***











 

www.resantiquae.nl

Engel, malerei und musik



Johann Jacob Engel

Over de muzikale schilderkunst

              Aan de koninklijke kapelmeester de heer
                        [Johann Friedrich] Reichardt.

Geschreven in  1780.

Uit : Johann Jacob Engel: Schriften, Band 4
(Reden. Ästhetische Versuche). Berlijn 1802.

http://de.wikipedia.org/wiki/Johann_Jacob_Engel

Engel: Über die musikalische Malerei

I.       Wat is schilderen?

Schilderen wil zeggen : een voorwerp niet door willekeurig afgesproken tekens voor het verstand aangeven, maar door natuurlijke tekens presenteren aan de  zintuiglijke ervaring. Het woord ‘leeuw’ roept alleen maar een beeld op in mijn brein, het schilderij van een leeuw brengt me het zichtbare fenomeen werkelijk voor ogen. Het woord ‘brullen’ heeft al iets schilderachtigs.  In zijn melodrama Ariadne auf Naxos  geeft  Georg Benda  het gebrul van de leeuw nog schilderachtiger weer.

http://en.wikipedia.org/wiki/Ariadne_auf_Naxos_(Benda)

De tonen van de muziek zijn geen willekeurige tekens; er is  namelijk niet afgesproken wat men zich daarbij moet denken;  ze doen hun werking niet door iets  dat door hen wordt aangeduid, maar door zichzelf , als verschillende indrukken op ons gehoor. De componist hoeft niets algemeens te visualiseren; hij hoeft geen noties (voorstellingen) van het verstand mooier te maken door ze specialer te maken. Alleen hij kan door zijn tonen als door natuurlijke tekens voorstellingen van andere verwante onderwerpen oproepen en kan ons daarmee deze onderwerpen aanduiden, zoals de  schilder de zijne aanduidt met kleuren. Hij moet zijn tonen zoveel mogelijk laten nabootsen en hun zoveel gelijkenis meegeven met zijn onderwerp als maar mogelijk is.

De volledige schilderkunst in de muziek vindt alleen maar daar plaats, waar het onderwerp zelf hoorbaar is en in overeenstemming is met de vastgestelde toon en ritme.

Wat betreft de onvolledige schilderkunst, kan ten eerste het onderwerp een uit indrukken van verschillende zintuigen samengesteld fenomeen zijn, waar het hoorbare met het zichtbare is gecombineerd. De componist roept in de fantasie van de luisteraar de voorstelling van het geheel op, doordat hij het hoorbare nabootst, bij voorbeeld bij het weergeven van een veldslag, een onweer of een orkaan.

Ten tweede is het mogelijk dat een onderwerp helemaal niets hoorbaars bevat; dan kan het met de hoorbare tonen in bepaalde algemene eigenschappen samenvallen  die de fantasie gemakkelijk laten overstappen van de hoorbare tonen naar het onderwerp.

Er zijn namelijk niet alleen overeenkomsten tussen onderwerpen die met één zintuig samenhangen, maar ook tussen onderwerpen die met meer zintuigen samenhangen. Traagheid en snelheid bij voorbeeld kunnen een rol spelen  in een reeks van tonen, maar ook in een reeks zichtbare indrukken. Al dergelijke overeenkomsten noem ik transcendentale overeenkomsten. Hierdoor worden de onderwerpen die een componist kan schilderen al gelijk verveelvoudigd. Veel onderwerpen die samenhangen met de andere zintuigen, in het bijzonder het gezicht, dat de meeste informatie biedt,  vallen door hun transcendentale overeenkomsten met de tonen onder de muzikale nabootsing.

Zo laat zich tenminste voor een deel verklaren, waarom de muzikale nabootsing in het algemeen zo onbepaald is en waarom het  zonder de hulp van woorden zo moeilijk is de schilderende componist te begrijpen. De nabootsing vindt bijna altijd onvolledig plaats, slechts ten dele, slechts volgens algemene eigenschappen. Dat geldt even goed voor de nabootsing van uiterlijke zintuiglijk waarneembare onderwerpen als ook  voor innerlijke gevoelens.  Een emotie wordt meestal alleen maar algemeen nagebootst.  Alleen door een concrete voorstelling van het onderwerp dat de emotie oproept, kan zij worden geïndividualiseerd.

Ten derde schildert een componist doordat hij noch een deel, noch een eigenschap van het onderwerp zelf, maar de indruk nabootst die dit onderwerp op de ziel pleegt te maken. Door dit middel krijgt de muzikale nabootsing haar grootste omvang.  Want nu is er bij het nabootsen van een  onderwerp geen behoefte meer aan die eigenschappen die ik transcendentale overeenkomsten noemde. Zelfs kleur kan muzikaal worden geschilderd. Immers, de indruk van een tere kleur heeft iets gemeen met de indruk van een zachte toon op de ziel.

