***











 

www.resantiquae.nl






SATIE OVER ZICHZELF, ZIJN MUZIEK EN ZIJN VIJANDEN

WAT IK BEN (uit : Écrits, 15 april 1912)

Iedereen zal zeggen, dat ik geen musicus ben. Ze hebben gelijk. Direct al bij het begin van mijn loopbaan heb ik me geschaard onder de fonometrografen. Mijn werken zijn pure fonometriek. Men hoeft maar Le fils des étoiles in te zien, of de morceaux en forme de poire, of En habit de cheval, of de Sarabandes, en men bemerkt dat het geenszins een muzikale idee was die de vervaardiging van deze werken heeft bepaald. De geest van de wetenschap heerst hier. Het doet me gewoon meer plezier een klank te meten dan te horen. Wat heb ik al niet gemeten en gewogen! Alles van Beethoven, alles van Verdi etc. Dat is heel merkwaardig. Toen ik voor de eerste maal een fonoskoop gebruikte, heb ik een bes van gemiddelde omvang onderzocht. Nooit, dat kan ik u verzekeren, heb ik zo iets aanstootgevends gezien. Ik riep mijn bediende om het hem te laten zien. Op de fonoweegschaal bereikte een normale, heel gewone Fis 93 kg. Hij kwam voort uit een heel zware tenor die ik aan het wegen was. Om mijn Pièces Froides te schrijven bediende ik me van een kaleidophon-opname-apparaat. Het heeft zeven minuten in beslag genomen. Ik riep mijn bediende om hem te laten luisteren. Ik meen te mogen stellen, dat de fonologie superieur is aan de muziek. Het financiële gewin is nog groter. Ik heb mijn vermogen er aan te danken. In ieder geval kan een matig getraind fonometrist gemakkelijk in dezelfde tijd en met dezelfde inspanning meer tonen op zijn motodynamofoon noteren dan de meest getalenteerde musicus. De toekomst behoort aan de filofonie.

***

( Ik heb veel vijanden) : bij de meesten van hen ligt het daaraan , dat ze me niet kennen, of me alleen maar uit tweede hand kennen, van horen zeggen via meer dan leugenachtige leugens. Over het algemeen neem ik hen niets kwalijk : zij zijn de eerste slachtoffers van hun eigen naiviteit en gebrekkige oordeelskracht, de stakkers!

***

Ik ben er met elk nieuw werk op uit, mijn vereerders op een dwaalspoor te brengen.

Ik ben heel jong ter wereld gekomen in een zeer oude tijd.

Ik ben een man die vrouwen niet begrijpen.

***

Uit de Memoires van iemand met geheugenverlies (1924)

De oorsprong van de Saties gaat wellicht op oeroude tijden terug. Ik kan dat bevestigen noch ontkennen. Ondertussen vermoed ik, dat deze familie niet tot de adel heeft behoord, zelfs niet die van de paus, en dat de leden ervan goede, bescheiden en rechteloze loonarbeiders waren, wat vroeger een eer en een vreugde was (voor hun bazen, bedoel ik). Wat de Saties in de Honderdjarige Oorlog hebben gedaan toen Normandië meermaals van bezitter wisselde, weet ik niet; ik heb ook geen nadere gegevens over hun deelname aan en houding tijdens de Dertigjarige Oorlog (een van onze mooiste oorlogen). Vrede zij de herinnering aan mijn oude voorvaderen! Goed, ik neem de draad weer op. Ik zal nog op dit punt terugkomen.

Ik heb een onopvallende jeugd gehad, zonder gebeurtenissen die het zouden verdienen in serieuze aantekeningen te worden opgetekend. Dat sla ik dus maar over. Ik neem de draad maar weer op. Ik kom op dit punt nog wel terug.

