brieven van Constanze Mozart












BRIEVEN VAN CONSTANZE MOZART

Aan Maria Anna Mozart [Mozarts zuster] in Salzburg

(Naschrift bij een brief van  W.A. Mozart van 20. April 1782)


Mijn waarde en hooggeachte vriendin!


Nooit zou ik zo overmoedig geweest zijn om mij zo ongeremd over te geven aan mijn neiging en verlangen om u, mijn waarde vriendin, te schrijven, wanneer uw broer mij niet had verzekerd dat u me deze stap niet kwalijk zou nemen die ik hier zet uit al te grote begeerte om ten minste schriftelijk in contact te komen met een persoon die me dan wel onbekend is , maar door de naam Mozart alle respect afdwingt.Word niet boos, wanneer ik het erop waag u te zeggen, dat ik u, zonder de eer te hebben u persoonlijk te kennen, hoog acht en lief heb als zuster van uw zo respectabele broer, en de moed heb om u te vragen mijn vriendin te worden. Zonder trots te zijn, mag ik toch wel zeggen, dat ik dat voor de helft al verdien. Ik zal mijn uiterste best doen uw vriendschap voor 100 % te verdienen. Mag ik u de mijne, die ik u al lang heimelijk bij mezelf geschonken heb, aanbieden?  O ja, ik hoop daarop, en in deze hoop verblijf ik, mijn liefste en kostbaarste vriendin,


Uw gehoorzaamste dienares en vriendin


Constanze Weber


Geef namens mij een handkus aan uw vader!

***

Aan Leopold Mozart  in Salzburg

(Toevoeging aan een brief van Wolfgang van 25 mei 1782)

Zoëven is uw lieve zoon bij gravin Thun geroepen, zodat hij geen tijd heeft voor zijn lieve vader deze brief af te schrijven, wat hem zeer spijt.  Hij heeft me instructie gegeven u dat te laten weten, omdat het nu hier postdag is, en hij u niet zonder brief van hem wil laten zijn.  Volgende keer zal hij zijn lieve vader wel meer schrijven.  Ik vraag u dus om excuus, omdat ik u datgene schrijf wat niet zo aangenaam is als datgene wat uw zoon u geschreven zou hebben. Ik ben uw oprechte dienares en vriendin,


Constanza Weber.

Ik verzoek u  uw sympathieke dochter mijn compliment te maken.

(Wilhelmine gravin Von Thun, geboren Comtesse von Ulfeld, was een pianooleerling van Mozart. Ze was echtgenote van graaf Johann Josef von THun bij wiens vader in Linz Mozart en zijn vrouw in de herfst van 1783 logeerden op hun terugreis van Salzburg)

***

Aan Mademoiselle Margarethe Marchand in Salzburg

Wenen 19 juli 1783  1

Beste  Mademoiselle Marchand!

Het heeft me veel plezier gedaan, dat u zich mij nog kunt herinneren en de moeite wilt nemen aan mij te schrijven. Wees ervan overtuigd, dat ik me evenzeer op Salzburg verheug om het geluk te smaken mijn lieve schoonvader en mijn beste schoonzuster persoonlijk te leren kennen en hun mijn respect te betonen, als het u een plezier zal doen wanneer u gelegenheid heeft uw lieve ouders weer te zien,  en bij die gelegenheid  mijn lieve mademoiselle Marguérite te embrassieren die ik al in Mannheim en München als een heel sympathieke vrouw heb leren kennen en die sindsdien alle gelegenheid heeft gehad zich steeds meer te volmaken. Wat een genoegen zal het zijn, u weer te zien, u te kussen en uw talenten te bewonderen! Op 1 augustus zal ik dat, wanneer God het wil, kunnen doen. Ik verzoek u ondertussen om een volkomen stilzwijgen en ben

Uw meest toegewijde dienares en vriendin,

Maria Constanza Mozart

(Margarethe (geboren in 1768)  was dochter van Theobald Marchand, die sinds mei 1777 directeur van de ‘Kurfürstliche Deutsche Schaubühne’ in Mannheim was en later verbonden was aan het Hoftheater in München. Zijn zoon Heinrich Marchand (geboren 1770) was als  pianist en violist leerling van Mozart. Margarethe Marchand verbleef destijds als leerlinge van Leopold Mozart in Salzburg. In 1790 trouwde ze met kapelmeester Franz Danzi (1763-1826) .)

***


Notitie in het stamboek van Mozart  


Wat jij ooit op dit blad schreef aan je vriend (dr. Sigmund Barisani), dat schrijf ik nu met het diepste respect aan jou,  teerbeminde man, voor mij en heel Europa onvergetelijke Mozart, ook jou gaat het nu goed, nu en voor eeuwig! Om 1 uur na middernacht verliet hij op 5 december van dit jaar in zijn 36e jaar, o veel te vroeg, deze goede, maar ondankbare wereld. O God! 8 jaar hield  ons de innigste, hier op aarde onverbrekelijke band samen. O, kon ik maar spoedig voor eeuwig met je verbonden zijn!

Je diep bedroefde echtgenote


Constance Mozart née Weber


Wenen 5 december 1791


(Josef Sigmund Barisani stierf in 1787. Hij was de zoon van de aartsbisschoppelijke hofarts Silvester Barisani (1719-1810) in Salzburg)

***

Het origineel van onderstaande brief (niet door Constanze zelf geschreven) bevindt zich in het Mozarteum te Salzburg

Verzoek om ondersteuning aan keizer Leopold II in Wenen

Uwe Majesteit!


Ondergetekende had het ongeluk het onherstelbare verlies van haar  echtgenoot te moeten meemaken en met twee onmondige zonen in  omstandigheden achter te blijven die grenzen aan armoed en gebrek.


Tot haar nog groter  verdriet weet ze, dat ze bij de nog niet voltooide tien dienstjaren van haar man zaliger volgens de  nu bestaande pensioensovereenkomst niet de minste aanspraak kan maken  op enig genadegeld en dat er dus voor haar niets overblijft dan zich toe te vertrouwen aan de genade van Uwe Majesteit en de bekende liefdevolle ondersteuning van  behoeftigen van elke soort.


Om de mildheid van de allerhoogste nisschien niet onwaardig te schijnen waagt ondergetekende het erop u in alle bescheidenheid een vage indruk te geven van haar hoogst benarde situatie en de oorzaak daarvan.


Ten eerste had haar overleden echtgenoot nooit het geluk hier in Wenen een gunstige gelegenheid af te wachten die het hem zou hebben mogelijk gemaakt zijn talenten genoegzaam te laten blijken en daarom ook was hij niet in staat enig vermogen na te laten.


Ten tweede zou het voor hem heel gemakkelijk zijn geweest zijn geluk in het buitenland te beproeven en zijn familie in een welvarende toestand te brengen wanneer hij gehoor gegeven had aan de zo  talrijke aanbiedingen en niet zijn hoogste roem had gezocht in de genade om het allerhoogste hof hier te dienen.


Ten derde boden zijn nog vitale jaren en het zeer waarschijnlijke vooruitzicht de welstand van zijn verwanten door zijn unieke talent nog altijd vroeg genoeg een duurzame basis te geven in zijn verwachtingen geen enkele ruimte voor gedachten over de mogelijkheid van de tegenwoordige toestand. Zo kwam het ook, dat hij er totaal niet aan dacht om door toe te treden tot de Muzikale Weduwen- en Wezenvereniging voor zijn nakomelingen deze overigens geringe vergoeding te garanderen.


Tesnlotte wordt het beeld des te schrijnender omdat hij juist op dat ogenblik uit deze wereld werd weggerukt,  waarop zijn vooruitzichten voor de toekomst rondom positiever begonnen te worden. Immers naast het kort geleden ontvangen uitzicht op de positie van Kapelmeester aan de St. Stephansdom bereikte hem nog enkele dagen voor zijn dood van een deel van de Hongaarse adel de verzekering van een subscriptie van jaarlijks 1000 gulden en vanuit Amsterdam de aankondiging vasn een nog hoger jaarlijks bedrag, waarvoor hij maar een paar stukken hoefde te componeren, uitsluitend voor de subscribenten.


Ondergetekende waagt het nog eens om een beroep te doen op de genade van de allerhoogste en diens bekende vaderlijke bezorgdheid, vooral jegens behoeftigen van deze soort. Zij kan ìn haar kommervolle toestand er slechts enigermate  op vertrouwen, dat Uwe Majesteit haar met haar twee onmondige zonen niet zal uitsluiten van de milddadigheid van de allerhoogste.

Wenen, 11 december 1791

Konstantia Mozart geboren Weber

Weduwe van Wolfgang Amadeus Mozart zaliger, k.k. Kammer-Kompositor.


(Mozart was sedert 1787 k.k. Kammer-Kompositor met een jaarsalaris van 800 gulden.)

(Konstanze zinspeelt hier op een in werkelijk heel vaag uitzicht dat misschien in Londen werkelijkheid had kunnen worden door bemiddeling van Haydn die destijds in Engeland verbleef. Q. Reilly, destijd directeur van de Itaiaanse Opera in Londen spoorde Mozart in een brief van 26 oktober 1790 aan om van december 1790 tot juni 1791 naar Londen te komen om twee opera’ s te scrhrijven. Mozart wees het aanbod af, vermoedelijk om gezondheidsredenen)


(De keizer schonk weduwe Mozart op 13 maart 1792 een jaarlijks pensioen van 266 gulden en 40 Kreuzer, te betalen vanaf 1 januari 1792.  Het was een derde van zijn salaris.)

***

Uit de ‘Prager Neue Zeitung’ van 9 april 1794

Men is het vererenswaardige publiek van Praag, dat de naam Moart weet te eren,  een verklaring schuldig die door de twee laatste opera-aankondigingen noodzakelijk is gemaakt. De jonge Mozart (Karl) , de zoon van die onsterfelijke man, wiens hemelse harmonieën ons nog tot in lengte van dagen zullen ontroeren, zal op instigatie van excellentie baron Van Swieten, zijn edele weldoener, in vertrouwen op de geest van de Boheemse  natie, voor vorming en opvoeding naar Praag worden gezonden. Deze negenjarige jongen vol vuur en levendigheid zou overeenkomstig de wens van enige vrienden van Mozarts naam in de opera Axur openlijk op het toneel verschijnen in de rol van de offerknaap. Wat voor schadelijke werking dit op de ontwikkeling van deze jongen gehad zou hebben, kunnen slechts diegenen inzien aan wier toezicht en zorg hij is toevertrouwd.  Kinderen van grote mannen behoren in zekere zin het publiek toe en de opvoeders van de jongen hebben teveel  respect voor  hem en teveel liefde voor zijn welbevinden en  omdat deze standpunten zowel diegenen van zijn edele weldoener als van zijn moeder zijn, was men er des te minder op uit het optreden van de jongen te verhinderen. .Wanneer men in de opera-aankondigingen de zaak niet overhaast had bekend gemaakt, dan zou deze verklaring helemaal niet nodig zijn geweest maar zo zou  de aldus ingelichte lezer  volgens de laatste opera-affiche de weduwe Mozart die jegens het Prager publiiek van respect en sympathie is evervuld, kunnen beschuldigen van een eigenzinnigheid waarvan ze niets weet.

(Karl Mozart verbleef  van 1792 tot  einde 1797 in de familie van professor Franz Xaver Niemetschek (1766-1820) in Praag.) 

( Ook Niemetschek noemt Van Swieten in zijn Leven van Kapelmeester W.G. Mozart ‘een ware vriend van Mozart’. In de tweede oplage van 1808 is deze kwalificatie terecht verdwenen.) 

(Procházka vertelt in zijn boek ‘Mozart in Praag’ dat Mozarts tweede zoon Wolfgang Amadeus in zijn vijfde levensjaar begeleid door zijn moeder in Praag aankwam, waar ze begin 1796 een concert gaf. Tijdens dit concert zong de kleine ziekelijke jongen die bij iedereen om zijn zachtmoedigheid geliefd was,  de eerste aria van Papageno uit die Zauberflöte met een andere tekst daarbij. Mozart moest op een tafel worden gezet. Zijn optreden maakte een grote indruk op de toehoorders. Terwijl Constanze haar kunstreis naar Duitsland  (Dresden, Berlijn, Potsdam en Leipzig) voortzette verbleef Wolfgang Mozart eerst bij het echtpaar Duschek om een half jaar later net als zijn broer bij Franz Niemetschek als een echte zoon te worden ontvangen. Na verloop van anderhalf jaar kwam hij weer naar Wenen terug.

***

Constanzes activiteiten

Einde 1794 kondigde Constanze meermalen in de Wiener Zeitung een concert aan in het Hoftheater. De opera Titus zou worden uitgevoerd. Tenslotte werd het concert op 29 december 1794 vastgesteld en het heeft ook inderdaad op die dag plaats gevonden. In een verdere aankondiging in de Wiener Zeitung van 18 maart 1795 is sprake van een ‘volgend concert’ dat op 31 maart 1795 heeft plaatsgevonden in het Hoftheater. Er staat daar dat Titus werd herhaald omdat deze opera ‘ met ongemene bijval bij  de adventstijd van vorig jaar werd gegeven’. In dit tweede concert speelde Beethoven in de pauze een pianoconcert van Mozart.

***

Albumblad


Dresden, 21 juni 1796


Ter herinnering aan je vriendin Constanze Mozart

***

Aan Breitkopf & Härtel in Leipzig

Wenen, 27 oktober 1798


Betreffende de levensbeschrijving van mijn gestorven man weet ik niemand behalve mijn vriend Niemetschek en de necroloog. Ik verplicht me er echter toe u nieuwe bijdragen, onbekende anecdoten en ook brieven aan te leveren. Ik kan u een koperplaat met zijn beste portret dat ik heb laten maken, aanbieden voor 6 ducaten. De oorspronkelijke prijs was 20 ducaten.


(De uitgeverij had zich op 15 mei 1798 gewend tot weduwe Mozart om van haar interessante en minder bekende berichten uit zijn levensgeschiedenis te kunnen krigen voor een geplande levensbeschrijving van Mozart die zou moeten verschijnen in de ‘Leipziger Allgemeine Musikalische Zeitung’. Op 6 oktober vroeg de uitgeverij haar of er behalve  Niemetschek in Praag nog iemand anders bezig was de levensgeschiedenis van Mozart te schrijven.)


( In 1798 verscheen in Praag W.A. Mozarts Leben van Franz Niemetschek.)


(De necroloog van de hand van Friedrich Schlichtegroll verscheen in 1793 in Gotha)


***


Aan uitgeverij Breitkopf & Härtel


Wenen, 5 december 1798


Wat betreft anekdoten en andere bijdragen  voor zijn levensgeschiedenis, ik werk er samen met een vriend aan en u kunt hier zeker op rekenen. Met het portret van mijn man, dat u in de eerste band heeft opgenomen, ben ik niet helemaal tevreden.

Gustav Nottebohm, die dit uittreksel uit de briefwisseling van Konstanze met Breitkopf & Härtel in zijn Mozartiana in 1880 heeft gepubliceerd,  tekent hierbij aan : ‘Tijdens deze briefwisseling zendt weduwe Mozart herhaaldelijk Anekdoten und Charakterzüge. Op 17 november eist ze tot schrik van de heren Breitkopf het honorarium op voor de  anekdoten die verschenen waren in de Leipziger Allgemeine Zeitung, waaruit op te maken is, dat deze werkelijk op haar mededelingen gebaseerd zijn  en dat ze hun inhoud als juist heeft erkend’. Helaas zijn de oorspronkelijke handschriften verloren gegaan. Vermakelijk is een fragment uit een vleiende zakenbrief van Breitkopf & Härtel van 28 februari 1800 aan Marianne Berchttold von Sonnenburg, de zuster van Mozart : ‘ Überhaupt laten ons zeer vele eigenhandig geschreven brieven van uw groothartige en scherpzinnige broer die hij  aan verschillende van zijn vertrouwde vrienden en zelfs aan zijn echtgenote schreef en waarvan wij in het bezit gekomen zijn,  vaak met weemoedigheid betreuren dat hij in verschillkende gewichtige zaken niet gelukkig was en dat zijn ambitieuze geest met zoveel hindernissen te kampen had.  Met dankbaarheid en respect zullen we in zijn biografie datgene wat we reeds van u weten en uw bereidwilligheid om ons zowel in deze levensbeschrijving als bij de uitgave van zijn werken te ondersteunen, opnemen.  Konden we dit ook maar doen waar het zijn weduwe betreft. Maar die schijnt een tijdelijk voordeel te verkiezen boven alle respect voor het aandenken aan haar man.’ Dat zou betekenen, dat de arme weduwe Mozart als zakenvrouw zo aanmatigend is geweest zich door het rijke huis Breitkopf & Härtel voor de nagelaten Mozart-manuscripten etc. te laten betalen!

***


Aan Breitkopf & Härtel

Wenen , 25 februari 1799


Ik stuur u hierbij de zes sonates en de mars (vermoedelijk KV 408) waarom u heeft gevraagd. U heeft volkomen gelijk, dat het begin van de mars gelijkenis vertoont met die in de Idomeneo.  U zult weldra de verschillen leren kennen. Mijn man zaliger heeft hem voor mij gemaakt. Omdat ik verzuimd heb hem te laten kopiëren, stuur ik hem in het origineel. U vindt aan het einde van deze brief een lijst met liederen. Ik geloof, dat de vijf die met een * zijn aangegeven zich  in de Kinderbibliothek [van Campe]  bevinden. De contradansen die ook voor mij zijn gemaakt kunt u nu al even goed als sonates gebruiken. Maar hiervoor en ook voor de Quadrilles vraag ik acht dukaten. Wat betreft de partituur van Die Schöpfung (van Joseph Haydn) ben ik niet in staat u van dienst te zijn.Niet 100, maar nog veel minder 20 dukaten zou ik Haydn aanbieden.  U vindt hier verder drie documenten voor de biografie van mijn man.

[Verzeichnis]

1. Männer suchen stets zu naschen ... [K. 433.]


2. Gesellenweise: Die ihr einem neuen Grade ... [K. 468.]


3. Ich möchte wohl der Kaiser sein ... [K. 539.]


4. Oiseaux, si tous les ans ... [K. 307.]


5. Verdankt sey es dem Glanz der Großen ... [K. 392.]


6. Mi lagnerò tacendo ... [K. 437.]


7. Erzeugt von heißer Phantasie ... [K. 520.]


8. Ich würd auf meinem Pfad mit Thränen ... [K. 390.]


9. Am Geburtstag des Fritz [von Anhalt-Dessau]: Es war einmal, ihr Leutchen ... [K. 520.]3


10. Dans un bois solitaire ... [K. 308.]


11. Solfeggi, überschrieben: per la cara mia Consorte! Mehrere beysammen .... [K. 393.]


12. Das Traumbild: Wo bist du, Bild ... [K. 530.]


13. Se mai senti spirarti sul volto ... [verschollen!]4


[13] 14. Ridente la calma ... [K. 152.]5


15. Einsam bin ich, meine Liebe ... [K. Anhang 26.]


16. In te spero, o sposo amato ... [K. 440.]


*17. Die Alte (ein bischen aus der Nase): Zu meiner Zeit ... [K. 517.]


*18. Der Zauberer: Ihr Mädchen, flieht Damöten ja ... [K. 472.]


* Die betrogene Welt: Der reiche Thor ... [K. 474.]


* Die Verschweigung: Sobald Damötas Chloen sieht ... [K. 518.]


*19. Die kleine Spinnerin: Was spinnst Du? fragte Nachbars Fritz ... [K.531.]


20. Viele Contretänze, Quadrillen.


***

Aan Breitkopf & Härtel

(Uittreksel)

Wenen 2 maart 1799

Hier volgen de Capricci. De titel is niet van Mozart, maar waarschijnlijk van zijn vader. Vandaag stuur ik geen Charakterzüge mee. Ik hoor van Baron Van Swieten dat u een duet uit Die Schöpfung heeft ontvangen. Bij Schwarzenberg wordt  het stuk op de 19e uitgevoerd in het theater, met 181 instrumenten. U hoeft op brieven aan mij geen adres te noteren, omdat Mozarts naam bekend genoeg is.

***

Aan Breitkopf & Härtel

(Uittreksel))

Wenen, 27 maart 1799.

Wat betreft het Requiem, daarvan bezit  ik het beroemde fragment dat hij kort voor zijn dood heeft geschreven. Ik weet alleen maar van dit requiem, alle overige kan ik voor onecht verklaren.  In hoeverre het van hemzelf is – dat stuk loopt tot tegen het einde – zal ik u zeggen wanneer u het van mij ontvangt. Er is het volgende mee aan de hand. Toen hij vermoedde dat hij zou gaan sterven,  sprak hij met de heer Süssmayer, tegenwoordig k.k. kapelmeester, en vroeg hem om, wanneer hij werkelijk zou sterven zonder het af te maken, de eerste fuga zoals te doen gebruikelijk in het laatste fragment te herhalen en zei hem verder hoe hij het einde zou moeten voltooien waarvan overigens de hoofdzaak al hier en daar in stemmen was uitgeschreven. Zo is het ook gegaan.

(Franz Xaver Süssmayer (1766-1803) (Mozarts laatste amanuensis) heeft op 8 februari 1800 aan Breitkopf & Härtel de volgende verklaring afgegeven: “Ik heb te veel te danken aan de raadgevingen van deze grote man dan dat ik stilzwijgend zou kunnen toelaten, dat een werk, waarvan het grootste deel door mij is gecomponeerd, als zijn werk wordt uitgegeven, omdat ik er vast van overtuigd ben dat mijn werk die grote man onwaardig is. Mozarts compositie is zo uniek en , dat mag ik wel beweren, voor het grootste deel van de nog levendee componisten  zo onbereikbaar dat iedere navolger, vooral bij een ondergeschoven werk, nog minder gemakkelijk kan wegkomen als die raaf  die zich met pauwenveren tooide. Dat het afronden  van het Requiem, dat aanleiding was voor onze briefwisseling, aan mij werd toevertrouwd, is te verklaren uit het volgende. De weduwe Mozart kon wel bevroeden dat de nagelaten werken van haar man gezochte objecten zouden worden. De dood overviel hem toen hij aan dit Requiem werkte. Daarom werd de voltooiing van dit werk  aan verschillende meesters opgedragen. Enkelen van hen konden wegens al te grote drukte dit werk niet op zich nemen, anderen wilde hun talent niet met het talent van Mozart compromitteren. Uiteindelijk viel deze taak mij toe, omdat men wist, dat ik,  toen Mozart nog leefde, de reeds op muziek gezette stukken meermalen met hem heb doorgespeeld en gezongen en dat hij heel vaak met mij heeft gediscussieerd over de uitwerking van dit werk en mij de  methode en de basis van zijn instrumentatie heeft medegedeeld.  Ik kan alleen nog maar wensen, dat het me gelukt is tenminste zo gecomponeerd te hebben, dat kenners hier en daar nog enkele sporen van zijn onvergetelijke manier van componeren hebben kunnen waarnemen. Van het Requiem heeft Mozart van Kyrie, Dies irae, Domine Jesu Christe de vier zangstemmen en de becijferde bas helemaal voltooid, in de instrumentatie echter slechts hier en daar het motief aangegeven. In het Dies Irae  was zijn laatste vers : Qua resurget ex favilla…., en zijn manier van componeren was dezelfde als in de eerste fragmenten. Vanaf het vers Judicandus homo reus…heb ik het Dies irae geheel voltooid. Het Sanctus, Benedictus en Agnus Dei zijn helemaal door mij gecomponeerd. Ik heb me om het werk meer samenhang te geven, alleen veroorloofd de  fuga bij het vers Cum sanctis… te herhalen. Het zou me veel waard zijn wanneer ik u met deze mededeling een kleine dienst heb kunnen bewijzen.

***

Aan Breitkopf & Härtel

Wien, 25 mei 1799.

Voor zangstem en piano heb ik niets behalve het Bandl-Terzett (KV 441), de kantate “Die ihr des unermesslichen…” (KV 619( en een pendant bij het Bandl-terzett : “Caro mio Druck und Schluck…” voor vier stemmen ( mijn man en mij en twee vrienden), maar alleen in zangpartijen gezet. Dit alles zijn originele manuscripten. Van anekdoten kunt u er gaandeweg meer krijgen. Voor de levensbeschrijving zend ik u in het pakket van gisteren drie brieven  over het verblijf van mijn man in Potsdam [1789], tegelijk met de liederen, alles naar keuze. Ik heb Beethoven gevraagd voor het pendant bij het Bandl-Terzett de bas aan te vullen. Ik heb nu van Abbé Stadler vernomen dat de vioolstemmen bij Io ti lascio, cara, addio….op verzoek van Jacquin van wie de aria is, door mijn man zijn gecomponeerd.

***

Aan Breitkopf & Härtel

(uittreksel)

Wenen, 9 augustus 1799

Overigens kunt u zich er geen voorstelling van maken wat voor mooie zaken ik in mijn schat heb gevonden. Zo bevindt zich daar een werk onder,  dat ik zelf helemaal niet kende.  Stadler vond alles zo voortreffelijk, dat hij mij afried stukken afzonderlijk weg te geven. Het is een opera en melodrama, beide tegelijk [vermoedelijk Semiramis] . Zelfs de tekst is mooi.

***

Aan Breitkopf & Härtel

(Uittreksel)

Wenen, 13 augustus 1799


Ik ben bereid u alle materialen die ik voor de levensbeschrijving heb, mede te delen, zodat u ze zelf kan ordenen en redigeren.Het spijt me u te moeten melden dat u de variaties op Je suis Lindor.(KV 354) . die u niet van mij heeft, naar een kopie vol fouten heeft gezet. Ik kan ze u nu ook niet in het origineel geven evenmin als de Parijse uitgave. Vergelijk echter met de versie van Amsterdam die hoogst waarschijnlijk daarnaar is gemaakt en u zult een opvallend onderscheid constateren, in het voordeel van de laatstgenoemde. Hier volgt naast enkele anekdoten het volledige overzicht van de pianosonates en dergelijke.


***

Aan Breitkopf & Härtel

(Uittreksel)

Wenen 26 augustus 1799


Hier volgen enkele anekdoten. Het is aan u de anekdoten die oppervlakkig geschreven zijn, anders in te kleden.


***

Aan Breitkopf & Härtel

(Uittreksel)

Wenen, 28 augustus 1799


Ik stuur u hierbij tegelijk de eerste afdeling van de brieven welke degene aan wie u de biografie opdraagt, mag lezen en gebruiken. Daaruit valt heel veel op te maken omtrent zijn karakter. De reikwijdte van zijn ontwikkeling, zijn innige tederheid voor mij, zijn goedmoedigheid, zijn herstelperiodes, zijn liefde voor de rekenkunst  en de algebra (waar verschillende boeken getuigenis van afleggen), zijn humeur dat van tijd tot tijd aan dat van Shakespeare deed denken, zoals de heer Rochlitz ooit eens over zijn muzikale humeur heeft gezegd en waarvan ik u voorbeelden zal sturen) zijn daarin en in de nog volgende documenten zichtbaar. Ze zijn tevens het bewijs voor de eerbewijzen  die hem en mij vanwege zijn persoon later zijn geschonken. De weliswaar smakeloze maar toch heel geestige brieven aan zijn nichtje verdienen wel vermeld maar niet in hun geheel afgedrukt te worden. Ik hoop,dat u helemaal niets laat drukken zonder het mij vooraf te laten lezen.


