***











 

www.resantiquae.nl

Beethoven, brieven 1787-1813


LUDWIG VAN BEETHOVEN

 

BRIEVEN

***

AAN DE KEURVORST VAN KEULEN, FRIEDRICH MAXIMILIAN

Weledele Prins,

Vanaf mijn vierde jaar is de Muziek altijd mijn favoriete bezigheid geweest. Na zo vroeg bij de zoete Muze te zijn geïntroduceerd die mijn ziel afstemde op pure harmonie, kreeg ik haar lief en soms waagde ik het te denken dat de liefde ook van haar kant kwam.  Ik ben nu elf jaar oud geworden en in uren van inspiratie fluisterde mijn Muze mij vaak in : probeer de harmonieën in je ziel op te schrijven! Pas elf jaar oud!, dacht ik. Past me de houding van een echte componist eigenlijk wel? Wat zullen meer ervaren kunstenaars zeggen? Ik voelde me niet op mijn gemak, maar mijn Muze wilde het per se en daarom gehoorzaamde ik maar, en schreef. Mag ik nu daarom, weledele prins, de eerste vruchten van mijn jeugdige inspanningen (het betreft de drie zogenaamde Keurvorst-sonates) aan de voet van uw troon leggen?  Mag ik de hoop koesteren, dat u zich zult willen verwaardigen er een bemoedigende en vriendelijke blik op te werpen?  U zult dat zeker doen, want kunsten en wetenschappen hebben altijd in u een welwillend beschermer en genereuze patroon gevonden en onder uw koesterende en vaderlijke zorg heeft opkomend talent  altijd kunnen opbloeien.  Aangespoord door deze aangename overtuiging  waag ik het u te benaderen met mijn jeugdige pogingen. Aanvaard ze als  een puur offer van kinderlijke verering en wees zo genadig de werken en hun jeugdige componist  met welwillendheid te bekijken.

Ludwig van Beethoven

***

AAN DR. SCHADE, AUGSBURG

Bonn,  de herfst van 1787

Allerdierbaarste vriend,

Ik kan me gemakkelijk voorstellen wat u van me zult denken en ik kan niet ontkennen dat u goede gronden heeft voor een negatief oordeel. Ik zal echter niet proberen me te verontschuldigen totdat ik u de redenen heb uitgelegd waarom mijn verontschuldigingen zouden moeten worden aanvaard. Ik moet u zeggen, dat na mijn vertrek uit Augsburg mijn opgewektheid en mijn gezondheid achteruit begonnen te gaan. Hoe dichter ik mijn geboortestad naderde, des te taltijker werden de brieven  van mijn vader, waarin hij me aanspoorde haast te maken vanwege de uiterst slechte gezondheid van mijn moeder. Hoewel ik er zelf ook niet al te best aan toe was, haastte ik me zo veel mogelijk. Mijn wens om nog eenmaal mijn stervende moeder te zien was sterker dan elk obstakel en maakte me sterk genoeg om de grootste moeilijkheden te overwinnen. Ik trof mijn moeder nog in leven aan, maar het ging heel slecht met haar. Haar ziekte was een zware longaandoening en ongeveer zeven weken geleden stierf ze op 17 juli na een lang en smartelijk lijden. Ze was een lieve moeder voor mij en mijn beste vriendin. Ach! Wie was gelukkiger dan ik, toen ik nog de zoete naam van moeder kon uitspreken en door haar gehoord werd? Maar tegen wie kan ik dat nu nog zeggen? Alleen maar tegen haar stille evenbeeld, opgeroepen door de kracht van de verbeelding. Sinds mijn aankomst hier heb ik maar heel weinig plezierige uren doorgebracht, omdat ik voortdurend aan astma lijd. Ik ben bang dat die op de fatale longziekte uitloopt. Tel daar dan ook mijn melancholie bij op, bijna even erg als de ziekte zelf. Denk u eens in in mijn plaats, dan zal ik erop kunnen hopen, dat u mij mijn lange stilzwijgen vergeeft. U toonde zich een echte vriend toen u me in Augburg al drie Carolijnen leende, maar ik moet weer een beroep op u doen. Mijn reis kostte me een vermogen en ik heb er niet de minste hoop op, dat ik hier iets kan verdienen. In Bonn is het lot me niet goedgezind. Mijn excuses dat ik u zo lang met mijn zaken heb lastig gevallen, maar alles wat ik heb gezegd, was noodzakelijk om me tegenover u te rechtvaardigen. Ik smeek u me niet van uw dierbare vriendschap te beroven. Mijn liefste wens is om in welke mate ook uw respect te verdienen. Met alle hoogachting ben ik uw gehoorzame dienaar en vriend,

Ludwig van Beethoven, Hoforganist in Keulen.

***

AAN KEURVORST MAXIMILIAN FRANZ

1793

WELEDELE EN GENADIGE PRINS,

Enkele jaren geleden behaagde het Uwe Hoogheid mijn vader, Hoftenor Van Beethoven, een pensioen toe te kennen en daarbij te bepalen dat 100 rijkstalers van zijn salaris aan mij zouden worden uitgekeerd om daarmee mijn twee jongere broers te onderhouden , te kleden en onderwijs te laten geven en de schulden van mijn vader af te betalen. Het was mijn bedoeling dit besluit  voor te leggen aan de schatbewaarder van Uw Hoogheid, maar mijn vader  smeekte me daarvan af te zien, want anders zou openlijk blijken dat hij niet in staat was zijn familie te onderhouden. Hij voegde eraan toe dat hij me elk kwartaal 25 taler zou betalen, wat hij ook stipt deed. Na zijn dood afgelopen december, wilde ik door het document aan u te overleggen, gebruik maken van uw bijstand, maar tot mijn verbijstering ontdekte ik, dat mijn vader het besluit had vernietigd.  Daarom verzoek ik uwe Hoogheid met alle verschuldigde hoogachting dit besluit te hernieuwen en de betaalmeester opdracht te geven mij het laatste kwart van zijn welwillende aanvulling op mijn salaris te geven. Ik heb de eer de gehoorzame en trouwe dienaar van Uwe Hoogheid te blijven.

Ludwig van Beethoven, Hoforganist

***

 

AAN ELEONORE VON BREUNING, BONN

Wenen, 2 november 1793

Hooggeachte Eleonore, mijn  liefste vriendin,

Er is al bijna een jaar sinds mijn aankomst in deze stad verstreken, voordat u een brief van me ontvangt en toch is me uw sprekende evenbeeld steeds in mijn verbeelding nabij. Zo heb ik in gedachten vaak met u en uw familie gesproken hoewel niet altijd in de gelukkige stemming die ik me had kunnen wensen. Want dat fatale misverstand stond me nog voor ogen  en met afkeer kijk ik nu terug op mijn gedrag van destijds. Maar het was nu eenmaal zo. Hoeveel zou ik ervoor over hebben om in staat te zijn een dergelijke stuitende handelwijze voor altijd uit mijn leven weg te wissen, die mezelf zo naar beneden haalt en haaks staat op mijn gebruikelijke stemming en karakter! Veel omstandigheden hebben er inderdaad toe bijgedragen ons van elkaar te vervreemden en ik vermoed dat degenen die om beurten aan u en aan mij onze wederzijdse uitingen overbriefden de grootste obstakels vormden voor een goede verhouding tussen ons. Iedereen geloofde zo maar, dat datgene wat gezegd werd, voortkwam uit een weloverwogen standpunt, terwijl er alleen maar woede aan ten grondslag lag, opgehitst door anderen. Zo hadden we het beiden mis. Uw goede en edele imborst, mijn lieve vriendin, geeft me voldoende zekerheid dat u me al lang heeft vergeven.  We hebben geleerd, dat het beste bewijs van oprecht berouw is onze fouten te erkennen Dit is wat ik hierbij wil doen. Laten we nu onder deze hele affaire een streep zetten en er één les uit leren, dat het, wanneer vrienden in conflict zijn geraakt, altijd beter is geen bemiddelaar in de arm te nemen, maar rechtstreeks met elkaar te communiceren. Hierbij ontvangt u een opdracht aan u (van de variaties op “Se vuol ballare”) . Mijn enige wens is, dat  het werk eigenlijk nog groter zou moeten zijn en u nog meer waardig. Met de publicatie van dit stukje neem ik, mijn lieve Eleonore, graag de gelegenheid te baat om u een blijk te geven van respect en vriendschap voor uzelf en uw familie. Ik vraag u dit kleinigheidje te accepteren en niet te vergeten dat het u wordt aangeboden door een toegewijde  vriend. O, wanneer het u wat genoegen zal schenken, dan zullen mijn wensen al vervuld zijn. Moge het in zekere mate de tijd in gedachten roepen waarin ik zoveel gelukkige uren in uw huis doorbracht!  Misschien kan het dienen om me in uw gedachten te houden tot mijn  terugkeer, hoewel die nog ver weg ligt. O, mijn lieve Eleonore, wat zullen we het dan fijn hebben! Ik ben ervan overtuigd, dat u in uw vriend een gelukkiger man zult herkennen  ondanks alles wat vooraf is gegaan, zijn rimpels van zorgen door de tijd en een beter lot uitgewist. Wanneer u B. Koch (de latere gravin Belderbusch) ziet, zeg haar dan dat het onaardig van haar is mij nooit meer te hebben geschreven. Ik heb haar twee keer geschreven, en drie keer aan Malchus (later minister van financiën in Westfalen) , maar geen antwoord.  Zeg haar, dat ze, wanneer ze zelf niet wil schrijven, het tenminste aan Malchus kan vragen.  Aan het einde van deze brief waag ik het om u nog één verzoek te doen. Ik zou zo graag opnieuw een door u gebreid angoravest bezitten. Vergeef me mijn vrijpostige wens. Die komt voort uit mijn grote liefde voor alles wat van u vandaan komt.  Ik geef graag toe dat er wat ijdelheid mede in het spel is, namelijk, dat ik iets mag bezitten dat afkomstig is van het beste en meest bewonderde meisje van Bonn. Het andere dat u zo goed was me in Bonn te geven, heb ik nog.  Uw gift vormt nog steeds een waardevolle schat in mijn garderobe en ik ben er nog heel erg aan  gehecht, maar het is niet meer naar de laatste mode.

U zult me echt een plezier doen me spoedig een aardige brief terug te schrijven. Wanneer die van mij u enig genogen verschaft, beloof ik u te doen zoals u wenst en u naar vermogen zo vaak te schrijven als u wilt. Alles is acceptabel voor mij dat u kan laten zien hoe een oprechte vriend ik voor u ben,

Ludwig van Beethoven

PS  De variaties zijn nogal lastig te spelen, vooral de triller in de coda, maar raak niet in paniek, want het is zo geschreven, dat u alleen maar de triller hoeft te spelen en de andere noten weg kunt laten, die immers ook in de vioolpartij staan. Ik zou nooit iets dergelijks hebben geschreven, wanneer ik niet bij tijd en wijle zou hebben gemerkt, dat er in Wenen een individu rondloopt, dat na een improvisatie van mij de avond ervoor, de volgende dag veel van de eigenaardigheden van mijn muziek noteert en ze als eigen vondsten presenteert (bijvoorbeeld Abbé Gelinek). In de veronderstelling dat dergelijke muziek  spoedig zou verschijnen, besloot ik daar een stokje voor te steken. Een andere reden was enkele van de pianoleraren hier van wie er velen mijn aartsvijanden zijn, een hak te zetten. Daarom  wilde ik me op deze manier op hen wreken, omdat ik wist dat hun bij gelegenheid gevraagd zou worden deze variaties te spelen, waarbij deze heren absoluut een flater zouden slaan.

***


AAN ELEONORE VON BREUNING,  BONN

De mooie halsdoek, door u eigenhandig geborduurd, was een enorme verrassing voor me, maar hoe welkom uw gift ook was, ze riep ook weer gevoelens van verdriet in me op.  Ze deed me denken aan  vroeger dagen en maakte me beschaamd vanwege uw edele gedrag tegenover mij. Ik hield er maar weinig rekening mee, dat u me nog steeds uw herinnering waardig achtte. O, als u gisteren getuige had kunnen zijn van mijn emoties, toen deze gebeurtenis zich voordeed, dan zou u niet denken dat ik overdreef wanneer ik zeg dat een dergelijk teken van uw herinnering aan mij me in tranen bracht en me erg verdrietig deed voelen. Ook al verdien ik het nauwelijks om door u welwillend te worden beoordeeld, geloof me, mijn lieve vriendin (laat me u nog steeds zo mogen noemen) ik heb heel erg geleden onder het gemis van uw vriendschap en doe dat nog steeds. Ik kan u en uw lieve moeder nooit vergeten.  U was zo vriendelijk voor me dat uw verlies niet gemakkelijk kan worden goed gemaakt. Ik weet wat ik door mijn eigen toedoen ben kwijt geraakt en wat u voor mij betekende, maar om deze leegte te vullen moet ik toevlucht nemen tot scènes die even pijnlijk voor u zijn om te horen als voor mij om ze uiteen te zetten. Als een bescheiden tegenprestatie voor uw lieve souvenir neem  ik de vrijheid u enkele variaties te sturen, samen met een rondo met vioolbegeleiding. Ik heb heel veel werk te doen, anders zou ik al lang de sonate die ik u beloofd heb,  hebben overgeschreven. Het is voorlopig nog alleen maar een schets in manuscript en het zou een lastige klus zijn die te kopiëren, zelfs voor de slimme en ervaren Paraquin (contrabassist in het keurvorstelijk orkest) . U kunt het rondo laten kopiëren en me het manuscript weer terug sturen.  Wat ik u nu stuur, is het enige van mijn muziek dat volkomen geschikt is voor u. Bovendien denk ik, dat deze kleinigheidjes u veel plezier kunnen bezorgen, nu u naar Kerpen gaat.  Vaarwel, lieve vriendin, want het is voor mij onmogelijk u een andere naam te geven. Hoe onverschillig u ook tegenover mij staat, ik zal, geloof me, u en uw moeder altijd blijven vereren zoals ik altijd heb gedaan. Mocht ik een wens van u in vervulling kunnen laten gaan, laat me het dan weten, want ik heb geen andere mogelijkheid om mijn dankbaarheid voor een voorbije vriendschap te laten blijken.  Ik wens u een aangename reis en hoop dat uw lieve moeder volledig genezen zal terugkeren! Denk soms eens aan uw toegenegen vriend,

Beethoven.

***
AAN DR. WEGELER, WENEN

... in wat voor een stuitend daglicht heeft u me voor mijzelf onder ogen gebracht!  O!  Ik erken het, ik ben uw vriendschap niet waard. Het was niet met kwade opzet dat ik me tegenover u gedroeg als ik deed. Het was alleen maar onvergeeflijke onnadenkendheid. Ik zeg maar niets meer. Ik kom om me in uw armen te werpen en u te verzoeken me mijn verloren vriend terug te geven.  U zult hem ook aan me terug geven, aan u berouwvolle, liefdevolle en altijd dankbare

Beethoven

***

AAN DR. WEGELER, WENEN

Wenen, mei 1797

God zegene je, mijn beste vriend! Ik ben je een brief schuldig  die je spoedig zult ontvangen  samen met mijn nieuwste muziek. Het gaat prima met me, elke dag beter, kan ik wel zeggen. Groet degenen die dat zullen waarderen. Vaarwel en vergeet  je Beethoven niet.

***

In het album van Lenz von Breuning

Wenen, 1 oktober 1797

Waarheid voor de wijze,

Schoonheid voor de gevoelige,

Beiden voor elkaar.

Mijn beste Breuning,

Ik kan de tijd maar niet vergeten die ik samen met jou doorbracht, niet alleen in Bonn, maar ook hier. Blijf mijn trouwe vriend, want je zult altijd een zelfde ware vriend in mij vinden.

L. van Beethoven

***
AAN BARON ZMESKALL VON DOMANOWECZ
(Koninklijk Hofsecretaris, voortreffelijk cellist en één van Beethovens eerste vrienden in Wenen)

1800

Mijn duurzaamste (maar niet dierbaarste) baron!

Zou het fijn vinden wanneer de gitarist morgen bij me kwam. Amenda (in plaats van een amende [een boete] die hij soms verdient omdat hij zijn rusten niet goed uit telt) moet de populaire gitarist (misschien de beroemde Giuliani) maar uitnodigen voor vijf uur vanmiddag of anders vijf of zes uur morgenochtend, maar hij moet me niet uit mijn slaap halen. Adieu, mon ami à bon marché. Zien we elkaar misschien in de “Zwaan”?

In koeieletters met potlood op een groot vel papier geschreven:

De muzikale graaf (waarschijnlijk graaf Moritz Lichnowsky, broer van Prins Carl Lichnowsky in wiens huis Beethovens composities voor het eerst werden uitgevoerd) wordt vanaf vandaag oneervol de laan uit gestuurd. De eerste viool (Schuppanzigh)  wordt zonder pardon richting Siberië gebonjourd.  De Baron krijgt een maand lang het strikte verbod vragen te stellen, niet langer zo gestrest te doen en zich alleen maar te wijden aan zijn ipse miserum.

B.


AAN  PASTOR AMENDA, COURLAND.

Denkt Amenda werkelijk dat ik hem ooit kan vergeten, omdat ik hem niet schrijf, sterker nog, nooit geschreven heb? Alsof de herinnering aan onze vrienden alleen maar op die manier in stand gehouden zou worden! De beste man die ik ooit heb gekend is me al duizend keer in gedachten gekomen!  Twee personen hebben ooit al mijn liefde aan zich getrokken, van wie er nog één in leven is, en u bent nu nummer drie.  Hoe kan mijn herinnering aan u ooit verbleken?  U krijgt binnenkort een lange brief over mijn reilen en zeilen en alles wat u maar kan interesseren. Vaarwel, goede, geliefde en edele vriend!  Houd uw liefde en vriendschap tegenover me in stand, zoals ook ik altijd uw trouwe vriend zal zijn,

Beethoven

***

AAN PASTOR AMENDA, 1800

Mijn beste Amenda, mijn allerdierbaarste  vriend,

Ik ontving en las uw laatste brief met veel emotie en een mengeling van pijn en plezier. Waarmee kan ik uw trouw en toewijding aan mij vergelijken? O, het is heerlijk, dat u nog steeds zoveel genegenheid voor mij voelt.  Ik weet hoe ik u moet prijzen en  kan u onderscheiden van al de anderen. U bent niet zoals mijn Weense vrienden. Nee! U bent één van diegenen die de grond van mijn vaderland voortbrengt.  Hoe vaak wens ik niet, dat u bij me bent, want uw Beethoven is erg ongelukkig. U moet weten, dat één van mijn kostbaarste bezittingen, mijn gehoor, erg achteruit gaat. Zelfs toen u nog bij me was, voelde ik al symptomen, hoewel ik niets heb gezegd.  Maar nu is het nog veel erger geworden. Of het ooit te genezen  zal zijn, staat  nog te bezien. Men denkt dat het te maken heeft met de toestand van mijn ingewanden, maar wat dat betreft ben ik al weer bijna beter.  Ik hoop maar, dat mijn gehoor zal verbeteren, maar ik heb er een hard hoofd in, want dit soort aanvallen zijn het moeilijkst te genezen. Wat triest zal mijn leven van nu af aan verlopen! Gedwongen om alles wat me het meest dierbaar is te laten liggen en om te gaan met zulke miserabele egotisten als …. Ik kan naar alle waarheid zeggen dat van al mijn vrienden prins Carl Lichnowsky de trouwste is. Afgelopen jaar schonk hij me 600 florijnen die me, samen met de goede verkoop van mijn werken, in staat stellen om vrij van zorgen van levensonderhoud te zijn. Alles wat ik nu componeer kan ik wel vijf keer aan geïnteresseerden kwijt, tegen goede betaling bovendien. Ik heb de afgelopen tijd juist heel wat geschreven, en nu ik hoor, dat u bij… enkele piano’s hebt besteld , zal ik u enkele van mijn composities toesturen in de verpakking van een van deze instrumenten, wat voor u kosten zal besparen. Tot mijn grote troost is iemand hier teruggekeerd met wie ik de geneugten van gezelschap en onbaatzuchtige vriendschap kan delen, een van mijn jeugdvrienden (Stephan von Breuning) . Ik heb vaak met hem over u gesproken en vertelde hem, dat na mijn vertrek uit mijn vaderland u een van diegenen bent naar wie mijn hart het meest uit gaat. Z. (Zmeskall?) lijkt bij hem niet bepaald in de smaak te vallen. Hij is te zwak voor echte vriendschap en zal dat ook altijd blijven. Ik zie hem en …. louter en alleen als instrumenten waarop ik naar believen kan spelen, maar ze kunnen nooit echt getuigenis afleggen  aan mijn innerlijke en uiterlijke geestkracht of oprechte sympathie voor mij  voelen. Ik waardeer hen in zoverre als hun diensten aan mij dat waard zijn.  O, wat zou ik gelukkig zijn wanneer ik mijn gehoor weer volledig terug had!  Ik zou dan haastig naar u toekomen, terwijl ik me nu, zoals het nu eenmaal is, aan alles moet onttrekken. Zo zullen mijn beste jaren verstrijken zonder datgene tot stand te brengen wat mijn talent mij zou kunnen laten doen. Hoe melancholiek is de berusting waartoe ik mijn toevlucht moet nemen!  Ik had het voornemen me hierboven te plaatsen, maar hoe zou dat mogelijk kunnen zijn? Wanneer binnen zes maanden mijn ziekte ongeneeslijk blijkt te zijn, dan zal ik op u, Amenda, een beroep doen alles achter te laten en naar mij toe te komen. Wanneer ik van plan ben te reizen, moet u mijn reisgezelschap zijn. Mijn kwaal zit me minder in de weg bij het spelen en componeren, maar het meest bij de omgang met anderen.  Ik ben ervan overtuigd, dat het geluk me niet in de steek zal laten, want wat streef ik op dit ogenblik niet na? Sinds u hier was heb ik van alles geschreven behalve opera’s en kerkmuziek.  Ik weet, dat u mijn verzoek niet zult afwijzen. U zult uw vriend helpen zijn rampzalige last te dragen. Ik heb mijn pianospel enorm geperfectioneerd en ik hoop dat een dergelijke reis misschien ook kan bijdragen aan uw eigen succes in het leven, en dat u daarom ook altijd bij me zult willen blijven. Ik heb al uw brieven bewaard en hoewel ik er niet op geantwoord heb, was u voortdurend in mijn gedachten. Ik vraag u mijn doofheid voor anderen geheim te houden en het aan niemand te verklappen. Schrijf me vaak. U brieven, hoe kort ook, troosten me en halen me uit de put. Daarom hoop ik spoedig van u te horen. Geef uw kwartet (opus 18,1) aan niemand uit handen, want ik heb er ondertussen  veel aan veranderd, omdat ik pas onlangs het schrijven van kwartetten onder de knie gekregen heb. Wanneer u het krijgt, merkt u het direct. Nu, vaarwel, mijn beste vriend! Als ik u hier misschien van dienst kan zijn, dan hoeft u het me maar aan te geven.

