***











 

www.resantiquae.nl

Beethoven, brieven 1813-1827

BRIEVEN VAN BEETHOVEN  DEEL II  1813-1827

Bedankbrief

Ik zie het als mijn plicht om hierbij van mijn grote dankbaarheid blijk te geven voor de enorme inzet van al die kunstenaars die  zo sympathiek hebben samengewerkt tijdens de  concerten op 8 en 12 december ten behoeve van de Oostenrijkse en Beierse soldaten die gewond raakten in de slag van Hanau. Het was een zeldzame combinatie van eminente kunstenaars die allen geïnspireerd werden door de wens hun vaderland van dienst te kunnen zijn en met hun talenten bij te dragen aan het welslagen van deze onderneming, terwijl ze, ongeacht hun voorgeschiedenis, naar volle tevredenheid hun ondergeschikte plaatsen innamen. De heer Schuppanzigh leidde de eerste violen en door zijn enthousiaste en vurige manier van dirigeren zette hij  het gehele orkest in vuur en vlam. De heer Kapelmeester Salieri had er geen probleem mee zijn aandacht te geven aan de pauken en de canonnades. De heren Spohr en Mayseder die het op grond van hun talenten absoluut zouden verdienen in de eerste gelederen te spelen, speelden in het tweede en derde gelid. Ook de heren Siboni en Giuliani vervulden ondergeschikte rollen. Het dirigeren van het geheel werd aan mij toevertouwd omdat de muziek mijn eigen compositie was. Wanneer het de muziek van iemand anders was geweest had ik net als de heer Hummel mijn plaats gezocht achter de grote trom. Het enige gevoel dat al onze harten doorstroomde was ware vaderlandsliefde en de wens om met vreugde onze krachten te wijden aan diegenen die zoveel voor ons hadden opgeofferd. Mijn bijzondere dank gaat uit naar de heer Maelzel aan wie we de suggestie voor dit concert te danken hebben en de realisatie van het lastigste deel van deze onderneming, namelijk de vereiste arrangementen, het management en de regelgeving. Ik dank hem nog meer speciaal, dat hij me een gelegenheid heeft gegeven door dit concert een lang gekoesterde wens in vervulling te laten gaan, namelijk iets te componeren voor zo’n goed doel (uitgezonderd de werken die al aan hem waren overhandigd) en wel een alomvattend werk dat aan de huidige tijden is aangepast, te leggen op het altaar van mijn vaderland.  Omdat aan het publiek bekend zal worden gemaakt , wie er allemaal aan deze productie meegewerkt hebben,  zal men een oordeel kunnen geven  over het edele altruïsme van een massa grote kunstenaars die samen wilden werken met het oog op hetzelfde goede doel.

Ludwig van Beethoven

***

Aan aartshertog Rudolph 1814

Ik verzoek u mij voor een halve dag de partituur van het afsluitende koor (vermoedelijk Germania! Germania!  bedoeld voor Treitschke’s operette  Die gute Nachricht) te willen afstaan, omdat de partituur van het theater zo beroerd is geschreven.

***

Aan aartshertog Rudolph 1814

Ik heb zojuist de partituur van het afsluitende koor ontvangen, en ik moet u verzoeken mij te willen verontschuldigen, dat u het pas zo laat terugkrijgt.  Het beste wat Uwe Hoogheid kan doen is het te laten overschrijven, want de partituur is in zijn huidige vorm van geen enkel nut. Ik zou hem zelf hebben langsgebracht, maar sinds afgelopen zondag  lig ik thuis met een gevaarlijke kou die me ertoe dwingt heel voorzichtig te zijn. Niets geeft me meer voldoening dan wanneer Uwe Hoogheid enig plezier aan me kan beleven. Ik hoop heel vlug in staat te zijn mijn opwachting bij u te maken en voor de tussentijd vraag ik u aan mij te blijven denken.

***

Aan aartshertog Rudolph 1814

Het lied ‘Germania’  is bezit van de gehele wereld die het project een warm hart toedraagt, en zeker van u, zoals ik zelf geheel de uwe ben. Ik wens u een goede reis naar Palermo.

***

Aan Treitschke, maart 1814

Waarde Treitschke.

Met de grootste voldoening heb ik uw verbeteringen op de opera (Fidelio, die weer werd opgevoerd) gelezen. Het heeft me doen besluiten de desolate ruïnes van een oude burcht  weer op te bouwen.

Uw vriend,

Beethoven

***

Aan Treitschke

Ik breek me het hoofd over de nieuwe productie van de opera en er is nauwelijks een deel waar ik volkomen tevreden over ben en dat ik niet behoef te verbeteren met iets dat een bevredigender effect geeft. Maar wat een verschil tussen dit en zichzelf te laten meeslepen door vrijzwevende gedachten en inspiratie!

***

Aan Treitschke  1814

Beste Treitschke, ik verzoek u mij de muziek te sturen van het lied (‘Geld ist eine schöne Sache’ uit Fidelio) zodat de ingevoegde noten in alle instrumentale partijen kunnen worden overgenomen. Ik heb er overigens niets tegen, wanneer u er de voorkeur aan geeft dat door Girowetz of iemand anders, misschien Weinmüller (die de rol van Rocco vertolkte), te laten doen. Daarmee ga ik helemaal akkoord, maar ik laat niet toe dat mijn compositie zo maar door iemand zonder meer wordt veranderd.

Met hoogachting,

Uw gehoorzame Beethoven

***

Aan Graaf Moritz Lichnowsky

Beste Graaf

Indien u aanwezig wilt zijn bij het overleg over de veranderingen in Fidelio, deel ik u hierbij mee, dat we vanmiddag om half vier bijeen komen in het Spielmann Huis, auf den Graben, no 188, 4e etage, bij de heer Weinmüller thuis. Het zal me veel plezier doen wanneer u gelegenheid heeft om aanwezig te zijn.


***

Aan graaf Moritz Lichnowsky

Beste, onoverwinnelijke en toch soms een beetje achterlopende  Graaf.

Ik hoop, dat u goed geslapen heeft, dierbaarste en charmantste van alle graven. O  meeste geliefde en onvergelijkbare graaf! Boeiendste en gulste graaf! Etc. etc. Hoe laat zullen we vandaag bij Walter zijn?  Het hangt helemaal van u af of ik ga of niet.

Uw Beethoven

***

Aan aartshertog Rudolph 1814

Ik hoop, dat u me het niet kwalijk neemt, dat ik niet naar u toe ben gekomen. Uw boosheid zou volstrekt onverdiend zijn geweest. Binnen enkele dagen zal ik u de verloren tijd ruimschoots compenseren.  Mijn opera Fidelio wordt weer opgevoerd, wat mij veel werk te doen geeft.  Bovendien, hoewel ik er goed uit zie, voel ik me helemaal niet goed.  De arrangementen voor mijn tweede concert zijn voor een gedeelte klaar.  Ik moet voor mademoiselle Milder (Anna Milder zong de rol van Leonore) iets nieuws schrijven. Het is een ware troost voor mij te vernemen, dat het met Uwe Hoogheid zo veel beter gaat. Ik hoop, dat ik niet te optimistisch ben wanneer ik denk dat ik spoedig in staat zal zijn aan uw gezondheid bij te dragen. Ik heb de vrijheid genomen om Heer Falstaff (~de corpulente Schuppanzigh) ervan in kennis te stellen dat hij te zijner tijd de eer zal hebben voor uwe Hoogheid te verschijnen.

 

***

Aan aartshertog Rudolph

Wenen

Telkens wanneer ik naar u informeer,  hoor ik alleen maar goed nieuws.  Wat betreft mijn onbelangrijke persoontje, ik word momenteel hopeloos opgehouden in Wenen en ben niet in de gelegenheid Uwe Hoogheid op te zoeken. Zo heb ik ook niet de kans de mooie Natuur te bewonderen die me zo dierbaar is. De theaterdirecteuren zijn zo conscientieus geweest dat ze, tegen hun trouwe belofte in,  mijn opera Fidelio nog eens hebben opgevoerd zonder er aan te denken mij in de inkomsten te laten delen. Ze zouden dat goede vertrouwen nog eens hebben laten blijken, wanneer ik niet op mijn hoede was geweest als een Franse douanebeamte uit vroeger tijden. Te langen leste werd er na heel veel moeizaam overleg besloten  de Fidelio op 18 juli te laten opvoeren ten bate van mijzelf. In dit seizoen van het jaar kan de geldinput eerder beschouwd worden als geldoutput. Maar wanneer een werk enigermate succesvol is,  wordt het vaak voor een componist een klein feestje. Voor dit feest nodigt de meester zijn roemrijke leerling uit en hij hoopt, ja! ik hoop, dat Uwe Hoogheid ermee instemt om te komen en door uw aanwezigheid alles een extra cachet te geven. Het zou helemaal fantastisch zijn, wanneer Uwe Hoogheid de andere leden van de keizerlijke familie kon overreden om bij de voorstelling van mijn opera aanwezig te zijn. Ik van mijn kant zal er niet in tekort schieten om de vereiste  stappen te zetten die de plicht me oplegt. Vogl’s  ziekte  stelde me in staat mijn wens in vervulling te laten gaan om de rol van Pizarro aan Forti te geven. Zijn stem past beter bij die rol. Er zijn daarom dagelijks repetities die uiteindelijk een positief effect op de uitvoering zullen hebben, maar het me ook onmogelijk zullen maken vóór mijn benefietconcert bij u langs te komen. Ik verzoek u aan deze brief alle aandacht te schenken en met welwillendheid aan mij te blijven denken.

 

***

Verklaring

1814.

Uit eigen vrije wil schonk ik Maelzel gratis een ‘veldslagsymfonie’ voor zijn panharmonica. Na het enige tijd bij zich te hebben gehouden gaf hij me partituur terug die hij al begonnen was voor de druk in gereedheid te brengen  met als argument, dat hij het geharmoniseerd wilde hebben voor vol orkest. Het idee van een veldslag had ik al bedacht, maar dat kon niet op zijn panharmonica worden uitgevoerd. We kwamen met elkaar overeen dit en enkele andere werken uit te laten voeren tijdens het concert voor de gewonde soldaten.  In die tijd raakte ik in de grootste financiële moeilijkheden. Ik werd door iedereen in Wenen in de steek gelaten en moest elke dag vrezen voor nieuwe financiële tegenvallers, toen Maelzel me vijftig gouden ducaten aanbood, die ik aannam onder de voorwaarde dat ik ze ofwel zou terug betalen of dat ik hem zou toestaan het werk mee te nemen naar Londen (wanneer ik althoans niet zelf met hem mee zou gaan) waar hij contact zou kunnen opnemen met een Engelse uitgever.  Ik kreeg van hem de partituur terug die geschreven was voor de panharmonica.  De concerten vonden plaats en in die tijd werden de plannen en het karakter van de heer Maelzel  volkomen duidelijk.  Zonder mijn toestemming meldde hij op de affiches dat het werk zijn eigendom was. Verontwaardigd als ik was,  drong ik er bij hem op aan deze affiches te vernietigen. Toen beweerde hij, dat ik hem het stuk had gegeven als een bewijs van vriendschap, omdat hij naar Londen zou gaan.  Daar verzette ik me niet tegen, omdat ik geloofde dat ik het recht had behouden om de condities vast te stellen waaronder het werk zijn eigendom zou zijn.  Ik kan me herinneren dat ik, toen de affiches gedrukt werden,  hevig protesteerde, maar de tijd was te kort en ik was nog met de compositie bezig. Omdat ik bij de compositie van dit werk buitengewoon geïnspireerd was, dacht ik nauwelijks meer aan de kwestie. Onmiddellijk na het eerste concert in de universiteitszaal kreeg ik van alle kanten te horen, en nog wel uit de meest betrouwbare bronnen, dat Maelzel overal had rondbazuind dat hij me 400 gouden ducaten voor de symfonie had betaald. Ik zond de volgende tekst naar een krant, maar de uitgever wilde het niet plaatsen omdat Maelzel bij hen allemaal in een goed blaadje staat. Zodra het eerste concert gegeven was, betaalde ik Maelzel zijn vijftig ducaten terug en zei hem dat ik, omdat ik nu zijn ware aard had ontdekt, voor geen goud een reis met hem zou willen maken.  Ik was er terecht verontwaardigd over dat hij zonder me te raadplegen in de affiches had beweerd,  dat alle arrangementen voor het concert in hoge mate tekort schoten.  Zijn eigen kwalijke gebrek aan vaderlandsliefde blijkt uit de volgende uitspraken: ‘Ik geef niets om L. Alleen wanneer er in Londen wordt gezegd dat mensen hier tien gulden toegang hebben betaald, daar maak ik me druk over. De oorlogsgewonden laten me koud’. Bovendien had ik hem gezegd, dat hij het werk op zekere condities mee zou mogen nemen naar Londen, condities die ik hem nog zou meedelen. Toen beweerde hij, dat er sprake was van een vriendschappelijke gift. Deze uitdrukking gebruikte hij na het tweede concert in de kranten. Omdat Maelzel een onbehouwen vent is, volledig verstoken van opvoeding en cultuur, is het gemakkelijk zijn toenmalige gedrag tegenover mij te begrijpen, dat me steeds meer irriteerde.  Wie kan verdragen gedwongen te zijn om aan een dergelijk iemand een vriendschappelijke gift toe te kennen?  Ik kreeg de gelegenheid aangeboden het werk naar de prinselijke regent (de latere George IV) te sturen. Daarom was het voor mij volstrekt onmogelijk het werk onvoorwaardelijk af te geven. Toen deed hij een beroep op een wederzijdse vriend om een voorstel te doen.  Hem werd verteld op welke dag hij moest terugkeren voor een antwoord, maar hij is nooit verschenen, is gewoon op reis gegaan en heeft het werk in München uitgevoerd.  Hoe kwam hij er aan? Hij kon het onmogelijk gestolen hebben. Maar de heer Maelzel had verschillende partijen enkele dagen bij zich thuis en hij liet het hele werk door een obscure musicus harmoniseren en verspreidt het nu de wereld rond. De heer Maelzel beloofde me oortrompetten. Ik harmoniseerde de ‘Veldslag Symfonie’ voor zijn panharmonica omdat ik hem aan zijn woord wilde houden.  Uiteindelijk arriveerden de oortrompetten, maar die leverden niet op wat ik verwachtte. Voor deze kleine moeite verklaarde de heer Maelzel, nadat ik de symfonie voor vol orkest had gearrangeerd en daarbij nog aan ander soortgelijk stuk had gecomponeerd, dat ik deze stukken aan hem had moeten overgeven als zijn eigen exclusieve eigendom. Zelfs  toegegeven, dat ik in zekere mate bij hem verplichtingen heb vanwege de oortrompetten,  wordt dit volledig gecompenseerd door het feit dat hij in München minstens 500 gulden  heeft ontvangen voor mijn verminkte of gestolen veldslagstuk.  Op die manier is hij volledig schadeloos gesteld.  Hij had werkelijk de brutaliteit om hier te zeggen, dat hij het stuk in eigendom had. In feite liet hij het in handschrift aan verschillende personen zien. Daar geloofde ik niets van, en terecht, want het geheel stamt niet van mij, maar is door iemand anders gecompileerd. De reputatie die hij zich met dit werk aanmeet zou al voldoende compensatie moeten zijn. De secrataris van het Ministerie van Oorlog maakte geen enkele toespeling op mij en toch was elk werk dat tijdens beide concerten werd uitgevoerd van mijzelf.  De heer Maelzel vindt het geen probleem  om te zeggen, dat hij zijn bezoek aan Londen vanwege het veldslagstuk heeft uitgesteld, wat een smoesje is.  Hij bleef om zijn broddelwerk af  te maken, omdat zijn eerste poging niet was geslaagd.

Beethoven

***

Aan de heer J. Kauka, doctor in de rechten in Praag, in het koninkrijk van Bohemen. Zomer 1814.

Hooggeachte Kauka, duizend maal dank.  Uiteindelijk heb ik dan te maken met een vertegenwoordiger van de wet en een  man die kan schrijven en denken zonder betekenisloze formules te gebruiken. U kunt zich nauwelijks voorstellen hoe ik verlang naar het einde van deze kwestie, omdat die niet alleen schadelijk is voor mijn  huiselijke financiën, maar mij op verschillende manieren in de problemen brengt.  U weet zelf, dat een gevoelige  geest niet gehinderd  moet worden door armzalige stress. Veel dat mijn leven gelukkig zou kunnen maken is van me afgenomen. Zelfs mijn zelfopgelegde plicht en natuurlijke neiging om de lijdende mensheid te dienen door middel van mijn kunst, moest ik aan banden leggen en dat zal zo blijven.  Ik schrijf niets over onze monarchen en monarchieën want hierover geven de kranten u informatie genoeg.  Het rijk van de geest is in mijn ogen het kostbaarste wat er is en het staat ver boven alle tijdelijke en spirituele monarchieën. Schrijf me wat u voor uzelf wenst van mijn bescheiden muzikale gaven, opdat ik voor zover het in mijn macht ligt, iets voor u persoonlijk schrijf.  Verlangt u van mij alle documenten die in verband staan met de Kinsky-kwestie?  Dan al ik ze u zenden omdat ze uiterst belangrijke getuigenissen bevatten  die u, als ik het goed heb, al gelezen hebt toen u bij me was. Denk aan me en vergeet niet dat u een onbaatzuchtig kunstenaar vertegenwoordigt die staat tegenover een zuinige familie. Hoe graag onthouden mensen de arme kunstenaar het éne terwijl ze hem het andere betalen.  Er is niet langer een Zeus bij wie een kunstenaar zich kan uitnodigen om van ambrozijn te leven. Beste vriend, probeer de trage schreden van het recht te versnellen.  Wanneer ik me in de wolken voel en op gelukkige ogenblikken geniet van de sfeer van kunst om me heen, doen de omstandigheden me weer met beide voeten op de grond staan, en dan met name deze twee rechtszaken. Ook u zult uw onaangename momenten wel hebben, hoewel ik dat vanwege de capaciteiten die u volgens mij bezit, zeker op het vlak van uw beroep,  nauwelijks kan geloven. Toch moet ik u nu weer om uw aandacht vragen. Ik heb een beker vol bitter leed tot de bodem toe leeg gedronken en door mijn geliefde discipelen en collega’s in de kunst heb ik al het martelaarschap in de kunst verdiend. Ik vraag u elke dag aan mij te willen denken en  mij dan te willen beschouwen  als een gehele wereld, want het is zeker teveel van u gevraagd  te denken aan zo’n bescheiden individu als ikzelf.

Met de hoogste gevoelens van respect en vriendschap,

Uw gehoorzame Beethoven

***

Een beroep op Londense kunstenaars door L. van Beethoven

Wenen, 25 juli, 1814

De heer Maelzel, nu in Londen, heeft op zijn weg daar naartoe in München mijn ‘Veldslagsymfonie’ en ‘Wellington’s  Slag bij Vittoria’ uitgevoerd en hij is ongetwijfeld van plan ze tijdens concerten in Londen uit te voeren, zoals hij ook al in Frankfurt wilde doen. Dit brengt me ertoe te verklaren, dat ik genoemde werken nooit aan de heer Maelzel heb overgedragen, dat niemand er een exemplaar van bezit, en dat ik het enige  exemplaar dat door mij gewaarmerkt is, heb gezonden aan Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins Regent van Engeland. Daarom is de uitvoering van deze werken door de heer Maelzel ofwel een belediging van het publiek, omdat genoemde verklaring bewijst dat hij ze niet bezit, of als dat wel het geval is, dat hij dan schuldig is aan woordbreuk tegenover mij, omdat hij ze in dat geval op oneigenlijke wijze heeft verworven. Maar zelfs in dat laatste geval wordt het publiek nog steeds voor de gek gehouden want de werken die de heer Maelzel onder de titels ‘Wellington’s  Slag bij Vittoria’ en ’Veldslagsymfonie’ uitvoert zijn zonder enige twijfel onecht en verminkt, omdat hij nooit een deel van deze werken in handen heeft gehad, behalve enkele partijen voor een paar dagen.

Dit vermoeden wordt zekerheid door het getuigenis van verschillende kunstenaars hier wier namen ik, indien noodzakelijk, zal mogen geven. Deze heren  verklaren, dat de heer Maelzel voordat hij Wenen verliet, heeft beweerd, dat hij in het bezit van deze werken was en dat hij verschillende gedeelten ervan heeft laten zien die onecht moeten zijn, zoals ik al heb laten zien. De vraag of de heer Maelzel in staat is mij een dergelijk onrecht te doen, wordt het best beantwoord door het volgende feit. In de publieke media noemde hij zichzelf als de enige organisator van het concert ten behoeve van onze gwonde soldaten, terwijl daar alleen maar werken van mij te horen waren, en toch maakte hij geen enkele toespeling op mij. Daarom doe ik een beroep op de Londense musici om niet toe te staan dat hun collega-kunstenaar zoveel kwetsend onrecht wordt aangedaan door Maelzel’s uitvoering van de ‘Slag bij Vittoria’en de ‘Veldslagsymfonie’, en tevens te voorkomen dat het Londense publiek zo schandalig wordt behandeld.

***

Aan dr Kauka

Wenen, 22 augustus 1814

U heeft blijk gegeven van een gevoel voor harmonie en u kunt een grote dissonant in mijn leven die me veel onrust veroorzaakt,  oplossen in een aangename melodie, als u dat wilt. Binnenkort hoop ik iets te horen van datgene wat volgens u staat te gebeuren en nu al loop ik gespannen vooruit op de afloop van deze alleronrechtvaardigste affaire met de Kinsky’s . Toen de prinses hier was, leek ze me goed gezind te zijn. Toch weet ik niet hoe het allemaal afloopt.  Ondertussen moet ik mezelf in alles beheersen en vol vertrouwen wachten op wat volgens het recht van mij is en me volgens de wet moet toevallen. Hoewel onvoorziene  omstandigheden in deze zaak tot veranderingen hebben geleid, hebben toch twee getuigen onlangs getuigenis afgelegd van de wil van de overleden prins, dat het voor mij bestemde salaris in Bankpapier zou worden betaald in Einlösung Schein ten bedrage van de oorspronkelijke som en de prins zelf gaf me al zestig gouden ducaten als voorschot. Mocht de zaak voor mij slecht aflopen door het gedrag van de familie Kinsky, dan zal ik dat in elke krant publiceren, tot hun schande. Wanneer er een erfgenaam geweest was en wanneer de feiten in alle waarheid aan hem waren verteld, zoals ik zelf vertelde, ben ik ervan overtuigd, dat hij dadelijk de woorden en daden van zijn voorganger zou hebben overgenomen. Heeft dr Wolf, de voormalige advocaat, u al de papieren laten zien of zal ik ze aan u voorleggen? Omdat ik er totaal niet zeker van ben, dat deze brief u veilig bereikt, zie ik er van af u het piano-uittreksel van Fidelio te zenden, dat klaar is voor verzending.

Ik hoop dat ik, overeenkomstig uw gebruikelijke voorkomendheid, spoedig van u hoor. Ik schrijf ook aan dr Wolf (die mensen zeker niet wolfachtig behandelt)  om niet zijn passie op te wekken zodat hij compassie met me zal hebben en mij noch mijn portemonnee noch mijn leven afhandig zal maken.

Met hoogachting,

Uw trouwe vriend

L. van Beethoven

***

Aan Graaf Moritz Lichnowsky

Baden, 21 september 1814

Waarde graaf en beste vriend,

Het is jammer, dat ik uw brief pas gisteren ontving. Duizendmaal dank dat u aan mij heeft gedacht. Betuig mijn dank ook aan uw charmante prinses Christiane (vrouw van prins Carl Lichnowsky). Gisteren genoot ik samen met een vriend van een heerlijke wandeling in de Brühl;  in de loop van ons gesprek viel in het bijzonder uw naam en ziedaar! Bij mijn terugkeer vond ik uw sympathieke brief. Ik zie, dat u vastbesloten bent mij met weldaden te overladen. Ik zou het niet fijn vinden wanneer u zoudt veronderstellen dat een stap die ik onlangs genomen heb, door uw recente steun is veroorzaakt. Ik moet u namelijk vertellen dat er van mij een sonate (op. 90) gaat verschijnen die aan u is opgedragen.  Ik wilde u verrassen en deze opdracht aan u stond al lang vast, maar uw brief van gisteren heeft me ertoe gebracht er nu over te beginnen.  Ik had geen nieuw motief nodig om zo in het openbaar mijn waardering voor uw vriendschap en sympathie te laten blijken.  Met iets als een tegengeschenk zou u me in de problemen brengen omdat u zo mijn bedoeling volstrekt onjuist interpreteert en ik zou iets dergelijks dan ook absoluut weigeren.

Ik vraag u de hand van de prinses te kussen als dank voor haar vriendelijke bericht en al haar goedheid jegens mij. Ik heb nooit vergeten wat ik u allen verschuldigd ben hoewel een ongelukkige loop van omstandigheden het mij onmogelijk heeft gemaakt daarvan getuigenis af te leggen.

Van wat u me vertelt overLord Castlereagh, denk ik dat de zaak zo het best kan worden ingericht. Wanneer ik mijn mening over dit onderwerp zou moeten geven, zou ik zeggen, dat Lord Castlereagh het werk hier zou moeten horen alvorens aan Wellington te schrijven.  Ik ben binnenkort in Wenen, dan kunnen we overleggen over een  groot concert. Aan het Hof is niets voor elkaar te krijgen. Ik nam contact op, maar…,maar…

Silentium!

Vaarwel, gewaardeerde vriend. Blijf me uw vriendschap schenken.

Uw Beethoven

Met duizend complimenten aan de  doorluchtige prinses

***

Aan Aartshertog Rudolph, 1814

Ik merk, dat Uwe Hoogheid zelfs wil onderzoeken welk effect mijn muziek op paarden heeft. ( op 23 november 1814 werd in de Koninklijke Rijschool een optreden van paarden georganiseerd. Waarschijnlijk kreeg Beethoven van de Aartshertog het verzoek hier muziek bij te componeren). We zullen zien of de ruiters daardoor wat knappe kapriolen kunnen uithalen.  Ha! Ha! Ik kan mijn lachen niet inhouden wanneer Uwe Hoogheid bij een dergelijke gelegenheid aan mij denkt. Daarom zal ik, zolang als ik leef uw etc. etc. etc blijven. De paardenmuziek die Uwe Hoogheid  van mij verlangt zal u in volle galop bereiken.

***

Aan aartshertog Rudolph, 1814

Vandaag is het me onmogelijk bij u mijn opwachting te maken , hoe graag ik ook zou willen. Ik maak het werk over Wellington’s overwinning gereed voor verzending naar Londen. Dit soort zaken hebben hun afgesproken en vaste tijd. Zonder schade kunnen ze niet worden uitgesteld. Morgen hoop ik wel in de gelegenheid te zijn bij u langs te komen

***

Aan aartshertog Rudolph, december 1814

Ik heb het sterke gevoel, dat ik uw goedheid jegens mij totaal niet verdien. Ik dank u oprecht voor uw bemiddeling in Praag.  Ik geef momenteel mijn uiterste aandacht aan de partituur van de cantate (Der glorreiche Augenblick, op 136). Ik hoop dat Uwe Hoogheid het me zal vergeven dat ik nog niet bij u mijn opwachting heb gemaakt. Na het concert voor de armen wordt er een concert in het theater gegeven ten behoeve van de impresario in angustia, want ze worden door enige schaamte bekropen en hebben me laten gaan met een derde en een helft van de gebruikelijke bedragen. Ik heb nu een nieuw werk onder handen en dan is er ook nog het plan voor een nieuwe opera. Over het onderwerp moet ik nog een beslissing nemen. (Het betreft waarschijnlijk Treitschke’s  Romulus). Bovendien voel ik me weer niet goed, maar over enkele dagen kom ik zeker bij u langs. Wanneer ik Uwe Hoogheid van dienst kan zijn, wordt mijn innigste wens vervuld.

***

Aan aartshertog Rudolph

1814

Heel hartelijk dank voor uw geschenk. Het spijt me, dat u niet bij de muziek aanwezig kon zijn. Ik heb de eer u de partituur van de cantate te sturen. U kunt hem enkele dagen houden. Daarna zal ik hem zo snel mogelijk voor u laten kopiëren. Ik voel me volkomen uitgeput van vermoeidheid, zorgen, plezier en genoegen, alles samen! Over enkele dagen heb ik de eer bij u mijn opwachting te maken.  Ik hoop gunstige berichten over uw gezondheid te mogen ontvangen. Hoe graag zou ik vele nachten voor u willen opofferen, wanneer het in mijn macht zou liggen u volledig beter te maken!

***

Aan aartshertog Rudolph, 1814

Met groot plezier zie ik dat ik alle vrees om uw welbevinden kan laten varen. Wat mezelf betreft, ik hoop (omdat ik me altijd gelukkig voel u plezier te verschaffen) dat mijn gezondheid snel verbetert. Binnenkort hoop ik u en mezelf te kunnen compenseren voor de pauzes die zich hebben voor gedaan.  Wat prins Lobkowitz betreft, zijn pauzes met mij blijven maar voortduren en ik ben bang dat hij nooit meer bij mij op de goede plaats zal belanden. In Praag (lieve hemel! De affaire met prins Kinsky…)  weten ze nauwelijks  wat een becijferde bas is, want ze zingen met langgerekte noten als in een koraal. Sommige daarvan worden wel zestien maten aangehouden. Al deze problemen zullen waarschijnlijk pas op lange termijn worden opgelost. Het is maar het beste ons te wijden aan die problemen die we zelf kunnen oplossen en de rest door te schuiven naar het onvermijdelijke lot. Staat u mij toe nogmaals mijn vreugde uit te drukken bij het herstel van Uwe Hoogheid.

***

Aan aartshertog Rudolph, 1814

U was zo vriendelijk mij via graaf Troyer (kamenier van de aartsbisschop)  te laten weten dat u enkele regels over mijn affaire in Praag zou schrijven aan Oberstburggraf Graaf Kolowrat. Ik neem de vrijheid mijn brief aan graaf K. in te sluiten. Ik geloof niet dat er iets in staat waar Uwe Hoogheid afstand van zou nemen. Er is geen kans meer, dat ik mijn salaris in Einlösung Schein krijg uitgekeerd. Ondanks alle bewijsstukken kunnen de toezichthouders er niet toe gebracht worden om hieraan hun toestemming te hechten. Het is te hopen, dat blijken van sympathie buiten het recht om een gunstiger resultaat zullen opleveren. Wanneer Uwe Hoogheid ofwel zelf enkele woorden wilt schrijven, of dat wilt laten doen, zal de affaire absoluut in een stroomversnelling komen. Dat brengt me ertoe  er dringend bij u op aan te dringen uw welwillende belofte aan mij  gestand te doen. De zaak speelt nu al drie jaar en is nog steeds niet afgedaan.

***

Aan aartshertog Rudolph, 1814

De afgelopen veertien dagen heb ik met vreselijke hoofdpijn te kampen gehad. Steeds hoopte ik op verbetering, maar tevergeefs. Nu het weer is verbeterd belooft mijn arts me een spoedig herstel. Ik verwachtte dat elke dag de laatste dag van mijn ziekte zou zijn. Toch schreef ik u er niet over.  Ik dacht bovendien dat Uwe Hoogheid mij niet nodig had, omdat het al zo lang geleden is dat u naar me heeft gevraagd. Tijdens de feestelijkheden ter ere van de prinses van Baden en de wond aan uw vinger begon ik vol enthousiasme te werken. Dat leverde onder andere een nieuw pianotrio (opus 97) op. Door al die drukte kwam het niet bij me op, dat ik me het ongenoegen van Uwe Hoogheid op de hals had gehaald. Maar nu denk ik, dat dit toch wel het geval is.  Ondertussen hoop ik spoedig in staat te zijn me voor uw rechterstoel te presenteren.

***
Aan aartshertog Rudolph, 1814

Ik verzoek u mij het trio in Bes (op 97)  met alle partijen bij me te laten houden, samen met de partijen van de vioolsonate in G  (opus 96) omdat ik ze in noodtempo voor mezelf moet laten kopiëren. Ik ben niet in staat tussen zoveel andere partituren die van mij te vinden. Ik hoop, dat het vreselijke weer geen slechte invloed op uw gezondheid heeft gehad. Ik moet toegeven dat het mijzelf nogal van streek maakt. Binnen drie of vier dagen zal ik beide werken op hun juiste plek terecht laten komen.

Blijven de muzikale pauzes nog voortduren?

***

1

Aan de heer Kauka

Wenen, 11 januari 1815

Mijn beste Kauka,

Vandaag ontving ik de brief van baron Pasqualati. Daar maak ik uit op, dat u wilt,  dat ik nieuwe stappen vooralsnog achterwege laat. Ondertussen zijn alle noodzakelijke documenten bij Pasqualati opgeborgen. Wees zo goed hem te informeren, dat hij komende stappen moet uitstellen. Morgen vindt er hier overleg plaats en u en P. zullen de uitkomst waarschijnlijk morgenavond weten. Ik zou willen, dat u  het document dat ik via Pasqualati aan het Hof zond, doorleest en met name de appendix nauwkeurig doorneemt. U zult dan zien, dat Wolf en anderen u niet de juiste informatie hebben gegeven. Hoe kon ik ooit denken aan een uitgeschreven wettig getuigenis bij een persoon als Kinsky, wiens integriteit en generositeit door iedereen worden erkend? Ik verblijf, met de warmste genegenheid en hoogachting,

In haast, uw vriend Beethoven

***

Aan de heer Kauka, 1815

Beste Kauka,

Wat kan ik denken, zeggen of voelen? Wat W(olf) betreft, lijkt het me dat hij niet alleen zijn zwakke punten toonde, maar zich ook helemaal geen moeite gaf die te verbergen. Het is onmogelijk, dat hij een standpunt kan hebben bepaald in overeenstemming met de feitelijke gegevens die hij had. De opdracht aan de financiële afdeling over het niveau van de betaling werd door Kinsky gegeven voorafgaande aan zijn instemming om mij mijn salaris in Einlösung Schein uit te betalen, zoals de documenten laten zien. Het is noodzakelijk de datum te controleren om dit aan te tonen, daarom is de eerste instructie van belang. De species facti bewijzen, dat ik meer dan zes maanden uit Wenen weg was.  Omdat ik me om het geld niet druk maakte, liet ik de zaak op zijn beloop.  Op die manier dacht de prins niet meer aan zijn vroegere opdracht aan zijn financiële man, maar dat hij zijn belofte aan mij en Varnhagen niet was vergeten, blijkt uit het getuigenis van de heer van Oliva, tegenover wie hij kort voor zijn vertrek van hier zijn belofte herhaalde  en een afspraak maakte om hem te zien wanneer hij naar Wenen zou terugkeren om de zaak met zijn financiële man te regelen, iets wat door zijn voortijdige dood onmogelijk werd gemaakt. Het getuigenis van officier Varnhagen wordt vergezeld van een document (hij is op dit moment bij het Russische leger) waarin hij vastlegt, dat hij bereid is onder ede te verklaren. Ook het getuigenis van de heer Oliva is van dien aard, dat hij zijn getuigenis onder ede wil afleggen voor het Hof. Omdat ik het getuigenis van kolonel graaf Bentheim verstuurd heb, ben ik niet zeker van zijn strekking, maar ik denk, dat ook de graaf zegt, dat hij op elk moment bereid is  een affidavit af te leggen bij het Hof. Zelf ben ik ook bereid onder ede voor het Hof te verklaren, dat prins Kinsky me in Praag zei, dat hij het niet meer dan billijk zou vinden dat mijn salaris in Einlösung Schein zou worden uitbetaald. Dat waren zijn eigen woorden. Hij gaf me in Praag zestig gouden ducaten, goed voor ongeveer 600 florijnen, omdat ik vanwege mijn gezondheid niet langer kon blijven en naar Töplitz moest vertrekken. In mijn ogen was het woord van de prins heilig en ik heb er nooit iets van gehoord, dat hij wilde dat ik twee getuigen zou meenemen  of hem om een geschreven verklaring zou vragen.  Uit dit alles concludeer ik, dat dr Wolf deze zaak op een belabberde wijze heeft behartigd en u niet voldoende op de hoogte heeft gesteld van de inhoud van de documenten. Nu over de stap die ik zojuist heb gedaan. Een tijdje geleden vroeg de aartshertog me, of de zaak betreffende Kinsky ondertussen geregeld was, omdat hij misschien over iets had gehoord. Ik vertelde hem, dat het erg beroerd uitzag,  omdat ik absoluut niet wist hoe de zaak ervoor stond. Hij bood me aan zelf te schrijven maar hij wilde wel dat ik een memorandum zou toevoegen en dat ik hem alle documenten over de zaak-Kinsky zou laten zien. Na zich te hebben geïnformeerd, schreef hij aan de Oberstburggraf en sloot mijn brief aan hem in. De Oberstburggraf antwoordde de hertog en mij per omgaande. Hij schreef dat ik een petitie moest indienen bij het Provinciale Hof van Justitie in Praag, samen met alle bewijsstukken. Vandaar zou het aan hem worden overgedragen. Hij zou zijn uiterste best doen om mijn zaak verder te helpen. Hij schreef ook in uiterst beleefde termen aan de aartshertog en zei met zoveel woorden  dat hij volledig op de hoogte was van de bedoelingen van wijlen de prins Kinky met betrekking tot mij en deze zaak en dat ik een petitie moest indienen etc. etc. etc. de aartshertog liet me onmiddellijk komen en verlangde van me het document in orde te maken en het aan hem te laten zien. Hij dacht ook, dat ik om uitbetaling in Einlösung Schein moest verzoeken, omdat er genoeg bewijs was, hoewel niet in strikt wettige vorm, van de bedoelingen van de prins en niemand kon eraan twijfelen dat hij, wanneer hij was blijven leven, aan zijn belofte zou hebben vastgehouden.  Wanneer hij, de aartshertog, nu erfgenaam zou zijn, zou hij geen andere bewijsstukken hebben verlangd dan die welke reeds ter hand gesteld waren. Ik stuurde dit document  naar baron Pasqualati die zo vriendelijk is het stuk aan het Hof te overhandigen. Hierna ontving dr Adlersburg een brief van dr Wolf waarin hij sprak van een claim van 1500 florijnen. Wanneer we nu al bij de Oberstburggraf het bedrag van 1500 bereikt hebben, komen we straks nog bij 1800 florijnen.  Ik beschouw dit niet meer als een gunst, want wijlen de prins was één van diegenen die er bij mij op aandrongen een salaris van 600 gouden ducaten per jaar, mij aangeboden vanuit Westfalen, te weigeren. Hij zei destijds dat ik wat hem betreft geen kans zou hebben in Westfalen ham te eten. Een ander aanbod uit Napels wees ik eveneens af en ik heb het recht om voor het opgelopen verlies een eerlijke compensatie te vragen. Stel, dat het salaris in bankpapier zou worden uitbetaald, wat zou ik dan krijgen? Nog geen 400 florijnen in Conventionsgeld!  In plaats van zo’n salaris als 600 ducaten!  Er zijn genoeg bewijzen voor degenen die rechtvaardig willen handelen.  En waar komt nu de Einlösung Schein op uit? Dat is zelfs op dit ogenblik nog geen equivalent voor het bedrag dat ik weigerde. Deze affaire werd met enorme ophef in alle kranten aangekondigd omdat ik bijna aan de bedelstaf was gebracht. De bedoelingen van de prins zijn overduidelijk en naar mijn mening is de familie eraan gehouden om  in overeenstemming daarmee te handelen,  tenzij ze uit de gratie wil raken. Bovendien zijn door de dood van de prins de inkomsten eerder toegenomen dan gedaald, zodat er geen geldige reden is om mijn  salaris te korten. Ik ontving uw sympathieke brief gisteren maar ben op dit moment te ongedurig om alles wat ik voor u voel op te schrijven. Ik kan slechts mijn zaak aan uw verstandig inzicht  toevertrouwen.  Het blijkt dat de Oberstburggraf  in deze zaak een hoofdrol vervult. Wat hij aan de aartshertog heeft geschreven moet dus absoluut geheim blijven want het is niet aan te bevelen dat iemand anders er van zou weten behalve u en Pasqualati. U heeft voldoende reden om de documenten nog eens door te nemen en te constateren hoe kwalijk de rol van dr Wolf in deze zaak is geweest en dat een andere handelswijze noodzakelijk is. Ik vertrouw op uw vriendschap en denk, dat u mijn belangen het best zal behartigen. Wees verzekerd van mijn oprechte dank en vergeef het me dat ik vandaag meer heb geschreven dan anders, want een dergelijke zaak put iemand enorm uit, meer dan het grootste muzikale project. Mijn hart heeft iets gevonden waarop u zeker zult antwoorden en u zult dit binnenkort ontvangen. Vergeet me niet, arm schepsel dat ik ben! Doe alles voor mij wat mogelijk is.

Met hoogachting,

Uw oprechte vriend,

Beethoven

***

Aan de heer Kauka, Wenen, 14 januari 1815

Waarde Kauka,

De lange brief die ik insluit werd geschreven toen we van plan waren 1800 florijnen te claimen. De laatste brief van Pasqualati deed me echter weer aarzelen en dr Adlersburg adviseerde me om me te houden aan de stappen die we reeds gezet hebben. Maar omdat dr Wolf schrijft dat hij in uw naam aangeboden heeft  1500 florijnen per jaar te accepteren, vraag ik u ten minste elke poging te doen dat bedrag te krijgen. Voor dit doel zend ik u de lange brief die geschreven is voordat we baron Pasqualati’s  afwijzende brief ontvingen. U zult er vele redenen in aantreffen om ten minste de 1500 florijnen te vragen.

De aartshertog heeft ook nog een tweede maal aan de Oberstburggraf geschreven en we kunnen uit zijn eerdere antwoord opmaken dat hij zich zeker tot het uiterste zal inspannen en dat we in elk geval er in zullen slagen de 1500 florijnen te krijgen. Vaarwel! Ik krijg geen letter meer op papier, zulke zaken putten me uit. Moge uw vriendschap vaart in de zaak brengen!

Wanneer we niet zullen slagen, zal ik Wenen moeten verlaten omdat ik hier met mijn inkomen niet uitkom omdat alles zoveel duurder is geworden. De laatste door mij gegeven concerten kostten me 1508 florijnen en wanneer ik van de keizerin niet zo’n vorstelijk geschenk had ontvangen,  zou ik er nauwelijks enig profijt aan hebben overgehouden.

Uw trouwe vriend,

 

Beethoven

***

Aan de weledele heren van het Landrecht

Wenen, 1815

Mijne Heren,

Omdat ik volkomen onbekend ben met juridische procedures en geloof, dat alle claims op een erfenis moeten worden gehonoreerd, heb ik naar mijn advocaat in Praag, dr Kauka, het contract gestuurd dat ondertekend is door Aartshertog Rudolph, prins Lobkowitz en prins Von Kinsky, waarin de edele heren ermee  instemmen mij een jaarlijkse uitkering van 4000 florijnen te doen. Mijn voortdurende pogingen  om  mijn claim geaccepteerd te krijgen en – moet ik helaas toegeven – mijn verwijten aan het adres van dr Kauka, dat hij de zaak niet juist heeft begeleid (omdat zijn contact met de toezichthoudres vruchteloos is geweest) hebben hem ertoe aangezet zijn toevlucht te nemen tot een juridische procedure. Niemand, afgezien van diegenen die volledig op de hoogte zijn van mijn hoogachting voor de overleden prins, kan u zeggen hoe het me tegen de borst stuit op te treden als een aanklager tegenover mijn weldoener. Onder deze omstandigheden kies ik voor een kortere weg, in de overtuiging dat de toezichthouders op het  prinselijk erfgoed geneigd zullen zijn hun waardering voor de kunst en het verlangen om de afspraken met de overleden prins te laten blijken. Volgens de bepalingen van het betreffende contract schonken me de aartshertog Rudolph, prins Lobkowitz en prins Von Kinsky me deze 4000 florijnen totdat ik in een situatie zou komen waarin ik hetzelfde inkomen zou genieten.  Wanneer ik door het noodlot of ouderdom verhinderd zou worden om mijn kunst uit te oefenen,  zouden de heren me een levenslang pensioen uitkeren, waarbij ik beloofde Wenen niet te verlaten. Deze belofte was genereus, net als de uitvoering ervan, want er deed zich nooit een probleem voor en ik genoot mijn uitkering totdat het Keizerlijke Financiële Patent verscheen.  De daaruit voortvloeiende verandering in koers maakte geen verschil voor de uitbetalingen van aartsbisschop Rudolph want ik ontving zijn aandeel in Einlösung Schein zoals eerder het geval was met papiergeld zonder verwijzing naar de nieuwe schaal. Wijlen prins Von Kinsky verzekerde me onmiddellijk dat zijn aandeel, 1800 florijnen eveneens in Einlösung Schein zou worden uitgekeerd. Omdat hij echter vergat deze opdracht aan zijn kassier door te geven, ontstonden er moeilijkheden.   Hoewel mijn omstandigheden er niet bijster goed voorstaan, zou ik deze claim niet onder de aandacht van de toezichthouders van het prinselijk goed hebben gebracht,  wanneer niet respectabele en oprechte mensen dezelfde belofte uit de mond van wijlen de prins hadden gehoord, namelijk, dat hij zowel mijn eerdere als mijn toekomstige claims in Weense koers zou voldoen, wat door bijgevoegde documenten B, C, D wordt bewezen. Onder deze omstandigheden laat ik het aan het oordeel van de toezichthouders over, of ik,  in mijn impliciete vertrouwen  in de belofte van de overleden prins, geen reden heb me erover te beklagen dat mijn fijngevoeligheid is beschadigd door de reactie van de toezichthouders aan de getuigen, dat deze namelijk niet bij elkaar waren toen de belofte werd gedaan. Dit is voor mij enorm kwetsend.

Om me van dit voor mij uiterst onaangename proces los te maken, neem ik de vrijheid aan de toezichthouders te verzekeren, dat ik bereid ben met betrekking tot verleden en toekomst tevreden te zijn met 1800 florijnen in Weense koers. Ik vlei mezelf met de gedachte dat de heren zullen toegeven dat ik van mijn kant geen gering offer breng, omdat ik alleen maar uit respect voor genoemde prinsen Wenen als woonplaats koos, terwijl op dat ogenblik de meest gunstige aanbiedingen van elders kwamen.

Daarom verzoek ik het Hof dit voorstel te preseneteren aan de toezichthouders op het prinselijk goed en hen naar hun opinie te vregen en mij van het resultaat op de hoogte te stellen.

L. van Beethoven

[Op 18 januari 1815 besloot het Hof van Justitie te Praag dat de toezichthouders van de nalatenschap van prins Kinsky aan Beethoven 1200 florijnen moesten betalen, gerekend vanaf 3 november 1812 in plaats van de schriftelijk afgesproken 1800 florijnen]

***

Aan baron Von Pasqualati (toen 94 jaar oud en blind, was Beethovens adviseur in Praag))

Januari 1815

Geachte vriend,

Ik vraag u vriendelijk me via de bode de juiste versie te zenden van de kwitantie (maar wel verzegeld) voor halfjaarlijks 600 florijnen uit de nalatenschap van prins Kinsly  vanaf april . Ik stuur het stuk dan onmiddellijk naar dr Kauka in Praag die me bij een eerdere gelegenheid het geld zo snel wist te verschaffen. Ik zal uw schuld hiervan aftrekken , maar als het mogelijk is het geld hier te krijgen voordat het betalingsbewijs uit Praag arriveert, zal ik het u onmiddellijk zelf brengen.

Met hoogachting,

Uw L. van Beethoven

***

Aan de heer Kauka, 24 februari 1815

Hooggeachte Kauka,

Via baron Pasqualati heb ik u al herhaaldelijk bedankt voor uw welwillende inspanningen ten behoeve van mij en nu wil ik u rechtstreeks duizendmaal mijn dank betonen. De tussenkomst van de aartshertog is u misschien onaangenaam gevallen en heeft  me misschien  voor u in een verkeerd daglicht gesteld. U had al alles gedaan wat mogelijk was, voordat de aartshertog optrad. Wanneer dit eerder het geval was geweest en wanneer we niet die eenzijdige, veelzijdige, of halfzijdige dr Wolf hadden ingeschakeld, dan zou  volgens de verzekering van de Oberstburggraf zelf, de zaak een nog veel gunstigere afloop hebben gehad. Daarom zal ik u eeuwig en altijd dankbaar zijn voor uw diensten.  Het Hof trekt nu de zestig ducaten af, die ik uit eigen beweging noemde en  waarop wijlen de prins nooit meer een toespeling maakte aan  zijn financiële man of iemand anders. Waar de waarheid me kon schaden wanneer het geaccepteerd was, waarom het af te wijzen wanneer het me zou kunnen helpen?  Wat oneerlijk! Baron Pasqualati vraagt u over verschillende punten nog om informatie.  Ik ben vandaag weer vreselijk moe, omdat ik veel zaken met de arme P. moest bespreken. Zulke zaken putten me meer uit dan de grootste problemen bij het componeren.  Het is een nieuw terrein waarvan ik me afzijdig had willen houden. Deze pijnlijke zaak heeft me veel tranen en zorg gekost. Het wordt tijd, dat ik prinses Kinsky schrijf (Beethoven droeg aan haar het lied An die Höffnung  op). Nu moet ik afsluiten. Wat zal ik blij zijn wanneer ik u nog eens de gevoelens van mijn hart kan uitdrukken!  Zodra ik van al deze zorgen ben bevrijd, ga ik dat doen. Aanvaard mijn oprechte dank voor alles wat u voor me heeft gedaan.

 

Uw toegenegen Beethoven

***

Aan aartshertog Rudolph 1815.

Gisteren hoorde ik, ook in een gesprek met graaf Troyer, dat Uwe hoogheid nu hier is. Daarom zend ik u de opdracht van het trio (in Bes) met uw naam daarbij.  Overigens zijn alle werken die ik van waarde acht, ook al staat uw naam er niet op,  eveneens gewijd aan Uwe Hoogheid. Ik vertrouw erop, dat u niet denkt,  dat ik een bijbedoeling heb om dit te zeggen – mensen van hoge status zijn  geneigd in dergelijke uitdrukkingen eigenbelang te vermoeden -  en bij deze gelegenheid zal ik het risico op een dergelijk verwijt zeker lopen wanneer ik Uwe Hoogheid onmiddellijk om een gunst vraag. Dat ik mijn redenen heb u dit verzoek te doen, zult u onmiddellijk begrijpen.  Sinds begin oktober ben ik in Baden helemaal niet gezond geweest. Vanaf vijf oktober ben ik op mijn kamer, zelfs in bed geweest, tot een week geleden. Ik leed aan een ernstige verhoudheid met koorts en ik ga nog steeds weinig uit, wat er ook de oorzaak van is, dat ik Uwe Hoogheid in Kremsir niet heb geschreven. Ik wens u al het goede dat de hemel u kan geven.

***

In het album van Spohr

Wenen, 3 maart 1815

Telkens wanneer je, beste Spohr, bij toeval stuit op echte kunst en echte kunstenaars, herinner je dan je vriend,

Ludwig van Beethoven

***

Aan de heer Kauka

Wenen, 8 april 1815

Het lijkt nauwelijks te kloppen met de vriendelijke verhouding die we volgens mij met elkaar hebben dat we een zo onvriendelijke verhouding hebben dat we vlak bij elkaar wonen en elkaar nooit ontmoeten!  U schrijft ‘tout à vous’, wat een opschepperij! Nee, nee! Het is werkelijk te erg!  Ik zou u graag 9000 keer willen bedanken voor al uw inspanningen ten behoeve van mij en u 20000 keer willen verwijten dat u kwam en ging als u deed. Het is dus allemaal bedrog! Vriendschap, koningschap, keizerschap, het is slechts een wolkje dat elk briesje weer een andere vorm geeft.  Misschien ga ik naar Töplitz, maar dat staat nog niet vast. Ik kan dan de gelegenheid te baat nemen om de mensen van Praag wat te laten horen , wat denkt u? Als u tenminste ooit nog eens aan me denkt!  Nu ook de affaire met Lobkowitz tot een einde is gekomen, kunnen we er Finis onder schrijven, hoewel het voor mij verre van fine is.

Baron Pasqualati zal ongetwijfeld weer een beroep op u doen; ook voor mij heeft hij heel veel moeite gedaan. Ja, inderdaad! Het is gemakkelijk over rechtvaardigheid te spreken, maar om rechtvaardigheid van anderen te krijgen, is niet zo gemakkelijk!  Op welke manier kan ik  mij met mijn eigen kunst voor u verdienstelijk maken? Zeg maar, of u van mij een  monoloog van een koning in ballingschap wilt hebben, of de meineed van een dictator, of de ware vrienden die , hoewel bijna buren, elkaar nooit hebben gezien. In de hoop, spoedig iets van u te mogen horen – want op grote afstand is het gemakkelijker met elkaar in contact te blijven dan dichtbij ! –

verblijf ik, met hoogachting,

Uw eeuwig toegewijde vriend

Ludwig van Beethoven

***

Aan de heer Kauka 1815

Mijn beste Kauka,

Van de Syndic Baier in R. heb ik zojuist het goede nieuws vernomen dat u hem zelf vertelde over prins F.K. Voor het overige zult u volledig tevredengesteld worden. Ik neem de vrijheid u weer te vragen mijn belangen bij de familie Kinsky te behartigen en daarom voeg ik het noodzakelijke document toe. Misschien kan een andere weg worden gevonden, hoewel me nu niet te binnen schiet welke, om u in de toekomst niet meer lastig te vallen. Op 15 oktober werd ik door een hevige kou met koorts overvallen. Ik lijd nog steeds aan de gevolgen ervan, evenals mijn kunst. Het is te hopen dat ik geleidelijk aan weer opknap en in elk geval in staat zal zijn nog eens de rijkdommen van mijn kleine rijk vol zoete geluiden te tonen. Toch ben ik in al het andere weinig tot niets waard. Komt dat door de omstandigheden? Door armoede van geest? Waardoor? Vaarwel!  Alles om me heen veroordeelt ons tot diepe stilte, maar dit geldt niet voor onze vriendschapsbanden. Luidkeels verklaar ik me, zoals altijd,

Uw liefhebbende vriend en bewonderaar,

Ludwig van Beethoven

***

Aan de heer Kauka, 1815

Mijn beste vriend,,

Mijn tweede brief volgt op die van gisteren, de 2e mei. Pasqualati vertelt me vandaag na het verstrijken van een maand en zes dagen, dat het huis van Ballabene te hoog en te machtig is om me in deze zaak te kunnen bijstaan. Daarom moet ik wel een beroep doen op uw onbetekenende persoon (zoals ik zelf niet aarzel zo nederig te zijn om anderen te helpen). Mijn huishuur bedraagt 550 florijnen en moet uit de betreffende som worden betaald.

