lessen wordt er vanuit gegaan dat de teksten goed zijn gelezen en dat de begeleidende vragen zijn beantwoord.

 

            -materiaal:

 

-Han van der Horst, Nederland. De vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Prometheus; Amsterdam 2002 ISBN 90 446 0164 4

 

-Jan Pieter Baan, Reader De Nederlandse geschiedenis 1500-1700, Rotterdam, 2004

 

Geschiedenisbronnen op het Internet : [zie ook Historisch Nieuwsblad  oktober 2002, p. 42 vv.]

 

http://www.vts.rdm.ac.uk/tutorial/history [Internet for Historians]

 

http://www.nationaalarchief.nl

 

 

http://www.geheugenvannederland.nl

 

 

http://www.archiefnet.nl

 

 

http://www.minocw.nl/archieven

 

 

http://www.leidenuniv.nl/host/mnl/wkgrp17/verschenen.html

[Tijdschrift De Zeventiende Eeeuw 1985-2000]

 

http://cf.uba.uva.nl/goudeneeuw/

[Amsterdams Centrum voor de Studie van de Gouden Eeuw]

 

meer in het bijzonder maken we gebruik van :

 

http://dutchrevolt.leidenuniv.nl/Nederlands/default.htm

 

 

Een voor ons zeer bruikbare site van de Universiteitsbibliotheek Leiden over de Tachtigjarige oorlog. De opbouw is de volgende :

 

1.      Opstand : het verhaal [prima overzicht van dr. A. van der Lems]

 

2.      Actueel [exposities e.d.]

 

3.      Begrippen

 

4.      Brieven

 

5.      Bronnen

 

6.      Cultuur

 

7.      Geografie

 

8.      Geschiedschrijvers

 

9.      Jaar en Dag

 

10.  Kaarten

 

11.  Kronieken

 

12.  Letterkunde

 

13.  Links + Literatuur

 

14.  Personen

 

15.  Spreuken

 

16.  Symbolen

 

http://www.rijksmuseum.nl

 

 

 

 

 

 

 


 

 

Mondelinge communicatie

Verhalen vertellen

Piet Litjens & Resi Damhuis

 

 

Het kringgesprek is op veel scholen een vast onderdeel van het week- of dagprogramma. Het is een vorm waarin de leerkracht centraal staat. Zij probeert met allerlei vragen kinderen aan de praat te krijgen over een onderwerp dat of de leerkracht zelf of de leerlingen inbrengen. Op deze manier wordt er veel onderwijstijd besteed aan het uitwisselen van informatie. Echter: van deze kringgesprekken profiteren vooral de kinderen die al voldoende taalvaardig zijn, die een beurt durven opeisen, die al langere antwoorden kunnen geven. Juist kinderen die over onvoldoende mondelinge taalvaardigheid beschikken, participeren vooral passief en leren onvoldoende. Voor deze kinderen zijn activiteiten als verhalen vertellen zinvol. Zij leren in een veilige situatie hun verhaal te vertellen.

 

‘Verhalen vertellen’ de titel zegt het al; kinderen worden uitgedaagd een verhaal te vertellen, een monoloog te houden. Kinderen leren dat een verhaal vertellen boeiend is, zowel om ernaar te luisteren als om het zelf te doen en kinderen maken kennis met kenmerken van een mondeling verhaal.

Leerkrachten proberen leerlingen aan de praat te krijgen door het spreken veilig en laagdrempelig te maken en door er zo vroeg mogelijk mee te beginnen. Een belangrijke afspraak is dat de verteller (zo goed als) ononderbroken spreekt. En, de leerkracht geeft zelf het voorbeeld als verteller.

 

Een impressie uit de praktijk

 

 

 

Op basisschool Oostelijke Eilanden (Amsterdam) besteedt Maarten – leerkracht van groep 3-4 – aandacht aan verhalen vertellen. Voor deze activiteit gebruikt hij een speciale vertelstoel. Over een hoge stoel draperen de leerlingen een mooi blauw kleed. Als de verteller aan het woord is, brandt een vijftal waxinelichtjes. Deze staan in de vorm van een V van verhaal.

 

 

 

Kinderen zijn gehecht zijn aan dergelijke rituelen. Sin Ting is een rustig Chinees meisje van 8 jaar. Tweetalig, maar zij zegt nooit veel. Maar tot grote verrassing van Maarten wilde juist zij nu iets vertellen, over een dagje Movieworld. Op het moment dat de leerlingen bezig zijn de vertelhoek in te richten, blijkt het blauwe kleed onvindbaar. Het is ergens anders voor gebruikt. Sin Ting is heel resoluut: zonder vertelstoel kan zij geen verhaal vertellen. Enfin, Maarten regelt een ander kleed en ze kan beginnen. Tot grote verbazing van Maarten is Sin Ting ongeveer vijftien minuten aan het woord. Met gevoel voor detail vertelt ze wat ze allemaal beleefd heeft.

Een collega van Maarten vindt een oude fauteuil met een hoge rugleuning bij het grof vuil. De leerlingen slepen de stoel de school in en maken deze helemaal schoon. Na wat lap- en verfwerk schittert de oude stoel als een soort troon. Deze wordt prominent in een hoek van de klas gezet en bij kring- en vertelactiviteiten zit de verteller in die stoel. Alleen de stoel al geeft de verteller een zekere status. Het vertelkleed, de kaarsjes en de verteltroon zijn vormen om het de verteller makkelijker te maken zijn verhaal te vertellen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zilveren regels voor het vertellen van verhalen

 

 

Organisatie:

1         organiseer een verhalen-vertelcyclus: vertel eerst zelf (persoonlijke) verhalen en nodig daarna leerlingen uit hun verhaal te vertellen.

2         cultiveert het verhalen vertellen:

- vast moment in het weekrooster, liefst minimaal een keer per week, ongeveer 20 minuten,

- een vaste plek in de klas en

- een vaste vorm, een ritueel; bijvoorbeeld met een vertelstoel, microfoon, vertelhoed, kaarsjes, spotje aan.

3         Zorg ervoor dat de verteller (leerkracht / leerling) niet wordt onderbroken door de luisteraar(s).

 

Verhalen vertellen door de leerkracht:

4.       vertel ‘persoonlijke verhalen’, waargebeurde ervaringen en belevenissen

5.       leer de leerlingen hòe een verhaal te vertellen;

- besteedt aandacht aan onderwerpkeuze,

- verhaalstructuur,

- uitwerking van personen en details,

- en stimuleer leerlingen tot vertellen.

6.       leer de leerlingen te luisteren naar het verhaal,

- om het samen te reconstrueren en eventueel

- na te vertellen of te spelen en om

- samen te reflecteren op de verhaallijn.

 

Verhalen vertellen door de leerlingen: zij

7.       stimuleren elkaar om ‘persoonlijke verhalen’ te vertellen op basis van gebeurtenissen en belevenissen die ze zelf hebben meegemaakt en waar ze anderen deelgenoot van willen maken.

8.       vertellen hun verhaal in een veilige omgeving: bijvoorbeeld opgebouwd als volgt:

- alleen of tegen een leerkracht, met een cassetterecorder,

- in een kleine groep,

- in de hele klas,

- in andere groepen.

9.       ontwikkelen presentatievaardigheden en –technieken.

10.    luisteren naar elkaars verhalen en zijn bereid de verteller uit te laten spreken.

 

 

Voor meer informatie:

       Damhuis, R. & Litjens, P. (2003) Mondelinge communicatie. Drie werkwijzen voor mondelinge taalontwikkeling. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands (te verschijnen).

       Damhuis, R., Litjens, P., Bronkhorst, J. & Paus, H. (2001). Aan de praat ... Goede gesprekken in de klas. Cd-rom, MILE-Nederlands deel III. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands / Mediagroep KUN.

 

 

 

 

 

Hoorcollege 1

 

Introductie

 

-Verkennen van de module.

-Verdeling van de verhalende opdrachten.

-doornemen van tijdschema.

- Hoorcollege over : Overvloed en Onbehagen, de visie van Simon Schama op de Gouden Eeuw

 

In onderstaande samenvatting zijn de op genreschilderijen voorkomende symbolen vet aangegeven.

 

SIMON SCHAMA : OVERVLOED EN ONBEHAGEN

 

 

Motto : 'Laten zij die overvloed hebben eraan denken dat ze omgeven zijn met doornen, en laten ze goed oppassen dat ze er niet door worden geprikt'

[Johannes Calvijn, Commentaar op Genesis 1 3 : 5,7]

 

HOOFDSTUK VI : HUISVROUWEN EN HOEREN : HUISELIJKHEID EN WERELDSHEID

 

1. PROPERHEID EN GODSVRUCHT

 

Zowel op straat als in huis heerste een bijna militaire schoonmaaktucht. Voor de buitenstaander leek deze obsessie met netheid niet normaal. Immers werden beschaafde omgangsvormen soms overboord gegooid van -wege een schone vloer, wat in een door Sir William Temple vertelde anekdote een magistraat overkwam die een huis bezocht waar de

 

 'struise Hollandse meid...die zag dat zijn schoenen niet erg schoon waren, hem bij beide armen nam, over haar rug gooide, onder aan de trap neerzette, zijn schoenen uittrok en hem een paar klaarstaande sloffen aandeed, dit alles zonder een woord te zeggen; maar toen ze klaar was, zei ze hem dat hij naar boven mocht gaan naar mevrouw die in haar kamer was'. 

 

Sommigen vonden voor deze obsessie een functionalistische verklaring : de lucht was te vochtig en mocht niet bederven. Het ging echter niet zozeer om materiële als wel om morele wetten : "het kleinste vuiltje in de straten werd beschouwd als een blamage...voor een ieder die het voor zijn deur zou laten liggen” [ Samuel Paterson, 1702].  Vervuilers van grachten en straten werden beschuldigd van een soort maatschappelijk verraad : ze zouden met de volksvijand, de besmetting, samenspannen. 

 

Schoon zijn betekende : vaderlandslievend zijn en bereid zijn de vervuiling van invallers te voorkomen.  Zo had Tromp een bezem in zijn mast bevestigd omdat hij zich erop toelegde de zeeën schoon te vegen van rapalje.  De borstel gold als embleem voor het nieuwe gemenebest dat was gezuiverd van de smetten van het verleden. Zo dicht Pieter van Godewijck :

 

Mijn stoffer is myn swaerd, mijn bussem is myn wapen

 

Jan Luyken vervangt in zijn 'Leerzaam Huisraad' de speer en de vrijheidshoed van de Hollandse Maagd door een ....ragebol.  Strijdbaar schoon zijn betekende een manifestatie van de eigenheid. Schoonmaken was onderscheiden en uitsluiten.  Strengere calvinisten waarschuwen tegen het vuil, bv. dat van de onkuisheid, door te herinneren aan de vermaningen aan de kinderen Israëls  [de jonge Nederlanden beschouwden zich als een soort van Nieuw Israël, cf. de tekst van Joost van den Vondel die hierna is opgenomen]  de 'reynigheyd en heiligheyt des levens' altijd hoog te houden. In dat verband werd ook Jacobus 4 : 8 geciteerd :

 

Naaket tot God en hy zal tot u naaken. Reinigt de handen, gy zondaars en zuivert de herten gy dubbelhertige.

 

 

 

 

1612

Verghelijckinghe vande verlossinge der kinderen Israels met de vrijwordinghe der Vereenichde Nederlandtsche Provincien

 

Door Joost van den Vondel


Hoewel den vluggen tijt d'wtkomste der Hebreeuwen
Spijt Moysi gulde pen met veel verloopen eeuwen
Heel wt te wisschen dacht: zoo is het even beelt
Van Israels triumph zoo aerdich weer volspeelt
Opt Nederlandts Toneel, dat gheene van dees beyden
Nau vanden andren is met waerheyt t'onderscheyden.
Wien schildert Pharao na t'leven naecter af,
Als Phlippo den Monarch; den eenen met syn Staf
Beheerscht den blauwen Nyl; den and'ren draeght in handen
Den Scepter wiens ghebiet strect over Tagus stranden;
Den eenen Osiris eert met gheboghen knien;
Den and'ren zal den God des Tybers eere bien;
Den eenen maeyt int graf d'onnoosle zuyghelingen;
Den anderen die noch aen s'moeders borsten hinghen;
Den eenen Iacobs huys verdruckt met slavernij;
En d'ander t'Nederlandt verheert met tyrannij;
Den wettighen Gods-dienst belet den eenen duyster,
En d'ander al verblint ghehenght niet dat den luyster 
Des Euangeliums ghelijck een Son doorbreeckt,
Noch dat de waerheyt thooft ten Hemel erghens steect.
Israel zijnde dus in droefheyt en in rouwe,
De vouten schallen doet van s'Hemels hooch gebouwe;
O Vader! roepen sy, wilt ghy wt uwen tros
De pijlen uwes toorns steeds op ons laten los,
Gedenct doch aent verbont dat ghy met uwer knechten
Voorvaders goedertier hier voormaels wout oprechten;
Oft zoo ghy onser naer u goedtheyt niet ghedenct,
Ten minsten d'eere ws naems, o Heere! niet en krenct,
Ghedooght niet dat wy (ach!) den tijdt van onse leven
Den vijanden tot roof en spijse zijn ghegheven.
Belgica van ghelijc met zuchten en gheklach
Den droeven Echo weckt, en stenet nacht en dach,
O Heere! Laet op ons de lieffelijcke stralen
Ws aenschijns vanden troon des Hemels neder dalen;
Wy zijn, eylaes, bevleckt met ongherechticheyt,
Dus reynicht ons int bloedt van Christi sterflijcheydt,
Syn eenighe offerhand' neemt aen tot een voldoeningh
Onser misdaden, en volkomene verzoeningh.
God Iacobs stenen hoort, en tot Voorvechters trou
Weckt Amrams zonen beyde, en die van t'Huys Nassou,
Den Nederlanders tot Beschermeren en Vooghden,
Die tsamen hunnes volcks verlossinghe beooghden.
Die eer voor Memphis heeft ghestreen als besten vriendt,
Wordt eynd'lijck haer partije, en die voorheen ghedient
Heeft t'strengh Bourgoensche Hof, sich rustet tegens 
[Spaengien,
O wonderbaerlijck schict sich Moyses met Orangien!
Den een strijdt voor de Wet, den and'ren slaet de trom,
En vrijt met synen arm het Euangelium;
Den eenen gaet d'Hebreen de roode golven banen,
En d'ander leyt de syn door eenen vloet van tranen,
Al recht door't gholvigh Meyr van klibber breyn en bloedt:
De Slaven d'een ontslaet en d'ander steeckt den Hoet
Der vrijheyt inde locht, en eyndlijck streckt sich even
Huns vijands onderghangh te zamen tot den leven.
Pharao voor een graf het roode Meyr beerft,
Philippus out en grijs katijvich henen sterft:
God wel verscheyden straft, d'een vroech en d'ander spade,
maer eyndelijc overvalt hun beyd syn onghenade.
Den zelven Koningh die t'Rijck Israels bevesten,
Heeft eyndelijck u zaeck, o Belgica! ten lesten
Voleyndicht in triumph; dies dy niet langher quelst,
Dewijl hy dijnen staet met syne macht omhelst:
Hoe is de macht ghegroeyt van u verbonden Steden,
Sint desen grooten Helt ghingh inde schoenen treden
Syns Vaders, welck (eylaes) verraderlijck en straf
De swarte nijdicheydt gheblixemt heeft int graf,
Help God! de wraeck is u, ghy zult hier namaels eyssen
Het dier vergoten bloedt met een ghekromde Zeyssen.
Wat rester nu? dan God te vlechten met bescheydt
Den loffelijcken krants van ware dancbaerheydt:
Vreest hem die lichtlijck kan verstroyen inder ijlen
Het steunsel van u zaeck den Bos gheknoopte Pijlen,
Peynst om den ghenen die de volckren van Sion
Als Slaven voeren liet gheboeyt naer Babylon.

FINIS

 

 

De vervuilende krachten waren de seksualiteit, de weeldezucht en de wereldse ijdelheid. Er waren twee soorten van vervuilers : de externe kwamen van vreemde culturen, de heidenen of de Papen. De interne werden, juist omdat ze zo onschuldig leken, als veel verraderlijker beschouwd.  Zo waren huishoudelijke taken beladen met morele associaties : de moralist drong de keuken en de huiskamer binnen.  De calvinisten gingen systematisch te werk bij het vormen van een op gewone woorden gebaseerd vocabulaire dat voor iedereen toegankelijk is. Zo zegt Cats over emblemen :

 

 '...dat het zijn stomme beelden en nochtans spreeckende: geringe saken ende niet te min van gewichte: belachelijcke dingen en nochtans niet sonder wijsheyt. In dewelke men de goede zeden als met de vingers wijsen ende met handen tasten kan'.

 

 

[Veel voorbeelden uit het boek van Alciato zijn te vinden op : http://www.mun.ca/alciato/index.html]

 

 

Een groot deel van klassieke en allegorische vormen was door een repertoire van meer alledaagse dingen vervangen. Zo verwerkte Cats in zijn waarschuwing tegen de gevaren van het decolleté [Nuda movet lacrimas, Naakt brengt ze tranen tevoorschijn] de ui die bij het pellen tranen opwekt. Roemer Visscher gebruikte het beeld van de boterkarn om zware arbeid aan te bevelen als enige weg tot succes : "In de rommelingh is vet".

 

Men zag in de Nederlanden de gezinshuishouding als de 'fonteyne en oorspronck ' van  gezag. Het huis was de ondeelbare, primaire cel waaruit uiteindelijk het hele weefsel van het gemenebest was opgebouwd. Van Beverwijck citeert Cicero aldus :

 

De eerste gemeenschap is in het houwelick, daer na in de kinderen, dan een huys ende alles gemeen. Ende dat is het beginsel van een stadt ende als een zaeyeling van een Gemeene Sake [Res Publica].

 

De kunst van het huishouden werd gezien als een elementaire oefening voor economische vaardigheden op een breder gebied. Het huis was dus zowel een microkosmos als een voorwaarde voor toelating tot het goed bestuurde gemenebest. Het [veelal kleine] gezin was dus het maatschappelijke en politieke fundament en werd in de moraliserende literatuur vaak vergeleken met een klein koninkrijk waarin de vader als heer des huizes gehoorzaamheid mocht verwachten mits hij wettelijk regeerde en zich rechtvaardig gedroeg.  Een goed bestierd huisgezin met een hechte basis was de redding van de Nederlandse cultuur uit de bezoedeling van het materialisme.  Bezonnenheid in het gezin perkte de onreinheid van de losbandigheid in. Het heilige huis moest worden beschermd door het wereldse vuil van de stoep te vegen. Thuis heersten vrede, deugd en voorspoed.  De ideale echtgenote wordt wel vergeleken met een schildpad omdat ze de spanning tussen huis en wereld overwint door middel van een mobiel huis.  Volgens Cats moet de deugdzame echtgenote, als ze al genoodzaakt is het huis te verlaten, zich altijd gedragen alsof het huis bij haar is.

 

In de Nederlandse kunst wordt voor het eerst de lof gezongen van het huisgezin en de spot gedreven met de ontwrichting ervan.  In Het wanordelijke Huishouden van Jan Steen wordt het huishouden op zijn kop gezet : moeder slaapt voor een schaal oesters, vader legt zijn rood gekousde kuit in de schoot ['een hoeren schoot is duyvel's boot'] van een prostituée. Eén kind houdt een munt omhoog, een ander steelt een beurs. Een aap is 'de dief van de tijd' en de hoed is, voor de deur gegooid, het symbool van de lichtzinnigheid. Op de voorgrond liggen de kaarten, symbolen van losbandigheid en Fortuna, en de lei waarop met krijt de stand of rekening wordt bijgehouden.Het vuil van de wereld is hier het gewijde huis binnengedrongen.

 

Pieter de Hoogh schildert anderzijds het geïdealiseerde volmaakte huisgezin. Op zijn schilderij 'Binnenhuis met vrouwen bij een linnenkast' in het Rijksmuseum wordt de neutraliserende werking van een net huishouden op gevaarlijke weelde duidelijk gemaakt. Op de grens tussen huis en wereld is Mercurius afgebeeld, met een geldbuidel.

 

Vaker zijn het moeders dan vaders die optreden als hoeders van het zuivere huisgezin.  Zij waren  het die de grens tussen de vuile straat en het propere huis bewaakten. Een geliefd thema was de moeder die het hoofd van haar kind op luizen inspecteert.

 

2. DE HEROISCHE HUISVROUW

 

Cats wenst zich in zijn 'Houwelijck' een

 

 'wijf van middelmaat... een wijf , een stil en rustig wijf... dat noyt den vrede breeckt...dat liever schade lijt als datze schelt en tegen krijt'. 

 

Zo droeg de vrouw de zware last van het verwachtingspatroon van de deugdzame echtgenote.  Binnen het huisgezin werd vooral de vrouw verantwoordelijk gesteld voor het welslagen of de ontwrichting van het huishouden. Zij maakte het huis tot een veilige haven voor christelijke deugd. Toch gaf het huwelijk haar ook veiligheid.  Ze was immers van nature een samenstel van dierlijke instincten en slachtoffer van haar emoties. Een verstandige vrouw blijft thuis, anders loopt ze als uithuizige vrouw het risico dat ze ongeremd wordt.

 

Toch lagen bij veel vrouwen zonde en deugd naast elkaar : ze hadden  de reputatie van matigheid maar vielen ook op door hun voorliefde voor obscene praatjes. De veronderstelling was dat de onbeschaafden door de huwelijksgelofte in rechtschapenen zouden veranderen. Voor de buitenstaander was de kennelijke vrijheid van de Nederlandse vrouw des te verwarrender : ze zoende in het openbaar, sprak vrijmoedige taal, wandelde zonder begeleiding etc. Er waren er ook die deze vrijheid als positieve onbevangenheid opvatten. Deze volmaakte eerlijkheid werd dan gezien als een  belangrijke oorzaak van de 'grote kracht en voorspoed'  van de Republiek.

 

Vrouwen waren weliswaar uitgesloten van politieke ambten, ze konden wel degelijk deelnemen aan het openbare leven door een rol te spelen in liefdadigheidsinstellingen, als regentessen van weeshuizen, gasthuizen, oudemannen- en oudevrouwenhuizen en tuchthuizen. 

 

Formeel waren ze onderworpen aan het wettige gezag van hun echtgenoot en ging hun bruidsschat op in het gezamenlijke bezit, maar ze behielden in het algemeen het recht die onder bijzondere omstandigheden terug te krijgen. Zo was het gebruikelijk dat bij de dood van de echtgenoot de weduwe haar deel volledig terugkreeg plus de persoonlijke bezittingen [zoals kleren] die ze tijdens het huwelijk had verworven. Als de echtgenote meende dat haar man haar deel onverantwoordelijk over de balk smeet of op een andere manier misbruik maakte van zijn recht van wettig voogdijschap, kon ze via het gerecht hun bezit formeel laten scheiden met volledige teruggave van de bruidsschat. Ongehuwde zwangere vrouwen of moeders konden de vermeende vader laten vervolgen in 'vaderschapsacties'. De boosdoener werd zo gedwongen de benadeelde partij te huwen of, als hij al getrouwd was, voor een bruidsschat te zorgen, de kosten van de bevalling te betalen en eventueel in het onderhoud van het kind te voorzien. Vrouwen wie in het huwelijk onrecht werd aangedaan hadden ook recht op rechtsbijstand. Vrouwen konden handelscontracten afsluiten en notariële documenten laten opstellen.  Dit alles maakte de vrouw natuurlijk nog niet tot gelijke van haar man.

 

Binnen bepaalde grenzen kon de vrouw aan een carrière werken. Zo oogste Adriana Nozeman lauweren op het toneel, waren Anna en Maria Visscher hoofd van een literaire en filosofische salon en kon Anna Maria van Schurman uitgroeien tot een geleerde van formaat. Daarnaast was Judith Leyster een vernieuwende schilderes.

 

Er waren er die zich geroepen voelden de kracht van de vrouw onder de aandacht van hun tijdgenoten te brengen. Zo schreef Van Beverwijck zijn 'Van de Wtnementheyt des Vrouwelicken Geslachts' . De vrouwelijke ziel maakte haar in ieder opzicht tot de gelijke van de man. De vrouw kon zich -mits goed daartoe opgeleid-  in veel andere zaken dan alleen maar het huishouden bekwamen.  De vrouw was vergeleken bij de man vromer en waardiger en eerzamer.  Vrouwen konden meer pijn verdragen en hadden een uitzonderlijke genegenheid voor haar kinderen. Van Beverwijck speelt op een gegeven moment met de gedachte van rolwisseling.  Toch waren er ook zaken in zijn werk die voor het traditionele denken volstrekt aanvaardbaar waren.  Zo wil hij graag dat vrouwen gestimuleerd worden om te lezen, maar dan wel met het uiteindelijke doel goede vrouwen en moeders van hen te maken.  Alleen goede boeken waren voor vrouwen toegestaan.

 

Ondertussen ontwikkelde zich een soort burgerlijke consensus over het huwelijk en de relatie tussen de geslachten.  Zo werd het idee dat de man heerste over zijn vrouw en huis, en dat huis en wereld strikt gescheiden waren, genuanceerd door het inzicht dat een sterke huishouding een sterke meesteres vereiste en niet gediend was met patriarchale dwingelandij.  Naast voortplanting en voorkoming van ontucht was kameraadschap voor de Kerk een belangrijke reden voor het instituut huwelijk. 'Gelijck een hooft niet wel en kan zijn sonder het lichaem, soo mede niet een Bruydegom sonder Bruydt' zegt de Amsterdamse predikant Petrus Wittewrongel. Verder merkt hij op :

 

'Man ende vrouwe moeten door een seer teere Houwelicks-liefde aen malkanderen verbonden ende verknocht worden, sy moeten tot ontsteeckinge der liefde in alle minnelickheydt ende vriendelickheydt met malkanderen leven. De conjugale liefde moet onderlinge het herte verwarmen'

 

 Cats vergelijkt echtgenoot en echtgenote met twee molenstenen die noodzakelijkerwijs samen moeten malen om hun doel te vervullen. De kern van de huwelijksband was genegenheid, tederheid en liefde.

 

Non enim coitus matrimonium facit sed maritalis affectio [Hugo de Groot] :

 

 

Niet de sex maakt een huwelijk, maar de echtelijke genegenheid

 

De echte en duurzame gevoelens moesten wederzijds zijn.

 

Ook de vrouw deelt in de macht over het huis.

 

"Een huisvoogd met zijn huisvriendin

verbeelden tegelijk een koning en een koningin,

hun huis versterkt een rijk'.

 

De vrouw is de bewindvoerder die toezicht had op de bedienden, het wekelijkse kook-, schoonmaak- en inkoopschema opstelde en uitvoerde, meubels en keukengerei controleerde en zonodig verving, zorgde dat de kinderen goed en netjes gekleed waren, erop lette dat een behoorlijke voorraad medicijnen, kruiden en geneeskrachtige planten in huis was voor allerlei medische problemen, vooral die van de kinderen, voorbereidingen trof voor de feestdagen van het hele jaar met het bijbehorende eten en bier, en ook nog de planten en bollen verzorgde als het huis een moes- of bloementuin had.

 

Daarnaast fungeerde de echtgenote als particulier adviseur van haar man. Daarbij moest ze hem wel respect en beleefdheid tonen, altijd 'met zagtmoedigheid en vriendlijkheid' tegen haar man spreken en zich onthouden van woede of bitterheid. Ze hoeft zich anderzijds niet door haar man te laten tiranniseren:

 

'Men hoeft [God sy gelooft] in onse Nederlanden geen boeyen voor de vrou, geen slaevelicke banden, geen kluysters aen het been' [Cats]

 

De orthodoxe echtelijke seksualiteit werd als 'kuis' beschouwd, als een soort verlengde maagdelijkheid. Zonder meer werd erkend dat de 'vleeschelijke conversatie' niet alleen diende voor de voortplanting maar ook voor de lichamelijke uitdrukking van de echtelijke liefde en om ontucht te voorkomen.

 

Zo vinden we in het huwelijk een complexe combinatie van 'patriarchale' en 'kameraadschappelijke' gevoelens. Tegen 1650 vinden we in de schilderkunst dynamischer en ongedwongener poses dan daarvoor. De sfeerverandering voltrok zich heel geleidelijk. Aanvankelijk kwamen nog wel vormelijke elementen voor zoals de liefdestuin als achtergrond of de symboliek van klimop en distel als teken voor de juiste rolverdeling binnen het huwelijk. Uiteindelijk waren er talrijke manieren om liefhebbende kameraadschap uit te drukken, bv. in portraits historiés, als bijbelse echtparen of als figuren uit de klassieke oudheid.

 

3. VERLEIDINGEN EN VERSCHRIKKINGEN

 

Twee soorten vrouwen kwamen het meest voor in genrestukken : de eenzame oude vrouw die dankt voor een eenvoudige maaltijd en de liederlijke koppelaarster die een seksuele transactie sluit. Ze belichamen de tegengestelde normen van vleselijke lust.  Terwijl de deugdzame vrouw de materie uit haar leven bant,  vergaart de oude feeks die juist. Haar drift verlegt zich van seks naar geld.

 

Jonge vrouwen zijn niet zo duidelijk in te delen.  Veel vrouwen in genrestukken - vooral die waarbij de kleding een hoge sociale status verraadt - behoren tot het domein van de verleiding. Voor Nederlandse moralisten waren jonge vrouwen een gemakkelijke prooi voor de duivel.  Voordat de maagd de veilige haven van het huwelijk bereikte verkeerde ze langdurig in groot gevaar. In de visie van Cats was een huwbaar meisje als een kastanje in het vuur, op het punt te exploderen als ze niet werd afgekoeld door het huwelijk. Buitenstaanders viel een vrij, speels verkeer tussen de seksen op dat gepaard ging met een strikte huwelijkstrouw. Schaatspartijen, papegaaischieten, uitstapjes op het land of naar het strand, in schijnbaar onschuldige situaties konden allerlei spelletjes zinnenprikkelend zijn.  Met name voor de Kerk waren dergelijke zaken een bron van verontwaardiging.

 

Zoals eerder opgemerkt werden tedere gevoelens onontbeerlijk geacht voor een goed huwelijk. Niet dat ze een goed huwelijk garandeerden. Veel satirische literatuur betreft ontwrichte huwelijken waarbij vrouwen 'de broek aan hebben'. Een ander veelvoorkomend thema is dat van de berekenende vrouw die een man voor een huwelijk strikt. Volgens deze misogyne satires waren alle vrouwen geneigd tot wangedrag, maar dienstmeisjes, vroedvrouwen en minnen in het bijzonder. In de genreschilderkunst zijn dienstmeisjes vaak als ware kwelduiveltjes weergegeven. Vaak kijken ze vanuit strategische plaatsen rechtstreeks de toeschouwer aan en betrekken deze in de genietingen van de verleiding.

 

Eenzelfde morele onbestemdheid vinden we in de courtisaneliteratuur. Daarin is het bordeel duidelijk een antihuis, de bordeelhoudsters de antimoeders en de meisjes zelf een soort antigezin. Volgens de normen van de 17e eeuw waren 'musico's' en 'speelhuizen' de leerscholen der zonde, zoals het huis de belangrijkste leerschool der deugd was.

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hoorcollege 2

 

Aanloop tot de Opstand, 1500-1555

 

Lezen: Van der Horst, 109-125

 

 

 

In deze les houden we ons bezig met de 'voorgeschiedenis' van de Nederlandse Opstand. Daarbij worden enkele belangrijke ontwikkelingen in de eerste helft van de 16de eeuw besproken.

De achtergronden van de Nederlandse Opstand kunnen we vanuit drie invalshoeken bekijken.

 

Ten eerste gaat het om de ontwik­kelingen op politiek gebied: de betrekkelijk los van elkaar opererende gewesten werden in de loop van de vijftiende en zestiende eeuw samengevoegd in een staatsverband. Binnen dit staatsverband ontstonden de hoog oplopende conflicten die in de tweede helft van de zestiende eeuw resulteerden in de Nederlandse Opstand.

 

Ten tweede komen de godsdienstige achtergronden van de Opstand aan bod. We moeten daarbij denken aan de opkomst van de protestantse bewegingen die door de katholieke kerk te vuur en te zwaard werden bestreden.

 

Ten derde kijken we naar de sociaal-economische ontwikkelingen in dit gebied. Door de gunstige ontwikkeling van diverse bedrijfstakken (de opbloeiende landbouw in Holland, de laken­nijverheid, met name in Vlaanderen, en de zeehandel in plaat­sen als Antwerpen en Amsterdam) werden de Nederlanden een zeer welvarend gebied dat de inzet kon zijn van een felle strijd.

 

 

Aanvullende opdracht : Geef een korte toelichting bij de volgende begrippen, namen  en feiten:

 

-Boekdrukkunst

-Renaissance

-Ontdekkingsreizen

-Kerkelijke misstanden

-Moderne Devotie

-Erasmus

-Luther

-Aflaathandel

-Wederdopers

-Calvijn

-Heksenvervolging

 

-Bourgondië

-Maria van Bourgondië

-Maximiliaan van Oostenrijk

-Filips de Schone

-Johanna de Waanzinnige

-Karel V

            -Utrecht

            -Gelre

            -oorlogen met Frankrijk

            -Brusselse hof

            -Inquisitie

Economische groei

            -invloed van de wereldmarkt

            -inflatie

 

 

2. Maak een selectie van de onderwerpen en rubriceer deze onder de verschillende oorzaken/achtergronden van de Opstand:

 

a.       Godsdienstige factoren.

b.      Politieke factoren.

c.       Economische factoren.

 

3. a. Aan welke van deze factoren moeten we het meeste waarde hechten?

3. b. Wat is het onderling verband tussen 2 a., b. en c.?

 

Stamboom Karel V

 

 

Isabella van Castilië

            X                                Johanna de Waanzinnige

Ferdinand van Aragon

                                                                      

 

 

                                                                       X                                Karel V (1500-1558)

                                                                    

                                                                      

 

 

 

Maximiliaan I van Oostenrijk                                   

            X                                Filips de Schone

Maria van Bourgondië                                  

 

 

 

Erfenis:

 

Bourgondische landen (1506-1555)

Spanje (1516-1556)

Duitse keizerrijk (1519-1556)

Oostenrijk (1519-1521)

 

 

Eigen verwervingen:

 

Friesland (1524)

Utrecht (1528)

Overijssel (1528)

Groningen/Drenthe (1536)

Gelre (1543)

 

 

Verhaalopdrachten:

 

-Jan Brugman

 

-Johanna de Waanzinnige


 

 

Hoorcollege 3

 

 

De Opstand brandt los, 1555-1584

 

Lezen: Van der Horst, 126-149

 

In werkcollege 1 hebben we gezien dat er al voldoende brandbaar materiaal aanwezig was voor een flink conflict. Maar wat doet dit materiaal ontvlammen? In welke stappen komt het tot een grootschalig conflict?

 

- Oplopende spanning, 1555-1565

 

Enkele hoofdpersonen.

 

1.      Typeer Filips II en schenk daarbij met name aandacht aan zijn persoonlijkheid en denkwereld [kruistochtideaal, contrareformatie]

 

2.      Welke gevolgen had Filips’ geldnood voor  de Nederlandse gewesten?

 

3.      Typeer Willem van Oranje  en schenk daarbij met name aandacht aan zijn persoonlijkheid en denkwereld.

 

4.  In welke familierelatie staat Margaretha van Parma tot Filips II?  Wat is haar rol in de Nederlanden?

 

5.   Leg in het kort uit waarom de bisschoppelijke herindeling zo’n probleem was voor de adel.

 

 

- Het conflict brandt los, 1566-1572

 

1. Laat zien hoe de volgende kettingreactie in werking werd gezet. Besteed daarbij aandacht aan het begrip ‘onbedoelde gevolgen’.

 

-Het smeekschrift van het Verbond der edelen [zie tekst onderaan]

-Matiging van de plakkaten.

-Beeldenstorm.

-Filips’ besluit om een troepenmacht onder leiding van Alva te sturen.

 

2. Beschrijf de beeldenstorm en licht de werkwijze van de beeldenstormers en hun motieven toe.

 

3. a. Welke maatregelen nam Alva vanaf 1567?

3. b. Wat waren de bedoelde en onbedoelde gevolgen van zijn maatregelen?

 

[Het optreden van Alva is in prenten aan de kaak gesteld. Een voorbeeld daarvan [uit Valerius’Gedenckklanck] is te vinden op http://www.musicksmonument.nl/valges.html]

 

 

4. Beschrijf het optreden van Willem van Oranje.

4.a.Welke motieven heeft hij om in opstand te komen?

4.b.Geef een toelichting bij deze zin uit het Wilhelmus: ‘de koning van Hispanje heb ik altijd geëerd’.