Uw trouwe

 

Beethoven

***
AAN WEGELER.

Wenen, 29 juni 1800

Mijn waarde en gewaardeerde Wegeler,

Hoe kan ik je bedanken voor uw  herinnering aan mij, hoe weinig ik dat ook verdien of heb geprobeerd te verdienen. Toch ben je zo vriendelijk dat je je door niets, zelfs niet mijn onvergeeflijke laksheid, laat ontmoedigen. Je blijft gewoon dezelfde trouwe en goede vriend.  Geloof geen moment, dat ik je ooit kan vergeten, jij die me ooit zo dierbaar was. Er zijn momenten dat ik verlang je weer te zien en dat ik wens in jouw gezelschap te verblijven. Mijn vaderland, die liefelijke streek waar ik het levenslicht aanschouwde, is in mijn ogen nog even uitzonderlijk en prachtig als toen ik je verliet. Kortom, ik zal de tijd prijzen dat ik je weer zie  en Vader Rijn weer kan begroeten, als een van de gelukkigste periodes in mijn leven. Wanneer dit zal gebeuren kan ik je nog niet vertellen, maar in elk geval kan ik je zeggen dat je me niet terug zult zien  totdat ik het hoogste niveau heb bereikt, niet alleen als kunstenaar, maar ook als mens. Wanneer de situatie in ons vaderland ook  gunstiger zal zijn, zal mijn kunst volledig gewijd zijn aan het weldoen van de armen. O, gezegend ogenblik, hoezeer prijs ik mezelf gelukkig, dat ik dit tot stand zal brengen!

Je wilt wat te weten komen over mijn omstandigheden? Welnu, het gaat helemaal niet slecht. Hoe ongelofelijk het ook moge lijken, ik moet je zeggen dat Lichnowsky nog steeds mijn dierbaarste vriend is. Er hebben zich tussen ons wat conflicten voorgedaan, maar die hebben onze vriendschap alleen maar versterkt. Afgelopen jaar stelde  hij me 600 florijnen ter beschikking waarvan ik gebruik kan maken totdat mijn situatie beter is geworden. Mijn composities leveren veel op en ik kan zeggen, dat ik bijna meer opdrachten krijg dan ik kan uitvoeren. Ik kan voor elk stuk wel zes of zeven uitgevers vinden. Ik heb het maar voor het kiezen.  Ze onderhandelen niet langer met me. Ik stel de prijs vast en zij betalen. Dat levert veel voordelen op. Om een voorbeeld te geven, ik heb een vriend in nood en mijn portemonnee laat het niet toe hem onmiddellijk te helpen. Ik hoef alleen wat te schrijven en in korte tijd is hij uit de brand.  Ik ben ook handiger met geld geworden dan voorheen. Wanneer ik me hier definitief vestig, twijfel ik er niet aan, dat ik in staat zal zijn om elk jaar een afzonderlijke dag voor een concert vast te leggen waarvan ik er al verscheidene heb gegeven. Die ellendige demon, mijn slechte gezondheid, is steeds een struikelblok op mijn pad geweest. De laatste drie jaren is mijn gehoor geleidelijk aan achteruit gegaan. De voornaamste oorzaak hiervan ligt in de toestand van mijn ingewanden die zoals je weet, vroeger al genoeg problemen gaven, maar onlangs zijn die problemen nog veel erger geworden.  Doordat ik voortdurend door diarree word geteisterd, ben ik enorm verzwakt.  Frank (de directeur van het Algemene Hospitaal) heeft geprobeerd door tonicums mijn spijsvertering en met amandelolie mijn gehoor  te verbeteren. Maar helaas! Dit heeft me totaal geen goed gedaan. Mijn gehoor ging nog meer achteruit en mijn spijsvertering was even beroerd als voorheen. Dit ging maar door tot de herfst van het afgelopen jaar, toen ik werkelijk de wanhoop nabij was.  Toen beval een of andere medische asinus mij koude baden aan, maar een verstandiger arts adviseerde de lauwe wateren van de Donau, die wonderen deden. Mijn spijsvertering ging vooruit, maar mijn gehoor bleef hetzelfde, eigenlijk werd het  nog slechter.  Ik bracht een miserabele winter door en leed aan de vreselijkste spasmen. Ik was weer even ziek als voorheen. Dat ging zo door tot een maand geleden toen ik de legerchirurg  Vering, een man in wie ik alle vertrouwen had,  consulteerde, in de veronderstelling dat mijn kwalen een chirurgische behandeling vereisten. Hij slaagde erin de hevige diarree vrijwel te laten stoppen en schreef me de lauwe baden van de Donau voor waarin ik dan wat versterkende middelen moest mengen. Hij gaf me verder geen medicijnen, behalve dan vier dagen geleden wat pillen voor de spijsvertering en een lotion voor mijn oren. Ik voel me nu absoluut beter en sterker, maar mijn oren gonzen en suizen  dag en nacht door.  Ik kan naar alle waarheid zeggen, dat mijn leven rampzalig is. Al twee jaar mijd ik alle sociale contacten, omdat ik er niet toe kan komen tegen de mensen te zeggen “ Ik ben doof!”. Bij elk ander beroep zou er mee te leven zijn, maar in het mijne is zo’n situatie werkelijk angstaanjagend. Bovendien, wat zouden mijn vijanden hiervan zeggen? En ze zijn niet bepaald gering in aantal…

Om je een idee te geven van mijn uitzonderlijke doofheid, moet ik je zeggen,  dat ik in het theater verplicht ben dicht tegen het toneel te leunen om de acteurs te kunnen verstaan. Wanneer ik wat verder ervanaf ben hoor ik niets van de hoge noten van de instrumenten en de zangers. Het is verbazingwekkend dat in gesprek met anderen sommige mensen dit helemaal niet lijken te merken. Ik ben wel eens wat afwezig en ze zien dat als oorzaak. Wanneer iemand zachtjes spreekt kan ik hem nauwelijks horen. Ik kan de tonen onderscheiden, maar niet de woorden en toch vind ik het ondraaglijk wanneer iemand tegen me schreeuwt. Hoe dit moet aflopen, weet de hemel alleen. Vering beweert dat ik zonder twijfel vooruit zal gaan, ook al zal ik misschien niet volledig herstellen. Hoe vaak heb ik dit bestaan vervloekt! Plutarchus heeft me berusting geleerd. Ik streef ernaar om, indien mogelijk, mijn lot maar te negeren, hoewel er ogenblikken in mijn leven zijn waarin ik me als de ongelukkigste mens op aarde beschouw. Ik bezweer je met niemand over mijn kwaal te spreken, ook niet met Lorchen. Alleen jou maak ik deelgenoot van mijn geheim en vraag je om binnenkort hierover contact op te nemen met Vering. Als dit zo doorgaat, kom ik komende lente naar je toe. Probeer voor mij ergens op het platteland een huis te regelen, op een mooi plekje. Dan word ik een jaar lang boer, misschien verandert dat wat. Berusting, wat een miserabel toevluchtoord!  Toch is dat het enige wat me rest. Je zult me wel willen vergeven, dat ik op je sympathie een beroep doe, juist in een tijd dat je eigen positie triest genoeg is. Stephan Breuning is hier en we zijn praktisch elke dag samen. Het doet me goed oude gevoelens nieuw leven in te kunnen blazen! Hij is een fantastische kerel geworden, niet verstoken van talent, en met zijn hart op de goede plaats, net als dat van ons allemaal.

Ik heb op dit moment heel fijne kamers (ten huize van Baron Pasqualati)  die grenzen aan de Bastei en die gezien mijn gezondheid ideaal voor me zijn. Dat Breuning naar me toe komt, kan ik, denk ik, wel regelen.  Jij krijgt dan je Antiochus en veel van mijn muziek daarbij, als dat je allemaal niet te veel gaat kosten. Je liefde voor de kunst is een ware bron van vreugde voor me. Zeg me maar op welke manier, dan stuur ik je al mijn composities, die nu al behoorlijk talrijk zijn en dagelijks in aantal toenemen. Stuur me  het portret van mijn grootvader zo snel mogelijk toe, dan zend ik je dat van zijn kleinzoon, je geliefde en toegenegen Beethoven. Het is hier door Artaria gepubliceerd, na veelvuldig aandringen van hem en andere uitgevers. Ik ben van plan binnenkort een brief te schrijven aan  Stoffel (Christoph von Breuning) en hem duidelijk aan te spreken over zijn arrogante humor. Ik ben van plan om onze oude vriendschap ter sprake te brengen en erop aan te dringen dat hij me belooft je niet verder in je moeilijke omstandigheden lastig te vallen. Ik zal ook schrijven aan de sympathieke Lorchen. Nooit heb ik één van jullie vergeten, mijn beste vrienden, ook al hebben jullie niets van me gehoord. Maar jullie weten dat brieven schrijven nooit mijn forte was. Zelfs mijn beste vrienden hebben al jaren geen brief van me gekregen. Ik ga volkomen op in mijn muziek en nauwelijks is een werk af of ik begin al aan het volgende. Ik werk tegenwoordig vaak aan drie of vier stukken tegelijkertijd. Schrijf me vaak en ik zal proberen tijd vrij te maken ook aan jou te schrijven.  Doe allen de groeten, met name aan mevrouw Hofräthin von Breuning en zeg haar dat ik nog steeds te maken heb met een incidentele raptus.  Wat K. betreft, het verbaast me niets dat ze zo veranderd is : de fortuin rolt als een bal en stopt niet altijd voor de beste en edelste mensen. Doe ook Ries de hartelijkste groeten. Ik schrijf je nog wel over zijn zoon Ferdinand,  hoewel ik geloof, dat hij in Parijs eerder zal slagen dan in Wenen, dat al oververzadigd is en waar het ook voor de echte talenten heel moeilijk is zich te handhaven. Komende herfst of winter kan ik zien wat er voor hem gedaan kan worden, omdat dan iedereen terugkomt naar de stad. Vaarwel, beste en trouwe Wegeler! Wees verzekerd van de liefde en vriendschap van je

Beethoven.

***

Aan gravin Giulietta Guicciardi

6 juli 1800, in de morgen

Mijn engel! Miijn tweede ik!

Vandaag maar een paar woorden, met potlood (dat van jou) geschreven. Mijn verblijf kan pas morgen geregeld worden. Wat een zenuwslopend verlies van tijd! Waarom deze zorg  wanneer noodzaak dringt? Kan onze liefde bestaan zonder offers en door van alle verlangens af te zien? Kan jij het feit veranderen dat jij niet helemaal van mij en ik niet helemaal van jou kan zijn? Ach! Aanschouw de schoonheden van de natuur en verzoen je hart met het onvermijdelijke. Liefde vraagt alles en heeft ook het recht dat te doen. Zo is het ook : ik heb gevoelens voor jou en jij voor mij. Maar je bent je er niet voldoende bewust van, dat ik zowel voor jou als voor mezelf moet leven. Wanneer we volledig  verenigd zouden zijn dan zou je deze smart even weinig voelen als ik. De reis hierheen was vreselijk. Ik kwam pas om vier uur gisterenmorgen aan, bij gebrek aan paarden. De koetsiers kozen een andere route. Wat een  afschuwelijke route was dat!  Op mijn vorige adres was ik gewaarschuwd om niet ’s nachts te reizen en uit te kijken voor een bepaald bos. Maar dit zette me er alleen maar toe aan om verder te gaan, tot mijn schande en schade. De wagen was door de verfoeilijke wegen, alleen maar diepgelegen ongeplaveide landwegen, onbruikbaar geworden. Wanneer er geen postiljons hadden gereden was ik aan de kant van de weg achter gebleven. Esterhazy nam de gebruikelijke route, maar met acht paarden trof hem hetzelfde lot, terwijl ik er maar vier had. Toch voelde ik een zeker plezier dat ik altijd heb, wanneer ik een probleem overwonnen heb. Maar nu moet ik een overstap maken van de uiterlijke naar de innerlijke mens. Ik ben ervan overtuigd, dat we elkaar spoedig zullen ontmoeten. Alle gedachten die ik de afgelopen dagen over mijn leven heb gekoesterd, kan ik nu niet met je delen. Wanneer onze harten voor altijd nauw met elkaar verbonden zouden zijn, dan zou er van deze gedachten geen sprake zijn geweest. Mijn hart vloeit over van alles wat ik je moet zeggen. Ach! Er zijn ogenblikken dat ik constateer, dat woorden  eigenlijk niets te betekenen hebben.  Houd moed! Wees voor altijd mijn trouwe en enige geliefde, zoals ik de jouwe ben. De goden moeten maar bepalen wat er van mij en jou zal worden!

Je trouwe Ludwig

***

Maandagavond 6 juli

Je hebt verdriet, liefste van alle wezens! Ik heb juist gehoord, dat brieven heel vroeg moeten worden verzonden. De maandag en dinsdag zijn de enige dagen dat de post van hier naar K. gaat. Je hebt verdriet! O, waar ik ben, daar ben je altijd bij me. Hoe vurig verlang ik ernaar mijn leven bij jou door te brengen en wat voor een leven zal dat zijn! En nu??? Zonder jou! En achtervolgd door de sympathie van anderen die ik noch verdien noch probeer te verdienen! De onderdanigheid van de ene mens tegenover de andere doet me pijn en wanneer ik mezelf beschouw als een klein onderdeel van het universum, wat ben ik dan eigenlijk en wat is hij die de grootste wordt genoemd? En toch manifesteren zich hierin  de goddelijke gevoelens van het mensdom! Ik voel tranen opkomen wanneer ik er aan denk, dat je pas komende zaterdag weer van me zult horen.  Hoezeer je ook van mij houdt, ik houd nog meer van jou. Verberg nooit je gevoelens voor mij. Goede nacht!  Als patiënt in dit kuuroord moet ik nu gaan rusten (…) O hemel, zo dichtbij en toch zo ver weg!  Is onze liefde niet een hemels toevluchtoord, sterk als de hemelkoepel zelf?

7 juli

Goedemorgen!

Al voordat ik opsta, ben ik in gedachten  bij je, onsterfelijke geliefde!, soms vol van vreugde en dan weer verdrietig. Ik wacht maar af om te zien of het lot ons een welwillend oor schenkt.  Ik moet helemaal bij je zijn, of anders helemaal niet. Inderdaad heb ik besloten  ver van je weg te blijven, tot het ogenblik dat ik in je armen kan vluchten en kan voelen, dat ze mijn thuis zijn en mijn ziel samen met die van jou in het rijk der geesten kunnen sturen. Helaas! Het moet zo zijn! Houd moed, want je kent mijn trouw. Nooit kan een ander mijn hart bezitten, nooit! O, hemel! Waarom  moet ik  van haar weg vluchten van wie ik zoveel houd? Toch was mijn situatie in W. even ongelukkig als die hier. Jouw liefde maakte van mij de gelukkigste en ook weer de ongelukkigste van alle mensen. Op mijn leeftijd heeft het leven gelijkmatigheid nodig.  Kan deze in onze wederzijdse relatie gevonden worden?  O, engel van mij! Ik hoorde zojuist dat de post elke dag gaat en daarom kan deze brief des te eerder bij je zijn.  Blijf kalm! Want we kunnen ons levensdoel alleen maar bereiken door ons bestaan rustig onder ogen te zien.  Blijf van me houden! Gisteren, vandaag, wat verlangde ik naar jou, wat voor tranen stortte ik! Dat alles voor jou, voor jou! Mijn leven! Mijn alles! Vaarwel! O, houd altijd van me en twijfel nooit aan de trouw van je minnaar

Ludwig

Steeds van jou

Steeds van mij

Steeds van elkaar

Aantekening : deze brieven aan zijn ‘onsterfelijke geliefde’ aan wie de Mondscheinsonate in cis is opgedragen,  dateren van 1800. Giulietta trouwde in 1801 met Graaf Gallenberg.

***

Aan Matthison

Wenen, 4 augustus 1800

Mijn beste vriend,

Bij deze brief ontvang je een van mijn composities die enkele jaren geleden zijn gepubliceerd, maar waarvan je, tot mijn schande, nog niet eerder hebt gehoord. Ik kan niet uitleggen waarom ik aan jou een werk opdroeg dat recht uit mijn hart kwam, maar je nooit van het bestaan ervan op de hoogte bracht, maar dat pas met deze brief doe. Eerst wist ik niet waar je woonde en bovendien vond ik het voorbarig je een werk op te dragen voordat ik zeker wist of je het mooi zou vinden. Ook nu stuur ik je “Adelaide” met een gevoel van onzekerheid. Je weet zelf wat voor veranderingen het verstrijken van enkele jaren te weeg brengt in een kunstenaar die voortdurend vorderingen maakt. Hoe meer we groeien in de kunst, des te minder stellen we ons tevreden met onze werken van eerdere datum.  Mijn vurigste wens wordt vervuld wanneer je niet ontevreden bent over de manier waarop ik jouw hemelse “Adelaide” op muziek heb gezet en wanneer je er door zult worden aangespoord om binnenkort een soortgelijk gedicht te schrijven. Als je mijn verzoek niet te vrijpostig vindt, zou ik je willen vragen dat gedicht binnenkort naar mij op te sturen, dan kan ik al mijn energie er aan besteden om je heerlijke poëzie in muziek te evenaren.  Beschouw de opdracht als een teken van het genoegen dat jouw “Adelaide” mij heeft verschaft, en van de waardering die jouw poëzie altijd in me zal oproepen. Wanneer je “Adelaide” speelt , denk dan nog eens aan je oprechte bewonderaar,

Beethoven

***

Aan mevrouw Frank

Wenen, Oktober 1800

Geachte Mevrouw,

U moet uw echtgenoot er bij de tweede aankondiging van ons concert aan herinneren, dat het publiek op de hoogte wordt gesteld van de namen van diegenen wier talenten aan dit concert bijdragen. Dat is de gewoonte hier, en ook als dat niet zo was, wat is erop tegen een groter publiek aan te trekken? Dat is toch waar het allemaal om gaat. Hoornist Punto (Beethoven schreef voor hem de sonate op. 17) is over die omissie niet weinig verontwaardigd en ik moet zeggen dat hij er alle reden toe heeft. Voordat ik hem zou zien wilde ik u hieraan herinneren, want ik kan deze vergissing alleen maar veroorzaakt zien door grote haast of vergeetachtigheid. Geachte Mevrouw, wees zo goed aan mijn suggestie gevolg te geven, want anders krijgt u met veel problemen te maken. Om te beginnen ben ik zelf bij dit concert niet geheel overbodig en ik weet dat niet alleen ik, maar ook Punto, Simoni en Galvani vragen om aan het publiek bekend gemaakt te worden, zeker waar het ook om een goed doel gaat. Anders moeten we de conclusie trekken dat we helemaal niet gewenst zijn.

Uw

Beethoven

***

Aan de heer Wegeler

Wenen , 16 november 1800

Mijn beste Wegeler,

Ik dank je voor dit nieuwe blijk van belangstelling, zeker omdat ik het zo weinig verdien. Je wilt weten, hoe ik er aan toe ben en welke medicijnen ik gebruik. Meestal heb ik er geen zin in over dit onderwerp te spreken, maar toch voel ik minder weerstand bij iemand als jij. Al enkele maanden laat Vering mij pleisters op beide armen plakken van een bepaald soort boombast dat je misschien wel kent, een vervelende behandeling, nog afgezien van de pijn, omdat hij me berooft van het vrije gebruik van mijn armen gedurende een aantal achtereenvolgende dagen, totdat de pleisters hun werk voldoende hebben gedaan.  Het geruis en gegons in mijn oren is zeker wat afgenomen, met name in het linker oor waarin de kwaal zich het eerst voordeed, maar mijn gehoor als zodanig is helemaal niet vooruitgegaan, integendeel. Mijn gezondheid is beter en na een tijdje de lauwe baden te hebben gebruikt  voel ik me al tien dagen redelijk goed.  Ik neem zelden drankjes in, maar ben begonnen met een kruidenbehandeling overeenkomstig jouw advies. Vering wil niet horen van stortbaden, maar ik heb het met hem helemaal gehad.  Hij is niet meer zo oplettend of zo toegeeflijk als hij bij een dergelijk ziektebeeld placht te zijn. Als ik niet naar hem toe zou gaan, wat helemaal niet zo gemakkelijk zou zijn, zou ik hem helemaal nooit meer zien. Wat is jouw mening over Schmidt?  Ik wil eigenlijk geen verandering, maar het lijkt me toe, dat Vering te veel een man van de praktijk is dan dat hij door studie aan nieuwe ideeën komt.  In dit opzicht lijkt Schmidt me een heel verschil te maken. Hij zou  mijn geval hoe dan ook serieuzer nemen.  Ik hoor wonderverhalen over galvanisme. Wat zeg je me daarvan?  Een fysicus zei me, dat hij een doofstom kind kende wiens gehoor erdoor hersteld zou zijn. Ook kende hij een man die al zeven jaar doof was en wiens gehoor uiteindelijk herstelde.  Mij is verteld, dat je vriend Schmidt op dit moment experimenten doet over dit onderwerp.

