***











 

www.resantiquae.nl

symboliek schilderkunst



 OVERZICHT VAN SYMBOLEN IN 17E EEUWSE GENRE-STUKKEN

 

A

 

AAP : Karel van Mander : 'Den Aep oft Simme beteykent den ondeughenden Mensch....Oock heeft den Aep slechts eenigh schijn van Mensch en is doch een Beest' en 'Met den Aep wort ooc beteyckent onschamelheyt [schaamteloosheid]. Want hy zijn onschamel bloot lidt yeder laet sien en ander onschamel dinghen in yeders aensien doet'. Een geketende aap gold als beeld van iemand die vrijwillig in zonde gevangen was en geen verlangen koesterde zich daaruit te bevrijden.

 

 

B

 

BREIDEL : als symbool van het aan banden leggen van de verlangens en de emoties

 

BRIEF  De eerste helft van de 17e eeuw gaf een toename op het terrein van de brievenproductie te zien. Men kende diverse brievenboeken met voor bepaalde doelen toepasselijke uitdrukkingen. Met name liefdesbrieven kregen aandacht. Op afbeeldingen is het vaak Cupido die de brief leest of overhandigt. Achtergrondinfo kan duidelijkheid geven over de aard van de brief. Dit is bv. het geval bij twee schilderijen van Dirck Hals [ 1591-1656]; op het ene schilderij verscheurt een vrouw met gekweld gelaat een brief die ze zojuist heeft gelezen , op het andere kijkt een vrouw ons voldaan aan na het lezen van de brief. Op de achtergrond hangen respectievelijk schilderijen met schepen op woeste en kalme zee. Schip en zee zijn gebruikt als metaforen van minnaar en liefde : 'Even als de Scheepjes varen in het grondeloose Meer....zijn de vrijers te ghelijcken' om met Cornelis Pieterszoon Biëns te spreken. Soms valt de metaforiek wat anders uit. Otho Vaenius vergelijkt liefde die niet beantwoord wordt, met een schip dat niet aankomt, gelukkige liefde daarentegen met een voor de wind zeilend schip.  Bij Jacob Westerbaen zijn 'Vryers gelijck de Schippers die de baeren van 't ongestuyme diep des hollen Meyrs bevaeren, het vryen is een Zee, waer in men storm en wind en stille kalmt, so wel als in de golven, vindt'.

 

BLAAS : Kinderen die de blaas van een geslacht dier, een koe of een varken, als ballon gebruiken, houden ons voor dat de wereld een 'blaas vol windt' is die elk moment kan bezwijken. Het opblazen van de blaas is een variant op het wijdverbreide thema van de homo bulla [de mens is een zeepbel] : het bellenblazende jongetje. In 'Des menschen begin, midden en einde', een in 1712 uitgegeven emblemenboek van Jan Luiken staat het volgende gedichtje :

 

De Blaas

 

Hoe sterk gy blaast, o Waerelds Kind,

Gy vangt doch anders niet als wind.

Wat is de Waereld die het ziet?

Een Blaas vol wind en anders niet.

Laat daar 't onwetend Kind mee speelen :

maar dat het wys en grys verstand

geen voddery houde aan de hand

om in het kinderspel te deelen.

 

 

BOOM : een dode boom naast een gezonde komt al voor bij Roemer Visscher, in een embleem met het motto 'Keur baert angst'. Het commentaar luidt : 'Daermen kiesen mach voor beste uyt twee ofte meer dingen, daer valt terstondt bekommeringh in 't oordeel.... soo sietmen dat die te keurboom gaen mach, dicwils tot vuylboom komt'. Kale bomen werden verbonden aan begrippen als ouderdom en dood.