II. Wat voor middelen heeft de muziek om te schilderen?

Naar mijn mening zijn de middelen om muzikaal te schilderen de volgende :

Ten eerste de keuze van de toonsoort, het toongeslacht, voor majeur of mineur. Er zijn harde en weke toonsoorten.

http://en.wikipedia.org/wiki/Major_and_minor

Ten tweede : de keuze van de meer specifieke toonsoort , de toonladder waarin het stuk moet worden gecomponeerd. Ieder van de twaalf majeur- en mineurtoonladders onderscheidt zich van de andere door verschillende eigen intervallen en krijgt daardoor een eigen karakter. C groot en As groot wijken qua karakter het meest van elkaar af omdat de  verschillende stappen  van hun toonladders het meest verschillen. Wanneer men een karakteristiek stuk voor instrumenten transponeert van C groot naar As groot kan het bijna onherkenbaar worden. Dat geldt voor de mineurtoonladders evenzo.

Ten derde  : de melodie. Het is erg belangrijk of de tonen dichtbij elkaar geplaatst zijn of op afstand en of ze in een lichte of serieuze context  worden gebruikt, met lange of met korte notenwaarden of een combinatie daarvan.

Verdere middelen zijn de beweging (de maatsoort), het ritme, de harmonie, de keuze van de stemmen, de keuze van de instrumenten en de keuze van sterk of zwak.

III. Wat kan de muziek met deze middelen schilderen?

Hoe de componist met gebruik van deze middelen voor zover mogelijk de innerlijke gevoelens en emoties van de ziel kan schilderen, moge uit het volgende duidelijk worden :

Ten eerste zijn alle emotionele voorstellingen van de ziel onverbrekelijk met bepaalde overeenkomstige bewegingen in het zenuwstelsel verbonden en worden door waarneming van deze bewegingen onderhouden en versterkt. Maar niet alleen ontstaan in het lichaam  deze overeenkomstige schokeffecten op de zenuwen wanneer eerder in de ziel de emotionele voorstellingen worden opgewekt, maar ook in de ziel ontstaan de emotionele voorstellingen wanneer men eerder in het lichaam de verwante schokeffecten tot stand brengt. De inwerking is wederzijds : de weg die van de ziel naar het lichaam voert, voert terug van het lichaam in de ziel. Niets levert zulke zekere, krachtige en verschillende schokeffecten op als tonen. Daarom bedient de natuur zich voornamelijk van tonen om de onwillekeurige sympathie op te wekken die zich onder dieren van één soort voordoet.

Ten tweede onderscheidt iedere soort van emotionele voorstellingen zich door de concentratie, de rijkdom van de verschillende daarin verenigde gedachten. Zo zijn verheven voorstellingen van een hoog soortelijk gewicht, het tempo is langzaam. Vrolijke voorstellingen zijn veel gemakkelijker te vatten, het tempo is opgewekt, de sprongen niet groot. Angst werkt zich met grote snelheid maar met tussenpozen door een grote hoeveelheid negatieve gedachten. Weemoedigheid sluipt met langzame en bedachtzame stappen door gedachten voort, die er nauw mee in verband staan.

Zo zal duidelijk worden op welke manier de muziek de innerlijke gevoelens van de ziel kan schilderen, kan nabootsen. Ze kiest de tonen  met een bepaald effect op de zenuwen dat lijkt op de indrukken van een gegeven emotie en kiest daarbij nog instrument en hoogte en laagte van tonen.

Zo wordt tevens duidelijk waarom juist de muziek er het best in slaagt de emoties te schilderen. Ze werkt hier namelijk met al haar krachten samengenomen, gebruikt hier al haar middelen en concentreert zich op het effect van dit alles. Dit zal bijna nooit het geval zijn, wanneer ze alleen maar de onderwerpen schildert die emoties oproepen. De laatste kan ze bijna altijd alleen maar door afzonderlijke, zwakke en ver verwijderde overeenkomsten aanduiden, de eerste door een grote hoeveelheid zeer bepaalde overeenkomsten.