Ik leid nu een wat aangenamer leven en ga de laatste tijd wat meer met mensen om. Je zult nauwelijk geloven  wat voor een treurig en eentonig bestaan  ik de afgelopen twee jaar heb gehad. Mijn gebrekkige gehoor achtervolgde me overal als een spook, ik vluchtte van iedereen vandaan en kom de mensen voor als een misanthroop, en toch is niemand dat in werkelijkheid minder dan ik!  Deze verandering is veroorzaakt door een fascinerend meisje dat van mij houdt en ik van haar. De afgelopen twee jaar heb ik heerlijke ogenblikken gekend en het is de eerste keer dat ik voelde dat een huwelijk me gelukkig kon maken. Jammer genoeg is haar status hoger dan de mijne  en op dit ogenblik kan ik met niemand trouwen. Ik moet me zelf actief in deze wereld inzetten. Wanneer mijn doofheid me er niet van had weerhouden zou ik ondertussen de halve wereld hebben afgereisd en dat moet ik nog steeds doen. Ik ken geen groter genoegen dan mijn kunst uit te dragen. Ga er niet van uit, dat ik gelukkig met je zou kunnen zijn. Wat zou me gelukkiger kunnen maken? Je bezorgdheid zou me juist  van streek maken. Ieder ogenblik zou ik je bekommerdheid van je gezicht kunnen aflezen, wat me nog ongelukkiger zou maken. Wat zouden mijn gedachten zijn te midden van de fantastische omgeving van mijn vaderland? Alleen al de hoop op een betere toekomst die ik zou koesteren wanneer ik niet dit gebrek had! O! Ik zou de wereld willen omspannen wanneer ik hiervan bevrijd zou zijn! Ik voel, dat mijn jeugd pas nu begint. Ben ik niet altijd een zwak schepsel geweest? Sinds kort is mijn lichamelijke kracht toegenomen, net als mijn mentale energie.  Hoewel ik het niet kan beschrijven, voel ik, dat ik dagelijks dichterbij het object kom dat ik op het oog heb, het enige waarin je Beethoven kan leven. Voor hem geen rust! Ik weet van geen rust behalve wanneer ik slaap en ik heb er de smoor in,  dat ik verplicht ben er meer tijd aan te wijden dan voorheen. Ook wanneer ik maar half genezen zou zijn, zou ik naar je toe komen, en als een volmaakter en rijper mens onze oude vriendschap hernieuwen. Dan zou je me zo gelukkig zien als mijn lot hier op aarde is, niet ongelukkig. Nee, dat zou ik niet kunnen verdragen. Ik zal mijn lot dapper tegemoet gaan, het zal me niet klein krijgen. O, het is zo heerlijk zijn leven duizend maal opnieuw te leven. Ik voel dat ik niet langer geschikt ben voor een rustig bestaan. Wil je me zo vaak mogelijk schrijven?  Probeer Steffen (von Breuning) ertoe te bewegen ergens een aanstelling bij de Teutonische Orde te zoeken. Het leven hier is te schadelijk voor zijn gezondheid. Bovendien is hij zo van iedereen geïsoleerd dat ik niet zie hoe het verder met hem moet. Je weet van het soort van bestaan hier. Ik neem het niet voor mijn rekening te zeggen dat de samenleving zijn gelaten houding afwijst, maar hij kan er niet toe gebracht worden om ergens anders heen te gaan. Onlangs had ik hier thuis wat muziek, maar onze vriend Steffen bleef weg. Overtuig hem ervan kalmer te zijn en evenwichtiger. Ik heb dat vergeefs geprobeerd. Anders zal hij het zonder geluk of gezondheid moeten stellen. Zeg me in je volgende brief of je het op prijs stelt wanneer ik je een grote selectie van mijn muziek stuur. Je kunt wegdoen wat je niet wilt en de kosten van het vervoer terug betalen en mijn portret op de koop toe hebben. Doe van mij de hartelijke groeten aan  Lorchen en ook aan mama en Christoph. Geef je nog steeds om me? Vertrouw altijd op de liefde en de vriendschap van je

Beethoven

***

Aan kapelmeester Hofmeister (aanspreekpunt voor de firma Hofmeister & Kühnel, Bureau de Musique) , Leipzig

Wenen, 15 december 1800

Beste kunstbroeder,

Ik was al lang van plan te reageren op je voorstellen, maar ik ben vreselijk lui als het om correspondentie gaat. Meestal gaat er heel wat tijd voorbij,  voordat ik me er toe kan zetten droge brieven in plaats van muziek te schrijven.  Uiteindelijk heb ik me er toe  gedwongen op je voorstel in te gaan. Pro primo moet ik je vertellen hoezeer het me spijt dat jij, mijn zeer geliefde broeder in de wetenschap van de muziek, mij geen enkele hint hebt gegeven, zodat ik je mijn kwartetten had kunnen aanbieden, net zoals veel andere zaken die ik heb kunnen verkopen. Maar als jij, mijn beste vriend, even conscientieus ben als veel andere uitgevers die ons, arme componisten, doodknuffelen, dan zul je heel goed weten hoe je ruim profijt kunt trekken wanneer de werken verschijnen. Ik som in het kort op, wat je van mij kunt kopen. Ten eerste, een septet, per il violino, viola, violoncello, contrabasso, clarinetto, corno, fagotto, tutti obbligati ( ik kan nu eenmaal niets schrijven dat niet obbligato is omdat ik met een obbligato begeleiding ter wereld gekomen ben!). Over dit septet ben ik erg tevreden. Voor meer algemeen gebruik kan het bewerkt worden voor viool, altviool  en cello in plaats van de drie blassinstrumenten fagotto, clarinetto en corno. Ten tweede een Grote Symfonie (no. 1) met vol orkest. Ten derde een pianoconcert (op. 19) waarvan ik helemaal niet wil beweren dat het een van mijn beste is, evenmin als dat wat Mollo hier publiceert (op. 15) (dit is om de Leipziger critici alvast ter wille te zijn) , omdat ik het beste voor mezelf reserveer met het oog op mijn concertreizen. Toch zal het je een plezier doen dit werk te kunnen publiceren. Ten vierde een Grote Solo Sonate (op. 22). Deze stukken zijn alles wat ik op dit moment kan vrij geven. Over een poosje kun je een strijkkwintet verwachten, en waarschijnlijk ook nog enkele strijkkwartetten en enkele andere stukken die ik nu niet bij de hand heb. In je antwoord kun je zelf de prijzen bepalen. Omdat je geen Italiaan of Jood bent, en ik ook niet, komen we er zeker snel uit. Vaarwel en wees verzekerd van mijn respect,

Beethoven

***

Aan kapelmeester Hofmeister

Wenen, 15 januari (of daaromtrent), 1801

Mijn beste vriend, ik lees je brief met veel plezier en ik dank je voor je positieve oordeel over mij en mijn werken, en ik hoop dat ik het mag blijven verdienen. Ik wil je vragen ook de heer Kühnel hartelijk te bedanken voor zijn voorkomende en vriendelijke houding jegens mij. Ik van mijn kant volg je projecten met genoegen en ik ben blij wanneer kunstwerken het nodige profijt opleveren. Dan  komen ze de ware kunstenaars toe, eerder dan de gewone kooplui. Je plan om de werken van Sebastian Bach uit te geven stemt mij puur gelukkig. Mijn hart is vervuld van eerbied voor de hoogstaande en grootse werken van deze vader van de wetenschap van de harmonie, en ik vertrouw erop dat ik ze binnenkort zie verschijnen. Wanneer dat heugelijke feit wordt aangekondigd en je subscriptielijst wordt geopend, hoop ik, dat ik je hier veel subscribenten kan verschaffen. Wat onze eigen zaken betreft doe ik je het volgende voorstel. Ik bied je nu de volgende werken aan : het septet, waarover ik je al schreef, twintig ducaten, de symfonie ook twintig ducaten, het pianoconcert tien ducaten, de Grote Solo Sonate, allegro, adagio, minuetto en rondo, twintig ducaten. Deze sonate (op. 22) is een schot in de roos, mijn vriend!

Ik licht het bovenstaande toe : je bent misschien verbaasd dat ik geen verschil maak tussen de prijzen van de sonate, het septet en de symfonie. Dat doe ik omdat ik vind dat een septet of een symfonie niet zoveel verkocht zullen worden als een sonate, hoewel een symfonie ongetwijfeld de hoogste waarde vertegenwoordigt. (N.B. het septet bestaat uit een kort inleidend adagio, een allegro, adagio, minuetto, een andante met variaties, weer een menuet en nog een kort adagio dat voorafgaat aan een presto. Ik vraag maar tien ducaten voor het concert, omdat ik dat, zoals ik je al schreef, niet een van mijn beste werken vind. Ik denk dat je deze prijzen over het geheel genomen niet exorbitant zult vinden. In elk geval heb ik geprobeerd ze voor jou zo schappelijk mogelijk te maken. Je  geeft mij ten aanzien van de bankoverschrijving de keuze; ik verzoek je te  betalen via Germüller of Schüller. De totale som voor die vier werken bedraagt dus 70 ducaten. Ik reken alleen in Weense ducaten, van andere valuta heb ik geen verstand, van zaken en rekenen heb ik weinig kaas gegeten. Tot zover over zaken met alle bijbehorende ellende. Zo noem ik het maar terwijl ik van harte zou wensen dat het hier op aarde ook anders zou kunnen. Er zou op de wereld maar één kunstdepot moeten zijn waar de kunstenaar zijn werk zou kunnen presenteren en het bedrag zou kunnen ontvangen waarom hij vroeg. Zoals de situatie nu is moet men behalve kunstenaar ook voor de helft nog zakenman zijn. Dat is toch niet te verdragen? Hemel! Daarom mag ik best spreken van de ellende van het zaken doen. Wat de ossen van Leipzig betreft, laat ze maar gewoon kletsen! Ze zullen zeker niemand onsterfelijk maken door hun gewauwel en evenmin zullen ze diegene van onsterfelijkheid  kunnen beroven die Apollo er voor voorbestemd heeft. Moge de hemel u en uw collega’s  bewaren! Ik ben enige tijd niet in orde geweest; daarom is het nu moeilijk voor mij om zelfs muziek te schrijven, laat staan brieven. Ik vertrouw erop dat we vaak in de gelegenheid zullen zijn elkaar van onze oprechte vriendschap te verzekeren.  Ik hoop op een spoedig antwoord,

Beethoven.

***

Aan de heer Hofmeister

Wenen, 22 april 1801

Je hebt inderdaad alle reden om niet weinig over me te klagen. Mijn excuus is, dat ik ziek geweest ben en bovendien zo veel te doen had, dat me totaal ontschoten is wat ik je zou sturen.  Het enige in mij dat iets van een genie weg heeft, is, dat mijn  paperassen nooit erg op orde zijn. Toch ben ik de enige die er wat orde in zou kunnen aanbrengen. Zo was bij voorbeeld in de partituur van het pianoconcert zoals gewoonlijk  de pianopartij nog niet genoteerd. Ik zal haast maken en je krijgt de partij in mijn eigen onleesbare handschrift.  Om er voor te zorgen, dat  de werken zo veel mogelijk in de goede volgorde staan, geef ik het volgende overzicht :

 

 

Solo Sonate,  Op. 22.

Symphonie,     Op. 21.

Septet,       Op. 20.

Concert,     Op. 19.

 

Ik zal de verschillende opschriften erbij binnenkort opsturen.

Noteer mij maar als subscribent voor de werken van Bach, en doe dat ook maar met Prins Lichnowsky. Met de bewerking van Mozarts sonates als kwartetten zul je veel eer inleggen en het zal je ook heel wat opleveren.  Ik zou meer willen bijdragen aan de promotie van een dergelijk project, maar ik leef ongeregeld en heb maar al te gauw de neiging alles te vergeten. Ik heb trouwens de zaak bij verschillende mensen ter sprake gebracht en overal kreeg ik een positieve reactie. Het zou een goede zaak zijn wanneer je het septet dat je gaat uitgeven voor strijkkwintet gaat bewerken, bijvoorbeeld met een fluitpartij.  Dat zou een buitenkans zijn voor onze amateur fluitisten die me er al over hebben aangesproken en er als insecten omheen zwermen om er van te smullen. Nu iets over mezelf : ik heb een ballet (Prometheus) geschreven waarin de balletmeester zijn rol nog niet zo goed heeft gespeeld als zou moeten.  De F… van L… heeft ons met een productie opgezadeld die helemaal niet overeenkomt met de ideeën over zijn genie zoals de kranten die naar buiten brengen.  F… schijnt de heer M…als ideaal voor Kusperle te hebben genomen maar dan zonder zijn niveau te halen. Dat zijn de fraaie vooruitzichten voor ons arme donders die willen opklimmen!  Mijn beste vriend, laat geen tijd voorbijgaan om het werk onder de aandacht van het publiek te brengen en schrijf me vlug, dan weet ik of mijn uitstel je vertrouwen in mij te niet heeft gedaan.  De hartelijke groeten aan de heer Kühnel. Alles zal vanaf nu in goede orde en snel worden opgestuurd. En nu vaarwel en blijf je vriend en broer respecteren.

 

Beethoven

 

***

Aan de heer Hofmeister,

Wenen , juni 1801

Ik ben nogal verrast door de mededeling die je  je zakelijk agent hier aan mij hebt laten doen. Ik voel me enigszins beledigd, dat je gelooft dat ik tot een dergelijke vuile streek in staat ben. Het zou heel iets anders zijn wanneer ik mijn werken had verkocht aan hebzuchtige handelaartjes en in het geheim nog een andere goede transactie had gedaan. Maar , gezegd door de ene kunstenaar tegen een andere, het is heel wat mij te verdenken van een dergelijke handelswijze! Deze hele zaak schijnt me ofwel een manier te zijn om mij uit te testen of een blijk van wantrouwen.  Ik elk geval zeg ik je dat ik, voordat je mijn septet ontving, het ook had gestuurd naar de heer Salomon in London. Die kon het dan spelen tijdens zijn eigen concert, niet meer dan een blijk van vriendschap mijnerzijds.

Hij moest het uiteraard niet in andere handen laten komen. Het was sowieso mijn bedoeling het werk in Duitsland te laten verschijnen. Als je wilt kun je hem dit laten bevestigen. Maar ik geef je nog een bewijs van mijn integriteit : “Ik verzeker je hierbij, dat ik het septet, de symfonie, het concert en de sonate alleen maar aan de heren Hofmeister en Kühnel heb verkocht en dat ze deze werken als hun exclusief eigendom mogen beschouwen. Op mijn erewoord”.  Met deze garantie kun je doen wat je wilt.

Bovendien geloof ik, dat Salomon zich niet zou verlagen om het septet in druk te brengen, evenmin als ik in staat zou zijn het aan hem te verkopen. Ik was in deze zaak zo voorzichtig, dat ik, toen verschillende uitgevers er bij mij op aandrongen mijn fiat te geven voor een pianobewerking van het septet, ik dat onmiddellijk afwees, hoewel ik niet eens weet, of  jij van plan was er een dergelijk gebruik van te maken. Hier volgen dan de langverwachte titels van de stukken.  Er zal ongetwijfeld veel aan veranderd moeten worden, maar dat laat ik graag aan jou over. Binnenkort verwacht ik weer een brief van je en de stukken die ik graag in druk zou willen laten verschijnen.  Jouw bewering is volgens mij alleen maar op geruchten gebaseerd, die je wat al te gemakkelijk hebt geloofd. Het kan ook zijn, dat ze volledig op veronderstellingen waren gebaseerd, nadat je misschien gehoord had dat ik het werk  naar Salomon had gestuurd. Tegenover zo’n  lichtgelovige vriend bekruipen me gemengde gevoelens, hoewel ik nog steeds teken als

Je vriend

Beethoven

***

Opdracht aan dr Schmidt  1801.

MONSIEUR,--

Je sens parfaitement bien, que la Celebrité de Votre nom ainsi que l'amitié dont Vous m'honorez, exigeroient de moi la dédicace d'un bien plus important ouvrage. La seule chose qui a pu me déterminer à Vous offrir celui-ci de préférence, c'est qu'il me paroît d'une exécution plus facile et par la même plus propre à contribuer à la Satisfaction dont Vous jouissez dans l'aimable Cercle de Votre Famille.--C'est surtout, lorsque les heureux talents d'une fille chérie se seront developpés davantage, que je me flatte de voir ce but atteint. Heureux si j'y ai réussi et si dans cette faible marque de ma haute estime et de ma gratitude Vous reconnoissez toute la vivacité et la cordialité de mes sentiments.

LOUIS VAN BEETHOVEN.

***

Aan zijn leerling Ferdinand Ries, 1801

Beste Ries,

Ik stuur je hierbij de vier partijen die door mij gecorrigeerd zijn.  Vergelijk alsjeblieft de andere al uitgeschreven partijen met deze. Ik sluit tevens een brief aan Graaf Browne in. Ik heb hem geschreven, dat hij je vijftig ducaten ter hand moet stellen zodat je daarmee passende kleding kunt kopen. Dit is absoluut noodzakelijk, dus het kan hem niet tegen de borst stuiten.  In een goede uitrusting kun je dan op de maandag van de volgende week met hem naar Baden vertrekken. Ik neem het je kwalijk dat je me lang geleden niet om hulp hebt gevraagd. Ben ik niet een echte vriend voor jou? Waarom heb je je problemen voor mij verborgen gehouden? Geen vriend van mij zal ooit in de narigheid zitten, zolang ik zelf nog wat heb. Ik zou je al een kleine som hebben gestuurd, maar vertrouw nu op Browne. Als hij ons in de steek laat, richt je dan tot je

Beethoven

***



Aan de heer Hofmeister

Wenen , 8 april 1802

Heren, wat mankeert u dat u me voorstelt, dat ik een dergelijke sonate zou schrijven?  In het vuur van de revolutie zou iets dergelijks nog kunnen, maar nu, nu alles gaat als vanouds, en Bonaparte een concordaat met de paus heeft gesloten, een dergelijke sonate? Wanneer het nu ging om een Missa pro Sancta Maria à tre voci, of een Vesper, dan zou ik onmiddellijk mijn pen grijpen en een Credo in unum neerpennen in gigantische hele noten. Maar hemeltjelief! Zo’n sonate in deze nieuwe ontluikende Christelijke epoche. Nee, nee! Ik doe het niet en ik wil het niet. Nu mijn antwoord in het hoogste tempo. Mevrouw kan een sonate van me krijgen en ik ben bereid haar plan in esthetische zin op hoofdlijnen over te nemen zonder me aan de genoemde toonsoorten te houden. De prijs is vijf ducaten. Voor deze som kan  ze de sonate een jaar bij zich houden voor haar eigen genoegen zonder dat zij of ik het stuk mogen publiceren. Na verloop van een jaar krijg ik de sonate weer terug. Ik kan de sonate  dan uitgeven,  wanneer ze me vraagt het stuk aan haar op te dragen, mocht  ze dat eervol vinden.

Nu beveel ik u, heren, aan in de genade van God. Mijn sonate (op. 22) is goed gedrukt, maar u heeft er wel de tijd voor genomen! Ik hoop, dat u mijn septet een beetje sneller de wereld in zult sturen, want de P… wacht erop en u weet dat de keizerin het stuk heeft. Wanneer er in deze keizerlijke stad mensen rondlopen als …, kan ik niet voor het resultaat in staan. Verlies dus geen tijd! De heer … (Mollo?) heeft onlangs mijn kwartetten op. 18 gepubliceerd, vol van fouten en errata, groot en klein, die er in rondzwemmen als vissen in de zee, dat wil zeggen, dat het er ontelbaar veel zijn. Questo è un piacere per un autore— dit is wat ik steken (~graveren) -met-een-bijbedoeling noem.  Echt waar, mijn huid heeft heel wat steken en schrammen opgelopen door deze fraaie editie van mijn kwartetten! Vaarwel, en denk maar aan mij zoals ik denk aan u. Tot de dood verblijf ik als uw trouwen

L. van Beethoven

***



Aan mijn broers Carl en Johann Beethoven

Heiligenstadt, 6 Oktober 1802.

O, jullie, die denken dat ik een agressieve, sombere misanthroop ben, wat doen jullie me onrecht en wat weten jullie weinig van de verborgen oorzaak van wat jullie zo toeschijnt! Mijn hart en ziel waren vanaf mijn prille jeugd geneigd tot de tederste  gevoelens en ik had het altijd  in me om grote daden te verrichten. Maar jullie kunnen je herinneren,  dat ik zes jaar geleden door een ongeneeslijke ziekte werd getroffen , nog verergerd door ondeskundige artsen,  jaar in jaar uit levend in een valse hoop op herstel en uiteindelijk doordrongen van het idee van een chronische aandoening. De behandeling ervan gaat misschien nog jaren duren en zal achteraf misschien zinloos geweest blijken te zijn. Geboren met een hartstochtelijk en prikkelbaar temperament, heel gevoelig voor de genoegens van de maatschappij, was ik toch al vroeg in mijn leven verplicht om mezelf te isoleren en mijn leven in eenzaamheid door te brengen. Wanneer ik op een gegeven moment vast besloten was om dit alles te boven te komen, o, wat wreed werd ik dan toch weer terug geworpen door de ervaring, erger dan ooit, van mijn gebrekkige gehoor.  En toch vond ik het onmogelijk om tegen anderen te zeggen: spreek luider, schreeuw, want ik ben doof! Helaas! Hoe kon ik het gebrek uitschreeuwen van een zintuig dat bij mij volmaakter zou moeten zijn dan bij andere mensen?  Een zintuig dat ik ooit in optima forma bezat, zelfs in die mate die maar weinig uitoefenaars van mijn beroep ooit hebben meegemaakt. Helaas, dat kan ik gewoon niet. Vergeef me daarom wanneer jullie me zien terugtrekken van jullie onder wie ik me juist zo graag zou mengen. Mijn ongeluk is dubbel zo erg omdat het er voor zorgt dat ik niet word begrepen. Ik kan niet langer ontspanning vinden in de sociale omgang, een conversatie op niveau, of wederzijdse gedachtenwisselingen.  In compleet isolement  meng ik me alleen onder de mensen wanneer het niet anders kan.  Ik moet leven als een balling. In gezelschap word ik door de pijnlijkste gevoelens overvallen omdat ik bang ben voor het risico dat mijn handicap wordt ontdekt. De afgelopen zes maanden die ik op het land doorbracht, was het hetzelfde. Mijn verstandige arts adviseerde me mijn gehoor zoveel mogelijk te sparen, wat helemaal strookte met mijn huidige situatie, hoewel ik mezelf door mijn natuurlijke hang naar gezelschap toch weer risico liet lopen. Maar wat een vernederende ervaring wanneer iemand naast me in de verte een fluit hoorde, of anderen een herder hoorden zingen, terwijl ik helemaal niets hoorde! Zulke dingen brachten me aan de rand van de wanhoop en dwongen me er bijna toe een eind aan mijn leven te maken.  De kunst, de kunst alleen hield me daarvan af. O!, hoe kon ik deze wereld verlaten voordat ik datgene kon scheppen waartoe ik me geroepen voelde?  Zo koos ik toch maar voor dit leven, dat zo ellendig was dat elke plotselinge verandering mij op elk moment kon verplaatsen van de beste toestand in de slechtste.  Het staat vast, dat ik nu Geduld als gids moet zoeken.  Dat heb ik ook gedaan.  Ik hoop dat ik aan dat voornemen kan vasthouden om standvastig te volharden totdat het de onvermurwbare Schikgodinnen behaagt  mijn levensdraad door te snijden.  Misschien gaat het beter, misschien ook niet. Ik ben op alles voorbereid. Gedwongen om in mijn 28e jaar filosoof te worden! Dit is niet zo maar een beproeving, hij is erger bij een kunstenaar dan bij iemand anders. God kijkt in mijn hart, hij onderzoekt het en weet dat liefde voor de mensen en gevoelens van sympathie daar verblijven! O, wanneer jullie dit op een dag onder ogen zullen krijgen, bedenk dan dat je me onrecht hebt aangedaan en laat iedereen die op een soortgelijke manier gekweld wordt, getroost worden door iemand te vinden als hijzelf, iemand die ondanks alle obstakels van de natuur alles gedaan heeft wat in zijn vermogen ligt om opgenomen te worden in de scharen van eerbiedwaardige kunstenaars en mensen. Mijn broers Carl en Johann, vraag, zodra ik er niet meer ben, aan professor Schmidt, wanneer die nog in leven is, in mijn naam om mijn ziekte te beschrijven en deze bladzijden toe te voegen aan de analyse van mijn ziekte, zodat de wereld uiteindelijk zo ver als mogelijk is,  met mij na mijn dood verzoend kan worden. Ik verklaar hierbij jullie beiden als erfgenamen vam mijn  kleine fortuin (als dat zo genoemd kan worden).  Deel het eerlijk, leef harmonieus met elkaar en steun elkaar. Jullie weten, dat ik jullie al lang heb vergeven voor pijn die jullie mij hebben veroorzaakt. Ik dank jou, Carl, in het bijzonder voor de sympathie die je me onlangs nog hebt geschonken. Mijn wens is dat jullie een gelukkiger leven mogen hebben, een zorgelozer leven dan het mijne is geweest. Leer je kinderen deugd aan; alleen die deugd, en niet rijkdom, kan voor geluk zorgen. Ik spreek uit ervaring.  Deugd alleen was het die mij in mijn ellende steun heeft geboden. Dat ik geen einde aan mijn leven heb gemaakt heb ik aan haar en de kunst te danken.  Vaarwel! Houd van elkaar! Ik dank al mijn vrienden hartelijk, vooral prins Lichnowsky en professor Schmidt. Ik wil dat één van jullie de instrumenten van prins L…onder zijn hoede neemt. Ik vertrouw erop, dat dit geen conflict zal veroorzaken.  Als jullie dat meer verantwoord vinden, mogen jullie er ook afstand van doen. Wat zal ik blij zijn wanneer ik voor  jullie ook in het graf verdienstelijk kan zijn!  Laat het zo zijn!  In vreugde ga ik de dood tegemoet.  Als hij komt, voordat ik de kans heb gehad al mijn kunstzinnige talenten volledig  te ontplooien, dan  zal hij ondanks mijn wrede lot te vroeg voor me komen en ik zou hem op een later tijdstip wensen. Maar zelfs dan zal ik tevreden zijn, want zijn komst zal me bevrijden van een toestand van eindeloos lijden. Laat hij maar komen, ik zal hem moedig tegemoet treden. Vaarwel! Vergeet me niet helemaal, zelfs in de dood. Jullie zijn me dit verschuldigd omdat ik tijdens mijn leven zo vaak aan jullie gedacht heb en jullie gelukkig wilde maken. Amen.