***

Aan Breitkopf & Härtel

(Uittreksel)

Wenen, 29 september 1799

Ik stuur u hierbij nogmaals twee anekdoten en voorbeelden van geestige passages in Mozarts brieven, beide voor uw krant en zo niet, dan voor zijn toekomostige briografie. Zodra de gelegenheid zich voordoet zend ik u alle nog overige brieven die ik heb en die door diegene moeten worden gelezen aan wie u  de biografie opdraagt. Deze slordig, dat wil zeggen niet-bestudeerd maar goed geschreven brieven zijn zonder twijfel de beste maatstaf voor zijn manier van denken, zijn eigenaardigheden en zijn ontwikkeling. Heel karakteristiek voor hem is zijn zeldzame liefde voor mij die al zijn brieven ademen. Niet waar? Zijn niet de brieven die hij in zijn laatste levensjaren heeft geschreven even teder als degene die hij in het eerste jaar van onze verloving moet hebben geschreven? Ik verzoek daarom nadrukkelijk, dat daarvan een uitgebreide vermelding, tenminste één maal, tot zijn eer plaats vindt.  Zo zijn er heerlijk naieve passages in de brieven die misschien al een plaats in de krant verdienen.

***

Aan Breitkopf & Härtel

Wenen, 10 oktober 1799


Ik verzoek u de scherpzinnige heer Rochlitz die ik voor de toekomstige biograaf van mijn overleden man houd, de hartelijke groeten te doen. Ik zend u hierbij weer enige muziekstukken waarmee het volgende aan de hand is.

Nummer 1 is van begin tot eind door mijn man geschreven. Het bevat een ouverture, een allemande en een courante in een stijl die deels aan Handel doet denken, deels ook onmiskenbaar die van Mozart is. Een sarabande staat daar nog bij (KV 399).

Het tweede stuk staat ook geheel in het  handschrift van Mozart en men verzekert me, dat het kan doorgaan voor een voltooide fuga (misschien KV 443).

Ook het derde stuk is een voltooide fuga, maar de laatste acht maten zijn nieuw toegevoegd door iemand die zich niet bekend wil maken (Abbé Stadler). Al het overige is van Mozart zalf. (KV 401)

Nummer vier is een onvoltooide grote sonate met viool. Uit de manuscripten is duidelijk op te maken waar het handschrift van Mozart ophoudt. Volgens mij aan het einde van de derde pagina (KV 402, door Stadler voltooid)

Het vijfde stuk is een aria : Sono in amore (uit de Finta semplice KV 51, aria 23)

Als zesde onderdeel een grote hoeveelheid brieven die door de biograaf gelezen mogen worden.

(Johann Friedrich  Rochlitz (1769–1842), Schrijver  in Leipzig, van 1798 tot 1818 redacteur van de  Allgemeine Musikalische Zeitung (uitgegeven door  Breitkopf & Härtel), berucht  door zijn nog altijd niet onschadelijk gemaakte vertaling van Da Ponte’s tekst bij Mozarts Don Juan. Inderdaad had hij destijds het plan een Mozart-biografie te schrijven).

***

Aan Breitkopf & Härtel

Wenen, 18 oktober 1799

Ik wilde u het Requiem weliswaar ooit verkopen, maar dan wel nadat ik de toestemming van de anonymus daarvoor in de kranten had vernomen.  Het project van de aankondiging was al ontworpen. Ik haal het ontwerp uit bijn bureau en geef het hieronder weer:

Aangezien de edele anonymus die aan Mozart enkele maanden voor zijn dood de opdracht gaf een requiem te componeren, dat na verloop van meer dan zeven jaar nog niet officieel bekend heeft laten worden, ziet de weduwe deze handelwijze met dankbaarheid als bewijs, dat hij haar nog het eventuele voordeel van een gedrukte uitgave  heeft willen gunnen. Ondertussen houdt ze het tot meerdere zekerheid voor zich zelf en als gevolg van de emoties waarmee hij haar heeft overladen , voor haar plicht de edele man in de Weense, Hamburgse en Frankfurtse kranten op te roepen haar zijn standpunten binnen drie maanden op zijn hoogst te kennen te geven. Daarna zal ze het erop wagen het Requiem uit te geven in de reeks Verzamelde Werken van haar gestorven man.

***


Aan Breitkopf & Härtel

Wenen, 17 november 1799


Bij nr 30 (in de vijfde band van de bij Breitkopf verschenen  Oeuvres complètes) moet ik nog opmerken, dat dit Was frag ich viel…(KV 394)met M.M. ( = MS van Mozart) en M.W. ( = MS van weduwe Mozart) is aangegeven en ik me niet kan herinneren het u, al was het maar in kopie,  geleend te hebben,

Bij de geschiedenis van het Requiem hoort nog, dat baron Van Swieten,  dus een door u  terecht als kenner hooggeachte persoon,  het in 1792 hier heeft laten uitvoeren.  Ook Salieri was bij de repetities. Niemand had kritiek op het werk.


***


Aan Breitkopf & Härtel

(Uittreksel)

Wenen, 27 november 1799


Ik voeg enkele voorlopige notities met het oog op de biografie bij. U weet, dat Mozart vrijmetselaar was. Er bestaan  twee interessante brieven over muziek die door Mozart geschreven zijn aan mevrouw Von Trattnern aan wie hij zijn Phantasie (KV 475) heeft opgedragen en die zijn pianoleelringe was (de gestorven vrouw van de nu ook gestorven boekhandelaar en boekdrukker alhier). Na haar dood heeft men ze niet aan mij gegeven. Abbé Gelinek die bij vorst Kinsky woont, moet ze momenteel in bezit hebben.


In de  »Angenehme und lehrreiche Beschäftigung für Kinder in ihren Freystunden, Zweytes Bändchen, Wien, im Taubstummen-Institut, 1788« moet een lied van Mozart staan. Ik heb dit boekje niet op de kop kunnen tikken. Mozarts zuster is barones Berchtold-Sonnenburg wier man toezichthouder is in St. Gilgen in het gebied van Salzburg. Men heeft een  door Mozart eigenhandig geschreven collectie van mooie liederen die hem in handen kwamen om er muziek op te maken. Enige ervan heeft hij werkelijk getoonzet, bv. Wenn die Lieb aus deinen blauen Augen…(KV 524)

Hij heeft ook een vereniging willen oprichten onder de naam Die Grotte. Ik heb maar een fragment van een opstel daarover gevonden en het aan iemand die zelf een deel had, overhandigd  om het aan te vullen.

“Wat mij het meest plezier deed’, schreef hij ooit  over een opvoering van Die Zauberflöte, was de stille bijval’.

***


Aan Breitkopf & Härtel

Wenen, 30 november 1799


Ook zend ik u de bewuste fuga in een leesbare kopie.  U kunt haar behouden wanneer u er mij vier keizersdukaten voor betaalt.


Lijst van originelen die ik terugvraag van de   heren Breitkopf & Härtel

Een mars, verstuurd op 25 februari 1799

Een boekje verstuurd op 2 maart (verloren)

Opschrift Capricci 1799

16 liederen verstuurd op 25 maart 1799

Een pianoconcert verstuurd op 29 april 1799

Twee liederen verstuurd op 25 mei 1799

13 canons verstuurd op 8 juli (KV 617)

Caro mio verzonden 8 juli 1799

Verstuurd 8 juli 1799

Een sonate verstuurd 8 juli 1799

Ouvertüre, Allemande en Courante, verstuurd 10 oktober 1799

          Muziek  met maten van vreemde hand (M. Stadler)

Een sonate met viool, gestuurd 10 oktober 1799

Twee liederen, verstuurd 18 oktober 1799

V' amo di core [Kanon; K. 348] verstuurd 18 oktober 1799

Fantasie, verstuurd 11 november 1799

een Rondeau,  verstuurd 11 november 1799

een Gigue, verstuurd op 11 november 1799

het Requiem, verzonden 11 November 1799 (KV 626)

*** 

Aan  Breitkopf & Härtel

Wenen, 30 januari 1800


U heeft een wonder verricht door een dode ten leven te wekken. De eigenaar en opdrachtgever van het Requiem is bekend.


( Breitkopf & Härtel hadden in hun Leipziger Allegemeine Zeitung (1799) gemeld, dat het Requiem naar het manuscript van de weduwe Mozart zou worden gepubliceerd. Daardoor kwam de anonymus tevoorschijn : Franz Graaf Walsegg zu Stuppach)


***

Aan Breitkopf & Härtel

Wenen, 21 juli 1800

Ik leen u hierbij voor gebruik   bij de biografie :

  • Een opstel, grotendeels in het handschrift van mijn man, over een orde of vereniging die hij wilde oprichten, Grotta genaamd. Ik kan er geen toelichting bij geven. De Hofklarinettist alhier,  Stadler de Oudere,   die de rest geschreven heeft, zou dat wel kunnen doen, maar heeft er bedenkingen bij toe te geven, dat hij ervan weet, omdat de ordes of geheime verenigingen in zo’n kwade reuk staan.
  • Een ets uit Parijs (van J.B. Delafosse (1764), naar een aquarel van L.C. de Carmontelle)
  • De in 1797 in Praag gehouden (volledige) begrafenis pechtigheid
  • Een contract met Guardasoni.
  • Een Eccehomo met de inscriptie  Dessiné par W.A. Mozart, Linz, 13 november 1783, dedié à son épouse – waartuit men kan concluderen dat hij ook tekentalent had.

Ondertussen heb ik nu zelf het ware origineel van het Requiem van de anonymus [graaf Walsegg] ter inzage ontvangen. 

U kunt zich niet voorstellen hoe onwillig of nog eerder traag de mensen zijn om materialen voor de biografie bij te dragen.

Over de genoemde begrafenisplechtigheid schrijft Franz Niemetschek in W.A. Mozart (1798) het volgende : “In Wenen werd zijn nagedachtenis met waardigheid gevierd , maar Praag onderscheidde zich hierin door de warmste deelname. De rouw om onze lieveling was algemeen en oprecht. Eerst organiseerde de muziekdirecteur Joseph Strobach, een vriend van de overledene in zijn parochiekerk bij St. Nikolaas op 14 december 1791 een plechtige zielemis voor Mozart. Nooit was er sprake geweest van zo’n ontroerende en plechtige rouwplechtigheid. Een koor van 120 personen, gekozen uit de beste kunstenaars van Praag, die zich met weemoedig enthousiasme hadden aangemeld, zong onder leiding van Strobach het beroemde requiem van onze beroemde landgenoot Rosetti (eigenlijk Rösler) en wel met zo’n zwaarmoedige uitdrukking,  dat het op het verzamelde volk weld de diepste indruk moest maken.  Meer dan 3000 mensen uit adel en burgerij, zoveel dus als er in deze grote kerk pasten, waren daar bijeen, allen geroerd en vol weemoed over de vroege dood van de overleden kunstenaar”. 


Een tweede huldiging in Praag was een concert op 13 januari 1792. Konstanze bedoelt de derde huldiging waar ze aanwezig was, een concert op 7 februari 1794. De Prager Neue Zeitung van 1794, nr. 12, geeft de volgende indruk : “De Akademiezaal was hel verlicht. Tegen de achtergrond hiervan vlamde Mozarts naam boven het orkest op in een soort van tempel aan beide zijden waarvan twee pyramides stonden met de eveneens verlichte opschriften Dankbaarheid en Genoegen. Men koos voor deze avond de beste stukken van Mozart. Ter opening speelde men een symfonie in C (KV 425),. Toen speelde de heer Wittassek, een veelbelovende jonge Bohemer, het mooiste concert van Mozart in d (KV 466) op de fortepiano met evenveel precisie als gevoel. Daarop zong de in Bohemen zeer geliefde mevrouw Duschek het hemelse rondo van Vitellia uit de opera seria La Clemenza di Tito. Haar kwaliteiten zijn algemeen bekend. De liefde voor de grote overledene en zijn vrouw die aanwezig was, de vrouw van wie ze altijd een hartsvriendin is geweest, maakten de uitvoering nog intenser. Tot besluit speelde men  een van zijn beste symfonieën, die in D (KV 297).  De  muziek klonk voortreffelijk, hoewel het uiterst veeleisende en concerterende stukken betrof. Het Prager Orkest immers voerde de muziek uit en die was van Mozart! Men kan zich voorstellen, wanneer men op de hoogte is van de kunstcultuur van Praag in het algemeen en de liefde voor Mozarts muziek in het bijzonder, hoe vol de zaal is geweest. Mozarts weduwe en zoon (Karl) barstten in tranen uit bij de herinnering aan het verlies en de dank jegens een edele natie. Zo werd deze avond  een heerlijk feest voor gevoelige harten”.


Tenslotte vond op 15 november 1797 in het Nationale Theater ten gunste van de weduwe Mozart een academie plaats waarbij de als Praagse Philimele gevierde primadonna Antonia Campi heeft gezongen.


***

Aan Breitkopf & Härtel

Wenen, 5 november 1800


De heer Stoll, regens chori in Baden bij Wenen, heeft nog brieven van Mozart. Ik heb ze van hem teruggevraagd en hij heeft me beloofd ze terug te zullen geven. Zodra dat gebeurd is, zal ik het genoegen hebben ze u dadelijk mede te delen.

(aan Josef Stoll had Mozart zijn Ave Verum opgedragen)

***

Aan Breitkopf & Härtel

Wenen, 17 februari 1802


Ik deel u hierbij mede, dat graaf Von Deym alhier die zich tot voor enkele jaren Müller noemde en eigenhandig een kunstgalerij [eerder een wassenbeeldenkabinet, een panopticum] had vervaardigd, onmiddellijk na Mozarts dood een dodenmasker in gips van hem heeft afgenomen en verder dat de hofacteur Lange, een voortreffelijk schilder, hem groot, maar en profil heeft geschilderd, welk schilderij hij waarschijnlijk met behulp van het afgietsel van Deym tot een volmaakt schilderij en face kan maken, ook omdat hij Mozart goed heeft gekend. Beide heren zijn nog steeds actief en brieven aan hen kunnen zonder adressering worden verzonden.

***

Aan Breitkopf & Härtel in Leipzig

Wenen, 2 juni 1802


Uit een  recensie over  het Requiem in de Musikalische Zeitung kan ik aflezen welke twijfels men nog koestert over de scheiding van het aandeel van Mozart in het stuk en dat van Süssmayer. Nu ben ik in staat alles wat daarover nog onduidelijk is, op te helderen.


Dan begin ik ermee u te zeggen, dat alles tot aan het begin van het Dies irae alleen van Mozart is en dat dit handschrift  in bezit van de anonieme besteller is, zoals ik vorig jaar heb gezien. Al het overige wat Mozart zelf gecomponeerd heeft en zelf heeft opgeschreven heb ik als mijn eigendom in bezit.

Süssmayer is zo vriendelijk geweest het mij een tijd geleden onverwacht te geven. Ik had er niet eens meer aan gedacht, dat hij het nog  moest hebben.  Dit manucript gaat tot aan het einde van Confutatis.  Een groot deel van de middenstemmen en misschien nog wat meer daarin zijn n iet van Mozart. Alles wat niet van Mozart is is met potlood ingecirkeld. Een deskundige ziet het trouwens al direct. De recensent zal daarin zijn scherpzinnige opmerking bevestigd vinden dat een bepaalde plaats (ik geloof in het Tuba mirum) door Mozart niet aan fluiten maar aan trombones wordt gegeven.

Wanneer u dit exemplaar zoals gezegd  kunt gebruiken, wil ik het u graag uitlenen. Ik vraag u wel om aan de heer Traeg of iemand anders opdracht te geven het bij me af tehalen en terug te bezorgen. Dat scheelt me weer portokosten.

U zult, geloof ik,  de middelstemmen anders aantreffen dan ze in de kopie stonden, die ik u al gegeven heb. Ook moet ik zeggen, dat Süssmayer die mij kennelijk alleen maar het werk van Mozart wilde geven en zich daarmee enigszins schuldig kon wanen, mij ook het Sanctus heeft gegeven, waarin geen noot en geen woord van Mozart is. Beide punten verdienen eigenlijk nog onderzocht te worden maar ik hem hem al lang schriftelijk over het laatste punt ondervraagd en hem er verder niet over gesproken omdat ik hem maar zelden zie.

***



Adres van de hand van Nissen:

Al Signore Carlo Mozart, dal Signore Consigliere Pinali, in Piazza del duomo, Casa Alodi, No. 1025, Milano.

Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen, 5 maart 1806

Lieve Karl!

Jouw wens is en blijft ook de mijne, alleen vraag ik je, ga met verstand te werk zoals het iemand van jouw leeftijd betaamt! Ik  wist al lang, dat de muziek je niet onverschillig kon zijn of blijven. Of je daarbij zo ijverig was of zult zijn als je zou moeten zijn, weet ik niet. Dit moet je beter weten dan ik. 

Daarom vertrouw ik alles aan jouw inzicht toe en wil het je dan ook absoluut niet afraden, alleen moet je je wel telkens mijn overtuiging herinneren, namelijk, dat geen van Mozarts zonen middelmatig mag zijn om zich niet meer schande op de hals te halen dan eer te verwerven.  Wanneer je dit alles goed hebt doordacht en je je opgewassen voelt tegen dit zware beroep, dan ben ik volkomen tevreden. Wees dus ijverig, dubbel ijverig! Bovendien moet ik je zeggen dat je in je broer een sterke rivaal hebt, wat we hem natuurlijk lekker niet zeggen om hem niet trots te maken en om zijn ijver te vermeerderen. Het zou me oprecht verdrietig maken wanneer ik de ene broer boven de andere gewaardeerd zou zien. Wanneer jullie beide ijverig blijven en daardoor belangrijk zullen worden, zal mijn vreugde des te groter zijn.  Ik kan je er nu niet meer over zeggen dan ik je van kindsbeen af aan al gezegd heb. Vertel me  hoe en wanneer je uit Livorno bent weggegaan.  Want de hoofdzaak van je brief staat er net niet in. Ook ken ik de beide heren Asioli en Pinali totaal niet, de eerste zelfs niet van horen zeggen (wat hij trouwens helemaal niet hoeft te weten). Ook schrijf je me niet op welk muzikaal terrein je succes hoopt te hebben.  Dat zou ik toch wel allemaal willen weten en omdat godzijdank Milaan niet zo ver af ligt als Livorno, hoop ik op een spoedig antwoord.

Het spijt me dat ik betreffende een partituur aan Asioli je wens niet in vervulling kan laten gaan, maar ik heb er geen één in mijn bezit. Wel kan hij er mettertijd een van Wowi (= Wolfgang Xaver Mozart) krijgen die hem misschien ook wel plezier zal doen, omdat hij een zoon van Mozart is. Nogmaals,  wees ijverig en vlijtig en denk maar altijd : zoals men zich onder stopt  zo ligt men! Ik kan niets of in elk geval niet veel voor je doen, want je bent nu op een leeftijd dat ik je helemaal aan jezelf moet overlaten. Ook al wilde ik je ooit, zoals kort geleden, zoals je weet,  met een paar honderd helpen, toch is dat niet een hulp die je gelukkig kan maken of waar je op kunt bouwen.

Nissen is sinds de vier maanden dat de minister gestorven is, chargé d'affaires, en wie weet hoe lang we hier nog blijven. Sophie (Konstanzes jongste zus) die met Pasen met de heer Haibel in het huwelijk zal treden, verenigt haar wensen met die van mij. Kortom, we wensen je alles wat je je maar kunt wensen en dat je standvastig en vlijtig bent bij wat je onderneemt, want dit vak kent veel vreugde maar ook veel gedoe. Houd dit in gedachten en geloof je moeder

Constance Mozart

(Karl Mozart was van 1798 tot einde 1805 in Livorno aspirant-koopman. Later werd  hij, nadat hij een muzikale loopbaan had opgegeven, een kleine beambte in Milaan.)


(Bonifazio Asioli (1796-1832) was componist en muziektheoreticus, werkte van 1799 tot 1813 in Milaan en werd in 1801 tot kapelmeester van de vicekoning van Italië benoemd.) 

***


Enkele regels bij een brief van Nissen aan Karl Mozart


Wenen , 9 april 1806


Schrijf me toch of graaf Kauniz die gezant in Napels is geweest, nu in Milaan is en of hij naar Wenen komt. Het ga je goed!  Houd bij al je doen en laten van je moeder Mozart.

(Het gaat om  Christoph Graf v. Kaunitz (1737–1797), de oudste zoon van de bekende Oostenrijkse staatsman Vorst Kaunitz (1711-1794))

***

Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen, 11 juni 1806


Lieve Karl!


Omdat ik wist dat je zowel van Asioli als ook van  Pinali een bericht over mij zou ontvangen, wachtte ik nog even om je een brief te schrijven. Ik was erg blij met de zo goede berichten van Asioli betreffende jouw gedrag. Ga door heel ijverig te zijn en wees ervan overtuigd, dat niets me meer verdriet doet dan dat ik zelf je niet zou kunnen helpen.  Graag zou ik dag en nacht bij je aan de piano zitten om je datgene wat je zo veel jaren  lang verzuimd heb, alsnog aan te leren. Nu ben ik er druk mee bezig je zo veel muziek te sturen als ik kan. Alleen de partituren waarom je me vraagt, kan ik niet opsturen omdat ik ze zelf niet heb. De enige partituur die ik wel heb is die van het Requiem van je vader, die jij ook zult krijgen omdat ik iemand gevonden heb de hem naar Milaan wil meenemen. Daarbij zul je ook een fragment van de partituur van La Clemenza di Tito  als bijlage vinden, tot zich weer een gelegenheid voordoet om muziek op te sturen. Schrijf me wat je allemaal van je vader hebt en of je niet ook wat anders van hem kan gebruiken.

Wat betreft jouw wens in je laatste brief, namelijk dat ik je zou aanbevelen bij graaf Litta, daar kan ik natuurlijk niet op ingaan, omdat ik van die familie helemaal niemand ken en ik het ook belachelijk vind dat via andere wegen te doen, ook omdat je vriend Asioli in vriendschappelijke verhouding staat tot Markiezin Gherardini en je waarschijnlijk al voldoende door hem bent aanbevolen. Mocht je nog andere bedoelingen hebben, schrijf me dat dan. Ik zal kanalen zoeken  om je zoveel mogelijk te laten aanbevelen omdat ik het, zoals gezegd, niet zelf kan doen. Dat zou erg opdringerig overkomen en voor jou daardoor geen enkel nut hebben. Het zou nog iets anders zijn wanneer het mensen van de muziek zouden zijn, maar op deze manier werkt het niet. Kennissen van Nissen die je bij Litta zouden kunnen aanbevelen, ken ik niet en zijn broer die hier is, ken ik ook al niet. Ik ken van de bekenden van de familie Litta alleen een meneer Carpani. Wanneer een aanbeveling  van hem  je van nut kan zijn en het dus zin heeft dat je op die manier wordt aanbevolen, waarvan trouwens ook ik de noodzaak moet inzien, dan zul je zijn aanbeveling wel krijgen. Wanneer Nissen de noodzaak en het nut inziet, zal hij je door Markies Rosales laten aanbevlen. Omdat je al zulke voortreffelijke kennissen hebt, is het het beste en meest eervolle om je bij anderen door je voortreffelijke spel aan te bevelen

Je broer zal je de variaties die in druk zijn verschenen en ook het gedrukte  Kwartet toesturen. Hij heeft ook een Trio gecomponeerd dat hij graag aan je leraar Asioli zou willen opdragen, maar is bang, dat het nog maar oefenmateriaal is en dat hij daarmee bepaald geen eer zal inlaggen.

Eergisteren is onze oude Sabinde begraven. God hebbe haar ziel! Ze sprak vaak en veel over jou. Wendling is nog de oude en heeft het  bij mij en alle bekenden en verwanten veel over jou. Nanette Lange is vorige week voor het eerst als Zerlina opgetreden in Don Giovanni. Ze had redelijk veel succes, maar ik ben bang dat ze te laat op het toneel is verschenen, want ze heeft niet veel stem en op haar leeftijd krijgt men die ook niet meer.  Sophie is nog steeds Sophie Weber, maar niet lang meer, naar ik hoop. Adieu! Ik, je broer en Nissen, we kussen je allemaal van harte.

Je moeder Mozart

(Postscriptum) Vanwege je vraag in je voorlaatste briel stel ik voor liever natuurlijk te blijven, anders zouden we gevaar lopen dat onze brieven worden ingehouden. Begrijp je me?

(Het grootste deel van Mozarts manuscripten had uitgever Anton André in 1799 voor 1000 Karolini = 16000 gulden verworven.)

(Poinpeo graaf Litta (1781-1852) was historicus in Milaan)


(Giuseppe Carpani (1752-1825) was muziekjournalist in Milaan)


(Het in de brief genoemde kwartet is het opus 1 van W.X. Mozart, het pianokwartet in g , in Wenen door Steiner uitgegeven)


***

Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen, 23 augustus 1806


Lieve Karl,


Met veel genoegen heb ik je beide laatste brieven ontvangen en er uit kunnen opmaken, dat het je goed gaat en  dat je ijverig aan het werk bent. Ga daarmee door en het zal je niet berouwen. Laat nooit de moed zinken wanr alleen moed en volharding brengen ons bij ons doel. Bij de volgende gelegenheid krijg je het Rondo van Storace met pianobegeleiding (KV 505) en het papier. Ook zul je door toedoen van Nissen en een brief aan die bewuste man (graaf Litta) ontvangen, die voor jou een goede aanbeveling zal zijn. Markies Rosales schrijft namelijk met dat doel aan zijn broer omdat hij geen briefwisseling heeft met de graaf zelf. Eindelijk heb ik de mooie liederen van Asioli van Artaria gekregen. Mevrouw Fischer zong ze bij mij en ze bevielen me heel goed. Toch kan ik je er nog niet voldoende over schrijven , omdat ik wel inzie, dat ze heel anders gezongen moeten worden om het karakteristieke ervan tot uiting te laten komen. Dat lukt de eerste keer meestal niet. Aan kapelmeester Mayr zal ik schrijven, omdat ik hem persoonlijk ken, en ik zal je bij hem aanbevelen. Het papier waarom je me gevraagd heb is niet zo klein als ik wilde. Ook heb je me niet geschreven of het voor een partituur is of voor een pianostuk en of er veel haast bij is en ik het met de briefpost mee moet sturen. Voorlopig stuur ik dit maar mee. Mocht je het niet kunnen gebruiken, schrijf me dat dan. Ik zal je dan ander papier sturen. Alle bekenden en verwanten groeten en kussen je. Je broer zal je spoedig zelf antwoorden. Rosales heeft beloofd nog vandaag te schrijven.


( de in deze brief genoemde Storace is Nancy Storace (1766-1817))


( de in deze brief genoemde Mayr is Johann Simon Mayr (1763-1845), sinds 1802 kapelmeester in Bergamo, bekend door zijn talrijke opera’s)


(Karl ontving van zijn moeder per kwartaal een toelage van 40 gulden)


***

Postscriptum bij een brief van Nissen aan Karl Mozart in Milaan


Wenen  29 oktober 1806


Lieve Karl, eindelijk ben ik zo gelukkig je de partituur van Don Giovanni te kunnen sturen. Geen mens wil hem afstaan en met grote moeite kreeg ik hem van Traeg te koop en dat nog wel voor een hoge prijs.