 

 

Smeekschrift der edelen 
5 april 1566


`Me-vrouwe: de selfde edelen die als nu in deser stad by malkanderen zijn, en andere van gelijkder qualiteit, tot een redelijk getal, dewelk om eenseker respects wille achter gebleven zijn, hebben gesloten tot dienste van den coning, en tot gemene welvaert van dese sijne Erf-Nederlanden, uwer Hoogheit in alder ootmoedigheit dese remonstrantie te presenteren, waer op haer believen sal sulx te ordonneren gelijk de selve bevinden sal voeglijk te wesen: biddende uwe hoogheit ons dit niet qualijk af te willen nemen.
Voorts, Me-vrouwe, ist dat wy veradverteert worden, als datmen ons voor uwer Hoogheit beswaert heeft, insgelijx in den Rade, en voor andere, als dat dese ondsedeliberatie besonderlik gemaekt en aengeveert zy geweest, om 't volk oto oploop, beroerte, oproer en muiterye te verwecken, ja d'welke noch schandelijker is, wy worden aengegeven als dat wy wel wouden een ander heer hebben, en heimelijk verbond geparactifeert, en onse bontschap aengeleit hebben met vreemde heeren en capiteinen, so wel met Fransoisen als met Hoogduitsen en andre, d'welk wy noit eens gedacht en hebben, en onser getrouwigheit geheel tegen is, gelijk uwe Hoogheit by dese remonstrantie vernemen sal. Biddende niet-te-min uwe Hoogheit ons te willen noemen en verklaren welke die zijn, die so t'onrecht sulk edel en eerlik geselschap geblameert hebben.
Daer-en-boven, Me-vrouwe, hebben de heeren die hier tegenwoordig staen vernomen, hoe datter sommige zijn onder hen-luiden die besonderlijk en int particulier bedragen, beswaert, en aengegeven worden, de hant gereikt, en uit geweest te hebben om den voorseiden rampsaligen aenslag int effect en werk te brengen, so wel met ten Fransoisen als ander uitlanders, waer van wy ons seer beklagen; so bidden wy dan uwe Hoogheit ons so veel goets te willen gunnen en deugts te willen doen, datse ons de namen seggen, van beide de klagers en beklaegden, op deat geopenbaert zijnde 't ongelijk en de schelmerie, uwe Hoogheit daer over recht doe, den anderen ten exempele, namelijk om alderley onraed en schandelisatie die daer uit soudemogen rijsen, te voorkomen. Want wy werten welvan te voren dat uwe Hoogheit nimmermeer gedogen sal, dat men so eerlijk geselschap al sulke schandelijke en lelijke stucken of feiten na-seggen soude.'
Het request of smeekschrift:
Me-Vrouwe, 't is kennelijk genoeg dat de Nederlanders t'allen tyden over de gansche christenheit seer vermaert zijn geweest (gelijk sy op dit pas ook noch zijn) om haer grote getrouwigheit tegen haer overheit en wettelijke heeren, waer onder den adel altijds d'eerste is geweest, als de gene die noit lijf noch goet gespaert en heeft om de selve te helpen beschermen en groot maken, en also willen wy de alderootmoedigste vassalen van sijne Conincklijk Maj. ons hoe langer hoe meer verbeteren, envoortvaren, als dat wy, t zy by dage of by nachte, gereet zijn om sijner Maj. met lijf en goet in aller ootmoedigheit te dienen. Bemerkende dan hoe de saken hedendaegs geschapen en gestelt zijn, so hebben wy raedsaem geacht uwe Hoogheit sommige dingen onderdaniglijk aen te geven, hebbendeliever wat ondanks te behalen, dan of uwe Hoogheit sulks verholen bleve, d'welk sijner Maj. namaels een prejudicie en achterdeel mogtewerden, en also haest in stede van ruste en vrede, hier te lande grote beroerte te maken, verhopende dat men metter tijd opentlijk sien sal, wat dienst wy sijneConinglijke Maj. eertijts mogten bewesen hebben, of namaels mogen bewysen, dat desen dienst behoort gehouden te wesen voor een van de meeste, voegelijkste, en bat te passe komende, als wy ons certeinelijk laten dunken, dat uwe Hoogheit ons sulks niet dan seer wel afnemen sal. Hoe wel wy dan, Me-Vrouwe, geensins en twijffelen, o al 't gene wat de Koninglijke Maj. wel eertijts, ja selfs als nu van nieuws geordonneert heeft, roerende d'Inquisitie, en de scherpe onderhoudinge der Placcaten op 't feit der religien, en hebben eenige reden, grotnt en goeden schijn gehad, namelijk: om voorts te onderhouden al wat wijlen keiser Karel hoogloflijker gedatenisse, tot goed meninge gedaen, geordonneert, en gesloten hadde. Siende nochtans dat d'een tijd tegen d'andere ongelijk is, en verscheiden remedie met haer brengt, ook dat alreets sedert sommige jaren herwaers, de voorseide Placcaten, al zijse niet ten rigoreusten ter executien gestelt geweest, d'oorsake zijn geweest van veel onraets en sware inconvenienten: so ist voorwaer, dat de leste wille en resolutie van sijne Coninklijke Maj. by de welke hy niet alleenlijken verbiet de voorseide Placcaten eenigsins te modereren, maer beveelt duidelijk en expresselijk dat d'Inquisitie stant grype en geobserveert werde. Item, dat de voorseide Placcaten te scherper en rigoreuser executie gestelt werden, ons goede oorsake enoeg geeft te beduchten hoe dat daerdoor niet alleen de voorsz inconvenienten hoe langer hoe groter sullen werden, maer datter lestelijk wel mochte volgen een seer grote en generale beroerte en oproer, tenderende tot een jammerljke verderffenisse van het gehele land, na dat wy 't volk gestelt sien, want hun alreets van alle kanten merkelijke waerteken en voor ons oogen openbaren van alteratie veranderinge. Bemerkende dan het merkelijk en grote perijkel, daer wy ons voor te beduchten hebben, so ist dat wy tot nu to gehoopt hadden, dat of by d heeren, of by de Staten van den lande, in tijde en wyle uwer Hoogheit remonstrantie hier van soude gedaen zijn geworden, ten einde om de sake te remedieren, weg nemende d'oorsaken en den oorsprong van allen desen onraet. Maer nademael wy gesien hebben dat sy om eenige oorsaken, die wy niet weten en kunnen, hun daer toe noch niet vervorder en hebben, en dattet middeler tijd hoe langer hoe erger wordt, so dat het perijkel van oproer en muiterie over 't gantsche land voor de deure is. So zijn wy bedacht geweest om ons devoir te doen, om onsen eed te voldoen, om ons eere te quiteren, sampt de goede wille en liefde die wy dragen tot sijn Coninklijke Majesteit, en ons vaderland, niet langer te beiden, maer ons liever voor d'eerste te vervorderen en doen 't gunt dat de noot eischt, d'welk wy so veel te vryelijker doen mogen, mits wy meer reden hebben te verhopen dat sijne Coninklijke Maj. onse waerschouwinge ons niet qualijk afnemen sal, siende dat ons de sake meer aengaet en roert, danse doet yemant anders: want wy altijds meer aenstoots te lyden hebben, en in meerder perijkel staenmoeten alsser diergelijke inconvenienten op handen zyn of geschien, hebbnde meestendeels onse huisen en goeden int velt leggende, tot prijs en roof van alle man, ook gemerkt in dien 't rigeur der voorsz Placcaten voortgang heeft, gelijk als sijn Coninklijke Maj. expresselijk gebiet te procederen, so en isser niemant van ons allen, ja in alle de Nederlanden van herwaers-over, God geve van wat staet, qualiteit, en conditie dat hy ook zy, sijns lijfsseker, d'welk hy sal bevonden werden verbeurt te hebben, en sijne goeden daer neffens econfisqueert, door wroeginge van den eersten hem benydende, de welke hem sal beklagen om een deel te hebben in de confiscatievan sijne goeden, onder 't dexel der Placcaten, den welken genen anderen troost noch toevlucht gelaten en word, dan allenlijk de dissimulatie of gunste van den officier, in wiens gratie, hant en macht sijn lijf en goet geheel en al sal gestelt werden. Ter aenschou van 't welk wy te meer oorsake hebben om uwer Hoogheit in aller ootmoedigheit te bidden (gelijk wy ook metter daet by dese tegenwoordige requeste doen) hier in wel te willen voorsien, en overmits niet weinig daer aen gelegen is, also heaest alst immer mogelijk is aen sijn Coninklijke Majesteit eenen nutten en bequamen persoon te senden en uit te maken, om de selve sulx te adverteren, en van onsent wegen in aller gehoorsaemheit bidden, dat hem believe hier in geheel en al voor nu en voor namaels te versien: maer mits 't selfde niet geschieden en kan, also lange als de placcaten stand grijpen, en haer rigeur houden, aengesien dat den oorspronk van alle dese inconvenienten daer uit komen, dat de selve Coninklijke Majesteit gelieve te verstaen dat de voorsz placcaten geaboleert en te niete gedaen werden: want sulx sal bevonden worden van noden te zijn, om te beletten de bederffenisse en verlies van alle dese Nederlanden van herwaerts-over, en ook de reden en rechte gelijkmatig. Maer op dat sijn Coninklijke Majesteit geen oorsake en hebbe te denken dat wy (die niet en pretenderen, dan den selven in aller ootmoedigheit gehoorsaem te zijn) souden willen bestaen de sleve te bedwingen, of yet te willen doen dat ons belieft, (gelijk wy niet en twijfelen dat onse tegenpartyen uit leggen tot onsen achterdele) so sal sijne Coninklijke Majesteit andere ordonnantien gelieven te maken, by advyse en consent of bewillinge van alle de Staten, die in 't generael en gelijk vergadert worden, ten eindeom in 't gene voorseit is, door beter, voegelijkere en eigentlijker middelen te versien sonder so merkelijken perijkel. Biddende ook in alder ootmoedigheit, te wijle sijne Coninklijke Majesteit onledig wesende met onse rechtveerdige requeste, daer op believen sal te ordonneren, wat der selver goet en oprecht dunkt te zijn, dat uwe Hoogheit daer en tusschen voorsien wille op te voorseide periculen door een generale ophoudinge, uitstellinge en opschorsinge, so wel van der Inquisitien als van executien der voorseider placcaten, totter tijd toe dat sijn Coninklijke Majesteit hier in andersins sla geordonneert hebben, wel duydelijken en expresselijk protesterende, dat wy voor so veel als ons aengaen mach, ons gequeten hebben mits sulke waerschouwinge, so dat wy ons des opte staende voet ontlasten vor God en de werelt: verklarende so verre als namaels eenig inconvenient, onraet, muyterie, oproer, of bloetstortinge hier uit volgt, by faute van in tijds in de weere geweest, en remedie daer voor gedaen te hebben, dat men ons geensins sal mogen of konnen verwijten noch na gevn, also schijnbaer een quaet verborgen en verholen gehouden te hebben, daer toe wy God, den Conin, uwe Hoogheit, en de heeren van sijne raden, eensamelijk ook onse conscientien tot een getuige nemen, dat wy hier in gedaen gen gehandelt hebben, gelijk als 't de goede en rechtveerdige dienaers en getrouwe vassalen van sijneConinklijke Majesteit toebehoort, sonder in 't minste, of ergens in ons devoir te buiten gegaen te zijn, waerom wy ook so veel te vlijtelijker en vyeriger zjn biddende uwe Hoogheit, dat deselve hier op letten wil eerder meer quaets af komt. Also sal sy wel doen.

 

 

 

- Grootschalige oorlogvoering, 1572-1584

 

1.      Bespreek de onderstaande stelling:

 

“Het is puur toeval dat de Opstand in 1572 zo succesvol was.”

 

2. Welke motieven hadden diverse Hollandse en Zeeuwse steden om de kant van de opstand te kiezen?

 

3. Geef een schets van de strategie van Alva in de jaren 1572-1574.

 

a.       Met welke militaire middelen streed hij?

b.      Op welke problemen stuitte hij?

c.       Hoe is te verklaren dat Holland en Zeeland de strijd overleefden?

 

4. Hoe is de Spaanse muiterij van 1576 te verklaren?

 

5. Geef in het kort aan wat de volgende stappen inhielden.

 

            -Pacificatie van Gent (1576)

            -Unie van Atrecht (1579)

            -Unie van Utrecht (1579)

            -Plakkaat van Verlatinghe (1581)

 

6.a.Leg uit waarom het Plakkaat van Verlatinghe revolutionair was.

6.b.Wat is de overeenkomst met de Declaration of Independence (1776)?

6.c.Kun je zeggen dat dit plakkaat een illegaal document was?

 

7. Na het afdanken van Filips II gaan de opstandige gewesten op zoek naar een andere vorst, in Frankrijk en Engeland. Om welke motieven gebeurde dat?

 

- Ter verdieping

 

 

1.      Willem van Oranje leidde vanaf 1568 de opstand tegen de Spanjaarden.Op grond van welke functie deed hij dat?

 

a.       Als graaf van Holland en Zeeland?

b.      Als vorst van Oranje?

c.       Als voormalig stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht?

 

2. De Nederlandse gewesten vormden in 1568

 

a. een republiek

b. een koninkrijk

c.  een los staatsverband

 

3. In het graafschap Holland was in 1568 het hoogste gezag in handen van

 

a.       de koning van Spanje

b.      de graaf

c.       de statenvergadering

d.      de stadhouder

 

Verhaalopdrachten:

-Beeldenstorm

-Leiden ontzet, 1574

 

 

 

 

 

 

[f90v]
Een ander nieu liedeken van Leyden. Op de wijse van Dueren.
[1][1]

VVie wil hooren singhen/
Van vreuchden een goet nieu liet
Al wat daer cortelinghen
[2][2]
In October is gheschiet/
Hoort wel na het rechte bediet
[3][3]/
Godt de heer en verlaet zijn vrienden ni[et]
Alsoomen
[4][4] wel mocht aenschouwen/
Die stadt van leyden was in groot benouw[en.]
[5]
[5]

Sy en hadden gheen prouande[6][6]
Te leyden/ tzy u vertelt/
Dat wisten die Tyrannen
[7][7]/
Sy seyden: Tisser seer sober
[8][8] ghestelt/
Die spaniaerden quamen met grooten gewelt
En hebben haer in de Schansen
[9]
[9] gestelt/
Sy seyden/ wilt ons de stadt opgeuen/
Ghy sult behouden goet en leuen.

Die van Leyden hebben gheschreuen
Met also hooghen moet
[10][10]/
Wy willen ons niet opgheuen/
Want ghy zijt dol en verwoet
[11][11]/
Alom te storten tonnoosel bloet
[12][12]/
[f91r] Wy spiegelen ons aen Haerlem soet
[13][13]/
Die hadden haer knechten binnen/
Hoe souden wy gracy verwinnen
[14][14].  

Den Admirael heeft dit vernomen/
Die den Prins is toeghedaen/
Hy is wt Vlissinghen ghecomen
Om Hollant trouwelick by te staen/
Te water te lande hoort mijn vermaen
[15][15]/
Met veel Bootsgesellen
[16][16] wilt dit verstaen[17]
[17]
Die voor den Prince wilden leuen en steruen
Ofte Prijs ende eer te verweruen.

Sy hebben oorlof[18][18] ghenomen/
Godt sterckten haer op den ganck
[19][19]/
Die Papisten
[20][20] die mochten wel schromen[21][21]/
Het water hielse in grooten bedwanck
[22][22]/
Die Bootsgesellen voeren vrij en vranck/
Den Admirael riep/ al eer yet lanck
[23][23]
Willen wijt den Heere beuelen
[24]
[24]/
Sy songhen Psalmen met luyder kelen.  

Daerna schoten sy en wederschoten[25][25]
Voor de Schans te Soeter Meer/
Het heeft de Papouwen
[26][26] verdroten[27][27]/
Al was haer hoop so veel
[28]
[28]/
Sy worpen haer packen en sacken daer neer
Sy seyden/ wy comen daer niet meer/
De Zeeuwen die comen ons quellen/
Daer willen wy ons niet teghen stellen.  

Den Admirael is ghetoghen[29][29]
Van daer na
[30][30] Soeterwou/
[f91v] Hy wilden daer niet af poghen
[31][31]/
Voor dat hy de Schans hebben sou/
Die Papouwen waren in grooten rou/
Men hoordese al huylen man ende vrou/
Sy mostent al
[32]
[32] becoopen/
Met groote schande sachmense loopen.

Wel duysent Papouwen zijnder gebleuen[33][33]
Gheschoten/ gheslaghen doot/
Sy mosten daer laten haer leuen/
Al was haren hoop soo groot/
Vant Lant zijn sy oock gheweken bloot
[34][34]/
So dat onse Victaly schepen
[35]
[35] al sonder noot
Binnen Leyden zijn vrij gecomen
Daer is de blijschap vernomen.

Het was een blijde mare[36][36]/
Ouer al het Princen Lant/
Men luyde de Clocken die daer waren
Men schoot het geschut aen elcken cant
[37][37]
Op hoecken van straten Pectonnen
[38][38] gebrant
Ter eeren der Geusen/ ter Papisten schant/
Louende Godt bouen al verheuen/
Van
[39]
[39] zijn Victorie ghepresen.  

Oorlof[40][40] Broeders ende susters verheuen/
Laet ons Godt louen principael
[41][41]/
Van
[42][42] zijn Victory ghepresen/
En den Edelen Admirael
Van Vlissinge/ ter Vere/ Ziriczee te mae[l]
[43][43]
En de Bootsgesellen in generael
[44][44]/
Die so menich vroom feyt
[45]
[45] hebben bedreuen/
Voor Gods woort gewaecht lijf ende leuen.



 

Jan van Hout

 

Opte Duyfkens de blijde tijdinge brengende vant Leytsche ontset

 

1          Terwijl den zwarten Peen, het Palladijnsche Leyden

            Beleyde' omringende de wallen, muyren, vest,

            En dat om zwaerder peen, haer borgeren meest schreyden,

            Peen, die hem God toe zondt, als hongernoot en pest,

5          Rontsom men schansen ziet, naer Noort, Oost, Zuyt, en West:

            Begraven isse' alom, den vyant waecte' om winnen yet,

            Zo dat zijn trotsen mont, dorst roemen op het lest

            Om hier te raecken in, zelfs Iupin const beginnen niet:

            Dione' heeft dit gehoort, daer zy in thooch van haer tinnen ziet:

10        Mijn hart gunt LEYDEN goet (sprac zy) tza Duyfkens geyl,

            U vlugge vlogelkens ontspreyt, en recht daer binnen vliet,

            Deursnijt de lichte locht, en draecht hem van haer heyl

            Veel blijder tijdingen, u wech is niet onveyl,

            Mer onbezet. Mars ziet, is van des Moors goetgonderen:

15        Ic van den Batavier, Neptuyn die de bezeyl-

            de zee gebiet, ooc den Iupin, God van de donderen

            Dees vougen hem by my, wel ist dan te verwonderen

            Dat LEYDEN wert onzet? elc brengt tzijne' om verblijden ,,by'

            Iupin zijn stormend weer, Neptuyn vervult de bonderen

20        Mit zee, mijn Duyfkens ic, dus LEYDEN wert dees tijden ,,vrij:

            Vliet wech Spec, zucht en zecht, dat jegens God quaet strijden ,,zij.

 

Uit: J. van Hout, Der Stadt Leyden Dienst-bouc.Leiden 1602, fol. [A 1 verso].

 

 

 

1 den zwarten Peen: een van de vele scheldwoorden voor de Spanjaarden of wellicht speciaal bedoeld voor  een in het zwart geklede capitano Francisco de Valdez die aan het hoofd stond van de belegeraars in 1574?; Palladijnsche: aan de godin van de wijsheid Pallas (Minerva) toegewijde (is een clichéterm met betrekking tot de universiteit, anachronistisch gebruikt, want Leiden bezat pas in 1575 een universiteit); 2 Beleyde': belegerde; 3 peen: straf (van het Latijnse poena); 4 hem: haar; 6 Begraven: omwald; 7 roemen: snoeven; 8 Om hier te raecken in, zelfs Iupin const beginnen niet: zelfs de oppergod Jupiter zou het nog niet lukken om Leiden te overmeesteren; 9 Dione: Venus (beschermgodin van Troje en Rome); 10 goet: het goede; Duyfkens geyl: Venus wordt afgebeeld met twee duifjes als attribuut; 12 hem van haer heyl: hun van hun redding; 13 onveyl: onveilig; 14 Mars ziet, is van des Moors goetgonderen: de oorlogsgod Mars is namelijk op de hand van de Spanjaard; 15 Ic van den Batavier: ik (daarentegen ben op de hand) van de Hollander; Neptuyn: de zeegod Neptunus (staat voor de overstromingen doordat Oranje de dijken had laten doorsteken om de geuzen Leiden via het water te laten ontzetten); 16 Iupin: Jupiter staat hier voor de zware najaarsstorm in de nacht van 2 op 3 oktober (waardoor de slecht onderhouden muren van Leiden ten dele instortten en de Spanjaarden het op een lopen zetten vanwege het kabaal); 19 bonderen: beemden, graslanden; 21 Spec: toen een bekend scheldwoord voor Spanjaard.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoorcollege 4

 

 

A. De Opstand in een cruciale fase, 1584-1609

 

Lees Van der Horst, 150-167.

 

1.      Aan het eind van de jaren 1580 nam de strijd (definitief) een gunstige wending voor de opstandige gewesten. Verklaar dit aan de hand van:

a.       De economische ontwikkelingen.

b.      De politieke problemen van Filips II (Engeland en Frankrijk)

c.       De nieuwe militaire strategie van Maurits

 

2.      Geef een schets van de persoon en denkwereld van Johan van Oldenbarnevelt.

a.   Wat is dit voor een man?

a.       Welke groepsbelangen vertegenwoordigt hij?

b.      Wat zijn zijn denkbeelden?

 

3.a. Geef een schets van de religieuze verhoudingen in deze periode. Schenk daarbij aandacht aan de positie van calvinisten, katholieken en joden.

 

3.b. Kun je de Republiek  een echt calvinistisch land noemen?

 

Verhaalopdrachten :

-Vrije vrouwen

-De slag bij Nieuwpoort


 

 

B. Expansie

 

Lees Van der Horst,  168-193

 

Ontdekkingsreizen

 

1. a. Wat waren de drijfveren om aan ontdekkingsreizen te beginnen?

1. b. Over welke technieken en kennis beschikte men rond 1600?

1. c. Noem de belangrijkste ontdekkingsreizen en geef daarbij het belang aan.

 

Voor extra info zie : http://www.scheepvaartmuseum.nl

 

 

VOC

 

2.   Beschrijf in het kort de voorgeschiedenis van de VOC.

 

3.      Hoe was de VOC in de Republiek en in Indië georganiseerd?

 

4.      Op welke manier veroverde de VOC een plek in het Aziatische handelsverkeer?

 

5.      Hoe belangrijk was Azië voor de Republiek?

 

6.      Hoe belangrijk was de VOC voor Azië?

 

WIC

 

7.      Beschrijf in het kort  de voorgeschiedenis van de WIC.

 

8.      Hoe was de WIC georganiseerd?

 

9.      Aan welke handelsstromen nam de WIC deel?

 

10.  Hoe belangrijk was de kaapvaart voor de WIC?

 

11.  Welke problemen ondervond de WIC?

 

12.  Welke argumenten pro en contra de slavenhandel werden er destijds gehanteerd?

 

13.  Hoe belangrijk was de expansie naar het oosten en westen voor de welvaart van de Republiek in de 17de eeuw?

 

Voor extra info zie : http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/DAS

 

[DAS : Dutch-Asiatic Shipping in the 17th and 18th Centuries]

 

 

 

VOC op het Internet:

 

http://mediatheek.thinkquest.nl/~VOC/nl/index.php3

 

 

http://batavia.ugent.be

 

 

http://www.voc-kenniscentrum.nl/index.html

 

 

http://www.duyfken.com/

 

 

http://home-4.worldonline.nl/~t845911/republic/

 

 

 

 

 

Overgenomen uit Intermediair, 6 december 2001

De zwarte rand van de gouden eeuw

Honderdduizenden slaven heeft Nederland van Afrika naar Amerika verscheept. Deze lang verdrongen zwarte bladzijde krijgt nu eindelijk aandacht. Hoe groot was onze rol in de 'Black Holocaust'?

Door Bart Stol

In de ban van de slavernij

Een heus monument, eventuele herstelbetalingen, de restauratie van het oude Nederlandse slavenfort op het Ghanese Elmina, een tentoonstelling in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum; na een kleine tweehonderd jaar raakt Nederland weer in de ban van de slavernij, zo lijkt het. Langzaam ontwaken we uit de zelfgenoegzame droom van 'Nederland, historisch gidsland op weg naar vrijheid en democratie', nu ons geschiedenisboekje openvalt op die donkere bladzijde uit ons verleden. Maar hoe groot was ons aandeel in de Black Holocaust nou eigenlijk? En hoe kwam dat aandeel precies tot stand?

Nederland kwam min of meer per toeval in de slavenhandel terecht. 'We' zijn er niet primair mee begonnen om geld te verdienen, maar om de macht van Spanje te breken, aldus Piet Emmer, bijzonder hoogleraar Europese expansie in het Atlantische gebied aan de Universiteit Leiden. Hij heeft het over de eerste helft van de zeventiende eeuw, toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden met de personele unie Spanje-Portugal de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) uitvocht. De Spanjaarden en Portugezen financierden deze oorlog met de vele rijkdommen die zij uit hun koloniën in Zuid-Amerika wegkaapten. In Peru en Equador 'verzamelden' de Spanjaarden goud en zilver, dat ze eens per jaar met een zilvervloot naar Europa vervoerden. 'En op hun suikerrietplantages in het huidige Brazilië produceerden de Portugezen met behulp van slaven de kostbare suiker, een product dat nergens anders in de wereld te vinden was', zegt Emmer.

Een groot plan

In haar poging de macht van Spanje te ondermijnen - en haar eigen handelsmacht uit te breiden - richtte de Republiek zich vooral op Brazilië. Suiker was namelijk een zeer gewild product op de Europese markt, waar men zich tot dan toe met honing als zoetstof had moeten behelpen. Klein en bescheiden als ze was, ontwikkelde de Republiek een 'Groot Desseyn', een groot plan: ze wilde de Portugese suikerproductie torpederen door de aanvoer van slaven over te nemen. Daarvoor moest ze de Portugese nederzettingen langs de West-Afrikaanse kust veroveren en, om succes te verzekeren, ook meteen maar Brazilië innemen. Voor een dergelijk plan was geld nodig. Veel geld. Dankzij de kaapvaart kreeg de Republiek het benodigde bedrag in 1628 in één klap bij elkaar. Emmer: 'Piet Hein veroverde de Spaanse zilvervloot, waarmee de Republiek de expedities in Brazilië kon financieren.'

In de periode 1630 - 1634 veroverde de Republiek een groot deel van de Braziliaanse kust. En drie jaar later verzekerde zij zich van een stevige positie in Afrika door het eilandje Elmina, voor de kust van het huidige Ghana, in te nemen. Het Groot Desseyn was geslaagd: de Republiek had de Braziliaanse suikerproductie in handen… en was daarmee zowaar groothandelaar in slaven geworden.

Gevoelige indianen

'De Nederlandse slavenhandel kwam pas echt op gang na de verovering van Brazilië. Een groot deel van de Portugezen behield zijn suikerrietplantages in het door de Republiek bezette gebied. De Nederlanders wilden die mensen met hun unieke expertise graag te vriend houden. Suiker kon je in die tijd nou eenmaal alleen in Brazilië verbouwen. Dus toen de Portugezen vertelden dat ze alleen maar verder konden als er slaven kwamen, begonnen de Nederlanders hen slaven te leveren', zegt Emmer. Die slaven konden enkel uit Afrika komen. Indianen waren geen optie. Hun gevoeligheid voor Europese virussen en infecties maakte het onmogelijk om ze in grote groepen tegelijk te laten werken. Eén griepje en je was als eigenaar al je arbeiders kwijt. Daarbij ontdekten de Europeanen dat de Indianen beter te gebruiken waren als bondgenoot en soldaat in de strijd tegen andere Europeanen op het continent. Ook de inzet van 'witte slaven' (krijgsgevangenen, dwangarbeiders, ketters) zag geen enkele slavennatie als reële optie; een blanke onderwerpen aan slavernij was immers 'immoreel'.

Negers dus, stevige, sterke werkers, bestand tegen de tropische ziekten en voor een redelijke prijs bij bosjes te verkrijgen in Afrika. Dus zeilden de Nederlanders net als de Portugezen voor hen naar Afrika en kochten via hun posten in voornamelijk Ghana en Angola Afrikanen. De leveranciers? Afrikanen! Emmer: 'De Europeanen sloten met hun vraag naar slaven aan op een eeuwenoud systeem. In Afrika bestond namelijk geen vrije arbeid. Wie daar bijvoorbeeld een mijn wilde beginnen, had slaven nodig.' Het idee als zouden de Europeanen brute rooftochten hebben ondernomen, wijst hij resoluut van de hand. 'De Afrikanen beheersten het aanbod van slaven volledig. Zij bepaalden waar en wanneer ze wat voor mensen aanboden. Dit is goed te zien aan de plaats waar de Europeanen hun slaven haalden. Als het aan de Nederlanders lag, hadden ze de slaven het liefst in Mauritanië of Gambia gekocht, landen die op de route naar Brazilië lagen. Maar nee, ze moesten veel zuidelijker hun inkopen doen, omdat er in het noordwesten van Afrika nauwelijks slaven werden aangeboden.'

Emeritus hoogleraar geschiedenis Johannes Postma van de Minnestota State University vult hem hierin aan: 'De zogenaamde rooftochten zijn een mythe die na de koloniale periode op het verleden is geprojecteerd. De Nederlanders en andere Europeanen misten in die dagen gewoonweg de technologische middelen om effectief te opereren in het tropische Afrika.'

Twaalf miljoen slaven

In de periode 1500 - 1880 vervoerden Europeanen zo´n twaalf miljoen slaven tussen Afrika en Amerika. De Republiek speelde met een aandeel van 'slechts' vijf procent - toch zo´n 500.000 mannen, vrouwen en kinderen - een ondergeschikte rol. Emmer: 'Kwantitatief is Nederland nooit van belang geweest. We waren van belang voor de slavenhandel, omdat we de suikerrietteelt overbrachten naar het Caribisch gebied.' Hij doelt op de periode na het verlies van Brazilië in 1654. Tijdens de Nederlandse overheersing kwamen de Portugese plantagehouders in opstand, en met hun hulp veroverde Portugal Brazilië beetje bij beetje terug.

Toen deze Portugese koloniale reconquista voltooid was, moest de Republiek plotseling op zoek naar andere afnemers van slaven. Die vond zij in planters uit Engeland en Frankrijk, twee snel groeiende machten in zowel Europa als de West. Op de door hen veroverde eilanden als Barbados, Guadaloupe en Martinique verbouwden de Engelsen en Fransen met behulp van slaven tabak. Deze industrie bracht veel minder op dan de lucratieve suikerplantages. Veel hoefde de Republiek dan ook niet te doen om de planters over te halen het tabak te vervangen door suikerriet. Zij kon de planters immers dankzij haar ervaringen in Brazilië en haar posities op de Afrikaanse kust van alle benodigdheden voorzien. Emmer: 'Nederland kon de Engelsen en de Fransen een totaalpakket leveren: suikerpersen én slaven.'

Een paar jaar later kreeg de Republiek er een derde grote afnemer bij: Spanje. De erfvijand, met wie in 1648 definitief vrede was gesloten, gaf Nederland in 1662 asiento, toestemming, om slaven te verhandelen op zijn gebieden in Amerika. Deze asiento-handel deed het Nederlandse aandeel in de slavenhandel omhoog schieten. Tussen 1660 en 1690 vervoerde de Republiek gemiddeld eenderde van het totale aantal slaven. De aantallen bleven echter klein. 'Het gaat om hooguit een paar duizend slaven per jaar. Dat was niet zo veel in vergelijking met de achttiende eeuw. Toen waren er jaren dat er meer dan honderdduizend slaven getransporteerd werden', aldus Emmer.

In het slop

Dergelijke grote aantallen slaven kwamen vooral voor rekening van de Engelsen. De Nederlandse kooplieden hebben tot hun spijt nauwelijks deel gehad in deze bloeiperiode in de slavenhandel. Na het relatieve succes in de zeventiende eeuw raakte de Nederlandse slavenhandel in de achttiende eeuw in het slop. De tot wasdom gekomen politieke en economische reuzen Frankrijk en Engeland tastten de posities van de Republiek aan in zowel Europa als de West. Met hun protectionistische politiek ondermijnden ze de gehele Nederlandse handel, de slavenhandel incluis.

Ook de Republiek zelf droeg een steentje bij aan het ondergraven van haar slavenhandel. In een krampachtige poging om in Suriname een eigen suikerindustrie op te zetten, werd ruim dertig miljoen gulden in het gebied gepompt, echter zonder resultaat. Emmer: 'Na de financiële injectie nam de suikerproductie en de vraag naar slaven even toe, maar klapte daarna volledig in.' Terwijl er voor Frankrijk en Engeland gouden tijden aanbraken, wist de Republiek haar aandeel van vijf procent in de slavenhandel slechts met moeite te handhaven. Met gemiddeld twee- tot vierduizend slaven per jaar was de Republiek in de achttiende eeuw geworden tot een kleine, onbetekenende pendelaar tussen de Afrikaanse en Amerikaanse kusten.

Gezond schuldgevoel

Het geheel in ogenschouw genomen was de rol van Nederland in de Atlantische slavenhandel gering; op de introductie van suikerriet in het Caribisch gebied na heeft Nederland geen wezenlijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling en het verloop van de slavenhandel. Postma: 'Als Nederland geen slaven had vervoerd, was dat nooit opgevallen. Andere landen hadden de gebieden waar de Nederlanders zaten ingenomen en er slaven naar toe gebracht.' Maar hoe klein ons aandeel in wezen ook was, de schuldvraag blijft. Hij domineert het huidige maatschappelijke debat, maar vertroebelt het historische. Emmer: 'Het onderwerp is politiek verziekt. Er wordt geprobeerd het verhaal zo te draaien dat de Europeanen alle schuld krijgen.'

Ironisch genoeg zijn we zelf begonnen met het verdraaien van de feiten. Emmer: 'Onze kijk op de slavernij wordt vooral bepaald door de gruwelverhalen van de abolitionisten.' Deze (blanke) Engelse en Amerikaanse tegenstanders van de slavernij wezen in de negentiende eeuw de handel in mensen af op bijbelse gronden. 'De abolitionisten wilden God dienen door het kwaad uit de wereld te bannen, te beginnen met de slavernij. Daarom schilderden ze de slavernij zo gruwelijk mogelijk af. Slaven zouden bijvoorbeeld erge honger lijden. Maar de voedselvoorziening was voor slaven helemaal niet slecht - een slaaf leefde langer dan de gemiddelde Afrikaan. Honger was echter iets wat veel Europeanen kenden die tijd. Het begrip kon daar dus makkelijk als argument tegen slavernij worden gebruikt.' Volgens Emmer zijn de verhalen van de abolitionisten 'spookbeelden die bij het vuilnis gezet kunnen worden'. Postma onderschrijft Emmers visie: 'De abolutionisten baseerden zich veelal op incidentele gevallen. Zodoende creëerden zij een worst case scenario. Na de afschaffing van de slavenhandel en de slavernij in de negentiende eeuw is er tot zo´n dertig jaar geleden weinig onderzoek naar het onderwerp gedaan. Hierdoor konden de verhalen van de abolitionisten uitgroeien tot de voornaamste kennisbron van dit onderwerp.'

Rest de vraag wat de slavenhandel Nederland - naast een gezond schuldgevoel - heeft opgeleverd. Weinig, volgens Emmer. 'We hebben er wat suiker en tabak aan overgehouden. Goederen die, als we ze van de Portugezen hadden gekocht, iets duurder waren geweest. Eigenlijk hebben we het lid op de neus gekregen: longkanker en gaatjes in onze tanden', aldus de Leidse historicus.