Ludwig van Beethoven

Aan de buitenkant staat geschreven :

Zo verlaat ik jullie vol droefheid. De hoop, dat ik tot op zekere hoogte kon worden genezen, moet ik volledig opgeven.  Mijn hoop is verdwenen net als de herfstbladeren vallen en vergaan.  Ik vertrek bijna zoals ik gekomen ben.  Zelfs de superieure moed die me in de liefelijke zomerdagen zo vaak prikkelde, is voor altijd verdwenen. O Voorzienigheid, gun me één dag van geluk! Hoe lang ben ik vervreemd geraakt  van de blije echo van  oprechte vreugde! Wanneer, o mijn God, wanneer  zal ik het geluk weer voelen in de tempel van de natuur en de mens? Nooit? O, dat zou een te wreed lot zijn!

Te lezen en uit te voeren na mijn dood door mijn broers Carl en Johann.

***

Notitie, november, 1802.

Ik ben het aan het publiek en aan mijzelf verschuldigd duidelijk te maken, dat de twee kwintetten in C en in Es – één ervan is een bewerking van een symfonie van mij, gepubliceerd door de heer Mollo in Wenen, het andere is een bewerking van mijn septet op. 20 door de heer Hofmeister in Leipzig – geen originele kwintetten zijn, maar alleen maar bewerkingen van de genoemde werken door de uitgevers.  In deze dagen die zo rijk aan bewerkingen zijn zal een componist er tegen willen optreden, helaas tevergeefs.  Maar we mogen toch op zijn minst wel vragen dat het op de titelpagina komt te staan zodat de reputatie van de auteur niet wordt beschadigd en het publiek niet voor de gek wordt gehouden. Deze mededeling wordt gedaan om te voorkomen dat iets dergelijks in de toekomst weer gebeurt.  Ik kondig hierbij al vast aan dat binnenkort een nieuw kwintet in C, op. 29 zal verschijnen bij Breitkopf & Härtel in Leipzig.

Ludwig van Beethoven

***

Aan Ferdinand Ries, zomer 1803

Je bent er ongetwijfeld van op de hoogte dat ik hier ben. Ga naar Stein en vraag hem of hij  mij een instrument te huur kan sturen.  Ik voel er niets voor het mijne hierheen te brengen. Ik logeer in Oberdöbling aan de linker kant van de straat op nummer 4, richting de heuvel van Heiligenstadt.

***

Aan de heer Hofmeister, Leipzig

Wenen , 1803

Hierbij verklaar ik dat alle werken die je besteld hebt,  je eigendom zijn. Ik zal een lijst maken en die met mijn handtekening aan je toesturen als bewijs dat ze van jou zijn. Ik verklaar me er ook mee akkoord dat ik de som van vijftig ducaten er voor heb ontvangen.  Ben je tevreden?

In plaats van de variaties met cello en viool, zend ik je variaties voor piano, bewerkt als duo over een lied van mij. Ook de woorden van Goethe moeten erbij afgedrukt worden omdat ik deze variaties in een album heb geschreven en ze beter vind dan de anderen.  (Dit zijn de zes variaties in D op Ich denke Dein, in 1800 geschreven in het album van gravin Josephine Deym en Thérèse von Brunswick) . Bent u tevreden?

De bewerkingen zijn niet van mij, ook al heb ik enkele passages herzien en aanzienlijk verbeterd. Maar ik wil niet, dat je zegt, dat ik ze bewerkt heb, want dat is niet waar. Ik heb noch tijd noch geduld om zoiets te doen. Ben je tevreden?

Nu vaarwel! Ik hoop oprecht, dat het je in alles goed gaat.  Ik zou je graag al mijn composities cadeau geven, als ik dat kon doen en dan toch nog verder komen in de wereld. Maar denk eraan, dat er voor de meeste mensen in hun behoeften is voorzien en realiseer je, wat ze hebben om van te leven terwijl ik, goede genade, waar kan een aanstelling aan het Keizerlijk Hof worden gevonden voor zo’n  parvum talentum com ego?

Je vriend,

L. van Beethoven

***

Waarschuwing, november 1803

De heer Carl Zulehner, een piratendrukker in Mainz, heeft een uitgave van mijn verzamelde werken voor pianoforte en strijkinstrumenten aangekondigd. Ik beschouw het als mijn plicht alle muziekvrienden ervan op de hoogte te stellen dat ik met deze publicatie niets uitstaande heb. Ik zou nooit op een of andere manier  toestemming hebben gegeven voor een uitgave van mijn werken (die ik bovendien prematuur vind) zonder vooraf de uitgevers van de afzonderlijke stukken te hebben geraadplaagd en te zorgen voor de zorgvuldigheid waarin edities van mijn afzonderlijke werken zo te kort zijn geschoten. Ik stel bovendien vast, dat deze illegale editie niet volledig kan zijn, omdat verschillende van mijn nieuwe werken binnenkort in Parijs zullen verschijnen. Deze zal de heer Zulehner die Frans onderdaan is, niet durven overnemen. Ik zal bij gelegenheid de details opsommen van de collectie van mijn werken die onder mijn eigen verantwoordelijkheid wordt uit gebracht in een zorgvuldig herziene versie.

Ludwig van Beethoven

***



Aan de heer Ries, 1804

Wees zo goed een lijst van de fouten te maken en stuur die onmiddellijk naar Simrock en zeg erbij, dat de werken zo vlug als mogelijk moeten verschijnen. Ik zal hem de sonate (op. 47) en het concert overmorgen sturen.

Beethoven

***

Aan de heer Ries

Ik moet je weer vragen de onaangename taak op je te nemen om een correcte lijst te maken van de fouten in de sonate van Zurich. Ik heb je overzicht van errata “Auf der Wieden” ontvangen.

***

Aan de heer Ries

Beste Ries,

De tekens staan fout aangegeven en veel van de noten staan op de verkeerde plaats. Wees zorgvuldig! Anders is je moeite tevergeefs. Ch' a detto l' amato bene?

***

Aan de heer Ries

Beste Ries

Zou je zo vriendelijk willen zijn dit andante (van de Kreuzer sonate) voor me te kopiëren, hoe routineus ook?  Morgen moet ik het opsturen en de hemel moge weten wat er dan mee gebeurt. Ik wil er graag een kopie van hebben.  Maar morgen rond één uur moet ik het weer terug hebben.  De reden, dat ik je hiermee opzadel is dat één van mijn kopiïsten het al erg druk heeft en de ander ziek is.

***

Aan de componist (en muziekhandelaar) Leidesdorf, Wenen

Dorf des Leides, dorp van leed

Geef de drager van deze brief, de heer Ries, wat gemakkelijke duetten en, nog beter, laat hem er niet voor betalen. Gedraag jezelf in overeenstemming met de nieuwe regels. Vaarwel!

Beethoven

Minimus

***

Aan de heer Ries,

Baden, 14 juli 1804

Als je voor mij een beter adres kunt vinden, zal ik dat zeer op prijs stellen. Zeg mijn broers dit adres niet af te spreken. Mijn grote voorkeur gaat uit naar een ruim, stil plein of een adres op de Bastei. Ik kan het mijn broer niet vergeven, dat hij niet voor wijn heeft gezorgd die mij zo goed doet en die ik gewoon nodig heb.   Ik zal ervoor zorgen dat ik aanwezig ben op de repetitie van Woensdag.  Ik ben er niet zo gelukkig mee te horen dat het bij Schuppanzigh is. Hij zal me wel dankbaar zijn dat mijn impertinente opmerkingen hem zullen laten afvallen! Vaarwel, beste Ries! We hebben slecht weer hier en ik word lastig gevallen door bezoekers. Daarom moet ik een veilig heenkomen zoeken om alleen te zijn.

Je trouwe vriend,

L. van Beethoven

***

Aan de heer Ries

Baden, juli 1804

Beste Ries,

Omdat Breuning zich er niet van weerhouden heeft om tegenover jou en de huisbediende mijn karakter te beschrijven als gemeen, laag en onbenullig, vraag ik je of je mijn reactie onmiddellijk aan Breuning wilt overbrengen. Ik ga maar op één punt in, het eerste in zijn brief. Dat doe ik alleen maar  omdat het de enige manier is om mezelf in jouw ogen te rechtvaardigen. Zeg hem ook, dat ik niet de bedoeling had  hem verwijten te maken over het uitstel van de kwitantie. Zelfs wanneer Breuning hiervoor verantwoordelijk was, dan nog zijn onze harmonieuze relaties in mijn ogen zo dierbaar en kostbaar, dat ik voor een paar honderd meer of minder nooit een vriend van mij in moeilijkheden zou brengen. Je weet dat ik jou bij wijze van grap aanwees als de oorzaak, dat de kwitantie te laat aankwam. Ik ben er zeker van dat je je dit herinnert. Ik had helemaal niet meer aan deze zaak gedacht maar tijdens het eten zei mijn broer, dat volgens hem Breuning iets te verwijten viel. Dat sprak ik onmiddellijk tegen en zei, dat het jouw fout was. Ik denk, dat dit duidelijk genoeg laat zien, dat ik Breuning niets verwijt. Maar hierop sprong hij als een gek op en drong er op aan de huisbediende te halen. Zulk gedrag in de aanwezigheid van al diegenen met wie ik gewoonlijk omga, een gedrag, waar ik  absoluut niet aan gewend ben, deed me al mijn zelfbeheersing verliezen. Ik vloog ook op, gooide mijn stoel om, verliet de kamer en kwam niet meer terug. Dit gedrag bracht Breuning ertoe om me tegenover jou en de huisbediende in een heel plezierig (hm, hm)  daglicht te stellen. Hij stuurde me ook nog een brief die ik in stilte heb laten passeren. Ik heb Breuning niets meer te zeggen. Zijn manier van denken en optreden tegenover mij, bewijst, dat er tussen ons nooit zo’n sympatieke vriendschap had moeten bestaan, en die vriendschap kan ook nooit meer worden hersteld.  Ik wilde je dit laten weten omdat jouw versie van het gebeuren mijn woorden en handelingen naar beneden heeft  gehaald. Wanneer je van de werkelijkheid op de hoogte was geweest, weet ik zeker, dat je niet zou hebben gezegd wat je hebt gezegd. Hiermee stel ik me tevreden.

Ik vraag je, beste Ries, om zodra je deze bief ontvangt , naar mijn broer de apotheker te gaan en tegen hem te zeggen, dat ik binnen enkele dagen Baden ga verlaten. Hij moet mijn logeeradres in Döbling regelen, zodra je hem deze mededeling hebt gedaan. Bijna was ik vandaag nog vertrokken, ik heb er meer dan genoeg van om hier te blijven.  In ’s hemels naam breng hem ertoe de koop onmiddellijk af te sluiten, want ik wil er zo vlug mogelijk over beschikken.  Spreek met niemand  over wat op de vorige bladzijde van deze brief geschreven is. Ik wil hem in elk opzicht laten zien dat ik niet zo’n minderwaardig karakter heb als hij.  Ik heb hem ook geschreven, hoewel mijn besluit om deze vriendschap te beëindigen vast staat.

Je vriend

Beethoven

***

Aan de heer Ries, 24  Juli  1804.

Je was denk ik niet weinig verrast over de kwestie met Breuning. Geloof me, beste vriend, dat de woedeuitbarsting van mijn kant veroorzaakt werd door veel onverkwikkelijke scènes eerder. Ik heb de gave  om mijn overgevoeligheid bij veel gelegenheden te kunnen verbergen en onderdrukken. Wanneer ik echter aangevallen word op een moment dat  ik erg prikkelbaar ben, dan ga ik ook meer dan iemand anders te keer. Breuning bezit ongetwijfeld veel bewonderenswaardige kwaliteiten, maar hij denkt dat hij absoluut volmaakt is, terwijl hij juist de gebreken die hij bij anderen ontdekt in de hoogste mate zelf bezit. Van mijn prille jeugd af aan heb ik zijn minderwaardige houding geminacht. Mijn mensenkennis stelde me in staat te voorzien hoe het met Breuning zou aflopen, want ons denken, doen en voelen staan haaks op elkaar. Toch geloofde ik, dat deze problemen waren op te lossen, maar de ervaring heeft me anders geleerd. Daarom heb ik nu geen behoefte meer aan zijn vriendschap.  Ik heb op deze wereld maar twee vrienden gehad met wie ik nooit een conflict had, maar wat waren dat voor mensen! De één is dood, de ander leeft nog.  Hoewel we elkaar bijna zes jaar niet hebben gezien, toch weet ik, dat ik een  belangrijke plaats in zijn hart inneem, zoals hij bij mij.  De ware basis voor een vriendschap ligt in de sympathie van hart en ziel.   Ik zou wensen, dat je de brief die ik aan Breuning schreef en die van hem aan mij,  kon zien. Nee, zijn vroegere plaats in mijn hart kan nooit meer worden hersteld! De man die zijn vriend een dergelijke minderwaardige manier van denken kon toedichten en zelf zijn toevlucht nam tot een zo gemene manier van doen tegenover hem, is niet langer mijn vriendschap waardig.

Vergeet niet mijn logeeradres ter sprake te brengen. Vaarwel! Raak niet teveel verslaafd aan de kleermakerij, doe de mooiste van de schonen de groeten en zend me een half dozijn naalden. (In deze periode logeerde Ries bij een kleermaker met drie mooie dochters waar Beethoven ook op bezoek kwam)

Ik zou zelf niet kunnen geloven dat ik zo lui ben als hier. Als dit gevolgd wordt door een uitbarsting van ijver, kan daar nog iets fraais uit voortkomen.

Vale!

Je Beethoven

***

Aan de heren Artaria & Co

Wenen, 1 juni 1805

Hierbij deel ik u mede, dat de zaak betreffende het nieuwe kwintet is geregeld tussen Graaf Fries en mijzelf.  De graaf heeft me juist verzekerd, dat hij van plan is het u cadeau te doen. Vandaag is het te laat voor een handgeschreven verklaring, maar komende week zal die zeker volgen. Tot zover voor dit ogenblik. Ik denk hoe dan ook, dat u me dankbaar mag zijn.

Uw gehoorzame dienaar

Ludwig van Beethoven

***

Aan mevrouw Prinses Liechtenstein (aan wie de pianosonate op. 27,1 is opgedragen)

November 1805

Weledele Prinses,

Vergeeft u me wanneer de drager van deze brief u een onplezierige verrassing bezorgt. Mijn leerling, de arme Ries, is door deze ongelukkige oorlog gedwongen de wapens te dragen (geboortig uit  Bonn was Ries Frans onderdaan)  en moet die binnenkort weer opgeven omdat hij een vreemdeling is.  Hij heeft niets, letterlijk niets, terwijl hij nu een lange reis moet maken. Er is geen kans een concert ten behoeve van hem te geven. Hij is afhankelijk van de welwillendheid van anderen. Ik beveel hem bij u aan. Ik weet,  dat u me de stap die ik heb genomen, wilt vergeven.  Een man met edele inborst zou alleen in de uiterste omstandigheden tot zulke stappen zijn toevlucht nemen.  In dit vertrouwen zend ik de arme jongen naar u toe in  de hoop dat u zijn situatie wat kunt verbeteren.  Hij moet een beroep doen op iedereen die hem kent. (Ries heeft tot Beethovens verontwaardiging deze brief nooit afgegeven).

Met hoogachting,

Uw L. van Beethoven

***


Aan de heer Meyer (echtgenoot van Mozarts schoonzus Josepha, vertolker van de rol van Pizarro), 1805

Geachte heer Meyer

Probeer de heer von Seyfried (kapelmeester van het Theater An der Wien) er toe over te halen mijn  opera te dirigeren omdat ik bij deze gelegenheid mijn  opera op afstand wil bekijken en beluisteren. Op deze manier zal mijn geduld in elk geval niet zo op de proef worden gesteld als wanneer ik zo dichtbij  sta dat ik hoor  dat mijn muziek zo mishandeld wordt. Ik geloof echt dat dat gebeurt om me te plagen! Ik zeg niets over de blaasinstrumenten.  Alle pp. cresc., discresc. en alle f’s en ff’s kunnen uit de partituur worden geschrapt want niemand geeft er ook maar enige aandacht aan. Ik verlies nog alle plezier in het componeren van iets in de toekomst als ik een dergelijke uitvoering moet beluisteren.  Morgen of overmorgen neem ik je mee uit eten. Vandaag voel ik me weer niet goed.

Je vriend

Beethoven

Als de opera overmorgen moet worden uitgevoerd, moet er morgen nog een repetitie in kleine kring plaats vinden of anders zal het keer op keer slechter worden.

***

Getuigschrift voor C. Czerny

Wenen , 7 december 1805

Ik , ondergetekende, kan hierbij tot mijn vreugde verklaren, dat de jonge Carl Czerny uitzonderlijke vorderingen op de piano heeft gemaakt, veel meer dan verwacht mag worden van een jongen van veertien.  Volgens mij verdient hij alle mogelijke ondersteuning, niet alleen vanwege datgene wat ik zojuist heb opgemerkt, maar ook vanwege zijn verbazingwekkende geheugen en het feit, dat zijn ouders al hun middelen hebben aangewend om het talent van hun veelbelovende zoon te laten ontwikkelen.

Ludwig van Beethoven

***

Aan de heer Röckel (tenor aan het Theater  an der Wien, zong de rol van Florestan)

Beste Röckel,

Doe je uiterste best om met mademoiselle Milder (zong de rol van Leonore)  de zaken goed te regelen en zeg haar namens mij al vooraf dat ik hoop, dat ze niet ergens anders gaat zingen. Ik ben van plan haar morgen te bezoeken om de zoom van haar kleed te kussen. Vergeet ook Marconi (een andere prima donna) niet en vergeef me dat ik je zoveel moeite bezorg.

Je Beethoven

***

Aan de heer Collin, hofsecretaris en dichter, auteur van Coriolanus waarvoor Beethoven een ouverture schreef.

Geachte Collin,

Ik hoor, dat u mijn grootste wens en ook uw eigen plan in vervulling laat gaan. Graag zou ik mijn  vreugde aan u persoonlijk tot uitdrukking willen brengen, maar ik heb er de tijd niet voor.  Wijt het niet aan een gebrek aan aandacht voor u. Ik zend u hierbij (het libretto van) de “Armida”. Zodra u het helemaal  hebt doorgewerkt, wilt u het me dan terugsturen? Het is namelijk niet mijn eigendom. Met hoogachting,

Uw Beethoven

***

Aan de heer Gleichenstein (aan wie de cellosonate op 69 is opgedragen)

Ik zou u, mijn beste Gleichenstein,  deze middag graag willen spreken tussen één en twee uur, of vanavond, waar u maar wilt. Ik heb het vandaag zo druk  dat ik niet vroeg genoeg kan langskomen om u thuis aan te treffen. Geef me uw reactie en vergeet niet de plaats aan te geven waar we elkaar zullen ontmoeten. Vaarwel,

Uw  Beethoven

***

Aan de directeuren van het Hoftheater (de prinsen Lobkowitz en Esterhazy)

Wenen, december 1807

Ondergetekende heeft reden om zichzelf te complimenteren omdat hij gedurende zijn verblijf in Wenen  gunst en bijval van de hoogste adel heeft genoten, als ook van het publiek in zijn geheel. Zijn werken zijn zowel in dit land als in andere landen welwillend ontvangen. Desondanks moet hij het hoofd bieden aan allerlei uiteenlopende problemen en is hij tot nu toe nog niet zo gelukkig geweest een positie te vinden die hem in staat stelt alleen voor de kunst te leven, en zijn talent tot een nog hogere graad van perfectie te brengen, het doel van elke kunstenaar, om op die manier zich in de toekomst van een onafhankelijke positie te kunnen verzekeren, in plaats van toevallige profijten. De wens om in zijn levensonderhoud te voorzien is niet de motivatie die ondergetekende heeft gestimuleerd. Zijn voornaamste doel is het belang van de kunst te dienen en de smaak te verfijnen, terwijl zijn genie, strevend naar een hoger ideaal en grotere perfectie, hem vaak ertoe bracht zijn talenten  en profijten aan de Muze te offeren. Dergelijke werken hebben hem in ver gelegen landen op verschillende relevante plaatsen een uiterst gunstige pers gegeven en een positie die bij zijn talenten en verworvenheden past. Ondergetekende aarzelt echter niet om te zeggen dat deze stad in zijn ogen meer dan alle andere de meest dierbare en geliefde is vanwege het aantal jaren dat hij hier gewoond heeft, de bijval die hij van hoge en lage standen heeft ontvangen en zijn wens de door hem gewekte verwachtingen ten volle waar te maken, maar vooral, dat mag hij rustig zeggen, vanwege zijn pattriottisme als Duitser. Nu hij van plan is een hem zo dierbare plaats te verlaten,  wijst hij naar een aanwijzing die de regerende vorst prins Lichnowsky zo vriendelijk was aan hem te geve, inhoudende,  dat de theaterdirecteuren genegen waren ondergetekende  onder redelijke condities gebruik te laten maken van hun theater en ervoor te zorgen dat hij in Wenen blijft door hem een vaste positie te verschaffen die de verdere ontwikkeling van zijn talenten mogelijk maakt. Omdat deze uitspraak volkomen in lijn is met de wensen van ondergetekende, neemt hij de vrijheid, met alle respect, om de directeuren zijn bereidwilligheid duidelijk te maken om een dergelijke positie te aanvaarden. Hij legt hun  de volgende voorwaarden graag  ter welwillende beoordeling voor:

1. Ondergetekende neemt het op zich jaarlijks tenminste één grote opera te componeren, te kiezen door de directeuren en hem zelf. Als vergoeding hiervoor vraagt hij een vast salaris van 2400 florijnen per jaar en ook de opbrengsten van de derde uitvoering van elk van die opera’s.

