***











 

www.resantiquae.nl

clara schumann-wieck





DAGBOEKFRAGMENTEN EN BRIEVEN VAN CLARA  WIECK 


1827  Leipzig

Door vader Wieck in de ik-vorm in Clara’s  dagboek geschreven:

In 1827 begon ik me muzikaal te ontwikkelen, steeds intensiever en steeds sneller, en mijn muzikale gehoor was in staat door alleen maar te luisteren de verschillende toonsoorten redelijk  zeker te onderscheiden. Ook was ik bekend met de eerste elementen van de muziektheorie en kon ik van alle toonsoorten de onder- en bovendominantakkoorden  vinden,  en tevens  in alle majeur- en mineurtoonsoorten moduleren door gebruik te maken van het verminderd septiemakkoord op de leidtoon van de dominant, in welke richting dan ook. Ook mijn spel werd steeds beter, mijn aanslag goed, vast en zeker, en de kracht van mijn vingers nam zo toe, dat ik al gauw twee uur achtereen moeilijke stukken met het nodige uithoudingsvermogen spelen kon. Mijn vader was vaak goed te spreken over mijn talent om een stuk natuurlijk en goed voor te dragen. Ik was daar altijd blij om.  Anderzijds werd ik steeds eigenwijzer en in mijn wensen kon ik mezelf niet beheersen (dat zegt mijn vader tenminste!).  Zoals mijn vader me verzekert kan ik tegenwoordig een mooie, volle toon aan de piano’s ontlokken, ook dankzij mijn kleine, dikke en robuuste handen  en de beweeglijkheid van mijn vingers (zonder de ellebogen te gebruiken).

Clara zelf schrijft :

Lieve moeder,

Je hebt nog niets van mij gelezen omdat ik nog maar een beetje kan schrijven, schrijf ik je een klein brifje (sic) waar je blij mee zult zijn.  Voor mijn achtste verjaardag heb ik allerlei cadeau’s  gekregen, van mijn vader een prachtige japon en van de lieve Bertha een op hete as gebakken koek,  een lekkere perzikkoek en een heel mooi handtasje.  Ook speelde ik een concert in Es van Mozart dat jij ook gespeeld hebt, met orkestbegeleiding, waarbij de heren Mathaï, Lange, Belka en anderen meespeelden.  Het ging heel goed en ik heb niet hoeven stoppen, alleen lukte mijn kadens niet onmiddellijk, waar ik driemaal achtereen een chromatische toonladder moest spelen. Ik was helemaal niet zenuwachtig.


1828


Door vader Wieck in het dagboek geschreven: 

Mijn vader die al lang tevergeefs op een betere instelling van mijn kant had gehoopt,  merkte onlangs nog eens op, dat ik nog altijd erg lui, nalatig, slordig, eigenwijs, ongehoorzaam etc ben, met name  bij het pianospelen en instuderen van etudes. Omdat ik de nieuwe variaties op. 26 van Hünten in zijn aanwezigheid zo slecht speelde en niet eens het eerste deel van de eerste variaties herhaalde,  verscheurde hij het muziekboek voor mijn ogen. Van nu af aan wil hij me geen les meer geven en ik mag niets anders spelen dan toonladders , het eerste boek van de etudes van Cramer en de trilleroefeningen van Czerny.

Hünten       https//www.youtube.com/watch?v=-PBayklCXcQ&spfreload=10  

 


1829


Dagboek : op 30 september is ’s avonds Paganini aangekomen en zo kan ik nu ook de grootste van alle kunstenaars zelf horen spelen. Ik moest voor hem  op een oude, slechte piano met zwarte toetsen (die een student had laten staan) de door mij gecomponeerde polonaise in Es voorspelen, wat Paganini zeer waardeerde, gezien datgene wat hij tegen mijn vader zei, namelijk dat ik geknipt was voor de kunst omdat ik daarvoor veel gevoel had. Hij gaf ons tegelijkertijd toestemming al zijn repetities bij te wonen. Dat hebben we dan ook gedaan.

1831

De variaties op 2 die Chopin heeft geschreven op ‘la ci darem la mano’, heb ik binnen acht dagen ingestudeerd.  Ik vond het de moeilijkste muziek die ik tot nu toe heb gezien en gespeeld.  Deze originele en inventieve  compositie  wordt door bijna alle pianisten en pianoleraren voor onbegrijpelijk en onspeelbaar gehouden en blijft  daarom bij de mensen onbekend.  Tijdens  mijn eerstkomende concert, dat ik hier in Berlijn, of waardan ook, zal geven, zal ik het stuk voor het eerst in het openbaar spelen.

1837

Praag

Brief aan Robert Schumann :

Vandaag heb ik in het Conservatorium een concert gegeven (vanwege de openingstijden van het Theater beginnen ze om twaalf of vijf uur) en ben dertien maal teruggeroepen. Mijn God, zulk enthousiasme had ik nog niet eerder meegemaakt. Je kunt je indenken, dat ik niet wist wat te doen, steeds weer moest ik uit mijn schuilplaatsje naar voren. En maar buigen, wat ik nog steeds niet volgens de regels (de kniks!) kan.  De gedachte aan jou inspireerde me zo bij mijn spel, dat het hele publiek daaraan deel had.  Ik heb al felicitatiebrieven ontvangen en visites meegemaakt. De mensen hier zijn door het dolle heen! Maar kijk nou eens hoe laat het is! Ik blijf maar praten terwijl ik juist nu rust nodig heb. Ach, kon ik maar altijd zo blijven doorpraten!

Zondag de 19e

Vandaag was het de avond waarop ik me had voorgenomen je een lange brief te schrijven , komt me daar zo’n  geëxalteerd heerschap aan om mij het hof te maken en mijn mooie avond helemaal te bederven.  Je raadt al wel wie het is! Niet zo lachen! Hier is ook nog een andere fan die mij bij elke blik van hem dreigt te verslinden. Ik ga dan aan de piano zitten, dan is het gauw voorbij.  Toch ben ik telkens op een omarming voorbereid.  Gelukkig staat er, zoals je wel weet uit oude tijden, altijd een stoel naast me, waar hij dan toch eerst op terecht komt. …. Een vreselijke kletskous, dat is Tomaschek die woedend op je is omdat je zijn leerling Dreyschock gekapitteld hebt.  Mij ergert niets meer, dan dat ik hun wat van jouw composities heb voorgespeeld. Tomaschek begrijpt ze niet en wil ze ook niet begrijpen.  Ik heb met hem gediscussieerd over Bellini, Spohr (je kent mijn zwakheden ) , Mozart etc. Wanneer hij tegen me zegt  dat Gluck de eerste componist op de wereld is en dat ik geen verstand van muziek heb, dan zeg ik : ‘Wanneer ik ooit eens een oude vrijster zal zijn, dan zal ik ook naar Gluck smachten – nu wil ik nog voor al het mooie in de kunst leven en ik voel me gelukkig dat ik niet eenkennig ben.’ Hij vertrok en kwam nooit meer terug.

Wenen

Mijn tweede concert was vandaag weer een triomf. Bij het grote aanbod kreeg mijn concert de meeste bijval. Je vraagt of ik het uit vrije wil speel – inderdaad!  Ik speel het omdat het overal zo in de smaak is gevallen en kenners en liefhebbers veel plezier heeft gedaan. Of het mij ook zoveel plezier heeft gedaan, is nog maar helemaal de vraag. Denk je , dat ik zo middelmatig ben dat ik niet zou weten wat de fouten in het concert zijn?  Dat weet ik drommels goed, maar het publiek weet het niet en hoeft het ook niet te weten. Denk je, dat ik het zou spelen wanneer het overal zo weinig zou aanspreken als in Leipzig? Overigens, wanneer men hier is geweest, zou men helemaal niet meer naar het Noorden willen terugkeren, waar de mensen harten van steen hebben (jij bent natuurlijk een uitzondering).  Je zou hier eens zo’n storm van bijval moeten meemaken.  De fuga van Bach en de finale van de variaties van Henselt moest ik herhalen. Geen mooier gevoel dan een heel publiek  plezier te hebben gegeven.

1838

Het was voor mij een zware maar ook een mooie dag.  Vanmiddag was het mijn vierde concert dat ik werken van Liszt en Thalberg speelde om ook hen te laten verstommen die altijd nog geloofden, dat ik Thalberg niet zou kunnen  spelen.  Dertien maal werd ik teruggeroepen, wat zelfs Thalberg niet is overkomen.  Dat kwam misschien ook doordat het publiek verontwaardigd was over een artikel van de voormalige schoenpoetser van Beethoven, de heer Holz,  als zou ik Beethoven niet kunnen spelen.  Je kunt je de bijval niet indenken en je dit enthousiasme niet kunnen voorstellen, omdat je totaal niet weet wat ik eigenlijk presteer en wat niet. Je kent me als kunstenares sowieso veel te weinig. Maar je moet niet denken dat ik daarom boos op je ben, integendeel, het maakt me juist erg gelukkig, dat ik weet, dat je niet vanwege de kunst van mij houdt, maar omdat , zoals je  me ooit eens op een klein briefje schreef, ‘ ik houd niet van je omdat je een groot kunstenares bent,  nee, ik houd van je  omdat je zo goed bent’.  Dat heeft me oneindig blij gemaakt en dat heb ik ook nooit vergeten.

Ik moet zo vaak pianospelen dat ik werkelijk niet van mijn leven kan genieten.  Onlangs heb ik mijn eerste optreden in het theater gelukkig overleefd. Het was zo vol,  wat hier nog nooit gebeurd is,  dat enkele honderden mensen het theater weer moesten verlaten. Ik begrijp niet waar dat vandaan komt en dat nog wel op de laatste dag van het Carnaval, waarop de Weners de hele nacht lang duchtig te keer gaan (een voorname en zedige manier van dansen kent men hier niet). Ik weet best, dat ik goed speel, maar hoe het komt dat ik zoveel geestdrift oproep, dat weet ik echt niet.

Ik ben steeds maar ontevreden met mezelf, ondanks  die stormachtige bijval.  Hoe groter die bijval is, des te ontevredener ben ik met mezelf, want met de bijval nemen ook de verwachtingen toe.  Die kan me ook nooit trots maken, totaal niet. Maar één ding zou me trots kunnen maken – jij!

Morgen speel ik voor de tweede maal in het theater, de 18e tijdens een benefietconcert voor de weduwen van de universiteit, de 25e ten gunste van de burgers en op 6 april (wanneer we hier tenminste nog zijn)  bij Merk een trio met hem en Mayseder.  Ik heb zin om verder te reizen, want ik ben opeens heel erg onrustig. Mijn tegenstanders hebben zich voorgenomen mij morgen uit te fluiten, maar ik ben een gepanserd meisje, zoals je zelf zegt.


Graz


Mijn spel komt me tegenwoordig op een bepaalde manier erg vlak voor. Mij is bijna de lust vergaan nog verder te reizen. Sinds ik de bravoure van Liszt heb ervaren, voel ik me als een beginneling.

Maxen

Wat kan de liefde je ontvankelijk maken voor alles wat mooi is! De muziek is nu voor mij iets heel anders dan voorheen.  Wat een zaligheid en hartstocht weet ze te veroorzaken, het is onbeschrijfelijk. Vandaag kon ik mezelf aan de piano oppeppen, mijn hart krijgt lucht in de tonen en wat voor een sympathie ervaar ik daar!  Ook jij bent gek op Gretchen. Ik speel het steeds weer en zou er aan ten onder kunnen gaan. Het is alsof ik zelf Grectchen ben, alsof het mijn eigen woorden waren. Ach, wat is de muziek toch mooi. Ze geeft me heel vaak troost wanneer ik zou willen huilen.  Dat alles heb ik aan mijn vader te danken en dat zal ik nooit vergeten.

Leipzig

Thalberg is gisteren gearriveerd en heeft vandaag twee uur gespeeld en ons van de ene verbazing in de andere doen belanden. Hij kan heel veel, meer  dan wij allemaal (Liszt uitgezonderd). Je hebt gelijk, als ik geen dame was had ik de virtuositeit al lang vaarwel gezegd. Zo stel ik me nog een beetje op mijn gemak. Wat de dames betreft kan ik het tegen hen allen opnemen.  Thalberg is een sympathieke kunstenaar en bevalt me veel beter dan destijds in Wenen.

Zo voor mijn reis naar Parijs word ik doodsbang wanneer ik zo iemand als Thalberg  en Liszt heb gehoord. Ik kom mezelf dan zo onbeduidend voor. Ik ben zo ontevreden met mezelf, dat ik wel zou willen huilen! Had ik maar genoeg energie om me op een hoger niveau te brengen, ik zou nog veel meer moeten presteren, maar de liefde  die speelt nu ook een al te belangrijke rol. Ik kan nu eenmaal niet eens en vooral voor de kunst leven zoals mijn vader het van me verlangt.  Pas door jou leerde ik de kunst lief te hebben en daardoor komt het dat ik te vaak aan andere dingen denk. Je weet wel, wat ik wil zeggen.