Hoe wordt men een musicus? Dat is heel eenvoudig. Men neemt een leraar, een muziekleraar als dat kan. Men zoekt hem zorgvuldig uit, bedachtzaam, streng. Men bepaalt de lesprijs. Daarbij moet men zich niet laten overbluffen : een uur is zo voorbij. Goed, men stelt een tarief vast, maar wel een gunstig tarief, voor zichzelf, gepast. Ja, ik weet eigenlijk niet of ik me begrijpelijk maak. De aanschaf van een metronoom dringt zich op. Daarbij denk ik ook een muziekstandaard. Die zijn er in alle prijsklassen.De leerling moet veel geduld hebben. Een heel groot geduld. Een engelengeduld, heel groot dus. Het is heel nuttig dat men zich eraan gewent het met zijn leraar uit te houden. Denk je eens in: een leraar! Hij stelt vragen, die hij weet en jij weet ze niet. Hij profiteert daarvan, kennelijk. En jij hebt het recht niets te zeggen. Dat is ook maar beter ook.

***


(over het Conservatorium in Parijs) Destijds bevond dit etablissement zich in de Rue du Faubourg-Poissonnière, op de plek waar het ooit gesticht is (eind van de 18e eeuw) : een labyrintachtig intimiderend gebouw, lelijk om te zien. Een soort strafinrichting zonder het geringste comfort van buiten en van binnen.

(over de Prix du Rome) Bij veel mensen, heel redelijke mensen uiteraard, geniet de Rome-prijs een aanzien dat gelijkwaardige onderscheidingen op andere terreinen van kunst niet eigen is. Sinds lange tijd is deze titel bij schilders zonder enige betekenis, sterker nog, hij veroorzaakt een kwalijke reputatie en is dus zeker geen aanbeveling. Ik heb zelfs mensen gezien die zich over de Prix du Rome voor beeldhouwkunst doodlachten, zeer tot verbazing van de bezitters ervan.

(Na verschillende pogingen kreeg Debussy deze prijs) Naar mijn bescheiden mening betekende de noodzakelijke inspanning om in het bezit van deze prijs te komen voor Debussy een niet te herstellen ongeluk, dat het beste deel van zijn persoonlijkheid als een vernietigend gif trof. Waarom? Dat ligt daaraan, dat de juryleden die deze prijzen weggeven, in de meeste gevallen in die mate met gebrek aan kennis zijn voorzien dat hun beslissingen neerkomen op arrestaties of veroordelingen, even goed neerbuigende als verdiende veroordelingen.

***

(advertentie in het blad Le Chat Noir over de Gymnopédies) : Zojuist verschenen op Boulevard Magenta 60 de derde Gymnopedie van Erik Satie. We kunnen het muziekpubliek dit werk niet warm genoeg aanbevelen, een volstrekt artistiek werk dat terecht geldt als een van de mooiste van de eeuw, die deze onbeduidende edelman ter wereld liet komen.


(In ‘La Lanterne Japonaise’ , uitgebracht door het Cabaret Le Divan Japonais) : van overal vandaan bereiken ons brieven met de vraag waar men de verzamelde werken van Erik Satie kan vinden. Laat hier eens en voor altijd gezegd zijn dat een definitieve uitgave van deze subtiele melodieën nog niet ter hand genomen is. Afgezien daarvan wordt de Derde Gymnopédie (een van de mooiste) aan de eerste de beste ter hand gesteld op Boulevard Magenta 60 tegen een in verhouding belachelijke prijs. Trompetter het uit in de hele wereld!

***

(in een krantenartikel)

Over de musici van Montmartre.

Twee of drie eeuwen geleden waren er op deze heuvel maar heel weinig eigentijdse musici en hun naam was het grote publiek, het kleine publiek trouwens ook, onbekend. Dat heeft zich veranderd, vooral, zo schijnt het in de laatste tien jaar. Ik zou graag eens, vooral als talisman, buiten de reikwijdte van de ‘broucolaques’ (vampieren op Griekse eilanden) mijn wens in vervulling laten gaan die al lange tijd mijn grootste was, een uitvoering ter herinnering aan de belangrijkste musici van Montmartre. Men zou heel gemakkelijk kunnen meedoen, vanzelfsprekend tegen betaling, en op verschillende avonden in verschillende van deze prachtige cabarets die hier op deze prachtige heuvel bij elkaar liggen, een fotografisch nauwkeurige indruk krijgen van wat ik tegenwoordig moet schilderen. Daar zal men met eigen oren, of met die van anderen, klanken horen van een zo exquise en aangename smaak, dat men gewoon móet uitroepen : wanneer deze muziek de doven nog niet bevalt, ook dan nog niet, wanneer ze bovendien stom zijn, dan is dat nog geen reden die te ignoreren.