 

 

 

Liederen van varen en vechten : Muziek en de VOC

In 1602 werd op aandringen van de Staten-Generaal de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht, waarin afzonderlijke initiatieven werden gebundeld. Bijna twee eeuwen lang, tot 1795, bezat de VOC het Nederlandse monopolie voor de handel op Azië. Ze groeide uit tot een belangrijke territoriale macht, die behalve matrozen ook soldaten in dienst had. Het onbetwiste handelscentrum in Azië was Batavia, door Jan Pieterszoon Coen in 1619 gesticht nabij het door hem verwoeste Jayakarta.
De reis naar de Oost duurde zo'n zeven maanden. De zeelui keerden doorgaans pas na zo'n vijf jaar terug - als men tenminste alle gevaren had overleefd. Tijdens de eentonige reis waren er diverse vormen van muziek en zang. Met trommel en trompet, of fluit of schalmei, gaf men commando's en signalen door. Wanneer de tamboer de stad rondging wisten de manschappen dat ze aan boord moesten. Werd met een vijandelijk schip slag geleverd, dan blies de trompetter vanuit de mast vóór het eerste salvo het Wilhelmus.
Er gingen soms muzikanten mee aan boord of matrozen die viool, fluit, hobo of bas speelden. Hun muziek kon de diplomatie ondersteunen. Wanneer men een inheemse vorst gunstig wilde stemmen werden muzikanten met geschenken vooruitgestuurd. Zo'n vorst kon danig onder de indruk raken van Hollandse boerendansen.
De matrozen zongen onder het werk aan boord. Met name het halen van de touwen en het hieuwen van het anker werd met ritmische formules begeleid. Bij het wisselen van de wacht, op vaste uren, zong men kwartierliederen. Bij het gebed 's ochtends en 's avonds werd er door de hele bemanning een psalm gezongen, waartoe psalmboekjes werden verstrekt.
Naast dergelijke functionele en ceremoniële muziek, van hogerhand verordonneerd, zong de bemanning ook voor het eigen vermaak. Veelal zelf gedichte zeemansliedjes weerspiegelen de leefwereld van de mannen vanaf het moment dat ze aanmonsterden en afscheid namen van de geliefde. Ze bezingen de heenreis met zijn vele gevaren, de aankomst in Batavia en het leven in Indië, de retourvaart en de thuiskomst - en na een maand of wat feestvieren, als het geld op is, opnieuw het aanmonsteren. De hele Oost-Indische cyclus is in de liederen te volgen. Ze werden gedrukt op liedblaadjes of in liedboekjes, waarvan sommige speciaal op zeelieden en Oost-Indiëvaarders mikten, zoals de Matroosen vreught (1696), De Vrolyke Oost-Indische Wellekomst-Drinker (ca 1740) en De Oost-Indische Theeboom (1767).
Er zijn liedjes die de aankomende matroos sterken in zijn voornemen naar de Oost te varen. Ze wijzen op de welstand van diegenen die terugkeerden, op de genietingen en rijkdommen die in de Oost liggen te wachten. Een beetje vent let niet op het gejammer van moeders en meisjes en dient het vaderland. Een minder positieve motivering spreekt uit het lied van de kalis ('kale neet') die vrouw en kinderen niet meer de kost kan geven en uit pure armoe aanmonstert voor een reis naar het Luilekkerland in de Oost. Daar zullen de zorgen vergeten zijn. Als in afscheidsliederen vrouwen aan het woord komen vrezen zij hun lief aan de dood te zullen verliezen, of - even erg - aan de geile Indische vrouwen die op de loer liggen. Van de reis wordt de route bezongen of de avonturen onderweg: bloedige confrontaties met kapers - vooral Noord-Afrikaanse 'Turken' -, schipbreuk en de allesverzengende honger en dorst die de schipbreukelingen in het uiterste geval tot kannibalisme kunnen brengen. De aankomst in Batavia vormt ook het onderwerp van een lied, inclusief de Chinese en inlandse kooplieden die de binnengekomen schepen bestormen met hun handelswaar.
Vrouwen vormen een obsessie in het denken en zingen van zeelieden. De blanke liefjes van wie afscheid genomen is, de hoeren die ze onderweg bezoeken en de inlandse vrouwen en mestiezen die hen zullen verwelkomen. Nogal wat liederen vertellen van willige Indische vrouwen die mannen oppikken, verwennen en zelfs geld toegeven. Dat is nog eens een Luilekkerland! Ondank is echter het loon van de gekleurde vrouwen, wier liefde tijdens het verblijf in de Oost volop wordt genoten maar die tegen de tijd dat de thuisreis in zicht raakt als 'zwart geil vee' aan de kant worden gezet. Dan lokken immers weer superieure 'blanke billen'.
Na het afscheid van Batavia - de meeste Oost-Indische liederen spelen zich rond die stad af - loeren op de retourvaart weer de gevaren. Het passeren van de evenaar had een gunstige invloed op het moreel en dan werd er ook veel gezongen. Eenmaal thuis kan het verdiende geld meteen worden verteerd: waarden en hoeren staan al klaar. Nogal wat moralistische liedjes steken de draak met de 'heren van zes weken', die het geld niet in de zak kunnen houden, en met hun vrouwen, die in afwezigheid van manlief de nodige kinderen op de wereld blijken te hebben gezet, of in een bordeel werk hebben gevonden. Na die anderhalve maand potverteren is men weer de kalis van weleer - een gemakkelijke prooi voor zielverkopers - en begint het verhaal opnieuw.

Bovenstaand artikel is geschreven door prof. dr. L.P. Grijp, lid van de muziekgroep Camerata Trajectina, die zich toelegt op het ten uitvoer brengen van vocale en instrumentale Nederlandse muziek uit de periode 1500-1700 :

 

http://www.camerata-trajectina.nl

 

 

 

 

Verhaalopdrachten

-Overwintering op Nova Zembla

-de verovering van Jacatra

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoorcollege 5

 

 

Overzicht van de 17de eeuw

 

Lees Van der Horst 194-238

 

Toen het overdragen van de soevereiniteit aan een buitenlandse vorst als mogelijkheid was weggevallen, lag het voor de hand dat de opstandige gewesten het voorbeeld zouden volgen van handelsmogendheden als Venetië en Genua. De Nederlanden werden een republiek.

 

De term Republiek verwijst naar de Romeinse Res Publica: de publieke zaak oftewel de staat. In het klassieke Rome, vóór keizer Augus­tus, bestuurden de voornaamste burgers de stad. In de Neder­landse Republiek was er eveneens sprake van een beperkte elite die het staatsbestel controleerde. We kunnen deze bestuursvorm typeren als een 'oligarchie'. `Oligos’ betekent in het Grieks weinig, archè betekent heerschappij. De macht is dus in handen van `weinigen’. Dat wil zeggen een kleine schare regenten. Daarnaast was er echter de stadhouder (stede-houder of plaatsvervanger) die als voormalige vertegen­woordiger van de vorst een functie had met een zekere konink­lijke glans. In de Republiek werd nog iets van de gewoonten en gebruiken van de Europe­se vorstenhuizen overeind gehouden. Er was dus een zekere spanning tussen de republikeinse en de vorstelijke aspecten van dit staatsbestel.

 

Economisch gezien gaat het de Republiek tot eind 17de eeuw voor de wind. Je zou kunnen zeggen dat vooral de Engelse concurrentie in de handel en scheepvaart dan het grootste probleem vormt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1609

Op het Twaalfjarige Bestandt der Vereenigde Nederlanden

 

Uit: Vondel, Werken, I, 150.

Door Joost van den Vondel

Den Heemel krijgens zadt, erbermt sich onser quaalen:
Kastiljen wort beweegt den Vreede ons aan te biên,
De Staaten leenen 't oor, dies wy verwondert, zien
Het vreedemaakend volk genaaken onze paalen.
Naar onderling gesprek, opschorssing en lang draalen,
Vergunt men haar 't BESTANT voor jaaren twee en tien:
Op hope of met'er tijdt een Vreede-zon misschien
Den Nederlanden mocht geduuriglijk bestraalen.
NASSOU ontwaapent zich om ruste te verwerven,
Steekt op sijn dreigend staal, geschaart van't veel doorkerven,
En't Bondig Landt geniet de vruchten van sijn zweet,
Van vreugde golven vyers ten heemel opwaart vaaren,
Men offert lof en dank den Heere der Heirschaaren,
Die nu in loutre vreugt doet eyndigen ons leet.

I. v. V.

 

 

1.a. Geef een beknopte toelichting bij de volgende binnenlandse verwikkelingen :

 

-  de bestandstwisten 1617-1618

-  de gebeurtenissen aan het eind van de Tachtigjarige Oorlog 1648-1650

-  het stadhouderloze tijdperk: 1650-1672, met de grootste problemen in het rampjaar 1672

 

1.b. Welke spanningen doen zich voor tussen de stadhouder en de vertegenwoordigers in de staten van Holland  (de regenten onder leiding van de raadpensionaris)?

 

            - beschrijf de functies van de stadhouder en de raadpensionaris.

            - beschrijf de drie conflicten en geef aan of er een winnaar  is en wie dat is.

            - wat verklaart de populariteit van de stadhouder bij brede lagen van de bevolking?

 

2. De buitenlandse problemen.

 

Er is een omslag rond 1648. Tot die tijd is Spanje de grote vijand.

 

 

 

 

Zwarte legende of leyenda negra

Uitdrukking voor de opzettelijk negatieve afschildering van Spanje als een achterlijk land zonder hogere cultuur en wars van verdraagzaamheid en geestelijke pluriformiteit. De term is voor het eerst gebruikt in 1914 door Julián Juderías, die de mythe wilde bestrijden. Tot het negatieve beeld van Spanje, beginnend met de regering van koning Filips II, hebben twee tegenstanders van de koning in sterke mate bijgedragen: prins Willem van Oranje met zijn Apologie uit 1581, waarbij hij ook het privéleven van de koning in zijn kritiek betrok, en de voormalige secretaris van Filips II, Antonio Pérez, die in zijn Relaciones (1593) een zwart beeld gaf van Filips II.

 

Daarna worden eerst Engeland en dan Frankrijk de grote tegenstander. Na 1648 werd de politieke situatie een stuk onoverzichtelijker. De Republiek kreeg te maken met twee grootmachten die haar invloed trachtten in te dammen: Frankrijk en Engeland. In het politieke spel speelde de zogenaamde 'machtsbalans' een belangrijke rol. Elk van de mogendheden had er belang bij om het 'politieke gewicht' van de concurrenten niet al te zeer te laten toenemen en om tijdig maatregelen te treffen wanneer de 'balans' verstoord werd. Coalitievorming speelde hierbij een belangrijke rol. Zo werd het sterke Frankrijk herhaaldelijk geconfronteerd met samen­werkingsverbanden van andere mogendheden. Deze coalities trachtten de invloedssfeer van de Franse monarchie op het continent terug te dringen. Maar in sommige gevallen slaagde de Franse koning erin verbintenissen aan te gaan met enkele concurrenten, dit om andere (gezamenlijke) tegenstanders te bestrijden.

 

- Hoe is de positie van Nederland ten opzichte van de andere twee  landen aan het eind van  de 17de eeuw?

 

 

Nadere bestudering

 

1.a. De bestandstwisten:

 

De tegenstelling tussen Remonstranten en contraremonstranten zal ook in het college over godsdienstige verhoudingen in de 17de eeuw aan de orde komen, maar probeer hier alvast in eigen bewoordingen op te schrijven:

 

            -wat houdt predestinatie in?

            -waarom zijn protestanten zo bezig met die predestinatie?

-welke rol vervult de overheid in het conflict tussen remonstranten en contraremonstranten? Had dit conflict ook  zonder de overheid kunnen worden opgelost?

 

1. b. Van Oldenbarnevelt eindigt uiteindelijk op het schavot. Is zijn executie al dan niet strijdig met het  toenmalige recht? Was Maurits gerechtigd om de executie te laten uitvoeren?

 

1619

Het Stockske
van Joan van Oldenbarnevelt,
Vader des Vaderlants

 

 

Door Joost van den Vondel


Myn wensch behoede u onverrot,
O STOCK en stut, die, geen' verrader,
Maer 's vrydoms stut en Hollants Vader
Gestut hebt op dat wreet schavot;
Toen hy voor't bloedigh zwaert most knielen,
Veroordeelt, als een Seneka,
Door Neroos haet en ongena,
Tot droefenis der braefste zielen.
Ghy zult noch, jaeren achter een,
Den uitgangk van dien Helt getuigen,
En hoe Gewelt het Recht dorf buigen,
Tot smaet der onderdruckte steên.
Hoe dickwyl streckt ghy onder 't stappen
Naer 't hof der Staeten stadigh aen
Hem voor een derden voet in 't gaen
En klimmen, op de hooge trappen:
Als hy, belast van ouderdom
Papier en schriften, overleende,
En onder 't lastigh lantspack steende!
Wie ging, zoo krom gebuckt, noit krom!
Ghy ruste van uw trouwe plichten,
Na 'et rusten van dien ouden stock,
Geknot door 's bloetraets bittren wrock:
Nu stut en styft ghy noch myn dichten.

J. v. Vondel

 

2. De Republiek na 1648

 

2.a. Laat zien hoe de Staten van Holland na de dood van stadhouder Willem II in 1650 erin geslaagd zijn de macht van de stadhouder te beperken. (Acte van Seclusie, Eeuwig Edict)

 

2.b. De zoon van Willem II, Willem III, duikt in 1672 toch weer op als een belangrijke machtsfactor. Hoe is dat te verklaren?

 

 

3. Geef een typering van de volgende personen:

 

a.       Frederik Hendrik

b.      Willem II

c.       Johan de Witt

 

4. De Engelse Zeeoorlogen

 

4.a. Wat is de inzet van deze oorlogen?

4.b. Wat was de tactiek tijden de gevechten op zee?

4.c. Geef biografische informatie over Michiel de Ruyter [sociale herkomst, carrière, leiderschapskwaliteiten]

 

 

5. Het rampjaar

 

5.a. Vertel over de achtergronden van de Franse invasie van 1672.

5.b. Leg uit waarom juist Johan de Witt  in de Republiek tot de grote zondebok werd gemaakt.

5.c. Hoe beoordeel je de rol van stadhouder Willem III bij de moord op Johan de Witt?

 

6. Tolerantie in de Republiek

 

a.       Wat houdt voor jou het begrip tolerantie in?

b.      Wat is het verschil tussen tolerantie en gelijkwaardigheid?

c.       Hoe moeten we het tolerante klimaat in de Republiek verklaren? (Welke belangengroepen spelen daarbij een rol?)

d.      Waardoor wordt deze tolerantie beperkt?

 

Godsdiensttolerantie  in de 16de en 17de eeuw, een stukje verdieping

 

  1. Cuius regio, eius religio Van wie het gebied is, van hem is ook de godsdienst

 

            Duitse Rijk: Lutheraanse en Katholieke staten

            Frankrijk: Katholiek

            Engeland: Anglicaans

            Spanje: Katholiek

            Nederlanden: Katholiek

            Osmaanse Rijk: Islam, maar christendom wordt tegen betaling getolereerd.

 

      2.    De kaart van de Noordelijke Nederlanden na de Tachtigjarige Oorlog

            Het protestantse hoge noorden

            Het katholieke zuiden

            Het gemengde middengebied

 

      3.    Het begrip tolerantie bij Dirck Volckertszoon Coornhert (1522-1590)

 

*De ware kerk en het ware geloof is een zaak van het individu.

            *Maar wat is het ware geloof?

                        *Elk individu denkt daar anders over.

*Nergens in de Bijbel staat dat ‘ketters’ vervolgd moeten worden.

*De overheid moet ervoor zorgen dat verschillende geloven naast elkaar  bestaan, de vrede bewaren, maar mag geen geloven vervolgen.

            *Hoe kan de overheid beoordelen wat het juiste geloof is?

 

 

       4. Het begrip tolerantie bij John Locke (1632-1704)

 

            De staat moet in bepaalde gevallen niet tolerant zijn

- Als een godsdienst zijn gelovigen voorhoudt dat zij hun beloften niet hoeven na te komen tegenover ongelovigen.

- Als een godsdienst zijn gelovigen aanspoort om een vreemde vorst te dienen.

- Als mensen het bestaan van God ontkennen, want dan dreigt de hele samenleving uit elkaar te vallen.

 

 

 

 

 

Verhaalopdrachten

-Johan van Oldenbarnevelt onthoofd.

-Ontsnapping in de boekenkist

-Het beleg van ’s-Hertogenbosch

-De tocht naar Chatham

-Gebroeders De Witt vermoord

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoorcollege 5

 

Vreemdelingen in de Republiek

 

Lees Lucassen en Penninx, Nieuwkomers, Nakomelingen , Nederlanders [de tekst wordt tijdens het college uitgereikt]

 

In de periode van ca 1585 tot ca 1700 was de Republiek een toevluchtsoord voor vluchtelingen uit de zuidelijke Nederlanden, Frankrijk, Spanje, Portugal en Midden-Europa. De toevloed van immigranten kwam het economische en intellectuele leven van de Republiek ten goede. Hoe werden deze mensen hier ontvangen? Hoe reageerde de overheid en hoe reageerde de bevolking op de nieuwkomers?

 

Oriëntatie

Ontmoetingen tussen autochtonen en allochtonen hebben vrijwel altijd een sterke culturele lading. Wie past zich aan wie aan?

 

Vragen bij Lucassen en Penninx, Nieuwkomers, Nakomelingen , Nederlanders.

 

1. Welke bezwaren zijn in te brengen tegen het gebruik van de term `Nederlanders' voor de periode rond 1600?

 

2. a. Verklaar de herkomst van protestantse vluchtelingen in de 16de en 17de eeuw.

 

2. b. Welke bijdrage hebben protestantse vluchtelingen geleverd aan de samenleving van de Republiek?

 

3 a. Verklaar de herkomst van joodse vluchtelingen in de 16de en 17de eeuw.

 

3.b. Welke bijdrage hebben joodse vluchtelingen geleverd aan de samenleving van de Republiek?

 

3. c. Voor welke aanpassingsproblemen kwamen respectievelijk de sefardische en ashkenazische joden te staan?

 

4. Het verschijnsel `vluchtelingen omwille van godsdienst' wordt met uitzondering van de jodenvervolging aangetroffen van de 16de tot en met de eerste helft van de 18de eeuw. Waarom niet daarvoor en daarna?

 

 

 

p. 114-117

 

5. Het poorterschap speelt ten tijde van de Republiek een cruciale rol. Wat houdt dat in? (Gebruik eventueel woorden­boek/encyclopedie)

 

6. In welke achterstandssituatie bevonden met name katholieken en joden zich in de republiek?

 

7. In welke opzichten verbeterde en/of verslechterde de positie van immigranten in Nederland in de periode van het Koninkrijk der Nederlanden (na 1815) ten opzichte van de periode van de Republiek der Zeven Provinciën?

 

 

120-121

 

8. Interessant is de houding van de gewone bevolking ten aanzien van nieuwkomers. Welke stereotiepen werden in het begin van de 17de eeuw gehanteerd?

 

 

 

131-133

 

9.a. Geef kort weer hoe het assimilatieproces van protestantse immigranten in de 17de en 18de eeuw verliep.

 

9.b. Welke factoren bevorderden dit proces?

 

9.c. Bij joodse immigranten is veel minder sprake van assimilatie. Hoe is dat te verklaren?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoorcollege 6

 

 

 

Maatschappelijke achtergronden bij de  Schilderkunst van  de Gouden eeuw

 

Lezen: Haak, `Nederlandse schilderkunst in de Gouden eeuw’,  p. 15-32 [de tekst wordt tijdens het college uitgereikt]

 

Wie Gouden Eeuw zegt, zegt ook schilderkunst. Rembrandt, Hals, Vermeer en veel van hun collega's hebben in zekere zin het gezicht van dit tijdvak nagelaten. Stadsgezichten, landschap­pen, huistaferelen, stillevens en portretten brengen ons dichtbij het dagelijks leven van toen. Lange tijd is de schilderkunst opgevat als een spiegel van het werkelijke leven. De schilderijen waren 'realistisch', boden een getrouwe kopie van de werkelijkheid. De schilders hadden geen artistie­ke pretenties, maar schilderden 'naar het leven'. De cultuur­historicus Johan Huizinga schrijft:

 

            "Zij spraken, werkende als zij deden, geen enkel oordeel over natuur, werkelijkheid of het wezen van de dingen uit. Zij waren daartoe te ongeleerd, te onbevangen, te weinig academisch; zij waren enkel lieden die hun ambacht buitengewoon goed verstonden, die nauwelijks wisten wat stijl betekende, die schilderden zoals zij konden, gelijk reeds hun meester Jan van Eyck het zich als devies geko­zen had: als ic can."

 

Ambachtslieden dus, die juist door hun eenvoud tot sublieme prestaties konden komen. Het is de vraag of Huizinga deze schilders nu niet al te eenvoudig voorstelt.

 

Oriëntatie

In de tekst van Haak wordt een elementair overzicht gegeven van de schilderkunst in de 17de eeuw. De schrijver behandelt de sociaal-economische achtergronden van het schildersbedrijf, de verschillende genres en de toenmalige waardering voor die genres.

1.      Hoe kan je deze schilders nu typeren? Intellectuelen, ambachtslieden?

Hoe hoog staan ze op de maatschappelijke ladder?

 

 

Vragen bij Haak, `Nederlandse schilderkunst', p. 15-21

 

2. a. Wie waren de opdrachtgevers van de schilders?

 

2. b. Waarin verschilde de opdrachtsituatie in de Nederlanden van die in andere landen?

 

3. Welke plaats namen de schilders in op de maatschappelijke ladder?

 

4. Geef een omschrijving van de verschillende genres.

 

5. Wat was voor de liefhebbers van schilderkunst in de 17de eeuw de centrale maatstaf om een rangorde aan te brengen in de genres?

 

 


 

 

 

Hoorcollege 7

 

 

 

Symboliek en schijnrealisme in de schilderkunst van de Gouden Eeuw

 

http://www.rijksmuseum.nl

 

 

 

Lange tijd is men er vanuit gegaan dat de 17de-eeuwse schilde­rijen van taferelen uit het dagelijks leven foto's waren van de werkelijkheid. Ze zouden een realis­tisch beeld bieden van het toenmalige leven. Schilders voegden niets toe aan wat ze registreerden. Vandaag de dag zijn kunsthistorici er van overtuigd dat veel schilderijen verborgen boodschappen bevatten en een commentaar op de werkelijkheid leveren. Dat maakt het bestuderen van schilderijen natuurlijk erg interessant.

 

In deze les houden we ons bezig met 'genreschilderijen' en trachten we daarin eventuele verborgen betekenissen op te sporen.

 

De term 'genreschilderij' is nogal verwarrend. We kennen immers verschillende 'genres' in de schilderkunst: portretten, landschappen, stadsgezichten, historiestukken et cetera.

 

Met 'genreschilderijen' wordt een bepaald type schilderijen bedoeld. Genreschilderijen geven een beeld van taferelen uit het dagelijks leven, bijvoorbeeld een vrolijk gezelschap, een herberg, een groep muzikanten of een gesprek op straat.

 

Ter oriëntatie bezoeken we de site van het w te Amsterdam. Via 1250 Topstukken en Encyclopedie komen we bij Genreschilderkunst. Daar volgen we de analyse van de volgende schilderijen :

1. Aertsen, eierdans [doedelzak, ui, ei, mosselen, nar, haspel]

2. Buytewech, Voorname Vrijage [roos, spinneweb, fontein, naaldenkoker]

3. Dou, Avondschool [olielamp]

4. Hals [Dirck], De Buitenpartij [aap aan ketting]

http://www.rijksmuseum.nl

 

 

 

Vragen bij Haak, `Neder­landse schilderkunst' p. 23-26 [de tekst wordt tijdens het college uitgereikt]

 

4.  Leg uit wat emblemata zijn en hoe je die kunt gebruiken om schilderijen uit te leggen.

 

5. In welk opzicht verschilt Iconografie van Iconologie?

 

Zie ook : Iconografische Thema’s : http://www.xs4all/~schuffel/

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6. De interpretatie van genrestukken moet voldoen aan enkele logische uitgangspunten:

 

-je bent nooit op zoek naar dé betekenis zoals die door de schilder/tekenaar erin is gelegd, maar je speurt  naar betekenissen die in die tijd door kijkers in de afbeeldingen kunnen zijn gezocht en `gevonden’.

 

-die kijkers gingen uit van een reeks symbolen met betekenissen, bijvoorbeeld:

 

            -de luit als symbool voor harmonieuze liefde, maar soms ook hartstocht

 

-parende honden als symbool voor erotiek en wulpsheid

 

-oesters als symbool voor erotische bedoelingen (oesters golden toen als een liefde-opwekkend middel)

 

-de uil als symbool voor domheid (wat baten kaars en bril als de uil niet zien wil?)

 

-lege eierschalen als symbool voor nutteloos tijdverdrijf

 

De tekst aan het einde van dit module-onderdeel bevat een overzicht van de meest relevante symbolen en hun mogelijke betekenissen

 

- met dit `repertoire in hun hoofd keken veel mensen in de 17de eeuw naar schilderijen/afbeeldingen, maar echt keiharde en eenduidige interpretaties zijn er niet.

 

- je probeert dus enkele van die symbolen op te sporen en doet dit uiteraard door enkele symbolen te zoeken die in dezelfde richting wijzen.

 

6.a.Bestudeer het embleem `Wie ontkomt eraan?’

 

Welke drie symbolen wijzen hier op de tijdelijkheid en vluchtigheid  van het bestaan?

 

6.b.Bestudeer de prent `Interieur met minneparen’

 

Welk commentaar op deze minnende paren kan je in deze prent zelf ontdekken ?

 

Een mooie collectie prenten is die van de Atlas van Stolk, te bereiken via :

 

http://www.hmr.rotterdam.nl/

 

 

 

 

DUBBELE BODEMS IN GENRESTUKKEN UIT DE XVII e  EEUW

 

            Het 'beeldende bedrog' was in de 17e eeuw een verschijnsel dat volgens Philips Angel  'de ghemoederen der Konstbeminders' zeer behaagde. De schrijver Johan de Brune de Jonge laat zich eveneens lovend uit over het aangename bedrog dat door middel van schilderijen kon worden gepleegd :

 

' Zeker, het vervrolikt yemand buiten maat, wanneer hy door een valsche gelikenis der dingen wort bedrogen'.

 

             Enerzijds bestond er een verband tussen de publieke waardering van het 'bedrog', het bedriegelijk echte van schilderijen en de keus voor het realisme van 17e eeuwse kunstenaars. Dit realisme werd nagestreefd in de compositie in zijn totaliteit als ook in de stofuitdrukking, zoals dat bijvoorbeeld werd getoond in een pruim met condensvocht erop of een gedeeltelijk met stof bedekte luit.

 

            Anderzijds werd het realistisch opgezette schilderij als medium gebruikt om een gedachte, een vermaning te geven.  De oude allegorie krijgt in de 17e eeuw een nieuw, alledaags 'mom-aensicht'. De combinatie van realistische vorm met zinnebeeldig denken was voor deze eeuw typerend. De voorkeur voor het lezen van diepzinnigheden uit gewone dingen, waartoe natuurlijk ook de bijbel stimuleerde, het genoegen dat men beleefde aan versluiering en dubbelzinnigheden, het spel met het raadselachtige, we komen het onophoudelijk in met name genrestukken tegen. De 'aengename duysterheyt', om het in de bewoordingen van Cats te zeggen, was een esthetische categorie. Hij zegt er het volgende nog bij :

 

'De bevindinge leert ons dat veel dingen beter aert hebben alse niet ten volle gesien, maer eeniger maten bewimpelt en over-schaduwet ons voorkomen'.

 

 

Samuel van Hoogstraeten doelt op iets soortgelijks wanneer hij het heeft over

 

 'bywerk dat bedektlijk iets verklaert'. 

 

 

In de praktijk gaat het dus om twee soorten bedrog tegelijkertijd : het 'aangenaam bedrog' van de schijnbaar natuurgetrouwe nabootsing, en het bedrog dat ontstaat door versluiering van wat met de voorstelling eigenlijk wordt bedoeld.

 

            Om het bedrog te kunnen ontmaskeren kunnen we bv. van emblemataboeken gebruik maken , waarin afbeeldingen en teksten nauw op elkaar worden betrokken. Van het emblematische werk van Cats weten we dat het een zeer brede lezerskring had, maar voor sommige schilders moet het juist aantrekkelijk geweest zijn motieven uit heel obscure bronnen op te diepen. De 'stomme zinspreuk' die elk schilderij volgens De Brune eigenlijk is, kan leiden tot een zwevende interpretatie en poly-interpretabiliteit. Zo kan de afbeelding van een luitspeler en een vrouw worden opgevat als symbool voor de liefde, de jeugd, de aarde, de volbloedigheid en het Gehoor. Uitgangspunt is wel dat de verschillende symbolen in één en dezelfde afbeeldingen in een onderling logisch verband worden gebracht.

 

            Zo diende schilderkunst de mensheid 'tot Lering en Vermaak'. Onder deze titel werd in 1976 in het Rijksmuseum te Amsterdam een spraakmakende expositie samengesteld, die velen de ogen heeft geopend voor allerlei dubbele bodems. De volgende samenvatting  is gedeeltelijk op de toen uitgegeven catalogus gebaseerd.

 

 

            OVERZICHT VAN SYMBOLEN IN 17E EEUWSE GENRE-STUKKEN

 

A

 

AAP : Karel van Mander : 'Den Aep oft Simme beteykent den ondeughenden Mensch....Oock heeft den Aep slechts eenigh schijn van Mensch en is doch een Beest' en 'Met den Aep wort ooc beteyckent onschamelheyt [schaamteloosheid]. Want hy zijn onschamel bloot lidt yeder laet sien en ander onschamel dinghen in yeders aensien doet'. Een geketende aap gold als beeld van iemand die vrijwillig in zonde gevangen was en geen verlangen koesterde zich daaruit te bevrijden.

 

 

B

 

BREIDEL : als symbool van het aan banden leggen van de verlangens en de emoties

 

BRIEF  De eerste helft van de 17e eeuw gaf een toename op het terrein van de brievenproductie te zien. Men kende diverse brievenboeken met voor bepaalde doelen toepasselijke uitdrukkingen. Met name liefdesbrieven kregen aandacht. Op afbeeldingen is het vaak Cupido die de brief leest of overhandigt. Achtergrondinfo kan duidelijkheid geven over de aard van de brief. Dit is bv. het geval bij twee schilderijen van Dirck Hals [ 1591-1656]; op het ene schilderij verscheurt een vrouw met gekweld gelaat een brief die ze zojuist heeft gelezen , op het andere kijkt een vrouw ons voldaan aan na het lezen van de brief. Op de achtergrond hangen respectievelijk schilderijen met schepen op woeste en kalme zee. Schip en zee zijn gebruikt als metaforen van minnaar en liefde : 'Even als de Scheepjes varen in het grondeloose Meer....zijn de vrijers te ghelijcken' om met Cornelis Pieterszoon Biëns te spreken. Soms valt de metaforiek wat anders uit. Otho Vaenius vergelijkt liefde die niet beantwoord wordt, met een schip dat niet aankomt, gelukkige liefde daarentegen met een voor de wind zeilend schip.  Bij Jacob Westerbaen zijn 'Vryers gelijck de Schippers die de baeren van 't ongestuyme diep des hollen Meyrs bevaeren, het vryen is een Zee, waer in men storm en wind en stille kalmt, so wel als in de golven, vindt'.

 

BLAAS : Kinderen die de blaas van een geslacht dier, een koe of een varken, als ballon gebruiken, houden ons voor dat de wereld een 'blaas vol windt' is die elk moment kan bezwijken. Het opblazen van de blaas is een variant op het wijdverbreide thema van de homo bulla [de mens is een zeepbel] : het bellenblazende jongetje. In 'Des menschen begin, midden en einde', een in 1712 uitgegeven emblemenboek van Jan Luiken staat het volgende gedichtje :

 

De Blaas

 

Hoe sterk gy blaast, o Waerelds Kind,

Gy vangt doch anders niet als wind.

Wat is de Waereld die het ziet?

Een Blaas vol wind en anders niet.

Laat daar 't onwetend Kind mee speelen :

maar dat het wys en grys verstand

geen voddery houde aan de hand

om in het kinderspel te deelen.

 

 

BOOM : een dode boom naast een gezonde komt al voor bij Roemer Visscher, in een embleem met het motto 'Keur baert angst'. Het commentaar luidt : 'Daermen kiesen mach voor beste uyt twee ofte meer dingen, daer valt terstondt bekommeringh in 't oordeel.... soo sietmen dat die te keurboom gaen mach, dicwils tot vuylboom komt'. Kale bomen werden verbonden aan begrippen als ouderdom en dood.

 

BALSPEL : het balspel stelt de ongestadigheid van de liefde voor. Crispijn de Passe de Oude geeft in zijn 'Den nieuwen Ieught-spieghel' van rond 1620 het volgende commentaar : "Zoo de Wint-bal ghedreven wert, niet meer rust heeft een Minnaers Hert".  In de 'Nederduytsche Poemata' van Daniël Heinsius uit 1621 zien we een afbeelding met twee Amores die elkaar de aardbol toewerpen onder het motto : "Pila mundus amorum"[de wereld is de kaatsbal der liefde]. Bij Cats zien we een man en een vrouw een soort badminton beoefenen. Hij geeft als moraal, dat elke slag moet worden beantwoord, dat liefde dus wederkerig dient te zijn : "Weet, dat kaetsen ende minne/ eyst een overgaenden Bal...'.

 

BLINDE : kreupelen en blinden werden vaak in één adem genoemd als men de meest ellendige mensensoort wilde aanduiden : "Kreupel' ende blinde lien/ Zalmen altijds achter zien".  Bij Alciati vinden we onder 'Mutuum Auxilium'[wederzijdse hulp] de kreupele die de blinde leidt.

 

C

 

 

CENTAUR : een bekend onderwerp voor een schilderij was de slag der Lapithen en Centauren. Deze strijd, uiteindelijk door de Lapithen gewonnen, zou zijn ontbrand op de bruiloft van Peirithoos, toen dronken Centaurs zich aan de bruid wilden vergrijpen. De centaur staat bij Karel van Mander gelijk aan de onkuise mens : "Den oncuysen Mensch wort by de Centaure beteyckent, want [segt een] alle Mensch is geen Mensch, want een die hem tot ondeught begheeft/ is een Peerd-Mensch".

 

D

 

DRUIVENTROS : wordt vergeleken met de maagdelijkheid : druiven en maagden doen in kwetsbaarheid niet voor elkaar onder. Het motief van een hand die de druiventros bij de steel vastpakt staat voor kuisheid : het rechtstreeks aanraken van de vruchten zou een smet op de maagdeneer werpen.

 

DOKTER : de kwakzalver staat voor : 'Populus vult decipi" [het volk wil bedrogen worden]. Het publiek moet zich niet door het doktersdocument met lakzegel laten verlakken. De dokter die zich in het gezelschap van een jonge vrouw bevindt voelt vaak haar pols of onderzoekt haar urine. Is ze ziek van liefde of zwanger?

 

            Op het schilderij 'Doktersbezoek' van Jan Steen [1626-1679] staat op een stuk papier op de grond te lezen : "Hyr baet geen medisijn waar het is soete pijn".  De lichamelijke liefde werd gezien als een bij uitstek sanguinische [met bloed geassocieerde] passie ; de mens werd vrolijk en levendig door de warmte en de vochtigheid die in zijn lichaam tot ontwikkeling kwamen.  Het voelen van de pols kan een indicatie zijn voor het onderzoeken van de aanwezigheid van erotische melancholie waarbij de patiënt koud werd en uitdroogde omdat de erotische passie onbevredigd bleef.

 

            In de 17e eeuw stond het piskijken al lang niet meer in aanzien.  De 'quacksalversche Pis-besienders' worden o.a. door Van Foreest in zijn 'Onzeker ende bedrieghlick oordeel der wateren' [1626] als leugenachtig afgeschilderd.

 

DRONKENSCHAP : Dronkenschap is wel de nationale zonde van het 17e eeuwse Holland genoemd.  Weeldewetten stelden paal en perk aan drankmisbruik.  Veel predikanten waren ervan overtuigd dat dronkenschap aanleiding gaf tot onkuisheid ['Hoerery, Overspel, Ontucht en Oneerbaerheydt'] en predikten dat dan ook vanaf de kansel. Wijn werd wel lac Veneris '[Venus-melk] genoemd.

 

E

 

EI : eieren stonden bekend als middel ter stimulering van de seks. Op een prent die Jan Matham naar Adriaen van de Venne maakte, staat een boer met een mand met eieren. Hij zegt : "Wanneer ick 't heb verkerft en Trijn begint te schreijen/Neem duske pillen [die eieren dus] in, dan kan ick haer weer peijen [bevredigen]".

 

 

F

 

FORTUNA : de onbestendige Fortuin is een naakte vrouw die zich met moeite balancerend op een bol op een wateroppervlak in evenwicht probeert te houden, waarbij haar sluier opbolt in de wind.

 

FLES : soms op te vatten als uterus-symbool, bv. in combinatie met een streng knoflook, bekend als aphrodisiacum en lijkend op penis en testikels.

 

G

 

GANYMEDES : de Trojaanse koningszoon werd door de goden voor  Zeus vanwege zijn uitzonderlijke schoonheid tot persoonlijk schenker uitgekozen. Zeus, die de jongen eerder als bedgenoot dan als schenker begeerde, veranderde zichzelf in een adelaar en ontvoerde de jongen naar de Olympus.  Met dit verhaal zou volgens Xenophon, tijdgenoot van Plato, de superioriteit van de geest boven het lichaam zijn aangegeven.  De genegenheid van de goden zou volgens hem niet naar lichamelijke schoonheid, maar naar geestelijke adel uitgaan.  Tijdens de Renaissance werd deze laatste uitleg gekoppeld aan de leer van Plato die inhield dat de geest, wilde hij de hemelse geheimenissen kunnen aanschouwen, zich zoveel mogelijk los diende te maken van zijn lichamelijke banden. In dit licht stelde Ganymedes de menselijk geest of ziel voor die, ontrukt aan zijn lichamelijkheid, dankzij het Opperwezen de hemel mag binnentreden.

 

Karel van Mander zegt het in zijn Wtlegghingh op Ovidius' Metamorphosen zo :

 

"By Ganymedes wort verstaen de Menschlijke Siele de ghene die alderweynichst met de lichaemlijcke onreynicheden der quade lusten is bevleckt : dese wort van Gode vercoren / en tot hem getrocken".

 

 

            Het homo-erotische karakter van deze mythe bleef in de 17e eeuw in de aandacht staan.  In calvinistische kringen werden lustknapen wel als 'Ganymedes' aangeduid. 

 

Samuel van Hoogstraeten beschouwde de uitbeelding van de schaking van Ganymedes als strijdig met het decorum, de welvoeglijkheid :

 

"Het geene onstichtlijk is behoort men te verbergen, de bescheydenheit [gezond verstand] laet niet toe, de zonden ten voorbeelt te stellen : want den voortgang der ouden stelt den koers aen de jeugt. Een jongeling, zeytmen,  wiert door 't  zien van de Schilderyen daer  Ganimedes ontschaekt wiert... zoo ontroert, dat hy uitberste : Ten is geen dooling de Goden te volgen"

 

 

GOUDWEGER : enerzijds een wereldse, laagstaande handeling, anderzijds in verband te brengen met Leviticus 19 : 35 : Een zuivere weegschaal, zuivere gewichten...zult gij gebruiken.  Er kan sprake zijn van een verwijzing naar het Laatste Oordeel : degene die weegt wordt binnenkort zelf gewogen.

 

H

 

HOMO BULLA : de mens is gelijk een luchtbel. Onder HOMO BULLA verklaart Erasmus in zijn Adagia-verzameling dat 'niets breekbaarder, vluchtiger of lediger is dan het menselijk leven dat daarom lijkt op een luchtbel in het water die even snel opkomt als verdwijnt'. Op een gravure van Hendrick Goltzius is onder het motto "Quis evadet?" [wie zal ontsnappen (aan de dood)?] een bellen-blazende putto afgebeeld die met een melancholieke blik bellen blaast, leunend op een enorm doodshoofd.