1839

Parijs

Ik heb een Erard op mijn kamer die ongelooflijk zwaar speelt. Ik had alle moed al verloren totdat ik gisteren op een Pleyel heb gespeeld en die spelen niet zo zwaar.  Drie weken moet ik nog studeren voordat ik één toon kan voorspelen.  Ik zou al drie grote instrumenten op mijn kamer moeten hebben, ieder wil, dat ik het zijne neem.  Wist ik maar  hoe ik zou kunnen beginnen op de Pleyel te spelen zonder Erard te beledigen die mij alle mogelijke gunsten bewijst.

Ik weet totaal niet, lieve Robert,  waarom je me altijd maar zegt, dat ik jouw composities niet graag speel. Dat is helemaal ten onrechte en doet me pijn.  Juist omdat ik jouw stukken zo zeer vereer en lief heb, daarom speel ik er maar een keuze uit.  Ik zie overigens wel in, dat je met je gevoel niet altijd goed uitkomt en ik zal er voortaan zo veel als mogelijk spelen. Kijk, dat vind ik zo verschrikkelijk om er iemand bij te zien die er niets van begrijpt – dat brengt me buiten mezelf. Ik zal je zo veel als maar mogelijk is, terwille willen zijn.  Moet ik ook stukken van Moscheles, Bennet en (hoe heet nummer drie?) Potter spelen. De eerste speel ik tegen mijn zin, want hij is droog, vooral in zijn meest recente composities.  De tweede speel ik zeer tegen mijn zin. Ik kom er maar rond vooruit : ik kan zijn composities gewoon niet waarderen. En die derde? Die ken ik helemaal niet en het klinkt me ook niet bepaald hoopvol. Maar ook hierin wil ik je zo veel mogelijk ter wille zijn. Wat moet ik dan van Moscheles, Bennet en Potter spelen? Schrijf het me maar.

Wat onbeschrijfelijk mooi zijn jou Kinderszenen toch…kon ik je maar kussen!  Gisteren dacht ik en ik denk het nog altijd, is het waar, dat de dichter die daar spreekt, van mij zal zijn, is het geluk niet te groot? Ach, het is voor mij niet te bevatten! Mijn ontroering neemt toe bij elke keer dat ik ze speel. Wat ligt er veel in jouw tonen besloten!  Elke gedachte van jou begrijp ik volkomen en ik zou willen ondergaan in jou en je muziek.

Je hebt er vast geen vermoeden van dat ik vandaag om twee uur nog aan de piano zat om jouw Carnaval te spelen.  Ik was bij gravin Perthuis en de kenners waren nog allemaal gebleven, en ik speelde maar, het meeste uit Carnaval, dan Chopin, van mezelf, van Scarlatti. Gisteren maakte ik werkelijk furore.  Ik vind het heel merkwaardig dat mijn scherzo hier zo goed aanslaat, ik moet het telkens weer herhalen.

Luister eens, Robert, kun jij ook niet iets briljants, iets toegankelijks componeren, iets dat geen opschriften heeft, maar een grote samenhang, niet telang en niet te kort?  Ik zou zo graag iets van jou willen presenteren, dat op het publiek is afgestemd.  Voor een genie is dat weliswaar vernederend, maar de politiek vraagt er nu eenmaal om….

Mijn concert gisteren was een groot succes. Ik zou willen  dat je er bij was geweest, ik heb echt furore gemaakt, zoals men zich de laatste tijd bij geen enkele andere kunstenaar kan herinneren.  Het was bomvol maar de kosten zijn even hoog als in Parijs. Er is niets over gebleven. Ik had ook niets anders verwacht. Mijn renommé is gemaakt en dat is voor mij genoeg.

Wil je wel geloven dat ik nog steeds elke ochtend de beide eerste etudes van Cramer speel? Eerst apart en dan de eerste in oktaven, dat is een goede manier van studeren. Ik speel ook altijd een sonate van Scarlatti. Daar ben ik dol op.

Gisteren ontving ik je heerlijk Fantasie. Ik ben nog steeds half ziek van ontroering.  Toen ik ze had doorgespeeld,  voelde ik me gedwongen naar het raam toe te gaan om me op de mooie zomerbloemen te laten storten en ze te omarmen. Tijdens het spelen van jouw Fantasie kreeg ik een mooie droom.  De mars is verbijsterend. Ik word helemaal buiten mezelf gebracht door maat 8 tot 16 op bladzijde 15. Zeg me eens, wat je daarbij hebt gedacht.  Nog nooit ben ik zo onder de indruk geraakt. Ik hoorde een heel orkest  en ik kan niet zeggen hoe het me daarbij te moede was.

Leipzig

Dagboek :

Toen ik mijn vader zei, dat ik geld nodig had om me in te richten, zei hij : ‘Wanneer je bruidegom echt van je houdt zal hij je 1000 Thaler  zo subtiel in handen spoelen, dat je het nauwelijks merkt’.  Dat trof me tot in mijn binnenste! Dat is dus de beloning voor  mijn jarenlange reizen, dat ik nu niet eens genoeg geld kan krijgen om me in te richten!

Aan Robert Schumann:

Wanneer je nu al drie weken lang geen brief van me krijgt , wees daar dan niet verdrietig om. Wees ervan overtuigd, dat ik echt geen gelegenheid had je te schrijven.  Iedere dag, ieder uur denk ik, dat mijn vader me plotseling verrast.  Het orkest heeft afgezegd en speelt niet.  Ik moet dus de Caprice van Thalberg nog snel instuderen want ik heb hem helemaal niet meer in de vingers.  Alle briefjes die bij het geven van een concert horen moet ik zelf schrijven ik moet vrijkaartjes rondsturen, zorgen voor pianostemmers en instrumentendragers en daarbij ook nog studeren. Dat is een beetje veel, ik weet niet waar te beginnen en dan ook nog die vele oninteressante visites! Ach God, wat lopen er toch ongeïnteresseerde mensen op deze wereld rond!

1840

Berlijn

Je hebt me vandaag pijn gedaan omdat je me niet eens voor mijn concert een vriendelijk woord schreef.  Ik had helemaal niet gedacht dat je dat zou kunnen.  Het ‘opdringen’ heeft nog  de hele avond in mijn hoofd nageklonken, alsof ik je het zelf had horen zeggen.  En toch, kijk maar!, toch ga ik nu om 11 uur nog een brief aan je schrijven. Ik schrijf je met liefde in mijn hart hoewel ik erg verdrietig gestemd ben zoals bijna altijd na een concert. Het ging allemaal goed, je sonate ook. Ik geloof wel, dat ik nog mooier gespeeld had  wanneer je me eerst nog wat vriendelijks en positiefs had geschreven.

Hamburg

Je weet, lieve Robert, dat ik voor alle grote kunstenaars respect heb en in het bijzonder Thalberg en Liszt oprecht vereer, zoals nauwelijks iemand anders dat doet,  maar vind jij het dan niet hoogst ondelicaat een paar uur lang  op zo’n toon tegen me te spreken als Cranz en Avé  deden?  De eerste zei dat hij na  mij gehoord te hebben geloofde voor geen enkele andere pianist nog enthousiast te zijn. Toen was Pleyel gekomen die zei het prachtigste pianospel van de wereld te hebben gehoord.  Dit en nog veel andere dingen zei hij.  Ik zou boven dergelijk gepraat moeten staan, maar ik kan me dan niet verzetten tegen een moedeloosheid en een  verschikkelijke ontevredenheid met mezelf. Dat zijn drie  vreselijke Camilla-fans, de derde is Gathy. Mij kan niets meer verdriet doen  behalve dat ik de Pleyel niet zelf gehoord had. Het concert is gelukkig voorbij en ik heb het publiek toch tenminste in een Noord-Duits  enthousiasme gebracht.  Ik werd bij mijn tweede optreden heel spontaan ontvangen wat bij deze kille kooplui wel wat zeggen wil.  Maar één ding heeft me vreselijk gekrenkt, zodat me de tranen in de ogen sprongen : Cranz en Avé besteedden geen lettergreep aan mijn spel en Cranz gaf me aan het slot van het concert zijn complimenten over mijn oorringen! Ik zou hem een aframmeling hebben willen geven! Dat zul je wel heel kinderachtig van me vinden, maar zo ben ik nu eenmaal.  Begrijp me goed, sinds gisteren heb ik  een gevoel gehad dat zich niet laat omschrijven, maar het is zeker geen gevoel waardoor jij boos zou worden op mij. Grund, de dirigent,  heeft me met zijn warme woorden als collega-kunstenaar veel genoegen geschonken.  Denk je eens in, dat ik het Capriccio van Mendelssohn van blad heb gespeeld uit louter  angst, onbegrijpelijk.

Toen je je laatste brief schreef, zul je wel niet gedacht hebben dat ik hem een uur voor het concert in het theater zou krijgen.  Ik kan je niet zeggen hoe  vrolijk die brief me heeft gemaakt. Al mijn zenuwen waren verdwenen en ik speelde het concert van Chopin  heel mooi  tot mijn tevredenheid en dat wil toch veel zeggen.  Het huis was afgeladen, het publiek ontving me met langdurige enthousiaste bijval en was me naar het einde van het concert toe steeds sympathieker gestemd.  Bij de Caprice van Thalberg ging het even vreselijk mis.  Zoals je weet zit men  op de souffleurkast en telkens wanneer ik bij de discant kwam begon hij te wiebelen en te kraken. Ik was vreselijk bang, dat het ding zou instorten en zo gebeurde het dat er een paar dingen in de Caprice helemaal fout gingen, maar het publiek merkte er niets van.  Het Ave Maria, dat ik voor de Caprice speelde, had erg veel succes.  Ik heb hem ook erg mooi uitgevoerd.  Dat kwam door je brief waaraan ik steeds moest denken. Goed, nu heb ik wel genoeg over mijn spel vertel en vertrek dan zondagavondd, neem het me niet kwalijk. Wanneer ik over iets tevreden ben, vertel ik er ook graag over.

Bremen

Het concert is succesvol verlopen, ik had van mijn vader een mooi instrument gekregen en speelde goed. Toch kwam ik mezelf zo ongelukkig voor, dat  me alles wat ik speelde treurig leek. Het publiek applaudisseert hier niet, dat is funest voor je motivatie.  Dat is bij concerten een ongeschreven wet omdat daarbij vaak amateur-musici meewerken, maar er is wel een dosis noordduitse koudbloedigheid voor nodig  om zo’ n wet  met zoveel stiptheid na te volgen. Een kunstenaar heeft nu eenmaal zonder meer behoefte aan publieke bijvalsbetuigingen anders weet hij gewoonweg niet waar hij aan toe is.  Overmorgen geef ik mijn concert en vertrek dan zaterdagavond om zondagmorgen vroeg om negen uur in de haven van Hamburg aan te komen.

Weimar

Dagboek : dat was dan mijn laatste concert als Clara Wieck. Ik werd er weemoedig van.

Leipzig

We zijn gestart met de fuga’s van Bach; Robert geeft de plaatsen aan waar het thema steeds naar voren treedt. Die fuga’s vormen toch wel een interessant studie-object en ik krijg er dagelijks meer plezier in. Robert sprak me erop aan,  dat ik een passage in oktaven had gespeeld en daardoor op ongeoorloofde wijze een vijfde stem had toegevoegd aan het vierstemmige stuk. Hij had er gelijk in mij daarop te wijzen, maar ik vond het erg jammer, dat ik het zelf niet gemerkt had.

Ik ben er ’s avonds mee begonnen heel serieus Chopins concert in e in te studeren. Ook besteed ik ernst aan  de composities van mijn man.  Ik heb een geduchte concurrente in  Rieffel die Robert, zoals ik uit een opmerking kon concluderen, liever zijn composities hoort uitvoeren dan mij.  Dat heeft niet weinig indruk op me gemaakt! Hij zei, dat ze de zaken exacter speelde. Dat zal zeker zo zijn, want ik richt me altijd onmiddellijk op het geheel en zie daarbij kleine maar betekenisvolle accenten over het hoofd waarvan er in Roberts composities heel wat aanwezig zijn.  Bijna iedere noot heeft zijn betekenis, dat kan men wel zo stellen. Ik richt me op de gehele compositie en zie daarbij nogal eens de uitvoering over het hoofd. Dat zal niet meer gebeuren. Ik zal proberen bij zijn ideaal aan te sluiten.

Kon ik Robert er maar toe brengen met mij naar Holland en België te reizen om daarmee de komende winter nuttig te maken. Ik vind het vreselijk hem met mijn talent helemaal niet van nut te kunnen zijn, juist nu, nu ik daartoe het best in staat ben. Denk er nog eens over, mijn lieve man! Laat ons nog een paar winters benutten, want ik ben het  ook aan mijn reputatie schuldig, dat ik me nu nog niet helemaal terugtrek. Het is een plichtsbesef jegens jou en mezelf, dat in mij spreekt.