 

BALSPEL : het balspel stelt de ongestadigheid van de liefde voor. Crispijn de Passe de Oude geeft in zijn 'Den nieuwen Ieught-spieghel' van rond 1620 het volgende commentaar : "Zoo de Wint-bal ghedreven wert, niet meer rust heeft een Minnaers Hert".  In de 'Nederduytsche Poemata' van Daniël Heinsius uit 1621 zien we een afbeelding met twee Amores die elkaar de aardbol toewerpen onder het motto : "Pila mundus amorum"[de wereld is de kaatsbal der liefde]. Bij Cats zien we een man en een vrouw een soort badminton beoefenen. Hij geeft als moraal, dat elke slag moet worden beantwoord, dat liefde dus wederkerig dient te zijn : "Weet, dat kaetsen ende minne/ eyst een overgaenden Bal...'.

 

BLINDE : kreupelen en blinden werden vaak in één adem genoemd als men de meest ellendige mensensoort wilde aanduiden : "Kreupel' ende blinde lien/ Zalmen altijds achter zien".  Bij Alciati vinden we onder 'Mutuum Auxilium'[wederzijdse hulp] de kreupele die de blinde leidt.

 

C

 

 

CENTAUR : een bekend onderwerp voor een schilderij was de slag der Lapithen en Centauren. Deze strijd, uiteindelijk door de Lapithen gewonnen, zou zijn ontbrand op de bruiloft van Peirithoos, toen dronken Centaurs zich aan de bruid wilden vergrijpen. De centaur staat bij Karel van Mander gelijk aan de onkuise mens : "Den oncuysen Mensch wort by de Centaure beteyckent, want [segt een] alle Mensch is geen Mensch, want een die hem tot ondeught begheeft/ is een Peerd-Mensch".

 

D

 

DRUIVENTROS : wordt vergeleken met de maagdelijkheid : druiven en maagden doen in kwetsbaarheid niet voor elkaar onder. Het motief van een hand die de druiventros bij de steel vastpakt staat voor kuisheid : het rechtstreeks aanraken van de vruchten zou een smet op de maagdeneer werpen.

 

DOKTER : de kwakzalver staat voor : 'Populus vult decipi" [het volk wil bedrogen worden]. Het publiek moet zich niet door het doktersdocument met lakzegel laten verlakken. De dokter die zich in het gezelschap van een jonge vrouw bevindt voelt vaak haar pols of onderzoekt haar urine. Is ze ziek van liefde of zwanger?

 

            Op het schilderij 'Doktersbezoek' van Jan Steen [1626-1679] staat op een stuk papier op de grond te lezen : "Hyr baet geen medisijn waar het is soete pijn".  De lichamelijke liefde werd gezien als een bij uitstek sanguinische [met bloed geassocieerde] passie ; de mens werd vrolijk en levendig door de warmte en de vochtigheid die in zijn lichaam tot ontwikkeling kwamen.  Het voelen van de pols kan een indicatie zijn voor het onderzoeken van de aanwezigheid van erotische melancholie waarbij de patiënt koud werd en uitdroogde omdat de erotische passie onbevredigd bleef.

 

            In de 17e eeuw stond het piskijken al lang niet meer in aanzien.  De 'quacksalversche Pis-besienders' worden o.a. door Van Foreest in zijn 'Onzeker ende bedrieghlick oordeel der wateren' [1626] als leugenachtig afgeschilderd.

 

DRONKENSCHAP : Dronkenschap is wel de nationale zonde van het 17e eeuwse Holland genoemd.  Weeldewetten stelden paal en perk aan drankmisbruik.  Veel predikanten waren ervan overtuigd dat dronkenschap aanleiding gaf tot onkuisheid ['Hoerery, Overspel, Ontucht en Oneerbaerheydt'] en predikten dat dan ook vanaf de kansel. Wijn werd wel lac Veneris '[Venus-melk] genoemd.

 

E

 

EI : eieren stonden bekend als middel ter stimulering van de seks. Op een prent die Jan Matham naar Adriaen van de Venne maakte, staat een boer met een mand met eieren. Hij zegt : "Wanneer ick 't heb verkerft en Trijn begint te schreijen/Neem duske pillen [die eieren dus] in, dan kan ick haer weer peijen [bevredigen]".

 

 

F

 

FORTUNA : de onbestendige Fortuin is een naakte vrouw die zich met moeite balancerend op een bol op een wateroppervlak in evenwicht probeert te houden, waarbij haar sluier opbolt in de wind.