 

HOND : symbool van trouw, meer in het bijzonder de huwelijktrouw

 

 

 

 

 

 

HERCULES : personificatie van de Deugd. Karel van Mander in zijn Wtlegghingh :

 

 

"Hercules wort veel ghehouden te wesen de deught,...soo dat Hercules niet en is anders als de deughtsaemheyt, het eerlijck cloeck gemoedt, wijsheyt, redelijckheyt en gestadicheyt...want alle goedicheyt heeft haer te wapenen met ghedult in teghenspoet om oock te verwinnen alle lusten des vleeschs"

 

HAAS : De vergelijking tussen jacht of jagen enerzijds en de minnejacht of  de liefde bedrijven was in de 17e eeuw zeer gangbaar. 'De haas jagen" stond voor seks hebben met elkaar.

 

HERT : een hertekop met groot gewei kan een vita longa, een lang leven symboliseren

 

HANDJEKLAP : een man legt zijn hoofd in de schoot van een vrouw en houdt één van zijn handen op de rug. Hij moet raden wie van de omstanders hem op de open handpalm slaat. Zolang het slachtoffer mis raadt, wordt er geslagen. De calvinist De Brune vatte het allemaal niet zo onschuldig op : "Een hoeren schoot is duyvels boot"! Hij zegt er bij - Cicero citerend –

 

"Daer en is geen doodelicker pest den menschen, van de Natuere gegeven, als de wel-lust des lichaems"

 

HANDENWASSEN : metafoor van geestelijke reiniging dan wel van een betuiging van onschuld

 

J

 

JACHT : staat voor het hebben van seks

 

K

 

KAMMEN : het zuiveren van de ziel van slechte eigenschappen en zonden. Cats schrijft in zijn Spiegel :

 

Kem, kem u menigmael en niet het hair alleen,

maer ook dat binnen schuylt, tot aen het innigh been :

Kem uw verwrongen hert en uw verboste sinnen

en maeck doch over-al een reynen gront te winnen.

 

KRAKELING : het trekken aan een krakeling staat bij De Brune zinnebeeldig voor de mens om wie gevochten wordt door enerzijds de boden Gods en anderzijds de knechten van de duivel, een gevecht dus tussen goed en kwaad : "Des mensches leven is een strijd, Die noyt als met den mensch' en slijt".

 

De breekbaarheid van de krakeling wordt tevens vergeleken met de broosheid van het menselijk leven, maar ook de vorm wordt door De Brune van toepassing gebracht op de mens

 

: "Zoo sijn wy,  ellendighe tacken, naer dat de wortel verdorven was, zoo afgekeert van den hemel, en naer der aerde nedergeboghen, dat de Apostel wel reden heeft gehadt de natuerlicke menschen te noemen een krom en verdraeyt gheslachte...".

 

 

KAN : samen met de pijp staat voor het bedrijven van de liefde

 

KAT : als wellustig dier attribuut van hoeren. Vlees-stelende katten met name staan voor geilheid. We laten Cats maar weer aan het woord :

 

"De katte die 't spit leckt en moet men 't gebraet [van de maagdelijkheid nl.] niet betrouwen".

 

 

KAARTEN : zedenbedervend vermaak dat leidt tot luiheid, geldzucht, twist, bedrog en onkuisheid.

 

KNOFLOOK : gold als liefdeskruid

 

KOUS : staat voor de vagina. Een vaste obscene  uitdrukking was 'haer kousen doen lappen/naeyen'. De erotische connotatie van het woord 'kous' hangt nauw samen met de oeroude sexuele symboliek van de voet en is daar waarschijnlijk ook van afgeleid. De voet houdt direct contact met de grond en om die reden werd dit lichaamsdeel in het volksgeloof in verband  gebracht met de in de aarde aanwezig geachte moederlijke vruchtbaarheid. In een Hollandse Ripa-uitgave staat :

 

"De voeten, doch insonderheyt de hielen, zijn een beeldnisse van onze aerdsche begeerlijckheden".

 

 

KREUPEL : zie BLIND

 

L

 

LUIT : de luitspeler kan het Gehoor voorstellen. Vanwege de onderlinge verhouding tussen de snaren kon de luit ook staan  voor burgerlijke en staatkundige eenheid, van bondgenootschap en goed bestuur. Ook werd er een verband gezien tussen luit en liefde. Dat werkte naar twee kanten : de luit stond gezien de verhoudingen tussen de goedgestemde snaren voor harmonie in het huwelijk, maar ook voor onkuisheid en de vagina. Als zodanig was de luit attribuut van hoeren.

 

LIEFDESTUIN : met de fontein als erotisch element. Nooit een bestaande tuin, maar eerder als allegorie met personages die temidden van een gecultiveerde natuur de uitingen van liefde op elegante manier stileerden, bv. door middel van het schaakspel. In deze droomtuinen ook vaak een chateau d'amour.

 

M

 

MUNT : vaak in relatie met koopbare liefde

 

MOEDER MET [ZIEK] KIND :  duidt op Caritas, de barmhartigheid

 

MOLEN : staat voor dwaasheid cf. 'met een molentje lopen' en 'een slag van  de molen hebben'

 

MOOR : de rokende neger was in de 17e eeuw een bekende verschijning. In hout of steen stond hij opgesteld in tabakswinkels die namen droegen als "In den Moriaen" en "De rokende Moor"; in geschilderde vorm stond hij op uithangborden.. Daarbij werden Moren vaak in verband gebracht met heidendom, met zondigheid en met de duivel. Hun ziel werd verondersteld even zwart te zijn als hun huid.  Ripa beschrijft Kwaadaardigheid als een oude Moorse vrouw  die in rook of nevel is gehuld.  Ook kan de rokende Moor staan voor de Reuk.

 

MUIS : de gevangen muis geldt als sinds de oudheid als metafoor van gestrafte onmatigheid. Vaak is de contekst erotisch van aard. In Cats' embleem 'Fit spolians spolium'[de dief wordt buit] betaalt een man een gestolen kusje met zijn hart, zoals de muis haar snoepen met het leven moet bekopen.

 

Daniël Heinsius vergelijkt in zijn Emblemata Amatoria de man die niet mét en ook niet zonder liefde kan, met een muisje dat tussen een val en een poes in zit.

 

N

 

-

 

O

 

OESTER : gold als middel dat de geslachtsdrift stimuleerde. Bovendien wekte de structuur van de oester associaties met het vrouwelijk geslachtsorgaan

 

P

 

PAARD MET TEUGELS : Karel van Mander : "Een man der rede gehoorsaem wort beteyckent met 't gebreydelt Peerdt".

 

PANNENKOEKEN EN BESLAG : het ongare beslag dat niet als zodanig mag worden opgediend, staat voor 'rijmeloos gekal en wispeltuerich snacken [kletsen]'.

 

PIJP  : zie KAN

 

 

 

R

 

RUINE : staat voor het voor de mens onontkoombare levenseinde; ook de erop geworpen schaduw staat voor de vluchtigheid van het menselijke bestaan en de betrekkelijkheid van wereldse zaken

 

ROKEN : de vluchtigheid van tabaksrook werd vergeleken met de vergankelijke wereld en het broze leven. Dit motief komt duidelijk tot uiting in het grafschrift dat Willem Godschalck van Focquenbroch voor zichzelf heeft opgesteld :

 

Van Mr. F. leydt 't lichaam in dees kas,

die veel van rook en damp-tuygh heeft geschreven,

die steets by roock geleeck het 's menschen leeven,

't Geen als een roock verdwijnt en wordt tot As.

Sijn Geest is oock als roock om hoogh gedreeven,

Gelijck sijn Rif hier is tot As gebleven

als of het maer verbrande Toeback was.

 

 Daarnaast is roken omwille van het genot afkeurenswaardig. Tabaksuigers werden met dronkaards over één kam geschoren. Tenslotte is het roken ook nog het beeld voor de Reuk.

 

S

 

SCHEPEN OP ZEE : Schip en zee worden  gebruikt als metaforen van minnaar en liefde : 'Even als de Scheepjes varen in het grondeloose Meer....zijn de vrijers te ghelijcken' om met Cornelis Pieterszoon Biëns te spreken.

 

Soms valt de metaforiek wat anders uit. Otho Vaenius vergelijkt liefde die niet beantwoord wordt, met een schip dat niet aankomt, gelukkige liefde daarentegen met een voor de wind zeilend schip. 

 

Bij Jacob Westerbaen zijn 'Vryers gelijck de Schippers die de baeren van 't ongestuyme diep des hollen Meyrs bevaeren, het vryen is een Zee, waer in men storm en wind en stille kalmt, so wel als in de golven, vindt'.

 

 

SPINNEN : huiselijkheid gold in de 17e eeuw als een voor een vrouw uiterst belangrijke deugd. Volgens Cats en andere moralisten was de meest geëigende plaats voor de vrouw het huis en de meest geëigende bezigheden de huiselijke activiteiten zoals bv. het spinnen. Het laten rusten van spinrokken en spinnewiel was uiting van Luiheid.

 

SCHADUW : zie RUINE

 

SPIEGEL : zichzelf bekijken in de spiegel staat voor streven naar zelfkennis, of geeft nog algemener de vita contemplativa aan. Daarnaast is een verbinding mogelijk met de maagdelijkheid van Maria enerzijds en ondeugden als hovaardigheid en wellust anderzijds. Tenslotte kan met dit beeld gezinspeeld worden op de vergankelijkheid van het menselijke leven.

 

SPINNEWEB : In een gedicht onder het motto : "Die 't spel niet kan, die blijfter van"[ die dient er verre van te blijven] waarschuwt Cats om niet in 'Venus warre-net' te blijven hangen, maar voegt er bemoedigend aan toe dat iemand met een 'rustich hart' het 'gespin' wel zal kunnen verbreken.

 

De Brune is minder optimistisch : 'Zo veel als een spitsvondig vernuft kan uitvinden, komt Min, onder al wat in de wijde werelt voorvalt met geen ding zozeer, als met een spinnekop overeen...De steken der Spinnen zijn doodelick : de quetsuren der Liefde daarentegen zijn ongeneezelick'.

 

STOOF : de voetwarmer die op zo'n nederige wijze de dames ten dienste staat, staat voor de minnaar die zich uitput in allerlei galanterieën

 

SCHAKEN : opgevat als een spel van de liefde

 

SCHOOT : zie HANDJEKLAP

 

T

 

TRIKTRAKSPEL : een 'schaadelyk huisraat' volgens Houbraken, dat een slechte reputatie genoot. Het spelen van dit spel werd opgevat als een uiting van ledigheid en luiheid. Verder heeft het betrekking op de wisselvalligheid van het leven en de liefde.

 

TOL : de mens is tot devotie tot God geneigd in slechte tijden zoals de tol alleen maar blijft draaien indien hij voortdurend wordt geslagen. Cf. het embleem Non nisi percussus [alleen door slaag].

 

 

 

U

 

UIL : gold zowel als teken van dwaasheid als van wijsheid. Overdag is deze vogel ziende blind : 'Wat baeter kaers of bril, als den uijl niet sien en wil?'. Hij symboliseert de mens die blind is voor het geloof. Ook wordt hij geassocieerd met dronkenschap.

 

V

 

VRUCHTEN : staan voor aardse en spirituele liefde

 

VEER : Ripa, Iconologia : 'De vederbos op 't hoofd bediet dat de Sinnen sich soo licht bewegen als de pluymen door een kleyn windeken'.

 

VOGEL : staat voor penis. 'Vogelen' betekende vogelvangen, maar ook seks met elkaar hebben. 'Vogelaar' stond voor koppelaar of hoerenbaas, maar ook voor degene die het liefdesspel bedreef. Een vogel die in een doos zit opgesloten kan de maagdelijkheid van een jonge vrouw aangeven; het ontsnappen van de vogel heeft betrekking op haar onvoorzichtig handelen dat tot het verlies van haar maagdelijkheid leidt.

 

VARKEN : het pas geslachte varken staat voor Prudentia, het verstandig vooruitzien

 

VUUR : 'De min [gelijck ghy weet] wert by het vuyr geleecken'.

 

 

VROUW WERELD : heeft als attribuut een wereldbol op haar hoofd; zij is de personificatie van alles wat de mensheid aan kwaad en zonde wist voort te brengen.

 

VISSEN : duidt op luiheid, maar ook op seksuele activiteiten

 

VOET : zie KOUS

 

 

 

 

 

 


Hoorcollege 8

 

De Bouwkunst in de Gouden Eeuw

 

 

Lees de tijdens het college uitgereikte teksten

 

De bouwkunst van de 17de eeuw had een burgerlijke en stedelij­ke inslag. De Republiek had geen equivalent voor de buiten­landse vorstenhoven. In tegenstelling tot een land als Frank­rijk, waar Lodewijk XIV met zijn grootse bouwactiviteiten in Versailles gezichtsbepalend was, werd het meest prestigieuze Hollandse gebouw gefinancierd door een stadsbestuur: het stadhuis van Amsterdam. Toch hadden de stadhouders wel dege­lijk een zekere vorstelijke allure. De Oranjefamilie liet in de zeventiende eeuw diverse paleizen bouwen. Paleis Noordein­de, Huis ten Bosch, Soestdijk en het Loo zijn, al dan niet in vernieuwde versie, nog steeds te bewonderen. De paleizen in Honselersdijk (Westland) en Rijswijk zijn inmiddels gesneu­veld.

 

 

Stenvert, Bouwstijlen in Nederland

 

1.      Drie bouwstijlen worden hier behandeld: Renaissance, Hollands Maniërisme en Classicisme.

 

Per bouwstijl vind je paragraafjes over:

 

-ontstaan en betekenis

-kenmerken

-materiaal en bouwwijze

 

Zet deze drie elementen in schema en probeer voor de drie bouwstijlen een korte typering per element te vinden in de tekst.

 

De voorbeelden vonden de architecten in de architectuurboeken van Vitruvius en Serlio :

 

http://www.serlio.org

 

http://rubens.anu.edu.au/htdocs/bytype/arch.sources/serlio/

 

http://rubens.anu.edu.au/htdocs/bytype/arch.sources/vitruvius/

 

 

Ook de kunstenaarslevens van Vasari werden veel gelezen :

 

http://easyweb.easynet.co.uk/giorgio.vasari/vaspref.htm

 

 

 

 

2.      Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen tussen de gevelopbouw van het Amsterdamse stadhuis (van Van Campen) en het Haagse Mauritshuis (van Pieter Post)?

 

In heel Nederland zijn voorbeelden van Maniërisme en Classicisme te vinden. Het bezit van de Vereniging Hendrick de Keyser is te vinden op http://www.hendrickdekeyser.nl

 

Voor Amsterdam in het bijzonder is aan te bevelen : http://www.bma.Amsterdam.nl/Adam/nl/intro/gesch.html

 

 

Zie voor extra info : http://www.stadsgezichten.org

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

kasteeltorenSteden en hun verleden  TELEAC
Afleveringen

 

 

1

Inleiding
Het is niet eenvoudig een definitie van het begrip 'stad' te geven. In ieder geval is een stad een concentratiepunt van geld, cultuur en vermaak. Aan de hand van de geschiedenis van Maastricht, één van de oudste steden van de Nederlanden, belichten we een aantal kenmerken van 'de stad'.
Uitzending: wo. 15 september 2004 16:10 - 17:00 uur Ned. 1

2

Steden en hun verdediging
Hoe kon een stedelijke gemeenschap zich beschermen tegen ongewenste personen van buiten? Dit gebeurde door de stad te ommuren en de toegangspoorten in de muur te controleren. Vooral ten tijde van oorlog speelden de stadsmuren een belangrijke rol bij de verdediging. In Maastricht, Den Bosch en Naarden zijn nog tal van resten van de voormalige verdedigingswerken te zien.
Uitzending: wo. 22 september 2004 16:10 - 17:00 uur Ned. 1

3

Steden en hun bestuur
Steden waren betrekkelijk zelfstandige samenlevingen met een eigen stadsbestuur. Dit stadsbestuur zorgde voor een goed reilen en zeilen van de stedelijke samenleving. Het zorgde voor rust en orde, organiseerde de gemeenschappelijke belangen en loste eventuele conflicten op. Mechelen staat in deze aflevering centraal.
Uitzending: wo. 29 september 2004 16:10 - 17:00 uur Ned. 1

4

Steden en hun kerken
Het dagelijks leven van de stedelingen was doordrongen van allerlei vormen van religie. Deze uitten zich in een enorme bouwdrift. Het silhouet van een stad werd vaak gekenmerkt door talloze kerktorens. Ook in Utrecht was dit het geval. Deze stad neemt in deze aflevering over kerk en godsdienst een centrale plaats in.
Uitzending: wo. 6 oktober 2004 16:10 - 17:00 uur Ned. 1

5

Steden en hun verkeer
Reizen, verkeer en vervoer zijn van groot belang geweest voor de stedelijke ontwikkeling. In deze aflevering wordt niet alleen ingegaan op het reizigersverkeer en vrachtvervoer buiten de stadsmuren, maar ook op het verkeer en transport binnen de stad. In havens, bij stadspoorten en op markten sloten deze systemen op elkaar aan. De stad Den Bosch staat in deze aflevering centraal.
Uitzending: wo. 13 oktober 2004 16:10 - 17:00 uur Ned. 1

6

Steden en hun handel
Handel bepaalde het succes van de stad, zowel de handel in eigen producten als ook het verschepen en doorvoeren van andermans producten. Naarmate handelswegen zich verplaatsten, kwamen steden op of gingen ten onder. Met name in de 16e eeuw speelde in Antwerpen de handel een belangrijke rol. Antwerpen staat dan ook centraal in deze aflevering.
Uitzending: wo. 20 oktober 2004 16:10 - 17:00 uur Ned. 1

7

Steden en hun onderwijs
Als men in de veertiende eeuw in de Nederlanden naar een universiteit wilde dan was Keulen de dichtstbijzijnde. Dit voorrecht was echter maar voor een kleine groep elite weggelegd. De komst van een universiteit in Leuven in 1425 was dan ook een uitkomst. Wat werd er gedoceerd, wie waren de docenten en studenten en waren er ook andere vormen van onderwijs? Dergelijke vragen komen in deze aflevering aan de orde. De stad Leuven staat hierbij centraal.
Uitzending: wo. 27 oktober 2004 16:10 - 17:00 uur Ned. 1

8

Steden en hun culturele leven
Niet alleen de middeleeuwse monnik had een grote liefde voor schoonheid, zoals blijkt uit prachtig versierde manuscripten die bewaard zijn gebleven. Ook ambachtslieden legden eer in hun werk, gezien bijvoorbeeld de prachtige details aan kerken en kathedralen. Wat we heden ten dage vaak betitelen als kunst was doorgaans het werk van anonieme vaklieden. De stad Haarlem staat in deze aflevering centraal.
Uitzending: wo. 3 november 2004 16:10 - 17:00 uur Ned. 1

9

Steden en hun sociale zorg
Voordat de steden in de Nederlanden ontstonden, waren het vooral de kloosters die zich over de behoeftigen ontfermden. Door de komst van tal van verarmde plattelanders naar de stad moesten de burgers zelf de zorg voor de behoeftigen overnemen. Dat waren er velen: kinderen zonder ouders, zieken, gehandicapten en verzwakte ouderen. De stad Brugge staat in deze aflevering centraal.
Uitzending: wo. 10 november 2004 16:10 - 17:00 uur Ned. 1

10

Steden en hun ommelanden
Iedere stad was van nature gekoppeld aan haar omgeving. De stad vormde het administratieve, verzorgende en economische centrum van een omringend gebied. De stad Groningen heeft een actieve koloniserende rol gespeeld ten aanzien van de zogenaamde Ommelanden en is daarom binnen de Nederlandse verhoudingen uniek te noemen. Vandaar dat in deze aflevering Groningen centraal staat.
Uitzending: wo. 17 november 2004 16:10 - 17:00 uur Ned. 1

 

 


BIJLAGE I

 

AANDACHTSPUNTEN IN : VAN DER HORST : 'NEDERLAND'

 

109                        boeken en burgerij

 

                               Gutenberg en zijn druktechniek

 

                               papier

 

                               het drukproces

 

110                        de burgerij en het gedrukte boek

 

                               volkstaal

 

                               nutscap ende waer

 

                               langdurige dominantie van poëzie t.o.v. proza

 

111                        burgerlijke waarden : zelfbeheersing, verantwoordelijkheid

 

                               contrast stad/platteland

 

                               rederijkers, ambachtelijkheid en nut

 

                               landjuwelen

 

112                        kritische instelling van de burgerij

 

                               kerkelijke situatie : kluizenaars en kloosterlingen

 

                               Geert Groote en de Moderne Devotie : 'tot de kern'

 

                               het gemene leven

 

                               zelfbeschuldiging en zelfkastijding

 

                               onderwijs en boekenproductie

 

                               Brugman

 

                               Lidwina van Schiedam

 

113                        Renaissance

 

                               de kennis van het Grieks

 

                               intellectuele en geografische blikverruiming

 

                               voorbeelden van nuttige kennis

 

                               Erasmus

 

114                        Novum Instrumentum

 

                               Laus Stultitiae

 

                               Erasmus en Luther

 

115                        aflaathandel

 

                               terug naar de oorsprong van de Kerk

 

                               prediking, sacramenten en celibaat

 

                               de Wederdopers

 

116                        sociale dimensies

 

                               de aanhang

 

                               het pacifisme van Menno Simons

 

                               Calvijn en de predestinatie

 

117                        bijbelonderzoek door leken

 

                               de structuur van de calvinistische kerkorde, ontbreken van centrale sturing

 

                               de dwingende overheid als dienaresse Gods

 

118                        calvinisme en kapitalisme

 

                               toelatingsbeleid                                  

 

119                        calvinisme als stadsgeloof

 

                               eenheid van wereld en kerk, het religieuze en seculiere

 

                               beeldvormingen m.b.t. het kwaad

 

                               heksen en de Malleus Maleficarum

 

120                        dominantie van het Romeinse recht

 

                               marteling en bekentenis

 

                               het Groot Privilege, verg. p. 108

 

121                        Maximiliaan en Albrecht van Saksen-Meissen

 

                               acties tegen het 'kaas- en broodvolk'

 

                               Filips de Schone

 

                               Friesland aan Albrecht, George en Karel V

 

122                        Filips en Johanna de Waanzinnige

 

                               Karel V en Margaretha van Oostenrijk

 

                               Hadrianus I

 

                               de financiële problemen van Karel V

 

123                        conflicten met Frankrijk en Duitse vorsten

 

                               landvoogdes Maria van Hongarije en de plakkaten

 

                               reacties op de vervolgingen

 

124                        de [samenstelling van de] raad van State

 

                               economische vernieuwingen en malaise

 

                               bloei van de zeehandel

 

                               inflatie

 

125                        de vroeg-moderne periode en het vroege kapitalisme

 

                               het optreden van Karel van Gelre

 

                               Filips als opvolger van Karel

 

126                          Filips als analyticus en pragmaticus

 

                                strijd tegen moslims cf. optreden van Don Juan p. 144

 

 

127                        kritiek op Kerk : Concilie van Trente [1545]

 

                               activisme

 

                               centralisme en uniformiteit in regelgeving

 

                               terreur in oorlog met Frankrijk [St. Quentin]

 

128                        staatsbankroet

 

                               overleg met Staten-Gewneraal over belastingheffing

 

                               verdrag van Cambrésis

 

                               de rol daarbij van Granvelle, Alva en Willem van Oranje

 

                               karakteristiek van Willem van oranje

 

129                        Willem de Zwijger

 

                               Danbaarheid van Filips voor Willem : Raad van State, stadhouder van Holland en                        Zeeland

 

                               Margaretha van Parma Landvoogdes

 

130                        centrale rol voor raad van Sate [ cf. p. 124] en Consulta

 

                               poging de kerk te reorganiseren [zie ook p. 136], conflict met stadbesturen en adel

 

                               inpopulair vervolgingsbeleid

 

131                        economische situatie : inflatoir financieren

 

                               Liga o.l.v. Oranje vs. Granvelle

 

132                        Philippe de Marnix en zijn eedverbond

 

                               petitie

 

                               'gueux'

 

                               gedoogbeleid van Margaretha in afwachting van reactie Filips

 

133                        calvinisten : hagepreken en gewapende ordediensten

 

                               voedselsituatie, werkeloosheid, beeldenstorm

 

134                        militant optreden van calvinisten

 

                               komst Alva

 

                               bos- en watergeuzen

 

135                        Alva : raad van Beroerten

 

                               Militaire acties van Oranje : Heiligerlee en Jemmingen

 

136                        Oranje's trouw aan Filips

 

                               uitvoering reorganisatie kerk : bestuur, onderwijs

 

137                        belastinghervorming in 'overleg' met de Staten-Generaal

 

                               de diverse penningen

 

                               negatieve reacties

 

                               amnestie

 

138                        Elisabeth in harmonie met Filips

 

                               lokale staatsgrepen en het optreden van de Geuzen

 

                               voor een afbeelding van een Geuzenpenning zie http://www.rijksmuseum.nl

                               via Encyclopedie, Godsdienst in de Republiek, Geuzenpenning

 

 

139                        het drama van de Gorcumse martelaren

 

                               Militaire activiteiten Oranje : Roermond, Mons, Mechelen

 

                               vergadering Staten van Holland in Dordrecht, besluiten aldaar

 

140                        excurs : logistieke problematiek van het krijgsbedrijf

 

141                        de terreur van Don Frederik : Mechelem, Zutphen, Naarden

 

142                        Haarlem en Alkmaar

 

                               inundaties

 

                               Mook

 

                               Leiden

 

                               Middelburg

 

143                        Don Juan : slag tegen de Turken [Lepanto, 1575]

 

                               Requesens : zacht en hard optreden

 

144                         Antwerpen door muitend leger geplunderd

 

                               Staten van Braband vs muiters

 

                               Bepalingen van de Pacificatie van Gent

 

145                        Don Juan en het Eeuwig Edict

 

                               dictatuur van de Reformatie in m.n. Vlaanderen

 

                               Staten-Generaal zetten Don Juan af en kiezen Matthias

 

                               Na Matthias Margaretha en Alessandro Farnese van Parma

 

146                        Unie van Utrecht [Jan van Nassau]: de republiek der zeven verenigde Nederlanden

 

                               Unie van Atrecht

 

147                        Oranje vogelvrij

 

                               Plakkaat van Verlatinghe, motivatie [zie tekst p. 148]

 

                               Francois van Anjou als landvoogd

 

148                        propaganda van Oranje

 

                               offensief van Parma

 

149                       dood van Willem van Oranje

 

1584

Treurdicht op de dood van Oranje

Uit: J. van Vloten, Nederlandsche geschiedzangen, II, 1864, 284-285.
Oorspronkelijke bron: Geuseliedtboeck


Nero moordadich, 
Zijt ghy noch int leven?
Judas verradich, 
Wat hebdy nu bedreven?
Nassou, 't edele bloet,
Hebdy doen sneven,
Die ons de Heere goed
Hadde gegeven.

Prins, fier van moede,
D'gemeente u beclagen,
Edel van bloede,
't Zal u vyant gewagen,
Dat ghy, door moorders daet,
Nu zijt verslagen,
O boosen spaenschen raet,
Het zijn u laghen!

't Jaer vierentachtich, 
Julio thien, eylacy!
Vermoort warachtich,
De Heere geef ons gracy! -
Te Delft binnen der stee,
Met grooter stacy,
Begroef men hem, met wee
Van alle nacy.

Goe accordancy, 
Na edelheyts hanteeren,
Met ordonnancy
sach men schutters passeeren,
De dienaers quamen nae
Van al de heeren;
Men sach, vroech ende spae,
Zeer lamenteeren.

Prince almachtich, 
Heer! soudy ons nu geven
Een die ons crachtich
Soude brengen in sneven,
Ick hoop een beter;
Siet, o Heer verheven!
Straft na verdiensten niet
Ons in dit leven!

1584

Lofdicht op Balthasar Gerards

Uit: J. van Vloten, Nederlandsche geschiedzangen, II, 1864, 285-286.
Oorspronkelijke bron: Historie Balthazars Geerardt, alias Serach, die den Tyran van 't Nederlandt doorschoten heeft, 1584. In: Bibliotheca Thysiana, Universiteitsbibliotheek Leiden.


Lof! Baltazar Geerarts, die, door Gods providentie,
sConincks sententie hebt gheexecuteert,
Over den tiran, Orainge, boos van inventie,
Wyens pestilentie in Belgis noch regneert;
Als eenen draeck heeft hy theel lant gheinfecteert,
Gods volck ghepersequeert, noyt herder noten, 
Maer als Sint Joris hebt ghy ons ghedefendeert,
Wt liefden ghemoveert, den draeck doorschoten.
Als coninck Codrus geern u bloet vergoten,
Daer peys quam wtghesproten, so hy was te winnen:
Hierom heeft u oock genene arbeyt verdroten,
En hebt vast ghesloten dit werck te beginnen,
Als een ander Phinees, wt jalourser minnen;
Dies ecl moet bekinnen, spijt het ketters gespuys:
Lof! blijschap en glorie van 'tBourgonsche huys.

Als Aod hebt ghy een vroom feyt ghewrocht,
Die Eglon ghiften brocht, nae zijn fantazije,
Denselven coninck heeft hy ter doot besocht,
Die Israel noyt vermocht, vol van envije.
In zijn somer-eet-camer was hy niet vrije,
Als een vette prije, heeft hem Aod doorsteken;
Achthien iaren hiel hy Israel in slavernije,
Ghelijk ons partije, vol duvelsche treken.
By David moegdy oock wel zijn gheleken,
Die, nae Schriftuers spreken, Goliath bracht ter doot;
Ghelijck Samson hebdy Godts leet gaen wreken,
Godts cracht onbesweken bleef u by ter noot;
Al hebdy met hem ghestort u bloet seer root,
In Abrahams schoot quamt ghy door dit cruys; -
Lof! blijschap en glorie van tBourgoensche huys.

Den verloochenden Catholijck hebdy niet ghespaert,
Mathatias' aert thoonde ghy midts desen.
Den vos Herodes, die met fortse Heer wert verclaert,
Heeft nu zijn deel ghepaert, daer hy blijft verwesen;
Boven Marcus Curtius zijdy weert ghepresen,
Die Roomen heeft ghenesen, als ridder vaillant,
Springhende in den put des doots, so wy lesen,
Waer door is gheresen ghesontheyt telcker cant;
Als Caius Mutius men u volstandich vant,
Afbrandende sijn hant, die Porsena hadde ghemist,
Segghende: noch dry hondert isser van sulck verstant,
Dies Porsena sant, en heeft nae peys ghevist;
Maer ghy Baltazar hebt den rechten man betrist,
So ghy te voren wist, die 't gheloof bracht tot gruys,
Lof! blijschap en glorie van tBourgonsche huys.

Jeraboam eerghierich, van herten obstinaet,
Vercocht om te doen quaet, in dese landen:
Die heel Belgis heeft doen sondighen, vroech en laet,
Binnen vol van haet, het hoofd der vyanden,
Heeft Godt gheslaghen door Baltazars handen,
Tot zijnder schanden, en een eewich verwijt.
Antiochus dede niet dan moorden en branden,
Rooven dierbaer panden, tot Gods eere ghewijt;
De wortel van boosheyt, in onsen tijt,
Is bleven in den strijt, door Gods ghehinghen:
Den versteenden Pharao zijn wy nu quijt,
Hy blijft ghecastijt, die Gods volck wou dwinghen.
Dus laet ons met Moyses eenen lofsanck singhen,
Segghen onderlinghen, met een accoort ghedruys:
Lof! blijschap en glorie van tBourgonsche huys.

Acrostichon: WILHELM VAN NASSAVWEN spreekt de Nederlanden toe



Wat weent en zucht ghy, o Nederlandtsche landouwen,
In mijn doot, daer den gheest en ghedachtenissen, vol trouwen,
Levendich by u blijft, door myn daden groot van famen?
Heeft den Spangiaert gheen hoop, om 't bloedt van Nassauwen
En u te verwinnen, dan door moort, 't wordt onthouwen,
Liever dan ick en mijn gheslacht dees moorders namen;
Moeste lijden, hebb' gheleden den dood-scheut, 't sijnder 
[blamen,
Van den koninck, een tyran; ten kan hem niet baten.
Alleen blijft eendrachtich, vecht stout, wilt des niet
[schamen,
Na het zuere komt het zoet, Godt zal u niet verlaten;
Navolght myn raet, vermaent het kint opter straten,
Al tgheen ick u, tot beschermen der landen,
Soo wel ghedaen hebb', met den vromen soldaten;
Sulcx dat sy na u, den Spangiaert ter schanden,
Als ghy, de vrijheyt, met den vaillanden
Vrijmoedich beschermen; waertoe, mijn edel gheslacht,
Wilt ghedencken aen mijn doot, kloeck als verstanden,
En wandelt in Gods vreese, dach ende nacht,
Nadenckende wat hy wonders door mijn hant heeft ghewracht!

Uit: J. van Vloten, Nederlandsche geschiedzangen, II, 287.

 

 

                               nieuwe machtsverhoudingen

 

150                        geisoleerde positie van de hoogmogende heren, hun visie en afkomst [p. 151]

 

                               Hendrik III van Franrijk wijst soevereiniteit af

 

                               strategie van Parma te water ; bevordering kaapvaart

 

                               de Duinkerker kapers

 

                               Filips II verwerft Portugal [plus gebieden in Brazilië en Indië]; invoering anti-joodse                        wetten [p. 165]

 

151                        hoogmogende heren vs de prins van Oranje, zijn belangen

 

152                        feitelijke gewetensvrijheid

 

                               de functie van de pensionaris

 

                               de carrière van Van Oldenbarnevelt : van stads- tot provincie-pensionaris

 

153                        de functie van de stadhouder, monarchale trekken

 

       protectoraat van Elisabeth [zie op http://www.rijksmuseum.nl  onder Encyclopedie, Allegorie,         het  anonieme schilderij “Het Melkkoetje”]

 

                               karakteristiek van Leicester

 

                               belangen van de handelselite

 

155                        Spaanse invasievloot : Armada

 

                               het pamflet als stukje psychologische oorlogsvoering

 

156                        Spaanse nederlagen [Armada, Bergen op Zoom]

 

                               burgeroorlog in Frankrijk, katholieken vs protestanten o.l.v. Hendrik van Bourbon

 

                               na Leicester geen landvoogd meer : Republiek der Verenigde Provinciën

 

157                        de anomalie van de Republiek

 

                               wapen : leeuw en pijlenbundel

 

                               prins Maurits [machtsgebied], strategische studies, Lipsius

 

158                        belegeringstechnieken en logistieke aspecten

 

                               het huurleger

 

                               Maurits vs gedeputeerden

 

159                        stiptheid : betaling [financiering vanuit Staten-Generaal, p. 161] en discipline

 

                               Willem Lodewijk [stadhouder Friesland] en het gezamenlijk musketsalvo

 

                               het leger als getrainde vechtmachine

 

160                        militaire successen :

 

                               1590 : Breda

 

                               1591 : capitulatie Deventer en Zutphen, Steenwijk en Coevorden

 

                               1594 : Groningen

 

161                        economische hausse en financiering van leger

 

                               de vijf  admiraliteiten

 

                               financiering van vloot uit

 

                               oktrooien : vergoeding begeleiding van koopvaarders en vissers

 

                               licenten : vergunningen voor handel op vijand

 

                               verschuiving handel van Antwerpen naar Amsterdam, Middelburg, Rotterdam, Hoorn                  en Enkhuizen

 

                               immigratiegolf

 

162                        economisch belang van de migranten

 

                               uitbreidingsplannen : Middelburg, Amsterdam, Rotterdam [waterstad]

 

                               meer werk, geen hogere levensstandaard

 

163                        theologisch geschoolde predikanten uit Vlaanderen en Brabant enerzijds, de                                    universiteit van Leiden anderzijds

 

                               hun boodschap : zonde, straf, Genade Gods

 

                               reactie van katholieke kerk

 

                               de geest van Trente

 

                               kerkelijke reorganisatie, rol van de Jezuieten, Nederduitse kerkprovincie

 

                               toenemende kennis geloofswaarheden, versterking eigen identiteit

 

                               reveil-beweging van Sasbout Vosmeer

 

164                        nieuw netwerk van informele kloostergemeenschappen van klopjes

 

                               belangrijke katholieke enclaves

 

                               schuilkerken en smeergelden

 

165                        economisch belang van de Portugese [Sefardische] joden

 

                               plannen voor aanval op Duinkerken : relatie stadhouder-Staten

 

                               1595 : benoeming van Albertus van Oostenrijk [kleinzoon van Karel V] tot landvoogd

 

                               tevergeefs plan voor nieuw Nederlands staatsverband o.l.v. Albertus en Isabella

 

166                        overwinning-in- nieuwe-stijl bij Nieuwpoort [1600]

 

                               plannen Duinkerken opgegeven

 

                               tegenacties van Spinola : Oostende, Oldenzaal, Groenlo

 

                               halfjaarlijkse contorsie tot ontruiming van Groenlo in 1627

 

167                        1607 : wapenstilstand binnen Europa voor twaalf jaar

 

168                        Een kleine minderheid van de in totaal 50000  zeelieden had een werkverband bij                                          VOC/WIC [transport, handel met achterland, verdediging]

                               Handelsmonopolies [Amerika, Azië] in handen van Spanjaarden en Portugezen

                               [Filips II stelt tijdelijk havens open]

                               Hollanders tussenhandelaren

 

169                        Portugese steunpunten : Goa, Ceylon, Malakka, Macao; contacten met Japan

                               Route naar Indië via Kaap de Goede Hoop, Madagaskar, Mauritius, Sumatra, Java

                               belang van veilige ankerplaatsen onderweg

                               problematiek van de positiebepaling, gebrek aan goede chronometers

 

170                        varen op gegist bestek

                               gevaren bij aan land gaan

                               essentiële gegevens in publikaties van Jan Huygen van Linschoten [Itinerario] en                                           Lucas  Waghenaer [Spieghel der Zeevaerdt]

                               expedities om de Noord leiden tot maritieme kennis; walvisvaart

                               1607 : Noordse Compagnie

 

171                        Cornelis en Frederik de Houtman : route naar Indië

                               Amsterdams/Vlaamse onderneming van de Compagnie van verre

                               ontberingen en slechte sfeer aan boord

 

172                        superioriteit van Azië

                               belang van goede omgangsvormen [De Houtman vs Van Neck]i.v.m. handelssucces

                              

 

173                        hernieuwde sluiting Spaanse havens : prijsstijgingen

                               initiatieven vanuit Amsterdam, Rotterdam [Olivier van Noort] , Hoorn, Enkhuizen,                        Middelburg [De Moucheron] en Delft        

 

174                        concurrentiestrijd tussen compagnieën leidde tot prijsdalingen

                               voorkeur voor reglementering en prijsafspraken

                               Oldenbarnevelt dwingt tot fusie : eenheidsmaatschappij met octrooi van de Staten-                       Generaal               : monopolie op Azië [concurrentie van Portugezen en Engelsen]  ,                                          soevereiniteitsrechten

                               1602 : VOC met federale organisatie in autonome kamers te Amsterdam, Delft,                                             Middelburg, Rotterdam en Hoorn/Enkhuizen, raad van bestuur : Heren XVII

 

175                        prijsstabilisatie door beperking import specerijen

                               relatie Heren XVII en gouverneur-generaal/Raad van Indië, hiërarchie van                                      functionarissen

                               Jan Pieterszoon Coen gouverneur-generaal van 1618 tot 1627 van het 'type De                                              Houtman' . Fel tegenstander van de East India Company [Banda-eilanden].