Mijn onbekendheid met de wetenschap en mijn onbelezenheid voel ik soms erg op me drukken. Maar wanneer zou ik moeten lezen?  Ik vind de tijd niet zoals anderen, en bovendien denk ik dat de eigenlijke drang om te lezen me ontbreekt. Die kan ik mezelf nu eenmaal niet geven. Ik lees graag, jawel, maar ik kan een boek ook lange tijd onaangeroerd laten liggen waartoe Emilie en Elise niet in staat zouden zijn.  Ze storten zich gelijk op alles wat er te lezen is, daarom zijn ze zo ontwikkeld en thuis in alles wat er in de wereld plaats vindt.  Ik voel me soms inwendig heel ongelukkig wanneer ik zo in mijn lege hoofd rondkijk.  Goed, zolang Robert tevreden met me is, is het goed, maar zou ook dat niet zo zijn dan zou het met mij over en uit zijn!

Toen ik begon mijn Robert echt innig lief te hebben, voelde ik pas wat ik speelde en de mensen zeiden, dat het een innerlijke emotie moest zijn die me zo bezield deed spelen.

Noch altijd voel ik me niet in orde. Ik ga maar niet vooruit waardoor mijn angst met de dag toeneemt.  Ik ben melancholiek en word door zorgen gekweld. God geve, dat mijn zorgelijke gevoelens  geen werkelijkheid worden. Mijn grote liefde voor Robert maakt, dat ik me zo kwel.  Ik zou hem ,  wanneer we misschien een reis zullen maken, alleen maar  vreugde willen bereiden, maar ik bezorg hem alleen maar zorgen.

Iedereen vraagt of ik niet op reis ga – straks vergeten de mensen me en over enkele jaren, wanneer we dan inderdaad een reis willen maken, wie weet wat voor andere zaken dan spelen in de wereld van de kunsten. Ik zou zo graag  deze winter en ook de winter hierna nog op reis gaan en dan terugtreden uit de openbaarheid, voor mijn huis leven en lessen geven. We kunnen dan zonder zorgen leven. Denk er nog eens goed over na, mijn lieve man!

Amalie Rieffel speelde de eerste Ballade van Chopin met vuur, alleen gingen haar vingers enkele keren op de loop. Volgens mij mag vuur en hartstocht nooit ten koste gaan van de precisie, omdat het anders geen volmaakt kunstgenot mogelijk maakt. Ik houd er ook niet van wanneer het vuur zich uit in een onophoudelijk jagen, wat bij Amalie dan wel niet altijd maar toch wel vaak het geval is.  Dat is een valkuil waarvoor ik heel erg oppas en die me, zeker vroeger, nog wel eens parten speelde. Je haasten, bijvoorbeeld bij loopjes, dat doet een beginneling, waar het tenminste niet past bij het karakter van een stuk of niet door de componist wordt gevraagd, want dan gaat het om een agitato en dat is iets heel anders!  Ik kwam vanwege Amalie met Robert in een discussie terecht  die heel gauw een persoonlijk karakter kreeg en me veel verdriet deed. Tempi passati.

Ik begin weer regelmatig te studeren maar word er bepaald niet blij van. Van tijd tot tijd boek ik een klein succesje, maar dat is maar toeval en zo geeft het spelen me ook geen echt plezier, omdat ik maar ik aarzelend  speel, wat een toehoorder heel snel merkt. Deze angst om voor iemand voor te spelen speelt me vaak parten, maar kan er niets aan doen. Soms troost ik me er maar mee, dat het ook door lichamelijke zwakte kan komen.  Ik voel me altijd lusteloos en word verdrietig van de gedachte dat het misschien nog lang zal duren voordat ik mijn oude nergie weer terug heb.  In het belang van Robert zou ik dat heel graag willen, want het is voor een man vreselijk altijd maar een lamenterende vrouw om zich heen te hebben.  Overigens is mijn Robert bij dat alles zo sympathieken vriendelijk dat hij bijna altijd mijn droevige gedachten weet te verjagen.

Mendelssohn  en Ole Bull hebben er bij mij op aangedrongen weer te gaan spelen. Dat heeft me vreselijk boos gemaakt, omdat ik het moest afslaan.  Wie weet zou ik aan mijn wens hebben vastgehouden wanneer de betekenisvolle blikken van mijn man mij niet hadden beïnvloed die overigens het volste recht heeft mij niet te laten spelen.  Men moet ook wel eens van iets af kunnen zien. Bovendien zou ik nu niet meer voor eigen roem spelen, wat Robert ook heel goed wist.

Altijd al stond me coquetterie bij het spelen tegen. Misschien gaf mijn vader mij er ook wel  alle reden toe omdat hij er altijd naar streefde dat ik het publiek door uiterlijke vleierij in spel en persoon voor me zou innemen.  Dat kan men namelijkheel gemakkelijk, maar ik vond het altijd een heel oneervol streven en ik had er ook helemaal geen  aanleg voor.

1841

Ik kom er nu helemaal niet toe te spelen, deels omdat ik me niet goed voel, deels omdat Robert wil componeren. Was het maar mogelijk iets aan dit euvel van de lichte wanden te doen, want ik verleer alles en wordt er melancholiek onder.

Mijn lieve Robert heeft zoveel liefs en moois over me gezegd dat ik hem daarop geen enkel antwoord meer kan geven. Ik wil alleen maar zo veel zeggen en heb dat ook duizend keer gezegd, dat deze liefde me onuitsprekelijk gelukkig maakt. We genieten van een geluk, dat ik vroeger nooit heb gekend – een zogenaamd huiselijk geluk zoals mijn vader het altijd noemde. Wat beklaag ik degenen die dat niet kennen! Ze leven eigenlijk maar half.

We waren er afgelopen week slecht aan toe. Ik heb voortdurend hoofpijn en Robert bevindt zich in een vegeterende toestand. Hij heeft met de symfonie te veel van zich gevergd. Hij knapt  wel weer op, niet de moed opgeven, mijn vriend!

Zaterdagavond de 27e bracht Menselssohn zijn voor mijn concert gecomponeerd duo mee. We speelden het, maar het beviel hem niet. Hij kreeg een merkwaardige woede-aanval omdat hij zich enkele zaken mooier had voorgesteld. Hij speelde ons een paar Lieder ohne Worte voor, waaronder ook een volkslied, uitzonderlijk mooi.  Zijn spel maakte me melancholiek en ik wilde maar niet meer aan mijn eigen spel denken.  Daarbij straalde Robert van vreugde en tot mijn diep verdriet  moest ik me realiseren dat ik hem niets dergelijks kon bieden.

Sinds drie dagen ben ik weer begonnen een uur toonladders en etudes te spelen, om te voorkomen dat ik tenminste niet alles verleer, maar met het componeren is het niets meer : alle poëzie is uit me geweken. Ik ben begonnen regelmatig te spelen, dagelijks minstens twee uur. Ik speel het meest fuga’s en sonates van Beethoven, maar wil me binnenkort ook weer serieus aan Roberts composities wijden. Helaas houd ik te weinig uren over voor muzikale activiteiten en dat zal er voorshands niet beter op worden, maar ik ben blij dat ik in elk geval elke dag speel! Ik ga rustiger naar bed wanneer  ik deze plicht voor mezelf heb vervuld. Robert lijkt ook tevreden en hij laat het niet ontbreken aan aanmoedigingen.

Hoe minder ik nu in het openbaar speel, des te meer ga ik het hele mechanische virtuozendom haten! Concertrepertoire als de etudes van Henselt, de Fantasieën van Thalberg en Liszt, het is me allemaal tegen gaan staan.

Zondag de 5e kwam Liszt weer bij ons om op maandag de 6e het duo met mij te spelen. Hoe het publiek zijn welwillendheid jegens ons opnam, laat zich denken.  Het stukte maakte furore en we moesten een deel ervan herhalen.  Deze avond en de volgende dagen was ik niet tevreden, zelfs diep ongelukkig omdat Robert niet tevreden was over mijn spel. Ook ergerde het me, dat Roberts symfonieën niet bijzonder goed werden uitgevoerd. Er deden zich die avond allerlei kleine fataliteien voor met wagens, vergeten bladmuziek,  een wiebelende pianokruk,  onrust tegenover Liszt etc. etc. Zoveel goeds kwam samen – Liszt, een afgeladen zaal (900 personen) – dat eigenlijk niets onaangenaams mijn genoegen daarover had mogen verstoren.

In de pauze was Liszt zo attent me een boeket te brengen, wat door het publiek zeer gewaardeerd werd. Men ontving me bij mijn eerste optreden met een algemeen applaus,dat gedurende het concert nog toenam, hoewel ik, zoals Robert ook zegt, niet zo goed gespeeld had als anders, ik moet het eerlijk toegeven!

1842

Kopenhagen

Aan Emilie Liszt :

Ja inderdaad, ik ging helemaal alleen naar Kopenhagen, dat wil zeggen zonder Robert, maar wel met een dame uit Bremen. Ik nam afstand van hem, maar dat zal nooit meer gebeuren, als God het wil. Ik zal je de zaak uitleggen.

In Hamburg raadde men ons met klem aan Kopenhagen te bezoeken.  We kregen daarvandaan ook verschillende uitnodigingen, zodat we uiteindelijk maar een besluit namen en instemden en tegelijkertijd opdracht gaven mijn concert voor te bereiden.

Toen de tijd van vertrek aan brak realiseerde Robert zich steeds meer, dat het onmogelijk was  zijn tijdschrift nog eens voor twee maanden in vreemde handen te laten.  De drie weken waarop hij zich had ingesteld waren voorbij en we besloten de reis maar op te geven.  Maar ik dacht er nog eens goed over na : ik ben een vrouw,  verzuim thuis niets, verdien niets, dus waarom zou ik niet met mijn talent een kleinigheid voor Robert verdienen?  Zou iemand me dat kwalijk kunnen nemen?  Mijn man zou dan naar zijn kinderen en aangelegenheden thuis kunnen gaan.  Ik legde mijn plan aan Robert voor. Hij schrok ervan, maar stemde uiteindelijk toch toe, omdat ik hem de zaak zo verstandig als mogelijk voorgespiegeld had.  Dat was een grote stap voor een vrouw die zo van haar man houdt als ik, maar ik deed het uit liefde voor hem en dan is me geen offer te groot of te zwaar.

Dagboek : Gedurende mijn hele verblijf in Kopenhagen had ik veel zorgen om mijn vingers die door het vele pianospelen helemaal ontstoken waren geraakt. Gelukkig  vormde dat voor geen enkel concert een obstakel, hoewel ik vooral bij het laatste concert veel pijn had.

Zondag de 17e  nam ik ten overstaan van het publiek een besluit. Ik speelde nog een  stuk tijdens een concert voor de armen in het Koninklijk Theater en werd door het publiek heel enthousiast ontvangen en na het  einde van het stuk naar voren geroepen.  Ik was erg emotioneel. Met tegenzin nam ik afscheid van de stad waar men mij zo sympathiek had behandeld en met zoveel geschenken had overladen, en waar ik telkens met zoveel egards was ontvangen, maar de gedachte aan mijn lieve gezin thuis maakte een einde aan alle weemoed die overging in een hoopvolle vreugde. 


Leipzig

O, Robert!  Als je eens wist wat voor gevoelens van liefde ik in mijn binnenste koester, hoe ik je op handen zou willen dragen, het leven voor jou alleen maar rozengeur en maneschijn zou willen laten zijn, hoe ik je oneindig liefheb!  Al mijn zorg geldt jou. De gedachte, dat je voor geld zou moeten werken, is voor mij het ultieme schrikbeeld, want dit zal je nooit gelukkig kunnen maken. Toch zie ik geen andere uitweg wanneer je me niet  laat werken  en alle manieren om iets te verdienen voor mij blokkeert. Ik zou graag wat willen verdienen om jou in de gelegenheid te stellen je leven alleen maar aan je kunst te wijden.  Het doet me heel erg pijn, wanneer ik je om geld moet vragen en jij me  van het door jou verdiende geld geeft. Het voelt voor mij dan alsof dit alle poëzie in je leven te niet doet.

De Eroica van Beethoven besloot het concert. Nu vond ik de mars het mooist,  statig, groots zoals Beethoven  zelf. Ik heb zo mijn  eigen gevoelens over ieder van die grote meesters, Beethoven en Mozart.  Van Mozart houd ik op een echt tedere manier,  Beethoven vereer ik als een god, maar wel een god die  ver van ons blijft en nooit één met ons wordt.  Robert zal nu denken : “Wat heb ik toch een gansje als vrouw, wil zogenaamd poëtisch zijn en is toch zo nuchter!”.  Je hebt gelijk, liefste!   Had de hemel me maar een fractie zo veel verstand en intellect gegeven als ik gevoel bezit voor al het mooie en edele, dan zou het goed zijn.