2. Hij zal de directeuren gratis  jaarlijks voorzien van een kleine operette of een divertissement,  met koren en bijpassende muziek naar behoefte. Aan de andere kant vertrouwt hij erop, dat de directeuren hem in elk geval per jaar een benefiet concert  gunnen in een van de theaters.

Bovenstaande condities zijn zeker niet exorbitant of onredelijk, wanneer rekening wordt gehouden met de hoeveelheid tijd en energie die nodig zijn voor de productie van een opera, omdat die alle andere mentale bezigheden volledig uitsluit.  Ook in andere plaatsen hebben de auteur en zijn familie een deel in de opbrengsten van elke afzonderlijke uitvoering, zodat zelfs één succesvol werk onmiddellijk het toekomstig fortuin van de componist veilig stelt. Men moet ook in ogenschouw nemen, hoe ongunstig de huidige wisselkoers is voor kunstenaars hier en welke hoge prijs betaald moet worden voor de noodzakelijkheden voor het levensonderhoud, terwijl het hun vrij staat in het buitenland te gaan wonen.

Of de directeuren nu akkoord gaan met dit voorstel  of niet, in elk geval verzoekt ondergetekende in een van de theaters een benefietconcert te mogen geven voor zichzelf. Want als zijn voorwwaarden worden aanvaard, moet ondergetekende al zijn tijd en energie wijden aan de compositie van een dergelijke opera. Hij is dan niet in staat op enige andere manier een inkomen te verwerven. Aangezien het concert dat hij afgelopen jaar mocht geven vanwege verschillende oorzaken niet is door gegaan, verzoekt hij in het geval deze voorwaarden niet worden geaccepteerd, ten teken dat hij welwillend wordt beoordeeld, dat de belofte van het afgelopen jaar nu vervuld gaat worden. In het eerste  geval suggereert hij de dag van de Annunciatie, 25 maart, in het tweede een dag in de daaropvolgende kerstvacantie.

Ludwig van Beethoven, m(anu) p(ropria)

(Bovenstaand verzoek werd niet ingewilligd)

***

Aan graaf Franz  von  Oppersdorf

Wenen , 1 november 1808 (sic!)

Waarde graaf,

U zult het me zeker kwalijk nemen,  wanneer ik u zeg dat ik uit noodzaak gedwongen ben niet alleen de symfonie die ik voor u heb geschreven van de hand te doen, maar ook een andere symfonie aan iemand anders toe te kennen.  Wees er  echter verzekerd van, dat u gauw de symfonie zult ontvangen die ik voor u bedoelde (de 4e  symfonie is aan graaf Oppersdorf opgedragen) . Ik hoop dat u en de gravin aan wie ik hierbij de hartelijke groeten doe, het goed maken sinds de tijd dat wel elkaar ontmoetten. Ik verblijf op dit ogenblik bij gravin Erdödy in de appartementen onder die van Prins Lichnowsky. Ik schrijf dat  voor het geval u me de eer van een bezoek wilt schenken wanneer u in Wenen bent.  Mijn situatie gaat vooruit zonder dat ik mijn toevlucht hoef te nemen tot mensen die hun vrienden onbeschoft behandelen.  Ik heb ook het aanbod om kapelmeester van de koning van Westfalen te worden en het is mogelijk, dat ik dit voorstel aanneem. Vaarwel, en denk nog eens aan uw toegewijde vriend,

Beethoven

***

Ik ben bang dat ik voor vandaag te laat ben, want pas nu kon ik uw notitie van C… terugkrijgen, omdat H… er hier en daar nog wat items aan wilde toevoegen. Ik verzoek u  vooral aan te dringen op het grote belang voor mij om voldoende middelen te hebben om mijn kunst uit te oefenen. Zo zult u schrijven wat het meest strookt met mijn hoofd en hart. De preambule moet duidelijk maken wat ik moet verdienen in Westfalen, 600 ducaten in goud en 150 ducaten reiskosten. Wat ik hiervoor moet doen is dirigeren bij de concerten van de koning (Hieronymus) die kort duren en gering in aantal zijn. Ik ben niet verplicht een opera van mezelf te dirigeren.  Zo zal ik, bevrijd van alle zorg, in staat zijn mij volledig te wijden aan het schrijven van grote werken. Een orkest moet ook tot mijn beschikking staan.

N.B. omdat ik deel uitmaak van een theaterorganisatie moet niet te veel nadruk op de titel worden gelegd, omdat dat alleen maar ergernis kan veroorzaken.  Met betrekking tot in dienst van de keizer, ik denk,  dat we daar delicaat mee om moeten gaan. Dat geldt zeker ook voor de titel van Keizerlijke kapelmeester. Anderzijds moet glashelder zijn dat ik van het Hof een voldoende salaris zal ontvangen om te kunnnen afzien van de jaarlijkse ondersteuning (van 4000 gulden) die ik nu ontvang van de heren in kwestie (Aatrshertog Rudolph, Prins Kinsky en Prins Lobkowitz). Dat zal, denk ik, het meest passend tot uitdrukking worden gebracht door te zeggen dat het mijn vurigste hoop is en was om in keizerlijke dienst te gaan, wanneer ik in staat zal zijn zoveel van het bovengenoemde salaris in te leveren als de som die ik ga ontvangen van Zijne Keizerlijke Majesteit.

(We moeten het morgen om twaalf uur hebben, want dan gaan we naar Kinsky. Ik hoop je vandaag nog te zien).

***

Notitie (niet in handschrift van Beethoven)

Elke ware kunstenaar streeft ernaar zich een positie te verwerven waarin hij zichzelf uitsluitend kan bezig houden met het scheppen van grote werken, niet gestoord door andere verplichtingen of overwegingen van materiële aard. Een componist kan daarom geen vuriger wens koesteren dan zich volledig te wijden aan de schepping van belangrijke werken die voor publiek moeten worden uitgevoerd.  Hij moet ook voor zijn oude dag zien te zorgen.

De koning van Westfalen heeft Beethoven een salaris aangeboden van 600 gouden ducaten zijn leven lang en 150 ducaten voor reiskosten. Als enige tegenprestatie moet hij zo nu en dan voor Zijne Majesteit spelen en zijn kamerconcerten dirigeren, die kort duren en gering in aantal zijn. Dit voorstel werkt positief voor zowel de kunst als de kunstenaar.

Beethoven echter geeft er veruit de voorkeur aan in deze hoofdstad te wonen omdat hij zoveel dankbaarheid voelt  voor de blijken van genegenheid die hij hier heeft ontvangen, en bovendien zoveel vaderlandsliefde voelt voor zijn geadopteerde vaderland, dat hij zich altijd als een Oostenrijks componist zal beschouwen.  Hij zal zijn verblijf nergens anders kiezen, ook niet als hij dezelfde voordelen zal krijgen als hier.

Omdat veel personen, ook van de hoogste rang, hem hebben gevraagd om de condities te noemen waaronder hij hier wil blijven, doet hij dat als volgt:

Beethoven moet van een invloedrijk persoon de zekerheid krijgen van een levenslang salaris. Verschillende in aanmerking komende personen zouden aan dit salaris een deel kunnen bijdragen, dat bij de huidige prijsstijgingen minstens 4000 florijnen per annum moet bedragen. Het is Beethovens wens dat de schenkers van deze som zullen worden beschouwd als ondersteuners van de productie van toekomstige grote werken door hem zo in staat te stellen zich geheel aan deze taak te wijden en hem van alle andere verplichtingen te bevrijden.

Beethoven moet altijd het privilege behouden om reizen te maken in het belang van zijn kunst, want alleen op deze manier kan hij zich bekend maken en enig fortuin verwerven.

Zijn liefste wens is in keizerlijke dienst te gaan wanneer een dergelijke aanstelling hem in staat zou stellen het voorgestelde salaris gedeeltelijk of geheel in te leveren. Ondertussen is hij zeer ingenomen met de titel van Keizerlijk Kapelmeester. Indien zijn wens zou worden gehonoreerd dan zou de waarde van zijn verblijf hier in zijn optiek enorm toenemen.

Wanneer zijn wens in vervulling gaat en Zijne Majesteit Beethoven een salaris toekent, zal Beethoven zoveel van de genoemde 4000 florijnen inleveren als de hoogte van het keizerlijke salaris zal zijn.  Wanneer zijn benoeming 4000 florijnen zal opleveren, levert hij dat gehele bedrag in.

Omdat Beethoven van tijd tot tijd zijn nieuwe werken voor een groot publiek wil brengen, vraagt hij de huidige theaterdirecteuren en hun opvolgers, dat ze hem jaarlijks een concert ten eigen behoeve laten geven op palmzondag in het Theater An der Wien. Als tegenprestatie  wil Beethoven jaarlijks een  concert ten behoeve van de armen organiseren en leiden, of, als dit niet realiseerbaar is, in elk geval een nieuw werk van hemzelf  voor een dergelijk concert te bestemmen.

***

Aan Zmeskall

december, 1808.

Mijn beste vriend,

Alles zou goed gaan, wanneer we alleen maar een doek zouden hebben. Anders wordt de aria (Ah, perfido!) een flop! Seyfried vertelde me er vandaag over en het zit me erg dwars. Elk soort gordijn kan dienen, zelfs een bedgordijn, of een soort van dun, transparant doek dat onmiddellijk kan worden weggehaald.  Er moet iets komen want de aria is geschreven in dramatische stijl en meer geschikt voor het toneel dan voor de concertzaal. Zonder gordijn, of iets dergelijks, zal de aria geen enkele zin hebben, en floppen, floppen, floppen!  Naar de duivel ermee!  Waarschijnlijk zal het Hof aanwezig zijn. Baron Schweitzer (kamenier van aartshertog Anton) vroeg me in alle ernst zelf voor die voorziening te zorgen. Aartshertog Carl zou zorgen voor een publiek en ook zelf komen. De keizerin beloofde niets. Een hangend gordijn of de aria en ik zullen morgen hangen!!!!

Vaarwel! Ik omarm je even hartelijk in dit nieuwe jaar als in het oude.  Met of zonder gordijn!

Je Beethoven

***

Aan Ferdinand Ries 1809.

Beste kerel,

Je vrienden hebben je wel een erg slecht advies gegeven, maar ik weet alles van ze. Zij zijn precies dezelfde aan wie je dat mooie nieuws uit Parijs stuurde en die informeerden naar mijn leeftijd, informatie die jij zo stipt hebt toegestuurd! Het zijn dezelfde die jou naar mijn oordeel meer dan eens onrecht hebben aangedaan en dat nu permanent blijven doen. Vaarwel!

Beethoven

***

Aan Zmeskall, 7 maart 1809

Precies wat ik verwachtte!  Die klappen, dat is wel erg ver gezocht.  Het verhaal is minstens al drie maanden oud en verschilt enorm van wat hij er nu van maakt.  De hele stupide affaire werd veroorzaakt door een verkoopster en wat ongure types. Ik heb heel weinig schade. Hij is ongetwijfeld te pakken genomen juist in het huis waar ik nu woon.

***

Aan Zmeskall

Mijn beste, hoogwelgeboren heer von Zmeskall, Hofsecretaris en Lid van de Sociëteit van de Gezegenden,

Als ik vandaag bij je langs kom, moet je dat maar toeschrijven aan het feit dat iemand  met me wil spreken in jouw huis, iemand die ik niet kon weigeren. Ik kom zonder enige kaart van jou, maar hoop dat je me om die reden niet wilt weigeren.

Je trouwe Beethoven

***

Aan  Zmeskall,

Het lijkt me, beste Zmeskall, dat als de oorlog echt uitbreekt , dat jij dan, wanneer hij op zijn eind loopt, de juiste kandidaat bent voor het Vredescommitee. Wat een eervol ambt! Ik laat het helemala aan jou over  om voor mijn bedioende het beste te doen. Van nu af aan moet gravin Erdödy geen enkele poging meer doen om ook maar de kleinste invloed op hem te krijgen. Ze zegt, dat ze hem 25 florijnen cadeau heeft gedaan en dat ze hem 5 florijnen per maand heeft gegeven, alleen maar om hem bij mij te laten blijven. Ik kan niet om dit blijk van gulheid heen, maar wil liever niet dat het nog enes wordt herhaald. Vaarwel! Ik dank je voor je vriendschap en hoop je spoedig te zien.

Je Beethoven, voor altijd

***

Aan Zmeskall, 16 april 1809

Wanneer ik, beste Zmeskall, vandaag niet kan langs komen, wat heel goed mogelijk is, vraag dan Barones van…. om je de pianopartij van de trio’s (op. 70, opgedragen aan gravin Erdödy) te geven. Wees zo goed om me die partij en de andere vandaag te sturen.

In haast,

Je Beethoven

***

Aan Zmeskall, 17 april 1809

Beste Zmeskall,

Zojuist is er een passend adres voor me gevonden, maar ik heb nog wat hulp nodig. Ik kan niet mijn broer inschakelen want hij adviseert me alleen wat het minste geld kost. Laat me weten of we samen naar het huis kunnen kijken. Het is in de Klepperstall.

***

Aan Zmeskall,  25 april 1809

Beste Zmeskall,

Het doet me veel, heel veel plezier om te spelen. Ik stuur je de cellopartij. Als je denkt dat je dat kunt, speel dan zelf of laat de oude Kraft het doen. Wanneer we elkaar weer zien vertel ik je van de woning.

Je vriend Beethoven

***

Aan Zmeskall, 14 mei 1809

Mijn beste kleine muzikale oude graaf!

Achteraf denk ik, dat het verstandig zou zijn Kraft senior te laten spelen, omdat de trio’s nu voor het eerst in het openbaar te horen zijn. Jij kunt ze daarna spelen, maar ik laat het helemaal aan jezelf over.  Als je problemen tegenkomt, bijvoorbeeld omdat de heren Kraft en Schuppanzigh niet met elkaar akkoorderen , dan moet de heer Von Zmeskall zich profileren, niet als een muzikale graaf maar als een energieke musicus.

Je vriend Beethoven

***

Aan Freiherr Von Hammer-Purgstall

1809.

Ik voel me enigszins  opgelaten bij uw vriendelijke toestemming om me de handschriften te laten zien van uw tot nu toe onbekende literaire schatten.  Ontvang hierbij mijn oprechte dank.

Ik wilde u vragen uw beide operettes terug te sturen. Totaal in beslag genomen door mijn professionele bezigheden, is het voor mij onmogelijk een opinie te geven, zeker met betrekking tot de Indische operete. Zodra de tijd het toelaat kom ik bij u langs om het project te bespreken, samen met het oratorium De Zondvloed.  Beschouw mij als bewonderaar van uw grote talent.

Ik ben, mijnheer, met verschuldigde hoogachting,

Uw gehoorzame Beethoven

***

Aan Freiherr Von Hammer-Purgstall, 1809.

Vergeef me, mijn beste H… dat ik je nog niet de brief voor Parijs heb gebracht . Ik heb het voortdurend zo druk, dat ik het dag na dag uitstel, maar u zult hem morgen hebben zelfs als ik niet in staat ben persoonlijk bij u langs te komen, wat ik heel graag zou doen. Er is nog iets waarmee ik u zou willen lastig vallen. Misschien zou u iets kunnen doen voor een arme, onfortuinlijke man. Ik heb het over de heer Stoll, zoon van de beroemde arts. Bij veel mensen is het de vraag of iemand door zijn eigen fout aan lager wal is geraakt of die van anderen, maar dit is bij u en mij niet zo. Het is voldoende om hier te zeggen, dat Stoll niets bezit en plannen heeft voor een reis naar Parijs als laatste strohalm, waar hij het afgelopen jaar veel invloedrijke kennissen heeft gekregen  die hem, wanneer hij daar naartoe gaat, proberen een professoraat in Westfalen te verschaffen. Daarom heeft Stoll zich gewend tot de heer Von Neumann van de Staatskanselarij  om hem met een regeringskoerier  naar Parijs te brengen, maar die weigert hem voor minder dan 25 louis d’or me te nemen. Nu wilde ik jou vragen, mijn beste vriend, om met de heer Von Neumann te gaan praten om het zo te regelen dat de koerier Stoll gratis mee neemt of voor een klein bedrag. Ik ben ervan overtuigd dat er eigenlijk niets tegen is. Je zult juist blij zijn dat je de arme Stoll zo ter wille kunt zijn. Ik ga vandaag terug naar het platteland maar hoop binnenkort een uurtje bij je te kunnen zijn.  Mijn hartelijke groeten en oprechte hoogachting van uw gehoorzame

Ludwig van Beethoven

***

Aan baronesse Von Drossdick

Mijn hooggeachte Thérèse,

Hierbij ontvangt u wat ik u beloofde. Wanneer zich niet veel serieuze obstakels hadden voorgedaan, zou ik u nog meer hebben gestuurd om u te laten zien dat ik voor echte vrienden  altijd meer doe dan ik beloof.

Ik hoop en twijfel er niet aan dat u zich aangenaam bezighoudt en geniet van de mensen om u heen, maar niet zo veel, dat u niet meer aan ons denkt. Ik zou u teveel vertrouwen geven of  mijn eigen verdiensten te hoog inschatten, wanneer ik de stelling  aan u zou toeschrijven,  “dat mensen niet alleen samen zijn wanneer ze aanwezig zijn, maar dat ook de afwezigen en overledenen bij ons zijn”. Wie zou een dergelijke zware gedachte kunnen toeschrijven aan de kwikzilverachtige Thérèse  die de wereld zo licht opneemt?  Vergeet bij uw talrijke bezigheden de piano niet of de muziek in het algemeen waar u zoveel talent voor heeft. Waarom er niet serieuze aandacht aan te geven? U die zo veel gevoel toont voor het goed en het schone moet ernaar streven de volmaaktheden van zo’n  boeiende kunstvorm te leren kennen die altijd zo’n heldere lichtstraal op ons terug werpt.

Ik leef in volkomen eenzaamheid en rust en hoewel van tijd tot tijd lichtflitsen mij wekken, voel ik  sinds jullie vertrek een hopeloze leegte die zelfs mijn kunst die me meestal zo trouw is, nog niet heeft ongedaan gemaakt. Uw piano is besteld, die zult u  dus binnenkort hebben. Wat een verschil zult u hebben opgemerkt tussen de behandeling van het thema bij mijn  improvisatie en de manier waarop ik het kort geleden voor u heb uitgeschreven!  Dit moet u zelf maar verklaren, maar vind niet de enige oplossing in de drank! Wat moet u gelukkig zijn dat u zo vlug weg kunt naar het platteland! Pas op de 8e kan ik van  deze luxe genieten. Ik kijk er met kinderlijk plezier naar uit. Wat een geluk wanneer ik wandel tussen rotsen en wouden, bomen en planten! Niemand op aarde houdt zo van het platteland als ik!  Struiken, bomen en rotsen zorgen voor de echo waar de mens zo naar verlangt!

U  zult binnenkort nog wat van mijn composities ontvangen en u zult niet te klagen hebben over de moeilijkheden daarin. Heeft u Goethe’s “Wilhelm Meister”gelezen en Schlegel’s “Vertalingen van Shakespeare”?  Mensen hebben op het platteland zo veel tijd, dat u me misschien deze boeken wilt opsturen? Toevallig  heb ik wel  in de buurt waar u woont een kennis wonen. Daarom zult u  me misschien vroeg op een morgen een half uurtje op bezoek krijgen, waarna ik er weer gauw vandoor moet. U  zult merken dat ik u zo min mogelijk tijd wil vervelen. Beveel me bij uw vader en moeder aanhoewel ik geen recht heb dat van u te vragen. Groet ook uw nicht Mathilde (~ barones Gleichenstein) . Vaarwel, mijn hooggeachte Thérèse. Ik wens u alle goeds en liefs dat het leven te bieden heeft.  Denk positief over me en vergeet mijn gekheid. Wees ervan overtuigd dat niemand met meer vreugde over uw geluk zal vernemen, zelfs wanneer u geen belangstelling meer zou hebben voor uw vriend

Beethoven

N.B. Het zou heel vriendelijk van u zijn wanneer u me een paar regels zou willen schrijven, zeg dus of ik u hier van enig nut kan zijn.

***

Aan Mademoiselle De Gerardi

Lieve mademoiselle  Gerardi,

Echt waar, ik kan niet ontkennen dat de verzen die u me zond mij behoorlijk van slag hebben gebracht. Het is een vreemde sensatie jezelf geprezen te horen worden en je toch bewust te zijn van je gebreken, zoals ik ben. Ik beschouw zulke gebeurtenissen als stimulansen om dichter bij het onbereikbare doel te komen dat Kunst en Natuur ons in het vooruitzicht stellen, hoe moeilijk het ook te bereiken is.  Deze verzen zijn echt mooi, met uitzondering van één fout die we vaak bij dichters vinden, dat wil zeggen, dat zij door de Fantasie worden misleid  om te geloven dat ze in werkelijkheid zien en horen, wat zij wensen te zien en horen. Toch is zelfs dit nog onder hun ideaal. U  zult wel willen geloven dat ik graag kennis wil maken met de dichter of dichteres. Ik dank u hartelijk voor de gevoelens van sympathie  jegens uw vriend

L. van Beethoven

***

Aan Zemskall, 23  januari 1810

Wat ben je aan het doen? Mijn vrolijkheid van gisteren die overigens allen maar gespeeld was, heeft je niet alleen gekweld maar ook beledigd. De ongenode gasten leken me je slechte humeur zo weinig te verdienen dat ik het waagde  al mijn vriendelijk invloed aan te wenden om je te verhinderen er aan toe te geven, door mijn voorgewende bui van geestigheid. Ik heb nog steeds last van mijn spijsvertering. Zeg, of ik je kan ontmoeten in
De Zwaan.