Zodra de nieuw gedrukte pianostukken verschijnen  krijgt u er een exemplaar van; dat geldt ook voor mijn “Slag” etc. etc. Vergeef me, mijn vriend, mijn edelmoedige vriend. Er moeten andere middelen worden gezocht om deze zaak met de nodige voortvarendheid te behandelen.

In haast, uw vriend en bewonderaar,

Beethoven

***

Aan de heer Salomon, Londen

Wenen 1 juni 1815

Mijn  beste landgenoot, (Salomon was ook in Bonn geboren)

Ik heb altijd gehoopt u op een dag in Londen te ontmoeten, maar veel   obstakels hebben dat verhinderd. Omdat er nu ook geen kans op is, hoop ik, dat u niet mijn  verzoek  zult weigeren om contact op te nemen met een Londense uitgever en hem de volgende werken aan te bieden : een Grand Trio voor piano, viool en cello (op 97), 80 ducaten, een pianosonate met vioolbegeleiding (op 96), 60 ducaten, een  Grote Symfonie in A (één van mijn beste), een korte Symfonie in F (no 8), een kwartet voor twee violen, altviool en cello in f (op. 95), een Grote Opera in partituur, 30 ducaten, een cantate met koren en solo’s [Der glorreiche Augenblick], 30 ducaten , de partituur van de ‘Slag bij Vittoria’ en ‘Wellington’s Overwinning’, 80 ducaten, en dan nog de pianobewerking daarvan, wanneer die tenminste nog niet gepubliceerd is, wat, naar ik hoor, het geval zou zijn. Ik heb de prijzen genoemd die volgens mij in Engeland gebruikelijk zijn, maar ik laat het aan u over om te bepalen welke som gevraagd kan worden. Ik hoor trouwens dat [John] Cramer ook uitgever is , maar mijn leerling Ries schreef me onlangs dat Cramer niet lang geleden mijn werken in het openbaar heeft afgekeurd.  Ik vertrouw erop dat zijn enige motief daarbij liefde voor de kunst was en wanneer dat zo is  heb ik niet het recht mij daartegen te verzetten. Maar toch, mocht Cramer één van mijn vreselijke werken willen bezitten, dan ben ik even tevreden met hem als uitgever als ieder ander. Ik houd het recht deze werken hier te publiceren, nog even aan, zodat ze gelijkertijd in Londen en Wenen kunnen verschijnen. Misschien kunt u me ook nog aangeven op welke manier ik op de prinselijke regent de kosten kan verhalen van het kopiëren van ‘Wellington’s  overwinning bij Vittoria’, dat ik aan hem ga opdragen, want ik heb al lang de hoop opgegeven, dat ik van die zijde nog iets zal ontvangen. Ik was het zelfs niet waard een antwoord te ontvangen op de vraag of ik toestemming krijg het werk aan hem op te dragen.  Wanneer ik tenslotte voorstel het hier te publiceren, krijg ik te horen dat het al in Londen verschenen is. Dat is fataal voor een componist! Terwijl de Engelse en Duitse kranten vol staan met succesverhalen over dit werk, dat al uitgevoerd is in Drury Lane,  en terwijl dat theater er grote inkomsten van heeft, is er voor de componist geen enkel blijk van waardering, zelfs geen vergoeding voor het kopiëren van het werk. Zo gaat alle profijt aan  zijn neus voorbij. Want als het waar is, dat de pianobewerking, gekopieerd van het Londense exemplaar,  binnenkort door een Duitse uitgever wordt gepubliceerd, dan verlies ik zowel mijn goede naam als mijn honorarium. Omdat u bekend staat als iemand met een genereus karakter, hoop ik, dat u zich voor deze zaak ten behoeve van mij wilt inspannen.

Het inferieure papiergeld van dit land is tot een vijfde van zijn waarde gedaald en ik word op dit niveau betaald. Na veel strijd en aanzienlijk verlies ben ik er uiteindelijk in geslaagd de volledige waarde uitgekeerd te krijgen. Maar op dit ogenblik is het oude papiergeld weer ruim boven dat vijfde deel gestegen, zodat mijn salaris voor de tweede keer bijna nihil is zonder hoop op compensatie. Mijn gehele inkomen is afhankelijk van de verkoop van mijn composities. Wanneer ik kon rekenen op een goede afzet in Engeland, zou dat zonder twijfel mijn positie enorm versterken.  Wees verzekerd van mijn grenzeloze dankbaarheid.

Ik hoop heel, heel snel iets van u te mogen horen,

Ik ben, met hoogachting, uw oprechte vriend,

Ludwig van Beethoven

***

Aan Aartshertog Rudolph, 1815

Vergeeft U me dat ik Uwe Hoogheid vraag mij de twee sonates met viool obbligato te sturen (worden de sonates voor piano en cello obbligato  op. 102 bedoeld?)   die ik voor u zou laten kopiëren. Ik heb ze maar een paar dagen nodig. Dan krijgt u ze dadelijk terug.

***

Aan Aartshertog Rudolph, 1815

Ik verzoek u vriendelijk mij de sonate in e (opus 90, opgedragen aan graaf Lichnowsky)  te sturen, omdat ik die wil corrigeren. Maandag zal ik persoonlijk voor u informeren. Recente ontwikkelingen maken het absoluut nodig veel composities die zo vlug mogelijk gedrukt moeten worden, af te maken. Mijn gezondheid is slechts gedeeltelijk hersteld. Ik verzoek Uwe Hoogheid dringend dat iemand me enkele regels schrijft over uw gezondheid. Ik vertrouw erop dat ik een beter, nee, het beste bericht ontvang.

***

Aan Aartshertog Rudolph, 1815

U zult wel denken dat mijn ziekte pure fictie is, maar dat is zeker niet het geval. Ik moet altijd ’s avonds vroeg thuis zijn.  De eerste keer dat Uwe Hoogheid mij bij zich liet komen, kwam ik onmiddellijk daarna thuis. Omdat ik me sindsdien echter een stuk beter voelde deed ik een poging  eergisterenavond wat langer van huis weg te blijven. Zonder tegenbericht van uw kant, maak ik vanmiddag om vijf uur mijn opwachting bij u. Ik breng de nieuwe sonate mee, alleen voor vandaag, want hij zal zo vlug worden gedrukt , dat overschrijven niet meer de moeite waard is.

***  

Aan Aartshertog Rudolph, 1815

Ik was van plan deze brief persoonlijk aan u te overhandigen, maar deze persoonlijke aandacht van mij zou kunnen overkomen als een inbreuk op uw privacy.  Daarom neem  ik de vrijheid  het verzoek dat erin staat dringend onder uw aandacht te brengen. Ik zou het ook op prijs stellen wanneer Uwe Hoogheid  mij mijn laatste sonate zou willen terug sturen, want, omdat ik die moet publiceren, zou het verloren moeite zijn die over te schrijven. Ik zal spoedig het genoegen hebben u een gedrukt exemplaar te overhandigen. Binnen enkele dagen neem ik weer contact met u op. Ik vertrouw erop, dat deze voorspoedige tijden een gunstige invloed hebben op uw kostbare gezondheid.

***



Aan Aartshertog Rudolph

Wenen, 23 juli, 1815

Toen u onlangs in de stad was, dacht ik ineens aan het ingesloten koor (misschien Die Meeresstille?) . Ik haastte me naar huis om het op te schrijven, maar was daarmee langer bezig dan ik aanvankelijk verwachtte en daarom liep ik u tot mijn grote spijt mis. De slechte gewoonte die ik al van mijn prille jeugd af aan heb om namelijk mijn eerste gedachten op te schrijven, om ze niet, zoals vaak gebeurd is, kwijt te raken, heeft me in dit geval opgebroken.  Ik stuur Uwe Hoogheid daarom een rechtvaardiging voor mijn misstap en vertrouw erop, dat ik genade in uw ogen mag vinden. Ik hoop spoedig bij Uwe Hoogheid te verschijnen en te informeren naar een gezondheid die ons allen zo kostbaar is.

***

Aan aartshertog Rudolph, 1815

Het is geen aanmatiging, noch een voorwendsel om voor iemand in te staan, nog minder de wens om Uwe Hoogheid om een speciale gunst te vragen, die me ertoe brengt u een suggestie te doen die op zich genomen erg bescheiden is.  Gisteren was de oude Kraft (cellist in het orkest van prins Lobkowitz) bij mij. Hij wilde weten of het voor hem  mogelijk  is te worden ondergebracht in uw paleis. In ruil daarvoor zou hij u, zo vaak u wilde, van dienst willen zijn.  Twintig jaar heeft hij gewoond in het paleis van prins Lobkowitz (wiens financiële positie hard achteruitging)  en gedurende een groot gedeelte van die tijd ontving hij geen salaris. Hij is nu genoodzaakt zijn kamers vrij te maken zonder enige compensatie hoe dan ook.  De situatie van deze arme, oude man is bar en boos  en ik zou mezelf ook zo hebben gevonden wanneer ik zijn zaak niet aan u had voorgelegd.  Graaf Troyer zal u om een antwoord vragen.  Omdat het erom gaat het lot van een medeschepsel te verzachten, verzoek ik u om vergiffenis etc.etc.

***

Brief in het Engels aan de heer Birchall, muziekuitgever te Londen

De heer Beethoven deelt de heer Birchall mede, dat hij enkele dagen geleden ‘Wellingtons Sieg’ naar Londen heeft gestuurd en dat de heer Birchall hem stuurt naar Thomas Coutts. De heer Beethoven wenst dat de heer Birchall deze compositie zo spoedig mogelijk laat drukken en hem tijdig zal berichten op welke dag het werk wordt gepubliceerd opdat de uitgave eerder zal plaatsvinden dan die in Wenen.

Wat betreft de derde sonate die de heer Birchall later zal ontvangen , daar is niet zo veel haast bij, en de heer Birchall mag de vrijheid nemen zelf de datum vast te stellen voor de publicatie. De heer Birchall zei, dat de heer Salomon heel wat dingen te melden had over de symfonie in G (?). De heer Beethoven zou graag zo spoedig mogelijk een reactie krijgen over de data van publicatie.

***

Aan Zmeskall

16 Oktober, 1815

Ik wil je alleen maar laten weten dat ik hier ben en niet ergens anders  en ik wil graag van jou kant horen of je ergens anders bent of hier.  Ik zou het fijn vinden je even te spreken wanneer ik weet dat je thuis bent en alleen.  Het ga je goed, maar ook weer niet al te goed, sublieme commandant Pacha van verschillende wegrottende forten!!!

In haast, je vriend,

Beethoven

***

Aan aartshertog Rudolph

16 november 1815

Sinds gisterenavond verkeer ik in een staat van uitputting omdat ik helemaal van streek ben door de plotselinge dood van mijn ongelukkige broer. Het was onmogelijk voor me Uwe Hoogheid gisteren te antwoorden en ik vertrouw erop dat u mijn uitleg wilt aanvaarden. Ik verwacht zeker morgen bij u mijn opwachting te kunnen maken.

 

***

Aan de heren Birchall, Londen

Wenen, 22 november 1815

Hierbij ontvangt u de pianobewerking van de symfonie in A.  ‘Wellingtons Overwinning’ en de ‘Slag bij Vittoria’ werden een maand geleden verstuurd via de heer Neumann, ter attentie van de heren Coutts. U heeft ze dus al lang in huis.

Binnen twee weken ontvangt u het trio en de sonate met het verzoek aan u de heren Coutts  de som van 130 gouden ducaten te overhandigen. Ik verzoek u deze composities zonder vertraging uit te brengen. Wilt u me laten weten op welke dag  de ‘Wellington Symfonie’ zal verschijnen? Dan kan ik hier in Wenen dienovereenkomstig mijn maatregelen nemen.

Met hoogachting,

***

Aan Ries

Wenen, woensdag 22 november, 1815

Beste Ries,

 

Ik haast me je mede te delen dat ik vandaag ter attentie van de heren Coutts  de pianobewerking van de Symfonie in A per post heb verstuurd. Omdat het Hof afwezig is, gaan er nauwelijks nog koeriers hiervandaan. Bovendien, de post is de veiligste manier. De Symfonie moet rond maart uitkomen, de preciese datum bepaal ik zelf nog.  Er is met deze zaak al zoveel tijd verloren gegaan, dat ik de periode van publicatie niet eerder kon aangeven. Het trio en de vioolsonate  kunnen wat meer tijd krijgen. Over enkele weken zullen beide werken in Londen zijn. Ik verzoek je dringend, mijn beste Ries, om voor deze zaken zorg te dragen en er ook op te letten, dat ik het geld krijg. Ik heb het nodig want voordat alles is verzonden, heb ik al heel wat geld uit gegeven.

Ik ben 600 florijnen van  mijn jaarsalaris kwijtgeraakt. Ten tijde van het bankpapier was er geen schade, maar toen kwamen de Einlösung Scheine die me van deze 600 florijnen hebben afgeholpen, ten koste van enkele jaren zakelijke zorgen en nu het totale verlies van mijn salaris. Nu is het punt bereikt, dat de Einlösung Scheine nog lager staan dan het bankpapier ooit gestaan hebben. Ik betaal 1000 florijnen voor de huur. Ga dus maar na, welke ellende door het papiergeld is veroorzaakt.

Mijn arme ongelukkige broer (Carl von Beethoven, kassier in Wenen)  is pas overleden (op 15 november 1815) . Hij had een slechte vrouw.   Al enkele jaren leed hij aan zijn longen en om zijn leven wat dragelijker te maken heb ik hem in totaal 10000 florijnen (in Weense koers) gegeven. Dit lijkt misschien een Engelsman niet veel toe, maar voor een arme Duitser, of eerder Oostenrijker  is het een hele som. De ongelukkige kerel was onlangs enorm veranderd en ik moet zeggen dat ik hem uit het diepst van mijn hart beklaagde. Anderzijds ben ik blij,  dat ik niets heb nagelaten om aan zijn leven iets bij te dragen.

Zeg de heer Birchall dat hij de porto van mijn brieven aan jou en de heer Salomon moet terug betalen en ook die van jou aan mij. Hij mag het aftrekken van de som die hij me verschuldigd is. Ik vind het belangrijk, dat degenen die voor me werken daar zo min mogelijk bij verliezen.  ‘Wellingtons Overwinning bij Vittoria’moet allang via de heren Coutts aangekomen zijn.  De heer Birchall hoeft pas te betalen wanneer alle composities in zijn bezit zijn. Laat me wel weten op welke dag de pianobewerking zal worden gepubliceerd. Voor vandaag beveel ik mijn zaken dringend aan jouw zorg aan. Ik zal je altijd en overal van dienst zijn.

Vaarwel, beste Ries,

Je vriend,

Beethoven

***

Aan Zmeskall, januari 1816

Mijn beste Zmeskall,

Tot mijn schrik ontdekte ik vandaag dat ik vergeten was te reageren op een voorstel van de ‘Sociëteit  van Muziekvrienden  in Oostenrijk’  om een oratorium voor hen te schrijven. De dood van mijn broer twee maanden geleden waarvan de gevolgen op mij neerkomen vanwege de voogdij over mijn neef, heeft me allerlei onaangenaamheden bezorgd en ook mijn late antwoord veroorzaakt . Ondertussen is de  heer Von Seyfried al begonnen met een libretto  en ik ben van plan dat  binnenkort op muziek te zetten.  Ik hoef je niet te zeggen hoe ik door een dergelijke opdracht gevleid ben, want hoe zou ik er anders over moeten denken? Ik zal proberen deze taak zo waardig mogelijk te vervullen voor zover mijn bescheiden talenten dat toelaten. Wat betreft de beschikbare artistieke middelen , wanneer de tijd voor de uitvoering aanbreekt, zal ik zeker die welke normaal gesproken tot onze beschikking staan, in overweging nemen, zonder me er echter strikt toe te beperken.  Ik hoop, dat ik me op dit punt duidelijk heb uitgelaten.  Omdat me gevraagd is welke vergoeding ik verwacht te ontvangen,  wil ik graag weten of de Sociëteit 400 gouden ducaten een passend honorarium vindt. Ik bied de Sociëteit nogmaals mijn excuses aan voor het uitblijven van een antwoord, maar het lucht me anderzijds ook weer op te weten dat jij, mijn beste vriend, de Sociëteit al mondeling op de hoogte hebt gesteld van mijn bereidwikkigheid een dergelijk werk te schrijven.

Voor altijd, beste Zmeskall,  je Beethoven

[ ter toelichting het volgende : Zemskall had instructies om Beethoven te melden dat hij rekening moest houden met een zeer groot orkest (van  misschien wel 700 uitvoerenden). De Sociëteit  wilde het uitvoeringsrecht voor één jaar voor een bedrag van 200 ducaten. Beethoven ging akkoord. Het libretto van Von Seyfried wees hij af. De heer Bernard zou een nieuw libretto schrijven, maar had het zo druk, dat hij de tekst slechts bij stukjes en beetjes kon aanleveren. Beethoven van zijn kant wilde pas beginnen wanneer de tekst klaar was.]

***

Aan mademoiselle Milder-Hauptmann

Wenen, 6 januari 1816

Hooggeachte mademoiselle Milder, beste vriendin,

Ik heb te lang gewacht met u te schrijven. Hoe graag zou ik persoonlijk getuige zijn geweest van het enthousiasme dat u in Berlijn bij de uitvoering van  ‘Fidelio’ hebt veroorzaakt.  Duizendmaal dank voor uw verbondenheid met mijn Fidelio. Indiend u baron de la Motte-Fouqué namens mijn wilt vragen  een goed onderwerp voor een opera te bedenken, dat ook bij uzelf past, zoudt u mij en het Duitse toneel een grote dienst bewijzen. Ik wil de opera uitdrukkelijk voor het Berlijnse Theater schrijven omdat hier geen nieuwe opera met succes kan worden uitgevoerd onder deze uiterst gierige directie. Antwoord me snel, erg snel, vlug, erg vlug, zo vlug mogelijk, vlug als de bliksem en zeg me of zoiets uitvoerbaar is. Kapelmeester B. heeft u hemelhoog geprezen, en terecht. Hij mag zich wel gelukkig prijzen met het voorrecht van uw muze te kunnen genieten, uw talent, uw heerlijke gaven , zo voel ik dat. Hoe dat ook zij, degenen om u heen kunnen zich uw gelijken (Nebenmann) noemen, terwijl ik alleen het recht heb aanspraak te maken op de eretitel van Hauptmann.

Uw oprechte vriend en bewonderaar,

Beethoven

***

Mijn arme ongelukkige broer is dood. Daarom heb ik u zo lang niet geschreven. Zodra u deze brief beantwoord heeft, zal ik persoonlijk aan baron De la Motte-Fouqué schrijven. Uw invloed in Berlijn zal ongetwijfeld in Berlijn voor een opdracht  aan mijn adres kunnen zorgen om een grote opera (met u in de hoofdrol)  te schrijven. Antwoord me snel, dan kan ik mijn andere bezigheden daarop afstemmen.

Weg met alle andere valse Hauptmänner!

***

Aan Ries

Wenen 20 januari 1816

Beste Ries,

De symfonie moet worden opgedragen aan de keizerin van Rusland. De pianobewerking van de symfonie in A moet niet vóór juni verschijnen, want de uitgever hier kan het niet eerder klaar hebben. Beste Ries, stel de heer Birchall onmiddellijk hiervan op de hoogte.  De sonate met vioolbegeleiding (opus 96) die met de komende post van hier zal worden verstuurd, kan eveneens in mei worden uitgegeven in Londen, maar het trio op een later moment (dat komt met de volgende post). Ik zal zelf de datum van publicatie vaststellen. Beste Ries, heel veel dank voor je welwillendheid en vooral voor de correctie van de drukproeven. Moge de hemel je meer en meer zegenen en je vorderingen laten maken, die mijn oprechte belangstelling hebben. De hartelijke groeten aan je vrouw.

Je oprechte vriend,

Ludwig van Beethoven

***

Aan de heer Birchall in Londen

Vienne, le 3. Febr. den 1816

VOUS RECEUES CI JOINT--

Le grand Trio p. Pf. V. et Vllo. Sonata pour Pf. et Violin--qui form le reste de ce qu'il vous a plus à me comettre. Je vous prie de vouloir payer la some de 130 Ducats d'Holland come le poste lettre a Mr. Th. Cutts et Co. de votre ville e de me croire avec toute l'estime et consideration

Votre tres humble Serviteur,
LOUIS VAN BEETHOVEN.

***

Aan Czerny

Beste Czerny,

Ik verzoek je het ingesloten geld aan je ouders te geven voor de maaltijden die de jongen (Beethovens neef) bij jou thuis heeft gekregen. Ik wil ze absoluut niet gratis laten zijn. Bovendien wil ik dat je voor je lessen aan hem  betaald krijgt, ook voor de al gegeven lessen. Ik vraag je alleen een klein beetje geduld te hebben omdat aan de weduwe niets gevraagd kan worden en ik zelf  nog veel uitgaven moet doen. Maar voor nu leen ik alleen maar van je. De jongen is vandaag bij jou, ik kom later.

Je vriend,

Beethoven

***

Aan Czerny

Wenen 12 februari 1816

Beste Czerny

Vandaag kan ik niet bij je langs komen, maar morgen zou ik graag met je willen overleggen. Gisteren liet ik me zo grof uit, dat het me later speet. Vergeef het een componist die liever zijn werk zou willen horen zoals hij het schreef, hoe charmant  je ook speelde. Ik zal het meer dan goed maken met de sonate voor cello. Wees ervan overtuigd dat ik het grootste respect voor jou als artiest heb en dat ik dat altijd zal proberen te laten blijken.

Je ware vriend,

Beethoven

***

Aan Ries, Londen

Wenen, 28 februari 1816

Al enige tijd voel ik me helemaal niet goed. Het verlies van mijn broer heeft een negatieve invloed gehad op mijn gemoedstoestand en mijn activiteiten.  Salomon’s dood doet me veel verdriet, want hij was een voortreffelijk mens die ik al vanaf mijn prille jeugd kende.  Jij bent in zijn testament aangewezen als executeur, terwijl ik voogd ben van de zoon van mijn overleden broer. Jij kunt nauwelijks zoveel verdriet hebben gehad om Salomons dood als ik had bij het overlijden van mijn broer.  Maar ik troost me met de zoete gedachte, dat ik een arm onschuldig kind gered heb uit de handen van een onwaardige moeder. Vaarwel, beste Ries, wanneer ik je in enig opzicht van dienst kan zijn, beschouw me dan als

Je ware vriend,

Beethoven

***

Aan Giannatasio del Rio, Wenen

Februari 1816

Geachte Heer,

Tot mijn grote genoegen kan ik u mededelen dat ik van plan ben mijn dierbare neef morgen onder uw hoede te plaatsen. Maar ik moet tevens benadrukken dat u zijn moeder onder geen beding mag laten  beslissen wanneer en waar ze haar zoon kan zien. We kunnen deze zaak morgen meer in detail bespreken. Houd ook een oogje op uw bediende want die van mij was al bij een keer door haar omgekocht. We spreken er verder nog wel over  hoewel ik er over dit onderwerp liever het zwijgen toe zou doen. Het toekomstige welzijn van de jongen die u onder uw hoede krijgt, maakt deze onplezierige brief noodzakelijk.

Met hoogachting,

Uw trouwe dienaar en vriend,

Beethoven

***

Aan G. del Rio

1816

Ik verzoek mevrouw A.G. [Giannatasio] beleefd ondergetekende zo spoedig mogelijk  te laten weten (dan ben ik niet verplicht het allemaal in mijn hoofd op te slaan) hoeveel paar sokken, broeken, schoenen en onderbroeken  er nodig zijn en hoeveel kasjmier er moet zijn om daar voor mijn grote neef een broek van te maken.  Ik wil hier graag een antwoord op zonder daarom nog extra te moeten vragen. Wat betreft mevrouw de abdis (een bijnaam voor de dochter des huizes) kunnen  we vanavond  overleggen over Carl, wanneer alles loopt zoals het moet.

Uw edel (en minder edel) geboren

Beethoven

***
Aan G. del Rio

1816

Gisterenavond hoorde ik helaas te laat dat u me nog iets wilde geven. Ik verzoek u om het aan me op te sturen, omdat ik er niet aan twijfel dat het een brief voor me is van de Koningin van de Nacht (~Carls moeder).  Hoewel u me al twee keer toestemming gaf om Carl mee te nemen, wil ik u toch vragen hem morgenochtend om elf uur bij u te laten ophalen omdat ik hem hier wat interessante muziek wil laten horen. Ook wil ik hem morgen mij iets laten voorspelen omdat het lang geleden is sinds ik hem heb horen spelen.  Ik hoop dat u er bij hem op zult aandringen om ijveriger te studeren dan tegenwoordig meestal gebeurt; dan kan hij in zekere zin zijn vakantie inhalen. Ik omarm u van harte

Uw oprechte

Ludwig van Beethoven

***

Aan G. del Rio  1816

Geachte heer,

Hierbij zend ik u de jas en ook een schoolboek van mijn neef Carl, en ik verzoek u een lijst van zijn kleren en andere bezittingen te maken. Ik kan die dan voor mij zelf laten kopiëren omdat ik als voogd de plicht heb zorgvuldig met zijn bezittingen om te springen. Ik ben van plan morgen rond half één Carl mee te nemen  voor een klein concert, hem bij me te laten eten en hem dan zelf weer terug te brengen. Wat betreft zijn moeder wil ik niet dat u haar Carl laat zien. Zegt u maar dat de jongen  het te druk heeft.  Niemand ter wereld kan beter over deze kwestie oordelen dan ikzelf en wanneer er een andere weg wordt ingeslagen, zullen al mijn weloverwogen plannen voor het welzijn van het kind daaronder schade lijden. Ik zal zelf met u bespreken wanneer de moeder in de toekomst contact met Carl zal hebben, want ik wil hoe dan ook voorkomen dat de scène van gisteren zich nog eens voordoet.  Ik draag zelf alle verantwoordelijkheid omdat wat mij betreft het Hof mij daarin volmacht heeft gegeven om onmiddellijk op te treden wanneer iets het welzijn van de jongen zal schaden.  Wanneer ze haar als een serieuze moeder hadden beschouwd, zouden ze haar het voogdijschap over haar kind niet hebben ontnomen.  Wat ze ook maar beweert, er is haar niets onwettigs aangedaan. Het Hof heeft in dezen eenstemmig besloten. Ik hoop in deze zaak verder geen moeilijkheden te krijgen want ik heb het al zwaar genoeg. Uit een gesprek dat ik gisteren met Adlersburg (zijn advocaat) had, werd me duidelijk, dat er heel wat tijd voorbij zal gaan,  voordat het Hof kan vaststellen wat feitelijk aan het kind toekomt. Bij dit alles komt nog, dat ik een proces moet doormaken zoals ik onlangs al doorgemaakt heb en waarvan ik dacht dat ik er door uw instituut van gevrijwaard zou zijn! Vaarwel!

Ik ben, met hoogachting,

Uw gehoorzame

L. van Beethoven

***

Aan Ferdinand Ries, Londen

Wenen, 8 maart 1816

Mijn antwoord heeft te lang op zich laten wachten, maar ik was ziek en ging gebukt onder zakelijke beslommeringen. Van de tien gouden ducaten heb ik nog geen stuiver ontvangen en ik begin bijna te denken dat Engelsen alleen maar in het buitenland vrijgevig zijn. Met de Prins Regent is het hetzelfde, die me nooit de kopieerkosten van mijn ‘Veldslag Symfonie’ heeft vergoed en me ook nooit mondeling of schriftelijk heeft bedankt.

Mijn hele inkomen bestaat uit 3400 florijnen in papiergeld. Ik betaal 1100 aan huishuur en 900 aan mijn bediende en zijn vrouw. Reken maar na, wat dan nog overblijft. Bovendien komt het volledige onderhoud van mijn neef op mijn schouders terecht. Momenteel zit hij op school wat me 1100 florijnen kost terwijl het helemaal geen goede school is. Daarom moet ik een goed huishouden voor hem organiseren en hem bij me hebben. Wat voor geld moet je niet verdienen om hier rond te komen! Er lijkt maar geen eind aan te komen, omdat, omdat, omdat – je begrijpt wel wat ik bedoel. Opdrachten van het Filharmonisch zou ik graag aannemen, afgezien nog van het concert. Ik wil hier graag kwijt, dat mijn dierbare leerling Ries aan het werk moet en mij iets waardevolds moet opdragen waar zijn meester dan op zal reageren door hem met eigen munt terug te betalen. Hoe kan ik je mijn portret sturen? Mijn hartelijke groeten aan je vrouw, ik heb er helaas geen. Ik wilde graag één vrouw de mijne noemen, maar dat zal nooit gebeuren. Toch heeft dit me niet tot een vrouwenhater gemaakt.

Je ware vriend,

Beethoven

***

Aan F. Ries

Wenen, 3 april 1816

Neate is nu ongetwijfeld in Londen (als goede vriend heeft de kunstenaar Charles  N. die ook in Wenen woonde, veel voor de verspreiding van Beethovens werk gedaan). Hij heeft verschillende van mijn werken meegenomen en beloofde voor mij zijn best te doen. Aartshertog Rudolph speelt ook jouw stukken bij mij, mijn beste Ries. Daarvan is  speciaal ‘Il Sogno’ ons goed bevallen. Vaarwel! Doe de groeten van mij aan je charmante vrouw en alle mooie Engelse dames die er prijs op stellen.

Je oprechte vreind,

Beethoven

***

VOLMACHT

Wenen, 2 mei 1816

Hierbij machtig ik de heer Von Kauka, doctor in de rechten in het koninkrijk Bohemen, vertrouwend op zijn vriendschap, om voor mij de kwitantie van 600 florijnen Wiener Wärtung te verkrijgen, uit te betalen uit het vermogen van Prins Kinsky door het (bankiers)huis Ballabene in Praag en om het geld daarna zo spoedig mogelijk aan mij over te maken.

Met handtekening en zegel,

Ludwig van Beethoven

***

Aan F. Ries

Wenen, 11 juni 1816


Beste Ries,

Het spijt me dat ik je voor mij de portokosten heb laten betalen. Zo blij als ik ben wanneer ik zelf iemand kan bijstaan, zo vervelend vind ik het wanneer ik een beroep moet doen op anderen. Tot nu toe heb ik niets van de tien ducaten gezien, wat me tot de conclusie brengt dat er in Engeland net als bij ons praatjesmakers zijn die hun woord niet houden. Jou verwijt ik wat dit betreft niets. Ik heb geen woord van Neate gehoord. Daarom wilde ik je hem laten vragen of hij het concert in f al heeft kunnen verkopen. Ik schaam me bijna om een toespeling te maken op de andere composities die ik hem heb toevertrouwd en ik neem het mezelf kwalijk dat ik  die werken zo trouwhartig uit handen heb gegeven , zonder nadere afspraken, alleen maar vanuit het vertrouwen op zijn vriendschap en zijn wil om mijn belangen te behartigen. Ik kreeg de vertaling van een artikel in de ‘Morgen Kroniek’ over de uitvoering van de symfonie. Waarschijnlijk gaat het met alle andere werken die Neate meenam  net zo als met dit werk. Het enige profijt dat ik ervan heb is dat ik een recensie erover in de kranten kan lezen.

***

Aan G. del Rio

1816

Waarde G.

Ik vraag u Carl naar mij toe te sturen met de bezorger van deze brief. Anders kan ik hem de hele dag niet zien, wat tegen mijn eigen belang ingaat omdat mijn invloed op hem noodzakelijk is.  Ook met het oog hierop wil ik dat u hem een kort verslag over zijn gedrag meestuurt, zodat ik onmiddellijk kan reageren wanneer verbetering gewenst is.

Vandaag ga ik naar het platteland en kom pas vrij laat thuis vannacht. Hoewel ik het niet prettig vind een inbreuk te maken op uw regels, vraag ik u toch om  met Carl wat nachtspullen mee te sturen, zodat ik, mocht het te laat worden om hem vandaag bij u te brengen,  hem vannacht bij me kan houden en hem morgenochtend vroeg bij u kan terug brengen.

In haast,

Uw

L. van Beethoven

***

Aan G. del Rio   1816

Ik wil u, goede vriend, mijn excuses maken dat Carl zo laat bij u thuis gekomen is. We moesten op iemand wachten die pas heel laat arriveerde, maar de komende tijd zal ik zeker uw regels niet overtreden. Wat betreft Carls moeder, heb ik nu besloten dat uw wens haar niet meer in uw huis te zien, zal worden ingewilligd. Deze gedragslijn is voor onze beste Carl veel veiliger en voorzichtiger, omdat de  ervaring me heeft geleerd dat elk bezoek van zijn moeder een spoor van bitterheid in zijn hart achterlaat die hem misschien zal schaden maar hoe dan ook geen goed zal doen.  Ik zal proberen  haar bij mij  thuis gelegenheid te geven van tijd tot tijd haar zoon te zien wat er wel op uit zal draaien dat alle banden met haar uiteindelijk zllen worden verbroken.  Omdat we het eens zijn  over de aard van Carls moeder, kunnen we over en weer beslissingen nemen over zijn opvoeding.

Uw oprechte vriend,

Beethoven

***

Aan aartshertog Rudolph

Wenen, 11 juli 1816

Uw welwillendheid jegens mij doet me de hoop koesteren dat u mij geen zelfzuchtigheid toedicht bij de ingesloten stoutmoedige opdracht (wat betreft het verrassingskarakter ervan tenminste). De compositie is voor Uwe Hoogheid, of eerder nog, het heeft zijn bestaan aan u te danken en de muzikale wereld moet dat ook weten. Ik zal spoedig de eer hebben in Baden mijn opwachting te maken bij Uwe Hoogheid. Ondanks alle pogingen van mijn arts die niet zal toestaan dat ik dit achterlaat, is mijn zwakke borst niet verbeterd, hoewel mijn gezondheid er globaal genomen op vooruit is gegaan.  Ik hoop te vernemen dat uw gezondheid die me zo ter harte gaat, voortreffelijk is.

***

In het Engels opgestelde verklaring aan de heer Birchall  :

1816

In maart 1816 ontvangen van de heer Robert Birchall, muziekverkoper, New Bond Street 133, Londen, de som van honderddertig  gouden Hollandse ducaten, met de waarde van vijf en zestig Engelse ponden, voor het copyright  en het belang, nu en in de toekomst, vastgelegd of incidenteel, of anderszins in het Verenigd Koninkrijk van Groot Brittannië en Ierland voor de volgende composities of bewerkingen daarvan :

1.  Een Grote Veldslag Symfonie, die de strijd en de overwinning bij Vittoria beschrijft, bewerkt voor piano en opgedragen aan Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins Regent, 40 ducaten.

2.  Een Grote Symfonie in A, bewerkt voor piano en opgedragen aan …..

3.  Een Groot Trio voor piano, viool en cello in Bes.

4.  Een Sonate voor piano met begeleiding van viool in G, opgedragen aan….

Ik beloof hierbij dat geen van de genoemde werken in enig ander land zullen worden gepubliceerd vóór de datum die R. Birchall en ik daarvoor vaststellen.

L. van Beethoven

***

In het Frans geschreven brief aan de heer Birchall te Londen

Vienne 22. Juilliet, 1816.

MONSIEUR,--

J'ai reçu la déclaration de proprieté de mes Oeuvres entierement cedé a Vous pour y adjoindre ma Signature. Je suis tout a fait disposer a seconder vos voeux si tôt, que cette affaire sera entierement en ordre, en egard de la petite somme de 10 # d'or la quelle me vient encore pour le fieux de la Copieture de poste de lettre etc. comme j'avois l'honneur de vous expliquier dans une note detaillé sur ses objectes. Je vous invite donc Monsieur de bien vouloir me remettre ces petits objects, pour me mettre dans l'état de pouvoir vous envoyer le Document susdit. Agrées Monsieur l'assurance de l'estime la plus parfait avec la quelle j'ai l'honneur de me dire

LOUIS VAN BEETHOVEN.

***

Aan G. del Rio

28 juli 1816

Beste vriend,

Verschillende omstandigheden hebben me ertoe gedwongen de zorg voor Carl zelf op me te nemen. Sta me toe  hierbij het bedrag in te sluiten voor het komende kwartaal, waarna Carl u zal verlaten. Ik verzoek u hierin geen kritiek te zien op uzelf of uw gewaardeerde instituut. Het gaat om andere dringende zaken die in verband staan met Carls welzijn. Het is slechts een experiment en wanneer het ook inderdaad wordt uitgevoerd zal ik u ter ondersteuning om advies vragen en verzoeken  Carl van tijd tot tijd op uw instituut toe te laten voor een bezoek.  Ik voel me jegens u uiterst dankbaar en zal uw zorgzaamheid nooit vergeten evenmin als de zorg die uw vrouw aan Carl heeft besteed, een zorg die te vergelijken is met die van de best denkbare moeder. Ik zou u ten minste vier maal de som die ik u nu toestuur, hebben betaald, wanneer ik in de situatie was om dat te doen, maar in elk geval hoop ik in een rooskleuriger toekomst gebruik te kunnen maken van een gelegenheid mijn dankbaarheid te laten blijken voor de basis die u heeft gelegd voor het morele en lichamelijke welzijn van mijn neef Carl. Wat betreft de Koningin van de Nacht moet onze gedragslijn dezelfde blijven. Omdat Carl binnen kort bij u een operatie zal ondergaan die hem ziek en prikkelbaar zal maken, moet u er des te zorgvuldiger op toezien dat ze hem niet kan zien. Anders kan ze weer al die indrukken in mijn geest tot leven wekken die we zo angstvallig proberen te vermijden. Het brutale briefje dat ik hierbij insluit bewijst wel hoe weinig vertrouwen in een belofte ten goede van haar kant gesteld kan worden. Ik stuur het alleen maar mee om u te laten zien hoe gerechtvaardigd mijn  voorzorgsmaatregelen ten opzichte van haar zijn. Bij deze gelegenheid antwoordde ik trouwens niet als een Sarastro, maar eerder als een sultan. Ik zou u graag de zorg om de operatie van Carl willen besparen, maar nu die toch in uw huis moet plaatsvinden, verzoek ik u mij over de kosten te informeren die ik u dan zal terugbetalen. Vaarwel! Doe de hartelijke groeten aan uw voortreffelijke vrouw en kinderen.  Morgenvroeg om vijf uur verlaat ik Wenen maar zal vaak terugkomen vanuit  Baden.

Met hoogachting

Uw

L. van Beethoven

***

Aan G. del Rio

Ik verzoek mevrouw A.G. om voor Carl enkele onderbroeken van goed linnen te kopen.  Ik vertrouw Carl aan haar welwillendheid toe en steun volledig op haar moederlijke zorg.

 

 

Aan Zmeskall

Baden 5 september 1816

Beste Zmeskall,

Ik weet niet of je het briefje op de drempel van je deur hebt gevonden want de tijd was te kort om een bezoek aan je te brengen. Daarom herhaal ik mijn verzoek omtrent een nieuwe bediende omdat het gedrag van mijn huidige bediende zodanig is, dat ik hem onmogelijk in dienst kan houden. Ik nam hem in dienst op 25 april, hij zal dus op 25 september vijf maanden bij me zijn. Hij heeft al 50 florijnen gekregen.  Het geld van zijn laarzen bereken ik vanaf de derde maand dat hij bij mij in dienst is naar rato van 40 florijnen per jaar. Ook de kosten van zijn livrij bereken ik van af die derde maand. Al vanaf het begin wilde ik hem niet houden, maar stelde het telkens maar uit om hem te ontslaan omdat ik de waarde van mijn florijnen terug wilde hebben. Zodra ik een ander kan krijgen, ontsla ik deze op de 15e van de maand met 20 florijnen laarzengeld en 5 florijnen per maand voor de kosten van zijn livrij, in totaal dus 35 florijnen. Ik zou dan nog 15 florijnen krijgen, maar die geef ik zonder moeite op.  Op die manier krijg ik tenminste nog een equivalent voor mijn 50 florijnen. Wanneer je een geschikte persoon kunt vinden betaal ik hem twee florijnen per dag zolang ik in Baden ben en wanneer hij kan koken kan hij mijn hout in de keuken gebruiken. Ik heb een keuken maar kook er nooit in. Wanneer dat niet lukt verhoog ik zijn salaris met een paar kreutzer. Zodra ik weer in Wenen ben, krijgt hij 40 florijnen per maand en kost en inwoning en livrij als gebruikelijk, gerekend vanaf de derde maand in mijn dienst, zoals de andere bediendes. Het zou een goede zaak zijn als hij een beetje kon naaien. Ziehier mijn voorstellen; ik hoop op een antwoord, op zijn laatst rond de tiende van deze maand. Dan kan ik mijn huidige bediende op de 2e ontslaan met de gebruikelijke opzegtermijn van 14 dagen. Anders moet ik hem nog  een maand houden terwijl ik elk moment van hem af wil.  Wat de nieuwe bediende betreft , weet je wel wat ik op het oog heb : goed, evenwichtig gedrag, een goed karakter en niet bloeddorstig van nature, zodat ik me veilig kan voelen, omdat ik bij alle schurken in deze wereld nog wat langer wil leven. Rond de 10e verwacht ik dus je reactie. Wanneer je in actie komt, stuur ik je mijn verhandeling over de vier cellosnaren, met de nodige diepgang besproken. Het eerste hoofdstuk is geheel gewijd aan hun ingewanden, het tweede aan darmen in het bijzonder. Ik hoef je nauwelijks verdere waarschuwingen mee te geven, omdat je op je qui vive bent tegen wonden die je voor bepaalde forten oploopt.  Overal heerst de diepste vrede! Vaarwel, mijn goed Zmeskalletje! Ik ben, zoals altijd, un povero musico en je vriend,

Beethoven

N.B. ik zal mijn nieuwe bediende waarschijnlijk maar een paar maanden nodig hebben. Ik moet er op korte termijn een hebben vanwege Carl.

***

Aan de heer Kauka

Baden 6 september 1816

Hierbij zend ik u de kwitantie op uw verzoek en ik vraag u dat u er voor wilt zorgen dat ik op 1 oktober het geld in mijn bezit heb, zonder verdere kosten, zoals tot nu toe het geval was. Ik vraag u in het bijzonder het geld niet aan baron P. toe te vertrouwen. (Wanneer we elkaar eens zien, zeg ik wel waarom; laat het voorlopig maar onder ons blijven). Stuur het rechtstreeks aan mijzelf maar gebruik anders niet baron P. als tussenpersoon. Voor de toekomst zou het, omdat hier de huishuur wordt betaald voor het grote huis van Kinsky,  het beste zijn wanneer het geld op dezelfde tijd wordt uitbetaald. Dat is tenminste mijn eigen idee. Het terzet waar u over hoorde zal spoedig in druk verschijnen, wat verre te verkiezen is  boven handgeschreven muziek. U krijgt dus een gedrukt exemplaar en misschien nog wat meer van mijn verspreide nakomelingen. Ondertussen vraag ik u alleen datgene te willen bekijken wat er goed in is en met een toegevend oog te willen beoordelen wat er aan menselijke zwakheden in deze arme onschuldigen voor komt. Tussen haakjes, ik ga gebukt onder zorgen omdat ik tegenwoordig  feitelijk vader ben van de zoon van wijlen mijn broer. Ik zou zelfs een tweede deel van de Toverfluit de wereld in hebben kunnen sturen omdat ik in contact gebracht ben met de Koningin van de Nacht. Ik omhels u uit het diepst van mijn hart en hoop dat u mijn muze binnenkort kunt bedanken, afhankelijk van haar succes. Mijn beste Kauka, ik ben voor altijd uw toegenegen vriend.

Beethoven

***



Aan G. del Rio

Zondag, 22 september 1816

Sommige zaken kunnen nooit voor 100 % onder woorden worden gebracht. Dat geldt ook voor mijn gevoelens van dankbaarheid, nu ik van u de details van de operatie op Carl vernomen heb. Vergeeft u me, dat ik een poging waag deze gevoelens voor  zo ver dat mogelijk is  in woorden te gieten. Ik ben er echter zeker van, dat u mijn complimenten niet zult afwijzen.  Meer zeg ik niet. U kunt zich gemakkelijk mijn verlangen voorstellen om te horen hoe het mijn lieve zoon vergaat. Vergeet niet mij uw juiste adres te geven, dan kan ik onmiddellijk naar u schrijven. Na uw vertrek schreef ik aan Bernard om bij u thuis te informeren, maar ik heb nog geen antwoord gekregen. Misschien zult u me wel hebben gehouden voor een soort van halftoerekeningsvatbare barbaar  omdat de heer B. ongetwijfeld verzuimd heeft contact met u op te nemen en mij te schrijven.  Ik maak me totaal niet ongerust over Carl, wanneer  uw bewonderenswaardige vrouw bij hem is. Daar is geen twijfel over.  U kunt wel begrijpen hoeveel verdriet het me doet niet in de pijn van Carl te kunnen delen en dat ik op zijn minst graag over zijn vooruitgang wil horen.  Nu ik zo’n gevoelloze en onsympathieke vriend als de heer Bernard heb laten schieten, moet ik mijn toevlucht nemen tot uw vriendschap en inschikkelijkheid en ik hoop spoedig een paar regels van u te mogen ontvangen.  Mijn  hartelijke groeten en  duizendmaal dank aan uw bewonderenswaardige vrouw.

In haast, uw

Beethoven

Ik zou graag willen dat u de heer Smetana (de chirurg) mijn grote respect betuigt.

***

Aan G. de Rio

Wanneer u er geen bezwaar tegen hebt, zou ik u willen vragen Carl toe te staan met de postbode naar mij toe te komen. Inderhaast vergat ik te zeggen dat alle liefde en goedheid die mevrouw A.G. aan Carl heeft getoond tijdens zijn ziekte, in de lijst van mijn verplichtingen worden opgenomen en ik hoop ooit te kunnen tonen, dat ze altijd in mijn hart present zijn. Misschien zie ik u vandaag met Carl.

In haast, uw oprechte vriend,

L. van Beethoven

***

Aan Wegeler

Via de heer Simrock neem ik de gelegenheid waar om me onder uw aandacht te brengen. Ik hoop, dat u de ets van mij (door Letronne) hebt ontvangen , en ook het Boheemse glas. Wanneer ik binnenkort een pelgrimage doe door Bohemen krijgt u meer soortgelijks.  Vaarwel! U bent echtgenoot en vader, dat ben ik ook, maar dan zonder vrouw. Mijn hartelijke groeten aan uw geliefden, aan mijn geliefden.

Uw vriend

L. van Beethoven

***

Brief in het Engels aan de heer Birchall, muziekuitgever te Londen

Wenen, 1 oktober 1816

Geachte Heer,

Ik heb de 5 pond in goede orde ontvangen en dacht trouwens al bij voorbaat dat u het aantal Britten die hun woord en eer vergeten niet zou doen toenemen aangezien ik het ongeluk had twee soortgelijke types te ontmoeten. Wat betreft uw andere aandachtspunten, ik heb er geen bezwaar tegen om volgens uw plan variaties te schrijven en ik hoop, dat u 30 pond niet te veel vindt. De begeleiding bestaat uit een fuit, een viool of een cello.

Beslist u maar over de prijs of laat die anders aan mij over. Ik reken erop de liederen of de poëzie te krijgen, hoe eerder hoe beter, en u zult me ook een plezier doen door me het vermoedelijke aantal variatiewerken te noemen dat u van mij wilt ontvangen.  De sonate in G met vioolbegeleiding, opgedragen aan Zijne Keizerlijke Hoogheid Aartshertog Rudolph van Oostenrijk, dat is opus 96. Het ook aan hem opgedragen trio is opus 97. De pianobewerking van de symfonie in A is opgedragen aan de keizerin van de Russen, de vrouw van keizer Alexander, dat is opus 98. De kosten van kopiëren en verpakken zijn niet op voorhand vast te stellen, ze zijn in elk geval bescheiden. Bovendien heeft u te maken met een eerlijk man die niet een stuiver meer zal vragen dan hij zelf moet betalen. De heren Fries & Co zullen contact opnemen met de heren Coutts & Co. Naar ik gehoord heb zal het posttarief worden verlaagd.  Ik bied u nog de volgende werken van mij te koop aan:

Een Grote Sonate voor piano solo, 40 pond

Een pianotrio voor 50 pond.

Het is best mogelijk dat iemand anders u andere werken van mij te koop aanbiedt, bijvoorbeeld de partituur van de Grote Symfonie  in A. De pianobewerking ervan moet u niet eerder publiceren  voordat ik de dag heb vastgesteld waarop ze hier in Wenen zal worden uitgegeven. Ik wil mezelf niet schuldig maken aan een laakbare handeling.  De vioolsonate en het pianotrio in Bes mogen zonder uitstel worden uitgegeven.                                                                                                                       

Bij alle nieuwe composities die u al van me heeft of die ik u aanbied, mag u de  dag van publicatie  zelf vast stellen.  Ik verzoek u vriendelijk mij zo snel mogelijk te antwoorden omdat ik veel compositieopdrachten heb. Zo krijgt u niet met uitstel te maken. Mijn adres luidt :

Monsieur Louis van Beethoven, Sailerstette no 1055 & 1056, 3e etage, Wenen.

U mag uw brief direct aan uw nederige dienaar sturen,

Ludwig van Beethoven

***

Aan Zmeskall

24 oktober 1816

Weledel- en onedelgeborene (zoals wij allemaal!),

We zijn vandaag in Baden en bezorgen de beroemde naturaliënverzamelaar Ribini een verzameling dode bladeren. Morgen zijn we van plan je niet alleen een visite te brengen, maar zelfs een visitatie.

Je toegewijde

Ludqg van Beethoven

***

Aan aartshertog Rudolph

November 1816

Ik heb me weer stukken slechter gevoeld,  zodat ik alleen overdag even uit kon gaan. Ik ben echter aan de beterende hand en hoop de eer te hebben drie maal per week bij Uwe  Hoogheid zijn opwachting te maken. Ondertussen heb ik in deze vreselijke tijden zware zorgen die alles wat we al hebben meegemaakt te boven gaan. En die nog zijn toegenomen door mijn voogdij over mijn arme neef sinds november.  Dit alles dreigt mijn volledig herstel te vertragen.  Ik wens Uwe Hoogheid alle voorstelbare goeds en geluk en vraag u mijn goede bedoeling te aanvaarden en niet fout uit te leggen,

Uw

Beethoven

***

Aan Freiherr Von Schweiger,

Beste, beminnelijkste en voortreffelijkste turnmeester van Europa!

De bezorger van dit briefje is een arme stakker! (zoals zovele anderen!) U zou hem kunnen bijstaan door uw welwillende meester te vragen of hij genegen is één van zijn  kleine maar fijne piano’s te kopen. Ik vraag u of u hem wilt aanbevelen bij elk van de kameniers of adjudanten van aartshertog Carl, om te kijken of het mogelijk is dat Zijne Hoogheid één van deze instrumenten voor  zijn hertogin zou willen kopen. Daarom vragen we de weledele Turnmeester om een introductie voor deze arme duivel  bij de kameniers en de adjudanten van het huis.

Net als ik, arme duivel,

L. van Beethoven

***

Aan G. del Rio,

16 november 1816

Mijn beste vriend,

Mijn huishouding lijdt zo ongeveer schipbreuk. U weet, dat ik ben beetgenomen om dit huis op valse voorwendsels te nemen. Bovendien wordt mijn gezondheid er ook niet snel beter op. Er is geen sprake van dat ik onder zulke omstandigheden een begeleider aanstel wiens karakter en uiterlijk  mij zelfs nog onbekend zijn en zo de opvoeding van mijn beste Carl verkwansel, hoe groot de offers ook zijn die ik weer zal moeten maken. Daarom verzoek ik u Carl ook het komende kwartaal bij u te houden, gerekend vanaf de 9e . Uw suggestie om hem in de muziekwetenschap in te wijden neem ik graag over. Daarom kan Carl twee- of driemaal per week bij me komen. Hij vertrekt dan bij u om zes uur ’s avonds en blijft bij me tot de volgende morgen. Hij kan dan rond acht uur bij u terug zijn.  Het zou voor Carl te vermoeiend zijn elke dag bij me langs te komen. Bovendien zou het mij teveel binden omdat de lessen telkens op een vast tijdstip moeten worden gegeven. Tijdens dit kwartaal kunnen we samen het meest geschikte plan voor Carl uitstippelen met oog voor zijn en mijn belangen.  Ik moet helaas  in deze tijden ook die van mij noemen, want ze staan er met de dag slechter voor. Wanneer de tuinen van uw woonplaats bevorderlijk zouden zijn voor mijn gezondheid, dan zou alles gemakkelijk geregeld zijn.  Wilt u contact met me opnemen over het bedrag voor het lopende  kwartaal? Ik kan het geld dan betalen.  De bezorger van dit document heeft het goede geluk dat hij door de voorzienigheid is gezegend met een enorme hoeveelheid domheid, waarvan ik het totaal niet erg vind dat hij er profijt van trekt als het maar niet ten koste gaat van anderen. De overige gemaakte kosten, ook die in verband met zijn ziekte, zou ik graag enkele dagen later willen overmaken. Ik word namelijk van alle kanten bestookt met verzoeken om betaling. Ik wil ook graag weten welk honorarium ik de heer Smetana moet geven voor de succesvolle operatie.  Wanneer ik rijk zou zijn of niet in dezelfde trieste positie waarin zich allen bevinden die hun lot aan dit land hebben verbonden (uitgezonderd Oostenrijkse woekeraars)  zou ik geen informatie over dit onderwerp vragen.  Ik verzoek u slechts mij een ruwe schatting te geven van het passende honorarium. Vaarwel!  Ik groet u hartelijk en zal u altijd beschouwen als vriend van mij en Carl.