1843

Marie speelt alleraardigst, maar toch stoorde me bij haar spel het gebrek aan enthousiasme, dat uit elke toon scheen op te klinken.  Toch zal ik dat destijds ook zo hebben gedaan en ik kan me goed indenken,  hoe vreselijk dat voor vader geweest zal zijn.  Binnenkort  treedt Marie voor publiek op – het vergaat haar net zoals mij als kind -  , maar is helemaal niet zenuwachtig om te spelen, maar wel voor de kniks bij de buiging.

Robert heeft eind vorige maand het eerste deel van zijn Peri (Das Paradies und die Peri, op 50) voltooid en zal binnenkort aan het tweede deel beginnen.  Helaas leidt zijn noodlottige tijdschrift hem al acht dagen van zijn andere werk af, wat hem razend maakt. Waarom ben ik eigenlijk geen schrijver?  Wat zou ik hem van dienst kunnen zijn, meer dan met mijn pianospel.  Ik speel nu bijna helemaal niets meer. Overdag gaat het niet, want dan stoor ik Robert, en ’s avonds ben ik er te moe voor en mijn omstandigheden maken voor mij het spelen wel heel moeilijk.

Ons huwelijk was zoals altijd gelukkig en vol van liefde, op een paar kleine buien na   die ook wel weer voorbijtrokken, buien, waarvan ik de schuld droeg. Ik denk na over onze toekomst en zou, nu we nog jong zijn, willen verdienen en een klein kapitaal bijeensprokkelen. Robert denkt daar anders over en kan dat besluit niet nemen. Toch heef hij me gerustgesteld door de belofte dat we komende winter zeker iets belangrijks gaan ondernemen.


1844   Dorpat

Vtijdag 23 november bracht Robert in bed door.  Natuurlijk kon hij ook mijn tweede concert s’avonds  niet bijwonen. Het vond plaats in de Ressource en trok veel publiek, de bijval was stormachtig.  Van alle kanten schreeuwde men : ‘Nog een concert!’ en pas na de belofte van een derde concert liet men mij de zaal uitgaan. Robert was onderhand opgestaan, maar te zwak geweest om uit bed te blijven.

Moskou

Op zondagmiddag 27/15 april om één uur gaf ik mijn tweede concert in de zaal van de Noblesse, dat weer weinig publiek trok, maar wel meer dan het eerste concert. Het publiek reageerde erg enthousiast hoewel de piano helemaal niet duidelijk te horen was omdat de zaal geen goede akoestiek heeft. We hadden de piano in het midden van de zaal geplaatst, wat iedereen ons adviseerde,  maar waar we later wel heel erg  spijt van kregen. Ik was er erg ongelukkig over, net als over het geringe publiek dat in deze enorme zaal nog kleiner leek dan het in werkelijkheid was.

1845   Dresden

Marie Wieck heeft alles wat een onderwijsmethode als die van vader kan bewerkstelligen, maar het ontbreekt haar aan spirit,  ze lijkt als een  automaat te spelen,  steeds weer mis ik  bezieling. Bovendien ontbreekt het haar ook nog aan kracht en uithoudingsvermogen.  Als kind had ik er ook geen plezier in, maar wanneer ik  voorspeelde of in het openbaar optrad,  kwam er toch gedrevenheid in mijn spel. Wat me de meeste zorgen baart, is, dat het haar ook nog ontbreekt aan technische vaardigheden. Men moet wel beseffen  , dat het publiek sinds de tijd  dat ik als kind concertreizen maakte,  geleerd heeft heel andere eisen te stellen aan prestaties van kinderen. Wat kinderen tegenwoordig presteren is eminent, en dat is bij Marie niet het geval – ze speelt goed, maar niet uitstekend.  De volharding van mijn vader verdient alle bewondering. Daardoor heeft hij het zo ver weten te brengen.  Juist daarom wens ik hem toe dat hij volledig daarvoor wordt beloond, wat nu nog niet mogelijk is.

1846  Wenen

Het publiek reageerde erg vriendelijk, vooral na Beethovens concert in G, maar van echt enthousiasme zoals negen jaar geleden, merkte ik niets. Mijn andere stukken spraken niet zo aan, afgezien van Bachs fuga in a.  Men verweet me, dat ik te goede stukken speel die het publiek niet begrijpt.  Dit verwijt was me liever dan het omgekeerde. Ik had al heel snel door, dat ik niet bij Wenen paste en het vooruitzicht hier te blijven had niets aantrekkelijks meer.  Nog minder  zou Robert er op den duur in kunnen slagen bij het publiek in de smaak te vallen.  De middelen voor het beste in de kunst zijn hier volop aanwezig, maar het ontbreekt  hier aan goede smaak. De Italianen bederven het publiek.

1847

Het concert was het mooiste en meest virtuoze wat ik ooit had gegeven. We konden er de hele reis van betalen en kwamen bovendien met 300 Thaler thuis in Dresden. Toch hoort het bij mijn treurigste herinneringen. Ik kon me niet losmaken van het bittere gevoel, dat een lied van Jenny Lind datgene  te weeg bracht, wat ik met al mijn pianospel niet had kunnen bereiken.

Dresden

Ook al was ik heel gelukkig om weer bij mij kinderen te zijn, toch vond ik de plotselinge rust na zoveel hektiek de eerste dagen pijnlijk,   maar het wende vlug en ik begon Roberts laatste symfonie (in C) voor piano à quatre mains te bewerken.

Ik ben lui, maar kan niet anders, want ik voel me steeds maar niet goed en vreselijk mat. O, kon ik maar werken, dat is mijn enige verdriet.

1848

Op 14 oktober soiree ter ere van Schröder-Devrient die alle acht liederen van Roberts Frauenliebe und Leben heel mooi zong.  Het was voor ons een heerlijke belevenis en telkens weer riepen we uit : ‘Er is toch maar één Devrient!’.

Bovendien zong ze uit de ‘Orpheus’ van Gluck en twee liederen van Schubert : ‘Am Meer’ en ‘Trockne Blumen’.  Die twee laatste zong ze me te overdreven.  Wanneer de hartstocht alle grenzen overschrijdt, boeit ze me niet, maar gaat ze me tegen staan.  De aria van Gluck echter ontroerde me echt.  Wat klonk haar stem toch weer mooi, teer, en nobel!  Voor één toon van haar  geef ik alle jonge zangeressen van nu cadeau! Het ontbreekt hun aan smaak en visie.

1850   Hamburg

De avondsoiree in Altona was heerlijk!  Zelden kwam zoveel bij elkaar als nu! Een volle zaal, een enthousiast publiek, prachtige zang, mijn spel ook niet slecht, Roberts wondermooie trio met Böie en Kupfer, kort en goed het ontbrak ons aan niets voor een geweldige uitvoering! Ik voelde me erg gelukkig, ook daardoor, dat  ik voor het publiek als kunstenares in niets onderdeed voor Lind, maar evenveel belangstelling  en enthousiaste bijval kreeg  als zij. Dat stimuleerde me  om mijn psychische en fysieke krachten maximaal in te spannen.  Ik zat al in angst en beven voor het demotiverende gevoel van een afwijzing. Dat het anders liep, verheugt  me zeer!

Düsseldorf

Dinsdag de 24e  vond het eerste abonnementsconcert plaats.  De zaal was voller dan ooit bij deze concerten. Er waren veel vreemden uit Elberfeld, Krefeld, zelfs uit Münster  gekomen. Robert werd bij zijn optreden met een drievoudig hoera ontvangen.  De ouverture van Beethoven (op. 124)  ging heel mooi en  het was voor mij een bijzonder genoegen Robert te zien dirigeren, zo rustig en toch zo energiek!  Op Beethovens ouverture volgde het ook nu weer betoverende concert in g van Mendelssohn.  Ook ik werd met gejuich ontvangen  en na mijn spel evenzo weer vrij gelaten. Mijn uitvoering slaagde voortreffelijk en ik kan me een grotere bijval niet herinneren.  Sinds vele jaren was het nu voor het eerst dat ik een stuk met orkest in het openbaar uit het hoofd speelde. Zou de frisse kracht van de jeugd dan toch nog terugkeren?  Ondanks het succes geloof ik toch van niet.  De gedrevenheid die hoort bij het uit het hoofd spelen, dat is toch iets voor de jeugd.

Ik weet nauwelijks hoe ik eigenlijk moet spelen.  Terwijl ik mijn uiterste best doe de zanger zo teer en meegaand als mogelijk te begeleiden, zegt Robert, dat hij mijn begeleiding vreselijk vindt!  Wanneer ik met spelen geen geld hoefde te verdienen, zou ik werkelijk geen toon meer voor publiek spelen, want wat baat me de bijval van het publiek wanneer ik hem toch niet kan tevreden kan stellen.

1852

Roberts kamer is heel aangenaam en stil gelegen, zodat hij als het ware in een kastje zit.  Het plezierigste is nog wel, dat ik mijn studeerkamer op de tweede etage heb, zodat Robert niets kan horen. Voor de eerste keer na onze huwelijkssluiting treffen we het zo gelukkig!

1853

Vandaag ben ik eindelijk ook weer eens begonnen te studeren. Wanneer ik regelmatig studeren kan, voel ik me weer helemaal in mijn element.  Het is alsof  zich een heel andere stemming van mij meester maakt, veel lichter en vrijer, en alles maakt op mij een vriendelijker en vrolijker indruk.  Muziek maakt toch wel een groot deel van mijn leven uit. Zonder muziek is het alsof alle lichamelijke en geestelijke elasticiteit uit me geweken is.  Mijn laatste goede jaren verstrijken, mijn energie ook,  reden genoeg om verdrietig te zijn. Ik ben zo moedeloos geworden dat ik het niet onder woorden kan brengen.

Den Haag

Robert zegt over mij in zijn aantekeningen, dat ik hier in Holland wondermooi speel. Zo’n  enthousiasme  uit het publiek moet iedereen wel inspireren. De bijval van publiek èn orkest (hoewel dit orkest niet het niveau van de Rotterdammers haalde) na het eerste deel van Beethoven tilde me boven mezelf uit.

Weer  zegt Robert in zijn aantekeningen : ‘Clara’s  wondermooie  spel!’.  Het maakt me heel blij, dat Robert altijd zoveel interesse in mijn spel heeft. Hij weet ook, dat het me liever is wanneer hij tevreden is dan dat er een heel publiek aan mijn voeten ligt.

1854   Düsseldorf

We speelden Roberts derde sonate in a klein en vandaag hebben we hem met die geestdrift gespeeld zoals het moet zijn.  Ik had hem me al vroeger eigen gemaakt, maar Joachim kon er de laatste keer in Hannover nog niet echt zijn weg in vinden. Vandaag was hij geestdriftig, net als ik.

Het is het enige dat me wat verlichting kan verschaffen, zijn muziek!  Ik ga erin op, ze grijpt me ten diepste aan en verlicht mijn smart, maar slechts voor een paar minuten. Wanneer ik klaar ben, dringt het verdriet zich luider op, dan voel ik de last van het harde noodloot dubbel zo zwaar, wanneer ik hem niet meer uit respect de hand kan drukken, hem niet meer zelf kan zeggen hoezeer zijn werken me inspireren.

Woensdag 22 maart.  Een vriendelijk aanbod van de heer Härtel om voor mij en de kinderen in Leipzig een concert te geven. Natuurlijk wees ik het gelijk beslist af. Ik laat niemand een concert voor me geven, dat doe ik zelf, wanneer ik er behoefte aan heb.

Brahms speelde me Schunkes aan Robert  opgedragen  tere en vindingrijke sonate voor. Toen speelde ik mijn variaties op Roberts thema die me vreselijk treurig stemden. Het is precies een  jaar geleden dat ik ze componeerde en de gelukkige gedachte koesterde hem ermee te verrassen. Dit jaar moet ik zijn verjaardag alleen doorbrengen en hij weet niet eens wanneer zijn verjaardag is. We speelden nog vierhandig de Bilder aus Osten en de ouverture, scherzo en finale van Robert.  Spelen met Brahms gaat niet zo gemakkelijk. Hij speelt te willekeurig, op een kwart meer of minder komt het hem niet zo aan.

25 mei. Liszt stuurde me een aan Robert opgedragen sonate en een paar andere stukken met een vriendelijke brief aan mij erbij.  Wat een vreselijke stukken zijn dat! Brahms speelde ze voor me en ik werd er ziek van. Het is alleen maar onzinnig lawaai. Er is geen gezonde gedachte in te vinden, alles chaos,  een duidelijke harmonie-opeenvolging is er niet uit te halen.  Daar moet ik hem ook nog voor bedanken. Het is werkelijk afschuwelijk.

De muziek achtervolgt me als nooit tevoren, ze laat me ’s avonds niet inslapen en houdt me overdag vaak zo bezig,  dat ik me op een verstrooidheid betrap,  wat me anders nooit overkomt.

O, lieve Joachim, ik geloofde altijd te weten hoe heerlijk het is kunstenaar te zijn, en nu weet ik het pas goed, nu ik in de goddelijke muziek verdriet en vreugde kan putten, zodat ik me erg goed voel.