IV. Wat moet muziek schilderen en wat niet?

De componist moet liever emoties schilderen dan onderwerpen die tot emoties leiden, altijd liever de toestand waarin ziel en lichaam door beschouwing van een bepaalde zaak en gebeurtenis wordt gebracht dan deze zaak en gebeurtenis zelf. In iedere kunst moet men het liefst doen waar men goed in is. Verder moet een componist geen reeks emoties willen schilderen die van een andere reeks gebeurtenissen of observaties afhankelijk is en waarvan de opeenvolging onbegrijpelijk of zelfs paradoxaal is wanneer men niet tegelijk aan die andere reeks denkt waarvan ze afhankelijk is.

http://en.wikipedia.org/wiki/Johann_Adolf_Hasse

 http://en.wikipedia.org/wiki/Ariadne_auf_Naxos_(Benda)

Stel dat een prachtig begeleid recitatief van Hasse zonder de zangstem, of nog beter, dat een duodrama van Benda zonder de rollen, alleen maar met orkest zou worden uitgevoerd, wat zou je denken te horen in zo’n stuk dat  geschreven is met smaak en oordeelsvermogen? Ongetwijfeld de wilde fantasieën van iemand met hoge koorts. Hoezo dat? Kennelijk omdat de reeks van ideeën of gebeurtenissen waaruit alleen de reeks emoties kan worden begrepen, uit het geheel is weggenomen. Het komt op hetzelfde neer als wanneer  een componist van plan is  - enkelen hebben dat inderdaad zo gedaan – in de ouverture bij een opera  al de volledige reeks emoties onder te brengen  die tijdens het verloop van de handeling bij de toehoorders moeten worden opgewekt.

Een symfonie, een sonate, ieder muzikaal werk dat niet door woorden of  handelingen wordt ondersteund moet, zodra het meer wil zijn dan een aangenaam geluid, een lieflijk weefsel van tonen,  gericht zijn op de weergave van één enkele emotie die zich overigens in velerlei gevoelens  kan uiten, en moet een dergelijke reeks van gevoelens bevatten zoals die zich vanzelf ontwikkelen in een volledig in emotie verzonken, op zichzelf gerichte, in de vrije loop van haar gedachten onderbroken ziel.

Belangrijk bij dit alles is het onderscheid tussen schildering en uitdrukking.  In muziek betekent schilderen : het objectieve verbeelden. Het subjectieve  verbeelden heet niet meer schilderen maar uitdrukken. Iemand die voor de stem schrijft moet uitdrukken,  niet schilderen. Wat immers moet zingen anders zijn dan het levendigste , zinnelijkste , hartstochtelijkste spreken? Wat probeert de emotionele mens vooral met taal? Wat is voor hem het belangrijkste? Zeker niet om de aard van het  onderwerp bekend te maken dat hem emotioneel maakt, maar om die emotie zelf uit te storten en mee te delen. Daarop is hij gericht, met zijn stem, gezichtsspieren, handen en voeten.

Zo is gezang alleen maar gericht op uitdrukking. Wanneer de componist toch schildert , is dat op zich nog niet eens fout. Hij kan en mag het. Alleen dan wordt het een fout, wanneer hij iets fouts schildert, of op de foute plaats. Bij homogene gevoelens is schildering uitdrukking, bij heterogene emotie stoort schildering de uitdrukking. Ook waar  het de componist toegestaan is te schilderen, mag hij  dat niet zomaar in het wilde wegdoen. Van een te schilderen object kunnen verschillende muzikaal schilderbare predicaten deel uit maken.  De componist moet erop letten dat hij alleen die predicaten aandacht geeft, die in de gedachtenreeks van de ziel een rol spelen. Wanneer bij een object maar één enkel predicaat muzikaal te schilderen is, dat in de gedachtenstroom niet in bijzondere mate de aandacht vraagt, moet de componist zich maar liever van alle schildering onthouden en  alleen maar  declameren. Uit de gehele reeks van voorstellingen moet hij maar bepalen hoe belangrijk iedere voorstelling afzonderlijk is, hoe lang en met welke graad van interesse de ziel daarbij wil blijven stilstaan.

Wanneer schildering tot uitdrukking wordt, moet hij goed aanvoelen in hoeverre hij zich met schildering kan inlaten. Wanneer hij in plaats van aan het kernbegrip waarop de gehele ziel gericht is en waarin alle overige begrippen hun samenhang vinden, aan één van de nevenbegrippen alle aandacht geeft en die voortreffelijk schildert, is dat dezelfde fout als wanneer hij een onjuist accent plaatst. De ergste fout tegen de uitdrukking zou zijn, wanneer de componist niet de gedachte, maar het woord zou schilderen, wanneer hij misschien een voorstelling zou uitbeelden die in de woorden wordt ontkend of opgeheven, wanneer hij zich zou houden aan een beeld, een metafoor, in plaats van aan de zaak zelf. Maar voor dit soort fouten hoeft men niet te waarschuwen, want wie dit soort fouten überhaupt kan maken, aan hem is geen enkele waarschuwing besteed.

 Spijkenisse, zaterdag 27 juli 2013