                               Conflict met Heren XVII omtrent Batavia

                               Advies aan Heren XVII omtrent netwerkversterking d.m.v. emigranten op de

                               Molukken en in Batavia, prijsmonopolie en uniformiteit

 

176                        Verzet van Heren XVII : wij willen geen imperium, maar winst en wij verdelen de                           markt met de E.I.C.

                               Batavia als multiculturele stad [o.a. meester-slaaf-verhoudingen] met Hollands

                               stadsbestuur en Hollandse wetgeving

                               de orang batawi

                               incidentele zendingen van 'compagniesdochters'

                               veelvuldige relaties met een njai leiden tot huwelijken

 

177                        na beleg Batavia vergelijk met Mataram

                               1641 : val van Malakka dat als 'streekcentrum' klein werd gehouden

                               Op Ceylon hadden de Portugesen een prijsmonopolie t.a.v. kaneel

                               Verzet van Ceylonse vorsten + VOC [1638].

                               Monopolie VOC [1658]

                               Verdere machtsuitbreiding VOC : Zuid-India, vestiging in Bengalen, Taiwan

                               [Zeelandia, tot 1662]], Kanton

 

178                        afstandelijkheid van China en Japan [1641 : verbreken van handelscontacten]

                               uitzonderingspositie voor VOC : Desjima

                               Expeditie Tasman : Tasmanië, Nieuw-Zeeland; geen commerciële gevolgen

                               Bij VOC accent op regionale handel binnen Azië

 

179                        carrière-perspectieven binnen de VOC

                               handeldrijven voor eigen rekening

                               Van Riebeeck's plan voor een bevoorradingsstation : Kaapstad

 

180                        In Kaapstad ontstaan boerenbedrijven

                               Oldenbarnevelt vs West-Indische Compagnie [kaapvaart]

                               de kaperbrief

                               de Barbarijse kapers

                               de 'rock'  aantrekken

 

181                        een voorbeeld van piraterij : Claes Compaen

                               smokkelhandel vanuit de Portugese nederzettingen in Amerika

                               suiker en verfhout

                               Portugese suikerplantages

 

182                        slavenhandel

                               belangstelling voor Europese producten [ in t.t.t. Azië]

                               Goud- en ivoorimport uit de Bocht van Guinee door

                               m.n. Hollanders en Zeeuwen

                               geleidelijke ontwikkeling van slavenhandel

                               Verzet van Usselincx

                               1621 : Staten-Generaal geven octrooi aan WIC

                               WIC : inclusief Groningen en Friesland; Heren XIX

 

183                        WIC : combinatie van veroveringen van bestaande kolonies en exploitatie daarvan

                               Piet Hein [verovering en teruggave van Salvador; kaapvaart]

                               Verovering Pernambuco, Olinda, suikerkolonie op basis van slavernij

                               Chaos en corruptie

 

184                        Johan Maurits van Nassau-Siegen als gouverneur-generaal

                               Diens kunstzinnige en wetenschappelijke activiteiten

 

185                        verovering van slavendepots in Angola en Ghana

                               teruggrijpen op Romeins recht en de Bijbel

                               Udemans : 't Geestelijck roer van 't Coopmans schip

 

186                        Massale slavenhandel [Republiek neemt 5 % voor haar rekening]

                               Negatieve aspecten van slaventransport, slavenhandel  en slavenarbeid

 

187                        slavenhandel is geen discussiepunt

                               op plantages netwerken met magisch-religieus karakter

 

188                        Heren XIX vs Johan Maurits die o.a. Portugezen en Joden bij zijn beleid betrekt

                               Na zijn ontslag een volksopstand

 

189                        capitulatie Recife met afkoopsom

 

                               Usselincx wees op mogelijkheden van de Wilde Kust [Guyana]

 

                               sedert 1580 ruilhandel Zeeuwen/Hollanders-Indianen

 

                               tabak, pijpenindustrie Gouda en Schoonhoven

 

190                        vanaf 1600 Zeeuwse handelsposten op de Wilde Kust : Kijkoveral

 

                               plantagewezen gestimuleerd door Zeeuwse Kamer van de WIC

 

                               in Caribisch gebied concurrentie van Engelsen, Denen en Fransen

 

                               1634 : Verovering Curacao, Bonaire en Aruba

 

                               wisselende macht op de eilanden

 

191                        Suriname verworven ten koste van Nieuw-Amsterdam [Henry Hudson, koop                                  Manhattan, 1621 overname  door WIC, pelshandel, patroonschappen]

 

192                        1664  : Britse bezetting : New York

 

                               Suriname als slavenmaatschappij, omgangstaal

 

193                        nieuwe plantagestichtingen met Amsterdams en Zeeuws kapitaal

 

                               WIC nooit echt winstgevend

 

                               nieuwe WIC verstrekte handelsvergunningen aan particulieren

 

                               dominante slavenhandel

 

194                        properheid en regelmaat als karakteristieken van de nieuwe Republiek [cf Schama,                       hoofdstuk VI]

 

                               concurrentievoordeel door model van de bolle fluitschepen [serieproductie]

 

                               molens : inpolderingen [Leeghwater] ,  houtzagen, koperslagerij

 

195                        indruk bij buitenstaanders

 

                               immigratiestroom [Vlamingen, Sefardische en Ashkenaziche Joden, Duitsers] :                                                vrijheid van geloof, werkgelegenheid

 

                               Wisselbank van Amsterdam sinds 1609, haalt 'kwaad geld' uit de markt

 

196                        giraal handelsverkeer

 

                               hoge prijzen, o.a. door accijnzen en belastingen

 

                               relatieve welvaart voor iedereen

 

                               georganiseerde charitas

 

                               de openbaarheid van de vrouw [cf. nogmaals Schama, Hoofdstuk VI]

 

                               betaalde liefde

 

197                        de jurist De Groot [Grotius] : de vrije zee met rust voor neutrale schepen, het ideale                         bestuur gebaseerd op de souvereiniteit van de lagere autoriteiten, de regenten; in de                     feitelijke [historisch gegroeide] situatie berust het gezag bij de aristocratie die wel                             rekening met de achterban               moet houden.

 

198                        veel lokale autoriteiten helemaal niet souverein : generaliteitslanden : Vlaanderen langs                                de Westerschelde, noorden van Brabant, Westerwolde ten oosten van Groningen

 

                               afsluiting van de Schelde door de Staten-Generaal

 

                               interne crisis bij gebrek aan vijand

 

199                        rekkelijken vs preciezen, Arminius vs Gomarus, voor resp. tegen een pluriforme kerk

 

200                        Arminiaanse wens van staatstoezicht op de kerk

 

                               1610 : Remonstrantie, theologisch debat, remonstranten vs contraremonstranten

 

                               1614 : Staten van Holland vaardigen wat betreft de predestinatie een preekverbod uit

 

201                        1613 : stichting van de contraremonstrantse universiteit van Franeker

 

                               conflicten Maurits-Oldenbarnevelt, Maurits-Uyttenbogaert

 

                               Staten van Holland nemen de Scherpe Resolutie aan : nooit een kerkelijke synode!

                              

                               Waardgelders

 

202                        Staten wensen eed van gehoorzaamheid van garnizoenscommandanten

 

                               Maurits roept Staten-Generaal bijeen, Maurtis krijgt carte blanche van de contra-

                               remonstrantse meerderheid, ontslaat waardgelders te Utrecht en verzet de wet door                        contraremonstranten in de stadsbesturen te laten opnemen.

 

                               Arrestatie Oldenbarnevelt, Ledenberg, Hugo de Groot en Hogerbeets; tribunaal;                                              executie Van Oldenbarnevelt, verslag van Broer Jansz

 

203                        Vondel : Geusevesper

 

                               Synode van Dordrecht o.l.v. Johannes Bogermannus

 

                               gewetensvrijheid gerespecteerd

 

204                        supralapsarisme van Gomarus

 

                               1625 : opdracht vanwege Staten-Generaal tot het vervaardigen van een Bijbelvertaling

 

                               Ontsnapping van Hugo de Groot

 

                              

205                        de Nadere Reformatie

 

                               raadpensionarissen geestverwanten van stadhouder

 

                               de kwestie van het Bestand

 

                               Olivarez/Spinola : offensief beleid, economische blokkade

 

206                        1625 : capitulatie van Breda [schilderij Velasquez]

 

                               Frederik Hendrik en Staten Generaal : investeren in landleger, profiteren van

                               de voor Olivarez hopeloze situatie [bankroet, oorlogen met Duitsland, Engeland

                               en Frankrijk]

 

                               1626 : verovering Oldenzaal door Ernst Casimir

 

                               1627 : verovering Grol door Frederik Hendrik

 

                               1629 : beleg van Den Bosch

 

                               1632 : inname van Maastricht

 

207                        Frederik Hendrik : tolerant, verdacht van arminiaanse sympathieën, gratiëert                                  Hogerbeets, einde vervolging arminianen, libertijnse geest

 

                               vorstelijk hof o.l.v. Amalia van Solms

 

                               geestverwanten van Frederik als raadpensionaris bij de Staten van Holland :

                               Jacob Cats

 

                               1630 : Staten-Generaal geven toestemming voor instelling van Secreet Besogne

                               waar buitenlandse politiek wordt gemaakt

 

                               oogmerk van Frederik : zeventien verenigde provinciën met religieuze tolerantie

 

208                        ontvangst van delegatie uit Brussel

 

                               verzet van Holland, later ook van de Staten-Generaal

 

                               ook toenadering tot Frankrijk wordt afgewezen door Holland

 

                               1638/9 : voorbereiding nieuwe Armada door Olivarez ter stationering in Vlaamse                           havens

 

                               Aramada vernietigd door Tromp bij de Down

 

                               Val van Olivarez [ bankroet; interventie van Frankrijk; opstand Portugal]

 

209                        1648 : vrede van Munster, einde dertigjarige en tachtigjarige oorlog

 

                               de Republiek als eiland van welvaart

 

210                        Willem II :

 

                               verzet tegen vrede van Munster

 

                               houding t.a.v. Spanje en Engeland

 

                               de stadhouder : bevoegdheden en beperkingen, populariteit bij middengroepen en het                   volk

 

211                        Frederik Hendrik en de Staten

 

                               de commerciële belangen van de vrede van Munster

 

                               - dominante positie in Cadiz

 

                               - handelsbelangen in Duitsland

 

                               - bezuinigingen op leger en vloot [positief voor Holland, negatief voor                                                                garnizoenssteden in de overige provincies]

 

                               conflict Willem II/Willem Frederik [stadhouder van Friesland] vs regenten

 

                               Staten-Generaal geven Willem volmachten : rondreis met groot gevolg

 

                               tegenstand tekent zich duidelijk af

 

212                        opsluiting van regenten [o.a. Jacob de Witt] op Loevestein

 

                               expeditie tegen Amsterdam [Bicker]  : Holland geeft toe

 

                               bondgenootschap met Frankrijk

 

                               steun aan Karel II van Engeland, koning in ballingschap

 

                               verzet tegen Oliver Cromwell, Lord Protector

 

                               dood van Willem II

 

                               machtsgreep van de Staten van Holland die zich de stadhouderlijke

                               rechten  toeëigenen : regenten doen 'stadhouderlijke' benoemingen

 

                               Grote Vergadering [ behalve Groningen en Friesland] kiest voor de Grote Vrijheid :                          geen stadhouder

 

213                        Jacob Cats als raadpensionaris opgevolgd door Reinier Pauw [waar nodig vervangen

                               door Johan de Witt]

 

                               Johan de Witt : [verzekerings-]wiskundige, opvolger van Reinier Pauw

 

                               uitgangspunt van Johan de Witt m.b.t. binnenland : de provincies op één lijn krijgen

                               tegen de Oranjedynastie

 

                               - steun van Utrecht en Zeeland

 

                               - geen medewerking van Groningen en Friesland [Willem Frederik], Overijssel en                              Gelderland [veel aanhang voor Oranje bij de lokale elite]

 

                               De Ware Vrijheid : aristocratische collegialiteit [coöptatie!!!]

 

                               uitgangspunt van Johan de Witt m.b.t. buitenland : geen dominantie van

                               één staat, wel politiek en militair gewicht van de Nederlanden :

                               ruime middelen voor leger en vloot

 

214                        wapengebruik bij provocatie handelsvloot

 

                               Het British Commonwealth o.l.v. Cromwell

 

                               calvinisme, new model army

 

                               principe van de Mare Clausum, de gesloten  zee tgo de Mare Liberum, de vrije zee

 

                               souvereiniteitsrechten uitgeoefend door Engelse vloot [ook m.b.t. visserij]

 

                               Navigation Act

 

215                        Eerste Engelse Zeeoorlog : verovering van koopvaarders

 

                               konvooivaart als middel tegen kaperij

 

                               conflict Tromp vs Blake

 

                               De Ruyter verdrijft Britse vloot bij Plymouth

 

216                        tactiek : mast verwijderen en enteren

 

                               logistieke problemen [o.a. munitiegebrek]  i.v.m. duur van de zeeslag

 

                               blokkade van Hollandse kust versterkt de vraag om een stadhouder

 

                               nederlaag bij Terheide: opheffing van de Britse  blokkade

 

                               vrede van Westminster : afspraak tot arbitrage

 

217                        Akte van Seclusie [Oranjes uitsluiten van stadhouderschappen]

                               door Staten van Holland  aanvaard  maar na de dood van Cromwell

                               en de installatie van Karel II tot koning, weer ingetrokken

 

                               Republiek steunt Denemarken in handelsconflict met Zweden [Sont]

                               Witte de With sneuvelt [monument St. Laurenskerk te Rotterdam]

 

                               Wassenaer van Obdam verslaat  Zweden : vrije doorvaart van de

                               Sont gegarandeerd

 

                               Karel II volhardt in de Acte van Navigatie

 

                               gewapende vorm van concurrentiestrijd van Britten en Hollanders in

                               Afrika, Azië en het Caribisch gebied

 

218                        Tweede Engelse Zeeoorlog

 

                               Wassenaer van Obdam sneuvelt bij Lowestoft, logistiek overwicht

                               van de Britten

 

                               1666 : vierdaagse zeeslag, gevolgd door onderhandelingen te  Breda, impasse

 

                               Dankzij korps mariniers wint De Ruyter bij Chatham [doorvaren

                               van ketting door Van Brakel, monument St. Laurenskerk te

                               Rotterdam]

 

                               Vrede van Breda :

 

                               - matiging Akte van Navigatie : importgoederen via Schelde en Rijn mogen op

                               Nederlandse schepen naar Engeland worden vervoerd

 

                               - Nieuw-Nederland voor Suriname geruild

 

                               De persoon van De Ruyter

 

219                        motivatie, tact en discipline

 

                               legendevorming

 

                               consolidatie van de Republiek, bouwactiviteiten [stadhuis op de Dam]

 

                               stijgende lonen, dalende prijzen

 

220                        welstand van kleine zelfstandigen [krachtige middengroepen]

 

                               tulpomanie ca 1630

 

                               veredelingsindustrie als kernactiviteit in de steden

 

                               groot- en kleinschalige technologie

 

                               bloei van het hoger onderwijs

 

221                        natuurwetenschappelijk onderzoek :

 

                               - Van Leeuwenhoek

 

                               - Swammerdam

 

                               tolerantie t.a.v. andersdenkenden

 

                               monopolies op couranten per stad

 

                               Voetius treedt op tegen anti-trinitarische publicaties

 

                               redelijke vrijheid van meningsuiting vanwege bestuurlijke chaos

 

                               Descartes : nieuwe denkwijze met de ratio, niet de religie als basis

 

                               Spinoza : religie als maatschappelijk verschijnsel

 

222                        censuur op schotschriften, niet op geleerde publicaties

 

                               bloeiend uitgeverswezen

 

                               nieuwsvoorziening via correspondenten per krant

 

                               stadsverlichting door vinding van Jan van der Heyden [brandspuit]

 

223                        schilderkunst voor particulieren en overheden

 

                               genres

 

                               symboliek

 

                               technische perfectie

 

                               het schildersatelier

 

                               kwaliteitscontrole door de Meester

 

224                        belang van de heersende trend

 

                               Ware Vrijheid : stabiliteit [o.a. in stand houden van de Spaanse monarchie]

 

                               Lodewijk XIV

 

                               - kardinaal Jules Mazarin

 

                               - absolutisme van Lodewijk

 

                               - streven naar natuurlijke grenzen : Pyreneeën, Alpen, Rijn

 

                               - agressieve politiek

 

                               - gebrek aan middelen

 

                               - welvaartspolitiek van Colbert : exportbevordering, importbeperking

 

225                        cultuurexport

 

                               oorlog Spanje-Frankrijk om de zuidelijke Nederlanden

 

                               De Witt : coalitie Holland, Engeland en Zweden staat achter Spanje tegenover

                               Frankrijk

 

                               Vrede van Aken [1668] : Lodewijk krijgt Frans Vlaanderen

 

                               alliantie Engeland-Frankrijk-Munster-Keulen

 

                               geisoleerde positie van De Witt

 

226                        Staatsgezinden verliezen terrein op Oranjegezinden

 

                               de titels en de status van de Oranjes

 

                               1666 : Willem III Kind van Staat onder voogdij van de Staten van Holland

 

                               1667 : overwinning op Engeland

 

                               stadhouderschap 'voor eeuwig' afgeschaft; speciale rol voor de Oranjes

 

                               de persoon van Willem III

 

227                        1672 : Engeland en Frankrijk verklaren de oorlog aan de Republiek

 

                               strategie van belegeringen en de waterlinie

 

                               paniek door optreden van Turenne en Christof Bernard van Munster [Overijssel]

 

                               oranje verzet tegen de regenten

 

228                        aftreden van Johan de Witt als raadpensionaris

 

                               moord op de gebroeders De Witt

 

229                        riante positie van stadhouder Willem III

 

                               de Oranjes tussen volk en elites

 

                               nederlaag Britse vloot bij Solebay [De Ruyter, Cornelis Tromp]

 

                               neutraliteit van de Spaanse en Oostenrijks Habsburgers

 

                               Willem reorganiseert de defensie, belastingverhogingen

 

                               offensief vanuit Roosendaal met propaganda-effect

 

230                        1674 : Haags Verbond tegen Frankrijk  : Republiek, Spanje, Denemarken, Duitse

                               keizer, Lotharingen

 

                               inname Bonn

 

                               vrede met Munster, Keulen en Engeland

 

                               terugtocht van Lodewijk

 

                               erfelijkheid van het stadhouderschap

 

                               Willem III wil voortzetting oorlog met oog op stabiel Europa

 

231                        huwelijk Willem III en Maria, dochter van Jacobus

 

                               vredespartij krijgt meer aanhang

 

                               militaire mislukkingen : Maastricht, sneuvelen van De Ruyter

 

                               1678 : Vrede van Nijmegen : Frankrijk voert de invoerrechten van 1664

                               weer in

 

                               redelijk herstel van de economie in de Republiek, aantasting monopoliepositie

 

                               hoge belastingdruk

 

                               positie van Jacobus II van Engeland

 

232                        verdeeldheid in Engels Parlement : de Tory's en de Whigs

 

                                vervreemding koning-Tory's door Toleration Act

 

                               1685 : opheffing Edict van Nantes : vervolging  en emigratie Hugenoten

 

233                        contacten Whigs en Willem III

 

                               landing Willem III op de Engelse kust bij Torbay

 

                               glorious revolution

 

234                        1689 : kroning van William and Mary te Westminster

 

                               Iers verzet [steun van Lodewijk] neergeslagen

 

                               Oranjelegende bij Ulsternaren

 

                               negen jaar strijd met Frankrijk in de Zuidelijke Nederlanden

 

                               economische schade, werkeloosheid

 

235                        Aansprekersoproer door 'nieuwe armen'

 

                               1697 : vrede van Rijswijk

 

236                        Spaanse Successie-oorlog : Filips, zoon van Lodewijk, krijgt troon van Spanje

                               reactie van Willem III en de Oostenrijke Habsburgers

 

                               dood van Willem III leidt tot stadhouderskwestie

 

                               Johan Willem Friso en Frederik van Pruisen

 

                               de antistadhouderlijke partij

 

                               de positie van raadpensionaris Anthonie Heinsius

 

237                        stadhouderlijke functies komen bij de Staten te liggen

 

                               de 'nieuwe plooi' : gilden en ambachtslieden willen weer invloed

                               op de samenstelling van het lokale bestuur; steun van de

                               aristocratische Hollandse regenten

 

                               machtsstrijd : de 'plooierijen'

 

                               Successie-oorlog put de economie uit

 

                               toenemende staatsschuld

 

                               verzachting handelsembargo's Frankrijk en Republiek

 

                               Vrede van Utrecht : de Spaanse Bourbon-koning Filips krijgt

                               de souvereiniteit over Spanje en de Latijns-Amerikaanse bezittingen;

                               de Oostenrijks Habsburgers krijgen de erflanden in Italië

                               en de Zuidelijke Nederlanden

 

                               Venlo en Stevensweert worden aan de Generaliteitslanden toegevoegd

 

                               Orange wordt aan Frankrijk toegewezen

 

                              

238                        Na Utrecht een stabiele situatie in  Europa

 

                               Republiek ziet af van prominente rol in de internationale politiek

 

 

 

                              

 

                              

 

                              

 

BIJLAGE II

 BEANTWOORDING VAN DE STUDIEVRAGEN BIJ DE COLLEGES GOUDEN EEUW

 

Hoorcollege 2

 

1.

 

Boekdrukkunst : revolutionaire vinding die massale productie van identieke exemplaren mogelijk maakt. Uiteraard veel minder arbeidsintensief dan het vervaardigen van een manuscript [per definitie een unicum], maar toch dermate bewerkelijk dat boeken uitermate kostbaar waren, alleen maar beschikbaar voor de elite van adel, geestelijkheid en  met name  burgerij in de steden.  Het gebruik van papier verving dat van het veel kostbaardere perkament. De in de volkstaal geschreven boeken bevatten zaken van 'nutscap ende waer', gericht op het aankweken van zelfbeheersing en verantwoordelijkheid.

 

Renaissance : herleefde belangstelling voor de oudheid, een periode overigens die ook in de middeleeuwen volop aandacht kreeg [met name de verhalen rond Troje waren geliefd; een beeldhouwer als Pisano liet zich duidelijk door antieke voorbeelden inspireren], alleen op een op de tijdgenoten gerichte manier, wat leidde tot allerlei anachronismes [bv. hoofde liefde in klassieke contekst]. Tijdens de Renaissance ging men terug 'ad fontes'  , tot de [nu ook Griekse] bronnen om een zo authentiek mogelijk beeld van de Oudheid [en het vroege Christendom (Erasmus) ]  te krijgen.

 

Ontdekkingsreizen : geografische blikverruiming, leidde o.a. tot de overtuiging dat de aarde bolvormig was; verslagen worden via pamfletten bekend.

 

Kerkelijke misstanden : met name de aflaathandel, de verwereldlijking van de geestelijkheid, het belang dat aan de kerkelijke traditie en machtsuitoefening werd gehecht

 

Moderne Devotie : asketische beweging die terugwilde tot de kern en Christus in zijn lijden wilde navolgen.  Geert Groote bepleit een nieuwe vroomheid die beleefd werd in broeder- en zuster-gemeenschappen, waarin gestreefd werd naar gemeenschap van goederen, nederigheid en zelfverachting.

 

Erasmus : stelt kritische vragen zonder apodictische [stellige] antwoorden erbij te geven. Weet te relativeren en wekT daardoor allerlei ergernissen. Zijn Novum Testamentum biedt een tekst van het Griekse N.T. met een moderne Latijnse vertaling die de oude van Hieronymus [de Vulgata] moest vervangen. In Laus Stultitae worden op satirische manier allerlei wereldlijke en kerkelijke misstanden gehekeld.

 

Luther : geeft wel apodictische antwoorden en wil een reconstructie van het geloofsleven aan de hand van de Heilige Schrift. Door prediking en Bijbelstudie moet de gelovige rechtstreeks contact met God proberen te vinden. Twee sacramenten blijven over : doop en avondmaal.

 

Aflaathandel : het uitboeten  van de zondestraffen in het vagevuur kan door goede werken, met name geldschenkingen worden bekort.

 

Wederdopers : radicale groep die niet het doopsacrament van de katholieke kerk erkent. Streven naar sociale revolutie die leidt tot een apocalyptisch Godsrijk op aarde.

 

Calvijn : ook weer een man van apodictische antwoorden.  Saneert de kerk van onschriftuurlijke insluipsels. God is almachtig in het toekennen van zijn Genade, die voor sommigen is voorbestemd [predestinatie]. De machtsuitoefening werkt bottom-up : de kerkorde is op democratische basis.  De overheden dwingen tot het naleven van de geboden [godsdienst is dus geen privé-zaak] . De mens is als rentmeester verantwoordelijk voor de Schepping Gods en moet woekeren met zijn talenten [kapitalisme].  Er is op lokaal vlak een streng toelatingsbeleid. Het calvinisme wordt een typisch stadsgeloof genoemd.

 

Heksenvervolging : het kwaad is in de persoon van de duivel samengevat. Tegen hem moet dus de strijd worden aangebonden.  Dat geldt evenzeer voor de in zijn dienst staande tovenaars en heksen, die als incubus dan wel succubus gemeenschap hadden met de duivel. De Malleus Maleficarum diende als richtsnoer bij de heksenprocessen.

 

Bourgondië : door huwelijk, koop, politieke en militaire druk  verenigden de Bourgondische hertogen tussen 1363 en 1477 vele afzonderlijke graafschappen en hertogdommen tot een Noordwesteuropees rijk gelegen tussen Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk. Het lukte niet van al deze bezittingen een hechte eenheid te maken, hoewel dat wel telkens werd geprobeerd. De Bourgondische eenheidsgedachte bleef wel een belangrijk politiek motief, ook na overname  van het rijk door de Habsburgers.

 

Maria van Bourgondië : hertogin van Bourgondië van 1477-1482, dochter van Karel de Stoute die zij in de Zuidelijke Nederlanden opvolgde na uitvaardiging van het Groot Privilege [1477, zie boek, p. 108]. Moeder van Filips de Schone.

 

Maximiliaan van Oostenrijk :  van 1493 tot 1519 keizer van het Duitse Rijk, als echtgenoot van Maria van Bourgondië regent over de Bourgondische Nederlanden.

 

Filips de Schone : hertog van Bourgondië en aartshertog van Oostenrijk. Getrouwd met Johanna de Waanzinnige, erfgename van Castilië. Voerde een voorzichtige centralisatie door in de Nederlanden

 

Karel V : zoon van Filips de Schone en Johanna de Waanzinnige; opgevoed in Vlaanderen en Brabant o.l.v. o.a. Adriaan Boeyens. In 1515 heer der Nederlanden en koning van Spanje, in 1519 keizer van Duitsland. Financiële problemen. Conflicten met Frankrijk en Duitse staten. Margaretha  en Maria als landvoogdessen over de Nederlanden. Confrontaties met hertog Karel van Gelre, dat in 1543 deel wordt van Karels rijk. In 1528 was Utrecht al in zijn macht gekomen.

 

Inquisitie : onderzoeksmethode gebaseerd op Romeins recht waarbij marteling als onderzoeksmethode werd toegepast

 

Economische groei : schaalvergroting en toenemende differentiatie op de wereldmarkt. Toenemende pogingen tot risicospreiding.

 

Inflatie : door aanmaken van extra geld [Potosi] waardedaling van de munten. Geen productieverhoging, wel prijsstijgingen.

 

2. Godsdienstige factoren : boekdrukkunst, kerkelijke misstanden, moderne devotie, Erasmus, Luther, aflaathandel. hekserij, Calvijn, aflaathandel, wederdopers, heksenvervolging

 

   Politieke factoren : discrepantie centralisme vs   behoud van eigen privileges, eenheid en verscheidenheid

 

  Economische factoren : inflatie, sociale nood [hongersnoden]  en invloeden van de wereldmarkt

 

3.a. en b. Er is een duidelijke onderlinge samenhang waarin met name de politieke en economische factoren domineren.

 

Hoorcollege 3

 

1. Typering Filips II : analyticus en pragmaticus, centralist, bureaucraat,  militant katholiek [Trente, kerkelijke hervormingen om misstanden weg te saneren, contra-reformatie], bestuurder die op stabiliteit

uit is.

 

2. Overleg met Staten-Generaal over belastingen waarvan een commissie namens de Staten-Generaal wel de opbrengst wilde beheren. [Overigens was er een eeuwenlange traditie waarin de vorst jaarlijks via jaarbeden de lokale overheden om belastingen moest vragen]

 

3. Willem van Oranje : geboorte-adel, hoveling, conservatief waar het ging om oorlogvoering [huurlegertjes ad hoc] en privileges, kiest in dit verband voor het regelmatig raadplegen van de Staten-Generaal, in godsdienstige zaken tolerant. Lid raad van State en stadhouder van Holland en Zeeland.

 

4. Margaretha van Parma : onwettige dochter van Karel V. Afhankelijk van Raad van State en Consulta [Granvelle c.s.].

 

5. Tot voor kort had de adel belangrijke invloed bij bisschopsbenoemingen. Voortaan is Filips degene die conform het concordaat uiteindelijk benoemt.

 

1. Het centralisme vanuit Brussel en de kerkelijke hervormingen zetten de geboorteadel [Oranje, Egmond, Hoorne] en de ambts-adel  [Marnix] onder toenemende druk. Via een petitie werd op matiging aangedrongen m.b.t. inquisitie en plakkaten. Verder werd overleg met Staten-Generaal aanbevolen. In plaats van ontspanning ontstond spanning door de uiteindelijk felle reactie van Filips in combinatie met sociale ellende, uitlopend op de beeldenstorm.

 

2. Vernielen met de nodige voorbereiding, zorgvuldigheid en grondigheid als algemeen verschijnsel dat zelfs in de Noordelijke streken plaatsvindt. De acties komen voort uit diverse motieven, bv. protest tegen sociale misère, toenemende verschillen arm-rijk, het negeren van redelijke voorstellen en kerkelijke misstanden.

 

3.  Alva schuift Margaretha opzij, stelt een raad van Beroerten in en past de plakkaten scherp toe. Hij arresteert edelen en laat hen executeren na de slag bij Heiligerlee, vervolgt Lodewijk die een nederlaag lijdt bij Jemmingen, schakelt Willem van Oranje uit, reorganiseert de katholieke kerk. Roept anderzijds de Staten-Generaal bijeen om een belasting hervorming op te leggen die eerlijkheid garandeerde  maar ook een grote opbrengst. In vroeger tijden werd zeer selectief belasting geheven waarbij edelen en kerkelijke instanties van vrijstellingen profiteerden terwijl de onderste lagen van de bevolking het meest onder de belastingdruk leden. Het nieuwe stelsel zou de last eerlijker over de belastingbetalers verdelen. Er werd ongekend fel op de 'penningen' gereageerd. Om de gemoederen te sussen werd door Alva een gedeeltelijke amnestie afgekondigd : alleen wie rechtstreeks mee had gedaan aan de beeldenstorm werd door de Raad van Beroerten vervolgd. Uiteindelijk werd een situatie van rust en orde bereikt.

 

4. Willem van Oranje bepleit een staatsmodel waarin  oude gewoontes en privileges waar mogelijk in stand blijven, andersdenkenden niet vervolgd worden, van goed overleg [via Staten-Generaal] sprake is  en respect voor de uiteindelijke overheden, i.c. de koning van Spanje, blijft bestaan. Zijn trouw aan de koning sluit verzet tegen de uitvoerders van het koninklijk beleid niet uit.

 

1. Een belangrijke katalysator  voor de opstand van 1572 was o.a. de beslissing van Elisabeth geen watergeuzen meer in de Britse havens toe te laten.

 

2. De Hollandse en Zeeuwse steden zagen in de opstand een mogelijkheid tot versterking van hun eigen identiteit te komen die zich uitte in hun bestuurlijke tradities, een keuze voor de Reformatie en grotere economische macht.

 

3. Alva zet Fadrique in om de opstand neer te slaan. Een golf van terreur [Mechelen, Zutphen, Naarden, Haarlem] wordt gevolgd door een aantal Spaanse nederlagen [Alkmaar, Leiden, Middelburg]. Afgezien van de eindeloze financiële problematiek bestond het logistieke probeem van de primitieve gevechtspraktijk, o.a. voor wat betreft het gebrek aan standaardisering van wapens en munitie.  Inundaties brachten de Spanjaarden dermate in de problemen dat voor Holland en Zeeland  uiteindelijk overleving mogelijk bleek.

 

4. Bij de dood van Requesens stopte de financiering vanuit Antwerpen waardoor de geldstroom stokte. De Spaanse Furie ging met muitende, plunderende [buit : 5 miljoen gulden] verkrachtende en moordende [7000 doden]  soldaten over de stad.

 

 

5. Pacificatie van Gent [1576]:

 

Gesloten door afgevaardigden van de Staten-Generaal met afgevaardigden van Holland en Zeeland :

 

1. De nieuwe landvoogd wordt alleen aanvaard als hij de Pacificatie goedkeurt, de vreemde troepen wegstuurt en regeert in overleg met de Staten.

 

2. Over de godsdienst zal een vrij bijeen te komen Staten-Generaal beslissen.

 

3. Buiten Holland en Zeeland mag niets tegen het katholicisme worden ondernomen.

 

4. De bestaande plakkaten tegen de ketters worden geschorst.

 

4.       De Prins van Oranje wordt erkend als gouverneur van Holland en Zeeland.

 

1576

Schimpdicht op de Pacificatie van Gent


Uit: J. van Vloten, Nederlandsche geschiedzangen, II, 1864, 184.
Oorspronkelijke bron: Geschiedenis van Vlaanderen van J.P. van Male, uitgeg. door van de Putte, Brugge 1842.


Wy hebben een land zonder Heere,
Elk rooft en steelt er even zeere;
Wij hebben oorloghe sonder strijd,
Grooten hongher sonder dieren tijd;
Groote eters zonder tanden,
Bederven onze Nederlanden.
Met den monde groot Calvinist,
Metter herten goed Papist,
Met de voeten in als content,
Dus treed elk in den peys van Gent.

 

 

1576

Lofdicht op de Pacificatie van Gent


Uit: J. van Vloten, Nederlandsche geschiedzangen, II, 1864, 182-184.
Oorspronkelijke bron: Geuseliedtboeck


Verblijt U Neerlant met jolijt, 
En dancket God den Heer altijt,
Voor zijn groote weldaden,
Die ons hier zijnen vrede soet,
Sent, boven vanden hemel goet,
Zijn ghemeynte beladen;
Singht nu altsaem een vrolick liet,
Gods gracy die is ons gheschiet,
Ghelijck wy sien voor ooghen;
Hy heeft der heeren hart in d'hant,
Teghen Gods macht en kan niemant,
Al heeft hy 't langh vertooghen.

Tot Bruessel zijn alsdoen vergaert
De Staten der landen vermaert,
Om soo te accordeeren
Met den prins van Orangie goet,
En de Staten van Hollant vroet,
Tot God en 's Conincks eere;
Te verdryven de Spangiaerts al,
Onsen God daer toe helpen zal, 
Want 't zijn al zijn vyanden,
Om te vermoorden zijn sy hier,
Ende om te spolieeren schier
Al onse Nederlanden.

Den thienden October befaemt, 
Waren d' heeren by een versaemt,
Om d' zeghel aen te kleven
Aende pays-brieven van accoort, 
By d' Staten opgherecht alst hoort,
Om vreedlijck elck te leven;
Die Staten waren doen vergaert
Van Hollant en Zeelant vermaert,
Al binnen Ghendt, die stede,
Den twaelfsten dach van deser maent,
Tot vrede waeren zy vermaent,
tWelck veel verblijden dede.

tHeeft omtrent thien jaren gheduert,
Daerom soo menich mensche truert,
Doe d' Spaengiaerts int lant quamen;
Inlantsch oorloch bedervet landt,
De Geusen aenden water-kant,
Zy benouwen ons altsamen;
De Spaengiaerts namen ons lijf en bloet,
De Geusen roofden onse goet,
Niemant mocht 't hooft wtsteken;
Siet, doe waren wy soo benout
Van vrient en vyandt menichfout,
Blijtschap doet mijn tongh spreken.