 

FLES : soms op te vatten als uterus-symbool, bv. in combinatie met een streng knoflook, bekend als aphrodisiacum en lijkend op penis en testikels.

 

G

 

GANYMEDES : de Trojaanse koningszoon werd door de goden voor  Zeus vanwege zijn uitzonderlijke schoonheid tot persoonlijk schenker uitgekozen. Zeus, die de jongen eerder als bedgenoot dan als schenker begeerde, veranderde zichzelf in een adelaar en ontvoerde de jongen naar de Olympus.  Met dit verhaal zou volgens Xenophon, tijdgenoot van Plato, de superioriteit van de geest boven het lichaam zijn aangegeven.  De genegenheid van de goden zou volgens hem niet naar lichamelijke schoonheid, maar naar geestelijke adel uitgaan.  Tijdens de Renaissance werd deze laatste uitleg gekoppeld aan de leer van Plato die inhield dat de geest, wilde hij de hemelse geheimenissen kunnen aanschouwen, zich zoveel mogelijk los diende te maken van zijn lichamelijke banden. In dit licht stelde Ganymedes de menselijk geest of ziel voor die, ontrukt aan zijn lichamelijkheid, dankzij het Opperwezen de hemel mag binnentreden.

 

Karel van Mander zegt het in zijn Wtlegghingh op Ovidius' Metamorphosen zo :

 

"By Ganymedes wort verstaen de Menschlijke Siele de ghene die alderweynichst met de lichaemlijcke onreynicheden der quade lusten is bevleckt : dese wort van Gode vercoren / en tot hem getrocken".

 

 

            Het homo-erotische karakter van deze mythe bleef in de 17e eeuw in de aandacht staan.  In calvinistische kringen werden lustknapen wel als 'Ganymedes' aangeduid. 

 

Samuel van Hoogstraeten beschouwde de uitbeelding van de schaking van Ganymedes als strijdig met het decorum, de welvoeglijkheid :

 

"Het geene onstichtlijk is behoort men te verbergen, de bescheydenheit [gezond verstand] laet niet toe, de zonden ten voorbeelt te stellen : want den voortgang der ouden stelt den koers aen de jeugt. Een jongeling, zeytmen,  wiert door 't  zien van de Schilderyen daer  Ganimedes ontschaekt wiert... zoo ontroert, dat hy uitberste : Ten is geen dooling de Goden te volgen"

 

 

GOUDWEGER : enerzijds een wereldse, laagstaande handeling, anderzijds in verband te brengen met Leviticus 19 : 35 : Een zuivere weegschaal, zuivere gewichten...zult gij gebruiken.  Er kan sprake zijn van een verwijzing naar het Laatste Oordeel : degene die weegt wordt binnenkort zelf gewogen.

 

H

 

HOMO BULLA : de mens is gelijk een luchtbel. Onder HOMO BULLA verklaart Erasmus in zijn Adagia-verzameling dat 'niets breekbaarder, vluchtiger of lediger is dan het menselijk leven dat daarom lijkt op een luchtbel in het water die even snel opkomt als verdwijnt'. Op een gravure van Hendrick Goltzius is onder het motto "Quis evadet?" [wie zal ontsnappen (aan de dood)?] een bellen-blazende putto afgebeeld die met een melancholieke blik bellen blaast, leunend op een enorm doodshoofd.

 

HOND : symbool van trouw, meer in het bijzonder de huwelijktrouw

 

 

 

 

 

 

HERCULES : personificatie van de Deugd. Karel van Mander in zijn Wtlegghingh :

 

 

"Hercules wort veel ghehouden te wesen de deught,...soo dat Hercules niet en is anders als de deughtsaemheyt, het eerlijck cloeck gemoedt, wijsheyt, redelijckheyt en gestadicheyt...want alle goedicheyt heeft haer te wapenen met ghedult in teghenspoet om oock te verwinnen alle lusten des vleeschs"

 

HAAS : De vergelijking tussen jacht of jagen enerzijds en de minnejacht of  de liefde bedrijven was in de 17e eeuw zeer gangbaar. 'De haas jagen" stond voor seks hebben met elkaar.