Met hoogachting,

L. van Beethoven

***

Aan G. del Rio

Hoewel ik u graag alle onaangename  problemen zou willen besparen, kan ik dat helaas niet doen wat dit betreft. Toen ik gisteren wat documenten opzocht, vond ik deze stapel die me met betrekking tot Carl zijn toegezonden.  Ik begrijp ze niet helemaal en u zoudt me een genoegen doen iemand een ordelijk overzicht te laten maken van al uw uitgaven voor Carl, zodat ik dat morgen kan laten ophalen. Ik hoop, dat u me niet verkeerd begreep toen ik gisteren een toespeling maakte op grootheid van geest. Dat was zeker niet voor u bestemd, maar alleen voor de Koningin van de Nacht die er nooit genoeg van krijgt de zeilen te hijsen om wraak op me te nemen.  In verband daarmee verzoek ik u om bewijsstukken, meer om anderen tevreden te stellen dan voor haar (omdat ik er nooit mee zal instemmen haar verantwoording af te leggen voor mijn daden).  Een stempel is niet nodig en alleen het bedrag voor elk kwartaal moet worden gespecificeerd want ik geloof, dat de meeste rekeningen klaar staan om betaald te worden.  Alles wat u hoeft te doen is ze toe te voegen aan uw prospectus.

L. van Beethoven

***

Aan G. del Rio

14 november 1816

Beste vriend,

Ik verzoek u mij toe te staan dat Carl morgen naar mij toe komt, omdat het dan de sterfdag van zijn vader is en we samen zijn graf willen bezoeken. Ik kom hem waarschijnlijk tussen twaalf en één uur afhalen. Ik wil na uw recente klachten graag het effect weten van mijn benadering van Carl.  Ondertussen trof  het me enorm, dat hij zo lichtgeraakt is qua eergevoel. Voordat we uw huis verlieten gaf ik hem wat aanwijzingen  over zijn gebrek aan ijver en terwijl we in een ernstiger stemming dan anders verder wandelden, kneep hij stevig in mijn hand zonder dat ik daarop reageerde. Tijdens de maaltijd at hij nauwelijks iets en zei, dat hij zich heel depressief voelde, maar ik kon niet achterhalen waardoor. Uiteindelijk zei hij in de loop van onze wandeling dat hij het moeilijk had omdat hij niet zo ijverig was geweest als anders.  Ik zei wat nodig was, maar op een vriendelijker toon dan eerst. Hieruit blijkt een zekere fijngevoeligheid en zulke persoonsaspecten doen me voorspellen dat alles goed zal komen. Wanneer ik morgen niet bij u langs kan komen, hoop ik, dat u me met een paar regels het resultaat van mijn onderhoud met Carl kunt laten weten.Ik vraag u nogmaals me te laten weten welk bedrag ik voor afgelopen kwartaal aan u schuldig ben. Ik dacht dat u mijn brief verkeerd had begrepen of nog erger dan dat.  Ik draag mijn arme neef graag aan uw welwillendheid op en doe u allen de groeten,

Uw vriend

Ludwig van Beethoven

***

Aan G. del Rio

Vergeef me dat ik bijgesloten som de afgelopen twaalf dagen of nog langer klaar had liggen, maar niet heb opgestuurd. Ik heb het vreselijk druk gehad en begin nog maar te herstellen hoewel van echt herstel nog geen sprake is.

In haast, met hoogachting, voor altijd de uwe

L. van Beethoven

***

Aan de heer Tschischka

Geachte Heer,

Het is zeker voor mij van groot belang niet in een verkeerd daglicht te staan, vandaar de uitgebreidheid van bijgaande verklaring. Wat betreft Carls vorming in de toekomst kan ik me in elk geval ermee geluk wensen, dat ik tot nu toe alles heb gedaan wat voor zijn bestwil was en ik vertrouw erop dat het in de toekomst net zo zal gaan. Maar wanneer het welzijn van mijn neef een verandering vereist, zal ik de eerste zijn om niet alleen zo’n stap voor te stellen, maar ook ten uitvoer te brengen. Mijn voogdijschap is belangeloos, maar ik wil door mijn neef op een nieuwe manier naam maken. Ik heb mijn neef niet nodig, maar hij heeft mij nodig.  Praatjes en beledigingen zijn beneden de waardigheid van een man                                    met voldoende zelfrespect. Wat ervan te zeggen wanneer ze ook nog op linnengoed betrekking hebben! Dit bezorgt me veel hoofdbrekens, maar een rechtvaardig iemand moet onrechtvaardigheid kunnen verdragen zonder ook maar enigszins af te wijken van het rechte pad. In deze overtuiging zal ik volharden en niets zal me aan het wankelen brengen. Mij van mijn neef te beroven zal een zware verantwoordelijkheid op u leggen. In moreel opzicht zou een dergelijke stap veel ellende voor mijn neef opleveren.  Daarom beveel ik zijn belang dringend bij u aan.  Mijn daden voor zijn welzijn (en niet dat van mij) moeten voor me spreken.

Met hoogachting,

L. van Beethoven

Ik heb het erg druk en voel me helemaal niet goed. Daarom vraag ik om uw toegevendheid nu ik dit stuk heb geschreven.

***

Brief in het Engels aan de heer Birchall, Londen

Wenen, Sailerstette 1055, 14 december 1816

Geachte heer,

Ik verklaar hierbij op mijn erewoord, dat ik afgelopen augustus  de kwitantie aan het huis Fries & Co heb getekend en overhandigd. Zij zeggen het te hebben doorgegeven aan de heren Coutts & Co met wie u zich in verbinding kunt stellen.  Het kan per abuis gebeurd zijn, dat de heren C. het niet naar u gestuurd hebben , maar instructies hebben gehad het bij zich te houden. Mijn excuses voor deze onregelmatigheid, maar het is niet mijn fout en ik had ook niet het idee om het achter te houden vanwege de omstandigheid dat de 5 pond niet ingesloten waren.  Mocht het ontvangstbewijs niet door de heren C. worden aangeleverd, dan ben ik bereid een nieuw te tekenen dat u dan per kerende post zult ontvangen.

Wanneer u variaties in mijn stijl voor 30 pond te duur betaald vindt, zal ik ter wille van uw vriendschap een derde met de prijs zakken en u die variaties voor 20 pond per Air aanbieden.

Zoudt u de symfonie in A onmiddellijk willen  publiceren, evenals de sonate en het piano trio?  Ze zijn hier namelijk klaar voor publicatie.  De grote opera Fidelio is een werk van mij. De pianobewerking is hier onder mijn verantwoordelijkheid uitgegeven, maar de partituur ervan is nog niet gepubliceerd. Ik heb een kopie ervan aan de heer Neate gegeven onder het zegel van vriendschap  die ik aanwijzingen zal geven voor mij te handelen voor het geval een aanbod zich voordoet.

Ik hoop van harte, dat uw gezondheid vooruit gaat.

Uw gehoorzame L. van Beethoven

***

Aan Zmeskall

16 december 1816

Hierbij ontvang je, mijn beste Zmeskall, mijn  welwillende opdracht aan jou (van het strijkkwartet op. 95) dat, naar ik hoop, moge dienen als een teken van onze langdurige vriendschap hier.  Aanvaard het als blijk van mijn respect voor jou en niet alleen als het uiteinde van een draad die al zo lang gesponnen is (want jij bent een van mijn eerste vrienden in Wenen).

Vaarwel! En uitkijken voor forten in verval! Want een aanval daarop zal meer inspanningen vergen dan op die in een betere staat.

Je vriend,

Beethoven

N.B. wanneer je even tijd hebt, laat me dan om en nabij de prijs weten van een livrij, zonder linnengoed, maar inclusief hoed en laarzen. In mijn huis hebben zich merkwaardige veranderingen voorgedaan. De kerel is er vandoor, tot mijn grote dankbaarheid, maar zijn vrouw is erop uit  hier vaste voet aan de grond te krijgen.

***

Aan Frau von Streicher, geboren Stein

28 december 1816

N….had u de kaarten voor Nieuw Jaar al gisteren moeten geven, maar het lijkt erop, dat ze dat niet heeft gedaan. Eergisteren was ik bezig met Maelzel die een dringende zaak moest afdoen, omdat hij zo vlug vertrekt.  Anders  zou ik , daar kunt u van overtuigd zijn, haast hebben gemaakt u spoedig weer te zien. Gisteren was uw lieve dochter bij me, maar ik kan me er nauwelijks iets van herinneren, zo ziek ben ik.  Mijn onbetaalbare bedienden waren van zeven tot tien uur ’s avonds bezig met het proberen de kachel aan te krijgen. De bittere kou, vooral in mijn kamer, heeft me een verkoudheid bezorgd en gisteren kon ik me de hele dag nauwelijks bewegen. De hele dag moest ik hoesten en ik had de ergste hoofdpijn van mijn leven, daarom moest ik om zes uur ’s avonds naar bed, waar ik nog steeds lig, al voel ik me iets beter. Gisteren at uw broer bij me en heeft van veel sympathie blijk gegeven.  U weet, dat ik op dezelfde dag, 27 december, B. (Baberl) heb ontslagen.  Ik kan die twee monsters niet verdragen. Ik vraag me af of Nany zich wat beter zal gedragen na het vertrek van haar collega. Ik heb zo mijn twijfels, maar in dat geval zal ik haar zonder plichtplegingen de laan uit sturen.  Ze is voor huishoudster niet eens goed genoeg opgeleid, het is met haar bij de beesten af. Maar de ander is, ondanks haar aardige gezicht, nog minder dan een beest. Omdat Nieuw Jaar er aan komt, denk ik, dat vijf florijnen voor Nany wel genoeg is. Ik heb nog niet de kosten betaald voor het herstellen van haar jakje vanwege haar wangedrag ten opzichte van u. De ander verdient zeker geen Nieuw Jaars gift. Bovendien heeft ze negen florijnen van mij, en wanneer ze vertrekt verwacht ik niet meer dan vier of vijf florijnen terug te krijgen. Ik wilde graag over dit alles uw mening weten. Ik wens u oprecht het allerbeste. Ik heb zoveel aan u te danken dat ik me vaak echt beschaamd voel.  Vaarwel. Ik vertrouw erop dat ik altijd uw vriendschap mag behouden.

Uw vriend,

L. van Beethoven

***

Aan Frau Von Streicher

De belangstelling die u me laat blijken, stel ik zeer op prijs.  Ik voel me vandaag heel wat beter, hoewel ik weer heel veel te stellen heb met Nany. Ik gooide een half dozijn boeken naar haar hoofd bij wijze van Nieuw Jaarsgift.  We hebben de bladeren afgeplukt (door Baberl te ontslaan) en de takken afgeknipt, maar we moeten nog de wortels verwijderen zodat er niets meer over is dan de grond zelf.

****

Aan Frau Von Streicher

Nany is niet bepaald eerlijk en een oerstom beest op de koop toe. Zulke types moeten niet door liefde maar door vrees worden aangestuurd.  Dat zie ik nu duidelijk in. Haar huishoudboekje alleen kan u niet alles duidelijk  laten zien. Je moet eigenlijk onverwacht binnenvallen op etenstijd, als een wraakengel,   om met eigen ogen te zien hoe het hier werkelijk eraan toe gaat.  Ik eet tegenwoordig bijna nooit thuis tenzij ik een vriend als gast heb, want ik wil niet evenveel voor één persoon betalen als  zou dienen voor vier. Ik heb binnenkort mijn dierbare zoon Carl bij me en daarom is zuinigheid geboden.  Ik kan me er niet toe brengen naar u toe te gaan. Ik weet dat u me dit zult vergeven. Ik ben een erg gevoelig mens en niet aan dergelijke dingen gewend. Daarom moet ik mezelf er liever niet aan blootstellen.  Bovenop twee kreutzer voor brood krijgt Nany elke morgen een witbrood.  Is dat eigenlijk wel gewoon? Met de kok is het hetzelfde.  Een dagelijks brood voor ontbijt komt neer op achttien florijnen per jaar. Vaarwel en werk goed voor me. Mademoiselle Nany is enorm in haar voordeel veranderd sinds ik dat half dozijn boeken naar haar hoofd slingerde. Misschien kwamen ze toevallig in botsing met haar stomme brein of haar slechte  hart. Hoe dan ook, ze speelt nu de rol van een boetvaardige zwendelaar!

In haast,

 

Uw

 

Beethoven

***

 

Aan Frau Von Streicher

Gisteren nam Nany mij op de vulgaire manier die bij mensen van haar lage status gebruikelijk is, te grazen omdat ik bij u over haar had geklaagd. Ze wist kennelijk dat ik u erover geschreven had. Gisterenmorgen begonnen haar duivelse praktijken weer, maar daar maakte ik korte metten mee door de zware armstoel naast mijn bed naar haar hoofd te slingeren. Dat zorgde voor vrede de rest van de dag.  Ze wreken zich altijd op me wanneer ik aan u schrijf of wanneer ze er achter komen dat we contact hebben gehad. Ik ben de hemel dankbaar, dat ik overal mensen aantref die belangstelling voor me hebben. Een van de meest vooraanstaande professoren van de universiteit hier  heeft op de meest sympathieke wijze alles op zich genomen wat Carls opvoeding betreft. Wanneer u toevallig een van de Giannatasio’s  bij Czerny thuis tegenkomt, moet u maar liever niets weten van wat er met Carl aan de hand is, en zeggen dat het tegen mijn gewoonte ingaat om mijn plannen uiteen te zetten omdat een project niet langer exclusief je eigendom is, wanneer het aan anderen is overgebriefd. Ze zouden graag tussenbeide willen komen in deze zaak en ik kies er dus niet voor,  dat deze gewone types dat doen ter wille van mij en Carl.  Boven hun portiek staat in gouden letters geschreven : Instituut voor Educatie, waar beter had kunnen staan Instituut voor Non-Educatie. Wat de bedienden betreft, er is maar één term voor hun immoraliteit waaraan al de andere ergernissen hier kunnen worden toegeschreven.

Ontvang mijn zegen in plaats van die van de Klosterneuburgers.

In haast,

Uw Beethoven

***

Aan Frau Von Streicher

Vandaag werd een oordeel uitgesproken over die notoire crimineel! Ze onderging het in dezelfde geest als waarin Caesar Brutus’ dolk onderging, behalve dat in dat geval de waarheid de basis vormde, en in dat van haar pure slechtheid. De keukenmeid lijkt nog handzamer dan de voormalige stuurloze schoonheid. Ze laat zichzelf niet langer  zien, een teken, dat ze in mij geen goed karakter ziet, hoewel ik er even over dacht haar daar toch een blijk van te gunnen.  De keukenmeid  trok een lelijk gezicht bij  het dragen van hout etc.

***

Aan aartshertog Rudolph

31 december 1816

Ik ben weer verplicht op mijn kamer te blijven sinds het burgerconcert (in de Redoutenzaal op 25 december waar Beethoven zelf zijn zevende symfonie dirigeerde)  en er moet ongetwijfeld nog heel wat tijd voorbij gaan voordat ik alle voorzorgsmaatregelen betreffende mijn gezondheid  kan staken. Het jaar loopt zo’n beetje ten einde en ik wilde Uwe Hoogheid dan ook hartelijk een gezond nieuwjaar toe wensen. Het gaat me daarbij niet om een oud of een nieuw jaar : elke dag koester ik voor Uwe Hoogheid dezelfde gevoelens. Misschien mag ik nog een wens mijnerzijds toevoegen : moge ik dagelijks de welwillendheid van Uwe Hoogheid tot mijn voorspoed ervaren. De meester zal altijd zijn best doen de gunst van zijn roemrijke meester en leerling te verdienen.

***

Aan G. del Rio

Wat zijn  moeder betreft, ze vroeg me dringend Carl te mogen zien in mijn huis.  U heeft vaak gezien dat ik ertoe verleid werd meer vertrouwen in haar te stellen. Mijn eigen gevoel zou er nog toe leiden dat ik ervoor zou waken mij tegenover haar hardvochtig te tonen, ook omdat het niet in haar macht ligt Carl kwaad te doen. Maar u zult zich goed kunnen voorstellen dat voor  iemand  die  anders zo onafhankelijk van anderen  is,  de ergernissen waaraan ik ben blootgesteld nauwelijks te verdragen zijn, vooral met betrekking tot zijn moeder. Ik ben maar al te blij niets van haar te horen, wat er ook de oorzaak van is dat ik  het vermijd haar naam uit te spreken. Wat Carl betreft verzoek ik u hem met de strikste discipline te benaderen en wanneer hij u weigert te gehoorzamen of zijn plicht te doen, vertrouw ik erop dat u hem onmiddellijk straft.  Behandel hem alsof hij uw eigen kind was  eerder dan alleen maar een leerling, want ik heb u al eens verteld  dat hij toen zijn vader nog leefde alleen maar met slaag te corrigeren was, een systeem dat niet de schoonheidsprijs verdiende. Maar toch, zo liggen de feiten en dat moeten we niet vergeten. Wanneer u me niet veel ziet, verzoek ik u dit slechts toe te schrijven aan de geringe neiging die ik heb om gezelschap op te zoeken. Soms is die meer, soms ook minder aanwezig.  Misschien dacht u aan een verandering in mijn gevoelens, maar dat is niet zo. Alleen wat goed is leeft in mijn herinnering voort, niet wat pijnlijk is. Reken het slechts deze zware tijden aan, dat ik niet meer metterdaad mijn dankbaarheid aan u laat blijken. Mijn situatie kan ten goede veranderen wanneer ik mij haast u te laten zien hoezeer ik uw oprechte en dankbare vriend ben.

L. van Beethoven

Ik verzoek u deze brief aan Carl te laten lezen

***

Aan G. del Rio

Vandaag moet Carl vóór vier uur bij H.B. zijn. Ik verzoek u daarom zijn leraar te vragen hem vanaf half vier te laten gaan. Wanneer dit niet geregeld kan worden, moet hij niet naar school toe gaan.  In dat laatste geval kom ik zelf en neem hem mee. In het eerste zie ik hem in de gang van de universiteit. Om alle verwarring voor te zijn, vraag ik om een eenduidig antwoord. Omdat u er alom van wordt beschuldigd grote partijdigheid te tonen, neem ik Carl zelf mee. Mocht u me niet zien, schrijft u dat dan maar toe aan mijn verstrooidheid want ik begin me pas nu het volledige effect van dit vreselijke incident te realiseren.

In haast, uw

Beethoven

( het betreft hier waarschijnlijk een omzetting van het eerste decreet in het proces met Carls moeder, die om een gunstiger uitspraak te verkrijgen,  het Oostenrijkse Landrecht van een procedurefout betichtte omdat men het woordje ‘van’ in Beethovens naam, beschouwde als een teken van adel. Beethoven werd opgeroepen en wees daar op zijn hoofd en hart, terwijl hij zei : “Mijn adel ligt hier en hier”.  De zaak werd doorverwezen naar de ‘magistraat’)

 ***

Aan G. del Rio

De beweringen van deze verdorven vrouw hebben mij zo’n pijn gedaan, dat ik vandaag niet alles punt voor punt kan beantwoorden.  Morgen krijgt u de details. Maar laat haar onder geen voorwaarde bij Carl komen en houd vast aan de regel dat ze hem eenmaal per maand mag zien. Omdat ze deze maand al geweest is, kan ze pas de volgende maand weer komen.

In haast

Beethoven

***

Aan Hofrath Von Mosel,

1817

Geachte Heer,

Tot mijn genoegen hebben we hetzelfde standpunt ten aanzien van de uit barbaarse tijden stammende  termen die gebruikt worden bij  het aangeven van het goede tempo in de muziek. Wat kan bij voorbeeld onzinniger zijn dan de algemene term allegro dat slechts ‘levendig’ betekent. Hoe vaak interpreteren we het echte tempo onjuist, zodat het stuk zelf in tegenspraak is met de aanduiding. Met betrekking tot de  vier hoofdbewegingen geven we ze graag op, maar het is iets heel anders bij woorden die het karakter van de muziek aanduiden. Deze kunnen we niet zo maar opgeven, omdat het tempo onderdeel van het stuk uitmaakt, maar de woorden de geest aanduiden die eruit moet spreken. Ik voor mij heb al lange tijd voorgesteld al die inconsistente termen als allegro, andante, adagio en presto, op te geven. Maelzels metronoom maakt dat ook prima mogelijk. Hierbij verklaar ik, dat ik er in een van mijn nieuwe composities geen gebruik meer van zal maken. Een andere vraag is, of we op deze manier tot het noodzakelijke algemene gebruik van de metronoom zullen komen. Ik denk het bijna niet! Ongetwijfeld zullen we voor despoten worden uitgemaakt, maar als de zaak zelf er voordeel van heeft, zou dat beter zijn dan het verwijt van feodalisme te krijgen! In ons land, waar muziek een nationale  vereiste is en waar het gebruik van de metronoom voor elke dorpsschoolmeester verplicht moet worden gesteld, zou het beste plan voor Maelzel zijn om een bepaald aantal metronooms  via subscriptie te verkopen tegen de huidige hogere prijzen, en zodra het aantal verkochte exemplaren hem uit de kosten heeft geholpen, die metronooms te verkopen die voor de nationale behoefte noodzakelijk zijn en wel tegen zulke lage prijzen dat we vooraf al uit kunnen gaan van hun algemene gebruik en verspreiding. Natuurlijk moeten bepaalde mensen de leiding nemen in het bevorderen van een dergelijke onderneming.  U kunt ervan uitgaan dat ik zal doen wat in mijn vermogen ligt en ik hoor graag welke positie u mij  in deze zaak toekent.

Uw gehoorzaamste dienaar

L. van Beethoven

***

Aan S.A. Steiner, muziekuitgever,

Wenen

Hoogweledele, hoogst bewonderenswaardige  en allerhoogste luitenant –generaal!

We verzoeken u ons voor 24 gouden ducaten aan bankpapier te geven tegen de koers van gisteren  en die vanavond of morgen aan ons toe te sturen , zodat wij ze  dadelijk kunnen overmaken.  Het zou me een genoegen doen wanneer uw betrouwbare adjudant (Tobias Haslinger)  ze brengt, omdat ik hem iets speciaals te zeggen heb.  Hij moet als goed Christen al zijn ongenoegen vergeten. We erkennen zijn verdiensten en betwisten zijn wanprestaties niet. Kort en goed, we willen hem zien. Vanavond schikt het best.

We hebben de eer, meest verbazingwekkende luitenant-generaal , uw toegewijde

generalissimus te zijn.

***

Aan luitenant-generaal Von Steiner, privé

PUBLICANDUM

Na rijp beraad en volgens advies van onze Raad, hebben we besloten dat voortaan bij al onze composities die worden gepubliceerd met Duitse titels het woord Pianoforte moet worden vervangen door  het Duitse Hammer Clavier. Onze eerbiedwaardige Luitenant-Generaal, zijn Adjudant, en allen die er belang bij hebben, zijn gehouden deze opdracht uit te voeren:

In plaats van Pianoforte Hammer Clavier

Dat is onze wil en daarmee zijn  we tevreden

Gegeven op 23 januari 1817, door de generalissimus

Manu propria

***

Aan Steiner

Ik wilde mijn nieuwe sonate de volgende opdracht meegeven :

Sonate voor pianoforte of Hammer Clavier, gecomponeerd en opgedragen aan Barones Dorothea Ertmann- née Graumann, door Ludwig van Beethoven. Wanneer de titel al gegraveerd is, wil ik graag de twee volgende voorstellen doen, dat ik namelijk betaal voor één titel , ik bedoel, dat het op mijn kosten gebeurt, of gereserveerd wordt voor een  andere nieuwe sonate van mij voor welk doel de mijnen van de Luitenant-generaal ( of pleno titulo, Luitenant-Generaal en eerste Raadsheer van Staat) geopend moeten worden om het aan het licht te brengen. De titel moet van tevoren voorgelegd worden aan een goed linguist. Hammer Clavier is ongetwijfeld Duits, net als de constructie. Ere wie ere toekomt! Hoe kan het dan  dat ik tot nu toe niets heb gehoord over het uitvoeren van mijn orders, die echter hoe dan ook behandeld zijn?

Voor altijd je toegewijde


Amicus
ad Amicum
de Amico.

N.B. Ik verzoek je het diepste stilzwijgen te bewaren omtrent de opdracht omdat het een verrassing moet zijn!

 

Aan Zmeskall,

30 januari 1817

Beste Zemskall,

Je schijnt me toe me op één lijn te plaatsen met Schuppanzigh en dergelijke types. Ik denk dat je de simpele betekenis van mijn woorden verdraaid hebt. Jij bent niet mijn debiteur, maar ik ben de jouwe, en nu maak je me meer dan ooit zo. Ik kan niet onder woorden brengen hoeveel pijn je geschenk me heeft gebracht en ik kan alleen  maar recht voor zijn raap zeggen, dat  ik je geen vriendelijke blik meer waardig keur. Hoewel je je beperkt tot de muziekpraktijk, neem je vaak je toevlucht tot de verbeelding en het lijkt me, dat dit niet zelden leidt tot onwelkome grillen van jouw kant. Dat was de indruk van jouw brief op mij na mijn opdracht.  Hoewel ik je nog steeds sympatiek gezind ben en veel waardering heb voor al je goedheid, toch voel ik me geprovoceerd, erg geprovoceerd, heel erg geprovoceerd!

Je nieuwe debiteur, die echter wraak probeert te nemen

L. van Beethoven

***

Aan Steiner & Co

We vragen u  vriendelijk ons twee exemplaren van de partituur van de symfonie in A te sturen. Ook willen we graag weten wanneer we een exemplaar van de sonate voor barones Von Ertmann kunnen verwachten, omdat ze waarschijnlijk overmorgen van hier vertrekt. Nummer 3, ik bedoel de ingesloten notitie,  is afkomstig van een muzikale vriend in Silezië, niet bepaald een rijk iemand, voor wie ik vaak mijn partituren heb laten uitschrijven. Hij wil deze werken van Mozart in zijn bibliotheek hebben. Omdat mijn bediende bij de gratie Gods het geluk heeft een van de grootste stomkoppen op deze wereld te zijn, wat heel wat wil zeggen, kan ik hem voor dit doel niet gebruiken.  Wees dus zo vriendelijk contact op te nemen met de heer ….(want de generalissimus kan geen zaken doen met een ordinaire koopman)  en vraag van hem de prijs van elk werk te noteren en stuur me die gegevens toe samen met de twee exemplaren van de symfonie in A en ook een antwoord op mijn opmerking over Ertmann, en wel zo snel als je kunt (presto, prestissimo!). Nota bene, de finale is bedoeld als mars in alla breve! Ik reken op stipte uitvoering van deze orders zodat geen obstakel mijn herstel verstoort.

L. van Beethoven,

De beste generalissimus voor de goeden, maar de duivel in eigen persoon voor de kwaden!

***

Aan Steiner

De Luitenant-Generaal wordt verzocht zijn Diabolus te sturen , zodat ik hem zelf mijn opinie kan geven over de ‘Slag’ die op de meest abominabele manier gedrukt is. Er moet veel aan veranderd worden.

De G…………s

***

Aan Tobias Haslinger

Mijn beste adjudant,

Beste van alle kleine baasjes!

Probeer voor mij  informatie over dat huis te krijgen. Ik zou heel graag in het bezit willen komen van de Verhandeling over Opvoeding. Het is nogal van belang voor me om in staat te zijn mijn eigen opinie over dit onderwerp te vergelijken met die van anderen en die daarmee te kunnen verbeteren.  Wat onze jeugdige adjudant betreft, ik denk, dat ik spoedig het goede systeem voor zijn educatie te pakken krijg.

Je

Contra fa

Manu propria

***

Aan de hoogeboren heer Haslinger, erelid van de Hofdijk  en het Pater Nostersteegje.

Beste van alle drukkers en graveurs,

Wees aardiger dan aardig en hoest  honderd afdrukken van bijgaand origineel  op. Ik zal je drie- en viervoudig betalen. Vaarwel!

Je

Beethoven

***

Aan barones Dorothea von Ertmann,

23 februari 1817

Mijn lieve en hooggeachte Dorothea Cecilia,

Je hebt me ongetwijfeld vanwege mijn schijnbaar stuitende manier van doen verkeerd ingeschat.  Veel hiervan komt voort uit omstandigheden, vooral die van vroeger dagen, toen men mijn aard minder goed begreep dan tegenwoordig. Je kent wel de uitingsvormen van die zelfbenoemde apostelen die hun belangen behartigen op een manier die volkomen verschilt van die van het ware evangelie. Ik wilde niet onder hen gerekend worden. Ontvang nu wat al lange tijd voor je bedoeld is (de pianosonate opus 101)  en moge het dienen als blijk van  mijn bewondering voor je artistieke talent en voor jezelf! Dat ik je onlangs  niet gehoord heb bij Czerny thuis, had te maken met mijn gezondheid die de laatste tijd trouwens weer wat beter wordt. Ik hoop spoedig te horen hoe het je vergaat in St. Polten [waar het regiment van haar echtgenoot toen gelegerd was] en of je nog wel eens denkt aan je bewonderaar en vriend,

L. van Beethoven

De hartelijkste groeten aan je voortreffelijke echtgenoot.

*** 

Aan Zmeskall,

Beste Zmeskall,

Hierbij introduceer ik je degene die je deze brief overhandigt, de jonge (Carl Maria) Bocklet, die heel knap viool speelt. Als je hem door je kennissen van dienst kunt zijn, doe dan je best voor hem, vooral ook omdat hij me vanuit Praag van harte aanbevolen is.

Je ware vriend,

Beethoven

***

Aan Steiner & Co

De Luitenant-Generaal wordt hierbij verzocht alle mogelijke hulp te geven aan de jonge kunstenaar Bocklet uit Praag. Hij overhandigt je deze brief en is een virtuoos op de viool. We hopen dat ons commando wordt opgevolgd, zeker omdat we met de meeste hoogachting tekenen met

Je Generalissimus

***

Aan G. del Rio

Pas gisteren kon ik met aandacht bij me thuis uw brief  lezen. Ik ben bereid op elk moment Carl aan u toe te vertrouwen, hoewel ik denk dat het het beste is, dat pas na het examen op maandag te doen. Ik stuur hem eerder indien u dat wilt.  In elk geval zou het aan te raden zijn hem naderhand van hier te laten verhuizen en hem naar Mölk te sturen of een andere plaats waar hij niets meer van zijn afschuwelijke moeder hoort. Wanneer hij onder vreemden is zal hij minder steun ondervinden en constateren dat hij alleen door zijn eigen verdiensten de liefde en het respect van anderen kan verdienen.

In haast,

Uw Beethoven

***

Aan G. del Rio

Beste vriend,

Ik verzoek u om te informeren of er bij u in de buurt logies beschikbaar is voor Michaelmis. Ik heb een paar kamers nodig. Doet u dit vandaag of morgen voor me.

Uw vriend,

Beethoven

N.B.  hoewel ik graag van uw vriendelijke aanbod gebruik zou maken in uw tuinhuis te vertoeven, maken verschillende omstandigheden dit toch onmogelijk. Hartelijke groeten aan u en uw gezin.

***

Aan G. del Rio

Huis van Giannatasio!

Het boek over de piano is een algemeen boek, een soort van compendium. Daarnaast  ben ik heel blij met de Zwitser (waarschijnlijk de jonge musicus Weber), maar de ‘Guaden’ is niet meer in de mode.

In haast, de toegewijde dienaar en vriend van de Giannatasio familie.

Beethoven

***

Aan G. del Rio

Mijn beste vriend,

Hierbij ontvangt u via Carl het aan u verschuldigde volgende kwartaal. Ik vraag u meer aandacht te besteden aan zijn gevoelens en vriendelijke imborst, want dat laatste in het bijzonder is de basis van alles wat goed is.  Het maakt niet uit hoezeer men iemands vriendelijkheid bespottelijk maakt, want onze grootste schrijvers  zoals Goethe en anderen, beschouwen het als een bewonderenswaardige eigenschap. Sterker nog, velen houden staande, dat niemand zich zonder die eigenschap kan onderscheiden noch blijk kan geven van een serieus karakter. Mijn tijd is te beperkt om er nog iets aan toe te voegen, maar we kunnen mondeling bepraten hoe Carl in mijn visie op dit punt zou moeten worden opgevoed.

Uw vriend en dienaar

L. van Beethoven

Alser Vorstadt—Bij de Appel , 2e etage
No. 12, Leiberz, kleermaker

***

Aan G. del Rio

Dit is in elk geval de eerste keer dat ik aan een aangename taak moet denken. Drukke bezigheden in verband met mijn kunst en ook nog andere oorzaken hebben me de rekening helemaal doen vergeten, maar dit zal niet nog eens gebeuren. Ik heb al met mijn bediende afgesproken dat hij Carl s’avonds  thuisbrengt. Ondertussen wil ik u bedanken, dat u gisteren zo vriendelijk bent geweest uw bediende  Carl te laten ophalen. Ik wist daar niets van, anders had Carl bij Czerny thuis moeten blijven.  Carls laarzen zijn te klein en daar heeft hij al meermalen over geklaagd. Ze zijn eigenlijk zo slecht geworden dat hij nauwelijks kan lopen en het zal enige tijd duren dat ze voor hem weer passend kunnen worden gemaakt. Dit soort zaken ruïneert de voeten en daarom vraag ik u hem ze niet weer te laten dragen totdat ze groter gemaakt zijn.

Wat betreft zijn pianostudies vraag ik u daar strikt aan vast te houden, anders is zijn muziekleraar van geen enkel nut.  Gisteren kon Carl de hele dag niet spelen. Herhaaldelijk had ik hem zijn lesstof willen horen spelen, maar het is er nog altijd niet van gekomen.

 

"La musica merita d'esser studiata."

Bovendien is het aantal uren dat nu voor zijn lessen wordt uitgetrokken, beslist onvoldoende. Daarom dring ik er bij u op aan dat u zich strikt aan het afgesproken aantal houdt.  Het is volstrekt niet ongebruikelijk dat er op een instituut aan een dergelijke zaak ruime aandacht wordt besteed. Een goede vriend van mij heeft ook een jongen op school die muziekleraar wordt en daar alle faciliteiten krijgt om te kunnen studeren.  Die jongen zit daar in een afgelegen kamer rustig te studeren zonder anderen te storen of zelf gestoord te worden.  Ik verzoek u mij toe te staan Carl morgen rond half tien te komen halen,  omdat ik wil nagaan wat voor vorderingen hij heeft gemaakt en hem mee te nemen naar enkele musici.

Met alle mogelijke hoogachting,

Uw vriend

L. van Beethoven

***

Aan Czerny

Beste Czerny,

 Ik verzoek je Carl met zoveel mogelijk geduld te benaderen. Ook al maakt hij nog niet de door ons beiden gewenste vorderingen, ik ben bang dat hij straks nog minder presteert, omdat hij oververmoeid geraakt is door de onevenwichtige verdeling van zijn lessen (ik wil overigens niet dat hij dit weet). Helaas is dit niet gemakkelijk te veranderen. Daarom vraag ik je, hoe gedisciplineerd je ook  bent, voor hem in alle mogelijke opzichten toegevend te zijn. Ik ben er zeker van, dat dit onder deze ongunstige omstandigheden een beter effect op Carl zal hebben.

Wanneer hij zich  uiteindelijk de juiste manier van vingerzetting heeft eigen gemaakt en goed in de maat speelt en de noten redelijk correct laat horen, pas dan moet je zijn aandacht vestigen om de manier van uitvoeren. Wanneer hij voldoende vorderingen heeft gemaakt, moet je hem niet vanwege kleine misslagen in zijn spel onderbreken, maar er pas aan het eind van het stuk op wijzen. Hoewel ik zelf maar weinig les heb gegeven heb ik altijd dit systeem gevolgd, dat iemand in korte tijd tot een echte musicus maakt. Dat is toch  de bedoeling,  zonder frustraties op te leveren voor leraar en leerling.Ik hoop dat je deze suggesties even welwillend benadert als ze je door mij gegeven zijn. In elk geval ben en blijf ik in hoge mate je debiteur.  Moge mijn openhartigheid dienen als ondersteuning van mijn wens om ooit mijn  schuld te voldoen!

Je trouwe vriend,

Beethoven

***

Aan Czerny

Beste Czerny,

Ik vraag je over dat speciale onderwerp niet bij Giannatasio thuis te spreken. Hij heeft  op de dag dat je zo goed was contact met me op te nemen, bij me gegeten. Dat was op zijn eigen verzoek.Wanneer we elkaar zien, vertel ik je wel de reden. Ik hoop mijn dankbaarheid voor je geduld met mijn neef te kunnen laten blijken om te voorkomen dat ik altijd je debiteur zal blijven.

In haast,

Beethoven

***

Aan Czerny

Beste Czerny,

Kun je op een of andere manier de man die ik nu naar je toestuur (een pianobouwer en stemmer uit Baden) van dienst zijn door zijn instrumenten te helpen verkopen? Ze zijn klein van omvang, maar zeer solide gemaakt.

In haast

Beethoven

***

Aan Zmeskall

Woensdag 3 juli 1817

Beste Zmeskall,

Ik ben van gedachten veranderd. Het zou voor Carls moeder erg pijnlijk zijn haar kind in het huis van een vreemde te zien. Dat is volgens mij te cru. Daarom sta ik haar toe  morgen naar mijn huis te komen. Een zekere begeleider uit Puthon, Bihler genaamd, is er ook bij.  Ik zou het heel fijn vinden wanneer je rond zes uur bij me kunt zijn, maar niet later. Ik vraag je dringend te komen omdat ik het Hof heel graag wil laten zien dat je aanwezig bent, want er is geen twijfel aan dat een Hofsecretaris meer in aanzien staat dan iemand zonder officiële status , wat dan ook zijn morele karakter moge zijn! En nu in alle ernst : nog afgezien voor mijn  genegenheid voor jou, zal het me enorm helpen als je komt. Ik reken dan ook vast op je. Ik hoop, dat je mijn badinage niet verkeerd opvat.

Met oprechte hoogachting.

Je vriend

Beethoven

***

Aan G. de Rio

Uw vriend heeft u ongetwijfeld al verteld over mijn plan om Carl morgenochtend vroeg af te halen. Ik wil graag zijn moeder voor haar naaste omgeving  in een geloofwaardiger positie brengen. Daarom heb ik ermee ingestemd haar zoon te zien in aanwezigheid van een derde persoon. Dat gaat voortaan één keer per maand gebeuren. Ik vraag u nooit meer een toespeling te maken op alles wat tot het verleden behoort, maar alles te vergeten, zoals ook ik doe.

***

Aan Frau von Streicher

Ik ben druk mijn paperassen aan het ordenen. Voor zo’n onderneming is enorm veel geduld nodig, maar nu we eenmaal begonnen zijn, moeten we ook doorzetten, anders komt er nooit een eind aan.  Mijn  papieren, zowel de muzikale  als de onmuzikale, zijn bijna op orde, eindelijk! Het leek wel een van de zeven werken van Hercules!

***

Aan Frau von Streicher

Je ziet wat bedienden voor types zijn! Er vandoor gaan en de sleutel meenemen! Dat is tegenwoordig de zorg voor het huishouden op je nemen! Zo lang ik ziek ben, zou ik graag anders willen omgaan met de mensen om me heen. Omdat ik erg gesteld ben op alleen-zijn, vind ik het nu pijnlijk te constateren dat ik nauwelijks mezelf kan zijn  wanneer ik gebruik maak van baden en medicijnen. Daar komt dan nog het afschuwelijke vooruitzicht bij, dat ik misschien nooit meer beter word. Ik heb geen vertrouwen in mijn huidige arts die met zoveel woorden mijn ziekte een longziekte noemt. Ik denk er sterk over een huisbewaarder te nemen. Wanneer ik in dit corrupte Oostenrijk een eerlijk iemand kon vinden, zou het gauw geregeld zijn. Maar…maar…(Hij wil graag een piano huren en vooruit willen betalen. De toon moet zo luid als mogelijk zijn om zijn gebrekkig gehoor te compenseren). Misschien weet je het niet, maar hoewel ik niet altijd jouw piano’s heb gebruikt, heb ik toch vanaf 1809 de voorkeur aan jouw instrumenten gegeven.

Het valt me bijzonder zwaar een last voor anderen te zijn, omdat ik er aan gewend ben eerder anderen te helpen dan door anderen geholpen te worden.

***

Aan Frau von Streicher

Ik kan alleen maar zeggen, dat ik me beter voel. Afgelopen nacht moest ik veel aan de dood denken, maar die gedachten heb ik overdag ook.

***

Aan F. Ries, Londen

Wenen, 9 juli, 1817

Mijn beste vriend,

De voorstellen die je doet in je gewaardeerde brief van 9 juni, zijn voor mij heel vleiend en uit mijn antwoord zal blijken, hoeveel waarde ik er aan hecht. Wanneer ik niet gebukt ging onder nare kwalen die aandacht en kosten met zich brengen, met name tijdens een reis naar een vreemd land, zou ik onvoorwaardelijk het aanbod van de Philharmonische Sociëteit  aannemen. Maar verplaats je eens in mijn situatie en ervaar dan met hoeveel meer obstakels ik te maken heb dan menig ander kunstenaar,  en spreek dan een oordeel uit of mijn voorwaarden (die ik hierbij insluit) onredelijk zijn. Ik vraag je die te overhandigen aan de directeuren van bovengenoemde Sociëteit, namelijk

1.  Begin januari ben ik in Londen

2.  Tegen die tijd zijn de twee nieuwe grote symfonieën klaar. Ze worden het exclusieve eigendom van de Sociëteit.

3.  De Sociëteit geeft me daarvoor 300 guineas en daarbij nog 100 voor mijn reiskosten die nog zullen oplopen, omdat ik een begeleider meeneem.

4.  Omdat ik nu begin met componeren verwacht ik dat zij (zodra ze mijn instemming hebben ontvangen) mij hier de som van 150 guineas doen toekomen, zodat ik voor een reiswagen kan zorgen en dadelijk  andere voorbereidingen voor de reis kan treffen.

5.  Ik accepteer tevens de volgende  voorwaarden : ik zal niet een ander orkest dirigeren en ondanks gelijkwaardige   aanbiedingen van andere zijde , altijd de voorkeur geven aan de Sociëteit. Ik zou me hier al toe verplicht voelen door mijn eigen eergevoel.

6.  Ik verwacht de hulp van de Sociëteit bij het organiseren van één of meer benefietconcerten ten behoeve van mijzelf. De sympatie van enkele van de directeuren in uw respectabel college, en de welwillende ontvangst van mijn composities door alle kunstenaars, zijn  voor mij een voldoende garantie op dit punt en vormen een stimulans  om volledig te voldoen aan hun verwachtingen.

7.  Ik verzoek u mij de bevestiging van deze voorwaarden te doen toekomen, ondertekend door  drie directeuren in naam van de Sociëteit. U kunt zich gemakkelijk voorstellen hoe verheugd ik ben spoedig te kunnen kennis maken met de eerbiedwaardige Sir George Smart en om u en de heer Neate weer te zien. Ik zou zelf naar u toe willen vliegen in plaats van deze brief!

Je beste vriend

Ludwig van Beethoven

P.S. Op een apart vel papier!

Beste Ries,

Mijn hartelijke groeten! Ik heb met opzet een ander handschrift gebruikt in mijn antwoord aan  de Sociëteit, zodat je het zelf gemakkelijker kunt lezen en het aan hen kunt overhandigen. Ik heb het volste vertrouwen in je welwillendheid tegenover mij. Ik hoop, dat de Philharmonische Sociëteit mijn voorstellen zal aanvaarden en er verzekerd van zal zijn dat ik al mijn energie zal gebruiken om ten volle te voldoen aan de vleiende opdracht van een sociëteit van zulke eminente kunstenaars. Wat is de omvang van uw orkest? Hoeveel violen etc. zijn er? Heeft u één of twee groepen blaasinstrumenten? Is de concertzaal groot en heeft ze een goede akoestiek?

***

Aan Zmeskall

Nussdorf, 23 juli, 1817

Beste Zmeskall,

Binnenkort zie ik je weer in de stad. Weet jij, wat het kost om een paar laarzen een nieuwe voorkant te geven? Ik moet mijn bediende, die altijd hier van huis weg is,  daar geld voor geven. Het maakt me werkelijk wanhopig, dat ik er door mijn slechte gehoor  toe veroordeeld ben het grootste deel van mijn leven met dit soort vreselijke types om te moeten gaan en er in zekere mate  afhankelijk van te zijn.  Morgenochtend vroeg komt mijn bediende bij je langs en brengt me daarna een verzegeld antwoord terug.

***

Aan Zmeskall

12 augustus, 1817

Beste Zmeskall,

Tot mijn verdriet hoorde ik dat je gezondheid te wensen overlaat. Wat mijzelf betreft, ik ben vaak zo wanhopig, dat ik bijna zou proberen een eind aan mijn leven te maken, want aan al deze bahandelingen komt maar geen eind.  Moge God medelijden met me hebben, want ik zie mezelf als vrijwel verloren. Ik heb je heel wat te vertellen. Deze bediende is een dief, ik ben daar zeker van, hij moet ontslagen worden. Mijn gezondheid maakt het noodzakelijk op mijn gemak te kunnen wonen en meer comfort te hebben. Ik ben benieuwd  naar jouw mening op dit punt. Wanneer mijn situatie niet verandert, ben ik straks niet in Londen, maar lig ik in mijn graf.  Ik dank God dat mijn levensdraad bijna aan haar einde zal zijn.

In haast

Je Beethoven

*** 

Aan G. del Rio

19 augustus 1817

Jammer genoeg kreeg ik uw brief gisteren te laat, want ze was hier al. Anders zou ik haar de deur hebben gewezen, haar verdiende loon! Ik ben mejuffrouw N. oprecht dankbaar voor de moeite die ze nam om al de kletspraatjes van dat mens op te schrijven. Hoewel ik niets heb met roddel en achterklap, is  dit toch belangrijk voor ons. Ik zal haar schrijven en haar brief aan mij aan de heer A.S. Het kan zijn, dat ik over het recente voorval en uw ongebruikelijke optreden in haar aanwezigheid enkele woorden heb laten vallen, maar ik kan me totaal niet herinneren, dat ik haar ooit over u heb geschreven. Het was alleen maar een poging van haar om u tegen mij uit te spelen, en zo meer invloed op u uit te oefenen en meer van u te kunnen krijgen, op dezelfde manier als waarop ze vroeger allerlei zaken over briefde die u over mij had gezegd. Maar ik schonk er geen aandacht aan. Bij het laatste incident wilde ik nagaan of haar gedrag niet zou kunnen worden verbeterd door een geduldiger en verzoenender aanpak van mijn kant. Ik vertelde de heer A.S. van mijn bedoeling, maar er kwam niets van terecht. Zondag besloot ik weer mijn vroegere noodzakelijke strengheid  aan te wenden  omdat ze  Carl, zodra ze hem zag, met haar blik wat van haar vergif wilde inspuiten. Kortom, we moeten ons laten leiden door de dierenriem en haar Carl maar twaalf keer per jaar laten zien en haar dan zo te barricaderen  dat ze nog geen naald naar binnen kan smokkelen.  Het maakt niet uit of Carl dan bij mij is of bij jou of in aanwezigheid van een derde persoon. Ik dacht werkelijk dat ik door haar wensen volledig te vervullen,  haar ertoe kon brengen haar gedrag te verbeteren en oog te hebben voor mijn onbaatzuchtigheid.

Misschien zie ik u morgen. Mevrouw S. kan de schoenen  en sokken en alles wat Carl nodig heeft, bestellen en ik zal haar daar dadelijk voor betalen. Ook u verzoek ik altijd alles wat Carl nodig heeft te bestellen en te kopen, zonder daarover met mij te overleggen. U kunt me de kosten noemen en ik zal die onmiddellijk vergoeden, zonder tot het einde van het kwartaal te wachten. Ik zal er voor zorgen,  dat Carl vóór het komende examen een nieuwe jas heeft.  Nog één ding. Zijn moeder laat het voorkomen alsof ze informatie krijgt van iemand in uw huis. Wanneer u niet met Czerny kunt afspreken om Carl thuis te brengen, dan moet hij helemaal niet gaan. "trau, schau, wem!" (schenk vertrouwen, maar kijk eerst, aan wie) . De enige indruk die zijn moeder op Carl moet maken heb ik al met hem besproken.  Hij moet haar als zijn moeder respecteren, maar in geen enkel opzicht haar voorbeeld volgen. Daar moet hij ernstig voor gewaarschuwd worden.

Hoogachtend,

L. van Beethoven

***

11 september 1817

Beste Zmeskall

Gisteren kwam het antwoord uit Londen aan, maar in het Engels. Ken jij iemand die het stuk letterlijk voor ons zou kunnen vertalen?

In haast,

Beethoven

***

Aan Zmeskall

20 oktober 1817

Beste Zmeskall,

De duivel zelf kan je Famulus er niet toebrengen  de wijn weg te nemen.  Mijn excuses voor mijn gedrag gisteren. Ik was van plan je deze middag nog om vergiffenis te vragen. In mijn huidige toestand vraag ik iedereen om wat toegevendheid want ik ben een arm ongelukkig schepsel!

In haast,

Voor altijd je

Beethoven

***

Aan Zmeskall

Beste Zmeskall,

Ik zie af van de reis. Ik wil me ten minste op dit punt niet vastleggen. De zaak moet nader worden bekeken. Ondertussen is de compositie al verstuurd naar de Prins Regent. Als ze me nodig hebben, kunnen ze me krijgen en ik heb nog steeds de vrijheid om ja te zeggen! Of nee!  Vrijheid!!! Wat wil je nog meer?

***

Aan Zmeskall

Beste Zmeskall,

Wees niet boos vanwege mijn briefje.  Ben je je niet bewust van mijn situatie die lijkt op die van Hercules met koningin Omphale?  Ik vroeg je een vergrootglas voor me te kopen zoals dat van jou. Ik geef het nu terug, maar als je het niet nodig hebt, zou ik graag willen dat je me dat van jou vandaag nog terug stuurt, want het mijne is gebroken. Vaarwel, en schrijf niet in zulke hemelbestormende termen over mij, want ik heb de kracht en de zwakte van de menselijke natuur nog nooit zo intens gevoeld als nu.

Blijf me waarderen.

Beethoven

***

Aan Frau von Streicher

Herfst, 1817

Ik heb een gesprek gehad met uw echtgenoot, wiens sympatie mij plezier èn verdriet doet, want Streicher maakte bijna een einde aan mijn  berustende houding . God alleen weet het gevolg. Maar omdat ik altijd mijn medemensen geholpen heb wanneer dat in mijn vermogen lag,  zo reken ik ook op zijn welwillendheid tegenover mij. Geef uw dochter een zorgvuldige opvoeding, zodat ze een goede  vrouw wordt. Vandaag is het zondag, dus ik lees u een stukje uit de bijbel : Heb elkander lief. Ik sluit af met de hartelijke groeten aan je lieve dochters en met de wens dat al uw wonden geheeld mogen worden.

Wanneer u de oude ruïnes bezoekt (Frau Streicher was in Baden) vergeet dan niet, dat Beethoven daar vaak heeft vertoefd. Wanneer u door de stille pijnboomwouden dwaalt, vergeet dan niet dat Beethoven daar poëzie schreef, of zoals men het noemt, componeerde.

Aan Frau von Streicher

Hoeveel ben ik u verschuldigd, mijn liefste vriendin, en wat ben ik een armzalig schepsel dat ik geen middelen heb om u terug te betalen. Ik ben Streicher erg dankbaar voor alle moeite die hij voor me heeft gedaan [betreffende een huis in de Gärtner Strasse] en ik wil hem verzoeken met zijn naspeuringen verder te gaan.  Inderdaad, hoeveel ben ik u verschuldigd! God zal me, naar ik hoop, op een dag in staat stellen om uw weldaden stuk voor stuk terug te betalen. Dat dit op dit ogenblik onmogelijk is, doet me nog het meeste verdriet.

***

Aan Frau von Streicher

 

Aan mevrouw Von Stein vraag ik dat ze niet zal toelaten dat de heer Von Steiner in steen verandert en dat hij mij nog steeds van dienst kan zijn. Frau von Stein moet ook niet teveel van steen zijn in haar relatie met de heer Von Steiner.

Waar zijn de dekbedden?

***

Aan Frau Von Streicher

Het is nu zonneklaar dat , wanneer u de zaken niet met alle sympatie voor mij regelt,  ik met al mijn kwalen door toedoen van dit soort lieden  hetzelfde lot als gebruikelijk moet verwachten . Hun ondankbaarheid ten opzichte van u is wat hen beiden in mijn ogen nog het meest negatief  doet overkomen.  Maar ik begrijp uw toespeling over roddel niet. Slechts bij één gelegenheid kan ik me herinneren mijzelf voor een moment te hebben vergeten, maar met heel andere mensen erbij.  Dit is alles wat ik hierover kan zeggen. Ik voor mij luister nooit naar geklets van mensen van  de lagere standen . Ik heb u vaak opmerkingen hierover gemaakt, zonder dat ik u een woord heb verteld van wat ik gehoord had. Weg! Weg! Weg! met dat soort zaken!