Men hoorde 't schut aen allen oort
Afschieten, om sulck blijd accoort,
Peck-tonnen branden seere;
Elck sal besitten nu zijn goet,
Om 't gheloof niet meer storten bloet,
D' Prins is admirael der meere;
Twee hondert vendels men vlieghen sach,
In Brabant maeckte men ghewach,
Wt te dryven de Spaengiaren,
Zy meenden t' zijn ons Over-heer,
Maer God die plaghet haer nu weer,
Dat wordens' wel gheware.

Ghy landen, maeckt u op de been,
Verslaet de Spaengiaerts alghemeen,
Het sal haest zijn ghedaene;
Maeckt u selven in alles vrij,
Die sout hebben geweest in slavernij, 
Slaetse, valt dapper aene;
Ghy heeren, staet malcander trou bij,
Wilt pleghen gheen verraderij,
De prins sal niet bezwijcken,
De coningin van Englant fijn,
Zal u oock wel bystandich zijn,
En Vranckrijck desghelijcken.

Prince, laet u niet lastich zijn,
Al gheefdy schattingh dit termijn,
Tot garnisoen der Staten;
tIs beter dat ghy nu wat gheeft,
Dewijle ghy in vreden leeft,
Alst al moeten verlaten;
Die Spaengiaert u niet laten sal,
Ghelijck men hier siet overal,
Als sy u overcomen,
De wapens neemt meê inde hant,
En strijdet voor u vaders lant,
Ridderlijck, sonder schromen.

 

Pacificatie van Gent 
8 november 1576

Vindplaats: Overgenomen uit: A.S. de Blécourt, N. Japikse ed., Klein plakkaatboek van Nederland. Verzameling van ordonnantiën en plakkaten betreffende regeeringsvorm, kerk en rechtspraak (14e eeuw tot 1749) (Groningen/Den Haag 1919) nr. XVI, p. 113- 117, die het stuk editeerden naar het origineel in het Algemeen Rijksarchief, Holland, bruine kastje, no. 25. 


Allen dengenen, die dese jegenwoirdige letteren zullen sien oft hooren lesen, saluyt. Alzoe die landen van herwaertsovere die lestleden negen oft thien jaeren doer d'inlandssche orloghe, hoochveerdige ende rigoureuse regieringe, moetwillicheyt, roovinge ende andere ongeregeltheden van de Spaengnaerden ende henne adherenten gevallen zijn in groote miserie ende alendicheyt, ende dat omme daertegens te versiene ende te doen cesseren alle voirdere troublen, oppressien ende aermoeden van de voirsz. landen, by middele van eene vaste vrede ende pacificatie, hebben in de maendt van Februarii in 't jaar XVc LXXIIII gecommitteert ende vergadert geweest tot Breda commissarissen van Zyne Majesteit ende van den heere Prince van Orangien, Staten van Hollandt, Zeelandt ende hunne geassocieerden, by dewelcke geproponeert zijn geweest diversche middelen ende presentatien, dienende grootelick tot voorderinge van de voirsz. pacificatie, zoe en is nochtans daerop niet gevolcht die verhoepte vruchtbaericheyt. Maer ter contrarie, geduerende die hope van vertroostinghe ende middelen van goedertierentheyt van Zyne Majesteit hebben de voirsz. Spaengnaerden hen dagelicx meer vervoordert, die arme onderzaeten te overvallen, verderfven ende in eeuwighe slavernie te bringen, zonder hen te vermyden diverssche mutinerye te maeken, heeren ende steden te dreygen ende vele plaetsen vyantlick inne te nemen, te rooven ende te branden, daerdoer, naerdien zy by den gecommitteerde totten gouvernemente van de landen verclaert zijn geweest vyanden van Zyne Majesteit ende van de gemeyne welvaert, die Staeten van herwaertsovere mit consente van de voirz. gecommitteerden gedrongen zijn geweest die wapenen te nemen, ende daerbeneffens, om voirder d'eeuwighe bederffenisse te verhueden, ede dat d'ingesetenen van allen dese Nederlanden, in eene vaste vrede ende accorde vereenicht wesende, gesamentlick zouden doen vertrecken die voirsz. Spaengnaerden ende hun aenhangeren landtscheynders, ende die wederomme te stellen in 't gebruyck van hueren oude rechten, previlegiën, coustumen ende vryheden, mitz welcken neeringe ende welvaert in dezelve wederomme zoude moegen keeren, soe is 't dat, by voergaende aggreatie van de voirsz. heeren, gecommitteert totten gouvernemente van den landen volgende den vredehandel, tot Breda begonst, ter eeren Gods ende ten dienste van Zyne Majesteit tusschen die prelaten, edelen, steden ende leden van Brabant, Vlaendren, Arthois, Henegauw, Valenchyn, Lille, Douay, Orchies, Namen, Dornick, Utrecht ende Mechelen, representerende die Staeten van denzelven landen, ende den heere Prince van Orangien, Staeten van Hollandt, Zeelandt ende hunne geassocieerde, doer commissarissen over beyde zyden respectivelick gedeputeert, te weetene d'eerweerdige heeren, heere Jan van der Linden, abt van Sinte Geertruyden tot Loven, heere Gislain, abt van St. Pieters tot Ghendt, heere Matheeus, abt van Ste. Gislain, gekoren bisscop van Atrecht, heere Jan de Mol, heere van Oetingen, heere Franchois van Halewin, heere van Zwevegem, gouverneur ende capiteyn van Oudenaerde ende commissaris totte vernieuwinge van de wetten van Vlaendren, heere Kaerle van Gavre, heere van Frezin, ridders, heere Elbertus Leoninus, doctoer ende professeur in de rechten in de universiteyt van Loven, meester Peeter de Bevere, raedt van Zyne Majesteit in Vlaendren, ende heer Quinten du Pretz, hooft der schepenen in de stadt van Berghen in Henegauw, mit Jan de Pennantz, raedt van Zyne Majesteit ende meester van zyne Rekencamere in Brabant, gecommitteert voer henlieden eer(!) secretaris, van wegen der voirn. Staeten van Brabant, Vlaendren, Henegauw etc., heere Philips van Marnix, heere van Ste. Aldegonde, Arnould van Dorp, heere van Teempsche, Willem van Zuylen van Nyveldt, heere van Heeraertsberghe, schiltknappen, heere Adriaen van der Mylen, docteur in de rechten ende raedt neffens Zyne Excellentie ende in den Raedt Provinciael van Hollandt, meester Cornelis die Coninck, licentiaet in de rechten ende mede raedt neffens Zyne Excellentie, meester Pauwels Buys, advocaet van de lande van Hollandt, meester Peeter de Rycke, bailliu van Vlissinghen, Anthonis van de Zyckele, raedt van Zeelandt, ende Andries de Jonghe, borgmeester van Middelborch, van wegen des voirn. heere Prince, Staeten van Hollandt, Zeelandt ende geassocieerden, naer uuytwysen van hun commissiën, in 't eynde van desen geinserreert, dit jegenwoordich tractaet opgericht ende gemaect is te sluyten tusschen die voirsz. partyen ende landen eene eeuwige vaste vrede, verbant ende eenicheyt, onder die voerweerden ende conditien hiernaer volgende:
Eerst dat alle offensien, iniurien, misdaden ende bescadicheden, gesciet ter zaken van den troublen tusschen den ingesetenen van de provincien, die in dit jegenwoordich tractaet gecomprehendeert zijn, zoe waer ende in wat manieren dattet zy, zullen vergeven, vergeten ende gehouden zijn als niet gesciet, zulcx dat ter oirzake van dien te geenen tyde mentie gemaect oft yemandt aengesproken en zal moegen worden. 
    Dienvolgende beloven die voirn. Staeten van Brabant, Vlaendren, Henegauw etc. mitsgaders mijn heere Prince, Staeten van Hollandt ende Zeelandt mit hunnen associeerden, ongeveyselijck ende in goeder trouwen van nu voirtaen te onderhouden ende onder d'ingesetenen van den landen te doen onderhouden eene vaste ende onverbrekelicke vrintscap ende vrede ende in zulcker vuegen elckanderen t'allen tyden ende in alle occurrentien by te staene mit raedt ende daet, goet ende bloet, ende inzonderheyt om uuyte landen te verdryven ende daerenbuyten te houden die Spaensche soldaten ende andere uuytheemsche ende vrempde, gepoocht hebbende uuyten wege van rechte die heeren ende edelen 't leeven te benemen, den rijcdom van de landen t'hemwaerts te applicqueren ende die gemeente voorts in eeuwighe slavernye te bringen ende houden, omme ten welcken ende alle anders te furneren, wes noodich wordt ter resistentie van degenen, die henlieden hierinne mitter daet zouden willen contrarieren, die voirn. bontgenooten ende geallieerde oock beloven hen bereet ende volveerdich te laeten vinden t'allen nootlicke ende redelicke contributien ende impositien.
Daerenboven is geaccordeert, dat terstont naer 't vertreck van de Spaengniaerts ende huere adherenten, als alle zaken in ruste ende versekerheyt sullen zijn, zullen beyde de partyen gehouden zijn te procureren ende beneerstighen die convocatie ende vergaderinge van de Generaele Staeten, in der forme ende manieren als geschiet is ten tyde als wylen hoochloflicker memorie keizer Kaerle d'opdracht ende transport dede van dese erfnederlanden in handen van Conincklycke Majesteit, onse genadichsten heere, om te stellen ordene in de zaeken van den landen in 't generael ende particulier, zoewel aengaende het fait ende exercicie van der religien in Hollandt, Zeelant, Bommel ende geassocieerde plaetsen, restitutie van den stercten, artillerien, scepen ende andere zaeken, den Coninck toebehoorende, geduerende den voirsz. troublen by die van Hollandt ende Zeelandt genomen, als anderssins, zoe ten dienste van Zyne Majesteit, welvaert ende unie van de landen men sal bevinden te behooren, geduerende den voirsz. troublen by die van Hollandt ende Zeelandt genomen, als anderssins, zoe ten dienste van Zyne Majesteit, welvaert ende unie van de landen men sal bevinden te behooren, waerinne noch van d'eene noch van d'andere zyde eenich tegenseggen oft belet, dilay, noch uuytstel en sal moeghen ghedaen worden, nyet meer ten opsiene van den ordinantien, uuytspraken ende resolutien, die aldaer zullen geschien ende gegeven wordden, dan in d'executie van dien, hoedanich die zoude moegen wesen, waerinne beyde die partyen henlieden gantzlick ende ter goeder trouwen submitteren.
Dat van nu voortaen d'inwoonderen ende onderzaeten van d'een ende d'ander zyde van wat lande van herwaertsovere ofte ende van wat staete, qualiteyt ofte conditie hy zy, overal zullen mogen hanteren, gaen ende keeren, woonen ende trafficqueren, koopmansche wyze ende anderssins, in alle vrydom ende verzekerheyt, welverstaende dat niet georlooft oft toegelaeten en zal zijn, die van Hollandt, Zeelant ofte andere, van wat lande, conditie, ende qualiteyt dat hy zy, yet te attempteren herwaertsovere, buyten die voirsz. landen van Hollandt, Zeelandt ende geassocieerde plaetsen, tegens die gemeyne ruste ende vrede, zunderlinghe teghens die Catholicke Roomsche religie ende exercitie van dien, noch yemanden ter causen van dien t'injurieren, irriteren mit worden oft mit wercken, noch mit gelycke acten te scandalizeren, op pene van gestrafft te worddene als perturbateurs van de gemeene ruste, anderen ten exemple.
    Ende opdat midlertijt niemandt lichtelicke en stae tot eenigen begrype, captie oft pericle, zullen alle placcaeten, hiervoertijts gemaect ende gepubliceert op stuck van heresie, mitsgaders die criminele ordinantie, by den hertoghe van Alve gemaect ende gevolcht ende executie van dien gesuspendeert wordden, totdat by de Generaele Staeten anders daerop geordineert zy, welverstaende datter egheen scandael en gebuere in maniere voirscreven.
    Dat myn heere die Prince zal blyven admirael generael van der zee ende stadthoudere van Zyne Majesteit van Hollandt ende Zeelandt, Bommel ende andere geassocieerde plaetzen, om in als te gebieden, zoe dezelve jegenwoirdelijck doet, mitte selve officieren, justicieren oft magistraten, sonder eenige veranderinge oft innovatie, tenzy by zyne consente ende wille, ende dat over die steden ende plaetsen, die Zyne Excellentie nu ter tijt is houdende, totdat by de Generaele Staeten naer 't vertreck van de Spaengnaerden andersszins geordineert zy.
Maer belangende die steden ende plaetsen, begrepen onder die commissie van Conincklycke Majesteit, by hem ontfangen, die jegenwoirdelick onder 't gebiet ende gehoorzaemheyt van Zijnder Excellentie niet en staen, zal dit poinct gescorst blyven ter tijt ende wylen, dezelve steden ende plaetzen, hen mitten anderen Staeten gevoucht hebbende tot deze unie ende accord, Zyne Excellentie henlieden zal gegeven hebben satisfactie op de poincten, daerinne zylieden hen zouden vinden geinteresseert onder zijn gouvernement, 't zy ten opsiene van d'exercitie van der religien oft andersszins, opdat de provincien niet gedemembreert en wordden ende om alle twist ende tweedracht te schouwen.
    Ende en sullen midlertijt egeene placcaeten, mandementen, provisien noch exploicten plaetze hebben in de voirsz. landen ende steden, by den voirsz. heere Prince geregieert, dan die geene, by Zyne Excellentie ende by den Raede, magistraten oft officiers aldaer geapprobeert oft gedecerneert, zonder prejudicie van de toecommende tyde van de resorte van den Grooten Rade van Zyne Majesteyt.
    Is mede ondersproken, dat alle gevangenen ter zaeken van den voerleden troublen, namentlick die grave van Bossu, zullen vry ende los gelaeten wordden, zonder ranchoen te betaelen, maer wel die vangenissecosten, tenware nochtans dat die ransoenen voer date van desen betaelt oft daervan overcommen ende geaccordeert waren.
Is voorts veraccordeert, dat die voirsz. heer Prince ende alle andere heeren, ridderen, edelluyden, particuliere persoonen ende ondersaeten, van wat staete, qualiteyt oft conditie die zijn, mitsgaders henlieden weduwen, douaigieren, kinderen ende erffgenamen van d'een ende d'ander zyden gerestitueert zijn in huerlieden goeden naeme ende faeme ende zullen oic moegen aenveerden ende die possessie aennemen van alle huere heerlicheyden, goeden perogativen, actien ende credicten, die niet vercocht oft geallieneert en zijn, in zulcken staete als die voorsz. goederen nu jegenwoordich zijn, ende te dien effecte sijn alle defaulten, contimacien, arresten, sentencien, saisissementen ende executien, gegeven ende gedaen van religie, als omme 't aennemen van de wapenen mit 't gene daernaer gevolght is, gecasseert, gerevoceert, doot ende te nyete gedaen, ende sullen dezelve, mitsgaders alle scriftelycke proceduren, acten ende actitaten, te dien gesciet, vermelt ende in de registers geroyeert worden, zonder dat noodich zy hiertoe ander bescheet te nemen oft provisie te verwerfven dan dit jegenwoordich tractaet, nyetjegenstaende eenighe incorporatien, rechten, coustumen, previlegien, prescripten, zoo wel legale, conventionnele, costumiere, als locale, noch eenige andere exceptien ter contrarien, diewelcke in dese ende in alle andere zaecken, den voirsz. troublen concernerende, zullen cesseren ende egeene stede hebben, totdien by dese, zoo verre als noot is, specialick gederogueert wesende, oick mede den rechte disponerende, dat generalle derogatie niet en is zonder precedente specificatie.
    Welverstaende dat hieronder begrepen zullen zijn ende dit jegenwoirdich beneficie genieten mijn genaedichste vrouwe die gesellenede des durluchtichste Kurfurst van den Rhyn, eertijts achtergelaeten weduwe des heeren van Brederode, zoovele als aengaet Vianen ende andere goeden, daer haer Churfurstelicker Genade, oft actie van haer hebbende, toe gericht is.     
    Insgelicx zal hierinne begrepen wesen die grave van Bueren, zoovele aengaet die stadt, slot ende lande van Bueren, om dieselfde by den voirsz. heere grave by vertreck van garnisoene gebruyct te wordden, als zijn eyghen toebehoorte.
    Ende zullen te niete gedaen ende affgeworpen wordden die pilaeren, tropheen, inscriptien ende andere teekenen, by den hertoge van Alve gedaen rechten tot schande ende blamatie, zoe van de bovengenompde als van allen anderen.
    Aengaende die vruchten van den voirsz. heerlicheyden ende goeden, 't verloop ende die vertachterheden van den douarien, tochten, pachten, cheynsen ende renten, zoe op den Coninck, lande, steden ende alle anderen, die voer date van dese verschenen ende nochtans niet betaelt oft ontfanghen en zijn by Zyne Majesteit, oft zijns actie hebbende, die zal moegen elck in 't zyne genieten ende ontfangen.
    Welverstaende, dat alle 't gunt, datter gevallen is zoewel van de voersz. erffgoeden, renten, als andere goeden zichtent sint Jans-misse LXXVI lestleden, zal blyven ten profyte van degene, hun recht hebbende, niettegenstaende dat daeraff by den ontfanger van de confiscatien oft andere yet ontfangen oft geint ware, daeraff in alzulcken gevalle restitutie geschieden zal.
    Maer byzooverre eenige jaerscharen van de voirseyde pachten, renten oft ander incommen van 's Conincx wegen by tytle van confiscatie aengeslaegen ende geheven waeren, zoe wordt elck over gelycke jaerscharen vry, los ende quyte gehouden van de reele lasten ende opstal, uuyt zyne goeden gaende, zoo men ooc t'allen zyden insgelijcx vry, los ende quyte gehouden zal zijn van alle renten, staende op de landen ende die goeden, die men midts de voerleden troublen niet en heeft kunnen gebruycken, in alles naer raete van den tyde, dat 't zelve belet ende ongebruyct uuyt oirzaeken voirsz. gebuert is. 
    Nopende die huyscatheylen ende andere meublen, die aen beyde zyde te niete gedaen, vercocht oft anders gealieneert zijn, daeraff en zal niemand eenich verhael hebben.
    Ende aengaende die erfgoeden, cheynsen ende renten, die by title van confiscatie vercocht oft gealieneert zijn, die Generaele Staeten zullen in elcke provincie ende uuyte Staeten van dezelve deputeren commissarissen, om kennisse te nemen van de zwaericheden, indien daer eenige vallen, om redelicke satisfactie te doen, zoewel aen de oude proprietarissen als aen de coopers ende vercrygers van de voirsz. goeden ende renten, voer hun regres ende evictie respectivelick.
    Van gelycken sal geschieden nopende 't verloop van de personele renten ende obligatien ende alle andere pretensien, clachten ende doleantien, als die geinteresseerde ter oirsaeken van de troublen zullen naemaels aen wederzyden willen intenteren ende voirts stellen, in wat manieren dattet zy.
    Dat alle prelaeten ende andere geestelicke persoonen, wiens abdien, stiften, fundatien ende residentien buyten Hollandt ende Zeelandt gelegen ende nochtans binnen dezelve landen gegoet zijn, zullen wederomme commen in den eygendom ende in 't gebruyck van dezelve huere goeden alsvoren ten opziene van den weerlicken.
Maer wat belangt den religieusen ende andere geestelicken, die binnen die voirsz. twee provincien ende huere geassocieerde geprofessyt oft gheprebendeert ende daeruuyt ghebleven oft getrocken zijn, gemerct dat den meestendeel van huere goeden gealieneert zijn, denzelven zal men van nu voirtaene verstrecken redelicke alimentatie neffens die geblevene, oft anders zal hen mede toegelaeten wordden 't gebruyck van huere goeden, tot verkiesinghe nochtans van de Staeten, alles by provisie ende tot anderstondt op hen voordere pretensien by de Generaele Staeten verordent zal wesen.
    Voorts is geaccordeert, dat alle ghiften, exheredatien ende andere dispositien, inter vivos vel causa mortis by particuliere ende private persoonen gedaen, daerby die gerechte erffgenamen ter zaeken van de voirsz. troublen oft van de religie van huere gherechtighe successie versteken, vermindert ende onterft zijn, uuyt crachte van dese gehouden zullen wordden als gecasseert ende van geender weerden.
Ende alzoo die van Hollandt ende Zeelandt, om die costen van den oirlogen beter te vervallen, alle specieen van goudt ende zilvere ten hoogen pryse gestelt hebben, die zy in andere provincien niet en zouden kunnen zonder groot verlies uuytgeven, is besproken, dat die gedeputeerde van de Generaele Staeten, ten eersten mogelick zijnde, adviseren zullen, om daerop te nemen eenen generaelen voet, ten fyne dat den cours van de voirsz. munten eenvougdelick gestelt zy, alzoo nae als doenlijck is, tot onderhoudenisse van dese unie ende van den gemeynen coophandel aen wederzyden.
    Voorts op 't vertooch, gedaen by de gedeputeerde van Hollandt ende Zeelandt, ten fyne dat die Generaliteyt van allen den Nederlanden zouden t'hueren laste nemen alle die schulden, die mijn heere de Prince gecontracteert heeft, omme te doene zyne twee expeditien ende geweldighe hertochten, ten welcken zoo wel die van Hollandt ende Zeelandt als die provincien ende steden, die hen in den lesten tocht overgaven, verbonden hebben gehadt, zoo zy seyden, is 't zelve poinct gestelt ende gelaten ter discretie ende determinatie van de Generaele Staeten, denwelcken, alle zaken geappaiseert zijnde, daervan rapport oft remonstrancie gedaen zal wordden, om dienaengaende zulcken regard genomen te worden als 't behoort.
    In dit gemeyn accord ende pacificatie en sullen niet begrepen zijn, om te genieten 't beneficie van dien, die landen, heerlicheden ende steden, houdende partie contrarie, totdat zy hen effectuelick zullen gevoecht hebben mit deser confederatie, dewelck zy sullen moegen doen, als 't henlieden belieft.
    Welck tractaet ende vredehandel nae rapport, aggreatie ende advoement, zoewel van de heeren gecommitteerden totten gouvernemente van den landen, alsoock van den Staeten derselver, eensamentlick van mijn heere die Prince, Staeten van Hollandt, Zeelandt ende geassocieerde, in alle de voirsz. poincten ende articlen ooc mede alle 't gene, dat by de voirseyde Generaele Staeten in 't gene voirsz. ende anderssins gediffinieert ende geordineert zal worden, die voirsz. gedeputeerde hebben uuyt crachte van henlieder povoiren ende commissie belooft ende gezworen, beloven ende zweren by dese onverbrekelick t'observerene, t'onderhoudene ende volcommen ende alle tzelve over d'een ende d'ander zyde te doen respectivelick ratiffieren, zweren, teekenen ende zegelen by den prelaten, edelen, steden ende andere leden van den voirsz. landen, zunderlinge ooc by den voirsz. heer Prince, zowel in's generael als particulier, binnen een maent naestcomende, t'elcx genougene; ende in kennisse van alle 't guene voirsz. is, hebben de voirsz. gedeputeerden dese jegenwoirdighe onderteekent in 't schepenhuys van de stadt van Ghendt den VIIIen van Novembri XVc LXXVI.

 

 

 

 

 

  Unie van Atrecht [1579]

 

De katholieke 'malcontenten' [ontevredenen] in Henegouwen en Artois verklaren dat zij zich verbinden voor de uitvoering van de Pacificatie, voor het behoud van de rooms-katholieke godsdienst, van de gehoorzaamheid aan de koning en van de privileges van het land. Na het sluiten van vrede met Parma wordt deze als landvoogd erkend.

 

 

 

 Unie van Utrecht [1579]

 

Juist gericht tegen Parma en de Spaanse legermacht. De bij de Unie aangesloten leden [Holland, Zeeland, Gelre en Utrecht]  werden daarmee tot een confederatie verbonden. Veel calvinistische steden in Brabant en Vlaanderen sluiten zich aan, evenals de prins van Oranje en de Friese stadhouder.

 

1. De Provinciën zullen 'ten ewygen daghen' verenigd blijven alsof zij maar één provincie zijn, maar met behoud van ieders eigen privileges.

 

2. Om in de kosten van verdediging te voorzien zullen in alle gewesten belastingen worden geheven 'eenpaerlick ende op eenen voet'.

 

3. 'In saecken van bestant, peys, oorloge ofte contributie' zal men beslissen met eenparigheid van stemmen, andere zaken bij meerderheid van stemmen.  Kunnen de gewesten niet tot eenstemmigheid komen, dan beslissen de stadhouders der gewesten.

 

4. Geen provincie, stad of lid mag een  verbond met een buurstaat aangaan.

 

5. De godsdienst moet door de gewesten naar eigen goeddunken worden geregeld, maar niemand mag voor wat godsdienst betreft vervolgd worden.

 

5.       Geen lid heeft het recht de Unie te verlaten.

 

Unie van Utrecht
20 januari 1579

Vindplaats: Overgenomen uit: A.S. de Blécourt, N. Japikse ed., Klein plakkaatboek van Nederland. Verzameling van ordonnantiën en plakkaten betreffende regeeringsvorm, kerk en rechtspraak (14e eeuw tot 1749) (Groningen/Den Haag 1919) nr. XIX, p. 120-125, die het overgenomen hadden uit: Robert Fruin, H.T. Colenbrander, Geschiedenis der staatsinstellingen, blz. 366 vlg. De beide aanvullingen waren door De Blécourt en Japikse ontleend aan het Groot Placcaetboek van Holland en Zeeland, deel I, 17-18.