Ik stuur je hem dus op  zoals mijn lieve Nissen het wil, als geschenk voor je leraar Asioli en ik wens hem toe, dat hij er even veel vreugde aan beleeft als ik er aan beleefd heb. Ik twijfel er niet aan, dat hij hem jou van tijd tot tijd zal uitlenen, zodat ook jij hem kunt doorstuderen en misschien ook eens kopiëren, want je kunt er veel heel veel inzicht mee winnen.

Je broer Wolfgang laat je groeten. Hij zegt dat hij nog niet voldoende zeker van zich zelf is om een van zijn partituren op te sturen omdat hij inziet, dat hij nog niet genoeg niveau heeft om eerste pogingen aan een zo groot meester als Asioli te sturen. Toch moet hem dit er niet van afhouden bij de eerste gelegenheid een van zijn beste partituren, namelijk diegene die hij voor de beste van zijn kleine werken houdt, aan jou op te sturen. Wanneer je ze dan aan de heer Asioli wilt laten zien, dan is dat aan jou.

We zijn godzijdank allemaal gezond. Alleen heeft je broer zijn voet verzwikt waardoor hij al veertien dagen mank loopt en thuis moet blijven. Sophie is bij haar man en het gaat voor zover we weten heel goed met haar. Zodra ik gelegenheid heb zal ik haar van jou laten groeten. Adieu, het ga je goed, wees ijverig en houd van je moeder.

***

Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen, 30 januari 1807

Ik  kan je maar weinig schrijven, lieve Karl, en daarom bericht ik je gelijk maar dat ik door je tante Mayer de heer Voltiggi heb kunnen opsporen en ook al het genoegen heb gehad hem te ontmoeten en hem zelf de brief van de heer Pinali kon overhandigen. Straks komt hij om de brief af te halen  en hem volgens mij in te sluiten bij zijn antwoord aan Pinali. We zijn allemaal godzijdank gezond. Ook Sophie gaat het met haar man in Hongarije heel goed. Ze zijn heel gelukkig met elkaar. Gisteren kreeg ik een brief van hen waarin ze je de hartelijke groeten doen. Hierin ook de gewone toelage voor jou.


We hebben tegenwoordig elke maandag, al sinds een paar jaar mijn gewone gezelschapsdag, veel vreemde virtuozen die hier bij me thuis mooie muziek spelen.  Degenen die zich daarbij in het bijzonder onderscheiden zijn de beide broers Pixis uit Mannheim. De oudste is als violist leerling van Viotti, de jongste speelt pianoforte, dan ook de heer Seidler uit Berlijn, een meer dan voortreffelijke violist die nu uit Parijs komt en zoals men zegt niet onderdoet voor de beroemde Rode.  Die moet je eens de kwartetten van je vader horen spelen! Wat zou ik er niet om geven, wanneer jij met ons mee kon luisteren! Het zijn allemaal heel aardige mensen.  Ze geven allemaal ook openbare concerten. Ze zijn hier al de hele winter en hoewel ze vooral hier zijn  om concerten te geven, waar zoals je weet de meeste kunstenaars op uit zijn, spelen ze toch elke maandag bij mij en inderdaad wedijveren ze met elkaar en ik geniet ervan zoals je je kunt indenken.  Iedereen wil zich laten horen en ik luister naar hen allemaal en niet zo weinig ook.  Ze laten je van harte groeten.

Je broer gaat nu naar Salieri en Hummel. Beiden koesteren veel liefde en vrienschap voor hem. Ik ben alleen bang, dat hij niet gebruik van hen maakt zoals hij zou moeten, want het is niet altijd goed wanneer men teveel hulp krijgt omdat men daar dan teveel afhankelijk van wordt.  Wanneer men dan geen hulp meer krijgt kan men zichzelf niet verder helpen en dat is mijn punt. Hij die van alle kanten hulp krijgt aangeboden, voert bijna niets uit, wanneer men hem er niet toe zou dwingen. Nu heeft hij de drie grote meesters tot zijn beschikking : Salieri, Albrechtsberger en Hummel. Wat zou ik gelukkig zijn wanneer ik één van hen aan jou kon geven! Dit soort mensen vind je in heel Italië niet.  Doe me een plezier en vraag eens in een brief, omdat je weet, dat Wowi nu drie grote meesters bij zich heeft, of hij er in slaagt nut van hen te hebben, wat alleen maar daardoor kan gebeuren wanneer hij ijverig componeert, en vraag hem hoeveel stukken hij in een jaar componeert en of hij zich ook ijverig met instrumentatie bezig houdt. Zeg hem, wat je allemaal zou doen, wanneer je zo gelukkig was hun leerling te zijn. Echt, ik zou wensen, dat jij ze met hem kon delen. Wie weet wat er nog van komt. In deze hoop verblijf ik,

Je moeder

(Constanzes oudste zuster Josepha (1758-1819) was in haar eerste huwelijk (1788) getrouwd met hofmusicus Franz de Paula Hofer (1755-1796), in haar tweede huwelijk met de zanger en acteur Friedrich Sebastian Mayer (1773-1835). Josefa zong als eerste de rol van Koningin van de Nacht in Die Zaubeflöte. )

(Friedrich Wilhelm Pixis (1786-1842) was violist en sinds 1810 leraar aan het conservatorium te Praag  .Johann Peter Pixis (1788-1874) was pianist en componist)

(Giovanni Battista Viotti (1753-1824) geldt als de ‘vader van het moderne vioolspel’)

(Jacques Pierre  Joseph Rode (1774-1830))

(Antonio Salieri (1750-1825), componist en leraar te Wenen; Johann Georg Albrechtsberger (1736-1809) was in 1794 ook leraar van Beethoven en sinds 1792 kapelmeester aan de Stefansdom in Wenen. Johann Nepomuk Hummel (1778-1837) was van 1800 tot 1811 kapelmeester bij vorst Esterhazy  in Wenen. Hij verliet Wenen in 1816 om als hofkapelmeester naar Stutgart te gaan. Van 1819 tot 1837 was hij hofkapelmeester in Weimar)

***

Aan Karl Mozart in Milaan

Postscriptum bij een brief van Nissen

Wenen 22 april 1807

Lieve Karl!


Je schrijft me, dat je me via Imperatrice Sessi enkele van je composities wilt meesturen. Toen ik hoorde, dat ze hier was gearriveerd, liet ik mensen bij haar langsgaan om ze op te vragen. Ze liet me alleen maar zeggen, dat ze niets had.  Hoe zit dat? Schrijf me er gauw over. Ik ren nu de kerk in om voor onze goede keizerin te bidden en kan je daarom niets meer zeggen.


C.M.

(Imperatrice Sessi (1784-1808) was een beroemd colotaruurzangeres)

***


Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen, 24 juli 1807

Op de 16e verjaardag van je broer.

Liefste Karl!


Met de handel in gemmen heb ik weinig van doen. Zijn het antieke of nieuw gemaakte? In het eerste geval zullen ze zeker zeer kostbaar zijn. Nieuwe zijn er hier meer dan genoeg. Nissen zegt me, dat het niet voldoende is er één op proef te sturen. Een heel pakket sturen is veel te gevaarlijk. Ik kan verder niets doen dan ze een kunsthandelaar aan te bieden, maar daarvoor moet ik hem wel voorbeelden laten zien.  Het spijt me heel erg, dat Pinali met je gebroken heeft en het zou me veel plezier doen te horen dat je daar werkelijk geen schuld aan hebt, omdat je hem veel verschuldigd bent. Dit moet je nooit vergeten en hem daarvoor altijd dankbaar blijven en met respect over hem spreken. Laat daarbij ook verdriet doorschemeren omdat je hem verloren hebt. Daarmee verdien je bij iedereen respect die ertoe doet en misschien kun je hem ermee terug winnen. Het biedt een treurige aanblik wanneer vrienden uit elkaar gaan, zeker wanneer de ene  een weldoener voor de andere was. Pinali schreef me, dat je was opgehouden met ijverig zijn, dat hij voor jou niets te betekenen had, dat je geen vriendschappelijke raad van hem wilde aannemen, dat hij totaal geen invloed meer op je had. Ik zou je daarom moeten veroordelen en je schuldig beschouwen aan laster en ondankbaarheid. Omdat Asioli me juist het tegendeel schreef, wil ik dat geloven en heel blij daarover zijn.  Koester de waardige Asioli aan wie je je hele toekomst te danken zult hebben en nog veel meer!

Afgaande op je brieven moet ik wel aannemen dat veel aan mij gerichte brieven veloren gaan. Asioli schreef me. Je zou me over Pinali’s gedrag geschreven hebben, maar ik heb niets ontvangen en het was al vaker het geval dat jij je op brieven hebt beroepen die me nooit onder ogen zijn gekomen. Ik vraag me af : waarom gebeurt  dat bij mij alleen met jouw brieven?  Breng je brieven dan zelf  op de post!  Wil je weten hoe Inez de Castro (van Peter Winter) mij bevalt? Helemaal niet,  zoveel moeite zich madame Sessi of  Mademoiselle Natorp  ook hebben getroost. Adelasia van Simon Mayr beviel me daarentegen heel goed en ik moet bekennen, dat ik lange tijd  niet zo goede muziek uit Italië heb gehoord. De Horacii zijn niet opgevoerd.  Eind deze maand stoppen de Italiaanse operahuizen allemaal en we verliezen daarom de  voortreffelijke Stessi die ik zo graag hoor. Adieu! Houd je goed en wees verstandig en ijverig! Schrijf me toch wat meer en zeg me toch eens op welk vak je je bij je muziekstudie richt. Zorg er maar voor dat ik weer eens iets van je te zien krijg. Wanneer je me bij de komende gelegenheid een mooie hoed van fijn stro, die helemaal niet zo duur is,  kunt sturen, dan zal me dat een heel groot plezier doen, maar hij moet dan wel mooi geel en fijn zijn en dat je het maar weet : in stro heb je veel kwaliteitsverschillen.  Er bestaat heel mooi geel en ook zwartgeel, maar daar houd ik niet van. Het moet goudgeel zijn. Hier kost een dergelijke hoed 20 gulden, soms ook 30. Wanneer ze in Milaan ook zo duur zijn, dan hoef ik ze niet en geef ik die wens op. Met 10 tot 12 gulden zou een hoed voor mij acceptabel zijn. Heb je helemaal niets over Natorp gehoord? Adieu!

Eeuwig je zeer liefhebbende moeder

PS  hierbij tref je ook de gebuikelijke toelage aan. 40 gulden deze keer.

PS op 11 juli heb ik, je moeder, de eerbiedwaardige Asioli op zijn laatste berief geantwoord. Je vertelt me niets meer over de goede graaf Baldasseroni. Doe hem namens Nissen en mij de groeten. Heeft hij de 40 gulden betaald die hij me nog schuldig is?

(Peter Winter (1754–1825) was leerling en goede vriend van Abbé Vogler. Mozart had hem in 1777 in Mannheim leren kennen)

***

Adress (van Nissens hand):

A Monsieur Charles Mozart, recommandée à Mr. le Professeur Asioli, Milano.

Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen, 29 oktober 1807

Lieve Karl.

Ik verheug me er met jou over, dat men nu ook in Italië leert goede muziek te waarderen  omdat het jou en je broer steeds meer zal aansporen om ijverig te zijn in dit vak. Nu weet ik geen plekje in Europa meer  waar men de werken van jullie vader niet waardeert en bestudeert. Zorg er toch voor, mijn lieve Karl, dat je daarin vorderingen maakt en schrijf me openhartig hoe het daar bij jou gaat, of je genoeg hulp hebt en je tijd niet verdoet. Ik maak me erge zorgen om je en ben altijd maar bang dat je te kort komt. Het komt steeds bij me op dat jij me enig levensteken van je moet geven. Ik weet het niet, is dit alleen maar moederlijke angst  of is het inderdaad ook zo? Schrijf me dus , zodat hij daarheen gaat, anders zou ik heel wat voor jou aan hem hebben gevraagd. Wanneer je hem ziet, moet je hem dit zeggen en van mij de groeten doen. Wanneer je hem nog niet gezien hebt, zoek hem dan op en beveel jezelf bij hem aan. Hij is een heel sympathieke persoon en zeker ook een groot componist,  door iedereen als zodanig erkend. Zoals gezegd, zoek hem gauw op en probeer bij hem in de gunst te komen. Wie weet, of hij je niet bij zich houdt. Bij hem kan je zeker heel veel leren. Wanneer hij jou wil meenemen naar Wenen, ga dan mee! Daar kun je ook nog van de goede oude Albrechtsberger gebruik maken bij wie je broer ook nog contrapunt heeft gestudeerd,  voor wie hij nog zoveel liefde en vriendelijkheid koestert dat hij bij hem mag komen wanneer hij maar wil. Wanneer hij wat heeft gecomponeerd, kijkt hij het door en zegt hem wat er fout aan is.  Deze lieve en kundige man  die je vader zo wist te waarderen, zal alles voor je doen. Denk er maar over na en zeg me je mening. Je weet, dat je op Nissen en mij  kunt rekenen

wanneer we in staat zijn voor jou iets aan je toekomstig geluk bij te dragen. Omdat het er nu met Denemarken zo treurig voor staat,  hoop ik nog enige tijd hier in Wenen te kunnen verblijven.  Kortom, ik zou er vóór mijn vertrek, dat zoals gezegd nog helemaal niet vast staat, van overtuigd willen zijn, dat je bij heel goede leermeesters verblijft van wie ik overtuigd kan zijn dat je van hen kunt profiteren. Asioli heeft eigenlijk niet de reputatie die hij voor jou zou moeten hebben en ik heb nog niets echt belangrijks van hem gehoord. Bovendien zijn de cantates die ik van hem ken echt erg onbeduidend.  Zijn liederen zijn wel mooi en daar hen je denk ik ook al van kunnen profiteren. Alleen zul je voor instrumentatie in Italië niet veel verder komen, zoals ook Salieri zegt. Je zult anderzijds op een minder starre manier liederen componeren zoals de Duitsers nu eenmaal doen, en daar heeft hij ook gelijk in. Kijk maar wat je nu van de Duitsers kunt leren nadat je vier jaar op les bent geweest bij Italianen. Nu weet je mijn mening en ik laat je de vrijheid mij te schrijven wat je wilt en wat je voor beter houdt.


Wat de strooien hoed betreft weet ik niet wat ik je moet adviseren. Ik geloof toch dat het het beste zou zijn hem op te knappen of hem met oude banden te bekleden en hem nij gelegenheid aan iemand mee te geven. Is hij erg duur? Zo nee, dan kan de stof ook niet veel kosten.


Doe namens mij de groeten aan graaf Baldazzaroni en zeg hem, dat ik zijn lieve dochter, mevrouw von Grosser, zelf heb opgezocht om haar te berichten over haar goede moeder, waar ze heel blij mee was. Het gaat heel goed met haar! Adieu! Ik kus je en blijf je liefhebbende moeder


Mozart.


Aan de binnenkant van het couvert


Wanneer je zin hebt en het voor gunstig en verstandig houdt hierheen te komen, dan moet je in elk geval niet op reis gaan zonder vooraf van mij te weten wat je hier van mij te verwachten denkt te hebben en waarin geen verandering of verbetering zou kunnen optreden. Twee zonen volgens hun eigen wensen op te voeden en daarbij aan al hun behoeften te willen voldoen, is voor mij onmogelijk zonder mezelf schade te berokkenen        en jij hebt het ondertussen al vrijwel gemaakt.


Hier is een toelage van 30 gulden bijgesloten. Meer kan ik je dit keer onmogelijk sturen. Groet Bellotto van me. Ik herinner hem mij met plezier. Bij gelegenheid zul je weer muziek krijgen. Adieu, lieve Karl!                                                                                                                                                                                                   

***

Aan  Karl Mozart in Milaan

Wenen, 23 april 1808

Lieve Karl!

Vandaag krijg je via de heer Bridi 40 gulden, zoals altijd. Meer kun je van mij niet krijgen.10 Louis is voor mij veel geld, net als voor jou. Zoveel kan ik niet aan gedragen kleding spenderen en ik zou dat ook niet doen, ook al kon ik het. Ik raad je ook af dit te doen, omdat ik wel weet hoe dat in dergelijke omstandigheden gaat.

Baron Natorp is niet zo braaf als hij me meermalen heeft verzekerd. Van de massa krijg ik net als zoveel anderen, niets. Dat weet hij heel goed. Ik zou nog veel van zijn woorden kunnen aanhalen die mij op hem deden vertrouwen, want ik heb hem mijn geld niet opgedrongen.  Hij was het die me er met bezwerende termen om vroeg. Dir zal hem overigens niet beter maken dan hij is.

Je broer is vier weken geleden  ziek geweest en is nu godzijdank weer helemaal hersteld. Hij doet je de hartelijke groeten. Is de heer Weigl nog in Milaan of is hij al op de terugreis? Hij zou mijn strohoed kunnen meenemen. Hoe gaat het met je muzikale studiën? Volgens mij gaat je hart meer uit naar de handel dan maar de muziek. Waarom krijg ik nooit een werk van je te zien, zoals je me toch beloofd hebt? Vandaag verhuis ik naar Rennweg no 4019 omdat de huurprijzen in de stad te hoog zijn en de buurten niet aantrekkelijk.

Je laatste brief heeft me niet veel vreugde bezorgd, omdat er niets hartelijks in stond. Het is bij een zo koude, lege brief zonde van de portokosten. Adieu! Het ga je goed! Schrijf me met meer hart voor de zaak en ook vaker, anders geloof ik niet, dat je zo braaf bent als je zou moeten zijn.

***

Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen, 14 september 1808

Lieve Karl!

Hoe kon je op brieven van mij wachten, terwijl je me door je belofte mij en Wowi spoedig te schrijven in de situatie brengt, dat wij op brieven van jou wachten?  Had je er niet meer aan gedacht? Ik verbaasde me er niet weinig over, geen brief van je te krijgen. Direct na zijn aankomst was ik bij Weigl om naar jou te informeren en hij zei me, wat ik al vermoedde, namelijk, dat je heel ijverig, maar ook heel moeizaam met muziek bezig bent en hij deelt mijn mening, dat je nu zeker naar Wenen moet komen en dat hij jou daarover nog zal schrijven. Of hij dat ook gedaan heeft, weet ik niet. Ik hoop dat van jou te weten te komen.  Ook zei hij me dat hij jou een positie in het theater zou bezorgen.  Dat is volgens mij altijd een goede uitgangspositie. Aan leerlingen kan het je hier ook niet ontbreken voor het geval de gage te gering zou zijn.  Het kostbaarste daarbij zou Albrechtsberger zijn van wie je nog volledig profijt kunt trekken zolang God hem laat leven.  Wees zuinig op dit geluk! Zeg me eerlijk waarom je zo aarzelt. Heb je andere kansen of ben je verliefd? Kort en goed, : zeg me de oorzaak. Hoe langer je wegblijft , des te minder hoop heb je dan bij mij hier thuis te zijn. Hoe langer je de zaken voor je uitschuift,  des te eerder komt de tijd dat ik hier weg moet. Wat zou je er niet bij gewonnen hebben wanneer je een jaar geleden al, toen ik je zo’ hartelijke brief schreef,  gekomen zou zijn. Je broer heeft een engagement naar Polen en vertrekt vermoedelijk over drie of vier weken. Hij krijgt 1000  gulden, kost en inwoning, hout en licht, en dat alleen maar daardoor omdat hij bij Albrechtsberger heeft gestudeerd. Aanstellingen dus; aan zulke kansen zou het jou zeker ook niet ontbreken.  Kortom, doe wat je wilt, maar schrijf me er zeker over. Men  zou denken, dat het je heel goed ging omdat je van mijn moederlijke suggestie geen gebruik maakt en omdat je me nooit bedankt voor het geld dat ik je stuur, wat niet zo gemakkelijk is bij de huidige prijsstijgingen. Ik vergeef het je, wanneer  je erop kunt rekenen dat het je altijd zo goed gaat. Ik vaag je alleen, voor het geval je een profijtelijk huwelijk zult sluiten, dat je nooit gaat steunen op je vrouw. Je moet altijd proberen zelf je brood te verdienen en niet aan de welwillendheid van een vrouw overgeleverd te zijn. Ik geloof dat geen man van eer dat zou kunnen verdragen zonder daarbij heel ongelukkig te zijn. Ik hoop, dat je me begrijpt.  Het is heel moeilijk je in een brief zo duidelijk uit te drukken als ik zou wensen. In elk geval kan ik het niet.

Ja, Nissen heeft een heel mooie ring gekregen en dankt je voor je medewerking. Hij is bijna 2000 gulden waard en zoals gezegd erg mooi.

Vandaag is de heer Piastrini hier bij ons geweest  nadat hij twee dagen geleden in Wenen aankwam. Hij heeft heel mooie spullen. Ik wilde dat ik één ervan zou bezitten, maar ze schijnen niet voor mij gemaakt te zijn en daar berust ik dan ook in.

Vandaag breng  ik het bewuste geld naar Bridi en stuur ik je zoals altijd de wissel. Mocht je er geen  gebruik van maken, stuur hem dan maar weer terug. Ik kan het geld goed gebuiken. Het ga je goed. Schrijf me vaker en negeer mijn goede raad niet. Wees ervan overtuigd, dat niemand het zo goed met je meent als je moeder.

Constanza

PS Wij zijn godzijdank helemaal gezond! Van de heer Piastrini hoorde ik vandaag, dat je bij een zangeres logeert. Karl, Karl, neem je in acht!


 (W.X. Mozart was van 1808 tot 1811 muziekleraar bij de familie van graaf Bavorowski in Pdkamie bij Lemberg. Vanaf 1811 was hij in dezelfde positie in het huis van kamerheer Janiszewski in Lemberg)

***

Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen , 26…..1808


Lieve Karl!


Om niets te vergeten, wil ik direct bij je vragen beginnen en die beantwoorden.

De opera’s van je vader zijn, afgezien van Don Giovanni,  nog niet bij Breitkopf uitgegeven, dus zijn ze ook nog niet in de handel. Deense handschoenen zijn hier nooit te koop geweest en ik wilde er voor mezelf een paar laten komen met de koerier die Nissen naar Kopenhagen stuurt, alleen hebben die gierige Britten ze allemaal opgekocht en meegenomen. Er is dus geen handschoen meer verkrijgbaar! Wegens de sjaal hoop ik niet dat de hoed zo duur is dat ik hem alleen maar daarmee kan betalen, want deze hier zijn erg duur en toch niet  mooi. We waren op de hoogte van de dood van de grote B. en  waren er diep van onder de indruk. Wat Jakob Haibel betreft, kan ik je zeggen, dat hij in Hongarije met je tante Sophie is getrouwd en een aanstelling heeft waarvan hij heel goed kan rondkomen. Ik schrijf je nu liever niet meer. Misschien mondeling meer. Heb je de opdracht van Nissen aan Natorp doorgegeven?

Dan dankt je….

***


Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen, 7 december 1808

Lieve Karl!

Hoe onaangenaam het ook voor me was je tegenargumenten te horen, toch kan ik je niet helemaal ongelijk geven. Juist nu zou ik willen dat je naar Wenen kwam,  omdat je broer hier nu niet meer is en Albrechtsberger en Salieri nog in leven zijn. Wees ervan overtuigd dat ik ook voor jou nadenk en je eigenlijk in het gezelschap van je broer zou willen hebben die nog te jong is om alles eerlijk te kunnen beoordelen, wat tot verstoring van de harmonie zou knnen leiden. Overigens zou je hier niet als meester komen en je dus hierin weten te gedragen. Kortom, ik kan je niet meer zeggen dan ik er al over gezegd heb en ik kan niet anders dan nogmaals voor jou ter herhalen dat ik geloof dat het aan je geluk zal bijdragen wanneer je hierheen komt.

Wat Asioli betreft heb je absoluut ongelijk. Dat hij is aangesteld is nog geen bewijs van zijn geschiktheid. We hebben verschillende bewijzen, dat er mannen zijn  aangsteld die dat niet verdiend hebben. Volgens mij ben je nog niet zo ver gevorderd, dat je hem zou kunnen beoordelen. Ik echter concludeer het niet alleen uit zijn onbeduidende partituren, maar ook uit uitspraken van mannen die oordelen kunnen en bij wie geen broodnijd heerst, en zelfs van Italianen en ik ben volkomen van het tegendeel overtuigd. Kort en goed, je bent nu op een leeftijd waarop je niet nog eens tien of twintig jaar kunt proberen. In hoogstens een paar jaar moet je toekomst vast staan. Dat kan alleen maar wanneer je nog een paar jaar hier in Wenen studeert. Bevalt het je dan niet,dan kan niemand je ervan weerhouden weer naar Italië terug te gaan en daar succes te hebben waar je liever bent. Alle mensen zijn mijn mening toegedaan.

Wie is die Franse vriend van jou die zoveel goeds voor je doet? Hoe heet hij? Zeg me dat in de volgende brief en zorg ervoor dat hij je  reisgeld voor Wenen geeft!  Je broer is hier op 22 oktober vertrokken. Ik heb brieven van hem uit Brünn, Krakau en de laatste van Lemberg. Uit Podkamie heb ik nog geen bericht. Dat komt misschien omdat het vijf mijl ter zijde ligt waar de post slechts incidenteel komt. Ik weet dus nog niet hoe hij bij zijn nieuwe heer is ontvangen. Tot dan toe ging het goed met hem en hij is godzijdank gelukkig en gezond daar in Lemberg aangekomen.

De beide Ialianen zijn niet terug gekomen, een teken dat het goed met hen gaat.

Groet de heer en mevrouw Von Patuzzi van mij en zeg hun,  dat het niet mijn schuld is, dat we elkaar naderhand niet vaker hebben gezien, dat ik wel honderd keer naar hen toe had willen komen maar steeds verhinderd was, zoals dat nu eenmaal in Wenen gaat.  Komen zij niet meer naar Wenen? Wat doen hun kinderen? Hoe veel hebben ze er? Leeft Gogo en haar mooie Karl nog? Kus ze allemaal namens mij!  Het ga je goed. Schrijf me dadelijk. Daarvoor blijft altijd wel een kwartiertje over en wat men gelijk doet, is gedaan. Ik zal Sophie aan wie ik vandaag schrijf, namens jou de groeten doen. Ik sluit af met de wens dat je me zult volgen en zo blijf ik jouw altijd tedere moeder

Constance

***

Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen, 28 februari 1809

Lieve Karl

Je brief van 17 januari heb ik godzijdank in goede gezondheid ontvangen. Ik vind alles prima wat je doet als het maar goed met je gaat. Dit is mijn enige wens. Ook daarom heb ik je mijn welgemeeende moederlijke mening medegedeeld en om geen enkele andere reden zoals je wel van mij zult willen aannemen. Omdat we helaas in een zo kritiek tijdsgewricht leven waar ieder ogenblik iets verandert, geef ik je liever geen enkel advies en laat het helemaal aan jou over, wat je wilt doen. Met Wowi gaat het goed : hij is erg tevreden met waar hij nu is. Hij schreef me, dat hij je zal schrijven en ik hoop, dat hij dat ook heeft gedaan. Met de vorige post schreef Nissen aan je en stuurde als gewoonlijk een postwissel die je misschien bij de ontvangst van mijn brief al in handen zult hebben. Op de 16e van deze maand, mijn naamdag, die je al lang vergeten bent, is Nissen benoemd tot Ridder in de Danebrok-orde. Je hebt dus aan zijn adres des te meer te schrijven en hem te feliciteren  met datgene  wat hij al zo lang verdiende te zijn.