***

 

Aan Wegeler, Wenen 2 mei, 1810

Beste oude vriend, deze regels wekken waarschijnlijk je verbazing en toch koester ik, hoewel je er geen geschreven bewijs van hebt,  zeer levendige herinneringen aan jou. Onder mijn manuscripten bevindt zich er een dat al lang voor jou bestemd is en dat je zeker deze zomer zult ontvangen. De laatste twee jaar is mijn geïsoleerde en rustige bestaan tot een eind gekomen en ik ben met kracht in de maalstroom van de wereld geworpen. Daar heb ik trouwens nog geen enkel goed gevolg van gemerkt, eerder nog het tegendeel, maar wie is niet getroffen door de stormen om ons heen? Toch zou ik niet alleen gelukkig zijn, maar zelfs de gelukkigste man ter wereld, wanneer een demon niet zijn verblijf in mijn oren had gekozen. Wanneer ik niet ergens gelezen had dat iemand niet vrijwillig een einde aan zijn leven moet maken wanneer hij nog één goede daad kan doen, dan zou ik er al lang niet meer zijn. Ik zou me eigenhandig gedood hebben! Ach! Hoe lustig is het leven! Maar voor mij  is het voor altijd vergiftigd! Je zult me wel een kleine dienst willen bewijzen en mij mijn geboorteakte bezorgen. Omdat Steffen Breuning een rekening bij jou heeft lopen, kan hij de door jou gemaakte kosten vergoeden en ik zal hem dan weer hier terugbetalen. Wanneer je het de moeite waard vindt zelf op onderzoek uit te gaan en de reis van Coblenz naar Bonn te maken, dan moet je alle kosten bij mij in rekening brengen. Ik moet je wel waarschuwen dat ik nog een oudere, overleden,  broer had die ook Ludwig heette, met als tweede naam Maria. Om mijn preciese leeftijd te weten moet eerst mijn geboortedatum worden vastgesteld. De huidige situatie heeft anderen al in de war gebracht. Ik dacht, dat ik ouder was dan ik in werkelijkheid ben. Ik leefde geruime tijd zonder mijn leeftijd te weten.  Ik bezat een boek met alle familiegebeurtenissen, maar dat is verloren gegaan, de hemel weet hoe! Neem me dan ook niet kwalijk dat ik je vraag te proberen de geboortedatum van Ludwig Maria te vinden evenals die van de nog levende Ludwig.  Hoe sneller  je me het certificaat kunt sturen, des te blijer zal ik zijn. Mij is verteld, dat je een van mijn liederen gaat zingen in je Vrijmetselaars Loge , waarschijnlijk het lied in E dat ik zelf niet in mijn bezit heb.(Hier vergist Beethoven zich; het betreft het Opfer Lied van Matthison, waar Wegeler eigen muziek bij geschreven had)  Stuur het me op en ik beloof je drie- en viervoudig te compenseren. Denk positief over me hoe weinig ik dat ook verdien.  Omarm je lieve vrouw en kinderen en iedereen van wie je houdt, in de naam van je

Beethoven

***

Aan Zmeskall, 9 juli 1810

Beste Zmeskall,

Je staat op het punt op reis te gaan en dat doe ik ook, vanwege mijn gezondheid. Ondertussen staat alles hier op zijn kop. De Herr (Beethovens leerling aartshertog Rudolph)  wil me bij zich hebben en ook de Kunst is niet minder dringend met haar eisen. Ik ben deels in Schönbrunn en deels hier. Ik word elke dag overstelpt met berichten van vreemdelingen en nieuwe kennissen en zelfs met betrekking tot de kunst word ik vaak door mijn onverdiende roem afgeleid. De fortuin zoekt me, en juist om die reden ben ik bijna bang voor een nieuwe calamiteit. Wat betreft je “Iphigénie” zijn de feiten de volgende : ik heb het de afgelopen twee en een half jaar niet gezien. Ik heb het vast en zeker aan iemand uitgeleend, maar aan wie? Dat is de vraag.  Ik heb overal gevraagd, maar het nog niet gevonden, maar ik hoop het toch te vinden. Wanneer het kwijtgeraakt is, zal ik je schadeloos stellen. Vaarwel, mijn beste Z. Ik  vertrouw erop dat je, wanneer we elkaar weer zullen zien, zult merken dat mijn kunst ondertussen weer wat vorderingen heeft gemaakt. Blijf voor altijd mijn vriend, evenzeer als ik jouw vriend ben.

Beethoven

***

Aan Bettina Brentano, 11 augustus 1810

Mijn liefste vriendin,

Nooit was er een lieflijker lente dan dit jaar. Dat zeg ik en voel ik ook zo, omdat het toen voor het eerst was dat ik je leerde kennen.  Je hebt zelf gezien dat ik sociaal gezien als een vis op het zand ben, die kronkelt en kronkelt, maar niet weg kan komen, totdat een welwillende Galatea hem terug gooit in de machtige oceaan. Ik was inderdaad behoorlijk op het droge geraakt,  toen je me verraste op een ogenblik waarop ik volkomen in somberheid verzonken was. Maar hoe vlug verdween die weer bij jouw aanblik!  Ik was me er op eens van bewust dat je van een andere sfeer kwam dan deze absurde wereld, waar ik, hoe ik ook mijn best doe, mijn oren niet kan openen.  Ik ben een jammerlijk schepsel en toch klaag ik over anderen. Je zult me dit wel willen vergeven uit de goedheid van je hart die doorstraalt in je ogen en de goede smaak die zich manifesteert in je oren. Zij begrijpen tenminste  hoe ze moeten flirten, op de manier waarop ze luisteren. Mijn oren zijn helaas een scheidingsmuur waardoor ik heel moeilijk een gesprek met mijn medeschepselen kan onderhouden. Anders zou ik me misschien zekerder bij je voelen. Maar ik was me alleen bewust van de volle, intelligente glans over je ogen, die me zo trof, dat ik die nooit kan vergeten. Mijn lieve vriendin!  Allerliefst meisje! Kunst! Wie kan kunst begrijpen?  Met wie kan ik over deze machtige godin discussiëren?  Hoe dierbaar waren me die paar dagen dat we met elkaar konden speken of eigenlijk, correspondeerden! Ik heb de kleine notities met je slimme, charmante antwoorden  zorgvuldig bewaard. Zo moet ik mijn gebrekkige gehoor bedanken voor het grootste deel van onze opgeschreven conversatie. Sinds je dit opgaf heb ik wat ongelukkige uren gehad, uren van intense somberheid, waarin ik tot niets kwam. Drie uur lang dwaalde ik op de Schönbrunn Allee rond nadat je ons verlaten had, maar geen engel ving me daarop om bezit van me te nemen, zoals jij deed.  Mijn lieve vriendin, vergeef me dat ik zo van de originele toonsoort afdwaal, maar  ik heb zulke intervallen nodig om mijn hart te verlichten. Ongetwijfeld heb je over mij aan Goethe geschreven.  Ik zou mijn hoofd graag in een zak verstoppen zodat ik noch zie noch hoor, wat er in de wereld omgaat, omdat ik jou daar toch niet meer zal ontmoeten.  Maar misschien krijg ik nog wel een brief van jou. Hoop is mijn steun, zoals bij de halve wereld het geval is. Mijn leven lang is zij mijn gezelschap geweest. Wat zou er anders van mij terecht gekomen zijn? Ik zend je mijn eigenhandig geschreven ‘kennst Du das Land’ als herinnering aan het uur dat ik je voor het eerst leerde kennen. Ik zend je nog een ander stuk dat ik componeerde toen ik je vaarwel zei, mijn lieve schat!

Herz, mein Herz, was soll das geben,
Was bedränget dich so sehr;
Welch ein neues fremdes Leben,
Ich erkenne dich nicht mehr.

Mijn lieve vriendin, geef me antwoord en zeg wat er van mij moet worden  omdat mijn hart zo opstandig is.  Schrijf je trouwste vriend

Beethoven

***

Aan Bettina Brentano, Wenen 10 februari 1811

Lieve vriendin,

Ik heb nu twee brieven van je ontvangen, terwijl ook die aan Tonie laten zien dat je nog steeds met veel sympathie aan me denkt. De hele zomer heb ik je brief met me mee gedragen. Hij maakte me echt gelukkig.  Hoewel ik je niet vaak schrijf en je me nooit ziet, schrijf ik je  in gedachten nog duizenden brieven. Ik kan me gemakkelijk indenken wat je in Berlijn ervaart, wanneer je getuige bent van alle schadelijke lichtzinnigheid van het uitschot van de wereld, wanneer je het me zelf al niet geschreven zou hebben.  Zo’n gebabbel over kunst zonder enig resultaat!  De beste beschrijving hiervan kun je vinden in Schillers gedicht ‘die Flüsse’ waar de rivier de Spree wordt verondersteld te spreken.  Mijn lieve vriendin, je gaat trouwen of bent al getrouwd en ik heb geen kans meer om je voordien nog eens  te zien. Moge jullie al het geluk ten deel vallen dat het huwelijk aan man en vrouw biedt!  Wat kan ik je nog over mezelf zeggen?  Ik kan alleen met Johanna uitroepen: ‘Heb medelijden met mijn lot!’.  Wanneer ik nog enkele jaren te leven krijg, dank ik de Alwetende en de Almachtige voor deze gunst net als voor al het wel en wee. Wanneer je over me schrijft aan Goethe, probeer dan woorden te vinden  die mijn diepe respect en bewondering voor hem uitdrukken.  Ik ben hem van plan zelf te schrijven naar aanleiding van ‘Egmont’ waarvoor ik alleen maar uit liefde voor zijn poëzie muziek heb geschreven.  Wie kan een groot dichter als hij genoeg dank betuigen,  het kostbaarste juweel van een natie!  Tot zo ver, mijn lieve vriendin! Vanochtend kwam ik om vier uur van een orgie terug, waar ik krom lag van het lachen, maar vandaag zou ik even verdrietig kunnen huilen.  Al te losbandig plezier heeft altijd een enorme terugslag op mijn ziel. Wat Clemens, je broer, betreft, dank hem voor zijn bereidwilligheid. Ten aanzien van de cantate , moet ik zeggen dat het onderwerp voor ons hier niet belangrijk genoeg is, in Berlijn ligt dat heel anders. Wat mijn sympathie betreft : de zuster heeft zich al zo’n groot deel daarvan toegeëigend, dat er voor de broer niet veel meer overblijft.  Zal hij daarmee tevreden zijn?

Vaarwel nu, mijn lieve, lieve vriendin. Ik druk vol verdriet een kus op je voorhoofd en daarmee mijn gedachten, als een zegel. Schrijf vlug, heel vlug aan je broer,

Beethoven

***

Aan Zmeskall  1811

Ik ben van plan een man in dienst te nemen die me zojuist zijn diensten aanbood, een muziekkopiïst. Zijn ouders wonen in Wenen, dat in veel opzichten een voordeel kan zijn.  Ik wil eerst met jou over de voorwaarden praten. Omdat je morgen vrij bent, …

Je Beethoven

***

Aan Zmeskall, 1811.

Edelste van alle mensen!

We vragen je ons enkele ganzeveren te bezorgen; we zullen je een hele voorraad van dezelfde soort terugsturen, zodat je niet verplicht bent je eigen veren te plukken. Het is mogelijk dat je het Grootkruis in de Orde van de Violoncello ontvangt.  We blijven je dankbare en trouwste vriend,

Beethoven

 

***

Aan Aartshertog Rudolph, lente 1811

Uwe Koninklijke Hoogheid,

Omdat ik ondanks al mijn pogingen geen kopiïst kan vinden om hier  bij mij thuis te schrijven, zend ik u mijn eigen manuscript.  Alles wat u hoeft te doen is Schlemmer (was vele jaren lang Beethovens favoriete kopiïst )te vragen om je een voortreffelijke kopiïst te bezorgen die hoe dan ook het trio in uw paleis moet overschrijven, anders is er een te grote kans op piraterij. Ik voel me beter en ik hoop dat ik de eer mag hebben u over een paar dagen te bezoeken, omdat we de verloren tijd moeten inhalen. Ik voel me altijd gespannen en ongemakkelijk wanneer ik me nu bij Uwe Hoogheid niet zo vaak of zo trouw laat zien als ik zou willen.  Het is absoluut de waarheid, wanneer ik zeg , dat het verlies aan mijn kant ligt, maar ik vertrouw erop dat ik me de komende tijd goed voel. Wees zo vriendelijk aan mij te denken. Moge de tijd aanbreken dat ik in staat zal zijn jou dubbel en drievoudig te tonen dat ik dit meer dan ooit verdien.

Ik ben de toegewijde dienaar van Uwe Koninklijke Hoogheid

***

Aan de dramatische dichter Treitschke 6 juni 1811

Beste Treitschke,

Heeft u het boek gelezen en mag ik ervan uitgaan dat u het op u wil nemen? Geeft u me alstublieft een antwoord, omdat ik verhinderd ben zelf naar u toe te komen.   Wanneer u het gelezen hebt, zend het dan terug aan mij zodat ik er ook nog eens naar kan kijken voordat u eraan begint te werken. Wanneer het u een genoegen is mij in de wolken te zien opstijgen op de vleugelen van uw poëzie, verzoek ik u dit zo vlug mogelijk te doen.

Uw gehoorzame dienaar

Beethoven

***

Aan Zmeskall, 10 september 1811

Laat de repetitie voorlopig maar uitgesteld worden. Ik moet vandaag weer bij mij dokter langs van wiens getreuzel  ik meer dan genoeg begin te krijgen. Dank voor je metronoom; laten we proberen of we er de eeuwigdurende tijd mee kunnen meten, want hij is zo eenvoudig en gemakkelijk te bedienen dat er geen obstakel lijkt te zijn. Ondertussen zullen we onze gedachten laten gaan over dit onderwerp. De mathematische precisie van een klok is natuurlijk groter. Toch dacht ik, toen ik de kleine experimenten observeerde die je in mijn aanwezigheid maakte, dat er iets opmerkenswaardigs in je metronoom zat en ik hoop dat we er gauw in zullen slagen hem helemaal precies af te stellen. Ik hoop je binnenkort te zien.

Je vriend Beethoven

***

Aan Zmeskall, 26 oktober 1811

Vandaag ben ik in ‘De Zwaan’ en ik hoop je daar vast en zeker te ontmoeten. Kom niet te laat. Met mijn voet gaat het beter. De  auteur van zo veel poëtische voeten  belooft de hoofd-auteur  binnen een week tijd een gezonde voet.

Beethoven

***

Aan Zmeskall, 1812.

Verstrooid quondam  muzikaal graafje!

Wat is er voor de duivel van je geworden? Ben je vandaag in ‘De Zwaan’?  Nee? …  Ja! Kijk eens naar deze enveloppe om te zien wat ik voor Hongarije gedaan heb. Wanneer een Duitser iets doet, zelfs zonder zijn woord van eer te geven, doet hij heel anders dan een van die Hongaarse graven, zoals B (Brunsvick) die me helemaal op mezelf liet reizen. Wie kan zeggen uit welk onbenullig en miezerig motief? Hij liet me maar wachten, hoewel hij niet op mij wachtte!

Mijn excellente kleine quondam muzikale graaf,

Ik ben zoals altijd, je toegenegen

Beethöverl

Zend de enveloppe terug want we willen die  en nog wat anders heel krachtig onder de aandacht van de graaf brengen.

 

***

Aan Zmeskall

Je krijgt hierbij het bevel vandaag in ‘De Zwaan’ te verschijnen. Brunsvick komt ook. Als je niet verschijnt, dan ben je voortaan uitgesloten van alles wat ons aangaat. Excuses per excellentiam kunnen niet worden aanvaard.  Gehoorzaamheid is vereist, omdat je weet dat we handelen in jouw belang en dat ons motief is je te behoeden voor verleidingen en trouweloosheid per excellentiam. Dixi.

Beethoven

***

Aan Zmeskall

Beste Zmeskall,

De bekende klokkemaker die dichtbij de Freiung woont  zal je bij zich roepen. Ik wil een  eerste klas klok met drukmechanisme waarvoor hij veertig ducaten vraagt. Als je daarvoor interesse hebt, vraag ik of je je voor mij wil inspannen en een heel goede klok voor me wilt uitzoeken. Met de grootste bewondering voor een man als jij die me spoedig gelegenheid zal geven om voor hem mijn bijzondere kennis van het hoornspel te etaleren, verblijf ik,

Ludwig van Beethoven

***

Aan Kamerprocurator Varenna, Gratz, 1812

Als de wens de armen te ondersteunen niet zo opvallend in uw brief aanwezig was, zou ik me niet weinig beledigd hebben gevoeld door uw verzoek aan mij te doen vergezellen van een betalingsvoorstel. Van kindsbeen af heb ik, waar mijn kunst ook maar in dienst gesteld kon worden van de arme lijdende mens, mij nooit door enig ander motief laten beïnvloeden en heb ik nooit iets anders verlangd dan een gevoel van tevredenheid  dat het altijd in me opriep. Hierbij ontvangt u een Oratorium, dat een halve avond in beslag neemt, en een ouverture en Fantasie met koor. Wanneer u binnen uw sympathieke instituut een dépôt bezit voor dergelijke zaken, dan vraag ik u deze drie werken daar te deponeren, als blijk van sympathie voor de behoeftigen.  Het kan als hun eigendom worden beschouwd en tijdens concerten ten behoeve van hen alleen worden uitgevoerd. Bovendien ontvangt u een Inleiding bij “De ruïnes van Athene’ waarvan de partituur zo snel mogelijk voor u zal worden afgeschreven. Dat geldt ook voor een Grote Ouverture bij ‘Hongarije’s eerste weldoeners’.

Beide maken deel uit van twee werken die ik voor de Hongaren geschreven heb bij de opening van hun nieuwe theater (in Pesth). Kunt u mij een handgeschreven verklaring geven, dat deze stukken niet elders zullen worden uitgevoerd, omdat ze niet zijn uitgegeven? U zult de laatste Grote Ouverture ontvangen zodra ik die terug heb uit Hongarije, wat in de loop van ongeveer twaalf dagen zal gebeuren. De gedrukte Fantasie kan niet worden uitgevoerd door een dilettante (bedoeld wordt Marie Koschak) die me door professor Schneller is genoemd. De woorden na koor no 4 in C werden door de uitgevers gewijzigd en staan nu haaks op de muzikale uitdrukking. De woorden die in potlood boven de muziek geschreven staan, moeten gezongen worden. Als u dit oratorium kunt gebruiken, stuur ik u alle partijen in uitgeschreven vorm toe, zodat er meer geld voor de armen beschikbaar zal zijn. Schrijf me daar nog even over.

Uw  gehoorzame Ludwig van Beethoven

***

Aan Zmeskall  2 februari 1812

Jij, absoluut geen buitengewone maar al te gewone  pennenspecialist!  Jij wiens talent bij deze gelegenheid wel enorm te kort is geschoten ( want de pennen die ik nu opstuur vereisen een nieuwe behandeling) , wanneer ben je van plan eindelijk je ketenen af te werpen? Wanneer? Je denkt ook nooit aan me, geen ogenblik!  Leven temidden van deze Oostenrijks barbarij is me een vloek. Ik ga vanaf nu voornamelijk naar ‘De Zwaan’ omdat ik me in andere lokalen niet kan verdedigen tegen indringers. Vaarwel, dat wil zeggen vaar  zo goed mogelijk als ik wens, dat je dat doet zonder je vriend

Beethoven

Jij vreemdste van alle mensen! We vragen je dat je bediende iemand te pakken krijgt die mijn  appartement in orde wil maken. Omdat hij met het adres bekend is kan hij de juiste prijs onmiddellijk bepalen. Doe dit zo vlug mogelijk, jij carnevalsschavuit!

Bijgesloten notitie is tenminste een week oud.

***

Aan Zmeskall, 8 februari 1812

Jij,   buitengewone kerel en absolute nummer één van de pendule zonder bijstelmechanisme! Ik ben je heel dankbaar dat je me hebt willen laten delen in je energie.  Ik wil je graag persoonlijk mijn dankbaarheid betuigen en daarom nodig ik je uit om morgen naar ‘De Zwaan’ te komen waarvan de naam al laat zien dat het een passende gelegenheid wanneer zo’n onderwerp ter sprake komt.

 

Je Beethoven, voor altijd

***

Aan Varenna, Graz

Wenen, 8 februari 1812

De heer Rettich heeft de partijen van het oratorium al en wanneer u ze niet langer nodig heeft verzoek ik u ze aan mij terug te sturen. Het is onwaarschijnlijk dat er iets ontbreekt, maar ook in dat geval kunt u  dat gemakkelijk verhelpen,omdat u de partituur heeft. Pas gisteren ontving ik de ouvertures uit Hongarije. Ik zal ze laten kopiëren en ze u zo vlug mogelijk toesturen.  Ook stuur ik u een mars met koor, ook van de “Ruïnes van Athene’. Al met al heeft u nu voldoende om de tijd te vullen. Deze stukken bestaan nu nog alleen in manuscript. Ik zal u op het moment dat ik ze opstuur  laten weten welke voorzorgsmaatregelen ik u wil laten nemen met betrekking tot de ouvertures en de mars met koor. Omdat ik elk nieuw werk pas een jaar na zijn ontstaan laat publiceren en de uitgever daarbij een geschreven verklaring geef dat niemand anders in bezit is van het werk,  kunt u wel nagaan  hoe zorgvuldig ik moet waken tegen eventuele onrechtmatigheden betreffende deze stukken. Ik verzeker u dat ik uw liefdadigheid altijd een warm hart blijf toedragen en verplicht mezelf ertoe u elk jaar werken te sturen die alleen maar in manuscript bestaan of composities die speciaal met het oog op dit goede doel zijn geschreven. Laat me weten wat uw toekomstige plannen zijn met betrekking tot uw liefdadige instelling, dan weet ik wat ik moet doen.

Vaarwel, ik verblijf met de hoogste achting,

Uw gehoorzame

Beethoven

***

Aan Zmeskall, 19 februari 1812

Beste Zmeskall,

Pas gisteren ontving ik de schriftelijke informatie,  dat de aartshertog zijn deel (van mijn salaris)  betaalt in het nieuwe papiergeld (Einlösungsschein) (Een nieuw  Patent van 1811  zorgde ervoor dat in Oostenrijk de waarde van het geld met 20 % verminderde) . Ik verzoek je voor mij zo nauwkeurig mogelijk op schrift te zetten  wat je me zondag zei en waarvan we het zinnig vonden om het aan de twee anderen ( Lobkowitz en Kinsky)  te sturen. Ik ontvang een certificaat dat de Aartshertog mij  betaalt in Einlösungsschein, maar ik vind dat onnodig, vooral omdat de mensen aan het hof, ondanks al hun schijnbare vrienschap voor mij, te kennen geven dat mijn eisen niet passend  zijn! O hemel, help me  om dit te verdragen!  Ik ben geen Hercules die Atlas helpt om de wereld te dragen of het in zijn plaats voor hem wil doen.

Pas gisteren hoorde ik de details over de aardige manier waarop baron Von Kraft over mij heeft geoordeelde en heeft gesproken tegen Zisius! Maar dat maakt niets uit, mijn beste Zmeskall! Deze schandelijke aanvallen  zal ik niet langer meer kunnen verdragen. Vervolgde kunst zal altijd een asyl vinden. Hoewel Daedalus gevangen zat in het labyrint,  vond hij vleugels uit om er mee  omhoog te vliegen O!  Ook ik zal vleugels vinden!

Je Beethoven, voor altijd

Als je tijd hebt, stuur me dan morgen de notitie in klad, waarschijnlijk voor niets en ook om niets te ontvangen! Er is al zoveel tijd verloren; alleen door beleefde woorden blijft het spannend!

***

85.
TO VARENNA.

Aan Varenna, veertigdagentijd , 1812.