***

Aan aartshertog Rudolph

Nussdorf, 1 september 1817.

Ik hoop u in Baden gezelschap te kunnen houden.  Maar ik voel me nog altijd zwak. Hoewel ik in bepaalde opzichten ben opgeknapt,  is mijn ziekte zeker niet helemaal genezen. Ik neem net als eerst nog altijd mijn toevlucht tot geneesmiddelen van allerlei soort en vorm, maar moet ondertussen wel de langgekoesterde verwachting opgeven op een volledig herstel.

Ik hoor dat Uwe Hoogheid er heel goed uit ziet en hoewel daaruit veel foute conclusies kunnen worden getrokken , vertelt iedereen me dat Uwe Hoogheid zich veel beter voelt en dat is voor mij heel belangrijk.  Ik vertrouw erop dat ik, wanneer Uwe Hoogheid weer in de stad komt, u kan bijstaan in deze aan de Muzen gewijde stukken. Ik stel mijn vertrouwen in  de Voorzienigheid die mijn gebed zal verhoren en mij op een dag van al mijn verdriet zal bevrijden, want ik heb Hem vanaf mijn prilste jeugd trouw gediend en overal heb ik voor zover  ik kon goed gehandeld. Ik vertrouw Hem alleen en ik voel dat de Almachtige niet zal toestaan dat ik door de massa van mijn problemen zal worden verpletterd. Ik wens Uwe Hoogheid alle mogelijke goeds en wacht op hetogenblik dat u in de stad terug bent.

***

 

Aan G. de Rio

Wenen, 12 november 1817

Mijn veranderde situatie leidt ertoe dat ik niet in staat zal zijn Carl na dit kwartaal onder uw hoede te laten. Daarom zeg  ik nu, conform de bepalingen, een kwartaal tevoren, onze overeenkomst op.  Ik geef het met pijn in mijn hart toe : mijn verslechterde omstandigheden laten me geen keus.  Was dat anders geweest, dan zou ik u als klein blijk van mijn dankbaarheid een extra kwartaalbetaling hebben doen toekomen bij het vertrek van Carl. Ik hoop, dat u zult geloven dat dit mijn oprechte wensen zijn wat dit betreft.  Indien ik anderzijds Carl bij u laat voor het komende kwartaal, beginnend in Februari, dan zal ik u daarvan begin januari 1818 in kennis stellen. Ik hoop maar, dat u me deze gunst zal toestaan. Mocht mijn gezondheidstoestand verbeteren, zodat ik meer geld kan verdienen,  dan zal ik zonder twijfel mijn dankbaarheid laten blijken, omdat ik mij er maar al te goed van bewust ben, hoe veel meer u voor Carl hebt gedaan dan ik zou mogen verwachten. Ik kan naar waarheid zeggen, dat het me veel pijn doet,  dat ik u op dit ogenblik niet kan betalen voor uw goede zorgen.

Hoogachtend,

Uw goede vriend,

L. van Beethoven

***

Aan G. del Rio

Tot nu toe was ik niet in staat uw vriendelijke brief te beantwoorden, omdat ik het erg druk heb en me nog verre van goed voel. Wat uw voorstel betreft, dat is alle dankbaarheid en aandacht waard. Ik moet zeggen dat ik al eens op hetzelfde idee kwam. Op dit ogenblik ben ik echter in een uiterst wankele situatie. Daarom vroeg ik u in te stemmen met het voorstel om u in de laatste maand van het huidige kwartaal  te laten weten of Carl bij u zou verder gaan. Op die manier zouden onze plannen noch versneld  noch opgegeven worden. Ik ben me er wel bewust van  dat het voor u nadelig is Carl op de huidige voorwaarden bij u te hebben of in overeenstemming met uw laatste voorstel. Daarom heb ik u in mijn brief aangegeven hoe graag ik, naast de gebruikelijke vergoeding, mijn dankbaarheid  op een aanvullende manier had laten blijken. Toen ik het had over mijn gebrek aan middelen, wist ik dat zijn  opvoeding me ergens anders zelfs nog meer zou kosten dan bij u. Wat ik wilde overbrengen was, dat elke vader een speciale bedoeling heeft met de opvoeding van zijn kind en zo is het ook met mij en Carl. Ongetwijfeld ontdekken we spoedig wat voor hem het beste is, ofwel hier een begeleider aanstellen, ofwel verdergaan zoals voorheen. Ik wil voorlopig niet gebonden zijn, maar vrij te zijn om te handelen zoals zijn belangen het vereisen. Carl vergt dagelijks grote offers van mij, maar ik heb het er alleen over voor zover ze hemzelf gelden. Ik ken maar al te goed de invloed die zijn moeder over hem wil krijgen, want ze lijkt vastbesloten zichzelf de naam Koningin van de Nacht waardig te tonen. Bovendien strooit ze overal het verhaal rond,  dat ik hoegenaamd niets voor Carl doe, terwijl zij alles betaalt! Wat dit betreft, moet ik u bedanken voor uw uiterst weloverwogen brief die mij in elk geval van groot nut zal zijn.  Vraag de heer L.S. mijn excuses aan zijn broer over te brengen, omdat ik nog geen contact met hem heb opgenomen. Mijn bezigheden en slechte gezondheid maakten het voor mij onmogelijk om dat te doen.  Wanneer ik over deze veelbesproken affaire nadenk, zou ik hem wel eens om een heel andere reden willen zien. Ze heeft nog geen contact met me opgenomen. Het is dus niet aan mij om een ontmoeting tussen haar en haar zoon tot stand te brengen. Wat het andere betreft, is mij verteld dat we in dit geval dwang moeten uitoefenen, wat me nog meer geld zal kosten, waarvoor ik hoofdzakelijk de heer Adlersburg (advocaat)  moet bedanken. Carls opvoeding moet echter zo veel als mogelijk is, voortgezet worden, voor zover mogelijk onafhankelijk van zijn moeder. Voor de toekomst en voor nu moeten we handelen zoals afgesproken.

Hoogachtend

Uw vriend Beethoven

***

Aan aartshertog Rudolph

31 december 1817

Het oude jaar is bijna voorbijgegaan en het nieuwe komt eraan. Moge het Uwe Hoogheid geen verdriet bezorgen, maar integendeel iedere voorstelbare vorm van geluk! Dit zijn mijn wensen. Wanneer het toegestaan is over mezelf te spreken, dan kan ik zeggen dat mijn gezondheid erg instabiel is. Helaas ben ik gedwongen op grote afstand van Uwe Hoogheid te wonen, wat niet wil zeggen  dat ik u niet met het grootste genoegen  bij de eerst mogelijke gelegenheid kom bezoeken. Ik beveel mezelf in uw welwillende aandacht aan hoewel ik het niet lijk te verdienen. Moge de hemel ten gunste van zovelen die uw vrienden zijn elke dag van uw leven verrijken met een bijzondere zegen! Ik ben altijd etc.etc.

***

Aan G. del Rio

6 januari 1818

Om elk misverstand te voorkomen neem ik de vrijheid u ervan op de hoogte te stellen dat het nu vaststaat dat mijn neef Carl eind deze maand uw instelling zal verlaten. Ook zijn mijn handen gebonden met betrekking tot uw andere voorstel. Wanneer ik het zou aannemen zouden mijn verdere plannen voor Carls welzijn volkomen gedwarsboomd worden. Maar ik dank u van harte voor uw vriendelijke bedoelingen. De omstandigheden kunnen er toe leiden dat ik Carl al vóór het einde van deze maand kom ophalen. Omdat ik misschien niet zelf hier ben, zal ik iemand aanwijzen die hem komt meenemen. Ik stip het nu al aan, om te voorkomen dat het een vreemde indruk maakt, wanneer het ogenblik daar is. Laat me hieraan mogen toevoegen, dat mijn neef en ik u ons leven lang dankbaar zullen zijn. Ik merk, dat Carl al zo voelt, wat voor mij een bewijs te meer is dat zijn karakter helemaal niet slecht is. Hij heeft geen slecht hart, verre van dat. Ik voorspel hem een goede toekomst nadat hij twee jaar onder uw bewonderenswaardige begeleiding heeft geleefd.

Hoogachtend,

Uw vriend

L. van Beethoven

***

Aan G. del Rio

Wenen, 24 januari 1818

Ik kom niet zelf naar u toe, omdat het een soort afscheid nemen zou zijn en dat heb ik mijn leven lang vermeden. Aanvaard mijn oprechte dank voor het enthousiasme, de correctheid en de integriteit waarmee u  aan de opvoeding van mijn neef gestalte hebt gegeven. Zodra ik in een stabiele situatie verkeer, zullen we u zeker een bezoek brengen. Wat zijn moeder betreft, het feit dat mijn neef nu bij me is moet liever niet aan de grote klok worden gehangen. Mijn beste wensen zend ik u en ik vraag u mevrouw A.Z. nog eens extra te bedanken voor de werkelijk moederlijke zorg die ze Carl heeft geschonken.

***

Aan Czerny

Mijn aller-, allerbeste Czerny!

Ik hoorde zojuist dat je in een positie verkeert die ik nooit had vermoed. (Czerny kon niet voldoen aan Beethovens verzoek diens concert opus 73 te spelen vanwege het feit dat hij door het voortdurende lesgeven zijn eigen pianotechniek had moeten verwaarlozen) . Je kunt mij volledig vertrouwen en me aangeven hoe ik je situatie zou kunnen verbeteren, overigens zonder pretentie je onder mijn hoede te nemen. Zodra ik een ogenblik voor mezelf heb, wil ik je spreken. Wees ervan overtuigd dat ik een hoge dunk van je heb, en bereid ben dit elk moment door mijn daden te laten blijken.

Met oprechte hoogachting,

L. van Beethoven

***

 

Aan F. Ries, Londen

Wenen, 5 maart 1818

Beste Ries,

Hoewel ik het graag wilde was het voor mij onmogelijk dit jaar naar Londen te gaan. Ik verzoek je de Philharmonische Sociëteit  ervan op de hoogte te stellen dat mijn zwakke gezondheid mij niet toeliet naar hen toe te komen.  Ik vertrouw er echter op dat ik komende lente volledig hersteld zal zijn, zodat ik in de herfst op hun aanbod kan ingaan en aan al hun voorwaarden zal kunnen voldoen. Vraag namens mij aan Neate de verschillende composities die hij momenteel in handen heeft, niet te publiceren, ten minste niet voordat ik gearriveerd ben. Wat hij ook zelf beweert, ik heb reden om me over hem te beklagen. (Cipriani) Potter heeft verschillende keren contact met mij gehad. Hij lijkt me een waardige persoonlijkheid te zijn  en talent voor componeren te hebben. Ik hoop van harte dat je omstandigheden met de dag gunstiger worden.  Ik kan helaas niet zeggen dat dat bij mij het geval is. Ik kan het niet aanzien dat anderen gebrek lijden, ik moet geven. Je kunt je dus voorstellen wat ik door deze affaire te lijden heb.  Ik vraag je me spoedig te schrijven.  Indien mogelijk probeer ik hier eerder weg te komen in de hoop aan mijn definitieve ondergang te ontkomen. In dat geval kom ik op zijn laatst in de winter in Londen aan.

Ik weet dat je een ongelukkige vriend wilt helpen. Wanneer het in mijn macht had gelegen en wanneer ik niet, zoals altijd, door de omstandigheden  aan deze plaats was vastgeketend, zou ik zeker veel meer voor je gedaan hebben.

Vaarwel! Groet Neate, Smart en Cramer namens mij.  Overigens hoor ik dat laatstgenoemde  zowel voor mij als voor jou een moeilijk persoon is. Toch weet ik wel hoe met dat soort mensen om te gaan. Daarom zullen we er ondanks alles  in slagen in Londen een tijd van aangename harmonie door te brengen. Mijn hartelijke groeten,

Je vriend,

Ludwig van Beethoven

***

Aan Rechnungsrath Vicenz Hauschka

1818.

Eerste en belangrijkste lid van onze sociëteit en Groot Kruis van de violoncello! U wens een heroisch onderwerp, terwijl ik alleen maar een spiritueel onderwerp heb! Ik ben tevreden, maar toch denk ik dat een toevoeging van het spirituele voor een dergelijke mis heel passend is. Ik heb geen bezwaren tegen de heer Von Barnard, maar jij moet hem betalen. Ik spreek niet over mezelf. Omdat jullie jezelf ‘muziekvrienden’ noemen, spreekt het vanzelf dat heel wat gedaan kan worden onder het label van vriendschap. Vaarwel nu, mijn beste Hauschka!  Wat mezelf betreft, ik dwaal hier rond met muziekpapier, over heuvels en dalen, en krabbel heel wat neer om mijn dagelijks brood te verdienen.  Want ik heb in dit machtige en beruchte land van Goten en Vandalen zaken in zo’n stroomversnelling gebracht, dat ik om tijd vrij te maken voor een grote compositie, van tevoren voor het geld altijd  heel wat moet wegschrijven  om in staat te zijn een belangrijk werk af te ronden.  Mijn gezondheid is erg vooruitgegaan en wanneer de zaak dringend is, kan ik voor je doen wat je wilt.

In haast,

Je vriend

Beethoven

***

Aan aartshertog Rudolph

1819

Ik heb de eer u de meesterlijke variaties van Uwe Hoogheid te sturen, geschreven door kopiïst Schlemmer, en morgen kom ik in eigen persoon mijn opwachting bij Uwe Hoogheid maken. Ik ben heel blij mijn illustere  leerling op het pad van de roem te kunnen begeleiden.

***

Aan aartshertog Rudolph

1 januari 1819

Alles wat in één wens kan worden samengevat, gezondheid, geluk en voorspoed,  maakt deel uit van het gebed dat ik  vandaag voor Uwe Hoogheid  uitspreek. Moge de wens die ik ook voor mezelf koester door Uwe Hoogheid welwillend ontvangen worden, dat namelijk ik in de gunst van Uwe Hoogheid mag blijven staan. Een vreselijke gebeurtenis heeft onlangs in mijn familie plaats gevonden, die lange tijd mijn gedachten heeft verward. Hieraan moet worden toegeschreven, dat ik niet mijn opwachting bij Uwe Hoogheid heb gemaakt noch enige nota heb genomen van  de meesterlijke variaties van mijn alom bekende en gerespecteerde leerling en lieveling van de Muzen. De dankbaarheid die ik voel voor de verrassing en de eer die u me bewezen hebt, durf ik niet te uiten, noch mondeling noch op schrift,  want ik sta veel te ver onder u,  zelfs als ik altijd in staat zou zijn  u het één na het ander te vergelden, wat mijn vurigste wens zou zijn. Moge de hemel met bijzondere welwillendheid mijn gebeden voor de gezondheid van Uwe Hoogheid verhoren. Ik vertrouw erop dat ik over een paar dagen het meesterwerk van Uwe Hoogheid persoonlijk kan beluisteren en niets brengt me meer vreugde dan Uwe Hoogheid zo spoedig mogelijk bij te staan bij het innemen van de plaats die reeds voor u op de Parnassus is gereserveerd.

***

Aan Ries

Wenen, 30 april (maart ?) 1819

Beste Ries,

Pas nu ben ik in staat je brief van 18 deember te beantwoorden.  Je  sympathieke houding doet me goed. Het is voor mij onmogelijk om nu af te reizen naar Londen, omdat ik op verschillende manieren hier gebonden ben. Maar ik vertrouw erop,  dat God me zal helpen en in staat zal stellen komende winter naar Londen te gaan en de nieuwe symfonieën mee te nemen.

Elke dag verwacht ik de tekst voor een nieuw oratorium dat ik voor onze Muzikale Sociëteit hier ga schrijven. Het zal ongetwijfeld ook in Londen van nut kunnen zijn. Doe wat je voor mij kunt doen, want ik heb je hulp erg nodig. Ik zou het zeer op prijs stellen een opdracht van de Philharmonische Sociëteit te ontvangen, maar Neate’s verslag over het bijna mislukken van de drie ouvertures, zit me erg dwars. Elk stuk op zich beviel hier de mensen niet alleen  qua stijl, maar die in Es en C maakten een diepe indruk, zodat het mislukken van deze composities bij het Philharmonisch voor mij een groot raadsel is.

Je hebt ongetwijfeld de bewerking van het kwintet (op. 104, naar op. 1,3)  en de sonate (opus 106) ontvangen. Zie erop toe dat beide werken, met name het kwintet,  onmiddellijk worden gepubliceerd. Bij de sonate hoeven we ons niet zo te haasten, hoewel ik hem graag binnen twee of drie maanden zou laten verschijnen. Ik heb je voorafgaande brief die je noemt, nooit ontvangen. Ik had er geen probleem mee de beide composities hier van de hand te doen, maar dan alleen voor Duitsland.   Het zal zeker drie maanden duren voordat de sonate hier wordt gepubliceerd, maar je moet haast maken met het kwintet. Zodra ja me een cheque voor het geld stuurt, zal ik een machtiging naar de uitgever sturen en hem verzekeren van de exclusieve rechten van deze werken voor Engeland, Schotland, Ierland, Frankrijk, etc. etc.

Met de komende post krijg je de tempi van de sonate , aangegeven  in overeenstemming met Maelzels metronoom. De bode van Prins Paul Esterhazy, De Smidt, heeft  het kwintet en de sonate bij zich.

Bij de eerstkomende gelegenheid krijg je mijn portret, omdat ik begrijp dat je het erg graag wilt hebben.

Vaarwel! Blijf met respect aan me denken!

Je vriend

Beethoven

Alle soorten van lieve complimenten aan je aardige vrouw!!!! Van mij!!!

***

***

Aan Ries

Wenen, 16 april 1819

Beste Ries,

Hier zijn de tempi van de sonate :

1.  Allegro (dus alleen allegro, streep het assai maar door : M.M. 138

2.  Scherzoso. Maelzel's metronome  80= 80.

3.  M.M. 92

4.  Introduzione – largo M.M. 76

5.  ¾  M.M. 144

Mijn excuses voor de slordige manier waarop dit is opgeschreven. Wanneer je mijn situatie zou kennen, zou je er niet verbaasd over zijn. Het zou je eerder verwonderen dat ik ondanks dat zoveel voor elkaar krijg. Het kwintet kan niet langer worden uitgesteld en moet op korte termijn verschijnen. Voor de sonate geldt dat niet. Publicatie kan plaatsvinden wanneer ik een antwoord van jou en de cheque heb ontvangen, waar ik wel naar uitkijk. De naam van de bode is De Smidt. Hij zal je het kwintet en de sonate ter hand stellen.  Ik verzoek je me onmiddellijk te antwoorden. Volgende keer schrijf ik uitgebreider.

In haast,

Je

Beethoven

***

Aan Ries,

19 april 1819

Beste vriend,

Ik vraag duizendmaal om vergiffenis voor de moeilijkheden die ik je bezorg.  Ik begrijp niet dat het mogelijk is, dat er zoveel fouten staan in de kopie van de sonate. Ongetwijfeld komt dat,  doordat ik vanwege mijn situatie niet meer een kopiïst van mezelf in dienst kan houden. Moge God me wat meer voorspoed geven totdat …in een betere positie is. Dat zal pas over een heel jaar het geval zijn.  De ommezwaai in mijn situatie is echt vreselijk. Daarbij komt ook mijn salarisvermindering, terwijl niemand me kan zeggen wat de uitkomst zal zijn, wanneer een jaar voorbij is gegaan. Mocht de sonate niet geschikt zijn voor Londen, dan kan ik een andere opsturen. Je zou ook het Largo kunnen weglaten en gelijk in het laatste deel met de fuga kunnen  beginnen, of het eerste deel Adagio, en het derde, het scherzo, het Largo en het Allegro risoluto.

Ik laat het aan jou over om het zo goed mogelijk in orde te maken. Deze sonate is geschreven in een periode van grote stress. Het is moeilijk om voor het dagelijks brood te schrijven  en toch is het zover met mij gekomen! We kunnen nog eens corresponderen over mijn bezoek aan Londen. Ik hoop binnenkort bevrijd te kunnen worden uit deze afschuwelijke en jammerlijke situatie, want zoals het er nu voorstaat, gaat mijn gezondheid achteruit. Ook kan ik niet tot stand brengen wat ik onder gunstiger voortekens wel zou kunnen.

***

Aan de Philharmonische Sociëteit in Laibach

Wenen, 4 mei 1819

Ik heb grote waardering voor het  mooie compliment dat me gegeven is door de eerbiedwaardige leden van de Philharmonische Sociëteit doordat ze me met erkenning van mijn bescheiden muzikale gaven tot erelid van hun Sociëteit hebben benoemd en me het diploma via de heer Von Tuscher hebben laten toekomen. Als bewijs van dank voor deze eer, ben ik voornemens om binnenkort een onuitgegeven werk van mij aan de Sociëteit toe te sturen. Op elk ogenblik dat ik de Sociëteit van nut kan zijn, ben ik bereid hun wensen te honoreren.

Ik verblijf,

Nederig dienaar en erelid van de Philharmonische Sociëteit

Ludwig van Beethoven.

***

Aan F. Ries, Londen

Wenen, 25 mei 1819

...Ik ging  destijds gebukt onder meer zorgen dan ik in mijn hele leven had gekend. Deze werden alleen maar veroorzaakt doordat ik anderen te ruimhartig weldaden bewees. Blijf ijverig componeren! Mijn dierbare leerling, aartshertog Rudolph,  en ik spelen je werken vaak en volgens hem doet mijn vroegere leerling zijn  leermeester alle eer aan. Vaarwel nu! Omdat ik hoor dat je vrouw zo mooi is, durf ik haar alleen maar in mijn verbeelding te omarmen, hoewel ik komende winter hoop dat plezier ook in het echt te ervaren. Vergeet het kwintet en de sonate niet. Denk ook aan het geld, ik bedoel de  Honoraire, avec ou sans honneur. Ik hoop spoedig goed nieuws van je te ontvangen, niet in allegro tempo, maar veloce prestissimo. Deze brief krijg je van een schrandere Engelsman. Het zijn over het algemeen  heel bekwame lieden met wie ik heel graag in hun eigen land wat tijd zou willen doorbrengen.

Prestissimo--Responsio
De suo amico e Maestro,

Beethoven

***

Aan aartsheroh Rudolph

1819.

Tot mijn grote verdriet hoorde ik dat u weer ziek bent. Ik vertrouw erop dat het van voorbijgaande aard zal zijn. Onze onbestendige lente is er ongetwijfeld de oorzaak van. Ik was van plan de variaties gisteren mee te nemen. Ze kunnen zeker het daglicht goed verdragen en Uwe Hoogheid zal ongetwijfeld wat dit betreft een verzoek om toestemming krijgen. Het spijt me erg dat ik alleen maar een pia desideria voor Uwe Hoogheids gezondheid kan uitbrengen. Ik hoop ernstig dat de kundigheid van uw Aesculapius uiteindelijk de overwinning behaalt en voor Uwe Hoogheid een stabiele gezondheid kan bewerkstelligen.

***

Aan aartshertog Rudolph,

Mödling, 15 juli, 1819.

Sinds mijn laatste bezoek aan Uwe Hoogheid in de stad ben ik erg ziek. Komende week hoop ik me echter veel beter te voelen zodat ik Uwe Hoogheid onmiddellijk kan vergezellen in Baden. Ondertussen ben ik verschillende keren naar de stad geweest om mijn arts te raadplegen. De belangrijkste oorzaak van mijn ziekte is mijn voortdurende zorg om mijn neef wiens morele karakter bijna helemaal bedorven is. Begin deze week moest ik mijn voogdijschap weer op me nemen omdat de andere voogd was teruggetreden. Er is veel gebeurd waarvoor hij mij om vergiffenis heeft gevraagd.  Ook de  zaakwaarnemer  heeft zijn taak moeten opgeven omdat hij overal van partijdigheid is beschuldigd, nadat hij zich aan de goede zaak had gewijd. Zo gaan deze eindeloze beproevingen maar door. Nergens hulp, nergens troost! De hele constructie die ik had opgezet in één klap met de wind weggevaagd!  Een leerling van Pestalozzi, die nu een onderkomen heeft in het instituut waar ook mijn neef  geplaatst is, lijkt van oordeel te zijn dat het  voor hem en voor Carl moeilijk gaat worden elk gewenst doel te bereiken. Maar hij is ook van mening dat het het beste zou zijn mijn neef in het buitenland onder te brengen!  Ik hoop, dat de gezondheid van Uwe Hoogheid waarin ik zoveel belangstelling stel,  niets te wensne overlaat, en ik kijk er met plezier naar uit  spoedig weer in uw gezelschap te verkeren, waardoor ik in staat zal zijn mijn wens u te dienen te laten blijken.

***

Aan aartshertog Rudolph  1819.

Ik wilde Uwe Hoogheid verzoeken Zijne Hoogheid de aartshertog Ludwig van de volgende  omstandigheden op de hoogte te stellen. U zult zich zeker nog herinneren, dat ik u sprak over het noodzakelijke vertrek van mijn neef van hier, vanwege zijn moeder.  Mijn bedoeling was hierover een  petitie te overhandigen aan Zijne Hoogheid de aartshertog Ludwig. Er hebben zich echter in deze zaak geen problemen voorgedaan omdat alle betrokken autoriteiten aan mijn  kant staan. De belangrijkste zijn het college van de privé-raadheren, de raad van voogden en de voogd zelf. Ze zijn het allemaal met me  eens  dat niets meer kan bijdragen aan het welzijn van mijn neef dan dat hij zo ver mogelijk van zijn moeder verblijft. Bovendien is alles voor de opvoeding van mijn neeg op voortreffelijke wijze geregeld in Landshut. De eerbiedwaardige en bekende professor Sailer heeft de supervisie over alles wat met de vorming van de jongen in verband staat.  Ook heb ik daar enkele goede relaties. Dat alles zal ongetwijfeld voor mijn neef tot de beste resultaten leiden. Omdat ik zoals gezegd geen hindernissen op mijn pad had gevonden was er  voor mij geen reden om Zijne Hoogheid aartshertog Ludwig lastig te vallen, maar ik begrijp dat de moeder van mijn neef van plan is bij u om een audiëntie te vragen om mijn plannen te dwarsbomen. Ze zal er niet voor terugdeinzen alle soorten van beledigingen aan mijn adres te uiten, maar ik vertrouw erop dat die gemakkelijk door mijn alom bekende morele karakter kunnen worden weerlegd. Daarom wilde ik Uwe Hoogheid verzoeken ten behoeve van aartshertog Ludwig een getuigenis over dit punt af te leggen. Wat het gedrag van de moeder van mijn neef betreft, dat kan gemakkelijk worden onderkend door het gegeven dat ze door het Hof volledig oncapabel is verklaard om de voogdijschap over haar zoon op zich te nemen. Alles wat ze uitdacht om haar arme kind te ruïneren, kan worden toegeschreven aan haar eigen verzorvenheid van geest. Zo is ook de unanieme overeenstemming over deze zaak ontstaan, dat namelijk de jongen volkomen buiten haar invloedssfeer wordt gehouden. Zo staan de zaken er momenteel voor. Daarom verzoek ik Uw Hoogheid contact op te nemen met aartshertog Ludwig en hem te waarschuwen voor  de lasterpraatjes van zijn moeder, die haar kind nog in een afgrond  zou storten waar hij nooit meer uit gered zou kunnen worden. Dat rechtvaardigheidsgevoel dat elke partij in ons rechtvaardig Oostenrijk leidt, sluit haar anderzijds ook niet helemaal uit. Tegelijkertijd moet dit zelfde rechtvaardigheidsgevoel al haar tegenwerpingen te niet doen. Het vierde gebod heeft het hof uiteindelijk laten besluiten de zoon zo ver mogelijk van zijn moeder te houden. Het probleem dat degenen ervaren die leiding geven aan de vorming van de jongen om namelijk niet dit gebod te overtreden, en de noodzaak dat de zoon  nooit in de verleiding zou raken om in deze plicht tekort te schieten of zelfs deze plicht af te wijzen, moeten zeker ook in overweging worden genomen. Met geduld en edelmoedigheid is elke poging gedaan om zijn onnatuurlijke moeder te verbeteren, maat tevergeefs.  Indien gewenst zal ik Zijne Koninklijke Hoogheid Aartshertog Ludwig graag voorzien van een verklaring hierover en  gesteund door de hulp van mijn toegenegen meester Uwe Hoogheid  aarsthertog Rudolph, zal ik zeker recht verkrijgen.

****

Aan aartshertog Rudolph

Het spijt me u te moeten zeggen dat ik vanwege een bijeenkomst over de situatie van mijn neef waarvan ik het afgesproken tijdstip niet kon veranderen,  moet afzien van het plezier vanmiddag mijn opwachting bij Uwe Hoogheid te maken, maar dat doe ik zeker morgen om half vier.  Wat de zaak zelf betreft, weet ik dat ik met de nodige toegevendheid zal worden behandeld.  Moge de hemel het uiteindelijk tot een goed einde brengen! Want ik heb pijn in mijn hart door deze moeilijke situatie.

***

Aan aartshertog Rudolph,

Mödling,  29 juli, 1819

Met grote spijt hoorde ik kort geleden over de slechte gezondheid van Uwe Hoogheid. Omdat ik geen verdere betrouwbare informatie vernam, maak ik me erg ongerust. Ik ben naar Wenen gekomen om in uw biliotheek te zoeken wat me het meest zou bevallen. Het belangrijkste oogmerk moet zijn om onze gedachte direct op te geven in overeenstemming met een hoge artistieke klasse, tenzij het onderhavige onderwerp een andere en meer praktische behandeling zou verlangen. Op dit punt geven de oude componisten nog hun beste voorbeelden omdat die blijk geven van echte kunstzinnige waarde (hoewel onder de Duitseres alleen Handel en Bach genius voor zich kunnen opeisen). Vrijheid en vooruitgang zijn in de wereld van de kunst de doelen die we moeten nastreven, net als in de wereld van de gehele schepping. Ook als wij modernen nog niet zo ver zijn  gevorderd in soliditeit als onde voorvaderen , heeft toch de verfijning van onze ideeën in veel opzichten bijgedragen aan de uitbreiding er van. Mijn roemruchte muzikale pupil, zelf ook een mededinger naar de lauwertakken van de roem, moet niet het verwijt van eenzijdigheid op zich laden, et iterum venturus judicare vivos et mortuos. Ik stuur u drie gedichten waarvan Uwe Hoogheid er één mag kiezen om op muziek te laten zetten. De Oostenrijkers hebben nu wel geleerd dat de geest van Apollo opnieuw in het Keizerlijk Huis rondwaart. Ik krijg van alle kanten verzoeken om iets van u. De uitgever van de Mode Zeitung zal Uwe Hoogheid erover schrijven. Ik hoop alleen dat ik er niet van beschuldigd word omgekocht te zijn ---  aan het hof te zijn en toch geen hoveling!  Wat is daarna niet geloofwaardig?

 Ik kreeg van Zijne Excellentie de Obersthofmeister wat tegenwerking bij het uitkiezen van de muziek. Het is niet de moeite waard om Uwe Hoogheid hierover lastig te vallen, maar ik wil wel zeggen, dat een dergelijk optreden als effect kan hebben dat veel getalenteerde, goede en edelmoedige mensen worden tegengehouden die niet het geluk hebben kunnen smaken van u persoonlijk alle bewonderenswaardige eigenschappen van hoofd en hart te kunnen leren. Ik wens Uwe Hoogheid een spoedige, spoedige genezing toe en , voor mijn eigen gemoedsrust, hoop ik wat goede berichten over u te mogen vernemen.

***

Aan aartshertog Rudolph 1819.

Ik moet helaas alleen mijzelf verwijten maken! Gisteren ging ik voor de eerste keer naar buiten en voelde me best goed. Maar ik vergat uit achteloosheid dat ik als herstellende eerder naar huis had moeten gaan. Zo heb ik een nieuwe aanval gekregen. Ik denk wel dat  door vandaag thuis te blijven morgen alles weer in orde zal zijn wanneer ik mijn opwachting bij u hoop te kunnen maken, mijn hooggeachte en roemrijke leerling zonder fouten.  Ik vraag u Handels werken niet te vergeten omdat die uw muzikaal talent ongetwijfeld op de beste wijze zullen voeden. Het bestuderen ervan leidt altijd tot een grotere bewondering voor deze grote componist.

***

Aan aartshertog Rudolph

Mödling, 31 augustus  1819.

Gisteren ontving ik het bericht van een recente eervolle erkenning van de bewonderenswaardige kwaliteiten van uw hoofd en hart. (Aartshertog Rudolph was aartsbisschop van Olmütz geworden en keizer Frans had hem het Groot Kruis van de Orde van St. Stephanus gezonden)

Ik verzoek u mijn gelukwensen welwillend in ontvangst te nemen.  Ze springen op uit mijn hart en hebben het niet nodig opgewekt te worden. Ik hoop dat het ook met mij wat beter zal gaan. Zoveel stress heeft een uiterst nadelig effect op mijn gezondheid en ik voel me dan ook helemaal niet goed. Daarom ben ik sinds enige tijd verplicht me aan een medische behandeling te onderwerpen die me maar een paar uur per dag gunt om me aan mijn meest geliefde Godsgeschenk te wijden, mijn kunst en de muzen. Toch hoop ik de Mis te kunnen voltooien zodat die op de 19e kan worden uitgevoerd, wanneer die dag nog steeds vast staat.  Het zou me werkelijk wanhopig maken wanneer ik door een slechte gezondheid tegen die tijd niet klaar zal zijn. Ik vertrouw erop dat mijn oprechte  wensen voor het voltooien van deze taak zullen worden vervuld. Wat betreft dat chef-d'oeuvre, de variaties van Uwe Hoogheid, ben ik van mening dat ze gepubliceerd moeten worden onder de volgende titel :

Thema of subject

Gecomponeerd door L. van Beethoven

Veertig maal gevarieerd

 En opgedragen aan zijn leraar

Door de beroemde auteur

Talloze keren wordt er om dit werk gevraagd en de kans bestaat dat deze voortreffelijke compositie al in gemutileerde kopieën de wereld ingegaan is, want Uwe Hoogheid  kan geen weerstand bieden aan de verleiding om ze uit handen te geven, nu eens aan deze dan weer aan gene . Laat daarom in ’s hemelsnaam samen met de grote eer die Uwe Hoogheid nu overal ten deel valt, ook de eer aan Apollo of de Christelijke Cecilia openbaar gemaakt worden. Misschien beschuldigt Uwe Hoogheid me van ijdelheid. Maar ik verzeker u, dat, hoe dierbaar me deze opdracht ook is en hoe trots ik er op ben, dit zeker niet mijn belangrijkste doel is.

Drie uitgevers hebben interesse getoond, Artaria, Steiner en een derde wiens naam me momenteel niet te binnen schiet. Wie van de twee genoemden moet de variaties krijgen? Hierover wacht ik uw bevelen af. Ze moeten gedrukt worden op kosten van elk van die uitgevers, overeenkomstig hun eigen aanbod. De vraag is ni of Uwe Hoogheid tevreden is met de titel. Mijn idee is, dat Uwe Hoogheid voor het feit van publicatie uw ogen moet sluiten.  Wanneer het werk verschijnt, zult u het een ramp vinden, maar de wereld zal er precies anders over denken.

Moge de Voorzienigheid Uwe Hoogheid beschermen en de rijkste zegeningen laten neerdalen op uw hoofd en voor mij uw welwillende betrokkenheid bewaren. (Op het omslag : mijn slechte gezondheid moet voor Uwe Hoogheid het excuus zijn voor deze verwarde brief)

***

Aan aartshertog Rudoph  1819.

Ik begrijp nu dat baron Schweiger Uwe Hoogheid niet heeft geïnformeerd over mijn aanval van gisteren. Ik werddoor een zo zware aanval van koorts overvallen dat ik volkomen mijn bewustzijn verloor. Een blessure aan mijn voet heeft daaraan misschien mede bijgedragen.  Daarom is het voor mij onmogelijk vandaag mijn huis te verlaten. Ik hoop morgen weer volledig hersteld te zijn en verzoek u  het orkest morgenmiddag om kwart voor drie te laten komen, zodat de musici er wat eerder zijn en voldoende tijd hebben om de twee ouvertures te repeteren. Wanneer Uwe Hoogheid ze wil horen, zal ik vier hoorns nodig hebben. De symfonieën hebben er maar twee nodig.  Voor een adequate uitvoering van de symfonieën hebben we tenminste vier violen nodig, vier tweede violen, vier altviolen, twee contrabassen en twee celli. Wilt u zo goed zijn me uw beslissing te laten weten?  Ik ken geen groter genoegen dan wanneer ik mijn werken hoor spelen in aanwezigheid van mijn beroemde leerling. Moge God uw gezondheid spoedig verbeteren, iets wat me steeds weer bezorgd maakt!

***

Aan aartshertog Rudolph  1819.

Wilt u zo vriendelijk zijn aan de heer Von Wranitzky uw wensen omtrent de muziek kenbaar te maken en twee of vier hoorns te reserveren.  Ik heb al met hem gesproken en hem gesuggereerd allen maar musici te selecteren die tegen een uitvoering zijn opgewassen, niet alleen tegen een gewone repetitie.

***

Aan aartshertog Rudolph  1819

Het is onmogelijk de partijen om elf uur morgenochtend in tweevoud gekopiëerd te hebben, omdat de meeste kopiïsten  deze week zo veel moeten schrijven. Daarom denk ik dat u misschien komende zaterdag zal bestempelen als onze dag van wederopstanding. Tegen die tijd  verwacht ik weer volledig hersteld te zijn en beter in staat te zijn te dirigeren, wat voor mij morgen wel een heel zware taak zou betekenen ondanks mijn enthousiasme. Vrijdag hoop ik in staat te zijn naar buiten te gaan en naar Uwe Hoogheid te informeren.

***

Aan aartshertog Rudolph  1819.

Een fragment

 

De dag dat mijn Hohe Messe wordt uitgevoerd ter ere van de plechtigheden voor Uwe Hoogheid zal de gelukkigste van mijn leven zijn en God zal me in die mate verlichten dat mijn bescheiden gaven zullen bijdragen aan de schittering van die plechtige gelegenheid. Ik stuur u de sonate met diepe gevoelens van dankbaarheid.  Ik denk dat de cellopartij ontbreekt, ik kon er momenteel niet  aankomen. Het werk is mooi gegraveerd  en daarom heb ik de vrijheid genomen een gepubliceerd exemplaar toe te voegen, samen met een vioolkwintet.  Boven op de twee composities in mijn handschrift op de naamdag van Uwe Hoogheid, voeg ik er nog twee toe, als laatste een groot fugato, zodat het één grote sonate (opus 106) vormt die binnenkort gaat verschijnen en die ik al sinds lange tijd in mijn hart aan Uwe Hoogheid heb opgedragen. Datgene wat Uwe Hoogheid onlangs is overkomen (zijn benoeming tot aartsbisschop) heeft daar niets mee te maken.  Mijn excuses voor mijn slechte handschrift. Ik smeek de Heer Uwe Hoogheid rijkelijk te zegenen, wiens liefde voor de mensheid zo alomvattend is – één van de bijzonderste van alle kwaliteiten. In dit opzicht zult u altijd, hetzij in een wereldlijke of een spirituele optiek, een van onze grootste voorbeelden zijn.

***

Aan de heer Blöchlinger,

Mödling, 14 september , 1819.

85 florijnen ingesloten

 

Geachte Heer,

Ik heb de eer u hierbij te betalen voor de komende maandtermijn  die begint op 22 september en ik voeg 10 florijnen toe voor onvoorziene uitgaven, die u op 12 oktober voor mij kunt specifiveren. Alleen de volgende personen mogen vrije toegang tot mijn neef hebben : de heer Von Bernard, de heer Von Oliva en de heer Von Piuss.

Wanneer anderen mijn neef willen zien, dan zal ik hun een brief voor u geven. Ik verzoek u hen dan bij mijn neef toe te laten.  De afstand tot uw huis is aanzienlijk  en degenen die daarheen gaan kunnen  dat alleen maar doen om zich aan mij te verplichten, zoals bijvoorbeeld de bandagemaker etc etc.

Mijn neef mag nooit uw huisverlaten zonder een schriftelijke toestemming van mij. Hieruit kunt u al onmiddellijk conclusies trekken omtrent uw gedrag ten opzichte van Carls moeder. Ik moet er met nadruk op wijzen dat aan deze regels (afkomstig van de magistraten en mijzelf)  strikt de hand moet worden gehouden. U bent, geachte heer, hoe zeer ik ook van uw andere verdiensten overtuigd ben,  te weinig ervaren in dit soort omstandigheden om naar eigen oordeel te handelen, zoals u tot nu toe heeft gedaan. Lichtgelovigheid kan in het onderhavige geval alleen maar leiden tot radeloosheid waarvan het resultaat voor u eerder schadelijk dan positief kan blijken te zijn.  Dit wil ik in het belang van uw eigen geloofwaardigheid voorkomen.  Ik hoor, dat mijn neef verschillende zaken van me wil hebben. Laat hij zich rechtstreeks tot mij richten.  Wees zo goed al zijn brieven door te sturen via de heer Steiner & Co, Pater Noster Gässel, auf’m Graben.

Uw gehoorzame

Beethoven

Enig voogd van mijn neef Carl van Beethoven

***

Aan de heer Artaria te Wenen , 1 oktober 1819

Voortreffelijke virtuoos van alle virtuozen zonder dikdoenerij,

Terwijl we u over alle mogelijk zaken informeren waaraan, naar wij hopen, u de beste conclusies zult verbinden, verzoeken we u ons zes exemplaren van de Sonate in Bes te sturen en eveneens zes exemplaren van de variaties op de Schotse liederen, exemplaren die de auteur auterusrechtelijk toekomen. Wilt u ze opsturen naar de heer Steiner in  pater Noster Gässel? Daarvandaan zullen ze ons worden gezonden met nog wat andere zaken.  In de hoop, dat u zich met al het  vereiste passende decorum zult gedragen, verblijven we & c.

Beethoven

***

Schets, door Beethoven geschreven en verbeterd door Wuister, de boekhouder van Artaria

1819

Nu we van de heer B. gehoord hebben, dat Uwe Hoogheid (aartshertog Rudolph) een meer dan meesterlijk werk heeft geschreven, willen we graag de eerste zijn om de grote eer te hebben deze compositie uit te geven, opdat de wereld bekend raakt met de bewonderenswaardige talenten van zo’n  beroemde prins. We vertrouwen erop dat Uwe Koninklijke Hoogheid zult instemmen met ons eerbiedige verzoek.

Falstaff (deze naam gaf Beethoven aan Artaria’s partner)

Aartsschavuit!

***

Aan Artaria

Mödling, 12 oktober, 1819.

Beste A. vergeef me dat ik u lastig val met het volgende. We komen overmorgen naar de stad en verwachten om vier uur te arriveren. Het tweedaagse festival dwint ons dezelfde dag terug te keren, omdat Carl zich met zijn leraar hier moet voorbereiden op zijn tweede examen. Juist deze vakantie dagen stellen de voogd in staat meer tijd aan hem te besteden. Maar ik moet gauw naar de stad terug vanwege Carls geboortecertificaat dat me meer tijd en geld kost dan ik zou willen.  Ik houd in elk geval niet van reizen met de diligence, en deze heeft bovendien nog als bijzonderheid dat je kunt gaan op welke dag je maar wilt, maar het komt er altijd op neer dat hij op een vrijdag vertrekt en hoewel ik een goed Christen ben, is toch één vrijdag per jaar voldoende voor mij. Ik vraag u de koorleider ( alleen de duivel weet, wat voor een baan dat is!) te verzoeken ons het geboortecertificaat van Carl te geven op de middag van diezelfde dag als dat nog mogelijk is. Hij kan dat ook doen om zeven uur ’s morgens, op het tijdstip dat we aankomen.  Maar hij moet wel precies op tijd  zijn, want Carl moet om half acht op het examen verschijnen. Het moet dus ofwel morgen om zeven uur gebeuren, ofwel in elk geval in de middag. We zullen morgen vóór zeven uur contact met u opnemen om hierover navraag te doen, met de mogelijkheid van een bezoek later op de dag.

In haast, met excuses,

Uw L. van Beethoven

***

(de volgende tekst is waarschijnlijk door advocaat Bach opgesteld met gebruikmaking van Beethovens aantekeningen)

Mijne Heren,

Mijn broer Carl van Beethoven is gestorven op 5 november 1815. Hij liet een jongen achter  van twaalf jaar oud, zijn zoon Carl. Onder punt 5 van zijn testament heeft hij mij tot voogd benoemd en in codicil B gaf hij zijn wens te kennen dat zijn weduwe, Johanna, in deze taak zou delen, waaraan hij toevoegde, dat hij haar ter wille van het kind voorstelde hem onder   mijn hoede te stellen.  Deze uitdrukkelijke verklaring van de vader met daarbij mijn wettelijke claim, omdat ik zijn  naaste verwant ben (clausule 198) geeft me duidelijk recht op het voogdijschap over mijn neef, Carl van Beethoven. Het Hof van Justitie heeft bij hun Besluit E, de voogdijschap onder de huidige omstandigheden aan mij toevertrouwd, met uitsluiting van Beethovens weduwe.

Omdat ik vanwege een zakenreis enige tijd niet aanwezig kon zijn, had ik er geen bezwaar tegen dat een officiële voogd mij tussentijds zou vervangen. Daartoe werd de Stadszaakwaarnemer , de heer Nussböck, benoemd.

Nu ik me hier uiteindelijk heb gevestigd en het welzijn van de jongen me erg ter harte gaat, vragen liefde en plicht erom, dat ik mijn rechten weer krijg. Zeker nu deze getalenteerde jongen op een leeftijd komt, waarop grotere zorg en middelen aan zijn educatie moeten worden besteed, waarvan immers zijn gehele toekomst afhangt. Deze taak moet niet aan een vrouw, wie ze ook zij, worden toevertrouwd,  en absoluut niet aan zijn moeder die noch de wil noch de macht bezit om die maatregelen te nemen die voor een passende educatie noodzakelijk zijn. Ik ben des te meer gedreven om mijn voogdijschap over Carl  op te eisen, omdat ik begrijp, dat hij van school verwijderd wordt omdat ik niet voldoende geld heb om de kosten daarvan te betalen, en dat zijn moeder hem bij zich in huis wil hebben om zelf van zijn magere provisie te kunnen profiteren en zo de helft van haar eigen pensioen uit te sparen, dat ze volgens het besluit voor hem moet uitgeven.

Tot nu toe heb ik mij als een vader om mijn neef bekommerd en dat ben ik van plan  in de toekomst op eigen kosten ook zo te doen, wanneer de hoop van zijn overleden vader en ook mijn verwachtingen over deze goede jongen  vervuld zullen zijn en hij een volwaardig mens en een goede burger is geworden.

Met het oog hierop verzoek ik de hoog geëerde magistraten  tot wie ik me nu richt, bereid te zullen zijn het voorlopig toezicht van Stadssequestrator Nussböck te annuleren en voortaan het voogdijschap over Carl van Beethoven alleen aan mij toe te vertrouwen.

(het besluit van de magistraten van 4 november 1819 willigde Beethovens verzoek niet in)

Ludwig van Beethoven

***

Aan F. Ries, Londen,

Wenen, 10 november 1819

Beste Ries,

Ik schrijf je om je te laten weten dat de sonate al uitgegeven is,  twee weken geleden trouwens, en dat het bijna zes maanden gelden is sinds ik je het kwintet en de sonate stuurde.  Over enkele dagen stuur ik ze je beide in gedrukte vorm en daarmee kun je dan de twee werken corrigeren.

Omdat ik geen brief hierover van je  kreeg dacht ik dat, het afgehandeld was. Ik heb met Neate dit jaar al schipbreuk geleden! Ik wil alleen dat je het voor elkaar kunt krijgen de vijftig ducaten voor me te regelen die ik nog moet ontvangen. Ik reken erop want ik heb  momenteel groot geldgebrek. Ik vertel er nu niet meer over, maar ik heb bijna een nieuwe grote mis af. Schrijf me of je hiermee in Londen zaken kunt doen, en schrijf me vlug, heel vlug en stuur het geld voor beide werken ook snel op. Volgende keer schrijf ik uitvoeriger. In haast,

Je trouwe vriend

L. van Beethoven

 

***

Aan aartshertog Rudolph,

14 december 1819

Onmiddellijk na mijn laatste bezoek aan Uwe Hoogheid werd ik ziek, zoals ik u ook schreef. Maar door een verandering in mijn huiselijke omstandigheden werd noch deze brief noch een andere aan u gestuurd. Daarin vroeg ik Uwe Hoogheid om inschikkelijkheid, omdat ik enkele composities onder handen had die ik zo vlug mogelijk moest voltooien, waardoor ik helaas ook gedwongen was de mis terzijde te leggen. Ik hoop dat u het uitstel alleen maar aan de druk van de omstandigheden zult willen toeschrijven. Dit is niet het ogenblik om hier nader op in te gaan, maar zodra het goede ogenblik daar is, zal ik dat wel doen, om te voorkomen dat u een te streng of onverdiend oordeel over mij velt. Ik ben in mijn hart altijd bij u en ik vertrouw erop, dat mijn omstandigheden op den duur in zoverre zullen veranderen, dat ik in staat zal zijn meer dan tot nu toe bij te dragen aan de vervolmaking van uw grote talent. Ik denk overigens, dat Uwe Hoogheid al overtuigd is van mijn goede wil in dit opzicht, en dat hij zich volledig realiseert, dat alleen onbedwingbare obstakels mij van de meest voortreffelijke van alle prinsen  zullen weghouden, die door mij zo vereerd wordt en  zo verbonden is met elk gevoel in mijn hart. Pas gisteren hoorde ik van de vergissing van de twee brieven en ik ben van plan ze nu zelf te bezorgen, want ik heb niemand in dienst op wie ik kan vertrouwen. Vanmiddag om half vijf meld ik me bij uw huis. Mijn hartelijke dank voor uw vriendelijke brief aan mijn adres. Wanneer Uwe Hoogheid op die manier uw respect voor mij laat blijken, bevordert dat mijn neiging om alles wat goed is, te doen.

***
MEMORANDUM.

1822.

Uwe Hoogheid zal de mis gauw in handen hebben, dat zou al lang, heel lang,  gebeurd moeten zijn, maar---, maar---, maar --- wanneer Uwe Hoogheid op de hoogte is van mijn omstandigheden , zal hij verrast zijn dat ik in staat ben geweest het werk  af te maken (de bedoelde mis in D die hier waarschijnlijk wordt bedoeld, is nooit voltooid). 

***

Aan aartshertog Rudolph

Met diep verdriet hoorde ik van uw ziekte maar ik hoop spoedig over uw herstel te mogen vernemen. Waarom ben ook ik ziek? Anders zou ik de beste manier kunnen ontdekken om Uwe Hoogheid te laten herstellen. Ik zal binnenkort weer naar u te informeren en hoop dan goed nieuws te horen.

***

Aan aartshertog Rudolph

Ik ben de laatste tijd nog al van slag, hoewel ik me probeer in te beelden dat het redelijk met me gaat. Het spijt me heel erg van uw aanval te horen, vooral omdat ik er niets van wist. Anders zou ik zeker gevraagd hebben of het in mijn macht lag uw lijden te verlichten. Morgen zal ik uw wens vervullen en het genoegen smaken mijn dierbaarste en voortreffelijkste meester te ontmoeten.

*** 

Aan het koninklijke en keizerlijke Hoge Hof van Beroep

7 januari  1820

Mijne Heren,

Terzake van Decreet A probeerde ik de voogdijschap over mijn neef Carl van Beethoven terug te krijgen, maar werd door de magistraat terugverwezen naar de eerdere beslissing. Mijn daarop volgend verweer haalde ook niets uit. Ik voel me hierdoor des te meer gekrenkt, omdat niet alleen mijn eigen rechten  met voeten worden getreden, maar ook het welzijn van mijn neef totaal uit zicht blijft.  Daarom voel ik me genoodzaakt  mijn toevlucht te nemen tot het hoogste Hof van Beroep om dit college mijn goed gefundeerde eis voor te leggen en u met alle recht te vragen mij het voogdijschap over mijn neef terug te geven.

Mijn redenen daarvoor zijn de volgende :

1.  Ik heb het recht op het voogdijschap over mijn neef, niet alleen vanwege het testament van zijn vader, maar ook op grond van de wet. Het Hof van Justitie bevestigde me dit voogdijschap met uitsluiting van zijn moeder. Toen zaken me uit Wenen wegriepen, ging ik ermee akkoord dat de heer Nussböck ad interim mijn vervanger zou zijn. Nu ik hier weer woon, vraagt het welzijn van mijn neef dat ik de functie van voogd weer op me neem.

 

2.  Mijn neef is nu op een leeftijd gekomen, dat hij het nodig heeft op hoger niveau te worden begeleid.  Noch zijn moeder noch zijn huidige voogd zijn in staat de jongen tijdens zijn toekomstige studietraject te begeleiden. Om te beginnen is eerst genoemde een vrouw en bovendien is wettelijk bewezen dat ze wat haar gedrag betreft geen geloofwaardige indruk heeft kunnen maken, waardoor zij door het Hof van Justitie van voogdijschap is uitgesloten. Hoe de eerbiedwaardige Magistraat haar desondanks als voogdes kon aanwijzen, is volstrekt onbegrijpelijk. Laatstgenoemde is ongeschikt, omdat zijn functie als sequestator en administrateur van huizen en landgoederen te veel tijd kost om hem daarnaast nog in staat te stellen zijn voogdijplichten naar behoren te vervullen, en omdat zijn vorige werkterrein in de papierfabricage mij bepaald geen vertrouwen geeft, dat hij de intelligentie en het inzicht bezit om leiding te geven aan een wetenschappelijke vorming.