Schrijf me vlug en zeg me toch wie die mensen zijn die zoveel goeds voor je gedaan hebben. In een vorige brief spreek je me van iemand over wie je me in het verleden al geschreven zou hebben. Noch Nissen noch ik echter kunnen ons die persoon herinneren en hierover zeg je dan weer : de dame over wie ik jullie heb verteld, is gestorven. Dit alles is voor mij in volkomen duisternis gehuld en daarom vraag ik je mij opheldering te geven.  Patuzzi was altijd een miserabel iemand en is er zeker zelf schuld aan dat het met zijn vrouw steeds slechter gaat, zoals jij en ik geloven. Dat Imperatrice dood is, wist ik al en ik was er door van streek, omdat het doodzonde is van haar talent dat mij zoveel genoegen verschafte, alleen moest het er wel van komen, omdat ze zich teveel inspande, en ik zei vaak genoeg  dat ze ooit op het toneel zou sterven. Haar zuster Marianne zal hetzelfde lot treffen.

Het ga je goed, wees ijverig en wees ervan overtuigde, dat je daardoor gelukkig kunt worden.

Je Moeder Contstance

PS Kan ik dan ook dit jaar mijn hoed niet krijgen? Allen die je kennen, laten je groeten, in het bijzonder tante Sophie die met haar man heel gelukkig in Hongarije leeft.  Ook mijn mooie, witte ami, die ik sinds de dag van je vertrek bij me heb en die zo aanhankelijk is dat hij diegene die me kwaad zou willen doen, in duizend stukken zou willen scheuren, zou je de groeten doen, als hij kon spreken. Het arme dier kan zich in Wowi’s vertrek helemaal niet vinden.  Wanneer ik tegen hem zeg “Waar is Wowi?” dan zoekt hij door het hele huis. Toch heeft Wowi hem helemaal niet goed behandeld, integendeel hij heeft zich tegenover de hond als een vlegel gedragen.


(Maria Anna Natorp-Sessi leefde van 1770 tot 1847)


***

Aan Karl Mozart in Milaan

Preßburg, 29 juli 1809 

Mijn lieve Karl!


Er zijn nu vijf dagen verstreken dat mijn brief aan jou over Wenen verstuurd is, waarin je het antwoord op je brief van 29 mei zult ontvangen. Daarin kun je lezen, dat wij godzijdank gezond en wel zijn en wat we tot nu toe alles standvastig hebben uitgehouden. Het spijt me inderdaad dat ik nog niet in Wenen terug ben om de persoon zelf te kunnen spreken die me je brief zal overhandigen.  Toch hoop ik nog, zo gelukkig te zijn, hem daar nog te treffen, wanneer  datgene wat nu verteld wordt, namelijk dat we vrede krijgen, waarheid blijkt te zijn. Mijn lieve man heeft ook daarom ons logies in Pressburg opgezegd, omdat we dan dadelijk naar Wenen kunnen terugkeren.  God geve, dat dat spoedig kan gebeuren. Van je broer heb ik, zoals ik in mijn vorige brief ook al schreef,  nog geen ander bericht ontvangen dan  dit van 30 april.

Hoe ben je zo zwaar ziek geworden?  Ik heb erg met je te doen en hoop je te kunnen helpen. Ga bij je zelf goed na wat er de oorzaak van kan zijn en spreek er met een goede arts over. Neem ook vaak een bad, omdat het jaargetijde nog goed is.  Hier zal ik je het beloofde lied van je broer overschrijven. Het is helemaal niet slecht. Wanneer je hem schrijft, spoor hem dan steeds aan ijverig te zijn. Sinds hij in Polen is, heeft hij drie sonates voor fluit en piano gecomponeerd en daarmee ben ik niet tevreden. Het is veel te weinig voor een  jongen die moet oefenen en respect moet verdienen voor zichzelf en zijn vader.  Met het lied moet hij tevreden zijn omdat hij het me stuurt.

Het ga je goed! Zorg ervoor , dat je gezondheid terugkeert en houd van diegene die onveranderd is en steeds zal zijn

Je Moeder

C.N.

Hartelijke groeten van je vader!

Zoals je boven kunt zien, schreef ik deze brief nog in Pressburg en stuurde hem naar de heer Von Pilgeram die tijdens onze afwezighid  Nissens zaken overnam en ons alle brieven doorstuurde.  De persoon aan wie jij de brief aan mij had meegegeven, kwam niet meer terug naar hem of mij hoezeer mijn goede Nissen zich ook moeite getroostte om hem op het spoor te komen. Ik zou hem graag gezien en gesproken hebben en ik hoopte er ook op, aangezien hij het Pilgeram zo uitdrukkelijk beloofd had. Nu duurt het echter te lang en geef ik de hoop op.  Sinds 13 augustus zijn we weer in Wenen, maar verblijven vanwege de onrustige tijden niet meer in de voorstad, maar in de stad, en omdat we niet kunnen weten hoe lang we hier nog blijven, heb ik al mijn muziek in een omslag bijeen gepakt en die onder jouw adres aan onze  vriend Bridi gegeven, die  alles bij de eerste gelegenheid aan jou wil opsturen. Je zult er bij ontvangst erg blij mee zijn, want het is een ware schat waarvan ik maar moeilijk afscheid kan nemen en ik zou het ook niet gedaan hebben, wanneer niet mijn man mij beloofde alles voor mij naar Kopenhagen te laten vervoeren. Ook alle fuga’s van Bach en Handel heb ik er voor je bij gedaan. Daar kun je nog veel uit leren.

Het ga je goed! Laat me gauw horen, dat het met je gezondheid beter gaat. Volg mijn raad op, namelijk dat je aan je vader een hartelijke brief schrijft.

Iets nieuws kan en mag ik je niet schrijven. Je weet wel waarom.  Dit kan ik je wel zeggen, dat het hier onbeschrijfelijk duur is. Waar ik anders een gulden uitgaf, zijn het er nu vijf of zes. Ga maar na: een bundel hout en dan niet eens van het beste  kost nu 80 tot 90 gulden, boter kost 2 fl 36 kr, kaarsen kostten vroeger 16 kr, nu 1 fl 15 kr., een pond was  doet 4 fl, 30 kr, inferieur vlees 27 kr, kalfsvlees 1 fl,  een magere gans 6 fl, een brood vroeger 3 kr nu 12 kr.  Een ei 6 kr, vis vroeger 10 kr, nu 1 fl 24 kr en nog wel meer, koffie 7 fl 30 kr, suiker 5 of 6 fl. Zo zijn de tijden veranderd. Er valt nauwelijks meer te leven en ik moet toegeven, dat ik er nog nooit zo naar heb verlangd  van hier weg te komen als nu. We hebben vier kamers onder de Tuchlauben  op de tweede verdieping en moeten daar 200 gulden per maand voor betalen.  Het gaat alle verstand te boven hoe we tegenwoordig moeten loven en bieden. Ik ga vol zorgen naar bed en sta vol zorgen op, omdat ik niet weet wat ik moet kopen om te eten. Sinds we uit Hongarije hier zijn, hebben we niets anders dan soep, vlees en een toetje. Van gebraden vlees kunnen we alleen maar dromen.

Van je broer heb ik nog geen bericht. Ik heb hem vandaag geschreven omdat de heer Von Ott, de Russische staatsraad die je je nog wel zult herinneren, me beloofde de brief per koerier te bezorgen.  In die brief zal Nissen hem mijn adres sturen waardoor hij via een omweg aan mij kan schrijven. Zo hoop ik dan weer een brief van hem te krijgen. Houd van je moeder!

Wenen, 21 september 1809


Dat Albrechtsberger en Haydn dood zijn, zul je wel weten, maar dat de goede Nanette Meiller vier weken geleden begraven is, wist je niet. Ja, de arme vrouw laat een ontroostbare moeder en zuster achter.


In de kist of in het omslag dat ik je stuur, zul je nog verschillende zaken vinden die je plezier zullen doen, onder andere het stamboek van je vader en ik geloof ook dat van mij.  Ik heb je nooit geschreven, dat ik nog altijd het glas wat je me bij je vertrek hebt geschonken, dagelijks gebruik, zelfs twee maal per dag , en eenmaal ’s avonds wanneer ik naar bed ga. Dan wordt het met water op mijn nachtkastje gezet zodat ik ’s morgens mijn mond kan schoonmaken. Dan wordt het gelijk schoongeveegd en weer weggenomen. Dat doe ik meestal zelf.  Je kunt je gemakkelijk indenken dat het gauw verdwenen zou zijn wanneer ik het had overgelaten aan de dienstbode.  Het is dus nog zoals het was en ik heb er steeds meer plezier van. Het is jammer dat ik het op mijn grote reis niet zal kunnen meenemen. Ik had het graag in de kist meegepakt, omdat ik het niemand anders gun.  Ik ben alleen bang dat het in de kist kapot zou gaan en dat zou toch jammer zijn. Als het mogelijk is, neem ik het toch mee, alleen zal het wel zwaar zijn terwijl we ons voorgenomen hebben zo licht als mogelijk te reizen. We hebben geleerd in te zien hoe lastig het is veel bij je te hebben, omdat men gevaar loopt bestolen te worden.

Adieu!

***

Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen, 11 oktober 1809

Lieve Karl!

Afgelopen week heeft onze vriend Bridi de kist met musikaliën waarover ik je in mijn laatste brief heb geschreven, op de post gedaan. De transportkosten bedroegen vijf gouden dukaten. Ik verzoek je me die zo spoedig mogelijk te vergoeden. Het is tegenwoordig allemaal zo duur, dat het voor mij niet mogelijk is, je het bedrag te schenken, hoe graag ik dat ook zou willen. Je krjgt een grote schat aan muziek en zult graag op mijn verzoek in gaan.  De heer Rey die me je brief bracht, toen ik niet hier was, is eenmaal bij me geweest. We spraken veel over je en ik ben erg blij hem terug te zien zoals hij beloofd heeft. Hij zei me dat hij je heel goed kent en het lijkt me toe dat hij gelijk heeft. Ook beloofde hij me om, voor het geval hij weer vertrok, een brief voor jou mee te nemen.

Vandaag spreekt men over niets anders dan vrede. God geve, dat het werkelijkheid wordt, want zo is het niet meer uit te houden.Van je broer heb ik nog geen bericht. Ik hoop, d at het hem goed gaat, want met zijn flair komt hij de wereld door. Over hem zal ik nooit bezorgd hoeven zijn.

Nu weet ik niets meer te schrijven dan dat we godzijdank gezond en wel zijn en we hetzelfde voor jou hopen. Van de goede Sophie heb ik helaas bericht gekregen, dat ze beide, hij en zij, ziek zijn en God weet, wanneer ik weer een bericht van hem krijg, omdat er nu geen post naar Hongarije gaat en men  mijn brief aan haar gisteren niet aannam. Zo krijg ik ook geen brief van haar en blijf ik over hen in het onzekere.

Het ga je goed! Schrijf spoedig aan je liefhebbende

Moeder Nissen

(PS van Nissen) Doe de groeten aan de heren Asioli en Pinali. Ik hoop, dat je het met laatsteenoemde weer goed hebt kunnen maken. Met alle mensen moet men op goede voet staan, maar niet ten koste van rechtschapenheid of eer. Men kan niet weten of men die mensen nog eens nodig heeft en de combinaties in het menselijke leven zijn even talrijk als gevarieerd.

Eergisteren werd in het theater van het slot Schönbrunn voor Zijne Majesteit de Franse keizer Don Giovanni in het Duits opgevoerd.

Het ga je goed!

Ik ben je liefhebbende vader


Nissen


***

Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen, 16 oktober 1809


Lieve Karl!

Vijf dagen geleden geleden schreef ik je dat onze vriend Bridi  de kist met muzikaliën heeft weggestuurd. Nu hoop ik, dat je bij ontvangst van deze brief, die je via de heer Rey ontvangt, alles al ontvangen hebt. Ik twijfel er niet aan dat je er veel genoegen aan zult beleven. Ik kon er maar moeilijk afstand van doen en zou de stukken duur kunnen verkopen wanneer ik ze aan iemand anders dan jou had gegund.

Dr Lichtenthal is zo vriendelijk je bij deze gelegenheid de cantate van Cannabich te sturen. Zoals je zult zien is die gemaakt met het oog op Mozarts dood. Hij wordt elk jaar op zijn sterfdag in München te zijner ere uitgevoerd. Het stuk beviel me heel goed, toen ik het daar hoorde. Misschien kun jij de cantate ook eens daarvoor gebruiken, hoewel ze niet Italiaans is.

Het doet me veel plezier, dat ik kennis gemaakt heb met de heer Rey, omdat hij je naar zijn zeggen heel goed kent en we daarom ook veel over je spraken.

Dat het godzijdank vrede is hoef ik je niet te zeggen, want je zult het al lang te weten gekomen zijn.  Moge God die vrede nog lang bewaren! Nu zal ik ook niet lang meer in Wenen blijven en ik  moet bekennen, dat ik nu heel graag van hier weg zou gaan omdat niets me hier nog genoegen doet.

Ik zou heel boos op je moeten zijn omdat je zo zelden schrijft. Sinds Pressburg of beter gezegd sinds mei of zelfs april heb ik geen brief meer van je ontvangen. Ondertussen heb je er vier of vijf van mij gekregen. Ik kan gewoonweg niet begrijpen waarom je zo ongeïnteresseerd doet tegenover je lieve moeder. Ooit zul je haar graag nog eens schrijven, wanneer je nog zou kunnen! Heb je mijn brief vanuit Pressburg ontvangen waarin ik je onze doorgemaakte angsten schilderde?  En waarom heb ik daar geen antwoord op gekregen?  Genoeg daarover! Beter je en houd van je

Moeder C. Nissen

(De genoemde cantate is : Mozarts Gedächtnis Feyer. Aan zijn ziel gewijd door zijn vereerder Carl Cannabich. München 1797).

***

Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen, 1 december 1809

Ik ben erg blij, dat de kist nu in jouw handen is, omdat ik ervan overtuigd ben dat jij, lieve Karl, er heel veel plezier aan zult beleven. En nu de beantwoording van je brief!

Geen brief die je zelf op de post doet, raakt kwijt, ook al staat ons huisadres er niet op omdat ten eerste je vader en ik hier alom bekend zijn, en je vader zelf de brieven afgeeft en alle brieven die aankomen, zelf afhaalt, en hij zich wat dit betreft nooit heeft verlaten op bedienden  of goede vrienden of dat zal doen.  Je kunt er dan ook zonder meer van verzekerd zijn dat we alle brieven die jij op de post doet zeker  hier ook ontvangen. Warrom ik echter zelden over jouw brieven tevreden ben, zal ik je zeggen.  Ten eerste omdat je zo zelden uitvoerige brieven schrijft. Zo zeg je me bijvoorbeeld in je voorlaatste brief, dat je (ik weet niet hoe lang) in Rome was, maar je zegt me niet waarom. Ten tweede ga je nooit in op de hoofdzaak van mijn brief. Dat kan komen doordat je mijn brief niet bij de hand hebt, wanneer je me antwoordt. Dit zijn grote fouten die daardoor ontstaan omdat je de brief niet nog eens bij de beantwoording door leest. Daardoor heb je er ook niet aan gedacht me te antwoorden over de portokosten van de kist die vijf gulden in goud bedroegen en die ik je in de dure tijden van tegenwoordig bij al mijn andere cadeaus niet kan schenken.

Nu vraag ik je of je de brief uit Pressburg waarin ik je beschreven heb wat zich allemaal in deze stad heeft voorgedaan, en een eerdere brief niet ontvangen hebt. Het zou me erg spijten wanneer die verloren gegaan zijn want ik kan ze niet nog eens schrijven.

Ik ben er erg verheugd over,  dat je goede vooruitzichten hebt op een aanstelling, te meer omdat je daardoor in staat zult zijn daarnaast rustig en zonder zorgen je muzikale studie voort te zetten. Je vraagt me, of ik geen plannen heb om eens naar Italië te komen? Helaas neen. Ja, wanneer mijn zoon Karl zo rijk zou zijn, deze reis voor mij te betalen (misschien ook niet volledig) dan zou het wel eens kunnen gebeuren dat ik met een omweg deze reis maak voordat ik naar Denemarken ga.  Een groter genoegen zou ik in deze wereld niet kunnen vinden en het zou me weinig moeite kosten je vader er toe te overreden die zonder meer aan mijn wensen probeert tegemoet te komen.  Alleen is het nu te duur om te reizen en daarom heb ik niet de moed  het hem voor te stellen.

We hebben bericht over je broer. Het gaat hem goed en hij is gezond. Eigenlijk wil ik dat hij eens naar Italië gaat en wanneer het gegaan was zoals ik wilde, was hij daar al.  Maar waarvan te leven?  Deze omstandigheid  deed me erin berusten. Waar hij is, komt hij in de muziek niets verder. Alleen oefenen en een klein kapitaal verzamelen waardoor hij in staat is te kunnen reizen, meer kan hij niet en omdat hij nog zo jong is komt het niet op een paar jaar aan wanneer hij maar ijverig is.

Heeft Jagemann veel over ons verteld?  Heeft  hij niets gezegd over de maskerade die bij mij gehouden is op Nissens verjaardag? Zo werd Nissen verrast met Der Schauspieldirector van je vader waar je broer een aria bij componeerde die haar doel zeker niet miste en die ik voor het beste houd wat hij gecomponeerd heeft.

Mademoiselle Heser heeft een mooie stem, maar toen ze hier was had ze zich nog niet voldoende ontwikkeld. Ik hoop wel, dat ze ooit eens als een grote zangeres terug zal komen als ze maar het overbodige krijsen in Italië vergeet.

Nissen en dr Lichtenthal zullen je zelf antwoorden en zo denk ik je brief uitvoerig  beant woord te hebben. 

Op 27 november hadden wij Weners weer het grote geluk onze geliefde monarch, de goede keizer, binnen onze muren te ontvangen. Met grote vreugde en vivat-kreten werd hij ontvangen terwijl de stad en de voorstad drie dagen lang verlicht waren. Ook in Pressburg werd hij luisterrijk ontvangen waar men te zijner ere La Clemenza di Tito opvoerde en ook de hele stad verlicht was. God geve, dat ook hij ooit gelukkig zal worden! Dit is de wens van je moeder

Constance Nissen

Het ga je goed en schrijf gauw!


Nog iets :  Jagemann heeft Nissen ook geschilderd en men zegt dat het sprekend lijkt alleen is het nog niet afgewerkt en het zou me een plezier doen van jou te horen, dat hij spoedig terug komt.  Heeft hij je niets daarover verteld?


***

Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen, 17 januari 1810


Lieve Karl!

Mijn antwoord op je brief van 30 december begint er mee, je te zeggen, dat het me veel verdriet doet dat je nog altijd aan tand- en oorpijn lijdt. Ik heb daar de verschrikkelijkste voorstelling bij hoewel ik er godzijdank nooit aan geleden heb.  Zijn er geen geneesmiddelen voor? Wanneer je bij me was,  zou je zeker al geholpen zijn, want ik geloof dat huismiddeltjes hierbij vaak het beste werken. Je moet het bij een hevige verkoudheid hebben opgelopen. Ik zal er eens met dr. Martini over spreken en je daarvan verslag doen. En nu de beantwoording van je brief!

Je lieve vader heeft al overeenkomstig jouw wens aan de bewuste persoon geschreven, waarvan ik hier voor jou een kopie toevoeg die je na lezing direct moet verscheuren. Ik sluit hem alleen bij, omdat ik weet, hoe aangenaam het voor iemand is te weten wat er over hem wordt gezegd.

De kopie van de fragmenten in partituur van La Clemenza di Tito krijg je met de komende postwagen samen met de introductie van Winter  waar men heel enthoussiast over was maar die ik helemaal niet ken. Die is trouwens alleen met Duitse tekst.Jij wilt wel voor de vertaling ervan zorgen.  De kopieerkosten komen op rond de 25 gulden die jij me moet betalen.  Wat de prijzen van piano’s betreft, moet ik je zeggen, dat die tegenwoordig dermate hoog staan, dat ik me niet kan voorstellen, dat je zelf een piano kunt kopen.  De laatste die ik in commissie van Stein kocht en die ik onder de beste instrumenten reken, kostte 800 gulden. Nu zijn ze echter vanwege de ongunstige koers meer dan de helft in prijs gestegen. Bij de volgende post krijg je de prijslijst wel. Ik wil je nu wel het offer brengen om je, wanneer dat te doen is, de piano van je vader te sturen. Het is nog zo goed als het was en ik zou willen zeggen, nog beter dan het was, ten eerste omdat ik hem goed onderhield en ten tweede omdat Walter die de bouwer ervan is, zo vriendelijk was, om het voor mij helemaal te herstellen en van nieuw vilt te voorzien.  Sindsdien  had ik het bij veel gelegenheden kunnen verkopen, maar ik ben er even zo op gesteld als op mijn eigen kinderen en ik gun het daarom niemand anders dan jou, wanneer je me belooft er even goed op te passen als ik en het altijd bij je te houden. Nu sluit ik af in de overtuiging, dat deze brief je veel vreugde zal bezorgen, waarover niemand zich meer verheugt dan je liefhebbende

Moeder Nissen

PS van Nissen : Ik groet je en voeg hierbij de mededeling, dat je goede moeder, mijn lieve vrouw vergeten is dat de introductie waarvan sprake is, niet zozeer voor La Clemenza is gecomponeerd, maar dat Winter haar uit zijn opera Babylons Pyramiden (waarvan de heer Gallus nog een acte heeft gecomponeerd) genomen heeft en dat ze met het oog op de samenzwering tegen Titus een heel mooi effect heeft.


 (Johann Mederitsch, Gallus genaamd (1765-1835) woonde sinds 1796 in Wenen. De Pyramiden von Babylon is een voortzetting van Die Zauberflöte en is in 1797 voor het eerst opgevoerd.)


***

Uit een brief van  Nissen aan Karl Mozart

Wenen, 24 januari 1810

Wanneer je al een hoed voor je moeder hebt gekocht, vraag dan de heer Bridi, hem mee te nemen. Ik reken erop dat zijn terugkomst ongeveer zal samenvallen met ons vertrek naar Kopenhagen. In elk geval kan ons van hier uit gemakkelijker  een poststuk nagezonden worden. Het is niet per se nodig je moeder een hoed te sturen, maar ik draag je op om hoe dan ook iets wat deze vrouw een plezier kan doen, of het nu gaat om één of meer zaken, via deze weg naar haar te sturen. Wat haar interesseert zijn natuurlijk zaken die onder  het hoofdje kleding vallen, of lichte porseleinen figuurtjes, maar dan wel zulke exemplaren die alleen maar in  Milaan of Italië te koop zijn en niet ergens anders voor een prikje kunnen worden aangeschaft. Ik verlaat me op jouw smaak, zorgvuldigheid en kinderlijke liefde.

De  transportkosten van de kist die we je stuurden, bedroegen 5 gouden dukaten, de Mauth en dergelijke andere zaken 8 gulden en de kopieerkosten 25 gulden min een paar kreuzer. Deze drie posten samen leveren een aanzienlijk bedrag op in deze moeilijke tijden. Dat je moeder om teruggave van dat geld vraagt, wist ik niet. Wanneer je  bij de voorgestelde geschenken voor je moeder in financiële problemen komt,  hoeven het geen geschenken te zijn. Deze regels zijn voor de heer Bridi een bewijs dat ik hem de kosten vraag te vergoeden. Later zal ik hem terug betalen.

Het transport van de piano naar jouw adres gaat problemen opleveren. Andreas Stein zegt ons, dat het twintig dukaten in goud gaat kosten. Dat kunnen we ons niet permitteren. Kijk eens of je van daar voorbereidingen kunt treffen om het instrument te laten komen. Misschien kun je met de heer Bridi een afspraak maken.

***

Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen, 24 februari 1810

Lieve Karl!

Ik verheug me met jou over de piano, maar hoe stuur ik hem naar je toe? Waar ik ook informeer, overal vragen ze 20 ducaten voor het transport, zelfs Artaria doet het niet voor minder.  Dan komen de inpakkosten daar nog bij, tussen de 20 en 40 gulden.  Wil je deze kosten maken – want ik ben daartoe niet in staat – schrijf me dan met de eerste post. Ik neem dan contact op met Artaria, dan heb je de piano het snelst.  Je goede vader denkt, dat de heer Bridi  met wie je nu gewoon mondeling kunt overleggen, het voor minder geld kan doen, maar dat denk ik zelf niet, echt niet. Je zou sovendien lang moeten wachten en er uiteindelijk niets mee uitsparen. Mijn welgemeende advies is de piano maar gelijk te laten komen. Zo’n genoegen betaalt men nooit te duur,  en ook al is het instrument je half zoveel waard als mij ( wanneer het niet voor jou was, zou ik er onder tranen afscheid van nemen), dan zal je de kosten graag betalen ook al gaat het ten koste van andere zaken.


En nu wat vrolijk nieuws. War zeg je me van de gelukkige keuze van onze prinses Louisa? Keizerin van Frankrijk! Heb jij je deze gelukkige omslag ooit kunnen indenken?  Neen, wij geen van allen. Iedereen is buiten zichzelf van vreugde.  Men ziet alleen maar vrolijke gezichten.  Niemand staat nog op zijn voeten, maar iedereen staat op zijn kop.  Kortom, we verkeren in een feestroes. Zelfs onze keizerin die zoals je weet, erg aan het kwakkelen was, vergeet haar pijn en is weer gezond, zodat ze bij alle feestelijkheden aanwezig wil zijn en zich zozeer met alles bemoeit, dat alles wat behoort tot de uitdossing van de prinses en in die zin wordt aangeschaft, door haar handen moet gaan. Deze goeiige, gevoelige en door alle mensen hooggeschatte keizerin en moeder brengt me wat dat betreft in tranen.  God geve haar een voortdurende gezondheid voor haar edel hart.


Tot 3 maart duurt de intocht van de vorst van Neuchâtel die de gelukkige bruid afhaalt.   Op 5 maart vindt het huwelijk plaats met illuminatie van de stad en alle voorsteden.  Dan heerst vrolijkheid in theater en redoute en god weet wat. Je leest leest het allemaal wel in de kranten. Ik  ben zelf zo in de war, dat ik je niet alles kan schrijven. God geve, dat met deze deugdzame mooie prinses de harten van alle mensen  zo zullen veranderen, dat er nooit meer oorlog in Oostenrijk zal zijn. Dan  wordt haar deugd beloond. Moge ze met haar schoonheid en deugdzaamheid de grote Napoleon zo met haar vader verzoenen dat ze echte vrienden worden. Amen! Ik moet stoppen, anders verg ik teveel van mezelf. Je moet het me maar niet kwalijk nemen wanneer ik je niets meer schrijf, dan dat je me dadelijk je wensen  over de piano moet schrijven en dat ik niet zal ophouden van je te houden, zowaar ik ben je moeder


Contance Nissen


PS Aan je broer die je de hartelijke groeten doet en erover klaagt dat hij nog maar één brief van je heeft gekregen, heb ik al het nieuws al vorige week geschreven, want hij is goed thuis in de politiek en ik kan hem geen groter plezier doen dan hem te informeren, te meer omdat hij daar geen krant heeft. Het ga je goed en antwoord dadelijk!