I. Ende eerst, dat die voorsz. provincien sich met den anderen verbynden, confedereren ende vereenyghen sullen, gelijck si hem verbynden, confedereren ende vereenyghen mits desen, ten ewygen daeghen by den anderen te blijven in alle forme ende maniere als off siluyden maer een provincie waeren, sonder dat deselve hem tenyger tijde van den anderen sullen scheyden, laeten scheyden ofte separeren bij testamente, codicille, donatie, cessie, wisselinghe, vercopinghe, tractaeten van peys, van huwelick noch om geen anderen oorzaecken, hoe dat het gebeuren soude moegen, onvermindert nochtans een ygelick provincien ende die particulier steden, leden ende ingesetenen van dyen haerluyden spetiaele ende particuliere privilegien, vrijheyden, exemptien, rechten, statuten, loffelicke ende welheergebrochte costumen, usantien ende allen anderen haerluyden gerechticheyden, waerinne siluyden den anderen nyet alleen geen prejudicie, hynder ofte letsel doen sullen, maer sullen den anderen daerinne met alle behoirlicke ende moegelicke middelen, ja met lijff en goet (ist noot) helpen handthouden, stijven ende stercken ende oick beschudden ende beschermen tegens allen ende een ygelick, wie ende hoedanich die souden moegen wezen, die hem daerinne enich datelicke imbreecke soude willen doen, welverstaende dat die questie, die enyge van den voorsz. provincien, leden ofte steden van dese Unie wesende, met den anderen hebben ofte naemaels souden moegen crijgen nopende haerluyden particulier ende spetiael privilegien, vrijheyden, exemptien, rechten, statuten, loffelicke ende welheergebrachte costumen, usantien ende anderen haerluyden gerechticheyden, dat dselve by ordinaris justicie, arbiters oft minlick accort beslicht sullen worden, sonder dat dandere landen ofte provincien, steden ofte leden van dyen (soe lange sich beyde partien het recht submitteren) hem des sullen hebben te moyen, ten waere hem gelieffden te intercederen tot accordt. 
II. Item dat die voorsz. provincien in conformiteyt ende tot voltrecking van de voorsz. enicheydt ende verbant gehouden sullen wesen malcanderen met lijff, goet ende bloet by te staen jegens alle fortsen ende gewelden die hem yemant souden moegen aendoen uyt ende onder dexel van den naem van de Co. Ma. ofte van sinentwegen, het waere ter cause van[t] tractaet van peys tot Ghendt gemaeckt, van dat si die wapenen tegens Don Johan d'Austrice aengenoemen, den Eertshertoge Matthias tot gouverneur ontfangen hebben, met alle tghene datter aencleeft, van dependeert, ofte uyt gevolcht es ofte uyt volgen sal moegen, al waert oick onder coleur alleene van de catholicque Roomsche religie met wapenen te willen restablisseren, restaureren ofte invoeren ofte oick van enyge nyuwicheyden ofte alteratien, die binnen enyge van de voorsz. provincien, steden ofte leden van dien sedert den jaere 1558 gebeurt sijn ofte oick ter cause van dese jegenwoirdige Unie ende confederatie ofte andere diergelycke oorsaecke, ende dit soe wel in gevalle men die voorsz. fortsen ende gewelden souden willen gebruycken op een van de voorsz. provincien, staten, steden ofte leden van dien alleen, als op alle int generael.
III. Dat die voorsz. provincien oick gehouden sullen wesen in gelycke maniere malcanderen te assisteren ende helpen defenderen jegens alle uytheemsche ende inheemsche heeren, vorsten ofte princen, landen, provincien, steden ofte leden van dien, die hem int generael ofte particulier enyge fortsen, gewelden ofte ongelijck souden willen aendoen ofte oorloge maecken, beheltelick dat die assistentie bij de generaliteyt van dese Unie gedecerneert sal worden met kennisse ende naer gelegentheyt van der saecke. 
IV. Item ende omme die voorsz. provincien, steden ende leden van dien bat jegens alle macht te moegen verseeckeren, dat die frontiersteden, ende oick andere daer men des van noode vynden sal, tsi van wat provincien die sijn, by advys ende ter ordonnantie van deze geunieerde provincien sullen vast gemaeckt ende gesterkt worden tot costen van de steden ende provincien, daerinne die gelegen sijn, mits hebbende daertoe assistentie van de generaliteyt voor deen helft; beheltelick dat soe verre by de voorsz. provincien raedtsaem bevonden wordt eenyge nyuwe forten ofte sterckten in enyge van de voorsz. provincien te leggen ofte die nu leggen te veranderen ofte aff te werpen, dat die costen daartoe van node by alle die voorsz. provincien int generael gedraegen sullen worden.
V. Ende omme te versien tot die costen, die men van noode hebben sal in gevalle als boeven tot defentie van de voorsz. provincien, es overcommen, dat in alle voorsz. geunieerde provincien eenpaerlick ende op eenen voet tot gemeen defentie derselver provincien opgestelt, gehewen ende openbaerlick den meest daervoor biedende van drie maenden tot drie maenden ofte eenyge andere bequaeme tijden verpacht oft gecollecteert sullen worden allomme binnen die voorsz. geunieerde provincien, steden ende leden van dien, seeckere imposten op alderhande wijnen, binnen ende buyten gebrouwen bieren, op het gemael vant coorn ende greynen, opt sout, goude, sylveren, sijde ende wolle lakenen, op de horenbeesten ende besayde landen, op de beesten, die geslacht worden, paerden, ossen, die vercoft ofte verpangelt worden, op de goeden, ter waege commende, ende sulcke andere als men naemaels by gemeen advys ende consent ghoet vinden sal, ende dat achtervolgende dordonnantie, die men daerop concipieren ende maeken sal; - dat men oick hiertoe employeren sal den incoemen van de domeynen van de Co. Ma., die lasten daerop staende afgetoegen. 
VI. Welcke middelen bij gemeen advyse verhoecht ende verleecht sullen worden, naedat de noot ende gelegentheyt van der saecke vereyschen sal, ende alleenlicken verstreckt tot die gemeene defentie, ende tot het ghene die generaliteyt gehauden sal wesen te dragen, zonder dat dieselve middelen tot enyge andere saecken sullen mogen worden bekeert.
VII. Dat die voorsz. frontiersteden ende oick andere als den noot vereyschen sal, tallen tijden gehauden sullen wesen te ontfangen alsulcke garnisoenen, als dieselve geunieerde provincien goet vynden ende hemluyden by advys van den gouverneur van de provincie, daer het garnisoen geleyt sal worden, ordonneren sullen, sonder dat sie des sullen mogen weygeren; welverstaende dat die voorsz. garnisoenen by de voorsz. geunieerde provincien betaelt sullen worden van haerluyden soldie ende dat die cappiteynen ende soldaeten boeven den generalen eedt particulierlick die stadt ofte steden ende provincie, daerinne die geleyt sullen worden, eedt doen sullen, ende dat tselve te dien eynde in haerluyden artyckelbrieff gestelt sal worden. Dat men oick alsulcke ordre stellen ende discipline onder den soldaeten hauden sal, dat die borgers ende inwoenders van de steden ende platte landen, soe wel gheestelick als weerlick, daerby boeven die redenen nyet bezwaert worden noch enyge overlast lijden sullen. Ende en sullen die voorsz. garnisoenen van gheene excys ofte imposten meerder exempt wezen als die borgers ende inwoenders van de plaetse, daer die geleyt sullen worden, mits dat oick denselven borgers ende inwoenders bij de generalteyt logysgelt verstreckt sal worden, gelijck tot noch toe in Holland gebruyckt is.
VIII. Ende ten eynde men tallen tijden sal moegen geassisteert wezen van de inwoenders van de landen, sullen dingesetenen van elcke van dese geunieerden provincien, steden ende platte landen binnen den tijt van een maendt naer date van desen ten langsten gemonstert ende opgescreven worden, te weten die gheene, die sijn tusschen achthien ende tzestich jaeren, om, die hoeffden ende tgetal van dien geweten sijnde, daernaer ter eerster tsamencompste van dese bontgenoten vorder geordonneert te worden als tot die meeste bescherminge ende verseeckerheydt van dese geunieerde landen bevonden sal worden te dienen.
IX. Item en zal men geen accoordt van bestant oft peys maecken, noch oorloge aenveerden, noch enyge imposten ofte contributie instellen, die generaliteit van desen verbande aengaende, dan met gemeen advys ende consent van de voorsz. provincien, maer in andere saecken, tbeleet van deze confederatie ende tghene daervan dependeert ende uyt volgen sal aengaende, sal men hem regulieren naer tghene geadviseert ende gesloten sal worden bij de meeste stemmen van de provincien, in desen verbonde begrepen, die gecolligeert sullen worden, sulcx als men tot noch toe in de generaliteyt van de Staten heeft gebruyckt, ende dit by provisie, tot dat anders sal worden geordonneert by gemeen advies van dese bontgenoten, beheltelick dat, oft gebeurden, dat die provincien in saecken van bestant, peys, oorloge ofte contributie met den anderen nyet accorderen en conden, sal het geschil gerefereert ende gesubmitteert worden by provisie aen de heeren stadtholders van de voorsz. geunieerde provincien, nu ter tijt wesende, die het voorsz. geschil tusschen parthyen sullen vergelijcken ofte daervan uytspreecken, sulx als siluyden bevynden sullen in de billicheyt te behoeren, welverstaende indien dieselve heeren stadtholders daerinne nyet en souden connen verdraegen, sullen tot hemluyden nemen ende verkiesen alsulcke onpartige assesseurs ende adjoincten als hemluyden goet duncken sal, ende sullen parthyen gehouden wezen naer te commen tghene by de voorsz. heeren stadholders in manieren als boeven uytgesproecken sal wezen.
X. Dat geen van dese voorsz. provincien, steden ofte leden van dyen enyge confederatien ofte verbonden met enyge naerbuerheeren ofte landen sullen moegen maecken sonder consent van dese geunieerde provincien ende bontgenoten.
XI. Des es overcommen, dat, soe verre enyge naebuerfursten, heeren, landen ofte steden sich met dese voorsz. provincien begeerden te unieren ende hun in dese confederatie te begeven, dat si daertoe by gemeen advyse ende consent van dese provincien ontfangen sullen moegen worden.
XII. Ende dat die voorsz. provincien gehauden sullen sijn met den anderen te conformeren int stuck van der munte, te weten in den cours van de gelden, naer uytwisen sulcker ordonnantien als men daerop metten yersten maecken sal, dwelcke deen sonder dander nyet en sal moegen veranderen.
XIII. Ende soeveel tpoinct van der religie aengaet, sullen hem die van Hollant ende Zelant draegen naer haerluyden goetduncken ende dandre provincien van dese Unie sullen hem moegen reguleren naer inhoudt van de religionsvrede, by den eerstshertoge Mathias, gouverneur ende cappiteyn generael van dese landen, met die van sinen Rayde by advis van de Generael Staten alrede geconcipieert, ofte daerinne generalick oft particulierlick alsulcke ordre stellen als si tot rust ende welvaert van de provincien, steden ende particulier leden van dyen ende conservatie van een ygelick, gheestelick ende weerlick, sijn goet ende gerechtigcheyt doennelick vynden sullen, sonder dat hem hierinne by enyge andere provincien enich hynder ofte belet gedaen sal moegen worden, mits dat een yder particulier in sijn religie vrij sal moegen blijven ende dat men nyemant ter cause van de religie sal moegen achterhaelen ofte ondersoucken, volgende die voorsz. pacificatie tot Ghendt gemaeckt.
XIV. Item sal men allen conventualen ende die van de gheestelicheyt volgende die pacificatie laeten volgen hun goeden, die si in enyge van dese geunieerde provincien reciproquelick leggende hebben, mits dat, indien enyge geestelicke personen uyt die provincien, die geduerende doorloge tusschen die landen van Hollandt ende Zelandt jegens die Spaengaerden stonden onder tgebiet van denselven Spaengaerden, hem begeeven hadden uyt enyge cloosteren ofte collegien onder tgebiet van die van Hollandt ofte Zelandt, dat men die by hun conventen ofte collegien sal doen versien van behoirlijcke alimentatie ende onderhoudt hun leven geduerende, als oick gedaen sal worden denghenen, die uyt Hollant ende Zeelandt in enyge van de andere provincien van dese Unie vertoegen ende hem onthoudende sijn.
XV. Dat mede denghenen, die in enyge cloosteren ofte gheestelicke collegien van dese geunieerde landen sijn ofte geweest hebben ende diezelve uyt zaecke van die religie ofte andere redelicke oorsaecke begeren te verlaeten ofte verlaeten hebben, uyten incompst van haeren conventen ofte collegien haer leven lange geduerende behoirlicke alimentatie sal worden verstreckt naer gelegentheyt van de goeden, welverstaende dat die naer date van desen hem in enyge cloosteren sullen begeven ende dselve wederomme verlaeten, egeen alimentatie verstreckt sal worden, maer sullen tot haeren behouve naer hem moegen nemen tgheene si daerinne gebrocht hebben; dat oick dieghene, die jegenwoirdelick in de conventen ofte collegien sijn ofte naemaels commen sullen, hebben sullen vrijheyt ende liberteyt van religie ende oick van clederen ende habyt, beheltelijk dat siluyden den overste van den convente in allen anderen saeken onderdanich sullen sijn.
XVI. Ende oft gebeurden (dat God verhoeden moet), dat tusschen die voorsz. provincien enich onverstant, twist ofte tweedracht geviele, daerinne siluyden den anderen nyet en conden verstaen, dat tselve, soeverre het enyge van de provincien in tparticulier aengaet, ter neder geleyt ende beslicht sal worden bij den anderen provincien off denghenen, die si daertoe deputeren sullen, ende, soeverre die saecke alle die provincien int generael aengaet, by de heeren stadtholders van de provincien in manieren, boeven in tnegende articul verhaelt, dewelcke gehouden sullen sijn parthyen recht te doen ofte vergelijcken binnen een maent ofte corter, soeverre die noot van der saecke sulx uyteyscht, naer interpellatie ofte versouck, bij deen ofte dandere parthye daertoe gedaen; ende wes bij die voorsz. anderen provincien ofte haerluyden gedeputeerden ofte dvoorsz. heeren stadtholders alsoe uytgesproecken wordt, sal aengegaen ende achtervolcht worden, sonder dat daervan wijder beroep ofte andere provisie van rechten, tsi van appel, relieff, revisie, nulliteyt ofte enyge andere querelle, hoedanich die souden moegen wezen, versocht sal moegen worden.
XVII. Dat die voorsz. provincien, steden ende leden van dien hem wachten sullen van uytheemsche fursten, heeren, landen ofte steden enyge occasie te geven van oorloge, ende sulcx, om alle alsulscke occasien te vermijden, sullen die voorsz. provincien, steden ende leden van dyen gehouden wezen soewel den uytheemschen als ingesetenen van den voorsz. provincien te administreren goet recht ende justicie; ende soeverre yemant van hem daervan in gebreecke blijft, sullen die andere bontgenoten die hant holden, by alle behoirlicke wegen ende middelen, dat sulcx gedaen sal worden ende dat alle abusen, daerdoor sulcx belet ende die justicie deur verachtert soude moegen worden, gecorrigeert ende gereformeert sullen worden als naer rechten en vermoegens een yder sijn privilegien, loffelicke ende welheergebrachte costumen.
XVIII. Item en zal deene van de geunieerde provincien, steden ofte leden van dyen tot laste en prejudicie van dandere ende sonder gemeen consent geen imposten, convoygelden, noch andere diergelijcke lasten moegen opstellen, noch enijge van deze bontgenoten hoeger mogen bezwaeren dan hun eygen ingesetenen.
XIX. Item omme jegens alle opcoemende saecken ende zwaricheyden te versien, sullen die bontgenoten gehouden wezen op de bescrivinge van denghenen, die daertoe geauthoriseert sullen sijn, binnen Utrecht te compareren tot sulken daege als hem aangescreven sal wesen omme op de voorsz. saecke ende zwaricheyden, die men in de brieven van bescrivinge sal exprimeren, soe verre des moegelick es ende die zaecke nyet secreet en dient gehouden te wesen, by gemeen advys ende consent ofte by de meeste stemmen in manieren voorsz. gedelibereert ende geresolveert te worden, al waert oick enyge nyet en compareerden, in welcken gevalle sullen dandere, die verschijnen sullen, evenwel moegen procederen tot sluytinge van tghene si bevynden sullen tot het gemeen beste van dese geunieerde landen ende provincien te dienen. Ende sal tghene alsoe gesloten es, onderhouden worden oick bij deghenen, die nyet gecompareert sullen wezen, tenware die saecken seer wichtich waeren ende enich vertreck mochten lijden, in welcken gevalle men denghenen, die nyet gecompareert en sullen sijn, andermael bescriven sal omme te compareren op seeckere anderen daege opt verbeuren van haerluyden stemme voor die reyse, ende wes alsdan by deghenen die present sijn gesloten wordt, sal bundich sijn ende van weerden gehouden worden nyet jegenstaende d'absentie van enyge van dandere provincien, beheltelick dat die nyet gelegen en sal sijn te compareren, haerluyden opinie scriftelick over sullen moegen seynden omme daerop int collecteren van der stemmen sulcke regardt genoemen te worden alst behoort.
XX. Item teneynde voorsz. sullen allen ende een yder van de voorsz. bontgenoten gehouden sijn alle saecken, die hem opcoemen ende voorvallen sullen ende daeraen si hem sullen laeten duncken tgemeen, wel ofte qualick vaeren van dese geunieerde landen ende bontgenoten gelegen te zijn, denghenen, die tot die bescrivinge geautoriseert sullen sijn, over te scrijven omme by deselve daerop dandere provincien bescreven te worden in manieren voorsz.
XXI. Ende soeverre enyge donckerheyt oft twijfelachticheyt in desen bevonden worden, daeruyt enyge questie ofte dispute mochten verrijsen, sal dinterpretatie van dien staen in tseggen van dese bontgenoten, die daerop by gemeen advys ende consent ordonneren sullen, sulcx si bevynden sullen te behoeren, ende soeverre siluyden daerinne nyet en conden accorderen, sullen haer recours nemen tot de heeren stadtholders van de provincien in de forme boeven verhaelt.
XXII. Insgelijcx soeverre bevonden worden van noode te sijn darticulen van dese Unie, confederatie ofte verbont in enyge poincten ofte articulen te vermeerderen ofte veranderen, sal tselve oick gedaen worden by gemeen advys ende consent van de voorsz. bontgenoten, ende anders nyet.
XXIII. Alle welcke poincten ende articulen ende een yder van dyen byzonder die voorsz. geunieerde provincien belooft hebben ende beloeven mits desen naer te gaen ende te achtervolgen, doen naergaen ende achtervolgen, sonder daer jegens te doen, doen doen, noch gedoegen gedaen te worden directelick oft indirectelick in enyger wijs ofte manieren. Ende zoeverre yetwes by yemande ter contrarie gedaen ofte geattenteert worde, tzelve verclaren siluyden van nu alsdan nul, egeen ende van onweerden, daeronder si verbynden haerluyden ende alle dingesetenen van haerluyden provincien, steden ende leden van dien persoonen ende goeden, omme deselve, ingevalle van contraventie, voor tonderhoudt van desen met tghene daervan dependeert, gearresteert, gehouden ende becommert te moegen worden tallen plaetsen ende by allen heeren, rechteren ende gerechten, daer men die sal connen ofte moegen becommen, ende vertyen te dien eynde van alle exceptien, gratien, privilegien, relevamenten ende generalick van allen anderen beneficien van rechten, die hemluyden enichsins ter contrarie van desen souden moegen dienen, ende bysonder [van] den rechten, seggende generael renuntiatie geen plaets te hebben, daer [en] si eerst spetiael voorgegaen.
XXIV. Ende tot meerder vasticheyt sullen die heere stadtholders van de voorsz. provincien, die nu sijn ofte naemaels commen sullen, mitsgaders alle die magistraten ende hooftofficiers van ygelick provincie, stadt ofte leden van dyen dese Unie ende confederatie ende een yder articul van dyen int byzonder by eede moeten beloeven naer te zullen gaen ende onderhouden, doen naeghaen ende onderhouden.
XXV. Insgelijkcx sullen dselve by eede moeten beloeven te onderhouden alle schutteryen, broederschappen ende collegien, die in enyge steden ofte vlecken van dese Unie sijn.
XXVI. Ende sullen hiervan gemaeckt worden brieven in behoirlicke forme, die by de heeren stadtholders ende die voornaempste leden ende steden van de provincien, daertoe spetialick by den anderen gerequireert ende versocht sijnde, besegelt ende by haerluyden respective secretarissen onderteyckent sullen worden.
[ondertekeningen]
Verklaringe van 't 13. Artikel. Alsoo eenige schijnen swarigheyt te maecken op t' 13. artikel van de Unie, den 23 deser maendt gesloten tusschen die gedeputeerde van den lande van Geldre ende Zutphen, Hollandt, Zeelandt, Utrecht ende Ommelanden tusschen die Eems ende Lauwers, alsof die meyninge ende intentie ware gheweest niemandt in deselve Unie te ontfangen dan diegenen die der Religions vrede by de Eertz-hertoge van Oostenrijck ende Rade van Staten neffens hem by advijs van de Generale Staten gheconcipieert is, oft ten minsten die beyde die religien, te weten die Catholijcke Roomsche ende Ghereformeerde souden toelaten, soo ist, dat die voorschreven gedeputeerden, die over die voorschreven Unie gestaen ende deselve ghesloten hebben, omme alle misverstant ende wantrouwe wech te nemen, by desen wel hebben willen verklaren haer-lieder meyninge ende intentie niet gheweest te zijn noch als noch te wesen eenige steden ofte provincien, die sich aen de voorschreve Catholijcke Roomsche Rligie alleene sullen willen houden, ende daer 't gehtal van de inwoonderen derselver van de Gereformeerde religie soo groot niet en is dat sy vermogens die voorsz. Religions-vrede, het exercitie van de Gereformeerde religie souden mogen genieten van de voorsz. Unie ende verbintenisse uyt te willen sluyten, nemaer dat sy des niettegenstaende bereydt sullen wesen alsulcke steden ende provincien, die sich alleen aen de voorschreve Roomsche religie sullen willen houden, in dese Unie te ontfangen, by sooverre sy sich anders in de andere poincten ende articulen van de voorschreve Unie souden willen verbinden ende als goede patrioten dragen, soo die meyninge niet en is, dat d'een provincie oft stadt hem 't feyt van d'andere in 't poinct van de religie sal onderwinden, ende dit om te meerder vrede ende eendracht tusschen die provincien te houden ende die principaelste occassie van twist ende tweedracht te vermyden ende wech te nemen. Aldus ghedaen t'Utrecht den 1 February 1579.
Ampliatie van 't 15. Artikel. Alsoo hiervooren in 't artikel voorsien is tot alimentatie ende onderhoudt van de geestelicke persoonen, die geweest zijn in eenige conventen ofte collegien ende hun daeruyt ter cause van de religie ofte andere redelijcke oorsaecke begeven hebben ofte namaels begeven sullen, ende dat seer te beduchten is dat ter oorsaecken van dien eenige processen souden mogen verrysen, gelijck sy verstaen dat alreede verresen zijn uyt saecke dat alsulcke persoonen sullen willen, pretenderen gherechtight te zijn in de successie van de goederen van hun ouders, broederen, susteren ende anderen vrienden ofte magen metter doodt achterghelaten, ofte noch achter te laten, ende oock dieghene die sylieden in hun leven by tytel van gifte, transporte, ofte eenige andere souden mogen overdragen, gheallieneert, ofte oock naer hun doodt verseeckert hebben, soo ist, dat die voorsz. bondtgenooten, om dieselve processen ende die swarigheden die daeruyt souden mogen opstaen, te verhoeden, goetghevonden hebben alle die processen, die ter cause voorsz. alreede gheinstitueert zijn ende noch namaels gheinstitueert sullen mogen worden, te suspenderen in state ende surseancie te houden, ter tijdt toe anders by de voorsz. bondtgenooten ende andere, die hen in dese eenigheyt ende verbande sullen mogen begeven, generalick daerop (oock by d'authoriteyt van d'overheyt is 't noot) geordonneert ende verklaringe gedaen sal zijn. Aldus gedaen by de voorsz. gedeputeerden opten 1 Februarii 1579. Ende was geteyckent Lamzweerde.

 

 

 

Plakkaat van Verlatinghe [1581]

 

 

De eed van trouw aan Filips II wordt verbroken vanuit de redenering dat een vorst zijn gezag ontleent aan de instemming van de lagere autoriteiten, van de Staten en van de regionale aristocratieën, van zijn vooraanstaande onderdanen dus.  Valt die instemming weg, dan kan van trouw geen sprake meer zijn.

Een vorst is er voor zijn onderdanen 'om de selve te bewaren en te beschermen van alle ongeluck...gelijck een herder tot bewaernisse van sijne schapen'.

 

De Staten Generael verklaré dé Koning vervallen te syn (Ipso Iure) váder Nederlanden gerechtigheden.

 

Hoogmoedig geest
Wilt op u doen eens letten,
Die daer onse Wetten
hebt tot niet, met geen smeken kond' m' u leyden,
U Spaénsch geboeft,
Heeft menig ménsch bedroeft.
's Lants Adel meest,
Tyrannig ginct verpletten,
Alles wout versetten,
Na 't tjockig Spaénsch gebiet.
Stopt het oor voor die daer schreyden,
U Spaénsch geboeft,
Heeft menig ménsch bedroeft.

 

 

Plakkaat van Verlatinghe
26 juli 1581


Bron: De Staten-Generaal `verlaten' Filips II als landsheer en kiezen in zijn plaats de hertog van Anjou, met uitzondering van Holland en Zeeland, die onder het gebied wilden blijven van de prins van Oranje.


De Staten Generael van de geunieerde Nederlanden. Allen dengenen die dese tegenwoordighe sullen sien ofte hooren lesen, saluyt. 
Alsoo een yegelick kennelick is, dat een Prince van den lande van Godt gestelt is hooft over zijne ondersaten, om deselve te bewaren ende beschermen van alle ongelijk, overlast ende ghewelt gelijck een herder tot bewaernisse van zijne schapen: En dat d'ondersaten niet en sijn van Godt geschapen tot behoef van den Prince om hem in alles wat hy beveelt, weder het goddelick of ongoddelick, recht of onrecht is, onderdanig te wesen en als slaven te dienen: maer den Prince om d'ondersaten wille, sonder dewelcke hy egeen Prince en is, om deselve met recht ende redene te regeeren ende voor te staen ende lief te hebben als een vader zijne kinderen ende een herder zijne schapen, die zijn lijf ende leven set om deslve te bewaren. En so wanneer hy sulx niet en doet, maer in stede van zijne ondersaten te beschermen, deselve soeckt te verdrucken, t'overlasten, heure oude vryheyt, privilegien ende oude herkomen te benemen, ende heur te gebieden ende gebruycken als slaven, moet ghehouden worden niet als Prince, maer als een tyran ende voor sulx nae recht ende redene magh ten minsten van zijne ondersaten, besondere by deliberatie van de Staten van den lande, voor egheen Prince meer bekent, maer verlaeten ende een ander in zijn stede tot beschermenisse van henlieden voor overhooft sonder misbruycken ghecosen werden:
Te meer so wanneer d'ondersaten met ootmoedighe verthooninghe niet en hebben heuren voorsz. Prince konnen vermorwen, noch van zijn tirannich opset gekeeren ende also egeen ander middel en hebben om heure eighene, heure huysvrouwen, kinderen ende naecomelinghen aengeboren vryheyt (daer zy na de wet der natueren goet ende bloet schuldigh zijn voor op te setten), te bewaren ende beschermen, gelijck tot diversche reysen uut gelijcke oorsaecken in diversche landen, ende tot diversche tijden geschiet, en d'exempelen ghenoegh bekent zijn: twelck principalick in dese voorsz. landen behoort plaetse te hebben ende stadt te grijpen, die van allen tijden zijn gheregeert geweest ende hebben ook moeten geregeert worden navolgdende den eedt by heure Princen t'heuren aencome gedaen, na uutwijsen heurer privilegien, costumen ende ouden hercomen: hebbende oock meest alle de voorsz. landen haren Prince ontfangen op conditien, contrackten ende accoorden ende welcke brekende, oock nae recht den Prince van de heerschappye van den lande is vervallen.
Nu ist also, dat den Coninck van Spaengien, nae het overlijden van hooger memorie Keyser Kaerle de vijfde, van wien hy alle dese Nederlanden ontfanghen hadde, vergetende de diensten die so sijn Heer vader, als hy, van dese landen ende ondersaten derselver hadden ontfanghen, deur dewelcke besondere de Coninck van Spaengien soo loffelicke victorien teghens zijne vyanden verkregen hadde, dat zijnen naem ende macht alle de wereldt deur vernaemt ende ontsien wert: vergetende oock de vermaninge die de voorsz. Keiserlicke Majesteydt hem t'anderen tijden ter contrarien hadde ghedaen, heeft dien van den Raede van Spaengien (neffens hen wesende) die deurdien zy in dese landen en vermochten egheen bevel te hebben te gouverneren oft de principale staten te bedienen, gelijck zy in de Coninckrijcken van Napels, Sicilien, tot Milanen, in Indien ende ander plaetsen, onder des Conincks geweldt wesende, deden, kennende den meestendeel van hen den rijckdom ende macht derselver, hadden eenen nijt teghens dese voorsz. landen ende de vryheyt derselver in hen herte genomen, ghehoor ende gheloof ghegheven, denwelcken Raedt van Spaengien, oft eenighe van de principale van dien, den voorsz. Coninck tot diversche reysen voor ooghen ghehouden hebben, dat voor zijn reputatie ende Majesteyt beter was, dese voorsz. landen van nieuws te conquesteren, om daerover vryelick ende absolutelick te moghen bevelen (t'welck is tyranniseren nae zijn beliefte) dan onder alsulcken conditien ende restrictien (als hy hadde in 't overnemen van de heerschappye van deselve landen moeten zweeren) die te regeren. Welcke volgende den Coninck zedert alle middelen ghesocht heeft dese voorsz. lande te brenghen uyt heure oude vryheydt in een slavernye onder 't gouvernement van de Spaegnaerden: hebbende eerst, onder 't decxsel van de religie, willen in de principaelste ende machtighste steden stellen nieuwe bisschoppen, deselve begiftende ende doterende met toevoeginghe ende incorporatie van de rijckste abdyen, ende hen bysettende negen canonicken, die souden wesen van zijnen Raedt, waeraf de drie souden besonderen last hebben over d'inquisitie, door dewelcke incorporatie deselve bisschoppen (die souden moghen geweest hebben sowel vreemdelingen als ingheborene) souden hebben ghehadt d'eerste plaetsen ende voysen in de vergaderinge van de Staten van de voorsz. landen ende geweest zijne creaturen, staende tot zijne bevele ende devotie: ende deur de voorsz. toegevoechde canonicken de Spaensche inquisitie ingebrocht, dewelcke in dese landen altijt so schrickelick ende odieus, als de uuterste slavernye selve, gheweest is, so een yegelijck is kennelick: sodat de voorsz. Keyserlicke Majesteyt deselve t'anderen tijden den landen voorgeslagen hebbende, deur die remonstrantie die men aen Zijne Majesteyt daerteghens gedaen heeft (thonende d'affectie die hy zijne ondersaten was toedraghende) die heeft laten varen: maer niettegenstaende diversche remonstrantien, so by perticulire steden ende provincien, alsoock van eenige principale heeren van den lande, namentlic den heere van Mongtiny ende den grave van Egmondt, tot dien eynde by consente van de hertoghinne van Parma, doen ter tijt regente over deselve landen, by advijse van den Rade van State ende Generaliteyt, na Spaengien tot distincte reysen gesonden, mondelinge gedaen: ende dat ook den voorsz. Coninck van Spaengien deselve mondelinghe goede hope hadde ghegheven van, naevolgende haer versoeck, daerinne te versien, heeft ter contrarien corts daernaer by brieven scherpelick bevolen de voorsz. bisschoppen, op zijn indignatie, terstont t'onfangen ende te stellen in de possessie van heure bisdommen ende geincorporeerde abdyen, de inquisitie te werck te stellen daer se te vooren was, ende d'ordonnantie van het concilie van Trenten (die in vele poincten contrarieerden de privilegien van de voorsz. landen) t'achtervolgen. Twelck gekomen zijnde ter ooren van de ghemeynte, heeft met redenen oorsake ghegheven van een groote beroerte onder haer ende eenen aftreck van de goede affectie, die zy als goede ondersaten den voorsz. Coninck van Spaengien ende zijne voorsaten altijdt toeghedragen hadden, besonder aenmerckende dat hy niet alleenlick en sochte te tyranniseren over hunne personen ende goet, maer ooc over heure conscientien, waervan zy verstonden niemant, dan aen Godt alleene, ghehouden te wesen rekeninge te gheven oft te verantwoorden: waerdeur ende uut medelijden van de voorsz. ghemeynte, de principaelste van den adel van den lande hebben in den jare 1566 seker remonstrantie overghegheven, versoeckende dat, om de ghemeynte te stillen ende alle oproer te verhoeden, Zijne Majesteydt soude de voorsz. poincten, ende besonder nopende de rigoureuse ondersoeckinge ende straffe over de religie willen versoeten, daerinne thoonende de liefde ende affectie die hy tot zijne ondersaten, als een goedertieren Prince was draghende. 
Ende om t'selfde al naerder ende met meerder authoriteyt den voorsz. Coninck van Spaegnien te kennen te gheven ende te verthoonen hoe nootelick het was voor het lants welvaren, ende om t'selfde te houden in ruste, sulcke nieuwicheden af te doen ende het rigeur van de contraventie van den placcate, op de saken van der religien gemaeckt, te versoeten, ter begeerte van de voorsz. Gouvernante, Rade van State ende van de Staten Generael van alle de landen, als ghesanten zijn nae Spaengnien gheschikt gheweest den Marckgrave van Berghen ende den voorsz. heere van Montigni in stede van dewelcke ghehoor te gheven ende te versiene op de inconvenienten die men voorghehouden hadde (die mits het uutstal van daerinne in tijts te remedieren so den noot uut heyschte, alreede onder de gemeynte meest in alle de landen begonst waren hen t'openbaren) heeft, door opruyen van den voorsz. Spaenschen Raedt, de persoonen, de voorsz. remonstrantie ghedaen hebbende, doen verclaren rebel ende schuldig van het crym van lesae Majestatis ende alsoo strafbaer in lijf ende goet: hebbende daerenboven de voorsz. heeren ghesanten namaels (meynende de voorsz. landen deur 't gheweldt van den Hertogh van Alve gheheelick gebrocht te hebben onder zijn subjectie ende tyrannye) tegens alle gemeyne rechten, oock onder de wreetste ende tyrannichste Princen altijt onverbrekelick onderhouden, doen vanghen, dooden ende heure goeden confisqueren.
Ende al wast alsoo dat meest de beroerte in dese voorsz. landen deur toedoen van de voorsz. regente ende heure adherenten in 't voorsz. jaer 1566 opghestaen, was gheslist, ende veele die de vryheyt des lants voorstonden, verjaeght, ende d'andere verdruct ende t'onder ghebrocht, soodat den Coninck egheen oorsake ter werelt meer en hadde, om de voorsz. landen met gewelt ende wapenen t'overvallen: nochtans om sulcken oorsake die den voorseyden Spaenschen Raet langhen tijdt ghesocht ende verwacht hadde (so opentlick de opgehouden ende gheintercipieerde brieven van den ambassadeur van Spaengien, Alana, in Vrankrijck wesende, aen de Herthoginne van Parma, doen ter tijt geschreven, dat uutwijsden) om te niet te mogen doen alle des landts privilegien, dat nae heuren wille by Spaengnaerden tyrannichlick te mogen gouverneren, als de Indien ende nieuwe geconquesteerde landen, heeft deur ingeven ende raedt van deselve Spaengnaerden (thoonende de cleyne affecktie die hy zijnen goeden ondersaten was toedraghende, contrarie van 't gene hy heur, als heur Prince, beschermer ende goede herder schuldigh was te doen) nae dese landen, om deselve t'overvallen, gheschickt met groote heyrcracht den Hertogh van Alva, vermaert van strafheyt ende crudelitett, een van de principale vyanden van deselve landen, verselschapt, om als Raden neffens hem te wesen, met persoonen van gelijcke natuere ende humeuren. 
Ende al wast so dat hy hier in de landen sonder slach oft stoot is gecomen ende met alle reverentie ende eere is ontfanghen van de arme inghesetene, die niet en verwachten dan alle goedertierenheyt ende clementie, ghelijck den Coninck hen dickwils met zijne brieven gheveynsdelick hadde toegheseyt: jae dat hy selfs van meyninge was te comen in persoone, om in als tot ghenoeghe van eenen yeghelicken ordre te stellen: hebbende oock ten tijden van het vertreck van den Hertoghe van Alve nae dese landen een vlote van schepen in Spaegnien, om hem te voeren, ende een in Zeelant om hem tegens te comen, tot grooten excessiven coste van den lande doen toereeden, om zijne voorsz. ondersaten t'abuseren ende te beter in 't net te brengen: heeft niettemin den voorsz. Hertoghe van Alve terstont na zijn comste, wesende een vreemdelinck, ende niet van den bloede van den voorsz. Coninc, verclaert gehadt commissie van den Coninck te hebben van opperste Capiteyn, ende corts daernaer van Gouverneur Generael van den lande, teghens de privilegien ende oude hercomen desselfs. Ende openbarende ghenoegh zijn voornemen, heeft terstont de principale steden ende sloten met volcke beset, casteelen ende sterckten in de principaelste ende machtichste steden, om die te houden in subjectie, opgherecht, de principaelste heeren, onder 't decksel van heuren raet van doen te hebben ende te willen employeren in den dienst van den lande, uut last van den Coninck vriendelick ontboden: die hem gehoor ghegheven hebben, doen vanghen, tegens de previlegien uut Brabant, daer se ghevanghen waren, ghevoert, voor hem selven (niet wesende heuren competenten rechter) doen betichten, ten lesten, sonder hen volkomelick te horen, ter doot veroordeelt ende openbaerlick en schandelick doen dooden: d'andere, beter kennisse van de gheveynstheyt der Spaengaerden hebbende, hun uuten lande houdende, verclaert verbeurt te hebben lijf ende goet, voor sulcks hun goet aenveerdt ende gheconfisqueert, omdat de voorsz. arme inghesetene hun niet en souden, t'ware met hare stercten oft Princen die heure vryheyt souden moghen voorstaen, connen oft mogen teghens 't Paus geweld behelpen, behalvens noch ontallicke andere edelmans ende treffelicke borghers, die hy soo om den hals ghebrocht als verjaeght heeft, om hunne goeden te confisqueren. De reste van de goede inghesetene, boven den overlast die zy in heur wijfs, kinderen ende goeden leden, deur gemeyne Spaensche soldaten t'heuren huyse in gharnisoen ligghende, travaillerende met sovele diversche schattinghe, so mits heur bedwinghende tot gheldinghe tot de bouwinghe van de nieuwe casteelen ende forticicatie van de steden tot heure eyghen verdruckinghe, als met opbrenghen van honderste, twintighste ende thiende penninghen, tot betalinghe van den crijghslieden, so by hen medegebracht, als die hy hier te lande oplichte, om t'employeren tegens heur mede landtsaten en degene die het lants vryheyt met perijckel van heuren lijve aventuerden voor te staene, opdat, de voorsz. ondersaten verarmt wesende, egeen middel ter werelt en soude overblijven om zijn voornemen te beletten ende d'instrucktie, hem in Spaegnien gegeven, van het lant te trackteren als van nieuws geconquesteert, te beter te volbrenghen. Tot welcken eynde hy oock begonst heeft in de principale plaetsen d'ordre van justitie nae de maniere van Spaegnien (dierecktelick teghens de previlegien van den lande) te veranderen, nieuwe Raden te stellen ende ten lesten wesende buyten alle vreese, soo hem dochte, eenen thienden penninck fortselick willen oprechten op de coopmanschappen ende handtwercken, tot gantsche verderfenisse van den lande, gheheelick op de voorsz. coopmanschap ende handtwerck staende, nietthegenstaende menichvuldighe remonstrantien, by elck landt in 't particulier, ende oock by allegader in 't generael hem ter contrarien ghedaen: hetwelck hy oock met ghewelt soude volbracht hebben, ten ware gheweest dat deur toedoen van mijnen heere den Prince van Orangien ende diversche edelmans ende andere goede ingheborene, by den voorsz. Hertogh van Alve uuten lande gebannen, Zijne Vorst[elijke] G[enade] volgende ende meest in haren dienst wesende, ende andere inghesetene, wel gheaffectioneerde tot de vryheyt van het voorsz. vaderlant, Hollant ende Zeelandt corts daernaer niet meest en hadde hem afghevallen ende hun begeven onder de bescherminghe van den voorsz. heere Prince, tegens dewelcke twee landen den voorsz. Hertoge van Alve duerende zijn gouvernement, ende daernaer den groten Commandeur (die naer den voorsz. Hertogh van Alve, niet om te verbeteren, maer om denselven voet van tyrannie by bedeckter middelen te vervolghen, den voorsz. Coninck van Spaegnien hier te lande gheschickt hadde) hebben d'andere landen, die zy met heure garnisoenen ende opgerechte casteelen hielden in de Spaensche subjectie, bedwongen om heure persoonen ende alle heure macht te ghebruycken om die te helpen t'onderbrenghen, dies niet meer deselve landen, die zy tot heure assistentie als vooren emploeyeerde, verschoonende, dan oft se heur selfs vyanden waren gheweest: latende de Spaengnaerden, onder 't decksel van ghemutineert te zijne, ten aensien van den grooten Commandeur in de stadt van Antwerpen gheweldichlick comen, daer ses weken lanck, tot laste van de burgheren, nae hunne discretie teeren ende daerenboven tot betalinghe van heure gheheyschte soldije, dieselve borgheren bedwinghende binnen middelen tijden (omme van het gheweldt van deselve Spaegnaerden ontslaghen te wesen) vier hondert duysent guldenen op te brengen, hebbende daernaer de voorsz. Spaensche soldaten, meerder stouticheydt ghebruyckende, hen vervoordert de wapenen openbaerlick teghens het landt aen te nemen, meynende eerst de stadt van Bruessele inne te nemen ende in stede van d'ordinarise residentie van den Prince van den lande, daer wesende, aldaer haren roofnest te houden, t'welk haer niet gheluckende, hebben de stadt van Aelst overweldigtt, daernaer de stadt van Maestricht ende de voorsz. stadt van Antwerpen gheweldichlick overvallen, ghesaccageert, gepilleert, ghemoort, gebrant en soo getrackteert, dat de tyrannichste ende crueelste vyanden van den lande niet meer oft arger en souden connen doen, tot onuutsprekelicke schade niet alleenlick van de arme ingesetene, maer oock van meest allen de natien van der werelt, die aldaer hadden haer coopmanschap ende ghelt. Ende niettegenstaende dat de voorsz. Spaegnaerden by den Rade van State (by denwelcken doen ter tijt mits de doot van den voorsz. grooten Commandeur te voren geschiet, het gouvernement van den lande was uut laste ende commissie van den voorsz. Coninc van Spaegnien aenveert) ten byzijne van Hieronomo de Rhoda, om heur overlast, fortse ende gewelt, 'twelck zy deden, verclaert ende ghecondicht waren voor vyanden van den lande, heeft denselven Rhoda uut zijne authoriteydt (oft, soo 't te presumeren is, uut krachte van seker secrete instrucktie die hy van Spaegnien hebben mochte) aenghenomen hooft te wesen van de voorsz. Spaegnaerden ende heure adherenten: ende (sonder aensien van den voorsz. Raet van Staten) te gebruycken den naem ende authoriteyt van den Coninck, te conterfeyten zijnen zegel, hem openbaerlick te dragen als gouverneur ende lieutenant van den Coninck, waerdeur de Staten zijn geoorsaeckt geweest ten selven tijde met mijnen voorsz. heere den Prince ende de Staten van Hollant ende Zeelant t'accorderen: 
welck accoort by den voorsz. Raede van State, als wettige gouverneurs van den lande, is gheapprobeert ende goetgevonden geweest, om gelijkerhant ende eendrachtelick de Spangnaerden, des ghemeynen landts vyanden, te moghen aenvechten ende uut den lande verdrijven, niet latende nochtans, als goede ondersaten, binnen middelen tijden by diversche ootmoedighe remonstrantien neffens den voorsz. Coninck van Spaegnien, met alder vlijt ende alle bequame middelen moghelick wesende, te vervolghen ende bidden, dat den Coninck ooge ende regardt nemende op de troublen ende inconvenienten, dier alrede in dese landen gheschiedt waren ende noch apparentelick stonden te gheschieden, soude willen de Spaegnaerden doen vertrecken uuten lande ende straffen degene die oorsake geweest hadden van het saccagheren ende bederven van zijne principale steden ende andere onuutsprekelicke overlasten die zijn arme ondersaten geleden hadden, tot een vertroostinge van degene dien t'overkomen was ende tot een exempel van andere:
maer den Coninck, al was 't, dat hy met woorden hem gheliet of teghens zijnen danke en wille t'selfde gheschiet was ende dat hy van meyninghe was te straffen de hoofden daeraf ende voortane op de ruste van den lande met alle goedertierenheydt (als een Prince toebehoordt) te willen ordre stellen, heeft nochtans niet alleenlick egheen justitie oft straffe over deselve doen doen, maer ter contrarien ghenoegh met der daet blijckende, dat met zijnen consente ende voorgaenden Raede van Spaegnien al gheschiedt was, is by opghehouden brieven corts daernaer bevonden, dat aen Rhoda ende andre capiteynen (oorsake van 't voorsz. quaet) by den Coninck selve gheschreven wort, dat hy niet alleenlick heur feyt goet vont, maer heur daeraf prees ende beloefde te recompenseeren, besondere den voorsz. Rhoda, als hem gedaen hebbende eenen sonderlinghen dienst, ghelijck hy hem oock tot zijnder wedercoomste in Spagnien ende alle andere (zijne dienaers van de voorsz. tyrannie in des landen gheweest hebbende) metter daet heeft bewesen. Heeft oock ten selven tijde (meynende des te meer d'oogen van de ondersaten te verblinden) den Coninck in dese landen gesonden voor gouverneur zijnen bastaerdtbroeder Don Johan van Oistenrijck, als wesende van zijnen bloede, diewelcke onder 't decksel van goet te vinden ende t'approberen d'accord tot Gent gemackt, het toeseggen van de Staten voor te staene, de Spaengaerden te doen vertrecken ende d'auteurs van de ghewelden ende desordren in dese voorsz. landen gheschiedt te doen straffen ende ordre op de ghemeyne ruste van den lande ende heur oude vryheyd te stellen, sochte de voorsz. Staten te scheyden ende d'een landt voor, d'ander naer t'onder te brenghen, soo corts daernaer door de ghehenghenisse Gods (vyand van alle tyrannie) ondeckt is door opghehouden en gheintercipieerde brieven, daerby bleeck dat hy van den Coninck last hadde om hem te reguleren na de instructie ende het bescheet dat hem Roda soude gheven, tot meerder gheveynsthedt verbiedende, dat se malcanderen niet en souden sien oft spreken ende dat hy hem soude neffens de principaele heeren minlick draghen ende deselve winnen, totter tijt toe dat hy deur heure middel ende assistentie soude mogen Hollant ende Zeelandt in zijn gewelt crijgen, om dan voorts metten anderen te doen na zijnen wille. Gelijc oock Don Johan, niettegenstaende hy de pacificatie van Gent ende seker accoord, tussen hem ende de Staten van alle de landen doen gemaeckt, hadde solempnelick in presentie van alle de voorsz. Staten belooft ende gesworen t'onderhouden, contrarie van dien alle middelen sochte om de Duytsche soldaten, die doen ter tijdt alle de principaelste stercten ende steden hadden in bewaernissen, deur middel van hunne colonellen, die hy hadde tot zijnen wille ende devotie, met groote beloften te winnen ende so deselve stercten ende steden te krijghen in zijn gheweldt, ghelijck hy den meestendeel alreede ghewonnen hadde ende de plaetsen hiel voor hem toeghedaen, om deur dien middel deghene die hen t'soecken souden willen maken, om den voorsz. heer Prince ende die van Hollandt ende Zeelandt oorloge te helpen aendoen, feytelick daertoe te bedwinghen ende also een straffer ende crueelder inlandtsche oorloge te verwecken, dan oyt te vooren hadde geweest, twelk (gelijck 't ghene dat geveynsdelick ende teghens de meyninge uutwendichlick gehandelt wort, niet langhe en can bedeckt blijven) uutbrekende eer hy volcomelick zijne intentie geeffectueert hadde, heeft t'selve nae zijn voornemen niet connen volbrengen, maer nochtans een nieuwe oorloghe in stede van vrede (daer hy hem t'zijner koemste af vanteerde) verweckt, noch jeghenwoordelick duerende.
Alle t'welck ons meer dan ghenoegh wettighe oorsake ghegeven heeft om den Coninck van Spaegnien te verlaten ende een ander machtigh ende goedertieren Prince, om de voorsz. landen te helpen beschermen en voor te staen, te versoecken, te meer dat in alsulcken desordre ende overlast de landen bat dan twintigh jaren van heuren Coning zijn verlaten geweest ende ghetrackteert niet als ondersaten, maer als vyanden, heur soeckende heur eyghen heer met cracht van wapenen t'onder te brengen, hebbende oock naer de aflijvicheydt van Don Johan deur den Baron van Selle, onder 't decksel van eenighe bequame middelen van accoorde voor te houdene, ghenoegh verclaert de Pacificatie van Gendt, die Don Johan uut zijnen naem besworen hadde, niet te willen advoyeren en alsoo daghelicks zwaerder conditien voorgheslaghen. Dien niettegenstaende hebben niet willen laten by schriftelijcke ende ootmoedighe remonstrantien, met intercessie van de principaelste Princen van Kerstenrijck sonder ophouden te versoecken met den voorsz. Coninck te reconcilieren ende accorderen, hebbende oock lestmael langhe tijdt onse Ghesanten ghehadt tot Colen, hopende aldaer, deur tusschenspreken van de Keyserlicke Majesteydt en de Keurvorsten die daer mede ghemoeyt waren, te verkrijghen eenen versekerden peys, met eenighe gracelicke vryheyt, besondere van der religie (de conscientie ende Godt principalic raeckende), maer hebben by experientie bevonden, dat wy met deselve remonstrantien ende handelinghen niet en consten yet van den Coninc verwerven, maer dat deselve handelingen ende communicatien alleenlick voorgheslaghen werden ende dienden om de landen onderlinghe twistich te maecken ende te doen scheyden d'een van den anderen, om des te gevoechelicker d'een voor ende d'ander naer t'onder brenghen ende heur eerste voornemen nu met alder rigeur teghens haer te werke te stellen: t'welck naederhant wel openbaerlick gebleken is by seker placcaet van proscriptien, by den Coninck laten uutgaen, by denwelcken wy ende alle de officiren ende ingesetene van de voorsz. geunieerde landen ende heure partye volgende (om ons tot meerder desperatie te brenghen, alomme odieus te makene, de trafficque ende handelinge te beletten) verclaert worden voor rebellen, en als sulcx verbeurt te hebben lijf ende goet, settende daerenboven op het lijf van den voorsz. heere Prince groote sommen van penninghen, soodat wy gantselick van alle middele van reconciliatie wanhopende ende oock van alle andere remedie ende secours verlaten wesende, hebben, volghende de wet der natueren, tot beschermenisse ende bewaernisse van onsen ende den andere landtsaten rechten, privilegien, oude hercomen ende vryheden van ons vaderlant, van het leven ende eere van onse huysvrouwen, kinderen ende nacomelingen, opdat se niet en souden vallen in de slavernye van de Spaegnaerden, verlatende met rechte den Coninc van Spaegnien, andere middelen bedwongen geweest voor te wenden, die wy tot onse meeste versekeringe ende bewaernisse van onse rechten, privilegien ende vryheden voorsz. hebben te rade gevonden.
Doen te wetene, dat wy t'gene voorsz. overgemerckt ende door den uutersten noot, als voore gedrongen zijnde, by gemeynen accoorde, deliberatie ende overdrage, den Coninc van Spaegnien verclaert hebben ende verclaren mits desen, ipso jure, vervallen van zijne heerschapye, gerechticheyt ende erffenisse van de voorsz. landen ende voortaene van egeene meyninghe te zijne denselven te kennen in eenige saken, den Prince, zijne hoocheyt, jurisdictie ende domeynen van dese voorsz. landen raeckende, zijnen naem als overheer meer te gebruycken oft by yemanden toelaten gebruyckt te worden, verclarende oock dien volghende alle officiers, justiciers, smale heeren, vassalen ende alle andere ingesetene van den voorsz. lande, van wat conditie oft qualiteyt die zijn, voortane ontslagen van den eede die zy den Coninck van Spaegnien, als heere van dese voorsz. landen gheweest hebbende, moghen eenichsins ghedaen hebben oft in hem ghehouden wesen.
Ende gemerckt uut oorsaken voorsz. den meestendeel van de geunieerde landen, by gemeynen accoorde ende consente van heure leden, hebben hun begheven ghehadt onder de heerschappye ende gouvernemente van den Doorluchtighen Prince den Hertogh van Anjou op seker conditien ende poincten, met Zijne Hoogheyt aenghegaen ende ghesloten, dat oock de Doorluchticheyt van den Eertzhertogh Matthias het gouvernement generael van den lande in onse handen heeft geresigneert ende by ons is geaccepteert gheweest, ordonneren ende bevelen allen justiciers, officiers ende andere die t'selfde eenichsins aengaen ende raken mag, dat zy voortaene den naem, titele, groote ende cleyne zeghelen, contre-zeghelen ende cachetten van den Coninck van Spaegnien verlaten ende niet meer en gebruycken en dat in plaetse van dien, soo langhe de Hoocheydt van den voorsz. Hertogh van Anjou, om noodelicke affairen, het welvaren van dese voorsz. landen rakende, noch van hier absent is (voor so vele den landen met de Hoogheyt van den voorsz. Hertogh van Anjou gecontrackteert hebbende aengaet) ende andersins d'andere by maniere van voorraet ende provisie sullen aennemen ende ghebruycken den tytele ende naem van 't hooft ende landtraet, en middelertijdt dat t'selve hooft ende Raeden volcomelik ende dadelick ghenoemt, beschreven ende in oeffeninghe van hennen staet ghetreden sullen zijn, onsen voorsz. name.
Welverstaende dat men in Hollandt ende Zeelant sal ghebruycken den naem van hoogh geboren Vorst den Prince van Oraengien ende de Staeten van deselven landen, totter tijt toe den voorsz. landtraedt datelick sal inghestelt wesen, en sullen hun alsdan reguleren achtervolghende de consenten, by hun-lieden, op de instrucktie van den lantraet ende contrackt, met Zijne Hoogheyt aengegaen, ende in plaetse van des voorsz. Conincks zeghelen, men voortaene gebruycken sal onsen grooten zeghel, contre-zeghel ende cachetten in saecken, raeckende de ghemeyne regeringhe, daertoe den landtraedt volghende heure instructie sal gheauthoriseert wesen: maer in saecken, raeckende politie, administratie van juistitie ende andere particuliere, in elck lant besondere, sal gebruyckt worden by de Provinciale ende andere Raden den naem ende titele ende zeghel van den lande respectivelick, daer t'selfde valt te doene, sonder ander, al op de pene van nulliteyt van de brieven, bescheeden oft depeschen, die contrarie van t'gene voorsz. is, ghedaen oft gheseghelt zullen wesen. Ende tot beter ende sekerder volcominghe ende effectuatie van t'gene voorsz. is, hebben gheordonneert ende bevolen, ordonneren ende bevelen mits desen, dat alle des Conincks van Spaegnien zeghelen, in dese voorsz. geunieerde landen wesende, terstont nae de publicatie van desen, ghebrocht sullen moeten worden in handen van de Staten van elcke van de voorsz. landen respecktivelick oft denghenen, die daertoe by deselve Staten specialick sullen wesen ghecommitteert ende geauthoriseert, op pene van arbitrale correcktie. Ordoneren ende bevelen daerenboven, dat voortaene in egeenderhande munte van de voorsz. gheunieerde landen sal gheslaghen worden den naem, titele ofte wapenen van den voorsz. Coninck van Spaegnien, maer alsulcken slagh ende forme als gheordonneert sal worden tot eenen nieuwen gouden ende silveren penninck met zijne ghedeelten. Ordoneren ende bevelen insghelijcks den president ende andere heeren van den Secreeten Raede, mitsgaders alle andere cantselers, presidenten ende heeren van den Raeden provinciael ende alle die presidenten oft eerste rekenmeesters ende andere van allen de rekenkameren, in de voorsz. landen respecktive wesende, ende alle andere officiers ende justiciers, dat zy (als heur voortaene ontslagen houdende van den eedt, die zy den Coninc van Spaegnien hebben respectivelic naer luyt heurer commissien gedaen) schuldich ende gehouden sullen wesen in handen van den Staten 's lants, daeronder zy respective resorteren, oft heur speciale gecommitteerde te doen eenen nieuwen eedt, daermede zy ons sweeren ghetrouwicheydt teghens den Coninck van Spaegnien ende allen zijne aenhanghers, al naervolghende het formulair, daerop by de Generale Staten gheraempt.
Ende sal men de voorsz. raeden, justiciers ende officiers, geseten onder de landen (met de Hoocheydt van den Hertogh van Anjou ghecontrackteerdt hebbende, van onsent wegen) gheven ackte van continuatie in hunne offitien, ende dat by maniere van provisie, totter aencompste toe van zijne voorsz. Hoogheyt, in plaetse van nieuwe commissien, inhoudende cassatie van heure voorgaende, ende voorsz. raeden, justiciers ende officiers, gheseten in den landen, met zijne voorseyde Hoogheyt niet ghecontrackteert hebbende, nieuwe commissien onder onsen naem ende zeghel, ten ware nochtans dat d'impetranten van heure voorsz. eerste commissien wedersproken ende achterhaelt werden van contraventie der previlegien des landts, onbehoorlickheyt oft ander diergelijcke saecken.
Ontbieden voorts den president ende luyden van den Secreten Raede, cancelier van den Hertoghdomme van Brabandt, mitsgaders den cantseler van den Furstendomme Gelre ende Graeffschap Zutphen, (president ende luyden van den Raede in Vlaenderen), president ende luyden van den Raede in Hollant, rentmeesteren oft de hooghe officieren van Beoist- ende Bewesterschelt van Zeelant, president ende Raede in Vrieslant, den schoutet van Mechelen, president ende luyden van den Raede van Utrecht ende allen anderen iusticieren ende officieren wien dat aengaen mach, heuren stedehouderen ende eenen yeghelicken van henlieden besondere, soo hem toebehooren sal, dat zy dese onse ordonnantie condighen ende uutroepen over alle den bedrijve van heure jurisdictie ende daer men is gewoonlick publicatie ende uutroepinge te doene, sodat niemant des cause van ignorantie pretenderen en mach, ende deselve ordonnantie doen onderhouden ende achtervolghen onverbrekelick ende sonder infracktie, daertoe rigoreuselick bedwinghende die overtreders in der manieren voorsz. sonder verdrach oft dissimulatie: want wy tot welvaren van den lande also hebben bevonden te behooren. Ende van des te doene ende wes daeraen cleeft, gheven wy u ende elcken van u die 't aengaen mach, volcomen macht, authoriteydt ende sonderlingh bevel. Des t'oorconde hebben wy onsen zegel hieraen doen hanghen. Ghegheven in onse vergaderinghe in 's Gravenhaghe, den sessentwintichsten Julij MDLXXXI. Op de plijcke stont gheschreven: Ter ordonnantie van de voornoemde Staten. Ende ghetekent, J. van Asseliers.