1855    Utrecht

Het is ongelooflijk moeilijk met een verscheurd hart voor het publiek te verschijnen.

Ems

De wereld is van kwade wil, altijd geneigd om nieuwe en belangrijke zaken met voeten te treden!

Onder welke omstandigheden gaf ik dit concert! Wat voelde ik me in mijn eer aangetast door een publiek dat geen van mijn stukken begreep en daar ook helemaal geen moeite voor deed, maar alleen maar wachtte op Jenny Lind. Echt waar, de hele afgelopen winter met al zijn beproevingen  was voor mij nog niet zo’n offer als deze avond waar ik me uit plichtsgevoel moest laten vernederen. Ik moest tegen mijn tranen  vechten  en was blij, dat geen van mijn dierbaren aanwezig was, want zowel Robert als Johannes  zouden met pijn in het hart hebben moeten toezien wanneer ze me in een zo onwaardige situatie hadden gezien.  Thuis moest ik nog veel huilen- wanneer ik Johannes in de buurt zou hebben gehad, zou hij me zeker hebben kunnen troosten. Het saldo van dat concert bedroeg 1340 Thaler, voldoende  om mijn familie de zomermaanden door te krijgen en nog wat te kunnen sparen.  Ik stuurde  bij de in de vorige winter opgespaarde 500 Thaler nog eens 500 aan Paul Mendelssohn. Nu heb ik 1000 Thaler bij hem uit staan, dat doet me plezier, wanneer ik het ooit tegen mijn lieve Robert kan zeggen.  Zo heb ik voor dit leed toch ten minste ook wat troost!

1856   Wenen

Zulke stemmingen van  heilig vuur zijn toch de gelukkigste : men vergeet zichzelf en alles om zich heen, men leeft en weeft slechts in tonen.

Een afschuwelijke soiree bij Liszt : een kleine kamer, volgestopt met mensen, een verstikkende hitte,  van de hitte bijna wegsmeltende dames met enorme rokken en haarstukken waardoor hun hoofden nog eens zo groot schenen als de lieve God ze had geschapen. Dat was het beeld van een salon en daar moest ik spelen.  Ik zou hebben willen huilen om mijn mooie stukken waarvan elk te goed was voor dit gezelschap.   Toen ik tegen Liszt zei, dat mijn stukken hier helemaal niet pasten, zei hij : ‘Ja, maar waarom speelt u niet een paar slechte stukken van Liszt, die zouden hier beter op hun plaats zijn!’.   Ik antwoordde hem rustig : ‘U heeft gelijk, maar dat  kan ik niet’.

1857     Londenv

18 juni : bracht Rubinstein me een bezoek en speelde me verschillende  van zijn composities  voor die voor een deel interessant waren   omdat ze blijk gaven van talent.  Wel miste ik elke vorm van charme en dat geldt ook voor zijn spel.  Zodra hij de toetsen raakte was ik ontdaan door zijn harde aanslag en zijn manier van preluderen beviel me totaal niet.  Het kwam me zo amateuristisch voor  er gelijk met sexten- en tertstenloopjes  op het klavier vandoor te gaan. Zijn techniek is trouwens erg goed.  We hadden het over Joachim en Johannes. Hij noemde ze ‘deugdpriesters’.  Ik denk dat die niet bij elkaar passen.

München

Aan Woldemar Bargiel : Hier in München, Augsburg, so wie so in Beieren, zijn de toegangsprijzen erg laag (de hoogste is 20 zilvergröschen ), maar de kosten buitenproportioneel hoog. Hoe wordt dat wat?  Ik heb gisteren in het Odeon een concert gegeven dat heel goed werd bezocht. Toch hoor ik nu, dat  de kosten twintig Louisdor bedragen, hoewel het orkest gratis voor me heeft gespeeld (waarvoor ik voor hen natuurlijk ook weer gratis moet spelen).  In muzikaal opzicht staat München trouwens nog maar in de kinderschoenen. Dat een kunstenaar hier meer dan één concert geeft, schijnt bijna tot de onmogelijkheden te behoren. Hoewel ik gisteren enorme bijval mocht ontvangen, werd er vandaag toch spoedoverleg gehouden, of  een volgend concert nog wel te riskeren is.

Dagboek, 20 april : lang gesprek met Devrient die maar niet kan begrijpen waarom ik Johannes en Joachim om advies vraag over mijn spel. Ze beweert dat ik daardoor mijn zelfstandigheid kwijtraak.  Ik beweer : ‘nee!’, een krachtige persoonlijkheid  zoekt  zelf het goede uit of eerder nog datgene wat aansluit bij zijn individualiteit. Hij kan er alleen maar op vooruit gaan.

Düsseldorf

Aan Elisabeth Werner :  Ik kreeg vanuit Keulen de uitnodiging  de abonnementsconcerten mede te openen waarvan het eerste op de 19e plaatsvindt.  Ik wees het voorstel eerst beslist af omdat ik het voor onmogelijk hield dat ik het hier zo lang zonder de kinderen zou kunnen uithouden. Nu stelde men mij voor dat   ook hier een concert van mij gewenst is omdat ik al vijf jaar niet hier heb gespeeld. Ik overlegde bij mezelf hoe vreselijk veel uitgaven ik nu moet doen en dat ik, wanneer ik vóór mijn grote reis niet nog enkele honderden Thaler kan verdienen,  mijn kapitaal moet gaan aanspreken zodat nu de ratio over het hart moest zegevieren.

Wenen

Aan Joseph Joachim : wees maar blij, dat je niet bij me bent, want mijn gemoedstoestand is vreselijk treurig. Het is vaak zo erg, dat mijn wilskracht er niets tegen kan uitrichten.  Ja, ik geef dan wel concerten, maar met welke innerlijke kwellingen? Mijn gezondheid gaat er aan kapot.  Denk je eens in, ik geef geen concert waarbij ik niet in doodsangst het ene stuk na het andere speel omdat mijn geheugen mij steeds weer dreigt te verlaten. De angst daarvoor  kwelt me al tijdens de voorafgaande dagen.   Na het eerste stuk raakte ik zo in een kramp, dat het lange tijd kostte om weer tot bedaren te komen. Ik geloof, dat het beter zou zijn wanneer je bij me was.

Aan Johannes Brahms : hier dringt men er al de hele tijd bij mij op aan Kreisleriana te spelen, maar ik vind dat stuk voor een concert ongeschikt.  Nu moet ik wel toegeven; Spina belooft me zojuist, dat ik een vollere zaal krijg, wanneer ik dat stuk speel. Ik zal een keuze maken, allemaal, nee, dat gaat niet.

1859

Ik heb hier ongelooflijk veel te doen, ik werk onafgebroken van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. In het theater kom ik bijna nooit omdat het gewoonweg niet kan. De  hele ochtend geef ik les en ’s middags en ’s avonds  doe ik mijn correspondentie, studeer ik, ontvang  ik bezoek, en dat alles onder grote stress, want de lessen vragen heel veel van me, omdat ik dagelijks drie achtereenvolgende uren les geef. Als mijn beloning zie ik, dat ik hier absoluut goede zaken tot stand breng, waar het leerproces op de onderste trede van de trap van ambachtelijkheid staat.  Talent is er genoeg. De meeste van mijn studentes spelen bijvoorbeeld moeilijke composities van Robert, zoals  opus 13 en 17, Kreisleriana, de sonates etc.

Dresden

Vandaag juichen ze mij toe, morgen de grootste  bedrieger. Deze ervaring doet de standaard kunstenaar altijd op  wanneer hij met zijn kunst alleen staat, die hem soms een steuntje in de rug geeft.

1860   Amsterdam

Ik zou je iets interessants over mezelf willen meedelen, maar je kent mijn leven : aan de buitenkant  lijkt het een gelukkig leven te zijn, maar van binnen is het vaak onzegbaar treurig. Het ontbreek me zeker niet aan eerbewijzen, in Utrecht een fakkeloptocht en een serenade door de studenten, compleet met Bengaals vuur. Ik verscheen dan in het halfdonker bij het raam, er werd onophoudelijk hoera geroepen.Enthousiasme aan de ene  kant, ontroering aan de andere – dat was geweldig! Nu, vroeg in de ochtend,  zijn de fakkels uitgebrand, het enthousiasme misschien ook wel. Vanwaar al die ophef?  Echt een beeld van het hele leven.  Hier kreeg ik applaus en bijval – goed je weet het zelf wel : ‘Vandaag ik, morgen gij!’ ( ik bedoel  jou hier niet mee). Ik zou graag mijn positie en veel meer nog voor jou willen inruimen.

Wenen

Mijn eerste concert vond al op 1 maart plaats en het was overvol.  Lang van tevoren waren de goede plaatsen voor de drie concerten ( ik heb namelijk een cyclus van drie concerten georganiseerd)  weg en uiteindelijk was alles uitverkocht. Wat me echter het meest plezier deed, was mijn ontvangst, toen ik opkwam, een eindeloos applaus. Ik kon voelen dat het uit het hart van de mensen kwam die me sympathiek gezind zijn.  Het was het meest ontwikkelde publiek dat men zich hier  kan voorstellen.  Hier valt heel goed muziek te maken. Wanneer men dan toch voor een publiek moet musiceren, is het fijn wanneer men merkt hoezeer het de mensen raakt.  Bij ‘Carnaval’ moest ik bij elk volgende stuk gewoon maar beginnen om de bijval quasi af te weren.  Dat is storend, maar maakt wel blij.  Je zult nauwelijk geloven hoe de verering voor Robert hier groeit. Dat geeft mij naast verdriet ookhet mooie gevoel van genoegdoening voor hem die hier tevergeefs streed.

Op mijn volgende concert op de 8e denk ik twee ballades van jou te spelen, die in D groot en b klein. Het derde concert is op de 15e . Wat er dan gespeeld wordt, weet ik nog niet. Men spreekt hier al over een tweede cyclus, maar voordat de eerste drie voorbij zijn, neem ik nog geen beslissing. Waarschijnlijk ga ik niet naar Pest; het ziet er daar te onrustig uit. Het merkwaardige is, dat alle theaters en concerten deze winter zo vol zijn als jaren niet is gebeurd. Dat komt doordat het geld totaal geen waarde meer heeft. De mensen geven het uit,  omdat ze niet weten, of het morgen niet nog waardelozer is geworden.  Denk je eens in, dat de Thaler meer dan 10 zilvergroschen aan  waarde erbij heeft gekregen. Bij het wisselen van het geld zal ik dat tot mijn schade ervaren.

Godesberg

Dit is al mijn negende zakelijke brief; ik heb er een stukje van mijn nachtrust voor gereserveerd, anders zou ik er weer niet toe komen. Je weet dat ik in Dresden drie soirees geef, ook in Berlijn drie en in Leipzig één. Het is geen  kleinigheid deze allemaal op schrift te organiseren. Het komt altijd alleen op mijzelf terecht!

In Keulen heb ik het concert voor de 23e geschrapt – ik word heel nerveus bij de gedachte aan stemmingmakerij.  Ik voel me trouwens  helemaal niet goed; het loopt nog eens slecht met me af. Zorgen en verdriet zetten me onder druk, meer dan iemand zou vermoeden. Tot zover hierover.

Düsseldorf

Aan Emilie Liszt : hier zijn mijn plannen :  de 6e een concert in Barmen, de 8e in Keulen, de 11e en 14e in Hamburg, de 16e in Altona, de 20e  in Hannover, de 24e in Osnabrück, de 26e en op 3 februari  concerten in de stad aan aan het hof in Detmold.  Van daar naar Düsseldorf om me voor te bereiden op mijn reis naar België.   Mijn vertrek daarheen op 10 februari etc. etc.  Je ziet, dat ik een zware tijd voor me heb.

1861

Je vindt, lieve Johannes, dat ik teveel concerten geef, omdat ik maar een enkele keer iets naast me neer leg. Maar denk eens aan mijn zorgen : ik moet nog zeven kinderen onderhouden, vijf van hen ook  nog opvoeden. De volgende winter zijn ze allemaal weer thuis. Je weet hoe ik erover denk : ik wil ze zo lang mogelijk van hun jeugd laten genieten.

niet met nietsdoen, maar dat ze zo veel als dat mogelijk is , bij elkaar zijn. Mijn  oudsten kosten nu elk jaar meer. Wanneer ze vóór hun twintigste zelf gaan verdienen, dan beschouw ik dat als een gelukstreffer.  De kleintjes  hebben nog niet zoveel nodig, maar hun muziekonderricht, wat kost dat alleen al niet? Ik moet trouwens ook aan mijn eigen toekomst denken.  Ik weet niet hoe lang ik nog leef. Wordt dat een leven in een voortdurende zorg om mijn dagelijks brood? Afhankelijk van mijn kinderen?  Door me minder in te spannen kan ik wel wat meer rekening houden met mijn gezondheid, maar geeft uiteindelijk niet elk serieus mens zijn leven op voor zijn beroep? Ik overdrijf toch niet want ik voel me niet armer aan jeugdige frisheid en warmte, integendeel ik voel me jonger dan twintig jaar geleden en ik denk, dat een rustiger leven alleen maar meer ruimte zou bieden voor  verdriet.