P.S. van Nissen :


2 maart : aankomst van de vost van Neuchâtel als aanstaand echtgenoot. Hij woont in de Keizerlijk Burcht in de voormalige vertrekken van vorst Colloredo, rijksvicekanselier. Hij heeft een persoonlijk lijfwacht.

3 maart : officiële intocht vanuit de Tuin van Schwarzenberg. Openbaar aanzoek. Groot feest.

4 maart : Complimenten, redoute in de openlucht , in gala.

5 maart : Huwelijkssluiting in de Augustijnerburchtkerk. Souper in de nieuwe grote zaal. Illuminatie van de stad. 

6 maart : hofbal in de Nieuwe Zaal

8 maart : vertrek van hare majesteit de keizerin van de Fransen

Dat was de eerste opzet. Men spreekt nu van wijzigingen in het programma.

***

Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen, 7 mei 1810


Lieve  Karl!

Ik haast me je te zeggen dat ik zojuist van Bridi kom en vijf ducaten voor je heb betaald, zodat je de piano van je vader dadelijk krijgt. Hij gaat nog deze week weg met Vetturino Christofori.  Ook vroeg ik Bridi je bij zijn vriend krediet te verschaffen, zodat je niet dadelijk hoeft te betalen, wanneer dat niet kan.  Je hoeft dus maar tien ducaten te betalen en de kosten voor het inpakken.  Je ziet dat ik op deze manier een echte moeder voor je ben  en dat ik je nog het geluk geef, je piano zo snel mogelijk in handen te krijgen. Had je hem maar vast!  Ik denk het niet meer mee te maken, zo graag wil ik het, omdat ik weet hoe je erop gesteld zult zijn en hoe zwaar het verlies voor mij zou wegen, wanneer het instrument niet voor jou zou zijn.  Ook al ben je er maar half zoveel op gesteld als ik, neem er nooit afstand van. Je broer zal er wel een beetje jaloers op zijn, te meer omdat hij mij vaak genoeg heeft geschreven dat hij zo’n slechte piano heeft, dat hij het risico loopt er zijn vingers op te breken. Toch maakt dit op mij geen indruk, omdat hij meer geld heeft dan jij en zich zelf een instrument kan veroorloven. Het is trouwens helemaal niet nodig dat hij het te weten komt, want hij zal ervan overtuigd zijn dat ik het meeneem naar Denemarken. In die waan laten we hem maar zo lang mogelijk.

Het bloedkoraal heeft me veel plezier gegeven. Ik zou toch wel willen weten hoe duur het is. Kun je me dat in je komende brief zeggen? Wat de mooie japon betreft zal Nissen al wel gezegd hebben, dat er hier geen gelegenheid is zoiets aan te schaffen, omdat we hier veel te duur moeten leven. Het leven is hier gewoon onbeschrijfelijk duur, dat heb ik je al geschreven. Alleen kun je de huidige prijzen wel met twee of drie vermenigvuldigen. Ik begrijp niet hoe de armen zich kunnen redden. Het is trouwens zo dat het sterftecijfer onder de armen erg hoog ligt. Ik praat er liever niet meer over, want het doet me zo’n pijn en ik kan er  bovendien niets aan doen. Wanneer ik weduwe gebleven was, dan was ik allang van honger gestorven.  Zo heeft de lieve God me zoals altijd geholpen en nu ga ik heel graag weg van hier, waar ik vroeger zo graag was.

Je broer klaagt er in iedere brief over, dat hij er van jou maar geen krijgt. Schrijf hem toch! Adieu, het ga je goed en schrijf vlug, zodat ik je brief nog in Wenen ontvang.  Je vader die zoals altijd zo oprecht houdt van jou en je broer en mij ook deze keer de vijf ducaten heeft gegeven die ik je anders, zoals je je kunt voorstellen, niet had kunnen geven. Wij beide kussen je van harte en hopen op een spoedig bericht van je.

C. Nißen.

PS (van Nissen) Het ga je goed, mijn beste Karl! Je krijgt nog een brief voordat we hiervandaan vertrekken.


Je vader Nissen.


PS II (van Nissen) Wat we voor La Clemenza, de kist met muziekstukken en andere zaken voor jou hebben  uitgegeven, daarvoor is door het  aan ons gestuurde koraal je schuld volledig vereffend. Wat ik je in mijn vorige brief daarover gesschreven heb, kun je als ongeldig beschouwen. Je bent ons niets meer dan je liefde schuldig.


***


PS van Constanze bij een brief van Nissen aan Karl Mozart


(Wenen, 22 mei 1810)


Wat ben ik blij, dat de piano onderweg is en dat je hem spoedig bij je thuis zult hebben! Schrijf me zodra hij gearriveerd is. Mijn laatste brief, waarin ik je alles omstandig uiteengezet heb en waarnaar je je kunt richten, heb je waarschijnlijk al gekregen. Het ga je goed. Schrijf gauw aan Schubart en je liefhebbende


Moeder Constance Nissen


(Baron Schubart was een Deens diplomaat)


***

Adressering  van Nissens hand:

Al Signore Carlo Mozart dal Signre Professore Asioli o dal Signore Redaëlli, negoziante, zu erfragen in Mayland

Aan Karl Mozart in Milaan

Wenen, 26 mei 1810

Mijn lieve Karl! 

Ik beveel je hier een van mijn halve landgenoten hartelijk aan. Hij zal je veel over ons vertellen. Je goede vader en ik kussen je allerhartelijkst en wensen dat deze regels samen met je piano aankomen. Dit wenst je toe je liefhebbende


Moeder.


***

Nikolaus en  Konstanze v. Nissen aan Karl Mozart in Milaan

(gesschreven door Nissen)

Wenen, 13 juni 1810

Mijn lieve Carl,


Omdat het moment van ons vertrek naar Kopenhagen – dat jij heel mooi een nieuwe scheiding noemt -  met rasse schreden nadert,  wil ik niet het laatste ogenblik afwachten, waarin men zo gemakkelijk iets vergeet of verzuimt of er door de omstandigheden niet toe komt, om je allerlei dingen te melden die je moet weten.


Ik grijp nu de pen op 11 mei, hoewel noch de dag noch zelfs de week vast staat dat we Oostenrijk voor eeuwig vaarwel zeggen.

Je weet, dat je grote vader geen vermogen heeft nagelaten, maar wel schulden en wat onbeduidend meubilair dat bij lange na niet zoveel bedroeg als je moeder in haar huwelijkscontract was toegezegd. Ondertussen is het getaxeerd en is het aan je moeder overgelaten   dat ze in verhouding hiermeevoor haar kinderen een som geld bestemt  en deponeert. Die som bedraagt voor jullie ieder 200 gulden. Volgens de prima regelingen van hier moeten die gelden in een officieel fonds worden ondergebracht.  Zo werd een opperkamerambtsobligatie no 9234 van 7 februari 1793 gekocht voor 400 gulden en gedeponeerd in het depositokantoor van de magistratuur. Hiervan heeft je voogd en oom, de heer Mayer, regisseur  bij het k.k. Theater an der Wien, een ambtelijk document in bezit.  De obligatie staat op 4 % en je moeder heeft terecht tot nu toe, dat wil zeggen tot en met 7 februari de rente geïnd.  Dat doet ze nu niet meer. Vanaf het ogenblik, dat je mondig bent, hangt het van jou af je aandeel op te eisen, alleen nu wel een heel klein deel daarvan. Op  de uitvoer van een erfdeel naar het buitenland wordt een belasting geheven. Obligaties op 4 %  gelden bij lange na niet  als vol en worden door de koper alleen maar in bankbiljetten betaald die door de veranderde koers veel minder waard zijn geworden. De koers kan beter worden, dan komen de obligaties al pari te staan. Alleen al om die reden is het niet raadzaam om je het geld nu te laten uitbetalen.Om de bovengenoemde belasting uit te sparen is het absoluut aan te bevelen daarmee te wachten tot je weer eens voor kortere of langere tijd hier bent.  Dan kan je voogd  een verklaring van meerderjarigheid geven waarna jij je aandeel aan kapitaal en rente vanaf 7 februari 1810 kunt ontvangen.

Je moeder heeft door haar reizen, haar concerten en de verkoop van originele partituren van je overleden vader (van wiens manuscripten ze nu nog een grote hoeveelheid fragmenten en schetsen heeft) gelukkig niet alleen de schulden kunnen betalen, maar ook een klein kapitaal kunnen sparen.  Dit zal als God het wil niet gereduceerd worden. De helft krijg je op dat ogenblik waarvan  we alletwee hopen, dat het nog ver van ons af ligt. Zij zal daarvan verder de rente of inkomsten innen. De documenten voor dit vermogen blijven tot nadere bepaling gedeponeerd  bij koopman  Johann Georg von Scheidlin.

Ons toekomstige adres is  :

N[issen,]

Chevalier de l'Ordre du Dannebrog, Conseiller de légation de S.M. Danoise, son ancien Chargé d'affaires près la Cour Imperiale d'Autriche.

Chez M.M. les frères Tutein

Ofwel : bey den Herren Gebrüdern Tutein

Copenhague.

Dat je brieven, hoe talrijk ze ook mogen zijn, ons zielsveel genoegen doen, hoef ik niet de benadrukken. Om toch voor een zekere ordening  te zorgen, beschouwt je moeder het als haar plicht tenminste aan het begin van elke tweede maand te schrijven. Bedenk wel, dat wij ons, wanneer jij dat niet doet,  zorgen maken en ongerust worden.  Het spreekt vanzelf, dat jij ons bovendien iedere keer dadelijk meldt, wanneer je met een verandering te maken hebt gekregen. Wanneer je  tijdelijk van woonplaats wisselt, geef dan de preciese periode en adres aan.  Je schrijft ons inderdaad veel te weinig uit jezelf. Doe voortaan in elk geval zoals ik. Ik heb altijd briefpapier voor mijn gebruikelijke correspondentie klaar liggen. Zodra me iets te binnen schiet, dat  voor deze of gene aangenaam, interessant of nuttig kan zijn, dan noteer ik het op het voor hem bestemde papier.  Je denkt vast vaak aan ons, zoals wij aan jou. Schrijf je gevoelens op! Ga bij jezelf na, wat je hoort, ziet of voelt, wat je doet en wat je meemaakt, wat wij graag in een brief van jouw hand zouden willen lezen en wat je ons zou vertellen, wanneer we samen zouden zijn. De fantastische uitvinding van de briefwisseling is een goede vervanging van een gesprek.  Jouw brieven kunnen die functie beter vervullen dan nu het geval is.  Hetzelfde wat een gesprek waardevol maakt, geeft ook een brief zijn waarde.  Nog een regel voor de briefwisseling naar het buitenland.   Ga ermee door altijd dun papier te gebruiken, zorg ook voor goede inkt (die van jou is meestal te bleek, leest ongemakkelijk of slaat door).  Gebruik geen strooizand, schrijf dicht opeen en gebruik enveloppen alleen in noodgevallen.  Er zijn landen waarin voor een brief in enveloppe, ook al is die nog zo dun, dubbel moet worden betaald en overal stijgen de portokosten.  Alleen aan vreemden, voor wie men respect moet tonen,  moet een brief niet dicht opeen worden geschreven en van een enveloppe worden voorzien. Ook voor enveloppen is dun papier aan te bevelen.  De portokosten worden berekend naar het gewicht van de brief.

Het is me telkens ontschoten  je te schrijven, dat de chemische drukkerij hier over enige tijd het portret van jou en je broer als een tableau van broederlijke tederheid in koper zal laten vervaardigen. Van dit portret houden we een voortreffelijke kopie van onze eigen meester Hansen, bij de koninklijke Deense Legioensraad Von Pilgram, woonachtig in het huis van baron Fellner op de Hoge Markt, achterste  trap, derde verdieping waarheen je kunt gaan wanneer je eeens hierheen komt en naar welk adres je ook een brief kunt sturen. Je kunt er ook een welwillende en solide vriend en raadgever vinden. De piano van je overleden vader is aan Wolf geschonken en staat nu in de chemische drukkerij voor je klaar. Een klein spinet dat van Mozart geweest zou zijn, is toevertrouwd aan dr Lichtenthal,  tegen een schriftelijke verklaring, dat hij het op verzoek weer terug geeft.

Laat je er door de inhoud van deze brief niet van weerhouden ons nog een brief te schrijven. Mocht je brief hier niet meer op tijd komen, dan is er met de post een regeling getroffen, dat hij ons direct wordt nagestuurd. Onze laatste brieven waren van 7 en 22 mei. Iedere dag hadden we een brief van jou verwacht, vooral sindsdien de heer generaalsecretaris ons op 15 mei  blij heeft gemaakt met het verheugende bericht over jou. We moeten aannemen dat een brief van jou met dezelfde inhoud verloren  is gegaan. Breng toch zelf net zoals ik je brieven naar de post.  We wensen je van harte geluk en verheugen ons samen met jou.  Deel ons gauw mee wat de eigenlijke benaming van je ambt is, wat  nu je titel is, waaruit je werk bestaat en met welke gage  en afspraken (bijvoorbeeld of je vrije kost en inwoning hebt) het ambt verbonden  is. De heer generaalsecretaris aan wie je onze hartelijke groeten moet over brengen en die je alvast moet bedanken – ik zal de eer hebben hem vanuit Kopenhagen te schrijven - , meldt ons het volgende :  Enfin il est au service de la Maison Royale à la Pagerie, et il en paroit content. Je désire qu'il le soit positivement. Pour son mérite personel, pour la satisfaction de Me sa mère etc., M. le Gouverneur, près duquel il se trouve en qualité de sécrétaire, m'en a déjà fait des éloges. Je ne manquerai pas de faire quelque chose de plus à son égard à la première circonstance favorable. Omdat je brief die we als verloren beschouwen, misschien toch nog onderweg is,  nemen we ons voor  hem van hier uit te beantwoorden. We hopen maar dat de piano goed is aangekomen en zijn steeds

Je liefhebbende ouders.

Constance Nissen, Nissen

***

Aan Karl Mozart in Milaan

Kopenhagen, 28 september 1810


Mijn lieve Karl!


Ik kan je maar weinig vertellen en dat bovendien in grote haast. We zijn veertien dagen geleden gelukkig goed en wel aangekomen. Dit zou ik je al tien dagen geleden geschreven hebben, wanneer ik niet  op anderhalve mijl van de stad op het platteland vertoefde om nog van dit mooie jaargetijde te kunnen genieten. Ik heb echt niet op brieven van jou zitten wachten. Ik zou je graag een klein reisverslag hebben gegeven wanneer ik niet van zoveel mensen afhankelijk  zou zijn, goede mensen als de familie Tulein waarbij ik nu tenslotte op het platteland ben. Het is Peter Tulein, de beste vriend van je vader Nissen die zo goed was om ons op het land te huisvesten totdat we logies hebben gevonden.  Zodra ik tijd heb, krijg je van mij een reisverslag.  Tot die tijd volsta ik er mee te vermelden, dat het met mij helemala naar wens gaat en dat ik gezond en wel ben.  Het ga je goed, schrijf me gauw en bevredig mijn verlangen, namelijk dat ik te horen krijg, wat je bij de vicekoning geworden bent. Het ga je goed!

Houd van je moeder

***

Aan Karl Mozart in Milaan

Kopenhagen,  13 November 1810.

Mijn lieve Karl!

Het spijt me inderdaad heel erg, dat ik met je brief zo ongelukkig was en ik daardoor nog steeds niet weet wat er van je geworden is. Ik weet nog altijd niets meer van je dan dat je bij de vicekoning in dienst bent.  In welke hoedanigheid, dat weet ik nog niet.  De brief met de ring waarover je schrijft, moet verloren zijn gegaan, want ik heb hem niet ontvangen. Die van Signor Velluti met de muziek van jou kreeg ik pas kort geleden voor mijn vertrek via de heer Velluti, en ook die met je portret, maar de laatste met de ring niet. Velluti zal een brief van mij voor jou meebrengen die je zal zeggen, hoe het me spijt hem niet eerder te hebben gekend. Nu vraag ik je me in je komende brief uitvoerig te schrijven wat je geworden bent en of je met je lot tevreden bent. Wat mij betreft, wees ervan overtuigd, dat ik me nog nooit zo goed heb gevoeld als nu. Ook wat het klimaat betreft hoef je je geen zorgen te maken, want ik kan er  heel goed tegen.  Ik voel me beter dan ik me ooit voelde. Het klimaat is absoluut niet zo vervelend als men denkt.  Het is veel bestendiger dan in Wenen.  De herfst was tot midden, ja einde oktober zo mooi, dat ik voortdurend op het land kon vertoeven.Wat de verschillende winden betreft of de luchtkwaliteit, waarover je in je laatste brief van 17 oktober spreekt, die zullen me ook geen schade berokkenen, omdat ik het helemaal niet nodig vind me daaraan bloot te stellen. Zo hoop ik daarmee uit te komen. Ik moet je trouwens bekennen, dat het me hier enorm goed bevalt.  De stad is erg mooi, de omgeving schilderachtig fraai door de vele mooie meren die men zelfs bij ons niet kent en die voor mij de charme van het nieuwe hebben.  Vooral bij wandelingen bij op- en ondergaande zon en maan is het in het merenland goddelijk mooi.  Op onze reis   brachten we zeven volle weken zeer aangenaam door, te meer omdat  Nissen zoveel  landgoedeigenaren kent, dat we ons overal zolang als we wilden  in Holstein konden ophouden.  Je broer heb ik gisteren een heel reisverslag gestuurd omdat hij de meeste van de mensen bij wie we waren, kent, en het hem daarom meer zal interesseren dan jou.  Wanneer jij ook graag wilt weten hoe ik gereisd ben en waar ik me heb opgehouden, dan vraag je gewoon die brief aan je broer om mij daardoor het leven gemakkelijker te maken, omdat ik het erg vervelend zou vinden dezelfde zaak twee maal te vertellen.

Ik heb, mijn lieve Karl, alle reden om met de verandering van mijn situatie volkomen tevreden te zijn, anders zou ik wel heel ondankbaar zijn. Ik heb mijn inkomsten, een fijne, lieve man die in aanzien staat en me op handen draagt en mij boven alles waardeert.  Via de kranten weet je waarschijnlijk wel dat hij censor voor de politieke bladen  en enkele dagen geleden ook werkelijk staatsraad is geworden. Dit hindert hem niet om ooit weer eens als diplomaat werkzaam te kunnen zijn en wie weet of de hemel het ooit zo goed met me meent,  om eens in je nabijheid te komen.  Het zou mogelijk zijn dat er in Italië of Montenegro iemand te oud wordt om op zijn post te blijven. Dan zou ik jullie vader, die heel erg van jullie houdt, geen rust laten om zijn koning die hem met zo veel genade heeft ontvangen, te vragen hem deze post te geven.  Tot die tijd, lieve Karl, hopen we er het beste van.  Het zou toch al te treurig zijn wanneer we elkaar nooit meer zouden zien. Nee, ik hoop je zeker nog te zien.

In Praag was ik niet vanwege Madame Duschek (nee, ik zag haar wel, maar wilde dat helemaal niet) maar vanwege onze lieve vriend Niemetschek, drie dagen lang. Ik verheugde me al in Wenen op hem en schreef hem over mijn vertrek en mijn vermoedelijke aankomst in Praag en zei hem dat ik om hem een dag zou blijven om hem met mijn man kennis te laten maken. Alleen, van deze ene dag werden het er drie en ook toen nog konden we maar met moeite afscheid nemen.  Hij heeft voor mijn man veel sympathie en respect en dat is wederzijds.  Hij maakte me bij mijn vertrek het volgende compliment : ‘Ik wens  u een goede reis!  Ik maak me daarom geen zorgen omdat ik zie dat u zich in de armen van een man heeft gestort die u waardig is’.

Ik was er erg verdrietig over dat de broer van mevrouw Schnell ( zo heet ze geloof ik) juist toen op sterven lag en ik heb nog geen bericht of hij nog leeft of al gestorven is. Ik vraag je hem van tijd tot tijd te schrijven en hem mijn bezorgdheid daarover mee te delen.  Hij heeft twee allerliefste kinderen, vooral het meisje is zo schattig, en beide spelen ze aardig piano. O, wat vragen ze vaak naar jou en Wowi.

Lichtenthal is dus toch in Milaan! Het doet me plezier, dat je la kennis met hem gemaakt hebt.  Ik hoef  hem dus niet voor je te beschrijven. Ik mag hem niet, want volgens mij heeft hij zich vakls en gemeent tegenover Nissen gedragen die juist zoveel goeds voor hem heeft gedaan.  Hij was een tweede Cousine bij Wowi, je begrijpt me wel. Wat is die nar van plan? Wil hij zich met bedelen zien te redden?  De Deense dokter die voor jou het biljet van mij meebracht, heeft ook met hem te stellen gehad. Genoeg over narren! Was de Deense dokter geen aardige jongeman? Waar is hij heen gereisd? Komt hij vlug naar Kopenhagen? Hansen laat je hartelijk groeten. Hij heeft nu jullie portret omdat het zo veel jaar niet is schoongemaakt. Om het niet te laten bederven, vertrouwde ik het aan niemand toe. Nu doet hij het en dan hangt het weer in mijn kamer. Ik zou van jou wel een dergelijk  portret in olieverf willen hebben. Waarom heb je Hansen niet daarom gevraagd?  Hij zou het zeker met liefde voor mij hebben gedaan.

Ik ben er blij om, dat de piano nog in goede staat is, en hoop, dat je hem nog lang bij je kunt hebben. Wowi vroeg er ook om in zijn brief,  maar ik hem er in mijn brief niet over geantwoord.

Mijn lieve Nissen laat voor mij een andere piano van Andreas Sten uit Wenen komen, maar het zal wel voorjaar worden, voordat ik hem hier heb.  Tot dan moet ik me met een clavichord behelpen. Helemaal geen bezwaar, want ik heb uitzicht op die mooie en goede piano.

Wanneer je aan je broer schrijft, zeg dan dat hij heel ijverig moet zijn en zich niet altijd met variaties moet bezig houden. Want die brengen hem niets verder. 

Het ga je goed! Schrijf gauw weer.  Houd je aan het voorschrift van je goede vader, dat inhoudt, dat je aan het begin van elke tweede maand schrijft. Zo worden we niet ongerust en blijft de breifwisseling ononderbroken zodat we niet op antwoord hoeven te wachten.

Het ga je goed, groet Lichtenthal en houd van je liefhebbende moeder

Constance

PS van Nissen : in grote haast, lieve Carl, schrijf ik ook een paar woorden. Onze laatste brief was van 29 september. Je  goede moeder zegt me, dat ze hierboven de datum van haar brief heeft genoteerd. Doe dat ook altijd zo, zodat we telkens weten of een brief is kwijt geraakt, en de inhoud als nog opnieuw kan worden opgeschreven.  Je moeder zal je ook verteld hebben over het neiuwe blijk van waardering van de kant van mijn koning.  Nu moet ik geduldig afwachten tot er een voor mij gunstige vacature ontstaat. Van mijn huidige inkomsten van staatswege kan ik niet leven. Ze bedragen ongeveer het vijfde deel  van datgene wat ik de laatste vier jaren in het buitenland verdiende.  Mijn adres kan vanaf nu korter : Chevalier de l'ordre du Dannebrog, Conseiller actuel d'état. De gebroeders Tutein hoef je niet meer in het adres te noemen. O,dat ik nu bekend genoeg ben. Bovendien woon ik tegenover het postkantoor. We wensen je toe dat je het goed gaat en verheugen ons over je uitgebreide berichten.

Je Nissen

***

(Giovanni Battista Velluti (1781–1861), zou als castraat grote bekendheid krijgen)

(De zangeres Josefa Duschek, geboren in 1753) leefde in Praag en stond daar bekend als “Bohemens Gabrielli’. Ze was ene intieme vriendin van Mozart en weduwe van pianist en componist Franz Duschek (1736-1799))

***

Aan Karl Mozart in Milaan

Kopenhagen, 10 december 1810

Mijn lieve Karl!

Ik maak er haast mee om je te berichten hoe blij ik was toen ik de eer had bij gravin Schimmelmann, de vrouw van de staatsminister en zuster van baron Schubart en  zeker je grootste weldoener,  te zijn die me zei, dat haar broer, baron Schubart, dit komende voorjaar hierheen wil komen en dat hij bij de koning daarvoor al een verzoek heeft ingediend. Direct kreeg ik het idee, dat je misschien met hem mee kon komen. Na alles wat ik over hem en zijn aanhankelijkheid ana jou gehoord heb, denk ik, dat het je niet veel moeite zal kosten hem daartoe te overreden.  Ik denk dat hij, wanneer je hem een hartelijke brief schrijft,  waarin  je hem zegt , dat we er zo naar verlangen elkaar na zoveel lange jaren weer te zien,  dat hij het niet zal afslaan. Jouw koning zal je zeker ook verlof geven wanneer hij hoort van de gelegenheid en de aanleiding.  NB Schubarts vrouw komt niet mee, des te meer heb ik er goede hoop op.  Omdat hij gewoon weer teruggaat , kun jij ook weer met hem terugreizen.  God geve, dat mijn plan kan worden uitgevoerd, anders geef ik het op jou in dit leven nog eens te zien.  Zoals men zegt neemt hij de zoon van de beroemde Zoeger uit Rome mee.  Dat betekent helemaal niet, dat jij niet zou kunnen meekomen, integendeel, wie weet of hij het niet fijn vindt de zonen van twee beroemde mannen mee te brengen. Wanneer baron Schubart aan wie ik dat liever niet overlaat, niets in de reiskosten bijdraagt, zou ik dat graag willen doen. Alleen kan ik dat op dit moment nog niet. Eerst moet je de zaak over denken, maar laat geen tijd verloren gaan en schrijf zo snel mogelijk aan baron Schubart en doe me er daarna uitvoerig verslag van.

Je zult nu mijn brief van 13 november ook wel ontvangen hebben, waarin je zult lezen dat het mij hier heel goed bevalt en dat ik nog niet weet wat er van jou is geworden. Is Lichtenthal nog bij jou? Wat doet hij? Praat hij nog steeds zoveel onzin?

Binnenkort krijg je bezoek van een Deen die voor jou brieven van mij zal meebrengen. Hij is een aardige en sympathieke jongen. Heb je al zo lang geen bericht van je broer gekregen?  Hoe is het met je piano? Is hij nog steeds in goede staat? Ik geloof dat ik je al heb geschreven, dat mijn man een  piano van Stein uit Wenen laat komen.

Wanneer je zo gelukkig zult zijn mijn plan ten uitvoer te brengen en mij zult bezoeken, dan kun je misschien wel iets moois voor me kopen voor op mijn japon, maar maak het niet te duur. Nu ik me aan het hof moet presenteren, kan ik zoiets heel goed gebruiken.  Het moet alleen wel elegant maar niet duur zijn. Misschien kun je voor mij  ook de bewuste strooien hoed mee brengen. Wanneer de tolheffing   je in de problemen brengt, laat het dan maar, maar neem jezelf wel mee.   