***

(over Ogiven ~ spitsbogen) Eindelijk! De liefhebbers van vrolijke muziek zullen hier volop van genieten. De onvermoeibare Erik Satie, de sfinx-mens, de componist met het dikke schedeldak, kondigt ons de verschijning aan van een nieuw muzikaal kunstwerk waarover hij nu al de meest positieve uitspraken doet. Het is een reeks melodieën, op een mystiek-religieuze manier bedacht, met de suggestieve titel : Ogives. We wensen Erik Satie even veel succes toe als zijn derde Gymnopédie destijds had die tegenwoordig uit alle piano’s opklinkt. Te koop op Boulevard Magenta 60. De heer Erik Satie , componist, kreeg de volgende brief die wij op zijn verzoek toevoegen :

Précigny-les-Balayattes, 20 februari 1889

Geachte Heer,

Sinds acht jaar leed ik aan neuspoliepen, met complicaties zoals een leverkwaal en reumatische pijnen. Bij het beluisteren van Uw Ogives heeft mijn gezondheidstoestand zich aanzienlijk verbeterd. Na vier- en vijfmalige toepassing van uw Derde Gymnopédie was ik volledig genezen.

Geachte Heer Satie, ik machtig u van dit getuigenis naar eigen goeddunken gebruik te maken.

Mevrouw Lengrenage, dagloner in Précigny-les-Balayettes

***

(Satie beschrijft zijn eigen ontwikkeling) : Na een wel heel korte jeugd werd ik een enigszins genietbaar jongmens, niets meer. Op dit ogenblik van mijn leven begon ik muzikaal te denken en te schrijven. Inderdaad, een slecht idee, een echt slecht idee! Want ik gaf zonder meer blijk van een ergerniswekkende originaliteit (een originele), die uit het gewone kader viel, anti-Frans en tegennatuurlijk. Toen werd het leven voor mij zo onverdragelijk, dat ik besloot mij op mijn landgoed terug te trekken en mijn dagen door te brengen op een ivoren, of hoe dan ook metalen toren. Op deze manier kreeg ik de smaak te pakken voor de misanthropie, beoefende de hypochondrie en ontwikkelde me tot een meer-dan-lood-zware neuroot . En dat alles kwam vanwege de muziek over me heen. Deze kunst bracht me meer slechts dan goeds. Ze heeft me tot vijand gemaakt van veel mensen van rang en stand, zeer eerbiedwaardige, meer dan voorname personen zonder enige smet. Ik laat het hierbij, maar kom nog wel op dit punt terug.

***

(over het Wagnerisme) Ik schreef destijds de Fils des Étoiles naar een tekst van Joséphin Péladan en maakt aan Debussy duidelijk dat het voor een Fransman noodzakelijk is zich los te maken van het Wagneriaanse avontuur omdat dat niet met onze natuur overeenkomt. Ik liet hem ook weten, dat ik helemaal niet anti-Wagner ben, maar dat we een muziek naar onze eigen smaak moeten hebben, als het kan zonder zuurkool.


(Vol ironie over Wagner) U weet heel goed, dat Wagner Fransman was, hij was erg Duits-Frans georiënteerd, de brave borst, zoals trouwens alle goede Fransen. Wie niet van Wagner houdt, houdt niet van Frankrijk. Weet u niet, dat Wagner Fransman was? Uit Leipziek….maar zeker….vergeten?....Nu al? Bent u een patriot?....