 

HERT : een hertekop met groot gewei kan een vita longa, een lang leven symboliseren

 

HANDJEKLAP : een man legt zijn hoofd in de schoot van een vrouw en houdt één van zijn handen op de rug. Hij moet raden wie van de omstanders hem op de open handpalm slaat. Zolang het slachtoffer mis raadt, wordt er geslagen. De calvinist De Brune vatte het allemaal niet zo onschuldig op : "Een hoeren schoot is duyvels boot"! Hij zegt er bij - Cicero citerend –

 

"Daer en is geen doodelicker pest den menschen, van de Natuere gegeven, als de wel-lust des lichaems"

 

HANDENWASSEN : metafoor van geestelijke reiniging dan wel van een betuiging van onschuld

 

J

 

JACHT : staat voor het hebben van seks

 

K

 

KAMMEN : het zuiveren van de ziel van slechte eigenschappen en zonden. Cats schrijft in zijn Spiegel :

 

Kem, kem u menigmael en niet het hair alleen,

maer ook dat binnen schuylt, tot aen het innigh been :

Kem uw verwrongen hert en uw verboste sinnen

en maeck doch over-al een reynen gront te winnen.

 

KRAKELING : het trekken aan een krakeling staat bij De Brune zinnebeeldig voor de mens om wie gevochten wordt door enerzijds de boden Gods en anderzijds de knechten van de duivel, een gevecht dus tussen goed en kwaad : "Des mensches leven is een strijd, Die noyt als met den mensch' en slijt".

 

De breekbaarheid van de krakeling wordt tevens vergeleken met de broosheid van het menselijk leven, maar ook de vorm wordt door De Brune van toepassing gebracht op de mens

 

: "Zoo sijn wy,  ellendighe tacken, naer dat de wortel verdorven was, zoo afgekeert van den hemel, en naer der aerde nedergeboghen, dat de Apostel wel reden heeft gehadt de natuerlicke menschen te noemen een krom en verdraeyt gheslachte...".

 

 

KAN : samen met de pijp staat voor het bedrijven van de liefde

 

KAT : als wellustig dier attribuut van hoeren. Vlees-stelende katten met name staan voor geilheid. We laten Cats maar weer aan het woord :

 

"De katte die 't spit leckt en moet men 't gebraet [van de maagdelijkheid nl.] niet betrouwen".

 

 

KAARTEN : zedenbedervend vermaak dat leidt tot luiheid, geldzucht, twist, bedrog en onkuisheid.

 

KNOFLOOK : gold als liefdeskruid

 

KOUS : staat voor de vagina. Een vaste obscene  uitdrukking was 'haer kousen doen lappen/naeyen'. De erotische connotatie van het woord 'kous' hangt nauw samen met de oeroude sexuele symboliek van de voet en is daar waarschijnlijk ook van afgeleid. De voet houdt direct contact met de grond en om die reden werd dit lichaamsdeel in het volksgeloof in verband  gebracht met de in de aarde aanwezig geachte moederlijke vruchtbaarheid. In een Hollandse Ripa-uitgave staat :

 

"De voeten, doch insonderheyt de hielen, zijn een beeldnisse van onze aerdsche begeerlijckheden".

 

 

KREUPEL : zie BLIND

 

L

 

LUIT : de luitspeler kan het Gehoor voorstellen. Vanwege de onderlinge verhouding tussen de snaren kon de luit ook staan  voor burgerlijke en staatkundige eenheid, van bondgenootschap en goed bestuur. Ook werd er een verband gezien tussen luit en liefde. Dat werkte naar twee kanten : de luit stond gezien de verhoudingen tussen de goedgestemde snaren voor harmonie in het huwelijk, maar ook voor onkuisheid en de vagina. Als zodanig was de luit attribuut van hoeren.