Hoewel ik u heel graag in uw liefdadigheid wil bijstaan, ben ik totaal niet in staat dat te doen. Ik heb geen eigen kopiïst zoals voorheen en tijdgebrek maak het onmogelijk voor mij om het zelf te doen. Daarom moet ik mijn toevlucht nemen tot nieuwe kopiïsten. Eén van hen beloofde me de ouvertures etc. voor u uit te schrijven, maar de lijdensweek met zijn vele concerten maakte het hem onmogelijk zijn woord te houden, ondanks alle aandringen van mijn kant. Zelfs als de ouvertures en de mars met koor overgeschreven zouden zijn, zou het niet mogelijk zijn ze met deze post mee te sturen en als we op de volgende post wachten komt de muziek te laat aan voor Paaszondag. Laat me weten of we op een of andere manier nog tijd kunnen winnen of een andere mogelijkheid hebben deze werken naar u toe te sturen. Ik wil alles doen wat in mijn vermogen ligt om u in uw liefdadigheidswerk bij te staan.

Met hoogachting,

Uw gehoorzame Beethoven

***

Aan aartshertog Rudolph 1812.

Uwe Keizerlijke Hoogheid,

Tot mijn heel grote spijt heb ik uw verzoek  naar u toe te komen pas gisteravond erg laat ontvangen, pas rond elf uur. Helemaal tegen mijn gewoonte in ging ik ’s middags niet naar huis, maar het mooie weer bracht me ertoe de hele middag met wandelen door te brengen en de avond in de Banda ‘Auf der Wieden’. Zo vernam ik uw wens pas toen ik thuiskwam. Ondertussen ben ik bereid  om, wanneer Uwe Hoogheid het verlangt, me op elk gewenst uur voor u beschikbaar te stellen. Daarom wacht ik uw welwillende bevelen af.

Ik ben Uwe Hoogheids allergehoorzaamste

Ludwig van Beethoevn

***

Aan aartshertog Rudolph 1812.

Uwe keizerlijke Hoogheid,

Tot vandaag, ik kom voor het eerst weer eens uit bed, was ik niet in staat uw vriendelijke brief te beabtwoorden. Het zal onmogelijk voor me zijn u morgen te ontmoeten, maar misschien de dag erop . De afgelopen paar dagen heb ik veel moeten lijden, ik mag wel zeggen dubbel zo veel omdat ik niet in een situatie ben om een goot gedeelte van mijn tijd aan u te wijden, wat ik het liefst zou doen. Ik hoop, dat ik wat gezondheid betreft voor de lente en zomer gespaard zal worden.

Ik ben Uwe Hoogheids trouwste dienaar

Ludwig van Beethoven.

***

Aan Varenna, Gratz

Weenen, 8 mei 1812

Mijnheer,

Omdat ik me verre van goed voel en het vreselijk druk heb, ben ik nog niet in staat geweest uw brieven te beantwoorden. Hoe kon in vredesnaam ooit de ongefundeerde gedachte postvatten, dat ik not amused zou zijn?  Het zou zeker beter geweest zijn wanneer u de muziek onmiddellijk na de uitvoering had teruggezonden. Ik had het dan hier kunnen laten uitvoeren, terwijl daar nu helaas geen tijd meer voor is. Maar ik zeg alleen maar helaas omdat ik nu de waardige dames de kosten van het kopiëren niet kan besparen. Op elk ander moment zou ik hen nooit hebben toegestaan te betalen voor het kopiëren van de werken, maar het is nu het geval, dat ik op dit moment te maken heb met alle soorten van contretemps, daarom kan ik niet anders. Misschien heeft de heer O. , hoewel met de beste bedoelingen, u hiervan niet tijdig op de hoogte gesteld, wat mij verplichtte om een beroep op hem te doen om de kosten van het kopiëren te betalen. Misschien heb ik me inderhaast ook niet duidelijk genoeg uitgedrukt.  U kunt nu, geachte heer, de ouverture en het koor weer terugkrijgen indien  u ze nodig heeft. Ik ben ervan overtuigd, dat u in elk geval zult voorkomen dat mijn goede vertrouwen wordt geschaad.  In de tussentijd mag u de ouverture behouden op de voorwaarden die we hebben afgesproken.  Wanneer ik constateer, dat ik in staat ben de kopieerkosten zelf te betalen doe ik dat.

De partituur van het oratorium is een gift, net als de ouverture bij ‘Egmont’.   Houd de partijen van het oratorium maar apart totdat u het stuk kunt laten uitvoeren.

Maakt u maar een keuze voor het concert waarvan ik gehoord heb,  en wanneer u besluit het koor en de ouverture te laten uitvoeren, zullen ze u ogenblikkelijk worden toegezonden. Voor het toekomstige concert dat dat ten goede komt aan de eerbiedwaardige Ursulinen beloof ik u in elk geval een geheel nieuwe symfonie te componeren, en misschien ook een substantieel werk voor stemmen. Omdat mijn omstandigheden momenteel beter zijn, zijn er voor u geen kopieerkosten.  Het zou me buitengewoon verheugen wanneer deze concerten succesvol zouden zijn en ik u alle kosten kon besparen. In elk geval, ga uit van mijn goede wil. Doet u namens mij de groeten aan de bewonderenswaardige leraren van de kinderen en zeg hun, dat ik vreugdetranen vergiet, wanneer alles een gelukkig resultaat heeft. Voor zover mijn bescheiden gaven in staat zijn hen te dienen, zullen ze altijd mijn warmste sympathie ervaren.  Mijn hartelijke dank voor uw uitnodiging. Ik zou graag wat nader kennis maken met de interessante aspecten van Styrië en misschien kan ik een dag dat genoegen smaken. Vaarwel! Ik vind het fijn in u een vriend te hebben gevonden voor de behoeftigen en ik beveel me graag in uw dienst aan.

Ludwil van Beethoven (m.p.)

***

Aan Joseph Freiherr von Schweiger, kamenier van aartshertoch Rudolph. 1812.

De onbeduidendste der stervelingen  wilde juist bij zijn welwillende meester langs gaan toen hij alles gesloten vond. Zo kwam hij hier, waar inderdaad alles open was, maar niemand kon worden gevonden behalve de trouwe bediende. Ik had een zwaar pakket bladmuziek bij me  om voor ons vertrek een fijne muziekavond te organiseren, maar tevergeefs. Malfatti (beroemd arts in Wenen) vindt absoluut dat ik naar Töplitz moet gaan, waar ik helemaal geen zin in heb.  Omdat ik wel moet gehoorzamen hoop ik ten minste, dat mijn welwillende meester zich zonder mij niet zo heel veel zal amuseren. O vanitas! Want het is niets anders. Voordat ik vertrek naar Töplitz zal ik ofwel naar je toe gaan in Baden of je schrijven. Vaarwel! Doet u de groeten aan mijn  meester.

L. van Beethoven

***

Aan Varenna, Graz

Töplitz, 19 juli, 1812

Pas nu kan ik bedanken voor alle aardigheidjes die de eerbiedwaardige dames aan mij  hebben opgestuurd. In Wenen was ik voortdurend ziek en daarom zag ik me gedwongen om hier mijn toevlucht te nemen. Maar beter laat dan nooit. Daarom vraag ik u alle mogelijke lieve dingen te zeggen tegen de bewonderenswaardige Ursulinen, hoewel ik zoveel dankbaarheid niet verdien.  Eerder nog moet ik Hem danken  die me in staat stelt mijn kunst bij gelegenheid in dienst te stellen van anderen. Wanneer u binnenkort weer eens van mijn bescheiden gaven gebruik wilt maken ten behoeve van de eerbiedwaardige dames, hoeft u me maar te schrijven.

Er ligt een nieuwe symfonie voor u klaar en omdat aartshertog Rudolph het stuk heeft laten kopiëren, kost het u niets.  Misschien ben ik komende dagen in staat u iets voor stemmen te zenden. Ik hoop maar, dat u mijn gedrevenheid om de eerbiedwaardige dames van dienst te zijn niet toeschrijft aan een zekere mate van ijdelheid of eerbejag, want dat zou me buitengewoon kwetsen.  Wanneer deze goede dames mij iets terug willen doen,  verzoek ik hen of ze me met hun leerlingen willen opnemen in hun vrome gebeden.

Met hoogachting,

Uw vriend

Ludwig van Beethoven

***

In het album van de zangeres Madame Auguste Sebald, Töplitz, 8 augustus, 1812.

Zelfs degene die je zou willen vergeten, mag je nooit vergeten .

***

Aan zijn Keizerlijke Hoogheid aartshertog Rudolph

Franzensbrunn,  12 augustus  1812.

Het was allang  mijn dure plicht om me bij uwe Keizerlijke Hoogheid in herinnering te brengen, maar zowel mijn bezigheden als mijn gezondheid en bovendien mijn eigen onbeduidendheid, hielden me daarvan af.  Ik liep u mis in Praag. Het scheelde maar één nacht, want toen ik u ’s morgens mijn respect wilde betuigen, moest ik constateren, dat u juist de nacht eerder was vertrokken. In Töplitz hoorde ik vier  maal per dag een militaire band spelen. Dat is dan tegelijkertijd het enige muzikale verslag dat ik u kan doen. Ik bracht lange tijd bij Goethe door. Mijn arts, de heer Staudenheim, beval me echter  te reizen naar Carlsbad en vandaar hierheen en waarschijnlijk zal ik van hier terug gaan naar Töplitz. Wat een heen en weer gevlieg! Toch is het heel erg de vraag of mijn conditie ondertussen is verbeterd. Ik ontvang de gunstigste berichten over uw gezondheid en de voortdurende toewijding die u laat blijken aan de muzikale muze. U heeft ongetwijfeld gehoord van een benefietconcert van mij voor de slachtoffers van de brand in Baden, met medewerking van de heer Polledro (Giovanni Polledro, geb. 1776, kapelmeester in Turijn; in deze periode op tournee in Duitsland en Oostenrijk). De inkomsten bedroegen bijna 1000 florijnen en wanneer ik niet in mijn mogelijkheden beperkt was geweest, hadden het er gemakkelijk 2000 kunnen zijn. Het was letterlijk een arm concert voor de armen.  Ik kon bij de uitgever hier alleen maar enkele van mijn vroegere sonates met vioolbegeleiding in handen krijgen en omdat Polledro er zo op aandrong moest ik een oude sonate spelen. Het hele concert bestond uit een trio waarin ook Polloredo meespeelde, mijn sonate met viool, toen werd er nog iets gespeeld door Polledro en als besluit heb ik geïmproviseerd. Toch vind ik het fijn dat er op deze manier iets ten deel is gevallen aan de arme Badeners. Ik wens u het beste met uw gezondheid en verzoek u soms aan mij te denken.

***

Aan Bettina von Arnim

Töplitz, 15 augustus, 1812

Mijn liefste vriendin!

Koningen en prinsen kunnen inderdaad zorgen voor professoren en adviseurs en titels en onderscheidingen uitreiken, maar grote mannen het licht doen zien, dat kunnen ze niet, grote geesten die hoog boven de chaos van deze wereld zweven. Daar houdt hun macht op en dat is het dan ook dat hen dwingt voor ons respect te tonen. Wanneer twee mensen   als Goethe en ikzelf elkaar tegenkomen, moeten deze hooggeplaatsten wel opmerken wat mensen als wij als groot beschouwen. Gisteren, op onze weg naar huis, kwamen we de gehele keizerlijke familie tegen. Toen we ze van enige afstand zagen naderen, trok Goethe zijn arm uit de mijne om aan de kant te gaan staan. Ik kon hem er met geen mogelijkheid toe brengen nog een stap vooruit te zetten. Ik drukte mijn hoed nog steviger op mijn hoofd, knoopte mijn overjas dicht en met mijn armen gekruist achter me baande ik me een weg door het dichtst van de menigte. Prinsen en hovelingen gingen voor mij uit de weg. Aartshertog Rudolph nam zijn hoed af en als eerste boog de keizerin voor mij. Deze groten der aarde kennen me. Tot mijn grote plezier zag ik de stoet langs Goethe lopen die aan de kant diep stond te buigen, met zijn hoed in de hand. Naderhand sprak ik hem daar scherp over aan, ik liet hem geen ruimte en confronteerde hem met al zijn zonden, vooral die jegens jou, mijn lieve vriendin, omdat we  het juist over jou hadden.  Hemel! Als ik met jou geleefd kon hebben als hij deed, geloof me, dan zou ik veel grotere werken hebben geschreven. Een musicus is ook een dichter, ook hij kan zichzelf door een paar mooie ogen naar een stralender wereld voelen  zweven waar bovenaardse geesten met hem verkeren en hem zware taken opleggen. Wat ging er niet door me heen toen ik je voor het eerst zag in het Observatorium tijdens een verfrissende meiregen, ook voor mij erg vruchtbaar! De mooiste thema’s  glipten van jouw ogen in mijn hart die de wereld nog zullen betoveren wanneer Beethoven niet langer dirigeert.  Wanneer God me nog wat jaren te leven geeft, moet ik je zeker nog eens zien, mijn lieve vriendin, want mijn innerlijke stem waarnaar ik altijd luister, vraagt het van me. Grote geesten blijven altijd van elkaar houden en ik zal die van jou altijd blijven aanbidden. Jouw erkenning is me dierbaarder dan al het andere op aarde. Ik vertelde Goethe over mijn standpunt met betrekking tot de mate van invloed die lovende woorden op mannen als wij hebben, en dat we van onze gelijken verlangen dat ze met al hun begripsvermogen naar ons luisteren. Emotie past alleen bij vrouwen, met mijn excuses! Muziek moet vuur slaan uit de ziel van een man. O, mijn lief meisje, hoe lang zijn onze gevoelens op alle gebieden al identiek geweest!  Het enige ware goed is een gemoed dat ons sympathiek gezind is, dat we volkomen doorgronden en waarvoor we onze gedachten niet hoeven te verbergen. Hij die iets wil schijnen, moet in werkelijkheid iets zijn. De wereld moet ons erkennen.  Maar ik heb daar geen zorgen over, omdat ik een hoger doel voor ogen heb. Ik hoop in Wenen een brief van je te krijgen, schrijf me gauw en uitgebreid, over een week zal ik daar zijn. Het hof vertrekt deze morgen en vandaag hebben ze nog een ander optreden. De keizerin heeft haar rol voortreffelijk ingestudeerd. De Keizer en de Hertog wilden dat ik wat van mijn eigen muziek zou spelen, maar dat weigerde ik, want ze zijn alletwee verknocht aan Chinees porselein. Men moet enige toegevendheid betrachten, zeker, want de rede lijkt zijn rijk te hebben verloren. Maar ik kies er toch niet voor om zulke perverse dwazen ter wille te zijn.  Ik laat me niet tot zulke absurde dingen verleiden om die prinsen te behagen die zich voortdurend schuldig maken aan dit soort extreme zaken. Adieu! Adieu!, mijn lieve vriendin, je brief koesterde ik deze hele nacht aan mijn hart. Hij deed me goed. Musici veroorloven zich grote vrijheden. Hemel! Wat houd ik van je!  Je trouwste vriend en dove broer,

Beethoven

***

Aan prinses Kinsky, Praag

Wenen, 30 december 1812 

Uwe Hoogheid

De vreselijke gebeurtenis die u van uw echtgenoot, de prins Von Kinsky, beroofde, die hem van zijn vaderland wegrukte en van al diegenen die van hem hielden en die hij ruimhartig steunde, die elk hart dat in staat is goedheid en grootheid te herkennen met het diepst verdriet vervulde, heeft ook mij diep en pijnlijk getroffen. (Prins Josef Ferdinand Kinsky, geboren 1781, kwam om bij een val van zijn paard op 3 november 1812).

 

De zware plicht van het eigenbelang dwingt me ertoe een nederig verzoek aan uwe Hoogheid voor te leggen, waarvan het redelijke doel mij, naar ik hoop, zal verontschuldigen voor het feit dat ik me aan u opdring op een ogenblik dat zoveel belangrijke zaken om uw aandacht vragen. Staat u me toe de zaak hierbij aan u uiteen te zetten.

Uwe Hoogheid is er zonder twijfel van op de hoogte, dat ik, toen ik in 1809 een aanbod kreeg voor Westfalen, van Zijne Hoogheid de Prins Von Kinsky, wijlen uw echtgenoot, en van Zijne Keizerlijke Hoogheid Aartshertog Rudolph en Zijne Hoogheid de Prins Von Lobkowitz een levenslang jaarlijks inkomen kreeg van 4000 gulden, wanneer ik het genoemde aanbod zou afwijzen en zou besluiten in Oostenrijk te blijven. Hoewel deze som geenszins in verhouding stond met die welke me in Westfalen te wachten stond, leidde mijn voorkeur voor Oostenrijk evenals mijn waardering voor dit uiterst genereuze voorstel ertoe het zonder aarzeling aan te nemen. Het gedeelte dat Prins Kinsky bij droeg, bestond uit 1800 florijnen die ik sinds 1809  in termijnen per kwartaal kreeg uitgekeerd uit het persoonlijk bezit van de Prins. Hoewel opeenvolgende gebeurtenissen deze som gedeeltelijk verminderden, nam ik er toch genoegen mee, tot het verschijnen van het Financiële Patent, dat het bankpapier reduceerde tot Einlösung Schein. Ik verzocht Aartshertog Rudolph dat het gedeelte van het jaarbedrag van zijn kant in de toekomst zou worden uitgekeerd in Einlösung Schein. Dit verzoek werd onmiddellijk gehonoreerd en ik ontving tevens  een geschreven verklaring van de Prins Von Lobkowitz dat voor zijn bijdrage, 700 florijnen,  hetzelfde  zou gaan gelden. Zijne Hoogheid de Prins Von Kinsky was in die tijd in Praag. Afgelopen mei richtte ik door bemiddeling van de heer Varnhagen von Ense, een officier in het Vogelsang Regiment, aan de Prins het verzoek dat ook de bijdrage van Zijne Hoogheid , 1800 florijnen, net als de rest in Einlösung Schein zou worden uitgekeerd. De heer Von Varnhagen schreef als volgt (het origineel van de brief is in mijn bezit) :

‘Gisteren had ik het gewenste gesprek met Prins Kinsky.  Uit de hoogste bewondering voor Beethoven ging hij onmiddellijk met dit verzoek akkoord, en is erop voorbereid zowel de achterstallige termijnen en alle toekomstige sommen vanaf de datum van de Einlösung Schein, in die valuta te betalen. De kassier hier heeft de nodige instructies ontvangen en Beethoven kan tijdens zijn route  door Praag de hele som opnemen, of, als hij dat liever heeft, in Wenen, zodra de Prins daarheen terugkeert. Praag, 9 juni, 1812’.

Toen ik enkele weken daarna door Praag kwam, nam ik de gelegenheid te baat mijn opwachting bij de Prins te maken en ontving ik van hem de absolute verzekering betreffende zijn belofte. Zijn Hoogheid  verzkerde me verder, dat hij volkomen overtuigd was van de redelijkheid van mijn voorstel. Omdat ik niet in Praag kon blijven totdat de zaak geregeld was,  was Zijne Hoogheid zo vriendelijk mij zestig ducaten uit te betalen die volgens berekening van Zijne Hoogheid goed waren voor 600 florijnen in Weense koers. De achterstallige bedragen zouden betaald worden bij mijn terugkeer in Wenen. De kassier kreeg de opdracht mijn salaris in de toekomst uit te betalen in Einlösung Schein. Dit was geheel naar de zin van Zijne Hoogheid.  Omdat ik in Töplitz steeds zieker werd, was ik genoodzaakt daar langer te blijven dan ik aanvankelijk van plan was. In september richtte ik me via een van mijn vrienden hier, de heer Oliva, tot Zijne Hoogheid die toen in Wenen was, met een geschreven herinnering aan zijn belofte. Zijne Hoogheid herhaalde aan deze vriend de verzekering die hij ook mij al had gegeven en voegde er aan toe, dat hij binnen enkele dagen de noodzakelijke instructies aan zijn kassier zou geven. Korte tijd later verliet hij Wenen. Toen ik daar aankwam, informeerde ik bij de secretaris van de Prins of Zijne Hoogheid richtlijnen omtrent mijn salaris had gegeven alvorens Wenen te verlaten. Tot mijn verbazing hoorde ik, dat Zijne Hoogheid nog niets had geregeld. Dat ik recht heb op deze uitkering, wordt ondersteund door het getuigenis van de heren Von Varnhagen en Oliva, met wie Zijne Hoogheid sprak toen hij zijn goedkeuring herhaalde. Ik ben ervan overtuigd, dat de edele erfgenamen en familie van de Prins in dezelfde geest van welwillendheid en edelmoedigheid zijn bedoelingen ten uitvoer zullen brengen. Daarom overhandig ik hierbij aan Uwe Hoogheid vol vertrouwen en  met alle respect mijn verzoek om ‘de achterstallige termijnen van mijn salaris in Einlösung Schein uit te keren en uw kassier instructies te geven om toekomstige porties in dezefde valuta uit te betalen’. Ik reken op uw rechtvaardigheidsgevoel en een voor mij gunstige beslissing.

Uw gehoorzaamste dienaar,

Ludwig van Beethoven

 

***

Aan aartshertog Rudolph, 1813

Sinds afgelopen zondag voel ik me verre van goed, maar mijn problemen zijn meer psychisch dan lichamelijk van aard.  Ik vraag u duizendmaal om vergiffenis dat ik niet eerder mijn verontschuldigingen heb aangeboden. Elke dag was ik vast van plan mijn  opwachting bij u te maken, maar de hemel weet dat ik ondanks de sympathie die ik voor de beste van mijn meesters koester, niet in staat was dat te doen. Het brengt me van streek, dat ik niet in staat ben om hem alles op te offeren voor wie ik de meeste hoogachting, liefde en bewondering heb. Uwe Hoogheid zou er misschien verstandig aan doen voorlopig de Lobkowitz concerten te onderbreken. Zelfs het meest brilliante talent verlies zijn effect wanneer het al te bekend geworden is.

Aan Aartshertog Rudolph, 1813

Morgen zal de kopiïst bij het krieken van de dag met het laatste deel beginnen. Omdat ik ondertussen met verschillende andere werken bezig ben, maakte ik met dit laatste deel niet veel  haast, ook omdat ik precies wilde werken. Ik moet het met het oog op het spel van Rode weloverwogen componeren.  We houden van snelle, volle passages in onze finales, die niet bij Rode passen, iets wat me zorgen baart. In elk geval zal komende dinsdag alles goed gaan. Het is uiterst onzeker of ik me die avond aan uwe Hoogheid kan presenteren, hoe graag ik ook zou willen.  Ter compensatie ben ik van plan morgenochtend èn morgenmiddag bij u te komen om aan de wensen van mijn edele leerling te voldoen.

Beethoven

***

Aan aartshertog Rudolph, 1813

Gisteren was ik juist uit huis toen uw sympathieke brief me bereikte. Wat mijn gezondheid betreft, die is zo’n beetje dezelfde, vooral omdat zaken van ethische aard er hun invloed op uitoefenen die niet gemakkelijk te verhelpen zijn.  Ik kan alleen maar bij mezelf  om hulp vragen en alleen maar in mijn eigen hoofd ondersteuning vinden.  Tegenwoordig voelt niemand zich gebonden door woorden van eer of geschreven beloften. Ik rond mijn actuele bezigheden af en , zelfs zonder uw uitnodiging, ben ik van plan vandaag op het gebruikelijke uur bij u langs te komen. Wat Rode betreft, verzoek ik u zo vriendelijk te willen zijn mij door de drager van deze brief de vioolpartij te sturen. Ik zal hem onmiddellijk aan hem doorsturen, met een beleefd briefje erbij. Hij zal zich zeker niet beledigd voelen dat ik hem de partij toestuur. O! Zeker niet! Ik zou maar al te graag willen dat ik verplicht zou zijn hem hiervoor vergiffenis te vragen! In dat geval zouden de zaken er absoluut beter voorstaan. Komt het u goed uit, wanneer ik vanmiddag om vijf uur bij u ben, of geeft u de voorkeur aan een ander tijdstip? Ik zal mij dan daarnaar schikken en me te richten naar uw wensen.