***

(Bij de muziek van Péladans Le Fils des Étoiles) Het orkest moet geen grimassen maken, wanneer iemand het toneel betreedt. Trekken de toneelbomen dan gezichten? Men zou een soort muziek-decoratie moeten maken, een muzikaal klimaat moeten creëren waarin de personen zich bewegen en spreken. Geen aria’s, geen Leitmotive, men zou een atmosfeer moeten scheppen als die bij Puvis de Chavannes.

***

(over zijn liaison met Suzanne Valadon)

Op de 14e dag van de maand januari van het Heil 1893, die een zaterdag was, begon mijn liefdesgeschiedenis met Suzanne Valadon en eindigde op dinsdag , de 20e dag van de maand juni van hetzelfde jaar.

Een brief van 11 maart 1893

Lieve kleine Biqui,

Ik kan onmogelijk ophouden aan jou en jouw gehele persoon te denken. Jij bent helemaal met mij verbonden, overal zie ik alleen maar je verleidelijke ogen, je tere handen en je kleine kindervoetjes. Jij, jij bent gelukkig, het zijn zeker niet mijn armzalige gedachten die jouw blank voorhoofd doen fronsen, evenmin de pijn om mij niet meer te zien. Voor mij bestaat alleen nog maar de ijskoude eenzaamheid die mijn hoofd met leegte en mijn hart met groot verdriet vervult. Vergeet niet, dat je arme vriend je bij minstens een van de volgende rendez-vous wil zien :

  • Vanavond om kwart voor negen bij mij thuis
  • Morgen vroeg, ook bij mij
  • Morgenavond bij Dédé (madame Olivier)

Ik voeg eraan toe, lieve Biqui, dat ik echt niet van woede sta te schuimen wanneer je niet bij genoemde rendez-vous kunt komen. Ik ben nu ook verschrikkelijk verstandig geworden en hoewel het voor mij een groot geluk betekent je te zien, begin ik te begrijpen dat je niet altijd datgene kunt doen wat je wilt. Je ziet, lieve Biqui, alles heeft een begin. Ik kus je op je hart.

Erik Satie 6 Rue Cortot


(in een brief aan zijn broer van 18 juni 1893)

Zojuist heb ik definitief met Suzanne gebroken. Het zal me heel zwaar vallen mezelf weer in het gareel te krijgen, want ik houd nog even veel van de kleine als bij jouw vertrek. Ze heeft het voor elkaar gekregen mij volledig in bezit te nemen. De tijd zal doen wat voor mij momenteel onmogelijk is.

***

(veel latere bekentenis aan zijn schoonzuster)

Je wilt weten waarom ik nooit ben getrouwd? Puur en alleen omdat ik, ik zeg het je maar eerlijk, bang ben vreselijk bedrogen te worden. En dat zou nog verdiend zijn ook: ik ben een man die de vrouwen niet begrijpen.


(Aan zijn broer over God ) Uiteindelijk geloof ik dat de lieve God ook een van die schurken is zoals ze bepaald niet op elke straathoek staan. Zijn zogenaamde barmhartigheid, dat zie ik wel, verstopt hij ergens weg en haalt haar slechts in een uiterst zeldzaam geval tevoorschijn. Zal ik je eens wat zeggen? Dat zal hem geen geluk brengen en het zou me niet verbazen wanneer het zo ver zou komen, dat hij zijn positie kwijt raakt. En dat zou hij op de keeper beschouwd ook volkomen hebben verdiend.

(enkele weken later) je kent wel mijn eerbied voor de Heer. Het is niet nodig, dat hij zich ermee belast mij op de proef te stellen. De kastijdingen die ik mezelf opleg, zijn ruim voldoende, dat moet hij weten. Ik zie niet in, met welk recht ik hem altijd tussen mijn voeten heb en hem op zijn huid zit, terwijl hij me doodgemoedereerd observeert bij alles wat ik doe.

***

(sombere gedachten uit 1903) Je kunt je totaal niet voorstellen hoe alles me onder druk zet. Alles waarmee ik begin, loopt ter plekke op niets uit. Ik veroorzaak een hoop schande en dat is helemaal niet goed voor mij.