Onlangs kreeg ik weer een aanbod uit Amerika, vier maanden vanaf 1 november, 10000 Thaler, maar ik ben er niet op ingegaan. Ik zou er een jaar mee kwijt zijn en van die 10000 Thaler  moet ik 5000 Thaler aftrekken voor wat ik nodig heb. Ik zou dan voor die onderneming 5000 Thaler over houden. Dat is niets, maar toch heb ik me er een paar dagen het  hoofd over gebroken. Toch heeft dit allemaal niets te betekenen vergeleken met de eindeloze zorgen om mijn kinderen!

Hamburg

Dagboek : december : tot de 9e bleef ik in Hamburg om veel te musiceren. Op de 3e speelde ik het concert in d van Johannes onder zijn leiding in het Philharmonisch Concert.  Ik was waarschijnlijk de vrolijkste in de hele zaal, want hoewel het me veel inspanning en stress kostte, toch had het plezier in het werk en het feit dat hij zelf dirigeerde, de overhand.  Al het andere, inclusief het domme publiek deed me niets, maar het had toch normaal respect kunnen tonen en de componist een blijk moeten geven van betrokkenheid – hij is toch een stadskind!

Op 7 december gaf ik nog een soiree, waar ik Johannes’ Handel-variaties speelde.  Ik was doodzenuwachtig, maar het ging goed en ik kreeg veel bijval.  Johannes echter krenkte me diep door zijn onverschillige commentaar. Hij beweerde de variaties niet meer aan te kunnen horen, hij vond het trouwens hoe dan ook vreselijk iets van zich te laten horen en er zo maar bij te moeten zitten.  Aan de ene kant begrijp ik dit gevoel heel goed, maar het is toch heel confronterend, wanneer men zich 100 %  voor een werk inspant en van de componist zelf geen vriendelijk woord te horen krijgt. Overigens brachten we nog vele mooie uren met elkaar door, vooral ontroerde Johannes mij door zijn kwartet in A.

1862  Parijs

Aan Johannes Brahms : Onlangs hoorde ik een concert in het Conservatorium dat technisch gesproken het meest volmaakte was van wat ik ooit had gehoord, maar – koud. Alles is op effect afgestemd, vaak zonder rekening te houden met de bedoeling van de componist.  Ze spelen bijvoorbeeld een prachtig thema zonder enige nuancering, enige warmte, en benadrukken dan plotseling een accent zo zeer, dat het hele publiek ‘getoucheerd’ is. Pp en ff, cresc en dim hoort men er zoals nergens anders, bijvoorbeeld de de symfonie in Bes van Beethoven in het eerste deel de overgang terug naar het thema, dat was om kippevel van te krijgen. Het laatste deel heb ik nooit zo snel en volmaakt gespeeld gehoord!

Nu kan ik je , lieve Johannes, vertellen over  mijn succesvol optreden in het Conservatorium. Het concert in Es van Beethoven lukte uitstekend en ik kreeg een storm van bijval.  De begeleiding was mooi en wat waren de musici voorkomend tegen mij! Behalve in Wenen heb ik zoveel betrokkenheid nergens meegemaakt. Dat het voor mij een nieuwe stimulans betekent, daar kun je zeker van zijn!  Ook al hebben we uiteindelijk een lage dunk van het publiek, toch heeft een zo spontane reactie  voor het ogenblik dat men daar zit, iets heel aanstekelijks.

1863  Holland

Dagboek, 16 januari : een vreselijke dag in Amsterdam. Ik had migraine en voortdurende krampen. ’s Ochtends had ik een repetitie en ’s avonds speelde ik in Felix  Meritis een Mozartconcert dat miserabel werd begeleid.

17 jan. : in afschuwelijke omstandigheden naar Utrecht, waar ik doodziek mijn concert gaf. Vaak dacht ik, dat ik maar moest stoppen. Daarna wist ik me dan weer te herstellen en speelde ondanks alles goed.

Op 20 januari reden we naar Arnhem, waar ik het vreselijkste concert had, dat ik ooit heb meegemaakt.  Een tent van houten planken als zaal en zo’n storm, dat men er niet zonder risico kon komen.  Gedurende het hele concert brulde de storm zo, dat men minuten lang niets van de muziek kon horen. Het was alsof het dak opgetild werd en weer neerkwam, zodat je dacht, dat alles zou instorten.  De mensen zaten gehuld in pelsmantels, de dames met kleedjes onder hun voeten. Ze bleven rustig zitten, alsof ze dat zo gewend waren.  Wat ik die avond heb geleden, ik zal het nooit vergeten.  Met blote hals, een kou die me behoorlijk in de halswervels sneed, mijn armen werden tijdens het spelen stijf, bovendien een miserabel orkest.

Düsseldorf

Aan Johannes Brahms :  de concertrecensies zijn niet te tellen, daarom moet ik juist nu heel ijverig studeren. Helaas moet ik zeggen dat mijn  nauwkeurigheid  op het pijnlijke af toeneemt. Het is bij elk stuk alsof ik net begin eraan te studeren.

1864

Wat betreft mijn succes in Rusland ben ik gezien de huidige slechte financiële situatie daar  niet ontevreden; in Duitsland had ik dat niet kunnen verdienen. Wel moest ik me enorme inspanningen getroosten. Zo moest ik bijvoorbeeld twintig uur lang van Sint Petersburg naar Moskou reizen. Ik kwam daar om negen uur ’s  morgens aan, had om elf uur een repetitie . ’s Avonds was het concert met drie concerten daarna, om de andere dag. We reisden van Sint Petersburg in één keer naar Berlijn terug, een reis van 44 uur. Dat was een ramp voor mijn arme rug, maar ik heb alles overleefd hoewel ik me in Rusland   vrijwel voortdurend niet  goed voelde, omdat ik het weer en het water niet goed kon verdragen.

In Moskou ontmoette ik Nicolas Rubinstein. Hij heeft een fabelachtige techniek, terwijl zijn vingers toch kort en klein zijn. Hij speelt meestal salonstukken die in de mode zijn,  met veel pedaalgedoe. Toch is hij een uiterst beminnelijk mens, maar dan wel met morele standpunten die me verbijsterden. Het is erg jammer van die twee hoogst begaafde broers, maar ze missen steeds weer  ernst en respect voor de kunst.

Baden-Baden

Ik heb ijverig de Paganini-variaties gestudeerd, maar hoemeer ik er aan studeer, des te moeilijker vind ik ze. Toch zal ik niet rusten voordat ik ze kan spelen, want ze interesseren me door hun spitsvondige combinaties. 

Voor uitvoering tijdens een concert lijken ze me niet geschikt, want niet eens een professioneel musicus kan de originele  structuur en de pikante wendingen volgen. Op een publiek maakt deze muziek de indruk van hiërogliefen. Jouw variaties opus 23 à quatre mains speelde ik onlangs met Rubinstein.  Eerst wilde hij er niet aan, maar daarna speelden we ze nog een keer van achteren naar voren, bijna allemaal, omdat ze hem zo bevielen.

Hamburg

Het concert werd heel goed bezocht, alleen de balkons boven bleven leeg. Om die gevuld te krijgen is veel nodig, en ook een ander programma dan wij te bieden hebben.  Een kleine pech hadden we in het trio in Bes van Beethoven.  Hegar zag het herhalingsteken over het hoofd en kon er niet meer in komen, zodat ik rustig ophield en opnieuw begon. Rose werd van schrik roodpaars als een roos, Hegar bleek, maar ik bleef  er merkwaardig rustig onder, en was het bij de eerste bladzijde  al weer vergeten.

Onlangs maakten we bij een soiree  in Düsseldorf een curieus avontuur mee.  Plotseling ging de gasverlichting uit en pas na een kwartier lukte het die weer aan te steken. Nauwelijks waren we aan het laatste stuk, de Kreutzer-sonate, begonnen, of het licht  ging weer flakkeren en werd het donker. Met een paar kaarsen speelden we aan de piano verder. Het  publiek bleef rustig zitten en na afloop zeiden de mensen,  dat ze nog   nooit met zoveel aandacht naar muziek hadden geluisterd. Het moet er heel dwaas hebben uitgezien, wij beiden doodsbleek tussen de kaarsen. We speelden  heel geïnspireerd en hadden een bijval die ik in het Noorden zelden heb meegemaakt.

1866    Baden-Baden

Ik heb van Chappell in Londen een engagement van vier weken aangenomen, van 14 januari tot 10 februari. Daarbij speelde mee, dat ik op deze manier  in de verschillende steden van Engeland contacten zou kunnen leggen  en me aan het publiek zou kunnen laten zien om er dan later op eigen gelegenheid  heen te gaan, wat nu nog helemaal niet zou lukken.  Het was een vreselijk moeilijk besluit voor me en alleen de gedachte,  dat Joachim ook  meegaat en we dus door onze lieve vriend beschermd zouden worden,  zette me ertoe aan.


1867  Londen

Aan Elise Junge : Ik heb me onlangs in het Christal Palace-concert  teveel ingespannen. Om 11 uur vertrokken we met de trein, toen moesten we een kwartier trappen klimmen naar het paleis, om 1 uur moest ik het concert in Es van  Beethoven repeteren, daarna konden we een hapje eten en ons verkleden. Het concert begon om 3 uur. Ik moest er van begin tot eind bij zijn, omdat ze ter ere van mij Roberts vierde symfonie speelden ( een prachtige uitvoering trouwens) en met de Hebriden-ouverture afsloten die ook geweldig werd gespeeld. Ook Beethovens concert kreeg een bijzonder mooie begeleiding en later, na het Capriccio van Mendelssohn, moest ik nog toegiften spelen, zoals hier in Engeland gebruikelijk wanneer ik solo speel. Je kunt je niet voorstellen,  hoe warm het publiek reageert en mij altijd hartelijk welkom heet. Bij dat alles mis ik toch wel de artistieke prikkel die ik bijvoorbeeld in Wenen altijd ervaar. Kunst is hier pure business, onder ons gezegd…


1868    Baden-Baden

Aan Johannes Brahms :

Je opvatting over mijn concertreizen vind ik bizar!  Je beschouwt ze alleen maar als manier om geld te verdienen, ik niet. Ik voel me juist geroepen om mooie werken, vooral die van Robert, te laten klinken, zolang ik de kracht daartoe heb. Ook zonder dat ik het aboluut nodig had, zou ik blijven reizen, alleen met minder stress dan nu het gval is.  De beoefening van de kunst is een groot deel van mijn persoon, het is de lucht die ik inadem!

Anderzijds zou ik liever honger lijden dan met halve kracht in het openbaar optreden.

Bremen

Dagboek : Het is niet te geloven, maar ik speelde voor het eerst Beethovens concert in c klein, en wel vol overgave. Ik had er een cadens bij gemaakt die  volgens mij helemaal niet slecht is. Dit concert werd vroeger gewoon stukgespeeld, reden waarom ik het niet instudeerde. Nu hoort men het zelden.

Breslau

’s Avonds was er een concert van Rubinstein. Toen ik naar  binnen ging, was ik buiten mezelf : dat was geen pianospelen meer maar een onzinnig gebeuk of een fluisterzacht gebruik van het linkerpedaal.  En dat voor een publiek dat zich verbeeldt ontwikkeld te zijn.

1869  Frankfurt

Aan Johannes Brahms :

Ik ben nergens opgetreden of ik voelde de warmste sympathie van het gehele publiek en dat doet een kunstenaar toch wel buitengewoon goed. Het was niet gemakkelijk er een punt achter te zetten, maar ik houd altijd aan mijn overtuiging vast, dat een dergelijk leven als van een kunstenaar in Londen maar een bepaalde tijd zonder uiterlijke of innerlijke schade is vol te houden en daarom stel ik me bepaalde grenzen.


1870  Baden-Baden

Lieve Johannes, hartelijk dank voor je beide brieven. Denk je eens in, wat vreemd! Op de ochtend van de dag waarop ik je eerste brief kreeg, schreef ik aan Herbeck, heel openhartig,  dat ik in gezelschap van Wagner die voor mij het heiligste en hoogste in de kunst en in mijn leven heeft aangetast en die artistiek een mij volkomen onsympathieke koers vaart, geen Beethoven-feest kan meemaken etc. etc.

Deze brief kon bij gebrek aan een gedienstige geest niet bezorgd worden en bleef liggen tot de avond waarop jouw brief arriveerde.  Ik schreef nu een andere brief waarin ik me ook niet bond, maar wel om nadere informatie vroeg, wie dirigeert en hoe het programma eruit ziet, om alsnog  mijn besluit te nemen. Je vergist je, wanneer je denkt, dat  Liszt me het meest tegenstaat. Maar Liszt heeft me persoonlijk nooit iets gedaan (mij of Robert)  terwijl Wagner op de meest neerbuigende toon over Robert, Mendelssohn en jou spreekt, op een ronduit schandelijke manier.  En ik zou dan onder zijn leiding moeten spelen?  Zelfs wanneer ik in een zwak ogenblik, wanneer het verlangen om juist daar te spelen, mij voor al het andere blind gemaakt zou hebben, zou hebben toegezegd, dan geloof ik dat ik  het concert nog een dag tevoren zou hebben afgezegd. Ik zou me voor mezelf schamen.