Het ga je goed!  Houd van me en geef me hoop  je dit voorjaar al te kunnen kussen en aan mijn hart te drukken. Zo maak je je liefhebbende moeder gelukkig.

Constance Nissen

PS  : Hansen, Horneman, Münster en allen, die je kennen, doen je de hartelijke groeten. Dat geldt ook voor je goede vader. Wanneer hij iets kan bijdragen, zal hij dat doen.  Is Jagemann weer in Wenen? Is Signor Velluti weer in Italië? Heb je hem onlangs nog gezien? Hij is een sympathieke jongeman en een groot kunstenaar. Jammer, dat ik hem niet eerder heb leren kennen.

Nogmaals : het ga je goed en schrijf gauw!

PS van Nissen : Mijn lieve Carl, wanneer het lot het zo wil, dat je hier kunt komen en iets voor je lieve goede moeder kunt meenemen, adviseer ik je alles aan te geven bij de tol-instantie, deels om niet tegen  de bevelen van de overheid te handelen, deels om een geslaagd transport te waarborgen. Ik denk dat de eigenlijke tolheffing pas bij de grens van Denemarken wordt betaald. In de landen waar je doorheen reist zal alleen maar een kleine transito-heffing worden berekend.  Transito-zaken worden meestal aan de grens afgedaan om te voorkomen dat ze per vergissing in het land blijven.  Onze brieven zijn op  29 september, 13 november en 28 november verstuurd. De laatste is meegenomen door de heer Malling, architect, die ik graag bij je aanbeveel. Het ga je goed.

Je vader Nissen

( Georg Zoega (1755-1809) was een Deens archeoloog. Hij was in 1798 generaalconsul in Rome)


***


Nikolaus en  Konstanze von  Nissen aan Karl Mozart

(geschreven door Nissen)

Kopenhagen, 29 december  1810.

[......] Wat betreft je laatste wens, zul je zelf toch wel inzien, dat hij niet te vervullen is, dat daaraan überhaupt niet te denken valt. Al het geld dat ik, je moeder, met moeite en volharding na betaling van de schulden van je vader verworven heb, en dat met hulp van mijn  man nog vermeerderd is, is in Wenen belegd. Omdat de koers hier tegenwoordig zo laag staat, zou het onvergeeflijk en onverstandig want nadelig zijn, dit kapitaal aan te spreken.  Anders zou ik je nu al  jouw helft niet lenen, maar in eigendom geven. De helft van je broer moet hoe dan ook onaangeroerd blijven. Zoals de zaken nu staan, laten we de rente intact, in de hoop, dat hij ooit meer zal bedragen dan nu, waar een ducaat wordt betaald met 54 gulden papiergeld. Weet je wel, dat je even veel inkomsten geniet als mijn man! Zijn totale inkomen is 1200 rijksthaler Deens bankpapier en omdat de Deense koers even slecht staat als de Weense, bedragen deze inkomsten tussen de 1200 en 1500 franc. We moeten dus heel zuinig leven, houden er geen bedienden op na, alleen een oude hulp, en we eten van een traiteur die in huis woont. Tot nu toe hebben we het gered  en zullen het met Gods hulp ook wel verder redden. We troosten ons met de gedachte aan een toekomst die beter zal ijn.

Na een diensttijd van dertig jaar heb ik niet meer dan jij. Gelukkig heb ik, je vader, de laatste jaren in Wenen wat kunnen sparen wat nu als buffer voor eventuele ziekte en dergelijke beschikbaar is, namelijk 56 Hollandse ducaten. Dat was het bedrag waarvan je moeder onlangs de helft bedoelde.  Die lieve vrouw weet niet veel van geldzaken en beschouwde deze helft als een aanzienlijke som. Ja, in Wenen zouden 30 ducaten nu goed zijn voor 1500 gulden.Deze brief ontvang je via baron von Schubart die ons geschreven heeft, dat  hij je in Milaan heeft gezien.  Hij heeft ons over je bericht, maar sinds juni ook niets meer van je vernomen.

Het ga je goed! Heb het steeds naar je zin. Groeten van je vader.

Ik omarm je als je liefhebbende moeder.

Constance Nissen


PS (van Constance)

Kopenhagen, 1 januari 1811


Een vrolijk en gelukkig nieuwjaar! We groeten Lichtenthal en bedanken hem voor zijn brief. Hij moet het ons maar niet kwalijk nemen, dat we hem niet antwoorden, maar de portokosten zijn te hoog.


PS (van Nissen) Iedere brief van en aan jou kost ongeveer twee rijksthaler.


***


Adres :  Aan de heer Karl Mozart, Milaan , Sul corso di porta Orientale, casa Belloni, 2° piano, dal Sgre Colonello Casella

Nikolaus von  Nissen aan Karl Mozart

Kopenhagen, 14 januari 1811

Lieve Karl,

Je moeder en ik vragen je, de bezorger van deze brief, de heer professor Keyser uit Christiana (in Noorwegen) , bij zijn verblijf daar zo bereidwillig en nuttig te zijn, als  van jou afhangt.


Onze laatste brief was van 15 november vorig jaar. Ik twijfel er niet aan dat je hem al ontvangen hebt via consul Hofmeister in Palermo, geloof ik,tot nu toe in Ancona.  Wolf schrijft niet. Sophie schrijft niet. Wees jij des te plichtsgetrouwer! Je laatste brief was van 12 augustus.


Bericht me over Spagnolini en groet hem hartelijk.


Je goede moeder omarmt je met mij. Ik ben de jouwe.


Nissen


***


Nikolaus Nissen en Constance aan  Abbé Maximilian Stadler in Wenen

(uittreksel)

Salzburg, 18 april 1825

In het huis van de burgemeester

Hooggeachte heer Abbé,

 

Beste vriend en weldoener,


Zodra u enige regels verder gelezen heeft, zal zich zonder twijfel in u de door mij zo vaak  gekoesterde gedachte Quid Saulus inter prophetas? opkomen, hoewel heel zachtjes,  en een vage herinnering aan mijn opdringerige pedanterie uit vroeger tijden in uw geheugen opdoemen. Maar u zult, altijd aan u zelve gelijk, beide spoedig verjaagd hebben en mij met de u eigen beminnelijkheid  de helpende hand bieden waarom u mij wilde zien.


 [.....]

Onlangs heb ik het grote genoegen gesmaakt uw  levensechte portret te zien. Het lijkt frappant goed. Ik dacht  tegenover u te staan.  De heer hofraad Von Mosel is een voortreffelijk schilder. Ik spoedde me ermee naar uw vriendin, mijn vrouw,  die even vergenoegd was als ik, zoals ze ook mijn spijt deelt, u nog niet in de Bevrijding van Jeruzalem te hebben gehoord.

Deze goede vrouw van wie  ik met de dag meer ga houden, - u kunt zich wel indenken hoe dierbaar ze mij is na meer dan een kwart eeuw -  om een van haar deugden te noemen, draagt niet alleen de naam van Standvastigheid: haar gevoel voor respect, haar vriendschap en haar erkentelijkheid jegens u zijn nog altijd dezelfde als tevoren.  Ze heeft onlangs haar zoon Karl in Milaan bezocht, wiens muze de muziek is.  Haar beschermeling Wolfgang maakt het ook goed in Lemberg, waar hij nu onder Gallus opnieuw compositie studeert. Wij ouden van dagen proberen ons  wederom in Gastein te verjongen, vorig jaar lukt dat niet.

We verzoeken u onze gemeenschappelijke vrienden van harte te groeten. En nu ontvangt u mijn gelukwens, dat ik moet ophouden, onze warme wensen voor uw welzijn en de meest oprechte vernieuwing van de gevoelens van hoogachting, vriendschap en sympathie. Waarmee ik de eer heb te zijn, beste heer  Abbé en vriend,

Uw toegewijde dienaar Nissen

(Ignaz Franz Edler von  Mosel (1772–1844), sinds 1820 vicedirecteur van de Hofbühne in Wenen; componist en schrijver)

(Stadlers oratorium  »Die Befreiung Jerusalems«, werd in 1811 in Wenen opgevoerd)

***

Aan Karl Mozart in Milaan

(uittreksel)

Salzburg, 22 januari 1826

Mocht je nog iets over Mozart vinden, niet alleen iets dat door hem zelf geschreven is,  maar ook zaken die door anderen over hem geschreven zijn, voeg dat dan bij, want ook zulke zaken zoekt je vader. Dag en nacht zit hij begraven onder een stapel boeken en tijdschriften, zodat ik hem met moeite kan zien. Ja, zo’n verdediger van Mozart als Nissen is, zal moeilijk ergens anders te vinden zijn en daarom herhaal ik mijn verzoek aan jou, hem te helpen waar je kunt. Je moet maar denken dat hij alles wat hij met zoveel moeite doet, alleen maar doet voor jou en je broer. Het is grenzenloos. Alleen al de vele brieven die hij daarom schrijft, zodat de angst me wel eens om het hart slaat, dat zijn taak veel te groot is en zijn gezondheid die nu godzijdank nog goed is, zou kunnen schaden. Ja zo’n goede vader , daarvan zijn er niet veel. Als je het maar ook echt verdient!  Op handen met katoen omwonden, moet je hem dragen, dat je hem geen pijn doet, wanneer je ook maar de helft daarvan inziet.  Ik ben tot tranen toe geroerd, terwijl ik dit schrijf en ik druk je het nogmaals op het hart.


***

Aan Karl Mozart in Milaan

(Inhoudsopgave)

Salzburg, 2 maart 1826

[Konstanze deelt mee, dat hofraad J.A.André in Offenbach haar een bericht uit het tijdschrift Cäcilia heeft gestuurd met als inhoud, dat Mozarts zuster Marianne van de haar ter beschikking gestelde opbrengst van het Requiem heeft afgezien ten gunste van haar beide neven Karl en Wolfgang. Konstanze  zegt Karl dat hij evenals zijn broer zijn  tante moet bedanken.]

***

 Aan de pianoforte-fabrikant Johann Andres Streicher in Wenen


Salzburg, 7 juli 1826

De heer Streicher zal het haar niet kwalijk nemen dat de weduwe Étatsraad von Nissen, vroeger Mozart, de vrijheid neemt een jonge, getalenteerde en ijverige man aan te bevelen die zich overal waar hij gewerkt heeft, liefde en respect heeft verworven en mij en mijn lieve man daarom sympathiek was en is. Hij is gezelmeubelmaker en heeft het in zijn vak al ver geschopt. Omdat Salzburg niet de plaats is waar hij meer zal leren dan hij nu kan, nam hij het besluit naar Wenen te gaan om daar overeenkomstig zijn wens meer te kunnen leren.  Hij is een Deen en heet Hansen. Voor zover ik me kan herinneren was u steeds tevreden met die ijverige Denen. Dat is de reden dat ik er u één stuur die zeker aan vlijt en positieve instelling alle anderen die u gekend heeft, zal overtreffen. Daarom verzoek ik u, in het geval hij niet zo gelukkig is, bij u zelf onderdak te vinden, hem toch te steunen, zodat hij op een goede plek terecht komt.

Mocht u zich nog om mij willen bekommeren, iets waaraan ik niet twijfel, en nog wat meer over mij willen weten, dan is dit de man, die u meer kan vertellen dan ik zou kunnen, ook al schreef ik een stapel papier vol.

Groet uw lieve vrouw en alle verwanten van mij en neem ten slotte nog het volgende bericht mee, dat mijn zoon Wolfgang, wanneer God het wil, over vijf of zes weken uit Lemberg over Wenen hier naar toe komt en u zeker ook zal bezoeken, waarop zich oneindig verheugt

Uw dienares  Constance Nissen (voorheen Mozart)


PS  Abbé Stadler die zeker graag iets over me zal willen horen, moet u zeker de groeten van mij doen. Zegt u hem dat zijn brief mijn geliefde, onvergetelijke echtgenoot niet meer heeft bereikt.  Ach, wat zou deze brief hem nog veel plezier hebben gedaan!


***

Aan mevrouw Spontini in Berlijn


(uittreksel)


Salzburg, …. 1829


Op 31 oktober werd mijn lieve schoonzus Marianne von Berchtold, geboren Mozart) begraven. Gode zij dank dat deze goede vrouw die de laatste vier jaar blind was, niet meer hoeft te lijden.

***

Aan Abbé Maximilian Stadler,

Salzburg

Lieve en gewaardeerde vriend,

Sinds de dood van mijn Mozart heb ik slechts de meesterwerken, de twee Kyrie’s waarvan  u, mijn vriend, zo vriendelijk was de partijen die  niet meer door Mozart in de partituur zijn uitgeschreven, te vervangen, en waarbij u zei dat onder dit meesterwerk in elk geval de Duitse tekst  uit Mendelssohns vertaling van Psalm 92   Lieblich ists, dem Ewigen danken, Höchster, deinen Nahmen singen ...etc.  Deze koren hield ik als mijn eigendom bij me. Ik beschouwde me als mijn grootste schat. Nu echter de tijd gekomen is, dat het me goed lijkt daarmee voor mijn zonen een kapitaal t verschaffen, aarzel ik niet en ben ik bereid ze af te staan. Daarom wend ik me tot u, mijn lieve vriend, om u te vragen op welke manier ik moet handelen om mijn einddoel te bereiken.  Is de heer Haslinger daar de man voor? Of heeft u ene beter plan?  Wat zou ik er voor moeten vragen?  Of moet ik aan Engeland gaan denken?  Ik vraag u me te adviseren en ik zal zeker uw raad opvolgen, omdat ervan overtuigd ben, dat u als een vader voor Mozarts zonen zult zorgen.  God geve, dat u in de juiste stemming bent om me heel spoedig antwoord te geven.  U gelukkig zult u daarmee de moeder van de twee zoons van uw vriend Mozart maken, die altijd zal zijn

Uw dankbare

 

Constanza von Nissen


***

Biografie van Mozart

Biographie met gebruikmaking van diens originele brieven

Door

GEORG NIKOLAUS VON NISSEN

Na diens dood uitgegeven door Constance, weduwe Von Nissen, voorheel weduwe Mozart

Met een voorwoord van dr. Feuerstein in Pirna

Leipzig 1828

In commissie gedrukt door Breitkopf & Härtel (Wenen, bij Pietro Mechetti qm Carlo)

(pag. III)


Opgedragen aan Hare Majesteit, de allerdoorluchtigste en allergenadigste vorstin en mevrouw

MARIE SOPHIE FRIEDERIKE

Koningin van Denemarken etc. etc.

Mijn allergenadigste koningin,

(pag. IV)

Vol eerbied

ehrfurchtsvoll gewidmet

von

Constanze, Wittwe von Nissen.

(pag. V)

Allerdoorluchtigste vorstin,

Allergenadigste mevrouw de koningin!

Uedele heeft reeds zo vele blijken gegeven van liefderijke voorzorg ter bescherming en bevordering van de wetenschappen en kunsten en voor uzelf daardoor eeuwige monumenten opgericht. Op die wijze viel mij ook het geluk ten deel van Uwe majesteit te horen hoe zeer ze de talenten van mijn vroegere echtgenoot erkende en het verlies door diens zo vroege dood betreurde.

Niet minder is mijn latere echtgenoot Von Nissen in zijn langdurige  koninklijke dienst aan Uwe Majesteit overgrote dank schuldig voor de uiteenlopende bewijzen van uw allerhoogste genade.  Ook hij is niet meer en daarom maak ik graag van deze gelegenheid gebruik deze dank in diepste onderdanigheid officieel uit te spreken. 

Zo verstout de diepgebogen weduwe zich met deze dank ook dit werk  van haar onlangs gestorven echtgenoot die tot aan zijn dood de manes van mijn eerdere echtgenoot zo veel liefde en verering schonk, toe te vertrouwen aan uw genade.

In de vreugdevolle hoop, dat ik me verzekerd mag voelen van een niet geheel ongenadige opname, sterf ik in diepste eerbied,

Uwe Koninklijke Majesteit,


Mijn allergenadigste koningin,

Haar alleronderdanigste, trouwe en gehoorzame dienares,

Constanze von Nissen

***

WOLFGANG AMADEUS MOZART'S BIOGRAPHIE

door

GEORG NIKOLAUS VON NISSEN

Koninklijke Deense Etatsraad en ridder van de Dannebrog-orde etc.

Na diens dood uitgegeven

Door Constance, weduwe Von Nissen, vroeger weduwe Mozart,

Leipzig 1828,

Gedrukt bij Breitkopf & Härtel

Tenslotte vervul ik nog de aangename plicht hier ook namens mijn beide kinderen  en mijn lieve Nissen zaliger,  openlijk mijn  oprechte dank uit te spreken aan de vereerders van Mozart, onder wie met name ook de heer kapelmeester en ridder Spontini in Berlijn, de heer koordirecteur A. Jähndl in Salzburg, de heer dr. iur. Hoffbauer in Graz, de heer muziekdirecteur Weber in Praag, de heer hofraad André in Offenbach a.M. , de heer bankier A. Bridi in Roveredo, de heer D. med. Lichtenthal in Milaan, de heer postofficier C. Dannhausen in München, de heer apotheker Fenderl in Insbruck, de heer dr. med. Feuerstein in Pirna  en baronesse Eggers in Copenhagen, etc. die deels door welwillende en belangrijke bijdragen en deels op andere wijze de moeite hebben gedaan deze biografie zo volledig als mogelijk te maken.


Moge God hen voor de bewijzen van hun liefde en verering van de manes van de meester met datgene belonen dat ik niet in staat ben hun te schenken. 

Het schijnt me nodig en doelmatig te zijn hier te verzekeren, dat ik vroeger noch notities over Mozarts leven, noch bijdragen bij de  reeds verschenen biografieën over Mozart heb gegeven ten behoeve van een officiële bekendmaking.

Zoals ik me voornam deze biografie met het portret van Nissen te laten beginnen, zo zal ik niet nalaten haar af te sluiten met de afbeelding van zijn hier in marmer uitgevoerde monument inclusief de opschriften. 

Mogen de hooggeachte lezers mijn verontschuldigingen hiervoor willen aanvaarden en dit oprechte liefdesoffer  in die zin willen aan nemen als het gegeven is.

Salzburg, Michaelis 1828

Constanze,

Etatsraad en weduwe van Von Nissen, vroeger weduwe Mozart

***

Aan dr med. Johann Heinrich Feuerstein in Dresden


Ongedateerd , vermoedelijk 1828


Ja, de verering voor Mozart in Copenhagen gaat zo ver, dat een rijk koopman, Petersen genaamd, zijn zoon Mozart liet dopen. Ook zegt de weduwe Mozart, dat Mozarts werken nergens beter kunnen worden uitgevoerd dan in deze hoofdstad onder leiding van de zo ervaren en schrandere directeur Schall.  Voor de zangstemmen bleef er nog veel te wensen over, maar er treedt zeker verbetering in sinds de koning van Denemarken de beroemde Siponi tot zangmeester heeft benoemd.


Ik wil graag dat deze gegevens in de biografie worden opgenomen evenals de tekst op het grafmonument van Nissen omdat dat wordt gelithografeerd.

***

TEKST OP NISSENS GRAF OP HET ST. SEBASTIAN-KERKHOF IN SALZBURG

GEORG NICOLAUS VON NISSEN

KÖNIGL. DÄNISCHER WIRKLICHER

ETATS-RATH

RITTER DES DANNEBROGK-ORDENS

GATTE DER WITTWE MOZART

GEB. ZU HARDENSLEBEN1 IN DÄNNEMARK

DEN 22. JÄNNER 1761.

STARB HIER DEN 22. MÄRZ 1826.

DEM

WOHLTHÄTER

DER

FAMILIE MOZART

GEWIDMET

VON SEINER GATTIN

UND SEINEN

DANKBAREN STIEFSÖHNEN

CARL UND WOLFGANG MOZART.

(AAN DE RECHTER KANT)


Zeuch, Du Holder, zeuch im Pfad der Sonne,

Lächle weiter der Vollendung zu,

Lösche nun den edlen Durst nach Wonne,

Gramentbundner, in verklärter Ruh!

Fahr' denn wohl, Du Trauter meiner Seele,

Eingewiegt von meinen Segnungen,

Schlummre ruhig in der Grabeshöhle,

Schlummre ruhig bis aufs Wiedersehn! 2

(AAN DE  LINKER KANT, ONTLEEND  AAN SCHILLERS ‘ELEGIE AUF DEN TOD EINES JÜNGLINGS’)

Wieder aufzublühn werd ich gesät;

Der Herr der Erndte geht

Und sammlet Garben

Uns ein – uns, ein, die starben!

***

UIT HET NA NISSENS DOOD  BEGONNEN DAGBOEK VAN KONSTANZE

Op 19 september 1828 aan Feuerstein geschreven met insluiting van de namen van vijf suscribenten (voor de biografie van Nissen)


Op 24 oktober naar Spontini in Berlijn gecshreven en hem gezegd dat ik me alleen dan  met de Franse vertaling van de biografie zal inlaten, wanneer hij en Chevalier Sevelinger  de verantwoordelijkheid op zich nemen zodat  ik op voorhand al ervan verzekerd ben, dat ik er profijt van zal kunnen trekken.  Ook vroeg ik hem aan mij in Wenen  via een postwissel aan Schuller & Conip geld te sturen.. Dit werd veranderd en in plaats van Schuller kreeg Feuerstein de gelden van Spontini.


Op 3 november 1828 aan dr. Feuerstein geschreven met ingesloten de rekening van Jähndl die 12 gulden bedroeg en een kopie van de brief uit Wenen van Mechetti van 23 oktober.

Op 3 november aan dr Feuerstein  geschreven met ingesloten de rekening van …..Op  4 november 1828 de door Jähndl afgeschreven muziekstukken van Mozart ingepakt, op de postwagen gedaan en aan dr  Feuerstein gestuurd.

Op 18 november aan Feuerstein de 110 lithografieën samen met het portret van Jähndl  op de postwagen gedaan die pas 19 november vertrok.

Op 9 december 1828 aan Feuerstein geantwoord en de kopieën van Davidde penitente (KV 469) gestuurd, met de rekening en het portret van mijn Wolfgang. Ook de allegorie van het monument van Deyerkauf uit Graz heb ik verstuurd met het verzoek om het ook weer aan mij terug te sturen.

Voor Feuerstein en Jähndl voor de kopieën van Davidde penitente op 30 november 1828 12 Salzburger guldens betaald.

Ik schreef op 22 december aan Feuerstein dat ik er zeer aan hecht bij de verschijning van de biografie in de Politische und Allgemeine Zeitung veel te zeggen over het hoofdwerk en zijn zo zeer gelukte beeltenissen en daaraan toe te voegen dat die door de beste kunstenaars in München gemaakt zijn onder leiding van de geniale Ritter von Cornelius. 

Aan Feuerstein op 3 februari 1829 een pakket en gekopieerde muziekstukken, een portret van Beethoven en van Rossini en de twee brieven aan de koning en koningin van Denemarken verzonden en een uitvoerige brief van mij.

Tot en met 1 januari 1829 heb ik met medewerking van mijn lieve cousine Schonstrup de rente van mijn kapitaal dat in Copenhagen berust bij de specerijenhandelaar Holms en 7200 gulden bedraagt, in goede orde ontvangen.  Ook heb ik van Schuller & Comp.  tot en met 1 januari alle rente ontvangen. Dit kapitaal bedraagt 15000 gulden. Dit schrijf ik hier als mededeling aan mijn zoons voor het geval mijn hemelse vader mij in zijn goedheid van deze aardse wereld naar een betere roept, zodat ze weten waar ze aan toe zijn.  Daarbij is het mijn wens, dat mijn zoons de arme familie Falck van wier oudste zoon mijn goede Nissen peetvader was, de kleine nalatenschap die Nissen voor hem heeft bedoeld en die hij of zijn arme moeder zullen ontvangen, omdat de arme ongelukkige zoon Georg bijna blind is……zullen mijn zoons wel zo goed zijn hun uit mijn naam een jaarlijkse gift van 100 gulden te doen via de firma Schuller & Comp.


In mijn portefeuille bevindt zich ook een testament met betrekking tot mijn goede zuster Sophie Haibl waarvan ik wil dat het ook na mijn dood zal worden uitgevoerd. Het ga jullie goed,  samen met mijn moederlijke zegen! Houd jullie moeder oprecht in jullie gedachten.


Geschreven op 26 februari 1829.


Constanza von Nissen


Op 1 april (1829) was ik zo gelukkig een heel fraai exemplaar van Mozarts biografie te krijgen, door mij besteld bij Breitkopf & Härtel in Leipzig, Godzijdank dat ik zover ben gekomen!


***


Aan de echtgenote van muziekdirecteur-generaal Gasparo Spontini in Berlijn.


Salzburg, 21 april 1829


Hoe kan ik mijn zo innig geliefde vriendin Spontini genoeg bedanken?  Ja zeker, u heeft samen met  uw echtgenoot veel narigheid en zorg gehad, waarover ik vaak met mijn vrienden sprak.  Alleen heeft u ook al het mogelijke gepresteerd en mij ontbreken de woorden u daarvoor voldoende te kunnen bedanken.

Dr. Feuerstein kreeg 700 thaler en kan er naar verwachting nog 300 krijgen. Wat ben ik gelukkig, dat ik dit weet!  Wanneer de andere naties zich zo hadden onderscheiden als Pruissen,  dan zou er niets te wensen over zijn.  Ik heb maar één vriend als Spontini, een tweede is er op de wereld niet te vinden. Aanvaard daarom mijn onuitsprekelijke dank en wees ervan overtuigd dat die dank oprecht is. Ach, kon ik maar te weten komen op welke manier ik u en uw man een plezier kon doen!  Wat zou me dat gelukkig maken. Ik heb wel een plan, lieve vriendin, een pendant te sturen bij het schilderij dat mijn dierbare vriend zo goed was van mij aan te nemen, en dat stuk zou u al in handen hebben wanneer de schilder er tijd voor zou hebben gehad. Het stelt Mozart met vrouw en kinderen voor en ik vraag u het ter herinnering aan mij in uw kabinet op te hangen. Het is weliswaar maar weinig voor alles wat u aan goeds voor mij heeft gedaan, maar toch kunt u eruit opmaken dat ik u mijn dankbaar -heid en mijn goede wil zou willen tonen. Zo heb ik het geluk u en uw man de hartelijke groeten te doen.

Uw hoogst dankbare vriendin

Constanze von Nissen

***

Aan de organist Vincent Novello te Londen, destijds in Salzburg.


Salzburg 14 juli 1829


Monsieur!


Ma belle-soeur, se trouvant depuis quelques mois dans un état si deplorable, en se qui concerne sa santé, c'est à moi qu'elle a remis les lettres que Vous avez bien eu la bonté de lui apporter.

Ce n'est qu'avec le plus grand plaisir que je ferai la connaissance d'un admirateur si zelé de feu mon mari que Vous, Monsieur, et si Vous voulez Vous donner la peine de venir me trouver, j'aurai l'honneur de Vous attendre chez moi cet après diné ou je Vous remercirai de vive voix de l'interet que Vous prenez à la famille de Mozart.


Constance Nißen,

veuve de Mozart.

***


Uit het dagboek van Konstanze

Op 11 juli 1829 kreeg ik tot mijn vreugde van mijn geliefde zoon Wolfgang het bericht , dat hij op 8 juli ’s avonds van Wenen naar Linz reist en op 12 juli hoopt in mijn armen te zijn.