 

3.  Het welzijn van mijn neef gaat mij meer ter harte dan het iemand anders ter harte zou kunnen gaan.  Ik ben zelf kinderloos en heb geen verwanten behalve deze jongen, die zeer getalenteerd is en ik heb goede redenen om hoge verwachtingen van hem te hebben wanneer hij maar goed wordt begeleid. Nu hoor ik tot mijn spijt dat hij een heel jaar verloren heeft, doordat hij is blijven zitten bij gebrek aan middelen om de onkosten te voldoen, en dat zijn moeder van plan is hem van school te laten nemen en bij zich thuis te laten wonen. Wat een ramp voor die jongen, wanneer hij het slachtoffer zou worden van het wangedrag  van zijn moeder,  die zichzelf dat gedeelte van haar pensioen zal laten toekomen dat ze aan de opvoeding van haar zoon moet besteden!

 

Daarom heb ik in passende bewoordingen aan de Eerbiedwaardige Magistraat verklaard, dat ik de kosten van zijn huidige school op me wil nemen en ook voor de vereiste leraren zal zorgen. Omdat ik nogal doof ben, wat mij in gespreksituaties belemmert, heb ik de hulp van een collega ingeroepen en hiervoor de persoon van de heer Peters genoemd, adviseur van Prins Lobkowitz. Zo kan voortaan iemand worden aangewezen om toezicht te houden op de opvoeding en de vorderingen van mijn neef, zodat zijn morele houding op een dag eerbied zal afdwingen en zijn verworven vaardigheden voor iedereen een zekere garantie zullen zijn, die belangstelling heeft voor het welzijn van de jongen en hij ongetwijfeld de opvoeding en de vorming zal krijgen die noodzakelijk zijn om zijn mogelijkheden verder te ontwikkelen.

Mijn progingen en wensen hebben geen ander doel dan mijn jongen de best mogelijke opvoeding te geven – omdat immers zijn talenten reden tot veel optimisme geven -  en het vertrouwen dat zijn vader stelde in mijn  broederlijke liefde niet te beschamen. Het scheutje is nog flexibel, maar wanneer het nog langer wordt verwaarloosd, zal het scheefgroeien en zich onttrekken aan de leidende hand van de tuinier. Zo zullen fatsoenlijk gedrag, intellect en karakter voor altijd te gronde gaan.

Ik ken geen heiliger plicht dan te zorgen voor de opvoeding en vorming van een kind. De belangrijkste taken van een voogd bestaan erin, dat hij weet het pad te kiezen dat goed is en een juiste koers aan te houden. Alleen dan wordt de juiste aandacht geschonken aan het welzijn van zijn pupil, terwijl hij anderzijds zijn plicht verzaakt wanneer hij zich tegen dit alles verzet. Met het beste voor de jongen op het oog heb ik er geen bezwaar tegen dat zijn moeder in zoverre in de voogdijplichten deelt , dat ze haar zoon mag bezoeken en op de hoogte wordt gesteld van alle maatregelen die dienen voor zijn opvoeding. Maar wanneer aan haar alleen het voogdijschap over deze jongen wordt toevertrouwd, zonder een strikte voogd aan haar zijde, zou dat onherstelbare schade aan de jongen veroorzaken.

Met deze dwingende argumenten formuleer ik mijn goedgefundeerde verzoek nog eens en ik vertrouw des te sterker op een gunstig antwoord, aangezien alleen het welzijn van mijn neef mij in deze zaak leidt.

L. van Beethoven

(Het Hof sloot Carls moeder volledig van het voogdijschap uit, alsmede van elke directe invloed op haar zoon en ze gaf Beethoven al zijn verantwoordelijkheid als voogd terug).

***
Getuigschrift ten gunste van de heer Von Kandeler

Het is zeker de plicht van elke componist om zich vertrouwd te maken met alle vroegere maar ook de meer moderne dichters om te kunnen kiezen wat het best bij zijn liedcomposities past. Omdat dit niet altijd het geval is, kan deze bloemlezing van gedichten van de heer Von Kandeler uitermate nuttig zijn voor velen die liederen willen schrijven  en getalenteerde dichters op weg helpen om iets in  dezelfde stijl te schrijven.

Ludwig van Beethoven, m(anu) p(ropria)

Ik ben het geheel met de heer Van Beethoven eens,

Jos. Weigel

***

Aan  Theodor Amadeus Hoffmann

Wenen, 23 maart, 1820

Ik maak via de heer N. gebruik van de gelegenheid iemand te benaderen die zo begaafd is als u. U heeft ook over mijn bescheiden persoon geschreven en de heer N.N. liet me een paar van uw regels over mij in zijn album zien. Ik heb dan ook alle reden te geloven dat u belangstelling in me stelt. Staat u me toe te zeggen ,dat dit, van de kant van iemand die zo begaafd is als u, me heel veel goed doet. Ik wens u alle voorspoed en geluk toe en blijf,

Met hoogachting, mijnheer, uw gehoorzame

Beethoven

(Van 1809 tot 1812 schreef Hoffmann de eerste echt belangrijke artikelen over werken van Beethoven in de Leipziger Allgemeine Musicalische Zeitung)

***

Aan de heer Haslinger, het adjudantje

Ik verzoek de Adjudant me de partituur te lenen van de Ouverture in Es, die ik zal terugsturen zodra de uitvoering voorbij is. Ook vraag ik hem mij het boek van Kirnberger te sturen ter vervanging van mijn exemplaar, omdat ik op dit ogenblik contrapuntlessen geef  en mijn eigen manuscript niet kan vinden in de papierwinkel.

Geheel de uwe,

MI CONTRA FA

***

Aan Tobias, Adjudant

Allereerbiedwaardigste adjudant,

Ik wed om tien florijnen Weense Koers, dat het bericht onwaar is dat je verplicht was om een compensatie van 2000 florijnen  aan Artaria te betalen voor een nieuwe uitgave van Mozarts composities die keer op keer gedrukt en verkocht zijn. Ik zou graag weten,  wat waar is, want ik kan nauwelijks geloven wat wordt gezegd. Wanneer het werkelijk waar is dat je zo onaardig behandeld bent, dan moet ik Ah, dolce contento de tien florijnen betalen. Vaarwel. Wees een goed Christen.

Je

Beethoven

***

Aan aartshertog Rudolph.

Wenen, 3 april 1820

Uwe Koninklijke Hoogheid,

Voor zover ik me herinner,  kreeg ik, toen ik bij u mijn opwachting maakte, het bericht dat u ziek was. Zondag kwam ik langs om naar u te informeren nadat me verzekerd was dat u niet van plan was op maandag te vertrekken. Het is mijn gewoonte niet lang in de antichambre te blijven en daarom ging ik er vandoor na deze informatie te hebben ontvangen, hoewel ik merkte dat enige heren nog wat tegen me wilden zeggen. Helaas hoorde ik pas maandagmiddag, dat u al  naar Olmütz vertrokken was. Ik moet bekennen dat dit me een heel pijnlijk gevoel gaf, maar de zekerheid,  dat ik nooit in enig opzicht mijn plicht heb verzaakt, bracht me tot de veronderstelling dat bij deze gelegenheid iets het geval was dat wel vaker in een mensenleven gebeurt, - want ik kan me gemakkelijk voorstellen dat u overspoeld werd door ceremoniën en nieuwe indrukken, en dus erg weinig tijd over had om in Olmütz andere dingen te doen.  Anders zou ik u zeker vóór zijn geweest met schrijven.  Ik zou u vriendelijk willen vragen me aan te geven hoe lang u in Olmütz denkt te blijven. Er werd gezegd, dat u van plan was einde mei hierheen terug te keren. Maar een paar dagen geleden hoorde ik dat u anderhalf jaar in Olmütz zou blijven. Wat dit betreft heb ik misschien een paar onjuiste stappen gedaan, niet met betrekking tot u, maar tot mezelf. Zodra ik hierover informatie van u ontvang, zal ik u nadere uitleg geven. Mag ik u vragen in de tussentijd niet te luisteren naar bepaalde commentaren over mij? Ik heb hier heel wat kletspraatjes gehoord  die sommige mensen acceptabel voor Uwe Hoogheid vinden. Omdat u graag pleegt te zeggen dat ik behoor tot degenen die u respecteert, kan ik met een gerust hart verklaren dat Uwe Hoogheid de persoon is  die ik het meest ter wereld waardeer. Zonder te vleien geloof ik dat u me maar al te goed kent om te geloven  dat puur eigenbelang mij tot U aangetrokken heeft. Integendeel, het gaat om waarachtige en diepgevoelde betrokkenheid. Ik kan naar waarheid zeggen, dat een tweede Blondel lang geleden op pelgrimage is gegaan, en als geen Richard in deze wereld voor mij kan worden gevonden, dan zal God mijn Heerser zijn!

Het lijkt erop, dat mijn idee om een kwartet te geven het beste is. Ook al zijn sommige composities al op grote schaal in Olmütz uitgevoerd, toch kan er op die manier  iets in Moravia worden geïmporteerd om de aandacht van de muzikale wereld te trekken en de Kunst te bevorderen.

Wanneer u volgens genoemde berichten hier in mei terugkeert, adviseer ik u uw spirituele kinderen voor mij tot dat tijdstip achter te houden, omdat het beter zou zijn wanneer ik ze door uzelf hoorde uitvoeren.

Wanneer echter uw verblijf in Olmütz zo lang zal duren, zal ik ze nu met het grootste genoegen ontvangen en Uwe Hoogheid naar de top van de Parnassus  begeleiden. Moge God Uwe Hoogheid een goede gezondheid schenken tot voordeel van de mensheid en uw warme bewonderaars. Ik vraag u mij spoedig te schrijven. U moet er wel van overtuigd zijn dat ik op elk ogenblik klaar sta om aan uw wensen te voldoen.

Ik ben uw nederige en trouwe dienaar,

Ludwig van Beethoven

***

Aan aartshertog Rudolph,

Mödling,  3 augustus 1810

Zojuist heb ik de brief ontvangen waarin Uwe Hoogheid me informeert over uw reis hierheen en ik dank u voor uw blijk van aandacht voor mij. Ik was van plan me morgen naar de stad te haasten om mijn opwachting bij u te maken, maar er is geen wagen te krijgen. Ik verwacht er vóór komende zaterdag een te krijgen. Ik zal dan geen tijd verliezen en vroeg vertrekken om naar u te informeren. Met betrekking tot het offer, dat U aan de muzen wilt brengen, doe ik u straks mondeling een voorstel. Ik ben enorm blij, dat Uwe Hoogheid weer bij mij in de buurt is.  Moge ik in alle opzichten in staat zijn om uw wensen in vervulling te laten gaan! Moge de hemel u zegenen en al uw plannen zich voorspoedig laten ontwikkelen.

***

Aan de heer Artaria, Falstaff & Co

Wenen, 26 oktober 1820

Vienna, Oct. 26, 1820.

Ik vraag u beleefd dat u de heer Oliva de som van 300 florijnen overhandigt,  die u ongetwijfeld zonder mankeren heeft ontvangen.  Omdat ik volkomen in beslag genomen word door mijn verhuizing naar een nieuw onderkomen, kon ik u en de Heer John Fallstaf in eigen persoon niet bedanken.

Uw  gehoorzame dienaar,

Beethoven

***

Aan Bolderini

Mijn eerbiedwaardige Fallstaff!!

Met alle vereiste beleefdheid verzoek ik u, dat u me een exemplaar stuurt van de twee stukken voor piano en fluit met variaties. De rekening  krijgt u morgen. Ik vraag u die mee te sturen. Geef de heer Artaria mijn complimenten en bedank hem al bij voorbaat voor zijn vriendelijke aanbod, maar omdat ik vanuit het buitenland de aan mij verschuldigde honoraria heb ontvangen, hoef ik van zijn hulp geen gebruik te maken. Vaarwel, Ridder Falstaff! Leef niet al te liederlijk, lees het Evangelie en bekeer je!

We verblijven, uw welgezinde

Beethoven

***

Aan aartshertog Rudolph

Mödling, September  1820.

Sinds afgelopen dinsdagavond voel ik me verre van goed. Maar ik hoopte vrijdag het genoegen te smaken bij u mijn opwachting te maken. Dit bleek te optimistisch gedacht  en pas vandaag ben ik in staat met zekerheid te zeggen dat ik me komende maandag of dinsdag  op een vroeg tijdstip  bij u zal aandienen. Volgens mij is mijn ziekte veroorzaakt doordat ik een open calèche heb genomen om niet mijn afspraak met Uwe Hoogheid te missen. Het was die dag erg regenachtig en tegen de avond ook heel koud. Het lijkt er bijna op, dat de natuur door mijn vrijpostigheid beledigd was en mij er vervolgens voor heeft gestraft. Moge de hemel Uwe Hoogheid alles geven dat goed en heilig is, elke voorspoed en elke zegen, en moge hij mij uw gunst geven, maar alleen maar voor zover rechtvaardigheid het wettigt!

***

Aan de heer Artaria,

Wenen, 17 december 1820

Ik dank u hartelijk voor het voorschot van 150 florijnen waarvoor ik de kwitantie heb uitgeschreven in naam van Zijne Keizerlijke Hoogheid de Kardinaal en ik verzoek u, omdat ik risico loop een van mijn aandelen te verliezen, dat u me nog eens 150 florijnen als voorschot geeft. Binnen drie maanden vanaf deze datum op zijn laatst zal ik u terug betalen.  Als blijk van dankbaarheid stuur ik met deze brief een compositie van mij mee, bestaande uit twee delen, te beschouwen als uw exclusief eigendom. U hoeft er naderhand niet voor te betalen.

Uw toegenegen,

Beethoven

***

Aan Tobias Von Haslinger

Baden,  10 september 1821

Mijn beste vriend,

Op weg naar Wenen werd ik gisteren in mijn reiswagen door slaap overvallen. Dat was niet zo vreemd, omdat ik elke morgen zo vroeg op moest staan en geen nacht goed kon doorslapen. Toen ik zo sluimerde, droomde ik, dat ik een lange reis maakte, naar niets minder dan Syrië, verder naar Judea en terug en al maar door naar Arabië,  totdat ik uiteindelijk in Jeruzalem arriveerde. De Heilige Stad gaf aanleiding tot gedachten over de Heilige Boeken. Geen wonder dat de persoon van  Tobias me toen in gedachten schoot wat er ook toe leidde dat ik aan onze eigen kleine en grote Tobias dacht. Tijdens mijn droomreis ontwikkelde zich een canon in mijn hoofd. Nauwelijks werd ik wakker of de canon verdween uit mijn  brein  en ik kon me er niets van herinneren. Op de terugreis hierheen nam ik de volgende dag in dezelfde wagen (die van een arme Oostenrijkse musicus) mijn droomreis weer op, maar dan wel klaar wakker! En kijk! In overeenstemming met de wetten van de gedachtenassociatie schoot diezelfde canon weer door mij heen. Omdat ik nu helemaal wakker was, kon ik hem zo stevig vasthouden als Menelaus Proteus vasthield, alleen veranderde ik hem in een canon met drie stemmen.

Vaarwel! De volgende keer stuur ik je iets dat op Steiners naam is gecomponeerd om te laten zien dat hij geen hart van steen (Stein) heeft.  Adieu, goede vriend. Het is mijn diepste wens dat je als uitgever succes hebt. Moge je alle krediet worden gegeven zonder dat je krediet nodig hebt. Zing dagelijks de Brieven van Paulus en breng ook elke dag  een bezoek aan pater Werner  die je met zijn kleine boekje kan laten zien, hoe je linea recta in de hemel komt. Moet je eens zien, hoe druk ik me maak om je zieleheil.

Ik blijf altijd met oneindig veel genoegen nu en voor altijd

Je trouwe debiteur,

Beethoven

***

Aan aartshertog Rudolph

Unterdöbling, 18 juli 1821

Gisteren hoorde ik van uw aankomst hier, een vreugdevol bericht, alleen jammer om te weten dat het wel even zal duren voordat ik mijn opwachting bij Uwe Hoogheid kan maken. Ik was al lange tijd erg ziek, toen zich geelzucht aandiende die volgens mij een afschuwelijke ziekte is. Ik vertrouw er echter op dat ik zo ver hersteld zal zijn om u te zien voordat u hiervandaan vertrekt. Afgelopen winter had ik ook al een paar hevige aanvallen van reuma. Veel hiervan wordt mede veroorzaakt door  mijn beroerde familiesituatie. Tot nu toe hoopte ik erop dat ik  die met uiterste inspanning zou kunnen verbeteren.  De Voorzienigheid die mijn binnenste doorgrondt en weet, dat ik als mens geprobeerd heb alle heilige plichten die me door mijn medemensen, God en de Natuur zijn opgelegd, te vervullen, zal me ongetwijfeld op een dag van al deze zorgen bevrijden. De Mis (in D) zal hier aan Uwe Hoogheid worden aangeboden. Ik hoop, dat u het me niet kwalijk neemt, dat ik niet inga op de verschillende oorzaken van het late tijdstip. De details kunnen voor u niet anders dan pijnlijk zijn.  Vaak zou ik u met genoegen van hier hebben geschreven, maar u zei me te wachten tot ik iets van uw kant hoorde. Wat moest ik toen doen?  U zou het me kwalijk hebben genomen wanneer ik uw aanwijzing niet had opgevolgd en ik weet dat er mensen zijn die me met genoegen bij Uwe Hoogheid zwart proberen te maken, wat me heel veel pijn doet. Daarom denk ik vaak, dat ik problemen kan voorkomen door me stil te houden totdat u de wens uit mij te zien of van me te horen. Ik hoorde, dat u ziek bent geweest. Ik hoop dat het niets ernstigs was.  Moge de hemel u rijkelijk zegenen! Ik vertrouw erop, dat het niet lang zal duren totdat ik zo gelukkig zal zijn u te verzekeren hoe zeer ik volkomen de uwe ben,

Beethoven

***

Aan aartshertog Rudolph

Unterdöbling 18 juli 1821

Ik heb Uwe Hoogheid  een lange en uitvoerige brief geschreven die mijn kopiïst Schlemmer aan u zal overhandigen.  Ik heb hem geschreven, nadat ik eergisteren van uw aankomst had gehoord. Het doet me heel veel verdriet dat de geelzuchtaanval mij verhindert onmiddellijk mijn opwachting bij u te maken om persoonlijk mijn blijdschap om uw aankomst uit te spreken. Moge de Heer van alle dingen, ook ten gunste van zovele anderen, Uwe Hoogheid onder Zijn bescherming nemen!

***

Aan de beroemdste muziekfirma in Europa, aan de heren Steiner & Co, Pater Noster (Miserere) Gässel

Ik verzoek Geh’bauer  (Gebauer stichtte de Concerts Spirituels in 1819 en stierf in 1822) me twee kaarten te sturen omdat een paar van mijn vrienden jullie  achterkamertjesmuziek willen horen. Je  hebt waarschijnlijk nog wel een paar van die waardeloze entreebewijzen, stuur me er dus maar twee van.

De muziek die ik meestuur behoort bij het Koor waarvan Bauer de andere stukken heeft.

Je amicus

Beethoven

***

 

Aan een onbekend adres

Baden,  27 september 1821

Geachte Heer,

Ik hoop dat u mij de vrijheid vergeeft waarmee ik me zo aan u opdring. De drager van deze brief, de Heer Von …… heeft van mij de opdracht gekregen een bankbiljet te ruilen of te verkopen. Omdat ik volkomen onbekend ben met dit soort zaken, verzoek ik u zo goed te willen zijn de drager van deze brief  van uw standpunten en uw advies op de hoogte te stellen. De twee gevallen van ziekte die ik afgelopen winter en zomer heb doorgemaakt , hebben al mijn berekeningen nogal op losse schroeven gezet.  Sinds 7 september ben ik hier en ik moet hier blijven tot eind oktober. Dat kost allemaal veel geld en maakt het me onmogelijk dit te verdienen, zoals gewoonlijk.  Binnenkort verwacht ik honoraria uit het buitenland, maar omdat papiergeld tegenwoordig zo hoog staat, beschouw ik dit als de gemakkelijkste manier en ik ben van plan een nieuw bankbiljet in plaats ervan te kopen.

In haast,

Uw vriend,

Beethoven

 

(Deze ongezegelde brief zat in een enveloppe waarop geschreven stond : U zult onmiddellijk zien wat voor een commercieel genie ik ben. Na het schrijven van ingesloten brief,  heb ik voor het eerst een vriend over het bankbiljet om raad gevraagd. Hij wees me erop,  dat alles wat ik moest doen was een coupon los te knippen  en de zaak was geregeld. Daarom ben ik blij, dat ik u hierover niet langer hoef lastig te vallen.

***

Aan aartshertog Rudolph

27 februari 1822

Vanochtend vroeg ben ik naar het paleis gegaan, niet met de bedoeling u daar te ontmoeten (ik was nog niet goed aangekleed) maar alleen om Zips te vragen u mede te delen dat ik langs was geweest en dat ik oprecht verheugd ben over uw aankomst hier.  Ik kon niet achterhalen wat uw appartementen waren,  en waar ik ook maar aanklopte in de hoop u aan te treffen, werd mijn kledij zo minutieus bekeken, dat ik ervandoor ging. Nu schrijf ik om mezelf bij Uwe Hoogheid aan te bevelen.  Morgen zal ik Uwe Hoogheid mijn respect laten blijken. Ik hoop dan ook te horen  of de gebruikelijke muzikale en culturele bijeenkomsten ook in de toekomst gehouden zullen worden en wanneer dat zal gebeuren. Dat ik u al die tijd niet geschreven heb, maakt zeker een beroerde indruk, maar ik stelde het van dag tot dag uit. Ik hoopte steeds de Mis mee te kunnen sturen, maar er zaten nog vreselijk veel fouten in, zo veel, dat ik verplicht was elke stem te herzien. Daardoor is het uitstel veroorzaakt. Andere dringende bezigheden en uiteenlopende omstandigheden waren ook een obstakel voor mij, wat vaak het geval is wanneer men zoiets het minst verwacht. Dat Uwe Hoogheid voortdurend in mijn gedachten bent,  blijkt uit de volgende nieuwe stukken  (het betreft op. 109,  op. 110  en op. 121) die al enige tijd voor u klaar lagen. Ik kon maar niet besluiten ze u te sturen voordat ik tegelijk de Mis mee kon zenden. De mis hoeft alleen nog maar gebonden te worden, wanneer ze  met alle eerbied door mij aan Uwe Hoogheid zal worden aangeboden. Ik was oprecht verheugd u spoedig persoonlijk mijn opwachting te kunnen maken.

Met respect en eerbied  blijf ik de uwe , tot de dood toe

Beethoven

***

Aan F. Ries, Londen

Wenen, 6 april 1822

Allerbeste Ries!

Mijn gezondheid is de afgelopen tien maanden slecht geweest. Tot nu toe was ik niet in staat je brief te beantwoorden. Ik heb de 26 l. sterling ontvangen en ik ben je oprecht dankbaar.  Ik heb echter nog niet de sonate die je aan mij hebt opgedragen, ontvangen. Mijn grootste compositie is een Grote Mis die ik onlangs heb voltooid. Omdat de tijd dringt, kan ik alleen maar zeggen wat het meest dringend is.  Wat zou het Philharmonisch Orkest geven voor een symfonie?

Ik koester nog steeds de hoop komend voorjaar naar Londen te gaan, wanneer mijn gezondheid het toelaat.  Je zult in mij iemand aantreffen die zijn geliefde leerling, nu een groot meester,  in alle opzichten weet te waarderen en kan vertellen wat voor een profijt de kunst kan trekken uit onze verbintenis!  Ik ben, zoals altijd,  volkomen toegewijd aan mijn Muze, die het enige geluk in mijn leven vormt en ik doe voor anderen alle moeite zo goed als ik kan.  Je hebt twee kinderen, ik maar één, de zoon van mijn broer. Maar jij bent getrouwd, en daarom kosten die twee van jou niet zo veel als die éne van mij. Vaarwel nu! Kus je mooie vrouw namens mij totdat ik die plechtige handeling ook eens in eigen persoon kan verrichten.

Je toegenegen

Beethoven

Wees zo vriendelijk me je opdracht te sturen. Dan kan ik proberen je van mijn kant te complimenteren. Dat doe ik zodra ik je werk ontvang.

***

Aan de heren Peters & Co, muziekuitgevers te Leipzig

Wenen, 5 juni 1822

Mijne  Heren,

U heeft me de eer bewezen mij een brief te sturen in een periode dat ik het erg druk had. De afgelopen vijf maanden was ik bovendien erg ziek. Nu antwoord ik u alleen op de hoofdlijnen. Hoewel ik toevallig enkele dagen terug Steiner tegen kwam en hem in scherts vroeg wat hij voor me mee had gebracht uit Leipzig, maakte hij niet de geringste toespeling op uw opdracht of op u zelf. Hij drong er echter wel in de sterkste bewoordingen bij mij op aan om hem het exclusieve recht tegeven om al mijn werken te publiceren, nu en in de toekomst, en een contract met die inhoud te tekenen, wat ik weigerde. Deze streek zal voor u voldoende bewijs zijn, waarom ik vaak de voorkeur aan andere uitgevers geef, zowel in binnen- als buitenland. Ik houd van transparantie en integriteit en ben van mening dat men  bij kunstenaars nooit het onderste uit de kan moet zien te halen, want, helaas, hoe schitterend Roem aan de buitenkant ook lijkt te zijn, een kunstenaar heeft nu eenmaal niet dagelijks het voorrecht als gast van Jupiter op de Olympus te vertoeven. Het is jammer, dat gewone types hem maar al te vaak uit deze pure etherische hoogten naar beneden trekken.

Mijn grootste werk tot nu toe is een Grote Mis met koren, vier obligate solopartijen en vol orkest.  Verschillende personen hebben me al benaderd en me 100 Louis d’Or geboden, in contanten. Maar ik vraag er tenminste 1000 florijnen C.M. voor, voor welk bedrag ik ook een pianobewerking bijsluit. Een groot aantal variaties op een wals, voor 30 gouden ducaten, Weense ducaten wel te verstaan. Wat mijn liederen betreft, ik heb nogal wat interessante beschrijvende liederen, zoals bij voorbeeld een komische aria met vol orkest op Goethe’s tekst : ‘Mit Mädeln  sich vertragen’, en nog een aria in dezelfde stijl, 16 ducaten elk ( een pianobewerking kan naar wens worden toegevoegd).  Verschillende beschrijvende liederen met pianobegeleiding, 12 ducaten per stuk. Daaronder is ook een kleine Italiaanse cantate met recitatief. Onder de Duitse liederen bevindt zich ook een Lied met Recitatief, een lied met pianobegeleiding voor acht ducaten. Een Elegie voor vier stemmen met begeleiding van twee violen, altviool en cello, 24 ducaten. Een Derwischenkoor met vol orkest, 20 ducaten.

Ook heb ik nog de volgende instrumentale muziek : een Grote Mars voor vol orkest, met begeleiding van piano, 12 ducaten, geschreven voor de tragedie ‘Tarpeia’. Een Vioolromance (vioolsolo met vol orkest), 15 ducaten. Een Groot Terzet voor twee hobo’s en een Engelse Hoorn (ook te bewerken voor andere instrumenten), 30 ducaten.  Vier Militaire Marsen met Turkse muziek; wanneer er belangstelling voor is, zal ik de prijs noemen. Bagatelles, kleine pianostukjes, waarvan de prijs op verzoek bekend zal worden gemaakt.  Bovenstaande werken zijn allemaal voltooid.

Een pianosonate, 40 ducaten (kan binnenkort worden aangeleverd). Een kwartet voor twee violen, altviool en cello, 50 ducaten ( is binnenkort klaar).

Over deze composities maak ik me minder druk dan om een volledige en complete uitgave van mijn composities die ik nog tijdens mijn leven wil laten uitgeven. Ik heb al heel wat voorstellen hierover gekregen, maar daaraan waren eisen verbonden waar ik nauwelijks mee akkoord kon gaan en waaraan ik niet zou kunnen of willen voldoen. Ik ben bereid gedurende één, anderhalf of twee jaar   met de nodige assistentie een volledige uitgave van mijn composities te realiseren en daaraan een nieuwe compositie in elke stijl toe te voegen, zoals een nieuwe compositie met variaties, een werk in sonatestijl en zo voort in elke afzonderlijke categorie van composities die ik ooit heb geschreven. Voor dat alles vraag ik de som van 10000 florijnen C.M.

Ik ben geen zakenman, was dat maar waar!  Ik word geleid door de aanbiedingen  die door verschillende gegadigden voor mijn composities worden gedaan. Momenteel is de concurrentie nogal sterk.

Ik verzoek u  niets over dit onderwerp te zeggen omdat ik bloot sta aan heel wat risico’s zoals u kunt opmaken uit de handelwijze van deze heren.  Wanneer eenmaal mijn werken door u gepubliceerd zullen zijn  ben ik van al die problemen af.  Het zal me veel plezier doen wanneer er een band tussen ons ontstaat, omdat ik zo goede berichten over u heb gehoord. U zult dan ook merken dat ik er verre  de voorkeur aan geef met één persoon van uw kaliber te onderhandelen dan met een verscheidenheid aan mensen van gemiddeld niveau.  Geeft u me alstublieft onmiddellijk antwoord. Ik sta nu namelijk op het punt te beslissen over de uitgave van verschillende werken. Als u het de moeite waard vindt, weest u dan zo goed me een duplicaat te sturen van de lijst die u de heer Steiner heeft gegeven.

In afwachting van een spoedig antwoord,, verblijf ik, met hoogachting,

Uw gehoorzame L. van Beethoven

***

 

Aan de heren Peters & Co

Wenen, 26 juli 1822


Ik schrijf u alleen maar  dat ik het ermee eens ben u de Mis en de pianobewerking ervan voor 1000 florijnen C.M. te gunnen.  Tegen einde juli zult u de Mis, uitgeschreven in partituur, ontvangen, misschien enkele dagen eerder of later.  Omdat ik het altijd erg druk heb en bovendien de afgelopen vijf maanden een slechte gezondheid heb, en ook omdat de composities die over een  grote afstand worden verzonden, de meest zorgvuldige behandeling vereisen, moet ik langzamer opereren dan gewoonlijk. In elk geval krijgt Steiner niets meer van mij, omdat hij me onlangs een echt-Joodse streek heeft geleverd. Hij is dus niet een van diegenen  die de Mis hadden kunnen krijgen. De belangstelling voor mijn composities is momenteel heel groot, waarvoor ik de Almachtige dankbaar ben, ook omdat ik tot nu toe telkens aan het kortste eind trok. Ik ben stiefvader van mijn broers aan zijn lot overgelaten kind, een jongen die zoveel aanleg toont voor een wetenschappelijke carrière,  dat niet alleen zijn studie en onderhoud veel geld kosten, maar  er ook gezorgd moet worden voor uitgaven in de toekomst. 

Ik ben geen Indiaan of  Iroquois, mensen die , zoals we weten, alles aan de Voorzienigheid over laten.  Wij beschouwen armoede als een heel verdrietig lot.

Ik verzeker u op mijn erewoord dat me, naast God, het meest dierbaar is, dat ik niemand gemachtigd heb opdrachten voor mij aan te nemen.  Mijn vaste uitgangspunt is altijd geweest nooit een bod te doen aan uitgevers. Niet uit trots, maar alleen om me ervan te vergewissen hoever het rijk van mijn bescheiden talenten reikt.

Ik moet voor vandaag afsluiten en wens u alle mogelijke succes.

Ik verblijf, met hoogachting,

Uw gehoorzame Beethoven

***

Aan de heer Peters

Wenen, 3 augustus 1822

Ik schreef u al , dat mijn gezondheid nog heel veel te wensen overlaat. Ik ben verplicht mijn toevlucht te nemen tot baden en mineraalwater en ook tot medicijnen. Dit alles maakt me nogal weinig punctueel, vooral wanneer ik verder moet componeren. Ook het aanbrengen van correcties kost me heel wat tijd.

Wat betreft de liederen, de marsen en andere kleinere stukken, is mijn keuze nog onbeslist, maar rond de 15e van deze maand zal alles klaar zijn voor verzending. Ik wacht uw orders af en in de tussentijd zal ik geen gebruik maken van uw betalingsopdracht. Zodra ik weet dat het honorarium voor de mis en de andere werken hier is gearriveerd, zal alles rond de 15e klaar zijn voor verzending. Daarna vertrek ik naar bronnen met mineraalwater vlakbij. Dan is het wenselijk voor mij dat ik zakelijke activiteiten voor enige tijd onderbreek.  Meer over andere zaken wanneer ik het minder druk heb. Verdenkt u me niet van oneerbare motieven. Het doet me pijn wanneer ik verplicht ben te onderhandelen.

In haast.

Met hoogachting,

Uw Beethoven

***

Aan de heer Artaria

22 augustus 1822

Omdat ik gebukt ga onder een enorme hoeveelheid werk, kan ik hierbij alleen maar kort zeggen dat ik altijd zal doen wat ik kan om iets voor  uw vriendelijkheid terug te doen. Wat de Mis betreft, mij zijn er 1000 florijnen voor geboden. Mijn omstandigheden laten het niet toe een lagere som van u te ontvangen. Alles wat ik kan doen is u de eerste keus te geven. Wees ervan verzekerd,  dat ik u geen stuiver  meer vraag dan anderen me hebben geboden, wat ik u kan aantonen met geschreven documenten. U kunt erover nadenken, maar ik moet u wel verzoeken me morgen een antwoord hierover te sturen, omdat het dan een postdag is. Bovendien wordt er op een andere plaats op mijn besluit gewacht. Met betrekking tot de 150 florijnen waarvoor ik bij u in het krijt sta, ik ben van plan u een voorstel te doen, omdat ik de 1000 florijnen erg nodig heb.

Ik verzoek u strikte geheimhouding te betrachten  aangaande de Mis.

Nu, als altijd,

Uw dankbare vriend,

Beethoven

***

Aan de heer Peters, Leipzig

Wenen, 22 november 1822

Ik beantwoord nu uw brief van 9 november, waarin ik verwachtte terechte verwijten aan te treffen voor mijn schijnbare nalatigheid, omdat u me het geld hebt gestuurd, maar nog niets van me hebt terug ontvangen. Dit lijkt oneerlijk, maar ik weet zeker dat u in enkele minuten gerustgesteld zou zijn, wanneer we elkaar zouden ontmoeten.

Alles ligt nu voor u klaar, behalve de keuze van de liederen, maar in elk geval zult u er één meer ontvangen dan was afgesproken. Ik kan u meer bagatelles zenden dan ik beloofd heb, omdat ik er tien andere bij heb geschreven. Wanneer u aan me schrijft stuur ik u deze composities op, of zoveel als u wenst, samen met de rest.

Inderdaad is mijn gezondheid door de baden nog niet voleldig hersteld, maar toch denk ik, dat ik er over het geheel genomen op vooruit ben gegaan. Ik had hier nog een ander probleem omdat iemand  een ongeschikt verblijf voor me had geregeld. Daar kan ik niet tegen omdat ik me er maar niet aan kan wennen en mijn bezigheden er pijnlijk door in de war worden gebracht.

Met de Mis staat het er als volgt voor : lang geleden heb ik er één voltooid, met een tweede ben ik nu bezig. Over mensen van onze klasse wordt altijd wel geroddeld. Dat heeft u ongetwijfeld misleid. Ik weet nog niet welke van de twee  u kunt krijgen. Terwijl ik van alle kanten word belegerd, ben ik bijna gedwongen om het omgekeerde te getuigen van het dictum dat ‘geest niet gewogen kan worden’. Ik zend u mijn beste wensen en vertrouw erop dat de tijd een profijtelijke en eervolle band tussen ons zal smeden.

Beethoven

***

Aan Aartshertog Rudolph,

Zowel gisteren als eergisteren voelde ik me vreselijk beroerd. Jammer genoeg was er niemand die ik naar u toe kon sturen om u ervan op de hoogte te stellen. Toen ik me tegen de avond beter voelde, ben ik de stad in gegaan om Schlemmer de sonate (opus 111?)  te laten corrigeren. Hij was niet thuis en daarom verzocht ik hem vandaag hier te komen. Ik zend u de sonate via hem en kom vandaag vóór vier uur bij Uwe Hoogheid langs.

***

 

Aan de heer Peters

Wenen, 20 december 1822

Ik neem vandaag even de tijd om uw brief te beantwoorden. Niet één van alle werken die uw eigendom zijn is  onvoltooid, maar mijn tijd is te kostbaar om u alle details te specificeren die het kopiëren en verzenden van de muziek verhinderd hebben. Ik herinner me in een eerdere brief geschreven te hebben dat ik u nog wat meer bagatelles aanbood maar ik dring er geenszins bij u op aan ze ook te nemen. Wanneer u slechts de vier wilt hebben, het zij zo. Maar in dat geval moet ik een andere selectie maken. De heer …. heeft vooralsnog niets van me gekregen. De heer …. vroeg me hem de liederen cadeau te doen voor het ‘Journal de la Mode’, liederen die ik eigenlijk niet voor het geld schreef. Ik vind het bijna onmogelijk om in elke zaak te handelen volgens percentages. Het is pijnlijk voor mij om vaker op deze manier te rekenen dan absoluut noodzakelijk is. Mijn positie is helemaal niet zo rooskleurig als u denkt, etc. etc. Het is onmogelijk naar al deze voorstellen tegelijk te luisteren. Het zijn er veel te veel, maar veel kunnen er niet worden genegeerd. Een opdracht is niet altijd helemaal in overeenstemming met de bedoelingen van een auteur. Als mijn inkomen niet zo ver achteruitgegaan was (van 4000 naar 800 gulden), dat er nauwelijks nog salaris over was,  zou ik niets anders schrijven dan symfonieën voor vol orkest, kerkmuziek en het liefst kwartetten.

Van mijn kleinere werken zijn voor u nog beschikbaar de variaties voor twee hobo’s en Engelse hoorn op het thema ‘La ci darem la mano’ uit Don Giovanni en een Felicitatiemenuet voor vol orkest.  Ik zou graag uw mening willen hebben over de volledige uitgave van mijn werken.

In de meest wanhopige haast,

Uw gehoorzame

Beethoven

***

Aan F. Ries, Londen

Wenen, 20 december 1822

Beste Ries,

Omdat ik  tot over mijn oren in het werk zit, kan ik pas nu je brief van 15 november beantwoorden. Met plezier ga ik op het voorstel van het Philharmonisch Orkest in om een nieuwe symfonie te schrijven. Hoewel de prijzen die de Engelsen willen betalen niet te vergelijken zijn met die welke in andere landen worden betaald,  zou ik toch nog graag zelfs gratis willen schrijven voor diegenen die ik als de belangrijkste musici in Europa beschouw, als ik niet, zoals altijd, de arme Beethoven was.

Was ik maar in Londen, wat zou ik dan niet voor het Philharmonisch Orkest willen schrijven! Want Beethoven kán, godzijdank, schrijven, ook al kan hij verder niets ter wereld! Wanneer de Voorzienigheid maar mijn gezondheid zou willen herstellen, die nu wel tenminste vooruitgaat, dan zou ik in staat zijn gehoor te geven aan de vele voorstellen  uit alle delen van Europa en zelfs Noord-Amerika, en dan zou ik misschien op een dag op rozen  zitten.

***

Aan Ignaz Ritter von Seyfried

1822

Mijn dierbare en waardige broeder in Apollo,

Ik dank je hartelijk voor de moeite die je hebt genomen om mij met mijn liefdadigheidswerk te ondersteunen. (Seyfried voerde tijdens een benefietconcert van het Burgerhospitaal Beethovens Feestouverture op. 124 uit bij de viering van de opening van  het nieuwe Josephstad Theater). Ik ben er blij om, dat het succes ervan in brede kringen wordt erkend en hoop, dat je me steeds zult laten weten wanneer het in mijn macht ligt je met mijn bescheiden talenten te helpen. De eerbiedwaardige stedelijke corporatie is ongetwijfeld volkomen overtuigd van mijn goede bedoelingen. Om daarvan nieuwe bewijzen te kunnen laten zien, moeten we eens in een positief gesprek nagaan op welke manier ik de corporatie het best ter wille kan zijn.  Wanneer zo’n meester als u belangstelling in ons stelt, hoeven we onze vleugels nooit te laten hangen.

Ik ben uw vriend, met het grootste respect,

Beethoven

***

Aan Zelter

Wenen, 8 februari 1823

Mijn beste collega in de kunst,

Ik schrijf je om je een gunst te vragen , want we wonen nu zo ver van elkaar dat we niet langer met elkaar kunnen spreken en jammer genoeg ook nog maar zelden aan elkaar kunnen schrijven.  Ik heb een grote mis geschreven die ook als oratorium kan worden uitgevoerd (ten bate van de armen, een goede gewoonte hier). Ik wil het stuk niet op de gebruikelijke manier publiceren, maar het alleen uit handen geven aan een van de leidende hoven. Ik vraag er vijftig ducaten voor. Er mogen geen kopieën van worden verkocht, behalve die waarop ingetekend is, zodat de mis als het ware in manuscriptvorm blijft bestaan.  Maar er moet wel een behoorlijk aantal intekenaars zijn, wil de auteur er ook nog wat profijt van hebben.  Ik heb me tot de Pruisische ambassade hier gewend om te weten of de Koning van Pruissen bereid is een exemplaar af te nemen en ook heb ik Prins Radziwill geschreven om te vragen zich in deze zaak te verdiepen. Zo vraag ik ook jou voor me te doen wat je kunt.  Het is een compositie die geschikt is voor de Singakademie, want er is geen gedeelte in dat niet bijna geheel vocaal kan worden uitgevoerd. Hoe meer stemmen er met instrumenten worden gecombineerd, des te meer effect zal het stuk hebben.   Het kan ook als oratorium dienen want filantropische instellingen hebben dit soort composities nodig. De afgelopen jaren was ik behoorlijk ziek en ook nu ben ik er verre van goed aan toe. Daarom heb ik me aan deze invulling gehouden.  Ik heb veel geschreven, maar het heeft me bijna geen profijt opgeleverd. Ik kijk steeds meer omhoog, maar de mens is in zijn eigen belang en dat van anderen verplicht om omlaag te kijken. Ik omhels je, mijn collega-kunstenaar,  en blijf je vriend,

Met alle respect,

Beethoven

***

Aan F. Ries, Londen

…Regel dit zo vlug mogelijk voor je arme vriend.  Ik verwacht ook mijn reisroute van jou.  De zaken staan er hier beroerd voor en ik verkeer in steeds benarder omstandigheden. Als ik helemaal niet ga, kijk, dat is een crimen laesae! (een  geval van hoogverraad) Omdat het ernaar uitziet dat het je wens is dat ik je een compositie opdraag, ga ik graag op je wens in, veel meer dan bij een groot man. Hoewel, entre nous, alleen de duivel kan zeggen hoe snel iemand in hun handen kan vallen!  De opdracht aan jou zal op de nieuwe symfonie worden geschreven en ik hoop dat ik uiteindelijk ook die van jou aan mij krijg. B. moet de brief openen die hij voor de koning (George IV) heeft bewaard, waarin hij zal zien wat ik aan Zijne Majesteit heb geschreven over de ‘Slag bij Vittoria’. De teneur van de ingesloten brief is dezelfde, maar geen woord over de mis. Onze beste vriend B. moet er voor mij op zijn minst een strijdbijl of een schildpad voor zien te krijgen! Het gedrukte exemplaar van de partituur van de Slag moet aan de Koning worden aangeboden. Deze brief zal je heel wat kosten (zeventien shillings) , maar ik verzoek je het af te trekken van je geldzending aan mij. Het spijt me vreselijk dat ik je zoveel problemen bezorg! Moge God je zegenen!

Zeg je vrouw alles wat sympatiek is. Pas op! Je denkt dat ik oud ben, maar ik ben een jonge veteraan!

De jouwe, als altijd,

B.

(Op 24 februari 1823 schreef Beethoven aan de Koning van Engeland, dat hij hem al in 1813 “Wellingtons Sieg” had gestuurd, maar dat hij er nooit wat op had terug gehoord. Daarom stuurde hij een gedrukt exemplaar van het stuk, dat al in 1815 voor hem bestemd was. Hij sloot zijn brief af met : “Overtuigd van de goede smaak en de sympathie waarmee Uwe Majesteit de kunst en de kunstenaars beschermd en aangemoedigd heeft, hoopt ondergetekende dat Uwe Majesteit deze zaak welwillend in overweging wil nemen en op dit bescheiden verzoek van hem wil ingaan”.

***

Aan Schindler

Mijn beste optimus optime,

Ga op jacht naar een filantroop die me met een bankbewijs wat geld kan bezorgen, dan hoef ik de vrijgevigheid van mijn vrienden niet al te zeer op de proef te stellen en mijzelf niet in de nesten te werken voor het uitblijven van het geld, dat ik te danken heb aan de fijne plannen en regelingen van mijn dierbare broer.

Laat niet blijken dat we het geld echt nodig hebben.

***

Aan Schindler

Beste Schindler,

Vergeet het bankbewijs niet. Ik heb het echt heel erg nodig. Het zou heel vervelend zijn wanneer ik voor het gerecht werd gesleept, dat zou ik niet voor de hele wereld willen laten geburen. Het gedrag van mijn broer pas volkomen bij hem. De kleermaker is voor vandaag besteld, maar toch hoop ik hem met een paar beleefde frases voorlopig kwijt zien te raken.

***

Aan de heer Kind,

Beste Kind,

Ik ben van plan woensdagmiddag om vier uur op zijn laatst bij u langs te komen om alles met u in orde te brengen.

Uw gehoorzame

Beethoven.

***

Aan Cherubini

15 maart, 1823

Hooggeachte Heer,

Met buitengewone vreugde maak ik van deze gelegenheid gebruik om me tot u te richten. Dat heb ik in mijn fantasie al vaker gedaan, aangezien ik uw theaterstukken bijzonder waardeer.  De artistieke wereld kan zich er alleen maar om beklagen dat er, althans in Duitsland, geen nieuw muziekdrama van uw hand is verschenen. Juist omdat al uw composities door echte muziekkenners worden gewaardeerd, is het nog steeds een groot verlies voor de kunst van de kant van uw genie geen nieuw stuk voor het theater in handne te hebben.  Ware kunst is onvergankelijk en de ware kunstenaar voelt bij geniale composities een grote vreugde in zijn  hart en daarom ben ik er buitnegewoon mee ingenomen wanneer ik een nieuw mujziekstuk van u hoor. Feitelijk stel ik meer belang in uw werk dan in dat van mezelf.  Kortom, ik waardeer en vereer u.  Helaas kan ik u vanwege mijn voortdurende slechte gezondheid niet in Parijs gaan opzoeken. Wat zou het me anders een plezier doen kwesties op kunstgebied met u te bespreken! Denk niet dat dit alleen maar bedoeld is als inleiding voor de gunst die ik van u vraag. Ik hoop en voel me ervan overtuigd, dat u mij geen enkel ogenblik verdenkt van zulke minderwaardige gevoelens. Onlangs heb ik een grote missa sollemnis gecomponeerd en ik heb me voorgenomen die aan te bieden aan de verschillende Europese hoven, omdat ik niet van plan ben haar op dit ogenblik uit te geven. Daarom heb ik de Koning van Frankrijk via de Franse ambassade hier, gevraagd op dit werk te willen intekenen en ik ben er zeker van dat zijne Majesteit dat op uw aanbeveling zou willen doen. Ma situation critique demande que je ne fixe pas seulement, comme ordinnaire, mes voeux au ciel; au contraire, il faut les fixer aussi  en bas pour les nécessités de la vie.

Hoe mijn verzoek aan u ook maar zal worden ontvangen, ik zal u zonder ophouden waarderen en respecteren, et vous resterez toujours celui de mes contemporains que je l'estime le plus. Si vous me voulez faire un extrême plaisir, c'était si vous m'écrivez quelques lignes, ce que me soulagera bien. L'art unit tout le monde, en hoeveel meer nog echte kunstenaars, et peut-être vous me dignez aussi mij onder hun gelederen te rangschikken.  Avec le plus haut estime,

Votre ami et serviteur,
BEETHOVEN.

***

aan de Heer Peters, Leipzig

Wenen, 20 maart, 1823

De andere drie marsen zijn pas vandaag verstuurd omdat ik afgelopen week de post heb gemist. Inderdaad heb ik me bij deze gelegenheid bij onze transacties onberekenbaar getoond, maar u zoudt me dat niet kwalijk nemen als u hier zou zijn en u van mijn positie op de hoogte zou stellen, met de beschrijving waarvan ik u en mezelf niet zou willen vervelen.

Ik wilde graag een kanttekening plaatsen bij datgene wat ik u heb opgestuurd. Verschillende groepen van blaasinstrumenten kunnen bij een uitvoering van de Grote Mars worden gecombineerd en wanneer dit niet mogelijk blijkt en een regimentsorkest niet krachtig genoeg speelt voor deze bewerking, dan kan elke dirigent het zonder moeite aanpassen door enkele van de partijen te schrappen.

U kunt ongetwijfeld in Leipzig iemand vinden die u kan laten zien hoe dit met een kleiner aantal gerealiseerd kan worden, hoewel het me zou spijten wanneer het niet helemaal exact zo gedrukt is, als het is opgeschreven.

U moet me de talrijke correcties in de toegestuurde werken maar vergeven.Mijn oude kopiïst ziet de laatste tijd minder goed en de nieuwe moet nog getraind worden, maar er staan nu in elk geval geen fouten meer in.

Het is voor mij onmogelijk om onmiddellijk in te gaan op uw verzoek om een strijkkwartet en een pianokwartet, maar wanneer u me de datum aangeeft waarop u beide werken wilt hebben, dat zal ik doen wat ik kan om ze te voltooien. Ik moet u er hierbij wel van op de hoogte stellen dat ik niet minder dan 50 ducaten voor een strijkwartet kan accepteren en ook niet minder dan 70 ducaten voor een pianokwartet, want anders schiet ik er teveel bij in. In feite zijn me meer dan eens meer dan 50 ducaten voor een strijkwartet geboden, maar ik houd er nooit van meer te vragen dan noodzakelijk is. Daarom houd ik vast aan de som van 50 ducaten, dat nu feitelijk de gewone prijs is.

De andere opdracht is nogal ongewoon. Ik ga er natuurlijk wel op in, maar ik vraag u me spoedig te laten weten wanneer het werk af moet zijn.  Anders is het voor mij vrijwel onmogelijk u de eerste keus te geven, wat ik graag zou willen. Zoals u weet schreef ik u al eerder  dat het juist kwartetten zijn die het meest in waarde zijn gestegen. Daarom schaam ik me een prijs te vragen voor een echt groot werk. Toch ben ik aan mijn situatie verplicht elk mogelijk voordeel binnen te halen. Met de compositie zelf staan de zaken heel anders: ik denk, godzijdank, nooit aan profijt maar alleen maar aan het scheppingsproces. Ook nog twee anderen behalve u willen een mis van me hebben en ik ben heel goed in staat om er tenminste drie te schrijven. De eerste is al lang voltooid, de tweede nog niet en de derde is er nog helemaal niet. Maar wat u zelf betreft, ik moet enige zekerheid hebben, zodat ik in elk geval gene risico loop.

Een volgende keer meer hierover.  Zend me het geld pas wanneer u van me hoort dat het werk klaar is voor verzending.

Ik ga afsluiten, Ik hoop dat uw ongerustheid voorlopig in zekere mate is weggenomen.

Uw vriend,

Beethoven

***

Aan Zelter

Wenen, 25 maart, 1823

Geachte Heer,

Ik maak graag van deze gelegenheid gebruik om u de hartelijke groeten te doen. De drager van deze brief vroeg me haar bij u aan te bevelen. Haar naam is Cornega en ze heeft een mooie mezzo sopraan. Ze is een heel kunstzinnig zangeres en heeft bovendien bij verschillende opera-uitvoeringen een warm onthaal gekregen.

Ik heb uw voorstellen over uw Singakademie bijzondere aandacht gegeven.  Wanneer de Mis ooit gepubliceerd wordt, schenk ik u een kosteloos exemplaar.  Het stuk  kan zonder enige twijfel bijna helemaal a capella worden uitgevoerd. In dat geval moet het werk wel worden aangepast; misschien hebt u het geduld om dat te doen. Bovendien is één deel al helemaal a capella geschreven, in de echte kerkstijl dus. Dank voor uw wens mij van dienst te willen zijn, maar ik zou nooit iets willen accepteren van een zo hoog gewaardeerd kunstenaar als u. Ik eer u en wens slechts een gelegenheid te hebben dit door daden te kunnen laten zien.

Ik ben, in alle eerbied, uw vriend en dienaar,

Beethoven

***

Aan Zijne Hoogheid Aartshertog Rudolph,

Lente 1823

Uwe keizerlijke Hoogheid,

Er zullen enkele dagen voorbijgaan voordat ik weer bij u mijn opwachting kan maken omdat ik het heel druk heb met het verzenden van de composities die ik u gisteren noemde. Wanneer bij de verzending niet de grootste nauwkeurigheid in acht wordt genomen, loop ik het risico er niets aan over te houden. Uwe Hoogheid zal zich gemakkelijk kunnen voorstellen hoeveel tijd er voorbij gaat met het maken van kopieën en het controleren van elke partij. Een complexere taak is nauwelijks te bedenken. Uwe Hoogheid zal blij zijn, wanneer ik me de moeite bespaar tot in detail al die bezigheden uiteen te zetten die voor dit soort zaken noodzakelijk zijn. Ik voel me er echter toe gedwongen er vrijmoedig wat toespelingen op te maken, al was het alleen maar om te voorkomen dat u een verkeerde voorstelling van zaken heeft. U weet maar al te goed hoe men zich inspant om Uwe Hoogheid tegenover mij bevooroordeeld te maken. Maar de tijd zal bewijzen dat ik u in alle opzichten trouw en toegenegen ben. Wanneer mijn positie zo groot was als mijn ijver om u te dienen, dan zou er geen gelukkiger iemand bestaan dan ik.