1872   Londen

Over mijzelf kan ik je wel wat goeds melden, in zoverre, dat ik enthousiast ontvangen ben. De mensen beweren, dat ik nog nooit zo mooi gespeeld etc.etc.  Maar ik lijd heel erg aan reuma in mijn arm- en vingerspieren, zodat ik met ware angst van het ene engagement naar het andere kijk. Ook wanneer ik alles pp (pianissimo, uiterst zacht)  inoefen, ben ik toch binnen het uur volkomen uitgeput. Logisch, want de reuma zet zich in de meest ingespannen ledematen vast.

Dagboek : op de 20e had ik mijn  jaarlijkse afscheidsmatinee bij de Burnands.  Ik moest nog enkele dagen laten verstrijken omdat de koningin me had uitgenodig op Buckingham Palace te komen spelen.  Dat was een ongelofelijk concert.  De dames  Neruda en Regan , enkele heren en ik deden er aan mee.  De kamer was geschikt voor de muziek, maar niet erg groot. Er waren 700 personen uitgenodigd (het vond plaats van vijf tot zeven uur), er waren ongeveer 100 personen in de zaal en wel grotendeels  staande achter lege stoelen.  Bij de koningin zaten de hertogin van Cambridge en prinses Louise. De koningin begroette ons helemaal niet, zat half richting kamer gekeerd,  praatte onophoudelijk, hoorde alleen maar de laatste maten van elk stuk en klapte dan even. Hoe zag ze eruit?  Heel simpel : een witte sluier en een zwarte robe van zijde. Tijdens de muziek hoorde men bovendien nog het geroezemoes van de andere 600 mensen in de nevenzalen.  Na het eerste deel gebeurde het ongelooflijkste : de koningin stond op om thee te nemen en als muzikaal intermezzo klonk eerst een potpourri van de Koninklijke Kapel en toen lieten in een nevenzaal twee doedelzakspelers zich horen, in Schotse kostuums. Ik wist niet wat te zeggen, begreep eerst ook niet wat ik meemaakte, totdat mevrouw Neruda me vertelde, dat dit de lievelingsmuziek van de koningin was.  Ik was buiten mezelf en zou het liefst weggelopen zijn. Nu begon het tweede deel en de koningin was alweer half gaan zitten, toen het haar te binnen schoot, dat ze eigenlijk iets tegen ons moest zeggen. Daar kwam ze aan en begon met een licht knikje bij mij met de woorden ‘heel mooi gespeeld’, waarbij zij in het rond keek (we stonden allemaal naast elkaar) en zich weer op haar stoel terugtrok. Toen alles voorbij was, kon er geen woordje van dank van af.  Dat was me in heel mijn leven nog nooit overkomen, maar dit weet ik wel : deze koningin ziet me nooit meer terug! In de kleine kamer waar we onze mantels hadden neergelegd,  stond er voor ons nog een diner klaar. Daar had ik tevoren al voor bedankt.

1874 Berlijn

Aan Johannes Brahms : Met mijn  arm gaat het slecht, ik zeg het ene engagement na het andere af. Toch is dat nog maar het minste. Mijn piano staat al weken gesloten, dat is hard! Het gaat er om, moed te houden. Ik hoop, dat de tijd in Leipzig mij sterker zal maken.

Bij alle beproevingen had ik de kunst als trouwe, behulpzame vriendin aan mijn zijde, maar nu laat ze me in de staak. Het is alsof ik zonder haar alle steun in het leven ben kwijtgeraakt.

Teplitz

Het verblijf hier vind ik heel erg zwaar – zo heel alleen met zijn tweeën, zonder ook maar iemand te kennen, en zich dan ook nog alleen maar met lezen te kunnen bezig houden ( terwijl lang achtereen lezen me teveel inspant), het is een beproeving voor mij. Voor feestjes heb ik toch al geen talent. Wanneer ik niet actief kan zijn, word ik dadelijk depressief.

1875   Berlijn

Dagboek : Sylvester 1875 . Zo is al weer een jaar verstreken en ik moet vol dankbaarheid zeggen, dat het me meer goeds dan slechts heeft gebracht, vooral de genezing van mijn arm, wat voor mij een groot geluk betekent en me helpt om veel leed te verdragen. Heel weldadig heb ik het ervaren,  dat ik me bij de uitoefening van mijn kunst sterker dan ooit voel. Steeds meer sta ik boven de stukken. Ik heb ook werkelijk meer kracht in mijn vingers, maar toch moet ik voorzichtig zijn. Marie en Eugenie hebben me trouw bijgestaan.  Zo geniet ik bij al het verdiet ook van groot geluk. Kon ik mijn kinderen maar even gelukkig zien als ik het zou willen. Ze verdienen het zo!

1876

Aan Johannes Brahms : denk je eens in, na vele jaren hoorde ik Liszt weer eens spelen en ik werd ontroerd door enkele stukken van Schubert die hij wondermooi speelde. Voor zijn eigen composities geldt dat bepaald niet. Een duo voor twee piano’s over B.A.C.H. , dat was vreselijk om aan te horen en alleen te verteren wanneer  hij passages over het gehele klavier verdeelde.  Toch beheerst hij de materie als geen ander. Jammer, dat hij er zo weinig rustig van kan genieten.  Er is altijd een demonische macht, die hem meesleurt.   Ik heb hem lang geobserveerd, zijn fijne koketterie, zijn voorname beminnelijkheid etc. De dames waren natuurlijk weer gek van hem, dat was stuitend.

Aan Hermann Levi : dit jaar blijft er weinig tijd over voor Berlijn, want begin februari reis ik over Holland naar Engeland en dan kom ik pas weer na Pasen terug. Hier voel ik me eigenlijk steeds onbehaaglijker. Ik heb hier geen netwerk meer, en concerteer ook maar zelden.

Het publiek is hier niet hartelijk en wat het begrip voor Schumann en Brahms betreft  loopt het achter  op alle andere plaatsen van Duitsland. Trouwens, hier heerst in het algemeen de middelmaat en voor het belangrijke heeft het publiek niet de goede houding om dat te waarderen, dat zagen we onlangs weer bij het hogeschoolconcert waar het orkest prima presteerde, maar het publiek erop reageerde, als moest het zo zijn.

1877   Schwerin

Aan Johannes Brahms : ik had al lange tijd veel pijn in mijn arm, mocht zelfs helemaal niet schrijven, zeker niet toen ik Hamburg en Schwerin voor me had.  Het treurigste van alles is, dat ik tot de overtuiging ben gekomen dat ik me met het oefenen van jouw concert in d geforceerd heb.  Wat zou ik het fijn hebben gevonden het deze winter vaker te spelen, zo gaat dit stuk me aan het hart. Wat maakte het me vrolijk het in te studeren. Nu moet ik me erin schikken, dat ik het nooit meer zal spelen.

Baden-Baden

Dagboek : ik zou graag twintig jaar jonger willen zijn om nog heel veel te kunnen spelen zoals ik  nu doe, beter dan vroeger. Was er maar meer nieuwe muziek, dan voelde ik me niet zo tekort gedaan. Ik studeer graag nieuwe stukken in, dat stimuleert me, dat maakt me jong.

1878  Düsseldorf

Ik zou de schoonheid van Mozarts concerten niet kennen?! Ik, die sinds twintig jaar bijna de enige ben die zijn concerten nog heeft gespeeld! Heel vaak vroeger het concert in d en dat in c , ik die dweep met de concerten in A en G! Nee, mijn beste Avé, dat had u niet tegen me moeten zeggen.

Ik zou me moeten schamen  een concert van Mozart te spelen!? U had me nauwelijks iets krenkenders kunnen zeggen. Maar genoeg hierover en ter zake! ….De hoofdzaak zei ik u niet nog niet, de reden van mijn weigering.  Mozarts behandeling van de piano is niet meer van deze  tijd en helaas is het publiek niet meer in staat een dergelijk concert naar waarde te schatten. Bij een feestdag als die van u speelt men toch graag iets waarvoor ook het publiek gevoelig is. Of het herinneringsfeest of muziekfeest heet , dat maakt niet uit, het is gewoon een feest.

1879  Frankfurt

Dagboek : in het museum Mozarts concert in d gespeeld, groot enthousiasme. Ik heb het ook mooi gespeeld, dat weet ik gewoon en toch was het me de hele avond treurig te moede. Ik weet niet hoe het komt, dat ik sinds kort iedere keer zo verdrietig ben wanneer ik optreed. Ik denk ook steeds, dat het de laatste keer zal zijn. Eigenlijk zou ik genoeg van deze wereld kunnen hebben, maar weg van de kinderen, de gedachte alleen al maakt me onuitsprekelijk treurig! Concerten opgeven zou me enorm moeilijk vallen, omdat ik beter speel dan ooit. Toch moet ik dat, of liever mezelf  zeer beperken, omdat het optreden me te zeer aangrijpt.

1880    Schluderbach

Aan Johannes Brahms : Ik leef in grote zorgen  om mijn overspannen toestand en daardoor verlies ik vaak de moed.  Sinds drie, vier weken heb ik voortdurend melodieën in mijn hoofd, vooral ’s nachts en ik kan ze niet kwijtraken. Het is nu trouwens wat beter geworden, maar ik heb nog steeds af en toe nachten waarin ik geen oog dicht doe. Natuurlijk maak ik geen muziek hoewel we hier een kleine piano ter beschikking hebben. Ik hoor ook niets. Ik word vreselijk gekweld door de gedachte hoe het zal moeten gaan wanneer ik in de herfst weer met mijn lessen begin.  Goed, ik moet er maar op hopen mettertijd mijn zenuwen weer helemaal in het gareel te krijgen. Het was überhaupt ook veel te veel wat de laatste maanden in Frankfurt op mijn schouders drukte.

1882   Frankfurt,

Dagboek : 25 januari concert in het theater: Saint-Saëns – eminent technicus. Hij speelde als toegift ‘Abschied’ uit de ‘Waldszenen’. Wanneer ik het niet zelf had gehoord, dan had ik niet gedacht dat iemand het stuk zó zou kunnen interpeteren. Ik kwam tot de conclusie dat hij alles aan zijn vlijt te danken heeft, ook bij het scherzo uit de sonate in g dat hij ook als toegift speelde. Zelfs als technicus is hij alleen maar kunstruiter, want er viel geen echt mooie passage te beluisteren, alleen  maar oktaven, meestal over twee handen verdeeld, arpeggio’s over het gehele klavier, waar telkens het einde onafgewerkt klonk, ongelooflijk krachtige akkoorden, tertsentrillers met twee handen etc. Dat is eigenlijk niet pianospelen, maar koorddansen.

Londen

5 maart : De zware speelaard en de hoge stemming van het instrument speelden me weer parten. De afgelopen dagen oefende ik altijd bij Broadwood. Onlangs heeft Scharwenka op een Blüthner gespeeld, vorig jaar Barth op een Bechstein. Dat heeft Broadwood veel schade berokkend.  Ik kon er niet toe komen het Broadwood aan te doen met een Steinweg te komen. Maar toch, hoe gelukkig zou ik zijn, wanneer ik er één zou hebben, in plaats van me te moeten afbeulen op een Broadwood.

Frankfurt

Aan La Mara : mijn vader had  bij zijn artistieke methode vooral ook het fysieke aspect op het oog.  In mijn kindertijd studeerde  ik nooit meer dan twee uur per dag, in de jaren daarna drie uur per dag. Ik ging ook dagelijks evenveel uren met hem wandelen om mijn zenuwen in het gareel te houden. Verder bracht  hij me, zo lang ik nog niet volwassen was,  steeds rond tien uur uit alle avondactiviteiten thuis , omdat hij de rust vóór middernacht voor mij absoluut noodzakelijk achtte. Hij liet me niet naar bals gaan omdat hij zei, dat ik mijn krachten liever moest sparen. Wel liet hij me naar goede opera’s gaan. Bovendien ging ik al in mijn prilste jeugd met de voortreffelijkste kunstenaars om.

Dat waren mijn kinderpleziertjes, maar niet met poppen, die ik trouwens nooit heb gemist. Mensen die van een  dergelijke serieuze opvoeding geen benul hebben,  legden alles als sadisme uit en vonden, dat ik dag en nacht gestudeerd moest hebben gezien het niveau van mijn prestaties die de grenzen van het kinderlijke verre overschreden. Terwijl in hoofdzaak juist het pedagogische genie van mijn vader mij zo ver bracht via een matige studie en het trainen van geest en gemoed.