 

LIEFDESTUIN : met de fontein als erotisch element. Nooit een bestaande tuin, maar eerder als allegorie met personages die temidden van een gecultiveerde natuur de uitingen van liefde op elegante manier stileerden, bv. door middel van het schaakspel. In deze droomtuinen ook vaak een chateau d'amour.

 

M

 

MUNT : vaak in relatie met koopbare liefde

 

MOEDER MET [ZIEK] KIND :  duidt op Caritas, de barmhartigheid

 

MOLEN : staat voor dwaasheid cf. 'met een molentje lopen' en 'een slag van  de molen hebben'

 

MOOR : de rokende neger was in de 17e eeuw een bekende verschijning. In hout of steen stond hij opgesteld in tabakswinkels die namen droegen als "In den Moriaen" en "De rokende Moor"; in geschilderde vorm stond hij op uithangborden.. Daarbij werden Moren vaak in verband gebracht met heidendom, met zondigheid en met de duivel. Hun ziel werd verondersteld even zwart te zijn als hun huid.  Ripa beschrijft Kwaadaardigheid als een oude Moorse vrouw  die in rook of nevel is gehuld.  Ook kan de rokende Moor staan voor de Reuk.

 

MUIS : de gevangen muis geldt als sinds de oudheid als metafoor van gestrafte onmatigheid. Vaak is de contekst erotisch van aard. In Cats' embleem 'Fit spolians spolium'[de dief wordt buit] betaalt een man een gestolen kusje met zijn hart, zoals de muis haar snoepen met het leven moet bekopen.

 

Daniël Heinsius vergelijkt in zijn Emblemata Amatoria de man die niet mét en ook niet zonder liefde kan, met een muisje dat tussen een val en een poes in zit.

 

N

 

-

 

O

 

OESTER : gold als middel dat de geslachtsdrift stimuleerde. Bovendien wekte de structuur van de oester associaties met het vrouwelijk geslachtsorgaan

 

P

 

PAARD MET TEUGELS : Karel van Mander : "Een man der rede gehoorsaem wort beteyckent met 't gebreydelt Peerdt".

 

PANNENKOEKEN EN BESLAG : het ongare beslag dat niet als zodanig mag worden opgediend, staat voor 'rijmeloos gekal en wispeltuerich snacken [kletsen]'.

 

PIJP  : zie KAN

 

 

 

R

 

RUINE : staat voor het voor de mens onontkoombare levenseinde; ook de erop geworpen schaduw staat voor de vluchtigheid van het menselijke bestaan en de betrekkelijkheid van wereldse zaken

 

ROKEN : de vluchtigheid van tabaksrook werd vergeleken met de vergankelijke wereld en het broze leven. Dit motief komt duidelijk tot uiting in het grafschrift dat Willem Godschalck van Focquenbroch voor zichzelf heeft opgesteld :

 

Van Mr. F. leydt 't lichaam in dees kas,

die veel van rook en damp-tuygh heeft geschreven,

die steets by roock geleeck het 's menschen leeven,

't Geen als een roock verdwijnt en wordt tot As.

Sijn Geest is oock als roock om hoogh gedreeven,

Gelijck sijn Rif hier is tot As gebleven

als of het maer verbrande Toeback was.

 

 Daarnaast is roken omwille van het genot afkeurenswaardig. Tabaksuigers werden met dronkaards over één kam geschoren. Tenslotte is het roken ook nog het beeld voor de Reuk.

 

S

 

SCHEPEN OP ZEE : Schip en zee worden  gebruikt als metaforen van minnaar en liefde : 'Even als de Scheepjes varen in het grondeloose Meer....zijn de vrijers te ghelijcken' om met Cornelis Pieterszoon Biëns te spreken.

 

Soms valt de metaforiek wat anders uit. Otho Vaenius vergelijkt liefde die niet beantwoord wordt, met een schip dat niet aankomt, gelukkige liefde daarentegen met een voor de wind zeilend schip. 