Ik ben Uwe Hoogheids trouwe en gehoorzame dienaar,

Beethoven

***

Aan Schindler

Imprimis : --- Papageno, geen woord over wat ik over Pruissen heb gezegd. Je kunt er geen staat op maken; de tafelgesprekken van Luther zijn het enige waarmee het te vergelijken is. Ik vraag mijn broer ook dringend het slotje op zijn lippen te laten zitten en niets buiten de Selchwurst-gasse te laten doordringen.

Finis. Vraag aan die boerenpummel van een Diabelli wanneer de Franse editie van de sonate in c (op. 111) wordt gepubliceerd. Voor mezelf heb ik vijf exemplaren opgeëist, waarvan één op luxe papier voor de Kardinaal (Aartshertog Rudolph). Als hij zoals gewoonlijk gaat tegensputteren, kom ik persoonlijk bij hem in de zaak een basaria zingen die zijn zaak en de Graben erbij op hun grondvesten doen trillen.

***

Aan F. Ries, Londen

Wenen, 25 april, 1823

Beste Ries,

Doordat de kardinaal hier een maand verblijft, ben ik er heel wat tijd bij ingeschoten, omdat ik hem dagelijks twee of drie uur les moet geven. Na dergelijke lessen was ik de volgende dag nauwelijks tot denken, laat staan componeren, in staat. Mijn nog steeds beroerde situatie dwint me echter om dadelijk op te schrijven wat me voldoende geld opbrengt om voor mijn dagelijks levensonderhoud te zorgen. Wat een trieste bekentenis is dit! Ik voel me overigens helemaal, ook vanwege al die zorgen. Zo wordt mijn gezichtsvermogen minder.

Wees niet ongerust, je krijgt de symfonie binnenkort. Eerlijk waar, het uitstel is alleen maar te wijten aan mijn moeilijke situatie. Over een paar weken krijg je de 33 nieuwe variaties (op. 120), opgedragen aan je vrouw.

Bauer (eerste secretaris van de Oostenrijke Ambassade) heeft de partituur van de “Slag bij Vittoria” die is opgedragen aan de toenmalige Prins Regent en waarvoor ik nog steeds de kopieerkosten moet krijgen. IOk vraag je, beste vriend, om me dadelijk op te sturen wat je ervoor hebt kunnen krijgen.

Met betrekking tot je gevoelige opmerkingen over het huwelijk zul je in mij altijd een tegenstander vinden, dat wil zeggen,  niet zozeer een tegenstander van jou als een medestrijder van je vrouw.

Ik blijf, zoals altijd, je vriend

L. van Beethoven

***

Aan de Heer Lissner, Petersburg

Wenen, 7 mei, 1823

Geachte Heer,

De heer Von Schuppanzigh verzekerde me toen hij hier was,  dat u erg graag enkele van mijn composities voor uw uitgeverij zoudt willen verwerven. Misschien voldoen de volgende stukken aan uw wensen : zes bagatellen voor piano, 20 gouden ducaten, 35 variaties op een geliefd thema, samen één compositie, 30 gouden ducaten, twee grote aria’s met koor op teksten van Goethe en Matthison, die met instrumentale of pianobegeleiding kunnen worden gezongen, 12 gouden ducaten.

Ik vraag u om een snelle reactie omdat ook anderen mijn werken willen hebben.

Uw gehoorzame

L. van Beethoven

***

Aan Schindler

Hetzendorf, 1823

Samothracische vagebond!

Je moet er bij Schlemmer (de kopiïst) achter zien te komen wat nog in het ‘Kyrie’ ontbreekt; laat hem het naschrift zien en dan, satis, zand erover! Vaarwel! Maak alles in orde. ’s Nachts moet ik mijn ogen afdekken om ze zo veel mogelijk te sparen. Anders, zegt Smetana,  valt er voor mij in de toekomst weinig meer te schrijven.

***

Aan Schindler

Hetzendorf, 1823 (?)

Verstuur het pakketje vandaag en informeer  vanmiddag, als dat kan, naar de huisbewaarder in de Glockengasse, no. 318, derde etage. Zij is weduwe, kan koken en wil alleen maaltijden en logies verzorgen, waar ik het natuurlijk niet mee eens kan zijn, of anders onder zekere voorwaarden. Mijn onderkomen hier is om je voor te schamen, ik kan je hier niet eens uitnodigen, maar wees verzekerd van mijn dankbaarheid.

***

Aan Schindler

Hetzendorf, 1823

Ik sluit de brief aan de heer Von Obreskow (zaakgelastigde bij het Russische Gezantschap) bij. Zodra ik het geld heb zal ik je dadelijk 50 florijnen voor al je moeite sturen. Geen woord meer dan absoluut noodzakelijk is!

Ik heb  jouw huis genoemd. Je kunt, als terloopse opmerking op het goede ogenblik, aangeven, dat ook Frankrijk het geld aan je heeft overgemaakt. Vergeet nooit dat zulke personen staan voor Zijne Majesteit zelf.

***

Aan Schindler

Ik verzoek je vriendelijk de ingesloten uitnodiging in het net over te schrijven op het papier dat ik je heb gestuurd, want Carl heeft teveel om handen. Ik wil het woensdagmorgen vroeg versturen. Ik wil weten waar Grillparzer woont, misschien ga ik zelf wel bij hem langs.  Heb nog even geduld met de 50 florijnen. Ik kan ze je nu onmogelijk sturen, waar jij even veel schuld aan draagt als ik.

(in de winter van 1822/1823 was Beethoven bezig met de compositie van een opera voor het Koninklijk Theater. Voor dit doel had Grillparzer hem zijn Melusina gegeven).

***

332.
TO SCHINDLER.

Aan Schindler

Hierbij stuur ik Kanne’s libretto mee. Afgezien van de eerste acte die nogal onbenullig is, is dat in zo’n meesterlijke stijl geschreven, dat het helemaal geen eerste-klas componist nodig heeft. Dat zeg ik trouwens niet om aan te geven dat het meer bij mij past. Als ik klaar ben met eerdere afspraken, wie weet wat er dan nog mee kan gebeuren! Stuur als je wilt een ontvangstbevestiging.

***

 

Aan Schindler


Ik wil informatie over Esterhazy en ook over de post. Een brievenbezorger van de Mauer (een plaats bij Hetzendorf) was hier. Ik hoop dat het bericht goed is afgeleverd. Uit Dresden heb ik nog geen nieuws ontvangen. Ik wilde je vragen over een paar dagen bij mij te komen eten, want ik heb last van mijn zwakke ogen. Overigens schijnen ze er vandaag voor de eerste keer beter aan toe te zijn, maar ik kan ze toch nog nauwelijks gebruiken.

Je vriend

Beethoven

P.S. Wat de Tokayer wijn betreft, die is geschikter voor de zomer dan voor de herfst en ook voor een of andere vedelaar die het edele vuur ervan kan ervaren en toch als een rots overeind blijven.

Je vriend

Beethoven

***

Aan Schindler

Op dit ogenblik kan ik niet ingaan op deze verleidelijke uitnodigingen van Sonntag en Unger. Voor zover mijn zwakke ogen het toelaten, ben ik erg druk, en met mooi weer ga ik naar buiten. Ik wil deze twee charmante dames hartelijk bedanken voor hun vriendelijkheid.  Geen berichten uit Dresden. Ik wacht to eind deze maand en neem dan contact op met een advocaat in Dresden. Over Schoberlechner schrijf ik morgen.

***

Aan Schindler

18 juni 1823

Je zou heel goed moeten weten, dat ik niets met de zaak in kwestie te maken wil hebben. Dat ik in principe ‘liberaal’ ben heb ik je laten zien. Ik denk dat je zult hebben opgemerkt dat ik al over mijn principes ben heen gegaan. Sapienti sat.

(Franz Schoberlechner vroeg Beethoven op 25 juni om een aanbevelingsbrief, maar deze had niets op met zijn al te grote eigendunk).

***

Aan Aartshertog Rudolph

Wenen, 1 juni 1823

Sinds het vertrek van Uwe Hoogheid ben ik steeds maar aan het kwakkelen. Zo kreeg ik kort geleden een ernstige oogontsteking, die nu in zoverre is afgezwakt, dat ik de laatste acht dagen mijn ogen weer wat beter, maar wel met mate, kan gebruiken. Uwe Hoogheid zal  uit het ingesloten bewijsje van 27 juni kunnen opmaken, dat ik wat muziek heb verstuurd. Omdat u gecharmeerd leek te zijn over de sonate in c, meende ik u te kunnen verrassen door de sonate aan u op te dragen.

De variaties  zijn vijf of zes weken geleden uitgeschreven, maar de toestand van mijn ogen liet me niet toe ze zelf nauwkeurig te controleren. Mijn hoop, dat ik volledig herstellen zou, bleek ongegrond. Uiteindelijk liet ik de correctie aan mijn kopiïst Schlemmer over, zodat ze er misschien niet erg netjes uitzien, maar wel de correcte versie bevatten. De sonate in c is in Parijs op een uiterst onnauwkeurige manier gedrukt en omdat de druk hier afgeleid wordt van die versie, probeerde ik het zo goed mogelijk te corrigeren. Ik zal u binnenkort een luxe exemplaar van de variaties toesturen. Met betrekking tot de Mis waarvan Uwe Hoogheid wenste dat hij meer algemeen bekend zou zijn, heeft mijn voortdurende slechte gezondheid ervoor gezorgd, dat ik me in zware schulden heb moeten steken en dat ik mijn plan voor een Engelandreis heb moeten opgeven. Deze mis leek er bijzonder geschikt voor mijn positie te verbeteren. Ik kreeg het advies om het stuk aan verschillende hoven ana te bieden. Hoe pijnlijk dit ook voor me was, ik voelde dat ik veel reden voor zelfverwijt zou hebben wanneer ik dat zou nalaten. Daarom heb ik verschillende hoven benaderd met het verzoek op de mis in te tekenen voor een vastgestelde prijs van 50 ducaten. De algemene opvatting was, dat dit niet teveel was. Wanneer er veel inschrijvers zouden zijn zou dit plan me heel wat profijt kunnen opleveren. Tot nu toe verloopt de inschrijving inderdaad naar verwachting : de Majesteiten van Frankrijk en van Pruissen hebben op een exemplaar ingeschreven. Enkele dagen geleden ontving ik een brief van mijn vriend Prins Nicolaus Gallizin uit Petersburg, waarin hij me meedeelt, dat ook Zijne majesteit de Keizer van Rusland op een exemplaar heeft ingeschreven en dat ik er binnenkort meer over hoor via de Keizerlijke Russische Ambassade. Ondanks dit alles (en hoewel er nog enkele andere intekenaren zijn) heb ik nog niet de som kunnen realiseren die een uitgever me ervoor heeft geboden. Het enige voordeel is, dat het werk mijn eigendom blijft.  De kopieerkosten zijn hoog en nemen nog toe doordat er drie nieuwe stukken aan worden toegevoegd, die ik, zodra ze voltooid zijn, aan Uwe Hoogheid wil toesturen. Misschien wilt u de moeite nemen u te wenden tot de Groothertog van Toscane om op een exemplaar te willen inschrijven. Dit verzoek is overigens enige tijd geleden al gedaan via zijn agent hier, de heer Von Odelga, die me  serieus  verzekerde dat het voorstel een gunstig onthaal zou krijgen. Ik heb er niet veel fiducie meer in omdat er al enige maanden zijn verstreken zonder dat mijn verzoek in behandeling is genomen. Nu de zaken zo in gang zijn gezet, moet ik wel alles doen om mijn doel te bereiken. De onderneming stond me al vanaf het begin tegen, nog meer, dat ik er tegenover Uwe Hoogheid toespelingen op maakte, maar ‘noodzaak kent geen wetten’.

Ik ben Hem die boven de sterren woont alleen maar dankbaar, dat ik mijn ogen weer wat kan gaan gebruiken. Ik schrijf momenteel een nieuwe symfonie voor Engeland, voor de Philharmonische Sociëteit aldaar, en ik hoop hem over veertien dagen af te hebben. Ik kan mijn ogen nog niet lang achtereen inspannen. Daarom vraag ik Uwe Hoogheid om nog wat geduld met betrekking tot uw Variaties die me heel goed bevallen, maar die ik ook nog nader moet reviseren. Uwe Hoogheid moet alleen maar doorzetten, met name om u aan te wennen uw ideeën onmiddellijk aan de piano op te schrijven, kort en snel. Met het oog hierop  zou er een tafeltje dicht naast de piano moeten worden gezet.  Zo wordt niet alleen de verbeelding versterkt, maar u leert zo ook de vluchtigste ideeën vast te houden. Het is overigens even noodzakelijk zonder piano te kunnen componeren.  Soms zal een eenvoudige koraalmelodie, uitgevoerd in eenvoudige of complexere elementen, met contrapunt of op een vrije manier, u geen hoofdbrekens bezorgen. Omdat u zich in het centrum van de kunst voelt, zal het u alleen maar groot genoegen  verschaffen. De vaardigheid om exact weer te geven wat we wensen en voelen ontwikkelt zich geleidelijk aan. Voor een hooggestemde persoon is dat een essentieel desideratum. Mijn ogen wijzen me erop dat ik moet afsluiten.

Ik wens Uwe Hoogheid het allerbeste toe.

Beethoven

P.S. Wanneer Uwe Hoogheid mij met een brief zou willen verblijden, vraag ik u de brief aan mijn Weense adres te zenden, want ik krijg al mijn brieven veilig en wel via de post hier. Met uw instemming wilde ik u vragen de mis aan te bevelen bij Prins Anton in Dresden, zodat de Koning van Saksen er op kan intekenen, wat hij zeker zal doen wanneer u zich ervoor inspant. Zodra ik weet, dat u mij deze gunst heeft bewezen, zal ik onmiddellijk contact opnemen met de Algemeen Directeur van het Koninklijk Muziektheater, wiens taak het is deze zaken in orde te maken, en hem een verzoek doen een intekening te regelen van de kant van de Koning van Saksen. Dat doe ik niet graag zonder een aanbeveling van uw zijde.

Mijn opera ‘Fidelio’is met veel bijval in Dresden opgevoerd ter gelegenheid  van de feestelijkheden ter ere van het bezoek van de Koning van Beieren, waarbij alle Majesteiten aanwezig waren. Dit bericht ontving ik van bovengenoemde Directeur Generaal die me via Weber om de partituur verzocht en me nadien een heel mooi geschenk stuurde,

Ik hoop dat Uwe Hoogheid me zult vergeven, dat ik er zo bij u op aandring, maar Uwe Hoogheid weet maar al te goed, dat ik gewoonlijk niet zo vrijpostig ben. Mocht echter zich ook maar het kleinste obstakel voordoen om aan mijn verzoek te voldoen, dan ben ik desondanks overtuigd van uw edelmoedigheid en vriendelijkheid. Geen hebzucht of neiging tot speculeren, zaken die ik altijd vermeden heb, zaten achter deze opzet, maar pure noodzaak drijft me ertoe alle mogelijke inspanningen te doen om me uit mijn huidige benarde positie te bevrijden.  Openhartigheid is maar het beste, want die zal voorkomen dat er over mij te hard wordt geoordeeld. Door mijn slechte gezondheid die mij het componeren heeft verhinderd, heb ik een schuld opgelopen van 200 tot 300 florijnen. Deze kan ik alleen maar vereffenen wanneer ik daarvoor grote inspanningen doe.  Wanneer de intekening beter verloopt dan tot nu toe, zal dat me echt helpen. Wanneer mijn gezondheid beter wordt, waar alle hoop op is,  zal ik in staat zijn mij met nieuwe energie  op het componeren te werpen. Ondertussen vertrouw ik erop, dat Uwe Hoogheid niet door mijn openheid wordt beledigd. Ik zou in mijn gebruikelijke stilzwijgen hebben volhard wanneer ik niet zou vrezen ervan te worden beschuldigd dat ik me niet tot actie had aangezet.

Wat de aanbeveling betreft ben ik ervan overtuigd dat Uwe Hoogheid altijd graag voor anderen goede resultaten wil bereiken wanneer dat mogelijk is en dat u waarschijnlijk in mijn geval geen uitzondering maakt.

***

Aan Schindler

Hetzendorf, 1 juli 1823

Ik schrijf zelf aan Wocher en om tijd te winnen stuur ik het verzoek aan Prins E. via Carl die zojuist binnenkomt. Wees zo goed om naar het resultaat te informeren. Ik twijfel eraan of het gunstig uitpakt omdat ik niet veel sympathie van zijn kant jegens mij verwacht, de afgelopen dagen in aanmerking genomen. Ik ben van mening dat alleen vrouwelijke invloed bij hem bij dergelijke zaken succes oplevert.  In elk geval weet ik dankzij je gewaardeerde naspeuringen hoe ik veilig aan deze Scholz kan schrijven. Het slechte weer en vooral de slechte atmosfeer hebben verhinderd dat ik haar (gravin Schafgotsch) een bezoek breng omtrent deze zaak.

Je amicus

Beethoven

P.S. Nog steeds geen nieuws uit Dresden! Kopiïst Schlemmer is juist hier geweest om om geld te vragen. Ik heb hem nu 70 gulden gegeven.  Speculaties zijn voor commercieel ingestelde lui, niet voor arme duivels als ik zelf.  Tot nu toe heeft deze ongelukkige speculatie van een intekenronde voor mijn Mis mij alleen maar meer schulden opgeleverd. Je hebt ongetwijfeld gezien dat het Gloria voltooid is. Waren mijn ogen maar weer in orde, dan kon ik verder gaan met componeren.

(Op het omslag:)

Zijn de Variaties al naar Londen opgestuurd? N.B. Voor zover ik me kan herinneren werd er in het schrijven aan Prins Esterhazy niet over gesproken dat de Mis alleen maar in manuscript zou worden afgeleverd. Wat een ellende kan hieruit voortkomen! Ik vermoed,  dat dat de bedoeling van de heer Artaria was toen hij voorstelde de Mis gratis aan de Prins aan te bieden, omdat het Artaria een gelegenheid zou geven om voor de derde keer een van mijn composities te stelen. Wocher moet hier alert op zijn.

Natuurlijk rust er in deze zaak geen enkele verplichting op Papageno.

***

Aan de heer Pilat, uitgever van de “Oostenrijkse  Spectator”

Geachte Heer,

Ik zal me zeer geëerd voelen wanneer u er in uw gewaardeerde blad melding van wilt maken  dat ik benoemd ben tot erelid van de Koninklijke Zweedse Muziekakademie. Hoewel ik noch ijdel noch ambitieus ben, acht ik het raadzaam een dergelijke gebeurtenis niet onvermeld te laten aangezien we in de praktijk van alledag moeten leven en werken voor anderen die er vaak uiteindelijk profijt van trekken. Vergeeft u me mijn vrijpostigheid en laat me weten of ik op enigerlei wijze u een wederdienst kan bewijzen,  wat ik met veel plezier zou doen.

Met hoogachting,

Uw gehoorzame

L. van Beethoven

***

Aan Schindler

Hetzendorf, juli, 1823

Zeer eerbiedwaardige Ragamuffin van Epirus en Brindusium!

Geef deze brief aan de uitgever van de “Spectator”, maar schrijf er eerst het adres op. Vraag hem gelijk of zijn dochter goede vorderingen op de piano maakt en of ik van enig nut kan zijn door haar een exemplaar van een van mijn composities te sturen. Ik schreef, dat ik  erelid was. Ik weet niet of dat juist is. Misschien had ik moeten spreken van ‘corresponderend lid’. Van dit soort zaken weet ik niets en het kan me ook niet schelen. Je had beter iets kunnen zeggen over Bernardus non sanctus (uitgever van het “Wiener Zeitschrift”).  Vraag Bernard ook uit over die schurk Ruprecht. Vertel hem over deze bizarre zaak en informeer bij hem hoe hij de boef kan straffen. Vraag aan beide filosofische dagbladscribenten of dit beschouwd kan worden als een eervolle of oneervolle benoeming.

***

Aan Schindler.

Meester Vlam-in-de-pan en Ver-naast-het-doel! Vol van gedachten, maar zonder denken! Alles lag gisteren klaar voor Gläser, de kopiïst. Wat jou betreft, ik verwacht je in Hetzendorf om bij mij te komen eten om half twee. Als je later komt, bewaar ik het eten voor je.

***

Aan Schindler

Hetzendorf, 2 juli, 1823

Waarde heer Von Schindler,

De voortdurende  nalatigheid van mijn huisbaas vanaf het uur dat ik zijn huis binnen ging tot de dag van vandaag dwingt me om naar de politie te gaan om hulp. Daarom vraag ik je dat onmiddellijk voor me te doen. Ik heb de huisbewaarder gevraagd onderzoek te doen naar de dubbele winterramen  en zich erover uit te spreken of ze na zo’n hevige storm niet nodig zouden zijn, in het geval dat de regen in mijn kamer is binnen gedrongen. Maar volgens haar was de regen niet binnengedrongen en kon de regen ook niet binnen komen. In overeenstemming met haar bewering, sloot ik de deur af om te voorkomen dat deze bruut in mijn afwezigheid mijn kamer zou binnen komen (waarmee hij had gedreigd). Zeg me hoe hij zich tegenover jou heeft gedragen. Hij heeft zonder me daarvan in kennis te stellen het huis te huur gezet, waartoe hij helemaal geen recht heeft tot de dag van Jacobus.  Het is even oneerlijk van hem , dat hij weigert de kwitantie te geven van de dag van St. George tot die van Jacobus. Ik moet ook nog voor verlichting betalen, maar daar weet ik niets van. Dit vervloekte verblijf, zonder open haard en met een vreselijke tocht, heeft me 259 florijnen gekost. Ik kon mezelf er net in leven houden toen ik daar in de winter verbleef. Het was opzettelijk bedrog omdat ik nooit de kamers op de eerst verdieping mocht zien, maar alleen die op de tweede, zodat ik nooit op de hoogte raakte van de vele onaangename tekortkomingen.  Ik kan niet begrijpen  dat een tocht die zo schadelijk voor de gezondheid is, door de regering kan worden getolereerd.

Je herinnert je de toestand van de muren van jouw kamer vanwege de rook en de grote som geld die het kostte om dit euvel in enige mate te verminderen. Het was onmogelijk het probleem helemaal uit de wereld te helpen. Mijn voornaamste zorg voor dit ogenblik is dat hij de opdracht krijgt het bord ‘te huur’ weg te halen en dat hij mij een kwitantie geeft voor de huishuur die ik heb betaald. Maar niets zal me ertoe brengen te betalen voor de abominabele verlichting. Ook zonder dat heeft het me genoeg gekost om te overleven in zo’n woning. Mijn ogen laten het momenteel niet toe de stad in te gaan anders zou ik me persoonlijk tot de politie hebben gewend.

Je toegenegen

Beethoven

***

Aan Schindler

Ik moet een gewaarmerkte kopie hebben van alle documenten. Ik stuur je 45 kreutzer. Hoe kon je in vredesnaam ingaan op een voorstel van onze pummel van een huisbaas wanneer dat gepaard ging met dreigementen? Waat zat je gezonde verstand? Inderdaad, waar het altijd zit. Morgen zal ik iemand sturen voor de variaties, de kopieën en de originelen.  Het is niet zeker of de Prins komt of niet, dus wees zo goed om tot acht uur thuis te blijven. Je kunt vandaag of morgen komen eten, maar geef dan wel aan wat je van plan bent te doen omdat het voor mij niet zo gemakkelijk is voorbereidingen te treffen. Niet later dus dan half twee.  De huisbewaarder zal je iets zeggen over een verblijf in de Landstrasse. Het is hoog tijd, echt waar!  Zodra je hoort dat er iets op de Bastei of de Landstrasse te huur is, moet je het me onmiddellijk doorgeven. Vale!

***

Aan Schindler

Hetzendorf, 1823.

Samothracische vagebond!

Gisteren ben je naar de Zuidpool gestuurd, terwijl wij richting Noordpool gingen, een piepklein verschil dat nu door kapitein Parry (destijds een beroemd reiziger die in de Allgemeine Musikalische Zeitung had geschreven over de muziek van de eskimo’s) gelijk gemaakt wordt. Er was echter geen aardappelpuree.

Bach (zijn advocaat) aan wie ik de hartelijke groeten doe, wordt verzocht te zeggen wat het verblijf in Baden moet kosten. We moeten het ook zo zien te regelen, dat Carl elke veertien dagen bij me langs kan komen (maar wel goedkoop, hemeltjelief!, armoede en economie!). Ik laat deze zaak graag aan jou over omdat je je vrienden en bewonderaars hebt onder de koetsiers en leveranciers. Wanneer je dit nog op tijd krijgt, kun je het best al vandaag naar Bach gaan, dan heb ik zijn reactie morgenochtend. Het is nu bijna te laat.

Je mag die schavuit van een kopiïst best eens de stuipen op het lijf jagen. Ik verwacht niet veel goeds van hem. Hij heeft de variaties nu acht dagen.

Je amicus,

Beethoven

***

Aan Schindler

Juni 1823

Samothraciër!

Doe er geen moeite voor hier te komen voordat je een Hati Scherif ontvangt. Ik moet zeggen dat je het gouden koord niet verdient. Mijn snelvarend fregat, de deftige en weledelgeboren Mevrouw Schnaps, informeert elke drie of vier dagen naar je gezondheid.

Vaarwel! Breng absoluut niemand mee! Vaarwel!

***

Aan Aartshertog Rudolph

Hetzendorf , 17 juli 1823

Ik vertrouw erop dat u in de best mogelijke gezondheid verkeert. Met mijn ogen gaat het beter, maar wel langzaam. Binnen een week hoop ik het geluk te smaken bij Uwe Hoogheid mijn opwachting te mogen maken. Wanneer ik niet verplicht was een bril te gebruiken, zou ik eerder beter worden. Het is voor mij een enorme terugslag gebleken. Wat voor mij enorm belangrijk is, is het feit dat Uwe Hoogheid zich er volledig van bewust is dat ik u altijd van dienst wil zijn. Ik wilde u om een gunst vragen waarop u hopelijk positief zult reageren. Wil Uwe Hoogheid zo vriendelijk zijn me een getuigschrift te verschaffen met de volgende inhoud : “Dat ik de Grote Mis (op. 123, verscheen pas in 1827)  speciaal voor Uwe Hoogheid heb geschreven; dat het stuk gedurende enige tijd in uw bezit is geweest en dat u me van harte hebt toegestaan om het te laten rondgaan”? Dit zou het geval moeten zijn en ik hoop dat ik deze gunst van u mag vragen omdat er van onwaarheid geen sprake is. Zo’n getuigschrift zal me enorm van dienst kunnen zijn. Want hoe zou ik kunnen hebben geloven dat mijn bescheiden talenten mij aan zoveel jaloezie, achtervolging en kwaadsprekerij hebben blootgesteld? Het is altijd mijn bedoeling geweest om Uwe Hoogheid om toestemming te vragen de Mis te laten rondgaan, maar de druk van de omstandigheden, en vooral mijn onervarenheid in wereldse zaken, evenals mijn zwakke gezondheid hebben deze verwarring veroorzaakt.

Wanneer de Mis straks  in druk verschijnt hoop ik haar aan Uwe Hoogheid op te dragen en tot die tijd zal een beperkte lijst van koninklijke intekenaars verschijnen.  Ik zal Uwe Hoogheid altijd als mijn belangrijkste beschermheer beschouwen en ik zal dit voor zover het in mijn vermogen ligt, aan de gehele wereld bekend maken.  Tenslotte verzoek ik u mijn verzoek over het getuigschrift niet te negeren. Het is voor u maar een paar regels schrijfwerk en het kan voor mij tot  uiterst welkome gevolgen  leiden. Ik breng de variaties van Uwe Hoogheid met me mee. Ze behoeven op enkele punten een correctie en zullen uiteindelijk voor alle muziekliefhebbers een bijzonder aangename compositie zijn.  Ik moet wel ongelofelijk brutaal lijken : ik verzoek u vriendelijk mij het getuigschrift zo vlug mogelijk te sturen want ik heb het echt nodig.

***

Aan F. Ries

Hetzendorf, 16 juli 1823

Beste Ries,

Eergisteren ontving ik tot mijn genoegen je brief. De variaties zullen ongetwijfeld ondertussen gearriveerd zijn. Ik kon nog geen opdracht aan je vrouw uitschrijven omdat ik haar naam niet weet. Daarom vraag ik je die er zelf aan toe te voegen namens de vriend van je vrouw en van jouzelf. Laat het een verrassing voor haar zijn, het schone geslacht houdt daarvan. Entre nous, het verrassingselement is altijd de grootste charme van mooie vrouwen! Wat de Allegri di Bravura betreft, moet ik  jou de nodige ruimte gunnen. Om je de waarheid te zeggen ben ik geen voorstander van dat soort zaken, omdat het teveel op virtuositeit kan uitdraaien. Dat is tenminste het geval bij de stukken  die ik ken. Ik heb nog niet naar die van jou gekeken, maar zal ernaar informeren. Ik adviseer je voorzichtig te zijn in je omgang met hem.  Kan ik je hier niet op verschillende manieren van dienst zijn?  De drukkers hier, of eerder misdrukkers, willen ze hun naam eer aandoen, pikken je composities in en geven je er niets voor terug. Dat zou zeker anders moeten. Binnenkort stuur ik je enkele koren. Ik zou er graag nog nieuwe bijschrijven, want dit is mijn favoriete stijl. Mijn dank voor de opbrengsten van de bagatelles. Ik ben daar erg content mee. Geef niets aan de Koning van Engeland. Accepteer alles wat je voor de variaties kunt krijgen. Ik vind het prima. Ik moet er wel op aandringen, dat ik geen andere beloning voor de opdracht aan je vrouw aanvaard dan de kus die ik in Londen zal krijgen.

Je hebt het over guineas, terwijl ik alleen maar pounds sterling krijg en ik hoor, dat er een verschil tussen die twee is. Wees niet kwaad op un pauvre musicien autrichien,  die nogal aan lager wal is geraakt. Ik componeer momenteel een nieuw strijkkwartet.  Zou dit niet kunnen worden aangeboden aan de muzikale of onmuzikale Joden in Londen? ….en vrai Juif.

Met hartelijke groet,

Je vriend

Beethoven

***

Aan de Heer Geheimraad Von Könneritz, Dresden, directeur van het Koninklijk Orkest en Theater in Saksen

Hetzendorf, 17 juni 1823 

Geachte Heer,

Ik heb er te lang mee gewacht u een getekende kwitantie te sturen, (voor de veertig ducaten die Beethoven ontving voor de uitvoering van Fidelio op 29 april in het theater van Dresden  onder leiding van Carl Maria von Weber)  , maar ik ben er zeker van dat u het me zult vergeven vanwege de grote werkdruk die ik heb, nu mijn gezondheid hersteld is. God weet, hoe lang dit mag voortduren. De beschrijving die mijn vriend Maria Weber me van uw edele hart en karakter heeft gegeven, geeft me de moed om me tot u te richten over een ander onderwerp, namelijk een Grote Mis die ik nu in manuscript naar buiten breng. Hoewel ik eerder hierover een negatieve reactie heb gekregen, denk ik toch, zeker na het verzoek van Zijne Hoogheid Aartshertog Rudolph aan Prins Anton om de Mis aan Zijne majesteit de Koning van Saksen aan te bevelen, dat ik dit verzoek in elk geval nog eens kan doen, omdat ik het als grote eer beschouw om onder mijn geëerde intekenaars (zoals de Koning van Pruisen, de Keizer van Rusland, de Koning van Frankrijk etc) ook een zo groot muziekkenner als de Koning van Saksen te mogen rekenen.

Geachte Heer, ik laat het aan u over op welke manier en wanneer u het best aan mijn verzoek gevolg kunt geven. Vandaag ben ik niet in de gelegenheid u een verzoek om intekening op mijn Mis te sturen aan Zijne Majesteit de Koning van Saksen, maar dat zal ik doen met de komende post.  In elk geval heb ik de overtuiging dat u niet het beeld van me zult hebben als van iemand die componeert om er financieel wijzer van te worden. Maar hoe vaak doen zich niet gebeurtenissen voor die iemand kunnen dwingen tegen zijn principes te handelen?  Mijn Kardinaal is een welwillende Prins, maar de middelen zijn beperkt! Ik hoop, dat u me mijn schijnbare brutaliteit wilt vergeven. Wanneer mijn bescheiden gaven in enig opzicht kunnen  worden aangewend ten behoeve van u, dan zou me dat bijzonder groot plezier doen.

Met hoogachting,

Uw Beethoven

***

Aan de Heer Von Könneritz, Dresden

Wenen, 25 juli 1823

Geachte Heer,

Vergeeft u me mijn vrijpostigheid,  dat ik u bijgesloten brief  doe toekomen voor Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Anton van Saksen. Hij bevat een uitnodiging aan Zijne Majesteit de Koning van Saksen om in te tekenen op een Mis van mij.  Kort geleden schreef ik u dat Kardinaal Aartshertog Rudolph over die Mis aan Zijne majesteit de Koning van Saksen had geschreven. Ik verzoek u al uw invloed aan te wenden en ik laat het geheel aan uw eigen oordeel en kennis van de lokale gebruiken over om zo goed als u kunt, te handelen. Hoewel ik er niet aan twijfel dat de aanbeveling van mijn Kardinaal behoorlijk gewicht in de schaal zal leggen, zal het besluit van Zijne Majesteit toch ook in belangrijke mate beïnvloed worden door het advies van de toezichthouder op het gebied van de schone kunsten. Tot nu toe heb ik me ondanks een schijnbaar fantastisch succes nauwelijks gerealiseerd hoeveel een uitgever me voor dit werk zou geven gezien ook de zeer hoge kopieerkosten. Het was een idee van mijn vrienden om deze Mis te laten rondgaan, want ik ben godzijdank een pure leek waar het gaat om dit soort speculaties. Ondertussen is er geen enkele employé van onze regering die niet, net als ik, aan het kortste eind trekt. Wanneer mijn gezondheid jaren lang niet zo slecht was geweest zou ik in een ander land in staat zijn geweest om vrij van zorgen te leven, behalve die voor de schone kunsten. Oordeel mild over me en niet hardvochtig. Ik leef alleen voor mijn kunst en mijn enige wens is mijn plichten als mens te vervullen. Maar dit kan helaas niet altijd gebeuren zonder de invloed van de onderaardse machten. Terwijl ik mijn zaak aan u voorleg, hoop ik dat uw liefde voor de kunst en vooral ook uw menslievendheid u er toe zullen aanzetten me enkele regels te schrijven om me te informeren over het door u bereikte resultaat.

Ik verblijf,

Met hoogachting,

Uw gehoorzame Beethoven

***

Aan Schindler

Augustus 1823

Jij Samothracische vlegel!

Haast je en kom naar me toe want het weer is er net goed voor. Beter te vroeg dan te laat, presto, prestissimo! We moeten hier weg (naar Baden)

***

Aan zijn neef

Baden, 16 augustus 1823

Mijn beste jongen,

Ik wilde je niets zeggen totdat ik zou merken dat mijn gezondheid erop vooruitging, wat echter nog steeds nauwelijks het geval is. Ik kwam hier met een kou en darmstoornissen aan die me heel veel last gaven, omdat mijn constitutie van nature al heel reumatisch is, wat, naar ik vrees, mijn levensdraad spoedig zal afsnijden, of, nog erger, die langzaam aan zal laten slijten.  De miserabele toestand van mijn spijsverteringsorganen kan alleen maar beter worden door medicijnen en een dieet en hiervoor moet ik mijn trouwe  bedienden bedanken. Je zult merken dat ik voortdurend in de open lucht verblijf wanneer ik je zeg,  dat ik me  vandaag voor de eerste keer  weer eens goed ( of niet zo goed, hoewel het onvrijwillig was) aan mijn Muze wijdde. Ik moet werken, maar wil niet dat het bekend wordt. Niets kan verleidelijker zijn (in elk geval voor mij) dan te genieten van de mooie natuur in deze badplaats, maar nous sommes trop pauvres, et il faut écrire ou de n'avoir pas de quoi. Ga door en bereid je goed voor op het examen en wees bescheiden zodat je hoogstaander en beter bij de mensen overkomt dan ze verwachten. Stuur je wasgoed onmiddellijk hierheen.  Je grijze broek moet nog wel te dragen zijn, in elk geval thuis. Want, mijn beste zoon, je kost me best veel! Mijn adres luidt “Bij de kopersmid etc”.  Schrijf me dadelijk terug dat je deze brief hebt ontvangen. Ik zal een paar regels schrijven aan dat verachtelijke schepsel, Schindler,  hoewel ik met zo’n mislukkeling niets te maken wil hebben. Als we even snel konden schrijven als we denken en voelen, dan zou ik heel wat opmerken dat niet weinig opmerkelijk is. Maar voor vandaag kan ik alleen maar toevoegen, dat ik wens dat een zekere Carl mijn liefde en niet aflatende zorg waard zal zijn en zal weten te waarderen. Zoals je weet zijn er nog steeds veel manieren waarop we hen die beter en edeler zijn dan wijzelf, kunnen laten zien, dat we hun superioriteit erkennen.

Ik groet je vanuit het diepst van mijn hart

Je trouwe en oprechte

Vader

***

Aan Aartshertog Rudolph

Augustus 1823

Ik ben echt erg ziek en niet alleen wat mijn ogen betreft.  Ik ben van plan me morgen naar Baden te slepen om naar logies uit te zien en daar over een paar dagen helemaal  te gaan wonen. De stadslucht heeft een heel slechte invloed op mijn gestel en heeft mijn gezondheid echt geschaad, zodat ik al twee keer mijn artsen in de stad moest gaan raadplegen. Het zal voor mij gemakkelijker zijn Uwe Hoogheid hier in Baden te zien. Ik ben ontroostbaar, dat mijn bruikbaarheid zo beperkt is,  zowel ten aanzien van u als van mezelf. Ik heb wat aantekeningen gemaakt in de variaties,  maar dat kan ik beter mondeling toelichten.

***

Aan Aartshertog Rudolph,

Baden, 22 augustus 1823

Uw vriendelijke brief bracht me ertoe te geloven dat Uwe Hoogheid van plan was naar Baden terug te keren, waar ik doodziek aankwam op de 13e. Maar nu gaat het beter.  Net genezen van een kou, kreeg ik er nog een ontsteking over heen. Ook mijn spijsvertering en ogen waren er slecht aan toe. Mijn hele gestel leek aangetast te zijn.  Ik moest me met alle krachten inspannen om hier te komen zonder dat ik Uwe Hoogheid kon ontmoeten. Godzijdank zijn mijn ogen weer zoveel hersteld, dat ik ze met daglicht redelijk kan gebruiken. Ook mijn andere kwalen worden minder erg. In een zo korte periode kan ik ook niet meer verwachten. Hoe graag zou ik wensen, dat Uwe Hoogheid hier was, zodat we in een paar dagen de verloren tijd helemaal zouden kunnen inhalen. Misschien zal ik zo gelukkig zijn Uwe Hoogheid hier te zien en mijn ijver te kunnen tonen hem van dienst te zijn. Hoe diep beklaag ik me hierdoor over mijn slechte gezondheid. Ik wens van harte weer helemaal gezond te worden maar ben bang, dat dit nooit meer het geval zal zijn en daarom hoop ik op uw toegevendheid. Ik kan u nu laten zien dat ik me met plezier te uwer beschikking stel en dat u tot genoegen gebruik van me zou kunnen maken.

***

Aan Artshertog Rudolph  1823

Ik heb zojuist met veel plezier een stukje gewandeld en ondertussen een canon kunnen componeren op de tekst “Grossen Dank,…” . Op de terugweg naar huis trof ik, net toen ik het plan opvatte om de canon voor Uwe Hoogheid uit te schrijven, een persoon aan die in de veronderstelling verkeerde dat zijn verzoek meer kans zou maken  wanneer hij het via mij zou indienen.  Wat kan ik doen?  Een goede daad kan nooit snel genoeg verricht worden en soms moet zelfs een gril gehonoreerd worden.  De betreffende persoon is kapelmeester Drechsler van het Theater van Josephstadt en Baden. Hij zou graag de positie van tweede Hoforganist krijgen.  Hij bezit een gedegen kennis van de becijferde bas en is ook een bekwaam organist. Daarnaast heeft hij een zekere reputatie als componist. Al deze kwaliteiten maken hem voor deze positie uiterst geschikt. Hij denkt terecht, dat de beste aanbeveling om hem deze post te laten bekleden, van u moet komen, omdat u een echte kenner en musicus bent, en meer dan wie dan ook echte verdiensten naar waarde weet te schatten. Zijne Keizerlijke Majesteit zou een dergelijke aanbeveling verkiezen boven elke andere. Daarom voeg ik, zij het met enige aarzeling, mijn eigen woorden toe aan die van de heer D. waarbij ik vertrouw op uw welwillendheid en sympathie. Ik hoop van harte, dat de welbekende beschermheer van alles wat goed is, alles zal doen wat in zijn macht ligt om in dit geval van nut te zijn.

Mijn canon stuur ik u morgen, samen met de bekentenis van mijn zonden, bedoeld en onbedoeld, waarvoor ik uw genadige absolutie vraag. Mijn ogen verhinderen me helaas u persoonlijk het beste toe te wensen.

P.S. Ik vergat nog te vermelden dat de heer Drechsler  al sinds tien jaar onbezoldigd leraar in de becijferde bas is aan het instituut van St. Anna.

***

Aan F. Ries,

Baden, 5 september 1823

Beste vriend,

Je adviseert me iemand in dienst te nemen om mijn zaken te regelen. Dat deed ik al in het geval van de Variaties : mijn broer en Schindler hebben zich erover ontfermd, maar hoe?

De Variaties zouden hier pas gepubliceerd worden na hun publicatie in Londen, maar alles ging fout. De opdracht aan Brentano (Antonie von Brentano, née Edlen von Birkenstock) zou tot Duitsland beperkt moeten worden, omdat ik veel aan haar verplicht ben en op dit moment geen ander stuk beschikbaar heb.  Inderdaad heeft de uitgever Diabelli het alleen van mij gekregen. Maar alles ging door de handen van Schindler. Niemand op aarde verdient minder waardering, een aartsschurk is hij, maar ik liet hem er vlug werk van maken! In plaats hiervan zal ik een andere compositie aan je vrouw opdragen. Je hebt ongetwijfeld mijn laatste brief ontvangen. Ik denk dat dertig ducaten genoeg zijn voor één van de Allegri di Bravura, maar ik zou ze graag hier op het zelfde moment publiceren, wat best te regelen is. Waarom zou ik zoveel profijt uit handen geven aan deze vlegels hier? Het zal pas gepubliceerd worden, wanneer ik heb gehoord dat het in Londen is aangekomen. Je kunt zelf de prijs bepalen, omdat je het best op de hoogte bent van het Londense prijsniveau.

Eindelijk heeft de kopiïst vandaag de partituur van de symfonie afgekregen. Kirchhoffer en ik wachten alleen nog op een gunstige gelegenheid het werk te versturen. Ik ben hier nog steeds. Toen ik hier aankwam was ik doodziek en mijn gezondheid is nog steeds precair. Hemeltjelief! In plaats van me hier net als anderen bij de baden te amuseren, dwingt mijn benarde situatie me ertoe elke dag te componeren.  Ook moet ik mineraalwater drinken en baden nemen. De kopie zal spoedig worden verzonden, ik wacht alleen tot ik van Kirchhoffer een goede gelegenheid hoor, want het is te omvangrijk om het per post te versturen.

Mijn laatste brief moet je inzicht in mijn hele situatie hebben gegeven. Ik zal je nog enkele koren sturen. Zorg er zo spoedig mogelijk voor, dat ik opdrachten voor oratoria krijg, dan kan ik dadelijk de tijd vastleggen.  Mijn excuses voor de variaties vanwege  …. . Ik heb ze meer voor Londen dan voor hier geschreven. Dat is niet mijn fout. Geef me spoedig antwoord, zowel wat de details als het tijdstip betreft.

Hartelijke groeten aan je gezin.

Beethoven

***

Aan F. Ries

Baden, 5 september 1823

Beste Ries,

Ik heb nog geen bericht over de symfonie, maar je kunt ervan uitgaan dat hij gauw in Londen zal aankomen.  Wanneer ik niet zo arm was dat ik verplicht ben om van mijn pen te leven, dan zou ik niets van de Philharmonisch Sociëteit willen ontvangen. Maar zoals de zaken er nu voorstaan moet ik wachten tot het geld voor de symfonie hier uitbetaald kan worden. Om blijk te geven van mijn belangstelling voor en vertrouwen in de Sociëteit heb ik de nieuwe Ouverture al opgestuurd. Ik laat het aan hen over de betaling naar hun goeddunken te regelen. Mijn broer, die vast in het zadel zit, wilde ook nog van mij profiteren. Zo bood hij zonder mijn toestemming te vragen, deze Ouverture aan Boosey aan, een uitgever in Londen. Zeg hem, dat mijn broer zich met betrekking tot de Ouverture had vergist. Ik zie nu in, dat hij het stuk van mij heeft gekocht om er mee te gaan speculeren. O Frater!! Ik heb de symfonie die je aan me hebt opgedragen nog niet gekregen. Wanneer ik deze opdracht niet zou beschouwen als een soort van uitdaging waarop ik moet ingaan, dan zou ik eerder een compositie aan jou hebben opgedragen. Ik wilde echter altijd eerst jouw compositie zien en je dan op alle mogelijke manieren mijn dankbaarheid laten blijken.

Ik sta behoorlijk bij jou in het krijt voor je vriendelijke hulp en de vele bewijzen van je verbondenheid. Mocht mijn  gezondheid door de geplande badkuur verbeteren, dan hoop ik in 1824 je vrouw in Londen te kussen.

De jouwe, voor altijd,

Beethoven

***

Aan aartshertog Rudolph

1823

Zojuist hoorde ik dat Uwe Hoogheid hier morgen wordt verwacht. Wanneer ik nog steeds niet in staat ben de roep van mijn hart te volgen, dan hoop ik, dat u het wilt toeschrijven aan de toestand van mijn ogen. Het gaat beter, maar ik durf de komende dagen niet de stadslucht in te ademen vanwege het kwalijke effect op mijn ogen.  Mijn enige wens is, dat u me  de volgende keer dat u uit Baden terugkeert, me dat wilt laten weten en ook het tijdstip wilt noemen waarop ik mijn opwachting bij u kan maken en het geluk kan smaken mijn dierbare meester weer te zien. Omdat het echter waarschijnlijk is, dat Uwe Hoogheid hier niet lang zal blijven, moeten we des te meer gebruik maken van de korte tijd die ons ter beschikking staat om onze kunst in gesprekken en activiteiten te dienen.  Ik breng zelf “Grossen Dank…” mee, omdat het naar Baden moet worden verstuurd. Vandaag bedankte de heer Drechsler me  voor de vrijheid die ik genomen had om hem bij Uwe Hoogheid aan te bevelen, die hem zo vriendelijk ontving dat ik u mijn innige dankbaarheid voor uw vriendelijkheid wil laten blijken. Ik vertrouw erop, dat Uwe Hoogheid voet bij stuk zal houden, want men zegt dat Abbé Stadler pogingen doet de post aan iemand anders te laten toevallen. Het zou Drechsler enorm helpen wanneer Uwe Hoogheid met Graaf Dietrichstein (directeur van het koninklijk Hoforkest)  zou willen spreken. Ik vraag u nogmaals om de gunst  op de hoogte gesteld te worden van de datum van uw terugkeer uit Baden. Ik zal me dan onmiddellijk haasten mijn opwachting te maken bij de beste meester die ik op deze aarde heb. De gezondheid van Uwe Hoogheid lijkt me goed te zijn. De hemel zij daarvoor geprezen uit naam van zovelen die dat wensen. Onder hun aantal zou ik zeker ook willen worden geschaard.

***

 

Aan Aartshertog Rudolph

Ik was erg aangedaan toen ik gisteren uw vriendelijke brief ontving. In de schaduw van een statige vruchtenboom te bloeien is verfrissend voor een ieder die openstaat voor verheven gedachten en gevoelens. Zo vergaat het mij onder de aegis van Uwe Hoogheid. Mijn arts verzekerde me gisteren dat mijn ziekte op zijn retour was, maar ik moet nog wel elke dag een hele fles van een mengdrankje tot me nemen, wat me enorm verzwakt en ertoe dwingt, zoals Uwe Hoogheid kunt opmaken uit de bijgesloten instructies van de arts, om heel wat lichaamsoefeningen te doen. Toch heb ik alle hoop, dat ik binnenkort misschien niet helemaal hersteld zal zijn, maar toch in staat zal zijn heel wat tijd samen met u door te brengen gedurende uw verblijf hier.  Deze hoop zal me sneller laten herstellen dan meestal het geval is.  Moge de hemel zijn zegeningen via Uwe Hoogheid op mij doen nederdalen en moge de Heer altijd over u waken!  Niets kan heerlijker zijn dan dichter bij de Godheid te komen dan andere mensen en hier op aarde deze goddelijke stralen onder stervelingen te verspreiden. Diep onder de indruk van uw vriendelijke belangstelling voor mij, hoop ik heel spoedig in staat te zijn bij u mijn opwachting te kunnen maken.

***

Aan Schindler

Baden, september 1823

Signore Papageno,

Om te voorkomen dat je schandalige rapporten niet langer de arme man in Dresden van streek maken, moet ik je zeggen dat het geld vandaag bij me binnen gekomen is, vergezeld van elke mogelijke uiting van respect aan mijn adres. Hoewel ik je graag een substantieel blijk van waardering zou willen aanbieden voor de (onleesbaar gemaakt) die je me hebt bewezen, kan ik nog niet volledig waar maken wat ik op mijn hart heb. Over een paar weken hoop ik daar meer in te slagen.

Per il Signore Nobile, Papageno Schindler.

***

Aan Schindler

1823

Het incident dat gisteren plaatsvond (de vrouw van Johann van Beethoven hield er tijdens diens ziekte een minnaar op na; Beethoven wilde de politie inschakelen, maar Schindler verhinderde dat) en dat je zult zien staan in de politierapporten , zal de aandacht trekken  van de reguliere politie hier. Het getuigeverslag van een persoons wiens naam niet vermeld is, valt volledig samen met dat van jou.  Ik zo’n geval kunnen individuën privé niets uitrichten.  Allen de autoriteiten kunnen een vuist maken.

Je

Beethoven

***

Aan Schindler

Egoist die je bent! Ik kus de zoom van je kleed!

***

Aan de Heer Grillparzer, hofcomponist

Geachte Heer,

De heren directeuren willen graag uw voorwaarden horen met betrekking tot ‘Melusina’. In zoverre heeft zij haar waarde bewezen, wat zeker beter is dan verplicht te zijn anderen over dit soort zaken lastig te vallen. Al enige tijd is mijn huishouden een chaos, anders zou ik zeker contact met u hebben opgenomen en uw gevraagd hebben mij van uw kant  te bezoeken. Zoudt u zo vriendelijk willen zijn uw voorwaarden dadelijk ofwel aan de heren directeuren of aan mij kenbaar te maken? In dat geval zal ik ze graag willen overbrengen. Ik heb het zo druk, dat ik geen contact met u kon opnemen en ik kan dat nu nog niet, maar hoop u binnenkort te ontmoeten. Mijn nummer is 323. ’s Avonds kunt u me vinden in het koffiehuis tegenover de ‘Goldene Birne’.  Wanneer u wilt komen,  vraag ik u niemand mee te nemen. Dat opdringerige aanhangsel, Schindler, berokkent  me de laatste tijd veel schade, zoals u in Hetzendorf zult hebben opgemerkt. Otium est vitium. Mijn hartelijke groeten,

 

Beethoven

***

Aan Probst, muziekuitgever te Leipzig

Wenen, 10 maart 1824

Dit is alles wat ik u nu voor publicatie kan aanbieden. Ik moet nu helaas voor mezelf spreken en u zeggen dat dit het grootste werk is dat ik ooit geschreven heb.  Het is een nieuwe grote symfonie met finale en vocale partijen, solo en koren op de woorden van Schillers onsterfelijke Ode an der Freude, in de stijl van mijn piano-koorfantasie, alleen veel grootser van opzet. De prijs is 600 florijnen C.M. Er is met betrekking tot deze symfonie wel één voorwaarde, namelijk dat ze pas in juli 1825 gepubliceerd mag worden. Ter compensatie van dit lange uitstel geef ik u gratis een pianobewerking van het werk. Bij belangrijker afspraken zult u me altijd bereid vinden me aan u te verplichten.

***

Aan Schindler

1824

Mevrouw S(chnaps) zal zorgen voor wat nodig is, kom dus vandaag om twee uur bij me eten. Ik kan je goed nieuws vertellen, maar dit is helemaal entre nous, want de brein-eter (zijn broer Johann) mag er niets van weten.

***

Aan de Heer Von Rzehatschek

1824

Waarde heer Von Rzehatschek,

Schuppanzigh verzekert me,  dat u zo vriendelijk bent me de instrumenten te lenen die voor mijn concert noodzakelijk zijn. Vol hoop verzoek ik u dit te doen en ik verwacht geen weigering wanneer ik u zo serieus vraag op mijn verzoek in te gaan,

Uw gehoorzame dienaar,

Beethoven

***

Aan de Hoge Kamerheer Prins Trautmannsdorf

Ik ben Uwe Hoogheid zeer verplicht voor uw constante vriendelijkheid die ik  nog des te meer prijs omdat Uwe Hoogheid geenszins verstoken is van sympathie voor mijn kunst. Ik hoop op een dag de gelegenheid te hebben mijn hoogachting voor Uwe Hoogheid te laten blijken.

***

Aan Graaf Moritz Lichnowsky (Schindler voorkwam verzending van dit briefje)

Onoprechtheid veracht ik. Bezoek me niet meer. Mijn concert gaat niet door.

***

Aan de Heer Schuppanzigh

Kom niet meer bij me langs. Ik geef geen concert.