 

 

6.

 

a. Afgezien van theoretici in Frankrijk die als monarchomachen, vorstenbestrijders, bekend stonden, werd door niemand getwijfeld aan de goddelijke genade die de basis is van de vorstelijke macht. De ontkenning van die machtsbasis was volstrekt revolutionair.

 

b. Evenals in de Declaration zegden aanvankelijk aan de vorst ondergeschikte staten hun trouw aan  en afhankelijkheid van de vorst op.

 

c. Niet illegaal, wel - naar de maatstaven van toen - immoreel en indruisend tegen het heilige principe van de van de goddelijke genade afhankelijke machtspositie van de vorst. De legitimatie van het intrekken van de soevereiniteit wordt gevonden in het vanzelfspekende verzet tegen onderdrukking en gebrek aan respect voor bestaande privileges.

 

7.De nieuwe soeverein, Francois van Anjou, moest als Frans bondgenoot de Staten-Generaal steunen in hun verzet tegen Spanje.  Zodra hij probeert met zijn troepen Antwerpen te bezetten is het met de soevereiniteit gauw gedaan.

 

1. Willem van Oranje leidde de opstand tegen de Spanjaarden als vorst van Oranje.

 

2. De Nederlandse gewesten vormden in 1568 een los staatsverband.

 

3. In het graafschap Holland was in 1568 het hoogste gezag formeel in handen van de koning van Spanje.

 

Hoorcollege 4

 

1. Aan het eind van de jaren 1580 nam de strijd [definitief] een gunstige wending voor de opstandige gewesten door a. de economische ontwikkelingen, b. de politieke problemen van Filips II en c. de nieuwe militaire strategie van Maurits.

 

ad a. De handel verplaatste zich van Antwerpen naar Amsterdam, Middelburg, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen. De immigranten, Calvinistische Brabanders en Vlamingen, brachten hun kapitaal en vakkennis [metaal-, diamant- en textielbewerking] in het Noorden binnen en konden in leegstaande kloosters en kerkjes hun activiteiten ontplooiien. De economische bloei leidde in met name Leiden, Haarlem, Middelburg en vooral Amsterdam tot stadsuitleg.  Hoewel de welvaart zeer ongelijk was verdeeld  kwam extreme armoede steeds minder voor. 'De steden van Holland werden de steden van de hoop'.

 

ad b. Na de dood van Mary Stuart eiste Filips II de Britse kroon voor zich op, stuurde de Armada, maakte daarbij gebruik van propaganda om een ware angstpsychose bij de tegenstander te veroorzaken, maar verloor uiteindelijk door vliegende storm een belangrijk deel van zijn vloot. . Daarbij kwam nog dat het Spaanse beleg van Bergen op Zoom, ook in 1588, mislukte. Pas in 1589 lukte het Filips II de Engelse vloot wel degelijk te verslaan. Daarna richtte de hertog van Parma zijn aandacht op Frankrijk waar een burgeroorlog woedde tussen katholieken en Hugenoten o.l.v. Hendrik van Bourbon. De Republiek der verenigde Provinciën bleef zich verzetten : Breda, Deventer, Zutphen, Groningen, de Ommelanden, Steenwijk, Coevorden werden dankzij de nieuwe gevechtstaktieken van Maurits c.s. op de Spanjaarden veroverd.

 

ad. c Maurits had via Justus Lipsius studie gemaakt van Romeinse strategische technieken en was erop uit om de legers beter voor te bereiden qua discipline, organisatie en belegeringstechnieken. Dit ging samen met een regelmatige en stipte uitbetaling van soldij [mogelijk gemaakt door ondersteuning door Johan van Oldenbarnevelt]. Bij het vechten streden de soldaten als een 'ballet des doods', als een gevechtsmachine dus,  onder een vaandel als oriëntatiepunt.  Ook werden de soldaten geoefend in het verrichten van grondwerk. Van specialisten als Simon Stevin [ 'De Sterctebouw'] en Willem Lodewijk [gezamenlijke musketsalvo's] werden de adviezen gebruikt om tot een maximaal rendement te komen.

 

2. De persoon en de denkwereld van Johan van Oldenbarnevelt.

 

Eerst pensionaris van Rotterdam sedert 1576. Als zodanig voorbereider van de vergaderingen van de vroedschap en andere stedelijke raden, lid van delegaties naar de Statenvergaderingen, begeleider van bestuurlijke processen.  Sympatiseert met de prins van Oranje. Vanaf 1586 landsadvocaat van de Staten van Holland. Een pensionaris valt op door zijn onopvallendheid : hij 'wint in het verborgene'. Van Oldenbarnevelt was erop uit, de Unie van Utrecht zodanig te verzwakken dat er geen centraal gezag meer bestond, wat Holland de gelegenheid zou geven de overige provincies te manipuleren. Op economisch gebied was Van Oldenbarnevelt een groot voorstander van bundeling van krachten. Hij ondersteunde de fusie van de bestaande Compagnieën van verre tot een eenheidsmaatschappij [de VOC]met monopolie op de handel op Azië [p. 174]

 

3. a.

1. Calvinisten : het Calvinisme verspreidt zich vanuit Vlaanderen en Brabant naar het Noorden. Een nieuwe lichting van [aan de theologische faculteit te Leiden] goed opgeleide predikanten kan de authentieke boodschap via de kansel verpreiden. De van nature slechte mens kan in een enkel geval alleen door de Genade van God worden gered.

 

[ Lutheranen en Doopsgezinden mogen openlijk hun godsdienst belijden. De Doopsgezinden zijn volgelingen van Menno Simons, die slechts de op belijdenis volgende volwassenendoop erkennen als echt-bijbels en  zich niet tot het afleggen van een eed willen laten verplichten] .

 

2. Katholicisme  : de aanspraak op universaliteit krijgt duidelijker contouren door een zich afzetten tegen de protestantse ketterijen. In de geest van [het concilie van] Trente wordt door de nieuwbenoemde bisschoppen de kerkelijke reorganisatie gestart met steun van de jezuieten wier kracht met name ligt op educatief terrein. De kennis over de inhoud van het geloof verspreidt zich meer en meer. In de noordelijke provinciën wordt o.l.v. Sasbout Vosmeer, feitelijk opvolger van de aartsbisschop van Utrecht, vanuit Keulen een netwerk opgebouwd van orthodoxe [ van orthos/doxa: recht in de leer] kernen die begeleid worden door in Keulen opgeleide priesters. Deze zeventig priesters worden ondersteund door 'klopjes' die vanuit informele kloostergemeenschappen de samenhang van de religieuze gemeenschappen bevorderen. Naast katholieke minderheden in de steden zijn op het noordelijke platteland katholieke enclaves te vinden. De autoriteiten zijn tolerant, mits de katholieke ontmoetingsplaatsen niet als zodanig herkenbaar zijn. Ten zuiden van de grote rivieren blijft de bevolking voor 100 % katholiek.

 

3. Joden : Portugese  [Sefardische] Joden vestigden zich met goedkeuring van het  stadsbestuur in Amsterdam waar zij hun gemeenten autonoom konden besturen. Zij onderhielden [anders dan de meeste Ashkenazische Joden later] over het algemeen goede en intensieve contacten met de overige burgers van de stad.

 

3.b.

 

De dominantie van het Calvinisme verschilt van regio tot regio. Bovendien is er onder de Calvinisten intern een grote diversiteit aan te treffen; zo staan de ultra-orthodoxe 'preciezen' [Gomarus] tegenover de 'rekkelijker' Remonstranten [Arminius]. Afgezien hiervan is het Calvinisme - overigens niet overal in dezelfde mate - een factor die sociale stijging mogelijk maakt.

 

Hoorcollege 4

 

Ontdekkingsreizen

 

1.a. Om het monopolie van Spanje en Portugal te doorbreken wilden Amsterdamse kooplui rond 1590 rechtstreeks zaken doen met Indië. Omdat risico-mijding het uitgangspunt is bij economische activiteiten werd onderzoek gedaan naar vaarroutes die niet zozeer kort als wel snel [gunstige wind]  en veilig [ankerplaatsen] waren.

 

1.b. 'Men voer op gegist bestek' met gebruikmaking van kompas, studie van de sterrenconstellatie, reisverslagen en zeekaarten met daarop genoteerd de aanwezigheid van klippen en zandbanken en stukken kustlijn met eventuele herkenningspunten.

 

1.c.

 

a. De expeditie van Jan Huygen van Linschoten naar Goa [1592]

b. De reis van Dirk Pomp naar China en Japan

c. Reizen om de Noord van Huygen van Linschoten en  van Heemskerk/Barentsz [Nova Zembla]

d. Expedities naar Indië door Cornelis en Frederik de Houtman

e. De expeditie naar 'het onbekend Zuidland' door Abel Tasman [Australië, Nieuw-Zeeland]

 

 

 

2. De voorgeschiedenis van de VOC

 

De diverse Compagnieën van Verre werden nog door het gildemodel gekenmerkt wat leidde tot onderlinge afspraken en reglementen. De Moucheron [zie ook p. 173] stond een absolute vrijhandel voor maar kreeg voor zijn standpunt de handen niet op elkaar.  Oldenbarnevelt opteerde voor een fusie van de bestaande Compagnieën tot één VOC als eenheidsmaatschappij met een monopolie en souvereiniteitsrechten in Azië.

 

3. De VOC was federaal georganiseerd met autonome 'kamers' in Amsterdam, Delft, Middelburg, Rotterdam en Hoorn/Enkhuizen. De Heren XVII waren raad van bestuur die algemeen beleid vaststelde.  In Azië voerde een gouverneur-generaal de regie over een hiërarchie van diverse functionarissen in overleg met de Raad van Indië.

 

4. Na een machtsstrijd tussen Coen die het netwerk in Azië met name militair en bestuurlijk wilde versterken en de Heren XVII  die commercieel wilden werken werd de markt verdeeld tussen VOC en de East India Company.  Een belangrijke factor voor succes bleek empathie met de Aziaten te zijn. De cultuurkloof tussen Cornelis de Houtman en zijn doelgroep viel door o.a.tactloosheid van zijn kant, niet te overbruggen. Jacob van Neck ging  veel diplomatieker en beschaafder te werk, wat onmiddellijk leidde tot commercieel succes. Batavia werd de multiculturele hoofdstad van de VOC waar een gemengd Nederlands-Aziatische bevolkingsgroep ontstond. De VOC kon met locale vorstenhuizen 'samenwerken' [Ceylon] en zelfs steunpunten creëren op Taiwan [Zeelandia] en Desjima.

 

6. Het grote belang van Azië voor de VOC lag op het terrein van de regionale handel waarmee kapitaal kon worden verdiend die import naar de Republiek mogelijk maakte.

 

7. Het monopolie van de VOC was helemaal niet naar de zin van de lokale vorsten die graag ook met andere partijen zaken zouden willen doen. Hun economische belangen werden dus door de VOC niet gediend. Op cultureel gebied is de aanwezigheid van VOC-vestigingen van belang geweest in die zin, dat oude tradities en culturele segregatie werden doorbroken. In een stad als Batavia heerste een ongekend kosmopolitische sfeer.

 

8. De WIC is voor een  deel uit de kaapvaart voortgekomen. Onder 'kapen' wordt verstaan het voeren van een zee-oorlog, gedekt door een kaperbrief. Verder ontwikkelde zich in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied een sluikhandel in suiker en brazielhout. Tenslotte waren Europese producten in West-Afrika geliefde handelswaar. De Bocht van Guinee werd voor de Hollanders en Zeeuwen interessant vanwege de handel in goud, ivoor en [nog kleinschalig] slaven.

 

9. In het octrooi van 1621 was een federale organisatie-vorm opgenomen. Het beleid werd gevoerd door de Heren XIX en autonome 'kamers' bevonden zich in Amsterdam, Rotterdam, Middelburg  en Hoorn. Ook Groningen en Friesland participeerden.  De Staten-Generaal waren hoofdsponsor. Doel was : verovering en exploitatie.

 

10 en 11 : Aanvankelijk blijft kaapvaart belangrijk [1628 : Piet Hein].  Invasie van Brazilië wordt daardoor mogelijk : Pernambuco, Olinda [suikerteelt, slavernij]. Een gouverneur-generaal moet - in de persoon van Johan Maurits van Nassau-Siegen - een einde maken aan chaos en corruptie. In dat verband streeft hij naar loyale samenwerking met Portugezen en Joden. Hij is het ook die een expeditiemacht zendt naar Angola en Ghana om vandaaruit slaven te importeren. De Wilde Kust [Guyana] is van belang voor de Zeeuwse Kamer van de WIC [tabak en suikerriet]. Verder worden o.a. Curacao en St. Maarten in de invloedssfeer van de WIV gebracht. Tenslotte worden in 1621 de vestigingen langs de Hudson-rivier door de WIC overgenomen [pelshandel]. In 1667 wordt Nieuw-Nederland voor Suriname geruild. Dat wordt met Amsterdams en Zeeuws kapitaal tot een interessant investeringsproject gemaakt.

 

12.

 

De WIC worstelde met de volgende problemen :

 

- een geringe lucrativiteit

- dubieuze status [kaapvaart, slavenhandel]

- lokale bestuursproblematiek [Brazilië]

- conflict Heren XIX en gouverneur-generaal Johan Maurits

- chronisch gebrek aan slaven voor de plantages

- sterfte onder de slaven bij transport

 

 

13.

 

Het verdwenen verschijnsel van de slavernij werd destijds gelegitimeerd met een verwijzing naar de Klassieke Oudheid waar slavernij een maatschappelijk geaccepteerd verschijnsel was, en bepaalde Bijbel-passages waarin slavernij als iets volstrekt aanvaardbaars wordt voorgesteld. Na invoering werd de slavernij geleidelijk aan weer als iets vanzelfsprekends beschouwd. Afgezien van incidentele protesten [Usselincx] werd het kopen en verkopen van mensen niet ter discussie gesteld. Een beoordeling van slavernij zouden we kunnen baseren op 17e eeuwse normen- en waarden-patronen zoals die uit de diverse bronnen blijken.

 

14.

 

                De expansie naar Oost en West heeft in materieel opzicht een Gouden Eeuw opgeleverd, waarbij aangetekend kan worden dat de rijkdom zeer ongelijk over de diverse bevolkingsgroepen was verdeeld. Verder leverde de in bepaalde gevallen extreme welvaart een gevoel van onbehagen op dat  door Simon Schama in 'Overvloed en Onbehagen' [= The Embarrassment of Riches] [Uitgeverij Contact, Amsterdam, 1988, ISBN 9025466095]  uitgebreid aan de orde is gesteld.

 

 

Hoorcollege 5

 

1.A. 1. De stadhouder : in eerste instantie was de stadhouder de plaatsvervanger van de vorst in een bepaalde regio; aan de documenten die hij uitvaardigde hechtte hij het koninklijk zegel. Willem van Oranje beschikte als stadhouder van Holland over alle bevoegdheden die de graven ooit hadden bezeten.

Zo had het ambt monarchale trekken, zeker na het afzweren van Filips II. Sinds het Plakkaat van Verlatinghe ontleende de stadhouder formeel zijn macht aan de lagere overheden. De stadhouder beinvloedde de samenstelling van de stadsbesturen, trok inkomsten op grond van oude privileges en gaf leiding aan het leger. Ook al was hij qualitate qua kapitein-generaal van de legers van de Republiek, het buitenlands beleid en de financiën vielen niet onder zijn macht. Vooral voor de middengroepen werd de stadhouder een beschermer tegen de stedelijke regenten. Bij deze regenten-oligarchie [zie ook inleiding reader p. 14] leefde een aanzienlijke weerstand tegen het pseudo-monarchale karakter van het stadhoudersambt.

 

1.A.2. De raadpensionaris diende als landsadvocaat een hele provincie. Dat hield in de praktijk in dat hij als juridisch adviseur aan het bestuur vorm gaf.

 

1.A. 3. De bestandstwisten 1617-1618 : Nadat de Staten van Holland met de Scherpe Resolutie het houden van een kerkelijke synode onmogelijk hadden gemaakt, gaven zij de steden toestemming eigen huursoldaten aan te werven, de zogenaamde waardgelders. Verder wensten ze van alle garnizoenscommandanten in de provincie een eed van gehoorzaamheid buiten het gezag van de stadhouder om. De Staten-Generaal gaven Maurits, de stadhouder, carte blanche, wat hem in de gelegenheid stelde de waardgelders te ontslaan en 'de wet te verzetten' door contraremonstranten in de stadsbesturen op te nemen. Verder stelde hij een tribunaal in dat o.a. Oldenbarnevelt vonniste. Uiteindelijk wist Maurits dus te winnen.

 

1.A.4. De gebeurtenissen van 1648 tot 1650 : Na de Vrede van Munster wilden de Staten van Holland op het leger drastisch bezuinigen. Willem II protesteerde daartegen, liet zich door de Staten-Generaal volmachten geven en wilde met een rondreis langs de Nederlandse steden de regenten dwingen van standpunt te veranderen. Hij wist uiteindelijk het Amsterdamse stadsbestuur o.l.v. de Bickers tot acceptatie van zijn eisen te bewegen.

 

1.A.5. Het stadhouderloze tijdperk 1650-1672 : In 1667 bracht Johan de Witt de Staten van Holland ertoe  het stadhouderschap 'voor eeuwig' af te schaffen.  De Oranjes konden zich verdienstelijk maken als lid van de Raad van State en commandant van de landstrijdkrachten. In 1672 kreeg De Witt de schuld van de buitenlandse problemen. Uiteindelijk werd Willem III door de Staten van Holland tot stadhouder benoemd.  Johan de Witt trekt zich als raadspensionaris terug en wordt tenslotte omgebracht.

 

Op http://www.rijksmuseum.nl is via Encyclopedie, Allegorie, een schilderij te zien van Asselijn waarop een door een hond bedreigde zwaan is te zien. Latere eigenaren van het doek hebben de zwaan met de raadspensionaris vereenzelvigd en de hond met de vijand i.c. Engeland.

 

1.A.6. De Oranjes hadden in de loop der jaren een grote aanhang opgebouwd onder de brede lagen van de bevolking die waren uitgesloten van de macht.  Predikanten verbonden de Oranjes met het plan dat God met de Republiek had. De middengroepen met name zagen de stadhouder als buffer tegen de belangen van de regenten.

 

1.B. Wat Engeland betreft : Willem III kreeg van de Staten-Generaal toestemming om met een leger op de Engelse kust te landen. Na de landing bij Torbay voegden zich zowel Whigs [verdedigers van de soevereiniteitsrechten van de lokale bestuurders] als Tory's [koningsgezinden] bij hem in Exeter. Uiteindelijke kon Jacobus met hulp van Willem III vluchten naar Frankrijk, waar Lodewijk hem als de wettige  vorst ontving. Na deze Glorious Revolution vond in 1689 in Westminster de kroningsplechtigheid van William en Mary plaats. Willem volstond ermee Engeland binnen zijn stelsel van anti-Franse bondgenootschappen te houden.

 

      Wat Frankrijk betreft : Lodewijk erkende het nieuwe regime in Londen niet, verklaarde de oorlog om de 'wettige situatie' te herstellen en steunde de Ierse opstand die in 1689 door Willem werd neergeslagen, zodat de protestantse minderheid daar een dominante positie kon innemen. Daarna voerde Lodewijk een uitputtingsslag van negen jaar in de Zuidelijke Nederlanden.  De kosten van het leger waren een dermate zware belasting voor de Republiek, dat de economie schade opliep en de werkeloosheid toenam, waardoor maatschappelijke onrust ontstond [Aansprekersoproer].  In 1697 werd er in Rijswijk vrede gesloten op basis van de situatie zoals die in 1688 was ontstaan.

 

2.A. 1. Predestinatie : God heeft velen verworpen en enkelen uitverkoren op grond van zijn raadsbesluit. [Gomarus]. Door zijn voorzienigheid weet God  van tevoren wie de eeuwige zaligheid waard zijn en wie niet. Degenen die de zaligheid waard zijn worden uitverkozen en krijgen door Gods genade het geloof dat dan ook in praktijk gebracht moet worden [Arminius]

 

2.A.2. De protestanten verzetten zich tegen de rooms-katholieke leer, dat de mens niet alleen door Gods genade en geloof, maar ook op grond van goede werken zalig kan worden.

 

Op http://www.rijksmuseum.nl is onder Encyclopedie, Godsdienst in de republiek, een afbeelding te bestuderen van v.d. Venne’s schilderij  Zielenvisserij

 

2.A.3. Oldenbarnevelt organiseerde in 1610 een theologisch debat in de Staten tussen de rekkelijken [remonstranten] en de preciezen [ de contraremonstranten] . De tegenstellingen werden hierdoor vergroot. Het verzoek van de contraremonstranten een synode te houden wordt geblokkeerd door Oldenbarnevelt die de Staten van Holland er in 1614 toe brengt een verbod uit te vaardigen over het thema van de predestinatie te preken. Waar Oldenbarnevelt kiest voor de remonstranten, bindt  Maurits zich aan  de contraremonstranten.  Uiteindelijk besloten de Staten van Holland, dat er nooit meer een synode gehouden mocht worden [Scherpe Resolutie]. Oldenbarnevelt en de Staten proberen het meningsverschil te beperken door het debat erover te verbieden. Het is niet uitgesloten dat zonder hun acties het conflict niet in die mate zou zijn geëscaleerd.

 

Op http://www.rijksmuseum.nl is onder Encyclopedie, Godsdienst in de Republiek, het portret te zien dat Rembrandt van de Remonstrantse predikant Wtenbogaert heeft geschilderd.

 

2.B.1. Maurits had van de contra-remonstrantse meerderheid binnen de Staten-Generaal de vrije hand gekregen de problemen op te lossen. Hij was dus gemachtigd een tribunaal in te stellen om Oldenbarnevelt wegens hoogverraad te laten veroordelen en hem te laten executeren.

 

3. A. Na de dood van Willem II gaven de Staten van Holland alle stadhouderlijke rechten en bevoegdheden door aan de steden. Tijdens een door hen uitgeroepen Grote Vergadering werd besloten voorlopig geen stadhouder meer aan te stellen, maar de 'ware vrijheid'  te propageren : de lokale aristocratieën in de steden en op het platteland moesten rust en orde garanderen door zowel een democratie als een monarchie onmogelijk te maken. Na de Vrede van Westminster eiste Cromwell dat Holland de Oranjes bij een Akte van Seclusie zou uitsluiten van stadhouderschappen. Na Cromwell's dood wordt de door Holland afgekondigde Akte weer ingetrokken.  Nadat in 1666 de voogdij over Willem III in handen was gelegd van de Staten van Holland, wat hem de status gaf van 'Kind van Staat',  schafte Holland in 1667 op instigatie van De Witt het stadhouderschap 'voor eeuwig'af.

 

3. B. Na de moord op de gebroeders De Witt nam Willem III het heft in handen door toegewijde aanhangers op sleutelposities te plaatsen  waardoor een netwerk van Oranjegezinde gezagsdragers ontstond. Als opperbevelhebber profiteert hij van de militaire crisissituatie  : hij reorganiseert de strijdkrachten en is in de positie gekomen om de belastingen te verhogen. Bovendien wist hij na enkele militaire successen de bevrijde provincies een 'regeringsreglement' op te leggen, zodat hij ook daar een netwerk van aanhangers kon organiseren.

 

4. A. Frederik Hendrik : op militair gebied uiterst deskundig [ 'Stedendwinger'], op godsdienstig gebied zeer tolerant [de arminianen worden niet meer vervolgd] , op politiek gebied handig in het benoemen van geestverwanten op raadpensionaris-posten, op cultureel gebied van vorstelijke allure.

 

4.B. Willem II : exuberante persoonlijkheid [jagen en feesten], als politicus agressief en eigengereid [verzet tegen de vrede van Munster, vijandige houding jegens Spanje en Engeland, is uit op een militair bondgenootschap met Frankrijk, manipuleert de Staten-Generaal die hem volmachten geven op grond waarvan hij tegenstanders arresteert]

 

4.C. Johan de Witt : verdediger van de 'ware vrijheid' , een situatie van stabiliteit, verdedigd door de lokale aristocratieën. Ook in zijn buitenlandse politiek streeft De Witt stabiliteit na : een coalitie van de Republiek met Engeland en Zweden steunt de Spaanse belangen tegen Frankrijk.

 

5.A. De inzet van de Engelse Zeeoorlogen betreft een dominante positie op zee. Daarbij speelt dus de vraag tot hoever de soevereiniteit van een land zich uitstrekt over de zee. Is de zee van iedereen, dus vrij ['Mare Liberum'] of is zij gesloten ['Mare Clausum']?  Die laatste visie werd aangehangen door Cromwell : de Britse vloot oefende soevereiniteitsrechten uit en had daarmee het recht andere schepen te visiteren en zelfs op te brengen.  Het strijken van de vlag voor een Brits eskader was een teken van respect voor de Britse soevereiniteit.

 

5.B. Bij een zeeslag moest een schip  op een zodanige wijze buiten gevecht worden gesteld,  dat het stuurloos raakte, geënterd kon worden en overmeesterd.

 

5.C. Michiel de Ruyter was het prototype van een self-made man : na een carrière van scheepsjongen tot gezagvoerder kon De Ruyter door zijn bescheidenheid veel goodwill kweken en motivatie tot stand brengen. Legendevorming heeft posthuum enorm aan zijn status bijgedragen. Zowel tegen de Zweden [Sont] als tegen de Engelsen [Chatham] wist De Ruyter belangrijke successen te behalen.

 

6.A. Lodewijk XIV had afspraken kunnen maken met Karel II van Engeland en de bisschoppen van Keulen en Munster. De bedoeling was de Republiek van haar politieke macht te beroven, nadat zij ook al economisch verzwakt zou zijn.

 

6.B. Hij had zich als aristocratisch tegenstander van de Oranjegezinden bij het grote publiek impopulair gamaakt. Het concept van de 'ware vrijheid' kon de massa niet overtuigen. De rampspoed van 1672 werd uiteindelijk geheel op het conto van De Witt geschreven.

 

6.C. De stadhouder hield zich afzijdig en liet de zaken op zijn beloop, wachtend op de voor hemzelf gunstige afloop. 

 

7.A. Tolerantie houdt in een toegeeflijkheid ten aanzien van zaken die je persoonlijk afwijst. Je accepteert het andere tot op zekere hoogte en staat het een bepaalde mate van vrijheid toe.

 

7.B. Met name de regenten in de steden zijn uit op stabiliteit. Dat geldt ook voor de Staten van Holland die o.l.v. Oldenbarnevelt het religieuze conflict tussen remonstranten en contra-remonstranten van zijn scherpe kanten willen ontdoen. Uiteindelijk is tolerantie te verklaren uit de multiculturele aspecten van de Nederlandse samenleving met name na 1585.

 

7.C. Waar gelijkwaardigheid een symmetrische relatie inhoudt, is die van tolerantie asymmetrisch : het andere wordt in wezen toch als minder goed gedoogd.

 

7.D. De grenzen van de tolerantie werden bereikt wanneer de eigen identiteit zou worden bedreigd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BIJLAGE III : De Gouden Eeuw op Internet :

 

-          Amsterdams Centrum voor de Studie van de Gouden Eeuw :

 

http://cf.uba.uva.nl/goudeneeuw/

 

 

 

-          Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

 

http://www.dbnl.nl/letterkunde/goudeneeuw/

 

 

-          Wikipedia NLPersonen Gouden Eeuw :

 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Gouden_Eeuw%2C_Personen