 

Bij Jacob Westerbaen zijn 'Vryers gelijck de Schippers die de baeren van 't ongestuyme diep des hollen Meyrs bevaeren, het vryen is een Zee, waer in men storm en wind en stille kalmt, so wel als in de golven, vindt'.

 

 

SPINNEN : huiselijkheid gold in de 17e eeuw als een voor een vrouw uiterst belangrijke deugd. Volgens Cats en andere moralisten was de meest geëigende plaats voor de vrouw het huis en de meest geëigende bezigheden de huiselijke activiteiten zoals bv. het spinnen. Het laten rusten van spinrokken en spinnewiel was uiting van Luiheid.

 

SCHADUW : zie RUINE

 

SPIEGEL : zichzelf bekijken in de spiegel staat voor streven naar zelfkennis, of geeft nog algemener de vita contemplativa aan. Daarnaast is een verbinding mogelijk met de maagdelijkheid van Maria enerzijds en ondeugden als hovaardigheid en wellust anderzijds. Tenslotte kan met dit beeld gezinspeeld worden op de vergankelijkheid van het menselijke leven.

 

SPINNEWEB : In een gedicht onder het motto : "Die 't spel niet kan, die blijfter van"[ die dient er verre van te blijven] waarschuwt Cats om niet in 'Venus warre-net' te blijven hangen, maar voegt er bemoedigend aan toe dat iemand met een 'rustich hart' het 'gespin' wel zal kunnen verbreken.

 

De Brune is minder optimistisch : 'Zo veel als een spitsvondig vernuft kan uitvinden, komt Min, onder al wat in de wijde werelt voorvalt met geen ding zozeer, als met een spinnekop overeen...De steken der Spinnen zijn doodelick : de quetsuren der Liefde daarentegen zijn ongeneezelick'.

 

STOOF : de voetwarmer die op zo'n nederige wijze de dames ten dienste staat, staat voor de minnaar die zich uitput in allerlei galanterieën

 

SCHAKEN : opgevat als een spel van de liefde

 

SCHOOT : zie HANDJEKLAP

 

T

 

TRIKTRAKSPEL : een 'schaadelyk huisraat' volgens Houbraken, dat een slechte reputatie genoot. Het spelen van dit spel werd opgevat als een uiting van ledigheid en luiheid. Verder heeft het betrekking op de wisselvalligheid van het leven en de liefde.

 

TOL : de mens is tot devotie tot God geneigd in slechte tijden zoals de tol alleen maar blijft draaien indien hij voortdurend wordt geslagen. Cf. het embleem Non nisi percussus [alleen door slaag].

 

 

 

U

 

UIL : gold zowel als teken van dwaasheid als van wijsheid. Overdag is deze vogel ziende blind : 'Wat baeter kaers of bril, als den uijl niet sien en wil?'. Hij symboliseert de mens die blind is voor het geloof. Ook wordt hij geassocieerd met dronkenschap.

 

V

 

VRUCHTEN : staan voor aardse en spirituele liefde

 

VEER : Ripa, Iconologia : 'De vederbos op 't hoofd bediet dat de Sinnen sich soo licht bewegen als de pluymen door een kleyn windeken'.

 

VOGEL : staat voor penis. 'Vogelen' betekende vogelvangen, maar ook seks met elkaar hebben. 'Vogelaar' stond voor koppelaar of hoerenbaas, maar ook voor degene die het liefdesspel bedreef. Een vogel die in een doos zit opgesloten kan de maagdelijkheid van een jonge vrouw aangeven; het ontsnappen van de vogel heeft betrekking op haar onvoorzichtig handelen dat tot het verlies van haar maagdelijkheid leidt.

 

VARKEN : het pas geslachte varken staat voor Prudentia, het verstandig vooruitzien

 

VUUR : 'De min [gelijck ghy weet] wert by het vuyr geleecken'.

 

 

VROUW WERELD : heeft als attribuut een wereldbol op haar hoofd; zij is de personificatie van alles wat de mensheid aan kwaad en zonde wist voort te brengen.

 

VISSEN : duidt op luiheid, maar ook op seksuele activiteiten

 

VOET : zie KOUS