***

Aan de Heer Schindler

Kom niet langs totdat ik je roep. Geen concert.

***

Aan de Heer Von Sartorius, Koninklijk censor

Geachte Heer,

Omdat ik verneem, dat er van de kant van de koninklijke censuur bezwaren zullen worden gemaakt tegen een gedeelte van de gewijde muziek die tijdens een avondconcert in het theater “An der Wien”, geef ik hierbij aan, dat ik speciaal gevraagd ben deze stukken ter beschikking te stellen  en dat de kopieën voor dit doel hoge kosten  met zich hebben gebracht en bovendien dat de tussenliggende tijd te kort is om andere nieuwe werken te componeren. Overigens zullen slechts drie gewijde composities worden uitgevoerd en wel onder de titel van ‘hymne’.  Geachte Heer, ik doe hierbij een serieus beroep op u om uw aandacht op deze zaak te richten omdat er bij soortgelijke gelegenheden steeds veel problemen kunnen ontstaan. Mocht u hiermee niet instemmen, dan verzeker ik u dat het onmogelijk zal zijn het concert überhaupt te laten plaats vinden, waardoor de kopieerkosten weggegooid geld zullen blijken te zijn.  Ik hoop, dat u me niet zult vergeten.

Met hoogachting,

Uw

Beethoven

***

Aan Schindler

1824

Wanneer je mij informatie kunt verschaffen, schrijf het dan op, maar verzegel de tekst voor welk doel je was en zegel op mijn tafel zult vinden. Laat me weten waar Duport woont, wanneer men hem gewoonlijk kan bezoeken en of ik hem alleen kan aantreffen of dat er mensen bij zullen zijn en wie dat dan zijn. Ik voel me helemaal niet goed. Portez-vous bien. Ik weet nog steeds niet zeker of ik Duport persoonlijk spreek of dat ik hem schrijf, wat ik niet zonder bitterheid kan. Ik wens je smakelijk eten, maar zal er niet bij zijn. Ik kom niet langs omdat ik nog ziek ben na onze braspartij van gisteren. Een fles wijn staat voor je klaar.


***

Aan Schindler (geschreven door zijn neef)

Ik vraag je me morgen te komen opzoeken, omdat ik je een azijnzuur verhaal te vertellen heb. Dupost zei gisteren, dat hij me had geschreven, hoewel ik zijn brief nog niet ontvangen heb. Hij was tevreden, wat alleen maar goed is. Het belangrijkste is nog niet voor elkaar, datgene wat gespeeld moet worden vóór het proscenium!

De jouwe, van de lage Cis tot de hoge F

Beethoven (in Beethovens handschrift)

***

Aan Schindler

Na zes weken praten, hier, daar, overal, ben ik helemaal gaar. Wat zal de opbrengst van dit veelbesproken concert zijn als de toegangsprijzen niet omhoog gaan?  Wat krijg ik terug van al mijn kosten, aangezien alleen al het kopiëren zoveel heeft gekost?

***

Aan Schindler

 

Om twaalf uur vandaag in ‘die Birne’, dorstig en hongerig, dan naar het koffiehuis, dan weer terug hiergeen en rechtdoor naar Penzing, of anders raak ik mijn verblijf kwijt. Wanneer je me schrijft, schrijf dan precies als ik aan jou, zonder formeel adres of handtekening. Vita brevis ars longa. Details zijn niet nodig, alleen de hoofdzaak!

***

Aan de Heer Steiner & Co

Baden, 27 mei 1824

P.N.G (Pater Noster Steeg)

Zoudt u zo vriendelijk willen zijn mij blijk te geven van uw grote bereidwillig door uw handristrum (niet Rostrum Victoriatum) om 202 notenbalken voor me te trekken, ongeveer op de manier van bijgesloten voorbeeld en ook op even fijn papier, dat u in de rekening kunt opnemen. Stuur het me indien mogelijk morgenavond via Carl, want ik heb het nodig. Misschien kan dan volledige genoegdoening worden gegeven.

***

Voor Monsieur de Haslinger, Général Musicien et Général –Lieutenant

Mijn beste vriend,

Je zult me zeker groot onrecht doen wanneer je veronderstelt dat slordigheid ervoor zorgde dat je de kaarten niet ontving. Ik verzeker je dat ik van plan was ze te sturen, maar ik ben het zoals bij zoveel andere zaken, vergeten.  Ik hoop, dat zich een gelegenheid voor zal doen dat ik mijn gevoelens voor jou kan laten blijken. Ik heb, dat verzeker ik je, geen schuld aan alles wat Duport gedaan heeft. Zo was hij het die het handig vond het terzet (op. 116) als een nieuw stuk te prsenteren, niet ik.  Je kent mijn gevoel voor eerlijkheid maar al te goed. Maar het is beter nu hierover te zwijgen, omdat niet iedereen van de rand en de hoed weet en ik kritiek zou kunnen krijgen terwijl ik volkomen onschuldig ben. Ik geef niets om de andere voorstellen die Duport doet, omdat ik door dit concert al veel tijd en geld ben kwijt geraakt. In haast,

je vriend,

Beethoven

***

Aan Steiner & C

Beste vriend,

 

Wees zo goed de bijlage te lezen en stuur hem onmiddellijk door naar de autoriteiten.

Uw dienaar en amicus

Beethoven

***

 


aan de Heer Tobias Peter Philip Haslinger

de hoornpartij en de partituur  volgen binnenkort.  We hebben enorm veel aan je te danken. Neem de wetten in acht en zing vaak in stilte mijn canon per resurrectionem etc. Vaarwel!

Je vriend,

Beethoven

*** 

Aan Haslinger

Wees zo vriendelijk mij mijn schoenen en mijn zwaard te  sturen. Je kunt de lening van de “Eglantine” zes dagen houden, waarvoor je echter wel een verklaring moet tekenen.

Vaarwel!

Je vriend,

Beethoven

***

Aan Haslinger

Baden 12 juni 1824

Mijn beste vriend,

Iets dat de moeite waard is om te hebben, is op je weg gekomen. Maak er het beste van. Het zal je een aardig bedrag opleveren, terwijl alle kosten betaald zijn. Van de Mars met Koor (in de ‘Ruinen von Athen’, op 114) moet je me nog de bladen opsturen voor een definitieve  herziening, en ook nog de Ouverture in Es (bij “König Stephan’ op. 117), het terzet (op. 116), de Elegie (op. 118), de Cantate (“Meeresstille und glückliche Fahrt”, op. 112) en de opera. Alles kan de deur uit! Aan ceremonies heb ik heel weinig behoefte. Je rechten zijn al vervallen. Mijn vrijgevigheid alleen heeft voor jou een grotere som in petto, dan jij hebt voor mij.  Ik heb de partituur van de cantate voor een paar dagen nodig omdat ik er nog een soort van recitatief bij wil schrijven. Mijn exemplaar is zo versleten dat ik het niet kan herstellen, daarom zou ik het moeten kopiëren vanuit de  losse partijen. Heeft de Musicalische Zeitung in Leipzig zijn leugens over de medaille die ik van wijlen de Koning van Frankrijk kreeg, al ingetrokken?  Ik ontvang dat tijdschrift niet meer, iets dat zeker niet de schoonheidsprijs verdient.  Wanneer de uitgever de uitspraak niet rectificeert, zal ik hem en zijn hoofd publiciteit in de noordelijke wateren laten harpoeneren, midden tussen de walvissen. Zelfs dit barbaarse Baden wordt verlicht : in plaats van gutten Brunn schrijven de mensen nu guten Brun. Maar vertel me waar ze in de Pater Noster Steeg mee bezig zijn.

Met alle hoogachting voor jou maar geen enkele hoogachting voor de barbaarse Pater Noster Steeg.

Uw toegenegen, incomparativo,

B…..n

De Paternostersteegje-primus zal ongetwijfeld net als Mephistopheles, vurige vlammen uitbraken.

***

Aan de Heer Diabelli

Geachte Heer,

Vergeeft u me, dat ik u vraag mij de partituur van mijn Mis te sturen, omdat ik hem erg nodig heb.  Ik herhaal nog eens, dat niet tot publicatie mag worden overgegaan, totdat ik u laat weten hoe en wanneer. Eerst zal het onder mijn leiding worden uitgevoerd met toevoeging van enkele nieuwe stukken die er speciaal voor bijgeschreven zijn.  Ik zal u die met genoegen later toesturen. Sommige gebruiken moeten in acht genomen worden, vooral omdat ik zo afhankelijk ben van buitenslandse betrekkingen, want Oostenrijk  verschaft me niet voldoende om van te leven en zorgt alleen maar voor ellende. Ik zal binnenkort een datum noemen waarop u Carl kunt bezoeken.

Met hoogachting,

Uw

Beethoven

***

Aan Probst, Leipzig

Wenen, 3 juli 1824

Mijnheer,

Overladen  met werk en concerten als ik ben, ben ik nu pas in de gelegenheid u te laten weten dat de composities die u wilde hebben, voltooid en overgeschreven zijn. Ze kunnen elk ogenblik geleverd worden aan de heer Glöggl (muziekuitgever in Wenen). Daarom verzoek ik u de 100 Weense ducaten aan de heer Glöggl over te maken. Laat me weten wanneer u dat gedaan heeft.  Ik moet voor vandaag afsluiten  en het plezier in het schrijven verschuiven naar een andere gelegenheid.

Hoogachtend,

Beethoven

***

Aan T. Haslinger

Waarde vriend,

Wees zo goed mij Rochlitz’ artikel over de werken van Beethoven te sturen. We sturen het je per ommegaande terug via de vliegende en  rijdende post.

Je

Beethoven

***

Aan de Heer Schott, Mainz

1824

Geachte Heer,

De  Ouverture (Zur Weihe des Hauses, op. 124) die u van mijn broer kreeg, is hier kort geleden uitgevoerd en ik ontving bij die gelegenheid veel huldeblijken.  Maar wat betekent dit alles vergeleken bij de grootste meester  van de harmonie hierboven, hierboven, hierboven!  Met recht de Allerhoogste.  Terwijl hier beneden alles voor-de-gek-houderij is. Dwergen! En de Allerhoogste!

Samen met de andere composities ontvangt u ook mijn kwartet. U bent openharig en oprecht, kwaliteiten die ik nooit eerder bij uitgevers aantrof, en dat bevalt me. Ik schrijf dat hier neer, maar wie weet of ik u dit binnenkort niet persoonlijk kan zeggen?  Ik verzoek u het bedrag voor het kwartet aan P. te geven, omdat ik op dit ogenblik veel geld nodig heb, want ik moet momenteel alles uit vreemde bron verkrijgen en soms ontstaat er uitstel, veroorzaakt door mijzelf.

***

Aan Aartsherog Rudolph

Baden, 23 augustus 1824

Uwe Koninklijke Hoogheid,

Ik leef  het leven van een slang. Het onstuimige weer  houdt me voortdurend binnen en bij de baden hier is het onmogelijk je natuurlijke kracht in te zetten. Enkele dagen geleden schreef Nägeli, musicoloog en dichter van formaat, me vanuit Zürich. Hij staat op het punt 200 gedichten te publiceren, waaronder er enkele zijn die heel goed op muziek kunnen worden gezet. U verzocht me dringend me tot U te wenden met het verzoek of u zoudt willen intekenen op deze collectie. De prijs is heel bescheiden : 20 groschen of 1 florijn en 80 kreutzer. Wanneer u op zes exemplaren wilt intekenen, wordt dat direct overal bekend, hoewel ik heel goed weet, dat u daar niets om geeft. Voor nu is het voldoende, wanneer Uwe Hoogheid me wilt laten weten of u bereid bent op dit verzoek in te gaan. Het geld kan worden betaald, wanneer de exemplaren geleverd worden, waarschijnlijk over een paar maanden. Na dit verzoek van de heer Nägeli wilde ik u nog voor hem uit mijn naam om een andere gunst vragen. Niet alles kan worden afgemeten met passer en lineaal, maar Wieland segt : “Een klein boekje kan heel goed een paar groschen waard zijn”. Wil Uwe Hoogheid  deze gedichten extra glans verlenen door uw toestemming om uw verheven naam erboven te laten afdrukken als teken van uw sympathie ten behoeve van deze man? Het werk is zeker van grote waarde. Ik ben overtuigd van uw belangstelling voor alles wat edel en schoon is en ik hoop dan ook dat mijn tussenkomst voor Nägeli niet tevergeefs is geweest. Kunt u me uw toestemming op schrift geven om Nägeli er van op de hoogte te stellen dat u één van zijn intekenaars zult zijn?

Ik blijf met alle verschuldigde trouw en toewijding uw gehoorzame dienaar,

Beethoven

***

Aan zijn  neef

Baden, 29 augustus 1824

Mijn lieve jonge slampamper,

Wat is ons mahoniehout actief! Mijn plannen staan vast. We geven het huidige kwartet aan Artaria en het laatste aan Peters. Je ziet wel, dat ik iets heb geleerd. Ik zie nu in waarom ik eerst het pad verkende. Dat was speciaal voor jou, opdat je het effen zou aantreffen. Mijn spijsvertering is helemaal ontregeld, en geen arts te bekennen! Ik zou graag wat kant en klare pennen willen hebben. Wil je er een paar in een brief meesturen? Schrijf zaterdag nog niet aan Peters. We kunnen beter eventjes wachten om hem te laten zien hoe dit alles ons koud laat. Sinds gisteren heb ik alleen maar wat soep gegeten en wat eieren en ik heb alleen maar water gedronken.  Mijn tong is anders van kleur. Zonder medicijnen en drankjes zal mijn spijsvertering nooit herstellen, wat mijn kwakzalver ook maar zal zeggen.

Het derde kwartet (op.131) bevat ook zes delen en zal zeker binnen tien of twaalf dagen hooguit  klaar zijn. Blijf van me houden, beste jongen. Wanneer ik je ooit pijn doe, dan is dat niet vanuit een wens om je pijn te doen, maar voor je uiteindelijke welzijn. Ik ga nu afsluiten. Ik omarm je van harte. Alles wat ik wens is, dat je vriendelijk, ijverig en oprecht bent. Schrijf me, mijn beste zoon. Ik heb spijt van alle moeilijkheden die ik je heb bezorgd, maar het zal niet lang meer duren. Holz lijkt geneigd onze vriend te worden. Ik verwacht spoedig een brief van (onleesbaar)

Je trouwe vader

***

Schets voor een brief aan Peters

1824

Ik schreef u dat een kwartet (‘en nog een groot kwartet ook’, is doorgestreept) voor u klaar ligt. Zodra u me meedeelt , dat u het voor 360 florijnen C.M. of 80 ducaten wilt hebben, stuur ik u het stuk toe. Voor mijn werken wordt nu meer betaald dan ooit. Overigens heeft u het aan uzelf te wijten. Uw eigen brieven laten zien wat u vroeger wilde hebben en de composities die ik u stuurde waren wat ze behoorden te zijn. De talrijke piratenedities zijn er het bewijs van. Het kwartet zal u er echter van overtuigen dat ik zonder wraak te willen nemen u nu geef wat niet beter kan zijn, ook al was het voor mijn beste vriend bedoeld. Ik vraag u haast te maken zodat ik uw antwoord ontvang met de volgende post. Anders moet ik u de 360 florijnen per omgaande terug geven.  Ik heb in elk geval een probleem omdat er iemand is die niet alleen deze compositie maar nog een ander pas voltooid werk wil hebben, hoewel hij het niet erg vindt maar één werk af te nemen. Alleen omdat u zo lang heeft gewacht (het is uw eigen schuld) maak ik dit kwartet los van het volgende, dat nu ook voltooid is. (Denkt u dat dat laatste kwartet hier ook moet worden aangeboden?  Maar dan wel slim en voorzichtig, uiteraard comme marchand coquin!) . U hoeft geen wantrouwen te koesteren dat ik u alleen maar iets stuur om mijn belofte in te lossen. Integendeel, ik verzeker u op mijn erewoord als kunstenaar dat u me op  één lijn met het schorriemorrie kunt stellen, wanneer u niet vindt dat dit één van mijn beste werken is.

***

Aan Hans Georg Nägeli, Zürich

Baden, 9 september 1824

Mijn hooggewaardeerde vriend!

De Kardinaal-aartshertog is in Wenen en vanwege mijn gezondheid ben ik hier. Pas gisteren ontving ik een welwillend schrijven van hem waarin hij toestemming geeft om op uw gedichten in te tekenen vanwege de verdiensten die u heeft om de muziek verder te helpen. Hij neemt zes exemplaren van uw werk af.  Ik zal u spoedig het juiste adres zenden. Ook een anonieme vriend staat op de lijst van intekenaren. Ik bedoel mezelf, want omdat u me de eer bewijst mijn panegyrist te worden, zo wil ik onder geen beding dat mijn naam op papier verschijnt.  Heel graag zou ik op meer exemplaren hebben ingetekend, maar mijn middelen zijn daarvoor nu te beperkt. Als vader van een geadopteerde zoon (het kind van mijn overleden broer) moet ik in zijn belang denken en handelen voor de toekomst even goed als voor het heden. Ik herinner me dat u me al eerder schreef over een intekening, maar toen was ik er beroerd aan toe. Drie jaar lang was ik erg ziek, maar nu gaat het beter. Stuur  ook de complete verzameling van uw lezingen  rechtstreeks toe aan Aarsthertog Rudolph en draag ze, als dat mogelijk is, aan hem op. U kunt er dan zeker van zijn een geschenk te ontvangen, misschien geen groot geschenk, maar meer dan helemaal niets. Voorzie het voorwoord van wat complimenten, want hij heeft verstand van muziek. Het is zijn lust en zijn leven.  Het spijt me gezien zijn talenten echt  dat ik mezelf niet meer zoals voorheen aan hem kan wijden. Ik heb verschillende pogingen gedaan om je intekenaars te bezorgen en zal u laten weten zodar ik de reacties binnen heb. Ik zou graag willen, dat u de lezingen ook aan mij toestuurde, samen met Bachs vijfstemmige mis. Ik betaal u daarvoor per omgaande.  Denkt u niet dat ik uit ben op mijn eigen belang.  Ik ben vrij van alle ijdelheid. Alleen in de godgelijke Kunst  woont de kracht die me ertoe aanzet het beste deel van mijn leven aan de hemelse Muze te wijden. Van kindsbeen af bestond mijn grootste genoegen en geluk in het werken voor anderen. U kunt zich dus voorstellen hoe oprecht mijn vreugde is dat ik u in enig opzicht van nut kan zijn en dat ik u kan laten zien hoe zeer ik uw verdiensten waardeer.  Als een van de volgelingen van Apollo, omhels ik u,

Met hartelijke groet,

Beethoven

Schrijf me gauw over de Aartshertog, dan kan ik dit onderwerp gauw onder zijn aandacht brengen. U hoeft geen stappen te ondernemen om toestemming te krijgen voor de opdracht. Het zal een echte verrassing voor hem zijn.

***

Aan zijn neef

Baden, de avond van  14 september 1824

Mijn beste zoon,

Of het morgen pijpestelen regent of niet, verstikkend stof en stortbuien zijn even schadelijk voor mij.  Het doet me verdriet, dat je al zo lang met deze demon van doen hebt.  Doe je best om uit haar buurt te blijven.  Je moet haar een brief geven, in mijn naam geschreven,  aan de leider van het hospitaal, waarin je moet schrijven dat ze niet op de 1e is gekomen, deels omdat ze onwel was, maar ook omdat verschillende mensen hier waren om me te ontmoeten. Basta cosi!

Ik stuur je 40 florijnen voor de zangmeester.  Zorg dat je een geschreven kwitantie van hem krijgt. Hoeveel  misverstanden kunnen zo worden vermeden! Heeft Holz niet Rampels kwitantie ongevraagd meegebracht en hebben anderen niet op dezelfde manier gehandeld? Houd de witte jas voor jezelf en laat een andere voor mij maken.  Je kunt de metronoom  meebrengen, ook al kunnen we er niets mee doen. Breng ook je linnen lakens mee en de twee dekbedden, wat potloden en mallen. Vaarwel, mijn beste zoon, kom zo vlug mogelijk in mijn armen, misschien morgen al.

Je trouwe vader

***

Aan de Heer Nägeli

Wenen, 16 september 1824

Hooggeachte vriend,

Ik ga graag op uw wens in om de vocale partijen van mijn laatste Grote Mis voor orgel of piano te bewerken voor het gebruik in de verschillende koorverenigingen.  Dit doe ik vooral graag omdat deze koorverenigingen door hun festivals met daarin privé-uitvoeringen en  optredens in de kerk een ongewoon sterke indruk op het publiek maken en het bij het componeren van deze Grote Mis mijn voornaamste doel was om bij zangers en toehoorders  diepe godsdienstige gevoelens op te roepen. Omdat een dergelijke uitgave met regelmatige correcties veel kosten met zich brengt, vrees ik dat ik er niet minder dan 50 ducaten voor kan vragen. Ik laat het aan u over om er verdere navraag over te doen, zodat ik er al mijn tijd aan kan besteden.

Met hoogachting,

Uw gehoorzame

Beethoven

***

Aan Schott, Mainz

Baden, bij Wenen, 17 september 1824

Het kwartet (op. 127) zult u zeker rond het midden van oktober ontvangen.  Met mijn werkdruk en bovendien mijn slechte gezondheid heb ik enig recht anderen om wat toegevendheid te vragen. Ik ben hier alleen maar vanwege mijn gezondheid of liever gezegd het gebrek daaraan, hoewel ik me al wat beter voel.  Apollo en de Muzen zijn nog niet van plan mij prijs te geven aan  Magere Hein  met de Zeis, omdat ik nog veel voor u moet doen en veel moet doorgeven wat mijn geest dicteert en me dwingt te voltooien voordat ik hiervandaan ga vertrekken naar de Elyseïsche velden. Ik heb het gevoel  dat ik eigenlijk maar een paar noten muziek geschreven heb. Ik wens u alle mogelijke zakelijke succes toe in dienst van de kunst. Die kunst en wetenschap alleen wijzen de weg en doen ons hopen op een leven op hoger niveau. Ik schrijf gauw weer. In haast,

Uw gehoorzame,

Beethoven

***

Aan Hauschka

Baden, 23 september 1824

Mijn beste en dierbare vriend,

Zodra ik in de stad ben,  zal ik het Oratorium van Bernard  schrijven.  Ik verzoek u hem hiervoor te willen betalen.  We praten verder wanneer we in de stad zijn over wat we verder noodzakelijk vinden. In de tussentijd  benoem ik je tot Hoge en Almachtige Intendant van alle zang- en neurie-verenigingen, Keizerlijke Violoncello-Generaal, Inspecteur van de Keizerlijke Chasse en Deken van mijn dierbare meester, zonder woon- of verblijfplaats en zonder prebende (zoals ik zelf). Dit alles wens ik je, trouwste dienaar van mijn  edele meester, evenals alles ter wereld waaruit je dan een keuze kunt maken wat je het beste vindt.  Om vergisisngen te voorkomen, verklaar ik bij deze, dat we het plan hebben om Bernards Oratorium de ‘Sieg des Kreuzes’ te componeren en dat binnenkort te voltooien.  Was en zegel zijn er het bewijs van.

Ludwig van Beethoven

P.S. Pas ervoor op dat het wild niet door ratten of muizen wordt verslonden, snap je? Streef naar een betere keuze en meer verscheidenheid.

De jouwe, als Christen en in Apollo,

B.

P.S. Die kleine vlag op de witte toren, we hopen hem gauw weer te zien wapperen!

*** 

Aan de Heer Nägeli, Zürich

Wenen, 17 November  1824

Mijn beste vriend,

Doordat ik overladen ben met werk en niet voldoende gewapend ben tegen het late seizoen, ben ik weer ziek. Geloof me, dat het voor mij onmogelijk was u eerder te schrijven. Wat betreft uw intekenlijst, ik kon slechts één intekenaar op twee exemplaren krijgen, de heer Von Bihler, huisleraar in de familie van Zijne Keizerlijke Hoogheid Aartshertog Carl. Hij probeerde de Aartshertog ook nog zover te krijgen, maar dat ging niet door. Ik heb bij iedereen mijn best gedaan, maar helaas worden de mensen hier overspoeld met zaken van dezelfde soort. Dit is alles wat ik u in haast kan schrijven. Ook heb ik nog een dringend beroep gedaan op Haslinger, maar tevergeefs. Hier in Oostenrijk zijn we echt arm en de voortdurende oorlogsdruk laat weinig over voor kunsten en wetenschappen. Ik zal ervoor zorgen dat er voor de intekeningen wordt betaald. Wilt u me laten weten waar het geld precies heen gestuurd moet worden? Met hartelijke groeten,

Hoogachtend,

Uw vriend,

Beethoven

***

Aan Aartshertog Rudolph

18 November, 1824

Uwe Koninklijke Hoogheid,

Bij mijn terugkeer uit Baden kon ik vanwege ziekte geen opwachting bij u maken, hoezeer ik dat ook wenste. Pas gisteren was het de eerste keer dat ik me weer in de openlucht durfde wagen.  Toen uw vriendelijke brief arriveerde was ik aan bed gekluisterd en onder invloed van zweetopwekkende middelen. Doordat mijn ziekte door een kou werd veroorzaakt, was het voor mij onmogelijk om op te staan. Ik ben er zeker van dat Uwe Hoogheid zich er wel bewust van is, dat ik u altijd het respect zal betonen dat u verdient. Morgenochtend zal ik het genoegen hebben bij u mijn opwachting te kunnen maken. Bovendien zal er alle gelegenheid zijn om uw muzikale interesse te wekken die zo positief op de kunst uitwerkt, voor altijd mijn toevluchtsoord, godzijdank!

Uwe Hoogheids gehoorzame dienaar,

Beethoven

***

Aan Schott, Mainz

Wenen, 18 november 1824

Het spijt me u te moeten zeggen dat er nog enige tijd zal verstrijken voordat ik u de werken kan toesturen.  Feitelijk was er in de kopieën niet veel meer te corrigeren , maar omdat ik de zomer  niet hier heb doorgebracht, moet ik dat nu goedmaken door aan Zijne Hoogheid Aartshertog Rudolph dagelijks twee lessen te geven. Dit put me zo uit, dat ik nauwelijks meer tot iets anders kom. Bovendien kan ik niet van een inkomen leven : mijn pen is mijn enige inkomstenbron. Maar er wordt geen enkele rekening gehouden met mijn gezondheid of mijn kostbare tijd. Ik hoop, dat dit niet al te lang zo doorgaat en dat ik op een gegeven moment  de vereiste bescheiden revisie kan afronden. Enige dagen geleden ontving ik een voorstel dat ook voor u van belang is. Het komt erop neer, dat een muziekuitgever in het buitenland graag met u in verbinding zou komen om een halt toe te roepen aan de piraterij. Ik heb het aanbod dadelijk al afgewezen omdat ik al genoeg pijnlijke ervaringen in dit soort zaken heb gehad. (Misschien was dit alleen maar een voorwendsel om  zijn neus te steken in mijn zaken).

***

Aan Carl Holz

Ik doe je hierbij mijn hartelijke groeten en wil je hierbij ook zaggen dat ik vandaag niet de deur uit ga. Ik zou je graag willen ontmoeten, misschien vanavond na je werk.

In haast,

Je vriend,

Beethoven

Ik voel me helemaal niet goed

***

Aan Carl Holz

Mijn waarde Holz, wees niet langer Holz!

De onze geliefde ambtenarij wil me graag morgen om tien uur zien verschijnen.  Ik wil je vragen in mijn plaats te gaan. Maar neem eerst contact met me op op de manier die voor jou het gemakkelijkst is. Ik heb al een brief aan de betreffende instanties geschreven die je met je mee kunt nemen. Het spijt me dat ik je weer zoveel moeilijkheden bezorg, maar er kan geen sprake van zijn dat ik mijn huis uit ga, en de zaak moet afgehandeld worden,

Je

Beethoven

***

Aan Schott, Mainz

Wenen, 17 december (Beethovens verjaardag) 1824

Ik schrijf je om je te melden dat er nog wel een week voorbij zal gaan voor de de werken aan u toegestuurd kunnen worden. De Aartshertog is pas gisteren weggegaan en ik was verplicht veel van mijn kostbare tijd met hem door te brengen. Ik wordt hogelijk door hem gewaardeerd, maar daar kan ik niet van leven en de oproep die van alle kanten gedaan wordt om er aan te denken ‘dat hij die een lamp heeft er ook olie in zou moeten doen’,  vindt hier geen respons. Omdat de partituur correct moet worden gezet, moet ik er meermalen  zelf  naar kijken, want ik heb momenteel geen kundige kopiïst. Denk alsjeblieft geen kwaad van mij! Ik heb me nooit schuldig gemaakt aan minderwaardig gedrag!

***

Maart 1825

Beste vrienden

Hierbij is ieder van jullie benoemd op zijn vaste post en formeel door mij in dienst genomen. Hij belooft op zijn erewoord zijn best te doen zich te onderscheiden en met de anderen te wedijveren voor het beste resultaat.

Ieder die met deze uitvoering (van op. 127) meedoet, moet zijn naam aan dit papier toevoegen.

Schuppanzigh, (Manu propria.)
  Weiss.
  Linke, (M.P.)
Gefrustreerde cello van de grote meesters
  Holz, (M.P.)
De laatste, maar alleen wat zijn handtekening betreft

***

Aan Schindler

Lente 1825

Ik heb tot half een zitten wachten, maar omdat het caput confusum niet langs gekomen is, weet ik niet wat er nu gaat gebeuren. Carl moet nu naar de universiteit in het Prater, daarom ben ik verplicht om te gaan, zodat Carl die zo vroeg moet vertrekken, eerst nog kan eten. Ik ben te vinden in de ‘Wilde Mann’.

Aan de heer Schindler, Moravische minkukel

***

Aan Linke, cellist

Beste Linke,

Omdat ik hoog heb horen opgeven van de heer Von Bocklet, acht ik het raadzaam hem vriendelijk te vragen of hij tijdens jouw concert aan het trio wil meedoen. Ik ken hem niet persoonlijk anders zou ik hem rechtsreeks benaderd hebben namens jou. Je kunt altijd op me rekenen wanneer het in mijn vermogen ligt je te helpen.

Je

Beethoven

***

Geachte Heer,

 

Door een stommiteit van mijn huisbewaarder werd uw moeder onlangs van mijn huis weggestuurd, zonder dat mij iets over haar bezoek was gemeld. Een dergelijk gebrek aan beleefdheid keur ik ten zeerste af, omdat nota bene  de dame niet eens naar mijn appartement was gebracht. De geborneerdheid en brutaliteit van de lui die ik hier helaas in dienst heb, zijn bij iedereen bekend. Daarom vraag ik u om vergiffenis.

Uw gehoorzame dienaar,

L. van Beethoven

***

Aan F. Ries

Wenen 9 april 1825

Mijn beste Ries!

Ik schrijf alleen wat het meest urgent is! Voor zover ik me herinner staat er een foute noot in de partituur van de symfonie, in de 242e maat van de eerste hobo. Ik heb alle instrumentale partijen nauwkeurig nagezien, maar die van de koperblazers slechts voor een deel, hoewel ik geloof dat ze redelijk correct zijn.  Ik zou je al mijn partituur hebben gestuurd (voor een uitvoering tijdens het muziekfestival in Aix), maar ik heb nog een concert in het vooruitzicht, wanneer mij gezondheid het tenminste toelaat, en dit manuscript  is de enige partituur die ik bezit. Ik moet nu gauw naar het platteland omdat dit het enige seizoen is dat ik ervan kan profiteren. Binnenkort krijg je het tweede exemplaar van het ‘Opferlied’.  Geef er dadelijk op aan, dat het door mij zelf is gecorrigeerd, zodat het niet samen kan worden gebruikt met het exemplaar dat je al bezit.  Het is een fraai specimen van de abominabele kopiïsten die ik heb sinds Schlemmers dood. Je kunt bijna op geen enkele noot dichtvaren. Nu je alle partijen van de finale van de symfonie in kopie hebt, stuur ik je ook de koorstemmen. Je kunt deze gemakkelijk in partituur brengen voordat het koor begint en wanneer de stemmen van de solisten beginnen kun je met een beetje handigheid de instrumentale partijen precies boven de vocale stemmen anabrengen. Ik was niet in de gelegenheid al deze partijen onmiddellijk uit te schrijven. Wanneer je zo’n kopiïst achter zijn vodden had gezeten, zou je alleen maar fouten krijgen.

Ik stuur je een ouverture in C in 6/8 maat die nog niet gepubliceerd is. Met de komende post krijg je de gedrukte partijen. Een Kyrie en Gloria,  twee van de belangrijke delen (van de Missa Solemnis in D)  en een Italiaans vocaal duet, zijn ook naar je onder weg.

Je  krijgt ook een grote mars met koor, heel geschikt voor een grootschalige uitvoering, maar ik denk dat je datgene wat ik je gestuurd heb, al voldoende vindt. 

Vaarwel! Je bent nu in de Rijnstreek die me zo aangenaam is! Ik wens jou en je vrouw alle goeds dat het leven iemand kan schenken. Hartelijke groeten ook aan je vader,

Van je vriend,

Beethoven

***

Aan de heer Jenger, Wenen

1824

Het zal me veel genoegen doen u binnenkort de muziek van Matthissons ‘Opferlied’ te sturen. U kunt er naar eigen goeddunken gebruik van maken, in gepubliceerde of ongepubliceerde vorm. Ik zou willen dat mijn omstandigheden het toelieten u de grotere composities van mijn hand ter beschikking te stellen  voordat zij uitgevoerd zijn. Ik ben helaas op dit punt aan handen en voeten gebonden. Maar het is mogelijk dat een dergelijke gelegenheid zich hierna alsnog voordoet. Ik zal daar zeker gebruik van maken. Bijgesloten brief is bestemd voor de heer Hofrath von Kiesewetter. Wult u hem aan hem overhandigen?  Het is van belang evengoed voor de heer Hofrath als uzelf.

Ik ben, met hoogachting, uw toegewijde vriend,

Beetgoven.

***

Aan Schott

Met veel genoegen doe ik u hierbij wat canons toekomen ten behoeve van ‘Cecilia’ en zijn lezers. Dit als aanvulling op een geestige en romantische biografie van de heer Tobias Haslinger die hier woont, die in drie delen zal verschijnen.

In het eerste deel treedt Tobias op als assistent van de beroemde en gedegen kapelmeester Fux, terwijl hij de ladder vasthoudt voor zijn Gradus ad Parnassum. Omdat hij crimineel van aanleg is, krijgt hij het voor elkaar om door aan de ladder te schudden veel mensen die al een aardig stuk naar boven waren geklommen,  naar beneden te laten vallen en hun nek te laten breken. Hij verlaat dan deze aardkluit en ziet opnieuw het licht in het tweede deel ten tijde van Albrechtsberger . Met Fux die al in het spel is, worden nu, nota cambiata, samen met Albregstberger korte metten gemaakt. De afwisselende subjecten van de canon staan er in geuren en kleuren. De kunst om muzikale skeletten te creëren, wordt tot het uiterste beoefend. Tobias begint nog eens zijn web te spinnen als duizendpoot en treedt weer op in deel drie. Zijn half ontwikkelde  vleugels brengen hem snel naar de Paternostergässel waarvan hij de kapelmeester wordt.  Hij ontsnapt aan de school van de nota cambiata, houdt alleen de cambiata en wordt lid van diverse geleerde genootschappen etc. Maar hier zijn de canons, op naam van een zekere Schwencke, op naam van een zekere Hoffmann.

Beethoven

***

 

Aan Ludwig Rellstab

3 mei, 1825

May 3, 1825.

Omdat ik gisteren juist de stad wilde uitgaan, was ik verplicht wat voorbereidingen te treffen, zodat je bezoek aan mij tevergeefs was. Vergeef me , ook met het oog op mijn delicate gezondheid. Omdat ik je misschien niet meer zie, wens ik je alle goeds. Denk aan me wanneer je gedichten schrijft.

Je vriend,

Beethoven

Doe ook mijn hartelijke groeten aan Zelter, die trouwe steunpilaar van de ware kunst.

Hoewel het wat beter gaat, voel ik me nog steeds erg zwak. Aanvaard  het  ingesloten teken van verbondenheid van

Je vriend

Beethoven

***

Aan ***

Wenen

Geachte Heer,

Ik kan u maar kort schrijven omdat ik op het punt sta de stad uit te gaan en pas onlangs hersteld ben van een aanval van ingewandsontsteking. Ik verzoek u een kleine wijziging aan te brengen in de tweede strofe van het ‘Opferlied”.

***

Aan zijn broer Johann

Baden,  6 mei 1825


De bel en alle toebehoren moeten onder geen beding in mijn vroegere verblijf worden achter gelaten. Er is nooit een voorstel aan die mensen gedaan om stukken uit mijn bezittingen mee te nemen.  Een indispositie verhinderde me er iemand op af te sturen en de slotensmid kwam niet tijdens mijn aanwezigheid om de bel eraf te halen. Anders zou hij direct verwijderd kunnen worden en aan mij opgestuurd kunnen worden naar Wenen, omdat ze gewoon het recht niet hebben die bel te houden. Hoe dan ook, ik ben niet van plan de bel daar achter te laten, want ik heb er hier één nodig en daarom wil ik de bel in kwestie zelf gebruiken. Een soortgelijk exemplaar zou me tweemaal zoveel kosten als in Wenen, omdat bellenkoorden het duurste zijn wat slotensmeden kunnen leveren. Indien nodig, moet je maar gelijk contact opnemen met de politie. Het raam in mijn kamer verkeert in exact dezelfde staat als toen ik erin kwam, maar ik ben bereid te betalen, en ook voor het raam in de keuken, 2 florijnen en 12 kreutzers voor beide ramen. Voor de sleutel betaal ik niet omdat er geen aanwezig was.  Toen ik hier kwam wonen was de deur  vastgespijkerd. Dat bleef zo tot  bij mijn vertrek. Er is nooit een sleutel geweest, dus konden noch ik noch mijn voorganger van een sleutel gebruik maken. Misschien is het de bedoeling een geldinzameling te houden. In dat geval wil ik wel mijn hand in mijn zak steken.

Beethoven

***

Aan de heer Von Schlemmer,

Geachte Heer,

Het komt me heel opmerkelijk voor, dat Carl er niet toe kan worden gebracht zich in goed gezelschap te vertonen, waar hij zich op een acceptabele manier zou kunnen amuseren. Dat brengt me er bijna toe te vermoeden, dat hij ’s middags en ’s nachts in minder fraai gezelschap zijn afleiding zoekt. Ik verzoek u hierbij extra op uw hoede te zijn en Carl onder geen voorwaarde toe te staan ’s nachts  het huis te verlaten, tenzij u daarvoor van mij een schriftelijk verzoek krijgt. Met mijn toestemming heeft hij ooit de heer Hofrath Breuning een bezoek gebracht. Ik breng deze zaak nadrukkelijk onder uw aandacht omdat het u en mij niet onverschillig mag laten. Daarom mijn herhaalde verzoek om de grootste waakzaamheid in acht te nemen.

Uw gehoorzame,

Beethoven

***

Aan zijn neef

Mevrouw Schlemmer krijgt haar geld via onze huisbewaarder, of ze heeft het al gekregen. Morgen moeten er nog een paar brieven worden geschreven. Laat me weten welke tijd je het best schikt.

Je oom

Ik heb mijn zakdoek bij je laten liggen

 

***

Mijn beste zoon,

Zojuist heb ik je brief ontvangen. Ik voel me nog erg zwak en alleen en heb alleen de afschuwelijke brief gelezen die ik insluit. Ik stuur je 25 florijnen om dadelijk de boeken te kopen. Je kunt de rest uitgeven wanneer je wilt. Breng me de notitie van Reisser (vicedirecteur van het polytechnisch instituut waar Carl les kreeg).  Op zaterdag 14 mei zal ik een wagen naar de stad sturen om je te laten ophalen . De kosten zijn vooralsnog erg redelijk. De oude vrouw moet navragen welk tijdstip je het best uitkomt. Je kunt op elk moment vóór zes uur ’s avonds vertrekken, zodat je aan alles aandacht kunt geven.   Misschien kom ik zelf ook en dan zijn je hemden waarschijnlijk gekocht. In dat geval zou het goed uitkomen wanneer je er om vier uur zou zijn.  Maar als ik niet kan, wat heel goed mogelijk is, vertrek dan om vijf of zes uur in de middag. Je zult je niet erg moe voelen en je kunt hier weer op maandag vandaan wanneer er niets tussen komt. Je kunt het geld voor de correpetitor met je mee nemen. Weet je eigenlijk wel, dat deze zaak met de correpetitor met kost en inwoning, rond de 2000 florijnen jaarlijks kost? Ik kan vandaag niet meer schrijven omdat ik de controle over mijn pen kwijt ben. Laat deze brief aan Reisser lezen.

Je liefhebbende vader,

***

Aan dr Braunhofer

Baden, 13 mei 1825

Hooggeachte vriend,

Dokter : Hoe gaat het met onze patiënt?

Patiënt : Nog steeds slecht, ik voel me zwak en prikkelbaar en ik denk dat we uiteindelijk onze toevlucht moeten nemen tot sterkere medicijnen, maar zonder vervelende bijwerkingen. Ik drink nu witte wijn met water omdat ik dat smerige bier verfoei. Mijn katarrh uit zich in de volgende symptomen : ik heb aanzienlijke bloedspuwingen, maar waarschijnlijk alleen vanuit de luchtpijp. Ik heb voortdurende neusbloedingen, zeker deze winter. Mijn spijsvertering moet wel volledig verzwakt zijn. Dat geldt voor mijn hele lijf en voorzover ik dat kan beoordelen  zal mijn kracht nooit door natuurlijke krachten terugkeren. “

Docter : Ik zal een recept voor u uitschrijven  en heel spoedig zal uw gezondheid dan weer hersteld zijn.

Patiënt : wat zal ik blij zijn aan mijn schrijftafel te kunnen zitten in gezelschap van een paar goede vrienden. Denk na over dit voorstel.. Finis.

P.S. Ik kom bij u langs zodra ik naar de stad kom. Zeg tegen Carl op wel tijdstip ik u waarschijnlijk zal ontmoeten. Het zou een goed plan zijn om Carl aanwijzingen te geven wat ik moet doen. (ik heb het medicijn één keer ingenomen en ben het toen kwijtgeraakt).

Met hoogachting en in dankbaarheid,

Uw vriend

Beethoven.

Geschreven op 11 mei 1825 in Baden, Helenenthal, tweede verdieping, Antons-Brücke, bij Siechenfeld.

***

Aan zijn neef

Baden, 17 mei

Mijn beste zoon,

Het weer hier is abominabel  en het is nog kouder dan gisteren, zo koud, dat ik nauwelijks kan schrijven. Dit is vooral het geval in het gebergte, met name in Baden. Ik vergat vandaag de chocola en het spijt me je weer te moeten lastig vallen, maar binnenkort gaat alles beter. Ik sluit 2 florijnen bij, waar je dan nog 15 kreutzer bij moet doen. Stuur het als dat kan mee met de middagpost, anders heb ik overmorgen niets in huis. De mensen van het huis helpen je er wel mee. Moge God je zegenen! Het schrijven lukt al weer redelijk. Toch is het in dit afschuwelijke weer bijna onmogelijk een helder hoofd te houden.

Nu zoals altijd

Je goede en liefhebbende

Vader

***

Aan zijn neef,

Middernacht,

Mijn lieve zoon,

Ik wilde je alleen maar laten weten dat de oude vrouw nog niet terug is, waarom niet, daar kan ik niets over zeggen. Informeer dadelijk bij Höbel in de Kothegasse of de Höbel die op deze plek hoort te wonen van Wenen naar Baden is gegaan. Het is zo deprimerend voor mij van dit soort mensen afhankelijk te zijn, dat het leven in mijn ogen ondragelijk zou zijn,  wanneer het geen positieve zaken te bieden had. Je hebt ongetwijfeld mijn brief van gisteren gekregen, samen met de 2 florijnen voor de chocola. Morgen ben ik verplicht koffie te drinken, misschien is het achteraf gezien beter voor mij dan chocola. De voorschriften van deze Braunhofer zaten er wel vaker naast. Hij maakt op mij de indruk weinig medische kennis te bezitten, en ook verder een stommeling te zijn.  Hij moet over de asperges geweten hebben. Toen ik vandaag in de herberg gegeten had, voelde ik dat er een darmstoornis op komst was. Ik heb geen witte wijn meer, daarom moet ik er in de herberg aan zien te komen, maar dat kost me wel 3 florijnen! Twee dagen geleden schreef de oude vrouw me, dat ze haar laatste dagen wilde slijten in een armenhuis. Misschien komt ze hier dan niet meer terug, in Gods naam dan maar!  Ze zal altijd een vreemd oud besje blijven. Ze zou afspraken moeten maken met de persoon die ze kent. Ze sprak op een totaal andere toon met mij dan toen ze zondag  met jou sprak, en zei ‘dat de mensen weigerden de bel  te geven’. Wie weet of ze er niet een zeker belang bij heeft?  Gisteren ging ze om zes uur naar de stad en ik vroeg haar haast te maken om hier te komen. Wanneer ze komt, moet ik overmorgen naar de stad. Laat een berichtje achter  met het tijdstip waarop ik je kan zien.  Schrijf me onmiddellijk terug. Wat spijt het me dat ik je weer moet lastig vallen, maar je ziet zelf ook wel dat ik niet anders kan….

Wat pijnlijk om er hier zo aan toe te zijn!

***

Aan de heer Carl von Beethoven, Wenen, Alleengasse 72, Karlskirche 1e etage, ten huize van de heer Schlemmer.

***

Aan zijn neef

Mijn lieve zoon,

Ik heb vandaag de kastenmaker met die oude heks naar Asinanius’ huis  laten komen. Vergeet de schilderijen niet en de zaken die afgelopen zomer verstuurd zijn. Kijk er in elk geval naar. Misschien kom ik zaterdag, anders moet je zondag bij mij langs komen. Moge God over je waken , mijn lieve zoon.

Je toegenegen vader.

Ik kan niet veel schrijven, schrijf me een paar woorden terug.

***

Aan zijn neef

Stuur de chocola uiteindelijk maar via de oude vrouw. Wanneer Ramler niet nog plaats over heeft, kan hij haar misschien hierheen rijden.  Ik krijg met de dag meer last van diarree en voel me helemaal niet goed,  geen dokter of meelevende vrienden! Wanneer je zondag kunt komen, dan graag, maar ik heb er geen behoefte aan je van je eigen pleziertjes te beroven. Ik weet gewoon niet zeker of je de zondag op jezelf doorbrengt.  Ik moet mijn best doen alles op te geven. Kon ik er maar zeker van zijn dat mijn grote offers goede vruchten zouden voortbrengen!

Je toegenegen vader

*** 

Aan zijn neef

Woensdag 17 mei

Mijn lieve zoon,

De oude vrouw is zojuist gearriveerd, dus je hoeft je niet ongemakkelijk te voelen. Studeer ijverig en sta vroeg op, omdat je in de loop van de ochtend dingen voor mij kunt doen.  Het past een jongeman van negentien jaar om zijn plichten jegens zijn weldoener en pleegvader te combineren met die met betrekking tot zijn vorming en opvoeding.Ik ben zelf mijn verplichtingen jegens mijn eigen ouders nagekomen.

In haast,

Je toegenegen vader.

***

Aan zijn neef,

19 mei,

Vraag de makelaar omtrent een appartement in de Landstrasse, Ungargasse no 345, vlak bij het Bräuhaus, vier kamers en een keuken, met uitzicht op de naastgelegen tuinen. Ik hoor, dat er ook nog verschillende andere zijn in de Hauptstrasse.  Geef de makelaar in de Ungargasse een gulden om me tot zaterdag een optie op de huizen te geven.  Wanneer het weer dan niet te slecht is, pik ik je op. Morgen moeten we beslissen of het gehuurd kan worden vanaf Michaelsmis of nu. Wanneer ik zaterdag kom, zorg er dan voor dat je thuis bent.

Je toegenegen vader

***

Aan zijn neef

Doe mijn geachte deelgenoot in de voogdij, dr. Von Reissig, de hartelijke groeten.  Ik voel me te zwak om hem zelf te schrijven. Ik hoop, dat er niets op tegen heeft dat je elke zaterdagavond bij me langs komt.  Je weet heel goed dat ik nooit misbruik heb gemaakt van een dergelijke toestemming toen je nog bij Blöchinger verbleef.  Afgezien daarvan, ik ben zeker van je sympathie bij het ondersteunen van mijn verzoek.

Je toegenegen vader

***

 

Aan zijn neef,

Baden 23 mei

Ik heb me laten verzekeren, hoewel het nog wel een zaak van speculatie is, dat jij en je moeder elkaar weer clandestien ontmoeten. Is het dan wéér mijn lot om een  dergelijke verfoeilijke ondankbaarheid te moeten meemaken? Neen! Wanneer de banden  moeten worden losgemaakt, het zij zo!  Door die ondankbaarheid  haal de je de haat van alle onpartijdige personen op de hals. De uitdrukkingen die mijn broer gisteren ten overstaan van dr. Reissig gebruikte (zoals hij beweert)  en die van jou met betrekking tot Schönauer (die  natuurlijk  lijnrecht tegenover me staat omdat de uitspraak van het Hof het exacte tegendeel is van wat hij verlangde) waren van dien aard dat ik me nooit meer met dergelijke schandelijke praktijken in laat! Nee, nooit meer!

Wanneer het Pactum je tegen de borst stuit, dan verwijs ik je in Gods naam naar Zijn heilige bemoeienis. Ik heb het mijne gedaan en wat dit betreft hoef ik niet bang te zijn wanneer ik voor de Hoogste van alle Rechters moet verschijnen. Wees niet bang om morgen naar me toe te komen. Op dit moment heb ik alleen nog maar mijn vermoedens. God geve dat die op onwaarheid berusten, want het zou een onmetelijk grote ramp voor jou betekenen, zo onbezonnen als mijn idiote broer en misschien ook je moeder de zaak aan de oude vrouw hebben voorgesteld.  Hoe dan ook, ik verwacht je.

***

Aan zijn neef

Baden, 31 mei 1825

Mijn lieve zoon,

Ik ben van plan zaterdag naar de stad te komen en                                       zondagavond of maandagochtend weer hiervandaan te vertrekken.  Informeer bij  dr Bach (advocaat)  hoe laat ik hem kan ontmoeten, en vraag ook de sleutel aan Bäcker ( een zwager van Johann van Beethoven) om na te gaan of er in de kamer die door mijn onbroederlijke broer wordt bewoond,  voldoende voorzieningen zijn dat ik daar een nacht kan blijven, of er schoon linnengoed is e.d.  Omdat het donderdag een vrije dag is en het niet waarschijnlijk is dat je dan hier naar toe zult komen ( dat verlang ik ook niet van je) , kun je zonder probleem deze twee zaken voor me regelen. Laat me het resultaat ervan maar weten wanneer ik zondag aankom. Ik stuur je geen geld, want als je wat geld nodig hebt, kun je  thuis een gulden lenen. Voor jongelui is zuinigheid pure noodzaak  en je  maakt niet de indruk dat je er serieus genoeg mee omgaat  omdat je zonder dat ik wist waar het vandaan kwam, geld bij je had. Fraai is dat! Het is niet aan te raden dat je op dit ogenblik naar het theater gaat, want het geeft alleen maar afleiding. De 5 florijnen van dr Reissig betaal ik in maandelijkse termijnen stipt terug. Genoeg hierover!  Je bent op het verkeerde spoor gezet en daarom zou het geen slechte zaak zijn wanneer je je  ten langen leste eenvoud en oprechtheid eigen zou maken. Mijn hart is door je oneerlijke gedrag  zo geraakt, dat het moeilijk is om te vergeten. Ook wanneer ik me  zonder protest als een os zou willen onderwerpen aan een dergelijk zwaar juk, dan zul je , wanneer je je tegenover anderen op dezelfde manier gedraagt,  er nooit in slagen de liefde van anderen voor je te winnen. God is mijn getuige : ik kan aan niets anders meer denken dan aan jou, mijn verachtelijke broer en de walgelijke familie die me teistert. Moge God zo genadig zijn naar mijn gebed te luisteren, want ik kan je nooit meer vertrouwen!

Je vader, helaas!

Gelukkig niet je vader!

***

Aan zijn neef

Baden, 9 juni, 1825

Ik verlang dat je hier tenminste op zondagen langs komt.  Vergeefs vraag ik je om te antwoorden. Moge God mij en jou helpen!

Als altijd,

Je toegenegen vader

 

***

Aan zijn neef

Ik heb de heer Von Reissig geschreven met het verzoek of je op zondagen hierheen kunt komen. De calèche verlaat zijn huis om zes uur, van af de Kugel, auf der Wieden.  Je hoeft alleen maar  wat in het voren te studeren en te werken om geen tijd  te verliezen. Het spijt me dat ik verplicht ben je dit ongemak  te bezorgen. Je moet dezelfde middag om vijf uur weer terug met de calèche. Er is al voor je plaats betaald. Je kunt je hier ’s ochtends scheren, een hemd en halsdoek liggen hier voor je klaar, zodat je precies op tijd kunt arriveren. Vaarwel. Wanneer ik je verwijten maak is dat niet zonder goede reden en het zou moeilijk te verkroppen zijn om zoveel te hebben opgeofferd, alleen maar om een gewoon mannetje op de wereld gezet te hebben.  Ik hoop je zonder mankeren te zien. Wanneer de intriges over hun hoogtepunt heen zijn, zeg dat dan zonder omhaal  en je zult iemand vinden die altijd  trouw is aan de goede zaak. Het appartement A stond afgelopen dinsdag weer in de krant. Kon je hier niet op reageren, ook al was het maar bij monde van iemand anders, of schriftelijk, wanneer je je niet goed voelde?  Ik zou het liefst helemaal niet verhuizen  wanneer ik daartoe niet gedwongen werd. Je kent mijn manier van leven hier, en bij dit koude, stormachtige weer  is het allemaal nog erger. Die onafgebroken eenzaamheid knaagt aan me en mijn zwakte leidt vaak tot bewusteloosheid. O, wees verder niet boos op mij, want de zeis van de dood geeft me geen lang uitstel meer. Wanneer ik een goed appartement kon vinden in de Alleengasse, zou ik het onmiddellijk nemen.