Dagboek :  Concert van Sophie Menter, helaas moet ik zeggen, dat ze op mij de indruk maakte van een kunstruiter. Ze maakte op mij een kille en onmuzikale indruk en in haar voordracht bewaart ze niet de middenweg, maar wisselt ze voortdurend met ritardando’s een presto’s. Bij bravourestukken zijn haar techniek en zekerheid grandioos, ook  haar vingervlugheid,  maar zodra de passages een diepere inhoud in zich dragen, zoals bij voorbeeld bij Schumann, laat  ze in haar spel heel veel te wensen over. Ze hoort helemaal thuis in de school van het pedaalgedoe en het pianissimogevoel, zoals mijn vader dat formuleerde. Die manier van spelen bevalt het publiek tegenwoordig, de jonge generatie doet het na, maar  waar blijft dan het mooie pianospel?   Wie doet zijn best  een edele klank aan de piano te ontlokken, wie ziet het als zijn opgave de bedoelingen van de componist te realiseren?  Wie speelt nog karakteristiek? Waar is de piëteit gebleven waarmee men de composities zo getrouw weergeeft als ze gedacht zijn? Dat zijn de vruchten van Liszt’s virtuozendom.  De fouten doen ze na, de genialiteit ontbreekt hun.  Vóór Liszt werd gespeeld, nà Liszt gebeukt en gefluisterd. Hij heeft het verval van het pianospel op zijn geweten.

1884   Londen

De dirigenten zijn  ware tirannen. Wanneer ze het dirigeerstokje hanteren, kennen ze geen genade.   Alleen de grootste, fijnzinnigste musici zoals Mendelssohn en Robert, wisten de juiste maat te treffen. Onder hen beiden waren de concerten nooit te lang. Robert rekende   steeds de programma-onderdelen in minuten na. Een concert mocht inclusief pauzes nooit langer dan twee uur duren. Dat heeft ook mijn vader me in mijn vroegste jeugd tot wet gemaakt, wanneer ik een concert gaf. Tegenwoordig komt echter alles op kwantiteit aan.

Leipzig

Concert in de nieuwe Gewandhaus-zaal met zijn heerlijke akoestiek. Ik speelde het concert in f van Chopin dat ik in 1852, dus 33 jaar geleden voor het laatst in Leipzig had gespeeld, en ik deed het met plezier. Ik had het een heel jaar lang gestudeerd totdat mijn armproblemen er een eind aan maakten, zoals onlangs in het Museum waar ik moest afzeggen. Ik had eigenlijk alle hoop opgegeven om het nog eens te spelen. Het leek op het publiek inspirerend te werken.  Het viel me alleen op, dat ik zonder enige stress speelde. Ik had de indruk dat ik alleen maar voor mijn eigen genoegen daar zat. Ik voelde geen spoor van inspanning.



Frankfurt

Gutmann schreef me van de zomer, of ik geen concerten in Wenen wilde geven die hij wilde organiseren en waarvoor hij garant zou staan. Ik antwoordde, dat ik geen eigen concerten meer gaf, maar alleen nog in abonnementsconcerten speelde, waar ik slechts één of twee onderdelen zou moeten spelen.  Ik heb uit aardigheid misschien nog er aan toegevoegd (ik weet het niet meer helemaal zeker), dat ik, omdat men in Wenen voor zulke engagementen geen gelegenheid geeft, van dat genoegen afstand moet doen. Zoals gezegd, ik weet  niet meer zeker, wat ik zei, maar ik heb hem zeker niets beloofd.

Nu schrijft hij me kort geleden dat hij me bij het Philharmonisch orkest heeft voorgedragen, dat zijn voordracht met vreugde werd aangenomen en dat hij de opdracht kreeg me uit te nodigen.  Hij schrijft, dat ook Hellmesberger goede hoop heeft, ook om me zelfs tot een Schumann-avond te bewegen. Ik ging er niet op in! Voor één engagement kan ik niet zo’n lange reis maken met alle stress erbij en ik heb niet de tijd meermalen te spelen omdat ik tussen concerten lange tijd nodig heb om uit te rusten, dat weet je trouwens en je kunt het in noodgeval ook bevestigen. In elk geval heeft meneer Gutman niet het recht  dergelijke opzetjes te verbreiden, zoals hij heeft gedaan. Ook dat ik bij Bösenorfer zou spelen, er is geen sprake van. Dat zou ik Streicher niet willen aandoen. Wat zou hij wel van me denken?

Het is toch totaal gewetenloos van hem. Wat moeten mijn vrienden wel denken, dat ik mijn woord gebroken zou hebben? Terwijl ik op dit punt toch bij de meest betrouwbare musici behoor! Wat een brutaliteit  dat die vent mij aan het Philharmonisch orkest aanbiedt, alsof  dat orkest, wanneer het me zou willen hebben, niet rechtstreeks aan me zou kunnen schrijven.  Ik onderhandel nooit met ondernemers en zou in dit geval ook zeker niet hebben toegezegd. Lieve Johannes, vertegenwoordig me hier, ik smeek het je!


1886

Dagboek : augustus : gisteren op 31 juli is Liszt in Bayreuth gestorven. Weer een bijzonder mens ten grave gedragen! Wat  kan het  iemand leed doen, wanneer men om Liszt niet zo oprecht kan rouwen! De vele show-elementen  om hem heen verdoezelen zijn beeld als kunstenaar en mens.  Hij was een voortreffelijk piano-virtuoos, maar als zodanig een gevaarlijk voorbeeld voor de jeugd.  Bijna alle opkomende pianisten imiteerden hem, maar het ontbrak hun aan talent, genie, smaak. Zo presenteerden zich slechts enkele echt grote virtuozen en daarnaast veel karikaturen. Verder was Liszt een slecht komponist, ook hierin voor velen een gevaar, maar niet op langere termijn omdat zijn composities alle hierboven genoemde  eigenschappen, die hij als virtuoos bezat, misten.  Ze zijn triviaal, vervelend en ze zullen na zijn overlijden zeker van de aardbodem verdwijnen. Door zijn beminnelijkheid en virtuositeit heeft hij de mensen bedrogen en zo hebben ze dan zijn werken uitgevoerd. Als jonge man was hij een hoogst boeiende persoonlijkheid, maar later mengde zich zo veel koketterie in zijn intelligente en charmante wezen, dat het me echt tegen de borst stuitte.

1887 Baden-Baden

Brahms speelde zijn concert met Hausmann alleen een paar keer door, maar het was me onmogelijk, vat op het stuk te krijgen, omdat Brahms zo slordig speelde, dat ik alleen maar een vreselijke chaos ervoer  op enkele melodische passages na.

Daar komt nog mijn gehoor bij, dat heel duidelijk achteruitgegaan is. Sinds korte tijd kan ik opeenvolgende harmonieën die ik niet ken, niet van elkaar onderscheiden en hoor ik andere tonen dan worden gespeeld.

1890  Frankfurt

Op verzoek van de landsgravin speelde ik nog Arie en Scherzo uit Roberts sonate in fis. Ik had de pech helemaal in de war te raken, maar ik kwam uiteindelijk weer op het goede pad terecht. Ik speel momenteel gewoon te weinig en oefen helemaal niet meer,  iets waarover Eugenie mij steeds weer verwijten maakt. Ik heb hier zo weinig uitdagingen, waar zou ik de motivatie vandaan moeten halen om de oude stukken te oefenen?  Ik beschouw mezelf als op, uitgeblust. Daarin heb ik misschien ongelijk, maar mijn lichamelijke toestand werkt die gedachte wel in de hand.

Op 8 november  heb ik de hele dag steeds maar gepiekerd over mijn merkwaardige psychische en fysieke toestand voorafgaande aan een concert. Het kost me een enorme strijd en ik nam me voor dat dit laatste grote concert mijn laatste zou zijn. Maar mijn hart bloedt wanneer ik eraan denk, dat het inderdaad mijn laatste concert zou zijn.

Aan Johannes Brahms : ik wilde ook nog vertellen, dat ik eergisteren nog eenmaal in het Museum Chopins concert in f heb gespeeld. Dat ging heel goed en de bijval was heel warm. Toch betekende het voor mij veel stress. De vingers doen het nog redelijk, zelfs heel soepel, maar mentaal wordt het heel moeilijk. Misschien was dit de laatste keer!

1891

Dagboek : 3 maart : Adeline de Lara is van  school gegaan. Ze behoorde tot mijn beste leerlingen en vooral Marie gelooft, dat ze een veelbelovende toekomst tegemoet gaat.

1892   Interlaken

Aan Joseph Joachim : voor een kunstenaar is het ouder worden toch wel heel zwaar. Men moet eigenlijk met twee naturen de strijd aangaan en moet dankbaar zijn wanneer men nog de kracht heeft kunst aan te voelen en te begrijpen, zoals ik die bij al mijn leed altijd nog in me voel.

Frankfurt

Dagboek : Brahms heeft me elf van zijn pianostukken gestuurd (nog ongedrukt), voor mij een ware bron van geluk. Alles, poëzie, hartstocht, emotie, intensiteit, vol van de prachtigste klankeffecten, alles heel interessant. Bij deze stukken voel  ik eindelijk weer eens muzikaal leven in mijn ziel trekken en ik speel ze met volle overgave. Ook studeer ik met meer animo Roberts pianomuziek. Pianomuziek is nog maar het enige waarvan ik genieten kan. Dan verdwijnt het gedreun – ik hoor nog altijd wel enkele valse tonen, maar kan ze gemakkelijker verdragen wanneer ik het stuk precies ken. De stukken van Brahms zijn technisch gesproken  op enkele passages na, niet moeilijk, maar de interpretatie verlangt een diepgaand begrip. Men moet met Brahms heel vertrouwd zijn om ze zo weer te geven als hij in gedachten heeft. Ik heb er met grote liefde op gestudeerd en speel ze volgens mij volgens zijn opvatting.  Wat vergeet men dan al het  leed, dat hij veroorzaakt heeft.

1893

18 februari : vandaag geeft Rubinstein in Bonn voor het Beethoven-huis een Beethoven-avond met vier sonates. Ik zou wel eens willen weten, wat Mendelssohn en Robert daarvan gezegd zouden hebben. Mij lijkt het artistiek niet verantwoord : in een sonate van Beethoven legt men zijn hele ziel, maar hoe kan men zo  vier sonates achtereen spelen?  Op  de affiches  stond dat het zijn laatste concert zou zijn en daarom kwamen de mensen van alle kanten aangestroomd. Vier sonates speelde hij en hij gaf er nog één als toegift, in totaal vijf dus!

Interlaken

Lieve Johannes, eindelijk lukte het me je originele stuk te leren kennen, zij het met problemen. Altijd stoort me de vreselijke muziek in mijn hoofd waardoor ik lange tijd nodig heb de complexe harmonieën en ingewikkelde structuur te begrijpen. Ik moet het stuk eerst eens grondig instuderen voordat ik alles goed hoor. Je kunt je mijn toestand niet indenken, hoe moeilijk die  te verdragen is en hoe diep treurig ik er van word, wanneer ik gehinderd word om te genieten, wat me altijd heel gemakkelijk afging. Maar wanneer ik alles duidelijk in me heb opgenomen, dan geniet ik ook. Het prachtige stuk zal het eerste zijn dat ik weer instudeer, wanneer ik een instrument ter beschikking heb, wat ’s zoners nooit meer het geval is, omdat ik me dan volledig van muziek moet onthouden.

Lieve Johannes, wat voor een schatten verzamel ik. Het is toch heel wonderllijk hoe het er in jou uitziet, hoe dat borrelt, oplicht, suist en door diepe gedachten aangrijpt. Ik ben er weg van en denk met groot verlangen aan mijn instrument thuis. Zo’n kleine, altijd ontstemde pianino is vreselijk! Wat zal ik weer vol enthousiasme studeren, wanneer ik weer thuis ben! De hemel geve me, dat mijn kwaal me niet volkomen blokkeert, iets waarvoor ik een hevige angst heb.

Frankfurt

Dagboek : ik ben er psychisch heel slecht aan toe, het dreunen van demuziek in mijn hoofd is om wanhopig van te worden. Het is iets heel ergs om altijd maar aan je armzalige lichaam te worden herinnerd. Er gaan heel wat dagen voorbij, dat ik geen plezier aan het spelen beleef en de piano maar dicht laat.

1894

Ik lijd aan jichtknobbels aan mijn handen, wat me met zorg voor de toekomst vervult. Wat zal er van me worden, wanneer ik niet meer kan spelen en niet meer kan lesgeven?  Mijn krachten nemen in ieder opzicht af, daar kan ik niet omheen!

Het is nu eenmaal zo, de oude dag wordt uiterlijk lastig voor de omgeving, je moet altijd proberen  innerlijk niet oud te worden, wat heel moeilijk is, omdat men met het afnemen van de krachten ook aan innerlijke elasticiteit verliest, wat voor de omgeving ook lastig wordt. Daarom geldt voor altijd : strijden.