Beethoven

 

***

Aan prinses Kinsky

Wenen, 12  februari 1813

Uwe Hoogheid! 

U was zo vriendelijk met betrekking tot het salaris dat voor mij door uw overleden echtgenoot is vastgesteld, te verklaren dat u het redelijk vond, dat ik het in Weense koers zou ontvangen, maar dat de autoriteit van het gerechtshof die het toezicht over de nalatenschap uitoefent er eerst zijn goedkeuring aan moet hechten. In de overtuiging, dat de autoriteiten die hun prinselijke beschermelingen vertegenwoordigen, door dezelfde motieven gedreven moeten zijn als die welke wijlen de Prins stuurden in zijn gedrag tegenover mij, voel ik me gerechtvaardigd om uit te zien naar de goedkeuring van mijn verzoek door het genoemde hof.  Ik kan via de getuigenissen van alom bekende, gerespecteerde en oprechte mannen een bewijs leveren voor de belofte en bedoelingen van Zijne Hoogheid die uiteraard ook bindend zijn voor zijn erfgenamen en kinderen. Mochten de voorgelegde bewijzen tekort schieten in wettelijke geldigheid, dan twijfel ik er niet aan dat de edele instelling van dit vooraanstaande huis en zijn neiging tot genereuze gebaren daaraan tegemoet zullen komen. Misschien doet zich een probleem voor ten aanzien van de status van de erfenis die ongetwijfeld overschaduwd wordt door het verdriet om het plotseling overlijden van de Prins. De huidige situatie zal er toe leiden dat men zorgvuldig met alle geldbronnen omgaat.  Het zij dan ook verre van mij om meer te vragen dan absoluut noodzakelijk is voor mijn eigen levensonderhoud en afgesproken is in het contract zelf, waarvan de geldigheid geenszins door de erfgenamen zal worden betwijfeld.

Ik verzoek Uwe Hoogheid dan ook het aan mij verschuldigde salaris vanaf 1 september 1811 uit te keren, ten bedrage van 1088 florijnen en 42 kreuzer.

Wijlen de Prins heeft me destijds zestig ducaten overhandigd als termijn van mijn salaris dat volgens contract in Weense koers zou worden uitgekeerd, een contract dat, zoals elk weldenkend mens u zal kunnen uitleggen, volledig moet worden nagekomen of in elke geval mij geen schade zal moeten berokkenen. Daaruit volgt uiteraard dat Uwe Hoogheid er geen bezwaar tegen zal hebben wanneer ik de zestig ducaten slechts beschouw als termijn van de aan mij verschuldigde achterstallige gelden , zodat het bedrag niet moet worden afgetrokken van de som die me nog verschuldigd is. Ik ben ervan overtuigd dat de edele gevoelens van Uwe Hoogheid recht zullen doen aan mijn voorstel en mijn wens om op elk detail van deze kwestie in te gaan, voor zover de omstandigheden dat toelaten, en ook mijn bereidheid mijn claim op te schorten  om u ter wille te zijn. Dezelfde edele gevoelens die u ertoe brachten het contract met wijlen de Prins na te komen, zullen Uwe Hoogheid ook de absolute noodzaak doen beseffen om u te vragen om onmiddellijke uitbetaling van mijn achterstallige salaris dat voor mijn levensonderhoud onmisbaar is.

In de stellige verwachting van een gunstige reactie op mijn verzoek,  heb ik de eer met het diepste respect Uwe Hoogheids gehoorzame dienaar te blijven,

Ludwig van Beethoven

***

Aan Prinses Kinsky

Weledele prinses!

Omdat de adviseur van de Prins verklaard heeft dat op mijn verzoek pas kan worden ingegaan wanneer een toezichthouder is gekozen, en omdat ik nu verneem, dat u welwillend die taak op u wilt nemen, maar er vanaf ziet om iemand te ontvangen,  bied ik u hierbij mijn bescheiden verzoek in geschreven vorm aan en vraag u tegelijkertijd dit verzoek spoedig in overweging te nemen. U kunt immers gemakkelijk begrijpen, dat het voor iemand die van zekerheid afhankelijk is, pijnlijk is daarvan zo lang verstoken te zijn, te meer omdat ik verplicht ben  een zieke broer en zijn gehele familie te onderhouden die, nog afgezien van mijn eigen behoeften,  mijn middelen volledig hebben uitgeput. Ik verwachtte dat ik met het betaalde salaris voor mijzelf zou kunnen zorgen. U kunt de juistheid van mijn claim zelf vaststellen door het feit dat ik in alle oprechtheid de gift van de zestig ducaten, mij in Praag geschonken door wijlen de Prins, noem,  terwijl de adviseur  van de Prins verklaart dat ik over deze som niets heb gezegd en dat de Prins het niet ter sprake heeft gebracht bij hem of zijn kassier.

Vergeef me, dat ik verplicht ben deze zaak aan u op te dringen, maar de noodzaak dwingt me om dat te doen. Over enkele dagen neem ik de vrijheid hierover te informeren bij de adviseur van de Prins of van iemand die Uwe Hoogheid kunt aanwijzen.

Ik verblijf, hooggeschatte en weledele prinses,

Uw toegewijde dienaar,

Ludwig van Beethoven.

***

 

Aan Zmeskall,

Beste Zmeskall,

Geef de begeleidende brief vandaag nog zonder uitstel aan Brunswick opdat hij zo vlug en veilig mogelijk bij hem arriveert. Excuses voor de overlast die ik je bezorg. Ik heb weer het verzoek gekregen om enkele van mijn composities naar Graz in Styrië  te sturen, met het oog op een concert dat wordt gegeven ten behoeve van het Ursulinenklooster en zijn scholen.  Het afgelopen jaar viel hun op deze manier een heel groot bedrag toe. Inclusief dit concert en een concert dat ik in Carlsbad heb gegeven ten behoeve  van de slachtoffers van de vuurramp in Baden, heb ik in één jaar voor het goede doel drie concerten gegeven en georganiseerd. En toch, als ik iets vraag, zijn de mensen zo doof als een kwartel.

Je Beethoven

Brief aan Sclowonowitsch, maître des bureaux des postes, in Cassel. Ik heb de boeken van Tiedge en Mevrouw Von der Recke echt nodig, omdat ik mijn mening erover moet laten horen.

***

Aan de heer Joseph Varenna, Graz

Geachte Heer,

Rode had het bij alles wat hij over me zei, niet altijd bij het rechte eind. Mijn gezondheid is helemaal niet goed en zonder dat ik er iets aan kan doen, is mijn huidige toestand de ongelukkigste van mijn hele leven. Maar niets ter wereld zal me ervan weerhouden om, zo ver als in mijn vermogen ligt, de onschuldige en behoeftige dames van uw klooster met mijn bescheiden composities te helpen. Daarom stel ik u twee nieuwe symfonieën ter beschikking, een basaria met koor en enkele kleinere koren. Wanneer u de wens heeft nog eens een uitvoering te geven van ‘Hongarije’s Weldoeners’ ,  zoals u die vorig jaar ook gaf,  ben ik helemaal tot uw dienst. Onder de koren treft u ook een Derwisjen Koor aan, een echte publiekskraker. Naar mijn mening zou u er het best aan doen een dag uit te kiezen om ‘De Olijfberg’ te geven die overal al uitgevoerd is.  Dit stuk neemt ongeveer de helft van het concert  in beslag. De andere helft zou dan kunnen bestaan uit  een nieuwe symfonie, de ouvertures en verschillende koren en tevens de genoemde basaria en koor. Op die manier kan de avond met uiteenlopende  stukken worden ingevuld. Maar u kunt dit  naar volle tevredenheid zelf regelen met uw eigen muzikale autoriteiten. Ik denk dat ik wel kan raden wat u bedoelt met een geschenk aan mij van een derde persoon. (mogelijk Lodewijk Bonaparte, die na zijn troosnsafstand in Nederland in Graz verbleef) Wanneer ik in dezelfde positie zou zijn als voorheen, dan zou ik onmiddellijk zeggen : ‘Beethoven neemt niets aan waar het gaat om het welzijn van de mensheid’,  maar vanwege mijn te grote gulheid ben ik nu terechtgekomen in een toestand van laag tij. Over de oorzaak daarvan hoef ik me niet te schamen. Er zijn ook andere omstandigheden die alleen maar eerloze mensen te verwijten zouden zijn. Ik aarzel niet om te zeggen,  dat ik de bijdrage  van de rijke man op wie u toespelingen maakt, niet zal weigeren.  Maar er is geen sprake van een claim. Mocht de onderhandeling met de derde persoon tot niets leiden,  dan ben ik evengoed genegen mijn vriendinnen, de eerbiedwaardige Ursulinen, op dezelfde manier te begunstigen als afgelopen jaar.  Te allen tijde ben ik, zolang als ik leef,  bereid  de armen en behoeftigen te ondersteunen.  En nu vaarwel!  Schrijf me vlug en ik zal er alles aan doen dat alle noodzakelijke voorbereidingen worden getroffen.  Mijn beste wensen voor het klooster.

Ik ben, met hoogachting, uw vriend

Ludwig van Beethoven

*** 

Aan Varenna

Mijn beste Varenna!

Ik ontving uw brief met veel plezier, maar de 100 florijnen die me door de dames van het arme klooster zijn  gegeven, doen me bepaald geen genoegen. Ondertussen besteed ik een gedeelte van dit geld aan het betalen van mijn kopiïsten.  Het surplus en de rekeningen voor het kopiëren krijgen de goede dames toegestuurd. Voor zoiets neem ik nooit iets aan. Ik dacht, dat de derde persoon waar u melding van maakte  misschien de voormalige Koning van Holland was. In dat geval zou ik er in mijn huidige omstandigheden geen moeite mee hebben een geldbedrag van hem te accepteren, van hem die ongetwijfeld genoeg aan de Hollanders heeft ontnomen op een minder legale weg. Zoals de zaken er nu voor staan moet ik elk nieuw overleg over dit onderwerp afwijzen. Laat me weten of ik, waneer ik zelf naar Graz zou komen, daar een concert zou kunnen geven en wat de vermoedelijke opbrengsten dan zouden kunnen zijn. Wenen kan, helaas!, niet langer mijn domicilie blijven. Misschien is het nu te laat?  Elke informatie hierover zal me erg welkom zijn. De werken worden gekopieerd en u krijgt ze zo snel mogelijk. Met het Oratorium mag u doen wat u wilt. Het is helemaal naar mijn zin wanneer het ergens van nut kan zijn.

Ik ben, met hoogachting, uw gehoorzame

Beethoven

P.S. Doe de hartelijke groeten van mij aan de eerbiedwaardige Ursulinen.  Ik vind het fijn hun van dienst te kunnen zijn.

***

Aan Zmeskall

Verwarde genode gast! Domanowetz! Geen muziekgraaf, maar  hollebollegijsgraaf!  Vandaag om tien uur of half elf moet het kwartet worden gerepeteerd ten huize van Lobkowitz. Zijne Hoogheid die over het algemeen niet helder in zijn hoofd is, is nog niet aangekomen. Houd ons daarom gezelschap wanneer je kunt ontsnappen  aan het gevang van de kanselarij.  Herzog komt vandaag bij je langs. Hij is van plan de functie van mijn bediende over te nemen. Geef hem, als je wilt, dertig florijnen met zijn vrouw obbligata.  Vuur, licht en morgenlivrij zijn beschikbaar.  Ik moet iemand hebben die kan koken want als mijn maaltijden even slecht blijven als nu, blijf ik ziek. Ik dineer vandaag thuis, omdat ik daar betere wijn krijg.  Geef maar aan wat je wilt, ik zou graag hebben, dat je naar me toe kwam. De wijn is voor jou gratis en van een veel betere kwaliteit dan de wijn die ze in die vervloekte  Zwaan schenken.

Je volstrekt onbetekenende

Beethoven

***

Aan Zmeskall 

25 februari 1813

Mijn beste Zmeskall,

Sinds ik je de laatste keer zag, voel ik me slecht. Ondertussen heeft de bediende die jij had vóór je huidige, gereageerd. Ik kan me hem niet herinneren, maar hij vertelde me, dat hij bij jou in dienst was geweest en dat je geen kwaad woord over hem kon zeggen behalve dat hij je haar anders behandelde  dan je wenste.  Ik gaf hem een aanbetaling, maar niet meer dan één florijn.  Ik veronderstel,  dat je geen negatieve aspecten in deze persoon ziet ( mocht dat het geval zijn dan wil ik graag dat je er eerlijk over bent) en daarom ben ik van plan hem aan te nemen. Je weet, dat het voor mij geen prioriteit heeft mijn haar te laten doen. Eerder zou het nodig zijn mijn financiën te laten doen, of eerder te laten óverdoen. Vandaag hoop ik een antwoord van je te krijgen. Als niemand voor jouw bediende de deur open kan doen, laat hem dan het briefje links bij de ingang achterlaten. Wanneer ook dat niet lukt, dan moet hij het aan de vrouw van de portier geven onder aan de trap. Moge de hemel je in je muzikale plannen ondersteunen!

Je Beethoven

Miserabilis

***

Aan Zmeskall

28 februari 1813

Laten we de zaken voor vandaag maar laten zoals ze zijn, beste Zmeskall, totdat we elkaar weer zien (en zo voort over de bediende). Vaarwel!  Houd zorgvuldig de verdedigingswerken van het rijk in het oog, want die zijn, zoals je weet, geen maagd meer en hebben al heel wat schoten meegemaakt.

Je vriend

Beethoven

***

Aan  Zmeskall,

Hoogeerwaarde raadsman, mijneigenaar en heer van snelheden in Bourgondië en Buda!

Wees zo goed om me te laten weten hoe de zaken ervoor staan. Deze avond op zijn laatst zal ik profiteren van jouw antwoord op mijn vraag door mijn bediende zijn ontslag over veertien dagen aan te kondigen.  Zijn loon, etc. etc.

***

Aan Zmeskall

19 april 1813

Beste Zmeskall,

Mij is de universiteitszaal geweigerd. Ik hoorde dat twee dagen geleden, maar van wege mijn indispositie  kon ik niet bij je langs komen en vandaag dus ook niet. We hebben maar twee mogelijkheden : het Kärntherthor Theater of het Theater An der Wien.  Ik denk dat er maar één concert zal zijn.  Wanneer ook deze twee locaties niet kunnen, moeten we onze toevlucht nemen tot de Augarten, in welk geval we zeker twee concerten zullen moeten geven. Denk erover na, mijn vriend, en geef me dan je mening. Misschien kunnen de symfonieën morgen gerepeteerd worden ten huize van de Aartshertog.  Ik informeer je daar nog wel over.

Je vriend

Beethoven

***

Aan Zmeskall

23 april 1813

Beste Zmeskall,

Alles komt in orde, omdat de Aartshertog vastbesloten is deze Prins Fizlypuzly eens behoorlijk toe te spreken. Laat me even weten of je vandaag in de herberg eet of ergens anders.  Zeg me ook even of  ‘Sentivany’ goed gespeld is, want ik wil hem gelijk schrijven over het koor.  We moeten ook nog overleggen welke dag we moeten kiezen. Tussen haakjes, spreek niet over de tussenkomst van de Aartshertog, want Prins Fizlypuzly is pas zondag weer bij hem en wanneer die laaghartige geldschieter  lucht krijgt van de affaire, zal hij proberen ons uit de weg te gaan.

Altijd de jouwe,

Beethoven

**

Aan Zmeskall

26 april 1813

Lobkowitz geeft me de 15e mei of anders later, wat me nauwelijks beter lijkt dan helemaal  niets. Zo ben ik er bijna aan toe om elk plan voor een concert op te geven. Maar de Almachtige zal ongetwijfeld mijn ondergang voorkomen.

De jouwe,

Beethoven

***

Aan Aartshertog Rudolph

Baden, 27 mei 1813

Ik heb de eer u te informeren over mijn aankomst in Baden, waar nog geen mens te bekennen is. Met des te grotere schittering schijnt de Natuur in haar verleidelijke charme. Neem me het niet te veel kwalijk wanneer ik fouten maak, of fouten gemaakt heb, want veel beproevingen hebben me in snelle opeenvolging bijna buiten zinnen gebracht. Toch ben ik ervan overtuigd, dat de schitterende schoonheid van de Natuur hier en de prachtige omgeving mij geleidelijk aan weer wat geestkracht zullen geven. Een dubbele portie rust zal ik ervaren, wanneer ik door mijn verblijf hier ook aan de wensen van Uwe Hoogheid tegemoet kan komen. Ik hoop van harte spoedig te mogen vernemen dat Uwe Hoogheid weer volledig hersteld is. Dit is inderdaad mijn liefste wens. Wat vind ik het verdrietig dat ik op dit ogenblik niet kan bijdragen aan uw herstel door middel van mijn kunst!  Dit is voorbehouden aan de godin Hygeia alleen en ik ben, helaas!, alleen maar een arme sterveling die zich bij Uwe Hoogheid aanbeveelt en oprecht hoopt dat hij spoedig toestemming krijgt bij u langs te komen.

***

Aan Aartshertog Rudolph

Wenen, 24 juli 1813

Elke dag verwacht ik naar Baden terug te keren. Ondertussen zullen de conflicten die me hier houden  eind komende week opgelost zijn.  Voor mij is een verblijf in een stad tijdens de zomer pure ellende en wanneer ik me ook nog realiseer, dat het me zo onmogelijk wordt gemaakt om mijn opwachting te maken bij Uwe Hoogheid, wordt het allemaal een nog grotere kwelling. Het zijn in feite de affaires rond Lobkowitz en Kinsky die me hier houden. In plaats van over een aantal maten na te denken, moet ik me voortdurend het hoofd breken over het aantal pelgrimstochten dat ik moet maken. Wat dat betreft, ik kan dat nauwelijks tot het einde volhouden.  Uwe Hoogheid heeft ongetwijfeld gehoord van Lobkowitz’ neergang waarom hij erg te beklagen is. Uiteindelijk levert rijkdom geen groot geluk op! Men zegt dat Graaf Fries alleen al 1900 gouden ducaten aan Duport betaalde, waarvoor hij het eigendomsrecht van het oude huis van Lobkowitz kreeg. De details zijn niet te geloven! Ik hoor, dat Graaf Rasumowsky van plan is naar Baden te gaan en zijn kwartet mee te  nemen en ik twijfel er niet aan dat Uwe Hoogheid daar veel plezier aan zal beleven. Op het platteland is er niets fijners te bedenken dan een strijkkwartet.  Ik wens u het beste met uw gezondheid. Leef met me mee nu ik verplicht ben mijn tijd hier onder zulke onaangename omstandigheden door te brengen. Ik zal proberen u in Baden in tweevoud te compenseren voor wat u verloren heeft.

***

Aan Aartshertog Rudolph

1813

Ik wilde u vragen of ik, nu ik me weer wat beter voel, vanavond bij u mijn opwachting kan maken.  Verder neem ik de vrijheid u een bescheiden verzoek te doen. Ik koesterde de hoop, dat tegen deze tijd mijn  sombere situatie wat zou zijn opgeklaard, maar alles gaat op de oude manier door, en daarom moet ik tot het besluit komen om twee concerten te geven. Ik constateer dat ik genoodzaakt ben mijn vroegere principe om alleen maar concerten voor het goede doel te geven, moet opgeven. Zorgen om  eigen levensonderhoud vragen me dat  te doen. De Universiteitszaal zou de meest geschikte plek zijn voor mijn project. Mijn bescheiden verzoek houdt in, dat ik Uwe Hoogheid vraag zo vriendelijk te willen zijn via Baron Schweiger een briefje te sturen aan de huidige rector magnificus van de universiteit , dat er voor kan zorgen dat ik die zaal kan gebruiken.  In de hoop op een gunstig antwoord, blijf ik etc. etc.

(Op 8 en 12 december dirigeerde Beethoven tijdens twee concerten in de Universiteitshal)  

***

Aan Freiherr Josef von Schweiger

Herfst 1813

Mijn beste v riend,

Ik heb me vandaag met een brief tot mijn welwillende meester gewend om hem te verzoeken zich ervoor in te zetten dat ik voor twee concerten de universiteitszaal kan gebruiken. Ik moet die concerten wel geven omdat alles blijft zoals het was. Omdat ik u in goede en kwade tijden als mijn beste vriend beschouw, heb ik de aartshertog voorgesteld dat u in zijn naam de huidige rector van de universiteit zou benaderen. Wat het resulktaat ook zal zijn, laat me de beslissing van Zijne Hoogheid zo spoedig mogelijk weten, zodat ik verdere pogingen kan ondernemen om me zelf aan een positie te ontworstelen die zo negatief uitwerkt voor mij en mijn kunst.  Vanavond ben ik bij de Aartshertog.

Uw vriend,

Beethoven.

***

Aan de heer Von Baumeister (privé-secretaris van Aartshertog Rudolph)

Geachte Heer,

Hierbij verzoek ik u mij de partijen te sturen van de symfonie in A met daarbij mijn partituur. Zijne Hoogheid mag de manuscripten hebben, maar op dit moment heb ik ze nodig voor de muziek in de Augarten morgen.  Ik ontving juist twee kaarten die ik u toestuur. Ik hoop, dat u er gebruik van zult maken.

Met hoogachting

Uw Beethoven

***

Aan Zmeskall

9 oktober 1813

Mijn beste Zmeskall,

Wees niet boos op me, dat ik je verzoek bijgaande brief goed te adresseren. De persoon voor wie hij bedoeld is, klaagt er voortdurend over, dat hij geen brieven van me krijgt. Gisteren bracht ik zelf een brief naar het postkantoor, toen me werd gevraagd waar de brief heen moest. Ik zie dan ook dat mijn handschrift  even moeilijk te begrijpen is als ikzelf.  Vandaar mijn verzoek.

Je Beethoven

***

Bedankbrief

Ik zie het als mijn plicht om hierbij van mijn grote dankbaarheid blijk te geven voor de enorme inzet van al die kunstenaars die  zo sympathiek hebben samengewerkt tijdens de  concerten op 8 en 12 december ten behoeve van de Oostenrijkse en Beierse soldaten die gewond raakten in de slag van Hanau. Het was een zeldzame combinatie van eminente kunstenaars die allen geïnspireerd werden door de wens hun vaderland van dienst te kunnen zijn en met hun talenten bij te dragen aan het welslagen van deze onderneming, terwijl ze, ongeacht hun voorgeschiedenis, naar volle tevredenheid hun ondergeschikte plaatsen innamen.