***

Mijn lieve zoon,

De twee patronen, het ene boven en het andere beneden geplaatst, voor 21 florijnen elk, lijken me de beste toe. De heer des huizes kan je adviseren. Voor de broek 88 –4-1/2. Ik sluit 62 florijnen en 30 kreutzer in. Geef me een exact overzicht  van waaraan je dit geld uitgeeft, want er is hard voor gewerkt. Het heeft geen zin om niet het beste materiaal uit te kiezen want per meter maakt dat niet veel uit. Kies zelf de beste van de twee voor 21 florijnen, of laat iemand anders kiezen. Kies ook voor je broek de beste kwaliteit. Denk eraan dat je nooit je beste kleren bij je thuis  moet dragen.  Wat er ook gebeurt, je hoeft er in huis nooit goed gekleed bij te lopen.  Zodra je thuis komt moet je van kleding wisselen en vrijetijdskleding aan doen. Vaarwel.

Je toegenegen vader

P.S. Gisteren is het creatuur opgestapt en niet teruggekomen.  We moeten maar kijken waar het op uitdraait. Het oude beest was vast van plan er vandoor te gaan als een rusteloos wild dier dat verstoken is van verstand.  Moge de hemel me genadig zijn! De nieuwe kokkin begon gisteren.

***

Aan zijn neef

Baden, 15 juni

Mijn beste zoon!

Ik hoop, dat je de 62 florijnen en 30 kreutzer hebt ontvangen. Wanneer je broeken van dezelfde stof wilt bestellen, geef dat dan aan. Je hebt waarschijnlijk die voor 25 florijnen gekozen en bij die gelegenheden moet je absoluut voor de beste kwaliteit liezen. Die paar florijnen doen er dan toch niets toe.  Je mag ook twee broeken van de grijze stof bestellen. Geef me uiteindelijk maar het totaal van de rekening van de kleermaker, etc.etc. die door mij zal worden betaald. ‘Laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet’. Dat is de instelling van edele heren. Je hebt het helaas alleen maar aan jezelf te wijten dat ik ertoe gedwongen ben je aandacht hierop te vestigen. Vergeet niet met Riess contact op te nemen. Moge Aurora je niet alleen wakker maken maar ook je ijver aanwakkeren.

Nu over mijn huiselijke omstandigheden. Het dienstmeisje is inderdaad komen opdagen, maar lang zal ze hier niet blijven. In de tussentijd heb ik een openhartig gesprek gehad met de oude vrouw, voor zover het mogelijk is met dergelijke mensen te praten.

Laten we er verder maar het zwijgen toe doen. Mijn broer Asinanio heeft me geschreven.  Het moeilijkste van alles vind ik alleen zijn bij de maaltijd. Tot mijn eigen verrassing kan ik je van hier redelijk duidelijk schrijven.  Waarschijnlijk kom ik zaterdag naar de stad. In dat geval kunnen we samen om zes uur vertrekken. Vaarwel nu, mijn beste jongen! Probeer deze naam ook echt te verdienen. Houd het geld voor wat je verder nog nodig hebt. Alles wat je nodig hebt zal voor je gekocht worden zodra ik er weer bij ben.  Ik omarm je en hoop, dat je een goede, ijverige en edele zoon zult blijken te zijn.

zoals altijd, je toegenegen vader

Ik zou graag weten of je het geld in goede orde hebt ontvangen. Is de correpetitor komen opdagen?

***

Aan zijn neef,

Mijn beste zoon

Ik zend je hierbij de 90 florijnen. Zorg ervoor dat je van de vrouwe des huizes een geschreven kwitantie krijgt ter voorkoming van misverstanden. Dat is altijd de gewoonte bij diegenen die nog onder toezicht van een voogd staan. Mijn wafels zijn klaar. Kun je me op de een of andere manier een doos sturen? Bevestig dadelijk de ontvangst van het geld. God zegene je! Doe alles wat je kunt om me van die oude feeks te bevrijden. Laat je niet in met clandestiene praktijken met mijn broer. Doe mij,  je toegenegen vader, geen kwaad. Vaarwel! De oude heks, satan en ik!

***

Aan zijn neef

Mijn lieve zoon, het doet me plezier dat je je goed voelt in deze nieuwe omgeving en daarom moet je je uiterste best doen om je eigen te maken wat daarvoor noodzakelijk is. Ik herkende je handschrift niet; ik kijk inderdaad alleen maar naar inhoud en betekenis, maar je moet ook aan het uiterlijk ervan aandacht geven. Wanneer het voor jou een te zware last is om hier heen te komen, doe dat dan niet. Maar wanneer je dat toch lukt, zal ik dolblij zijn wanneer ik een gevoelig hart bij me heb in mijn eenzame huis. Wanneer je komt zal de huisbewaarder regelen dat je Wenen om vijf uur kunt verlaten, zodat je ruimte tijd voor je studie over houdt.

Ik omarm je hartelijk,

Je toegenegen vader

Vergeet niet het Morgenblatt en Ries’ brief mee te nemen

***

Aan zijn neef

Baden, 28 juni 1825

Mijn lieve zoon,

Omdat je bij deze hoge temperaturen misschien een bad wilt nemen, stuur ik je nog eens twee florijnen. Let erop dat je een geschreven kwitantie krijgt van diegenen aan wie je geld betaalt. Dat misverstanden voorkomen blijkt uit de blauwe stof  en de drie florijnen voor de loep. Je bent op en top een Wener en hoewel ik niet verwacht dat je een W.W. wordt, is het op jouw leeftijd helemaal geen schande om exact bij te houden wat je ontvangt. Immers niemand wordt vóór zijn vijfentwintigste geacht volwassen te zijn. Zelfs wanneer je eigendom van jezelf had, zou je op jouw leeftijd verplicht zijn daarvan rekenschap af te leggen bij je voogd. Laten we het niet meer over het verleden hebben; dat zou gemakkelijk zijn om te doen, maar me alleen maar pijn bezorgen. Uiteindelijk zou het hier op neerkomen : “U bent inderdaad een eersteklas voogd”. Wanneer je wat meer gevoel had gehad zou je in de meeste zaken volstrekt anders hebben gehandeld. Wat betreft de rotzooi in mijn eigen huis : gisteren was de keukenmeid er weer vandoor en kreeg inderdaad een nieuwe positie. Mijn oude heks laat er weinig over los. Ze is een en al glimlach en houdt ermee op te verklaren dat ze verlies heeft opgelopen  bij de wekelijkse   rekeningen. Wat denk je daar nou van?

***

Aan zijn neef

Baden

Mijn beste Carl,

Toen ik vanavond je brief kreeg, kon ik mijn lachen niet inhouden. Het was niet zo fraai dat de mensen in Mainz zo hebben gehandeld, maar nu het  is gebeurd, is het van geen betekenis. Onze tijd heeft sterke karakters nodig om de zweep te halen over  die lichtzinnige en kwaadwillende personen; het stuit me tegen de borst iemand leed te veroorzaken. Bovendien was ik alleen maar uit op een grap en het was verre van mij om iets dergelijks te laten drukken. Je moet je onmiddellijk bij een ambtenaar op de hoogte stellen van de juiste manier om de bankobligaties om te zetten in Rothschild’s  Oostenrijkse Lening, zodat je daarin door een echte magistraat wordt gesteund, niet door het Hof van die pseudo-voogden!

Wees goed en eerlijk! Je hebt hier een voorbeeld hoe blij de mensen zijn  wanneer  dergelijke mannen op de juiste manier worden gerespecteerd.  Wees mijn eigen lieve en kostbare zoon en imiteer mijn deugden, niet mijn fouten. Hoewel de mens nietig is, zorg ervoor dat je geen ergere tekortkomingen krijgt dan

Je oprechte en toegenegen vader.

Schrijf me over het gesprek van zondag. Het heeft met het Hof van doen, dus wees op je hoede.  Holz is vandaag niet gekomen. Of hij te vertrouwen is, kan ik niet zeggen.

***

Aan zijn neef

Vandaag is vrijdag, morgen zaterdag

Hier komt Satanas. Vandaag is haar razernij wat geluwd, maar wanneer ze het op jou heeft gemunt, verwijs haar dan overmorgen naar  mij. De hele week was ik gedwongen me te onderwerpen en te lijden als een heilige. O, wat een vreselijke mensen! Wat een verwijt aan onze beschaving om afhankelijk te zijn van een dergelijk soort lieden en om diegenen die we verachten zo onafgebroken bij ons te hebben! Ga morgen net als vroeger met haar mee naar de Caroliner Thor om daar Seltzer water te gaan halen. Wanneer de kleine flesjes even echt zijn als de grotere, bestel er dan maar een paar, maar ik denk dat de grotere maat de veiligste is. ce dépend de votre esprit, votre distinction, &c. Vaarwel nu, mijn zoon, zorg ervoor dat je de echte voor me regelt en niet de namaak. Ga er zelf heen om te controleren want anders krijg ik de hemel weet wat! Nogmaals vaarwel, mijn beste kerel. We zijn je goed gezind en verwachten je overmorgen om acht uur. Het ontbijt staat voor je klaar, wanneer dat vroege maal niet zoals gewoonlijk een laat maal wordt. Ah! au diable avec ces grands coquins de neveux, allez-vous en, soyez mon fils, mon fils bien aimé. Adieu; je vous baise, votre père sincère comme toujours.

***

Aan zijn neef

De oude gans is de bezorger van deze brief. Ze heeft je de ganzeveren gegeven en je hebt weer een onwaarheid verkondigd. Helaas, vaarwel! Ik wacht je oordeel over het boek af. Ze gaat vandaag naar Katel, dus ze zal erg weinig tijd hebben om stomme fouten te maken. Moge de Heer me op een dag van haar verlossen!Libera me Domine de illis, &c.

***

Beste zoon, lieve jongen,

Laat het punt over ‘het geluk’ niet weg. Uit ervaring weet ik van wijlen Lichnowsky dat die zogenaamde grote persoonlijkheden niet graag een kunstenaar zien, die in elk geval hun gelijke is, namelijk welvarend. Voilà le même cas, votre Altesse, soms in de contekst V.A. Het adres "à son Altesse Monseigneur le Prince," &c., &c. We kunnen niet zeggen of hij die zwakte heeft of niet. Een wit vel papier  zou moeten volgen met mijn handtekening. Je zou eraan toe kunnen voegen, dat hij geen acht moet slaan op de rotzooi van de kranten, waarvan de schrijvers mijn verdiensten luid zouden verkondigen. Het kwartet flopte inderdaad de eerste keer dat het door Schuppanzigh werd gespeeld.  Vanwege zijn corpulentie  heeft hij meer tijd dan vroeger nodig om een stuk met één oogopslag te ontcijferen en veel andere – overigens door mij voorspelde - omstandigheden droegen ertoe bij dat succes uitgesloten was. Want hoewel Schuppanzigh en twee anderen pensioenen ontvangen van koninklijke personages (Rasumowsky), is hun kwartetspel niet wat het was toen alle vier voortdurend samen speelden.. Anderzijds is het zes maal op de meest bewonderenswaardige wijze uitgevoerd door andere kunstenaars en heeft het enorme bijval geoogst. Het is op één avond tweemaal achtereenvolgens gespeeld en toen nog eens na het souper.  Een violist met de naam Böhm wil het op een benefietconcert spelen en momenteel moet ik dat aan vele anderen toestaan.

Noem het Grote Kwartet in je brief aan Peters in Leipzig. Laat  geen tijd verloren gaan en vraag of hij mij spoedig antwoord geeft. Dergelijke ongelukken kunnen niet altijd worden vermeden en we moeten ons redelijk op de vlakte houden. Verzegel de ingesloten brief aan mijn broer en doe hem op de post. Vraag de kleermaker in de Kärntnerstrasse om een voering voor een broek van mij. Laat hij ze lang maken zonder vouwen, één van cashmere en de andere van stof.  De overjas kunnen we bij Wolf halen.  De schoenmakerswinkel is in de ‘Stadt’ in de Spiegelgasse, recht aan de overkant wanneer je van de Graben komt. Zijn naam is Magnus Senn, Stadthaus no 1093. Neem contact op met  Hönigstein (een bankier) en wees op je hoede, zodat we er achter komen hoe deze heks gehandeld heeft.  Het is verstandig hierover zekerheid te hebben voordat de brief naar Galitzin wordt verstuurd. Waarschijnlijk wordt er voor jou deze winter nog wel wat anders gevonden, maar dat kunnen we dan wel verder bespreken. Neem, voordat je zaterdag hier komt, contact op met Zinbrachen in de Naglergasse over de messen, die je me direct kan sturen. De oude vrouw heeft er een bende van gemaakt! Toen ik gisteren naar huis reed, ontmoette ik Clement, Holz, Linke en Rischaschek in Neudorf.  Ze wilden allemaal contact met me opnemen terwijl ik in de stad was. Ze willen het kwartet nog eens doen.  Holz kwam direct uit Neudorf hierheen en heeft ’s avonds bij me gegeten. Toen heb ik hem het kwartet gegeven om mee te nemen. De band met echte kunstenaars moet niet genegeerd worden en kan alleen maar positief zijn. Laat van je horen zodra je met Hönigstein gesproken hebt. Schrijf een opdracht voor de ouverture in C (op. 124) voor Galitzin. Wanneer de H.’s  het op zich nemen te publiceren, geef het hun dan maar, maar kijk goed uit je ogen. God zij met je, mijn lieve zoon. Ik wacht op je brief. Moge God jou en mij zegenen. Voor jouw toegenegen vader zal het einde spoedig komen. Tot ziens, schurk!

N.B. Vergeet in je brief aan Galitzin niet te vermelden dat de ouverture al is aangekondigd en binnenkort in druk verschijnt, met een opdracht aan hem.

***

Aan zijn neef

Mij lieve zoon,

Stuur deze brief onmiddellijk aan mijn pseudo-broer en schrijf er zelf ook wat bij. Het is onmogelijk dit alles nog langer te laten voortduren : vandaag geen soep, geen bief, geen eieren en uiteindelijk pas gegrild vlees uit de herberg! Toen Holz pas bij me was was er voor het avondeten bijna niets te eten. Die vrouw gedraagt zich zo brutaal en onbehouwen dat ik haar vandaag heb gezegd, dat ik haar niet langer dan eind deze maand bij me wil hebben. Ik moet de ambtenaren van de magistraat een machtiging voor jou uitschrijven om het geld te kunnen opnemen, maar je kunt even goed van de gelegenheid gebruik maken om te vragen wat je moet doen  om de bankpapieren om te zetten in een aandeel in Rothschilds Lening. Verder zeg ik niets, behalve dat ik je altijd beschouw als mijn lieve zoon en iemand die het verdient dat te zijn. Ik heb maar weinig nodig om mijn lichaam op peil te houden, maar de huidige toestand is meer dan beroerd, afgezien van het risico op vergiftiging. Vaarwel! Mijn beste zoon, wees in deze hitte voorzichtig met je gezondheid. Ik vertrouw erop, dat het je goed zal gaan. Vermijd alles dat je jeugdige energie kan opmaken. Vaarwel! Een fijne wandeling zou veel beter zijn dan al dit geschrijf.  Je liefhebbende vader, die je aan zijn hart koestert.

***

Aan zijn neef

Mijn lieve zoon,

Ingesloten brief maakt alles duidelijk. Schrijf deze brief aan Schlesinger.

Aan ---Schlesinger, Berlijn.

Emporium van Kunsten en Wetenschappen.

Sommige zaken kun je in betere bewoordingen opnemen. Ik denk dat we op 80 ducaten kunnen rekenen. Stel de brief aan Galitzin uit, wanneer we daar niet buiten kunnen, maar denk eraan dat je die aan Schlesinger zaterdag verstuurt. Ik veronderstel, dat je het pakket hebt ontvangen? Breng wat scheerzeep voor me mee en minstens een paar scheermesjes. De man die ze verkoopt krijgt 2 florijnen. Je komt er wel achter of er nog iets betaald moet worden. Wees vanaf nu alsjeblieft zuinig, want je krijgt zeker te veel geld binnen.  Alles tevergeefs, een Wener blijft altijd een Wener! Ik was blij, dat ik mijn arme ouders kon ondersteunen. Wat een contrast vorm jij in je gedrag tegenover mij! Ook al ben je spilziek, vaarwel!

Je toegenegen vader

Breng de krant mee. Je hebt deze keer heel wat te doen.  Je zult ongetwijfeld vóór zondag schrijven. Smeer die heks geen stroop om de mond. ….Hij is een miserabel, weekhartig mannetje. Ik omarm je. Mijn gezondheid is er geen zier op vooruit gegaan.

***

Aan zijn broer Johann, Gneixendorf

Baden, 13 juli 1825

Mijn waarde broer,

Nu je zo’n goede zorg aan het boek hebt besteed, vraag ik je het met evenveel zorg aan de eigenaar te retourneren. En dan nog iets. Wat betreft je wens dat ik je kom opzoeken, heb ik me lang geleden al meer dan duidelijk uitgesproken.  Daarom vraag ik je nooit meer toespelingen hierop te maken, want je zult merken dat ik even onvermurwbaar ben als voorheen. Spaar me de details maar, omdat ik er geen zin in heb al het onaangename nog eens op te rakelen. Je bent gelukkig en wat mij betreft blijft dat zo. Iedereen is het beste af in zijn eigen omgeving. Ik maakte ooit gebruik van jouw appartement, maar de bakoven maakte me bijna ziek, dus dat doe ik niet meer.  Omdat ik nu een eigen appartement heb is het niet waarschijnlijk, dat ik ooit nog eens gebruik maak van de kamer die je voor mij in de aanbieding hebt. Wanneer je aan me schrijft, denk er dan aan dat je je brieven verzegelt en ze adresseert  aan Carl in Wenen, aangezien dergelijke brieven hier een vermogen kosten. Met klem verzoek ik je nog eens het boek dat aan de machinist an den Graben  toebehoort, terug te geven, want dergelijke toestanden zijn echt onvoorstelbaar  en brengen me in een heel vervelend parket. Het boek dus, het boek! Te versturen naar Carl in Wenen en wel met alle mogelijk haast. Vaarwel, mijn waarde broer!

Je

Ludwig

***

Aan zijn neef,

Baden, 15 juli,

Mijn beste zoon,

Vraag in je brief aan Schlezinger niet te vragen, of Prins Radziwill in Berlijn is. Wat betreft de 80 ducaten, kun je ook schrijven dat ze uitbetaald kunnen worden in Conventionsgulden, met slechts 4 florijnen 30 kreutzer per ducaat. Maar ik laat dit helemaal  aan jezelf over, hoewel gouden  ducaten  een passende betaalwijze  zijn uit handen  van iemand die het recht om in Engeland en in Frankrijk te publiceren. Je moet ook heel vastbesloten zijn met betrekking tot de viermaandentermijn. A. Mayseder krijgt 50 ducaten voor een reeks variaties voor viool!  Vestig er vooral de aandacht op dat mijn slechte gezondheid en andere omstandigheden me dwingen  meer dan voorheen mijn belangen in het oog te houden. Aan onderhandelen heb ik een broertjedood, maar het is niet anders! Je moet eens weten, hoe ik me voel,  wanneer ik mezelf zo alleen tussen dit soort lieden weet!  Verstuur beslist mijn brief aan mijn broer,  dan krijg ik het boek terug. Wat een streek! Ik zou graag alles gedaan hebben om mijn gehoor te verbeteren en hier zou ik ook tijd gehad hebben dat te doen. Wat een ramp zo’n broer te hebben! Helaas! Helaas! Vaarwel! Ik omarm je met heel mijn hart.

Je dierbare vader

Wees niet lui en sta vroeg op! Kom zondag niet als je dat niet wilt.  Maar schrijf in elk geval, hoewel niet nu, want wanneer je langs kunt komen, kunnen we alles samen bespreken.

***

Aan zijn neef

Baden, maandag 18 juli

Mijn beste zoon,

Je zult alles wat je wilt weten in  de bijlage  kunnen lezen. Betracht wel de nodige terughoudendheid. De fortuin bekroont mijn pogingen maar leg geen basis van ellende door verkeerd begrepen noties. Wees eerlijk en precies in het aantekenen van je uitgaven en geef voor het ogenblik alle schijnvertoning maar op. Volg de raad van je gids en vader. Laat je leiden door hem wiens inspanningen en aspiraties altijd gericht waren op jouw morele gezondheid, overigens zonder je tijdelijke profijt te verwaarlozen.  Deze heer Thal zal contact met je opnemen en hij zal ook bij de heer Hönigstein thuis verschijnen. Je kunt hem de ouverture geven wanneer je dat de aangewezen weg lijkt. Hij blijft drie weken. Je mag hem uitnodigen hier te komen dineren.  Zondag komt het beste uit  omdat  er op die dag ’s ochtends vroeg een of andere schurk aankomt in een wagen die ik voor hem laat komen. Toon je alsjeblieft tegenover deze persoon wat beminnelijkheid in je manieren.  Kunst en wetenschap vormen een verbintenis   tussen de edelste geesten en je toekomstige bestemming ( die van een  commerciële carrière)   verandert daar niets aan. Om tijd te sparen kun je een fiacre nemen en naar de kopiïst rijden. Wat betreft de transcriptie van het kwartet (op. 132) kun je hem zeggen dat ik  nu heel anders schrijf, veel leesbaarder dan tijdens mijn ziekte. Dit kwartet moet twee keer gekopieerd worden en ik kan het je onmiddellijk sturen. Ik heb hier het aanbod van een kopiïst hier, maar ik weet niet wat hij kan doen.  Ik zou niet al te vertrouwelijk omgaan met het Holz Christi, of de splinter van het Holz Christi. Schrijf me per omgaande. Misschien gaat de oude gans overmorgen naar Wenen. Vaarwel! Neem mijn advies serieus.

Je toegenegen

Vader

die je van harte omarmt

Misschien ga je naar D --- samen met deze heer Thal. Laat niet merken dat je je zorgen maakt om het geld.

***

Aan zijn neef,

Mijn beste zoon

Het zij zo! Breng de brief van G. mee, want ik heb hem zelf nog nauwelijks gelezen. Mijn Signor Fratello kwam eergisteren met zijn zwager, wat een verachtelijke vent! De oude heks die gisteren weer bijna hysterisch werd, zal je namens zijn zwager antwoorden over het boek. Wanneer daaruit geen absolute duidelijkheid blijkt, zend deze brief dan dadelijk naar dat minderwaardige schepsel! Toen Cato met betrekking tot Caesar uitriep : deze man en ikzelf!, wat kan er in een dergelijk geval worden gedaan?  Ik verstuur de brief niet, want over enkele dagen is daar nog tijd genoeg voor. Vandaag is te laat. Als met een zegel druk ik mijn liefde op je emotionele verbondenheid aan mij.  Wanneer je er door hierheen te komen werk bij inschiet, blijf dan waar je bent.

Zoals altijd, je liefhebbende en bezorgde vader

Kom vlug, kom vlug, kom vlug!

***

Aan zijn neef

Dinsdag 2 augustus 1825

Mijn beste zoon,

Stuur de bijlage morgenochtend, op woensdag dus, met de post mee. Omdat het om de correcties gaat, is haast absoluut geboden.  We zouden van dit oude schepsel af moeten! Ik heb nauwelijks genoeg te eten en moet ook nog de brutaliteiten van die boze  heks verdragen , en dat met zo’n salaris! Ik denk dat ik mijn pseudo-broer moet vragen hierheen te komen en ik zou blij zijn wanneer ik weer de vrouw  bij Winters, in de Kothgasse, kon aannemen die tenminste verstand heeft van koken. Schrijf me morgen een paar regels. Ik stuur je nog een florijn. Neem regelmatig een bad en pas op voor ziekte. Geef je geld uit aan goede spullen.  Wees mijn lieve zoon! Wat een vreselijk drama zou het zijn wanneer je me  bedriegt, zoals heel wat mensen nu al beweren! Moge God je zegenen!

Je toegewijde vader

N.B. Verstuur de brief morgen (Woensdag). Ik heb nog niets over de messen gehoord en mijn handgemaakte pennen  beginnen ermee op te houden.

***

Aan zijn neef

Baden, augustus

Mijn beste zoon,

Ik sta doodsangsten uit over het  kwartet, namelijk deel drie tot en met zes, die Holz heeft meegenomen, terwijlde eerste maten van deel drie nog hier liggen. Het aantal van deze bladen is dertien.  Ik hoor niets van Holz. Ik heb hem gisteren geschreven en hij schrijft meestal trouw terug. Wat erg zou het zijn, wanneer hij het is kwijt geraakt!  Hij drinkt er behoorlijk op los, entre nous.  Stel me op dit punt zo snel mogelijk gerust. Van Haslinger kun je te weten komen waar Linke woont. Hij was hier vandaag  in een heel sympatieke bui, en bracht wat van de muziekbladen en andere zaken en maakte zich erg druk over de nieuwe kwartetten. Bemoei je nooit met dit soort zaken; het kan alleen maar tot narigheid leiden. Stel me in s’hemelsnaam gerust over het kwartet, een groot verlies. De schets staat alleen maar op kleine stukjes papier geschreven en het zou me niet lukken hieruit het geheel te kunnen reconstrueren.

Je toegenegen vader

Ik herinner je er aan dat aanstaande zondag en maandag vrije dagen zijn. Je kunt doen wat je wilt. In dit geval kun je, wanneer ik arriveer, op zaterdagavond samen met mij terug gaan. Je houdt dan de hele zondagmorgen voor jezelf.

***

Aan Zmeskall

Mijn goede vriend,

Nauwelijks was ik thuis of ik moest denken aan alles wat ik gisteren heb geschreven. Geef de ingesloten enveloppe aan Kuhlau, je weet de rest. Schrijf me zo vlug mogelijk of kom hierheen, komende woensdag is een vrije dag, maar schrijf me wel eerst. Vraag of de kokkin iets van het bereiden van wild weet, dan kan zij de leiding op zich nemen. Wat Carl betreft zou het beter voor hem zijn om me erover te vertellen bij het Attrapper in Rosen.  Dit alles prestissimo! Wat mijn vriendschap betreft denk altijd aan mij als je cantus firmus. Vaarwel!

Je vriend voor altijd,

Beethoven

***

Aan de heer Friedrich Kuhlau

Baden, 3 september 1825

Ik moet toegeven dat de champagne me gisteren een beetje naar het hoofd gestegen is.  Weer heb ik uit ervaring geleerd dat zulke zaken mijn energie eerder afbreuk doen dan bevorderen. Want hoewel ik momenteel vlekkeloos kan antwoorden, kan ik me totaal niet herinneren wat ik gisteren heb geschreven.

Denk nog eens aan

Je toegewijde Beethoven

***

Aan zijn neef

6 september 1825

Mijn lieve zoon,

Ik zie heel goed in wat voor problemen het voor jullie allemaal  oplevert om hierheen te komen. Daarom moeten we met elkaar afspreken elke vrijdag naar Schlesinger te komen, wanneer ik naar de stad kom. Want voor het geval er iets mis gaat, moet ik daar bij zijn. Dit is het beste plan en daarmee is de zaak afgedaan. Hij was hier gisteren en zei, dat hij voor het kwintet zou betalen zodra je het  hem had toegezonden. Het lijkt me genoeg wanneer ze alleen het nieuwe  spelen, maar dat kan jij beter beoordelen. Wanneer ze voor een donderdag kiezen, ben ik aanwezig. Zie er wel op toe dat ze zo vlug mogelijk tot overeenstemming komen, zodat het geld kan worden overgemaakt naar Peters in Leipzig. Overigens moet je onder geen voorwaarde tegenover hem een toespeling maken. Schlesinger verwacht eigenlijk niet komende zondag nog in Wenen te zijn. Daarom is haast geboden. De ducaten moeten gouden ducaten zijn. Geef bij voorbaat maar aan, dat anderen dat ook zo doen. Vergeet niet vandaag aan mij te schrijven via het oude vrouwtje.  Alles wat ik wil, is een repetitie om te zien of correcties nodig zijn. Haast je en zorg er voor dat de oude vrouw op tijd vertrekt.  Het beste idee is vast te leggen waar ik elke vrijdag voor repetities in de stad moet zijn. Wanneer Schlesinger je het eerste kwartet heeft bezorgd, laat dan plichtplegingen achterwege, want het is duidelijk dat hij van plan is te betalen.

Je brief is zojuist aangekomen. Holz kan hier pas vanaf donderdag zijn  en wie kan zeggen of zelfs dit vast staat?  Je brief verandert alles, omdat daarin voor vrijdag is gekozen. Holz kan me informeren of we elkaar hier zien of in Wenen. Nu moeten we rekening houden met Schlesinger want we moeten niet langer uitstellen. Wanneer hij alleen maar op de repetitie wacht zal hij die zeker mislopen.  Hij zei gisteren dat hij de kwartetten niet hier zou publiceren. Ik zei hem, dat het me totaal niet uitmaakte. Moge God je zegenen en bewaren!

Je toegewijde vader

***

Aan zijn neef

september

Beste zoon,

Vergeet niet Tobias (Haslinger) de kwitantie te geven samen met het geld. Deze geachte heer had wel een beetje eerder kunnen komen, maar zoals de zaken er nu voorstaan, moet je doen wat hij adviseert.  Van mij hoef je niet per se op 19 september langs te komen. Het is beter je studies af te maken. God heeft me nog nooit in de steek gelaten, en er zal ongetwijfeld iemand gevonden kunnen worden om mijn ogen te sluiten. De hele zaak lijkt me iets weg te hebben van een kunstmatige botsing waarin mijn broer (pseudo) een rol heeft gespeeld. Ik weet ook wel, dat je er nu totaal geen zin in hebt om naar me toe te komen, logisch, want mijn atmosfeer is voor jou veel te zuiver. Afgelopen zondag heb je weer 1 florijn 15 kreutzer geleend van de huisbewaarder, van die oude keukenheks. Dat had ik je nog zo verboden, maar het is steeds weer  hetzelfde liedje. Ik zou mijn buitenjas nog wel twee jaar kunnen blijven dragen, sterker nog, ik heb de armeluis gewoonte om binnenshuis een oude  jas aan te doen, maar de heer Carl! Wat voor een belediging zou dat zijn!  En waarom zou hij? De geldzakken van de heer Ludwig van Beethoven zijn  speciaal voor dit doel bestemd. Kom komende donderdag maar liever niet, want echte harmonie en eendracht kunnen nooit bestaan bij een gedrag als dat van jou. Waarom zo’n hypocrisie? Weg ermee, en je wordt een beter mens, je hoeft niet meer leugenachtig of onoprecht te zijn en je morele karakter gaat erop vooruit. Dat is de indruk die je op me gemaakt hebt, want wat hebben zelfs de mildste verwijten voor zin?  Ze dienen alleen maar om je te verbitteren. Maar voel je niet ongemakkelijk, ik blijf voor je zorgen, even veel als vroeger.  Wat ging er door me heen toen ik in de rekening weer een florijn en 15 kreutzer genoteerd zag staan!

Stuur me niet meer zulke kattebelletjes, want de huisbewaarder kan er in het licht doorheen kijken.  Ik heb juist deze brief uit Leipzig  ontvangen, maar ik ben nog niet van plan het kwartet te sturen.  We kunnen het er zondag over hebben. Drie jaar geleden vroeg ik nog maar 40 ducaten voor een kwartet, daarom moeten we nu verwijzen naar de preciese termen die je gebruikt hebt.

Vaarwel! Hij die, hoewel hij je het leven niet heeft gegeven,  je het leven zeker mogelijk heeft gemaakt en boven al geprobeerd heeft je mentale houding te vervolmaken, en meer dan een vader voor je is geweest, vraagt je dringend om standvastig de enige ware weg af te leggen die goed en rechtvaardig is. Vaarwel! Breng de brief zondag mee terug.

Je liefhebbende vader

***

Aan de heer Schlesinger

Wenen, 26 september, 1825

Mijn waarde vriend! Ik wens je de liefste bruid op aarde!  Ik maak van deze gelegenheid gebruik om mijn complimenten aan de heer Marx in Berlijn over te brengen en hem te vragen mij niet al te hard te vallen en me soms toe te staan via de achterdeur te vertrekken.

Je Beethoven

***

Aan zijn neef

Baden, 4 oktober  

Mijn beste zoon,

Zoals de wijze Odysseus weet ik de beste koers die we moeten nemen. Wanneer je zaterdag komt, hoef je niet  bang te zijn voor de kou, want een deel van de oude raamluiken is hier nog aanwezig,  waarmee we ons kunnen beschermen. Ik hoop hier ook van mijn katarrh en mijn  kou af te komen. Tegelijkertijd is deze plek een groot risico voor mijn rheuma, want wind, of liever orkanen, hebben hier de overhand. Wat Biedermann betreft, moet je informeren of Schlezinger hem een opdracht heeft gegeven. Wanneer dit niet het geval is, moet je onmiddellijk naar Peters schrijven. Dat je vandaag nog aan me schrijft, zit er niet in, maar ik hoop morgen van je te horen en je zeker zaterdag te zien. Mijn wens is, dat je nooit een reden hebt  je beschaamd te voelen over je gebrek aan liefde voor mij. Wanneer ik alleen lijd, wat maakt het uit? Ik hoop, dat alle voorwendsels die je hier hebt opgedist om naar Wenen te gaan, waar blijken te zijn. Wees ervan overuigd dat je te allen tijde alle mogelijke sympathie van me kunt verwachten, maar geldt dat ook voor mij tegenover jou? Wanneer ik geïrriteerd bij je overkom, schrijf dat dan toe aan mijn overbezorgdheid voor jou, want je staat aan vele risico’s bloot. Ik hoop in elk geval morgen een brief van je te krijgen,  bezorg me geen ongemakken, maar denk aan mijn leed.  Eigenlijk  zou ik zulke angstige gevoelens helemaal niet moeten hebben, maar wat voor zorgen heb ik al niet doorgemaakt?

Zoals altijd,

Je liefhebbende vader

Denk eraan dat ik hier totaal alleen ben en slachtoffer van een plotselinge ziekte. N'oubliez pas de demander des quittances, et donnez-moi aussi vite que possible des nouvelles.

***

Aan zijn neef

 

Mijn beste zoon,

Zeg maar niets meer! Kom alleen in mijn armen! Je zult geen onvertogen woord horen.  Stort jezelf in godsnaam niet in de ellende!  Je zult even sympathiek als anders worden ontvangen.  We kunnen op een vriendelijke manier bepraten wat er gedaan moet worden en geregeld moet worden voor de toekomst.  Op mijn erewoord: van mijn kant zul je geen verwijten horen! Die hebben toch geen zin.  Je kunt van mij alleen maar de meest toegewijde zorg en bijstand verwachten. Maar kom in elk geval! Kom naar het trouwe hart van

Je vader

Beethoven

Volti sub

***

Vertrek zodra je deze brief hebt ontvangen. Si vous ne viendrez pas, vous me tuerez sûrement. Lisez la lettre et restez à la maison chez vous. Venez embrasser votre père, vous vraiment adonné. Soyez assuré que tout cela restera entre nous. In Godsnaam, kom vandaag nog thuis, want we kunnen je niet zeggen, wat voor een risico’s je loopt. Haast je, haast je!

***

Aan zijn neef

5 oktober 1825

Mijn allerliefste zoon!

Zojuist heb ik je brief ontvangen. Ik was aan angst ten prooi en besloot vandaag nog naar Wenen te gaan.  God zij gesprezen! Dit is niet noodzakelijk. Volg mijn advies, en liefde en gemoedsrust, samen met materieel geluk, zullen ons ten deel vallen. Je kunt dan een innerlijk en spiritueel bestaan met je uiterlijke leven combineren.  Maar het eerste is wel superieur aan het tweede. Il fait trop froid. Ik zie je dus komende zaterdag? Schrijf me of je vroeg komt, of in de avond, dan haast ik me je te ontmoeten. Ik omarm en kus je duizend maal, niet mijn verloren, maar mijn herboren zoon.

Ik heb Schlemmer geschreven, zoek daar niets achter, maar mijn hart is nog te vol van…. Leef! Mijn zorg voor de zoon die ik weer gevonden  heb zal alleen maar wijzen op liefde van de kant van jouw vader. Op de enveloppe : 

Ayez la bonté de m'envoyer  een doos lucifers van Rospini  ou en portez avec vous, puisque de celle de Kärnthnerthor on ne veut pas faire usage.

Aan zijn neef

Baden, 14 oktober

Ik schrijf in de grootste haast om te zeggen, dat ik, ook als  het morgen regent, in de ochtend langs kom; zorg er dus voor dat je thuis bent. Ik verheug me erop je weer te zien en wanneer je wat zware laaghangende bewolking ontwaart, schrijf die dan niet toe aan al langer bestaande woede, want ze zullen volledig worden weggejaagd door je belofte om serieuzer naar puur geluk te streven, gebaseerd op actieve inspanning. In mijn laatste brief zweefden me gedachten voor de geest die me misschien niet helemaal terecht, maar toch  in een sombere stemming brachten.  Na alles wat gebeurd is, is dat ook heel voorstelbaar.  Anderzijds : wie zou niet van harte blij zijn wanneer de boosdoener terugkeert op het rechte pad? Dit hoop ik bij mijn leven nog mee te maken. Het deed me vooral veel pijn dat je zondag zo laat arriveerde en zo vroeg weer op pad ging.  Ik ben van plan morgen te komen samen met de meubelmaker en deze oude wijven weg te sturen. Die deugen toch nergens voor. Totdat de andere huisbewaarder arriveert, kan ik van de meubelmaker gebruik maken. Meer hierover wanneer we elkaar zien, en ik weet dat je me gelijk zult geven.  Reken morgen dus op me, regen of geen regen.

Je liefhebbende vader

***

Aan Abbé Maximilian Stadler

6 februari 1826

Weleerwaarde heer,

U heeft er zeker goed aan gedaan recht te laten  wedervaren aan de manes van Mozart door uw onnavolgbaar pamflet, dat de zaak (het betreft het Requiem) zo grondig onderzoekt en waarmee u  u de dankbaarheid van leken en muzikale lieden (of mensen die pretenties in die richting hebben) heeft verdiend. Om iets dergelijks voor elkaar te krijgen zoals Uwe eerwaarde heeft gedaan, moet men een grote persoonlijkheid zijn, of een non-entiteit. Ik herinner er gaarne aan dat gezegd wordt dat deze zelfde persoon een boek over compositie heeft geschreven en desalniettemin passages die zeker niet van Mozart zijn, toch aan hem heeft toegeschreven. Uw verbazingwekkende kennis van harmonie en melodiek roepen de oude componisten van het Empire in de herinnering op, Sterkel, Kalkbrenner senior, André, etc. Requiescant in pace!

Ik dank u, mijn beste vriend, in het bijzonder voor het genoegen dat u me door uw pamflet heeft bezorgd. Ik heb mezelf altijd als één van de grootste bewonderaars van Mozart beschouwd,  en dat zal ik blijven doen tot mijn laatste ademtocht. Ik vraag u, vererenswaardige, om uw zegen en ben , met  oprechte hoogachting en verering,

De uwe

Beethoven

***

Aan Gottfried Weber

3 april, 1826

Holz vertelt me, dat het in uw bedoeling ligt de ets van het monument voor Handel in de Sint Pieters kerk in Londen op groter formaat uit te geven. Dat verschaft me enorm veel plezier, nog onafhankelijk van het feit, dat ik degene was die deze suggestie deed. Bij voorbaat dank!

 

Ik ben uw gehoorzame,

Beethoven

***

Aan de heer Probst, muziekuitgever te Leipzig

Wenen, 3 juni 1826

Geachte Heer,

Ik voel me altijd in zekere mate verplicht  om u mijn composities aan te bieden, wanneer dat mogelijk is. Ik geniet op dit punt momenteel meer vrijheid dan gewoonlijk. Ik was genoodzaakt mijn kleinere werken aan diegenen aan te bieden die de grotere ook namen; zonder de kleinere weigerden ze de grotere. Voor zover ik me kan herinneren wilde u niets met mijn grotere composities van doen hebben. Met het oog hierop bied ik u een volkomen nieuw strijkkwartet aan. U hoeft er niet verbaasd over te zijn, dat ik u daarvoor de som van 80 gouden ducaten vraag.  Op mijn erewood verzeker ik u dat dezelfde som mij al voor verschillende kwartetten is betaald. Ik verzoek u hoe dan ook mij hierover zo vlug mogelijk terug teschrijven.  Mocht u mijn aanbod accepteren, dan vraag ik u het geld naar een bank in deze omgeving te sturen, waar ik het kan innen bij aflevering van het werk. Mocht het tegengestelde het geval zijn, ook dan verwacht ik uw antwoord per omgaande, aangezien ook andere uitgevers me al aanbiedingen hebben gedaan. Ik heb ook de volgende miniatuurtjes klaar die ik u kan leveren : een serenade-gelukwens-menuet en een entr’acte, beide voor volledig orkest, voor 20 gouden ducaten samen. In de hoop op een spoedige reactie, verblijf ik,

Uw gehoorzame,

Beethoven

***

Aan Stephan von Breuning

Mijn beste en zeer gewaardeerde Stephan,

Moge onze tijdelijke vervreemding voor altijd worden uitgewist door het portret dat ik je hierbij stuur. Ik weet, dat ik je heel veel pijn gedaan heb.  De emotie die je nu ongetwijfeld in mijn binnenste waarneemt, heeft me er voldoende voor gestraft. In mijn hart leefde geen kwaadwilligheid tegenover jou, want dan zou ik je vriendschap niet langer waard zijn. Het was hartstocht, zowel bij jou als bij mij, maar er groeide een wantrouwen in mij, want er waren mensen tussen ons gekomen, die zowel mij als jou onwaardig waren.

Lang geleden al was mijn portret voor jou bedoeld. Je wist dat het  voor iemand bestemd was, en aan wie zou ik het met zoveel warmte in mijn hart kunnen geven als aan jou, mijn trouwe, goede en edele Stephan? Vergeef me dat ik je verdriet heb gedaan, maar ik leed er zelf niet minder onder  toen ik je niet langer bij me zag. Toen realiseerde ik me pas echt, hoe dierbaar je me was en altijd zult zijn. Je zult je zeker nog eens in mijn armen storten, net zoals vroeger.

***

Aan Stephan von Breuning

Mijn beste vriend,

Je komt om in het werk, net als ik; daarnaast voel ik me helemaal niet goed.  Ik zou je al eerder te eten hebben genodigd, maar ik ben verplicht  mensen te onderhouden  die de kok hemelhoog prijzen. Wanneer ze zijn interessante producten niet thuis vinden, proberen ze die te vinden in de keukens en de kelders van anderen (Holz bijvoorbeeld). Dat soort gezelschap zou voor jou niet bepaald aantrekkelijk zijn, maar hier komt gauw verandering in. Schaf onderussen niet de ‘Pianoforteschool’ van Czerny aan want binnen enkele dagen verwacht ik informatie over een andere. Samen met de ‘Journal des Modes’ die ik je vrouw beloofde, stuur ik ook iets mee voor je kinderen. Ik kan je het Journal overigens regelmatig sturen. Geef je wensen maar aan, dan kan ik ze in vervulling laten gaan.

Ik  ben met liefde en hoogachting  je vriend

Beethoven

Ik hoop, dat we elkaar snel zullen zien

***

Aan Stephan von Breuning

Mijn beste vriend,

Uiteindelijk kan ik toch mijn belofte waar maken door je Clements langverwachte ‘Pianoforteschool’ te sturen, voor je oudste zoon Gerhard. Als hij er op de juiste wijze gebruik van maakt, kunnen de resultaten alleen maar goed zijn. Ik zie je heel binnenkort en omarm je hartelijk,

Je

Beethoven

***

Aan Carl Holz

Getuigschrift voor C. Holz

Wenen, 30 augustus 1826

Het doet me genoegen aan de heer Carl Holz het door hem gevraagde getuigschrift te geven, namelijk, dat ik hem de juiste persoon vind om te zijner tijd mijn biografie te schrijven, wanneer daar inderdaad behoefte aan is. Ik heb er alle vertrouwen in, dat hij het nageslacht op betrouwbare wijze zal doorgeven wat ik hem voor dit doel heb toevertrouwd.

Ludwig van Beethoven

***


Aan Carl Holz

Beide heren waren hier  en hun is van alle kanten op het hart gedrukt met betrekking tot de orde de meest strikte geheimhouding te betrachten. Haslinger verklaart dat jij in dit opzicht een zoon bent van de overleden Papageno. Prenez garde! Vandaag zei ik tegen Carl dat het definitief geregeld was, dat hij het hospitaal (waarin hij lag wegens zijn suicide-poging) niet zonder jou of mij mag verlaten.  Morgen eet ik thuis en het zal me een groot genoegen doen wanneer je kunt komen. Omdat je morgen geen officiële bezigheden hebt, kun je ook later komen, maar kom hoe dan ook. Portez-vous bien, Monsieur terrible amoureux.[1]

Je onverbuigbare vriend,

Beethoven

***
Aan de Koning van Pruisen

Uwe majesteit,

Eén van de grootste geluksmomenten van mijn leven was, dat Uwe Majesteit mij genadig toestond mijn huidig werk (de 9e synfonie) in eerbied aan U op te dragen.  Uwe majesteit is niet alleen de vader van zijn onderdanen, maar ook beschermheer van kunsten en wetenschappen. Uw genadige toestemming betekent nog meer voor mij omdat ik zo gelukkig ben onder uw onderdanen gerekend te worden, omdat ik burger van Bonn ben.

Ik verzoek Uwe Majesteit  dit werk te aanvaarden als een bescheiden blijk van de diepe bewondering waarmee ik  uw kwaliteiten  beschouw.

Ik ben Uwe Majesteits nederige dienaar,

 

Ludwig van Beethoven

***

Aan Wegeler

Wenen, 7 october 1826

Mijn oude en dierbare vriend,

Ik kan nauwelijks het plezier onder woorden brengen die jouw brief en die van je Lorchen  me hebben  bezorgd. Ik had pijlsnel moeten antwoorden, maar ik ben wat schrijven betreft nogal nalatig  omdat ik denk dat de betere klasse mensen mij ook zonder dat voldoende kennen. Ik heb vaak het antwoord al in mijn hoofd, maar wanneer ik het wil opschrijven,  werp ik meestal mijn pen terzijde omdat ik niet kan schrijven zoals ik  voel.  Ik herinner me al die blijken van sympathie die je me altijd getoond hebt, bijvoorbeeld toen je mijn kamer hebt laten witten, wat een heel aangename verrassing voor mij betekende. Het was hetzelfde met de gehele Breuning familie. Onze scheiding lag in de orde der dingen waarbij ieder erop uit is zijn doel na te streven en te bereiken. Tegelijkertijd houden de eeuwige en onveranderlijke morele  principes ons nauw verbonden. Jammer genoeg kan ik vandaag niet zoveel aan je schrijven als ik zou wensen, omdat ik bedlegerig ben, daarom beperk ik me in mijn antwoord tot het volgende.

 Je schrijft dat ik in een of ander boek vermeld word als de natuurlijke zoon van wijlen de koning van Pruissen. Lange tijd geleden kreeg ik dit inderdaad te horen, maar ik heb mezelf tot regel gesteld daar zelf nooit iets over te schrijven, en ook niet te reageren op datgene wat anderen over mij schrijven. Daarom draag ik jou graag op om aan de wereld mijn gerespecteerde ouders bekend te maken, met name ook mijn moeder. Je schrijft me ook over je zoon. Je hoeft er niet aan te twijfelen, dat hij, wanneer hij hierheen komt, in mij een vriend en een vader zal vinden en wanneer ik hem kan helpen, zal ik dat graag doen. Ik heb nog de silhouettekening van je  Lorchen, waaruit je kunt concluderen dat tot op dit uur al diegenen die aardig voor me waren in de dagen van mijn jeugd , mij enorm dierbaar zijn.  Wat mijn diploma betreft, ik ben erelid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen in Zweden en Amsterdam, en tevens heb ik het ereburgerschap van de stad Wenen aangeboden gekregen. Dr Spiecker heeft onlangs mijn laatste grote symfonie met koor meegenomen. Ik heb hem met een eigenhandige opdracht aan de Koning opgedragen en die opdracht is ook aanvaard. Op verzoek van dr Spiecker gaf ik hem het manuscript dat ik zelf verbeterd had, om het aan de Koning aan te bieden. Het zal worden opgeborgen in de Koninklijke Bibliotheek.Ik heb een aanwijzing ontvangen betreffende de tweede klasse van de Orde van de Rode Adelaar. Ik heb geen idee wat het resultaat zal zijn, want ik heb dergelijke onderscheidingen nooit gewild, hoewel ze me in deze dagen om meer dan één reden niet onwelkom zouden zijn. Bovendien is mijn motto altijd geweest : Nulla dies sine linea. Wanneer ik mijn  muze wel eens laat sluimeren , is dat alleen maar omdat ze weer met frisse kracht wakker wordt. Ik hoop nog wat grote werken de wereld in te kunnen sturen en dan mijn aardse carrière af te sluiten, als een oud kind te midden van goede mensen. Via de Gebroeders Schott in Mainz zul je spoedig wat muziek ontvangen. Het portret dat ik je nu zend is inderdaad een waar meesterwerk, maar niet het laatste dat van mij is gemaakt. Het volgende zal je plezier doen te horen. Wijlen de Koning van Frankrijk stuurde me een medaille met de inscriptie Donné par le Roi à M. Beethoven, met daarbij een heel beleefde brief van  le premier gentilhomme du Roi, le Duc de Châtres.

Mijn beste vriend, vergeef me dat ik vandaag toch nog meer heb geschreven, want de herinnering aan het verleden heeft me diep getroffen en ik heb deze brief onder  heel wat tranen geschreven.

Hoe vaker je schrijft, des te meer plezier zul je me bezorgen. Aan onze vriendschap kan van beide kanten niet getwijfeld worden.  Omarm je lieve kinderen en je Lorchen namens mij en denk aan me als je dat doet. God zij met jullie allen.

Als altijd, je trouwe vriend, met oprechte hoogachting

Beethoven

***

Aan Tobias Haslinger

 

Ik verzoek je de ingesloten brief dadelijk te bezorgen. Mijn excuses, dat ik je moeite bezorg, maar omdat je de eigenaar bent van een artistiek postkantoor is het bijna niet mogelijk daar geen gebruik van te maken.

Je merkt dat ik nu in  Gneixendorf ben. De naam klink al als het breken  van een eik.  De lucht hier is gezond. Aan al het andere kan het label memento mori worden gehecht. Geweldigste en beste van alle Tobiassen, we groeten je in naam van de kunsten en de dichters!

Ik blijf de jouwe,

Beethoven

***

Aan Tobias Haslinger

Gneixendorf, 13 oktober 1826

Beste van alle Tobiassen!

We schrijven je vanaf het kasteel van onze  Signor Fratello. Ik dring me weer aan je op met het verzoek bijgaande twee brieven onmiddellijk te posten.

Ik betaal je terug voor de tijd dat ik de ‘School voor de Pianoforte’ hier had en alle andere uitgaven, zodra ik weer terug ben in Wenen. Vanwege het mooie weer blijf ik hier nog wat langer, ook omdat ik deze zomer helemaal niet naar het platteland hoefde te reizen.

Een kwartet voor Schlezinger (op, 135) is al klaar. Ik weet alleen niet wat de veiligste manier is om het aan je op te sturen, zodat je het aan Tendler en Manstein kunt overhandigen en het geld ervoor terug  ontvangen. Schlesinger zal waarschijnlijk niet in goud terug betalen, maar wanneer je dat toch voor elkaar kunt krijgen, zul je je zeer aan mij verplichten omdat al mijn uitgevers me in goud betalen. Mijn beste Tobiasje, we hebben geld nodig en het is niet hetzelfde of we geld hebben, of niet. Wanneer Holz je toevallig onder ogen komt,  grijp hem dan en laat hem niet meer los. Zijn liefdespassie heeft hem zozeer overweldigd dat hij bijna vlam heeft gevat; iemand schreef in scherts dat Holz de zoon van wijlen Papageno was.

Allerverbazingwekkendste, bewonderingswaardigste en meest unieke van alle Tobiassen, vaarwel! Wanneer het niet te veel is gevraagd, schrijf me dan nog een paar regels. Is dr Spiecker nog in Wenen?

Ik ben de jouwe,  in trouw en oprechtheid,

Beethoven

***

Aan Carl Holz

December 1826

Uwe officiële majesteit,

Ik schreef je over mijn aankomst hier een paar dagen geleden, maar de brief is niet goed terecht gekomen. Daarna voelde ik me zo slecht dat ik er voor koos in bed te blijven. Ik zal het dan ook enorm op prijs stellen wanneer je me een bezoek brengt.  Dat is nu voor jou wel zo gemakkelijk, omdat iedereen Döbling heeft verlaten om naar de stad te gaan.

Zoals altijd, je vriend

Beethoven

***

 

Aan dr Bach

Wenen, woensdag 3 januari 1827

Waarde vriend,

Hierbij verklaar ik , dat bij mijn overlijden  mijn geliefde neef, Carl van Beethoven, de enige erfgenaam van mijn bezittingen zal zijn, in het bijzonder van zeven bankaandelen en het geld dat ik op dat tijdstip in bezit zal hebben.  Wanneer de wet wat dit betreft andere regelingen oplegt, verzoek ik u er naar te streven deze zo veel mogelijk in zijn voordeel toe te passen. Ik b