Op 12 juli 1829 is mijn geliefde zoon Wolfgang via Lemberg over Wenen in mijn armen gekomen om zich aan mijn hart te laten drukken. Zondag 16 augustus liet ik mijn zoon Wolfgang twee maal door Spitzer schilderen, één maal voor mij en de tweede maal voor hemzelf. Ik betaalde hem er 18 gulden voor.

Donderdagmorgen 20 augustus is hij met mijn moederlijke zegen ’s middags om half één weer van hier vertrokken en over Wenen volgens plan naar het armzalige Lemberg gereisd. God geven hem zijn vaderlijke zegen! De almachtige weet of ik hem nog in deze wereld zal terug zien of niet. Anders zien we elkaar daar! Zoals mijn hemelse vader wil! Alles van zijn goddelijk raadsbesluit zal ik met deemoed en een dankbaar hart aanvaarden! Amen!

***


Aan muziekleraar Friedrich Schwaan in Rostock


Salzburg, 7 augustus 1829

Hooggeachte heer!

Uw verering voor mijn Mozart ontroert me, en wel zo zeer, dat ik niet wil nalaten aan uw wens tegemoet te komen. U krijgt daarom van mij een blaadje muziekpapier met noten van zijn handschrift erop, en een blaadje uit zijn dagboek dat hij als kind samen met zijn zuster heeft geschreven. Wees ervan overtuigd, dat ik het, ook al is het nog zo onbeduidend, niet zo gemakkelijk aan u zou geven wanneer u er niet zo nadrukkelijk om vroeg.  Het geeft me groot plezier het in uw handen te weten en in staat te zijn het u te geven. Houd het in ere!

Wanneer ik meer zou hebben, zou u nog meer krijgen, omdat ik zeker weet, dat u het verdient. Ik ben alleen heel zuinig op het weinige, dat ik nog bezit, omdat ik vaak dergelijke verzoeken krijg, zo veel dat ik er niet op in kan gaan. In die gevallen breekt mijn hart.

Het ga u goed! Blijf de weduwe van de door u vereerde Mozart goed gezind!

PS : schrijf me of u alles ontvangen heeft!

***


Uit het dagboek van Konstanze


Op 11 augustus 1829 heb ik de piano ontvangen waaraan Mozart La Clemenza di Tito, Die Zauberflöte, het Requiem en een Freimaurerkantate (KV 623)  heeft gecomponeerd.  Hoe blij ik er mee ben, kan ik niet beschrijven.  Mozart was er erg op gesteld  en daarom houd ik er dubbel van.


Op 10 september 1829 na tafel om één uur van Nonnberg in Salzburg naar Gastein gereisd, samen met Mona, mijn dierbare hulp, om gebruik te maken van het goddelijke bad.

Op vrijdag 11 september ’s avonds om zes uur godzijdank in prachtig weer behouden aangekomen in Gastein. Mijn uitgaven waren :

Onderweg in Golling en Kaltenhaussen  33 kreuzer, in Werfen voor het nachtverblijf 1 fl. 36 kr met fooi, in St Johann koffie  14 kr,  in Hofgastein bier  4 ½ kr, in de Kloof ’s middags 48 kr. In Gastein de koetsier nog 7 fl betaald aan loon, omdat hij al 4 fl gekregen had, samen 10 fl. en 1 fl fooi. Gebak uit Gastein voor Sophie 6 kr. Aan de badmeester 24 kr gegeven.

Op 11 september aan Sophie geschreven en de brief overhandigd aan de mooie mevrouw Schick die zo vriendelijk was mij te beloven de brief rechtstreeks ten huize van de heer Fend af te geven. Uitgegeven voor alle dagen 1 fl  58 kr.

Op 16 september voor de vijfde maal gebaad, een half uur. Vandaag en gisteren een uur anders alleen maar een kwartier, een half uur, drie kwartier. Vandaag, de 16e september, is mijn reisgezelschap de heer Franck W. Negelsfurt, k.k. Oostenrijks ambassade-secretaris in Brussel, nadat hij me een aardige zelfgemaakte tekening had gegeven als aandenken, weer naar Salzburg gereisd en nam me voor de lieve Sophie te bezoeken en haar te vertellen, dat het me godzijdank goed gaat en dat ik het samen met Mona  prima maak en voor haar hetzelfde wens.

Op 17 september 1829 voor de zesde maal een goddelijk Gasteiner bad genomen, wat me godzijdank net als de eerdere vijf maal, gezegend door mijn hemelse vader, heel goed bevallen is. Voor het eten heb  ik een kleine promenade gemaakt en daarna  heerlijk gegeten met mijn Mona. Ik heb haar toen Menschenhass und Reue van Kotzebue voorgelezen.  Daarna ging ik met Mona en de kleine dochter van Rösiger wandelen over de Schreckensbrücke, plukten wat alpenvruchten en raakten de weg kwijt. Uiteindelijk belandden we op het topje van de berg en moesten via een gevaarlijke zigzagweg zonder leuningen langzaam naar beneden schuifelen. De lieve kleine Caroline  huppelde lachend voor ons uit, als een klein hertje, terwijl ik met Mona rilde van angst.  We kwamen er gelukkig zonder kleerscheuren vanaf.  Nauwelijks waren we de kamer binnengegaan of er stak een vreselijke hagelbui op, zodat we alle luiken dicht moesten doen om de ramen te redden. Dat hield zo een kwartier aan. Toen werd het weer mooi weer en ik kon mijn goede Schepper niet genoeg danken, dat de hagel ons niet op de berg had overvallen, waardoor we alle drie ziek hadden kunnen worden. Ik dank de Almachtige op mijn knieën.  Tevreden dronken we om vijf uur koffie.  De kleine Caroline werd met haar hond Makreel door haar broer met veel bedankjes afgehaald. Tegen acht uur dronk ik zoals altijd wat soep en ging met veel dankbetuigingen aan mijn hemelse Vader in bed liggen.

Vandaag 18 september 1829 had ik het geluk mijn zevende bad te nemen. Eerst nam ik zoals gewoonlijk mijn koffie om half zes. Na mijn gezicht en mond te hebben gewassen wilde ik de heer Rösiger in het bad opzoeken, maar trof in zijn plaats een vreemdeling aan die uit Londen kwam en me veel te vertellen had. Hij wil brieven voor me meenemen. Hoe hij heet, weet ik nog niet. Een heel aardige man. Toen ging ik naar mijn kamer,  maakte mijn badgoed klaar en toen het bad leeg was, ging ik met Mona naar binnen en liet haar een kwartier met mij baden. Ik bleef echter een vol uur. Daarna weer in bed om een beetje uit te rusten. Ik nam een halve kop kamillesoep en ging hier zitten om alles op te schrijven.  Zoëven verscheen dr. Storck die me godzijdank in orde bevond.  Tot zo ver tot elf uur. De rest komt nog.

Om half twaalf wilde ik gaan wandelen omdat de zon zo mooi scheen. Het was alleen heel winderig en zo koud, dat ik, hoewel ik een dekentje om had gedaan, omkeerde en naar mijn kamer ben gegaan. Om twaalf uur ging ik eten. Het smaakte voortreffelijk. Wat ik alllemaal gegeten heb heeft Mona genoteerd, die elke dag opschrijft wat we krijgen.  Om half twee probeerde ik weer naar buiten te gaan, maar kwam vanwege de aanhoudende wind geen stap verder.  Daarom ging ik naar de eetzaal van Straubinger en las de kranten, maar vond er niets merkwaardigs in,  afgezien van het oorlogsnieuws dat wees op een redelijke vreedzame situatie waarvoor ik de Voorzienigheid dank. Wel las ik iets over een monument dat de vorstin van Leuchtenberg voor haar gemaal wil laten oprichten en dat door Torwalzen, landgenoot van mijn man zaliger, in wit marmer wordt gemaakt. Men zegt, dat  de grote kunstenaar van Rome zelf zal komen om het te installeren. Dat zou ik wel eens willen zien.

En nu wacht ik in spanning op de postwagen van Salzburg, omdat ik hoop op brieven van mijn lieve Sophie.  Ondertussen drink ik koffie.

Inderdaad heb ik zojuist brieven van Sophie gekregen waaruit ik kan opmaken, dat het haar, godzijdank, goed gaat. Ook mijn lieve diertjes maken het prima. Ik  trof ook het horloge aan waar ik erg blij mee ben omdat ik er elke dag een van de badmeester moest lenen.

Nu is het zes uur. Om zeven uur krijg ik mijn soep en tegen acht uur ga ik, als God het wil, naar bed.

Toen ik in bed lag, vertelde Mona me, dat ze zich sinds het bad niet goed voelde. Ik dacht na, wat ik zou doen en wilde haar al wat van mijn medicijnen geven, maar vond het uiteindelijk toch beter haar naar dr Storck te sturen die haar zou zeggen wat ze moest doen. Zo geschiedde en hij stuurde haar naar de apotheek om een half stukje wijnsteen dat ze met een groot glas vers water moest innemen met suiker. Ze ging toen rustig slapen en stond uiteindelijk weer fris en gezond op, net als ik met mijn zorgen om haar.  

Vandaag 19 september stond ik godzijdank weer fris en gezond op, wenste de hele mensheid een goede morgen, maakte koffie op mijn kamer, waste zoals altijd mijn mond en gezicht, ontbeet, en las tot aan de tijd van het baden hardop in de Stunden der Andacht. Om negen uur nam ik mijn achtste bad omdat de vreemdeling die voor mij brieven naar Londen wil meenemen en wiens naam ik nog steeds niet ken, poedelnaakt baadt en ik als eerbare vrouw dus niet samen met hem kan baden. Daar bleef ik tot tien uur, ging een kwartiertje op bed en kleedde me aan onder het kabaal van Caroline en haar hond. Daarna breide ik tot etenstijd, at voortreffelijk, en nu zit ik hier te schrijven, omdat het regent. Anders zou ik zoals gewoonlijk zijn gaan wandelen.

Zoëven brengen Caroline en Mona me drie ganzeveren die onze vriendelijke apotheker zelf voor mij heeft gesneden en die ik niet beter kan gebruiken dan door mijn lieve Sophie een brief te schrijven en te vragen hoe het gaat. Wat verder nog gebeurd is, schrijf ik straks wel. Eerst die brief!

Godlof, de brief is geschreven. Nu doe ik hem op de post en breng gelijk de Weense Beyergraben Wirt een bezoek hoewel het vreselijk winderig weer is.

Nu was de brief op de post en kon ik mijn bezoek afleggen. Ik  trof mevrouw Hindenfaller aan met haar lieve dochter, een meisje tussen de elf en twaalf jaar, dat door een ongelukkige val al vier jaar krom loopt. Ook haar goede moeder loopt krom, omdat ze  bij een sprong over een greppel haar voet heeft verstuikt.Vol medelijden luisterde ik naar haar klachten en troostte haar zo goed als ik kon en beloofde weer gauw terug te komen,een belofte waaraan ik me ook wilde houden. De arme moeder was er  zo tevreden over, dat ik haar in de waan liet dat ik geloofde dat haar kind weer gezond zou kunnen worden, dat ze me met tranen in haar ogen zei : ik wil graag krom blijven als mijn kind maar weer rechtop gaat lopen!

Nu ging ik op weg naar huis, maar kwam vanwege de harde wind bijna niet vooruit. Uiteindelijk kwam ik buiten adem thuis, dankte mijn lieve God, dat hij ons niets ergs had laten overkomen, want wij, Caroline, Mona de kleine hond van Caroline en ik,  moesten via een trap de berg op die wel zestig of zeventig treden had en vanwege de hevige wind erg gevaarlijk was. Wanneer Mona me niet zo goed had vastgehouden, zou ik het niet hebben gered. Wat me echt heel erg bang maakte was te zien hoe de  kleine Caroline met haar hondje op haar arm door de wind uit evenwicht raakte. Ik geloofde al bijna dat ze in de diepte gevallen was.  God zij gedankt, dat alles zo goed is afgelopen! Thuisgekomen sidderde ik nog steeds en nam me voor niet meer met storm naar buiten te gaan en ik zal me zeker aan mijn woord houden. Caroline zei me goedenacht,  ik kreeg mijn soep, dankte mijn goede Vader en ging tevreden naar bed. Ik nam ons pulver met eceral-essence in en sliep rustig in.

Vandaag 20 september 1829  stond ik godzijdank om half zes weer gezond en wel op. Alles ging zoals altijd. De lieve God gedankt, ontbeten, gewassen etc. etc. Toen kwam de kleine Caroline en bracht me een steen die ik heel mooi vond. We hadden hem tijdens een wandeling uit de vele stenen uitgekozen en meegenomen. Ze zei : neem deze steen! Vader wil niet dat ik hem meeneem. Neem hem als aandenken! Dat deed ik graag. Ik breng hem voor Sophie mee.  Toen moest Mona haar haren vlechten. Hierna riep de waardin voor het ontbijt. Daarna  kwam ze met haar vader om afscheid te nemen. Haar vader en zij bedankten voor alle liefde en  vriendschap en zo reisden ze om zeven uur met mijn gelukwensen af.  God zegene hen! Gelijk daarop kwam de heer die voor mij brieven naar Londen wil meenemen en vertelde me over zijn gezondheidssituatie. Het komt erop neer dat hij gelooft in Frankrijk te zijn vergiftigd met Hollandse thee, want alle symptomen wijzen in die richting. Arme kerel!

Nu nam ik mijn negende bad. Toen bezocht dr Storck me, en vond alles in orde. Na een uurtje te hebben gebaad ging ik naar mijn kamer waar Mona mij vanwege het slechte weer verbood naar de kerk te gaan. Ik gehoorzaamde, nam mijn gebedenboek, bad eerbiedig en kleedde me daarna aan. Na een voortreffelijke maaltijd ging ik naar de apotheker, sprak een half uur met hem wat ertoe leidde dat ik hem de biografie uitleende en hem op zijn kamer de afbeeldingen liet zien wat hem erg veel plezier deed. Na vier uur gebruikte ik zoals gewoonlijk thuis mijn koffie, tegen acht uur mijn soep en ging na gebeden te hebben naar bed, maar kon niet dadelijk in slaap komen omdat mijn goede zuster met haar zieke Forte in mijn hoofd rondspookte.  Ik weet hoezeer ze aan dit arme dier gehecht is. Zo droomde ik erg onrustig en een van mijn vrienden wilde me steken met een dolk, maar het was maar een droom.  Angstig werd ik wakker, dankte mijn Schepper en droeg mijn goede Sophie ana hem op, daarna werd ik weer erg onrustig, zo erg, dat ik lange tijd niet kon inslapen. Nu is alles weer goed geworden en op 21 september heb ik met goed gevolg mijn tiende bad genomen.  Daar had ik een interessant gesprek met de erudiete en bereisde heer Kammerer en toen deze het bad verliet kwam dr Storck er weer aan. Toen ik hem over de onrustige nacht vertelde, adviseerde hij me, niet meer een uur lang te baden. Ach, die goede Storck kende de ware oorzaak van mijn onrust niet, anders zou hij me geadviseerd hebben niet teveel te piekeren  en alles aan de lieve God over te laten. Dat zeg ik nu tegen mezelf.

Vandaag 22 september 1829 had ik het door God gegeven geluk voor de elfde maal te baden, en wel met goed gevolg. Dank  zij U, mijn hemelse vader!  Zojuist kom ik van de schoolmeester waar ik me liet inschrijven voor de terugreis naar Salzburg komende zondag de 29e.

Vandaag, de 23e september, was ik zo gelukkig met de zegen en hulp van mijn hemelse vader voor de twaalfde maal te hebben gebaad. Nadat ik een kwartiertje had gerust, kleedde ik me aan en ging lekker wanderelen met dat mooie weer, schreef in de lusthof van aartshertog Johann mijn naam op en ging naar huis om te eten. Na het eten maakte ik weer een wandeling vanwege het mooie weer. Ik kwam de Brit van gisteren met zijn vrouw tegen en sprak met hen. Ze gingen eten, iets aan de late kant voor Gastein, omdat ze in Böckstein waren en ik was aan het wandelen in Tiefe Graben om de Weense te bezoeken. Ik zag haar met haar arme kromme kind tegen een berghelling aan zitten. Na daar korte tijd gebleven te zijn gingen we naar hun huis om wat te kletsen. Ik vroeg om een glas bier dat me voortreffelijk smaakte. Ondertussen kwam ook de andere dochter thuis, samen met een dienstmeisje en een jongeman uit Salzburg die al s’ochtends vroeg naar Steinböck en de Schleger Waterval waren gegaan. Ik bleef nog eventjes maar ging toen naar huis, dronk een kop koffie en verstelde mijn rok. Tot zo veel voor nu! Straks neem ik nog wat soep en dan ga ik slapen. Gisteren was mijn soep in kamillethee veranderd; die soep kreeg Mona. O ja, vanmorgen heb ik me het hele interieur van het  huis van de heer Straubinger door zijn dochter laten zien. Het heeft 22 kamers, een enorme keuken en een bad. Nu ben ik klaar.

Vandaag 24 september heb ik met Gods hulp voor de dertiende keer om zeven uur gebaad. Om tien uur ging ik naar de kerk daarna wandelen, dan eten op mijn kamer, dan weer wandelen naar Hofgastein. Ik zag toen ook de Brit met zijn vrouw met vier postpaarden vertrekken in zijn mooie wagen waarop vermoedelijk zijn wapen stond. Toen op weg naar Straubinger om een glas bier te drinken. Vanwege het mooie weer bleef ik nog een half uurtje zitten en nu ben ik op mijn kamer waar ik vandaag zal blijven. Ik wens de hele wereld een goede nacht.

***

Aan muziekleraar Friedrich Schwaan in Rostock

Salzburg, 5 december 1829

Hooggeachte Heer,

Ervan overtuigd, dat een paar regels van mij u een genoegen zullen doen, grijp ik mijn ganzeveer en maak gelijk van de gelegenheid gebruik u een gelukkig einde van het oude jaar en een nog gelukkiger begin van het nieuwe jaar te wensen. Moge de lieve God u zijn zegen en tevredenheid geven!

Wat mij betreft, ik leef zo gelukkig mogelijk samen met mijn liefste zuster (Sophie Haibel) voor zoverre mijn omstandigheden  zonder Mozart en zonder Nissen dat toelaten.  Ik had twee grote en voortreffelijke mannen door wie ik bemind en gewaardeerd werd, ja ik mag wel zeggen aanbeden werd.  Ook zij werden door mij in gelijke mate bemind en ik was dan ook twee maal volkomen gelukkig, zoals men dat op deze aardse wereld eigenlijk niet mag zijn. Gesterkt door de goddelijke religie schik ik me in mijn lot en zeg met Haller


Ein Blick in vorig Leid wird künftig uns entzücken,

Wenn unserem Auge sich der Schöpfung Plan wird entdecken,

Der itzt vor unseren kühnen Blicken

In seelig Dunkel sich versteckt.


Zo veel over mij en nu over naar de biografie! Het doet me enorm veel plezier, dat u er ook erg over te spreken bent en hoewel ik tot nu toe nog geen winst heb kunnen maken voor mijn zoons, ben ik toch blij dat ik de wereld en in het bijzonder de vereerders van Mozart een werk in handen heb gegeven, dat hun genoegen verschaft en ik sluit af met de wens dat mijn schrijven u heel spoedig bij goede gezondheid zal bereiken en dat u altijd sympathiek zult staan tegenover

Uw vriendin

Constanze

Etatsräthin von Nissen

Weduwe van Mozart

(Albrecht von Haller (1708-1777))

***

Uit Constanzes dagboek


Salzburg, 20 januari 1830

Schuller & Comp. de bevestiging  van de ontvangst van de afrekening gestuurd en gelijk gevraagd mij een lot van de loterij van Rothschild dat elk jaar tot 1841 wordt getrokken, te sturen, als dat tenminste niet te duur is en Schuller het me ook adviseert.

Notitie op de binnenzijde van het deksel : 38328 is het nummer van de Rothschildse loterij dat ik heb. Ik heb tot nu toe helaas niets gewonnen. Dat is Gods wil en daarom ben ik met deemoed en een dankbaar hart  tevreden jegens de goedgunstige schepper en schenker van alle goeds en loof en prijs hem daarvoor. Amen

***

Aan dr. med. Johann Heinrich Feuerstein in Pirna


Salzburg, 9 februari 1830


Opmerking van Constanze in haar dagboek : Aan doctor Feuerstein geschreven en hem gevraagd mij opheldering te geven over mijn zaken. Ook zei ik hem, dat zich nog veel brieven van Leopold Mozart bevinden in de nalatenschap van mijn schoonzuster.Ik heb nog niet de tijd gehad ze te lezen.


***

Aan muziekleraar Friedrich Schwaan  in Rostock

Salzburg, 25 februari 1830

Opmerking in Constanzes dagboek : voor de heer Weber (muziekdirecteur in Rostock) een manuscript met muziek bijgevoegd

9 maart 1830

Van dr Feuerstein een brief ontvangen die  me heel verdrietig maakte omdat hij zo aangrijpend schreef, dat hij zijn lieve zoontje aan de dood verloren heeft. De goede vader is ontroostbaar. Moge God hem een troostengel zenden en hem weer een zoon schenken! Maar, Heer, Uw wil geschiede! Nu zei hij me ook, dat Spontini hem weer 300 thaler heeft gestuurd die hij voor mij tegen Pasen , wanneer Breitkopf & Härtel weer de rekening opmaken, weer zal verrekenen.

***

Aan dr. med. Joh. Heinrich Feuerstein in Pirna

Salzburg, 13 april 1830

Dagboekaantekening : de Gradualia verzonden

***

Aan pianofortefabrikant Johann Andreas Streicher in Wenen


Salzburg, 9 juni 1832


Mijn lieve vriend Streicher,


Het is al heel lang mijn wens een klein model pianoforte van u te bezitten dat niet te duur is, maar wel elegant en dat vooral een mooie klank moet hebben. Binnen drie of vier weken kan ik, zo God het wil, mijn zoon Wolfgang in mijn armen sluiten die via Wenen hier zal arriveren. Hij zal dan zeker het genoegen hebben u te bezoeken en het instrument uit te proberen. Wanneer het hem bevalt, geldt dat ongetwijfeld ook voor mij. Ik zou het wel zo vlug mogelijk willen hebben, zodat mijn lieve Wolfgang er bij mij nog heel vaak op kan spelen.  Ik weet niet hoeveel tijd het kost het naar Salzburg te transporteren. Mocht dat langer dan acht dagen gaan duren, dan is het niet noodzakelijk, dat Wolfgang het uitprobeert. Ik schenk u mijn vertrouwen in de overtuiging, dat het zeker een goed instrument  is en dat ik het zeker gelijk in handen krijg. Dat wil zeggen : in een tijdsbestek van drie, maximaal vier weken. Voor de stipte betaling behoeft u zich geen  zorgen te maken. Dat komt in orde.


Van uw vriendin Constanza Etatsräthin von Nissen, voorheen weduwe Mozart


PS Hartelijke groeten aan uw lieve vrouw!


***

Aan mevrouw Aloysia Lange  in Wenen

Salzburg, 9 juni 1830

Dagboekaantekening :  aan mijn lieve zuster Lange in Wenen geschreven en haar veel geluk gewenst met haar naamdag die op de 21e  van deze maand valt.


***

Aan Wolfgang Xaver Mozart in Lemberg

Salzburg, woensdag 16 juni 1830

Dagboekaantekening : aan mijn lieve zoon Wolfgang geschreven en me erover beklaagd, dat ik al zo lang geen antwoord van hem heb gekregen.

*** 

Aan Madame Spontini in Paris

Salzburg, 19 juni 1830.

Dagboekaantekening : een brief gekregen van Madame Spontini te Berlijn, waarin ze vertelt, dat ze met haar man naar Parijs reist en dat haar man aan dr Feuerstein 1510 in totaal heeft overgemaakt. Naar Parijs geschreven.

***

Aan muziekleraar Friedrich Schwaan in Rostock


Salzburg, 8 augustus 1830


Vergeef me, dierbare vriend, dat ik pas nu uw brief van 25 mei beantwoord. Ik ben me ervan bewust het te lang op de lange baan te hebben geschoven, maar ik vertrouw op uw vrienschap en begrip en beloof u het niet meer zover te laten komen. Dat ik ’s zomers op het platteland leef en zelden in de stad kom, is nog geen excuus ervoor dat ik u zo lang niet heb geschreven. Ik schaam me en vraag om vergiffenis. Om alles weer zo goed als vroeger te maken stuur ik u alles wat me dierbaar is en wat ik nu zelf niet meer bezit. Ten eerste een silhouet van mijn goede moeder,  (Maria Cordula Weber) van mijn  lieve optimistische oom  (Dagobert Stamm)  en van mijn lieve zus die net zoals ik voor de tweede keer is getrouwd en al tien jaar met haar eerste man in een  betere wereld vertoeft. Haar tweede man verblijft nog op deze aardse wereld en is naar een tweede Josepha op zoek, helaas zonder resultaat. Ook krijgt u hierbij een manuscript van mijn lieve Nissen en ook één van mijn jongste zus Sophie Haibl, en dat was het. O nee, ook van mijn vader moet ik nog iets toevoegen.  


Het ga u en uw echtgenote goed!         Doet u haar en de heer directeur Weber de hartelijke groeten en schrijf gauw aan u vriendin,


Constanza Nissen, voorheen Mozart


PS  Is het van een concert gekomen? Ik hoop het maar. Heeft u aan mijn zoon in Lemberg geschreven? Ik zal naar Karl in Milaan schrijven en de groeten van u doen.


Dagboekaantekening hierbij : aan Schwaan in Rostock geschreven en hem al zijn wensen in vervulling doen gaan : een handschrift van Nissen, een handschrift et silhouet van mijn moeder, ook een van Sophie Haibel, een van mijn oom Dagobert Stamm, en een van mijn zuster Mayer en van mijn lieve vader.


***



Aan Mevrouw Aloysia Lange geb. Weber in Wien


Salzburg, 14 augustus 1830

(een opdracht betreffende 20 gulden aan het Bankhuis Schuller & Comp. in Wenen bijgesloten)

***


Aan Dr. Med. Joh. Heinrich Feuerstein in Pirna


Salzburg, 27  augustus 1830.

Dagboekaantekening : op 27 augustus 1830 schreef ik weer een brief aan Feuerstein. Hij wordt de 29e  verzonden. Ik vroeg heel serieus om mijn rekening. Jähndl betaalde nogmaals 25 fl. voor kopieerkosten ana Feurstein.

10 september 1830 : van Feuerstein vanuit Karlsbad een brief ontvangen, waarop geen antwoord te geven is.  Hij heeft me gezegd dat mijn zaken tiptop in orde zijn.

30 september 1830 : van Feuerstein uit Pirna een brief gekregen.  Op 24 september gaf ik Jähndl 25 fl. voor kopieerkosten. De som die Feuerstein van Spontini ontving is 1510 Thaler, van mij 127 fl en 300 fl die ik aan Breitkopf & Härtel heb gestuurd, die Feuerstein nog moet verrekenen. In totaal heeft Feuerstein zoals vermeld  van Spontini 1510 Thaler, van mij 127 fl. en de tien exemplaren van Saksen. Daarbij komen nog de 300 fl die ik,  zoals hierboven vermeld, aan Breitkopf & Härtel heb gestuurd die ook Feuerstein moet verrekenen.