***

(In 1903 schrijft Satie aan Debussy over Trois Morceaux en forme de poire) Meneer Satie werkt momenteel aan een vrolijke compositie die als titel heeft : Deux morceaux en forme de poire. Meneer Satie is helemaal vol van deze nieuwe vinding. Hij spreekt er veel over en doet er heel positief over. In zijn ogen overtreft deze compositie alles wat tot nu toe geschreven is. Misschien vergist hij zich, maar dat moet men hem maar niet zeggen omdat hij het toch niet gelooft. Zegt u hem maar als goede kennis wat u ervan vindt. Hij zal zeker eerder naar u luisteren dan naar anderen, zo ver gaat zijn vriendschap jegens u.

(in een brief aan de pianist Ricardo Viñes van 30 maart 1912)

Geachte Heer,

Ik heb u gisteren een bezoek gebracht om u te vragen of ik mijn Pièces Froides aan U mocht opdragen. Ik zou me gelukkig prijzen wanneer u dit bescheiden eerbewijs aan een kunstenaar die zo veel voor moderne muziek heeft gedaan, zou willen aannemen. U moet niet geloven, dat het bij mijn werk om muziek gaat. Dat is niet mijn vak. Ik doe aan fonometrie, zo goed als dat gaat. Anders niets. Ben ik eigenlijk iets anders dan een akoestisch medewerker zonder grote kennis?... Houd goed in de gaten, dat ik al mijn muziek zelf maak, alle b’s (die vooral) en alle kruisen (zelfs de dubbelkruisen) in hun geheel, van top tot teen door mijzelf vervaardigd. Dat alles komt zeer zelden voor en geeft blijk van een heel sterk karakter.

***

Teksten bij muziek

Vanaf 1890 schreef Satie tekstjes bij zijn muziek, zoals in de Gnossiennes : zoals het schittert, stap voor stap, vol verwondering, niet weggaan, met een warm hart, zorgvuldig aan zelfonderzoek doen, zich met helderziendheid wapenen, alleen, voor een ogenblik, alsof men een holte bereikt, zo verloren, heel ver dragend, etc.

De Embryons desséchés hebben de volgende bijschriften :

  • Over de Holothurie : de leken noemen hem ‘zeegurk’ . De holothurie klautert meestal over stenen of rotsblokken. Dit zeedier snort als een kat. Bovendien spint het een neerhangende zijde. Het is makkelijk te storen. In de baai van Saint-Malo heb ik eens een holothurie waargenomen.
  • Over de Edriophthalma : schaaldieren met ogen die niet op steeltjes staan, met een zeer somber karakter leven deze schaaldieren teruggetrokken uit deze wereld, op rotsblokken met gaten.
  • Over de Podophthalma : schaaldieren met ogen op bewegende steeltjes. Ze zijn behendige en onvermoeibare jagers. Men treft ze in alle zeeën aan. Het vlees van de Podophthalma is een delicatesse.


Er bestaat geen Satie-school

Het Satie-isme zou niet weten hoe ze zich zou moeten realiseren. Men zou me daar als tegenstander treffen. In de kunst heeft men geen slavernij nodig. Ik heb altijd mijn best gedaan om door vorm en inhoud van een nieuwe compositie de meelopers op een dwaalspoor te brengen. Dat is voor een kunstenaar het enige middel om te vermijden dat hij het hoofd van een school wordt, een ‘oppasser’.

***

Over zijn ‘musique d’ameublement’

Men moet proberen een musique d’ameublement te realiseren dat wil zeggen een muziek die deel uitmaakt van de omgevingsgeluiden, die ze incalculeert. Ik stel me muzikaal voor, dat ze het lawaai van vorken en messen afzwakt, zonder dat te overstemmn, zonder zich op te dringen. Ze moet het vaak beklemmende zwijgen van de gasten meubileren. Ze zal hun dan de gebruikelijke banaliteiten besparen. Gelijktijdig neutraliseert ze enigszins de straatgeluiden die ongegeneerd in het spel binnendringen.

***

Vertaling : Spijkenisse, donderdag 10 maart 2016