  • Jähndl, koordirecteur aan het Nonnberg-klooster inSalzburg.

***

Aan Aloysia Lange

24 september 1831

een lange brief van Lange gekregen en gelijk beantwoord en 12 gulden bijgesloten. Op 28 september weer een brief van haar gekregen met het doodsbericht van haar man (Joseph Lange)  die op 18 september aan ouderdomszwakte is overleden. God hebbe zijn ziel!


***

Aan Dr. Med. Joh. Heinrich Feuerstein in Pirna

Salzburg, 8 juli 1832

Dagboeknotitie : zondag 8 juli 1832 verstuurde ik de brief waarin ik voor de laatste maal dr Feuerstein verzocht om mijn rekening, geld en alle manuscripten, aangetekend en wel, wat me 32 kostbare Kreuzer kostte.


26 juli 1832 : acht dagen geleden ontving ik het retourbewijs van dr. Feuerstein, door hemzelf ondertekend.

13 augustus 1832 : eindelijk van dr Feuerstein een brief ontvangen. Daar zat geen rekening bij, maar wel een exemplaar van een door hemzelf geschreven medisch handboek met het verzoek aan mij om het met 50 % korting te laten publiceren.  Ik moest er 1 fl 18 kr belasting over betalen, voor het censureren kwam daar nog eens 17 kr bij. De postbezorger heb ik 6 kr gegeven.

Die sensitiven Krankheiten oder Die Krankheiten der Nerven und des Geistes. Leipzig 1828.

***

Aan Dr. Med. Joh. Heinrich Feuerstein in Pirna

Salzburg, 20 oktober 1832.

Dagboeknotitie : hem herhaldelijk verzocht mij het geld en de manuscripten te sturen.


***


Aan muziekleraar Friedrich Schwaan in Rostock


Salzburg, 2 september 1832


Ik schrijf op de eerste plaats aan mijn lieve vriend Schwaan in Rostock om hem van harte  te bedanken voor zijn sympathie en interesse voor alles wat mij en mijn familie betreft. Ja, mijn vriend, ik ging eronder gebukt, dat mijn lieve zoon Wolfgang in Lemberg in groot gevaar verkeerde. Alleen de goddelijke voorzienigheid, mijn goede schepper,  heeft hem beschermd en voor mij  behouden. Meer dan een half jaar lang kreeg ik elke acht dagen een brief van hem en dit jaar was ik zo gelukkig om hem  nog drie weken bij me te hebben. Ik zou hem nog eens drie weken bij me kunnen hebben, wanneer ik hem er niet  toe zou hebben overgehaald gebruik  te maken van de baden in Gastein, omdat hij er zo beroerd uit zag. Hoewel hij niet bedlegerig was, begreep ik dat zijn goede hart en zijn ziel te veel hadden geleden door het verlies van zovele vrienden en bekenden die hij door deze ziekte (cholera) had verloren en dat hij zeker niet gezond kon zijn. Ook had hij altijd koliek en afscheiding wat me duidelijk maakte dat hij moest aansterken. Niets is zo weldadig als dit goddelijke bad.  God zij gedankt, dat hij mij raad heeft opgevolgd. Nu is hij weer fit. Op 23 augustus is hij met mijn  moederlijke zegen naar Wenen afgereisd. Daarvandaan ontving ik gisteren een tweede brief van hem, waarin hij er niet over uit kon hoe goed hij zich voelt.

Dat wat hem betreft en nu over mij en mijn goede zus Sophie (Haibel) die sinds onze briefpauze op het randje van de gruwelijke dood heeft geleefd. Nu is ze helemaal hersteld, waarvoor ik mijn goede Schepper niet genoeg kan danken. Dat ook ik zo gezond ben en zoveel ellende en angst te boven ben gekomen, heb ik alleen maar aan uw oprechte gebed aan God de Almachtige te danken. Anders zou dat niet mogelijk zijn geweest. Blijf houden van mij en mijn familie en wees ervan overtuigd dat uw eeuwig dankbare  vriendin die liefde ook zal proberen  te verdienen.

Constanza Etatsräthin  Von Nissen, voorheen : weduwe Mozart

***

Aan de muziekhandel Pietro &  Carlo Mechetti in Wenen


Salzburg, 3 februari 1833

Dagboeknotitie : op hoge poten geschreven. Mijn gelden en rekening opgevraagd die ze me al drie jaar lang beloven.

***

Aan Dr. Med. Joh. Heinrich Feuerstein in Pirna


Salzburg, 6 februari 1833

Dagboeknotitie : Ook nu een brief op hoge poten waarin ik heb schrijf dat hij me niet behandelt als een man van eer zou moeten doen en dat ik daarom andere wegen zal inslaan.


***

Aan Dr. Med. Joh. Heinrich Feuerstein in Pirna

Salzburg, 5 augustus 1833

Dagboeknotitie : aan dr Feuerstein een heel zakelijke brief gestuurd waarin ik hem zei dat ik me niet meer door hem bij de neus laat nemen en dat ik hem , wanneer hij niet binnen drie weken mijn zaken naar behoren regelt, via het gerecht zal aanklagen.


***


Aan de muziekhandel van Pietro en  Carlo Mechetti in Wenen1


Salzburg, 21 februari 1833

  Zelfs zakenlieden als u, edele heren, kunnen het me niet kwalijk nemen, dat ik,  wanneer men zich niet aan zijn woord houdt, een wat brutale toon moet aanslaan om mijn zaken te bespoedigen waar al te grote lankmoedigheid en coulance tot niets zouden leiden.  Ik zal maar niet herhalen hoeveel beleefde brieven ik zonder enig succes heb geschreven. Ik ben maar een vrouw, maar bij mijn zakelijke activiteiten handel ik als een man en ben ik heel precies. Dat verlang ik ook van diegenen die zich in een zakelijke relatie met mij inlaten.  Dat zult u, mijne heren, nu toch ook doen. Ik laat me met u verzoenen omdat u me beloften doet en zeker uw woord gestand zal doen om me uiterlijk in mei van dit jaar te betalen.

Ik moet u, mijne heren, nog het vogende meedelen : ik ben met Breitkopf & Härtel overeengekomen de Mozart-biografie van nu af aan voor 50 % van de winkelprijs te verkopen.  Mocht u de verkoop van de bij u aanwezige exemplaren onder de bewuste condities willen voortzetten, dan is dat aan u.  Ik ontvang gaarne uw antwoord daarover. Ik heb de eer te verblijven

Uw toegewijde

Constanza Etatsräthin Von Nissen, voorheen weduwe Mozart

***

Aan muziekleraar Friedrich Schwaan in Rostock


Salzburg, 21 december 1833

Er is mijn lieve vriend Schwaan zeker veel aan gelegen weer eens iets van me te horen, of ik nog gezond ben en aan hem denk? Ik ben godzijdank nog altijd kerngezond en spreek heel vaak met het grootste genoegen met mijn lieve zuster Sophie over onze vriend Schwaan. We zouden heel graag willen weten  hoe  de gevaarlijke periode waarover u ons heeft geschreven, verlopen is.  Bent u van die vreselijke ziekte verschoond gebleven? Hoe gaat het met u en al uw vrienden  aan wie ik de hartelijke groeten doe?  God geve, dat ze allen weer hersteld zijn en zo kerngezond zijn, dat  de de doorstane schrik kunnen vergeten en soms weer eens aan mij en mijn zuster kunnen denken. We wensen u ook voor het komende nieuwe jaar alle goeds, een ongestoord geluk en betere tijden dan voorheen. Omdat ik weet dat u in mijn lot geïnteresseerd bent,  breng ik u het heugelijke nieuws dat mijn zoons me komend voorjaar komen bezoeken.  Dat zal me een heel groot genoegen doen omdat we 27 jaar lang niet samen zijn geweest.  Helpt u me de goede Schepper te bidden dat hij ons deze vreugde laat meemaken. Maar, Heer, uw wil geschiede! Wat zou het geweldig zijn wanneer ook u, lieve vriend, dan hier zou kunnen zijn! Ik en mijn zoons zullen alles in het werk stellen om voor u het toch al zo mooie Salzburg zo aangenaam mogelijk te maken. Maar dit blijft waarschijnlijk een vrome wens omdat we zo ver van elkaar vandaan wonen. Het idee van de mogelijkheid alleen al maakt me zo onuitsprekelijk gelukkig dat ik geloof, dat mijn wensen ook u niet onaangenaam  zijn. Het ga u goed! Blijf uw oprechte vriendin goed gezind!

Constanza Etatsräthin von Nissen, voorheen weduwe Mozart

PS Ik verzoek u op fijn papier te schrijven en geen enveloppe te gebruiken, omdat ik anders meer dan tweemaal zoveel moet betalen.


***

Aan muziekleraar Friedrich Schwaan in Rostock

Salzburg, 18 mei 1834

Lieve, lieve vriend

Nu pas weet ik hoeveel liefde en sympathie ik voor u koester omdat ik wist dat u, uw lieve vrouw en de heer Weber in een zo groot gevaar verkeerden. Ja, ik was ontroostbaar en dacht u allen al in die andere wereld. Want, zo zei ik bij mezelf, anders zou toch een van u me een brief schrijven. Ja, ja, het is niet anders, ze zijn allemaal dood, zo jammerde ik luid.  Mijn goede zuster probeerde me te troosten, tevergeefs. Te zeer voelde ik mijn waarschijnlijke verlies. Hoe gelukkig was ik dan ook eindelijk uw brief van 1 mei te ontvangen! Ik kon mijn ogen niet geloven. God zij gedankt en geprezen dat u, uw lieve vrouw en mijn vriend Weber zo door mijn goede Schepper zijn beschermd. Dagelijks wil ik Hem, de Almachtige, daarvoor danken en Hem vragen u nog heel lang te willen sparen. Ongetwijfeld is er een brief van u aan mij verloren gegaan, waardoor dit verdriet werd veroorzaakt.

Over mijn zoons kan ik u slechts zoveel zeggen,  dat ik dit jaar nog niet het geluk kan smaken ze aan mijn hart te drukken. Wolfgang moest in Lemberg de positie van kapelmeester aan het theater  aannemen en kon dus niet gelijk, zoals u zult begrijpen, om verlof vragen. Nu laat hij me de hoop, dat hij zeker over een jaar met verlof zal komen. God geve, dat ik dan nog in leven ben en ze beide aan mijn  moederlijk hart kan drukken. 27 jaar waren we niet bij elkaar. Of ik dat grote geluk zal mogen meemaken, weet God alleen, naar wiens wil ik me deemoedig en eerbiedig schik. Omdat u de wens koestert iets van hem op schrift te hebben, zal ik hem schrijven. Ik twijfel er niet aan dat hij uw wens in vervulling zal laten gaan. Het was heel attent van u dat u me uw brieven portovrij wilde sturen. Alleen had u dat dit maal niet moeten doen omdat ik al te lang in spanning moest verkeren. Had u er maar aan  gedacht dat men in zulke omstandigheden graag een twintigvoudig postgeld zou willen geven om bericht te krijgen over zijn geliefde vrienden. Het ga u goed! Kust u uw lieve vrouw van mij. Doet u de hartelijkste groeten aan de heer directeur Weber en blijd uw trouwe vriendin goedgezind.

Constanza Etatsräthin Von Nissen


PS Uw brief ontving ik vrij van porto. Op uw advies zend ik de mijne naar D. Coiths Zoon & Compagnie te Wenen.


***

Aan muziekleraar Friedrich Schwaan in Rostock

Salzburg, 29 september 1835

Zeer gewaardeerde vriend!


Uw lieve brief van 24 augustus bezorgde me veel plezier omdat ik erg naar uw brieven verlangde en bij me zelf het besluit nam niet meer te wachten met schrijven, toen ik een brief van u kreeg die me niet vrolijk stemde, toen ik las dat u in de tussentijd zoveel narigheid heeft meegemaakt.  God geve, dat u zich van dag tot dag beter gaat voelen en dat het kwaad spoedig  helemaal zal verdwijnen, zodat u me zonder inspanningen vaker kunt schrijven.

Mijn zoon uit Lemberg aan wie ik zovaak en veel verteld hebt over uw sympathie voor ons, was juist bij me,  las uw brief  vol ontroering en voelde zich genoopt bijgaande woorden te schrijven die ik u verzoek te accepteren en te  bewaren zoals  bedoeld zijn. Dat was, zoals u ziet, op 18 september. Dat ik pas nu, 28 september, antwoord, zult u me wel niet kwalijk nemen, want het deed me teveel pijn mijn zo geliefde zoon weet te moeten laten vertrekken. Ik moest elke keer tot mezelf zeggen : Wie weet  of we elkaar  nog in deze wereld weerzien? Mijn goede Schepper, uw wil geschiede!

Ik zou  niet hebben geschreven wanneer u me niet zo lief en sympathiek was en niet nog veel meer brieven van mij zou verdienen.  God zij lof en dank, dat ik u kan zeggen, dat mijn lieve zuster Sophie het net als ik prima maakt. We willen uw goede vrouw bedanken voor de goede verzorging. Ze zal er zeker ook voor beloond worden, want geen goede daad blijft onbeloond.

Zo veel voor nu. Het ga u goed. Uw oprechte vriendin wenst u veel geluk,


Constanza Etatsräthin von Nissen, vroeger weduwe Mozart

***

Aan de muziekleraar Friedrich Schwaan in Rostock

Salzburg, 17 oktober 1836

U ziet, gewaardeerde vriend, dat ik nu zo gelukkig ben om eindelijk ook mijn zoon Karl in mijn armen te sluiten en hem drie weken lang dagelijks mijn moederlijke zegen te kunnen geven, waarvoor ik mijn zo goedgunstige Schepper niet dankbaar genoeg kan zijn. Ik moet hem des te meer dankbaar zijn en blijven, omdat hij mijn lieve zoon temidden van het grootste gevaar, omdat in Milaan, waar hij een aanstelling heeft,  de cholera heeft geheerst, heeft beschermd terwijl dagelijks honderden anderen om hem heen aan deze vreselijke ziekte ten onder zijn gegaan. Ik verzoek u, mijn hooggeëerde vriend, voor mij een dankgebed te richten tot de goede Schepper, dat hij mij, onwaardige zondares, dit onuitsprekelijke geluk gunt. Ach, grote God, hoe kan ik u dankbaar genoeg zijn?  Ik voel hoe groot uw liefde en barmhartigheid jegens mij is.  Ach, ik wil U liefhebben, loven, prijzen, aanbidden, in de geest en in de waarheid, ik wil U en uw geliefde Zoon, mijn heiland en verlosser, gehoorzaam zijn en me houden ana uw heilige geboden, waardoor ik kan hopen,  mijn hemelse Vader en God Zoon in deemoed en eerbied welgevallig te zijn om alleen maar dit geluk waardig te zijn. Ik verzoek u nogmaals mij in mijn gebed aan de hemelse Vader bij te staan, want u kunt zich niet voorstellen, hoe volkomen gelukkig ik ben.


Bij het doorlezen van deze paar regels ziek ik dat ik echt ko en waceterwaals heb geschreven.  Toch zult alleen u, lieve vriend, mij begrijpen. Ik sluit daarom af en wacht de tijd af, dat ik rustig zal zijn.  Het ga u goed! Geef de familie Mozart altijd uw sympathie! Alle denkbare wensen van mijn lieve zuster en van mij aan uw lieve vrouw.


 ***


[Albumblad]


Der trägt in sich der Gottheit Segen,

Der sich bestrebt, ihr gleich zu sein,

Der sucht auf seinen Dornenwegen

Den Menschen Blumen hinzustreun.


Salzburg, 28 maart 1839

Van Constanza

Etatsräthin von

Nissen voorheen weduwe Mozart

***

Aan de zonen van Kapelmeester Johann Nepomuk Hummel in Weimar

Salzburg,  23 januari 1838.


[.......] Zou dan deze grote man bij zijn dood niet ook aan mij gedacht hebben? Omdat hij me zo vaak mondeling beloofd heeft, dat hij, wanneer hij eenmaal welvarend zou zijn, zeker al mijn inspanningen, liefde, zorgzaamheid en uitgaven voor kost, logies en lessen, die hij van mijn dierbare echtgenoot Mozart kreeg, rijkelijk zou vergoeden. Omdat dit niet is gebeurd, doe ik een beroep op zijn zonen en ben tevreden wanneer zij me een passende compensatie willen sturen voor al mijn inspanningen, zorgen en uitgaven.

***

Door een klerk geschreven

Smeekschrift aan Eugénie Bernardine Désiré Bernadotte, koningin van Zweden

Salzburg, 15 april 1838

Madame,

Votre Majesté Royale daigne pardonner à la très humble soussignée de ce qu'elle ose Lui présenter ces lignes. Veuve de feu Mozart, compositeur musicien estimé de toute l'Europe, je suis très rejouie et honorée du projet magnanime de l'Allemagne, de vouloir lui ériger un monument dans la ville de Salzbourg, où il est né, et où je compte finir mes jours.

Les collections considérables, non seulement de l'Allemagne, mais aussi de la Suède et du Danemarc, envoyées au Musée de Salzbourg, le quel a voulu s'en charger, ont fait naître en moi la pensée, que je crois heureuse, de prendre la liberté de m'adresser aussi pour cette fin à Votre Majesté Royale, amie de tant célébrée des beaux-arts et reine aimée d'une grande nation, qui ne l'a jamais cedé à aucune autre, quand il s'est agi de reconnaître le mérite, non seulement dans ses compatriotes, mais aussi dans les étrangers.

J'espère que cette reflexion suffira de trouver excuse et pardon, d'avoir cherché une si haute protection et d'avoir supplié une grande reine non moins pleine de bontés que de gloire.

Je soussigne avec le plus profond respect,


Madame,

de Votre Majesté Royale

La très humble et très obéissante Servante

Constance veuve du Conseiller d'état danois

de Nissen, auparavant veuve de feu

Mozart.

Salzbourg ce 15 avril 1838.

***

Aan Wolfgang Xaver Mozart in Wenen

Salzburg, 18 december 1838

Mijn lieve zoon!

Ik schrijf in haast, dus ook maar weinig, omdat ik met de brief en het pakket in een kwartier klaar moet zijn. Voor het opvallende optreden van miss Wilkins kan ik alleen maar bewondering hebben. Ik moet toegeven, dat het me erg spijt. Wat doet de jonge Cavallo? Komt hij enthousiast  naar je toe? Dat mijn lieve vriendin plezier beleeft aan het sofakussen, heb ik met heel veel genoegen vernomen.  Ach, wat bezit ik veel van haar handwerken, waarvoor ik niets kan terugdoen, hoe graag ik dat ook zou willen. Zeg haar dat maar en schenk haar mijn oprechte dank daarvoor  en ook voor haar trouwe liefde en aanhankelijkheid. Ook verzoek ik je haar te zeggen wat voor verdriet ik heb over het leed van haar zo lieve dochter die ik samen met haar moeder telkens weer omarm. Ik geloof nog altijd dat ze in gezegende omstandigheden is, waardoor alles weer goed zal komen. God geve het! Het ga u allen goed.  Aanvaard mijn oprechte gelukwens voor het nieuwe jaar. En nu geen woord meer, om de post niet mis te lopen. Alleen nog dit: wanneer jij, mijn zoon, me nodig hebt, dan kun je op je liefhebbende moeder rekenen.

PS  Dat de mis niet in partituur is geschreven, is niet mijn schuld. Alle bekenden groeten je hartelijk, met name Sophie Haibl. Adieu!


***


Aan muziekleraar Friedrich Schwaan in Rostock

Salzburg, 3 maart 1840   

Mijn hooggeachte vriend!


Ik ben absoluut niet in staat u mijn vreugde onder woorden te brengen die mij gisteren, op deze derde maart, overviel bij de ontvangst van uw voor mij onschatbare aandenken. Wat voor liefde, verering en vriendschap jegens Mozart en zijn vrouw spreken niet uit deze gevoelvolle daad? Ik ben niet in staat u voor deze buitengewone vreugde  genoeg te bedanken. God, mijn goede Schepper, moge u daarvoor belonen. Dat is alles wat ik zeggen kan. Ik hoop, dat deze sympathieke eerbetuigingen mij niet van  mijn nederigheid zullen beroven, zodat ik uiteindelijk trots en verwaand word.  U kunt zich niet voorstellen aan hoeveel dergelijke beproevingen ik weerstand moet bieden en hoezeer ik me in acht moet nemen en mijn goede Schepper dagelijks bid om het behoud van mijn nederigheid.

Misschien heeft u, lieve vriend, misschien ook al in de kranten gelezen welke eer de sympathieke koning van Beieren (Ludwig I)  me heeft bewezen. Ja, ik moest naar München komen en de voorstelling van Don Juan bijwonen die ter ere van de familie Mozart werd uitgevoerd. Wat een ontvangst door Zijne Majesteit de Koning en wat voor  huldeblijken van de koningin die mij beiden met open armen ontvingen en onder eerbewijzen bedolven, zodat ik van louter vreugde en plezier noch kon eten noch kon slapen!  Ach, wat voor bijzonder respect heeft deze grote monarch nog voor Mozart in zijn graf.  Ja, zijn verering gaat zo ver, dat hij, omdat hij voor Mozart zelf niets meer kan doen, alle moeite doet om zijn weduwe zo gelukkig mogelijk zonder Mozart te maken. O, wat zou ik u nog veel kunnen vertellen over al die huldeblijken, wanneer niet mijn zieke rechterhand dat onmogelijk maakte, omdat ik juist daar lijd aan jicht in de duim en de wijsvinger. Ik neem me wel voor, in mijn volgende brief  meer te schrijven, wanneer dat Gods wil is en mijn hand weer is genezen.

Het ga u goed! Duizendmaal dank voor alles. Gun mij zoals altijd uw sympathie!  Wie is dan gelukkiger dan uw dankbare

Vriendin Constanza Etatsräthin von Nissen, voorheen weduwe Mozart

PS  Ach, bedankt u toch ook allen die hebben meegewerkt van harte, in het bijzonder uw lieve vrouw en de heer muziekdirecteur Weber die met mij door zijn naam verwant is, doordat ik een Weber van geboorte ben.  Vandaag nog zal het mooie aanplakbiljet, nee, niet biljet, deze term zou wat al te gewoontjes zijn, maar plakkaat, dus het mooie plakkaat vandaag nog in een gouden lijst in mijn zitkamer paraderen.

En daarbij nog uw meelevende  brief! O, wat verheug ik me erop, hem voor al mijn kennissen hardop te laten voorlezen.

Mijn goede zuster Sophie die alle vreugde met me deelt, doet u de hartelijkste groeten en is u even dankbaar als ik.  

Ik verzoek u ook de heer Pachow aan wie ik met genoegen terug denk, hartelijk te groeten. Het ga u allen nogmaals heel goed. Heb een beetje gedult bij het door lezen van dit gekrabbel en geef mijn zieke vinger maar de schuld!

***

Uit het testament van mevrouw Konstanze weduwe Nissen


  • 1. Voor de  armen 150 fl. onder voorwaarde van een begrafenis conform mijn  stand op het St. Sebastians-Greythof in het graf van mijn  man Nissen.


  • 2. Ik laat aan mijn lieve zuster Sophie Haibel 250 fl. na voor de inrichting van twee kamers, en alles wat ze in de keuken aantreft, alle kleding en wasgoed. Ook ontvangt ze door mijn bemiddeling van ieder van mijn zonen Karl en Wolfgang zolang de goede Schepper haar laat leven, jaarlijks 200 fl, dus van beiden jaarlijks fl 400. Mijn zuster heeft daar een schriftelijke verklaring van.


  • 3. De arme mevrouw  Mozart in Augsburg (Maria Anna Thekla Mozart (1758–1841)),  laat ik 200 fl na.  Ik verzoek de heer Späth, die haar adres heeft, het geld aan haar te overhandigen


  • 4. Voor de meubelmaker E.M. Hansen in Kopenhagen, wiens eerstgeboren zoon op mijn naam is gedoopt en Constantin heet, 100 fl.


  • 5. Voor  Agnes Berchtold von Sonnenburg met haar dochters 300 fl.


  • 6. Voor de  arme Susanna Falk bij Schuller [& Comp.] in Wenen 100 fl.


  • 7. Voor  Louise Spier, bij mij in dienst, 200 fl. en haar jaarloon.


  • 8. Voor de goede oude bosbeheerder mevrouw Michel 100 fl.


  • 9. Voor de  arme studenten in Salzburg 200 fl.


  • 10. Voor de drie dochters van Karl Hönig in Wenen 300 fl . Ik wens ze als meelevende tante veel heil en zegen.


  • 11. Voor mijn nicht  Josephine Lange 200 fl.


  • 12. Als universele erfgenamen benoem ik mijn zonen Karl en Wolfgang.



Voor mijn beide zonen laat ik nog in het bijzonder na : zes zilveren lepels, 6 vorken en vijf zware lepels, de zesde is (salva venia!)  door onachtzaamheid bij het afval terecht gekomen en blijft dus onvindbaar. Verder krijgen ze nog een grote zilveren soep- en punschlepel, zes koffie- en theekannetjes, elf  parelsnoeren met ivoren slotjes, door de beroemde firma Hesse in briljanten gezet.  Dan het kleine horloge dat ik als bruid van Mozart kreeg, twee Turkse sjaals, een clavichord van hun vader zaliger, een groot hanguurwerk dat acht dagen loopt en een uurwerk dat ze aan mijn zuster Haibel ter beschikking moeten stellen, zolang als ze leeft.

Sophie Haibel krijgt ook het grote schilderij van de familie Mozart en  het schilderij van broederlijke liefde (Karl en Wolfgang als kinderen) door schilder Hansen in Kopenhagen gemaakt en het portret van haar lieve stiefvader Nikolaus Nissen.

Dit alles moeten ze broederlijk onder elkaar verdelen. Voor contante uitbetaling van de 2100 fl aan legaten sluit ik bij dit testament het geld bij.  

Salzburg, 23 juni 1841

Getekend door :

Constanze Etatsräthin von Nissen

Voorheen weduwe Mozart

Philipp Ernst, dr. Bibliotheek-custode, als getuige

Dr. Anton Fischer, fysicus, als getuige

Gepubliceerd op 9 maart 1842


***

Gedrukte uitnodiging


De Etatsräthin en weduwe van Mozart Constantia von Nissen nodigt hierbij alle vrienden en vereerders van  Mozart uit een eerbiedig gebed voor Mozart te komen uitspreken tijdens een dienst op 7 december 1841, ’s morgens om 9 uur in de Domkerk alhier, die dit maal zal bestaan uit een plechtige viering bij de vijftigjarige nagedachtenis aan  de dood van haar onvergetelijke echtgenoot Wolfgang Amadeus Mozart.


***

Aan * * * in Salzburg


Etatsräthin Constanza von Nissen, weduwe van Mozart, maakt hierbij aan een vererenswaardig publiek en alle vereerders van haar overleden echtgenoot Mozart bekend, dat op 6 december 1841 door de Mozartdeumvereniging het grote Requiem van Mozart op de zesde van deze maand, de sterfdag van Mozart, door de Mozartvereniging in de Domkerk om 10 uur ’s morgens wordt uitgevoerd, waarvoor de weduwe u in alle bescheidenheid uitnodigt.


***


***











 

www.resantiquae.nl